CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210011 Bijlage 1. Aangepaste ruimtelijke onderbouwing Rijndijk 238A

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 9 maart 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen28.143 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ruimtelijke onderbouwing Rijndijk 238A Vastgesteld

Rijndijk 238A

Ruimtelijke Onderbouwing Rijndijk 238A

Inhoudsopgave

Kennisgeving

4

Bijlagen

6

Bijlage 1

Projectplan

7

Bijlage 2

Plancontour

12

Bijlage 3

Besluit

14

Bijlage 4

Verklaring van geen bedenkingen

25

Bijlage 5

Nota van zienswijzen

27

Bijlage 6

Verslag participatiebijeenkomst 12-01-2021

36

Bijlage 7

Verslag participatiebijeenkomst 21-01-2021

42

Toelichting Hoofdstuk 1

49 Inleiding

49

1.1

Aanleiding

49

1.2

Begrenzing projectgebied

49

1.3

Vigerend bestemmingsplan

49

Hoofdstuk 2

Beschrijving van de omgevingsvergunning

51

2.1

Beschrijving van het projectgebied

51

2.2

Beschrijving van het project

52

Hoofdstuk 3

Ruimtelijk beleidskader

55

3.1

Europees en Nationaal beleid

55

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

55

3.3

Gemeentelijk beleid

57

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten 2

61

Ruimtelijke Onderbouwing Rijndijk 238A

4.1

Archeologie

61

4.2

Cultuurhistorie

63

4.3

Ecologie

65

4.4

Kabels en leidingen

68

4.5

Milieu

69

4.6

Milieueffectrapportage

72

4.7

Stedenbouwkundige inpassing

73

4.8

Verkeer en vervoer

73

4.9

Water

75

Hoofdstuk 5

Procedurele aspecten

79

5.1

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

79

5.2

Procedure

79

5.3

Verklaring van geen bedenkingen

80

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

81

6.1

Economische uitvoerbaarheid

81

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

81

Bijlagen bij de toelichting

83

Bijlage 1

Milieukundig onderzoek en asbestinventarisatie

83

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek oprichten woning

201

Bijlage 3

Milieukundig bodemonderzoek

253

Bijlage 4

Flora en fauna onderzoek

328

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

347

3

Ruimtelijke Onderbouwing Rijndijk 238A

Kennisgeving

4

Ontwerp-omgevingsvergunning Rijndijk 238A Het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Leiden heeft besloten om de ontwerp-omgevings vergunning ‘Rijndijk 238A’ (NL.IMRO.0546.OV00127), ter visie te leggen Toelichting De ontwerp-omgevings vergunning betreft de realisatie van 3 woningen. Het voormalig autobedrijf op locatie wordt gesloopt. Hiervoor komen één vrijstaande woning en een twee-onder-een-kap woning voor terug. Ter inzage Het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken ligt vanaf vrijdag 17 juli tot en met 28 augustus 2020 ter inzage. De stukken zijn digitaal raadpleegbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl. Beroep Gedurende de inzagetermijn kan een ieder zijn of haar zienswijze op de ontwerpomgevingsvergunning indienen bij het college van B&W van de gemeente Leiden (ter attentie van het Cluster Stedelijke Ontwikkeling, Team Ruimtelijke Ontwikkeling, Postbus 9100, 2300 PC Leiden, o.v.v. ‘zienswijze Omgevingsvergunning Rijndijk 238A’. Digitaal indienen is mogelijk via https://www.einwoner.nl/prod/fr/Leiden/zienswijze_omgevingsvergunning/new. Voor het indienen van een mondelinge zienswijze kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Team Ruimtelijke Ontwikkeling, telefoonnummer 14 071. Ingediende zienswijzen zullen worden betrokken bij de besluitvorming over de definitieve inhoud van de omgevingsvergunning.

Informatie Nadere informatie bij het Frontoffice Team Omgevingsvergunning (Stadhuis), Bargelaan 190, tel. 14 071 of via www.leiden.nl/contact.

Ruimtelijke Onderbouwing Rijndijk 238A

Bijlagen

6

Ruimtelijke Onderbouwing Rijndijk 238A

Bijlage 1

Projectplan

7

Gezien door de Welstands- en Monumentencommissie Leiden d.d. 04-09-2019

Ruimtelijke Onderbouwing Rijndijk 238A

Bijlage 2

Plancontour

12

LEGENDA !

!

!

!

!

!

PLANGEBIED

grens van de omgevingsvergunning

!

!

! !

!

!

!

!

! !

!

! !

! !

!

! !

! !

!

!

!

!!

! !

!

!

!

! !

VERKLARING 2

0

°

BGT, mei 2020 20

40

60

80

100 m

Omgevingsvergunning Rijndijk 238A Status

IDN.IMRO

Datum

Schaal

ontwerp 25-05-2020

NL.IMRO.0546.OV00127-0201 1:1.000

Formaat A3

Bladnr

1 van 1

Leiden

Gemeente Leiden, Postbus 9100, 2300 PC Leiden

Clus ter St edelijke O ntw ik ke ling Te am Ru imtelij ke On twi kke lin g

Ruimtelijke Onderbouwing Rijndijk 238A

Bijlage 3

Besluit

14

J.B. de Wit. Akeleituin 7 2317 NC Leiden

Gemeente Leiden Bezoekadres Stadskantoor Bargelaan 190 Postadres Postbus 9100 2300 PC Leiden Telefoon 14 071 Contact www.leiden.nl/contact Website www.leiden.nl/gemeente

Datum Ons Kenmerk Onderwerp

14-10-2020

Contactpersoon S.S. Chotkan

WABO 190829 /4307749 OLO

Doorkiesnummer 071-5165766

Beslissing op uw aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van

datum besluit xxxxxx

drie woningen , het aanpassen van de oeverbeschoeiingen en het bouwen van een scheidingsmuur, plaatselijk bekend Rijndijk 238A Datum binnenkomst 27-03-2019

Geachte heer De Wit, Op 27-03-2019 hebben wij uw aanvraag tot een omgevingsvergunning ontvangen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het bouwen van drie woningen, plaatselijk bekend Rijndijk 238A. Deze aanvraag bestaat uit de volgende activiteiten:  Het bouwen van een bouwwerk.  Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde. Wij hebben besloten om de vergunning te verlenen. Eventuele indiener(s) van zienswijzen zijn van de vergunningverlening in kennis gesteld en wij wijzen erop dat rechten van derden aan het gebruik van deze vergunning in de weg kunnen staan. U treft de vergunning bijgevoegd aan. In uw omgevingsvergunning staan doorgaans voorwaarden vermeld, bijvoorbeeld de voorwaarde dat nog nadere constructieve gegevens overgelegd en beoordeeld moeten worden voordat met de werkzaamheden mag worden gestart. Het is dus belangrijk dat u kennis neemt en rekening houdt met de in uw omgevingsvergunning opgenomen voorwaarden. Ook vragen wij uw aandacht voor het onderstaande, waarbij opgemerkt moet worden dat wellicht niet alle mededelingen op uw vergunning van toepassing zijn. Zolang een vergunning niet onherroepelijk is, kan deze worden ingetrokken (na indiening van een beroepschrift). Als de vergunning nog niet onherroepelijk is en u start met de vergunningplichtige werkzaamheden, dan doet u dat op eigen risico.

Op tijd beginnen Na inwerkingtreding van uw vergunning heeft u maximaal 26 weken (activiteit kap 52 weken) de tijd om met de werkzaamheden te beginnen. Na die 26 weken loopt u het risico dat de vergunning wordt ingetrokken. Uiteraard kunnen er omstandigheden zijn waardoor u niet binnen 26 weken kunt beginnen. In dat geval verzoeken wij u ons hiervan in kennis te stellen en daarbij ook aan te geven wanneer u wel kunt starten met de werkzaamheden.

Betaling leges Overeenkomstig de legesverordening bent u voor het in behandeling nemen van uw aanvraag voor een omgevingsvergunning leges verschuldigd. Voor betaling van dit bedrag ontvangt u een aparte, gespecificeerde nota. Bij deze nota wordt vermeld op welke wijze u eventueel bezwaar kunt aantekenen tegen de hoogte van het legesbedrag en de gehanteerde grondslagen. Verplichting tot melden start en voortgang van de bouwwerkzaamheden Een belangrijke taak van onze inspecteurs is het controleren of er in overeenstemming met de verleende vergunning wordt gebouwd. Goedgekeurde tekeningen moeten daarom steeds op het werk aanwezig zijn en u dient het begin van de werkzaamheden alsmede de start van heiwerkzaamheden, het betonstorten voor de fundering en de verdiepingen altijd te melden. Voordat met het storten van beton mag worden begonnen, dienen de wapening, bekisting en ondersteuning van de betonconstructie voorts door het Team Toezicht bebouwde ruimte te zijn goedgekeurd. De keuring moet 48 uur voor de voorgenomen aanvang van het storten worden aangevraagd bij het Team Toezicht bebouwde ruimte, team Bouwtoezicht, telefoon 14 071. Als alle werkzaamheden zijn afgerond, dient u ons hiervan in kennis te stellen. De meldingen kunt u doen via www.leiden.nl/contactformulierbars onder vermelding van het omgevingsvergunningnummer en het perceel waarop de vergunning van toepassing is.

Afvoerleidingen / riolering / herbestrating Afvoerleidingen moeten zijn aangesloten op het openbaar riool. Dit zal door de gemeente voor rekening van de vergunninghoud(st)er worden uitgevoerd. Voordat de aansluitingen worden gemaakt dient eerst een nog te bepalen bedrag ter nadere verrekening in de gemeentekas te worden gestort (gironr. 37206 ten name van de afdeling Stedelijk Beheer, Unit Civiel 1, onder vermelding van ‘aansluiting riolering Rijndijk 238A’). Verder moet de hemelwaterafvoer zijn aangesloten op de huisriolering *lozen op het buitenwater. Voor eventuele herbestrating, die als gevolg van de werkzaamheden uitgevoerd moet worden, dient een nog te bepalen bedrag ter nadere verrekening in de gemeentekas te worden gestort (gironr. 37206 ten name van de afdeling Stedelijk Beheer, unit Civiel 4, onder vermelding van “waarborgsom bestrating Rijndijk 238A“). Milieu Werkzaamheden met (mogelijk) verontreinigde grond moeten plaatsvinden volgens wettelijke regels. Deze zijn opgenomen in de Wet milieubeheer, de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (Landelijk Meldpunt Afvalstoffen) en het Besluit bodemkwaliteit. Indien u nog een bodemonderzoek moet verrichten, wijzen wij erop dat hieruit kan blijken dat mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

De omgevingsvergunning treedt in dat geval pas in werking zodra is voldaan aan artikel 6.2c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voor toepassen van grond met kwaliteit boven de achtergrondwaarde binnen het werkgebied van Omgevingsdienst West Holland (ODWH) dient een melding gedaan te worden door middel van het meldingsformulier (www.mdwh.nl). De ODWH beoordeelt of de partij grond mag worden toegepast

omgevingsvergunning uitgebreid-257

3

op de geplande locatie. Voor het toepassen van meer dan 50 m schone grond dient een melding te worden gedaan via www.meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl. Archeologie Indien archeologische resten worden aangetroffen, dient dit op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet onmiddellijk te worden gemeld aan de minister van OC&W, door tussenkomst van Erfgoed Leiden en Omstreken, tel. nr. 071-516 5355. De vondst dient gedurende 6 maanden, te rekenen vanaf de datum van de melding, ter beschikking te worden gesteld of gehouden voor wetenschappelijk onderzoek. Overige vergunningen Hoewel in de omgevingsvergunning de meeste vergunningstelsels zijn geïntegreerd, kan het toch voorkomen dat u nog andere vergunningen nodig hebt. Zo is op grond van artikel 2.10 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor het hebben van voorwerpen (keten, steigers, bouwmaterialen e.d.) op, in, over of boven de weg een afzonderlijke vergunning nodig. Volgens artikel 5.24 van de Algemene Plaatselijke Verordening is ook voor het hebben van voorwerpen in, over of boven een openbaar water een afzonderlijke vergunning nodig. Deze vergunningen kunnen worden aangevraagd bij de cluster Publiekszaken, Handhaving & Veiligheid,, telefoonnummer 0715165503, unit Parkeren, Markt en Water, postbus 495, 2300 AL Leiden.

Meer informatie Nadere informatie is te verkrijgen bij het Servicepunt Bouwen en Wonen (telefoonnummer 14 071), bereikbaar op maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur of via www.leiden.nl/contact.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Leiden, namens dezen,

W.P.M. Mulder Teammanager Omgevingsvergunningen

omgevingsvergunning uitgebreid-257

Omgevingsvergunning (uitgebreide procedure)

Burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden gezien het verzoek ingediend door: adres: postcode en woonplaats: ingekomen op: geregistreerd onder nummer

J.B. de Wit Akeleituin 7 2317 NC Leiden 27-03-2019 Wabo 190829 / 4307749 OLO.

waarbij een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wordt gevraagd voor het bouwen van drie woningen, plaatselijk bekend Rijndijk 238A. Deze aanvraag bestaat uit de volgende activiteiten:  Het bouwen van een bouwwerk.  Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde. overwegende: ten aanzien van de procedure De aanvraag tot omgevingsvergunning is op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt, waarbij is medegedeeld dat deze vanaf 04-04-2019 gedurende twee weken kan worden ingezien. Na bekendmaking zijn geen reacties binnengekomen. De aanvraag en de ontwerpbeschikking met bijbehorende stukken zijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van 17-07-2020 voor de duur van 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn zijn twee zienswijzen, ondertekend door een aantal omwonenden, op de ontwerpbeschikking ingediend. Voor de beantwoording van de zienswijzen verwijzen wij naar de achter dit besluit gevoegde zienswijzennota (Nota van zienswijzen ‘Rijndijk 238A’), die hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. ten aanzien van de activiteit bouwen De aanvraag ziet op het bouwen van een bouwwerk. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wabo is voor deze activiteit een omgevingsvergunning vereist.

Het bouwplan is getoetst aan het Bouwbesluit, de bouwverordening, redelijke eisen van welstand en het bestemmingsplan. Bouwbesluit (artikel 2.10, eerste lid, onder a van de Wabo) Op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder a van de Wabo moet de omgevingsvergunning worden geweigerd indien niet aannemelijk is gemaakt dat het aangevraagde bouwwerk voldoet aan de

voorschriften zoals opgenomen in het Bouwbesluit. U heeft aannemelijk gemaakt dat het bouwplan voldoet aan deze voorschriften.

bouwverordening (artikel 2.10, eerste lid, onder b van de Wabo) Op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder b van de Wabo moet de omgevingsvergunning worden geweigerd indien niet aannemelijk is gemaakt dat het aangevraagde bouwwerk voldoet aan de voorschriften zoals opgenomen in de bouwverordening. U heeft aannemelijk gemaakt dat het bouwplan voldoet aan deze voorschriften. bestemmingsplan Op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder c van de Wabo kan de omgevingsvergunning worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met het bestemmingsplan, de beheersverordening of het exploitatieplan, of regels die zijn gesteld op grond van artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Ter plaatse is het bestemmingsplan “Stevenshof 2009”, met bestemming “Bedrijfsdoeleinden (categorie 2 en aanduiding spuiterij”) en het bestemmingsplan “Parapluplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening” van kracht. Het bouwplan is niet in strijd met het bestemmingsplan “Parapluplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening”, omdat op het eigen terrein voorzien wordt van voldoende parkeerplaatsen.. De activiteit bouwen is in strijd is met het bestemmingsplan “Stevenshof” om de volgende redenen:  Op grond van artikel 9, lid 1 (doeleindenomschrijving) mogen op de gronden bestemd voor bedrijfsdoeleinden geen woningen worden gerealiseerd.

 In artikel 9, lid 9 is bepaald dat gebouwen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen mogen worden opgericht, terwijl de woningen gedeeltelijk buiten de bebouwingsgrenzen worden gesitueerd.  In artikel 9, lid 10 is bepaald dat de op de plankaart aangegeven goot- en/of totale hoogte niet mag worden overschreden. Op de plankaart is een maximale goothoogte aangegeven van 5 meter. Woning 1 heeft een goothoogte van 6,30 meter en woningen 2 en 3 hebben een goothoogte van 6,21 meter. Uw aanvraag wordt mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo. Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 1 van de Wabo kan de omgevingsvergunning worden verleend met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking. In het bestemmingsplan zijn geen toereikende afwijkingsmogelijkheden opgenomen om het plan mogelijk te maken. Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2 van de Wabo kan de omgevingsvergunning worden verleend voor in het Besluit omgevingsrecht (Bor) aangewezen gevallen. Uw project betreft

omgevingsvergunning uitgebreid-257

geen geval als bedoeld in het Bor, bijlage II, hoofdstuk IV, artikel 4. Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3 van de Wabo kan de omgevingsvergunning worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Wij zijn van oordeel dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Hiermee is er sprake van een goede ruimtelijke onderbouwing (NL.IMRO.0546.OV00127). De vorengenoemde ruimtelijke onderbouwing is als bijlage bij dit besluit gevoegd en maakt daarvan deel uit. De gemeenteraad heeft bij besluit van xx-xx-2020 (RV xx.xxxx) de verklaring van geen bedenkingen afgegeven. welstand (artikel 2.10, eerste lid 1, onder d van de Wabo) Op grond van artikel 2.10, eerste lid 1, onder d van de Wabo mag de omgevingsvergunning alleen worden verleend indien het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. In de gemeente Leiden is de Welstandsnota gemeente Leiden 2014 van toepassing. Het bouwplan voldoet niet aan de in de welstandsnota opgenomen sneltoetscriteria en is daarom voorgelegd aan de WML. De WML heeft in haar vergadering van 04-09-2020 geoordeeld dat het bouwplan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Het advies luidt als volgt: “Toetsingskader:

Welstandsnota Leiden 2014, Gebied 08A Rijnoevers beheer met aandacht.

Welstandsadvies:

Niet in strijd met redelijke eisen van welstand. De commissie heeft bezwaar tegen de hoogte van de dakopbouw tussen de beide daken van de geschakelde woningen (twee-onder-een kap). Doordat de hoogte van de dakopbouw gelijk is aan de hoogte van de kappen, worden de daken en de dakopbouw te veel een geheel en worden de contouren van de daken te vaal aangetast. Geadviseerd wordt de dakopbouw lager uit te voeren, zodat de beide kappen beter afleesbaar blijven. Voor het overige is het plan akkoord.”

Naar aanleiding van het advies van de WML is de hoogte van de dakopbouw aangepast. Gelet hierop zijn wij van oordeel dat het bouwplan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Wij zijn van oordeel dat de vergunning kan worden verleend voor deze activiteit onder het stellen van voorwaarden. Deze voorwaarden zijn verderop opgenomen bij het definitieve “BESLUIT”. Ten aanzien van het uitvoeren van een werk geen bouwwerk zijnde Op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder b van de Wabo is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het uitvoeren van een werk of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan,

omgevingsvergunning uitgebreid-257

beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald. Uw aanvraag ziet op een van deze activiteiten. Het plan voor het bouwen van de drie woningen zal worden gerealiseerd in een zone waarvoor op grond van het Bestemmingsplan Archeologie de dubbelbestemming Waarde- Archeologie 5 geldt (gebied met een hoge archeologische verwachting buiten de singels). De voor Waarde-Archeologie 5 aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. In dit gebied gelden voor ruimtelijke plannen de volgende criteria: archeologisch onderzoek moet plaatsvinden, indien de bodem wordt verstoord over een 2 oppervlakte van meer dan 250 m en dieper dan 50 cm. Bij doorgang van de plannen zullen bovenstaande criteria worden overschreden. Wij zijn van oordeel dat de vergunning voor deze activiteit zonder voorwaarden kan worden verleend, op grond van de volgende overweging:  Het plangebied heeft volgens het vigerende bestemmingsplan “Archeologie” een hoge archeologische verwachtingswaarde. Omdat er op dit moment al bebouwing aanwezig is, en het huidige projectgebied niet groter is dan het nieuwe projectgebied is er geen archeologisch onderzoek benodigd.

BESLUIT Burgemeester en wethouders besluiten: de omgevingsvergunning te verlenen voor het project “het bouwen van drie woningen”, plaatselijk bekend Rijndijk 238A. Dit besluit betreft de volgende activiteiten:  Het bouwen van een bouwwerk.  Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde.  Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. aan deze vergunning de volgende voorwaarden te verbinden:  De volgende gegevens moeten ten minste drie weken voor aanvang van de werkzaamheden via het Omgevingsloket Online worden ingediend. Deze bescheiden dienen tevens te worden goedgekeurd door de gemeente Leiden. - De gegevens en bescheiden met betrekking tot belastingen en belastingcombinaties (sterkte en stabiliteit) en de uiterste grenstoestand van alle (te wijzigen) constructieve delen van het bouwwerk alsook van het bouwwerk als geheel. - Een funderingsadvies. mededelingen  Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden tot dan toe onbekende onderdelen van het monument worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze (cultuur)historische waarde bezitten, dient, voordat de werkzaamheden die met die onderdelen samenhangen worden voortgezet, het team Monumenten & Archeologie (071-516 5299) daarvan in kennis te worden gesteld.

 Voor het plaatsen van aanlegsteigers dient u separaat een omgevingsvergunning aan te vragen voor de activiteit “het bouwen van een bouwwerk”.

omgevingsvergunning uitgebreid-257

authentiek adres De vergunning wordt verleend voor het authentieke adres Rijndijk 238A. bijgevoegde documenten De volgende toegevoegde gewaarmerkte stukken maken deel uit van de vergunning:  aanvraagformulier 4307749_1553688077024_150417_Rijndijk_238a_WABO_VooroverlegBB190327.pdf ingediend op 27-03-2019.  kadastrale situatie 4307749_1553688077052_190327_Situatie_Rijndijk_238a_KadastraalBB190402.pdf ingediend op 27-03-2019.  tekening woning 1 4307749_1553688077058_Arch_Rijndijk_238a_Woning_1BB190402.pdf ingediend op 27-03-2019.  details woning 1 4307749_1553688077226_Arch_Rijndijk_238a_Details_Villa_De_WitBB190402.pdf ingediend op 27-03-2019.  Parkeerberekening 4307749_1553688077349_Arch_Rijndijk_238a_Parkeren_Bestaand_en_NieuwBB190402.pdf ingediend op 27-03-2019.  asbestinventarisatie rapport 4307749_1553688077371_IDDS_Asbest_Rijndijk_238a_LeidenBB190402.pdf ingediend op 2703-2019.  milieukundig bodem en asbestonderzoek 4307749_1553688077450_IDDS_Bodem_en_Asbest_Rijndijk238ABB190403.pdf ingediend op 27-03-2019.  flora en fauna 4307749_1553688077918_IDDS_Flora_en_Fauna_Rijndijk_238aBB190327.pdf ingediend op 27-03-2019.  situatietekening grondboringen 4307749_1553688077964_IDDS_Situatie_Rijndijk_238a_LeidenBB190402.pdf ingediend op 27-03-2019.  uitgangspunten en constructief ontwerp 4307749_1553688077983_PBT_Constructief_OntwerpBB190402.pdf ingediend op 27-03-2019.

 aanvraagformulier werk en werkzaamheden uitvoeren 4307749_1553688078044_scan0092BB190402.pdf ingediend op 27-03-2019.  bouwbesluittoetsingen woning 1 4307749_1553688078239_SenW_Bouwbesluittoetsing_V1_29052018BB190402.pdf ingediend op 27-03-2019.  rapportage brandoverslag 4307749_1553688078548_SenW_Brandoverslag_V1_02052018BB191213.pdf ingediend op 27-03-2019.  Bouwbesluittoetsing woning 2 en 3 4307749_1553688078575_SenW_Milieuprestatie_V1_0_2O1_kapwoning_01062018BB190402 .pdf ingediend op 27-03-2019.  Bouwbesluittoetsing woning 1 4307749_1553688078588_SenW_Milieuprestatie_V1_0_vrijstaand_woning_01062018BB1904 02.pdf ingediend op 27-03-2019.  OLO 4307749_1553690108151_papierenformulier.pdf ingediend op 27-03-2019.

omgevingsvergunning uitgebreid-257

 situatie bestaand 190318 Rijndijk 238a Situatie BestaandBB200306.pdf ingediend op 19-062019.  situatie nieuw 190619 Rijndijk 238a Situatie NieuwBB190916.pdf ingediend op 19-06-2019.  rapport milieukundig bodemonderzoek 1789 Rapport Rijndijk 238a LeidenBB191213.pdf ingediend op 18-11-2019.  rapportage geluid onderzoek rapportage geluid onderzoekBB200305.pdf ingediend op 28-022020.  akoestische onderzoek akoestisch onderzoekBB200305.pdf ingediend op 03-03-2020.  aangepaste tekening, 200603_Rijndijk 238a_2 onder 1 kap.pdf, ingekomen d.d. 03-06-2020.  Ruimtelijke Onderbouwing Rijndijk 238A (NL.IMRO.0546.OV00127).  Nota van zienswijzen ‘Rijndijk 238A’. Inwerkingtreding Deze vergunning treedt in werking met ingang van de dag na afloop van de termijn van 6 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop dit besluit ter inzage is gelegd. Indien tijdens genoemde termijn van 6 weken bij de rechtbank een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend, dan treedt deze beschikking niet eerder in werking dan nadat op het verzoekschrift is beslist. Zolang een vergunning niet onherroepelijk is, kan deze worden ingetrokken (na indiening van een beroepschrift). Als de vergunning nog niet onherroepelijk is en u start met de vergunningplichtige werkzaamheden, dan doet u dat op eigen risico.

Beroepsclausule Wie door het verlenen van deze vergunning rechtstreeks in zijn belangen is getroffen, en tijdig zienswijzen tegen het ontwerpbesluit heeft gemaakt, kan daartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen een termijn van 6 weken na de dag waarop dit besluit ter inzage is gelegd beroep instellen bij de rechtbank, Sector Bestuursrecht, postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Indien onverwijlde spoed - gelet op de betrokken belangen - het vereist, kunt u ook de Voorzieningenrechter van de rechtbank in Den Haag verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen. Verzonden: xxxxxx Leiden Burgemeester en wethouders van Leiden, namens dezen,

W.P.M. Mulder Teammanager Omgevingsvergunningen

omgevingsvergunning uitgebreid-257

Ruimtelijke Onderbouwing Rijndijk 238A

Bijlage 4

Verklaring van geen bedenkingen

25

Verklaring van geen bedenkingen inzake de verlening van de omgevingsvergunning ‘Rijndijk 238A’

De raad van de gemeente Leiden; Gezien  constaterende dat er een aanvraag om uitgebreide omgevingsvergunning is binnengekomen voor de locatie ‘Rijndijk 238A’ (BV190829) ten behoeve van het slopen van de bestaande bebouwing en het nieuw bouwen van drie woningen.  het voorstel van burgemeester en wethouders (BW XXXXX) t.a.v. de verlening van de omgevingsvergunning.

Overwegende dat  de omgevingsvergunning ‘Rijndijk 238A’ (BV190829) met bijbehorende ruimtelijke onderbouwing voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. BESLUIT 1. Een verklaring van geen bedenkingen af te geven ten behoeve van de realisatie van het bouwplan ‘‘Rijndijk 238A’ (BV190829).

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van XX-XX-XXXX De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

Ruimtelijke Onderbouwing Rijndijk 238A

Bijlage 5

Nota van zienswijzen

27

ZIENSWIJZENNOTA OMGEVINGSVERGUNNING ‘RIJNDIJK 238 A’

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Kenmerken van het plan 3. Voorgeschiedenis 4. Behandeling zienswijzen 5. Horen insprekers 6. Vervolg omgevingsvergunningprocedure 7. Samenvatting en beantwoording zienswijzen 8. Ambtelijke wijzigingen

2

1. Inleiding De uitgebreide procedure om omgevingsvergunning voor de Rijndijk 238A voorziet in de ontwikkeling van 3 nieuwbouw woningen. De gemeente Leiden is voornemens medewerking te verlenen aan dit plan middels een uitgebreide Wabo-procedure (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3). De planontwikkeling bevindt zich op een plek waar momenteel nog een bedrijfsbestemming op rust. Eigenaar van het bedrijf en het perceel wenst de locatie te transformeren in drie woonpercelen 2. Kenmerken van het plan Het plan bestaat uit het bouwen van drie woningen. Een van deze drie woningen is voor het eigen gebruik van de aanvrager. Deze woning heeft een nokhoogte van 10,45 meter. De andere twee woningen hebben een nokhoogte van 9,2 meter. Alle drie de woningen hebben ongeveer dezelfde goothoogte, namelijk circa 6,3 meter. 3. Voorgeschiedenis De ontwerp-omgevingsvergunning en de ontwerp-vvgb voor de Rijndijk 238A zijn op vrijdag 17 juli 2020 vrijgegeven door de gemeenteraad en het college van B&W voor het indienen van zienswijzen. De inzagetermijn liep van 17 juli 2020 tot 31 augustus 2020. Het plan was digitaal te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl 4. Behandeling zienswijzen De ingediende zienswijzen zijn in een kolom in paragraaf 7 weergegeven. In de eerste kolom zijn ze samengevat. In de tweede kolom is de reactie van de gemeente opgenomen.

De derde kolom geeft aan of de zienswijzen leiden tot aanpassingen aan de omgevingsvergunning. In totaal zijn er 2 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend en zijn derhalve als ontvankelijk aangemerkt. Als (vertrouwelijke) bijlage bij deze nota zijn de zienswijzen toegevoegd. De namen en adressen van de indieners van zienswijzen worden vanwege privacy redenen niet vermeld in de stukken die op internet worden gepubliceerd. 5. Horen insprekers Op 24 november 2020 was de omgevingsvergunning en zienswijzennota geagendeerd in de raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling. Daarin werd door de insprekers de bewering van de aanvrager tegengesproken dat er met de omwonenden geparticipeerd was. Vanwege die bewering is het plan teruggetrokken uit de bestuurlijke besluitvorming en zijn de aanvrager en de indieners van de zienswijzen (tevens omwonenden), onder leiding van de gemeente, met elkaar in gesprek getreden. N.a.v. deze gesprekken is het plan aangepast en de beantwoording van de zienswijzennota ook. De doorgevoerde wijzigingen in de zienswijzennota zijn in rood. 6. Vervolg omgevingsvergunningsprocedure De definitieve omgevingsvergunning, met de onderstaande aanpassing, wordt samen met deze zienswijzennota aan het college aangeboden.

Wanneer het college instemt met de zienswijzennota en de omgevingsvergunning, worden beide documenten doorgestuurd naar de griffier van de commissie Stedelijke Ontwikkeling (SO). De raadscommissie behandelt de omgevingsvergunning tweemaal. Indieners van een zienswijze, die hun zienswijze mondeling bij de raadscommissie willen toelichten, krijgen daartoe nogmaals de gelegenheid tijdens de eerste raadscommissievergadering. Bij een tweede vergadering wordt de omgevingsvergunning inhoudelijk behandeld en wordt een advies uitgebracht aan de gemeenteraad, om het plan al dan niet gewijzigd vast te stellen. Tijdens de gemeenteraadsvergadering kunnen vervolgens nog moties en amendementen tegen het voorstel worden ingebracht door de raadsleden. Nadat de omgevingsvergunning door de gemeenteraad is vastgesteld, wordt de omgevingsvergunning wederom voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd, de zogenaamde beroepstermijn. De omgevingsvergunning treedt in werking op de dag na afloop van de beroepstermijn, tenzij naast een beroepschrift ook een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In dat geval treedt de omgevingsvergunning pas in werking wanneer op het verzoek om voorlopige voorziening is beslist. 3

7. Samenvatting en beantwoording zienswijzen Samenvatting zienswijze

Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

a

Aan de zuidwestkant van het vrijstaande huis komt op de eerste verdieping een balkon van 2 meter bij 6,5 meter op 3 meter hoogte. Dit balkon zal zorgen voor een riante inkijk in de tuinen en woonkamers van de woningen op nummers 242, 244 en 250. Dit zorgt voor een inbreuk op de privacy.

Het klopt dat het balkon op de zuidwestzijde van de nieuw te bouwen vrijstaande woning voor een inbreuk op de privacy van de tuinen en woonkamers van de nummer 242, 244 en 250 zou leiden. Dit is nogmaals ter sprake gebracht in het nader gevoerde overleg. Als gevolg daarop is dit balkon aan de zuidwestzijde uit het plan gehaald, waardoor er geen verslechtering van privacy meer optreedt.

Het balkon aan de zuidwestkant van het vrijstaande huis is uit het plan gehaald. De nieuwe tekening met daarin de aanpassing verwerkt, is ingevoegd als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1 Projectplan).

B

Er is niet gemotiveerd waarom toestemming is verleend voor een goothoogte die bijna 25% hoger uitvalt dan huidig bestemmingsplan. Indiener van de zienswijze wenst graag een toelichting waarom dit is toegestemd.

De goothoogte van de woningen ligt hoger dan de goothoogte van de bestaande garageaanbouw. Dit komt doordat nieuwbouw moet voldoen aan de eisen van het bouwbesluit. Verblijfsruimte lager dan 2,6 m mag niet bij nieuwbouw en daar dient de dikte van de constructie bij opgeteld te worden. Voor deze woningen resulteert dit in een hogere goothoogte dan die voor de garageaanbouw nodig was. Bovendien maakt deze nieuwe ontwikkeling doorzicht van en naar het water mogelijk, iets wat met de huidige garageaanbouw onmogelijk is omdat alles is volgebouwd. Stedenbouwkundig is dit daarom wenselijk.

Geen.

C

Er wordt door indiener van de zienswijze gevraagd of de achterwand van de huidige schuur kan blijven staan dan wel voor een vervangede muur wordt gezorgd.

Huidige aanvraag ziet enkel op de bouw van drie woningen. De vraag of de muur wel of niet blijft staan is in de betreffende aanvraag niet relevant. Desondanks dat deze muur buiten de voorliggende aanvraag valt heeft de aanvrager van de omgevingsvergunning aangegeven de muur te willen laten staan.

Geen.

D

Indiener van de zienswijze wil dat de lommerrijke tuinen van omwonenden niet in gevaar komen door de bouwplannen en bouwwerkzaamheden.

Er worden op locatie geen bomen dichtbij of op de erfgrens gekapt en/of verplant. Hierdoor zal er geen sprake zijn van aantasting van de reeds bestaande bomen op de locatie van de indiener van de zienswijze. De lomerrijke tuinen van de omwonenden komen door de bouwplannen en bouwwerkzaamheden dus niet in gevaar.

Geen.

1

4

E.

Het gebruik van heipalen is van invloed op het goede woon- en leefklimaat voor de omwonenden, omdat hierdoor reële kans is op schade aan omliggende woningen. Door het gebruik van draaipalen kan dit volgens indiener worden beschermd.

De fundering zal ondersteund moeten worden door betonnen palen. Deze palen zullen niet geheid worden. Gebruik zal worden gemaakt van geluidsarme en trillingsvrij funderingspalen.

Geen.

Omdat er geen heipalen worden gebruikt, en gebruik wordt gemaakt van geluidsarme en trillingsvrije funderingspalen, zal er geen sprake zijn van een reële kans op schade aan omliggende woningen. F.

Het is volgens indiener van de zienswijze uitgesloten dat de parkeerplaatsen naast de hoofdingang van de 2-onder-1kapwoning daadwerkelijk gebruikt gaat worden.

Op locatie ontstaat er geen nieuwe parkeereis. De bestaande situatie betreft 11,4 parkeerplaatsen waarbij de nieuwe situatie een parkeervraag heeft van 6 parkeerplaatsen. De parkeereis wordt hierdoor nihil. Dit betekent dat in beginsel de aanvrager geen parkeerplaatsen hoeft te realiseren.

Geen.

De aanvrager wenst toch parkeerplaatsen te realiseren op locatie, en heeft dit ook op de tekeningen aangegeven. Zes van de zeven parkeerplaatsen zijn NENconform. De aanvrager doet juridisch planologisch meer dan noodzakelijk is. De zienswijze is volgens de gemeente Leiden dan ook geen grond om de aanvraag te weigeren dan wel te herzien. Samenvatting

Reactie

Gevolgen voor besluit

Gelet op de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG is de groothandel in minerale oliën, het bedrijf van indiener, een bedrijf met milieucategorie 3.2. Hiervoor geldt een richtafstand voor ‘geur’ van 100 meter en voor ‘geluid’ een afstand van 50 meter. De vergunning is volgens indiener in strijd met goede ruimtelijke ordening, nu een eventuele ontwikkeling van het bestaande bedrijf hiermee wordt beperkt.

Uit het bestemmingsplan volgt dat ter plaatse van het bedrijf van indiener een oliehandel is toegestaan, met een milieucategorie 3.1. De tabel opgenomen in de zienswijze is overgenomen uit de Handreiking Bedrijven en milieuzonering. Volgens de handreiking gelden voor een milieucategorie 3.1 activiteit, uitgaande van gemengd gebied dat hier het geval is, richtafstanden van 0 en 30 meter voor respectievelijk geur en gevaar. De bedrijfslocatie van de indiener van de zienswijzen grenst in de huidige situatie aan de zuidzijde aan een woonbestemming. Als er al sprake is van beperkingen voor het bedrijf dan zorgt deze woonbestemming daar al voor.

Geen.

2 a

Daarnaast is volgens indiener onvoldoende onderzoek gedaan naar de het aspect ‘geluid’. Het onderzoek ziet enkel op wegverkeerslawaai, maar volgens indiener moest ook onderzoek gedaan worden naar geluid ten gevolge van de bestaande bedrijfsexploitatie.

5

Tot slot is indiener van mening dat onderzoek moet worden gedaan naar de aspecten geur, veiligheid en stikstof.

In bijlage 2 van de ruimtelijke onderbouwing is een akoestisch rapport opgenomen waarbij is onderzocht wat het effect is van de bestaande inrichting naast het perceel waar de woningbouwontwikkeling plaatsvindt. Uit dit rapport volgt dat het geluid naar de omgeving wordt bepaald door rijbewegingen van bestelbusjes of personenwagens, al dan niet met aanhanger. Sporadisch komt er een vrachtwagen. Bij de grotere leveranties met een vrachtwagen kan een meeneemheftruck (kooiaap) wordt ingezet. Verder kunnen enkele klanten het bedrijf bezoeken, dit kan echter alleen na een afspraak. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat ook onderzoek is gedaan naar de bestaande bedrijfsexploitatie. Het bedrijf slaat olie en schoonmaakmiddelen op, maar gezien de aard van de stoffen in afgesloten verpakkingen kan er redelijkerwijs geen sprake zijn van geuroverlast in de nabijheid van het bedrijf. Voor wat betreft gevaar kan worden gedacht aan het risico op uitbraak van brand. Het bedrijf valt echter niet onder het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (‘Bevi’). Indien de voorschriften uit het Activiteitenbesluit en de bouwtechnische/brandtechnische voorschriften worden nageleefd, wordt nader onderzoek naar dit aspect niet noodzakelijk geacht.

Voor wat betreft stikstofdepositie wordt voor dit plan (sloop bedrijfspand en vervolgens bouw en gebruik van 3 woningen) op basis van opgedane kennis door de adviseur aangenomen dat op een afstand van meer dan 3 km (waar hier sprake van is) geen stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000 gebieden plaats zal vinden.

b

Indiener is van mening dat het besluit niet op een daadkrachtige stedenbouwkundige motivering rust. Dit omdat in het ontwerp volgens indiener wordt verzuimd dat

Bij de beoordeling van het plan is vanuit stedenbouwkundig oogpunt naar meerdere aspecten gekeken. Sociale veiligheid was een van deze

6

Geen.

c

‘sociale veiligheid’ in feite een achterhaald argument van stal wordt gehaald dat decennia geleden ten grondslag werd gelegd aan een keuze om bedrijfswoningen toe te staan op een bedrijventerrein. Hier staat in feite centraal de keuze voor 1) het voortbestaan van het bedrijfsterrein dan wel 2) omvorming tot een woongebied. Tevens wordt niet ingegaan op het knelpunt van ‘tweede linie bebouwing’.

aspecten, maar is niet enkel het hoofdaspect. Er is onder andere gekeken naar ligging en zichtbaarheid, verschijningsvorm en ruimtelijke gevolgen. Hoewel sociale veiligheid bijdraagt aan de stedenbouwkundige standpunten, zijn er meerdere andere aspecten meegenomen en daarom is de gemeente Leiden van mening dat sprake is van een daadkrachtige stedenbouwkundige motivering.

Het parkeren tussen woningen is onvoldoende geborgd, nu de parkeerplaatsen een breedte hebben van 2 meter, direct langs de voorgevel. Er moet echter ook rekening worden gehouden met ‘schrikruimte’ en een uitstapafstand, waardoor een auto al snel 1 meter uit een gevel moet worden geplaatst. De parkeerplaatsen zijn hierdoor niet breed genoeg omdat met een breedte van 2,4 meter het parkeren onvoldoende is geborgd.

Op locatie ontstaat er geen nieuwe parkeereis. De bestaande situatie betreft 11,4 parkeerplaatsen waarbij de nieuwe situatie een parkeervraag heeft van 6 parkeerplaatsen. De parkeereis wordt hierdoor nihil. Dit betekent dat in beginsel de aanvrager geen parkeerplaatsen hoeft te realiseren.

Tevens is onvoldoende onderzocht hoe de parkeermogelijkheid zich verhoudt met de benodigde bochtstralen van inrijdend verkeer.

Geen.

De aanvrager wenst toch parkeerplaatsen te realiseren op locatie, en heeft dit ook op de tekeningen aangegeven. 6 van de 7 parkeerplaatsen zijn NEN-conform. De aanvrager doet juridisch planologisch meer dan noodzakelijk is. Het is volgens de gemeente Leiden dan ook geen grond om de aanvraag te weigeren dan wel te herzien. Tot slot betreffen de parkeerplaatsen langs de voorgevel zogenaamde langsparkeerplaatsen. Voor deze parkeerplaatsen geldt dat een breedte van 1,80 meter voldoet aan de NEN-norm. Aanvrager heeft parkeerplaatsen ingetekend van 2,4 meter breed, waarmee dus in voldoende mate wordt voldaan aan de NEN-normering.

d

Het is onvoldoende geborgd dat indien het aantal wooneenheden wordt vergroot, de parkeerbehoefte groter zal zijn. Middels een boetebeding of een andere passende maatregel moet gewaarborgd worden dat het aantal wooneenheden niet wordt vergroot.

De aanvraag van de vergunning ziet op de toevoeging van 3 wooneenheden. Indien in de toekomst meerdere wooneenheden worden gewenst, dient er een vergunningaanvraag worden gedaan, waarbij dan aan de huidige regelgeving en het huidige beleid wordt getoetst. Er zal dan wederom getoetst worden aan de dan geldende parkeernormen.

7

Geen.

8. Ambtelijke wijzigingen • • • •

Het balkon aan de zuidwestelijke zijde van de vrijstaande woning is uit de aanvraag en daarbij behorende tekeningen verwijderd. De nieuwe tekening met daarin de aanpassing verwerkt, is ingevoegd als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1 Projectplan). De paragraaf participatie (6.2.2) in de ruimtelijke onderbouwing is aangepast en aangevuld. De paragraaf zienswijzen (6.2.3) in de ruimtelijke onderbouwing is aangevuld. Er zijn twee participatieverslagen n.a.v. de nader gevoerde participatiegesprekken met de omwonenden bij de ruimtelijke onderbouwing ingevoegd (Bijlage 6 Verslag participatiebijeenkomst 12-01-2021 & Bijlage 7 Verslag participatiebijeenkomst 21-01-2012).

8

Ruimtelijke Onderbouwing Rijndijk 238A

Bijlage 6

Verslag participatiebijeenkomst 12-01-2021

36

Verslag participatieavond omgevingsvergunning Rijndijk 238A

12-01-2021

Aanwezig: : Drie medewerkers gemeente Leiden, aanvrager en gemachtigde, indiener zienswijzen Opening De medewerker van de gemeente Leiden heet iedereen van harte welkom en legt uit dat iedereen bijeen is vanwege een misverstand over het participeren en het project. Naar aanleiding van de inspraakreacties bij de raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling is dit overleg gepland. De medewerker van de gemeente Leiden stelt hierbij de vraag hoe we tot een oplossing komen en geeft daarbij aan dat hij vertrouwen heeft om een oplossing te vinden. Voorstelronde Vervolgens stelt de medewerker van de gemeente Leiden zich voor als planoloog, evenals de gemachtigde van de aanvrager, de architect van het plan. De volgende medewerker van de gemeente Leiden stelt zich voor, eveneens planoloog. Achtereenvolgend stellen de indieners van de zienswijzen zich voor. Daarna stelt de laatste medewerker van de gemeente Leiden zich voor als wabo-coördinator van de gemeente Leiden. Tot slot stelt de eigenaar en aanvrager van het plan zich voor. De medewerker van de gemeente Leiden herhaalt nog een keer dat er onenigheid is ontstaan over het project en de participatie evenals de fysieke inpassing van het plan. Er zijn zienswijzen ingediend en de gemeente Leiden heeft hier op gereageerd.

Naar aanleiding van de inspraakreactie tijdens de raadsvergadering is de gemeente Leiden tot de conclusie gekomen dat de informatie die wij hadden hoe de participatie was verlopen en wat er van de buren naar voren is gekomen niet strookte met elkaar. Vandaar dat dit gesprek is gepland, om zo tot een oplossing te komen. De medewerker van de gemeente Leiden stelt voor dat de bewoners eerst aan het woord komen om aan te geven waar de zorgen zitten en waar de bezwaren over gaan. Bewoners aan het woord De indiener van de zienswijze neemt de aftrap namens alle buren. Hij geeft aan dat dit gesprek zeer op prijs wordt gesteld en bedankt allen voor dit gesprek. Voordat hij op de inhoudelijke punten in gaat wil hij eerst een paar woorden wijden aan de gang van zaken over communicatie. Een van de grootste pijnpunten is dat er helemaal geen communicatie is geweest. Alle omwonenden zijn erg betrokken bij ontwikkelingen in de buurt, te meer indien het gaat over een ontwikkeling van drie woningen achter/naast de percelen van hen. Vanuit de krant hebben de bewoners vernomen dat er gebouwd zou gaan worden. Enige vorm van overleg of informatie heeft nooit plaatsgevonden met hen. Dit is in tegenstelling tot de ruimtelijke onderbouwing, waarin paragraaf 6.2.2 staat dat de aanvrager met de omwonenden heeft gesproken en dat de buren positief tegenover het plan stonden.

In de beleving van de buren is dit onjuist, temeer omdat het een buurt is waar een ieder elkaar informeert, als is het maar iets kleins als een schutting. De indiener van de zienswijze geeft aan dat de buren zich niet serieus genomen voelen nu er geen belangstelling was voor de mening en belangen van de buren. Het betreft volgens de indiener van de zienswijze een valse start. Ze hadden het graag anders gezien en ze hopen dat dit in de toekomst anders gaat lopen, en dat er met vertrouwen en respect met elkaar om gegaan kan worden. Vervolgens haalt de indiener van de zienswijze een passage uit 2010 naar voren. Er is destijds ook met de medewerker van de gemeente Leiden gesproken. Destijds stond er een ontwikkeling gepland

van een klein flatgebouw met 4 passages. De broer van aanvrager was er destijds bij betrokken en heeft ook gesproken met de indiener van de zienswijze. De communicatie is toen stroef verlopen, nu er is gecommuniceerd dat ze gewoon zouden gaan bouwen. Dit voorval suggereert dat er een deal is tussen de gemeente Leiden en de aanvrager om het plan door te laten gaan. De bewoners zijn niet tegen het plan, maar er dient wel in alle redelijkheid een besluit te worden genomen waarbij ook goed overleg heeft plaatsgevonden. De indiener van de zienswijze is ongerust omdat er vooralsnog geen tekenen zijn dat de communicatie anders gaat verlopen. Wel geeft hij aan dat het fijn is dat dit gesprek is gepland en dat de naaste buren in de gelegenheid worden gebracht om over een aantal pijnpunten te praten. Kort gezegd zijn het de volgende punten: • • • • •

Het verlies van privacy door het balkon/terras op het zuidwesten; De buitenmuur die rondom de woning van 244 staat; wat gaat hier mee gebeuren?; De intensiteit van de bebouwing wat een potentieel onveilige situatie oplevert; De grote conifeer nabij de landscheidingsgrens. Bewoners willen daar afspraken over maken met de aanvrager; Zorgen over het gebruik van heipalen, wat zou kunnen zorgen voor schade aan de woningen.

Indiener van zienswijze vult de indiener van de zienswijze aan. Zij geeft hierbij aan dat in de beantwoording van de zienswijzen is aangegeven dat er maar een klein gedeelte zicht ontstaat op de tuin van nummer 250. Het balkon aan de waterkant is volgens haar geen probleem, maar er komt ook een balkon aan de zuid-westkant (kant richting Rijndijk) waardoor zicht ontstaat in de woonkamers van nummer 242, 244 en 248. Dit gaat te ver in privacy en indiener van zienswijze verzoekt of het bouwplan op dit punt kan worden herzien. De medewerker van de gemeente Leiden geeft excuses namens de gemeente Leiden. Het is een terecht punt en bij de beantwoording van de zienswijzen is dit gedeelte van het bouwplan niet goed gezien. Vandaar dat er bij de beantwoording van de zienswijzen ook niet is ingegaan op de beantwoording hier van. De medewerker van de gemeente Leiden geeft aan dat hier wellicht een oplossing zit, waarbij hij aangeeft of het misschien beter is als het balkon op die plek niet geplaatst wordt. Dit punt wordt later besproken, de medewerker van de gemeente Leiden geeft eerst de beurt aan de aanvrager. Aanvrager aan het woord De aanvrager wil graag even aanhaken op de punten die de indiener van de zienswijze aanhaalde uit het verleden. Hij wil hierbij aangeven dat de gesprekken die destijds zijn gevoerd, enkel zijn gevoerd met zijn broer en dat hij hierbuiten staat.

Hij biedt zijn oprechte excuses aan en geeft aan dat hij niet heeft stilgestaan het plan met alle buren te overleggen. Daarbij geeft hij aan dat de ontwikkeling uit 2010 inderdaad een dergelijke ontwikkeling is, maar dat hij later met de gemachtigde van de aanvrager in aanmerking is gekomen en dat het nu een heel ander ontwerp is. De indiener van de zienswijze geeft aan dat hij bezorgd is dat het een herhaling van zetten is waarop de aanvrager antwoord dat hij hoopt in de toekomst de zorgen weg te kunnen nemen. De gemachtigde van de aanvrager geeft aan dat voor dit plan er drie huizen worden gebouwd die twee-laags zijn met een kap en doorzicht naar het water. Gelet op de huidige situatie met de grote bedrijfshal is er een verbetering, Hij geeft ook aan dat het meer een terras is dan een balkon op de zuidwest-zijde. Gelet op de bezwaren vraagt hij aan de aanvrager of het een probleem is om dat terras weg te halen. De aanvrager geeft aan hier geen moeite mee te hebben en dat hij graag met plezier wil kunnen wonen met iedereen.

Indiener van zienswijze geeft aan dat ze erg blij is dat het terras verwijderd kan worden, waarbij ze spreekt namens iedereen. Dit was namelijk een groot punt van zorg. De medewerker van de gemeente Leiden geeft aan dat het fijn is dat er een oplossing op tafel ligt en dat de gemeente de zorgen zeker begrijpt. Om het punt wat betreft het terras af te sluiten stelt De medewerker van de gemeente Leiden dat de aanpassing wort doorgevoerd in alle stukken, waarbij tevens de nota van zienswijze wordt aangepast. Er komt een ambtelijke wijziging, omdat we al bij het laatste stukje van de bestuurlijke besluitvorming zitten. De buren stemmen er mee in dat de rest van de communicatie via de mail verloopt en dat op basis van dit gesprek nieuwe tekeningen door de architect worden gemaakt. Iedereen stemt hier mee in. Intensiteit bebouwing De indiener van de zienswijze wil graag stil staan bij de potentieel onveilige situatie die kan ontstaan bij de twee-onder-een-kap woningen. Hij is van mening dat met huidige plannen er grenzen worden opgezocht. De toegangssituatie voor de twee-onder-een-kap woningen is gevaarlijk volgens hem. Beide huizen hebben één deur voor de doorgang van alle mensen. Voor die deur is ook een parkeerplaats ingetekend, wat hem potentieel gevaarlijk lijkt. De mensen zijn lastig te bereiken als er en noodsituatie ontstaat.

Hij vraagt zich af hoe de aanvrager en de gemachtigde van de aanvrager dit voor zich zien. De gemachtigde van de aanvrager geeft aan dat ze naast de voordeur ook deuren hebben richting de waterkant. Als men aan de voorkant naar binnen wil moet men inderdaad langs een auto. Het is echter gebruikelijk dat bij een twee-onder-een-kap drie meter gerealiseerd wordt voor een auto. Op de waterzijde komen echter drie deuren uit. Het verlengde van de auto wordt inderdaad tegen de perceelsgrens aan gebouwd. De architect geeft echter aan dat het een garage is, niet hoger dan 3 meter en dus een ondergeschikt bouwwerk. De indiener van de zienswijze geeft aan dat hij dit punt noemt in het kader van veiligheid. Indien de hulpgroepen meten komen, dan dienen ze allemaal langs het smalle straatje te moeten en loopt het erg snel vol. Vervolgens is er maar één deur per huis om iemand te bereiken. In het verleden waren hier moeilijkheden mee bij een gasbrand. Dit geeft aan hoe vol en krap de bebouwing in deze straat is. Hij geeft hierbij ook aan dat de tijd zal leren in hoeverre dit problemen gaat opleveren. Zijn mening is dat het teveel is op een klein stuk grond. De medewerker van de gemeente Leiden geeft een reactie namens de gemeente. Hij geeft aan dat hij de zorgen begrijpt, en dat dit een veel gehoorde zorg is.

Hoe wij er vanuit de gemeente Leiden naar hebben gekeken, is dat er nu meer staat dan wat er voor terug komt qua bebouwing. In die zin is het juist een begrijpelijke verandering waarin niet zozeer meer wordt gebouwd dan er nu staat. Hij geeft aan dat hij de zorgen begrijpt, maar het blijft een lastig aspect. Een stedenbouwkundige van de gemeente Leiden heeft gekeken naar het plan, en die heeft geoordeeld dat dit een stedenbouwkundige inpassing is die ook voldoet aan de ambities. Er ligt een enorme verdichtingsambitie waarbij er ook te weinig woningen zijn. Deze transformatie past daar in. In die zin onderschrijven de gemeente Leiden de ontwikkeling, maar het moet natuurlijk wel passen. Daarbij speelt tevens de rendabiliteitsfactor. De aanvrager moet wel iets kunnen realiseren om de investering die je maakt terug te verdienen. De gemachtigde van de aanvrager geeft aan dat de hal die er nu staat plus het aantal auto’s inderdaad een veel hogere dichtheid kent qua bebouwing en auto’s. Hij geeft hierbij aan dat hij de zorgen van de omwonenden begrijpt, die heeft hij zelf ook in zijn straat. Maar het bebouwingspercentage is niet meer dan elders in het land.

Indiener van de zienswijze vraagt zich nog af of er niet is overwogen om twee villa’s te bouwen in plaats van één villa en twee een-onder-een-kap woningen gelet op de veiligheid en de ruimte tussen de woningen. De aanvrager geeft als reactie dat het dan geen haalbare ontwikkeling is. Hij heeft alles gewikt en gewogen om het zo gunstig mogelijk neer te zetten. Indiener van zienswijze vraagt zich echter nog wel af of de gemeente ook heeft gekeken naar de veiligheid en de bereikbaarheid van hulpdiensten op dit perceel. De medewerker van de gemeente Leiden geeft aan dat hier naar gekeken is en dat dit voldoende is bevonden. De medewerker van de gemeente Leiden vult nog aan dat de bereikbaarheid door hulpdiensten altijd wordt gecontroleerd en die bereikbaarheid is akkoord bevonden. Het is meegewogen, niet bij het planologisch afwijken maar wel bij bouwveiligheid/brandveiligheid. Dit wordt namelijk bij elke vergunning in beeld gebracht. Bomen De indiener van de zienswijze geeft vervolgens aan dat het punt omtrent de conifeer eigenlijk al is afgehandeld. In de zienswijzennota is hier reactie opgegeven en hier zijn de bewoners erg blij mee. Er is alleen één potentieel probleem, omdat de boom het zonlicht wegkaart van de twee-onder-een-kap woning. De indiener van de zienswijze wil graag horen of de boom wel kan blijven staan.

De gemachtigde van de aanvrager geeft aan dat pas bij zonsondergang er een schaduwvorming ontstaat die niet in de tuin zal vallen. Hij verwacht niet dat dit tot problemen zal leiden. Ook aanvrager geeft aan dat hij geen last heeft van de boom en dat deze kan blijven staan. De medewerker van de gemeente Leiden geeft daarbij nog aan dat zolang de boom niet over het andere perceel hangt, er niks aan de hand is. Muur De indiener van de zienswijze vraagt zich af of de muur, waar zijn schuur is tegenaan gebouwd, blijft staan. De gemachtigde van de aanvrager geeft aan dat deze blijft staan en ook de aanvrager bevestigd dit. De medewerker van de gemeente Leiden voegt nog toe dat de aanvraag enkel ziet op de sloop van het voormalige bedrijfspand en de bouw van drie nieuwbouwwoningen. De sloop van de muur en bouw van een eventuele nieuwe muur is hierbij niet meegenomen, dus dat zal dan opnieuw in procedure moeten komen. Maar de aanvrager herhaalt nogmaals dat het blijft staan. Schade woningen Daarnaast heeft de indiener van de zienswijze zorgen over het eventueel heien. De medewerker van de gemeente Leiden geeft hierbij aan dat er een 0-meting zal worden gedaan, waarbij achterhaald kan worden of er scheuren o.i.d. zijn ontstaan door de bouw van de nieuwe woningen. Dit is standaard bij de gemeente Leiden, en voor beide partijen is dit goed om te doen.

Daarbij geeft de medewerker van de gemeente Leiden aan dat er niet gehamerd wordt. De gemachtigde van de aanvrager vult nog aan dat er palen komen onder de huizen vanwege eventuele verzakking, maar deze zullen niet geslagen worden. Er worden trillingsarme palen geplaatst, maar nog niet duidelijk is welke dit precies zijn. Daar gaat de aannemer over. Indiener van de zienswijze vraagt zich af wie de 0-meting moet laten uitvoeren. De medewerker van de gemeente Leiden geeft hierbij aan dat dit iets is voor de aanvrager/aannemer. Het wordt ook nog nagekeken door een toezichthouder van de gemeente Leiden. Indiener van de zienswijze vraagt zich ook nog af of er ellende kan ontstaan met betrekking tot de garage van nummer 240 die op de doorgang uitkomt. De indiener van de zienswijze voegt hierbij toe

dat de doorgangsroute wordt geblokkeerd als deuren openstaan. De aanvrager geeft aan dat dit er al jaren zit, en dat er nooit problemen waren met het bedrijf. Daarnaast is er een recht van overpad aanwezig. Tot slot De medewerker van de gemeente Leiden biedt nogmaals de excuses aan namens de gemeente Leiden voor het over het hoofd zien van het terras. Dit was niet de bedoeling, maar het is nu opgelost. De conclusie is dus als volgt: -

-

Balkon aan de zuidwest-zijde (waar vanaf zicht is in de woningen) wordt weggehaald en de tekeningen worden aangepast. De ruimtelijke onderbouwing en de zienswijzen nota wordt aangepast. Daar waar niet is ingegaan op het terras, wordt alsnog aangepast. Het gespreksverslag wordt opgestuurd en er kunnen altijd vragen en/of opmerkingen worden gesteld naar de medewerkers van de gemeente Leiden. Zodra de aanpassingen zijn doorgevoerd en er akkoorden zin van de bewoners wordt het plan opnieuw aangeboden bij de gemeenteraad. Vermoedelijk wordt het plan wederom besproken in de raadscommissie en zal er een moment aanwezig zijn om in te spreken. Daarna is er een inhoudelijke behandeling en zal de gemeenteraad het plan vaststellen. Tevens wordt er afgesproken dat de datum van de raadsbehandeling wordt toe gemaild te zijner tijd.

De medewerker van de gemeente Leiden bedankt iedereen voor zijn/haar tijd en sluit de avond af.

Ruimtelijke Onderbouwing Rijndijk 238A

Bijlage 7

Verslag participatiebijeenkomst 21-01-2021

42

Verslag n.a.v. zienswijzen omgevingsvergunning Rijndijk 238A

21-01-2021

Aanwezig: drie medewerkers van de gemeente Leiden, aanvrager en gemachtigde, indiener zienswijze en gemachtigde. Aanvang De medewerker van de gemeente Leiden opent en geeft aan dat het fijn is dat deze partijen bij elkaar konden komen. Vervolgens stelt hij zich voor als verantwoordelijke planoloog voor dit project vanuit de gemeente Leiden. De andere medewerker van de gemeente Leiden stelt zich voor als planoloog en geeft aan dat zij het verslag zal opstellen van deze bijeenkomst. De andere medewerker van de gemeente Leiden stelt zich voor als WABO-coördinator, hij maakt het uiteindelijke besluit op. De aanvrager stelt zich voor en de gemachtigde van de aanvrager als architect, ingehuurd door de aanvrager. Tot slot stelt de gemachtigde van de indiener van de zienswijze zich voor als advocaat en indiener van de zienswijze stelt zich voor als eigenaar van het bedrijf naast Rijndijk 238A. De medewerker van de gemeente Leiden geeft aan dat de insteek van het gesprek is om nog een keer te praten en te kijken waar de zorgen en pijnpunten zitten n.a.v. de ingediende zienswijzen. Voordat het gesprek start vraagt de medewerker van de gemeente Leiden of er nog unieke punten zijn die besproken moeten worden. De gemachtigde van de indiener van de zienswijze reageert hier op. Daarbij is zijn eerste vraag of het overleg als een participatietraject wordt ingestoken.

De gemachtigde van de indiener van de zienswijze geeft aan dat de indiener van de zienswijze ter plaatse zijn bedrijf heeft. Als je naar de locatie kijkt zie je dat het een bedrijfsgebied is. Het lijkt alsof de gemeente Leiden dit wil gaan omvormen in een andere richting, namelijk een woongebied. Het bedrijf heeft echter zijn belang bij de bedrijfsruimte. Hierbij wil de indiener van de zienswijze zekerheid ten aan zien van bedrijfsexploitatie. Het belangrijkste punt in de zienswijze is dat de woningbouw botst met de bedrijfsfunctie. Dit komt te dicht bij elkaar. De gemachtigde van de indiener van de zienswijze wenst dat er extra waarborgen worden ingebouwd. Een ander bezwaar is volgens hem: waar wil de gemeente naar toe? Er wordt door de gemeente een keuze gemaakt voor 2e liniebebouwing/achteraf bebouwing. Een kleine locatie wordt vol geprogrammeerd. Zijn vraag is aan de aanvrager: waarom die keuze? Als hij iets op het terrein wil realiseren kan dit ook één woning zijn. Daarbij stelt de gemachtigde van de indiener van de zienswijze aan de gemeente Leiden de vraag hoe de gemeente dit zelf ziet. De functies bijten elkaar, waar wil de gemeente naar toe? Hoe wil de gemeente Leiden omgaan met de bijtende functies. Hoe wil de gemeente Leiden omgaan met de belangen van de bestaande exploitant? De wethouder heeft vaak gezegd: de bedrijfsruimte wordt gewaarborgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9776574/1