210049 Bijlage 1. Zienswijzennota LEAD, d.d. mei 2021 (err.verwerkt)
Tekst van het document
Om de gewenste ruimtelijke meerwaarde te kunnen bieden (zoals de realisatie van een hoogwaardig stadspark) is een bepaalde hoogte nodig om tot uitvoerbare plannen te kunnen komen. Het woonprogramma realiseren binnen een veel lagere hoogte leidt tot een groot en massief blok, verlies van het stadspark en verstoring van het aspect skyline door het zicht op een gesloten blok in de horizon. De uitgangspunten van het project en die ook zijn opgenomen in de Nota van Uitgangspunten LEAD, zoals ook de duurzaamheidsambities en de in artikel 5.6.3 van het bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting om minimaal 25% sociale huurwoningen te realiseren, zouden met een lager gebouw niet goed kunnen worden gerealiseerd. Het realiseren van veel lagere woontorens zou in dat kader economisch ook niet uitvoerbaar zijn.De hoogte van de torens leidt niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verder naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project tot een kwalitatieve verbetering leidt, en dat wordt voldaan aan de criteria Eyeline & Skyline zoals opgenomen in de Verstedelijkingsnotitie Leiden. Er wordt voldaan aan de afwijkingsmogelijkheid uit de Hoogbouwvisie. Verwezen wordt daarnaast naar de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, waarin de ruimtelijke effecten van het plan
Geen.
Geen.
Geen.
61/686
in kaart zijn gebracht en zijn afgewogen, alsmede naar de algemene themagewijze beantwoording in deze zienswijzennota. 16.2
De verkeersbewegingen via de Pasteurstraat zijn onwenselijk
16.3
De parkeerplaatsen zijn niet voldoende voor dit grootschalige project.
17.1
Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.
17.2
Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.
17.3
De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Dit geldt eveneens voor de Pasteurstraat. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen)en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken.
Geen.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project.
Geen.
Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze
Geen.
Geen.
Geen.
62/686
17.4
17.5
17.6
in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.
Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.
zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen)en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.
Geen.
Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn.
Geen.
63/686
17.7
17.8
De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.
Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang.Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen.Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan.
Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten
Geen.
Geen.
64/686
17.9
Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.
18.1
Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.
18.2
Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5
oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief.
Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project.
Geen.
Geen.
Geen.
65/686
keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.
18.3
18.4
18.5
De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.
Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan.
Geen.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren
Geen.
66/686
ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.
18.6
18.7
18.8
Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.
De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme
Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn. Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang.Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark.
Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor
Geen.
Geen.
Geen.
67/686
hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.
18.9
Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.
19.1
Het plan zet teveel druk op de leefomgeving
duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan.
Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief. Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. Aan de vaststelling van het bestemmingsplan ligt een uitgebreide belangenafweging ten
Geen.
Geen.
68/686
(mensen, groen, dieren).
19.2
Het plan leidt tot teveel verkeersdrukte in de wijk.
19.3
Er is te weinig parkeergelegenheid.
19.4
Indiener wijst op grondwaterstroomverstoringen.
19.5
Er is sprake van een aantasting van de skyline van Leiden
19.6
Er is sprake van vervreemding door monolieten van voor Leiden ongekende hoogten.
grondslag. In die belangenafweging zijn de belangen van de toenemende Leidse woningbehoefte afgewogen tegen de ruimtelijke effecten van het planinitiatief LEAD. Daarbij zijn onder meer de effecten op het woon- en leefklimaat van omwonenden, de effecten op de natuur en het behouden en het realiseren van een groene omgeving onderzocht (zie hoofdstuk 3 en 4 van de toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlagen bij de toelichting bij het bestemmingsplan). Uit die onderzoeken is gebleken dat het planinitiatief LEAD aanvaardbaar is. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen. In het kader van de totstandkoming van het ontwerpbestemmingsplan heeft een watertoets, inclusief een vooroverleg met het Hoogheemraadschap Rijnland, plaatsgevonden.
Het Hoogheemraadschap is akkoord met de ontwikkelingen van het bestemmingsplan en uit de watertoets blijkt dat het aspect water niet aan de uitvoering van het bestemmingsplan in de weg staat. Daarbij wordt gewezen op bijlage 26 bij de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. Die bijlage bevat de waterparagraaf met maatregelen ter voorkoming van negatieve effecten op het grondwater (zie blz. 5). Voor grondwaterstroomverstoringen hoeft dus niet te worden gevreesd. Om de gevolgen van het planinitiatief LEAD voor onder andere het beschermd stadsgezicht van Leiden te kunnen bepalen, is door RED Company en Powerhouse Company een zichtlijnenonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek van RED Company en Powerhouse Company maakt onderdeel uit van de Hoogbouweffectrapportage die als bijlage 27 bij het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen. In paragraaf 5.2.6 van deze zienswijzennota wordt daar uitgebreid op ingegaan. Hieruit blijkt dat geen sprake is van een onevenredige aantasting van de (karakteristieke) zichtlijnen en eveneens geen onevenredige effecten op de cultuurhistorische waarden van de binnenstad optreden als gevolg van het plan LEAD. Ook wordt daar toegelicht dat het planinitiatief LEAD past binnen de bebouwing in de wijk.
Wij begrijpen uit de zienswijze dat de indiener vreest dat de hoogbouw van het planinitiatief LEAD niet past binnen de omgeving en het stadssilhouet van de gemeente.
Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
69/686
20.1
De hoogte van de gebouwen past niet in het beeld van de historische stad Leiden en veroorzaakt horizonvervuiling. De bouw is niet passend bij de wijk.
20.2
Er worden zorgen geuit over windhinder veroorzaakt door de hoogte van de gebouwen.
20.3
Er worden oude waardevolle bomen aan de zijde van Nieuw Leyden gekapt.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat wordt voldaan aan de criteria van eyeline & skyline zoals opgenomen in de Hoogbouwvisie. Gelet daarop delen wij de mening van indiener dat door de torens sprake is van vervreemding, niet. Om de gevolgen van het planinitiatief LEAD voor onder andere het beschermd stadsgezicht van Leiden te kunnen bepalen, is door RED Company en Powerhouse Company een zichtlijnenonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek van RED Company en Powerhouse Company maakt onderdeel uit van de Hoogbouweffectrapportage die als bijlage 27 bij het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen. In paragraaf 5.2.6 van deze zienswijzennota wordt daar uitgebreid op ingegaan. Hieruit blijkt dat geen sprake is van een onevenredige aantasting van de (karakteristieke) zichtlijnen en eveneens geen onevenredige effecten op de cultuurhistorische waarden van de binnenstad optreden als gevolg van het plan LEAD. Ook wordt daar toegelicht dat het planinitiatief LEAD past binnen de bebouwing in de wijk. Van horizonvervuiling is dan ook geen sprake. . Wij merken hierbij op dat horizonvervuiling een subjectief begrip is dat wordt getoetst aan de geldende (beleidsmatige) kaders van de gemeente. Wij verwijzen voor een bespreking van deze zienswijze naar paragraaf 5.2.4 van deze zienswijzennota.
Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare verslechtering van het windklimaat optreedt. De gemeente Leiden beschikt over De Groene Kaart 2017. Op deze kaart heeft de gemeente Leiden beschermde bomen vastgelegd. De Groene Kaart is gebaseerd op de Bomenverordening. Op de Groene Kaart zijn zowel de waardevolle bomen als de monumentale bomen en herdenkingsbomen weergegeven. Geen van deze categorieën bomen doen zich voor in het plangebied. Wel zijn er bomen in het plangebied gelegen die effect kunnen ondervinden als gevolg van het planinitiatief LEAD. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn. Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang. Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de
Geen.
Geen.
Geen.
70/686
20.4
20.5
Er is al sprake van een tekort aan parkeerruimte in de wijk, en er komen niet voldoende parkeerplaatsen bij om alle bewoners van LEAD van een parkeerplaats te voorzien. Dit zal zorgen voor parkeeroverlast. De verkeersdrukte op de Willem de Zwijgerlaan zal toenemen en dit zal zorgen voor extra verkeersoverlast en verkeersopstoppingen.
20.6
Het plan om af te wijken van de Hoogbouwvisie is verkeerd en de onderbouwing daarvoor is zeer zwak.
21.1
De torens worden te hoog, waardoor zicht en zon wordt ontnomen voor woningen/bewoners.
omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen.
Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. De afwijking van hoogbouwvisie met het Planinitiatief LEAD is conform de Hoogbouwvisie toegepast en is uitgebreid onderbouwd. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota. Daar wordt de afwijking, plus de onderbouwing van de afwijking van de Hoogbouwvisie uitgebreid toegelicht. Vooraf merken wij op dat er geen recht op blijvend vrij uitzicht bestaat. Dat het uitzicht van omwonenden verandert is niet uitgesloten, maar is ook inherent aan een ruimtelijke ontwikkeling als de voorliggende. Bepalend is of het uitzicht niet onevenredig wordt aangetast en het plan ruimtelijk kan worden ingepast. Aan de vaststelling van het bestemmingsplan ligt een uitgebreide belangenafweging ten
Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
71/686
grondslag. In die belangenafweging zijn de belangen van de toenemende Leidse woningbehoefte afgewogen tegen de ruimtelijke effecten van het planinitiatief LEAD. Daarbij is onderzocht of het project past bij de bebouwing in de omgeving en sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (zie hoofdstuk 4 van de toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlagen bij de toelichting bij het bestemmingsplan, in het bijzonder de uitgevoerde Hoogbouweffectrapportage ). Uit die onderzoeken is gebleken dat het planinitiatief LEAD past bij de bebouwing in de omgeving en met het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen zijn voor het woon- en leefklimaat van de omwonenden.
21.2
De hoogte van de torens past niet in het aangezicht van Leiden.
21.3
Er kunnen tussen de woontorens windgangen ontstaan, wat tot gevaarlijke situaties kan leiden.
21.4
De ontsluiting komt door de extra bewoners in gevaar. De verkeerssituatie wordt gevaarlijker.
Met betrekking tot het aspect bezonning wordt naar paragraaf 5.2.7 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project niet leidt tot onaanvaardbare effecten op de mate van bezonning voor de woningen in de omgeving van het project. Om de gevolgen van het planinitiatief LEAD voor onder andere het beschermd stadsgezicht van Leiden te kunnen bepalen, is door RED Company en Powerhouse Company een zichtlijnenonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek van RED Company en Powerhouse Company maakt onderdeel uit van de Hoogbouweffectrapportage die als bijlage 27 bij het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen. In paragraaf 5.2.6 van deze zienswijzennota wordt daar uitgebreid op ingegaan. Hieruit blijkt dat geen sprake is van een onevenredige aantasting van de (karakteristieke) zichtlijnen en eveneens geen onevenredige effecten op de cultuurhistorische waarden van de binnenstad optreden als gevolg van het plan LEAD. Ook wordt daar toegelicht dat het planinitiatief LEAD past binnen de bebouwing in de wijk. Wij verwijzen voor een bespreking van deze zienswijze primair naar paragraaf 5.2.4 van deze zienswijzennota. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare verslechtering van het windklimaat optreedt.
Daarnaast wordt benadrukt dat in het onderzoek naar het windklimaat ook de effecten van de versnelling van wind tussen gebouwen door is onderzocht. Uit het onderzoek is gebleken dat zowel in de zomer- als in de wintermaanden geen risico op windgevaar bestaat zodat van gevaarlijke situaties geen sprake is. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan.
Geen.
Geen.
Geen.
72/686
21.5
Er zal meer fijnstof ontstaan.
21.6
Er is al weinig groen in de buurt en dat wordt met de woontorens niet beter.
22.1
NB: De zienswijze is ingediend in het Engels maar samengevat weergegeven en beantwoord in het Nederlands aangezien het bestemmingsplan en overige besluiten ook in het Nederlands zijn opgesteld. Het aantal parkeerplaatsen is onvoldoende om aan de parkeerbehoefte van inwoners te voldoen en zal
In paragraaf 4.6.4.2 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is het aspect luchtkwaliteit beschouwd. Als gevolg van het planinitiatief LEAD neemt in 2026 de hoeveelheid fijnstof in geringe mate toe. Echter, is in paragraaf 4.6.4.2 tevens inzichtelijk gemaakt dat de luchtkwaliteit voor het jaar 2030 verbetert ten opzichte van de voorgaande jaren. Voor een verdere bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit, ook voor wat betreft fijnstof. Hoewel dit geen onderdeel is van de ontwerpbesluiten, is onderdeel van het planinitiatief LEAD dat in de openbare ruimte een hoogwaardig stadspark wordt gerealiseerd conform conform het Programma van Eisen Openbaar Gebied Planinitiatief LEAD, het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte en de Nota van Uitgangspunten. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor het project worden 33 bomen gekapt. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA (Bomen Effect Analyse), maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen.
In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen)en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen. Bezoekers moeten in beginsel op eigen terrein parkeren en het is daarom onwenselijk als het parkeertarief in de garage te veel afwijkt van het tarief op straat. Dit kan er immers toe leiden dat bezoekers alsnog op straat parkeren, omdat dit goedkoper is. De
Geen.
Geen.
Geen.
73/686
geen parkeeropties kunnen bieden voor bezoekers en/of de gebruikers van de faciliteiten van het project. Mensen zullen hun voertuig parkeren aan de andere kant van de Willem de Zwijgerlaan, omdat de parkeerkosten daar 22 keer lager zijn dan het gebied om de torens.
parkeervisie biedt in dergelijke gevallen handvatten om het beleid op straat aan te passen wanneer dergelijke problemen optreden. Zo kunnen bijvoorbeeld de reguleringstijden aangepast worden als blijkt dat er veel bezoekers na 19.30 uur op straat gaan staan, omdat het dan gratis is en er op eigen terrein betaald moet worden voor het parkeren. Ook is reeds in de parkeervisie opgenomen dat het starttarief van €0,20 voor de eerste twee uur parkeren in woongebieden wordt opgeheven. Dit maakt het kostentechnisch niet interessant om in de openbare ruimte te parkeren in plaats van op eigen terrein. Dat bezoekers zullen uitwijken naar goedkopere opties is dan ook niet aan de orde.
Voor zover indiener tevens meent dat LEAD een impact zal hebben op het uitzicht vanuit de omliggende woningen, merken wij op dat er geen recht op blijvend vrij uitzicht bestaat. Dat het uitzicht van omwonenden verandert is niet uitgesloten, maar is ook inherent aan een ruimtelijke ontwikkeling als de voorliggende. Bepalend is of het uitzicht niet onevenredig wordt aangetast en het plan ruimtelijk kan worden ingepast.
22.2
NB: De zienswijze is ingediend in het Engels maar samengevat weergegeven en beantwoord in het Nederlands aangezien het bestemmingsplan en overige besluiten ook in het Nederlands zijn opgesteld. De torens hebben een visuele impact op omwonenden en zullen leiden tot verlies aan daglicht
Aan de vaststelling van het bestemmingsplan ligt een uitgebreide belangenafweging ten grondslag. In die belangenafweging zijn de belangen van de toenemende Leidse woningbehoefte afgewogen tegen de ruimtelijke effecten van het planinitiatief LEAD. Daarbij is onderzocht of het project past bij de bebouwing in de omgeving en sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (zie hoofdstuk 4 van de toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlagen bij de toelichting bij het bestemmingsplan, in het bijzonder de uitgevoerde Hoogbouweffectrapportage ). Uit die onderzoeken is gebleken dat het planinitiatief LEAD past bij de bebouwing in de omgeving en met het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen zijn voor het woon- en leefklimaat van de omwonenden. Ten aanzien van het aspect bezonning wordt verwezen naar paragraaf 5.2.7 van deze zienswijzennota. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project niet leidt tot onaanvaardbare effecten op de mate van bezonning voor de woningen in de omgeving van het project.
Geen.
74/686
22.3
voor een groot gedeelte van het jaar. NB: De zienswijze is ingediend in het Engels maar samengevat weergegeven en beantwoord in het Nederlands aangezien het bestemmingsplan en overige besluiten ook in het Nederlands zijn opgesteld. Afgevraagd wordt of in het licht van de veranderingen in 2020, waardoor mensen vooral thuiswerken, nog wel een noodzaak bestaat voor drie torens van 115, 85 en 65 meter.
23.1
Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.
23.2
Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.
Het enkele feit dat veel mensen vanwege de huidige pandemie thuis werken, laat onverlet dat sprake is van een toenemende woningnood in de gemeente Leiden. Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan die woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken.
Geen.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project.
Geen.
Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden.
Geen.
75/686
23.3
23.4
23.5
23.6
De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.
Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan.
Geen.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.
Geen.
Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna
Geen.
76/686
alle gevallen zeer lastig zijn.
23.7
23.8
De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.
Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang. Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan.
Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant
Geen.
Geen.
77/686
23.9
Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.
24.1
De gebouwen zouden niet hoger moeten worden dan de nieuwe flatgebouwen die al gebouwd zijn aan de Willem de Zwijgerlaan
24.2
Er zouden betaalbare koopwoningen moeten komen
negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief.
Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. Om de gevolgen van het planinitiatief LEAD voor onder andere het beschermd stadsgezicht van Leiden te kunnen bepalen, is door RED Company en Powerhouse Company een zichtlijnenonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek van RED Company en Powerhouse Company maakt onderdeel uit van de Hoogbouweffectrapportage die als bijlage 27 bij het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen. In paragraaf 5.2.6 van deze zienswijzennota wordt daar uitgebreid op ingegaan. Hieruit blijkt dat geen sprake is van een onevenredige aantasting van de (karakteristieke) zichtlijnen en eveneens geen onevenredige effecten op de cultuurhistorische waarden van de binnenstad optreden als gevolg van het plan LEAD. Ook wordt daar toegelicht dat het planinitiatief LEAD past binnen de bebouwing in de wijk.
Het planinitiatief LEAD draagt bij aan het realiseren van betaalbare koopwoningen voor
Geen.
Geen.
Geen.
78/686
voor starters.
25.1
Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.
25.2
Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.
25.3
De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de
starters. Het project voorziet in de realisatie van 580 woningen en de initiatiefnemer heeft daarbij een inspanningsverplichting op zich genomen om minimaal 20% starterswoningen in huur- en/of koopsegment te realiseren (motie 180124). De inspanningsverplichting is vastgelegd in de koop- en ontwikkelovereenkomst die is gesloten tussen de gemeente Leiden en initiatiefnemer (zie par. 2.3.2.1 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan). Bovendien is de verplichte realisatie van 25% sociale huurwoningen als voorwaardelijke verplichting in planregel 5.6.3 van het ontwerpbestemmingsplan voorgeschreven. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project.
Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan.
Geen.
Geen.
Geen.
79/686
25.4
25.5
25.6
geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.
Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.