CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210025 Bijlage 2a .Ontwerp besluit, incl. ruimtelijke onderbouwing kunstwerk Schoorsteen Ankerpark

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen14.600 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Ankerpark Ontwerp

Ankerpark

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Inhoudsopgave

Kennisgeving

4

Bijlagen

6

Bijlage 1

Ontwerpbesluit

7

Bijlage 2

Plancontour

14

Bijlage 3

Ontwerp verklaring van geen bedenkingen

16

Toelichting Hoofdstuk 1

19 Inleiding

19

1.1

Aanleiding

19

1.2

Begrenzing projectgebied

19

1.3

Vigerend bestemmingsplan

21

Hoofdstuk 2

Beschrijving van de omgevingsvergunning

23

2.1

Beschrijving van het projectgebied

23

2.2

Beschrijving van het project

24

Hoofdstuk 3

Ruimtelijk beleidskader

27

3.1

Nationaal beleid

27

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

29

3.3

Gemeentelijk beleid

32

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

37

4.1

Archeologie

37

4.2

Cultuurhistorie

39

4.3

Ecologie

42

4.4

Kabels en leidingen

46

4.5

Milieu

46

4.6

Milieueffectrapportage

49

4.7

Stedenbouwkundige inpassing

50

4.8

Water

51

2

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Hoofdstuk 5

Procedurele aspecten

55

5.1

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

55

5.2

Procedure

55

5.3

Verklaring van geen bedenkingen

56

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

57

6.1

Economische uitvoerbaarheid

57

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

57

Bijlagen bij de toelichting

59

Bijlage 1

Boom Effect Analyse

59

Bijlage 2

Singelpark: Ankerpark definitief ontwerp

95

Bijlage 3

Constructie tekeningen

188

3

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Kennisgeving

4

Kennisgeving

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Bijlagen

6

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Bijlage 1

Ontwerpbesluit

7

Gemeente Leiden t.a.v. de heer F.A.L. Vermeulen Stationsplein 107 2312 AJ Leiden

Gemeente Leiden Bezoekadres Stadskantoor Bargelaan 190 Postadres Postbus 9100 2300 PC LEIDEN Telefoon 14071 Contact https://gemeente.leiden.nl/contac t-en-openingstijden/ Website www.leiden.nl/gemeente Gemeente LeidenStati ons plei n1072312 AJ Leiden

Datum Ons kenmerk Onderwerp

22 februari 2021

Contactpersoon

Dhr. F Guijt

Z/20/1602659 / 5490417 OLO Zijlsingel het plaatsen van een stalen constructie in het Ankerpark LeidenLDN01C 02318

Doorkiesnummer

0640629017

Verzenddatum

22 februari 2021

Datum binnenkomst 1 oktober 2020

Geachte heer Vermeulen, Op 1 oktober 2020 hebben wij uw aanvraag tot een omgevingsvergunning ontvangen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor de locatie LDN01C 02318 Leiden voor het het plaatsen van een stalen constructie in het Ankerpark. U ontvangt hierbij het ontwerpbesluit tot het verlenen van de door u gevraagde omgevingsvergunning. In het ontwerpbesluit is een aantal onderdelen cursief aangegeven en nog niet ingevuld, zoals bijvoorbeeld met betrekking tot eventuele zienswijzen. In het definitieve besluit worden deze onderdelen ingevuld en eventueel ingediende zienswijzen meegenomen. Indienen van zienswijze Wanneer u zich niet met dit ontwerpbesluit kunt verenigen, kunt u binnen een termijn van zes weken na het ter inzage leggen van het besluit een zienswijze indienen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden. De zienswijze moet worden ondertekend, en dient ten minste de volgende gegevens te bevatten:    

de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van het ontwerpbesluit waartegen de zienswijze is gericht; de gronden van de zienswijze.

U dient een kopie van het ontwerpbesluit bij te voegen. Wanneer u zich laat vertegenwoordigen, dient u een machtiging bij te voegen. Het correspondentieadres van het college is: postbus 9100, 2300 PC, Leiden.

Wij willen u erop wijzen dat alleen degene die door het verlenen van de uiteindelijke vergunning rechtstreeks in zijn belangen is getroffen, en tijdig een zienswijze tegen het ontwerpbesluit heeft ingediend, daartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen een termijn van zes weken na datum van verzending of uitreiking van het besluit beroep in kan stellen bij de Arrondissementsrechtbank, Sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Meer informatie Voor informatie en vragen kunt u terecht bij Dhr. F Guijt, 0640629017 of via het contactformulier van de gemeente Leiden: https://gemeente.leiden.nl/contact-en-openingstijden/. Hoogachtend, namens burgemeester en wethouders gemeente Leiden,

W.P.M. Mulder, Teammanager Omgevingsvergunningen

Ons kenmerk

Z/20/1602659

Pagina

2/6

Gemeente Leiden

ONTWERP

Omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) Burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden gezien het verzoek ingediend door:

Gemeente Leiden t.a.v. De heer F.A.L. Vermeulen Stationsplein 107 2312 AJ Leiden 1 oktober 2020 Z/20/1602659

adres: postcode en woonplaats: ingekomen op: geregistreerd onder nummer

waarbij een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wordt gevraagd voor de locatie LDN01C 02318 te Leiden voor het plaatsen van een stalen constructie in het Ankerpark. Deze aanvraag bestaat uit de volgende activiteit:  Het bouwen van een bouwwerk. overwegende: ten aanzien van de procedure De aanvraag tot omgevingsvergunning is op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt, waarbij is medegedeeld dat deze vanaf 15 oktober 2020 gedurende twee weken kan worden ingezien. Na bekendmaking zijn geen reacties binnengekomen. Op grond van artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht dienen wij het besluit zo spoedig mogelijk te nemen, doch uiterlijk 6 maanden na ontvangst van de aanvraag. In artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht staat dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht onder andere van toepassing is op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, indien de aanvraag tot omgevingsvergunning slechts kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, de sub a, onder 3 Wabo.

De aanvraag en de ontwerpbeschikking met bijbehorende stukken zijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van X voor de duur van 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn zijn de volgende / geen zienswijzen en / of adviezen op de ontwerpbeschikking ingediend: adviezen  .  . zienswijzen naam

adres

de zienswijze heeft betrekking

op de volgende activiteiten:

Voor de beantwoording van de zienswijzen en / of een reactie of de adviezen verwijzen wij naar de achter dit besluit gevoegde zienswijzennota, die hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. of Voor de beantwoording van de zienswijzen en / of een reactie op de adviezen verwijzen wij naar de activiteit verderop in dit besluit waarop betreffende zienswijze en / of advies betrekking heeft. ten aanzien van de activiteit bouwen De aanvraag ziet op het bouwen van een bouwwerk. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wabo is voor deze activiteit een omgevingsvergunning vereist. Het bouwplan is getoetst aan het Bouwbesluit, de bouwverordening, redelijke eisen van welstand en het bestemmingsplan. Bouwbesluit (artikel 2.10, eerste lid, onder a van de Wabo) Op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder a van de Wabo moet de omgevingsvergunning worden geweigerd indien niet aannemelijk is gemaakt dat het aangevraagde bouwwerk voldoet aan de voorschriften zoals opgenomen in het Bouwbesluit. U heeft aannemelijk gemaakt dat het bouwplan, onder het stellen van voorwaarden, voldoet aan deze voorschriften.

bouwverordening (artikel 2.10, eerste lid, onder b van de Wabo) Op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder b van de Wabo moet de omgevingsvergunning worden geweigerd indien niet aannemelijk is gemaakt dat het aangevraagde bouwwerk voldoet aan de voorschriften zoals opgenomen in de bouwverordening. U heeft aannemelijk gemaakt dat het bouwplan voldoet aan deze voorschriften. bestemmingsplan Op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder c van de Wabo kan de omgevingsvergunning worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met het bestemmingsplan, de beheersverordening of het exploitatieplan, of regels die zijn gesteld op grond van artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘parapluplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening’ en ‘Binnenstad’ van kracht en geldt de bestemming ‘Groen’. Het bouwplan is in strijd met artikel 9.2.2 van het bestemmingsplan ‘Binnenstad’. Artikel 9.2.2 stelt dat de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten hoogste 3 meter mag bedragen. De hoogte van het bouwwerk is 15m wat betekent dat er een strijdigheid is met het bestemmingsplan. Uw aanvraag wordt mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo (afwijken bestemmingsplan).

Ons kenmerk

Z/20/1602659

Pagina

4/6

Gemeente Leiden

Op grond van artikel 2.12 eerste lid, sub a, onder 3 van de Wabo kan de omgevingsvergunning worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Wij zijn dan ook voornemens medewering aan het plan te verlenen. De ruimtelijke onderbouwing (NL.IMRO.0546.000132) is als bijlage bij dit besluit gevoegd en maakt daarvan deel uit. welstand (artikel 2.10, eerste lid 1, onder d van de Wabo) Op grond van artikel 2.10, eerste lid 1, onder d van de Wabo mag de omgevingsvergunning alleen worden verleend indien het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. In de gemeente Leiden is de Welstandsnota gemeente Leiden 2014 van toepassing. Het bouwplan voldoet niet aan de in de welstandsnota opgenomen sneltoetscriteria en is daarom voorgelegd aan de WML. De WML heeft in haar vergadering geoordeeld dat het bouwplan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Toetsingskader: Welstandsadvies:

Welstandsnota Leiden 2014 Gebied 3B Maredijkbuurt, Noorderkwartier, De Waard Niet in strijd met redelijke eisen van welstand

Wij hebben dit advies overgenomen en zijn daarmee van oordeel dat het bouwplan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.

BESLUIT Burgemeester en wethouders besluiten: de omgevingsvergunning te verlenen voor de locatie LDN01C 02318 te Leiden voor het plaatsen van een stalen constructie in het Ankerpark. Dit besluit bestaat uit de volgende activiteiten:  Het bouwen van een bouwwerk.  Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. Voorwaarden Constructieve veiligheid: U mag niet eerder met de betreffende werkzaamheden (laten) beginnen dan nadat de hieronder genoemde gegevens zijn ingeleverd en goedgekeurd dan wel, voor zover het gaat om constructieve gegevens, aannemelijk is gemaakt dat deze voldoen aan de bepalingen van het Bouwbesluit. Voor aanvang van de werkzaamheden moeten de stukken door het team Omgevingsvergunningen dan ook beoordeeld zijn. De beoordeelde constructietekeningen en/of berekeningen moeten op het werk aanwezig zijn. Deze stukken moeten tenminste 3 weken voor aanvang van de werkzaamheden via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend:  Wapeningstekeningen van de ronde funderingsstrook waarbij aandacht voor de gebogen vorm en overlappingslassen;

Ons kenmerk

Z/20/1602659

Pagina

5/6

Gemeente Leiden

Bijgevoegde documenten De volgende toegevoegde gewaarmerkte stukken maken deel uit van de vergunning:  1299045 _ OLO 0546cf97d5df-6690-4d08-9ee0-73f57b1bbeab-1.pdf  1299043 _ tekeningenboek en andere informatiegegevens 054615951a2f-06ee-4993-ba5c989206d8dd7c.pdf  1299042 _ Overzicht in omgeving 0546e82a733d-2527-4c5c-8b98-9ec1f030d752.pdf  1299041 _ Statische berekening Toren Leiden 0546fe551333-599c-4842-a305f20854e398a2.pdf Mededelingen constructieve veiligheid:  Wegen en rioleringen mogen geen schade ondervinden en toelaatbare vervormingen dienen met de desbetreffende beheerders overeen gekomen te worden;  Schade of ernstige hinder voor de omgeving moet zo veel mogelijk worden voorkomen;  Als grens voor geluidhinder worden de waarden vanuit het Bouwbesluit gehanteerd;  Er wordt dringend aanbevolen om de aanbevelingen van het Compendium Aanpak Constructieve Veiligheid te hanteren bij het indienen van constructieve stukken;  De Ministeriële Regeling Omgevingsrecht 2010 (MOR) paragraaf 2.2 artikel 2.7 is van toepassing op de nader in te dienen gegevens. Inwerkingtreding Deze vergunning treedt in werking met ingang van de dag na afloop van de termijn van 6 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop dit besluit ter inzage is gelegd.

Indien tijdens genoemde termijn van 6 weken bij de rechtbank een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend, dan treedt deze beschikking niet eerder in werking dan nadat op het verzoekschrift is beslist. Beroepsclausule Wie door het verlenen van deze vergunning rechtstreeks in zijn belangen is getroffen, en tijdig zienswijzen tegen het ontwerpbesluit heeft gemaakt, kan daartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen een termijn van 6 weken na de dag waarop dit besluit ter inzage is gelegd beroep instellen bij de rechtbank Den Haag, sector Bestuursrecht, postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Indien onverwijlde spoed - gelet op de betrokken belangen - het vereist, kunt u ook de Voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen. Leiden, Hoogachtend, namens burgemeester en wethouders gemeente Leiden,

W.P.M. Mulder, Teammanager Omgevingsvergunningen

Ons kenmerk

Z/20/1602659

Pagina

6/6

Gemeente Leiden

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Bijlage 2

Plancontour

14

LEGENDA !

!

!

!

!

!

PLANGEBIED !

!

!

!

!

!

grens van de omgevingsvergunning

VERKLARING 2

0

°

BGT, februari 2021 10

20

30

40

50 m

Omgevingsvergunning Ankerpark Schoorsteen Status

IDN.IMRO

Datum

Schaal

ontwerp 03-03-2021

NL.IMRO .0546.O V00132-0201 1:500

Formaat A3

Bladnr

1 van 1

Leiden

Gemeente Leiden, Pos tbus 9100, 2300 PC Leiden

Clus ter St ede lijke O ntw ikke ling Te am Ru imteli jke On twikkelin g

!

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Bijlage 3

Ontwerp verklaring van geen bedenkingen

16

-ontwerpVerklaring van geen bedenkingen inzake de verlening van de omgevingsvergunning ‘kunstwerk schoorsteen Ankerpark’

De raad van de gemeente Leiden;

Gezien  het voorstel van burgemeester en wethouders ten aanzien van de ter visie legging van de ontwerp-vvgb kunstwerk schoorsteen Ankerpark  de ontwerp-omgevingsvergunning ‘Ankerpark’ met bijbehorende ruimtelijke onderbouwing, ten behoeve van de plaatsing van een kunstwerk in de vorm van een stalen constructie (schoorsteen) in het Ankerpark.

Overwegende dat  de realisatie van het bouwplan ‘kunstwerk Ankerpark’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.  de eventuele indieners van zienswijze tegen de ontwerp-vvgb en ontwerpomgevingsvergunning zullen worden gehoord en de ingebrachte zienswijzen zullen worden beoordeeld. BESLUIT Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen ter visie te leggen ten behoeve van de realisatie van het bouwplan ‘kunstwerk Ankerpark’ (Z/20/1602659)

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van XX-XX-XXXX De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

18

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op het perceel in het Ankerpark. Het plan is op 1 oktober 2020 ingediend. Het betreft een ontwikkeling vanuit de gemeente Leiden waarbij een kunstwerk wordt geplaatst in het Ankerpark. De uitvoering van de herinrichting van het park is rond mei 2020 gestart. Het plaatsen van de schoorsteen is hier onderdeel van. Uitgebreide procedure omgevingsvergunning De realisatie van het kunstwerk 'De Schoorsteen' kan alleen plaatsvinden indien de juiste vergunning hiervoor zijn verleend en wanneer het plan past binnen het planologisch-juridische kader. Het vigerende bestemmingsplan biedt niet het juist kader. De gemeente Leiden heeft daarom besloten om de uitgebreide vergunningsprocedure te doorlopen. Het gaat om een omgevingsvergunning waarvoor de uitgebreide procedure van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geldt. Bij een uitgebreide procedure hoort een goede ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van de motivering dat de plaatsing van het kunstwerk 'De Schoorsteen' niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Begrenzing projectgebied

De planlocatie van het kunstwerk is gesitueerd in binnenstad van Leiden, in het Ankerpark. Het Ankerpark ligt in het verlengde van de Zuidsingel en is omringd met water: de Singels van Leiden met aan de overkant de Zijlsingel. Het Ankerpark is gesitueerd op een vroegere vestwal aan de Binnenoostsingel. Het plangebied ligt momenteel op gronden met bestemming 'Groen' en is beoogd op dezelfde plek als het restant van de toenmalige schoorsteen. Vanuit de Grofsmederij brug is het Ankerpark te bereiken. Bij binnenkomst in het park ligt de planlocatie direct aan de rechterkant, aan de zuidzijde van het park met tevens de meelfabriek, gelegen in het zuiden van het park. Kadastraal is het Ankerpark onderdeel van de gemeente Leiden, sectie C, nummer 2318.

19

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

1.1 Globale aanduiding Ankerpark

1.2 Globale aanduiding planlocatie

20

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

1.3 Schoorsteenverbeeltenis in het Ankerpark

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het projectgebied, zoals aangegeven en toegelicht in paragraaf 1.2, vigeren op dit moment de volgende bestemmingsplannen:

Naam bestemmingsplan

Vastgesteld

Binnenstad

2019-10-17

Parapluplan Stedenbouwkundige bepalingen en Bouwverordening

2018-05-31

Op het perceel van het kunstwerk is het bestemmingsplan 'Binnenstad' en het parapluplan stedenbouwkundige bepalingen en bouwverordening van toepassing. Het plan ligt op grond met bestemming 'Groen' (Artikel 9). Tevens ligt het plan op grond met de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 4'(artikel 19) en 'Waarde - Cultuurhistorie' (artikel 20). Het plan ligt op grond met de functieaanduiding; cultuurhistorische waarden. Op de bestemming groen zijn kunstobjecten onder de doeleindenomschrijving toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan met een hoogte van 3 meter. Het gebruik van gronden ten behoeve van een kunstwerk is in strijd met: Artikel 9.2.2: De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 meter bedragen. Het kunstwerk is ca. 15 meter hoog en overschrijdt daarmee de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Daarmee is voorliggende ontwikkeling in strijd met het vigerende bestemmingsplan Binnenstad.

21

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Hieronder is een uitsnede van de plankaart ter plaatse weergegeven. Het kunstwerk bevindt zich in het Ankerpark en de locatie is aangegeven middels het rode icoon.

1.4 Uitsnede bestemmingsplankaart ter plaatse projectgebied

22

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van de omgevingsvergunning

Beschrijving van het projectgebied

Het Ankerpark ligt in het beschermd stadsgezicht Leiden binnen de Singels, in het noordoosten. Het district, Binnenstad Noord, is onderverdeeld in verschillende kleinere wijken, waaronder de Havenwijk-Zuid. Het Ankerpark ligt in deze wijk en Havenwijk-Zuid kent een rijke geschiedenis. De naam 'Ankerpark' is een verwijzing naar het industriële verleden van Leiden. De industrie die in de 19e eeuw opkomt, wordt gebouwd op binnenterreinen en onregelmatige braakliggende percelen in de oude stad. Voor grote industrie is alleen ruimte te vinden op de stadswallen. Aan de oostzijde, in het huidige Ankerpark, wordt in 1837 de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij gevestigd. De belangrijkste resten van de Grofsmederij zijn het fundament van de grote schoorsteen en de harde oeverwal van de singelgracht. Na afbraak van de gebouwen van de Grofsmederij in 1978 is het huidige park aangelegd. Toen is het industrieel verleden grotendeels vervangen door een verwijzing naar de 17e eeuwse stadswallen. Daarbij is overigens geen exacte reconstructie van de maten en verhoudingen van de stadswal gemaakt. Wel is dit de plek waar de vorm van het bastion en de breedte van de singelgracht de oorspronkelijk situatie nog het dichtst benaderen. Dit wordt versterkt doordat hier ook de binnenvestgracht nog bewaard is gebleven. Men heeft zo willen aansluiten op de nabij gelegen eveneens 17e eeuwse Zijlpoort.

Het is hiermee het enige deel van het Singelpark waar het oorspronkelijke 17e eeuwse militaire karakter nog enigszins beleefbaar is, zij het in aangepaste vorm. Herinrichting van het Ankerpark geeft daarom de mogelijkheid om twee tijdlagen tot uiting te laten komen: de 17e eeuwse militaire aanleg en de 19e eeuwse zware industrie. De eerste is dankzij de reconstructie in de huidige situatie redelijk goed beleefbaar. De tweede laag is vooral beleefbaar door de naastgelegen Meelfabriek die de schaal en de uitstraling heeft die typerend is voor de verdwenen zware industrie.

1.5 Locatie kunstwerk Ankerpark

23

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

2.2

Beschrijving van het project

Het plan bestaat uit de bouw van een stalen constructie in de vorm van een schoorsteen van 15 meter hoog. Het kunstwerk maakt onderdeel uit van het ontwerp voor het Ankerpark. Het kunstwerk ter plekke van de voormalige schoorsteen geeft uiting aan het industriële verleden van deze locatie. De schoorsteen wordt teruggebracht op een meer hedendaagse wijze. Op deze manier zal de schoorsteen deel uitmaken van de innoverende stad. Het kunstwerk is van permanente aard en zal het restant, de stomp, combineren met de nieuwe vorm van de schoorsteen met een stalen constructie. De bouwtekeningen behorend bij het bouwplan zijn bijgevoegd als bijlage bij deze motivering, zie Bijlage 3 Constructie tekeningen.

1.6 Voorstelling kunstwerk

1.7Bovenaanzicht

24

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

25

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

26

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Hoofdstuk 3

Ruimtelijk beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

3.1.1.1 Beleidskader De Nationale Omgevingsvisie (hierna NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. In de Nationale Omgevingsvisie wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte 2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties

3.1.1.2 Onderzoeksresultaten Het nationale beleid geeft in de NOVI kaders en uitvoeringsinstrumenten voor de ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. Deze beleidsstukken richten zich met name op grootschalige ontwikkelingen op het gebied van wonen, bedrijvigheid en recreatie. Samenhang, relatie met en aandacht voor de omgeving zijn hierbij belangrijke thema's.

3.1.1.2.1

Conclusie

Het nationale beleid omtrent ruimtelijke ordening doet geen directe uitspraken over de plaatsing van kunstwerken met de aard en omvang van het kunstwerk in Leiden. De NOVI staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

27

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

3.1.2.1 Beleidskader Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van lagere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Ook de bescherming van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden, zoals de Limes, is in het Barro vastgelegd. Dit is inmiddels doorvertaald in de provinciale structuurvisie en verordening.

3.1.2.2 Onderzoeksresultaten Zoals in paragraaf 3.1.2.1 aangegeven vormt de beoogde ontwikkeling geen belemmering voor de rijksbelangen op het gebied van ruimtelijke ordening. Derhalve vloeien er vanuit het Barro ook geen restricties voort ten aanzien van deze ontwikkeling.

3.1.2.2.1

Conclusie

Het besluit algemene regels ruimtelijke ordening staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening

3.1.3.1 Beleidskader In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek is ingevoerd ter vervanging van de voorheen geldende. Het aangepaste artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan (of uitgebreide omgevingsvergunning, red.) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

28

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

3.1.3.2 Onderzoeksresultaten Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake moet zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onderhavig initiatief betreft plaatsing van een kunstwerk in de vorm van een schoorsteen in het Ankerpark in de binnenstad van Leiden wordt niet gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling en sluit niet aan bij de uitgangspunten van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' gelet op de kleine schaal en omvang van het plan. Het doorlopen van de laddertoets is niet noodzakelijk.

3.1.3.2.1

Conclusie

Het besluit ruimtelijke ordening staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

3.2.1.1 Beleidskader Het provinciaal beleid is neergelegd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De visie is op 20 februari 2019 door de Provinciale Staten vastgesteld en op 1 april in werking getreden en volgt daarmee de Visie Ruimte en Mobiliteit uit 2014 op. De Omgevingsvisie Zuid-Holland is het provinciaal beleidsplan van de fysieke leefomgeving. Hoofddoel van de Omgevingsvisie Zuid-Holland is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Dat betekent: ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. De sturingsfilosofie van de omgevingsvisie betreft: 1. ruimte bieden aan ontwikkelingen; 2. aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijfsterreinen, kantoren, winkels en mobiliteit; 3. allianties aangaan met maatschappelijke partners; 4. minder toetsen op regels en meer sturen op doelen.

3.2.1.2 Onderzoeksresultaten De visie op Zuid-Holland is zelfbindend voor de provincie. Het bindende toetsingskader voor de gemeenten is uitgewerkt in de provinciale Verordening Ruimte. Deze verordening wordt nader toegelicht in paragraaf 3.2.2. Het bouwplan is getoetst aan de functiekaart en kwaliteitskaart. Zo is er gekeken of er vanuit de Omgevingsvisie Zuid-Holland belemmeringen zijn om te functie mogelijk te maken. Uitwerking hiervan wordt nader toegelicht in paragraaf 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland.

3.2.1.2.1

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het toevoegen van een kunstwerk in de openbare ruimte geen belemmeringen oplevert voor de het bereiken van de doelen van de Omgevingsvisie Zuid-Holland.

29

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

3.2.2.1 Beleidskader De Omgevingsverordening Zuid-Holland bevat concrete regels die bij de ruimtelijke ontwikkelingen in acht moeten worden genomen. In de Omgevingsverordening zijn de provinciale belangen uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt in regels. Per 1 april 2019 is de verordening in werking getreden. Gemeentelijke plannen zullen ook getoetst worden aan de provinciale regels: strijdigheid met deze regels betekent ook strijdigheid met provinciaal beleid. Ladder voor duurzame verstedelijking Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. De ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat het handelingskader. De provincie heeft de ladder voor duurzame verstedelijking ook opgenomen in de verordening, om het provinciaal belang bij toepassing van deze ladder te benadrukken. Dit biedt de provincie de mogelijkheid om enkele begrippen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, te verduidelijken voor de specifieke Zuid-Hollandse situatie. De ladder zoals opgenomen in het Bro is een motiveringseis voor de toelichting van het bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt.

Om een vrijblijvend karakter te vermijden, heeft de ladder zoals opgenomen in de verordening daarom niet alleen betekenis voor de toelichting van het bestemmingsplan maar ook voor de inhoud. Ook voor de provinciale 'ladder' geldt dat deze per 1 juli 2017 een andere grondslag heeft, namelijk het per 1 juli 2017 gewijzigde Bro. Inhoudelijk is de toets niet wezenlijk veranderd. Ruimtelijke kwaliteit In de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening is een van de speerpunten het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie beschikt over een kwaliteitskaart met een bijbehorende uitwerking in richtpunten. In artikel 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn voorwaarden opgenomen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Binnen dit kwaliteitsbeleid onderscheidt de provincie in de Omgevingsverordening twee beschermingscategorieën. Hier zijn onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk. De integrale kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuur landschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. De kwaliteitskaart is uitgewerkt in een aantal specifieke richtpunten per laag. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. Deze kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen.

Molenbiotoop In artikel 6.25 van de Omgevingsverordening staat het beschermen en versterken van de molenbiotoop centraal. Voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling geldt in beginsel dat de vrije windvang en het zicht op de molen in voldoende mate gegarandeerd wordt, waarbij voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 5. binnen een straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, wordt geen nieuwe bebouwing opgericht of beplanting aangebracht, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; 6. binnen een straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen bedraagt de maximale hoogte voor bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste van de

30

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek. In afwijking van het bovenstaande is het oprichten van nieuwe bebouwing mogelijk ten behoeve van een ontwikkeling binnen een molenbiotoop waarin vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt, of zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd.

3.2.2.2 Onderzoeksresultaten De ontwikkeling vindt plaats in de bestaande stedelijke occupatie, de hoog stedelijke zone en het gebied is daarnaast binnen de Romeinse Limes gelegen. De ontwikkeling vindt plaats op een grond met archeologische waarden. De beoogde werken of werkzaamheden doen echter geen afbreuk aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de desbetreffende gronden. Derhalve wordt er ruimte gegeven aan deze identiteitsdrager. Dit is tevens de reden waarom de ontwikkeling geen invloed heeft op de kwaliteitsdragende eigenschappen van de grond: rivierdeltacomplex, water als structuurdrager en bijzonder reliëf en aardkundige waarden. Molenbiotoop Er zijn verder geen molenbiotopen in de directe nabijheid van het plangebied aanwezig. De aanwezige cultuurhistorische waarden van het park in de vorm van beplantingen, open ruimten, paden en andere inrichtingselementen worden behouden.

3.2.2.2.1

Conclusie

De ontwikkeling heeft geen effect op de kwaliteiten zoals deze worden benoemd in het provinciale beleidskader en is hiermee passend binnen de gestelde kaders. De beoogde ontwikkeling ligt niet in de directe nabijheid van een molenbiotoop en levert geen belemmeringen op vanuit cultuurhistorisch oogpunt. De provinciale omgevingsverordening staat de uitvoering van het plan daarom niet in de weg.

3.2.3

Regionale Structuurvisie Holland Rijnland 2020

3.2.3.1 Beleidskader Deze structuurvisie is op 25 juni 2009 vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland en vormt het gemeenschappelijke toetsingskader van alle regiogemeenten. Alle ruimtelijke ontwikkelingen in deze regio worden hieraan getoetst. De Holland Rijnland gemeenten willen een aantrekkelijke regio, waar je niet alleen plezierig werkt en woont, maar ook prettig kunt recreëren. Ook moet Holland Rijnland goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en de auto. Verder wil de regio zich onderscheiden in de Randstad en bijdragen aan de internationale positionering daarvan. Onder andere door de toegevoegde waarde op het gebied van landschap, wonen en economie. In het bijzonder voor economische sectoren als Greenport, Bio Sciences en ruimtevaarttechnologie. De visie bevat zeven kernbeslissingen die uitgaan van een evenwichtige ontwikkeling van wonen, recreatie, infrastructuur en intensief, meervoudig en duurzaam ruimtegebruik. De kernbeslissingen zijn: 1. Holland Rijnland is een top woonregio; 2. Leiden vervult een regionale centrumfunctie;

31

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

3. Concentratie stedelijke ontwikkeling; 4. Groenblauwe kwaliteit staat centraal; 5. De Bollenstreek en Veenweide en Plassen blijven open; 6. Speerpunt voor economische ontwikkeling: Kennis; 7. Speerpunt voor economische ontwikkeling: Greenport.

3.2.3.2 Onderzoeksresultaten De beoogde ontwikkeling voorziet in een kunstwerk in een park in de binnenstad, het beschermd stadsgezicht, van Leiden. Het plan levert een bijdrage, het zij op beperkte schaal, aan de kernbeslissingen uit de Regionale Structuurvisie door de binnenstad van Leiden aantrekkelijker te maken om te recreëren, voor zowel bewoners van Leiden als voor bewoners uit de regio. De overige kernbeslissingen worden door deze ontwikkeling niet in de weg gezeten.

3.2.3.2.1

Conclusie

De Regionale Structuurvisie Holland Rijnland 2020 staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Leiden 2040

3.3.1.1 Beleidskader Op 15 juli 2019 heeft de gemeenteraad de 1.0-versie van de Omgevingsvisie Leiden 2040 vastgesteld (RV 19.0068). De Omgevingsvisie Leiden 2040 sluit aan op de Regionale agenda voor de omgevingsvisie "Hart van Holland", welke in 2017 is opgesteld door Leiden en de omliggende gemeenten. De Omgevingsvisie Leiden 2040 helpt om samenhang te brengen in de verschillende fysieke projecten in de stad, om deze meer Leids te maken, om ze beter de laten aansluiten op sociale, maatschappelijke en economische doelen en om investeringen goed te richten. De omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de stad. Het bevat geen blauwdruk voor de ontwikkeling van de stad, maar beschrijft wel de waarden die we belangrijk vinden in de ontwikkeling van de stad, eigenschappen die we koesteren en nieuwe ontwikkelingen die ruimte vergen. Op basis van de Leidse waarden (opgehaald uit participatie), trends en noodzakelijke ontwikkelingen zijn er zes verhaallijnen geformuleerd; 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Leiden, stad van historie en cultuur Leiden, groene en gezonde stad Leiden, stad voor iedereen Leiden, stad van onderwijs, kennis en werk Leiden, verbonden stad Leiden, waterstad.

32

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

3.3.1.2 Onderzoeksresultaten De zes verhaallijnen zijn getoetst aan de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. De ruimtelijke ontwikkeling geeft een impuls aan verhaallijn nummer 1. 1. Leiden, stad van historie en cultuur: In Leiden hoort historie onlosmakelijk bij het leven in de stad. Leidenaren houden van de historie van de stad. We zien eeuwigheidswaarde onder andere in de menselijke maat van de historische binnenstad met grachten, straten en stegen. Daar kun je heerlijk dwalen, en daar krijgt het oog telkens iets nieuws te zien. De 17e-eeuwse bloeiperiode van de Lakenindustrie heeft ons veel monumentaal erfgoed opgeleverd. Daar gaan we graag zuinig mee om. De planlocatie wordt beschermd vanwege haar groen, maar ook vanwege de positie ten opzichte van de Meelfabriek. Het Ankerpark vertelt een stukje historie over Leiden als industriestad.

3.3.1.2.1

Conclusie

De Omgevingsvisie 2040 staat de uitvoering van het plan niet in de weg. .

3.3.2

Ontwikkelingsvisie 'Leiden, stad van ontdekkingen: profiel 2030'

3.3.2.1 Beleidskader In 2004 heeft de gemeenteraad de ontwikkelingsvisie "Leiden, Stad van Ontdekkingen" vastgesteld (RV 04.0097). In hetzelfde raadsbesluit heeft het college opdracht gekregen een cyclisch proces te ontwikkelen voor onderhoud van de ontwikkelingsvisie. De geactualiseerde uitgave van de ontwikkelingsvisie 2030 "Leiden, Stad van Ontdekkingen" is het resultaat van dat "onderhoud". Deze actualisering is op 13 september 2012 door de raad vastgesteld (RV 12.0044). De geactualiseerde uitgave van de visie vervangt hiermee de vorige versie uit 2004. De geactualiseerde uitgave van Leiden Stad van Ontdekkingen dient als leidraad voor beleidsontwikkeling en voor gesprekken over samenwerking in de stad en met de omgeving. In 2004 hebben bewoners, instellingen, collegeleden en de gemeenteraad uitvoerig gesproken over de gewenste ontwikkelingsrichting van Leiden. Die gesprekken mondden uit in de ontwikkelingsvisie 2030 "Leiden, Stad van Ontdekkingen". Die had 'kennis' en 'kwaliteit' als pijlers. Gebruiken maken van de kracht van de stad en deze kracht verder versterken, was daarbij het motto. Er was bij de vaststelling van de geactualiseerde visie geen behoefte aan een geheel nieuwe visie, maar de tijd was wel rijp voor een geactualiseerde uitgave die toekomstbestendig is.

De kernpunten van de Ontwikkelingsvisie 2030 voldeden nog prima, maar de uitwerking daarvan is deels achterhaald door veranderde omstandigheden. Belangrijke ambities van de geactualiseerde visie 'Leiden, Stad van Ontdekkingen' zijn 'internationale kennis' en 'historische cultuur'. Kennis vindt zijn basis in de Universiteit van Leiden, het Leids Universitair Medisch Centrum en het Leiden Bio Science Park. Historische cultuur is overal in de stad terug te vinden in de vorm van monumenten, musea en een ruim cultureel aanbod. Als Leiden deze ambities wil waarmaken moet de bereikbaarheid op orde zijn en wil de gemeente meer gebruik maken van 'de kracht van de stad'.

33

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

3.3.2.2 Onderzoeksresultaten Een van de ambities van de geactualiseerde visie is 'historische cultuur'. Het kunstwerk levert een bijdrage aan het gevarieerde aanbod van cultuur. Zo wordt in dit geval de openbare ruimte van Leiden gebruikt als decor, welke voor iedereen toegankelijk is. De kwaliteiten van Leiden worden verder versterkt en er wordt historische cultuur toegevoegd aan de stad in de vorm van een kunstwerk.

3.3.2.2.1

Conclusie

Het initiatief waarbij een kunstobject in de openbare ruimte wordt geplaatst draagt bij aan Leiden, Stad van Ontdekkingen: profiel 2030.

3.3.3

Structuurvisie 'Verder met de Binnenstad'

3.3.3.1 Beleidskader Programma Binnenstad Op 16 juni 2009 heeft de raad het 'Programma Binnenstad' vastgesteld. Het doel van het Programma Binnenstad is een samenhangende visie en een programma gericht op de verbetering van de kwaliteit van de binnenstad van Leiden. De historische binnenstad is een van de onderscheidende kwaliteiten van de stad. Versterking van de kwaliteit zal de aantrekkelijkheid van de stad vergroten. Dit maakt de stad niet alleen aantrekkelijker voor inwoners, maar versterkt tevens de bezoekersfunctie van Leiden aanzienlijk. De tendens dat Leiden positie verliest als winkel- en bezoekersstad moet hiermee worden omgebogen. De doelen van het programma zijn: meer bezoekers - de bezoekers van de binnenstad, de inwoner van Leiden, de regio-inwoner, de landelijke bezoeker en de internationale bezoeker,- leggen een bezoek af aan de binnenstad van Leiden; de totale bestedingen van bezoekers aan de binnenstad nemen toe; de verschillende bezoekersgroepen hebben een hoge waardering voor het genoten aanbod in de binnenstad. Er is eerst een visie gemaakt, gebaseerd op gesprekken met vele partners uit de stad, onderzoeken naar onder andere het winkelaanbod en de ruimtelijke economische potenties van de binnenstad, onderzoek onder winkelend publiek en Leiden panel, bezoeken aan diverse andere historische binnensteden.

Ook is het concept getoetst bij ontwikkelaars, beleggers en vastgoedeigenaren bijeengekomen op een conferentie. De visie wordt gebruikt als een meerjarig en integraal leidend kader voor de ontwikkeling van de binnenstad. De visie definieert van 18 verschillende gebieden en locaties in de binnenstad de functie, de gewenste ontwikkeling, het bijbehorende programma en het type ontwikkeling. Per jaar wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin alle inspanningen voor het jaar beschreven staan. Structuurvisie Verder met de Binnenstad Het Programma Binnenstad is uitgewerkt in de structuurvisie 'Verder met de binnenstad'. Deze nota is op 11 oktober 2012 (RV 12.0040) door de gemeenteraad vastgesteld. De structuurvisie Verder met de Binnenstad is een verdiepende visie over de binnenstad van

34

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Leiden. De maatregelen van het programma Binnenstad zijn onder meer gericht op het ruimtelijk-economisch beleid. ‘Verder met de Binnenstad, Gebruikshandleiding voor ontwikkelingen in de binnenstad van Leiden’ stelt ontwikkelende partijen beter in staat om goede ontwikkelplannen op te stellen en uit te voeren. Daarmee levert zij een praktisch en hanteerbaar kader voor een brede doelgroep.

3.3.3.2 Onderzoeksresulaten De kwaliteit van de binnenstad, de historische cultuur, wordt door het toevoegen van het kunstwerk in de openbare ruimte versterkt. Het kunstwerk draagt bij aan de waardering van het aanbod in de binnenstad.

3.3.3.2.1

Conclusie

Het verhaal van het kunstwerk, de locatie en verbeelding van het kunstwerk sluiten aan en dragen bij aan de doelen van 'Programma Binnenstad'.

35

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

36

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Hoofdstuk 4 4.1

Archeologie

4.1.1

Beleidskader

Omgevingsaspecten

4.1.1.1 Nationaal beleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed, beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De wet tot goedkeuring van het verdrag is aangenomen door het Nederlands parlement en op 9 april 1998 in het Staatsblad gepubliceerd. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en enkele andere wetten. De Monumentenwet 1988 is inmiddels opgegaan in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Met de huidige wetgeving is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden (dat kan bijvoorbeeld door booronderzoek of sleuvenonderzoek - beide na een gedegen bureauonderzoek).

Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats te dragen. Met de huidige wetgeving zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen.

4.1.1.2 Provinciaal beleid Verordening Ruimte 2014 Het beleid van de Provincie Zuid-Holland richt zich op het behouden van archeologische waarden op de plaats waar de waarden zijn aangetroffen. Op 12 januari 2017 is door Gedeputeerde Staten de geactualiseerde Verordening Ruimte 2014 vastgesteld. In deze verordening regelt de provincie de bescherming van twee typen gebieden die als provinciaal belang zijn aangemerkt: gebieden met hoge en zeer hoge bekende archeologische waarden (de zogeheten AMK-terreinen, op de Cultuurhistorische Hoofdstructuur aangeduid) en de Romeinse limeszone. Voor deze gebieden dienen gemeenten de bescherming conform de richtlijnen van de provincie op te nemen in ruimtelijke plannen. In overige gebieden hebben gemeenten de vrijheid om gemotiveerd (op basis van een gemeentelijke archeologische waardenkaart) af te wijken van de in de Erfgoedwet voorgeschreven vrijstellingsgrenzen.

37

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

Voor de AMK-terreinen geldt bij uitstek het uitgangspunt van behoud in situ. Hier zijn bodemingrepen in het geheel niet toegestaan. In de limeszone gaat de voorkeur uit naar behoud in situ, maar dient het behoud van archeologische resten in ieder geval via onderzoek te worden gewaarborgd.

4.1.1.3 Gemeentelijk beleid Erfgoednota 2014-2020 Het archeologisch beleid van de gemeente Leiden (zoals vastgelegd in de Erfgoednota 2014-2020) is er op gericht de in de grond aanwezige archeologische waarden zoveel mogelijk te behouden. De gemeente Leiden heeft een rijk bodemarchief. In de afgelopen decennia is bij tientallen opgravingen vastgesteld dat het onderzoek van de archeologische resten die in de bodem verborgen liggen een van de belangrijkste bronnen van kennis over de bewoningsgeschiedenis van de regio rondom Leiden vormt. De doelstelling van het gemeentelijk archeologiebeleid is om de archeologische bronnen zo verantwoord mogelijk te beschermen. De erosie van het bodemarchief is ondanks alle inspanningen tot behoud van archeologische resten immers nog steeds erg groot. Dit betekent dat bij bouwwerkzaamheden verstoring van de diepere ondergrond uit archeologisch oogpunt zoveel mogelijk dient te worden vermeden. Waar dit niet mogelijk is, zal in de gebieden waar waardevolle, informatieve archeologische resten verloren dreigen te gaan, voorafgaand aan de geplande bodemingreep verantwoord onderzoek dienen plaats te vinden. Om deze doelstelling te kunnen realiseren is in het bestemmingsplan een aantal regels opgenomen. Deze regels zijn gebaseerd op een inventarisatie en evaluatie van de omvang en kwaliteit van het archeologisch bodemarchief in en om het plangebied.

Leiden heeft negen verschillende 'waarderingsgebieden', waar verschillende regimes gelden naar aanleiding van de archeologische waarde of de archeologische verwachtingswaarde. Voor acht waarderingsgebieden wordt in opzet dezelfde planregel gebruikt, waarin een omgevingsvergunningstelsel is opgenomen. De verschillen tussen de waarderingsgebieden zitten in de oppervlakten en diepte van bodemverstoring vanaf wanneer een vergunning dient te worden aangevraagd. Voor 'Waarde - Archeologie 1' geldt de vergunningsplicht niet, omdat het een beschermd archeologisch rijksmonument betreft, waarop de regels van de Erfgoedwet van toepassing zijn. Voor verstoring van de bodem op die locaties is een rijksmonumentenvergunning vereist.

4.1.2

Onderzoeksresultaten

4.1.2.1 Inleiding De gemeente Leiden heeft een rijk bodemarchief. In de afgelopen decennia is bij tientallen opgravingen vastgesteld dat het onderzoek van de archeologische resten die in de bodem verborgen liggen een van de belangrijkste bronnen van kennis over de bewoningsgeschiedenis van de regio rondom Leiden vormt. De doelstelling van het gemeentelijk archeologiebeleid is om de archeologische bronnen zo verantwoord mogelijk te beschermen.

38

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

4.1.2.2 Onderzoek Op en in de gronden van de beoogde ontwikkeling ligt Waarde - Archeologie 4. Deze zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarde. Al eerder is bevestigd dat de grond op de Romeinse Limes ligt. Deze gronden met hoge archeologische waarden worden beschermd. Omwille van de inpassing van de constructie zijn er proefsleuven gegraven en is de bestaande fundering blootgelegd. Uit dit onderzoek blijkt dat er nog een deel van de fundering van de put aanwezig is. Het proefsleuvenonderzoek, de werkwijze en resultaten zijn te vinden in Bijlage 3 Constructie tekeningen. Aangetoond is dat het bouwplan niet de oppervlakte- en dieptegrenzen van de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 overschrijdt. Derhalve zijn geen aanvullende maatregelen opgenomen ter bescherming van archeologische waarden.

4.1.2.3 Melding toevalsvondst Ingeval archeologische resten worden aangetroffen dient dit op grond van artikel 53 van de Monumentenwet onmiddellijk te worden gemeld aan de Minister van OC&W, door tussenkomst van de Unit Monumenten en Archeologie van de gemeente, tel. nr. 071-5167950. De vondst dient gedurende 6 maanden, te rekenen vanaf de datum van de melding, ter beschikking te worden gesteld of gehouden voor wetenschappelijk onderzoek.

4.1.2.4 Waarneming archeologie Indien in het plangebied de bodem wordt verstoord, kan het voorkomen dat tijdens of na de werkzaamheden een archeologische waarneming plaatsvindt. Deze waarneming wordt verricht als onderdeel van de gemeentelijke onderzoeksagenda en wordt uitgevoerd door een archeoloog van de gemeente Leiden. De kosten van dit onderzoek komen niet voor rekening van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer dient wel de gelegenheid te bieden tot het uitvoeren van deze werkzaamheden. De initiatiefnemer meldt de aanvang van de werkzaamheden dientengevolge uiterlijk drie weken van tevoren aan de gemeente Leiden.

4.1.2.5 Conclusie Het aspect archeologie staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

4.2

Cultuurhistorie

4.2.1

Beleidskader

4.2.1.1 Nationaal beleid Erfgoedwet (2016) Vanaf 2016 wordt een gedeelte van het cultureel erfgoed beschermd via de Erfgoedwet. In deze wet zijn deels de regels uit de voormalige Monumentenwet 1988 opgenomen, en deels zijn deze tijdelijk in de Erfgoedwet ondergebracht totdat de Omgevingswet in werking zal treden. Tot dat moment geeft de Erfgoedwet het Rijk de mogelijkheid om objecten aan te wijzen als rijksmonument en regelt de bescherming daarvan via een vergunningenstelsel, opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Erfgoedwet geeft

39

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

daarnaast de mogelijkheid tot aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten. Onder stads- en dorpsgezicht worden groepen van onroerende zaken bedoeld die een bijzondere cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen en in welke zich een of meer monumenten bevinden. De wet verplicht in het geval van een Rijksbeschermd stadsgezicht de betrokken gemeente een beschermend bestemmingsplan op te stellen voor het gebied. De Erfgoedwet geeft aan gemeenten de mogelijkheid om zelf monumenten aan te wijzen.

Modernisering Monumentenzorg In 2009 heeft de minister van OC&W de modernisering van de monumentenzorg in gang gezet. Dit beleidsprogramma omvat een drietal pijlers: cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening, vereenvoudiging regelgeving en herbestemming. De rode draad door het beleid is om de monumentenzorg om te vormen tot een meer gebiedsgericht instrument dat cultuurhistorie in het ruimtelijk domein in den brede zin onderzoekt, borgt en hergebruikt. Een overkoepelend beleidsuitgangspunt binnen de Modernisering Monumentenzorg is de grotere rol van de burger bij het waarderen van en de omgang met erfgoed.

Besluit ruimtelijke ordening Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wro. In het Bro is onder meer vastgelegd dat gemeenten rekening moeten houden met cultuurhistorie bij het opstellen van bestemmingsplannen. Dat betekent dat gemeenten onderzoek moeten doen naar de cultuurhistorische waarden van een bestemmingsplangebied. Het gaat om een integrale beschouwing van cultuurhistorie: een combinatie van gebouwd erfgoed, archeologie en cultuurlandschap.

4.2.1.2 Provinciaal beleid Verordening Ruimte In de Verordening Ruimte van de provincie Zuid-Holland zijn regels opgenomen waar ruimtelijke plannen van gemeenten aan moeten voldoen. Onder andere op het gebied van cultuurhistorie zijn er diverse regels opgenomen, bijvoorbeeld voor archeologie en molenbiotiopen.

4.2.1.3 Gemeentelijk beleid Erfgoednota 2014-2020 Erfgoednota van de stad: Op 19 december 2013 heeft de Leidse gemeenteraad de Erfgoednota 2014-2020 (RV 13.0113) vastgesteld. De Erfgoednota benadert erfgoed integraal en gaat niet alleen over de historische stad zelf, maar ook over erfgoedkennis, onderwijs, ondernemerschap, collecties, verhalen en beleving. In Leiden, Stad van Ontdekkingen, zorgen professionals, betrokken burgers en gemeente samen voor uitvoering van de ambities van de Erfgoednota. Visie en ambitie: De Erfgoednota gaat uit van de volgende visie: Leiden heeft met erfgoed een onderscheidende kracht in huis: zo heeft Leiden en de (internationale) kennis en collecties, en de aantrekkelijke historische stad en de grote mate van betrokkenheid van bewoners. Daarbij gaat het niet alleen om de waarde van het erfgoed zelf maar ook om de meerwaarde voor de

40

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

stad uit maatschappelijk, cultureel, wetenschappelijk en economisch oogpunt. Een belangrijke ambitie uit de Erfgoednota is dat Leiden haar historische omgevingskwaliteit wil behouden, benutten en versterken voor een aantrekkelijke, vitale en toekomstbestendige stad. Erfgoed inspireert in de ontwikkeling van de stad. Daarbij benut Leiden de inspiratie uit het verleden en zoekt aansluiting bij bestaande historische karakteristieken en essenties. Inbedding cultuurhistorie in ruimtelijke ordening: Onder invloed van rijksbeleid en wetgeving komt voor het erfgoed steeds meer nadruk te liggen op het ruimtelijk instrumentarium. Dit zet zich voort in de ontwikkeling van de nieuwe Omgevingswet, waarin ook het erfgoed wordt opgenomen. Leiden continueert de aandacht voor cultuurhistorie in het bestemmingsplan en anticipeert daarbij op rijksbeleid en wettelijke verplichtingen. Integrale cultuurhistorische waarden maken - uitgebreider en specifieker dan voorheen - deel uit van het bestemmingsplan. Van archeologie tot bouwhistorie, van historische structuren tot monumentale objecten. Hieraan worden maatregelen gekoppeld. Uitgangspunt is; beschermen wat beschermenswaardig is, zonder onnodige regeldruk. Cultuurhistorische kennis- en waardenkaarten van Leiden (met diverse themakaarten) dragen hieraan bij, evenals de onderzoeksagenda voor archeologie en bouwhistorie.

Herbestemming: Hergebruik en herbestemming van historische bebouwing is in de Erfgoednota een belangrijk thema, met het oog op vitale omgevingskwaliteit en toekomstwaarde. Waar mogelijk en gewenst creëren bestemmingsplannen qua functies dan ook ruimte voor flexibele herbestemming. Monumentenverordening en monumentenlijst (2009) De gemeente Leiden hanteert de Monumentenverordening 2009. Deze verordening geeft regels over hoe om te gaan met gemeentelijke monumenten. De bescherming van de monumenten is geregeld in de Monumentenwet of de gemeentelijke verordening. Karakteristieke panden Naast de aanwijzing van gemeentelijke monumenten hanteert de gemeente Leiden nog het instrument van karakteristieke panden. Doel daarvan is de bijdrage aan de beeldkwaliteit van de openbare ruimte door de aanwezige historische bebouwing te borgen. De aanduiding en bescherming van de karakteristieke panden wordt, indien relevant, geregeld in het betreffende bestemmingsplan. De bescherming sterkt zich niet uit tot het interieur van de betreffende panden maar heeft alleen betrekking op het volume, de hoofdvorm en het aanzicht. In de welstandsnota zijn aanvullende criteria opgenomen die toezien op de kwaliteit van materiaal en detaillering van de straatgevels en het dak.

4.2.2

Onderzoeksresullaten

4.2.2.1 Cultuurhistorische paragraaf Dit kunstwerk maakt onderdeel uit van het ontwerp voor het Ankerpark. Het kunstwerk ter plekke van de voormalige schoorsteen geeft uiting aan het industriële verleden van deze locatie. Geconcludeerd is dat de ruimtelijke ontwikkeling bijdraagt aan de aanwezige cultuurhistorische waarden.

41

Ruimtelijke Onderbouwing Ankerpark

4.2.2.2 Beschermd stads- of dorpsgezicht De aanwijzing van de binnenstad tot beschermd stadsgezicht in 1981 tenslotte, heeft als doel te waarborgen dat er in de toekomst zo zorgvuldig mogelijk wordt omgegaan met de Leidse binnenstad zoals die door de eeuwen heen tot stand is gekomen. De ruimtelijke ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het beschermd stadsgezicht.

4.2.2.3 Rijksmonumenten Het Ankerpark bevindt zich in de binnenstad, het beschermd stadsgezicht van Leiden. Tevens is de binnenstad van Leiden een Rijksmonument sinds 12-08-1981 met een oppervlakte 1.9 km2. De ruimtelijke ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het Rijksmonument, de binnenstad van Leiden.

4.2.2.4 Conclusie De voorliggende ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan het omgevingsaspect cultuurhistorie.

4.3

Ecologie

4.3.1

Beleidskader

4.3.1.1 Nationaal beleid Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. De Wet natuurbescherming vervangt drie actuele wetten, te weten de Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. De Wet natuurwetbescherming wijkt in een aantal opzichten af van de Flora- en faunawet; de strekking is echter hetzelfde. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden (algemene verbodsbepalingen). Net als in de Flora- en faunawet is in de Wet natuurbescherming een zorgplicht opgenomen, een algemeen geldende fatsoensnorm voor de omgang met flora en fauna. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen zo weinig mogelijk nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben. De soortbeschermingsbepalingen uit de Europese richtlijnen Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn in de Wet Natuurbescherming geïmplementeerd: soorten en vegetatietypen waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, worden beschermd onder de nieuwe Wet natuurbescherming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9975300/1