210049 Bijlage 3. Bestemmingsplan NL.IMRO.0546.BP00165-0301, genaamd “bestemmingsplan LEAD”, gedateerd op juni 2021, bestaande uit een toelichting, regels en bijlagen bij de regels;
Tekst van het document
Bestemmingsplan
LEAD
Definitief Juni 2021
LEAD
bestemmingsplan LEAD
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Begrenzing plangebied
5
1.3
Vigerend bestemmingsplan
7
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het bestemmingsplan
11
2.1
Geschiedenis van het plangebied
11
2.2
Beschrijving van het plangebied
13
2.3
Planomschrijving
14
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
25
3.1
Europees en nationaal beleid
25
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
29
3.3
Gemeentelijk beleid
38
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
43
4.1
Archeologie
43
4.2
Cultuurhistorie
46
4.3
Ecologie
50
4.4
Explosieven
54
4.5
Kabels en leidingen
55
4.6
Milieu
58
4.7
Milieueffectrapportage
75
4.8
Verkeer en parkeren
76
4.9
Water
82
4.10
Hoogbouweffectrapportage
86
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
91
5.1
Inleiding
91
5.2
Opzet en volgorde van de regels
91
5.3
Uitleg van de regels
92
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
95
6.1
Economische uitvoerbaarheid
95
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
95 2
bestemmingsplan LEAD
3
bestemmingsplan LEAD
4
bestemmingsplan LEAD
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische regeling die nodig is voor de realisatie van planinitiatief LEAD en een nieuwe nutsvoorziening ten behoeve van KPN. Het plangebied omvat de opstallen van KPN en uitvaartcentrum Monuta en een deel gemeentegrond aan de Willem de Zwijgerlaan 179 en 181 en de stalling c.q. overkapping aan de Nieuwe Koningstraat 343 te Leiden. Het planinitiatief LEAD zorgt voor een goede stedenbouwkundige en landschappelijke afronding van het gebied Nieuw Leyden en de bestaande hoogbouw aan de Noordelijke stadsring, waarbij tevens een substantiële bijdrage wordt geleverd aan de Leidse woningbouwopgave. In Leiden zijn tot 2030 8.500 extra woningen nodig en ook na 2030 zal de woningbehoefte blijven toenemen. Het planinitiatief LEAD bestaat uit maximaal 580 wooneenheden met ondersteunende commerciële en maatschappelijke functies. Naast het planinitiatief LEAD wordt in het plangebied voorzien in een nieuwe nutsvoorziening ten behoeve van KPN. De gemeenteraad van Leiden heeft op 20 juni 2019 de 'Nota van Uitgangspunten LEAD d.d. 3 december' vastgesteld. Deze nota dient als zelfbindend toetsingskader voor het onderhavige bestemmingsplan en het uitgewerkte planinitiatief LEAD. Voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure is het participatieproces voor private (bouw-)initiatieven die afwijken van het bestemmingsplan gevolgd.
Voor een toelichting op het participatieproces en de besluitvorming ter zake wordt verwezen naar paragraaf 2.3.1.
1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan wordt aan de noordzijde begrensd door de Willem de Zwijgerlaan. Deze verkeersader is onderdeel van de Leidse Ring Noord en sluit aan op de snelwegen A4 en A44. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door een groenstrook en een vertakking van de Maresingel. Naast de watergang is een bestaand fietsen voetpad gelegen, de Driemanschapskade / Zwarte Pad. Een kenmerkend bouwvolume aan de zuidzijde van het plangebied is het 150 kV station van Tennet. Het 150 kV station is gelegen aan de zuidzijde van het bestaande gebouw van KPN dat binnen het plangebied valt. Nabij het bestaande uitvaartcentrum is eveneens omliggende bebouwing gelegen. Aan deze zijde, de zuidwestzijde van het plangebied, ligt voornamelijk woonbebouwing. Op korte afstand van het plangebied zijn dit het appartementencomplex 'Koningsstaete' en de woningen aan de Nieuwe Koningstraat. De westzijde van het plangebied wordt dan ook begrensd door de Nieuwe Koningstraat en de bebouwing van Skyline Next.
5
bestemmingsplan LEAD
Fig. 1.1 Luchtfoto van het plangebied binnen de gemeente Leiden
6
bestemmingsplan LEAD
Fig. 1.2 Luchtfoto met de ligging van het plangebied binnen de omgeving
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied, zoals aangegeven en toegelicht in paragraaf 1.2, vigeren op dit moment de volgende bestemmingsplannen:
Naam bestemmingsplan
Vastgesteld
Leiden Noord
25 september 2007
Leiden Noord, eerste partiële herziening
10 maart 2011
Parapluplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening
31 mei 2018
1.3.1
Leiden Noord en Leiden Noord, eerste partiële herziening
Ter plaatse van het bestaande gebouw van KPN geldt conform de vigerende bestemmingsplannen 'Leiden Noord' en 'Leiden Noord, eerste partiële herziening' de enkelbestemming 'Nutsdoeleinden'. Binnen het bouwvlak is een hoofdgebouw toegestaan met een maximale bouwhoogte van 26 meter. Ter plaatse van het bestaande uitvaartcentrum, het gebouw van Monuta, geldt conform de vigerende bestemmingsplannen de enkelbestemming 'Gemengde doeleinden'. Binnen het bouwvlak is een hoofdgebouw toegestaan met een maximale bouwhoogte van 5 meter. De gronden met de enkelbestemming 'Verkeersdoeleinden', ten noorden van de bestaande bebouwing, zijn onder andere bestemd voor openbaar groen en fiets- en voetpaden. Uitsluitend binnen de bestemming passende bebouwing, zoals tunnels, voorzieningen van openbaar vervoer, loopbruggen en dergelijke zijn in het 'Verkeersdoeleinden' toegestaan. Ter plaatse van de Nieuwe Koningsstraat 343 (huidige stalling c.q. overkapping) geldt conform het vigerende bestemmingsplan de enkelbestemming 'Gemengde doeleinden'. Binnen het bouwvlak is een hoofdgebouw toegestaan met een maximale hoogte van 4 meter. Ten gevolge van de vaststelling van de eerste partiële herziening van het bestemmingsplan Leiden Noord is in het noordelijk deel van het bestemmingsplan een dubbelbestemming 'Beschermingszone kabels en leidingen' opgenomen.
Bebouwing binnen de beschermingszone kan uitsluitend worden toegestaan indien de belangen van de kabels en leidingen niet onevenredig worden aangetast.
7
bestemmingsplan LEAD
Fig. 1.3 (fragment van) Plank aart bestemmingsplan Leiden Noord
Fig. 1.4 (fragment van) Plank aart gebied 8 bestemmingsplan Leiden Noord, eerste partiële herziening De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling, bestaande uit de realisatie van het plan LEAD en de realisatie van een nutsvoorziening voor KPN, is in strijd met de vigerende bestemmingen en de daarbij behorende bouwregels uit het bestemmingsplan 'Leiden Noord'. Ook is de realisatie van het plan LEAD in strijd met de eerste partiële herziening. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken zal het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied daarom moeten worden herzien ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening.
8
bestemmingsplan LEAD
1.3.2
Parapluplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening
In november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 in werking getreden. In deze wet is de grondslag voor stedenbouwkundige bepalingen in de gemeentelijke bouwverordeningen komen te vervallen. Dit houdt in dat de dynamische parkeerregeling en de maximale toegestane bouwhoogte bepaling uit de Bouwverordening overgeheveld dienen te worden naar bestemmingsplannen. Hiertoe hadden gemeenten de gelegenheid tot uiterlijk 1 juli 2018. Een deel van de bestemmingsplannen van de gemeente Leiden voorzag al in deze stedenbouwkundige bepalingen, maar een deel ook niet. Om de stedenbouwkundige bepalingen inzake de parkeerregeling en de bouwhoogte over te hevelen naar alle bestemmingsplannen in de gemeente Leiden, is het paraplubestemmingsplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening op 31 mei 2018 vastgesteld. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in onderhavig bestemmingsplan een eigen dynamische verwijzing naar de (nieuwe) Beleidsregels Parkeernormen 2020 in de Regels is verankerd. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 4.8 van deze toelichting.
9
bestemmingsplan LEAD
10
bestemmingsplan LEAD
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het bestemmingsplan
2.1
Geschiedenis van het plangebied
2.1.1
Ontstaansgeschiedenis van Leiden
Na de vorming van de strandwallen en een geleidelijke zeespiegelstijging, vanaf circa 5000 jaar geleden, werd het Hollandse landschap steeds meer afgezonderd van de directe invloeden van de zee. Na het steeds verder dichtslibben van riviermondingen in de strandwallen, verzoette het milieu en ontstond langzaam een dik veenpakket: het Holland Laagpakket. Rondom Leiden bleef de Oude Rijn een grote rol spelen in de vorming van de ondergrond. De rivier verlegde haar oevers regelmatig, en zette aan weerszijden grote hoeveelheden klei en zand af. Achter deze oeverafzettingen ontstonden relatief hoog gelegen kreek- en geulsystemen, waar eveneens klei en zand werd afgezet. Deze oeverafzettingen langs de Oude Rijn en aangetakte kreken vormden vanwege de hogere ligging en stevigere ondergrond van oudsher ideale vestigingsplaatsen voor ijstijdnederzettingen. De oudst bekende vermelding van bewoning stamt uit het jaar 860 na Christus. De dijknederzetting werd destijds aangeduid als Leithon. De eerste bebouwing werd opgericht aan de voet van de dijk op de zuidelijke oever van de Rijn, ter plaatse van de huidige Breestraat. Op het punt waar de twee Rijntakken samenvloeiden werd in dezelfde tijd een verdedigingsheuvel, een zogenaamde "motte", opgeworpen. Op de heuvel werd rond het jaar 1200 de nu nog bestaande burcht gebouwd.
De stad ontstond op een kruispunt van een aantal belangrijke water- en landwegen. De Nieuwe en de Oude Rijn voegden zich hier samen tot één rivier. De Leidse Vliet en de Mare stroomden hier in de Rijn uit. De stad had een centrale functie voor het omliggende platteland als markt- en handelscentrum. Al snel kreeg men te maken met ruimtegebrek in de stad. In de middeleeuwen zouden uiteindelijk vier stadsvergrotingen plaatsvinden: de Hoge Woerd, de uitleg in de Waard, de uitleg in de Mare en tenslotte de uitleg van het Nieuwland en Rapenburg in 1386. Aan de oostzijde van de Mare (nu Lange Mare) lag een zelfstandige woonkern. Aan de westzijde van de Mare lag verspreide bebouwing langs de Maredijk en de weg over de Mors. Deze bebouwing werd in 1355 gedeeltelijk binnen de stadsgrenzen gebracht. Om de stadsuitbreidingen aan te laten sluiten op de oude stad werden nieuwe bruggen tussen de stadsdelen aangelegd. Als gevolg van de bevolkingsgroei begon men tegen het einde van de 16de eeuw de raamlanden in het Nieuwland te bebouwen. Door de groeiende welvaart van de stad was dit echter niet voldoende. De stad werd in de daaropvolgende periode verder uitgebreid. Na enkele kleinere uitbreidingen volgde in 1611 een grotere uitbreiding, ten noorden van de bestaande stad, gevolgd door meerdere stadsuitbreidingen. Na deze uitbreidingen was het gebied binnen de singels grotendeels voltooid.
In de 18de eeuw liep de welvaart sterk terug. Leiden bleef echter zijn functie als streekcentrum vervullen. Tot het laatste kwart van de 19e eeuw kwam het niet tot grote uitbreidingen buiten de singels. Langs de uitvalswegen, de Rijnoevers, De Maredijk en de Singels werden in de eerste helft van de 19e eeuw vooral buitenhuizen en bedrijven als houtzagerijen gebouwd. Tegen het eind van de eeuw werden vooral de zuidelijke singels steeds meer bebouwd met losse villa's of aaneengeschakelde huizen voor de rijkere standen. De eerste stedenbouwkundig geordende uitbreiding van Leiden buiten de singels was de wijk Vreewijk vanaf 1882.
11
bestemmingsplan LEAD
Na de opkomst van de sociale woningbouwverenigingen breidde Leiden zich verder uit. Vanaf de jaren '10 van de vorige eeuw kwamen verschillende uitbreidingen tot stand in de Kooi, in Noord, in de Tuinstadwijk, in het Haagwegkwartier en in de Rijndijkbuurt. De wijken in het noorden waren veelal bedoeld voor de arbeiders, terwijl de uitbreidingen in het zuiden veelal werden gebouwd voor de middenklasse en de welgestelden. Pas in de periode van de Wederopbouw volgden ook aan de zuidzijde uitbreidingen met sociale woningbouw. De uitbreidingen in de Vogelwijk en het Poelgeest- en Houtkwartier waren een direct gevolg van de grenswijziging van 1920 die dit gebied bij de gemeente Leiden trok. De tramlijn die langs de Rijnsburgerweg liep zorgde voor een goede verbinding met het centrum van de stad.
2.1.2
Geschiedenis van het plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van de historische binnenstad, in Leiden-Noord en de wijk Groenoord. Dit is onderdeel van de stadsuitbreiding Leiden-Noord van 1945. De Willem de Zwijgerlaan, waaraan het plangebied gelegen is, verdeelt de wijk Groenoord in een noordelijk en zuidelijk deel. Het zuidelijk deel van Groenoord bestaat uit het voormalige slachthuisterrein en het voormalige EWR terrein (Energie en Watervoorziening Rijnland), nu Nieuw Leyden. Het 150 kV-station bevindt zich aangrenzend aan het plangebied. De stadsuitbreiding Leiden-Noord ging gepaard met de opdracht om een nieuwe kerk te bouwen voor de Nederlands Hervormde Gemeente. Ter plaatse van het plangebied, aan de Willem de Zwijgerlaan 179, is in 1962 de Koningskerk gebouwd. Ten gevolge van financiële problemen worden na korte tijd de deuren van de Koningskerk gesloten. Uitvaartcentrum Monuta (toen nog uitvaartcentrum Van der Luit) is in 1978 in de voormalige kerk geopend. De vestiging van het uitvaartcentrum in het pand heeft ervoor gezorgd dat de Koningskerk twee keer is verbouwd. De kunstenaar Henk Tieman (1921-2001) ontwierp voor de Koningskerk vier gevelstenen. Ondanks de verbouwingen zijn de gevelstenen behouden gebleven. In paragraaf 4.2 Cultuurhistorie wordt nader ingegaan op de wederopbouwkunst in de voormalige kerk.
Aan de oostzijde van de kerk op het adres Willem de Zwijgerlaan 181 is het voormalige PTT kantoor gesitueerd. Als gevolg van de afsplitsing werd het kantoor van PTT Telecom later het kantoor van KPN. Tot slot is op het adres Nieuwe Koningstraat 343 een stalling c.q. overkapping aanwezig, welke in de huidige situatie gebruikt wordt door Monuta.
2.1.3
Ontwikkelingen in de nabije omgeving
In de nabije omgeving van het plangebied hebben de laatste jaren diverse ontwikkelingen plaatsgevonden. De woningbouwontwikkelingen zijn inmiddels grotendeels tot uitvoering gebracht en Leiden-Noord kan hierdoor worden omschreven als een wijk met veel verschillende typen woningen, waar bewoners met verschillende woonwensen samen kunnen wonen. Voor de gronden van het voormalige slachthuis- en EWR terrein is in de periode 2002-2004 een stedenbouwkundig plan opgesteld. Ontwikkeling van de nieuwe woonbuurt 'Nieuw Leyden' startte in 2005. Nieuw Leyden is inmiddels grotendeels getransformeerd tot een stedelijk woongebied. Een andere recente ontwikkeling in de nabije omgeving van het plangebied is ten noorden van de Willem de Zwijgerlaan gesitueerd. Het betreft de sloop van de Groenoordhallen. De hallen hebben plaatsgemaakt voor de in ontwikkeling zijnde woonwijk Groenoord-Noord. Aan de westzijde van het plangebied is onlangs de ontwikkeling Skyline Next gerealiseerd,
12
bestemmingsplan LEAD
eveneens een woningbouwontwikkeling. Aan de overzijde van de Willem de Zwijgerlaan is de transformatie van de Eschertoren en de woningbouwontwikkeling Prinsenhoek, ook wel Kroon van Noord genoemd, gerealiseerd. Deze ontwikkelingen zijn onderdeel van de wijk Groenoord en een reactie op de woningbehoefte in Leiden.
2.2
Beschrijving van het plangebied
Huidige ruimtelijke structuur Op de planlocatie zelf bestaat de huidige ruimtelijke structuur uit drie bouwvolumes. Aan de westzijde van de planlocatie betreft dit de voormalige Koningskerk. Dit pand van twee bouwlagen hoog is sinds 1978 in gebruik als uitvaartcentrum. Het bestaande KPN-datacentrum en kantoor heeft maximaal zeven bouwlagen en is gedraaid ten opzichte van het uitvaartcentrum. In de zuidzijde van het plangebied is een eenlaags bouwvolume aanwezig dat dienst doet als stalling c.q. overkapping. Dit bouwwerk is ingepast tussen de bestaande bebouwing aan de Willem de Zwijgerlaan, de Nieuwe Koningsstraat en de Driemanschapskade. Op de planlocatie zijn tevens twee woningen gelegen. Dit betreffen de woningen aan respectievelijk de Nieuwe Koningstraat 345 en de Willem de Zwijgerlaan 177. Alle panden betreffen blokvormige bouwvolumes met platte daken. De verdraaiing en de contouren van het bestaande gebouw van KPN hebben tot gevolg dat de rooilijn niet aansluit op de omgeving. In vergelijking met de recente ontwikkelingen aan de Willem de Zwijgerlaan (zie paragraaf 2.1.3) sluit de bestaande bebouwing niet aan op de hoogbouw langs de noordelijke hoofdontsluitingsroute van Leiden. Huidige functionele structuur Een belangrijk structuurbepalend element aan de rand van het plangebied is de Willem de Zwijgerlaan.
Dit is een belangrijke verkeersader van Leiden vanwege de aansluiting op de snelwegen A4 en A44. Langs de Willem de Zwijgerlaan is hoogbouw gesitueerd, hetgeen een afschermende werking heeft voor de achtergelegen woonbuurt. De huidige functies van de bestaande bebouwing hebben tot gevolg dat het plangebied als solitair element functioneert in de omgeving. Bewoners van de directe omgeving zullen het plangebied met name gebruiken als verbinding tussen de woongebieden. Gebruikers van het plangebied zijn in hoofdzaak gebruikers van het KPN-gebouw en het uitvaartcentrum. Wel is het openbaar groen tussen de Willem de Zwijgerlaan en de bestaande bebouwing geschikt voor een buurtfunctie, maar door de huidige inrichting – het openbaar groen heeft geen kwalitatief hoogwaardige uitstraling - wordt het groen zelden als gebied met een recreatieve functie gebruikt. Bereikbaarheid Zowel voor autoverkeer als langzaam verkeer is het plangebied goed bereikbaar. De Willem de Zwijgerlaan faciliteert het doorgaande autoverkeer en zorgt voor aansluitingen op de A4 en A44. De parkroute, een parkachtige verbinding voor fietsers en lopend verkeer, zorgt voor een goede verbinding voor langzaam verkeer van en naar de binnenstad. Het station Leiden ligt op 5 fietsminuten en 15 loopminuten vanaf de planlocatie.
Het plangebied is derhalve goed bereikbaar met de auto, op de fiets, lopend en met openbaar vervoer.
13
bestemmingsplan LEAD
2.3
Planomschrijving
2.3.1
Proces
2.3.1.1 Planinitiatief Ontwikkelaar RED Company heeft in november 2017 bij de gemeente haar concrete interesse kenbaar gemaakt om aan de Willem de Zwijgerlaan in het gebied Nieuw Leyden een samengesteld woningbouwplan te willen gaan realiseren. RED Company heeft daartoe samen met architecten van Powerhouse Company en landschapsontwerpers van DELVA Landscape Architecture & Urbanism het studiedocument “LEAD; grootstedelijk wonen in Leiden” (juni 2018 en eerdere versie november 2017) opgesteld. Het plangebied beslaat de (in begin 2018) door RED Company gekochte gronden en opstallen van KPN en Monuta en een perceel gemeentegrond, waarvoor inmiddels een koop- en ontwikkelovereenkomst is gesloten. Op basis van een aantal ambities is het ontwerpproces gestart. De ambities hebben gefunctioneerd als randvoorwaarden voor het schetsontwerp van het bouwplan en zijn samengevat in de zeven beloften van LEAD. De zeven beloften zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
gelijke kansen voor iedereen; een divers woningaanbod; een duurzame woonomgeving; aandacht voor mobiliteit; strategisch geplaatste voorzieningen; een hoogwaardig stadspark; en minimale hinder door schaduw, zicht en wind.
De gemeente Leiden heeft op positieve wijze kennisgenomen van het studiedocument en daarom besloten om samen met RED Company het planinitiatief nader op haalbaarheid te onderzoeken en een participatieproces op te starten. In de navolgende paragrafen wordt dit vervolgproces nader toegelicht.
2.3.1.2 Participatieproces Het participatieproces voor private (bouw-)initiatieven die afwijken van het bestemmingsplan is vastgelegd in de werkwijzer participatie 2018. Voorafgaand aan het vaststellen van de Nota van Uitgangspunten voor het planinitiatief heeft mede gelet op deze werkwijzer en het participatieplan “LEAD in dialoog” een uitvoerig participatieproces plaatsgevonden. Voor de publieksbijeenkomsten zijn in nabije omgeving van het plangebied huis-aan-huis circa 3.500 uitnodigingen bezorgd. In deze paragraaf wordt een samenvatting van het participatieproces gegeven. Gedurende het participatieproces is het planinitiatief op maatschappelijk draagvlak onderzocht. Hiervoor is op 11 september 2018 het planinitiatief aan belanghebbenden en belangstellenden (ca. 250 personen aanwezig) gepresenteerd. Vervolgens is in plangroepen van in totaal circa 40 belanghebbenden en belangstellenden gewerkt aan verschillende onderwerpen (zoals wonen en duurzaamheid; openbare ruimte, groen en wijkfuncties; zon, zicht, wind en stedenbouw; en, mobiliteit, verkeer en parkeren). Vervolgens zijn de resultaten op 18 oktober 2018 tijdens een tweede publieksbijeenkomst (ca. 150 personen aanwezig) aan belanghebbenden en belangstellenden teruggekoppeld, waarbij de zorgen, belangen, positieve en negatieve feedback zijn geclusterd bij de onderwerpen van de plangroepen.
In reactie op de eerste en tweede publieksbijeenkomst tijdens het participatieproces is het planinitiatief op meerdere punten gewijzigd en aangepast. Zo is de afstand tussen planinitiatief LEAD en het appartementencomplex Koningsstaete vergroot en hebben aanpassingen plaatsgevonden vanwege zicht en privacy van de bewoners van Koningsstaete. Daarnaast is
14
bestemmingsplan LEAD
de laagste toren verplaatst om de afstand tussen planinitiatief LEAD en Skyline Next te vergroten voor meer zicht en een verbetering van privacy.
Fig. 2.1 aanpassingen afstand tussen planinitiatief LEAD en Koningsstaete Als gevolg van de aanpassingen is de laagste toren verhoogd met één verdieping naar 65 meter. Daarnaast is extra groen toegevoegd en is een alternatief onderzoek uitgevoerd naar ontsluitingsmogelijkheden (zie paragraaf 4.8 Verkeer en parkeren). Naast de gehouden publieksbijeenkomsten op respectievelijk 11 september en 18 oktober 2018 en de gehouden plangroepen, hebben op 26 september en 6 november 2018 overleggen plaatsgevonden met de bewoners van de kopwoningen van de Nieuwe Koningsstraat. Tijdens het overleg van 26 september 2018 werd geconstateerd dat het eerste ontwerp van planinitiatief LEAD knelpunten oplevert voor de kopwoningen van de Nieuwe Koningstraat, vanwege de situering van deze kopwoningen op het plangebied. Om hieraan tegemoet te komen is in het overleg van 6 november 2018 een aangepast ontwerp gepresenteerd. Het participatieverslag november 2018 van de 1e en 2e ronde van het participatieproces zijn opgenomen in bijlage 1 Participatieverslag 2018.
2.3.1.3 Nota van Uitgangspunten LEAD In de Nota van Uitgangspunten LEAD zijn de uitgangspunten en het kader voor de verdere uitwerking van het planinitiatief opgenomen. Op 7 februari en 7 maart 2019 is de Nota van Uitgangspunten behandeld in de Commissie Stedelijke Ontwikkeling. In de raadsvergaderingen van 14 en 19 maart 2019 zijn 2 amendementen en 4 moties aanvaard. Op 6 maart 2019 werd een inleidend referendumverzoek over de Nota van Uitgangspunten LEAD ingediend bij de gemeenteraad. Gedurende zes weken (15 april tot en met 26 mei 2019) konden stemgerechtigde inwoners van Leiden aangeven dat zij een referendum over de Nota van Uitgangspunten LEAD steunden. Dat kon op zeven locaties en online. In totaal brachten 4.022 personen een geldige steunverklaring uit. Er waren 5.000 handtekeningen nodig om een referendum af te dwingen. Nadat het referendumproces niet tot resultaat had geleid, heeft de gemeenteraad op 20 juni 2019 de Nota van Uitgangspunten LEAD vastgesteld. Hiermee vormt de Nota van Uitgangspunten LEAD een zelfbindend toetsingskader voor de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.
15
bestemmingsplan LEAD
2.3.1.4 Vervolg participatieproces Het participatieproces zoals beschreven in paragraaf 2.3.1.2 en de Nota van Uitgangspunten, eindigde niet na vaststelling van de Nota van Uitgangspunten LEAD. Na vaststelling is het ontwerp uitgewerkt binnen het kader van de Nota van Uitgangspunten LEAD en wet- en regelgeving. Het vervolg van het participatieproces ging ditmaal over de uitwerking van de plannen.Tijdens het vervolg heeft afstemming met belanghebbenden en belangstellenden plaatsgevonden over de uitwerking, is aantoonbaar gemaakt dat de uitwerking binnen de Nota van Uitgangspunten en wet- en regelgeving past, en zijn de reacties en hoe daarmee is omgegaan geregistreerd. In aanloop naar de derde publieksbijeenkomst, is de plangroep verkeer, parkeren en ontsluiting op 20 februari 2020 bijeengekomen. Ook heeft tegelijkertijd een workshop over de openbare ruimte en het groen plaatsgevonden. Op 5 maart 2020 heeft de derde publieksbijeenkomst plaatsgevonden. Vervolgens is een extra geplande plangroep over verkeer, parkeren en ontsluiting alsmede openbare ruimte en groen omgezet naar vier webinars op 23, 24 en 25 maart 2020, omdat deze samenviel met het coronavirus en de afgekondigde maatregelen om verspreiding van het virus tegen te gaan. Daarnaast zijn alternatieven geboden door het schriftelijk stellen van vragen tot eind maart 2020 en het houden van persoonlijke gesprekken.
Vervolgens zijn een aantal aanpassingen waaronder de aan te houden afstand tussen de kopwoningen van de woningen aan de aan de Nieuwe Koningsstraat en planinitiatief LEAD, geoptimaliseerd. De eerder overeengekomen en geoptimaliseerde aanpassingen zijn, waar mogelijk, vastgelegd op de verbeelding en in de regels van dit bestemmingsplan. Het participatieverslag april 2020 doet uitgebreid verslag van het vervolg participatieproces en is opgenomen in bijlage 2 Participatieverslag 2020.
2.3.2
Nieuwe ontwikkeling
2.3.2.1 Programma Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarbij een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. In het programma zijn woningen opgenomen in alle prijsklassen. Minimaal 25% van het totale programma bestaat uit sociale huurwoningen. Daarnaast heeft initiatiefnemer een inspanningsverplichting op zich genomen inhoudende de realisatie van minimaal 20% starterswoningen in huur- en/of koopsegment (motie 180124). De hiervoor genoemde verplichting en inspanningsverplichting zijn beide vastgelegd in de koop- en ontwikkelovereenkomst die is gesloten tussen de gemeente Leiden en initiatiefnemer. Daarnaast is de verplichte realisatie van sociale huurwoningen (tenminste 25% van het totale programma) geborgd in de Regels van dit bestemmingsplan. LEAD bestaat uit een vrijstaande toren met een hoogte van maximaal 115 meter, die uit woningen, bijbehorende voorzieningen en commerciële en maatschappelijke ruimtes bestaat, en een bouwwerk met een onderbouw met daarop twee woontorens van respectievelijk maximaal 65 meter en 85 meter. In planinitiatief LEAD wordt voorzien in een ondersteunend programma van in totaal 600 m² aan commerciële en maatschappelijke functies, waarbij een onderverdeling van maximaal 300 m2 per functie geldt. De definitieve invulling van de plint is nog onbekend.
Voor de invulling van de plint kan gedacht worden aan dienstverlenende functies zoals een kapperszaak en een schoonheidsinstituut, aan horeca en aan maatschappelijke functies zoals een fysiotherapeut of een tandartsenpraktijk. De realisatie van zelfstandige detailhandel is uitgesloten. Wat onder commerciële en maatschappelijke functies wordt verstaan, is nader gedefinieerd in de Regels van dit bestemmingsplan.
16
bestemmingsplan LEAD
Ter plaatse van de onderbouw is verder voorzien in een parkeergarage met 347 autoparkeerplaatsen. Het fietsparkeren vindt verdeeld over de bouwvolumes plaats, bestaande uit ten minste 1.700 fietsparkeerplaatsen. De beoogde doorlooptijd van de realisatie van het planinitiatief LEAD, dat in een continu bouwproces gerealiseerd zal worden, bedraagt circa 6,5 jaar. In de planontwikkeling is daarnaast rekening gehouden met (de constructie van) kunstwerken in de omgeving, zoals het Zwarte Pad viaduct. Een nadere uitwerking hiervan vindt plaats in de omgevingsvergunning activiteit bouwen voor het planinitiatief LEAD. Naast het planinitiatief LEAD wordt in het plangebied voorzien in een nieuwe nutsvoorziening ten behoeve van KPN. Deze nutsvoorziening functioneert als een 'schakelstation' waar onderhoud en aanpassingen aan het netwerk van KPN worden verricht. De woningen aan de Nieuwe Koningstraat 345 en de Willem de Zwijgerlaan 177 dienen te worden gesloopt alvorens het planinitiatief LEAD kan worden gerealiseerd. De sloop van de woningen valt echter buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan.
2.3.2.2 Stedenbouw Voor de ontwikkeling van plannen in de bestaande stad is het van belang dat deze ontwikkeling aansluit bij de omgeving. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen de directe omgeving, de aansluitende straten, gebouwen en buurten en het grotere geheel van de wijk, stadsdeel en stad. De beoordeling voor de inpassing in de directe omgeving is gevat in enerzijds criteria ten aanzien van fysieke aspecten als wind en schaduw en anderzijds in criteria onder 'eyeline': de belevingskwaliteit van gebouwdelen vanaf maaiveld. De beoordeling voor de inpassing in de grotere omgeving is gevat in criteria onder 'skyline': de belevingskwaliteit van gebouwdelen die zichtbaar zijn op grotere afstand.
17
bestemmingsplan LEAD
Fig. 2.2 Impressies planinitiatief LEAD (bron: Powerhouse Company) Inpassing in directe omgeving Op het niveau van de directe omgeving sluit de nieuwbouw aan op de stedenbouwkundige opzet van de aangrenzende wijk, in het bijzonder het patroon van rooilijnen en bouwblokken. De onderbouw van het plan sluit aan op de rooilijn aan de Willem de Zwijgerlaan en voltooit het bouwblok in combinatie met de bestaande gebouwen uit de omgeving: het 150 kV station en het appartementengebouw Koningsstaete.
18
bestemmingsplan LEAD
Fig. 2.3 Voltooiing van het bouwblok en reactie op rooilijnen (bron: Nota van Uitgangspunten) Daarnaast is de kwaliteit die de nieuwbouw aan de locatie toevoegt van belang. Het toevoegen van kwaliteit uit zich in de parkinrichting en de levendigheid van de bebouwing aansluitend op het maaiveld. Met de parkinrichting wordt een groene verblijfsruimte aan de locatie toegevoegd. De woningen en entrees in de onderbouw bieden beweging en zicht op de parkruimte. Tot slot zijn van belang de fysieke condities als wind en schaduw. Deze bepalen voor een belangrijk deel de verblijfskwaliteit op en rondom de locatie en woonkwaliteit in de omliggende bebouwing. Op deze aspecten wordt in paragraaf 4.10 Hoogbouweffectrapportage van deze toelichting nader ingegaan. Inpassing in de grotere omgeving Op het niveau van de grotere omgeving is het plan herkenbaar door drie woontorens, met een eigen vormgeving en een eigen richting. De voorgenomen ontwikkeling sluit met haar drie hoogte accenten aan op de bestaande stedelijke bebouwing. De gebouwen langs de Willem de Zwijgerlaan hebben een oplopende tred. Op dit moment eindigt de stedelijke wand met Skyline Next. De gemeente heeft op deze plek het door zetten van deze wand en een hoogte accent voorzien. Dit blijkt onder andere uit de Verstedelijkingsnotitie Leiden en de voor onderhavig plan vastgestelde Nota van Uitgangspunten.
Ook in de in het verleden opgestelde "SPvE Nieuw Leyden veld 5 en 6" zijn stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangspunten geformuleerd. Op de planlocatie is destijds al hogere bebouwing voorgesteld. Langs de Willem de Zwijgerlaan is in het "SPvE Nieuw Leyden veld 5 en 6" een opeenvolging van bouwmassa's voorzien met aan het einde een hoogteaccent en karakteristiek gebouw dat de overgang vormt naar de groene overkluizing van de Willem de Zwijgerlaan. Met het planinitiatief LEAD wordt de stedelijke wand aan de Willem de Zwijgerlaan, reeds bestaande uit bebouwing met een bouwhoogte van 50 tot 60 meter, door middel van ritmische bebouwing afgemaakt. De rooilijn van LEAD sluit aan de westzijde aan op Skyline Next en door de knik in het ontwerp sluit het eveneens aan op de oostelijke bebouwing. De afstanden tussen de te realiseren woontorens bieden doorzichten vanuit verschillende richtingen. Door de afgeschuinde gevels zijn de woontorens slank. De woontorens zijn ten
19
bestemmingsplan LEAD
opzichte van elkaar gedraaid, waardoor een wisselend beeld ontstaat en laten voldoende ruimte open om niet een wand te vormen. Het ensemble van torens is zo geschikt en ontworpen dat minimale hinder door schaduw, zicht en wind ontstaat. Om aantasting van de groene ruimte binnen en buiten de stad te voorkomen en genoeg ruimte over te houden voor het programma, gelet op de woningbouwopgave, is ervoor gekozen de vrijstaande toren ranker en hoger te maken. Hierdoor kunnen doorzichten en bezonning worden gegarandeerd en gaat het initiatief niet ten koste van erfgoed- en omgevingswaarden. De vrijstaande woontoren maakt stedenbouwkundig een krachtige compositie en zorgt door de compacte positie en oplopende volumes niet voor een massieve en hoge wandwerking. Voor nadere informatie over de uitgevoerde Hoogbouweffectrapportage wordt verwezen naar paragraaf 4.10. Conclusie De conclusie is dat het plan op verschillende schaalniveaus een kwalitatieve bijdrage levert aan het stadsbeeld en stedenbouwkundig gezien op een verantwoorde en zorgvuldige wijze is ingepast.
2.3.2.3 Beeldkwaliteit In de uitwerking van het bouwplan is rekening gehouden met de aspecten van beeldkwaliteit, zoals opgenomen in paragraaf 4.2, onderdeel 'e' van de Nota van Uitgangspunten. Onderdelen hiervan zijn: het mee ontwerpen van de beëindiging van de torens; het onttrekken van technische voorzieningen aan het zicht vanaf de openbare weg; het ontwerpen van daken als 'vijfde' gevel het voorkomen van blinde geveldelen op de begane grond; kwaliteitseisen aan het nachtbeeld (verlichtingsplan); een zorgvuldige detaillering van de aansluitingen van de verschillende bouwdelen, geveldelen en materialen, alsmede verfijning van de architectuur op de verschillende schaalniveaus; en de materiaaltoepassing, die gebaseerd dient te zijn op het principe dat het materiaal mooier wordt naarmate het ouder wordt. Het uitgewerkte bouwplan voor planinitiatief LEAD is reeds een aantal malen in het collegiaal overleg van welstand behandeld (29-01-2020 en 11-03-2020). Hieruit bleek dat aan een groot deel van de onderdelen van beeldkwaliteit wordt voldaan. Door het mee ontwerpen van de beëindiging van de torens, strookt de hiërarchie van de torens met de volumes en ontstaat een herkenbaar silhouet (zie paragraaf 2.3.2.2 voor een nadere beschrijving).
Daken zijn als 'vijfde' gevel ontworpen en de begane grond wordt voorzien van open gevels, waardoor een aansluiting op de groene verblijfsruimte wordt gecreëerd. In de planuitwerking wordt nader aandacht besteed aan het nachtelijke verlichtingsplan, de detaillering en de materiaaltoepassing. Voor laatstgenoemde is het uitgangspunt dat de gevelmaterialen steenachtig en fors geprofileerd zijn, waarbij het toepassen van duurzame en mooi verouderende materialen een uitgangspunt is. In figuur 2.2 zijn een aantal impressies van het planinitiatief LEAD weergegeven. Deze impressies geven het zicht vanaf de openbare weg, de open gevels op de begane grond alsmede de mee ontworpen daken en beëindiging van de torens weer. Het aspect beeldkwaliteit is uiteindelijk verwerkt in de ingediende aanvraag om omgevingsvergunning, onderdeel bouwen, die (onder meer) gecoördineerd wordt met onderhavig bestemmingsplan.
20
bestemmingsplan LEAD
2.3.2.4 Bereikbaarheid De beoogde ontwikkeling genereert verkeer van en naar het plangebied. Hoewel de hoeveelheid autoverkeer wordt beperkt doordat planinitiatief LEAD niet op traditionele wijze wordt ingericht en sterk wordt ingezet op andere vormen van transport dan van autogebruik, blijft sprake van extra verkeersbewegingen. Om de bereikbaarheid van de omliggende woongebieden te kunnen garanderen is een verkeersonderzoek uitgevoerd naar de te verwachten verkeersdruk op de bestaande infrastructuur en een alternatievenonderzoek naar andere ontsluitingsmogelijkheden van het plangebied. Ook heeft er een gemeentelijke verkeersstudie plaatsgevonden. Zie paragraaf 4.8 voor meer informatie. Uit de diverse studies is gebleken dat het planinitiatief LEAD voor de ontsluiting gebruik kan maken van de bestaande infrastructuur. Een dergelijke ontsluiting heeft, na uitvoering van enkele ondergeschikte maatregelen, het minste impact op de verkeersafwikkeling en garandeert de bereikbaarheid van de omliggende woongebieden. De nieuwe KPN-locatie wordt eveneens ontsloten via de bestaande infrastructuur en wordt bereikt middels de inrit aan de Nieuwe Koningsstraat. Het planinitiatief LEAD wordt door de parkinrichting ter plaatse van het plangebied goed aangesloten op de bestaande aangrenzende fiets- en voetgangersinfrastructuur.
De entrees van de fietsenstallingen zijn op de hoofdfietsroutes georiënteerd. Het vormt een aansluiting op de huidige parkroute, die zorgt voor een goede verbinding voor langzaam verkeer van en naar de binnenstad. Zoals eerder aangegeven ligt het station Leiden op 5 fietsminuten en circa 10 à 15 loopminuten vanaf de planlocatie.
2.3.2.5 Openbare ruimte Als gevolg van de geringe footprint van het planinitiatief, resteert er voldoende openbare ruimte die zich leent voor een inrichting als stadspark. In deze paragraaf wordt de inrichting van de beoogde openbare ruimte beschreven. De feitelijke inrichting van de openbare ruimte vormt echter geen onderdeel van onderhavig bestemmingsplan. Uitgangspunt voor de inrichting van de openbare ruimte betreft het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte. Het planinitiatief voorziet in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Het maakt verbinding met het bredere groene netwerk, het sluit aan op het Noorderpark, de singel en het nieuwe Energiepark.
Fig. 2.4 aansluiting stadspark planinitiatief LEAD op het bredere groen netwerk (bron: Delva) 21
bestemmingsplan LEAD
Het doel van de inrichting van de openbare ruimte is het creëren van een gezond en levendig stadspark. Dit wordt mede bereikt door mobiliteit en slimme parkeergelegenheid te integreren - zo wordt het fietsparkeren onder andere gefaciliteerd in de buurt van de hoofdingangen van de gebouwen en de commerciële ruimte - en het bieden van diversiteit en activering van de begane grond door strategisch geplaatste voorzieningen en programma's. Ze vormen een plek om te verblijven, dit te midden van groen en een stedelijk plein tussen de vrijstaande toren en het bouwwerk met een onderbouw en daarop twee woontorens. Alle paden worden toegankelijk vormgegeven, zodat inclusiviteit in de hele ontwikkeling wordt gewaarborgd. De parkruimte wordt bezet met een diversiteit van bomen en planten, waarbij er in principe gekozen wordt voor bomen en planten met een ecologische waarde. Onder de bomen komt een onderlaag van beplanting.
Fig. 2.5 groeninvulling voorlopig ontwerp (bron: Delva)
Rond het stedelijk plein worden groene eilanden gecreëerd. Deze groene eilanden kunnen worden gebruikt om te ontspannen of te spelen. Beplanting in deze groene eilanden draagt bij aan de biodiversiteit. Het stedelijk plein zelf is een multifunctioneel plein tussen de groene eilanden. Het plein vormt een verbinding tussen de gebouwen. Tot slot wordt de openbare ruimte voorzien van een sportieve speelplek en wordt gestreefd om de aanwezige Drakentuin op de huidige locatie te behouden.
2.3.3
Duurzaamheid
Duurzaamheid staat in Leiden hoog in het vaandel. In het duurzaamheidsbeleid van gemeente Leiden (waaronder het Programma Leiden Duurzaam 2030) wordt er zoveel mogelijk toegewerkt naar integrale oplossingen. Hierin worden thema's per locatie geprioriteerd naar volgorde van belangrijkheid:
22
bestemmingsplan LEAD
2.3.3.1 Klimaatadaptatie en biodivers vergroenen Klimaatadaptief ontwerpen vormt een randvoorwaarde voor een duurzame (stads)ontwikkeling als het planinitiatief LEAD. Door het verminderen van verharding en het (tijdelijk) bergen van water is het planinitiatief LEAD voorbereid op klimaatverandering en het opvangen van steeds grotere hoeveelheden regenwater. Door het toevoegen van planten, bomen en beschutting voor dieren en insecten in het parklandschap en de daken ontstaat een groene omgeving die bijdraagt aan de verkoeling van de gebouwen, infiltratie en verdamping van hemelwater en aan lokale biodiversiteit. De beplanting is rijk aan soorten en biedt daarmee een grote diversiteit, hierdoor is de beplanting ecologisch van groot belang voor de verschillende soorten fauna. De beplanting draagt daarnaast bij aan het terugdringen van hittestress en het voorkomen en anticiperen op droogte. Ook de boomkeuze is gemaakt vanuit de specifieke standplaatseisen, bomen op het parkeerdek, bomen die een goede bestendigheid hebben voor wind en bomen die van ecologische waarde zijn. Daarnaast voorziet het planinitiatief LEAD in daktuinen voorzien van een groene inrichting. In vergelijking met de bestaande situatie neemt het percentage groen licht toe. Deze toename wordt gerealiseerd door de aanleg van nieuw groen, het groen op de daktuinen en het groen op de parkeergarage.
Daarnaast neemt de hoeveelheid verharding iets af. Het systeem van waterretentie op daken en het dek van de parkeergarage, zorgt voor het opslaan van regenwater en tegelijkertijd voeding voor het groen. Op de daken van de woontorens, de daktuinen en het parkeerdek, wordt waterberging in kratten gerealiseerd.Een Smart Flow control systeem zorgt voor het voorzien van water voor het groen. Daarnaast zorgt dit systeem ervoor dat de waterberging geledigd wordt wanneer een extreme bui wordt verwacht. De combinatie van de afname van de hoeveelheid verharding, de groene inrichting op onder andere de daktuinen en de waterberging in kratten zorgt ervoor dat planinitiatief LEAD bijdraagt aan lokale biodiversiteit en natuurwaarden, en rekening houdt met de waterveiligheid en de gevolgen van klimaatverandering op de waterhuishoudkundige situatie. Voor het borgen van de waterberging is een voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen. Tevens is een regeling voor de daktuinen opgenomen.
2.3.3.2 Energietransitie Het planinitiatief LEAD is ontworpen volgens de trias energetica: 1. minimalisering van de energie vraag; 2. maximalisatie van het aandeel hernieuwbare energie; en 3. het zo efficiënt mogelijk inzetten van niet hernieuwbare energie. Het plan is gasloos ontworpen. Energie wordt ter plaatse opgewekt met een warmte en koude opslagsysteem in de bodem en pv-panelen op de daken. Daarnaast wordt het energieverbruik geminimaliseerd door het toepassen van een zeer hoge isolatiewaarde voor gevels en daken, het gebruik van driedubbel glas in alle ramen en het toepassen van een innovatieve techniek van Smart Windows: Slimme raamkozijnen die energie opwekken en geïntegreerd zijn met sensoren die automatisch zonwering aansturen om energie te besparen. Het toepassen van CO2 gestuurde ventilatie in de woningen en het terugwinnen van warmte in douche en bad, zorgt voor een verdere optimalisering van het energiegebruik. Deze technieken resulteren in een zeer gunstige Energie Prestatie Coëfficiënt die ruim verder gaat dan de huidige regelgeving (Bouwbesluit). Er wordt voldaan aan de BENG concept eisen van eind 2018 en het planinitiatief valt daarmee ruim onder de BENG eisen zoals deze met ingang van 1 januari 2021 ingevoerd worden. Het doel is derhalve BENG+. Daarnaast wordt ook voor wat betreft de EPC ruimschoots aan de minimale eisen voldaan.
Het doel is een EPC van 0,25 of lager tegenover de minimale eis van 0,4 voor woningen. Naast de energietransitie op woningniveau, draagt het plan ook bij aan de mobiliteitstransitie. Er wordt een ondergrondse dubbellaagse parkeergarage gerealiseerd, welke voldoende ruimte biedt voor duurzame mobiliteit. Er komt een oplaadsysteem voor elektrische auto's, fietsen en 23
bestemmingsplan LEAD
andere vervoersmiddelen. Dit systeem zorgt ervoor dat laadtijden worden gespreid waardoor de capaciteit binnen de ontwikkeling sterk kan worden uitgebreid ten opzichte van een standaard oplaadsysteem. Conform het aspect duurzame mobiliteit uit de Nota van Uitgangspunten LEAD is 10% van het totaal aantal autoparkeerplaatsen geschikt voor het opladen van elektrische auto's. Verder worden in overeenstemming met de regels van het Bouwbesluit voorbereidingen getroffen om het aantal oplaadpunten in de parkeergarage verder uit te breiden. Met een ruime inpandige fietsenstalling in alle bouwdelen met een totale capaciteit van meer dan 1700 fietsen wordt het fietsgebruik gestimuleerd. De verschillende inen uitgangen van de fietsenstalling sluiten op een logische manier aan op de fietsroutes in en om Leiden. Hierdoor bereiken de bewoners van LEAD het Centraal Station Leiden binnen 5 fietsminuten.
2.3.3.3 Circulaire economie Het planinitiatief LEAD draagt bij aan de landelijke en gemeentelijke doelstelling om de economie uiterlijk in 2050 volledig circulair te maken. De bijdrage van het planinitiatief LEAD aan deze doelstelling wordt vormgegeven door al in een vroeg stadium te kijken naar herbruikbaar materiaalgebruik, reeds gerecyclede materialen toe te passen, bouwmethoden te gebruiken die het mogelijk maken bouwdelen op een circulaire manier te (de)monteren en het verminderen van bouwafval. Dit zal uiteindelijk worden vastgelegd in een Materialenpaspoort. Hierin wordt onder andere vastgelegd welke materialen er worden gebruikt, waar ze in het gebouw aanwezig zijn en hoe deze bij geheel of gedeeltelijke verandering van het gebouw zijn te hergebruiken.
2.3.3.4 Overig Naast de thema's Klimaatadaptatie en biodivers vergroenen, Energietransitie en Circulaire economie resulteert LEAD ook in een duurzame woningvoorraad. Met een veelvoud van gelijkvloerse appartementstypes is er ruimte voor iedereen in LEAD. Door het diverse woningaanbod wordt gehoor gegeven aan het woningtekort voor onder andere starters en doorstromers. Door de gunstige ligging ten opzichte van het openbaar vervoer en de vele voorzieningen in de buurt zijn ook voor senioren deze gelijkvloerse en goed toegankelijke woningen uitermate geschikt. LEAD maakt onderdeel uit van een open samenleving waarin iedereen zich veilig kan voelen, toegang kan hebben tot voorzieningen, en kan deelnemen aan de gemeenschap. Dit is ook terug te zien in het aandeel sociale huurwoningen. LEAD sluit aan bij de gemeentelijke doelstelling van een inclusieve stad. Een stad waarin iedereen meedoet. Een duurzame stad.
24
bestemmingsplan LEAD
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
3.1
Europees en nationaal beleid
3.1.1
Europese Dienstenrichtlijn
3.1.1.1 Beleidskader Eisen aan de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit dienen te voldoen aan voorwaarden die daaraan worden gesteld door de Europese Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG). Uit inmiddels vaste jurisprudentie volgt dat beperkingen voor detailhandel die in een bestemmingsplan zijn opgenomen, eisen zijn zoals bedoeld in de Dienstenrichtlijn en derhalve getoetst dienen te worden aan de Dienstenrichtlijn. De Dienstenrichtlijn is gebaseerd op het Europese uitgangspunt van een vrije interne markt en vrijheid van vestiging van dienstverrichters. In beginsel is de Dienstenrichtlijn van toepassing op alle diensten die daarvan niet uitdrukkelijk zijn uitgesloten. De dienstenactiviteiten waar de richtlijn betrekking op heeft, vormen een diverse en voortdurend veranderende verzameling van activiteiten die zowel zakelijke diensten als consumentendiensten betreffen. De nationale regels die invloed hebben op de toegang tot en het uitoefenen van deze diensten moeten voldoen aan de Dienstenrichtlijn.
3.1.1.2 Onderzoek Gelet op het gestelde in bijlage 3 Toets Dienstenrichtlijn, zijn de maatregelen in het bestemmingsplan die onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn vallen, in overeenstemming met de voorwaarden die gelden op grond van artikel 15 van de Dienstenrichtlijn.
3.1.1.3 Conclusie De Dienstenrichtlijn vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.
3.1.2
Nationale Omgevingsvisie
3.1.2.1 Beleidskader Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.
25
bestemmingsplan LEAD
Fig. 3.1 Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie) De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen
3.1.2.2 Onderzoeksresultaten In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;
26
bestemmingsplan LEAD
Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Voor wat betreft de volgende nationale belangen “Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving”, “Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit” en “Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving” wordt verwezen naar de milieuonderzoeken, zoals die in Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten (kruisverwijzing) aan de orde komen. Het realiseren van een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften behelst een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken, is een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Zie verder onder paragraaf 3.1.4 en 3.2.2.2. Voor de nationale belangen “Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid “en “Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater” wordt verwezen naar paragraaf 4.9 Water. In paragraaf 4.1 Archeologie, 4.2 Cultuurhistorie en 4.10 Hoogbouweffectrapportage wordt aandacht besteed aan onder andere cultureel erfgoed in het plangebied; dit raakt aan nationaal belang “Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang”.
3.1.2.3 Conclusie De Nationale Omgevingsvisie staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
3.1.3.1 Beleidskader Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van lagere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Ook de bescherming van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden, zoals de Limes, is in het Barro vastgelegd. Dit is inmiddels doorvertaald in de provinciale structuurvisie en verordening.
27
bestemmingsplan LEAD
3.1.3.2 Onderzoeksresultaten Met het opstellen van dit bestemmingsplan is het Barro als uitgangspunt genomen. Het planinitiatief LEAD en de realisatie van het nieuwe KPN gebouw spelen zich af op lokaal niveau en conflicteren niet met het ruimtelijke ordeningsbeleid op nationaal niveau.
3.1.3.3 Conclusie Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
3.1.4
Besluit ruimtelijke ordening
3.1.4.1 Beleidskader In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek is ingevoerd ter vervanging van de voorheen geldende. Het aangepaste artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan (of uitgebreide omgevingsvergunning, red.) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
3.1.4.2 Onderzoeksresultaten De ladder van duurzame verstedelijking is nader uitgewerkt in de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. De onderzoeksresultaten worden derhalve weergegeven in de betreffende paragraaf 3.2.2.2.
3.1.4.3 Conclusie Het Besluit ruimtelijke ordening staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
28
bestemmingsplan LEAD
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1
Provinciale omgevingsvisie
3.2.1.1 Beleidskader Per 1 april 2019 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid.
Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling. 1. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in
29
bestemmingsplan LEAD
principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. 2. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. 3. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat.
Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.