CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210023 Bijlage 3a Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 na wijziging onderdeel bomen

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 27 mei 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen bij raadsvoorstel33.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Artikel 6.2.3.2 Advies omgevingsvergunning beschermd rijksmonument (Erfgoedverordening) Het college stuurt een afschrift van een ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beschermd rijksmonument, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wabo, direct door voor advies aan de Welstands- en Monumentencommissie Leiden.

Hoofdstuk 7 Handhaving, overgangs- en slotbepalingen Afdeling 7.1 Handhaving en strafbepalingen Paragraaf 7.1.1 Toezichthouders en handhaving Artikel 7.1.1.1 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn de toezichthouders belast die bij besluit van het college zijn aangewezen. Artikel 7.1.1.2 Marktmeester (Marktverordening) Het college stelt één of meerdere marktmeesters aan, en bepaalt zijn of hun taken en bevoegdheden. Artikel 7.1.1.3 Legitimatieplicht (Marktverordening) Degene die een standplaats of een standwerkplaats op een markt inneemt of wil innemen, of die handelt met een bedienvergunning of opbouwvergunning, is verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is bij het eerste verzoek van een toezichthouder. Artikel 7.1.1.4 Onmiddellijke verwijdering (Marktverordening) Het college kan een vergunninghouder of iemand die hem bijstaat of vervangt gelasten onmiddellijk van de markt te vertrekken als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog, of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden.

Paragraaf 7.1.2 Strafbepalingen Artikel 7.1.2.1 Strafbepaling bedrijfs- en pleziervaartuigen (Bedrijfs- en pleziervaartuigenverordening) Het overtreden van artikel 3.4.1.1 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. Artikel 7.1.2.2 Strafbepaling bomen (Bomenverordening) 1. Degene die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel 3.6.1.2 tot en met artikel 3.6.1.6, en artikel 3.6.1.11 lid 2 bepaalde kan worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de actuele vervangingskosten. 1. Degene die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel 3.6.1.7 en 3.6.1.11 bepaalde kan worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde. 2. De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid van het instellen door het college van een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of een houtopstand waarvan de gemeente de rechthebbende is.

Artikel 7.1.2.3 Strafbepaling erfgoed (Erfgoedverordening) Het overtreden van de artikelen in afdeling 3.5 wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie, als deze overtreding niet al strafbaar is gesteld krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel 7.1.2.4 Strafbepaling markten (Marktverordening) Het overtreden van de artikelen in paragraaf 3.4.11 en artikelen 7.1.1.3 en 7.1.1.4 wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden. Artikel 7.1.2.5 Bestuurlijke boete (Huisvestingsverordening) 1. Het overtreden van de verboden als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014, of het handelen in strijden met de voorwaarden of voorschriften als bedoeld in artikel 24 van de Huisvestingswet 2014, kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2. De boete voor het overtreden van de verboden als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 bedraagt: a. voor de eerste overtreding, en herhaalde overtreding na 24 maanden: €2.500,- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en €5.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie; b. voor herhaalde overtreding binnen 24 maanden: €5.000,- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en €10.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie. 3. De boete voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften als bedoeld in artikel 24 van de Huisvestingswet 2014 bedraagt: a.

voor de eerste overtreding, en herhaalde overtreding na 24 maanden: €1.000,- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en €2.500,- voor bedrijfsmatige exploitatie; b. voor herhaalde overtreding binnen 24 maanden: €2.500- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en €5.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie. Artikel 7.1.2.6 Hardheidsclausule (Huisvestingsverordening) Het college kan van het bepaalde in paragraaf 3.2.2 en in artikel 7.1.2.5 van deze verordening afwijken door te besluiten een aanvraag om een onttrekkingsvergunning niet te weigeren, als door bijzondere omstandigheden het strikt toepassen van deze bepalingen volgens het college zou leiden tot een onrechtvaardige uitkomst. Artikel 7.1.2.7 Strafbepaling leidingen (Leidingenverordening) Het overtreden van de artikelen 3.7.2.1, 3.7.2.3, tweede lid, 3.7.2.8, tweede lid, 3.7.2.10, eerste lid, en 3.7.2.13 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maande of een geldboete van de tweede categorie. Afdeling 7.2 Overgangsrecht Paragraaf 7.2.1 Overgangsrecht Artikel 7.2.1.1 Overgangsrecht 1. In deze verordening zijn de bepalingen uit de, middels raadsbesluit RV20.0079, navolgende ingetrokken en gewijzigde verordeningen, beleidsregels en nadere regels opgenomen: a. Algemene plaatselijke verordening gemeente Leiden 2020; b. Bedrijfs- en Pleziervaartuigenverordening Leiden 2017;

c. Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2019; d. Bomenverordening Leiden 2015; e. Bouwverordening 1992; f. Erfgoedverordening Leiden 2017; g. Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2020; h. Instellingsbesluit Markten Leiden 2016; i. Leidingenverordening gemeente Leiden 2012; j. Ligplaatsenplan Bedrijfs- en Pleziervaartuigen 2017; k. Marktverordening Leiden 2015; l. Nadere Regels handelsreclame 2010; m. Nadere Regels uitvoering Bomenverordening 2015, versie februari 2018; n. Rioolverordening Buitenriolering Leiden 2015; 2. Besluiten, genomen krachtens de in het vorige lid bedoelde bepalingen, worden geacht besluiten krachtens het bepaalde in deze verordening te zijn. 3. Aanvragen voor vergunningen waarop op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld op grond van deze verordening. Artikel 7.2.1.2 Overgangsrecht leidingen (Leidingenverordening) 1. Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van de Leidingenverordening 2012 aanwezig waren en in gebruik zijn, geldt de schriftelijke toestemming of vergunning op grond waarvan die leidingen zijn gelegd, als een vergunning krachtens deze verordening. Voorschriften die zijn verbonden aan een eerder verleende schriftelijke toestemming of vergunning zijn daarop niet van toepassing. 2.

Als het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming of een eerder verleende vergunning als bedoeld in het eerste lid niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening, dan kan het college de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen hij het college meer informatie over de leiding moet geven of een vergunning moet aanvragen. Als de leidingexploitant dat niet doet komt de schriftelijke toestemming te vervallen op een tijdstip dat door het college wordt bepaald. Artikel 7.2.1.3 Overgangsrecht markten (Marktverordening) 1. De krachtens de Marktverordening Leiden 2015 vastgestelde wacht- en anciënniteitslijsten gelden als lijsten krachtens deze verordening. 2. Degenen die op de dag van inwerkingtreding van deze verordening op de wacht- of anciënniteitslijst stonden, behouden de rechten die daaruit voortvloeien volgens de regels die op die dag gelden gedurende één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. Afdeling 7.3 Slotbepalingen Paragraaf 7.3.1 Slotbepalingen Artikel 7.3.1.1 Nadere regels Het college is bevoegd ter uitvoering van het bepaalde in deze verordening nadere regels vast te stellen.

Artikel 7.3.1.2 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Paragraaf 3.2.2 en artikelen 7.1.2.5 en 7.1.2.6 vervallen op 1 juli 2024 en worden dan herzien. Artikel 7.3.1.3 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020.

Bijlagen bij de Verordening fysieke leefomgeving Bijlage 1. Begrippenlijst 1. 2.

3. 4.

5.

6.

7. 8. 9.

10.

11.

Aansluitleiding: Combinatie van perceelaansluitleiding en/of ontstoppingsstuk en/of terreinleiding; Aansluitpunt: Het punt waar de perceelaansluitleiding aansluit op het openbare riool. Bij openbare vrijvervalriolering betreft die de inlaat in de buis van het openbaar riool. Bij openbare drukriolering betreft dit de inlaat in de punt van het drukrioolgemaal; Aanvaardbaar woon- en leefklimaat: Een leefbare woonomgeving die aansluit bij voorwaarden en behoeften die in zijn algemeenheid daaraan worden gesteld; Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden: De commissie of instantie die door het college is ingesteld om volgens het Reglement voor de Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden het college te adviseren over de aanwijzing van monumenten, de toepassing van de Erfgoedwet, de bepalingen uit deze verordening met betrekking tot erfgoed en het monumentenbeleid. Het adviseren over het verlenen van vergunningen bij wijziging, verbouw of sloop van monumenten valt hier niet onder; Afgebakend bedrijfsonderdeel: Een onderdeel van een onderneming met een watergebonden bedrijfsactiviteit, die verschilt van de andere onderdelen van de onderneming.

Een bedrijfsonderdeel heeft zijn eigen plannen, inkomsten, kosten en bedrijfsmiddelen en gebruikt deze om met goederen en/of diensten waarde toe te voegen voor zijn klanten; Anciënniteitslijst: De genummerde lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats, met vermelding van de datum waarop de betrokkenen voor het eerst een vaste standplaatsvergunning werd verleend en met vermelding van de branche waartoe zij behoren of de artikelen die zij verhandelen; Artikelgroepen: Door het college vastgestelde lijst van producten die bij voorkeur op een markt worden aangeboden; Bedienvergunning: Een vergunning voor het serveren van eten en/of drinken bestemd voor consumptie ter plaatse aan personen werkzaam op het marktterrein; Bedrijfsvaartuig: Een vaartuig dat voornamelijk wordt gebruikt en bestemd is voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf, of daarvoor bestemd is, waaronder begrepen: goederenvervoer, goederenopslag, rondvaarten en/of verhuur ten behoeve van de pleziervaart.

Hieronder vallen ook vaartuigen die feitelijk niet geschikt zijn om zich door het water te verplaatsen, met uitzondering van terrasboten waar een terrasvergunning voor is verleend en waarvan de locatie de aanduiding “terrasboot” heeft in het vigerende bestemmingsplan; Beheerplan: Een beschrijving van de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd om individuele bomen, houtopstanden of samenhangende houtopstanden optimaal te laten ontwikkelen. Een beheerplan geldt voor 5, 10 of 15 jaarEen beschrijving van de werkzaamheden die moeten worden opgesteld om houtgewassen, boomstructuren en boomgebieden zich optimaal te laten ontwikkelen. Een beheerplan geldt voor 5, 10 of 15 jaar; Biologische producten: Door Stichting Skal gecertificeerde biologische producten;

12.

Beschermd gemeentelijk monument: Een onroerend monument dat is aangewezen op grond van deze verordening en: a. een zaak betreft die van algemeen belang is vanwege haar schoonheid, betekenis voor de wetenschap of (cultuur)historische waarde, of; b. een terrein betreft dat van algemeen belang is vanwege de aanwezigheid van overblijfselen, voorwerpen of andere sporen dat mensen daar in het verleden zijn geweest, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen; 13. Beschermde houtopstand: Een houtopstand die voldoet aan de in beleid vastgestelde criteria voor waardevolle bomenEen houtopstand die op de Groene Kaart is opgenomen; 14. Beschermde solitaire houtopstand: Een houtopstand die op de Groene Kaart is opgenomen als herdenkingsboom, monumentale boom, toekomstboom of waardevolle boom; 15.14. Bestendig beheer: Alle handelingen die door de eigenaar volgens een beheerplan worden uitgevoerd ten behoeve van het in stand houden van de vorm of functie en ter bevordering van de gewenste ontwikkeling van de houtopstand; 16.15.

Bomen Effect Analyse: Een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom op of in de buurt van het betreffende perceel, uitgevoerd door een boomtechnisch deskundige op basis van landelijke richtlijnen van de BomenstichtingBomen Effect Analyse: Een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom op het betreffende perceel, uitgevoerd door een boomdeskundige op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting; 17.16. Bomenfonds: Het door het college ingestelde fonds waarin vergunninghouders gelden storten ter uitvoering van in de omgevingsvergunning opgenomen voorschrift tot financiële compensatie van de houtopstanden die met de vergunning worden geveld; of ter uitvoering van handhavingsmaatregelen voor als een houtopstand zonder de benodigde vergunning of melding is gekapt en er geen herplantplicht op het perceel kan worden opgelegdBomenfonds: Het door het college ingestelde fonds waarin vergunninghouders gelden storten ter uitvoering van in de omgevingsvergunning opgenomen voorschrift tot financiële compensatie van de houtopstanden die met de vergunning worden geveld; of ter uitvoering van handhavingsmaatregelen voor als een houtopstand zonder de benodigde vergunning is gekapt en er geen herplantplicht op het perceel kan worden opgelegd; 18.17.

Boom: Een houtachtig, opgaand gewas, levend of afgestorven, met een stamomtrek van minimaal 30 centimeter, gemeten op 130 centimeter boven het maaiveld. Bij meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam; 19. Boombeschermingsplan: een beschrijving van handelingen en werkzaamheden, gebaseerd op een Bomen Effect Analyse, ter voorkoming van schade aan bomen op het perceel in verband met een voorgenomen bouw of aanleg; 20.18. Boomtechnisch deskundige: Een natuurlijk persoon die in het bezit is van een geldig European Tree Technician-certificaat of vergelijkwaardig niveauBoomdeskundige: Een natuurlijk persoon die in het bezit is van een geldig European Tree Technician-certificaat; 21. Boomgebied: Een gebied met veel groen, zoals een park, volkstuincomplex, begraafplaats of botanische tuin. In een boomgebied kunnen alleenstaande bomen staan en/of bosvormige elementen en smalle lijnvormige houtopstanden, zoals houtwallen; 22.19. Boomstructuur: Een lijn- of vlakvormige, ecologische of ruimtelijke functionele groep bomen die als eenheid te herkennen is, vaak in de midden- en/of zijbermen van een weg of

langs een waterweg, of als onderdeel van een park, die als groep een meerwaarde voor de omgeving biedtEen lijnvormige, ecologische of ruimtelijke functionele groep bomen in de midden- en/of zijbermen van een weg; 23.20. Boomveiligheidscontrole: Visual Tree Assessment (VTA), uitgevoerd door een boomtechnisch deskundigeVisual Tree Assessment (VTA), uitgevoerd door een boomdeskundige; 24.21. Boomvormer: Een houtachtig gewas met één of meer hoofdtakken, dat kan uitgroeien tot een één- of meerstammige boom; 25. Boomwaardebepaling: Volgens de NVTB uitgevoerde systematiek om de waarde, uitgedrukt in Euro’s, van een boom vast te stellen. In een boomgebied geldt een waarde per m2; 26.22. Bouwwerk: Een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal, of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties. Hieronder valt niet een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart; 27.23. Buitenriolering: De afvoerleiding(en) met inbegrip van alle hulpstukken, stankafsluiters, zettingsconstructies, ontlastputten en verbindingen tussen gebouwaansluiting en perceelsgrens; 28.24.

Collectieve festiviteit: Een festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; 29.25. College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden; 30.26. Compensatieplan: Een document dat door het college is vastgesteld, waarin door de eigenaar en de vergunninghouder is aangegeven waar en hoe compensatie zal plaatsvinden van de houtopstand die wordt geveld. Bij het document is in ieder geval een tekening met maatvoering toegevoegd van de situatie voor en na het vellen; 31.27. Cultureel erfgoed: Materiële en immateriële bronnen uit het verleden, die in de loop der tijd door mensen, eventueel in wisselwerking met hun omgeving, tot stand zijn gebracht. Deze bronnen worden gezien als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en bieden een referentiekader aan de huidige en toekomstige generaties; 32.28. Dagplaats: De standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; 33.29. Dekschuit: Een bedrijfsvaartuig met een vlak en gesloten dek, zonder opbouw op aandrijving, dat niet wordt gebruikt als terrasboot waarvoor een terrasvergunning is verleend; 34.30.

Drijvend voorwerp: Een drijvend bouwsel dat vanwege zijn bestemming in principe niet wordt verplaatst, met uitzondering van drijvende bouwsels die omgevingsvergunningplichtig zijn; 35.31. Drukriool: Het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk;

32.

Drukrioolgemaal: De rioolput van de gemeente, waar de terreinleiding op loost en het afvalwater in het drukriool wordt gepompt. Dit gemaal kan niet het hemelwater afvoeren; 36.33. Dunnen: verwijderen van boomvormers uit een houtopstand als onderhoudsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand, waarbij geen oppervlakte van de betreffende houtopstand verloren gaat, conform een vastgesteld beheerplan. 34. Duurzame gemeenschappelijke huishouding: Een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling hebben om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen; 37.35. Ecologisch waardevol groen: Een areaal natuurlijke vegetatie met een oorspronkelijk karakter. 38.36. Eigen toegang: Elke deur die direct toegang geeft tot de woning, bereikbaar via de straatzijde, dan wel vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte en die is voorzien van een van gemeentewege verleend huisnummer; 39.37. Gebruiksoppervlakte: Gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; 40.38. Gebouw: Een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 41.39.

Gebouwaansluiting: De buiten het gebouw gelegen overgang van de gebouwriolering op de buitenriolering, gelegen op een afstand van maximaal 0,5 meter vanaf het gebouw of zoveel korter dan een zettingsconstructie in de buitenriolering vereist; 42.40. Gebouwriolering: Stelsel van afvoerleidingen en ontspanningsleidingen, met inbegrip van alle hulpstukken, dakafvoeren, stankafsluiters, afdichtingen en bevestigingen – voor zover geen deel uitmakend van lozingstoestellen – dat zich binnen een gebouw bevindt, of buiten een gebouw voor zover het aan het gebouw is bevestigd; 43.41. Gebruiker: In het geval van riolering: de perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van het perceel of de huurder die gebruik maakt van de aansluiting op het openbaar riool; 44.42. Geluidgevoelige gebouwen: Woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; 45.43. Geluidgevoelige ruimte: Een ruimte binnen een woning die als slaap-, woon- of eetkamer is bestemd of daarvoor wordt gebruikt, evenals keuken van minimaal 11 m2; 46.44.

Gemeentelijk beschermd stadsgezicht: Groepen van onroerende zaken die op grond van deze verordening als gemeentelijk beschermd stadsgezicht zijn aangewezen, omdat deze van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, of wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde; 47.45. Gemengd stelsel: Het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, inclusief hemelwater; 48.46. Gescheiden stelsel: Het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater en een buizenstelsel voor de afvoer van het overige afvalwater; 49. Groene Kaart: De kaart bij deze verordening die door het college is vastgesteld waarop de locaties van beschermde houtopstanden zijn aangegeven, met het bijbehorende register; 50.47. Handboek Leidingen: Door het college vastgestelde of nader vast te stellen regels betreffende het aanleggen, het houden en verwijderen van kabels en leidingen;

Met opmaak: Geen afstand, Afbreken, Spatiëring tussen Aziatische tekst en nummers aanpassen, Lettertype-uitlijning: Automatisch

Met opmaak: Geen afstand, Afbreken, Spatiëring tussen Aziatische tekst en nummers aanpassen, Lettertype-uitlijning: Automatisch heeft opmaak toegepast: Lettertype:

51.48. Handelsreclame: Iedere openbare aanprijzing van goederen en/of diensten, waarmee kennelijk wordt beoogd een commercieel belang te dienen; 52.49. Herstructurering: Planmatig en veelal grootschalig ingrijpen in de gebouwde omgeving om verouderde en verloederde gebieden zodanig te vernieuwen dat zij voldoen aan de huidige eisen op het gebied van wonen, werken, recreëren en mobiliteit; 53.50. Hoogspanningslijn: Een leiding behorend tot het landelijk hoogspanningsnet, zoals bedoeld in de Elektriciteitswet; 54.51. Houder van een inrichting: Degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; 55.52. Houtopstand: Een zelfstandige eenheid van een of meerdere bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griendEen zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend; 56.53. HMRI-99: Handleiding meten en rekenen industrielawaai, van het ministerie van Vrom, uitgave 1999; 57.54. Huishouden: Een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren. Alleenstaanden die bij elkaar wonen, vormen in de regel geen huishouden; 58.55. Huurprijs: Prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand; 59.56. Huurprijsgrens: De subsidiabele huurprijs per maand zoals genoemd in de Wet op de huurtoeslag; 60.57.

Incidentele festiviteit: Een festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; 61.58. Infrastructurele voorziening: Voor de geleiding van een leiding specifiek aangebrachte constructie, waaronder in ieder geval wordt verstaan: leidingentunnels en leidingenviaducten, en in infrastructuur aanwezige constructies waar ook leidingen in, op of aan kunnen worden bevestigd; 62.59. Inrichting: Inrichting type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; 63.60. Inwoning: Bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; 64.61. Kamer: Een verblijfsruimte zoals bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011, 416); 65.62. Kampeermiddel: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 66.63. Koopprijs: De prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald; 67.64. Koopprijsgrens: De prijs van een woning onder de maximale koopsom zoals deze wordt genoemd in de Wet bevordering eigenwoningbezit; 68.65.

Kwetsbare doelgroepen: Mensen die begeleid worden door maatschappelijke instanties en enige vorm van zorg ontvangen van maatschappelijke instanties; 69.66. Leiding: Een buis bestemd voor het transport van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen, of een kabel gelegen in, op of boven de grond, met uitzondering van bovengrondse

hoogspanningskabels, of in infrastructurele voorzieningen, met alle daarbij behorende voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, afsluiters, brandkranen, kasten, etc.; 70.67. Leidingexploitant: Degene onder wiens verantwoordelijkheid een leiding wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd, waaronder tevens wordt begrepen degene die een vergunning voor het aanleggen van een leiding heeft aangevraagd; 71.68. Ligplaats: Een deel van het openbaar water waar het is toegestaan een vaartuig af te meren gedurende ten minste de periode tussen zonsondergang en zonsopkomst; 72.69. Ligplaatsvergunning: Een vergunning die door het college is verleend waarmee het is toegestaan een ligplaats in te nemen met een vaartuig of ander drijvend voorwerp; 73.70. Markt: De door het college ingestelde warenmarkt; 74.71. Marktmeester: De persoon die als zodanig is aangewezen door het college; 75.72. Meeloper: Een gegadigde voor een standplaats die zich heeft gemeld voor het innemen van een dagplaats; 76.73. Meeloperslijst: De doorgenummerde lijst van meelopers voor een dagplaatsvergunning, waarbij meelopers bij inschrijving hebben aangegeven of zij in aanmerking willen komen voor een vaste standplaatsvergunning; 77.74. NEN: Een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; 78.75. NVTB: Nederlandse Vereniging van Taxateurs voor Bomen; 79.76.

Omgevingsvergunning: Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, en artikel 2.2, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 80.77. Ondergrondse obstakels: Bodemverontreiniging, materialen, objecten en stoffen die nadelige beïnvloeding van de staat van de aan te leggen of gelegde leiding tot gevolg hebben of kunnen hebben; 81.78. Ontstoppingsstuk: Voorziening die toegang geeft tot het inwendige van een leiding en waarmee beheer en onderhoud van de leiding van binnenuit mogelijk wordt; 82.79. Onttrekken: Het slopen of het gebruiken van een (deel van de) woning voor een ander doel dan permanente bewoning door één huishouden; 83.80. Onttrekkingsvergunning: De vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014; 84.81. Onzelfstandige woonruimte: Een deel van een woning dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend is niet het hebben van een eigen toegang, het gezamenlijke gebruik (met bewoners van andere onzelfstandige woonruimte in de woning) van sanitaire voorzieningen en/of een keuken met kooktoestel. Een onzelfstandige woonruimte kan uit meerdere kamers bestaan; 85.82. Openbaar riool: Buitenriolering zoals bedoeld in de NEN3215:2011, exclusief de aansluitleiding; 86.83. Openbaar water: a.

In geval van ligplaatsen voor bedrijfs- en pleziervaartuigen: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of op een andere manier toegankelijk zijn, met uitzondering van bevaarbare en openbaar toegankelijke wateren die geen eigendom zijn van de gemeente; b. In overige gevallen: alle wateren die voor het publiek bevaarbaar of op een andere manier toegankelijk zijn, met inbegrip van de wal; 87.84. Openbare buitenriolering: De perceelaansluitleiding en het openbaar riool; 88.85. Openbare ruimte:

a. In geval van houtopstanden: een voor het publiek toegankelijke plaats. Hieronder vallen ook de weg, en erven en terreinen die niet kenbaar ten opzichte van de openbare weg zijn begrensd of afgescheiden door inrichting, beplanting of begroeiing; b. In geval van leidingen: alle publiek openbare en toegankelijke – zij het mogelijk met restrictie – plaatsen binnen de gemeente Leiden; c. In overige gevallen: een plaats die krachtens de bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek, met uitzondering van gebouwen of besloten plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet; 89.86. Openbare weg: Alle wegen of paden die voor het openbaar verkeer open staan, inclusief de daarin gelegen bruggen en duikers, de paden, bermen of zijkanten die bij die wegen horen en de parkeerterreinen die aan die wegen liggen en die als zodanig zijn aangeduid; 90.87. Passantenhaven: Een gebied met ligplaatsen die zijn bedoeld voor pleziervaartuigen die op doorreis zijn en maximaal 72 uur in de gemeente Leiden verblijven, en waarvoor niet al voor een andere ligplaats binnen de gemeente Leiden binnenhavengeld wordt betaald en/of een ligplaatsvergunning is verleend; 91.88. Passantenplaats: Een ligplaats die is bedoeld voor pleziervaartuigen die op doorreis zijn en maximaal 24 uur in de gemeente Leiden verblijven; 92.89.

Perceel: Een onroerende zaak, een stuk grond, al dan niet met bebouwing, die met erf en tuin een eenheid vormt; 93.90. Perceelaansluitleiding: Het deel van de aansluitleiding vanaf de perceelsgrens/ontstoppingsstuk tot aan het aansluitpunt op het openbare riool; 94.91. Pleziervaartuig: Een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor recreatief gebruik, dan wel voor sportbeoefening; 95.92. Rechthebbende: In het geval van riolering: degene die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot heeft van een op de riolering aan te sluiten en/of aangesloten perceel; 96.93. Reclameaanduiding: Elk opschrift, aankondiging of afbeelding op of aan een onroerende zaak, die gericht is op het maken van handelsreclame; 97. Register bij de Groene Kaart: Het register dat door het college is vastgesteld met de locatie van de beschermde alleenstaande houtopstanden en de reden waarom deze op de Groene Kaart zijn opgenomen; 98.94. Religieus monument: Een onroerend monument dat eigendom is van een religieus genootschap en dat uitsluitend of grotendeels wordt gebruikt voor de uitoefening van godsdienst; 99.95. Rijksmonument: Monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister; 100.96. Standplaats: a. In het geval van markten: De ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; b.

In overige gevallen: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Hieronder wordt niet verstaan een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als

bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet en een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de APV; 101.97. Standwerken: De activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel; 102.98. Standwerkersplaats: De standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; 103.99. Seizoensplaats: De standplaats die alleen beschikbaar is voor de periode van 5 oktober tot en met 4 april; 104.100. Terreinleiding: Deel van de aansluitleiding vanaf het gebouw tot aan de perceelsgrens/ontstoppingsstuk; 105.101. Vaartuig: Elk drijvend voorwerp, inclusief vaartuigen zonder waterverplaatsing, dat vanwege zijn drijfvermogen wordt gebruikt voor of bestemd is voor het vervoeren van personen of goederen te water, met uitzondering van woonschepen; 106.102. Vaste standplaats: De standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; 107.103.

Vellen: Alle handelingen niet zijnde bestendig beheer, zoals rooien, met inbegrip van verplanten, het voor de eerste keer knotten kandelaberen, of kandelaren, het voor de eerste keer omvormen naar hakhoutbeheer, het snoeien van meer dan 40% van een boomkroon in één keer, alsmede het verrichten van handelingen die de dood ten gevolge kunnen hebben of ernstige beschadiging of ernstige en onomkeerbare aantasting van de habitus waardoor de houtopstand zijn beeldbepalende karakter verliest kunnen veroorzaken. Onder vellen wordt niet verstaan het knotten of kandelaberen van wilgen, het knotten, kandelaberen, of kandelaren als periodieke onderhoudsmaatregel nadat de betreffende re) houtopstand al eens geknot, gekandelaberd of gekandelaard is, het uitvoeren van periodiek terugkerend hakhoutbeheer of het dunnen in een bosplantsoenvak als onderhoudsmaatregelAlle handelingen niet zijnde bestendig beheer, zoals kappen, rooien, verplanten, vernielen, verkleinen van groeiplaats, en snoeien van meer dan 25 procent van de kroon of het wortelgestel, waardoor een houtopstand verdwijnt, ernstig ontsierd, beschadigd of gedood wordt; 108.104. Vergunninghouder: De natuurlijke- of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; 109.105.

Verkeersruimte: Ruimte anders dan een ruimte in een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte, bestemd voor het bereiken van een andere ruimte; 110.106. Wachtlijst: Een lijst die door het college wordt bijgehouden waarop belangstellenden die voor een ligplaatsvergunning in aanmerking willen komen, zich kunnen (laten) inschrijven; 111.107. Welstand- en Monumentencommissie Leiden: De commissie die als taak heeft het college te adviseren ten aanzien van: a. de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk waarvoor een vergunningaanvraag is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand; b. vergunningaanvragen voor wijziging, verbouw of sloop van beschermde rijks- of gemeentelijke monumenten;

c. conform het Reglement van orde voor de Welstands- en Monumentencommissie Leiden; 112.108. Wezenlijke voorzieningen: Douche- en/of badruimte, toilet en keuken; 113.109. Woningcorporatie: Toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente; 114.110. Woningvorming: Het splitsen van een zelfstandige woonruimte in twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014; 115.111. Woningvormingsvergunning: De vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014; 116.112. Zelfstandige woonruimte: Een woning die dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid van een eigen toegang tot de woning, eigen sanitaire voorzieningen en keuken met kooktoestel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10158137/1