210049 Bijlage 1. Zienswijzennota LEAD, d.d. mei 2021 (err.verwerkt)
Tekst van het document
Geen.
Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn. Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige
Geen.
80/686
25.7
25.8
25.9
De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.
Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een
omvang. Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen.
Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van
Geen.
Geen.
Geen.
81/686
door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.
26.1
Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.
26.2
Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze
deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief. Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan.
Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project. Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279
Geen.
Geen.
82/686
straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.
26.3
26.4
26.5
De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.
verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan.
Geen.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.
Geen.
83/686
26.6
26.7
26.8
Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.
De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme
Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn. Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang. Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark.
Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor
Geen.
Geen.
Geen.
84/686
hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.
26.9
Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.
27.1
Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een
duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan.
Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief. Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten
Geen.
Geen.
85/686
27.2
27.3
ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.
zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken.
Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project.
De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan.
Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen.
Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Geen.
Geen.
86/686
27.4
27.5
Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.
Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd. Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd.
Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn. Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang. Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40
Geen.
Geen
87/686
27.6
27.7
27.8
De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.
Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.
centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het
Geen.
Geen.
Geen.
88/686
28.1
Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.
28.2
Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.
28.3
De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De
bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief. Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen.
Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project. Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief
Geen.
Geen.
Geen.
89/686
28.4
28.5
28.6
verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.
Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.
LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.
Geen.
Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn.
Geen.
90/686
28.7
28.8
De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.
Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang.Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan.
Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het
Geen.
Geen.
91/686
28.9
Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.
29.1
Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.
29.2
Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo
ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief.
Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project.
Geen.
Geen.
Geen.
92/686
veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.
29.3
29.4
29.5
De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.
Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan.
Geen.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent
Geen.
93/686
overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.
29.6
29.7
Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.
De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden
Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn. Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang.Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark.
Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit.
Geen.
Geen.
94/686
29.8
29.9
onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.
Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.
Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen.
In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief. Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen.
Geen.
Geen.
95/686
30.1
30.2
30.3
30.4
Door het realiseren van de grote hoeveelheid woningen zal het verkeer, met name aan de westzijde van het project, in intensiteit enorm toenemen. Dit leidt tot ernstige verkeersoverlast. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat. Voor velen is het niet mogelijk gebruik te maken van openbaar vervoer, autodelen of de fiets en is autobezit een vereiste. Het bezoekersparkeren zal ten laste komen van de wijken Groenoord-Zuid en Nieuw Leyden. Er is op dit moment al een parkeerprobleem wat niet opgelost lijkt te gaan worden. Er is de keuze gemaakt veel woningen te realiseren door te kiezen voor appartementen en hoogbouw. Er is geen onderbouwing vanuit de gemeente dat dit aansluit bij de behoefte in de markt, of dat dit aansluit bij de identiteit van de stad. Op dit moment is sprake van schaarste op de woningmarkt in alle segmenten, maar specifiek in Leiden zijn relatief veel jonge, hoogopgeleide starters die op zoek zijn naar een eengezinswoning. Het is belangrijk dat deze groep behouden blijft.
Voor de realisatie van het project worden veel volwassen bomen gekapt. Dat is niet te verantwoorden, zeker niet als niet wordt voorzien in meervoudige compensatie. Om de gevolgen van klimaatverandering te beperken zullen bomen bijgeplant moeten gaan worden. De
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.
Geen.
Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn.
Geen.
Geen.
96/686
conceptmaterialisatie van beton en staal is verre van duurzaam.
Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang. Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan.
Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Ten aanzien van de gevolgen van klimaatverandering wordt erop gewezen dat LEAD klimaatadaptief is ontworpen. Er worden planten, bomen en beschutting voor dieren en insecten in het parklandschap en de daken toegevoegd. De beplanting levert een grote bijdrage aan de biodiversiteit en draagt bij aan het terugdringen van hittestress en het voorkomen van en anticiperen op droogte. Ook worden op de daken en het dek van de parkeergarage systemen van waterretentie toegepast, die regenwater opslaan en het groen voeden. De hoeveelheid groen neemt door realisatie van dit project toe en de hoeveelheid verharding neemt af. De combinatie van de afname van de hoeveelheid verharding, de groene inrichting op onder andere de daktuinen en de waterberging in kratten zorgt ervoor dat planinitiatief LEAD bijdraagt aan lokale biodiversiteit en natuurwaarden, en rekening houdt met de waterveiligheid en de gevolgen van klimaatverandering op de waterhuishoudkundige situatie. Ten aanzien van de materialisatie wordt nog opgemerkt dat wordt gekeken tot in hoeverre gerecyclede materialen kunnen worden toegepast en bouwmethoden kunnen worden gebruikt die het mogelijk maken bouwdelen op een circulaire manier te
97/686
30.5
Er is een participatietraject gestart, maar met de uitkomst is nooit iets gedaan. Er mocht niet gesproken worden over de hoeveelheid te realiseren woningen, waar de kern van het probleem zit.
30.6
De hoogte van de torens past niet bij het karakter van de stad met historische identiteit en laagbouw.
(de)monteren en het bouwafval te verminderen. Dit wordt in een Materialenpaspoort vastgelegd. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. De hoogte van de torens is nodig om voldoende woningen te kunnen realiseren zonder dat dit ten koste gaat van de groene ruimte in de stad.
Het woonprogramma realiseren binnen een veel lagere hoogte leidt tot een groot en massief blok, verlies van het stadspark en verstoring van de skyline door het zicht op een gesloten blok in de horizon. De uitgangspunten van het project, die ook zijn opgenomen in de Nota van Uitgangspunten LEAD, waaronder de duurzaamheidsambities en de in artikel 5.6.3 van het bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting om minimaal 25% sociale huurwoningen te realiseren, zouden met een lager gebouw niet goed kunnen worden gerealiseerd. Het realiseren van veel lagere woontorens zou in dat kader economisch ook niet uitvoerbaar zijn. De hoogte van de torens leidt niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verder naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project tot een kwalitatieve verbetering leidt, dat wordt voldaan aan de criteria Eyeline & Skyline zoals opgenomen in de Verstedelijkingsnotitie Leiden en dat het plan past binnen de afwijkingsmogelijkheid uit de Hoogbouwvisie. Verwezen wordt daarnaast naar de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, waarin de ruimtelijke effecten van het plan in kaart zijn gebracht en zijn afgewogen, alsmede naar de algemene themagewijze
Geen.
Geen.
98/686
31.1
Er worden zorgen geuit over het veroorzaken van files door het in- en uitrijden van auto’s uit de parkeergarage van LEAD.
32.1
Het bouwen van de torens zal zorgen voor enorme overbevolking.
32.2
Er worden zorgen geuit over het gebrek aan parkeerruimte.
32.3
LEAD kost te veel groen.
beantwoording in deze zienswijzennota. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. In het verkeersonderzoek van BOOT is verder ook de situatie gedurende de spits, en de wachtrijen die daaruit voortkomen, in ogenschouw genomen. Uit het verkeersonderzoek volgt dat de invloed van LEAD op de wachtrijen niet zodanig is, dat een verkeerskundig onaanvaardbare situatie ontstaat. Daaruit volgt dat filevorming bij de parkeergarage niet dusdanig is dat dit verkeerskundig onnaceptabel is. De gemeente heeft voor het vaststellen van het bestemmingsplan alle ruimtelijk relevante aspecten onderzocht en beoordeeld. In hoofdstuk 4 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan zijn alle ruimtelijk relevante omgevingsaspecten toegelicht. De vrees voor overbevolking is geen ruimtelijk relevant aspect dat wij hebben moeten beoordelen. Als gevolg van de verstedelijkingskeuzes van de gemeente acht zij een hogere bevolkingsdichtheid op de betreffende locatie in beginsel aanvaardbaar.