CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210038 Bijlage 7 Participatieverslag 'Samen maken we het stationsgebied' 1

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 18 mei 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen33.410 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bijlage 7

Samen maken we het stationsgebied! Participatieverslag gebiedsvisie stationsgebied Leiden

April 2021

SAMEN MAKEN WE HET STATIONSGEBIED Onder het motto ‘Samen maken we het stationsgebied’ is de gebiedsvisie tot stand gekomen met bijdragen vanuit onze stad en regio. Een samenwerking van bewoners, onderne­mers en gebiedspartners. Ik wil iedereen die een bijdrage heeft geleverd hartelijk danken. Uw bijdrage is heel waardevol. Ik hoop dat we ook na vaststelling van deze gebiedsvisie opnieuw op uw betrokkenheid mogen rekenen, zodat we samen van het stationsgebied van de toekomst een succes maken.

Fleur Spijker Wethouder Duurzame Verstedelijking, Ruimte & Wonen

2

IN 5 FASEN NAAR 1 VISIE

1. Opstellen gebiedsagenda gebiedsagenda

Op 23 januari 2020 is de gebiedsagenda ‘Stationsgebied Leiden’ vastgesteld door de gemeenteraad. De gebiedsagenda beschrijft acht onderwerpen, ook wel agendapunten genoemd. Die punten vormden samen het startpunt van het gesprek over de toekomst van het stationsgebied. Om te komen tot een gezamenlijke, toekomstbestendige gebiedsvisie hebben we het participatieproces opgedeeld in vijf fasen. Op veel verschillende manieren konden omwonenden en andere geïnteresseerden mee denken én doen!

vaststelling college

2. Informeren info

doemee.leiden.nl

3. Meedenken en -doen!

“Ik ben positief over de insteek van het participatietraject (veel aandacht aan gegeven), maar we zien onze inbreng graag ook daadwerkelijk terug in de vervolgstappen!”

!?

stationscafé workshops

meedenkroute

speeddates online met wethouder enquête

(Reactie op de enquête ‘Feedback op de gebiedsagend)

4. Reflecteren ?

;

!? concept gebiedsvisie

5. Besluitvorming gebiedsvisie

vaststelling gemeenteraad

3

ONLINE PARTICIPATIEPLATFORM

fase informeren

doemee.leiden.nl is het online participatieplatform van de gemeente Leiden. Voor de gebiedsvisie was dit dan ook het platform waarop alle informatie over het participatieproces te vinden is. Op de projectpagina ‘De toekomst van het stationsgebied’ werd voor iedere fase in de tijdlijn helder aangegeven hoe, waar en wanneer mensen mee konden doen en denken. Ook was het mogelijk om je hier aan te melden voor een van de vele participatiebijeenkomsten, kon je enquêtes invullen en informatieve video’s bekijken. Alle activiteiten en resultaten op de projectpagina blijven in ieder geval tot de vaststelling door de Raad openbaar toegankelijk. Doemee.leiden.nl blijft ook in de nabije toekomst voor online participatie het belangrijkste platform voor de gemeente Leiden,

Een samenhangende gebiedsvisie kan alleen tot stand komen na gesprekken met de stad. Wethouder Fleur Spijker (Duurzame Verstedelijking) nodigt Leidenaren in een video uit om mee te denken.

De gebiedsagenda beschrijft acht onderwerpen, ook wel agendapunten genoemd. In deze video licht projectmanager Jelle Deurman de acht agendapunten toe.

4

MEEDENKROUTE

fase meedenken

Op zaterdag 5 september 2020 organiseerde de gemeente Leiden een verrassende en coronaveilige wandeling, de Meedenkroute. Meer dan 100 deelnemers meldden zich aan en gingen op zes verschillende plekken in het gebied in gesprek. Zij spraken met ontwerpers en gemeente over onderwerpen zoals duurzaamheid, mobiliteit en de identiteit van het stationsgebied. Ook kregen deelnemers de gelegenheid om ideeën aan te dragen voor de toekomstige inrichting van het Morspoort- en Morssingelterrein en de Connexxion-locatie. “Kijk heel goed naar de gebruikers van het gebied: wat hebben wij nodig om optimaal gefaciliteerd te worden.” (Reactie op de enquête ‘Feedback op de gebiedsagend)

Projectmanager Jelle Deurman blikt terug op de activiteiten uit de Meedenkfase en nodigt de stad uit om ook in de volgende fase (reflecteren) volop mee te doen.

5

WEBINAR & DEELVIDEO’S

fase reflecteren

Op 11 februari 2021 presenteerden we de concept gebiedsvisie voor het eerst aan de stad. Via een webinar - live uitgezonden op YouTube en Facebook - konden kijkers via de chat vragen stellen aan het panel. In het panel zaten supervisor van het stationsgebied Rienst Dijkstra (PosadMaxwan) en projectmanager Jelle Deurman (gemeente Leiden). Video’s presentatie gebiedsvisie Tijdens de digitale concept presentatie werden de centrale onderdelen van de concept gebiedsvisie in vier video’s toegelicht. Deze video’s werden in de reflectiefase meermaals ingezet om te informeren over en te reflecteren op de concept gebiedsvisie. Bijvoorbeeld als startpunt van het gesprek tijdens het digitale stationscafé. Of ter introductie van de centrale onderdelen in het digitale reflectieformulier. Plek van verbinding Plek van ontmoeten Plek van vergroening & verduurzaming Deelgebieden Beeld uit de video ‘plek van verbinding’.

6

KLIK

MEEDENKEN

4

ENKELE FEITEN & CIJFERS

Digitale workshops

7

Speeddates met de wethouder

100+

Wandelaars deden de meedenkroute

INFORMEREN

220

1760

Respondenten enquêtes

Kijkers informerende video’s

CA. 700

Respondenten enquêtes

IDENTITEIT OPENBARE RUIMTE

MOBILITEIT

1

Historisch

65%

1

Groen

57%

2

Gastvrij

55%

2

Gezellig

35%

3

Cultuur

44,5%

3

Duurzaam

28%

Top 3 karaktertrekken

Top 3 sfeerelementen

top 3 thema’s

200+ beleidsstukken

}}

26%

19%

91%

Reist via het station

Werkt in het gebied

Komt uit Leiden

REFLECTEREN

8 agendapunten

30+

?

3 verhaallijnen

Bezoekers stationscafé

53

Ingevulde reflectieformulieren

700+

Kijkers presentatie concept gebiedsvisie

DIGITALE PARTICIPATIE IN TIJDEN VAN CORONA Door corona waren we genoodzaakt om de manieren van participatie aan te passen. In plaats van op de ‘pauzeknop’ drukken zijn we doorgegaan met

RESULTATEN REFLECTIE

veel digitale bijeenkomsten zoals een digitaal stationscafé en een wekelijks video-inloopspreekuur.

Tussen 11 en 21 februari 2021 konden mensen onder andere het reflectieformulier invullen via doemee.leiden.nl. Hieraan hebben 53 mensen deelgenomen.

Wanneer de maatregelen dit toelieten, kwamen we op een veilige manier fysiek bij elkaar. Bijvoorbeeld

deelgebieden

Elke fase was maatwerk en vroeg om een flexibele

57%

36%

Woont in het gebied

Reist door het gebied

organisatie. Uit een peiling kwam naar voren dat het

51%

49%

Heeft niet eerder meegedacht

Op welk onderdeel wilt u reageren?

informatie is goed en blijvend terug te vinden.

Dacht eerder mee

Plek van verbinding

goed

op de goede weg

niet goed

anders

Plek van ontmoeting

goed

op de goede weg

niet goed

anders

Plek van vergroening & verduurzaming

goed

participatieplatform doemee.leiden.nl een uitstekend middel is om op de hoogte gehouden te worden. Alle

geen

plek van ontmoeting

plek van vergroening & verduudzaming

plek van verbinding

tijdens de meedenkwandeling door het gebied.

op de goede weg

niet goed

7

RESULTAAT VAN DE PARTICIPATIE Vanuit het plan van aanpak stelden we als doel om ‘zoveel mogelijk Leidenaren te betrekken bij dit proces’ om daarmee ‘een gedragen, integrale gebiedsvisie voor het stationsgebied’ te realiseren. We zijn inmiddels bijna 1.000 ingevulde enquêtes, 2.500 views van video’s en tientallen presentaties, speeddates, workshops en wandelingen verder. Honderden bewoners, ondernemers, experts, reizigers en andere Leidenaren dachten mee over de inhoud van de gebiedsvisie en bepaalden mede de toekomst daarmee de toekomst van het stationsgebied. Naast positieve geluiden, zijn er ook betrokkenen die (zeer) kritisch zijn en blijven op zowel het proces als delen van uitkomsten. De impact Het participatieproces heeft een waardevolle bijdrage geleverd aan het eindresultaat. Dit startte eind 2019 toen ongeveer twintig stakeholders uit het gebied en de stad meehielpen om honderden beleidsambities, kaders en randvoorwaarden te bundelen tot acht heldere agendapunten als startpunt van gesprek. Deze acht uitgangspunten uit de gebiedsagenda brachten we in 2020 en 2021 via enquêtes, interviews en andere activiteiten samen tot drie integrale verhaallijnen voor de toekomst van het stationsgebied. In dat participatietraject is een enorme hoeveelheid aan waardevolle ideeën ingebracht.

Veel ideeën hebben een prominente plek gekregen in de gebiedsvisie. Hieronder de drie opvallendste:

1.

In co-creatie met heel veel Leidenaren is het ‘identiteitskompas’ opgesteld dat het karakter van het toekomstige gebied omschrijft. Deze verhaallijnen zijn de kapstok voor de inhoud van de gebiedsvisie. Het kompas bevat drie verhaallijnen - plek van ontmoeting, plek van verbinding en plek van vergroening en verduurzaming.

2.

De expliciete wens voor een groen stationsgebied is luid en duidelijk. Die is ingevuld door de focus op vergroening van gebouwen en openbare ruimte, de aansluiting bij het Singelpark en de zoektocht naar zoveel mogelijk bomen en behoud van biodiversiteit in de gebiedsvisie.

3.

De stedenbouwkundige opzet van de Connexxion-locatie, het Morspoortterrein en het Morsingelblok zijn stevig aangepast en verbeterd ten opzichte van het plan uit 2012. Dit is gebeurd op basis van de verschillende workshops en gesprekken. 8

VERVOLG VAN DE PARTICIPATIE De participatie startte bij de gebiedsagenda en heeft de gebiedsvisie gemaakt tot wat hij is. Participatie blijft een grote rol spelen in de verdere uitwerking van de plannen en projecten. Van tijdelijke initiatieven tot marketing, van invulling van bouwblokken tot inrichting van de openbare ruimte. Per thema bepalen we samen wat wenselijk en nodig is, op welk moment en op wat voor manier. Zo zetten we de heldere lijn de komende jaren door. Heeft u vragen of opmerkingen over dit participatieverslag? Neem gerust contact op via stationsgebied@leiden.nl. Wethouder Fleur Spijker en projectleider participatie Wout van der Heijden blikken terug op het participatieproces en bedanken de Leidenaren die meedachten over de toekomst van het stationsgebied.

9

Verantwoording & colofon Dit verslag geeft een kijkje in de keuken van het participatieproces voor de gebiedsvisie stationsgebied Leiden. Het is een kort overzicht van de activiteiten en bijbehorende resultaten ingebracht door bewonersorganisaties, ondernemers, medeoverheden, ontwikkelaars en vele andere betrokkenen. Een volledig overzicht van alle van activiteiten en resultaten, vindt u terug op doemee.leiden.nl.

Dit verslag is opgesteld door Kickstad. Wij bedanken iedereen die input gaf, meegedacht of meegelezen heeft. Het participatieproces werd georganiseerd door Kickstad in samenwerking met het programmateam Stationsgebied en omgeving van de gemeente Leiden, PosadMaxwan (stedenbouw) en Bureau Buhrs (gebiedsmarketing). Foto’s: Buro JP, gemeente Leiden & Kickstad Video’s: Swing Shots

BIJLAGEN 1. Conclusies informatie- en meedenkfase 2. Conclusies reflectiefase 3. Geanonimiseerde reflecties via mail & brief

11

Bijlage 1 Onderwerp

Conclusies Informatie- en Meedenkfase participatieproces gebiedsvisie stationsgebied

----Introductie In de gebiedsagenda is helder omschreven hoe bijna iedereen uit Leiden en omgeving onvermijdelijk verbonden is aan het stationsgebied. Voor de verwezenlijking van een integrale, toekomstbestendige en gedragen gebiedsvisie is een uitgebreid en zorgvuldig participatieproces dan ook essentieel. In mei 2020 zijn we dit veelzijdige proces gestart, op basis van de agendapunten uit de gebiedsagenda.

Tijdens de informatiefase (18 mei - 7 juni 2020) hebben via verschillende middelen geïnformeerd over de inhoud van de gebiedsagenda. Ook was er ruimte om schriftelijk en mondeling feedback te geven op de compleetheid van deze agenda. Tijdens de meedenkfase zijn er drie weken voor en drie weken na de zomervakantie in 2020 veel activiteiten georganiseerd om input op te halen. Honderden Leidenaren dachten op verschillende manieren mee over de toekomst van het stationsgebied. In de eerste kolom van dit verslag vindt u de conclusies van de activiteiten uit de informatie- en meedenkfase, vertaald naar een advies van de stad aan PosadMaxwan en de gemeente Leiden, de opstellers van de gebiedsvisie. Deze adviezen dienden als basis voor de concept gebiedsvisie, waarin alle opgehaalde informatie is samengevoegd. In de tweede kolom vindt u per conclusie een toelichting op de wijze waarop dit al dan niet is verwerkt in de concept gebiedsvisie.

Gemeente Leiden Postadres Postbus 9100 2300 PC LEIDEN Contact www.leiden.nl/contact Website www.leiden.nl/gemeente

Inhoudsopgave Gebiedsagenda 1. Advies op gebiedsagenda

Agendapunten 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

De IDENTITEIT als basis Een goed OV-KNOOPPUNT voor nu en straks Wonen en werken in een nieuw stuk STAD Gewoon DUURZAAM doen Een excellente OPENBARE RUIMTE Een voedingsbodem voor INNOVATIES Lang leve de TIJDELIJKE SITUATIE OVERIGE thema’s

Locaties 10. Morspoortterrein 11. Morssingelblok 12. Connexxion locatie

Proces 13. Participatie 14. Gebiedsvisie

Verantwoording & bronnenlijst

Disclaimer: dit document met reacties op de input uit de informatie- en meedenkfase, is een ambtelijk werkdocument met reacties van het projectteam gebiedsvisie stationsgebied. Het document is zorgvuldig samengesteld, maar het betreft een ambtelijk concept waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Definitieve keuzes worden gemaakt door de gemeenteraad, op basis van een aangepaste versie van de concept gebiedsvisie, na consultatie van de stad in de reflectiefase en na verwerking van de resultaten daarvan.

Gebiedsagenda 1.

Advies op gebiedsagenda

1.1.

De gebiedsagenda is een goede weergave van de onderwerpen die besproken moeten worden in de gebiedsvisie. De gebiedsagenda zelf kent de onderwerpen al een basis-prioriteit toe, gebaseerd op de volgorde van opnemen. Grotendeels komt dat overeen met de prioriteit die de stad eraan geeft. Met name het belang van ‘openbare ruimte’ wordt hoger gewaardeerd, ‘identiteit’ en ‘stad (programmering / voorzieningen)’ (iets) lager.

Naar aanleiding van de feedback op de gebiedsagenda is in de visie extra nadruk gelegd op de openbare ruimte. Met name de vergroening en de kwaliteit van de openbare ruimte krijgt royaal aandacht.

1.2.

Besteed in de gebiedsvisie veel aandacht aan de (kwaliteit van) de openbare ruimte, maak duidelijk hoe je de integrale afwegingen maakt en geef (sub)thema’s leefbaarheid, groen, verkeersveiligheid, fietsen & fietsenstallingen en cultuur een plek.

De kwaliteit van de openbare ruimte en groen daarbinnen heeft extra aandacht gehad, zowel in de thema’s Plek van verbinding als Plek van vergroening en verduurzaming. In de concept-gebiedsvisie is vanuit de acht agendapunten uit de gebiedsagenda een integrale en samenhangende visie ontwikkeld. In de concept gebiedsvisie is veel extra aandacht besteed aan groen, dat ook direct een bijdrage levert aan de leefbaarheid en biodiversiteit. In deelgebieden is specifiek gekeken naar leefbaarheid door aan te sluiten bij de omliggende buurten in bv. opzet en maat. Ontvlechten van verkeersstromen leidt tot significant veiligere openbare ruimte voor fietsers en voetgangers. De gewenste inpassing van toekomstige fietsenstallingen is opgenomen. Inpassing van cultuur volgt in de definitieve versie van de gebiedsvisie.

NB: alle kansen, zorgen of dromen die in gesprekken over de gebiedsagenda zijn geuit, maar met name betrekking hebben op de nog op te stellen gebiedsvisie, zijn gebundeld onder de adviezen in de komende hoofdstukken. Bronnen: 3a, 5a, 6a

Agendapunten Onderstaan volgen de adviezen per agendapunt van de Gebiedsagenda. De adviezen van het agendapunt ‘Verbindingen’ zijn verwerkt in de andere agendapunten vanuit praktisch oogpunt. Onder ‘overig’ staan de adviezen voor zaken die niet expliciet in de gebiedsagenda werden vermeld, zoals over het thema ‘veiligheid’.

2. De IDENTITEIT als basis De basis van onderstaande conclusies is het identiteitskompas (10a), een document dat het karakter van het toekomstige stationsgebied omschrijft en samen met de stad is gemaakt door middel van een flitspeiling, oriënterende gesprekken en workshops. De daaruit voortgekomen belangrijkste verhaallijnen, merkwaarden en kernkwaliteiten vind u hieronder. Onderstaande conclusies over Identiteit zijn integraal verwerkt in de concept gebiedsvisie (H3). Verhaallijnen 2.1.

Het stationsgebied als groene plek. Bijna iedereen vindt dat in het stationsgebied van de toekomst je moet kunnen wonen en werken op een gezonde, duurzame plek. Voorzie de gebouwen van innovatief groen in de gevels en op de daken. Aan de pleinen en op het station kunnen wellicht duurzame horeca-en retailconcepten komen waar gezondheid centraal staat. Op de stationspleinen willen mensen genieten van stedelijk groen: passend gevoel is lommerrijk, heerlijk flaneren. Vanuit hier het groen uitwaaieren naar andere stadsdelen zodat de passant en Leidenaar worden uitgenodigd om ook andere stadsdelen te ontdekken. En in het stationsgebied van de toekomst wil men gebruik maken van innovatief en duurzaam vervoer.

2.2.

Het stationsgebied als plek van verbinding. Deze plek zou volgens velen in de toekomst veel meer een plek van verbinding zijn. Verbinding van mensen door ontmoeting. Verbinding van functies: hier kun je wonen, werken, leven en reizen. Ook de drie unieke stadsdelen Binnenstad, Bio Science Park en het nieuwe stationsgebied zouden meer dan nu met elkaar verbonden moeten zijn. Het stationsgebied maakt de stad tot een geheel. Het stationsgebied verbindt Leiden ook met de regio, met Nederland en met de wereld. Het stationsgebied verbindt straks volgens velen ook groot met klein: woon-en kantoortorens met internationale allure worden verbonden met gastvrije ontmoetingsplekken. Hierdoor voelt het stationsgebied vertrouwd en laagdrempelig, passend bij de compacte stad Leiden.

2.3.

Het stationsgebied als plek voor ontmoeting. Het stationsgebied staat volgens velen in de toekomst veel meer dan nu voor ontmoeten en een gastvrij ontvangst. De sfeer zou warm, gezellig en levendig moeten zijn. Bijvoorbeeld door de verscheidenheid aan hoogwaardige voorzieningen en functies op de stationspleinen aan beide weerszijden van het station. Juist in het stationsgebied van de toekomst treedt de warme, gastvrije Leidenaar een ander open en hartelijk tegemoet. Het stationsgebied Leiden kan weer een natuurlijke plek worden om af te spreken, in gesprek met elkaar te gaan of kennis uit te wisselen. Een plek waar je elkaar ontmoet en waar je graag bent.

Belangrijkste merkwaarden

2.4.

Het stationsgebied als bruisend gebied. Er heerst hier straks volgens velen hopelijk een hoogstedelijk en dynamisch leefmilieu waar altijd iets te doen is. Het is hier levendig, gezellig en er is veel bedrijvigheid.

2.5.

Het stationsgebied is gastvrij. Iedereen zou zich welkom moeten voelen door de open en vriendelijke houding van de Leidenaar, de comfortabele openbare ruimte die je verleidt om verder het gebied en de stad in te trekken, en de veelvoud aan voorzieningen. Het stationsgebied van de toekomst verwelkomt je.

2.6.

Het stationsgebied voelt straks groen. Het liefst letterlijk, in de vorm van lommerrijke pleinen en innovatief groen in de bebouwing. Maar ook figuurlijk, in de zin van duurzaamheid, gezondheid en veiligheid. In het stationsgebied denken en handelen we groen.

2.7.

Het stationsgebied staat voor topkwaliteit. Alles wat hier wordt ontwikkeld en georganiseerd, zou toonaangevend en hoogwaardig moeten zijn: van de gebouwen, de inrichting van de openbare ruimte en het openbaar vervoer, tot de voorzieningen, het aanbod en de dienstverlening

2.8.

Het stationsgebied van de toekomst is vooruitstrevend. In het stationsgebied denken en handelen we innovatief. Daar waar het kan en daar waar het moet. Zo maken we het stationsgebied toekomstbestendig.

Hoogst gewaardeerde kernkwaliteiten 2.9.

Het station Leiden kent geen voor- en achterkant. Aan beide kanten van het station nodigt het stationsplein je uit om in het stationsgebied te verblijven én om de stad verder te ontdekken. De stationspleinen zouden het stationsgebied straks een unieke ontmoetingsplek moeten maken.

2.10.

Stationsgebied Leiden biedt straks een compleet aanbod aan mobiliteit. Hoogwaardige vormen van mobiliteit die gestructureerd in elkaar overlopen vormen het centrum van het stationsgebied: een OV-knooppunt dat in verbinding staat met de regio, Nederland en de wereld, gericht op trein, bus, taxi, fietsers en voetgangers. De mobiliteitshub zorgt voor een natuurlijk komen en gaan van bezoekers en fungeert daarmee als plek van ontmoeten en plek van verbinding.

2.11.

Stationsgebied Leiden ligt in een compacte stad. In deze ‘walkable city’ is een groot en gevarieerd aanbod op loopafstand bereikbaar vanaf het stationsgebied. Het stationsgebied verbindt straks deze compacte stad tot 1 geheel. De compacte stad zorgt ook voor een menselijke maat: zowel in de stad als in het stationsgebied voelt de bezoeker zich welkom, veilig en vindt hij makkelijk de weg.

2.12.

Blend aan functies. In het stationsgebied is in de toekomst altijd wat te doen door de organische functiemening en het intensieve ruimtegebruik. In het stationsgebied is een diversiteit aan voorzieningen op het gebied van wonen, werken, vrije tijd en reizen. Deze lopen natuurlijk in elkaar over en maken het stationsgebied een bruisend verblijfsgebied.

Bronnen: 10a

3. Een goed OV-KNOOPPUNT voor nu en straks 3.1.

Onder de deelnemers van de workshop tijdens de Meedenkroute is breed begrip voor een omvangrijke en vooral integrale aanpak van Knooppunt Leiden Centraal tot ‘hoogwaardige OVHub’. Iedereen ziet de grote verbeterslag die gemaakt kan worden. Belangrijk voor meeste mensen is dat de functionaliteit van het knooppunt prioriteit is. Als dat goed geregeld is mag er zeker meer groen, meer kunst en vooral: 'Speelser en minder rechttoe, rechtaan’..

3.2.

De taxistandplaats is voor veel mensen een doorn in het oog. Men ziet graag een mooiere invulling van de plek. Veel mensen vinden dat een Kiss & Ride voorzieningen belangrijk is om te behouden. De huidige situatie wordt als rommelig ervaren.

3.3.

Unanimiteit dat het busstation anders moet. Meer comfort en minder dominant qua uitstraling en ruimtebeslag. Een enkeling oppert ondergrondse varianten of aan de LBSP-zijde. In onderling gesprek wordt de realiteit daarvan ter discussie gesteld. Een busstation met bijvoorbeeld een park en voorzieningen op het dak wordt als aantrekkelijk idee gezien. In ieder geval moet de connectie tussen het busdomein en het treindomein beter “Laten we voor een parapluloze overstap gaan”.

3.4.

Veel gebruikers van het treinstation ervaren de stationshal en de perrons als erg druk in de spits. Een

Voor de transformatie naar een hoogwaardig OV-Knooppunt wordt in de concept gebiedsvisie de koers uitgezet en ruimte gelaten voor verdere uitwerking. Realisatie ervan hangt namelijk nog van veel factoren af, waaronder commitment en medefinanciering van medeoverheden (provincie, rijk) en spoorpartijen. Met deze partijen zal het uiteindelijke toekomstbeeld dan ook nog verder uitgewerkt moeten worden, in het zogenaamde MIRTtraject. Vanwege deze afhankelijkheid van andere trajecten, zijn voor diverse onderdelen van het Knooppunt Leiden Centraal (3.2 t/m 3.8) in de visie varianten benoemd die de gemeente wenselijk acht, zonder nu een definitieve keuze te maken. Deze keuze zal na studie binnen het MIRT-traject gemaakt worden. Voor de locatie van de taxistandplaats worden twee mogelijke opties beschreven in de concept visie: vervangen door een nieuwe fietsenstalling in een gebouw met ook taxi erin opgenomen of vervangen door een Stationspark waarbij de huidige stallingen gehandhaafd blijven. De locatie van de taxistandplaats is onderdeel van Knooppunt Leiden Centraal en mogelijke andere opties en de definitieve keuze wordt uiteindelijk binnen het MIRT-traject gemaakt. Kiss & Ride – gesitueerd aan de LBSP-zijde – blijft behouden en wordt beter vorm gegeven. Het busstation verandert op termijn.

Hiervoor zijn vijf varianten opgenomen, waarbij de voorkeursvarianten met overbouwing van het busstation veel meer kwaliteit bieden. De goede connectie tussen bus en treindomein is uitgangspunt bij alle varianten. De locatie van het busstation is vastgelegd in de gebiedsagenda Stationsgebied En worden andere locaties momenteel niet realistisch beschouwd.

Extra entrees naar de perrons op andere plekken dan de huidige entrees zijn zeer complex. Maar ze bieden potentie om

heel veel genoemd advies is het realiseren van extra opgangen bij het LUMC en Schuttersveld om loopafstanden korter te maken en drukte te spreiden. Veel gehoord is ook de wens om de stationshal te verbreden en de OV-poortjes weg te halen of een aparte poortjes vrije doorloop te maken. De entrees verdienen een upgrade aan beide zijden. Meer groen en meer ruimte, maar ook betere wachtplekken.

3.5.

3.6.

Alom steun en begrip voor het verder uitbreiden en kwaliteitsverbetering van fietsparkeren. Vanuit een visie en niet meer losse, tijdelijke maatregelen. Daarbij goed kijken naar de herkomst en bestemming van fietsers om de juiste positie te bepalen. Een goed fietsparkeerverwijssysteem kan bijdragen aan beter vindbaarheid van vrije plekken. Een deelnemer vindt de nieuwe rekken in de Lorentz stalling niet gebruiksvriendelijk. Ook uit enquête bleek toevoegen fietsenstallingen een van de belangrijkste en meest urgente onderwerpen! Deelmobiliteit leeft niet breed tijdens de Meedenkroute. Sommigen gaven aan kansen te zien in elektrische steps. Een ander idee was het realiseren van een tapis roulant om de afstanden in het gebied te verkleinen. Hierdoor zou minder behoefte ontstaan voor deelmobiliteit. Deelmobiliteit wordt vooral als kansrijk gezien voor de verbetering van de verbinding met het LBSP. Ook in enquête deelmobiliteit niet prioriteit, meer OV-fietsen wordt genoemd.

reizigersstromen beter te spreiden en loopafstanden te verkorten. Deze opties worden verder uitgezocht in de MIRT verkenning. In de gebiedsvisie worden de mogelijkheden bij de Connexxion locatie/Achmea gebouw en bij het LUMC benoemd. Aanpassing van het treinstation hangt zeer nauw samen met de bij 3.1 gemaakte opmerking tav samenwerking met NS, ProRail, provincie en ministerie. Hierin zijn momenteel nog geen definitieve keuzes gemaakt. De concept-gebiedsvisie maakt toekomstige besluiten tav de stationshal mogelijk. De concept-gebiedsvisie biedt een toekomstbeeld van de oplossing van het fietsparkeren rondom het station. Er worden nieuwe stallingen geïntroduceerd, gebaseerd op de herkomst en bestemming van de fietsers. Op termijn zijn alle tijdelijke maatregelen daarmee overbodig. De keuze voor een fiets-verwijs systeem is niet in de visie opgenomen, maar is een toekomstige keuze die gemeente samen met NS en ProRail kan maken. Gebruiksvriendelijkheid van de stallingen – inclusief de rekken – staat voorop bij het ontwerp van nieuwe stallingen.

Er is nader onderzoek nodig om te bepalen in welke mate, voor welke doelgroepen en voor welke voorzieningen (waaronder deelmobiliteit) parkeerplaatsen in het stationsgebied gerealiseerd worden. De ambitie om het gebied autoluw te maken speelt hierin een belangrijke rol. In de gebiedsvisie wordt onder het Morspoortterrein een reservering opgenomen voor een ondergrondse parkeergarage, die de mobiliteitsbehoefte van het stationsgebied kan faciliteren. Deze garage kan wanneer nodig als ‘mobiliteitshub’ dienen; een plek waar je een keuze hebt uit een breed palet aan deel-mobiliteit, waaronder fietsen, scooters, stept en auto’s. In dit onderzoek wordt ook nagegaan hoe om te gaan met de nu aanwezige parkeerplaatsen in het Morssingelblok

Deelmobiliteit kan een bijdrage leveren aan het verbeteren van het reizen van en naar Knooppunt Leiden Centraal. Momenteel wordt onderzocht op welke wijze deelmobiliteit een bijdrage kan leveren aan het verminderen van het gebruik van fietsenstallingen zodat zo efficiënt mogelijk gebruik gemaakt gaat worden van de beschikbare ruimte. Te denken valt aan het uitbreiden en of verbeteren van de ov-fiets. Het introduceren van een wisselfiets of het toelaten van deelfietsen van particuliere aanbieders. Dit kan alleen uitgevoerd worden in het kader van de stedelijke strategie voor deelmobiliteit. Een tapis roulant zien we als onwenselijk, omdat dit stevig ingrijpt in het vrije gebruik en toegankelijkheid van de openbare ruimte. 3.7.

3.8.

Gebruikers en bewoners voelen zich door onduidelijke routes en onoverzichtelijke situaties onveilig in het gebied. Het devies is dan ook om de vervoersstromen en vervoersmiddelen waar mogelijk te scheiden, waarbij de nadruk moet komen te liggen op verbeterde loop- en fietsroutes. Daarbij dient goed rekening te worden gehouden met ‘kwetsbare voetgangers’. Daarnaast wordt gepleit voor het veranderen van busroutes. Bussen die de regio aandoen, moeten niet meer door de binnenstad. Autoverkeer Rijnsburgerweg afwaarderen wordt meerdere keren genoemd.

De discussies over de onderdoorgangen waren kort en krachtig. De kwaliteit en capaciteit is ondermaats. Het station en het spoor worden als barrière ervaren.

Belangrijk uitgangspunt bij de Gebiedsvisie is het verbeteren van het overzicht en de verkeersveiligheid in het gebied door het zo veel mogelijk uit elkaar halen van kruisende stromen auto’s, bussen, fietsers en voetgangers. Bij de keuzes voor routes in de concept-gebiedsvisie hebben we de voetganger en fietser als uitgangspunt genomen. Op de pleinen aan weerszijden van het station krijgt de voetganger prioriteit. Het gebied tussen het Station en de binnenstad is straks het domein van fietsers en voetgangers. Bussen rijden via routes waar ze deels eigen infrastructuur hebben en veel minder mengen met fietsers en voetgangers op hetzelfde wegprofiel. Voor de Morsweg en de Rijnsburgerweg wordt in de gebiedsvisie aangegeven dat vermindering van het (doorgaande) autoverkeer grote meerwaarde kan hebben voor de leefbaarheid, fietser, voetganger en openbare ruimte maar dat meer onderzoek nodig is of en op welke wijze dat haalbaar is. Bovenstaande prioritering van voetganger, fiets, bus en auto sluit aan bij de Agenda Autoluwe binnenstad. De onderdoorgangen bieden onvoldoende kwaliteit en capaciteit voor voetgangers en fietsers, terwijl het belang steeds verder toeneemt. Hiervoor zijn aanpassingen noodzakelijk, die binnen het MIRT-traject verder

Er is meerdere malen geopperd om de poortjes in de stationshal te verplaatsen, de hal te verbreden en de andere tunnels ambitieus te verbeteren.

onderzocht en uitgewerkt worden, die samenhangen met financiering (zie 3.1). Dit geldt ook voor investeringen in de stationshal (zie 3.1 en 3.4). In de gebiedsvisie is benoemd dat voor de Plesmanlaantunnel in ieder geval aan de zuidzijde een verbreding nodig is voor doorgaande fietsers en voetgangers. De Walenkamptunnel zal eveneens flink verbeterd moeten worden om fietsers en voetgangers veilige en prettig te laten passeren, al dan niet met een extra opgang naar het perron. De Stationshal is nu al een belangrijke route voor voetgangers. Verbreding met of gedeeltelijk zonder poortjes zal onderzocht moeten worden. De Rijnsburgertunnel bied op het eerste gezicht voldoende ruimte maar kwaliteitsverbetering is ook hier aan de orde.

NB: de basis voor bovenstaande conclusies is de workshop in de Meedenkroute (7) & de enquête Knooppunt Leiden Centraal (8) aangevuld met de in diverse werkvormen geuite Kansen, Zorgen, Dromen. Bronnen: 2a, 3a, 5a, 6a, 7a, 8a

4. Wonen en werken in een nieuw stuk STAD 4.1.

In het stationsgebied is een kans om met architectuur 'een schoonheid te creëren die er nu nog niet is'. Waarbij oud en nieuw mooi aansluiten en we unieke plekken maken. Suggesties hiervoor zijn: luchtige en uitnodigende architectuur, met oog voor de menselijke maat, toepassing van kunst en ecologische architectuur met veel groen en 'zonder de lelijkheid van beton en glas' en 'schade aan levenskwaliteit' van huidige bewoners.

Over architectuur worden in de visie geen uitspraken gedaan, wel zijn enkele referentiebeelden opgenomen. Afspraken over architectuur zijn gemaakt in het Beeldkwaliteitsplan. Door de ontwerpregels in het Beeldkwaliteitsplan komende jaren op elke nieuwe ontwikkeling toe te passen zal het gebiedskarakter vorm krijgen. In de basis zorgt de concept-gebiedsvisie, in combinatie met het Beeldkwaliteitsplan voor een volgend beeld: Aan intieme, met baksteen ingerichte straatjes staan gebouwen met hoogten van de sokkel gelijk aan de bebouwing in de binnenstad. Voor de gevels in de straatjes is de architectuur van de Leidse binnenstad de referentie. De gevels aan de grote publieke ruimtes en pleinen bestaan uit dichte horizontale en verticale stroken, die de gevelopeningen definiëren. Variatie in de architectuur ontstaat door subtiele manipulatie van dit grid. De gevels hebben veel reliëf en een hoge mate van verfijnd detail. De architectuur van de nieuwe gebouwen reflecteert de tijd waarin ze ontworpen en gebouwd worden. Het gebruik van materialen en technieken is state-of-the-art en duurzaam: eigentijdse en met zorgvuldige, robuuste detaillering.

4.2.

Hoogbouw (bouwen richting 70m of daarboven) is een punt waar veel mensen bezorgd over zijn. Ze vrezen het beeld van hoogbouw naast de kleinschalige binnenstad en het effect van hoogbouw op het wind en zonklimaat. Ook leeft de zorg dat hoogbouw een onprettigere openbare ruimte oplevert. De vrees voor hoogbouw gaat (zie volgende conclusie) wel gepaard met een wens voor meer programma in het gebied, waarbij het stationsgebied gezien wordt als geschikte plek voor wonen,

De vergroening van het stationsgebied beperkt zich niet tot de openbare ruimte, gebouwen krijgen groene daken en waar mogelijk groene, natuurinclusieve gevels In het stedenbouwkundig plan sluiten de bouwhoogten van de nieuwe gebouwen aan op de maat en schaal van de binnenstad. De hoogste torens zijn 70 meter, richting de binnenstad 30 meter inclusief de hoogte van de onderbouwen. Valwinden ontstaan als wind tegen gevels van hoogbouw waait en de wind naar beneden valt daarmee is er kans op overlast op straat. Het principe van sokkels en bovenbouwen hebben hierop een gunstig effect. Windhinderonderzoek gedaan voor de nu gerealiseerde ontwikkeling van Lorenz fase 1 bevestigen dit beeld. Als onderdeel van

werken, cultuur en voorzieningen in een compacte stad. Ook wordt hoogbouw soms aangehaald als kans, bijvoorbeeld voor het creëren van meer groen op het maaiveld.

4.3.

4.4.

4.5.

Verder is er een roep om iets te doen aan de 'lelijke flats' in het gebied en de grote wand aan het Stationsplein te doorbreken. Om de stenigheid aan te pakken en te zorgen dat het toekomstige gebied mensen 'uit de gebouwen haalt'.

Wonen is een belangrijk onderdeel van een levendig stationsgebied, met (minstens) 30% sociale huur. Wonen moet gecombineerd worden met voorzieningen om het gebied te laten slagen. Meer winkels en een supermarkt aan LBSP-zijde is een wens.

Men vraagt zich af of we de geplande hoeveelheid kantoren nog nodig hebben nu corona ons (permanent?) dwingt meer thuis te werken. Daarnaast de suggestie om te sturen op nieuwvestiging en gezonde / educatieve functies daarbij voorrang te geven.

bestemmingsplannen voor de nieuwe ontwikkelingen wordt standaard hier nader onderzoek in gedaan. De positie van de gebouwen is zo gekozen dat er voldoende zon op de openbare ruimte valt. De hoogbouw staat altijd terug van de bebouwingslijnen aan de straten waardoor de hoogbouw in het straatbeeld niet domineert. In de concept-gebiedsvisie verdwijnt het roodwitte gebouw aan het Stationsplein op termijn. Het maakt plaats voor gebouwen die alzijdig zijn (geen voor en achterkanten hebben) en waar je tussendoor kunt lopen middels kleine straatjes. Van deze en andere ingrepen in het gebied is het doel om een levendig gebied te creëren waar je wilt zijn en verblijven, en nadrukkelijk ook buiten de gebouwen. Omdat de gemeente geen eigenaar van het gebouw is, is herontwikkeling afhankelijk van initiatief van de eigenaar. Van de nieuwe ontwikkelingen wordt 30% van de woningen sociale huur. Aan de stadszijde van het treinstation zijn verschillende winkels en andere functies voorzien die niet concurreren met de middenstand van Binnenstad. Door het toevoegen van wonen en werken is er behoefte aan kinderopvang, ontmoeting (jeugd- en jongerenwerk en welzijnswerk) en voldoende speelruimte. Aan LBSP-zijde zitten enkele voorzieningen aan het stationsplein en er zijn op de Connexxionlocatie voornamelijk woningen bedacht.

De voorzieningen op LBSP vallen buiten de scope van deze gebiedsvisie Er is gekozen om de hoeveelheid kantoren – op basis van actueel advies hierover – gelijk te houden aan de afspraken met de regio hierover. Enerzijds doordat de effecten van corona nog niet volledig in te schatten zijn. Anderzijds omdat Leiden Centraal een toplocatie is die ook bij economische tegenspoed in trek zal blijven. Zeker omdat het de enige locatie binnen de regio is voor nieuwbouw van reguliere kantoren. Het plan biedt voldoende ruimte om de kantoorruimte in te vullen met

kantoorconcepten die past bij de vraag van vandaag, maar ook van de toekomst.

4.6.

4.7.

Het stationsgebied wordt als een logisch gebied gezien voor ontmoeting & ontspanning, met ruimte voor een bioscoop, terrassen, cultureel aanbod, horeca en aanbod voor jongeren en kinderen. Spanning wordt gesignaleerd tussen nachthoreca en evenementen enerzijds en wonen anderzijds, vanwege overlast. Een kunst glijbaan (a la Niki de Saint Phalle in Jeruzalem) of een skatepark zijn concrete wensen.

Overige opmerkingen gaan relatief vaak over de spanning tussen het openbaar vervoersknooppunt en de overige ambities: is het een woon / werk gebied waar ook een ov-hub is of is het primair een vervoersknooppunt waar je ook kunt wonen en werken?

Bij een duurzame gebiedsontwikkeling dragen horeca- en retailconcepten, met focus op gezondheid, bij aan een gezonde leefstijl en zullen daar waar mogelijk voorrang krijgen. De visie omarmt de gedachte van ontmoeting (‘Plek van Ontmoeting’) waarbij er de mogelijkheid is om al de genoemde functies in te passen. Ook wordt een bioscoop, met horeca en dakterras momenteel gerealiseerd in de Geus. In Lorentz in ruimte voor een brewpub van Heineken met terras en ook Octagon biedt bij het Intercity hotel beperkt mogelijkheid voor een terras. De visie doet geen uitspraken over nachthoreca, die afweging volgt in het bestemmingsplan. Gezien de functie en het drukke karakter van het plein zien we behoudens 3 oktober beperkt ruimte voor evenementen op het plein. Wij zien mogelijk ruimte voor een skatepark of kunstglijbaan op of aan gebouwen, niet in de openbare ruimte. Dit is dus een uitwerkingsvraag die bij de verschillende ontwerpen van gebouwen meegenomen zal moeten worden. Met de concept-gebiedsvisie zijn we er van overtuigd dat er een goede mix gevonden is van functionaliteit van het knooppunt en een bruisend gebied om te wonen, werken en recreëren.

NB: de basis voor bovenstaande conclusies zijn de in diverse werkvormen geuite Kansen, Zorgen, Dromen, aangevuld met specifieke opmerkingen tijdens de digitale workshops over de specifieke deelgebieden. Bronnen: 2a, 7a, 9a

5. Gewoon DUURZAAM doen 5.1.

Opvallend is dat in de Meedenkroute bij bijna elke groep het thema vitaliteit de meeste punten krijgt. Maar waar voor de een vitaliteit draait om rust en gezondheid, associeert een ander vitaliteit met drukte en gezelligheid. Binnen het thema vitaliteit zijn dan ook verschillende maatregelen genoemd: van festivals organiseren, het tegengaan van eenzaamheid, tot het beperken van geluidsoverlast van het verkeer door middel van houtwallen. Opvallend was dat veel deelnemers een vitaal gebied echt als randvoorwaarde van de herontwikkeling noemen. In andere werkvormen, waarin vitaliteit niet actief 'aangeboden' is, speelt vitaliteit als overkoepelend thema geen rol. Definieer het thema 'Vitaliteit', gelinkt aan de kernwaarden en neem dit expliciet op als onderdeel van 'Duurzaamheid'.

Met de realisatie van de concept gebiedsvisie wordt een vitaal gebied gerealiseerd. Met een diversiteit aan woon, werk en verblijfplekken met veel aandacht voor kwaliteit en vergroening. Met stille en drukke plekken. En met een moderne goed functionerende OVKnoop.

5.2.

Naast vitaliteit kreeg ook het thema klimaatadaptatie in veel rondes van de Meedenkroute een hoge score. Daarnaast zien we dat de overgrote meerderheid van alle KZD die gaan over duurzaamheid betrekking hebben op 'groen'. De deelnemers willen vooral groen in de stad: primair een groen maaiveld & bomen, maar ook groene daken, groene gevels en minder bestrating. Zowel om om te gaan met hittestress, met water ondergelopen straten te voorkomen en om een aantrekkelijk gebied te creëren. Er is behoefte aan natuur in de stad. Concrete aandachtspunten: vergroening aan beide zijden van het station, een koppeling met het Singelpark, de openbaarheid van het groen (ook op daken), tunnels meenemen in de vergroening en het stationsgebied als startpunt en

De concept-gebiedsvisie beschrijft een integrale aanpak van ‘groen’ in het gebied. Op maaiveld, gevels en daken, aansluitend bij de laanstructuren van Leiden en het Singelpark. We passen het principe ‘groen tenzij’ toe, aan beide zijden van het station. Dit zorgt overall voor (veel) meer groen en stadsnatuur in het gebied. Hierdoor werken we meteen aan klimaatadaptatie. Dit gebeurt ook door o.a. slimme waterdaken. Ook voorkomt meer groen hittestress en overstroming van het riool. Groene tunnels zijn onderwerp van nadere studie, bij de uitwerking van de aanpak van de tunnels, in het MIRT-traject. Ook de transformatie van het station biedt kansen voor vergroening.

groen voorbeeld voor de rest van de stad. 5.3.

De thema’s circulariteit, energie en biodiversiteit scoorden aanzienlijk lager tijdens de Meedenkroute en werden in andere werkvormen nauwelijks genoemd. Toch worden ook voor deze thema’s innovatieve maatregelen genoemd, zoals: zonnepanelen in gevels (energie), Singelpark meer zichtbaar doortrekken richting het station (biodiversiteit), modulair bouwen (circulariteit) & beter faciliteren van afvalscheiding (circulariteit).

In het stationsgebied is duurzame energie het nieuwe normaal. Het streven is een energieneutraal gebied te ontwikkelen. Biodiversiteit wordt gestimuleerd door de extra stadsnatuur en ingrepen in de gebouwen (denk aan nestkasten). Echter biodiversiteit in de stad zal altijd beperkt zijn tot stadsnatuur. Tav Circulariteit is een thema dat we nader uitwerken bij de aanbesteding van sloop, inrichting van de openbare ruimte en het op de markt brengen van kavels. Dit vakgebied ontwikkelt zich snel en we spelen zo in op de laatste mogelijkheden. We zien mobiliteit als het belangrijkste duurzaamheids thema in het gebied, vanwege het karakter van stationsgebied. Hiervoor introduceert de visie een helder concept dat vooral ruimte biedt aan voetgangers en fietsers en deze vormen van mobiliteit stimuleert. De auto maakt plaats voor andere vormen van vervoer; lopen, fiets, OV, maar ook vormen van MaaS.

5.4.

Een ander veel gehoord thema tijdens de Meedenkroute was mobiliteit. In een belangrijk openbaar vervoersknooppunt als het stationsgebied Leiden kan mobiliteit niet als thema ontbreken, zo stelde het merendeel van de deelnemers. Maatregelen die meerdere malen zijn genoemd om duurzame mobiliteit te stimuleren zijn het verminderen van het autogebruik en het beter faciliteren van fietsgebruik door bijvoorbeeld oversteekplaatsen. Maar ook het überhaupt beperken van de mobiliteit om te voorkomen dat het te druk wordt in het gebied.

5.5.

Stel eisen aan projectontwikkelaars en daag ze uit. Denk aan ecologische architectuur, digitale gebouwpaspoorten, energie neutraliteit maar nog steeds betaalbaar voor de 'gewone' Leidenaar, hergebruik van bestaand elementen voor herkenbaarheid en ruimte voor ontmoeting (ook in de gebouwen).

Doordat het merendeel van de deelgebieden eigendom is van de gemeente zullen bij de selectie van marktpartijen eisen worden gesteld. En worden zij uitgedaagd op o.a. duurzaamheidsthema’s zicht te onderscheiden om geselecteerd te kunnen worden.

5.6.

Zorg dat door prioritering de koppelkansen tussen de deelthema's en de integraliteit niet uit het oog wordt verloren!

Dit is een belangrijk aandachtpunt bij de verdere uitwerking van de plannen.

NB: de basis voor bovenstaande conclusies is de workshop in de Meedenkroute, aangevuld met de in diverse werkvormen geuite Kansen, Zorgen, Dromen. Bronnen: 1a, 2a, 3a, 5a, 6a, 7a, 8a, 8b

6. Een excellente OPENBARE RUIMTE 6.1.

Zie het stationsplein als een lobby voor de stad, een waardige entree waar je je welkom voelt. De stad begint op het stationsplein, Leiden krijgt een groter en gezelliger centrum. De verbinding met het historische centrum is vloeiend, logisch en prettig. De Leidse sfeer is direct herkenbaar.

Met de stedenbouwkundige invulling - wanden met aantrekkelijk programma en de kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte wordt een waardige entree gecreëerd die via de Stationsweg direct en organisch op de historische Binnenstad aansluit (H5.1).

6.2.

Het station / stationsgebied is de verbinding van het Bio Science Park met de stad. Dat moet een veel prettigere verbinding worden dan nu. Het idee wordt geopperd om de rijke historie van Leiden zichtbaar te maken op die routes, de koppeling naar de wetenschap, studenten en cultuur. Singelpark als referentieniveau voor de kwaliteit.

De onderdoorgangen en de stationshal zijn onderdeel van het MIRT-traject. Daarin worden deze verbindingen verder uitgewerkt en worden ideeën meegenomen.

6.3.

Geef het gebied door de inrichting van de openbare ruimte een kwaliteitssprong, zoals gebeurd is bij de Garenmarkt, het Singelpark of het fietspad naar Naturalis. Let daarbij op de toegankelijkheid voor mensen met een beperking! Hou het Leids en wordt geen 'willekeurige stad'. Groen, zitelementen, bomen, een verbinding met het Singelpark en deel van een wandelroute als suggesties.

In de gebiedsvisie is veel aandacht besteed aan de kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte. Deze zal aansluiten op de nu aanwezige kwaliteit in de Binnenstad en het Singelpark (zie 5.1.4 en ook 7.1)

6.4.

Er bestaan veel ideeën voor het stationsgebied die te maken hebben met de openbare ruimte: denk aan een skatepark, een podium voor jonge kunstenaars of

Het stationsgebied wordt een hoog stedelijk gebied met woningen, werkplekken en voorzieningen met een modern openbaar vervoersknooppunt en een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte.

Er ontstaat een centrumgebied waar het Leidse verleden, heden en de toekomst vloeiend in elkaar gaan overlopen. De ’oude’ universitaire kennis en cultuur van de historische binnenstad krijgt via het stationsgebied een organische aansluiting met het moderne innovatie district LBSP (H2).

een honden losloop gebied. Ook worden genoemd: het direct kunnen krijgen van informatie voor bezoekers, betere profilering van de molens, etc. T.a.v. de invulling van de plinten zijn kleinschalige winkels / horeca te prefereren boven grootschalige winkels.

De precieze invulling is een uitwerkingsvraag die bij de verschillende ontwerpen van gebouwen en/of openbare ruimte meegenomen zal moeten worden.

NB: de basis voor bovenstaande conclusies zijn de in diverse werkvormen geuite Kansen, Zorgen, Dromen aangevuld met specifieke opmerkingen uit de speeddates en digitale workshops. Bronnen: 2a, 7a, 9a, 9b, 9c, 11a

7. Een voedingsbodem voor INNOVATIES 7.1.

Innovatie als middel vs. innovatie als doel. Stakeholders vinden innovatie enorm belangrijk, maar vooral als middel om doelstellingen op andere agendapunten te realiseren, met name voor mobiliteit en duurzaamheid. Ruimte voor experimenten, pilots en innovaties, zoals geschetst in gebiedsagenda zouden volgens velen altijd dienend moeten zijn aan die thema’s. De meningen over innovatie als einddoel, met positionering als innovatiedistrict, zoals in het CID (Den Haag) en als verlengde van het BSP, lopen erg uiteen.

Innovatie wordt helder gepositioneerd als middel om de markt uit te dagen en doelen te bereiken.

7.2.

Op sommige thema’s (mobiliteit) speelt data al een grote rol in het stationsgebied of liggen er kansen (duurzaamheid). Voor andere thema’s (stedenbouw, architectuur) staat digitale technologie nog in de kinderschoenen. Kan gefragmenteerd verder, maar meerwaarde data gedreven gebiedsontwikkeling ligt vooral in het integreren van datastromen. Een geanonimiseerd data-platform, zoals Brainport Helmond, is een denkrichting.

. Daar waar data relevant en beschikbaar is wordt dit omarmt, bijvoorbeeld bij deelmobiliteit en wanneer mogelijk bij duurzaamheid en wellicht ook andere thema’s

7.3.

Innovatie als uitnodiging voor het creëren van een netwerk. NS, Universiteit Leiden, PLNT, BSP, TNO; de kansen op kruisbestuiving en ontmoeting in het gebied zijn enorm. Het actief delen van innovatieve kennis, informatie en ervaringen is een belangrijke stap in het toekomstbestendig maken van het gebied. Het opzetten en versterken van een netwerk rondom innovatie/duurzaamheid bijvoorbeeld in combinatie met De Duurzaamste Kilometer lijkt logisch.

De Duurzaamste Kilometer wordt omarmd als innovatief netwerk.

7.4.

Innovatie in planvorming/ proces. veel mogelijke innovatie zit volgens experts aan de proces kant. Hoe

Het plan is zo flexibel in opzet, dat laatste innovaties altijd kunnen worden meegenomen

7.5.

zetten we lerend vermogen op in de organisatie, hoe maken we deze gebiedsvisie toekomstbestendig? Voorbeelden die voorbij komen zijn: ‘keuzes uitstellen tot laatste moment’ en daardoor altijd laatste versie techniek garanderen en nu al kiezen voor toekomstige regelgeving’ (bijv. nu al strengere normen o.g.v. duurzaamheid aannemen).

bij de individuele ontwikkelingen van kavels of openbare ruimte.

Zorg ervoor dat innovatie wordt ingezet door de markt (bijv. via doorvertaling naar kavelpaspoorten) en - waar nodig benoemen van regelgeving die beperkend is om deze actief 'weg te managen' met vaststellen van de visie. Zo zou het huidige handboek (beheer) onvoldoende dynamisch zijn om innovatieve materialen toe te passen, maakt regelgeving over kabels en leidingen ondergronds ingrijpen lastig en zijn aanvullende eisen in aanbestedingstrajecten ingewikkeld.

Het stationsgebied wil de transitie naar de circulaire economie aanjagen door marktpartijen uit te nodigen om tot de beste circulaire innovaties te komen.

NB: de basis voor bovenstaande conclusies is de ‘one-pager Innovatie’ samengesteld na diverse gesprekken en besloten sessies georganiseerd met verschillende intern deskundigen, extern experts en vergelijkbare casuïstiek. Bron: 13a

8. Lang leve de TIJDELIJKE SITUATIE 8.1.

Voor de werkzaamheden is het uitgangspunt dat ze voor zo min mogelijk overlast zorgen, ze veilig zijn en dat er goede communicatie plaatsvindt. Het gebied is ten allen tijden leefbaar en bereikbaar. Zorg dat in de gebiedsvisie afspraken worden opgenomen over de kwaliteit die we voor deze tijdelijke inrichting nastreven. Worden er ontwerpen gemaakt voor de tijdelijke situatie? Welke materialen gaan we gebruiken? Daarnaast wellicht uitspraken over beheersmaatregelen om het gebied leefbaar en bereikbaar te houden. En bijvoorbeeld BKPonderdeel (Beeldkwaliteitsplan) 'tijdelijkheid' opnemen met beeld en materialen, plus supervisor toets om zo marktpartijen te dwingen om ook in de tijdelijke situatie goede zorg te dragen voor het gebied.

De concept-gebiedsvisie beschrijft de gewenste kwaliteit van de tijdelijke situatie en de bril waardoor we naar de tijdelijkheid kijken. Een aanpak wordt na de reflectiefase uitgewerkt, waarin het idee van een Beeldkwaliteitsplan tijdelijkheid wordt meegenomen.

8.2.

De gemeente moet goed kijken naar de afbakening van het gebied: het is een gemiste kans om direct bij de projectgrenzen te stoppen i.p.v. koppeling te maken met omliggende gebieden (bijvoorbeeld de Steenstraat en LBSP).

Dit volgt in de nadere uitwerking na de reflectiefase.

8.3.

De gemeente zal moeten kijken naar de huidige wet- en regelgeving en deze zo nodig aanpassen ten behoeve van de tijdelijke situatie (door opname in gebiedsvisie en dus raadsbesluit). Bijvoorbeeld voor uitzondering voor horeca in gebied en uitingen in de fysieke omgeving zoals borden. De horecavisie biedt daar ook mogelijkheden voor.

Dit volgt in de nadere uitwerking na de reflectiefase en mondt zo nodig uit in een voorstel naar de raad, samen met het vaststellen van de visie.

8.4.

De gemeente speelt een actieve rol in het organiseren dan wel aanjagen van tijdelijke initiatieven, o.a. door actief en creatief leegstand beheer: waar liggen er

Dit volgt in de nadere uitwerking na de reflectiefase.

kansen en fysieke ruimte voor tijdelijke initiatieven? Door het regelen van capaciteit en mandaat, bijvoorbeeld door het instellen van een loket voor initiatiefnemers en een eindverantwoordelijke binnen de gemeentelijke organisatie die procedurele hobbels weg kan nemen (oliemannetje). Het aanstellen van een projectteam tijdelijkheid (met stakeholder en stadspartners) wordt aangeraden. Doel: kennisdelen, samenwerking en placemaking. 8.5.

Het moet duidelijk zijn wie er beslissen over tijdelijke initiatieven en aan welke voorwaarden deze initiatieven moeten voldoen. Een van de voorwaarden is bijv. dat het aansluit bij de toekomstige identiteit van het gebied. Of er moet bijv. een social return worden bewerkstelligd. Het toetsingskader (checklist) moet worden opgesteld met stakeholders/stadspartners en voor ieder initiatief toepasbaar zijn (naar voorbeeld Spoorzone Delft: Tussenstation). Daarnaast belangrijk continue onbrand communicatie over ontwikkelingen in stationsgebied: niet alleen programmering. Neem mensen mee in de stip aan de horizon (voorbeeld See u in 2030 – Utrecht) en zorg voor samenhang.

Het kader is deels benoemd in de conceptgebiedsvisie; passen in het gedachtengoed ‘Van A naar B op de manier van B’. Ook de communicatie is concreet opgenomen.

8.6.

De inzet van tijdelijke initiatieven biedt de kans om het gebied op te bouwen in zijn belevenis. Het uitgangspunt moet zijn: ja, mits in plaats van nee, tenzij. Uiteindelijk moeten alle ideeën in de tijdelijke situatie aansluiten bij de ambities voor de ontwikkeling van het gebied. Gemeente schetst randvoorwaarden voor zichzelf (bijv. capaciteit, budget) en voor initiatiefnemers (toetsingskader, differentiatie initiatieven).

Dit volgt in de nadere uitwerking na de reflectiefase.

NB: de basis voor bovenstaande conclusies is de ‘one-pager tijdelijkheid’ samengesteld na diverse gesprekken en besloten sessies georganiseerd met verschillende intern deskundigen en extern experts. Bron: 14a

9. OVERIGE thema’s 9.1.

Als aanvullend thema op de Gebiedsagenda, is regelmatig ingebracht om veiligheid & overlast mee te nemen in de gebiedsvisie. Dat begint met het voldoen aan de basisvoorwaarden: schoon, heel en veilig. Met als belangrijkste aandachtspunten vegen en handhaven. Daarnaast is geluidsoverlast een aandachtpunt voor de huidige en nieuwe bewoners. Veiligheidsbeleving in de avonden kan worden verbeterd. Verkeersveiligheid is een belangrijk aandachtspunt en opgenomen onder 'ov-knoop'.

Aspecten als vegen en handhaven vallen buiten de scope van de gebiedsvisie.

9.2.

Uit de opmerkingen over de doelgroepen blijkt dat breed gedragen wordt dat het stationsgebied van de hele stad is: een 'smeltkroes' voor Leiden. Waar je moet kunnen wonen met een kleine beurs (voldoende sociale woningbouw), waar iets te doen is voor jong en oud en er sociale cohesie is. En let op dat het gebied ook en grote regio functie heeft, vergeet die doelgroep niet!

Dit geldt als uitgangspunt voor de visie en het volledige plan. Sociale woningbouw is specifiek geborgd binnen het programma.

9.3.

Maak heldere keuzes, bouw daarbinnen voldoende flexibiliteit in en hanteer een strakke planning.

Met de concept-visie stellen we de heldere keuzes voor aan de stad. Hierbinnen is voldoende flexibiliteit, denk bijvoorbeeld aan de invulling van de kavels en de scenario’s voor het busstation en het taxi palet. De planning is geen onderdeel van de concept-gebiedsvisie, maar volgt later in de uitwerking.

Bron: 2a, 7a, 9a, 9b, 9c

Schoon, heel en veilig is het uitgangspunt, ook in de tijdelijke situatie. Geluidsoverlast van de bouw bij grote projecten is onvermijdelijk, belangrijkste is dat hier helder en tijdig over wordt gecommuniceerd. Dat is opgenomen in de visie. Veiligheidsbeleving wordt verbeterd door de opzet van het gebied, het programma en de levendige plinten.

Locaties 10. Morspoortterrein 10.1.

Kansen voor de wijk. Zet in op de menselijke maat bij de verdere planuitwerking. Er liggen groene kansen en zet in op een Co2 neutrale wijk. Betrek ook de buurtvereniging bij de verdere plannen en uitwerking.

Menselijke maat is het uitgangspunt bij het ontwerp. Door te kiezen voor 3 tot 4 lagen als basis en kleine straatjes, aansluitend bij de opzet van de bestaande wijk. Er is veel ruimte voor groen; langs de singel in het parkje en in de binnenhoven. In de vervolgfase worden de duurzaamheidseisen voor dit deelgebied bepaalt.

10.2.

10.3.

Samenhang. Voor het Morspoortterrein wordt nadrukkelijk gevraagd om samenhang te maken in de hele wijk (tot aan het spoor). Om de wijk als 1 geheel te benaderen.

Input aan het groen geven. Bijv. door een groene aansluiting op het Singelpark te realiseren en meer groen in de wijk zelf. Eventueel door de aanleg van daktuinen op nieuw te realiseren hoogbouw. Er zijn veel zorgen over of gepland groen ook echt gerealiseerd gaat worden. Ontwikkel het parkje tot een ontmoetingsplek met eventueel een buurttuin, koffietentje of buurthuis. Zorg voor banken en schaduw. Behoud sportvoorzieningen en speeltuin. Zorg ook voor voldoende waterbuffer. Maak het groen door bv. geen hekken maar heggen toe te passen. Denk ook aan het onderhoud.

De buurtvereniging is van harte uitgenodigd mee te denken over de concept-gebiedsvisie én wordt betrokken in het vervolgproces, waarbij de visie wordt uitgewerkt tot (uiteindelijk) een nieuw deel van hun buurt. De wijk is als één geheel benaderd. De aansluitingen tussen bestaande straten en bebouwing van de wijk en van de singel zijn het uitgangspunt geweest van de voorgestelde opzet. De bestaande straten worden verlengd tot aan de Singel, de bebouwing sluit aan op de bestaande hoogten van de gebouwen. De hogere bebouwing richting spoor vormt de overgang naar spoor, LBSP-zijde en de rest van het stationsgebied. De opzet sluit aan bij het Singelpark door de singel ter plekke te vergroenen. Dit groen wordt verder doorgetrokken via de straten haaks op de Singel de buurt in via het parkje en de groene binnentuinen. Dit zijn logische plekken voor bijvoorbeeld ontmoeting, sporten, spelen, bankjes en schaduw. Dit wordt verder uitgewerkt in een toekomstig inrichtingsplan. De daken van de nieuwe bebouwing wordt voorzien van groene daken die bijdragen aan de ecologie en de buffering van water. Hekken in de openbare ruimte worden zo veel als mogelijk vermeden.

10.4.

10.5.

10.6.

Autoluw & Morspoort garage. Het verdwijnen van de garage zorgt enerzijds voor angst over het parkeren van de eigen auto en anderzijds voor zorgen om overlast in de buurt door een toename van auto’s. Een autoluwe wijk met enkel toegang voor de bewoners zou uitkomst kunnen bieden. Een mooie nieuwe ondergrondse garage met daarboven groen en plek voor gezamenlijke voorzieningen is de droom voor deze wijk. Hierbij kan gedacht worden aan een gebouw in eigentijdse architectuur met in de plint ruimte voor deze voorzieningen (bijvoorbeeld een supermarkt). Een andere droom is de tunnel Schipholweg verlengen naar de Plesmanlaan zodat doorgaande autoverkeer verdwijnt. Bouwhoogte is duidelijke onderzoeksopgave. De meningen zijn divers. Van een zorg dat bestaande afspraken over bouwhoogtes (SP2012) worden losgelaten, tot een zorg dat er juist niet hoog genoeg gebouwd gaat worden. Hoogbouw wordt gezien als oplossing van de woningnood in het gebied en creëren van groen, maar anderzijds als probleem door de toename van het aantal mensen in de wijk. Deze toename zou ook tot meer fietsen autoverkeer leiden, met een verslechtering van de daaraan verwante parkeerproblematiek, dat op dit moment al een heet hangijzer is binnen de wijk. Leefbaarheid. Ook is de leefbaarheid binnen de wijk op andere vlakken een punt van zorg, met name als het gaat om hittestress en de donkere straten in de wijk.

Ook is er zorg of er voldoende infrastructuur is en de bereikbaarheid voor auto, fiets en voetganger voldoende is.

Er is nader onderzoek nodig om te bepalen in welke mate, voor welke doelgroepen en voor welke voorzieningen (waaronder deelmobiliteit) parkeerplaatsen in het stationsgebied gerealiseerd worden. De ambitie om het gebeid autoluw te maken speelt hierin een belangrijke rol. In de gebiedsvisie wordt een reservering opgenomen voor de inpassing van een grote ondergrondse parkeergarage onder de bebouwing van het Morspoortterrein. Deze mogelijke garage kan de huidige Morspoortgarage vervangen en kan zorgen voor voldoende parkeren in het stationsgebied. Het maakt ook een autoluwe buurt mogelijk. De infrastructuur van de Leidse Ring, in dit geval de Schipholtunnel en de Plesmanlaan, vallen buiten deze studie. Het kaderbesluit voor de LRN, vastgesteld door de gemeenteraad, vormt het uitgangspunt voor de conceptgebiedsvisie Bouwhoogtes sluiten aan op de bestaande wijk, met een basishoogte van 4 lagen. In algemene zin sluiten in het stedenbouwkundig plan de bouwhoogten van de nieuwe gebouwen aan op de maat en schaal van de binnenstad. De hoogste torens zijn 70 meter, richting de binnenstad 30 meter inclusief de hoogte van de onderbouwen. Met de twee torens op het Morspoortterrein wordt tegemoet gekomen aan de wens om meer woning en kantoren te realiseren dicht bij het station en om een groen parkje open te houden in de buurt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10070553/1