210014 Bijlage 1. Gebiedsvisie Kaderbesluit Gebiedsontwikkeling Telderskade
Tekst van het document
3.7 Verkeer en Mobiliteit De gemeente heeft voor fit gebied als doel om een gezond en duurzaam gebied te realiseren, waarbij het thema ‘Sporten, spelen en bewegen’ centraal staat. Dit betekent dat de inrichting van het gebied stimuleert om te lopen in een aantrekkelijke buitenruimte. Ook fietsen moet een logische optie zijn: gemakkelijk, prettig en veilig. Daarbij vraagt ook een hoge dichtheid om een hoge kwaliteit van de buitenruimte. Daarbij past de ambitie om de auto’s zo min mogelijk door het gebied te laten rijden en zo snel mogelijk te stallen in parkeergarages uit het zicht van de openbare ruimte.
43
3
60 m
Churchilllaan
4 CO2
P
16 m
Leonardo College
1
44
Sportieve binnenstraat
Mobiliteitsgebouw voor de buurt
Telderskade
Churchill laan
De principeprofielen geven een indruk van de ruimtebeleving die ontstaat door de breedte van de buitenruimte zelf in combinatie met de hoogte van de gebouwen ernaast. Het zijn geen precieze ontwerpen voor de buitenruimte. De openbare ruimte zal in een later stadium ontworpen worden. In de nadere uitwerking van de visie kunnen ook aan de principeprofielen nog wijzigingen plaatsvinden. Dit hangt samen met de ontwikkelstrategie van het gebied. De principeprofielen geven daarbij wel richting: afwijkingen dienen beperkt te zijn en moeten worden beargumenteerd.
Vijf Meilaan
Overzicht locatie principeprofielen
2
22 m
Boshuizerlaan 25 m
Groene straat in deel centrumgebied
CO2
Speelpark
Telderskade 45
Netwerk voor Fiets
Netwerk voor auto’s (nader te bepalen op basis van verkeersonderzoek) 46
Een optie is om beweging en spelen verder te stimuleren met de introductie van een mobiliteitsHUB voor de buurt: een gebouw voor mobiliteit en beweging. In een dergelijk gebouw kan het autoparkeren gecombineerd worden met duurzame mobiliteitsconcepten en speelfaciliteiten. Bovendien stimuleert dit ontmoeting. Dit concept wordt verder toegelicht in paragraaf 3.7.4 bij het onderdeel autoparkeren. In de bouwplannen en bij de inrichting van de openbare ruimte moet rekening gehouden worden met de ruimtelijke impact en de ontsluiting van het gebied voor voetgangers, fietsers, auto en openbaar vervoer. Ook het aantal voertuigen is van belang bij het functioneren van het gebied. Hoe meer mensen in een gebied wonen hoe belangrijker het wordt dat de stad leefbaar blijft.
te komen, worden de volgende richtlijnen aangehouden. 3.7.1 Voetganger Bij de inrichting van het openbaar gebied houden we rekening met veilige (verkeer en sociaal) wandelroutes. Ook acceptabele, logische en korte ontsluitingen en routes naar ingangen, fietsparkeergelegenheden en OV-haltes. Dit kan aansluiten op de bestaande situatie en/of nieuw aan te leggen infrastructuur zijn. Ook wordt rekening gehouden met mindervaliden.
Voor de uitwerking van de verkeersaspecten wordt op dit moment een uitgebreid verkeersonderzoek uitgevoerd. Grote aandachtspunten hierbij zijn de Telderskade, de Boshuizerlaan, het kruispunt Telderskade/ Churchilllaan, het kruispunt Churchilllaan/Vijf Meilaan, maar ook de (fiets)-infrastructuur op de Telderskade en de Churchilllaan.
3.7.2 Fiets Langs de Churchilllaan, Telderskade, Boshuizekade/Boshuizerlaan, Vijf Meilaan en Rooseveltstraat liggen belangrijke hoofdfietsroutes, die zowel het noorden en zuiden van Leiden verbinden als het westen met de historische binnenstad. Bij het ontwerp van de inrichting van de openbare ruimte dient met deze routes rekening gehouden te worden om een goede doorstroming te bevorderen. De grootste uitdagingen zijn de oversteekbaarheid van de Churchilllaan en de veiligheid op de Telderskade en Vijf Meilaan. De wens vanuit de gebiedsontwikkeling Telderskade is om aan de oostzijde van de Churchilllaan brug over het water richting de het Leonardocollege te realiseren. Hierdoor kunnen studenten de drukke Telderskade ontwijken en via een groene entree het gebied in fietsen. Dit is in verkeerskundige zin mogelijk en acceptabel indien de Churchilllaan aan die zijde wordt aangepast met een twee richtingen fietspad. Dit heeft ook gevolgen voor de kruispunten Churchilllaan/Telderskade en Churchilllaan/Vijf Meilaan. Afstemming met het project Churchilllaan is hiervoor noodzakelijk.
De uitkomsten van dit onderzoek zullen worden gebruikt voor de verdere uitwerking van de gebiedsontwikkeling. De uitkomsten van dit onderzoek verwachten wij begin 2021. Om tot een integrale inpassing van mobiliteit
Fietsparkeren Fietsparkeerplaatsen moeten voldoen aan de FietsParKeur richtlijnen voor zover het fietsparkeren op eigen terrein betreft. Fietsparkeren in de openbare
In de gebiedsontwikkeling Telderskade zetten we mede daarom fors in op meer verplaatsingen per fiets en met de voet. Beide modaliteiten nemen veel minder ruimte in de buitenruimte en in de gebouwen dan bijvoorbeeld de auto. Daarnaast is het ook beter voor het klimaat en het leefmilieu in de stad. Door de ligging van het gebied bij uitvalswegen en de aanwezigheid van openbaar vervoer biedt de locatie meer dan de traditionele mogelijkheden.
47
Referentie gebouwconcept in Bordeaux 1. DAKPROGRAMMA • Daktuin • Speeltuin (sport) • Ontmoetingsplek • Loopbrug naar woningen 2. PARKEREN • Auto • Deelauto • Deelfiets
3. PUBLIEKE PLINT • Ontmoetingsplek • Fietsenmaker • Traforuimte • Pakketservice (PostNL) • Coffeecorner/cafetaria 4. GEVEL • Trap naar het dak • Groene wand, biodiversiteit • Klimmuur voor school • Woningen
CO2
P
Voorbeelduitwerking Gebouw voor Mobiliteit & Beweging met een mogelijk programma. 16 m
48
ruimte moet voldoen aan het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte. De aantallen fietsparkeerplaatsen (voor bewoners, personeel en bezoekers) moeten bepaald worden aan de hand van de Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020 en worden zoveel mogelijk voorzien op eigen terrein. De parkeervoorziening moet logisch en goed bereikbaar zijn, zoveel mogelijk ontsluiten op bestaande of geplande fietsinfrastructuur en hoogwaardig ingericht worden. Eveneens moeten deze ruimte bieden voor minder gangbare maten, zoals voor scooters, elektrische fietsen, scootmobielen en bakfietsen. Bezoekers moeten hun fietsen kunnen parkeren op een goede locatie bij de entree van de functies die zij willen bezoeken, om fietsparkeeroverlast in de openbare ruimte te voorkomen en om een daadwerkelijk gebruik van fietsparkeerplaatsen te bevorderen. 3.7.3 Openbaar vervoer Het gebied ligt op aanvaardbare fietsafstand van de drie Leidse treinstations. Op loopafstand is/zijn er busverbindingen. Het is belangrijk dat bushaltes goed en prettig bereikbaar zijn voor gebuikers van deze busverbindingen. 3.7.4 Auto Autoverkeer moet veilig en acceptabel afgewikkeld kunnen worden naar en binnen de bestaande of geplande infrastructuur, conform vigerend gemeentelijk verkeersbeleid. Het verkeersonderzoek dient hiervoor een onderbouwing te leveren. De belangrijkste ontsluiting voor auto’s is voorzien via de Telderskade.
Daarnaast is er mogelijk ruimte voor een tweede, kleinere ontsluitingsmogelijkheid via de Vijf Meilaan. Dit moet duidelijk worden aan de hand van het verkeersonderzoek. Uitgangspunt in de plannen is het behoud van een knip voor autoverkeer op de Boshuizerlaan om daarmee sluipverkeer van auto’s te voorkomen. Het verkeerskundig onderzoek zal bepalend zijn
waar deze knip het beste gelegd kan worden. In- en uitritten moeten aangelegd worden conform het vastgestelde Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte van de gemeente Leiden. Er wordt een verkeersonderzoek uitgevoerd naar de ontsluiting van het gebied (alle modaliteiten), Hierbij wordt de gebiedsontwikkeling Telderskade en alle andere ontwikkelingen in Leiden Zuidwest betrokken. Auto – parkeren De parkeereis moet opgelost worden conform de vigerende Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020. Als stedenbouwkundige eis wordt aanvullend gesteld dat parkeren uit het zicht en inpandig moet worden opgelost. Dit kan opgelost worden in een (ondergrondse) parkeergarage onder bouwveld 4/5 met de inen uitrit aan de Telderskade. Een andere optie is om de parkeervoorziening te realiseren in een goed ingepaste hub op bouwveld 4. Deze hub is interessant als deze bijdraagt aan een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied en het karakter van de plek versterkt door extra invulling te geven aan het thema van sporten, spelen en ontmoeten. Deze hub moet dan een gebouw zijn voor mobliteit, bewegen en ontmoeting. Ook kan het gebouw bijdragen aan het groen in de buurt. Om een beeld te geven wat een dergelijk gebouw kan zijn, is hiervan een voorbeelduitwerking opgenomen met een mogelijk programma daarbij. In beginsel moet de parkeereis opgelost worden met parkeerplaatsen op eigen terrein.
Dit kan in een eigen (private) parkeergarage zijn. De Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020 bieden geen mogelijkheid voor woonfuncties om af te wijken naar gemeentelijke openbare parkeervoorzieningen op straat of in een gemeentelijke openbare parkeergarage. Voor niet-woonfuncties is dat
49
wel mogelijk. Onderzocht kan worden of het College hier aan afwijkend besluit over wil nemen.
kunnen realiseren van laadplekken voor elektrische auto’s en mogelijk het plaatsen van deelauto’s
Indien er parkeerrestrictie wordt ingevoerd aan de overzijde van de Churchillaan (opgenomen in de Parkeervisie Auto- en Fietsparkeren Leiden 2020-2030), dan is het mogelijk om af te wijken voor (een deel van) de bewonersparkeervraag in de parkeereis. Dit kan door het niet verlenen van gemeentelijke parkeervergunningen aan toekomstige bewoners en dit vast te leggen bij de gemeentelijk vergunningverlener.
De landelijk gehanteerde richtlijn is dat circa 2% van de parkeerplaatsen die worden aangelegd toegankelijk zijn voor mindervaliden en ook als zodanig daarvoor worden ingericht. Ook in Leiden wordt dit nagestreefd. Deze plekken moeten voldoen aan de hiervoor geldende afmetingen en moeten zo dicht mogelijk bij liften, opgangen of toegangen van woningen gesitueerd zijn. Voor mensen die afhankelijk zijn van een parkeerplaats op kenteken zal zo dicht mogelijk bij de woning moet kunnen worden voorzien in een parkeerplaats in een parkeergebouw of op maaiveld in de openbare ruimte. Hierdoor kan gezorgd worden voor ‘inclusiviteit’. Richtlijnen voor maximale loopafstanden worden gegeven in de ASVV.
De parkeeroplossing moet voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor bewoners, personeel en alle bezoekers aan de functies in de te bouwen panden. Daarbij is het streven dat er geen nadelige consequenties ontstaan voor de parkeersituatie en parkeerdruk in de omliggende woonbuurten. Parkeerplaatsen moeten zoveel mogelijk dubbel gebruikt kunnen worden. Voor niet-woonfuncties is het eventueel nog mogelijk om af te wijken naar parkeerplaatsen in de openbare ruimte mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. De 150 bestaande openbare parkeerplaatsen op het openbare parkeerterrein naast de huidige Vijf Meihal zullen komente vervallen. Deze moeten worden gecompenseerd in het plangebied, zoals vastgesteld bij de plannen rond het Indoor Sport Centrum en het Leonardo College De parkeeroplossing moet voldoen aan de NEN 2443-norm voor parkeren op eigen terrein en aan het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte voor parkeren in de gemeentelijke openbare ruimte. Parkeergarages moeten daar dus ook aan voldoen (parkeervakmaten, parkeerstraten, inrijdhoogte, hellingbanen, bufferruimte, volmeldsystemen, etc.). De parkeeroplossing moet rekening houden met het op termijn
50
Een nieuwe parkeervoorziening op deze locatie leent zich mogelijk als hub/ park and bike locatie. Dit zal nader worden onderzocht en waar mogelijk zal hieraan een invulling gegeven worden, rekening houdend met beleid dat hiervoor wordt voorbereid. Het verkeerskundig onderzoek moet aangeven welke opties acceptabel zijn. Dit kunnen dus meer opties zijn dan hier aangegeven. De parkeeropties zijn eveneens afhankelijk van de uitwerking van de parkeervisie en daarmee de op te lossen parkeeropgave. Verder speelt in dat kader de compensatie opgave van de openbare parkeerplaatsen die moeten worden gecompenseerd, maar ook andere opties die onderzocht worden, zoals een mobiliteitshub en/of een distributiehub. Dit betekent dat de genoemde opties wel voor de hand liggen, maar dat ook andere opties nog in beeld kunnen komen.
3.7.5 Bijzonder verkeer Laden en lossen/kiss and ride Ten behoeve van de ontwikkeling moet voorzien worden in voldoende, acceptabele en veilige laad- en loslocaties voor afvalinzameling, pakketdiensten, toeleveranciers, verhuiswagens, etc. Speciale aandacht wordt gevraagd voor het Leonardocollege. Van belang is dat niet alleen de bevoorrading van het Leonardo College mogelijk blijft, maar ook dat kiss and ride en bereikbaarheid voor minder valide leraren en leerlingen mogelijk is. In de gebiedsvisie kaart is hiervoor een pijl getekend die het laden en lossen voor het Leonardo College mogelijk maakt. Hulpdiensten De bereikbaarheid van het projectgebied voor de nood- en hulpdiensten moet worden gerealiseerd o.b.v. hun advies.
3.8 Duurzaamheid Het duurzaamheidsbeleid in Leiden wordt onderverdeeld in drie thema’s, namelijk (1) energie, (2) klimaatadaptatie en biodiverse vergroening, en (3) circulaire economie. Aanvullend wordt duurzame mobiliteit in toenemende mate ook meegenomen. Voor dit gebied geldt de volgende prioritering: 1. Energie Leiden Zuidwest is als prioriteitswijk onderdeel van de Leidse Warmtevisie. Dit betekent dat deze wijk als één van de eerste wijken in de stad volledig van het gas af gaat (ambitie voor 2035). In de wijk is momenteel slechts een kleine aftakking van het warmtenet aanwezig (JUP). Vattenfall heeft aangegeven niet te gaan uitbreiden zolang er geen zekerheid is over de levering van restwarmte vanuit Rotterdam (LoO/ LdM). De ambitie is echter nog steeds om dit over enkele jaren gerealiseerd te hebben. Tot die tijd is het zeer raadzaam om te onderzoeken wat de energievraag is in het gebied en hoe deze
ingevuld kan worden; het zoeken naar gebiedsbrede oplossingen. Met de WKO voor het Leonardocollege (monobron) is er reeds een beperking opgeworpen voor de energievoorziening van de rest van de gebiedsontwikkeling. Daarom is voor deze gebiedsontwikkeling een energiestrategie opgesteld. Deze strategie heeft de warmteen koudevraag van alle ontwikkelingen in beeld gebracht en scenario’s in beeld gebracht hoe deze vragen kunnen worden ingevuld. Uitkomst van deze strategie is dat de gemeente regie moet gaan voeren op het energievraagstuk. Hiermee kunnen risico’s worden vermeden met betrekking tot het realiseren van suboptimale en dure oplossingen. Daarnaast liggen er kansen als de scope breder wordt getrokken naar projecten in de nabije omgeving. Dit vraagt dus om coördinatie die verder gaat dan alleen deze gebiedsontwikkeling. 2. Klimaatadaptatie & biodiverse vergroening, met een sterke focus op hittestress Het klimaat verandert, waardoor we vaker te maken krijgen met extremen in het weer, heftige regenbuien, periode van droogte en langdurige hitte. Om de stad leefbaar te houden willen we een klimaatbestendige leefomgeving. Om preciezer te weten welke problemen Leiden kan verwachten door de klimaatverandering is er in 2019 een klimaatstresstest uitgevoerd.
In het projectgebied valt er geen extreme wateroverlast te verwachten in het geval van extreme buien, maar dit is uiteraard niet ondenkbaar. De gemeente wil dit probleem zover mogelijk terugdringen door middel van diverse maatregelen op en aan de gebouwen en in de openbare ruimte. Regenwater moet zoveel mogelijk worden vastgehouden en geborgen en pas als dat niet meer mogelijk is, worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. De vereiste hemelwaterberging op een kavel is minimaal 60 mm per uur en de perceeleigenaar is primair verantwoordelijk
51
P P
grondseparkeergarage en itie, in samenwerking met ocatie r prominente entree op eld
52
De toren wekt zijn eigen duurzame energie op
Toren is duurzaam en de toren is onderdeel van het netwerk van stadsbiotopen en ecologische routes
Fietsparkeerplek Karen Blixens Plads door Cobe
Overgangszone binnen/buiten Urban Garden Amsterdam
Gebouwen met een groene uitstraling
Groen waterplein Taasinge Square GHB landscape Architects
voor de verwerking van hemelwater op eigen terrein (zie hemelwaterverordening). Voor biodivers vergroenen is de ambitie om natuurinclusief te bouwen, het leefgebied van soorten flora en fauna die al in het gebied voorkomen te behouden en te versterken. Deze soorten dienen in overleg met een ecoloog in kaart gebracht te worden. Huidige inheemse beplanting met een goede toekomstverwachting wordt zo goed mogelijk ingepast in nieuwe plannen. Nieuwe beplanting is gevarieerd, inheems en lokaal groen en sluit bij voorkeur aan op wat diersoorten nodig hebben om te overleven. Groen op maaiveld kan bijdragen aan grondgebonden soorten en de groenbeleving. Door het groen te verbinden kunnen diersoorten zich ook door de stad verplaatsen. Naast de openbare ruimte kan ook de bebouwing bijdragen aan biodiversiteit door natuurinclusief te bouwen. Hierbij kan zowel worden gedacht aan groene daken en gevels als ook het bieden van een nest of verblijfsplaats. De gemeente Leiden heeft het Convenant Natuurinclusief Bouwen ondertekend. Van daaruit wordt een minimaal Programma van Eisen aangeboden, dat helpt bij de invulling van concrete maatregelen op dit thema.
3. Circulaire economie Gemeente Leiden onderschrijft de landelijke doelstellingen op het gebied van circulariteit en beleid voor circulariteit is volop in ontwikkeling. Vanaf 2023 vraagt de gemeente Leiden zelf 100% circulair uit bij bouwprojecten en geeft daarmee het goede voorbeeld. Daarnaast is de Leidse regio o.a. aangesloten bij Cirkelstad als Cirkelregio-071 zodat rondom het onderwerp actief kennis gedeeld wordt en het netwerk vergroot. Dit thema werken we verder uit in de ontwikkelfase. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan (deels) hergebruik van het casco, losmaakbaar en demontabel ontwerpen, minder materiaalgebruik per m², gebruik van secundaire producten en/ of materialen, biobased materialen en het toepassen van het materialenpaspoort t.b.v. waarde maximalisatie tijdens onderhoud en na gebruik. Daarnaast zullen de trends de komende tijd goed in de gaten worden gehouden om te kijken hoe circulariteit ingepast kan worden in dit project.
In het bijzonder wordt er voor dit thema gewezen op de bestaande groenstructuur en de ambitie om deze te versterken, zowel kwantitatief als kwalitatief. Dit sluit aan bij klimaatadaptieve maatregelen (koppelkansen), en draagt tegelijkertijd bij aan stedenbouwkundige ambities en de beleving van het gebied.
53
Zuidhoven Jacques Urlusplantsoen en omgeving Centrumgebied Zuidwest
Visser `t Hooft
Bedrijventerrein Roosevelt
Vlietzone
Kaart Place to be (Ontwikkelperspectief Zuidwest)
Kaart Ontwikkelgebieden Zuidwest
Zuidhoven
acques UrluslantsoenProject en Indoor sportcentrum mgevingIndividueel beeldkwaliteitsplan vastgesteld Deelgebied Telderskade Centrumgebied
Gebiedsvisie in ontwikkeling met hoofdstuk beeldkwaliteit
Zuidwest
isser `t Hooft Project Vijf Meilaan 210 Individueel Beeldkwaliteitsplan
Gebiedsontwikkeling Roosevelt West Gebiedsvisie in ontwikkeling met hoofdstuk beeldkwaliteit
Bedrijventerrein Roosevelt
Verwachte ontwikkelingen binnen Centrumgebied Zuidwest
54
4. Beeldkwaliteit 4.1 Afbakening en samenhang 4.1.1 Centrumgebied Dit hoofdstuk richt zich alleen op het deel van het plangebied dat behoort bij het centrumgebied Zuidwest en begrensd wordt door de Churchilllaan, Telderskade, Boshuizerlaan en Vijf Meilaan. De welstandsnota is voor dit deelgebied niet langer toereikend. Dit heeft te maken met de ambities in het Ontwikkelperspectief voor het centrumgebied Zuidwest en de uitwerking daarvan in deze gebiedsvisie. Ook de verwachte bouwontwikkeling in hoge dichtheid in dit deelgebied vraagt om hogere kwaliteitseisen voor de gebouwde omgeving en om een goede basis om de architectuur te kunnen beoordelen. Voor het Indoor Sportcentrum is reeds een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Daarom valt het Indoor sportcentrum ook buiten het in dit hoofdstuk geschetste beeldkwaliteitskader. Zuidhoven: alleen welstandsniveau Dit hoofdstuk is niet van toepassiing voor het deel van het plangebied dat valt in Zuidhoven. Vanwege de keuze in het ontwikkelperspectief om het oorspronkelijke karakter van deze buurt zo goed mogelijk te behouden, blijft de welstandsnota voldoen en zijn de daar opgenomen criteria voor Deelgebied 10.B voldoende passend. Wel is het belangrijk dat de commissie Welstand en Monumenten Leiden voldoende in positie wordt gebracht.
Dit in verband met de verwachte nieuwbouw en de bijzondere functie van het nieuwe Huis voor de Buurt dat in Zuidhoven is geprojecteerd. 4.1.2 Samenhang Het centrumgebied Zuidwest, zoals gedefinieerd in het Ontwikkelperspectief is groter dan het deelgebied waar dit hoofdstuk op van toepassing is. Gezien de verwachte
ontwikkelingen in de omgeving (zie ook 2.6), werkt de gemeente tegelijkertijd aan criteria voor de beeldkwaliteit voor de gebiedsontwikkeling Roosevelt West en voor de woningbouwontwikkeling aan de Vijf Meilaan 210. De criteria in dit hoofdstuk komen voor een groot deel overeen met de criteria in die projecten. Op deze wijze ontstaat er samenhang in de uitstraling van het Centrumgebied Zuidwest als geheel. Gebiedspecifiek Binnen het centrumgebied Zuidwest zijn er wel accenten per deelgebied. Voor dit deelgebied is extra aandacht voor het thema sporten, spelen en ontmoeten. Ook vraagt de ligging direct aan de bestaande woonbuurt en als opmaat naar het winkelcentrum om meer afwisseling. Daarom geldt voor dit deelgebied, dat de korrel van de losse gebouwen middelgroot is. Dit zorgt voor meer intimiteit en dynamiek en past tevens bij een stedelijke sfeer. Ook zijn er aandachtspunten criteria opgenomen voor een mogelijk mobiliteitsgebouw om verder invulling te geven aan het thema van sporten, spelen en bewegen. 4.1.3 Doel beeldkwaliteit In dit hoofdstuk staan richtlijnen voor het gewenste kwaliteitsniveau van de bebouwde omgeving. Dit hoofdstuk vormt het formele toetsingskader voor de Welstands- en monumentencommissie Leiden voor nieuwe ontwikkelingen in dit gebied.
Het beeldkwaliteitplan heeft daarnaast een belangrijke rol in de communicatie tussen gemeente, marktpartijen en overige belanghebbenden. De inhoud van dit hoofdstuk over beeldkwaliteit moet bezien worden in het bredere licht van de gehele gebiedsvisie (zie 3.5 Rooilijnen en voorkanten en 3.6 Bouwhoogtes).
55
bella-vue Morris company Hampstead London
Voorbeeld binnenterrein Boulogne Billancourt
56
Voorbeeld gevelplastiek straatzijde Kenk Architecten
Reeves park door Townshed Landscape Architects
4.2 Sfeer 4.2.1 Stoer, stedelijk en groen De algemene sfeer die voor het centrumgebied Zuidwest wordt nagestreefd is in drie woorden te vatten: stoer, stedelijk en groen. Het gebied is en blijft stoer en sterk met heldere rechthoekige vormen met duidelijke richtingen. De korrel van de stad is hier grover dan de pandsgewijze opbouw in het centrum van Leiden. Ook de combinatie van bestaand, nieuw en ontwikkeling maakt het gebied stoer. Tijdelijke invullingen kunnen dit versterken. Het gebied wordt nog stoerder als alle plekken en gebouwen zich overal gaan tonen en niet langer verstopt liggen. De sfeer van de plek wordt steeds stedelijker: dynamisch en met een hoge dichtheid. De dynamiek zit hem in de combinatie van wonen met andere functies. De stedelijkheid blijkt daarnaast ook uit grote bouwvolumes en de relatie op de begane grond tussen binnen en buiten. Tegelijkertijd krijgt het groen in het gebied een steeds prominentere rol. Het groen in de openbare ruimte wordt versterkt en wordt in combinatie met het groen op en aan gebouwen beeldbepalend voor het gebied. De stoere basisvolumes in het gebied staan in dienst van het creëren van groene en vriendelijke plekken voor mens en dier in de stad. Het groen verzacht. 4.2.2 Sporten, spelen en bewegen Specifiek voor dit deelgebied geldt dat het thema van sport, spel en beweging leidend is.
Dat heeft te maken met de functies van het Leonardo College en het Indoor sportcentrum. Het heeft ook te maken met de ambitie om een gezonde stad te realiseren en om mensen van alle leeftijden uit te dagen naar buiten te komen en om te bewegen. Ook de gebouwen in het gebied kunnen hier een rol in spelen.
4.3 Openbare ruimte In het hoofdstuk Visie staan belangrijke bouwstenen voor de openbare ruimte toegelicht. 4.3.1 Handboek openbare ruimte Voor het ontwerp van de openbare ruimte geldt dat de TACOR het toetsend orgaan is binnen de gemeente (Technische AdviesComissie Openbare Ruimte). Hun toetsingskader is het Handboek openbare ruimte Leiden. Afwijken van het handboek is mogelijk als deze afwijkingen aansluiten bij de geplande klimaatadaptieve herinrichting en rioleringsvervanging in de Gasthuiswijk. 4.3.2 Hoogwaardig en obstakelvrij De buitenruimte dient een hoogwaardige inrichting te krijgen. Gezien de druk op maaiveldniveau en de hoge dichtheid is het essentieel is dat de openbare ruimte voldoende krachtig is en niet verrommelt. De straten dienen zoveel mogelijk open te blijven, zodat een vrije ruimte ontstaat met langere zichtlijnen. Dit betekent dat de openbare ruimte zoveel mogelijk obstakelvrij wordt ingericht: (fiets)parkeren en nutsvoorzieningen komen op eigen kavel, uit het zicht van de openbare ruimte. 4.3.3 Overgang gebouw en buitenruimte Onderdeel van de stedelijkheid is een relatie tussen wat er binnen het gebouw gebeurt en wat er zich buiten afspeelt. Elk gebouw dient een verzachtende overgangszone tussen het gebouw en de straat te hebben.
Bij een te harde overgang tussen binnen (privé) en buiten (openbaar), komt de privacy in het geding en is de kans groot op afsluiting. Een meer geleidelijke overgangszone nodigt daarentegen juist uit tot verblijf en ontmoeting. Dat komt ten gunste aan de leefbaarheid. De overgangszone is onderdeel van het gebouwontwerp, maar ook de buitenruimte kan hierin een functie vervullen.
57
19
36
20
20 38
33 21 39 17
23
20
20
20
25
32
20
24
26 28
73 31
25
25
Blokkendoos Zuidwest Zuidwest kenmerkt zich als wederopbouwwijk door eenvoudige rechthoekige bouwvolumes (blokken) met een ontwikkelmaat van een rij woningen of een schijf met appartementen. Deze blokken zijn nooit vierkant, maar hebben altijd een richting. Oorspronkelijk waren de blokken altijd breder dan hoog. Daarbij zorgt de compositie van verschillende blokken voor dynamiek en afwisseling, bijvoorbeeld in een stempelverkaveling. Grotere en complexere gebouwen bestaan uit een samenstel van geschakelde blokken. Ook nieuwe ontwikkelingen in Zuidwest gaan meedoen met deze traditie.
58
30
26 26 26
20
25
26
26
50
20
58
Basisvolumes
4.4 Architectuur Voor de architectuur geldt ook dat de uitstraling stoer, stedelijk en groen is. 16-32
10-16
4.4.1 Massa, compositie en geleding Blokkendoos Zuidwest In de basis bestaan de gebouwen in Zuidwest uit eenvoudige rechthoekige schijven en blokken op een onderliggend grid. Dynamiek en afwisseling ontstaan door middel van compositie van enkelvoudige volumes en door het schakelen van volumes in grootschaligere gebouwen.
Compositie
Schakelen
max 80
Samenstel
Vb.1
max 60
Vb.2
max 60
Basisvolumes kunnen solitair in een compositie staan, geschakeld of samengesteld zijn. Minimale en maximale breedtes zijn in de figuren opgenomen.
Bestaande verkaveling als basis Belangrijk in de stedenbouwkundige opzet van dit deelgebied zijn de bestaande rooilijnen van de buurten ernaast. Zo krijgt de nieuwbouw van de Boshuizerlaan dezelfde richting als de bestaande rijtjeswoningen. Aleen de rooilijn aan de Churchilllaan heeft een afwijkende richting, aangezien deze aansluit bij de richting van de Churchilllaan en de bebouwing aan de overzijde. Korrelgrootte en maten blokken De korrelgrootte van de gebouwen is grof. Dat past bij het stoere karakter van Zuidwest. Tegelijkertijd is het de intimiteit en levendige stedelijkheid nodig dat de korrel overzichtelijk blijft. Het is niet de bedoeling dat de eenduidige vormentaal, de heldere richtingen en de grove korrel leiden tot wandvorming van lange monotone blokken. Daarom zijn voor de basisblokken minimale en maximale breedtematen opgesteld. Horizontaal gerichte basisblokken hebben een breedte tussen de 16 en 32 meter. Het heeft de voorkeur als daarbij ook de karakteristieke hoogtes uit de omgeving van 2 of van 4 bouwlagen terugkomen. Verticaal gerichte basisblokken zijn tussen de 10 en 16 meter breed. Dit geldt niet voor de hoogste toren in het plan. Afwisseling kan tot stand komen door compositie, schakelen of samenstellen van blokken. Hiervoor zijn maximale breedtematen opgesteld.
De gevel benadrukt de richting van het blok. 59
De architectuur per blok kan onderling sterk verschillen (zie voorbeeld) of heel genuanceerd zijn.
Blokken zijn individueel herkenbaar. De architectuur per blok is over het gehele blok herkenbaar. en gaat de hoek om.
Uitsnijdingen zijn mogelijk, zolang ze passen bij de maat van het blok en het originele blok goed herkenbaar blijft.
60
Gevelarchitectuur: blok als geheel en richting Bij een ensemble van blokken heeft ieder individueel blok een eigen herkenbare gevel, die ook de hoek wordt omgezet. De afwijking van de gevel ten opzichte van de andere delen van het ensemble kan beperkt zijn. Uitgangspunt is dat de gevel primair de richting van het blok benadrukt. Secundair is een onderverdeling mogelijk in de tegengestelde richting. Wanneer blokken hierdoor zwaar en lomp worden, kan hiervan worden afgeweken. Uitsnijdingen en uitkragingen Uitsnijdingen uit het basisvolume zijn toegestaan, uitkragingen zeer beperkt. Daarbij gelden de volgende voorwaarden: • • • • •
•
•
•
Uitsnijdingen qua vormentaal beperkt Orthogonale vormen zijn verplicht Per gevel maximaal 30% uitsneden uit het geveloppervlak Meerdere uitsnijdingen zijn toegestaan Lengte en breedte van uitsnijdingen mogen niet te klein worden in relatie tot het hele bouwvolume. Lengte van de uitsnede bedraagt tenminste 20% van de gevellengte. Geen uitsnijding uit de plint. Een beperkte setback van de plint is mogelijk als onderdeel van een overgangszone tussen binnen en buiten. Uitkragingen (incl. balkons) blijven beperkt en gaan aan de publieke ruimte niet over de bouwvlakgrens heen. Aan de binnenzijde van een bouwblok mogen uitkragende balkons of balkons die aan een galerij vastzitten.
4.4.2 Aansluitingen Alzijdige uitstraling Voorkanten De gebouwen dienen voorkanten te hebben aan de publieke ruimte (zie 3.5). Aan deze zijden hebben de gebouwen entrees
en representatieve en architectonisch uitgewerkte gevelbeelden. Gezien de mogelijkheid dat er woningen komen met enkel uitzicht op de binnenzijde van een bouwblok, is het van belang dat ook eventuele achterkanten van gebouwen een nette uitstraling krijgen. Skyline Ook hoogteaccenten dienen alzijdig te worden ontworpen, zodat het project zich ook in de skyline aan de wijdere omgeving aantrekkelijk presenteert. De top van de hoogbouw krijgt aandacht, maar blijft onderdeel van de toren als geheel. Technische zaken zijn aan het zicht onttrokken of geïntegreerd in de architectuur. (zoals liftschachten, klimaatinstallaties, glazenwasinstallaties en telecominstallaties). Geluidwering en buitenruimten in of aan het gebouw worden architectonisch ingepast. Aansluiting gebouw- buitenruimte Plint Binnen de bouwvolumes is er extra aandacht om de aansluiting van de plint op de openbare ruimte goed te ontwerpen. Door een goed ontwerp zijn er ogen op de straat en ontstaat er een gevoel van menselijke schaal in een dicht bebouwd gebied. Niet woonfuncties op de begane grond hebben een vrije hoogte tussen 4 en 5 meter. Dit geldt ook als op termijn op deze plek een niet-woonfunctie kan worden verwacht. Binnen-buiten Een stedelijke plint moet bijdragen aan de levendigheid van de openbare ruimte en aan de relatie tussen binnen en buiten: •
• •
Functies met een levendige uitstraling komen in de plint. In dat geval is de gevel maximaal transparant. Bij alle voorkanten bevinden zich hoofdingangen in de plint. Woningen op de begane grond hebben een eigen hoofdingang aan de straat
61
Binnen het bouwblok hebben de gebouwen een eigen architectonische identiteit.
16
25 m
m
Voorbeeld indeling van de gebouwen binnen het bouwblok, wonen aan de straatzijde en binnenzijde. Geen blinde gevels of zichtbare Een overgangszone op de verdieping zorgt voor ogen op parkeeroplossingen (excl. fiets) straat en een interessante gevel, waarbij bewoners hun geveldeel personaliseren.
m 20
Voorkanten aan de publieke ruimte. 20 m
PLINT
50
m
Veel en diverse entrees aan de openbare ruimte verspreid over de gehele plint. Aandacht voor hoekoplossingen.
Veel en diverse entrees aan de openbare ruimte verspreid over de gehele plint. Aandacht voor hoekoplossingen.
>80 m
Woningen op de begane grond hebben eigen hoofdingang aan de straat. Woontorens hebben een aansprekende entree die past bij de schaal van het gebouw. Een stoere uitnodigende entree met allure. 62
Wonen op de begane grond, overgangszone en uitsnijding
<80 m
<80 m
Ruime transparante plint, relatie binnen/buiten
•
•
Bij woningen op de eerste vier verdiepingen worden ogen op straat georganiseerd. Daarbij wordt een aanleiding in het gebouw ontworpen voor bewoners om hun geveldeel te personaliseren en activeren. Het gaat om een zachte overgang van privé naar openbaar, waarbij mensen kunnen aanwijzen “dáár woon ik”. Van belang hierbij is dat er een semitransparante overgang ontstaat, waarbij bewoners voldoende privacy hebben en zich vrij voelen om zich daar te laten zien. Dit kan bijvoorbeeld door middel van inpandige of half inpandige balkons. Geen blinde gevels of dode functies als containerruimten, bergingen of parkeren
direct aan de gevel. Dak als vijfde gevel Het daklandschap wordt mee ontworpen als 5e gevel en vormt een aantrekkelijk uitzicht voor degenen die er van bovenaf op kijken en er aan wonen. Daken worden benut en dragen bij aan het groene karakter van het gebied en de klimaatadaptatie, denk hierbij aan vertraagd afvoeren van het hemelwater. Zonnepanelen op daken zijn toegestaan. Deze zijn onderdeel van het gebouw en uit het zicht vanaf de openbare ruimte. Hierbij is het uitgangspunt dat de lagere daken voornamelijk groen ingericht worden en de hogere daken eerder met zonnepanelen bezet zijn.
Grote daken hebben een groene inrichting, creëren plekken en dragen bij aan de klimaatadaptatie. 63
Installaties geplaatst in openbare ruimte
Transformatorruimte passend opgelost in de gevel.
Minimaal 8,0 meter
Zichtbare parkeerlaag half verdiept in de gevel.
64
Inrit parkeergarage integraal opgelost in plint als enige ‘bewijs’ van parkeerprogramma.
4.4.3 Parkeren Een toelichting op het autoparkeren staat in paragraaf 3.7.4. De autoparkeerfunctie moet uit het zicht van de openbare ruimte worden opgelost. Daarbij is het van belang dat de gekozen parkeeroplossing niet ten koste gaat van de uitstraling van de verschillende gevels. Dit betekent dat een garage niet aan een gevel grenst, maar wordt omzoomd met programma. In het geval van niet woonprogramma is deze afstand minimaal 8 meter. Gezien het belang van bewegen en levendigheid op straat in dit gebied komen de opgangen van garages in de publieke ruimte uit. In het plan is een optie opgenomen om een gebouw te realiseren voor mobiliteit en beweging. Voor een dergelijk gebouw geldt dat dit een hoog architectonisch niveau moet hebben. Hierbij gelden ook de welstandseisen, die gelden voor andere niet-woongebouwen. Het gebouw moet niet alleen programmatisch meer zijn dan een parkeergebouw, maar dit ook aan de buitenwereld laten zien. Het gebouw is daarom opgedeeld in verschillende elementen: een dakprogramma, parkeren, publieke plint en een gevel die uitnodigt tot bewegen (voorbeeld in 3.7.4). Daarbij dient ook de architectuur de massiviteit van het gebouw te verzachten. Hierbij kan het inzetten van groen een belangrijke bijdrage leveren.
Mobiliteitsgebouw met programma op dak en gevel
4.4.4 Techniek Installaties en techniek dienen inpandig te worden opgelost als onderdeel van een hoofdvolume. Tevens moet dit ondergebracht worden uit het zicht van openbare ruimte of subtiel in de plint worden verwerkt. Het is belangrijk dat de inpassing niet ten koste gaat van de uitstraling van de verschillende gevels. 4.4.5 Materialen De materiaaltoepassing is gebaseerd op het principe dat het materiaal mooier wordt naarmate het ouder wordt. Tevens wordt gevraagd tactiliteit (waarneming en ervaring) te zien als een leidend principe voor de materiaalkeuze. De toegepaste materialen dienen een kwalitatief hoogwaardige uitstraling te hebben en te behouden. De materialen, inclusief de in het zicht zijnde toeslagmaterialen en ondersteunende materialen, zijn duurzaam, dat betekent zoveel mogelijk circulair gemaakt en met een verwachte levensduur die de leeftijdsverwachting van het gebouw overstijgt. Bepaalde materialen en structuren kunnen in gevels gebruikt worden om de overlast van wind op het maaiveld te minimaliseren. Ook bestaan er geluiddempende maatregelen in gevels, zelfreinigende materialen en kunnen bepaalde planten een luchtkwaliteit verbeterende werking hebben. Voor de gevels is een voorkeur voor onbehandelde
Aandacht voor het ontwerp van de gevel met gebruik groen
Grote daken hebben een groene inrichting, creëren plekken en dragen bij aan de klimaatadaptatie.
65
Spiegelend glas
Donker spiegelend glas
Metalen beplating
Baksteen
Corten staal
Keramiek
Natuursteen
Beton
Hout
Gevels bestaan uit hoogwaardige materialen, die mooi verouderen. 66
natuurlijke materialen. Toepassing van donker of spiegelend glas is niet gewenst En met metalen beplating wordt terughoudend omgegaan. 4.4.6 Detaillering Detaillering is robuust en duurzaam, passend bij deze plek. Waarneming van verschillende details op verschillende afstanden verdient hierbij aandacht, waarbij materialisatie en detaillering voorkomen dat het gebouw massief of zwaar overkomt. Materiaal-eigen of blinde montage is gewenst, en materialisatie moet worden uitgevoerd met het oog op verschil tussen dag- en nachtbeeld.
Voorbeeld gevelplastiek straatzijde Kenk Architecten
4.4.7 Kleurgebruik Voor het kleurgebruik is Het Leids kleurenpalet leidend. Door gebruik te maken van deze kleuren krijgt de buurt een relatie met de binnenstad. Dit kleurenpalet is het resultaat van onderzoek door Olga van der Klooster en wordt beschreven in het boek “Van Leidse schilders mette groote Quast”. Voorbeeld gevelplastiek straatzijde DSDHA London
Voor de gebouwen die hoger dan 6 verdiepingen zijn, geldt dat deze niet in een donkere kleur mogen worden uitgevoerd. Het contrast van een donker gebouw met de lichte lucht, maakt het gebouw dan erg aanwezig. Zo wordt de bestaande donkere Luifelbaantoren als storend ervaren in de wijk. 4.4.8 Signing en reclame Indien signing of reclame onderdeel is van gebouw, zijn deze onderdeel van de architectuur van het gebouw en daaraan ondergeschikt. Tevens bestaan namen uit losse letters en zijn lichtbakken niet toegestaan. Per blok is er eenheid in signing en reclame.
67
Lichtbakken als laagwaardige addities.
Signing opgelost als integraal onderdeel van de architectuur.
Het Leids kleurenpalet
68
5. Ontwikkelstrategie Dit hoofdstuk beschrijft de eerste uitgangspunten van de ontwikkelstrategie, oftewel de wijze waarop de gebiedsvisie in de praktijk kan worden gebracht. De gebiedsvisie schetst een samenhangend toekomstbeeld voor de diverse ontwikkelingen. Het is geen eindplan, maar geeft inzicht in de ontwikkelmogelijkheden binnen het plangebied die vertaalt gaan worden naar concrete ontwikkelkaders.
5.1 Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de gebiedsvisie heeft betrekking op de aanpak, organisatie, procedures en financiën die nodig zijn om het plan ten uitvoer te brengen. De gebiedsontwikkeling Telderskade is een gevarieerde opgave die als een schuifpuzzel de komende jaren in elkaar gaat vallen. Het unieke van de gebiedsontwikkeling Telderskade is de grotendeels gemeentelijke eigendomspositie. Hierdoor heeft de gemeente veel invloed op de planontwikkeling en de mogelijkheid om actief te sturen op het gewenste resultaat. Naast de gemeentelijke eigendommen zijn er een aantal objecten in eigendom van andere eigenaren. Dit zijn de Sauna, de Kerk, Gemiva, Bunnig en het Politiebureau. 5.1.1 Quick scan omgevingsfactoren De omgevingsdienst West Holland heeft een quick scan uitgevoerd voor omgevingsfactoren. Deze scan geeft inzicht in de factoren zoals bodem, geluid en externe veiligheid in relatie tot het (hoofdzakelijke) woonprogramma. Mogelijk is een bodemsanering benodigd binnen het gebied. Verder brengt de Churchilllaan veel geluid met zich mee. Hier zal in het ontwerp van het vastgoed rekening mee gehouden moeten worden.
5.2 Grondbeleid Bij het uitwerken van de ontwikkelstrategie is de Nota Grondbeleid kaderstellend. De Nota Grondbeleid gaat in principe uit van een faciliterende rol voor de gemeente. Het grondbeleid biedt wel ruimte voor een actief grondbeleid afhankelijk van het strategisch belang en de beschikbaarheid van de financiële middelen voor de benodigde investeringen en het risicoprofiel. Zo is voor de Sauna Thermen 5 mei besloten voor een actieve en risicodragende verwerving. Ook zal de gemeente een actieve en risicodragende rol hebben in de ontwikkeling en realisatie van het gemeentelijk vastgoed bij het Huis van de Buurt en voor de vraagstukken in de openbare ruimte en de energietransitie. En onderzoekt de gemeente welke rol zij wil innemen bij de parkeeroplossing voor het gebied. In principe is een grondtransactie niet aanbestedingsplichtig. Op basis van de Wet Ruimtelijke Ordening dient de gemeente wel kostenverhaal toe te passen. Dit kan plaatvinden middels de verkoop van de grond of het sluiten van anterieure overeenkomsten. Specifiek voor deze gebiedsontwikkeling zijn de volgende uitgangspunten bepaald: •
•
belangrijk is om integraal te blijven sturen om de samenhang te bewaken tussen de ontwikkelingen binnen het plan en te zorgen voor afstemming met de afhankelijkheden met planontwikkelingen buiten het plangebied. Ook kunnen daardoor ruimtelijke en programmatische kansen worden benut en ontwikkel- en uitvoeringsrisico’s worden beperkt. belangrijk is om de afhankelijkheden tussen ontwikkelingen binnen de gebiedsontwikkeling te beperken, zodat de gebiedsdoelen gefaseerd in de tijd, elk met een eigen aanpak en zoveel mogelijk “los van elkaar” kunnen worden gerealiseerd.
69
Klimaatadaptieve openbare ruimte Mellemrummet, Copenhagen BOGL landscape architects
Into The Wild Den Haag
70
Courdimanche Playground Espace Libre
Frederik Hendrikplantsoen Carve Landscape Architecture
•
•
gezien de lange doorlooptijd van de gebiedsontwikkeling is het belangrijk om voldoende flexibiliteit te behouden, zodat rekening kan worden gehouden met gemeentelijke en marktontwikkelingen en de kansen en risico’s die zich voordoen in het gebied; belangrijk onderdeel van de uitwerking is het zoveel mogelijk beperken van overlast voor omwonenden tijdens de bouwperiode, door kaders te stellen voor de bouwplaatsen, de bouwlogistiek, en de tijdelijke parkeeropgave.
5.3 Ruimtelijke procedures Aangezien de voorgestelde ontwikkelingen in de gebiedsvisie strijdig zijn met het vigerende (geldende) bestemmingsplan zullen er nieuwe bestemmingsplannen moeten worden opgesteld om deze ontwikkelingen te faciliteren. Wanneer de gebiedsvisie is vastgesteld door de raad, vormt dit de basis (het kader) voor de op te stellen bestemmingsplannen. De verschillende ontwikkelingen doorlopen ieder een eigen bestemmingsplanprocedure en een eigen vergunningstraject. De invoering van de nieuwe omgevingswet kan van invloed zijn op de ruimtelijke procedures. Welke invloed de omgevingswet zal hebben, is op dit moment nog niet duidelijk.
5.4 Economische uitvoerbaarheid Met deze gebiedsontwikkeling zijn kosten en opbrengsten gemoeid. Als onderdeel van de planvorming zijn financiële haalbaarheidsstudies uitgevoerd. Hieruit blijkt dat met de opgenomen ambities de
gebiedsontwikkeling voor de gemeente binnen de vastgestelde financiële kaders mogelijk is. Voor de ontwikkeling van de gemeentelijke gronden zal een grondexploitatie ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad bij het uitvoeringsbesluit. In deze grondexploitatie worden aan deze ontwikkeling toe te rekenen kosten en opbrengsten verantwoord. De financiële verantwoording van de gemeentelijke vastgoedontwikkelingen en vastgoedexploitaties wordt separaat in beeld gebracht, waarbij dit in samenhang wordt bezien met de grondexploitatie.
5.5 Participatie en communicatie De betrokkenheid van omwonenden en belanghebbenden is van essentieel belang voor het behalen van de ambities uit de gebiedsvisie. Daarom heeft de gemeente uitgebreid met belanghebbenden en wijkbewoners gesproken bij de totstandkoming van zowel het ontwikkelperspectief Zuidwest als de gebiedsvisie Telderskade. In de periode juni tot september heeft de gemeente uitgebreid geparticipeerd over de uitgangspunten van de gebiedsvisie Telderskade. Hierbij is gekozen voor de trede “raadplegen” van de participatieladder. Inwoners hebben de mogelijkheid om ideeën, wensen, meningen, voorkeuren te geven over een onderwerp die de gemeente vervolgens heeft betrokken bij de verdere voorbereiding en ontwerp.
71
Opdrachtgever: gemeente Leiden Vervaardiger: gemeente Leiden Datum:
72