210042 Bijlage 1 e. bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan De Geus
Vastgesteld
De Geus
bestemmingsplan De Geus
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Behoefteonderzoek programma
5
Bijlage 2 Cultuurhistorie - cultuurhistorisch onderzoek stationsgebied
65
Bijlage 3 Cultuurhistorie - cultuurhistorische waardenkaart stationsgebied
154
Bijlage 4
156
Cultuurhistorie - windtunnelonderzoek molenbiotoop
Bijlage 5 Cultuurhistorie - oplegnotitie windtunnelonderzoek molenbiotoop
189
Bijlage 6
Cultuurhistorie - analyse molenbiotoop
198
Bijlage 7 Cultuurhistorie - onderbouwing Erfgoed Leiden en omstreken
215
Bijlage 8
Cultuurhistorie - verzoek ontheffing molenbiotoop
219
Bijlage 9
Cultuurhistorie - ontheffing molenbiotoop
226
Bijlage 10
Cultuurhistorie - motivering molenbiotoop De Geus
235
Bijlage 11
Ecologie - quick scan
244
Bijlage 12
Ecologie - vervolgonderzoek
253
Bijlage 13
Explosieven - PRA
256
Bijlage 14
Hoogbouw effect rapportage - windhinderonderzoek
293
2
bestemmingsplan De Geus
Bijlage 15 Hoogbouw effect rapportage - oplegnotitie windhinderonderzoek
296
Bijlage 16
Hoogbouw effect rapportage - schaduwonderzoek
299
Bijlage 17
Hoogbouw effect rapportage - zichtlijnenonderzoek
320
Bijlage 18
Stedenbouwkundige inpassing - advies supervisor
335
Bijlage 19
Milieu - geluidsonderzoek weg- en spoorweggeluid
339
Bijlage 20
Milieu - definitief besluit hogere waarden
393
Bijlage 21 Milieu - geluidsonderzoek cumulatie inclusief stemgeluid horecaterras
408
Bijlage 22
Milieu - luchtkwaliteitsonderzoek
481
Bijlage 23
Milieu - MER aanmeldingsnotitie
500
Bijlage 24
Milieu - oplegnotitie MER aanmeldingsnotitie
723
Bijlage 25
Milieu - onderzoek stikstofdepositie
729
Bijlage 26
Milieu - AERIUS sloop/bouwrijpfase
737
Bijlage 27
Milieu - AERIUS woonrijpfase
745
Bijlage 28
Milieu - AERIUS gebruiksfase
752
Bijlage 29
Milieu - besluit vormvrije MER-beoordeling
759
Bijlage 30 Milieu - oplegnotitie bij besluit vormvrije MER-beoordeling
3
763
bestemmingsplan De Geus
Bijlage 31
Onderzoek trillingshinder
768
Bijlage 32
Verkeer - verkeersonderzoek
775
Bijlage 33
Inspraaknota
814
Bijlage 34
Zienswijzennota
852
Bijlage 35
Staat van wijzigingen
899
Bijlage 36
Verbeelding
928
4
bestemmingsplan De Geus
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Behoefteonderzoek programma
5
LADDERONDERBOUWING BIOSCOOPCOMPLEX DE GEUS (LEIDEN) 6 MEI 2020
LADDER-ONDERBOUWING BIOSCOOPCOMPLEX DE GEUS (LEIDEN) 6 MEI 2020
1
INLEIDING
6
MANAGEMENTSAMENVATTING
8
LOCATIE- EN PROJECTOMSCHRIJVING DE GEUS ............................................ 10
DEEL A: LADDERONDERBOUWING BIOSCOOPCOMPLEX EN CONGRESFUNCTIE13 2
PROFIELSCHETS BIOSCOOPBRANCHE NEDERLAND ........................................ 14
3
BEHOEFTE FUNCTIE BIOSCOOP ........................................................................ 19 3.1 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED 3.2 RELEVANTE BELEIDSKADERS 3.3 ONTWIKKELING VAN DE VRAAG 3.4 ONTWIKKELINGEN VAN HET AANBOD 3.5 ACTUELE REGIONALE BEHOEFTE
4
BEHOEFTE FUNCTIE CONGRES .......................................................................... 32
5
EFFECTEN OP BIOSCOOPAANBOD EN HORECA LEIDEN ................................ 37 5.1 EFFECTEN OP BIOSCOOPAANBOD 5.2 EFFECTEN OP HORECA 5.3 INDIRECTE EFFECTEN
6
CONCLUSIE ....................................................................................................... 42
DEEL B: QUICK SCAN HORECA EN TOELICHTING OVERIGE FUNCTIES DE GEUS .. 43 7
BEHOEFTE HORECA I T/M IV ............................................................................. 43
8
BEHOEFTE OVERIGE STEDELIJKE FUNCTIES........................................................ 50
BIJLAGE 1 BIOSCOOPAANBOD BUITEN ONDERZOEKSGEBIED BIJLAGE 2 BEZOEK MULTIPLEX BIJLAGE 3 BENCHMARK VERGELIJKING BEZOEK EN AANBOD BIJLAGE 4 CONGRESMARKT
INLEIDING
AANLEIDING EN DOEL
• •
LIGGING BIOSCOOPCOMPLEX DE GEUS LEIDEN CENTRUM Bron: Bureau Stedelijke Planning
ARTIST IMPRESSION BIOSCOOPCOMPLEX DE GEUS Bron: Projectwebsite de Geus (Sustay)
OPBOUW
MANAGEMENTSAMENVATTING
•
•
•
•
•
•
•
€
€
Quick scan Horeca categorie I t/m IV
“ ”
•
•
FASTCASUAL: HAPPY ITALY Bron: Happy Italy
Behoefte overige functies •
•
FILMCAFÉ MET UITZICHT IN HET FORUM GRONINGEN Bron: Forum
1 LOCATIE- EN PROJECTOMSCHRIJVING DE GEUS
LOCATIE
FIGUUR 1 PROJECTLOCATIE DE GEUS Bron: Achtergrondkaart PDOK-viewer, bewerking Bureau Stedelijke Planning
PLAN EN PROJECT
FUNCTIE
VOORONTWERP BESTEMMINGSPLAN DE GEUS
TABEL 1 PROGRAMMERING DE GEUS Bron: Bestemmingsplan De Geus
– –
MULTIPLEX BIOSCOOP
FIGUUR 2 HET ‘DE GEUS’ GEBOUW RECHTS, MET DE PLINT MET BIOSCOOP, HORECA EN DETAILHANDEL EN WONINGEN IN DE TORENS Bron: Projectwebsite de Geus (Sustay)
DEEL A: LADDERONDERBOUWING BIOSCOOPCOMPLEX EN CONGRESFUNCTIE
DE LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING
KWANTITATIEVE EN KWALITATIEVE ONDERBOUWING
’
2 PROFIELSCHETS BIOSCOOPBRANCHE NEDERLAND
TYPEN BIOSCOPEN
•
‘
•
‘
’
•
FIGUUR 3 TYPE FILMVERTONINGEN
’
TOENAME IN AANTAL BIOSCOPEN, ZALEN EN STOELEN
TYPE
AANTAL
AANTAL ZALEN
AANTAL STOELEN
ZALEN PER BIOS
STOELEN PER ZAAL
TABEL 2 BIOSCOOPAANBOD PER 1 JANUARI 2019 Bron: NVBF, 2018
7
900
700
aantal zalen
5
600
4
500
3
400 300
2
200 1
100
FIGUUR 4 ONTWIKKELING AANTAL ZALEN EN BEZOEKERS 2005-2018 Bron: NVBF, 2018
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
0
2005
0
aantal bezoekers x miljoen
800
6
Aantal stoelen per doek Aantal doeken per filmthetater
Aantal zalen bioscoop
SPEELVELD
• • •
BEZOEK (* 1.000)
MARKTAANTAL AANDEEL (%) BIOSCOPEN
TABEL 3 MARKTAANDELEN BIOSCOOPBRANCHE Bron: NVBF, 2018
Multiplex bioscopen
STIJGING VAN HET AANTAL BIOSCOOPBEZOEKEN
AANTAL ZALEN
AANTAL STOELEN
FIGUUR 5 LANDELIJKE BEZOEKFREQUENTIE EN GEMIDDELDE STOELBEZETTING Bron: Filmfonds.nl, 2020; CBS Statline, 2020; NVBF, 2018
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN •
•
•
•
FIGUUR 6 4DX OF MX4D IS BOOMING, PATHE EN KINEPOLIS BESCHIKKEN OVER MEERDERE 4D ZALEN EN ER WORDEN MEERDERE NIEUWE ZALEN GEBOUWD Bron: Filmtotaal.nl
‘ ’
‘
’
3 BEHOEFTE FUNCTIE BIOSCOOP
3.1 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
• •
“ ”
FIGUUR 7 ONDERZOEKSGEBIED DE GEUS Bron: PDOK achtergrondkaart; Bewerking Bureau Stedelijke Planning
3.2 RELEVANTE BELEIDSKADERS NATIONAAL EN PROVINCIAAL BELEID
’
’
GEMEENTELIJK BELEID
Structuurvisie Leiden 2025
‘
’ Ontwikkelingsvisie 'Leiden, stad van ontdekkingen: profiel 2030'
‘
’ Programma Binnenstad
• • •
CONCLUSIE BELEIDSKADER
3.3 ONTWIKKELING VAN DE VRAAG
INW.
% 015
% 1525
% 2545
% 45- % 65+ GEM. HH. 65 GROOTTE
% NIETWEST ALLOCHT.
GEM. INK. PER INW. € € €
TABEL 4 DEMOGRAFISCHE KENMERKEN ONDERZOEKSGEBIED Bron: CBS Statline, 2019, inkomend betreft 2018
•
•
€
GROTE REGIONALE VERSCHILLEN IN BIOSCOOPBEZOEKEN
•
•
BIOSCOPEN NEDERLAND
TABEL 5 REGIONALE VERSCHILLEN BIOSCOOPBEZOEK Bron: NVBF, 2018
BIOSCOPEN ZUID-HOLLAND
BIOSCOPEN LEIDEN
400.000
350.000
300.000
250.000
200.000 2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
FIGUUR 8 BIOSCOOPBEZOEKEN LEIDEN Bron: NVBF, 2018
MULTIPLEX BIOSCOOP ZORGT VOOR GROTERE VRAAG
• • • •
CONCLUSIE VRAAG
2016
2017
2018
3.4 ONTWIKKELINGEN VAN HET AANBOD GROOT REGIONAAL AANBOD
NEDERLAND
ZUID-HOLLAND
LEIDEN
TABEL 6 KENMERKEN BIOSCOOPMARKT NEDERLAND, ZUID-HOLLAND EN LEIDEN Bron: NVBF, 2018; Statline, 2020
AANBOD ONDERZOEKSGEBIED
NAAM BIOSCOOP PLAATS
TYPE
AANTAL STOELEN
AANTAL ZALEN
AFSTAND TOT STATIONSGEBIED
TABEL 7 BIOSCOOP- EN FILMTHEATERAANBOD (EXCLUSIEF FILMTHEATER KLEIN) REGIO LEIDEN
•
•
•
BENCHMARKANALYSE
•
•
AANBOD BUITEN HET ONDERZOEKSGEBIED
FIGUUR 9 LINKS: BIOSCOOPAANBOD IN EN RONDOM ONDERZOEKSGEBIED, RECHTS:BIOSCOOPAANBOD LEIDEN (CENTRUM) Bron: NVBF, 2020, PDOK Viewer achtergrondkaart, bewerking: Bureau Stedelijke Planning.
BIOSCOOPINITIATIEVEN BINNEN HET ONDERZOEKSGEBIED
•
•
•
NAAM BIOSCOOP
PLAATS
TYPE
AANTAL AANTAL PLANSTATUS STOELEN ZALEN
TABEL 8 BIOSCOOPINITIATIEVEN ONDERZOEKSGEBIED
CONCLUSIE AANBOD
3.5 ACTUELE REGIONALE BEHOEFTE KWANTITATIEVE BEHOEFTE
•
•
•
•
HUIDIGE MARKTRUIMTE
MARKTRUIMTE 2030
TABEL 9 MARKTRUIMTEBEREKENING BIOSCOPEN ONDERZOEKSGEBIED
MARKTRUIMTE 2030 (EFFECT MULTIPLEX)
•
•
KWALITATIEVE BEHOEFTE
Differentiatie in het aanbod
•
•
Kwalitatieve aansluiting op projectlocatie •
•
•
’
4 BEHOEFTE FUNCTIE CONGRES
ONDERZOEKSGEBIED
FIGUUR 10 VERZORGINGSGEBIED CONGRESFUNCTIE DE GEUS Bron: PDOK achtergrondkaart; Bewerking Bureau Stedelijke Planning
CONGRESMARKT LEIDEN
•
•
•
€ €
•
‘ ’ 2014
2015
€ TABEL 10 ONTWIKKELING AANTAL CONGRESSEN LEIDEN Bron: Leiden Convention bureau
2016
2017
2018
AMBITIE 2025
AANBODZIJDE VAN DE MARKT
•
NAAM
PLAATS
LOCATIE
ZALEN
TABEL 11 AANBDO CONGRESLOCATIE MET EEN CAPACITEIT VAN >1.000 BEZOEKERS. Bron: Leiden Convention bureau en eigen inventarisatie
•
FIGUUR 11 CONGRESAANBOD IN LEIDEN EN OMGEVING Bron: Leiden Convention Bureau; aangevuld met eigen inventarisatie
‘
’
‘
’
CAPACITEIT
BEHOEFTE
‘
’
•
‘
’
•
‘
’
8 7
6 5 4 3 2 1 0 Leiden
Onderzoeksgebied
Zuid Holland
Nederland
Zalen-/party-/congrescentrum FIGUUR 12 AANTAL VERKOOPPUNTEN PER 100.000 INWONERS IN DEELSECTOR ZALEN-/PARTY-/CONGRESCENTRUM Bron: HorecaDNA
Kwalitatieve argumenten
5 EFFECTEN OP BIOSCOOPAANBOD EN HORECA LEIDEN
€
’
LOCATIE BINNENSTAD
AUTO * KILOMETER MINUTEN
FIETS KILOMETER MINUTEN
TABEL 12 AFSTANDEN DE GEUS TOT BINNENSTADSLOCATIES (GERANGSCHIKT NAAR AUTOMINUTEN) Bron: openrouteservice.nl, 2020
5.1 EFFECTEN OP BIOSCOOPAANBOD
AANTAL STOELEN REGIO
INITIATIEF DE GEUS
VERDRINGING IN STOELEN
TABEL 13 EFFECT BIOSCOOP DE GEUS OP BESTAAND BIOSCOOPAANBOD
EFFECTEN PER BIOSCOOP
•
•
VERDRINGING S-EFFECT
•
OVERLAP IN FUNCTIE
AFSTAND TOT
STATIONSGEBIED
HUIDIG FUNCTIONEREN
TABEL 14 INDICATIEVE EFFECTEN PER BIOSCOOP (OP VOLGORDE VAN SCORE)
•
•
•
•
TOTAALSCORE
5.2 EFFECTEN OP HORECA EXTRA HORECABEZOEK
‘ ‘
’
‘
SECUNDAIR BEZOEKMOTIEF > PRIMAIR BEZOEKMOTIEF
’
’
ENTERTAINMENT
HORECA
DETAILHANDEL
TABEL 15 COMBINATIEBEZOEK PER ACTIVITEIT
Effect bioscoop op horecabezoek € €
€
€
€
AANTAL NIEUWE BEZOEKERS
AANTAL DAT HORECA BEZOEKET (27,5%)
EXTRA BESTEDINGEN (€13) € € €
TABEL 16 EFFECT HORECABEZOEK
5.3 INDIRECTE EFFECTEN
6 CONCLUSIE
• •
•
•
•
•
•
•
DEEL B: QUICK SCAN HORECA EN TOELICHTING OVERIGE FUNCTIES DE GEUS
7 BEHOEFTE HORECA I T/M IV
– –
BELEIDSANALYSE
Horecavisie Leiden (2016)
CATEGORIE
INHOUD
TIJDSLOT
VOORBEELDEN
TABEL HORECACATEGORIEËN GEMEENTE LEIDEN Bron: Ruimtelijk-economische horecavisie Leiden, 2016
LOCATIEANALYSE
• • •
‘ ‘
’
’
’
FASTCASUAL: SYLT SEAFOOD - SNELLE SERVICE MET RESTAURANTKWALITEIT Bron: Sylt Seafood Rotterdam
BAR/RESTAURANT I.C.M. VERGADERFACILTIEITEN: BAR BETON Bron: Bar Beton Cantraal Station utrecht
9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 2013 Q2 2013 Q3 2013 Q4 2014 Q1 2014 Q2 2014 Q3 2014 Q4 2015 Q1 2015 Q2 2015 Q3 2015 Q4 2016 Q1 2016 Q2 2016 Q3 2016 Q4 2017 Q1 2017 Q2 2017 Q3 2017 Q4 2018 Q1 2018Q2 2018 Q3 2018 Q4 2019 Q1* 2019 Q2*
Ontwikkeling t.o .v. jaar eerder
TOENEMENDE VRAAG NAAR HORECA37
FIGUUR 13 OMZETONTWIKKELING HORECA 2013 - 2019 Bron: CBS, kwartaalmonitor horeca, 2019 *2019 is verwacht
‘
’
•
•
•
‘
•
•
AANBOD
Landelijke ontwikkeling
Aanbod Leiden
’
40 30 20 10 0 Dranken
Fastservice Leiden
Restaurants
Benchmarksteden*
Totaal
Nederland
FIGUUR 14 HORECA-AANBOD IN AANTAL VESTIGINEN PER 10.000 INWONERS Bron: Horeca DNA, 2019 ’
• • •
‘
’
’
’
‘
6000 5000
4000 3000 2000 1000 0 Dranken
Fastservice
Leiden
Restaurants
Benchmarksteden*
Totaal
Nederland
FIGUUR 15 HORECA-AANBOD IN VIERKANTE METER PER 10.000 INWONERS Bron: Horeca DNA, 2019 * Alkmaar, Amersfoort, Delft, Leeuwarden, Nijmegen, Maastricht, ’s-Hertogenbosch, Zwolle (gemiddeld 133.889 inwoners)
Huidige aanbod in het Stationskwartier
’
CONCLUSIES • •
•
“ ”
−
−
•
•
FASTCASUAL: HAPPY ITALY Bron: Happy Italy
‘ ’
FILMCAFÉ MET UITZICHT IN HET FORUM GRONINGEN Bron: Forum
’
‘
8 BEHOEFTE OVERIGE STEDELIJKE FUNCTIES
FUNCTIE
BESTEMMINGSPLAN OUD
BESTEMMINGSPLAN NIEUW (DE GEUS)
TABEL 17 PROGRAMMERING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN EN NIEUW BESTEMMINGSPLAN
WONEN
• •
€ •
•
• •
KANTOREN
• • •
• •
•
•
•
•
DETAILHANDEL
• • •
•
• •
BIJLAGE 1 BIOSCOOPAANBOD BUITEN ONDERZOEKSGEBIED
NAAM BIOSCOOP PLAATS
TYPE
AANTAL STOELEN
AANTAL ZALEN
AFSTAND TOT STATIONSGEBIED
TABEL 18 BIOSCOOP- EN FILMTHEATERAANBOD (EXCLUSIEF FILMTHEATER KLEIN) NET BUITEN ONDERZOEKSGEBIED
BIJLAGE 2 BEZOEK MULTIPLEX
TABEL 19 VERSCHIL BEZOEK MUTIPLEX EN NORMALE BIOSCOOP
BIJLAGE 3 BENCHMARK VERGELIJKING BEZOEK EN AANBOD
’ Ad 1: Bioscoopaanbod in vergelijkbare steden
• •
•
•
Ad 2: Bioscoopstoeldichtheid Leiden •
•
•
PLAATS
INW.
AANBOD*
ZALEN
STOELEN
BEZOEKERS (*1.000)
BEZOEK PER INW.
STOELEN PER 1.000 INW.
TABEL 20 AANBOD (BIOSCOPEN EN FILMTHEATERS) EN BEZOEKERSAANTALLEN IN VERGELIJKBARE STEDEN Bron: Statistieken bezoeken 2018, aanbod en inwoners 1 januari 2019, NVBF, 2019; CBS 2019 *aanbod: bioscopen/filmtheaters
BIJLAGE 4 CONGRESMARKT
ICCA CONGRES RANKING
RANKING (#)
PLAATS
AANTAL CONGRESSEN
TABEL 21 RANGLIJST CONGRESSEN IN NEDERLAND Bron: ICCA Country & City Ranking 2018
RANGLIJST EUROPA
RANGLIJST WERELD
HUIDIG AANBOD
NR NAAM
ADRES
PLAATS
LOCATIE
AANTAL CAPAZALEN CITEIT
’
TABEL 22 CONGRESAANBOD REGIO LEIDEN Bron: diverse bronnen
bestemmingsplan De Geus
Bijlage 2 Cultuurhistorie - cultuurhistorisch onderzoek stationsgebied
65
TUSSEN SPOOR EN SINGEL CULTUURHISTORISCHE ANALYSE Projectgebied Stationsgebied Gemeente Leiden Analyse, waardering en effectrapportage i.o.v. de gemeente Leiden mei 2011
MONUMENTEN ADVIES BUREAU drs. C.J.B.P. Frank drs. F.A.C. Haans
COLOFON Opdrachtgever Gemeente Leiden Adviesgroep Wonen en Gebiedsontwikkeling
mw. drs. C.H.J.M. van den Broek mw. V. Delmee BSc drs. J.H.J. van Hest ing. G. Korenberg mw. drs. M. Lemmens mw. drs. L. Valckx
Analyse en fotografie
drs. C.J.B.P. Frank drs. M. Lemmens Historisch beeldmateriaal
Beeldbank Regionaal Archief Leiden Dit is een uitgave van het Monumenten Advies Bureau, Nijmegen, mei 2011, copyright MAB Nijmegen 2011 Website: www.monumentenadviesbureau.nl
Bredestraat 1 6542 SN NIJMEGEN tel: 024-3786742 fax:024-3792477 E-mail: Info@monumentenadviesbureau.nl
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 2
CULTUURHISTORISCHE ANALYSE EN EFFECTRAPPORTAGE STATIONSGEBIED LEIDEN INHOUDSOPGAVE: 1 INLEIDING 1.1 Cultuurhistorie in het Stationsgebied van Leiden 1.2 Het Stationsgebied verandert 1.3 Nota Cultureel Erfgoed Leiden 1.4 Cultuurhistorische analyse 1.5 Het doel van de analyse 1.6 De opzet van het onderzoek, rapportage
5 5 6 6 7 8 8
2 SCHETS PLANGEBIED 2.1 Ligging en begrenzing 2.2 Hoofdstructuur, algemeen 2.3 Stationsgeboed, algemeen historisch ruimtelijk beeld 2.4 Bebouwingskarakteristiek 2.5 Groenstructuren
11 11 11 13 15 20
3 HISTORISCH-RUIMTELIJKE ONTWIKKELING 3.1 Vroege ontwikkeling 3.2 De zeventiende eeuw 3.3 De negentiende eeuw 3.4 Na 1900 3.5 De wederopbouw 3.6 Na 1965
25 25 26 28 38 40 44
4 CULTUURHISTORISCHE KWALITEIT 4.1 Cultuurhistorische waarden, algemene omschrijving 4.2 Historische ruimtelijke structuren en ensembles 4.3 Historische bouwkunde 4.4 Historische groenstructuren en –elementen 4.5 Diversen
47 47 48 51 53 54
5 EFFECTRAPPORTAGE 5.1 Inleiding 5.2 Uitgangspunten autonome ontwikkelingen 5.3 Conclusies autonome ontwikkelingen 5.4 Uitgangspunten project Stationsgebied
55 55 55 55 56
5.5 Conclusies effecten planontwikkeling Stationsgebied 5.6 Tabel effecten bebouwing
62 64
6 AANBEVELINGEN / SUGGESTIES 6.1 Inleiding 6.2 Aanbevelingen t.a.v. de karakteristiek van het gebied 6.3 Aanbevelingen t.a.v. de hoofdstructuren 6.4 Bebouwing/objecten 6.5 Rooilijnen, erfscheidingen, groen, etc. 6.6 Aanvullende suggesties
67 67 67 67 67 67 67
7 LITERATUUR / BRONNEN
69
LIJST CULTUURHISTORISCH WAARDEVOLLE BEBOUWING
71
BIJLAGEN : - Cultuurhistorische waardenkaart
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 3
62
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 4
1 INLEIDING 1.1 Cultuurhistorie in het Stationsgebied van Leiden Ten noordwesten van de Leidse binnenstad ligt het Stationsgebied, een dynamisch stadsgebied met een rijke geschiedenis. Centraal in het gebied, dat ook bekend staat als de Stationsbuurt of het Stationskwartier, ligt de Stationsweg, die het tracé volgt van de middeleeuwse weg naar Rijnsburg en Oegstgeest. In de middeleeuwen lag hier de Stadsvrijheid, een buiten de veste gelegen terrein, dat tot de stad Leiden behoorde en een aantal kloosters en landerijen huisvestte. Bij de uitleg van de stad werd de Stadsvrijheid sterk verkleind, de bebouwing werd bij het beleg van 1572 gesloopt. In rustiger tijden werd het gebied intensief gebruikt. Men vond er vele warmoestuinen en er vestigde zich een groot aantal blekerijen. Met de komst van het spoor en de bouw van het station braken nieuwe tijden aan. De oude weg naar Oegstgeest en Rijnsburg werd vanuit het station de belangrijkste toegangsweg naar de Leidse binnenstad. De straat raakte steeds intensiever bebouwd en in het laatste kwart van de negentiende eeuw vestigden zich er veel welgestelden. In het gebied tussen de spoorhaven en de Morssingel kwam een groot woningbouwcomplex tot ontwikkeling. Begin twintigste eeuw verhuisde het Academisch Ziekenhuis naar een uitgestrekt terrein ten noorden van het station.
Het grote complex, een stad in de stad, veranderde het toen nog deels open gebied onherroepelijk en vergrootte de verkeersdrukte op de Rijnsburgerweg, waar zich de hoofdentree bevond. Het noordelijke deel van het stationsgebied werd in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd en veranderde in de jaren vijftig en zestig ingrijpend toen het wederopbouwplan tot uitvoering kwam. Verdere saneringen in de jaren zeventig en tachtig langs de Morssingel en het Schuttersveld leidden tot nieuwe grootschalige invullingen in de vorm van grote kantoren en appartementencomplexen. Het verhogen van de spoorbaan, zodat ongelijkvloerse kruisingen mogelijk werden (tunnels) vormde een belangrijke verkeerstechnische verbetering, maar sneed het Stationsgebied visueel volledig los van het stadsgebied noordelijk van het spoor. Het tracé van de StationswegRijnsburgerweg werd definitief doorgesneden. afb. 1 Stationsweg, oostelijke straatwand. Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 5
Van die lange en rijke historie zijn allerlei relicten en structuren behouden gebleven. Vaak nog goed herkenbaar, zoals de vroegere hoofdweg naar Rijnsburg (Stationsweg), delen van de historische (negentiende-eeuwse) bebouwing langs deze weg en de Rijnsburgersingel en allerlei grootschalige ingrepen die in de loop van de twintigste eeuw in het gebied zijn uitgevoerd. 1.2 Het Stationsgebied verandert Het Stationsgebied is volop in beweging. Na de volledige vernieuwing van het NS-station zijn plannen ontwikkeld voor de rest van het gebied. “De huidige structuur en inrichting van het stationsgebied, vooral die aan de centrumzijde, verhindert dat het gebied zich ontplooit tot wat het zou moeten zijn: een levendig centraal stadsdeel waar de twee kanten van Leiden zich vermengen en actief presenteren aan de grote stroom bezoekers-gebruikers die de stad dagelijks binnenkomen”, aldus de Stedenbouwkundige Visie Leiden Stationsgebied (februari 2010). In deze visie en het Beeldkwaliteitsplan Leiden Stationsgebied (mei 2010) wordt getoond welke ingrepen nodig zijn om de structurele verbeteringen mogelijk te maken en welke richtlijnen en aanbevelingen kunnen worden gegeven voor de realisatie van gebouwen en openbare ruimte in de nieuwe Stationsbuurt.
In de plannen wordt onder meer uitgegaan van een flinke transformatie van het Stationsplein, dat wat betreft het westelijk van het station gelegen gedeelte zal worden bebouwd. Hier wordt weer aansluiting gezocht bij het grote bouwblok achter de Morssingel, een terrein dat voor een belangrijk deel nieuw zal worden ingevuld. Verder zijn grote veranderingen voorzien ten zuidoosten van het station en in de omgeving van de Morssingel/Plesmanlaan. Nieuwe bruggen over de vestinggracht moeten stationsbuurt en binnenstad voor het langzaam verkeer beter ontsluiten. Voor het busstation, nu nog op het Stationsplein, wordt een nieuwe locatie gezocht, wellicht aan de noordzijde van het spoor, in de omgeving van het oude Academisch Ziekenhuis. 1.3 Nota Cultureel Erfgoed Leiden Het veranderingsproces zal ook gevolgen hebben voor de cultuurhistorie in het plangebied. In de Nota Cultureel Erfgoed Leiden is expliciet geformuleerd dat met betrekking tot die veranderingsprocessen momenten worden ingebouwd waarbij bewuste keuzes worden gemaakt over het al dan niet opgeven, handhaven of zelfs versterken van de aanwezige cultuurhistorische waarden.
afb. 2 De Morssingel, naar het noordoosten.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 6
Een belangrijk beleidsvoornemen is dat “de cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied aantoonbaar worden meegenomen en meegewogen in de planontwikkeling”, aldus de nota (pag.15). “We laten cultuurhistorie in alle fasen integraal deel uitmaken van gebiedsgerichte ontwikkelingen”. Dat betekent dat de cultuurhistorische waarden al in het stadium van de planvoorbereiding voor zover mogelijk worden geïnventariseerd en dat deze waarden vervolgens een bijdrage gaan leveren aan de kwaliteit van de planontwikkeling (pagina 16).
1.4 Cultuurhistorische analyse De in deze rapportage gepresenteerde cultuurhistorische analyse is samengesteld in de lijn van de bovengenoemde Nota Cultureel Erfgoed Leiden. Het onderzoek is een verdere verdieping ten behoeve van het project. De analyse vertelt het verhaal van het Stationskwartier aan de hand van een aantal belangrijke ruimtelijke thema’s en beschrijft de belangrijke relicten van de historische ontwikkeling, die we in het gebied kunnen zien. Deze onderdelen vormen de cultuurhistorische component van de Stationsbuurt. Elk afzonderlijk, maar vooral in onderlinge samenhang met het stadsgebied zijn zij de cultuurhistorische dragers van het gebied. Verder wordt de cultuurhistorische component gewaardeerd aan de hand van speciale toetsingscriteria. In een extra hoofdstuk worden de belangrijkste effecten van de beoogde ingrepen op de cultuurhistorie getoetst.
De volgende onderdelen komen in de analyse aan de orde: • Beschrijving van de historisch-ruimtelijke ontwikkelingen van het Stationsgebied in hoofdlijnen; • Beschrijving en overzicht van de aanwezige cultuurhistorische waarden (structuren, objecten); • Kwalificatie van de cultuurhistorische kwaliteit van alle aanwezige bebouwing; • Duiding van de cultuurhistorische waarden, in woord en beeld (Cultuurhistorische kaart) • Aanbevelingen ter behoud en versterking van de aspecten met een hoge cultuurhistorische waarde; • Toetsing van de projecteffecten op cultuurhistorie; • Historisch kaart- en beeldmateriaal; afb. 3 Stedenbouwkundige Visie (2010) en Beeldkwaliteitsplan (2010). Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 7
De ontwikkeling van het gebied wordt geschetst aan de hand van een aantal cultuurhistorische thema’s, die voor de wijk kenmerkend zijn. De cultuurhistorische thema’s zijn: 1. De ontwikkeling van het gebied tot de negentiende eeuw; 2. De vorming van de Stationsbuurt; 3. De Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw; 4. Ontwikkelingen na 1970; Het onderzoeksgebied omvat het Stationsgebied ten zuiden van het NS-station en een beperkte strook ten noorden van het station, waar een zoeklocatie voor het nieuwe busstation ligt (zie het bijgevoegde kaartmateriaal). 1.5 Het doel van de analyse Deze analyse beschrijft de cultuurhistorie in het Stationsgebied en levert daarmee de cultuurhistorische input voor de gebiedsvernieuwing, die wordt voorbereid. Het uiteindelijke doel is om een “overall” plan te maken, dat duidelijk in de waardevolle omgeving verankerd is. De analyse biedt het kader om de afzonderlijke plannen onderling af te stemmen en dient als inspiratiebron voor eigenaars, gemeente en ontwerpers. 1.6 De opzet van het onderzoek, rapportage De gegevens zijn verzameld tijdens veldwerkbezoek aan het gebied, archiefonderzoek en studie van literatuur, diverse dossiers en documentaties van de gemeente Leiden.
Dit rapport bevat achtereenvolgens een schets van het plangebied (hoofdstuk 2, met algemeen historisch beeld, bebouwingskarakteristiek, ruimtelijke aspecten), een beschrijving van de historischruimtelijke ontwikkeling (hoofdstuk 3), een duiding van de cultuurhistorische waarden en kwalificatie van de kwaliteit (hoofdstuk 4), met als bijlage een overzichtslijst van de aanwezige bouwkundige elementen, waaronder de in cultuurhistorisch opzicht belangrijke objecten, complexen en ensembles. In de objectlijst is de toetsing aan de hand van de waarderingscriteria inzichtelijk gemaakt. De in deze lijst opgenomen adressen staan ook op de cultuurhistorische waardenkaart. In hoofdstuk 5 worden de effecten van de plannen beschreven en vindt een effecttoetsing plaats. Hoofdstuk 6 geeft een aantal aanbevelingen ter behoud en versterking van de cultuurhistorische kwaliteit in het gebied. Het laatste hoofdstuk bevat een literatuur- en bronnenlijst.
afb. 4 Stadsplattegrond Leiden, uitgave van de N.V. H. ten Brink’s uitgeversmaatschappij in Arnhem, circa 1925 (collectie Regionaal Archief Leiden).
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 8
afb. 5, afb. 6, afb. 7 en afb. 8 Stationsgebied, mei 2011. Links boven de Stationsweg / hoek Rijnsburgersingel, links beneden de Stationsweg in zuidelijke richting. Rechts boven het Stationsplein in westelijke richting. Hierboven de noordelijke kop van de Stationsweg.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 9
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 10
2 SCHETS PLANGEBIED 2.1 Ligging en begrenzing (zie afbeelding 9) Het projectgebied Stationsgebied bevindt zich ten noordwesten van de Leidse binnenstad en omvat twee deelgebieden: ten zuiden van het spoor ligt het grootste deelgebied, grofweg omsloten door het spoortracé, Schuttersweg, Rijnsburgersingel, Morssingel, Morsweg, Paul Krugerstraat en Transvaalkade. Het tweede deelgebied ligt ten noorden van het spoor en omvat de locatie van de busremise (Connexxion) en een deel van het terrein van het Academisch Ziekenhuis en de percelen Rijnsburgerstraat 4-12. 2.2 Hoofdstructuur, algemeen Stationsbuurt De stationsbuurt ten zuiden van het NS-station ligt duidelijk afgebakend in het Leidse stadsgebied. Aan de noordzijde wordt het gebied begrensd door het spoortracé en het station, aan de zuidzijde door de singelstructuur rond de binnenstad. De Stationsweg deelt het oostelijke deel van het onderzoeksgebied in tweeën en verruimt zich naar het noorden toe tot het grote trechtervormige Stationsplein. Aan weerszijden van de Stationsweg bevindt zich een groot onregelmatig gevormd, min of meer gesloten bouwblok, met diverse doorgangen naar het binnenterrein, het Morssingelblok en het Rijnsburgerblok. Schuttersveld en de Morssingel-Plesmanlaan zijn relatief jonge verkeersstructuren, die middels tunnels onder het spoor de verbinding vormen met de wijken ten noordwesten van het spoor.
Parallel aan het spoortracé loopt de Schipholweg, die binnen het projectgebied grotendeels door een tunnel voert. Ten westen van de MorssingelPlesmanlaan ligt zich de brede wijkrand van het Transvaalbuurtje, waarin zich onder meer het voormalige Rijksbelastingkantoor bevindt. Het deelgebied ten noorden van het spoor bestaat uit twee terreinen aan weerszijden van het zuidelijke uiteinde van de Rijnsburgerweg: het langgerekte, parallel aan het spoor gelegen terrein van de busremise en het entreegebied van het Academisch Ziekenhuis uit 1925-1928, bestaande uit de portierswoningen aan weerszijden van de toegangslaan, het hoofd- en poortgebouw en aansluitend hierop twee particuliere villa’s met grote tuinen, onderdeel van de lintbebouwing langs de Rijnsburgerweg.
Afb. 9 Begrenzing onderzoeksgebied.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 11
afb. 10, afb. 11, afb. 12, afb. 13 en afb. 14 Het Stationsgebied in vogelvlucht, bron: bingmaps.com.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 12
2.3 Stationsgebied, algemeen historisch ruimtelijk beeld Dynamiek met constante factor Het stationsgebied is een stadsdeel met roerige geschiedenis en een hoge ruimtelijke dynamiek. Dat kunnen we constateren als alle, vaak ingrijpende veranderingen zoals we die via historisch kaart- en beeldmateriaal van het gebied kunnen volgen, op een rij worden gezet: van maagdelijk buitenstedelijk gebied tot vestigingsplek van diverse religieuze instellingen, volledige kaalslag aan het einde van de zestiende eeuw, de zeventiende-eeuwse stadsuitleg, de komst van het spoor en het station, de bouw van huizen voor welgestelden en arbeiders, het bombardement en de wederopbouw, saneringsplannen en grootschalige kantoren- en appartementenbouw, ingrijpende wijzigingen in de infrastructuur. De ontwikkelingen van de laatste 150 jaar hebben de bovengrondse sporen uit de periode voor circa 1850 volledig uitgewist, met uitzondering van de markante singelstructuur langs de Leidse vestinggracht en het tracé van de Stationsweg-Rijnsburgerweg. Deze weg is dé constante factor door de eeuwen heen en gaat op zijn minst terug tot de veertiende eeuw. De komst van het spoor en de latere ontwikkelingen bij het Stationsplein zorgden voor een abrupte onderbreking van de doorgaande structuur, die nu niet meer als zodanig is te herkennen.
De Stationsweg heeft wat betreft het bebouwingsbeeld zijn historische karakter behouden, zij het dat de huidige bebouwing niet ouder is dan het derde kwart van de negentiende eeuw. Men vindt er laat negentiende-eeuwse herenhuizen en winkelpanden, horecagelegenheden en kantoorpanden uit de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. Ook de Rijnsburgersingel heeft een belangrijk deel van de kleinschalige, meest laat negentiende-eeuwse woonhuisbebouwing behouden. De Morssingel heeft rond 1980 een volledig nieuwe bebouwing en inrichting gekregen. Vermoedelijk zijn toen ook de “historische” straatlantaarns geplaatst. Het wederopbouwplan van het stationsgebied is, hoewel sterk gemutileerd door de sloop van het station uit 1953 en de kantoorflat aan de oostzijde van het Stationsplein, nog herkenbaar aan het westelijke deel van Stationsplein. Hier wordt het beeld gedomineerd door het grootschalige winkel- en appartementencomplex langs de zuidflank van het plein. Ook de locatie van het station, de tunnels onder het spoor, de verkeerspleinen op de uiteinden van het plein, de locatie van het voormalige belastingkantoor en de verkeersstructuur Schuttersveld zijn tot stand gekomen in de eerste decennia
afb. 15, afb. 16 en afb. 17 Drie tijdslagen in het bebouwingsbeeld: van boven naar beneden het negentiende-eeuwse ensemble aan de Stationsweg, de wederopbouw aan het Stationsplein en de grootschalige appartementenbouw uit de tijd van de saneringen in de jaren zeventig en tachtig (Morssingel).
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 13
na de Tweede Wereldoorlog als uitvloeisel van het wederopbouwplan. Door het ondertunnelen van de Schipholweg onder het Stationsplein en de sloop van de naoorlogse hoogbouw aan de noordoostzijde van de Stationsweg en het station zijn echter karakteristieke aspecten uit deze periode uit beeld verdwenen. Aan de Morssingel en het achterliggende terrein is het laat negentiendeeeuwse stadsbeeld door oorlogsgeweld en bij de saneringen van de jaren zeventig en tachtig volledig verdwenen. Er voor in de plaats kwamen forse appartementengebouwen, die in formaat meer aansluiten bij de ambities van het wederopbouwplan dan bij de kleinschaliger bebouwing van de Stationsweg en de historische binnenstad. In het projectgebied noordelijk van het spoor is de Rijnsburgerweg eveneens een duidelijk herkenbare historische structuur. Het beeld van de eeuwenoude landweg naar Rijnsburg en Oegstgeest wordt nu bepaald door villabebouwing uit de late negentiende en vooral de vroege twintigste eeuw. Aan de westzijde bevindt zich de monumentale entree tot het terrein van het Academisch Ziekenhuis. Het imposante poortgebouw is het enige overblijfsel van het grote ensemble paviljoens, die thans vervangen zijn door een nieuw complex. Rondom het poortgebouw bevinden zich relicten van de vroegere parkaanleg van het ziekenhuiscomplex.
Rijnsburgerweg 4 is hier aan het begin van de Rijnsburgerweg nog de enige vrijstaande historische villa met grote tuin. Aan de zuidrand van dit projectgebied wordt het beeld vooral bepaald door het nieuwe stationsgebouw, het spoor en een modern kantoorgebouw bij de spoortunnel. Samenvattend De hoofdstructuur van het gebied wordt dus bepaald door een raamwerk van aan elkaar gekoppelde of snijdende structuren: • Het spoortracé aan de noordwestzijde; • De zeer markante en monumentale singelstructuur op de grens met de binnenstad (Morssingel, Rijnsburgersingel); • Het Stationsplein met verkeersknopen op de uiteinden; • De Stationsweg en de Rijnsburgerweg als historische linten; • Schuttersveld; Restanten van oudere structuren Van de prestedelijke hoofdstructuur van het gebied is alleen het tracé van de Stationsweg-Rijnsburgerweg behouden gebleven.
afb. 18, afb. 19 en afb. 20 De villabebouwing langs de Rijnsburgerweg en het terrein van het Academisch Ziekenhuis, met restanten van de parkaanleg.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 14
2.4 Bebouwingskarakteristiek Inleiding In deze paragraaf wordt de bebouwingskarakteristiek van het stationsgebied kort beschreven. Overigens is alle bebouwing binnen het onderzoeksgebied ook per adres opgenomen in de aan dit rapport toegevoegde objectenlijst. Hierin vindt men informatie over ontstaanstijd, functie, karakter en waardering. Algemeen De historische en de functionele gelaagdheid uit zich in een mix van oude en nieuwe gebouwen. De oudste bebouwing dateert –voor zover zichtbaar- uit het derde kwart van de negentiende eeuw, de jongste uit het laatste kwart van de twintigste eeuw. Tussen beide uitersten is, vooral na de Tweede Wereldoorlog, een enorme schaalsprong gemaakt: van kleinschalige, perceelsgebonden individueel tot stand gekomen gebouwen in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw tot massale complexmatige woning- en kantoorbouw in de decennia na 1960. De verschillende tijdslagen in de bebouwing manifesteren zich deels in nog duidelijk herkenbare ensembles. Hieronder volgen de belangrijkste bebouwingskarakteristieken. Karakteristiek 1 Villa’s en herenhuizen uit de late negentiende eeuw De Stationsweg, de Morssingel en de Rijnsburgerweg werden vanaf het einde van de negentiende populaire vestigingsplekken voor welgestelden.
De herenhuizen en villa’s die voor deze bevolkingsgroep werden gebouwd waren grote woningen van merendeels twee of drie bouwlagen met kap, gedekt met keramische pannen, en voorzien van voorgevels die de toenmalige welstand van de bewoners uitstralen: statige lijstgevels, vensters met omlijstingen, veel decoratieve details in pleisterwerk, natuursteen en baksteen. Balkons, torenachtige uitbouwen en serres waren gewilde bouwelementen. Verschillende bouwstijlen uit de periode rond 1900 zijn er vertegenwoordigd. De herenhuisbebouwing langs de Morssingel is volledig verdwenen. Aan de Stationsweg en de Rijnsburgerweg zijn interessante voorbeelden in goede staat behouden gebleven: • Stationsweg 23 • Stationsweg 25 • Stationsweg 27 • Stationsweg 37
afb. 21, afb. 22 en afb. 23 Herenhuizen en villa aan (van boven naar beneden) de Stationsweg (nr.25, 1895, nrs, 30-32, circa 1885) en de Rijnsburgerweg (nr.4, 1886).
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 15
• • • • •
Stationsweg 18-24 Stationsweg 30 Stationsweg 32 Rijnsburgerweg 4 Rijnsburgerweg 6
Karakteristiek 2 Overige woonbebouwing uit de late negentiende en vroege twintigste eeuw Een ensemble eenvoudige woningen voor de lagere klassen is te vinden langs de Rijnsburgersingel. Het oudste voorbeeld is een blok arbeiderswoningen uit 1878, gebouwd door de Leidsche Bouwvereniging. Het is het enige woningblok dat van de vele negentiende-eeuwse woningen van deze vereniging in de Stationsbuurt bewaard is gebleven. De geschakelde woningen hebben twee lagen met kap en bakstenen gevels. Langs de singel de staan verder vooral kleine laat 19 -eeuwse individuele woningen met één bouwlaag en kap en enkele wat grotere woningen (type klein herenhuis) met verdieping en kap. De eenvoudige bakstenen voorgevels zijn verlevendigd met voor de bouwperiode karakteristieke gepleisterde lijsten en sierdetails boven ingangen en vensters. De belangrijkste voorbeelden zijn: • Rijnsburgersingel 1 • Rijnsburgersingel 2-2a • Rijnsburgersingel 3 • Rijnsburgersingel 4 • Rijnsburgersingel 5 • Rijnsburgersingel 7 • Rijnsburgersingel 43-54 Karakteristiek 3 Horeca- en winkelpanden uit de late negentiende en vroege twintigste eeuw De Stationsweg is van oudsher de belangrijkste verbinding van het station naar de binnenstad van Leiden. Winkels, horeca en uitgaansgelegenheden deden in dit druk bezochte gebied goede zaken.
De vestiging van winkels, cafés en restaurants werd van het begin van de twintigste eeuw gestimuleerd. Uit deze periode resteren enkele markante winkelhuizen en winkel- en horecapuien. De panden hebben gevels met decoratieve details. Bijzonder is de met artdeco details afgewerkte gevel van de voormalige Luxor-bioscoop (Stationsweg 19-19a). • Rijnsburgersingel 1b-1c • Stationsweg 1
afb. 24, afb. 25 en afb. 26 Links: Kleinschalige woningen aan de Rijnsburgersingel, van boven naar beneden de nrs. 1, 4-7, 43-54. afb. 27, afb. 28 en afb. 29 Rechts: Horeca en winkels aan de Stationsweg, van boven naar beneden de nrs. 1, 7-9 en 11-13.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 16
• • • • •
Stationsweg 3-5 Stationsweg 7-9 Stationsweg 11-13 Stationsweg 19-19a Stationsweg 21-21a
Karakteristiek 4 De bebouwing van het Academisch Ziekenhuis De realisatie van het Academische Ziekenhuis vanaf circa 1915 behoort tot de grootste bouwprojecten in Leiden in de eerste helft van de twintigste eeuw. Het complex is in het recente verleden grotendeels gesloopt. De resterende gebouwen liggen alle binnen het onderzoeksgebied en zijn als rijksmonument beschermd: het massale hoofd-poortgebouw (1925-1928) met zijn bakstenen gevels en hoge zadeldaken, poortdoorgang en dakruiter is het enige van de grote paviljoengebouwen die de sloop heeft overleefd. Verder resteren de beide in aan de Nieuwe Haagse school verwante zakelijke stijl gebouwde portierswoningen aan weerszijden van de hoofdentree aan de Rijnsburgerweg. De negentiende-eeuwse villa Rijnsburgerweg 4 deed jaren dienst als directeurswoning van het ziekenhuis en behoort ook tot het historische ensemble. De objecten: • Rijnsburgerweg 4, • Rijnsburgerweg 8 en 12 • Rijnsburgerweg 10 Winkel- en wooncomplexen uit de wederopbouwperiode De naoorlogse woningbouw is vertegenwoordigd in enkele complexen van zeer uiteenlopend karakter. Uit de vroeg naoorlogse periode dateert het Paviljoenshof (1952-1953) met kleine geschakelde grondgebonden woningen rondom een hof. Door de schaal (bescheiden, éénlaags woningen met kap) en de intieme sfeer herinnert het complex aan de historische hofjes in de binnenstad van Leiden.
Van iets jongere datum is het kleine appartementengebouw met winkels in de onderbouw (voormalige ANWB) Stationsweg 2-14. Het is een aardig voorbeeld van etagebouw in gematigd modernistische stijl. Het platte dak en de sterk horizontale belijning van de gevels vormden een flinke stijlbreuk met de oudere bebouwing in dit deel van de Stationsweg.
afb. 30, afb. 31 en afb. 32 Links de gebouwen van het Academisch Ziekenhuis aan de Rijnsburgerweg. afb. 33, afb. 34 en afb. 35 Rechts Winkel-/wooncomplexen uit de jaren vijftig en zestig. Van boven naar beneden het Paviljoenshof, Stationsweg 2-14 en Stationsplein 26-242 (achterzijde).
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 17
In het kader van het wederopbouwplan verrees aan het Stationsplein een massaal middelhoog woongebouw met zeven lagen galerijflats boven een winkelstrip. Het bouwtype vindt men, meestal in een open verkaveling, ook in de uitbreidingswijken uit deze periode (rond 1960). Hier is de galerijflat tot één complex gecombineerd met twee kopgebouwen die dienst deden als kantooren schoolgebouw. De galerijflat is wat betreft de gevel aan het Stationsplein ingrijpend gemoderniseerd, waarbij de oorspronkelijke verschijningsvorm onherkenbaar is geworden. Het zuidelijke kopgebouw wordt op dit moment getransformeerd tot hotel. Het bouwdeel aan de noordzijde, dat omhoekt in de Stationsweg verkeert op dit moment nog in grotendeels oorspronkelijke staat. Het betreft een fors L-vormig kantoorgebouw van zeven bouwlagen in modernistische trant. Kop- en hoekgevels zijn uitgevoerd in gele baksteen. De pleingevels worden bepaald door doorlopende vensterbanden met stalen ramen. Een markant element is de enorme glazen wand ter plaatse van het trappenhuis aan de zijde van de Stationsweg. De, overigens veel hogere (11 lagen), pendant van het beschreven complex bevond zich aan het oostelijke deel van het Stationsplein, op de noordoostelijke kop van de Stationsweg. Deze flat met kantoren en woningen is inmiddels gesloopt.
De objecten: • Paviljoenshof 1-33 • Statonsplein 24 – Stationsweg 34-46, Stationsplein 26-242 • Stationsweg 2-14 Kantoorbouw/bedrijfsbouw uit het derde kwart van de twintigste eeuw In het wederopbouwplan werd veel belang gehecht aan de uitbreiding van de zakelijke functies in de omgeving van het station. Aan de nieuwe representatieve ruimtes en structuren werden grote kantoorgebouwen geprojecteerd, soms gecombineerd met woningen, zoals de hierboven beschreven projecten aan het Stationsplein. Aan het zuidwestelijke uiteinde van het grote nieuwe plein werd in 1967 het Rijksbelastingkantoor gebouwd, een ontwerp van architectenbureau Jonkman en Van Dorp. Het imposante gebouw bestaat uit twee vleugels met bakstenen of met groene natuursteen beklede gevels. In de modernistische architectuur zijn veel klassieke accenten verwerkt, met referenties naar de Italiaanse palazzi. Het werk toont daarmee verwantschap met dat van bekende rijksbouwmeesters als Gijsbert Friedhoff. Aan de Stationsweg staan enkele kleinere kantoorgebouwen, zoals de Kamer van Koophandel (1963-1965) met zijn interessante voorgevel met Muschelkalksteenbekleding en balkon met reliëf en de ABN-AMRO (oors. AMRO-bank) uit 1976 met de voor het midden van de jaren zeventig
afb. 36, afb. 37, afb. 38, afb. 39, afb. 40 en afb. 41 Kantoorarchitectuur uit de jaren zestig: boven het complex Stationsweg 34-46 / hoek Stationplein 24; in het midden het voormalige belastingkantoor met het glas-in-betonraam van J.M. Meine (Stationsplein 107); beneden de Kamer van Koophandel aan de Stationsweg (nr.41) met balkon met natuurstenen reliëf.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 18
typerende vormgeving, waarin sobere baksteen en betonnen accenten een rol spelen. In beide gevallen is er gekozen voor een duidelijke schaalvergroting ten opzichte van de bestaande bebouwing aan de Stationsweg. Uit de vroege jaren zestig dateert het pand van de NV Noord-ZuidHollandsche Vervoermaatschappij aan de Rijnsburgerweg (thans Connexxion) Het pand bestaat uit een sobere werkplaats met daarvoor een representatief, in modernistische trant vormgegeven frontgebouw met kantoor, dienstruimten en woning, naar ontwerp van NV Spoorwegopbouw te Utrecht. Het ontwerp valt op door de terugliggende donkere onderbouw en de daardoor haast zwevende, in lichte kleurstelling uitgevoerde bovenbouw met betonomlijsting, die alle aandacht naar zich toetrekt. Schuttersveld 9, gebouwd in opdracht van MAB, is een opmerkelijk voorbeeld van grootschalige kantoorbouw uit de tweede helft van de jaren zeventig. Het ontwerp is van architectenburo Hornstra, Verschoor en Key en valt op door de plastische én bijna schilderachtige vormgeving met bakstenen geveldelen en geprononceerde dragende betonnen gevelelementen. Speelse venstervormen en de geplooide daklijsten vormen markante accenten in deze dominante architectuur.
De belangrijkste objecten van deze categorie: • Stationsplein 24 / Stationsweg 34-46 • Stationsplein 107, voormalig belastingkantoor • Stationsweg 41, Kamer van Koophandel • Schuttersveld 9, MAB-gebouw • Rijnsburgerweg 1 Connexxion Woningcomplexen uit de periode 1975-1990 Rond 1980 verrezen aan de Morssingel twee grote appartementencomplexen, ter vervanging van de laat negentiende-eeuwse singelbebouwing (herenhuizen). Het zijn voor de bouwperiode typerende massale complexen in een sobere baksteenarchitectuur, waarbij eentonigheid is vermeden door de afwisseling van in- en uitspringende accenten, nadrukkelijk aanwezige elementen als topgevels en (houten) balkons en grijze pannendaken. Morssingel 1-49 (1982) valt op door het hogere,deels afgeronde hoekaccent op de hoek met de Stationsweg, de hoge onderbouw met winkels, de paddenstoelachtige balkons en de grote schoorstenen. • Morssingel 1-49 • Morssingel 51-289
afb. 42, afb. 43, afb. 44, afb. 45, afb. 46 en afb. 47 Boven: Rijnsburgerweg 1; in het midden de voor- en achterzijde van het MAB-kantoor Schuttersveld 9 en beneden de appartementencomplexen Morssingel 1-49 en 51-289.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 19
2.5 Groenstructuren Inleiding Tot ver in de negentiende eeuw had het projectgebied een uitgesproken groen karakter door de aanwezigheid van tuinderijen, boomgaarden, grote plantsoenen en tuinen. Thans manifesteert de groencomponent zich vooral langs de zuid- en noordrand en op de binnenterreinen. Parken en plantsoenen Grootschalige openbare parkstructuren uit de periode voor en na de Tweede Wereldoorlog zijn in het projectgebied niet aanwezig. Aan de Morssingel, grenzend aan de zuidwesthoek van het Stationsplein bevindt zich een bescheiden plantsoen, dat hier met de reconstructie van het verkeersplein is aangelegd. Het bestaat uit grasveldje met bomen. Ten westen van het complex Morsweg / hoek Morssingel bevindt zich een parkeerterrein met enkele markante groenelementen, zoals een reeks populieren langs de westelijke erfscheiding en enkele forse solitairen in de borderrand langs de Morssingel (kastanje, populier, acaciagroep). Op het speelterrein aan de Paul Krugerstraat bevindt zich een vrij jonge beplanting (o.a. plataan, kastanje). Singelbeplanting De contouren van de vestinggracht worden gemarkeerd door een eenvoudige, deels vrij jonge beplanting van paardenkastanjes langs de Morssingel (grachtzijde) en linden langs de Rijnsburgersingel. In het westelijke deel van de Morssingel zijn de kastanjebomen beduidend ouder en zwaarder dan langs het oostelijke deel.
Langs de buitenrand van de Morssingel bevindt zich een zeer jonge laanbeplanting. De singelbeplanting verwijst wel naar de aankleding van de wandelingen met dubbele bomenrijnen rond de vestinggracht, zoals die op zeventiende-eeuwse en achttiende-eeuwse plattegronden van de stad Leiden zijn te zien. Tuinen Rondom de historische gebouwen van het Academisch Ziekenhuis aan de Rijnsburgerweg bevinden zich de enige restanten van de oude tuinaanleg van dit complex: solitairen rond het grote poortgebouw en aan de oostzijde van dit gebouw een wat groter terreingedeelte, waarin de oorspronkelijke aanleg nog herkenbaar is: gazons, een gebogen laanstructuur met deels oude bomen (linden) en de formele entreestructuur vanuit de Rijnsburgerweg. In een deel van de tuin zijn een parkeerterrein en een fietsenstalling aangelegd.
afb. 48, afb. 49, afb. 50, afb. 51, afb. 52 en afb. 53 Groen in de Stationsbuurt. Links boven plantsoen aan verkeersplein bij Morssingel. Rechts boven en links midden parkeerterrein met groen bij Morsweg1. Midden rechts plantsoen met olifantenpaadjes naast het Rijksbelastingkantoor. Beneden het pleintje met parkeerplaatsen en speelterrein aan de Paul Krugerstraat.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 20
De tuin van het ziekenhuis wordt door middel van een sloot en een groenstrook gescheiden van de grote tuin van de villa Rijnsburgerweg 4. Deze tuin is aan de zuidzijde bij de aanleg van de Bargelaan verkleind en de historische hekwerken zijn niet meer aanwezig. Van de oude formele tuinaanleg met grote door rechte paden omsloten gazons, bekend van historische luchtfoto’s is behoudens de bomensingel langs de sloot en een aantal solitairen ten noorden van de villa niet veel over. In het tuingedeelte ten noorden van de villa bevinden zich nog enkele markante groenelementen en een koetshuis. Achter de grote villa Stationsweg 25 ligt het Paviljoenshof. De woningblokken van dit hofje uit 1952-1953 omsluiten een eenvoudige tuin met gazons, borders, grote heesters en enkele solitairen. Deze aanleg dateert in hoofdzaak nog wel uit de ontstaansperiode van het complex. De grote gemeenschappelijke tuin achter de appartementengebouwen aan de Morssingel is van vrij recente datum (in aanleg vanaf vroege jaren tachtig) en heeft geen bijzondere kenmerken. Solitairen Achter het pand Stationsweg 37 en het westelijk daarvan lege perceel bevinden zich enkele forse solitairen (een oude en een jongere plataan en een oude paardekastanje). Het zijn restanten van de vroegere achtertuinen. Tuintjes, stoepen, hekwerken Bij een aantal historische woningen aan de Rijnsburgersingel (de nrs.
1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 42) bevinden zich aan de voorzijde nog eenvoudige, door (historische) hekwerken afgesloten stoepen. Sommige stoepen liggen ten opzichte van de openbare weg verdiept. In samenhang met de historische bebouwing en het singelbeeld hebben deze stoepen en hekwerken cultuurhistorische waarde.
afb. 54, afb. 55, afb. 56, afb. 57, afb. 58 Singelbeplanting langs de Morssingel en de Rijnsburgersingel. Op afb. 59 Tuin en parkeerterrein bij oudbouw Academisch Ziekenhuis, Rijnsburgerweg.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 21
afb. 60, afb. 61, afb. 62, afb. 63, afb. 64 en afb. 65 Aanleg rond de oudbouw van het Academisch Ziekenhuis. Op de onderste foto’s zicht op de historische sloot op de erfscheiding van Rijnsburgerweg 4.
afb. 66, afb. 67, afb. 68, afb. 69, afb. 70, afb. 71 en afb. 72 Impressies van de tuin bij Rijnsburgerweg 4.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 22
afb. 79 en afb. 80 Groen op binnenterrein Morssingel en oude solitair (plataan) achter Stationsweg 37. afb. 81 en afb. 82 en Groenstrook met solitairen langs de binnenzijde van de Morssingel (zijde Volkenkundig Museum). afb. 83 Smalle voortuintjes met hekken aan de Rijnsburgersingel. afb. 73 en afb. 74 Tuinaanleg bij Morsweg 1, met op de achtergrond populierenreeks en de beplanting langs de Morssingel. afb. 75 en afb. 76 Tuin van de Paviljoenhof.
.
afb. 77 en afb. 78 Tuin op binnenterrein bebouwing Morssingel. Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 23
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 24
3.HISTORISCH RUIMTELIJKE ONTWIKKELING 3.1 Vroege ontwikkeling Inleiding Het projectgebied bevindt zich ten noordwesten van de historische binnenstad van Leiden. Deze nederzetting ontwikkelde zich rond de in de eerste helft van de twaalfde eeuw onder het bewind van Graaf Dirk IV gebouwde stenen burcht op het zogenaamde Waardeiland. Het door getijdenstromen sterk beïnvloede gebied was echter al veel vroeger bewoond. Met name de vruchtbare kreekwallen en oeverwallen van de Rijn en de vele nevengeulen waren geliefde vestigingsplekken1. We laten de voor deze analyse belangrijke episode van de historisch ruimtelijke ontwikkeling van het projectgebied beginnen in de late middeleeuwen. Leiden had zich in de dertiende en veertiende eeuw ontwikkeld tot een kleine stedelijke nederzetting van betekenis. Economisch succes had gunstige gevolgen voor de bevolkingsgroei, zodat steeds weer kleine en grote uitbreidingen noodzakelijk waren. Met de uitleg van 1386 op grondgebied van het naburige Zoeterwoude bereikte de stad de omvang die ze tot de vroeg in de zeventiende eeuw zou behouden, en die ook bekend is van de oudste stadsplattegronden, zoals die van Jacob van Deventer uit circa 15602.
Stadsvrijheid In de late middeleeuwen bevond zich ten noordwesten van de oude Vestgracht, buiten de Rhynsburgerpoort, aan weerszijden van de weg naar Oegstgeest een stuk landelijk gebied, dat bekend stond als “de stadsvrijheid’3. Het gebied, dat formeel bij de stad Leiden behoorde, was opgedeeld in een groot aantal percelen, die eigendom waren van rijke stadsburgers, kloosters en gasthuizen. Er lage tuinen, warmoeslanden, akkers en weitjes. De grens van de stadsvrijheid viel samen met het buitenstedelijke deel van de Onze Lieve Vrouweparochie in Leiden. Aan de hoofdweg (de weg naar Oegstgeest en ook wel “Steenstraat’ genoemd, de tegenwoordige SteenstraatStationsweg), lagen drie kloosters, het klooster Lopsen, het St.Margaretha-
1 Lammers-Keijsers, 2009, 9 2 Lammers-Keijsers, 2009, 18-19 3 Van Oerle, 1975
afb. 84 Het buitenstedelijke gebied ten noordwesten van de ommuurde stad. Detail van de kaart van Jacob van Deventer (col.RAL, PV 315.1). De gele lijn is de weg naar Oegstgeest of “Steenstraat”. Het noordelijke stuk daarvan is tegenwoordig de Stationsweg. Net buiten de Rhynsburgerpoort liggen enkele kloostercomplexen.
afb. 85 Het beleg van Leiden in 1574. Enkele jaren eerder is alle bebouwing buiten de poorten van Leiden gesloopt in verband met de oorlogsperikelen (Kaart “Leijda Batavorum Lugdunum, door Braun & Hogenberg, 1574, col. RAL, PV319G2). Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 25
klooster en het St.Aegtenklooster. Verder kende de weg, waarlangs een vaartje liep, al in de zestiende eeuw een hier en daar dicht opeen staande lintbebouwing. Blijkens de historische kaarten was het buiten de stadsmuren gelegen gebied niet beveiligd. Volgens van Oerle werd het ontstaan van de Stadsvrijheid ingeluid met de aanleg van een nieuwe verbindingsweg tussen Leiden en Rijnsburg, omdat de bestaande verbinding, via de Morsweg, in de wintermaanden onbegaanbaar was. De aanleg van de nieuwe weg op een kleilichaam moet voor 1395 zijn begonnen. Aan de westzijde van de 15 roeden brede weg werd een wetering gegraven, die in de Rijn uitmondde (de ‘Poelwetering’). Het werk was opgedragen aan Claes Jansz. Vossoen4. Sloop bebouwing Na de reformatie kwamen de kloosterbezittingen toe aan de stad Leiden en aan de Leidse universiteit en vonden herverkavelingen plaats. De gebouwen werden herbestemd voor de verpleging van zieken. Een groot perceel ten oosten van de weg naar Oegstgeest werd in gebruik genomen als speelweide voor de studenten (het ‘studentevelt’). Ook lag hier het leprozenland. Grote veranderingen vonden plaats in 1572 toen met het oog op het naderende beleg van de stad alle bebouwing in de stadsvrijheid moest worden afgebroken. Zo verdwenen de kloostercomplexen en de vele huizen en boerderijen onder de slopershamer.
3.2 De zeventiende eeuw Verkleining van de Stadsvrijheid Een groot deel van de Stadsvrijheid, met daarin het Lopsenland (het terrein van het voormalige klooster Lopsen) en het Leprozenland werd in de jaren rond 1611 vergraven voor de nieuwe stadsuitleg langs de noordrand van de stad. De oude Vestgracht werd een singel en de nieuwe stadsuitleg werd omgeven voor een nieuwe stervormige stadsgracht met daarin prominent aanwezige bolwerken. De Stadsvrijheid was hiermee een stuk kleiner geworden en bestond nog slechts uit een aantal percelen aan weerszijden van de weg naar Oegstgeest en de gronden die de bolwerksgracht van het Valke Bolwerk buitengrachts flankeerden.
afb. 86 De Stadsvrijheid buiten de Rijnsburgerpoort volgens de kartering uit 1610-1611 door J.P. Dou, in het kader van de stadsuitleg van 1611. De titel van de kaart luidt “Kaerte van eenige landen het Catharinae Gasthuys (...)", coll. RAL PV1002.8A. De gele lijn is de Steenstraat. De kaart geeft een goed beeld van de landerijen aan weerszijden van de weg, vlak voor de stadsuitleg.
4 Van Oerle, 1975, p.215
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 26
Verdere ontwikkelingen in de zeventiende eeuw Na de twee stadsuitbreidingen van 1644 en 1659 kwam de snelle groei van Leiden langzaam tot stilstand. Tussen 1670 en 1815 daalde het inwonerstal dramatisch door allerlei factoren als de achteruitgang van de textielindustrie, oorlogen en pestepidemieën. Veel huizen werden afgebroken en eeuwenlang volstond de ruime jas van de midden zeventiende-eeuwse omwalling. Een intensieve voorstadontwikkeling, zoals die in de late middeleeuwen in de stadsvrijheid bestond, was dan ook eeuwenlang niet aan de orde. Op laat zeventiende-eeuwse en achttiende-eeuwse kaarten zien we dan ook langs de weg naar Oegstgeest een zeer spaarzame bebouwing in een vooral door sieren moestuinen bepaald gebied. Op de kaart van Blaeu wordt de weg aan weerszijden geflankeerd door weteringen met bruggen ter hoogte van de gebouwen, die op de kop van de diepe omhaagde moestuinpercelen en boomgaarden zijn geplaatst. Sommige panden zijn als poortgebouwtjes naar de tuinen getekend. Buiten de grens van de vroegere stadsvrijheid, waar de gronden die onder Oegstgeest vielen lagen, bevonden zich niet in cultuur gebrachte velden. Vermoedelijk zijn deze in de achttiende of vroege negentiende eeuw ontgonnen, want op een kaart uit 1825 wordt gesproken over de “Pesthuispolder” en de “Marendijksche Polder”.
De zeventiende-eeuwse kaarten tonen ook al de met bomen beplante wandeling langs de buitenzijde van de singelgracht. Op de hoge bastions staan windmolens. Ook zijn de singelsloten goed zichtbaar.
afb. 87 De Stadsvrijheid met daarin de contouren van de stadsuitleg met vestinggordel van 1611, door Van Oerle.
afb. 88 De omgeving van de Rijnsburgersingel en de Morssingel op de stadsplattegrond van Leiden door J. Blaeu uit 1649 (coll. RAL PV350.2). De singel is beplant met dubbele bomenrijen en wordt begeleid door weteringen. Ook langs de weg naar de “Haarlemmerpoort’ (tegenwoordig de Stationsweg) liggen weteringen, met bruggetjes naar de tuinen. Het detail rechts boven toont de huizen of poortgebouwtjes op het voorste deel van de diepe tuinpercelen.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied Leiden II mei 2011 II blad 27
In grote lijnen blijft het beeld tot in de negentiende eeuw redelijk ongewijzigd. De inmiddels tot “Straatweg naar Haarlem’ omgedoopte steenweg bleef natuurlijk een belangrijke invalsweg voor Leiden en zal ook een belangrijke rol hebben gespeeld in het functioneren van de Beestenmarkt, die in het aangrenzende deel van de binnenstad lag. 3.3 De negentiende eeuw Rond 1850 Een zeer belangrijke impuls voor de ontwikkeling van het buitenstedelijke gebied was de aanleg van de spoorweg van Amsterdam naar Rotterdam. Deze lijn werd tussen 1842 en 1847 aangelegd door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij als verlenging van de eerste, in 1839 geopende spoorlijn tussen Amsterdam en Haarlem. Het Leidse station, gebouwd op grondgebied van Oegstgeest, werd geopend in 1843. Dit eerste gebouw is in 1879 vervangen door een nieuw station naar ontwerp van D.A.N. Margadant. De Straatweg naar Haarlem kruiste de –toen nog veel smallere- spoorbaan gelijkvloers ten noorden van het station. Aanvankelijk bleef de wetering aan de westzijde van de “Stationsweg” nog intact. Het stationsplein, dat deels ingericht was al een plantsoen, was via een bruggetje over de wetering bereikbaar. Rond het midden van de negentiende eeuw was het gebied volop in ontwikkeling. Er hadden zich in het gebied verschillende industriële blekerijen gevestigd.
Dat waren wasinrichtingen, die vanwege het toenmalige was- en bleekproces afhankelijk waren van een ruim met gras begroeid terrein, een onbelemmerde toetreding van zonlicht en schone lucht en zoveel mogelijk zuiver water uit singelgracht en poldersloten. Buiten de stadswallen van de volle en vervuilde binnenstad waren deze voorwaarden voorhanden. Langs de oostzijde van de Straatweg (ten zuiden van het huidige station) lagen maar liefst vier blekerijen, van noord naar zuid ‘Het Bonte Paard’, “De Oranjeboom’ en twee zonder naam5.
5 Kret, 1963, p.77-78.
afb. 89 Detail van de plattegrond van Leiden uit 1825, door S. van der Pauw (col. RAL PV406). Het tot Leiden behorende gebied buiten de veste heeft nog steeds de omvang van de oude Stadsvrijheid. Bebouwing is hier in het begin van de negentiende eeuw nog spaarzaam.
afb. 90 De “Plattegrond der Stad Leyden. Opnieuw nagezien met veranderingen tot in 1832”, door L. Springer en F. Desterbeck (col. RAL PV414.2). Langs een zijstraatje van de weg naar Oegstgeest bevindt zich een aantal panden (zie cirkel). De Mors- en Rijnsburgersingel zijn met dubbele bomenrijen beplant.
Cultuurhistorische analyse Stationsgebied, Leiden II mei 2011 II blad 28
afb. 91 De “Plattegrond der Stad Leyden” uit 1825 is na 1843 bijgewerkt na aanleg van de spoorlijn Leiden-Haarlem en het station (col. RAL PV408A1b). Tegenover het station, aan de oostzijde van de straatweg ligt de uitspanning Zomerzorg, met daarachter een diepe tuin, die blijkens deze kaart een landschappelijke aanleg had.