200127 Bijlage 1 Vaststelling Integraal Huisvestingsplan voor Onderwijs 2020-2032 (herijking IHP 2019-2030)
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan voor het Onderwijs 2020-2032 (herijking van het IHP 2019-2030) Bijlage I van V
Rapport Herijking Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2032
Vooraf Op verzoek van de schoolbesturen is besloten om de herijking van het IHP 2019-2030 door het adviesbureau ICS op te laten stellen. In november 2019 is ICS van start gegaan met de herijking. Het resultaat van dit proces is vastgelegd in bijgevoegde rapportage. Op basis van deze rapportage is de gefaseerde aanpak van het IHP 2020-2032 (herijking IHP 2019-2030) ontstaan. In deze oplegger bij het rapport wordt aandacht besteed aan de opdracht die aan ICS is verstrekt en de processtappen die zijn doorlopen om te komen tot deze herijking. Opdracht ICS Aan ICS is gevraagd om een realistische investeringsplanning te maken voor de schoolgebouwen die ook al in het IHP 2019-2030 waren opgenomen, inclusief de scholen die in 2019 uit het IHP zijn geschrapt. Dit, op basis van de technische staat van de gebouwen, leerlingenprognoses, andere kwalitatieve aspecten, stedelijke ontwikkeling en met een eventuele monumentale status. Daarnaast is ICS gevraagd om naast nieuwbouw ook renovatie en vernieuwbouw als oplossingsrichting mee te nemen.
Processtappen ICS Om tot een herijking van het IHP te komen heeft ICS in samenwerking met de LEA-werkgroep onderwijshuisvesting de volgende stappen doorlopen: - Actualisatie basisinformatie van de gebouwen - Locatiebezoek en interviews - Kaders en uitgangspunten voor IHP - Quickscans - Oplossingsrichtingen en prioritering (op basis van enkele uitgangspunten) - Financiele vertaling oplossingsrichtingen - Afstemming over de rapportage Resultaat De uitvoering van de in het rapport opgenomen onderwijshuisvestingsprojecten kent een totale gemeentelijke investering van €106,4 miljoen. De gemeentelijke (plan)kosten die nodig zijn om de projecten te kunnen realiseren staan niet opgenomen in de rapportage. De gemeente heeft hiervan zelf een kostenraming gemaakt. Deze gemeentelijke (plan)kosten maken onderdeel uit van het totale investeringsvolume van de eerste twee fases van dit IHP, namelijk €46,3 miljoen voor de eerste fase en €24,1 miljoen voor de tweede fase. De schoolbesturen staan allemaal achter de inhoud, zoals deze is opgenomen in dit rapport. Ook staan zij achter de gefaseerde aanpak van deze herijking. Met deze investering is het mogelijk 7 schoolgebouwen te renoveren, 8 scholen te ver(nieuw)bouwen, 2 scholen van vervangende nieuwbouw te voorzien en 2 nieuwe scholen te realiseren.
De gymzalen van de desbetreffende scholen worden tegelijk met de aanpak van de school meegenomen. Meer informatie is te lezen in bijgevoegd rapport. De bijlagen bij het rapport zijn i.v.m. de bestandsgrootte niet bijgevoegd, maar wel in handen van de gemeente.
Herijking Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Toekomstbestendige onderwijshuisvesting in de gemeente Leiden
Opdrachtgever Gemeente Leiden
Datum 19 oktober 2020
Referentienummer 2190261/20201013TM05
Auteur Maarten Groenen Tom Maaskant
│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Plan van Aanpak
4
Kaders en uitgangspunten
6
2.1
Kwaliteitsniveau
6
2.2
Renovatie
9
2.3
Financiële uitgangspunten
12
2.4
Uitgangspunten oplossingsrichtingen
12
2.5
Locaties
13
Inventarisatie en analyse
14
3.1
Quickscans
14
3.2
Leerlingprognoses
16
3.3
Relevante ontwikkelingen
17
Oplossingsrichtingen
19
4.1
Advies per schoolgebouw
19
4.2
Planning
27
Financiën
29
5.1
Uitgangspunten
29
5.2
Totale investering IHP
30
5.3
Verwacht effect gemeentelijke begroting
31
Conclusie en aanbeveling
33
6.1
Conclusie
33
6.2
Aanbevelingen
34
Bijlagendocument
www.icsadviseurs.nl
35
1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Leiden heeft op 4 oktober 2018 het Integraal Huisvestingsplan 2019-2030, inclusief ambitiedocument, vastgesteld voor het primair, (voorgezet) speciaal en voorgezet onderwijs binnen de gemeente Leiden. Dit Integraal Huisvestingsplan (hierna IHP) dient de ruimtelijke en financiële kaders te bieden aan de gemeente en schoolbesturen voor wat betreft de toekomstige onderwijshuisvesting en het verduurzamen daarvan. Tevens zorgt het voor een integrale planning voor de realisatie van de huisvestingsopgave en geeft het inzicht in de omvang van het investeringsvolume. Voor de periode 2020-2030 zijn 16 projecten benoemd (het scholencomplex wordt gezien als 1 project) en is de bijbehorende investering geraamd op circa €73 miljoen. Toen de gemeente en schoolbesturen na vaststelling van het toewerkten naar de realisatie van de eerste projecten uit genoemd IHP bleek echter dat de financiële kaders ruim onvoldoende zijn voor deze projecten. Dit betekende in eerste instantie dat deze eerste projecten aanvullende kredieten nodig zouden hebben, maar vooral ook dat het totale plan niet binnen het begrote investeringsvolume kon worden gerealiseerd. Dit inzicht heeft geresulteerd in het schrappen van een viertal projecten door de gemeente.
Om tot goede afwegingen te komen over de beoogde plannen en een realistischer beeld te krijgen van de financiële consequenties vindt de gemeente Leiden het van belang te komen tot een helder toetsingskader. Om dit te realiseren is de wens uitgesproken om, in samenwerking met de schoolbesturen, het IHP te herijken. Dit herijkte IHP biedt de gemeente en schoolbesturen een gedragen en transparant uit te voeren Meerjaren Huisvestingsplan. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en bewegingsonderwijs zodat in de gemeente Leiden een duurzame en gezonde onderwijsomgeving kan worden voortgezet. Naast de ontwikkelingen van het leerlingaantal en de technische staat van de gebouwen, zijn ook meer kwalitatieve aspecten van belang. Het IHP geeft inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingsrichtingen. Hierbij is tevens aandacht voor zowel korte- als langeretermijnoplossingen.
www.icsadviseurs.nl
3/36
Voorliggend IHP is in opdracht van de gemeente Leiden opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de vertegenwoordigers van de gemeente en schoolbesturen van het primair, (voortgezet) speciaal en voortgezet onderwijs.
1.2 Plan van Aanpak Een belangrijk uitgangspunt voor het herijkte IHP is dat het plan op een transparante wijze tot stand is gekomen en helder is welke afwegingen zijn gemaakt. Hierbij is gestreefd naar betrokkenheid van en draagvlak bij de schoolbesturen. Zij zijn betrokken bij de herijking van het IHP door deelname in de ‘Werkgroep Onderwijshuisvesting’. Hierin zijn informatie, inzichten en standpunten onderling gedeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. Tenslotte richt de herijking van het IHP zich op 15 schoolgebouwen. Dit betreffen de 16 projecten uit het vastgestelde IHP (2018) exclusief het Korte Vliet VSO. Over deze locatie heeft separate besluitvorming plaatsgevonden. Het scholencomplex wordt gezien als 1 gebouw. De volgende stappen zijn gezet: ▪
Actualisatie basisinformatie Voor elke locatie is op basis van zoveel mogelijk objectieve informatie een ‘factsheet’ gemaakt. Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Tevens is het medegebruik en de verhuur van (onderwijs)capaciteit inzichtelijk gemaakt. De factsheets per locatie zijn als een aparte bijlage bijgevoegd.
▪
Locatiebezoek en interviews Om de informatie uit de factsheets aan te scherpen en een beter beeld van de bestaande situatie te krijgen, is ieder schoolgebouw bezocht. Tevens is met een afvaardiging van de school gesproken om de gebruikers te leren kennen en locatie specifieke informatie te verkrijgen.
▪
Kaders en uitgangspunten Om te borgen dat in het herijkte IHP met reële kaders en uitgangspunten wordt gewerkt, zijn deze tijdens een ‘Werkgroep Onderwijshuisvesting’ besproken. Thema’s als verduurzaming en renovatie zijn verder geconcretiseerd, ook naar financiële uitgangspunten. In hoofdstuk 2 zijn deze kaders en uitgangspunten verder uitgewerkt.
▪
Quickscans In de Werkgroep Onderwijshuisvesting is gedurende het proces besloten dat er behoefte aan een meer objectieve en diepgaande beoordeling van de schoolgebouwen. Voor elk schoolgebouw is hiertoe een quickscan opgesteld. Deze quickscan heeft als doel om de kwaliteit van de betreffende schoolgebouwen op een objectieve wijze in beeld te brengen. Deze objectieve beoordeling van de gebouwen speelt een belangrijke rol in het bepalen van de oplossingsrichting. Nadere informatie over deze quickscans wordt gegeven in hoofdstuk 3: Inventarisatie en analyse.
▪
Oplossingsrichtingen en prioritering Op basis van de basisinformatie uit de ‘factsheets’, de locatie specifieke informatie naar aanleiding van de locatiebezoeken en interviews en de kwalitatieve beoordeling van de schoolgebouwen is er naar oplossingen gezocht voor de schoolgebouwen die onderdeel zijn van de herijking van het IHP. Vervolgens is er vanuit een integrale benadering toegewerkt naar een prioritering. De voorgestelde oplossingsrichtingen per schoolgebouw en beoogde planning zijn toegelicht in hoofdstuk 4: Oplossingsrichtingen.
www.icsadviseurs.nl
4/36
▪
Financiële vertaling oplossingsrichtingen Per locatie is, op basis van de kaders en uitgangspunten, de investering voor zowel de gemeente als schoolbesturen in beeld gebracht. Op basis hiervan kan de gemeente het effect op de begroting bepalen en een voorstel voor politieke besluitvorming formuleren. De voorgestelde oplossingsrichtingen en de financiële consequenties zijn besproken in de Werkgroep Onderwijshuisvesting. De financiële vertaling is opgenomen in hoofdstuk 5: Financiën.
▪
Rapportage herijking IHP De basisinformatie, resultaten van de locatiebezoeken, uitkomsten van de interviews, conclusies uit de quickscans, oplossingsrichtingen en prioritering inclusief financiële vertaling zijn vastgelegd in voorliggende rapportage en besproken met de gemeente.
www.icsadviseurs.nl
5/36
2. Kaders en uitgangspunten In dit hoofdstuk zijn de kaders en uitgangspunten beschreven die zijn gehanteerd bij het herijken van het IHP. Het eerste thema betreft het kwaliteitsniveau dat beoogd is bij het uitvoeren van projecten in het IHP. Welke duurzaamheidsambities worden daarbij nagestreefd en wat is de rolverdeling met de schoolbesturen? Deze paragraaf gaat dieper in op de ambitie van de gemeente Leiden en de vertaling daarvan naar de schoolgebouwen. Tevens wordt een aantal spelregels voorgesteld op welke manier de volgende stap in de realisatie van duurzame gebouwen kan worden gezet. Paragraaf 2.2 gaat dieper in op renovatie, wat onder renovatie wordt verstaan en welke twee verschijningsvormen er zijn. Ook ten aanzien van renovatie wordt een aantal spelregels voorgesteld. Vervolgens zijn de financiële uitgangspunten ten behoeve van het IHP geformuleerd. Tenslotte zijn de uitgangspunten voor de oplossingsrichtingen uitgewerkt en de locaties benoemd. Genoemde kaders en uitgangspunten zijn tijdens een interactieve bijeenkomst met de Werkgroep Onderwijshuisvesting verkend en besproken. De genoemde kaders en uitgangspunten zijn gehanteerd bij het formuleren en (financieel) uitwerken van de voorstellen in dit IHP.
2.1 Kwaliteitsniveau Het beoogde kwaliteitsniveau van de projecten in het IHP hangt sterk samen met de ambities ten aanzien van duurzaamheid. Schoolbesturen en gemeenten streven naar een samenleving die toekomstbestendig is voor volgende generaties. In lijn met het Klimaatakkoord van Parijs (2015) vraagt dit om verantwoord gebruik van beschikbare energiebronnen om daarmee de invloed van klimaatveranderingen op de samenleving te beperken. Schoolgebouwen hebben een aanzienlijke energiebehoefte en hebben daarmee impact op de gewenste energietransitie (van fossiel naar hernieuwbaar). De schoolgebouwen in de gemeente Leiden kunnen bijdragen aan de energietransitie. Ambitie Het Klimaatakkoord wordt binnen de gemeente Leiden als uitgangspunt genomen, maar de gemeente heeft de ambitie om op het gebied van te nemen duurzaamheidsmaatregelen te versnellen. Leiden zet in op een CO2-reductie van 40% (ten opzichte van 1990) in 2030 en een CO2-neutrale gemeentelijke organisatie in 20301. De gemeente heeft hoge ambities voor de gehele portefeuille, maar wil het goede voorbeeld geven als het om maatschappelijk vastgoed gaat. De projecten in voorliggend IHP dragen hieraan bij. Daarnaast is binnen de gemeente een start gemaakt met een ‘Transitievisie Warmte’, welke uiterlijk in 2021 gereed moet zijn. In dit plan is opgenomen dat er stapsgewijs, per wijk, van het aardgas af wordt gegaan.
Per wijk wordt besloten welk alternatief voor aardgas wordt toegepast. Het plan is gekoppeld aan een tijdpad en begonnen wordt met de wijken die relatief het meest eenvoudig van het gas af kunnen. Dit speelt al concreet bij het Vlietland College. Tot slot; een groot deel van de schoolbesturen heeft zich uitgesproken zich in te zetten voor verduurzaming en een lager energie- en gas verbruik. Dit is bekrachtigd in de Green Deal 'Verduurzaming Leidse Schoolgebouwen' tussen schoolbesturen en de gemeente Leiden die op 23 april 2015 is ondertekend.
1 Bron: ambitiedocument Leiden Duurzaam 2030
www.icsadviseurs.nl
6/36
Bij een nieuw te bouwen schoolgebouw zijn de volgende kwaliteitsniveaus mogelijk:
Figuur 1: kwaliteitsniveaus nieuwbouw
▪
BENG: bijna Energieneutraal Gebouw. Het is de planning dat het bouwbesluit per 1 januari 2021 wordt aangepast en alle nieuwe schoolgebouwen aan BENG dienen te voldoen. BENG is van toepassing op de gebouw gebonden energie. De energieprestatie voor BENG-gebouwen wordt vastgelegd aan de hand van drie eisen: ─ De maximale energiebehoefte per kWh/m²/jaar. Ofwel de hoeveelheid energie die nodig is om een gebouw te verwarmen en te koelen; ─ Het maximaal primair fossiel energiegebruik in kWh/m²/jaar. Ofwel de hoeveelheid energie uit niethernieuwbare bronnen in kWh/m²/jaar die nodig is om de energiebehoefte in te vullen; ─ Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten. Ofwel het percentage hernieuwbare energie van het totale energiegebruik. Het is per project maatwerk hoe aan deze prestatie-eisen kan worden voldaan.
▪
ENG: energieneutraal Gebouw. Ook hier draait het om gebouwgebonden energie, de gebruiksgebonden energie wordt buiten beschouwing gelaten. Het verschil met BENG is dat het saldo energieverbruik en opbrengst, gelet op de gebouwgebonden energie, nul is.
▪
0-op-de-meter: bij een 0-op-de-meter gebouw wordt zowel het gebouwgebonden als het gebruiksgebonden energieverbruik gecompenseerd. Het verschil met ENG is dat het saldo energieverbruik en opbrengst, gelet op de gebouwgebonden en gebruiksgebonden energie, nul is.
▪
Gasloos: dit is onderdeel van alle beschreven kwaliteitsniveaus.
www.icsadviseurs.nl
7/36
Spelregels Hieronder wordt een aantal spelregels voorgesteld op welke manier de vertaling naar de realisatie van duurzame gebouwen kan worden gezet.
Spelregels projecten IHP ▪ ▪
▪
▪
▪
▪
Het realiseren van duurzaamheidsambities is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen; De gemeente is verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG. Hierbij dient bij nieuwbouw rekening te worden gehouden met een investering vanuit de gemeente van €3.000,- per m² bvo (inclusief btw en prijspeil 2020); Ten aanzien van uitbreidingen dient per situatie bekeken te worden of de BENG ambitie haalbaar is en met welk investeringsbedrag rekening gehouden moet worden. In de regel geldt hierbij dat hoe groter de uitbreiding, hoe realistischer het is BENG te ambiëren. Bovenop de bijdrage van de gemeente dragen de schoolbesturen bij aan het behalen van aanvullende duurzaamheidsambities (ENG). Als richting voor de aanvullende bijdrage van BENG naar ENG door de schoolbesturen wordt voorgesteld uit te gaan van een bedrag van circa €100,- per m² bvo (inclusief btw en prijspeil 2020). Het is per situatie verschillend welke maatregelen en bijbehorende kosten noodzakelijk zijn om de ambitie ENG te realiseren; De investering vanuit de schoolbesturen wordt onderbouwd met een sluitende businesscase als verantwoording voor de aanvullende bijdrage2.
De businesscase geeft inzicht in de volgende zaken: ─ De benodigde ingrepen om het hogere kwaliteitsniveau te realiseren; ─ De investeringskosten van deze ingrepen; ─ Het effect van de ingrepen op de exploitatie (inclusief het effect op onderhoud); ─ De verwachte terugverdientijden; ─ De voorwaarde is dat de investering van het schoolbestuur zich in afzienbare tijd terugverdient. Ieder schoolbestuur maakt zelf de afweging welke termijn reëel is. De gemeente kan de schoolbesturen door middel van een duurzaamheidslening ondersteunen bij de bekostiging van de duurzame maatregelen. Huidige normvergoeding De huidige normvergoeding voor een reguliere basisschool van 200 leerlingen bedraagt €2.236,- per m² bvo (inclusief 40% verhoging normvergoeding, 6,63% indexatie 2018-2019 en 6,08% indexatie 2019-2020). Dit betreft het advies van de VNG. De genoemde investeringskosten zijn een vervanging van de normvergoeding zoals opgenomen in de verordening. De VNG brengt oktober 2020 advies uit over de nieuwe normbedragen in relatie tot de BENGnormen. De verwachting is dat het verschil tussen de normbedragen van de VNG en de bedragen voor investeringen op het niveau van BENG kleiner wordt.
2 Schoolbesturen dienen zich te houden aan de Wet op het primair onderwijs. Deze wet schrijft voor dat investeren in gebouwen enkel
mogelijk is indien het een investering in duurzaamheid betreft die zich in een redelijke termijn terugverdiend.
www.icsadviseurs.nl
8/36
2.2 Renovatie Ook de renovatie van schoolgebouwen draagt bij aan een duurzame samenleving door het verlengen van de levenscyclus van grondstoffen en het beperken van de ecologische footprint. Het renoveren van schoolgebouwen of delen ervan is dan ook wenselijk, maar dient vanuit een breder perspectief te worden overwogen. Aspecten als bezetting, functionaliteit, potentie van de locatie en kosten bepalen mede de afweging van een renovatie. Ambitie Renovatie is een actueel thema, maar vooralsnog hanteert de (onderwijs)wet het begrip renovatie niet. De PO-Raad, VO-Raad en VNG hebben de minister geadviseerd om renovatie een formele status te geven en een wetwijziging wordt momenteel voorbereid. Vooruitlopend op de aanstaande wetwijziging zijn in voorliggend IHP spelregels opgenomen ten aanzien van de oplossingsrichting renovatie. In het vigerende IHP is aangegeven dat renovatie de voorkeur verdient mits het bouwtechnisch mogelijk, levensduur verlengend en financieel verantwoordbaar is. Het is van belang om helder te formuleren wat er onder het begrip renovatie verstaan wordt, omdat er verschillende type ingrepen mogelijk zijn. Er zijn vier type ingrepen benoemd, te weten: ▪
Onderhoud/instandhoudingsingrepen Dit type ingrepen betreft de uitvoering van het planmatig onderhoud. Het onderhouden en daarmee het in stand houden van de schoolgebouwen is een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Zij stellen hiervoor een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) op.
▪
Onderwijskundige ingrepen Hieronder worden aanpassingen aan het gebouw ten behoeve van het onderwijsconcept verstaan. Deze ingrepen vallen onder de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur.
▪
Functionele ingrepen Deze ingrepen betreffen het verbeteren van de functionaliteit van het gebouw, zoals het aanpassen van de toegankelijkheid, het binnenklimaat en facilitaire voorzieningen aan de wensen van de gebruiker of aan geldende wet- en regelgeving. Het realiseren van functionele ingrepen is een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen.
▪
Kwaliteitverhogende ingrepen Met kwaliteitverhogende ingrepen wordt de kwaliteit van het totale gebouw op peil gebracht en de levensduur significant verlengd. Hier worden tevens ingrepen bedoeld met betrekking tot het verduurzamen van het gebouw. Wanneer gekozen wordt voor kwaliteit verhogende ingrepen biedt dit een geschikte gelegenheid om ook onderwijskundige en functionele ingrepen door te voeren. Het realiseren van kwaliteitsverhogende ingrepen is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen.
Met verwijzing naar bovenstaande vier type ingrepen is het uitgangspunt dat renovatie een combinatie kan betreffen van instandhoudings-, onderwijskundige, functionele en kwaliteitsverhogende ingrepen.
www.icsadviseurs.nl
9/36
Verschijningsvorm Renovatie kent in het IHP een tweetal verschijningsvormen, te weten lichte renovatie en vernieuwbouw. Onder lichte renovatie wordt een ingreep verstaan die de levensduur van het gebouw verlengt met 25 jaar. Vernieuwbouw zorgt voor een levensduurverlenging van 40 jaar. De bijdrage van de gemeente en het beoogde kwaliteitsniveau is per verschijningsvorm anders, zie ook onderstaande figuur 2 en 3.
Figuur 2: verschijningsvorm vernieuwbouw
Figuur 3: verschijningsvorm lichte renovatie
Afwegingskader De volgende objectieve afwegingen liggen ten grondslag aan de motivatie om te kiezen voor (een vorm van) renovatie in plaats van (vervangende) nieuwbouw. Het gaat hierbij om een gezamenlijke afweging waarbij de belangen van de schoolbesturen en de gemeente worden afgewogen. Per locatie wordt hierbij rekening gehouden of: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Het gebouw een goede ligging en/of onderwijskundige functionaliteit heeft, en/of; Het gebouw de mogelijkheid heeft de technische en functionele kwaliteit te verbeteren door constructieve aanpassingen te doen, en/of; Het gebouw verschillende bouwdelen uit verschillende bouwjaren heeft en/of; Het gebouw nog een hoge boekwaarde heeft, en/of; De exploitatie (leegstand) geen probleem vormt, en/of;
www.icsadviseurs.nl
10/36
▪ ▪
Renovatie een financieel aantrekkelijker alternatief vormt voor nieuwbouw, en/of; Met renovatie dezelfde duurzaamheidsambities te behalen zijn (inclusief energietransitie) als bij (vervangende) nieuwbouw.
Spelregels Hieronder wordt een aantal spelregels voorgesteld op welke manier de vertaling naar de realisatie van renovatie kan worden gezet.
Spelregels projecten IHP ▪ ▪
▪
▪
▪
▪
▪
Bij vernieuwbouw wordt er naar gestreefd om BENG te realiseren. De gemeente is bij vernieuwbouw verantwoordelijk voor het bekostigen van BENG. De gemeentelijke bijdrage is gekoppeld aan het bouwjaar en bedraagt een percentage van de gemeentelijke vergoeding voor nieuwbouw (max. 70% van € 3.000,- per m² bvo). In de onderstaande tabel (in 2.3) is de gemeentelijke bijdrage voor renovatie verder uitgewerkt; Indien bij de verdere planvorming blijkt dat het budget ontoereikend is om BENG te realiseren, dan gaan gemeente en schoolbestuur in gesprek om te bepalen of vervangende nieuwbouw toch geen beter alternatief is; Bovenop de bijdrage van de gemeente dragen de schoolbesturen bij vernieuwbouw bij aan het behalen van aanvullende duurzaamheidsambities (ENG). Als richting voor de aanvullende bijdrage van BENG naar ENG door de schoolbesturen wordt voorgesteld uit te gaan van een bedrag van ca. €100,- per m² bvo (inclusief btw en prijspeil 2020). Het is per situatie verschillend welke maatregelen en bijbehorende kosten noodzakelijk zijn om de ambitie ENG te realiseren; De investering vanuit de schoolbesturen wordt onderbouwd met een sluitende businesscase als verantwoording voor de aanvullende bijdrage.
De businesscase geeft inzicht in de volgende zaken: ─ De benodigde ingrepen om het hogere kwaliteitsniveau te realiseren; ─ De investeringskosten van deze ingrepen; ─ Het effect van de ingrepen op de exploitatie (incl. het effect op onderhoud); ─ De verwachte terugverdientijden; ─ De voorwaarde is dat de investering van het schoolbestuur zich in afzienbare tijd terugverdient. Ieder schoolbestuur maakt zelf de afweging welke termijn reëel is. Bij een lichte renovatie bepaalt het schoolbestuur in hoeverre deze financieel bijdraagt aan het project. Het streven is om bij een lichte renovatie tevens geplande onderhoudswerkzaamheden uit het MJOP uit te voeren en deze werkzaamheden te combineren. Monumentale schoolgebouwen vragen vanwege hun bouwkundige kenmerken en status een andere aanpak. Monumentale schoolgebouwen zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen. Bij renovatie (lichte renovatie en vernieuwbouw) hanteert de gemeente en zogenaamde monumentenopslag bovenop de reguliere vergoeding.
www.icsadviseurs.nl
11/36
2.3 Financiële uitgangspunten Naast de genoemde verschijningsvormen lichte renovatie en vernieuwbouw is in de herijking van het IHP een derde oplossingsrichting gehanteerd: vervangende nieuwbouw. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gehanteerde bekostigingssystematiek van de genoemde drie oplossingsrichtingen. Oplossingsrichtingen
Kwaliteitsniveau
Lichte renovatie
Verbetering binnenklimaat / duurzaamheid BENG
Vernieuwbouw
Levensduurverlenging 25 jaar
Investering per m² bvo
Bijdrage schoolbestuur
€900,- /m² bvo (30% van nieuwbouw)
Keuze schoolbestuur
40 jaar
€2.100,- /m² bvo (70% van nieuwbouw) €3.000,- /m² bvo
€100,- /m² bvo t.b.v. ENG €100,- /m² bvo t.b.v. ENG
Vervangende BENG 40 jaar nieuwbouw Figuur 4: bekostigingssystematiek oplossingsrichtingen IHP
Aanvullend op bovenstaande tabel zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De gemeentelijke investering voor vernieuwbouw is afhankelijk van het bouwjaar van het betreffende gebouw of gebouwdeel. Afhankelijk van het bouwjaar wordt de hoogte van de gemeentelijke bekostiging (percentage van nieuwbouw) bepaald. De volgende verdeling is gehanteerd: ─ > 40 jaar: 70% van nieuwbouw ─ 40 – 20 jaar: 70% - 50% van nieuwbouw ─ 20 – 10 jaar: 50% - 30% van nieuwbouw ─ < 10 jaar: 30% - 10% van nieuwbouw Vervangende nieuwbouw gymzaal: €2.800,- /m² bvo; Monumentenopslag: + 30% bij lichte renovatie of vernieuwbouw; Tijdelijke huisvesting: €300,- /m² bvo per jaar; Sloopkosten: €50,- /m² bvo; Alle bedragen zijn inclusief btw en prijspeil 2020.
2.4 Uitgangspunten oplossingsrichtingen Voor ieder schoolgebouw dat onderdeel is van deze herijking, is een oplossingsrichting (voorstel) bepaald. Mede doordat de projecten die in het vigerende IHP zijn opgenomen niet binnen het begrote investeringsvolume kunnen worden gerealiseerd, is bij deze herijking ingezet op het zoeken van sobere en doelmatige en tevens oplossingsrichtingen per locatie. Hierbij zijn onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd: Integrale afweging Bij het bepalen van de oplossingsrichtingen dient vanuit een breed perspectief naar de gebouwen en hun omgeving te worden gekeken. De kwaliteit van het gebouw is hierbij belangrijk, maar niet alles bepalend. Aspecten als leegstand, boekwaarde, verschillende bouwdelen en de energietransitie zijn meegenomen in de afweging tot een oplossingsrichting. Per gebouw is aangegeven welke aspecten zijn meegenomen. Voorkomen noodlokalen Er wordt ingezet op de inzet van zogenaamde wissellocaties om de (onevenredig) hoge kosten voor tijdelijke huisvesting (noodlokalen) zoveel als mogelijk te voorkomen. De beschikbaarheid van wissellocaties kan daarmee invloed hebben op het moment van realisatie.
www.icsadviseurs.nl
12/36
Monumentenopslag Ingrepen in monumenten vragen altijd om maatwerk. Standaardoplossingen kunnen vaak niet worden toegepast waardoor, ten opzichte van reguliere schoolgebouwen, extra investeringen nodig zijn. Daarbij komt dat de beschikbaarheid van financiën (subsidies) vaak onvoorspelbaar is en sommige eisen pas gedurende het (ontwikkel)proces naar voren komen. Om monumentale gebouwen toekomstbestendig te houden, is een monumentenopslag gehanteerd. Groei faciliteren Op basis van de meest recente leerling prognose wordt vooral in het basisonderwijs een substantieel groei van het aantal leerlingen verwacht. In de herijking van het IHP dient deze groei te worden gefaciliteerd. Gymzalen volgen de schoolgebouwen In het vigerende IHP zijn de gymzalen bij de betreffende schoollocaties niet (allemaal) meegenomen. Bij de herijking zijn de oplossingsrichtingen voor de gymzalen gelijk aan de gekozen oplossingsrichtingen voor de schoolgebouwen.
2.5 Locaties In de herijking van het IHP zijn 15 schoolgebouwen meegenomen. In onderstaande figuur wordt de locatie van deze schoolgebouwen aangeduid. Het scholenaanbod in Leiden is groter dan de genoemde 15 gebouwen. Niet iedere school is immers opgenomen in de herijking van het IHP. Gedurende het proces is de locatie VSO Korte Vliet buiten de scope van het IHP gevallen, aangezien daar separate besluitvorming over heeft plaatsgevonden.
Figuur 5: overzicht schoolgebouw onderdeel van herijking IHP
www.icsadviseurs.nl
13/36
3. Inventarisatie en analyse De 15 schoolgebouwen die onderdeel uitmaken van de herijking van het IHP zijn op basis van verschillende kenmerken en inventarisaties in kaart gebracht. Allereerst geldt dat voor alle locaties een zogenaamde factsheet opgesteld. Hierin worden schoollocaties op uniforme wijze vanuit verschillende perspectieven (kwaliteit, financiën, vraag en aanbod) in kaart gebracht. Voor de factsheets geldt dat ieder schoolbestuur is gevraagd om informatie over de betreffende schoolgebouw te delen door middel van de vragenlijsten. Deze vragenlijsten vormen, naast de informatie uit het vigerende IHP, de basis voor het opstellen van de factsheets. Deze factsheets zijn toegevoegd aan dit herijkte IHP als apart bijlagedocument. Naast de factsheets zijn quickscans uitgevoerd om de kwaliteit van de schoolgebouwen op objectieve en meer gedetailleerde wijze in beeld te brengen. Deze quickscans brengen vanuit een breed perspectief de kwaliteit van de schoolgebouwen in beeld. Met zowel de factsheets als de resultaten van de quickscans zijn de schoolgebouwen uitvoerig geïnventariseerd en geanalyseerd. Om tot passende oplossingsrichtingen per locatie te komen is ook andere informatie meegewogen, zoals de leerlingprognoses, de aanwezigheid van asbest in een gebouw en ontwikkelingen op wijkniveau.
3.1 Quickscans Eén van de doelen van de herijking van het IHP is het prioriteren van de 15 schoolgebouwen. In de Werkgroep Onderwijshuisvesting is besloten dat, ten behoeve van een objectieve kwalitatieve beoordeling van de schoolgebouwen, per gebouw een quickscan moet worden uitgevoerd. De uitkomst van deze quickscan vormt vervolgens een belangrijke basis voor het opnieuw prioriteren van de betreffende 15 schoolgebouwen én het bepalen van de oplossingsrichting.
www.icsadviseurs.nl
14/36
Systematiek De objectieve beoordeling van de schoolgebouwen bestaat uit een vijftal thema’s, te weten: Thema’s
Subthema’ s
Omgevingskwaliteit locatie
Parkeervoorzieningen Sociale veiligheid buiten Kwaliteit buitenruimte Stallingsruimte fietsen
Ruimtelijkfunctionele kwaliteit gebouw
Technische kwaliteit gebouw
Binnenklimaat gebouw
Technische staat gebouw
Subtotaal Gebouwlogistiek en onderwijsconcept Toegankelijkheid Sociale controle binnen Hoofdentree Verkeersruimten Leslokalen Overige ruimten Subtotaal Flexibiliteit Duurzaamheid gebouw Duurzaamheid installaties Veiligheid Subtotaal Luchtkwaliteit Luchtbehandelingsinstallatie (incl. koeling) Binnentemperatuur Verwarmingsinstallatie Daglichttoetreding Akoestiek Subtotaal Gevels en gevelopeningen Daken Binnen afwerking Sanitair Asbest Subtotaal Totaal
Max. aantal punten per subthema 3 3 3 3 12 punten 3 3 3 3 3 3 3 21 punten 5 5 5 5 20 punten 5 5 5 5 5 5 30 punten 3 3 3 3 5 17 punten 100 punten
Figuur 6: opzet quickscan schoolgebouwen
Op basis van een objectieve schouwen kunnen in totaal 100 punten aan een schoolgebouw worden toegekend. Een hoog puntenaantal staat voor een slechte beoordeling en vice versa. De scan is uitgevoerd vanuit 5 thema’s. Elk thema bestaat uit meerdere subthema’s , die vanuit een drie- of vijfpuntsschaal zijn beoordeeld. Bij de driepuntsschaal is de verdeling (1) goed, (2) redelijk en (3) slecht. Gelet op de vijfpuntsschaal is de verdeling (1) goed, (3) redelijk en (5) slecht. In de schouw is vooral vanuit een breed perspectief naar de functionaliteit van de gebouwen gekeken; ruimtelijke functionele kwaliteit, technisch kwaliteit en binnenklimaat. De technische staat, staat van onderhoud, is in de scan bewust (en in overleg met gemeente en schoolbesturen) minder zwaar gewogen. Hierdoor worden gebouwen die structureel goed zijn onderhouden en waarin met regelmaat is geïnvesteerd zo min mogelijk benadeeld. Diverse schoolgebouwen zijn samengestelde gebouwen en bestaan uit diverse bouwdelen die in verschillende perioden zijn gebouwd. In dergelijke situaties is in overleg met het schoolbestuur per locatie
www.icsadviseurs.nl
15/36
bepaald welk gebouwdeel een ingreep behoeft. Doorgaans is het oudste bouwdeel / zijn de oudste bouwdelen beoordeeld door middel van de quickscan. Resultaten quickscans De resultaten van de quickscans zijn in de eerste instanties individueel met ieder schoolbestuur en vervolgens in de Werkgroep Onderwijshuisvesting besproken. In onderstaande figuur is de uitkomst van de quickscan per schoolgebouw weergegeven.
Figuur 7: uitkomst quickscan per schoolgebouw
Opvallend is dat de 15 schoolgebouw relatief goed scoren op het gebied van de omgevingskwaliteit. De schoolgebouwen zijn over het algemeen mooi gelegen in de nabijheid van groen met daarbij voldoende parkeerplaatsen en stallingsruimte voor fietsen. Opvallend is ook de relatief slechte scores binnen het thema Technische kwaliteit gebouw. Op het gebied van duurzaamheid en met name de flexibiliteit binnen de gebouwen zijn hoge (slechte) scores behaald. Dit is mede te verklaren doordat relatief veel gebouwen in de periode tussen 1975 en 1990 zijn gebouwd. Het gemiddelde bouwjaar is 1965. Ook op het gebied van binnenklimaat en ruimtelijk functionele kwaliteit scoren veel schoolgebouw hoog (en dus slecht). Deze kwalitatieve beoordeling van de schoolgebouwen geeft een breed inzicht in de kwaliteit van de schoolgebouwen. Geconcludeerd wordt dat, op basis van dit criterium, nagenoeg alle schoolgebouwen binnen de scope van het IHP een impuls nodig hebben.
3.2 Leerlingprognoses In de factsheet is per locatie de beschikbare onderwijscapaciteit vergeleken met de toekomstige normatieve ruimtebehoefte aan onderwijscapaciteit in 2035. De leerlingenprognoses zijn de basis voor de berekening van de ruimtebehoefte. De meest actuele leerlingenprognoses (Pronexus, februari 2020) geven inzicht in de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen in de komende jaren. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de historie en de verwachte leerlingenprognose voor het BO, VO en (V)SO. De kolom historie geeft de oktobertelling van 2019 (historie 2020) weer. In de prognoses zijn ook de scholen meegenomen die geen onderdeel uitmaken van de herijking van het IHP.
www.icsadviseurs.nl
16/36
Historie
Prognose →
Verschil
Leerlingaantal
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2030
2035
2040
∆ 2020 - 2040
BO
8.029
8.084
8.109
8.085
8.100
8.159
8.957
9.656
9.193
+ 1.164
VO
10.897
10.878
10.883
10.912
10.968
11.046
11.080
11.176
11.943
+ 1.046
(V)SO
596
590
589
589
590
591
583
585
622
+ 26
TOTAAL
19.522
19.552
19.581
19.586
19.658
19.796
20.620
21.417
21.758
+ 2.236
Figuur 8: leerlingenprognoses aantal leerlingen basis- en voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs
Uit de tabel is op te maken dat volgens de prognoses uit 2020 de leerlingenaantallen van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs de komende jaren fors zullen toenemen. Het (voortgezet) speciaal onderwijs blijft de komende jaren relatief stabiel. De forse toename is het totaal aantal leerlingen is onder andere te verklaren door de stevige ambities ten aanzien van de woningbouwontwikkelingen in Leiden. Aangezien de leerlingprognoses kunnen wijzigen, is het van belang bij een volgende herijking van voorliggend IHP de status van de woningbouwontwikkelingen en de ontwikkeling van het leerlingaantal te actualiseren door middel van nieuwe prognoses.
3.3 Relevante ontwikkelingen Naast de objectieve beoordeling van de schoolgebouwen en bovengenoemde leerlingprognoses spelen ook andere factoren een rol bij het bepalen van het type ingreep en de planning. Zo maken ook de aanwezigheid van asbest en verwachte ontwikkelingen op wijkniveau onderdeel uit van de integrale afweging. Asbest In opdracht van de gemeente Leiden zijn diverse asbestinventarisaties uitgevoerd. Hierdoor is bij een aantal schoolgebouwen bekend of en in welke mate asbest aanwezig is. Omdat de aanwezigheid van asbest en bijbehorende consequenties niet voor ieder schoolgebouw dat onderdeel is van deze herijking bekend zijn, is asbest niet als criterium meegewogen in het bepalen van het type ingreep en de planning. Voor schoolgebouwen waarvan de uitkomst van de inventarisatie alarmerend is, is dit wel meegewogen. Energietransitie Ook grootschalige ontwikkelingen op wijkniveau kunnen invloed hebben op het type ingreep en de planning. Zoals onder hoofdstuk 2.1 genoemd, is de gemeente Leiden gestart met een ‘Transitievisie Warmte’. In dit plan is opgenomen dat er stapsgewijs, per wijk, van het aardgas af wordt gegaan. Per wijk wordt besloten welk alternatief voor aardgas wordt toegepast. De Fortuinwijk wordt als één van de eerste wijken onderzocht.
Aangezien het Vlietland College in deze wijk is gelegen, kan nieuwbouw van een dergelijk grootschalig schoolgebouw een voorbeeldfunctie vervullen en als vliegwiel fungeren. Tevens is het door nieuwbouw van het Vlietland College mogelijk direct een grote stap te zetten in de duurzaamheidsambities van de gemeente Leiden. Stedenbouwkundige ontwikkelingen Een belangrijke component voor het bepalen van de leerlingenprognoses zijn de woningbouwontwikkelingen. De tabel op de volgende pagina toont de ontwikkeling van de woningvoorraad in de gemeente Leiden.
www.icsadviseurs.nl
17/36
Prognose netto toevoeging aantal woningen 2020 – 2025 – 2024 2030
Totaal
Binnenstad – Zuid
50
0
+ 50
Binnenstad – Noord
205
0
+ 205
Stationsdistrict
469
658
+ 1.127
Leiden – Noord
877
580
+ 1.457
Roodenburgerdistrict
2.068
0
+ 2.068
Bos- en Gasthuisdistrict
596
0
+ 596
Morsdistrict
221
0
+ 221
Boerhaavedistrict
912
0
+ 912
Merenwijkdistrict
150
0
+ 150
Stevenshofdistrict
48
0
+ 48
TOTAAL
5.596
1.238
+ 6.834
District
2020 - 2030
Figuur 9: prognoses toevoeging aantal woningen (Bron: team Datadiensten Servicepunt71, MWP 2020-2 concept mei 2020)
De komende jaren worden in de gemeente Leiden relatief veel woningen gerealiseerd. In het Stationsdistrict, Leiden – Noord en het Roodenburgerdistrict worden de meeste woningen ontwikkeld. Aangezien de status van de woningbouwontwikkelingen kan wijzigen, is het van belang bij de herijking van het IHP de status van de woningbouwontwikkelingen te actualiseren.
www.icsadviseurs.nl
18/36
4. Oplossingsrichtingen In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de afgewogen oplossingsrichtingen en bijbehorende prioritering (planning). Per schoolgebouw wordt het type ingreep en het jaar van ingebruikname aangegeven. Naast de informatie uit de vorige hoofdstukken maken bijvoorbeeld ook de samenstelling van de gebouwen, normatieve leegstand, boekwaarde en de beschikbaarheid van wissellocaties onderdeel uit van de integrale afweging. Met name de beschikbaarheid van de wissellocaties speelt een belangrijke rol in de periode waarin de ingreep per schoolgebouw kan worden uitgevoerd. Logischerwijs staan de schoolgebouwen waar de ingreep vernieuwbouw of vervangende nieuwbouw worden voorgesteld eerder op de planning dan de scholen die een lichte ingreep (lichte renovatie) nodig hebben. Om de haalbaarheid van de voorgestelde oplossingsrichtingen te vergroten en invulling te geven aan het uitgangspunt ‘sober en doelmatig’, is in basis gekozen voor een lichte renovatie tenzij er aanleiding is om vernieuwbouw of nieuwbouw voor te stellen. Voor schoolgebouwen met een hoge (slechte) score in de quickscan is daarom gekozen voor vernieuwbouw of vervangende nieuwbouw omdat een lichte renovatie daarbij onvoldoende is om de gewenste kwaliteit te behalen.
4.1 Advies per schoolgebouw Woutertje van Leyden (De Pionier) De Pionier is gelegen aan Houtmarkt 36 en gebouwd in 1986. De school is gehuisvest in een complex met woningen daarboven. Uit de objectieve beoordeling van het gebouw komt een score van 62 / 100. Doordat het gebouw op één thema onvoldoende scoort, namelijk de technische kwaliteit van het gebouw, is gekozen voor een lichte renovatie als ingreep. Deze ingreep wordt gefaseerd uitgevoerd. Gezien de huidige overcapaciteit in het gebouw is uitbreiding, ondanks de verwachte groei, niet aan de orde. Na uitvoering van de werkzaamheden is ingebruikname van De Pionier gepland in 2032. De planvorming en (bouw)voorbereiding start uiteraard al eerder, naar verwachting in 2031.
www.icsadviseurs.nl
19/36
Tijdelijke huisvesting is naar verwachting in beperkte mate nodig gezien de gefaseerde uitvoering van de werkzaamheden. Hiervoor is in de locatie aan de Sumatrastraat vier lokalen beschikbaar. Woutertje van Leyden (De Pionier) ▪ ▪ ▪
Ingreep: Lichte renovatie Omgang: 1.112 m² bvo Ingebruikname: 2032
Anne Frankschool De Anne Frankschool is gelegen aan Zuster Meijboomstraat 2, gebouwd in 1989 en uitgebreid in 2007. Uit de objectieve beoordeling van het bouwdeel uit 1989 komt een score van 64 / 100. Daarbij komt naar voren dat dit bouwdeel op drie thema’s onvoldoende scoort, namelijk de ruimtelijk-functionele kwaliteit, de technische kwaliteit en de technische staat van het gebouw. Mede gelet op deze objectieve beoordeling, het bouwjaar en doordat het een samengesteld gebouw betreft, volstaat een lichte renovatie om de kwaliteit van het gebouw een impuls te geven. Deze ingreep wordt gefaseerd uitgevoerd. Doel daarbij is ook om de huidige hoge onderhoudslasten fors terug te brengen. Gelet op de huidige overcapaciteit in het gebouw en de prognoses is uitbreiding niet aan de orde. Na uitvoering van de ingreep is ingebruikname van de Anne Frankschool gepland in 2029. Dit betekent dat de planvorming en (bouw)voorbereiding naar verwachting in 2028 start. Door de huidige overcapaciteit en het gefaseerd uitvoeren van de werkzaamheden is tijdelijke huisvesting naar verwachting niet aan de orde. Anne Frankschool ▪ ▪ ▪ ▪
Ingreep: Lichte renovatie Omvang: 2.016 m² bvo Inpandige gymzaal onderdeel van lichte renovatie (467 m² bvo) Ingebruikname: 2029
Overlooplocatie (Antonie Duyklaan) De locatie aan de Antonie Duyklaan betreft een samengesteld gebouw. De school is gebouwd in 1948 en vervolgens uitgebreid in 1953 en 1983. Uit de objectieve beoordeling van het gebouw komt een score van 64 / 100. Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijk- functionele kwaliteit van het gebouw onvoldoende en de technische kwaliteit van het gebouw zeer slecht scoort. Passend bij deze beoordeling is gekozen voor een lichte renovatie als ingreep om de kwaliteit van het gebouw een impuls te geven. Deze ingreep wordt gefaseerd uitgevoerd. Na uitvoering van de ingreep is ingebruikname van het Visser ’t Hooft gepland in 2030. Gedurende de uitvoering van de werkzaamheden kan tijdelijk gebruik worden gemaakt van de locatie aan de Vijf Meilaan. De beschikbaarheid van deze locatie (vanaf 2029/2030) speelt een belangrijke rol in het bepalen van de planning. Overlooplocatie (Antonie Duyklaan) ▪ ▪ ▪ ▪
Ingreep: Lichte renovatie Omvang: 1.837 m² bvo Inpandige gymzaal onderdeel van lichte renovatie (460 m² bvo) Ingebruikname: 2030
www.icsadviseurs.nl
20/36
Lucas van Leyden (Sint Ursulasteeg) De locatie Lucas van Leyden aan de Sint Ursulasteeg betreft een samengesteld gebouw. De school is gebouwd in 1985 en uitgebreid in 2002. Uit de objectieve beoordeling van het bouwdeel uit 1985 komt een score van 65 / 100. Met name de technische kwaliteit van het gebouw scoort zeer slecht. Door de genoemde score en de samenstelling van het gebouw is gekozen voor een lichte renovatie. Hierdoor krijgt het gehele gebouw weer voldoende kwaliteit. Deze ingreep wordt gefaseerd uitgevoerd. Uitbreiding is vanwege de huidige overcapaciteit niet aan de orde. Door het gefaseerd uitvoeren van de werkzaamheden is tijdelijke huisvesting niet benodigd. Na uitvoering van de ingreep is ingebruikname van de school gepland in 2031. Lucas van Leyden (Sint Ursulasteeg) ▪ ▪ ▪
Ingreep: Lichte renovatie bouwdeel 1985 Omvang: 1.341 m² bvo Ingebruikname: 2031
’t Klankbord Deze school maakt, samen met de Stevenshofschool en De Zwaluw onderdeel uit van het scholencomplex. Dit complex is gebouwd in 1984 en later uitgebreid in zowel begin jaren ’90 als de jaren ’00. Omdat deze drie scholen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest, is voorgesteld voor alle scholen dezelfde ingreep te hanteren. Uit de objectieve beoordeling van de school komt een score van 65 / 100. Met name de ruimtelijk- functionele kwaliteit en de technische kwaliteit van het gebouw scoren zeer slecht. Mede vanwege de relatief slechte score van De Zwaluw (70 / 100) en met name de Stevenshofschool (75 / 100) is gekozen voor vernieuwbouw. Een lichte renovatie is niet voldoende om het gewenste kwaliteitsniveau in het scholencomplex te bereiken. Uitbreiding is vanwege de huidige overcapaciteit niet aan de orde. De vernieuwbouw wordt gefaseerd uitgevoerd waardoor de inzet van tijdelijke units wordt beperkt. Na uitvoering van deze ingreep is ingebruikname, afhankelijk van de score van de objectieve beoordeling, voorzien in 2024, 2025 of 2026. Omdat ’t Klankbord een score van 65 / 100 heeft, is ingebruikname voorzien in 2026. ‘t Klankbord ▪ ▪ ▪ ▪
Ingreep: Vernieuwbouw Omvang: 1.650 m² bvo Tijdelijke huisvesting nodig Ingebruikname: 2026
Visser ’t Hooft (Kagerstraat) De locatie Visser ’t Hooft is gelegen aan Kagerstraat 1 en betreft een samengesteld gebouw. De school is gebouwd in 1923 en uitgebreid in 1967 en 2007. Uit de objectieve beoordeling van de bouwdelen uit 1923 en 1967 komt een score van 65 / 100. De thema’s technische kwaliteit van het gebouw en binnenklimaat scoren onvoldoende. Door de genoemde score en de samenstelling van het gebouw is gekozen voor een lichte renovatie van de bouwdelen uit 1923 en 1967. Hierdoor wordt het gehele gebouw weer op vergelijkbaar kwaliteitsniveau gebracht. Deze ingreep wordt gefaseerd uitgevoerd. Na uitvoering van de ingreep is ingebruikname beoogd in 2028. Gedurende de uitvoering van de werkzaamheden kan tijdelijk gebruik worden gemaakt van de locatie aan de Vijf Meilaan. De beschikbaarheid van deze locatie (vanaf 2027/2028) speelt een belangrijke rol in het bepalen van de planning.
www.icsadviseurs.nl
21/36
Visser ’t Hooft (Kagerstraat) ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Ingreep: Lichte renovatie bouwdelen 1923 en 1967 Omvang: Totaal 9.000 m² bvo Monumentenopslag voor bouwdeel 1923 (4.490 m² bvo) Inpandige gymzaal onderdeel van lichte renovatie (1.380 m² bvo). Geen monumententoeslag voor gymzaal Ingebruikname: 2028
De Morskring De locatie De Morskring is gelegen aan Damlaan 1 en betreft een samengesteld gebouw. De school is gebouwd in 1952 en uitgebreid in 2003. Uit de objectieve beoordeling van het bouwdeel uit 1952 komt een score van 66 / 100. De thema’s ruimtelijk- functionele kwaliteit, technische kwaliteit, binnenklimaat en technische staat scoren onvoldoende. Door de genoemde score en de samenstelling van het gebouw is gekozen voor een lichte renovatie van het bouwdeel uit 1952. Hierdoor wordt het gehele gebouw weer op goed kwaliteitsniveau gebracht. Deze ingreep wordt gefaseerd uitgevoerd. Na uitvoering van de ingreep is ingebruikname beoogd in 2028. Gedurende de uitvoering van de werkzaamheden kan tijdelijk gebruik worden gemaakt van de beoogde nieuwe locatie in het Morsdistrict. Daarvan is start bouw nu gepland in 2025. Deze beschikbaarheid speelt een belangrijke rol in het bepalen van de planning. De Morskring ▪ ▪ ▪
Ingreep: Lichte renovatie bouwdeel 1952, gefaseerde uitvoering Omvang: 1.500 m² bvo Ingebruikname: 2028
Bonaventura College Het Bonaventura College is gelegen aan Burggravenlaan 2 en betreft een samengesteld gebouw. De school is gebouwd in 1915 en uitgebreid in 2000 en 2012. Enkel het oudste bouwdeel uit 1915 maakt onderdeel uit van de objectieve beoordeling en heeft een monumentale status. Daaruit komt een score van 67 / 100. De ruimtelijk- functionele kwaliteit van het gebouw en het binnenklimaat scoren onvoldoende. De technische kwaliteit van het gebouw scoort zeer slecht. Door de genoemde score en de samenstelling van het gebouw is gekozen voor een lichte renovatie van het bouwdeel uit 1915. Hierdoor wordt het gehele gebouw weer op goed kwaliteitsniveau gebracht. Na uitvoering van de ingreep is ingebruikname beoogd in 2026. Gedurende de uitvoering van de werkzaamheden kan gebruik worden gemaakt van de tijdelijke locatie aan de Noachstraat. De beschikbaarheid van deze locatie (vanaf 2025/2026) speelt een belangrijke rol in het bepalen van de planning. Bonaventura College ▪ ▪ ▪ ▪
Ingreep: Lichte renovatie monumentaal bouwdeel uit 1915 Omvang: 3.676 m² bvo Monumentenopslag Ingebruikname: 2026
Vlietland College Het Vlietland College is gelegen aan Appollolaan 262 en betreft een samengesteld gebouw. De school is gebouwd in 1978 en uitgebreid in 1997. Beide bouwdelen zijn geschouwd. Uit deze objectieve beoordeling komt een score van 69 / 100. De onderdelen technische kwaliteit, binnenklimaat en technische staat van het gebouw scoren onvoldoende. Om de gewenste gebouwkwaliteit te realiseren is vernieuwbouw of vervangende nieuwbouw noodzakelijk. Gekozen is voor vervangende nieuwbouw. Enerzijds vanwege de
www.icsadviseurs.nl
22/36
aanwezigheid van asbest door het gehele gebouw en de verwachte hoge kosten die het renoveren van een gebouw met een dergelijke omvang met zich meebrengt. Anderzijds vanwege de plannen om de wijk waarin het Vlietland College is gelegen gasloos te maken. Een gasloos, nieuw schoolgebouw kan hierbij als vliegwiel voor de brede wijkontwikkeling fungeren. Ingebruikname is beoogd in 2024. Gedurende de uitvoering van de werkzaamheden kan gebruik worden gemaakt van de locatie aan de Vijf Meilaan. De beschikbaarheid van deze locatie (vanaf 2023/2024) speelt een belangrijke rol in het bepalen van de planning. Vlietland College ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Ingreep: Vervangende nieuwbouw voor 960 leerlingen Omvang: Geschatte ruimtebehoefte 6.881 m² bvo Sloop bestaand gebouw 8.366 m² bvo Inpandige gymzaal onderdeel van vervangende nieuwbouw (910 m² bvo) Ingebruikname: 2024
De Zwaluw Deze school maakt, samen met de Stevenshofschool en ‘t Klankbord onderdeel uit van het scholencomplex. Dit complex is gebouwd in 1984 en later uitgebreid in zowel begin jaren ’90 als de jaren ’00. Omdat deze drie scholen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest, is voorgesteld voor alle scholen dezelfde ingreep te hanteren. Uit de objectieve beoordeling van de school komt een score van 70 / 100. Met name de ruimtelijk- functionele kwaliteit en de technische kwaliteit van het gebouw scoren zeer slecht. Mede vanwege genoemde score en met name de score van de Stevenshofschool (75 / 100) is gekozen voor vernieuwbouw. Uitbreiding is vanwege de huidige overcapaciteit niet aan de orde. De vernieuwbouw wordt gefaseerd uitgevoerd waardoor de inzet van tijdelijke units wordt beperkt. Na uitvoering van deze ingreep vindt ingebruikname, afhankelijk van de score van de objectieve beoordeling, naar verwachting plaats in 2024, 2025 of 2026. Omdat De Zwaluw een score van 70 heeft, is ingebruikname voorzien in 2025. De Zwaluw ▪ ▪ ▪ ▪
Ingreep: Vernieuwbouw Omvang: 1.450 m² bvo Tijdelijke huisvesting nodig Ingebruikname: 2025
Da Vinci College Het Da Vinci College is gelegen aan Kagerstraat 7 en betreft een samengesteld gebouw. De school is gebouwd in 1963 en uitgebreid in 1995, 2002 en 2010. Uit de objectieve beoordeling van het bouwdeel uit 1963 komt een score van 70 / 100. Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijk- functionele kwaliteit van het gebouw zeer slecht scoort. De technische kwaliteit en het binnenklimaat scoren onvoldoende. Vanwege de genoemde beoordeling, de samenstelling van het gebouw en de hoge boekwaarde is gekozen voor vernieuwbouw. Na de vernieuwbouw van het bouwdeel uit 1963 vindt ingebruikname naar verwachting plaats in 2026. Gedurende de uitvoering van deze werkzaamheden kan tijdelijk gebruikt worden gemaakt van de locatie aan de Vijf Meilaan. De beschikbaarheid van deze locatie (vanaf 2025) speelt een belangrijke rol in het bepalen van de planning.
www.icsadviseurs.nl
23/36
Da Vinci College ▪ ▪ ▪
Ingreep: Vernieuwbouw bouwdelen 1963 Omvang: 5.677 m² bvo Ingebruikname: 2026
Vrije school Mareland De Vrije School Mareland is gelegen aan de Maresingel en betreft een samengesteld gebouw. De school is gebouwd in 1909 en uitgebreid in 1999 en 2011. Uit de objectieve beoordeling van het bouwdeel uit 1909 komt een score van 71 / 100. Geconcludeerd wordt dat de technische kwaliteit van het gebouw zeer slecht scoort. Het binnenklimaat en de technische staat van het gebouw scoren onvoldoende. Passend bij deze beoordeling is gekozen voor vernieuwbouw. Temeer omdat het gebouw een beeldbepalende functie heeft. De capaciteit van de school is een aandachtspunt. Volgens de prognoses is een forse stijging in het aantal leerlingen te verwachten. Door de omvang van het perceel is uitbreiding slechts in beperkte mate mogelijk. Indien deze groei wordt gerealiseerd, gaan gemeente en schoolbestuur in gesprek over een passende invulling. Na de vernieuwbouw vindt ingebruikname naar verwachting plaats in 2028. Gedurende de uitvoering van de werkzaamheden kan tijdelijk gebruik worden gemaakt van de nieuw te bouwen locatie in Leiden Noord. De beschikbaarheid van deze locatie (vanaf 2027) speelt een belangrijke rol in het bepalen van de planning. Vrije school Mareland ▪ ▪ ▪ ▪
Ingreep: Vernieuwbouw bouwdeel 1909 en 1999 Omvang: Totaal 2.200 m² bvo Inpandige gymzaal onderdeel van vernieuwbouw (170 m² bvo) Ingebruikname: 2028
Leidse Houtschool De Leidse Houtschool is gelegen aan de Adriaan Pauwstaat 1 en betreft een samengesteld gebouw. De school is gebouwd in 1932 en uitgebreid in 2010. Uit de objectieve beoordeling van de school komt een score van 71 / 100. Geconcludeerd wordt dat de technische staat van het gebouw zeer slecht scoort en de ruimtelijk- functionele kwaliteit en de technische kwaliteit van het gebouw onvoldoende scoren. Passend bij deze beoordeling is gekozen voor vernieuwbouw. De capaciteit van de school is een aandachtspunt. Volgens de prognoses is een forse stijging in het aantal leerlingen te verwachten. Om dit op te vangen wordt medegebruik van de naastgelegen overlooplocatie aan de Antonie Duyklaan voorgesteld. Na de vernieuwbouw vindt ingebruikname naar verwachting plaats in 2026. Gedurende de uitvoering van de werkzaamheden kan tijdelijk gebruik worden gemaakt van de nieuw te bouwen locatie in Leiden Noord. De beschikbaarheid van deze locatie (vanaf 2025/2026) speelt een belangrijke rol in het bepalen van de planning. Leidse Houtschool ▪ ▪ ▪
Ingreep: Vernieuwbouw Omvang: 1.078 m² bvo Ingebruikname: 2026
Eerste Leidse Schoolvereniging De Eerste Leidse Schoolvereniging is gelegen aan de P.C. Hooftlaan 12 en betreft een samengesteld gebouw. De school is gebouwd in 1978 en uitgebreid in 1984 en 2011. Uit de objectieve beoordeling komt een score van 71 / 100. Geconcludeerd wordt dat de technische kwaliteit, het binnenklimaat en de technische staat
www.icsadviseurs.nl
24/36
van het gebouw onvoldoende scoren. Passend bij deze beoordeling en de samenstelling van het gebouw is gekozen voor vernieuwbouw. Hierdoor worden de bouwdelen uit 1978 en 1984 op goed kwaliteitsniveau gebracht. De capaciteit van de school is een aandachtspunt. Volgens de prognoses is een forse stijging in het aantal leerlingen te verwachten. Door de gemeente is reeds opdracht gegeven voor het realiseren van een uitbreiding. Hierover zijn separaat tussen de gemeente en het schoolbestuur afspraken gemaakt. Na de vernieuwbouw is ingebruikname beoogd in 2026. Gedurende de uitvoering van de werkzaamheden kan tijdelijk gebruik worden gemaakt van de nieuw te bouwen locatie in het Morsdistrict. De verwachting is dat deze locatie vanaf 2025 gereed is. Logischerwijs speelt dit een belangrijke rol in het bepalen van de planning. Eerste Leidse Schoolvereniging ▪ ▪ ▪
Ingreep: Vernieuwbouw bouwdelen 1978 en 1984 Omvang: 1.354 m² bvo Ingebruikname: 2026
Lucas van Leyden (Vliet) De Lucas van Leyden is gelegen aan Vliet 20 en is gebouwd in 1986. Uit de objectieve beoordeling komt een score van 75 / 100. Geconcludeerd wordt dat de technische kwaliteit van het gebouw zeer slecht scoort, terwijl ook de ruimtelijk- functionele kwaliteit, het binnenklimaat en de technische staat van het gebouw onvoldoende scoren. Passend bij deze beoordeling is gekozen voor vernieuwbouw, tenzij vervangende nieuwbouw bij de concrete uitwerking van de plannen een beter alternatief blijkt. Sloop ligt echter, vanwege de leeftijd van het gebouw, niet voor de hand. Na vernieuwbouw vindt ingebruikname naar verwachting plaats in 2024. Gedurende de uitvoering van de werkzaamheden kan tijdelijk gebruik worden gemaakt van de locatie aan de Noachstraat. Planning is dat deze locatie in 2023 wordt gerenoveerd waarna deze voor de Lucas van Leyden beschikbaar is vanaf 2023/2024. Naast de Lucas van Leyden (Vliet) zal dan ook De Weerklank van deze locatie gebruik maken. Logischerwijs speelt dit een belangrijke rol in het bepalen van de planning. Lucas van Leyden (Vliet) ▪ ▪ ▪
Ingreep: Vernieuwbouw Omvang: 1.265 m² bvo Ingebruikname: 2024
Stevenshofschool Deze school maakt, samen met De Zwaluw en ‘t Klankbord onderdeel uit van het scholencomplex. Dit complex is gebouwd in 1984 en later uitgebreid in zowel begin jaren ’90 als de jaren ’00. Omdat deze drie scholen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest, is voorgesteld voor alle scholen dezelfde ingreep te hanteren. Uit de objectieve beoordeling van de school komt een score van 75 / 100. Met name de ruimtelijk- functionele kwaliteit en de technische kwaliteit van het gebouw scoren zeer slecht. Passend bij deze beoordeling is gekozen voor vernieuwbouw. Uitbreiding is vanwege de huidige overcapaciteit niet aan de orde. De vernieuwbouw wordt gefaseerd uitgevoerd waardoor de inzet van tijdelijke units wordt beperkt. Na uitvoering van deze ingreep vindt ingebruikname naar verwachting, afhankelijk van de score van de objectieve beoordeling, plaats in 2024, 2025 of 2026. Omdat de Stevenshofschool een score van 75 heeft, is ingebruikname voorzien in 2024.
www.icsadviseurs.nl
25/36
Stevenshofschool ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Ingreep: Vernieuwbouw Omvang: 2.221 m² bvo Tijdelijke huisvesting nodig Inpandige gymzaal onderdeel van vernieuwbouw (455 m² bvo, betreft een aanname) Ingebruikname: 2024
De Weerklank De Weerklank is gelegen aan Robijnstraat 100 en betreft een samengesteld gebouw. De school is gebouwd in 1977 en uitgebreid in 1987. Uit de objectieve beoordeling komt een score van 76 / 100. Daarmee heeft dit gebouw de hoogste score van alle schoolgebouwen die onderdeel uitmaken van de herijking van het IHP. De technische kwaliteit van het gebouw scoort zeer slecht. Daarnaast scoren ook de ruimtelijk- functionele kwaliteit, het binnenklimaat en de technische staat van het gebouw onvoldoende. Passend bij deze beoordeling is gekozen voor nieuwbouw. Bij nieuwbouw wordt tevens de overmaat in het bestaande gebouw verholpen. De boekwaarde van het gebouw vormt hiervoor geen belemmering. Na uitvoering van de bouwwerkzaamheden is de geplande ingebruikname voorzien in 2024. Gedurende de uitvoering van de werkzaamheden kan tijdelijk gebruik worden gemaakt van de locatie aan de Noachstraat. Planning is dat deze locatie in 2023 wordt gerenoveerd waarna deze voor De Weerklank beschikbaar is vanaf 2023/2024. Naast De Weerklank zal dan ook de Lucas van Leyden (Vliet) van deze locatie gebruik maken. Logischerwijs speelt dit een belangrijke rol in het bepalen van de planning. De Weerklank ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Ingreep: Vervangende nieuwbouw voor 140 leerlingen Omvang: 1.602 m² bvo, geen m² bvo voor overige functies opgenomen Sloop bestaand gebouw van 3.025 m² bvo Inpandige gymzaal onderdeel van vervangende nieuwbouw (455 m² bvo) Ingebruikname: 2024
Nieuwe locaties Naast de bestaande schoolgebouwen wordt in voorliggend IHP ook voorgesteld om een tweetal nieuw te bouwen locaties te realiseren. Als zoekgebied wordt hiervoor het Morsdistrict en Leiden Noord gehanteerd. Aanleiding voor deze twee nieuwe scholen is de verwachte toename van het aantal leerlingen in het basisonderwijs in combinatie met geplande woningbouwontwikkelingen. Voor beide scholen is ingebruikname voorzien in 2025. Met de planvorming dient in 2023 te worden gestart. Nieuwe locaties ▪ ▪ ▪ ▪
Zoekgebied: Morsdistrict en Leiden Noord Omvang beide locaties: 1.458 m² bvo (uitgaande van 250 leerlingen) Start planvorming: 2023 Ingebruikname: 2025