CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210025 Bijlage 2a .Ontwerp besluit, incl. ruimtelijke onderbouwing kunstwerk Schoorsteen Ankerpark

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen14.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ongeveer 200 soorten verliezen hun bescherming in vergelijking met eerder vigerende Flora- en faunawet, voornamelijk soorten vaatplanten (muurplanten, orchideeën) en (zee)vissen. De bij de Flora- en faunawet gehanteerde gedragscodes blijven bestaan, zij het dat de lijsten met beschermde soorten wijzigen en aangepast moeten worden. Voor soortbescherming in relatie tot ruimtelijke ingrepen is een aantal artikelen in de nieuwe Wet natuurbescherming van belang:

42

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Zorgbeginsel artikel 1.10 en 1.11: net als bij artikel 2 Ffwet is de intrinsieke waarde van soorten vastgesteld in een doelbepaling en geldt voor alle soorten, los van een beschermingsregime, een zorgplicht. Dit zorgbeginsel is vergelijkbaar met de zorgplicht in de Ffwet. Actieve soortbescherming, artikel 1.12. Provincies moeten verplicht beleid opstellen voor de bescherming van soorten, specifiek in hun eigen provincie. Dit beleid is nog in ontwikkeling en de inhoud is nog niet bekend. Er worden in de Wet Natuurbescherming drie beschermingsregimes onderscheiden: 1. Soorten van Vogelrichtlijn: Bescherming van alle in het wild levende vogels in de EU, beschreven in artikel 3.1-3.4. Dit beleid verandert deels t.o.v. de. Ffwet. Het begrip "opzettelijk" is bij doden, vangen en verstoring van nesten etc. opgenomen. Hieronder valt ook het begrip "voorwaardelijk opzet". De grote verandering is dat verstoring onder de nieuwe wet is toegestaan, mits de staat van instandhouding van de soort maar niet in het geding komt. Degene die de verstoring begaat, moet dan aantonen dat er geen verstoring van wezenlijke invloed is. Verstoren van broedende vogels (op nest) en eieren blijft verboden. De provincie kan hiervoor vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen. 2. Soorten van Habitatrichtlijn: Bescherming van dier- en plantensoorten in artikel 3.5-3.9: a.

die strikt beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage IV, Verdrag van Bern bijlage I en II, Verdrag van Bonn bijlage I. In geval van ontheffing of vrijstelling moet aan drie voorwaarden voldaan worden: dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat, de handeling noodzakelijk is (diverse redenen mogelijk, waaronder die van groot openbaar belang met redenen van sociale en economische aard) en tot slot alleen wanneer er geen afbreuk gedaan wordt aan de gunstige staat van instandhouding van de soort in haar natuurlijke verspreidingsgebied. b. die streng beschermd zijn Habitatrichtlijn bijlage V, Verdrag van Bern bijlage III, Verdrag van Bonn bijlage II. waarvoor maatregelen moeten worden getroffen indien de gunstige staat van instandhouding in het geding is.In geval van ontheffing of vrijstelling moet alleen voldaan worden aan de eis dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt. Hiervoor zijn maatregelen verplicht. Ook hier is het opzetvereiste van toepassing, maar in tegenstelling tot vogels is er geen uitzondering dat 'verstoring toegestaan is zolang het niet van wezenlijke invloed is'. Via een AMvB kunnen nog nadere regels gesteld worden. De provincie kan vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen, met in achtneming van de belangen. 3. Andere soorten: Dit zijn de in de bijlage van bij artikel 3.10 van Wet natuurbescherming genoemde soorten.

Op deze bijlage staan zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Onderdeel A bevat de fauna, onderdeel B de flora. Deze lijst is een nationale toevoeging en betreft soorten die in principe een landelijke achteruitgang kennen. In praktijk is deze bescherming lichter en verwacht wordt dat ontheffingen vrij gemakkelijk verkregen kunnen worden, aangezien er niet de zwaardere belangen gelden voor de soorten van de Europese richtlijnen. Ruimtelijke ontwikkeling is een geldig belang voor een ontheffing (art 3.10.2 onderdeel a). Opzettelijk verstoren in algemene zin, wordt voor deze groep niet genoemd als verbod. De provincies kunnen voor deze lijst vrijstellingsbesluiten maken. Op dit moment staan ook zeer algemene soorten op deze lijst; mogelijk zal er een vrijstellingsbesluit of AMvB opgesteld worden hoe hier mee om te gaan.

4.3.1.2 Provinciaal en regionaal beleid Landschapsbeleidsplan Leidse regio en Warmond 2002

43

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Het regionale landschapsbeleidsplan heeft meerdere doelstellingen. Aangegeven moet worden hoe de agrarische, ecologische, recreatieve, cultuurhistorische en visueel - ruimtelijke kwaliteiten van het landschap behouden, versterkt of ontwikkeld kunnen worden op een zodanige manier, dat een meerwaarde ontstaat op regionaal niveau. Daarnaast moet er een landschappelijk raamwerk worden ontworpen, waarin functies als landbouw, natuur, waterbeheer, recreatie en mogelijkheden voor verstedelijking duidelijk zijn gepositioneerd. Ook een optimale wisselwerking tussen stedelijke en landelijke gebieden moet worden aangegeven. De relatie stadland, de voedingsaders voor natuur in de stad, moet worden geoptimaliseerd en worden beschermd.

4.3.1.3 Gemeentelijk beleid Kaderstelling Bomenbeleid De Bomennota heeft vier hoofddoelstellingen voor het ruimtelijk, beheersmatig en juridisch beleid: het aanvullen van structuurvormende bomenrijen, het beschermen van bomen (Bomenverordening), het verbeteren van groeiplaatsomstandigheden van bomen, het versterken van stad-land relatie door sortimentskeuze van bomen. Ecologisch Beleidsplan Leiden (1998) Het uitgangspunt van het Ecologisch Beleidsplan Leiden (EBL) is om de natuur mee te laten tellen als bewoner van de stad. Hierbij moeten de kansen om de natuur de stad in te halen optimaal worden benut en bedreigingen voor die natuur zoveel mogelijk worden beperkt, rekening houdend met de multifunctionaliteit van de stad en haar stedelijk groen. De hoofddoelstellingen van het ecologisch beleidsplan zijn: Het complementeren dan wel opstellen van een gebiedsdekkend plan voor een duurzame ecologische groenstructuur van 'groene' en 'blauwe' verbindingen vanuit het buitengebied de stad in. Door middel van inrichting, communicatie en regelgeving de Leidse Ecologische Structuur (LES) versterken. Profielen, beheermethoden en sortimentskeuze koppelen aan de LES. Gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling & Inrichting De Wnb stelt gemeenten verplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen na te gaan of er bedreigde plant- en diersoorten aanwezig zijn in het projectgebied.

Een wijziging van deze wet in februari 2005 stelt gemeenten in staat een gemeentelijke gedragscode voor ecologisch beleid vast te stellen. Als één van de eerste gemeenten in Nederland heeft de gemeente Leiden een dergelijk document opgesteld. Dit document is door het Ministerie van LNV goedgekeurd. Dit document, de 'Gedragscode voor ruimtelijke ontwikkelingen in Leiden' (vastgesteld door B en W op 1 november 2005), is bij B en W-besluit van 4 december 2012 komen te vervallen en vervangen door de gedragscode 'Ruimtelijke Ontwikkeling & Inrichting'. Deze gedragscode is opgesteld door Stadswerk en goedgekeurd per 1 januari 2011. Deze gedragscode dient als leidraad voor ruimtelijke projecten waarbij sprake is van een functieverandering of werkzaamheden waarbij sprake is van een ruimtelijke verandering (zoals sloop, grondwerk of bouw). Het volgen van de gedragscode bij ruimtelijke ontwikkelingen minimaliseert de kans op conflicten met de Wet natuurbescherming.

4.3.2

Onderzoeksresultaten

Algemeen

44

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Een ruimtelijke ontwikkeling kan leiden tot verstoring, aantasting van groeiplaatsen en vernietiging van verblijfplaatsen van soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming. Activiteiten die mogelijk leiden tot negatieve effecten op beschermde soorten leiden, zijn in principe verboden, tenzij maatregelen kunnen worden genomen om dit te voorkomen. Daarnaast moeten ook onbeschermde soorten zoveel mogelijk worden ontzien, volgens de "zorgplicht". In planvorming en/of uitvoering dient daarom tijdig rekening te worden gehouden met aanwezigheid van (beschermde) flora en fauna. Het project Bij plaatsing dient rekening te worden gehouden met broedende vogels die mogelijk gebruik (gaan) maken van de naast gelegen beplanting. Broedende vogels zijn beschermd. Het broedseizoen is globaal van maart t/m juli (let op, vogels kunnen ook buiten deze periode broeden). Mochten er broedende vogels aanwezig zijn, dan wordt er een deskundig ecoloog ingeschakeld. Er wordt rekening gehouden met de algemene zorgplicht (ook voor niet beschermde soorten), onder zorgplicht valt: dood en beschadig/verwond geen dieren. Bij het aantreffen van gewervelde dieren wordt overlegd met een ecologisch deskundige hoe deze op een veilige afstand van de werkzaamheden te verplaatsen, of hoe de werkzaamheden voorgezet kunnen worden.

Boom Effect Analyse (BEA) Om in het Ankerpark diverse werkzaamheden uit te voeren, evenals het plaatsen van kunstwerk(en), is een Bijlage 1 Boom Effect Analyse uitgevoerd. Het plaatsen van het kunstwerk kan mogelijk conflicteren met het duurzaam behoud van bomen in de openbare ruimte. Het doel van het onderzoek is om te kunnen bepalen of de bomen in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden in hun huidige verschijningsvorm en op dezelfde standsplaats duurzaam behouden kunnen blijven. De benodigde graafwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder direct toezicht van een gecertificeerde European Tree Worker, waarbij wortelschade zeer beperkt is gebleven. Een van de 69 bomen in het Ankerpark heeft een bijzondere boomwaarde/specifieke beleidsstatus en bevindt zich tevens in de directe omgeving van het plangebied. Er heeft een bewortelingsonderzoek plaatsgevonden in de buurt van deze boom. Het bewortelingsprofiel liet zien dat er op 0-30 cm nagenoeg geen beworteling is aangetroffen. Voor 30 cm en dieper zijn de grote wortels volop aanwezig met een diameter tot 65 mm verdeeld over het diepte profiel. De 66-jarige paardenkastanje heeft een uitgebreid wortelpakket gevormd dat ook in het projectgebied van de stalen constructie is gegroeid. Er is daarom besloten om de gegoten ringfundering van het kunstwerk niet dieper dan 30 cm de grond in aan te brengen.

Op deze manier wordt het wortel gestel van de witte paarden kastanje niet aangetast. Op deze manier zal er sprake blijven van een duurzame instandhouding van de witte paardenkastantje. Andere bomen in het Ankerpark zullen tevens geen schade of nadelige effecten ondervinden van het plaatsen en bevestigen van het kunstwerk.

4.3.3

Conclusie

Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect ecologie de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

45

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

4.4

Kabels en leidingen

Bij het Kadaster is er een orientatieverzoek ingediend, waarna gegevens beschikbaar worden gesteld over de aanwezigheid en locatie van belangen. De bundeling van gegevens maakt inzichtelijk waar knelpunten liggen met betrekking tot maatregelen in de ondergrondse groeiplaats. Voor de Boom Effect Analyse is een KLIC melding gedaan bij het Kadaster. Dit verzoek is bekend onder nummer 9811577068/10 20O32592 -1. Hieruit blijkt dat kabels en leidingen (elektra) beperkt aanwezig zijn onder de voetpaden. Het betreft hier laag- en middenspanning ten behoeve van de aanlichting van de kunstwerken en de elektra van een gemaaltje. Binnen het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en leidingen.

4.4.1

Conclusie

Het aspect Kabels en Leidingen staat de ruimtelijke ontwikkeling niet in de weg. Voor de realisatie van het plan dienen geen verdere maatregelen genomen te worden.

4.5

Milieu

4.5.1

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving worden belemmerd door de ontwikkeling en of ter plaatse van gevoelige functies, zoals woningen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, editie 2009). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden zijn indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de onderstaande richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' dan wel 'gemengd gebied’. De omgeving van het plangebied kan, gelet op de ligging aan de met de afwisseling van functies als, wonen, detailhandel en recreatieve voorzieningen worden gekarakteriseerd als gemengd gebied.

46

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Richtafstanden en omgevingstype Wet milieubeheer (Wm) Een kunstwerk is geen inrichting volgens de Wm. Deze wet is aldus niet van toepassing.

4.5.1.1 Onderzoeksresultaten Voor onderhavig project dient te worden getoetst of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen veroorzaakt voor bestaande functies in de omgeving en of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid. Het plangebied wordt getypeerd als een gemengd gebied. Uit het bedrijfsinformatiesysteem van de Omgevingsdienst blijkt dat er in de directe omgeving van de ontwikkeling geen bedrijfsactiviteiten zijn die een nadelige invloed hebben op de ontwikkeling. Het is de verwachting dat de bouw van de stalen constructie geen hinder zal veroorzaken voor haar omgeving.

4.5.1.1.1

Conclusie

Gelet op het voorgaande vormen de milieubelastende functies vanuit het oogpunt van milieuzonering geen belemmering voor de in dit plan besloten ruimtelijke ontwikkeling. Andersom leidt bouw van het kunstwerk niet tot milieutechnische problemen voor de omliggende milieugevoelige functies. Het aspect Bedrijven en Milieuzonering staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

4.5.2

Bodem

Het Besluit op de ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6) schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling.

47

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

4.5.2.1 Onderzoeksresultaten Ten behoeve van het bestemmingsplan Binnenstad zijn diverse onderzoeken uitgevoerd naar de milieukundige gesteldheid van de bodem. Hierbij zijn ter plaatse van de planlocatie geen verontreinigingen in de bodem aangetroffen. Het kunstwerk zal op deze grond geplaatst worden en deels worden gefundeerd in de bodem. Omdat de aard en omvang van deze bodemverstoring erg klein is, wordt de bodem niet dusdanig verstoord dat nader onderzoek naar de bodemkwaliteit noodzakelijk is. Er zullen geen risico’s voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de voorgenomen activiteit op het onderhavige perceel.

4.5.2.2 Conclusie Het aspect Bodem staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

4.5.3

Externe veiligheid

De aard en omvang van het te plaatsen kunstwerk hebben geen aantrekkende werking dusdanig dat er een toename van de concentratie aan mensen in het gebied plaatsvindt. Het groepsrisico neemt daardoor niet toe door de plaatsing van het kunstwerk op deze locatie. Tevens is de planlocatie niet gelegen binnen onderzoekszones van relevante risicobronnen. Ook het plaatsgebonden risico vormt hiermee geen belemmering. Het aspect externe veiligheid staat de ruimtelijke ontwikkeling daarom niet in de weg.

4.5.4

Geluid

Geluidsoverlast kan worden veroorzaakt door industrielawaai, railverkeerslawaai, wegverkeerslawaai en luchtverkeerslawaai van Schiphol. De Wet geluidhinder en de Luchtvaartwet kent grenswaarden voor geluid. Bepaalde geluidgevoelige objecten mogen alleen worden toegelaten als zij geen ontoelaatbare geluidsbelasting ondervinden. Daartoe moet op grond van artikel 3.3.1 Besluit ruimtelijke ordening zones in het bestemmingsplan worden opgenomen rond geluidbronnen. Het bestemmingsplan moet de ligging en de afmetingen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen gelegen binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder aangeven. Als een bepaalde bestemming en/of een bepaalde geluidsbron niet in de Wet geluidhinder of Luchtvaartwet is geregeld, moet in het kader van de goede ruimtelijke ordening toch een akoestische afweging gemaakt worden. De Wet geluidhinder geeft mogelijkheden om een hogere waarde vast te stellen voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai. Op 4 maart 2013 heeft de Omgevingsdienst de herziene versie van de “Richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden” vastgesteld. Op basis van deze richtlijnen stelt de Omgevingsdienst een maximale hogere waarde van 58 dB voor, voor verkeerslawaai en 63 dB voor railverkeer.

Voor industrielawaai en Luchtvaartlawaai gelden de wettelijke grenswaarden.

48

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

4.5.5

Onderzoeksresultaten

Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) is een kunstwerk van deze aard geen geluidsgevoelige bestemming. Onderzoek naar de geluidsbelasting is dan ook niet noodzakelijk. Het te plaatsen kunstwerk heeft tevens geen verkeersaantrekkende beweging en geen functie die naar verwachting niet dusdanig meer publiek aantrekt dan onderzocht bij realisatie Singelpark of de mogelijkheid biedt tot het uitoefenen van activiteiten die geluidsoverlast op de omgeving zullen veroorzaken. Onderzoek naar de geluidsbelasting van het kunstwerk op de omgeving is daarom tevens niet noodzakelijk .

4.5.5.1 Conclusie Het aspect geluid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

4.5.6

Luchtkwaliteit

Het bevoegd gezag betrekt de luchtkwaliteit in de besluitvorming van ruimtelijke plannen. In het kader van de Wet milieubeheer (Wm) toetst het bevoegd gezag aan de voorschriften van Titel 5.2. Centraal daarin is artikel 5.16, eerste lid, van de Wm. Het kunstwerk dat ter plaatse van het plangebied geplaatst zal worden betreft geen gevoelige bestemming in het kader van de 'Wet luchtkwaliteit' (2007). Om deze reden hoeft er geen onderzoek gedaan te worden naar de luchtkwaliteit in de omgeving. Het kunstwerk heeft naar verwachting tevens geen verkeersaantrekkende werking in betekenende mate (NIBM – Niet In Betekenende Mate). Een onderzoek naar de invloed van plaatsing van het kunstwerk op de luchtkwaliteit in de omgeving is tevens niet nodig.

4.5.6.1 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

4.6

Milieueffectrapportage

De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk

49

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

4.6.1

Onderzoeksresultaten

Het is niet nodig om besluit vormvrije m.e.r. beoordeling te nemen op grond van het Besluit milieueffectrapportage. Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten vanwege de kleinschaligheid van voorliggende ruimtelijke ontwikkeling.

4.6.1.1 Conclusie Er dient geen milieu effect rapportage uitgevoerd te worden.

4.7

Stedenbouwkundige inpassing

4.7.1

Beleidskader

De opdracht voor het kunstwerk is uitgewerkt binnen de vastgestelde kaders: • Structuurvisie : Verder met de Binnenstad (RV 12.0040); • Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte (BW 12.0417);

50

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

4.7.2

Onderzoeksresultaten

Het Ankerpark is onderdeel van de groene singelroute. Structuurvisie 'Verder met de Binnenstad' schrijft voor om de parken van deze singelroute, beleefbaar te houden door middel van het toevoegen van functies. Horeca, kunst en speelvoorzieningen zijn hier voorbeelden van. Uitgangspunt voor de visie is de veelheid aan sfeer en uitstraling. De huidige groene parken zijn al heel verschillend van elkaar wat betreft sfeer en uitstraling. Afhankelijk van de gegevenheden uit de omgeving wordt een park gevormd. Zo ook in het geval van het Ankerpark waar veel industrieel erfgoed, in de vorm van de Meelfabriek, het anker en de schoorsteen aanwezig zijn. In het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte zijn de uitgangsputen voor de inrichting van de openbare ruimte uitgewerkt.Wat betreft kunstwerk worden geen modellen voorgeschreven, maar zijn wel eisen voor de materialisering geformuleerd. De sfeer van de openbare ruimte in de buitenste rand aan het noordoosten van de binnenstad wordt ook gekenmerkt door de industriële ontstaansgeschiedenis. Dit gebied wordt in het document 'Verder met de binnenstad' getypeerd als de 'innoverende stad'. Op de in dit gebied geselecteerde plekken (Meelfabriek en Nuon-terrein) wordt in principe de standaard toegepast, maar daar kan, gezien de bijzondere status, op details van worden afgeweken.

Een modernere vormgeving van het straatmeubilair, ondersteunend aan het industriële verleden, behoort dan tot de mogelijkheden. Als voorwaarde is een goede motivering, in de vorm van een ruimtelijke onderbouwing vereist. Tevens dient de duurzaamheid en de beheerbaarheid van de objecten aangetoond te worden. Het kunstwerk is van permanente aard waardoor er gekozen is voor duurzame materialisering. Dit houdt in dat er materialen gebruikt worden welke voor een onbepaalde tijd mee gaan en niet ten koste gaan van natuur en milieu. Tevens wordt het deel van de originele schoorsteen (de stomp) hergebruikt en ingepast in het nieuwe ontwerp. In samenwerking met de GKB groep is de verbeelding van de schoorsteen verder uitgewerkt. GKB groep doet aan herinrichting van de buitenruimte en specialiseren zich in groen, cultuur en civiele techniek. Binnen de gemeente is tussen cultureel erfgoed, landschapsarchitecten, stadsingenieurs en de tacor (toets- en adviescommissie openbare ruimte) de plaatsing en het element besproken en afgestemd binnen de vastgestelde kaders. De interne commissie Toets- en Adviescommissie Openbare Ruimte (TACOR) controleert of alle ontwikkelingen in de buitenruimte voldoen aan de eisen uit de kadernota Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte.

4.7.2.1 Conclusie Het element maakt integraal onderdeel uit van het Ankerpark en is passend binnen de stedenbouwkundige kaders van het gebied.

4.8

Water

4.8.1

Beleidskader

Beleid waterschap Waterbeheerplan 5 Voor de planperiode 2016-2021 zal het Waterbeheerplan 5 (WBP5) van het hoogheemraadschap van Rijnland van toepassing zijn. In dit plan geeft het hoogheemraadschap van Rijnland aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en

51

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. In het WBP5 staat samen werken met de omgeving aan water centraal. Het hoogheemraadschap van Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer. De vier hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water, gezond water en de waterketen. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Bij voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil het hoogheemraadschap van Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomstvast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en heviger buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Het waterbeheerplan sorteert voor op deze ontwikkelingen. Gezond water is de zorgplicht om het water schoon zoals past bij de functie van het water te houden. Wat betreft de waterketen, zijnde afvalwater, wordt dit optimaal gezuiverd en onttrokken grondstoffen worden hergebruikt. Keur en uitvoeringsregels Per 1 juli 2015 is een nieuwe Keur en de daarbij horende uitvoeringsregels in werking getreden. De Keur is benodigd vanuit de Waterwet.

Daarin zijn vastgelegd de bevoegdheden en taken van het hoogheemraadschap, zijnde de zorg voor het watersysteem, de zorg voor het zuiveren van afvalwater, de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden en waterbeheer. De Keur dient tevens ter invulling van deze doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Samengevat is maakt de Keur en uitvoeringsregels het mogelijk dat het hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken) en andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als het hoogheemraadschap van Rijnland daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in een Keurvergunning.

De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het hoogheemraadschap van Rijnland nader uitgewerkt. Waterkeringen Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft de zorg voor de waterkeringen (zowel primaire als secundaire) en de instandhouding van de landscheidingen met de aangrenzende waterschappen. Verharding onbebouwde gronden Binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap van Rijnland gelden strenge regels om onbebouwde grond te verharden. Bij toename van verharding van de onbebouwde gronden met meer dan 5.00 m2 is compensatie van verharding door middel van extra te graven vierkante meters water verplicht. Hiervoor geldt een realisatie- en meldingsplicht als ontheffing van de Keur en uitvoeringsregels van het hoogheemraadschap van Rijnland. De eigenaar van de gronden dient toename van de verharding en de realisatie van extra water te melden bij het hoogheemraadschap van Rijnland. Bij toename van verharding van om onbebouwde grond met

52

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

meer dan 5.000 m2 dient de eigenaar een vergunning aan te vragen bij het hoogheemraadschap van Rijnland.

4.8.2

Onderzoeksresultaten

4.8.2.1 Algemeen Water en ruimtelijke ordening Het aanwezige watersysteem vormt een belangrijke randvoorwaarde voor wat in een bepaald gebied wel of juist niet mogelijk is en stelt daarmee eisen aan de omgang en inrichting van de beperkte ruimte. Bouwen langs het water kan enorm bijdragen aan het woongenot. Bouwen op de verkeerde plek kan veel ellende geven door wateroverlast. Terecht wordt steeds meer erkend dat water mede sturend dient te zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is inmiddels voor iedereen duidelijk dat het watersysteem meer ruimte nodig heeft om de effecten van klimaatverandering, zeespiegelrijzing en bodemdaling het hoofd te kunnen bieden. Een goede afstemming tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening is daarom noodzakelijk. Extra aandacht voor water in ruimtelijke plannen in een vroeg stadium van de planvorming is blijvend vereist met het oog op de toekomst en het naleven en uitvoering van de Watertoets, de Kaderrichtlijn Water (KRW), Waterplan Leiden en eisen vanuit waterbeheer.

4.8.2.2 Watertoets De aard en omvang van het te realiseren kunstwerk in het Ankerpark zijn dusdanig klein dat oppervlaktewatercompensatie niet nodig is. Bij de keuze van materialen er is rekening mee gehouden dat deze geen uitlogende, of anderszins milieuvervuilende, eigenschappen mogen hebben om de milieukwaliteit van onder andere de bodem te waarborgen.

4.8.2.3 Conclusie Het aspect water staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

53

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

54

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Hoofdstuk 5 5.1

Procedurele aspecten

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Op grond van artikel 2.10, lid 1 onder c Wabo dient een omgevingsvergunning geweigerd te worden voor aanvragen die in strijd zijn met het bestemmingsplan en er geen vergunningverlening mogelijk is met toepassing van artikel 2.12 Wabo. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend na het voeren van een procedure tot afwijking van het bestemmingsplan. Hierbij gelden drie mogelijkheden: indien in het bestemmingsplan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid wordt gegeven dan kan deze toegepast worden op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 1º van de Wabo; indien het bestemmingsplan geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid biedt, maar bij algemene maatregel van bestuur afgeweken kan worden dan kan deze toegepast worden op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2º van de Wabo; indien aan geen van bovenstaande voldaan kan worden, de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat, dan kan de omgevinsgvergunning worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º van de Wabo doorlopen worden. Dit is een procedure op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

5.2

Procedure

Het plan is strijdig met het bestemmingsplan. Voor dit bouwplan is in het Besluit omgevingsrecht geen mogelijkheid opgenomen voor een buitenplanse afwijking. Daarmee is de juiste juridisch-planologische procedure voor het mogelijk maken van het ingediende bouwplan, het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o Wabo. Het betreft een uitgebreide procedure. Dit houdt in dat het ontwerpbesluit met deze ruimtelijke onderbouwing zes weken ter inzage wordt gelegd voor het indienen van zienswijzen. Eenieder kan gedurende die termijn een zienswijze indienen. De zienswijzen worden beantwoord in een zienswijzennota. Als gevolg van ingediende zienswijzen kan een omgevingsvergunning worden geweigerd. De aanvrager kan dan een aangepaste aanvraag indienen. Geven de zienswijzen geen aanleiding de omgevingsvergunning te weigeren, dan kunnen de indieners van de zienswijzen door de raadscommissie worden gehoord. De raadscommissie neemt een besluit op de zienswijzen en in voorkomende gevallen over het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Indien geen zienswijzen ingediend worden, kan direct na de ter inzage legging van het ontwerpbesluit een omgevingsvergunning verleend worden.

De omgevingsvergunning treedt in werking met ingang van de dag na afloop van de beroepstermijn van zes weken gerekend vanaf de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd en nadat deze langs elektronische weg kenbaar is gemaakt. Tegen het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning kan rechtstreeks beroep worden aangetekend bij de rechtbank gedurende een termijn van zes weken na publicatie van de vergunning.

55

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

5.3

Verklaring van geen bedenkingen

Bij de toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º is in sommige gevallen een verklaring van geen bedenkingen vereist. De Wabo biedt de raad op grond van artikel 6.5, derde lid Bor de mogelijkheid om een lijst van categorieën van gevallen vast te stellen, waarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de raad niet is vereist. Met een dergelijke lijst kan de raad er voor zorgen dat het geen verklaring hoeft af te geven voor strijdige ruimtelijke activiteiten met een zeer beperkt planologisch belang, of activiteiten waarover de raad reeds eerder heeft besloten in de vorm van een gebiedsvisie, wijkontwikkelingsplan, stedenbouwkundig masterplan of soortgelijk ruimtelijk kader. Op 29 februari 2020 heeft de raad van Leiden besloten (RV 19.0008) een lijst met categorieën van gevallen vast te stellen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. Deze lijst wordt periodiek herzien. Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een kunstobject in bestaand stedelijk gebied, beschermd stadsgezicht. Op basis van artikel 10 is daarom een VVGB benodigd.

56

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

In de ruimtelijke ordening is sprake van veel publiekelijke belangen. Het is dan ook noodzakelijk om aan te geven in hoeverre de voorgestane plannen financieel haalbaar zijn en wie de risicodragende partij is. Dit hoofdstuk geeft daarin inzage. De realisatie en plaatsing van het kunstobject worden bekostigd vanuit parkbudget ter realisatie van het Ankerpark. Middels bestuurlijke besluitvorming is er in het uitvoeringsbesluit 'Ankerpark', het kunstwerk in de raming meegenomen. De geraamde kosten voor de schoorsteen passen in het beschikbare parkbudget.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van deze ontwerp omgevingsvergunning hoort een belangenafweging. In zo'n belangenafweging worden alle belangen tegen elkaar afgewogen om uiteindelijk tot een besluit te komen. Gedurende een zienswijzentermijn kan eenieder zijn of haar belang bij het college kenbaar maken alvorens de een besluit wordt genomen over verlening van de omgevingsvergunning.

6.2.2

Participatie

Voor het opstellen van het ontwerp voor de herinrichting van het Ankerpark is een klankbordgroep in het leven geroepen. Deelnemers van deze groep zijn o.a. buurtbewoners, de Vrienden van het Singelpark, belangenorganisaties (HVOL, bomenbond). De klankbordgroep heeft in een aantal bijeenkomsten actief meegedacht en advies gegeven op het ontwerp van het Ankerpark. Het kunstwerk zelf heeft geen aparte bijeenkomst teweeg gebracht, maar maakte onderdeel uit van de reeks bijeenkomsten voor de invulling van het Ankerpark. In het ontwerp voor de herinrichting van het Ankerpark, is het ook het aanwezige straatmeubilair aan bod gekomen. Om de huidige invulling van de schoorsteen meer gewicht te geven en meer in het oog te laten springen, is onder leiding van de GKB groep het ontwerp van de schoorsteen verder uitgewerkt. De klankbordgroep heeft geparticipeerd in de vorm van adviseren en informeren, bij zowel de klankbordgroepbijeenkomsten als brede informatieavonden. Tevens zijn de Vrienden van het Singelpark zijn actief betrokken geweest bij het opstellen van het ontwerp voor het Ankerpark. Zij hebben meegewerkt aan verschillende bijeenkomsten die voor de buurt zijn georganiseerd.

6.2.3

Zienswijzen

Via publicaties in de Staatscourant en de Stadskrant zal de termijn van terinzage legging van de ontwerp omgevingsverguning worden aangekondigd. Een ieder wordt tijdens deze periode van zes weken in de gelegenheid gesteld om een zienswijze tegen het voorgenomen plan kenbaar te maken. De ontwerp omgevingsvergunning alsmede de ontwerp verklaring van geen bedenkingen zal

57

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

gedurende een termijn van zes weken voor zienswijzen ter visie worden gelegd. In die termijn kan eenieder een zienswijze met betrekking tot het ontwerp indienen. Op deze manier kunnen belangen die bij de uiteindelijke besluitvorming betrokken moeten worden ingebracht worden. De beantwoording van eventuele zienswijzen vindt plaats in een zienswijzennota. Deze zienswijzennota vormt een onderdeel van het uiteindelijke besluit tot al dan niet verlening van de omgevingsvergunning.

58

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Boom Effect Analyse

59

2

3

4

5

• • •

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

• • •

• • • • •

• •

23

24

25

26

27

28

29

30

• • • • • • • • • • • • • •

31

• • •

32

33

34

35

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Bijlage 2

Singelpark: Ankerpark definitief ontwerp

95

Ankerpark Definitief Ontwerp Oktober 2019

1

Entree

In de 17e eeuw was dit onderdeel van de verdedigingswerken rondom de stad. Later werden hier ankers, kettingen, roerkoningen, davits, sluisdeuren, roltrommelvuilniswagens, drijfstangen, hogedrukvaten maar ook de spoorstaven voor de eerste spoorweg in ons land gesmeed. Hier werd ons land vormgegeven.

Stadscurator kunst openbare ruimte

2

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave Ankerpark Samenvatting van VO naar DO……………………………………………………………………………………………………………………………

blz 5

1) Inleiding ............................................................................................................................................................................ o Ankerpark ……............................................................................................................................................................ o Kaders ........................................................................................................................................................................ o Participatie ………………................................................................................................................................................. o Locatie ………………......................................................................................................................................................... o Opgave………………......................................................................................................................................................... o Foto’s………………............................................................................................................................................................

11 12 12 13 15 15 16

2) Ruimtelijke ontwikkeling door de tijd ...................................................................................................................... o Historie .................................................................................................................................................................... o Ruimtelijk beleid............................................................................................................................................................... o Het Singelpark ............................................................................................................................................................

27 29 30 32

3) Ontwerp ..................................................................................................................................................................... o doelen……………………….................................................................................................................... ................................. o Aandachtspunten en randvoorwaarden ............................................................................................................................... o structuurschets................................................................................................................................................................. o Definitief ontwerp .................................................................................................................................................. ▪ 3d beelden ........................................................................................................................................ ▪ sferen .................................................................................................................................................... ▪ doorsneden............................................................................................................................................

▪ de geest van de schoorsteen................................................................................................................... ▪ Fran de Wit tuin.................................................................................................................................... ▪ groen .........................................................................................................................................…………… ▪ langs de singelparklat ............................................................................................................................

37 38 39 40 42 45 49 57 62 65 68 79

4) Gebruik en beheer ......................................................................................................................................................... o Vrienden van het Singelpark...........................................................................................................................................

80 81

5) Bijlagen .......................................................................................................................................................................... o Sneeuwwitje ................................................................................................................................................................. o Singelparkbruggen ....................................................................................................................................................... o De Meelfabriek ...........................................................................................................................................................

85 86 87 91

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9975300/1