CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Welstandsnota Leeuwarden 2022

Besluitvorming (raad) 26 januari 2022, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Welstandsnota Leeuwarden 202221.822 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

27

Kleinebouwcriteria

Kleinebouwcriteria

5.13 Luifels aan de gevel t.b.v. terras Terrassen zijn tijdelijke en weersafhankelijke uitbreidingen van inpandige horecaruimtes. Terrassen zijn als het ware te gast in de openbareruimte. Met de situering van terrassen moet rekening houden worden met de andere gebruiksfuncties van die ruimte. In het terrassenbeleid van de gemeente Leeuwarden staan de voorwaarden voor het verlenen van een terrasvergunning. De nota “Levendigheid in de Binnenstad” geeft aan welke gebieden in de stad belangrijk zijn voor evenementen. Voor terrasaanvragen in deze gebieden is een nadere stedenbouwkundige toets nodig.

Een luifel aan de gevel is bedoeld ter bescherming tegen regen en overvloedige zon. Zie voor vergunningsvrije bouwwerken: www.omgevingsloket.nl.

5.14 Schotelantennes aan de voorgevel Een schotelantenne wordt gebruikt voor het ontvangen van signalen. Het plaatsen van een antenne is een recht, gebaseerd op de vrijheid van meningsuiting. Dat recht kan slechts beperkt worden wanneer belangen van derden onevenredig in het geding zijn. Een aspect daarbij kan zijn of de schotelantenne de omgeving aantast. Zie voor vergunningsvrije bouwwerken: www.omgevingsloket.nl.

Kleinebouwcriteria schotelantennes aan de voorgevel

Kleinebouwcriteria terrasoverkappingen Plaatsing Maatvoering

�

Standaardplan

�

Het plan komt in plaatsing, vormgeving, indeling, materiaal en kleur overeen met een eerder vergunde schotelantenne in een zelfde soort situatie en bij een zelfde woningtype. Het positieve welstandsadvies is maximaal 5 jaar geleden afgegeven

Plaatsing

�

Er is sprake van maximaal één schotelantenne per woning

�

De schotelantenne is bevestigd aan het gevelvlak

�

Bij woonblokken is sprake van een regelmatige rangschikking in horizontale richting

�

Er blijft minimaal 1 meter ruimte uit de erfgrens of woningscheiding

De luifel staat in evenwichtige verhouding tot de schaal van het pand waaraan deze wordt opgehangen

�

De maatvoering is afgestemd op het onderliggende kozijn

Maatvoering

�

De doorsnede van de schotelantenne bedraagt maximaal 0,8 meter

�

Doorloophoogte mininaal 2,30m

Materiaal en kleur

�

Het materiaal en de detaillering is onopvallend

Vormgeving

�

vormgeving is afgestemd op het gevelbeeld met respect voor architectonische bijzonderheden

�

Toepassing van een gedekte kleur (b.v. antraciet of donkergrijs)

Materiaal en kleur

�

Het materiaal is duurzaam en verweert niet snel

�

De kleur van de luifel is terughoudend en afgestemd op het terrasmeubilair en eventuele terrasoverkappingen en/of terrasschermen

Een luifel is doorgaans niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan bovenstaande kleinebouwcriteria wordt voldaan.

Een schotelantenne is doorgaans niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan bovenstaande kleinebouwcriteria wordt voldaan. Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en/of panden gelegen in een beschermd stadsgezicht gelden ook de aanvullende criteria uit hoofdstuk 7.1 en/of 7.2. Indien de voorschriften uit het bestemmingsplan strijdig zijn met de bovenstaande criteria, dan prevaleren de voorschriften uit het bestemmingsplan.

Voor reclame uitingen gelden de regels uit de nota "Oog voor reclame" uit 2019 Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en/of panden gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelden ook de aanvullende criteria uit hoofdstuk 7.1 en/of 7.2. Indien de voorschriften uit het bestemmingsplan strijdig zijn met de bovenstaande criteria, dan prevaleren de voorschriften uit het bestemmingsplan.

28

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

29

6 Welstandscriteria per gebiedstype Voor bouwplannen, die niet passen binnen de criteria voor het kleine bouwen uit hoofdstuk 5, is het van belang in welk gebied gebouwd wordt. Deze bouwplannen hebben een grotere invloed op hun directe omgeving. Een bouwplan kan bijvoorbeeld prima passen in een naoorlogse wijk, maar detoneren in een meer historische omgeving. Omdat de gebouwde omgeving heel divers kan zijn, is in deze nota een verdeling gemaakt in gebiedstypen, elk met hun eigen set criteria. In het ene gebied zijn de eisen uitgebreider dan in het andere gebied. Dit is afhankelijk van ‘hoeveel de omgeving kan hebben’. Elk gebied of elke buurt krijgt daarmee de welstandscriteria die passen bij de karakteristieken van de omgeving.

Toevoeging gebiedstypen Bij het in elkaar schuiven van de oude nota’s van Boarnsterhim, Litenseradiel en Leeuwarderadleel in deze nieuwe nota kon goed gebruik gemaakt worden van de elf typen uit de nota van Leeuwarden uit 2013. Daarnaast was het nodig om vier gebiedstypen toe te voegen om een dekkende indeling voor het hele gemeentelijk grondgebied te maken. De toegevoegde gebiedstypen hebben betrekking op de dorpskernen (2), recreatiewoningen (14), bebouwing voor 1950 (6), bebouwing na 1950 (10). De laatste twee gebiedstypen overlappen met gebiedstypen 4, 5, 7, 8 en 9 die een specifieke bouwperiode vertegenwoordigen, maar zijn toegevoegd als een meer algemene categorie die recht doet aan de minder uitgesproken uitbreidingen van bescheiden omvang in de dorpen.

zou kunnen vallen. Indien blijkt dat de (historische) stedenbouwkundige karakteristieken ter plaatse anders zijn dan dat bepaalde gebiedsspecifieke welstandscriteria voorschrijven dan kan er, mits daar goede argumenten voor zijn, afgeweken worden van deze criteria. Het is in dan aan de commissie om te bepalen of de criteria van het gebiedstype die wel passen bij de bebouwingskarakteristiek kunnen worden gebruikt. Zie ook hoofdstuk 2.7.3.

Gebiedstypen De gebiedstypen zijn: 1. Binnenstad 2. Dorpskernen 3. Historische fragmenten en lintbebouwing 4. Bebouwing eind 19e en begin 20e eeuw 5. Uitbreidingen van het Interbellum 6. Bebouwing voor 1950 (4 en 5 samen) 7. Planmatige uitbreidingen uit de jaren 50-70 8. Informele naoorlogse uitbreidingen 9. Recente uitbreidingen en transformaties 10. Bebouwing na 1950 (7, 8 en 9 samen) 11. Gemengde gebieden 12. Bedrijventerreinen 13. Parken, sport- en groengebieden 14. Recreatiewoningen 15. Buitengebed

Interpretatie Gekozen is voor 15 gebiedstypen. Bij de indeling is overzichtelijkheid nagestreefd en is geen sprake van een verfijning tot op gebouwniveau. Als gevolg van de beperking van het aantal gebiedstypen en hanteren van grotere aaneengesloten gebieden vindt binnen de aangegeven vlakken op de kaart geen differentiatie plaats. De kleur die een vlak op de kaart krijgt, geeft dus de overheersende context daarbinnen aan. Met andere woorden, een vlak aangegeven als ‘vroeg planmatige uitbreidingen’ kan gebouwen bevatten van een ander gebiedstype, die bijvoorbeeld beter onder de criteria behorend bij het gebiedstype ‘woningbouw 1970-1985’

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

31

6.1 Binnenstad

Gouverneursplein

Beschrijving

Beschermd stadsgezicht

De stad Leeuwarden is ontstaan aan de oever van de voormalige Middelzee, waar het Vliet, de Dokkumer Ee en de Potmarge uitmondden. Er werden terpen opgeworpen die nu nog herkenbaar zijn. De belangrijkste groei vond in de 15e en 16e eeuw plaats, terwijl in de 17e tot de 19e eeuw de stad nauwelijks groeide. In de tweede helft van de 17e eeuw behoorde Leeuwarden tot de 10 belangrijkste steden van het land. De middeleeuwse binnenstad wordt gekenmerkt door de lange lijnen van de grachten, (voormalige) waterlopen en dijken met een bochtig verloop met daartussen smalle straten. Rond de middeleeuwse stad werden vestingwerken opgeworpen die in de 19e werden omgevormd tot parken met losse bebouwing en de formele stadsuitbreiding aan de zuidkant van de binnenstad.

De binnenstad heeft de status van rijksbeschermd stadsgezicht (1983). Het nieuwe bestemmingsplan Binnenstad beschermt de historische stedenbouwkundige structuur. In het bestemmingsplan zijn de volgende zaken vastgelegd: • de situering (onder andere rooilijn); • de bouwmassa (goothoogte, individualiteit, nokhoogte en korrelmaat); • de kap; • de inrichting en het profiel van waardevolle buitenruimten. Binnen een zo gevarieerd gebied als de binnenstad zijn de belangen van het beschermde stadsgezicht zeker niet overal gelijk. De onderstaande criteria gelden voor alle panden in de binnenstad. Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden in de beschermde stadsen dorpsgezichten gelden ook de specifieke criteria uit hoofdstuk 7.2.

In de binnenstad zijn in het verleden grote ingrepen gedaan onder invloed van schaalvergroting en het autoverkeer. Herwaardering van de binnenstad als woon- en winkelgebied heeft in de afgelopen 25 jaar geleid tot een kwalitatief herstel. De specifieke historische kenmerken van de openbare ruimte en de ruimtelijke structuur van de binnenstad vormen de uitgangspunten voor herstel, vernieuwing en nieuwbouw in de binnenstad. De bebouwing in de binnenstad is zeer divers, met veel details en ornamenten, en de maatverhouding is vaak gebaseerd op de gulden snede. De gebouwen bestaan overwegend uit twee of drie lagen met wisselende verdiepingshoogte, pannendaken en baksteenarchitectuur. De details in de gevel worden bepaald door de historische stijlkenmerken uit de verschillende bouwperioden. Gezien de bijzondere historische waarde hebben veel gebouwen een monumentale status. De binnenstad is door de eeuwen heen steeds vernieuwd en aangepast waardoor er een rijke mengeling bestaat tussen contrast en overeenkomst, zowel in schaal, vorm, volume, geleding, textuur als in kleur.

Criteria ruimtelijke inpassing • bouwinitiatieven houden de bestaande structuur herkenbaar • gebouwen 'staan stevig op de grond' verschijningsvorm • de bestaande schaal van de bebouwing in de omgeving is uitgangspunt • massa en vorm sluiten aan bij de belendende bebouwing • de gevel aan de straatzijde is het meest uitgesproken vormgegeven en is gericht op de straat • de opbouw van de gevels is consequent en evenwichtig van verhouding detaillering, materiaal- en kleurgebruik • de detaillering bij aanpassing, verbouw of renovatie krijgt eenzelfde mate van aandacht als die bij de bestaande architectuur

Beleidsintentie De specifieke historische kenmerken van de openbare ruimte en de ruimtelijke structuur van de binnenstad vormen de uitgangspunten voor herstel, vernieuwing en nieuwbouw in de binnenstad. Contrastrijke en eigentijdse toevoegingen zijn mogelijk mits zij een verrijking vormen en zich voegen in de stedenbouwkundige structuur. > naar overzichtskaart > 32

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

33

6.2 Dorpskernen

Hûns

Beschrijving

Criteria

De meeste dorpen in de gemeente kennen een duidelijk te onderscheiden dorpskern. De dorpen zijn veelal als terpdorp ontstaan. Veel van de terpen zijn afgegraven en als zodanig niet meer in het landschap herkenbaar. De plaats wordt dan gemarkeerd door de dorpskerk en de omliggende woonbebouwing. De bebouwing op de terpen is in de loop van de tijd verder verdicht, waardoor in sommige delen van de dorpskern sprake is van een vrij hoge bebouwingsdichtheid. De bebouwingskarakteristiek in deze dorpskernen is, mede door de verschillende tijden waarin de bebouwing is gerealiseerd, vrij divers van karakter. De oorspronkelijke 19e eeuwse woonhuizen worden afgewisseld met dubbele woningen uit de na­oorlogse periode en hier en daar zijn rijenwoningen gerealiseerd. De detaillering van de gebouwen is sober, maar wel zorgvuldig. Dit komt onder andere tot uitdrukking in daklijsten, en gootklossen en accenten in het metselwerk. Het kleur- en materiaalgebruik is traditioneel. Soms, zoals bij een aantal winkels, is sprake van een afwijkende vormgeving en kleurgebruik. Naast de woonbebouwing zijn er in de kernen ook kleinschalige bedrijfsgebouwen te vinden.

ruimtelijke inpassing • bouwinitiatieven houden de bestaande structuur herkenbaar • bouwinitiatieven dragen bij aan het compacte karakter van de kern • plaatsing zo veel mogelijk in de oorspronkelijke rooilijnen

Beleidsintentie

Britsum

De verscheidenheid van de dorpskernen is van belang voor de herkenbaarheid en identiteit van het landschap waarin ze liggen. Het beleid is grotendeels gericht op het behoud van de bestaande situatie. Voor veel kernen is de historisch gegroeide ruimtelijke structuur nog grotendeels gaaf en kent een aantal karakteristieke historische bebouwingskenmerken. Uitgangspunt is het herkenbaar houden van de kenmerkende karakteristieken.

verschijningsvorm • nieuwbouw is vormgegeven als een compacte hoofdmassa • de gevel aan de straatzijde is het meest uitgesproken vormgegeven en is gericht op de straat • overwegend een verticale gerichtheid van gevel en gevelopeningen. • duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten • de opbouw van de gevels is consequent en goed van verhouding • erfafscheidingen maken deel uit van het ontwerp detaillering, materiaal- en kleurgebruik • de detaillering is verfijnd en benadrukt de kleinschaligheid van de bebouwing, details en ornamenten zijn veelal bepalend voor een passend ruimtelijk beeld • traditionele kleurstellingen overheersen en zijn afgestemd op het bestaande

Beschermd stadsgezicht en monumenten Delen van de dorpen Grou, Húns, Jelsum, Mantgum, Warstiens, Weidum, en Wergea zijn beschermde dorpsgezichten. Hier gelden ook de specifieke criteria uit hoofdstuk 7.1. Voor beeldbepalende panden gelden ook de specifieke criteria uit hoofdstuk 7.2. Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten gelden ook de specifieke criteria uit hoofdstuk 7.2. Warten

> naar overzichtskaart > 34

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

35

6.3 Historische fragmenten en lintbebouwing

Huizum

Beschrijving

Criteria

Historische fragmenten zijn vóór 1900 ontstaan en lagen buiten het toenmalige stedelijke gebied. Routes, linten en kernen zijn in de loop der tijd als historisch fragment in het stedelijk gebied opgenomen. Het bebouwingspatroon is vaak grillig en hangt vaak samen met de onderliggende landschappelijk structuur. Soms is de oude route of waterloop nog herkenbaar. Het geheel onderscheidt zich daardoor duidelijk van de stadsuitbreiding er om heen. Dorpen zoals Huizum en Goutum liggen nu in het stedelijk gebied. Snakkerburen ligt aan de rand van de stad en de dorpen Wirdum, Wytgaard en Lekkum liggen buiten de stad.

ruimtelijke inpassing lineaire bebouwing • bouwinitiatieven houden de bestaande structuur herkenbaar • bouwinitiatieven dragen bij aan het ontspannen en afwisselende karakter van het lint • bouwinitiatieven laten de onbebouwde ruimte tussen de hoofdmassa’s intact

Historische bebouwing langs oude wegen vinden we bijvoorbeeld langs de Schrans, Huizumerlaan, Hempenserweg en Lekkumerweg. De bebouwing bestaat uit voormalige boerderijen, burgerwoningen en kleine bedrijvigheid. Ook het gedempte Vliet kan aangemerkt worden als historisch fragment. Hier is een gevarieerde aaneengesloten bebouwing met pakhuizen te vinden. Veel linten zijn naderhand steeds verder verdicht, vaak met bedrijvigheid en woningen.

verschijningsvorm • nieuwbouw is vormgegeven als een compacte hoofdmassa • de gevel aan de straatzijde is het meest uitgesproken vormgegeven en is gericht op de straat • bouwinitiatieven in afwijkende vormentaal zijn mogelijk, indien dit niet ten koste gaat van het historische karakter • de opbouw van de gevels is consequent en goed van verhouding • erfafscheidingen maken deel uit van het ontwerp

Beleidsintentie Snakkerburen

Historische fragmenten houden de geschiedenis van de stad afleesbaar en zijn van groot belang voor de identiteit van het stadsdeel waarin ze liggen. Uitgangspunt is het herkenbaar houden en/ of herstellen van de historische routes, linten en kernen, het tegengaan van te forse schaalvergroting en het vasthouden aan het bindende element: de rooilijn en de continue openbare ruimte; de weg of de straat.

ruimtelijke inpassing historische kernen • bouwinitiatieven dragen bij aan het compacte karakter van de kern • een bouwinitiatief vormt een toevoeging aan de diversiteit binnen de reeks

detaillering, materiaal- en kleurgebruik • de detaillering is verfijnd en benadrukt de kleinschaligheid van de bebouwing • materiaal- en kleurgebruik dissoneert niet

Tsjessingawei

> naar overzichtskaart > 36

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

37

6.4 Bebouwing eind 19e en begin 20e eeuw Beschrijving Tussen circa 1860 en circa 1905 vonden stadsuitbreidingen plaats die vaak direct zijn afgeleid van het prestedelijk sloten-, kaden- en wegenpatroon. Rechte en gebogen straten wisselen elkaar af. Ze zijn fragmentarisch ingevuld door particulieren, investeerders en bouwbedrijven. Het gesloten bouwblok overheerst en de rooilijn zorgt voor enige eenheid. Hoewel sommige straten op één hoogte zijn gerealiseerd, kan de bebouwingshoogte ook sterk wisselen: van enkellaagse bebouwing tot twee- en drielaagse bebouwing. Onderling verspringen de daklijnen. Projectmatige ensembles van minimaal twee of meer panden staan naast individueel gebouwde woningen. Hier en daar is ruimte voor afwijkende functies en bebouwing: kerken, scholen, bedrijfs- en/of winkelpanden.

Oranjewijk

De openbare ruimte is doorgaans krap bemeten met weinig groen, waardoor de buurten een stenig karakter kunnen hebben. Pleinen en plantsoenen hebben de vorm van een uitgespaard (deel van een) bouwblok of liggen op de afsnijdingen van het stratenpatroon met pre-stedelijke structuurlijnen. Voortuinen komen minder vaak voor en zijn vaak klein. De panden en ensembles zijn globaal variaties op hetzelfde thema en de expressie in de gevelwanden vertonen daardoor sterke overeenkomsten. De consequente toepassing van baksteen, met soms hardstenen accenten of geveldelen (basement), draagt bij aan de eenheid in het gevelbeeld. De opbouw van de gevels komt grotendeels overeen met die van de binnenstad. De geleding is klassiek: plint, middendeel, gevelbeëindiging. In de gevel is sprake van verticale geleding. De plasticiteit van de gevels komt voort uit portieken, erkers, balkons, loggia’s en dakkapellen. Over het algemeen geldt: hoe minder plasticiteit hoe goedkoper de oorspronkelijke bouw. Hoekwoningen zijn soms verbijzonderd als afsluiting van het bouwblok.

tussen openbaar en privé is gewenst, zowel bij ingrepen in de openbare ruimte als bij bouwinitiatieven.

Criteria ruimtelijke inpassing • bouwinitiatieven houden de bestaande stedenbouwkundige structuur herkenbaar en reageren op de bebouwingshoogte(n) in het gebied • bouwinitiatieven houden rekening met de schaal van de omgeving verschijningsvorm • nieuwbouw heeft een compacte, eenduidige hoofdvorm • de voorgevel is representatief en gericht op de straat • driedeling van de gevel is gewenst (basement, middendeel, gevelbeëindiging) • bouwinitiatieven sluiten aan bij de verwevenheid van verticale en horizontale elementen in het gevelbeeld als geheel, waarbij de verticaliteit van de vensters overheerst • hoekbebouwing krijgt een meer dan gemiddelde aandacht en zoekt naar een architectonische vertaling van de bouwblokbegrenzing • dichte (berging)gevels aan de straat zijn ongewenst detaillering, materiaal- en kleurgebruik • details en ornamentiek zijn verfijnd en ondersteunen het ontwerp • de overgang privé-openbaar is ook op detailniveau van bijzonder belang; aan bijvoorbeeld de voordeur, het bellentableau en de gevel van de begane grond worden hoge eisen gesteld • materiaal- en kleurgebruik dissoneert niet

Beleidsintentie De architectonische eenheid is het individuele pand of een kleiner ensemble en dient herkenbaar te blijven. Grotere woonblokken met een gemeenschappelijke hoofdingang hebben niet de voorkeur. Het behoud of herstel van de duidelijke scheiding

> naar overzichtskaart > 38

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

39

6.5 Uitbreidingen van het Interbellum Beschrijving

Criteria

De wijken en buurten zijn ontworpen met een visie op de stad als geheel, waarbij straten, pleinen en groen een sterk samenhangende ruimtelijke compositie vormen. Er is een heldere, hiërarchische hoofdstructuur van hoofdwegen en secundaire straten, weerspiegeld in maatvoering en groene aankleding van de straatprofielen.

Ruimtelijke inpassing • bouwinitiatieven versterken de stedenbouwkundige structuur (rooilijn, maat en schaal) • nieuwe gevelwandenzijn afgestemd op de omringende blokken

De bouwblokken zijn als een geheel ontworpen, waardoor er een sterke samenhang bestaat tussen stedenbouw en architectuur. Op hoeken of op strategische plekken zijn vaak bijzondere bebouwing of accenten aanwezig. De nadruk ligt niet op de afzonderlijke woningen maar op de compositie van het blok als geheel. Binnen de blokken liggen privé-tuinen of gemeenschappelijke ruimten. De grens tussen openbaar en privé is helder; de grens wordt gevormd door de gevel of door de voortuin met mee ontworpen erfafscheiding.

Vosseparkwijk

De architectuur is expressief met een nadruk op horizontale geleding, waarbij veelal lang doorlopende kappen met overstekken een rol spelen. Herhaling, samenhang en ritmiek bepalen de kwaliteit van de gevel. Naast kozijnen en voordeuren bepalen ook balkons of erkers de gevelcompositie. Tot slot is er vaak sprake van een rijke detaillering in het metselen voegwerk.

Verschijningsvorm • nieuwbouw heeft een heldere hoofdvorm • nieuwbouw binnen een bestaande gevelwand is afgestemd aan de buurpanden en herstelt de gevelwand • dakkapellen en dakopbouwen zijn per architectonische eenheid identiek en ondergeschikt en in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen • veel aandacht voor hoekbebouwing, verbijzondering van de hoek is gewenst • in- en uitspringende delen van de gevel (balkons, erkers en loggia’s) blijven ondergeschikt aan de hoofdmassa en maken deel uit van het gevelontwerp Detaillering, materiaal- en kleurgebruik • entreepartijen, deur- en kozijngeleding sluiten aan bij de architectuur en zijn (mede) bepalend voor de totale gevelgeleding • terughoudend kleurgebruik (gedekte kleuren), afgestemd op de omliggende bebouwing • details zijn verfijnd met aandacht voor het metsel- en voegwerk.

Een bijzondere categorie is de vroeg na-oorlogse bouwperiode. Ondanks de latere bouwperiode en moderne stijlkenmerken valt deze bebouwing onder dit gebiedstype vanwege de verwantschap in verkaveling (halfgesloten bouwblokken), hoofdvorm (kappen) en kleur en materiaalgebruik (baksteen en pannen). Voorbeelden zijn het Valeriuskwartier en een deel van Schieringen.

Beleidsintentie De samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte en groenstructuur is bepalend bij de beoordeling van initiatieven. De collectieve visuele kwaliteit gaat boven de individuele uiting.

> naar overzichtskaart > 40

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

41

6.6 Bebouwing voor 1950 Beschrijving De gebiedstypen 4 en 5 beschrijven twee verschillende uitbreidingsperioden met verschillende kenmerken. Deze gebieden zijn vooral aanwezig in Leeuwarden, Stiens en Grou. In de kleine dorpen is in de periode tot 1950 ook bebouwing toegevoegd, maar in bescheiden mate en minder sterk herkenbaar volgens gebiedstypen 4 en 5. Gebiedstype 6 is kan gezien worden als een gecombineerde categorie waarbij een seriematige bouw minder duidelijk is terug te vinden. Soms is sprake van enige mate van repetitie, maar meestal blijft dit beperkt tot een twee- of drietal blokjes. Woningen staan in een rooilijn, op enige afstand van de straat. Meestal zijn er voortuinen aanwezig. Rijenwoningen en blokjes van twee aaneen hebben de noklijn veelal evenwijdig aan de straat. Bij vrijstaande woningen komt ook de dwarskap veel voor.

Beleidsintentie Grou, Oosterveld

verschijningsvorm • overwegend een bouwlaag met kap; jongere invullingen kunnen afwijken, bijvoorbeeld 2 bouwlagen met kap • massa-opbouw is overwegend enkelvoudig met kleine onderlinge verschillen • er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte • gevelcomposities zijn evenwichtig maar hoeven niet altijd symmetrisch te worden uitgevoerd detaillering, materiaal- en kleurgebruik • gevels hebben een stenig karakter; daken zijn voorzien van (gebakken) pannen; bij verbouw dient een zorgvuldige afstemming op bestaande plaats te vinden • traditionele kleurstellingen overheersen en zijn afgestemd op het bestaande • voornamelijk middentonen worden toegepast

Wanneer enige mate van repetitie en seriematige bouw nog goed herkenbaar is verdient het de voorkeur om bij bouwinitiatieven aan te sluiten bij de kenmerken van de omgeving. In het geval van meer fragmentarische bebouwing is een meer individuele aanpak mogelijk.

Criteria ruimtelijke inpassing • bouwinitiatieven worden zo veel mogelijk geplaatst in de oorspronkelijke rooilijnen • bebouwing is met representatieve gevel gericht op de straat

> naar overzichtskaart > 42

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

43

6.7 Planmatige uitbreidingen uit de jaren 50-70 Beschrijving De wijken en buurten uit deze periode zijn planmatig tot stand gekomen en zijn karakteristiek voor de wederopbouwperiode. De woningblokken staan veelal vrij in het groen en zijn georiënteerd op de zon, zodat zij licht, lucht en ruimte in huis brengen. De centraal geclusterde voorzieningen, zoals winkels, kerken en scholen komen voort uit de naoorlogse wijkgedachte. De wijk is de primaire, veilige woonomgeving, waarbinnen voor alle bewoners de dagelijkse voorzieningen aanwezig zijn.

Bilgaard

Stiens-zuid

De bebouwing bestaat uit lage en middelhoge blokken, met hier en daar een hoogteaccent: lage eengezinswoningen, (portiek-)etageflats en hoge galerijflats. De blokken zijn op een doordachte wijze geplaatst in vaste configuraties die worden herhaald, de zogenaamde stempels. De landschappelijke ondergrond speelt een ondergeschikte rol. Op het kaartbeeld zijn de wijken als autonome ruimtelijk eenheden goed te herkennen. Groene zones, vaak gecombineerd met gericht geplaatste bebouwing, markeren de grens van de wijk. Hoogbouwaccenten en andere bijzondere bebouwing markeren soms ook entree of centrum. Sommige wijken, zoals Bilgaard en ‘t Nijlan kennen een ‘gouden rand’ van vrijstaande woningen. Waar het rigide stempelpatroon raakt aan bestaande structuren zijn variaties in de verkaveling zichtbaar. Bebouwing, openbare ruimte en groen zijn in samenhang met elkaar ontworpen. De onderdelen van de openbare ruimte lopen naadloos in elkaar over. De nadruk ligt op het collectieve gebruik en er is, afgezien van de tuinen van eengezinswoningen, weinig particuliere buitenruimte. De architectuur kenmerkt zich door een doordachte herhaling van gestandaardiseerde elementen, waarbij ritmiek en lijnenspel essentieel zijn. Materialisatie, etagescheidingen, puien, balkons en kozijnen bepalen de geleding.

De gestapelde bouw heeft veelal een duidelijke plint waarin de entrees, bergingen of souterrains zijn opgenomen. Daarboven bevinden zich de repeterende gevelvlakken.

Nylân

wing, de openbare ruimte en de groenstructuur. Op locaties nabij voorzieningen of aan de hoofdstructuur van de wijk is wel ruimte voor verbijzonderingen. Vanwege de veel voorkomende alzijdigheid van de bebouwing zijn alle gevels van belang, waarbij de voorkeur uit gaat naar een repeterende architectuur met grote gevelopeningen.

Criteria ruimtelijke inpassing • bouwinitiatieven worden beoordeeld op de schaal van het gehele ensemble • nieuwe invullingen houden rekening met de bestaande planmatig aangebrachte maat, schaal en hooglaag verhoudingen in het gebied • bouwinitiatieven versterken het onderscheid tussen repeterende stempelbebouwing en zones met bijzondere (centrum)functies verschijningsvorm • een nieuw bouwvolume heeft een heldere hoofdvorm (strook, blok, rechthoek) • wanneer het binnengebied een openbaar karakter draagt zijn de nieuwe invullingen alzijdig • dakopbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en per architectonische eenheid gelijk • strookbebouwing is een architectonische eenheid en heeft hoofdzakelijk een horizontale geleding, zowel in vorm als aanzicht • gestapelde strookbebouwing krijgt een duidelijk herkenbare plint die bijdraagt aan de kwaliteit van de openbare ruimte detaillering, materiaal- en kleurgebruik • het materiaalgebruik wordt afgestemd op de materialen van de belendende bebouwing • samenhang in detaillering en materiaalgebruik met de gehele stedelijke eenheid is gewenst • terughoudend kleurgebruik, afgestemd op de omliggende bebouwing; in de voorzieningenzone of aan de hoofdstructuur is ruimte voor afwijkend materiaal- en kleurgebruik

Beleidsintentie Nieuwe ontwikkelingen doorbreken zo min mogelijk het stempelpatroon van hoge en lage bebou-

> naar overzichtskaart > 44

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

45

6.8 Informele naoorlogse uitbreidingen

Camminghaburen

Beschrijving

Beleidsintentie

Het merendeel van de wijken uit deze periode is gebaseerd op het woonerfconcept, waarmee het doorgaande verkeer uit de woonbuurten gehouden werd. De hiërarchie bestaat uit wijkontsluitingswegen voor doorgaand verkeer en diffuse vertakkingen via straten, erven en paden. Plattegronden laten vaak geknikte vormen zien met korte zichtlijnen en een hoge mate van beslotenheid als gevolg van voortdurend verspringende rooilijnen, zowel tussen als in blokken.

De verwevenheid van bebouwing en de groene openbare ruimte is leidend. Verbeteringen kunnen gezocht worden in het vergroten van contrastverschillen, het verhelderen van de overgangen privé – openbaar en doorlopende erfafscheidingen toevoegen in samenhang met het ontwerp van de bebouwing.

De plaatsing van gebouwen is informeel en er zijn geleidelijke overgangen tussen privé, semiopenbaar en openbaar. Er is veel aandacht besteed aan de inrichting van de (groene) woonomgeving. Laagbouw en kleinschaligheid is de norm en monumentaliteit wordt vermeden. Alleen in de wijkcentra zijn hoogbouwaccenten en andere gestapelde gebouwen te vinden. Deze winkelcentra zijn veelal gecombineerd met andere wijkvoorzieningen, waaronder scholen en gezondheidscentra. De kleinschaligheid uit zich de gebroken muur- en dakvlakken met wisselende kapvormen binnen een rij. Als gevolg van de willekeurige opeenstapeling van vlakken en elementen wordt de hoofdvorm niet benadrukt en ontstaat een zekere schaalloosheid.

Criteria Ruimtelijke inpassing • bouwinitiatieven versterken of verbeteren de bestaande stedenbouwkundige structuur Verschijningsvorm • dakopbouwen en nieuwe kappen zijn per architectonische eenheid gelijk; • de opbouw van de gevels is consequent en evenwichtig van verhouding • dichte (berging)gevels aan de straat zijn ongewenst Detaillering, materiaal- en kleurgebruik • materialisering en detaillering zijn kwalitatief ten minste gelijk aan het bestaande • kleurgebruik wordt afgestemd op de bestaande bebouwing

De kleinschaligheid kan ook leiden tot onoverzichtelijkheid. De woningen hebben achtertuinen, afwisselend voortuinen of kleine groenstrookjes. Soms zijn bergingen aan de straatzijde gesitueerd. Als ook de keuken aan de voorzijde is gesitueerd is de sociale controle op het openbaar gebied minimaal. De nieuwbouw die in deze periode van de stadsvernieuwing is gerealiseerd in de bestaande stad behoort tot dit type.

> naar overzichtskaart > 46

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

47

6.9 Recente uitbreidingen en transformaties

Techum

Beschrijving

Criteria

Als reactie op de kleinschalige woonerven, die als onoverzichtelijk worden ervaren, vindt halverwege de jaren ’80 een omslag plaats in stedenbouw en architectuur. De wijken en buurten krijgen een meer formele en hiërarchische opzet en meer monumentaliteit wordt niet geschuwd. De veelal gefaseerde planvorming staat onder sterke gemeentelijke regie, gericht op het bereiken van vooraf bepaalde thema’s en kwaliteitsdoelen. Veel aandacht is besteed aan de inrichting en aankleding van de openbare ruimte. Wonen aan het water is populair. Architectuur, stedenbouw en maaiveldinrichting zijn in sterke samenhang tot elkaar ontwikkeld. Ordening vindt onder meer plaats op grond van bebouwingshoogte en typologie.

ruimtelijke inpassing • bouwinitiatieven versterken of verbeteren de bestaande hiërarchische stedenbouwkundige structuur

De architectuur is veelal uitgesproken en expressief, de stijl varieert van neo-modern tot retro jaren ‘30. In stedenbouwkundige zin varieert het type van lange lijnen (Zuiderburen), introverte clusters (Goutum-noord) en dorpsachtig (Zuidlanden). Het resultaat is een veelkleurig palet: rechte en gebogen straatwanden, stenige en groene buitenruimtes, losstaande en rijtjeshuizen, strakke en speelse, ingetogen en uitbundige architectuur.

verschijningsvorm • nieuwbouw heeft een heldere hoofdvorm • dakopbouwen en nieuwe kappen zijn per architectonische eenheid gelijk en uitdrukkelijk in samenhang met het ontwerp van het hoofdgebouw • de opbouw van de gevels is consequent en evenwichtig van verhouding • de gevels grenzend aan de openbare ruimte zijn representatief van aard • erfafscheidingen maken deel uit van het ontwerp detaillering, materiaal- en kleurgebruik • kleur en materiaalvariatie ondersteunen de gevelgeleding en de architectonische eenheid • detaillering, materiaal en kleur worden afgestemd op de omliggende bebouwing

Beleidsintentie

Zuiderburen

De ensembles zijn een samenhangend ontwerp van plattegrond, bebouwing, openbare ruimte en groen. De aanwezige kwaliteiten en de samenhang tussen de verschillende onderdelen zijn leidend. De stijl van de wijk of het complex is uitgangspunt.

Stiens- d’Orient

> naar overzichtskaart > 48

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

49

6.10 Bebouwing na 1950

Grou

Beschrijving

Criteria

De gebiedstypen 7, 8 en 9 beschrijven drie verschillende uitbreidingsperioden met verschillende kenmerken. Deze gebieden zijn vooral aanwezig in Leeuwarden en Steins. Gebiedstype 10 is kan gezien worden als een gecombineerde categorie van seriematige en individuele bebouwing uit de hele naoorlogse periode tot nu. In de dorpen is in deze periode bebouwing oegevoegd, maar in bescheiden aantallen en minder sterk herkenbaar volgens gebiedstypen 7, 8 of 9. De bebouwing is daardoor gevarieerd en staat ofwel in een rechthoekig stratenpatroon of in een meanderende woonerf patroon. Er kan sprake zijn van een vaste rooilijn of van verspringende rooilijnen. In de meeste gevallen hebben de woningen een duidelijke voortuin en zijn ze gericht naar de straat.

ruimtelijke inpassing • bouwinitiatieven voegen zich in de aanwezige structuur

Beleidsintentie

verschijningsvorm • nieuwbouw heeft een heldere hoofdvorm of is gevarieerd van opbouw • de opbouw van de gevels is consequent en past bij de hoofdvorm • de gevels grenzend aan de openbare ruimte zijn representatief van aard detaillering, materiaal- en kleurgebruik • kleur en materiaalvariatie ondersteunen de gevelgeleding en de architectonische eenheid • detaillering, materiaal en kleur worden afgestemd op de omliggende bebouwing, maar mag ook gevarieerd zijn wanneer dit past bij de al aanwezige variatie

Er is ruimte voor verschillende vormen van uitbreidingen en aanpassingen die passen binnen het gevarieerde beeld. Daar waar karakteristieke ensembles herkenbaar zijn is dat karakter leidend voor bouwinitiatieven.

Hijum

Mantgum

> naar overzichtskaart > 50

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

51

6.11 Gemengde gebieden Beschrijving

Beleidsintentie

In de gemengde gebieden bevinden zich kantoren, bedrijven, detailhandel, voorzieningen, al dan niet gemengd met wonen. Het zijn vaak dynamische zones gekoppeld aan infrastructuur. Door de veranderende betekenis van de infrastructuur veranderen de gebouwen en functies mee. Tot de gemengde gebieden behoren de onder andere de Kantorenhaak, het ziekenhuis MCL, en het winkelgebied De Centrale.

De ruimtelijke kwaliteit van de gebieden handhaven, versterken en zo nodig omvormen. De diversiteit van de gebouwen en gebouwenensembles respecteren, verrijken en het versterken van de relatie met de openbare ruimte, infrastructuur en stedelijke structuur.

De context van de individuele gebouwen en functies bepaalt veelal de ruimtelijke structuur en het gebruik van het gebied. De samenhang in het gebied is sterk afhankelijk van de ontsluiting. De bebouwing is divers in gebruik en oriëntatie en wisselt sterk in grootte en hoogte.

Tesselschadestraat

De schaal van de bebouwing, zowel horizontaal als verticaal, wordt bepaald door de ligging in de totale stedelijke structuur. Belangrijk is de identiteit en uitstraling van het gebouw en de relatie met de openbare ruimte. Er is vaak sprake van een goede ligging en bereikbaarheid in de stad. Instellingen en bedrijven gebruiken de locaties als representatieve en functionele vestigingsplaats.

Criteria ruimtelijke inpassing • gebouwen oriënteren zich meerzijdig op de openbare ruimte • de entreezijde van de bebouwing is herkenbaar vormgegeven en oriënteert zich op de openbare ruimte verschijningsvorm • in het bouwwerk bestaat samenhang tussen de samenstellende delen van dat bouwwerk • bijgebouwen en aanbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa • er is eenheid in architectuur van de gehele gevel detaillering, materiaal- en kleurgebruik • kleur en materiaalvariatie ondersteunen de gevelgeleding en de architectonische eenheid

Door de schaalvergroting en veranderingen in de markt en/of en veranderende belang van ontsluitingsroutes, vinden er vaak grote of kleine transformaties plaats in de gemengde gebieden.

> naar overzichtskaart > 52

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

53

6.12 Bedrijventerreinen

Grou

Beschrijving

Beleidsintentie

Bedrijventerreinen kennen een veelal rationele inrichting en zijn sterk monofunctioneel van aard. Ze zijn primair gericht op de huisvesting van bedrijven. Oudere terreinen hebben vaak een duidelijke relatie met water- en/of spoorweginfrastructuur, terwijl de meer recente terreinen sterk gericht zijn op het wegverkeer. De oudere bedrijventerreinen zijn overwegend kleinschalig van omvang en bebouwing. Meer recente terreinen zijn grootschaliger van aard.

De ruimtelijke kwaliteit van de gebieden handhaven, versterken en zo nodig omvormen. De diversiteit van de gebouwen en gebouwenensembles respecteren, verrijken en het versterken van de relatie met de openbare ruimte, infrastructuur en stedelijke structuur.

De onderlegger voor bedrijventerreinen bestaat over het algemeen uit een hoofdontsluitingsas waaraan volgens een rasterstructuur zijstraten zijn gekoppeld. De bedrijven zijn aan zowel de primaire hoofdas als de secundaire wegenstructuur gevestigd, meestal volgens een rechte rooilijn. De randen van de bedrijventerreinen die grenzen aan het landelijk gebied vormen een contrast door het verschil in schaal en materiaal. De gebouwen bestaan veelal uit meerdere volumes waarin de diverse bedrijfsonderdelen zijn ondergebracht, zoals opslag, productie en kantoor. De bebouwing wisselt sterk in grootte en hoogte. De grote volumes zijn vaak bekleed met plaatmateriaal.

Hemrik

Op bijzondere locaties, zoals op knooppunten en langs de hoofdinfrastructuur presenteren bedrijven zich op een representatieve wijze. Op bedrijventerreinen kan sprake zijn van leegloop, intensivering en functieverandering. Functieverandering leidt tot het voortdurend aanpassen van gebouwen, waarbij ook bij bepaalde bedrijventerreinen gestreefd wordt naar een opwaardering.

Criteria ruimtelijke inpassing • bouwplannen respecteren de rationele stedenbouwkundige structuren van hoofdas en secundaire wegen • gebouwen aan de hoofdinfractructuur of nabij knooppunten liggen hebben een representatieve uitstraling en een zorgvuldige plaatsing op de kavel • gebouwen die goed zichtbaar zijn vanuit het omliggende landschap presenteren zich onnadrukkelijk en hebben een terughoudend kleurgebruik met gedekte kleuren verschijningsvorm • in het bouwwerk bestaat samenhang tussen de samenstellende delen van dat bouwwerk • er is eenheid in architectuur van de gehele gevel • bijgebouwen zijn ondergeschikt gezien vanaf de hoofdinfrastructuur detaillering, materiaal- en kleurgebruik • kleur en materiaalvariatie ondersteunen de gevelgeleding en de architectonische eenheid

Rioolzuivering

> naar overzichtskaart > 54

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

55

6.13 Park, sport en groengebieden Beschrijving

Criteria

De stedelijke groengebieden in Leeuwarden zijn de stadsparken, recreatiegebieden, sportcomplexen en begraafplaatsen. Naast de recreatieve functie is ook sprake van waterhuishoudkundige, educatieve en ecologische functies. De groengebieden zijn groot of klein en in verschillende perioden ontworpen en aangelegd.

ruimtelijke inpassing • bouwplan sluit qua situering, massa en vorm aan op de kenmerken van de gebouwen in de omgeving • bebouwing is geclusterd of heeft een relatief grote onderlinge afstand • oriëntatie en bebouwingsrichting zijn per gebouw of cluster op elkaar afgestemd

Stadsparken zoals het Rengerspark, Westerpark en het Julianapark zijn vooral als wandelpark ontworpen met slingerende paden, waterpartijen en zichtlijnen. Nieuwere parken zoals het Kalverdijkje en Nylân zijn meer multifunctioneel opgezet met sportvelden en andere recreatieve voorzieningen. Het recreatiegebied Groene Ster is een grootschalig dagrecreatiegebied aan de rand van de stad. Groene Ster

Beleidsintentie Stedelijke groengebieden vormen de contramal van de bebouwde stad en zijn vaak bepalend voor het stadsbeeld. In stedelijke groengebieden is de bebouwing ondergeschikt en in de regel van beperkt volume. Nieuwbouw van en ingrepen in bestaande parkbebouwing laten de herkenbaarheid van het parkontwerp, de stijl en de ontwikkeling van het park intact. Bij sportcomplexen gaat het vooral om de randen die zichtbaar zijn vanuit de omgeving en het handhaven van de basiskwaliteit. Voor begraafplaatsen geldt dat de bebouwing zich goed voegt in het totaalontwerp; eigentijdse toevoegingen zijn mogelijk.

verschijningsvorm • bebouwing wordt in beginsel als alzijdig volume ontworpen • de opbouw van de gevels is consequent en evenwichtig van verhouding detaillering, materiaal- en kleurgebruik • kleur en materiaalvariatie ondersteunen de gevelgeleding en de architectonische eenheid • hekwerken zijn van hoogwaardig materiaal en grotendeels transparant • hekwerken, leuningen en afrasteringen zijn op elkaar afgestemd

Magere Weide

> naar overzichtskaart > 56

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

57

6.14 Recreatiewoningen Beschrijving In de omgeving van Grou zijn op meerdere locaties recreatiewoningen. Het gaat zowel om projectmatig gebouwde recreatiecomplexen als om individuele recreatiewoningen in een natuurlijke omgeving of in natuurgebieden. De panden zijn vanwege de directe ligging in een groene omgeving of aan het open water van invloed op het ruimtelijk beeld, met name voor recreanten en natuurliefhebbers. De hoofdvorm van de recreatiewoningen bestaat doorgaans uit 1 bouwlaag met kap. De recreatiewoningen in natuurgebieden zijn veelal met de voorgevel op het water gericht. Er iseen grote verscheidenheid in kapvorm, materiaal- en kleurgebruik en detaillering. In het algemeen zijn de gevels met hout bekleed. Daken zijn voorzien van pannen of riet. De combinatie van lage bebouwing in een groene setting is het belangrijkste kenmerk. De dynamiek zal zich met name beperken tot (kleinschalige) aanpassingen en uitbreidingen en (gevel)vernieuwing.

Beleidsintentie Behoud van het basiskarakter van de recreatiewoningen is inzet van het beleid. Aandachtspunt is om bij nieuwbouw of bij aanpassing c.q. uitbreiding van bestaande recreatiewoningen de hoofdvorm, het kleur- en materiaalgebruik van de bebouwing af te stemmen op het omringende landschappelijke karakter. Grou, Burd

Criteria ruimtelijke inpassing • het hoofdgebouw bestaat uit 1 laag met of zonder kap • indien er sprake is van een kap, wordt de hoofdvorm van het betreffende gebouw gekenmerkt door een eenvoudige en harmonische compositie van het dak en onderbouw, zonder al te grote dakoverstekken • de incidentele recreatiewoningen zijn gericht op weg of water • bij complexen is de plaatsing bepaald door de bebouwingsstructuur van het complex

verschijningsvorm • in het bouwwerk bestaat samenhang tussen de samenstellende delen van dat bouwwerk • de gevelindeling is evenwichtig, waarbij zowel een horizontale als een verticale gerichtheid is toegestaan • bijgebouwen zijn ondergeschikt gezien vanaf de hoofdinfrastructuur • in het geval van complexmatige terreinen is er sprake van een samenhangend bebouwingsbeeld detaillering, materiaal- en kleurgebruik • bij verbouw/wijziging en/of wijziging van bestaande recreatiewoningen, dient qua vormgeving en detaillering aangesloten te worden bij de traditionele kenmerken van de bouwperiode van het hoofdgebouw • het materiaalgebruik is overwegend natuurlijk en duurzaam • het kleurgebruik is bescheiden en harmonieert met de omgeving • erfafscheidingen tussen zij- en achtererven en openbaar gebied, zijn in het algemeen uitgevoerd als groene en zachte (=niet harde) elementen, bijvoorbeeld door toepassing van wilgentenen of beplanting op een verborgen raamwerk • voor walbeschoeiingen en kades geldt dat deze met elkaar een samenhangend beeld leveren, zijn opgebouwd uit duurzame materialen en op de gebiedskenmerken zijn afgestemd

> naar overzichtskaart > 58

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

59

6.15 Buitengebied Beschrijving

Criteria

De voormalige Middelzee en haar kwelderruggen bepalen het landschap van de gemeente Leeuwarden. Op de noord-zuid gerichte kwelderruggen verrezen de eerste nederzettingen. Terpen boden een veilige woonplaats voor de bewoners tegen de grillen van de zee. De stad Leeuwarden is ontstaan uit een tweetal terpen aan de oever van de voormalige Middelzee, op de plaats waar het Vliet, de Ee en de Potmarge in zee stroomden.

Onderstaande criteria gelden voor bestaande bebouwing en ondergeschikte bijgebouwen op het erf. Voor kop-hals-rompboerderijen, stelpboerderijen, nieuwe agrarische bedrijfsvestigingen en het toevoegen van grote bouwwerken op bestaande agrarische erven gelden de criteria in de hoofdstukken 7.4 t/m 7.6.

Aan de westzijde is de stad voor een groot deel in de voormalige Middelzee gebouwd, net als de militaire vliegbasis. Het niet bebouwde deel van de Middelzee wordt gekenmerkt door de openheid en regelmatige blokverkaveling.

Bears

De kwelderwallen ten oosten van de Middelzee vormen een landschap met terpdorpen, beplantingen en onregelmatige verkavelingspatronen. De silhouetten van de dorpen met hun kerktorens en daartussen de verspreid liggende boerderijen zijn beeldbepalend.

Beleidsintentie

Wergea, Himpenserreed

In het bestemmingsplan Buitengebied is het ruimtelijk beleid vastgelegd. Delen van het buitengebied zullen in de toekomst door verstedelijking van karakter gaan veranderen, met name ten zuidwesten van de stad rondom de Haak van Leeuwarden. Voor dit gebied zijn de ruimtelijke kaders uitgezet in de Structuurvisie Nieuw Stroomland. In het buitengebied wordt het ruimtelijk beeld gerespecteerd, kenmerkende karakteristieken van waardevolle bestaande bebouwing zoveel mogelijk behouden en nieuwe bebouwing goed ingepast.

ruimtelijke inpassing • bouwplan is op een vergelijkbare manier gesitueerd ten opzichte van de openbare weg en de verkavelingsrichting als de bestaande bebouwing in de omgeving • het erf is ingepast met streekeigen erfbeplanting • bijgebouwen zijn wat betreft de positie op het erf ondergeschikt aan waardevolle boerderijen en/of panden verschijningsvorm • bebouwing heeft in de regel een traditionele kapvorm • bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt aan en in samenhang met de hoofdvorm detaillering, materiaal- en kleurgebruik • detaillering, materiaal- en kleurgebruik van de bestaande bebouwing vormt het uitgangspunt bij verbouwingen en nieuwbouw van bijbehorende bouwwerken • voor (nieuwe) bebouwing van ondergeschikte aard geldt een eenvoudige, maar verzorgde detaillering • afwijkend materiaal- en kleurgebruik is mogelijk, mits ondergeschikt in het totale gevelbeeld • opvallende terreinafscheidingen, zoals hekwerken en muren, vermijden; bij voorkeur gebruik maken van beplanting en/of sloten

> naar overzichtskaart > 60

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

61

7 Specifieke welstandscriteria In een aantal situaties zijn de criteria per gebiedstype ontoereikend om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te bereiken.

Beschermde stads- en dorpsgezichten In de beschermde stads- en dorpsgezichten is het wenselijk om met scherper geformuleerde welstandscriteria te omschrijven wat wordt nagestreefd. Immers, de beschermde stads- en dorpsgezichten verdienen deze extra aandacht en zorgvuldigheid. Dit wordt nader uitgewerkt in hoofdstuk 7.1.

Monumenten en beeldbepalende panden Monumenten (rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten) en beeldbepalende panden (in de beschermde stads- en dorpsgezichten) zijn aangewezen vanwege onder meer hun architectonische verschijningsvorm. Zij zijn vaak zeer beeldbepalend voor hun omgeving. Dit maakt het belangrijk om voor deze panden aanvullende welstandscriteria op te stellen. Deze staan in hoofdstuk 7.2.

Ontwikkelingsgebieden Sinds de inwerkingtreding van de eerdere welstandsnota op zijn bouwplannen op grotere locaties tot stand gebracht. Op deze nieuwbouw en/of herontwikkelingslocaties werd een bepaald ruimtelijke beeld of karakteristiek nagestreefd. Aangezien de in de welstandsnota opgenomen criteria te algemeen werden bevonden en er voldoende sturing op de planontwikkeling wenselijk werd geacht, heeft de gemeenteraad hiervoor aparte welstandcriteria vastgesteld. Nu een groot deel van de locaties gereed is, kunnen de aparte criteria komen te vervallen en zal deze bebouwing onder deze nieuwe nota gaan vallen. In hoofdstuk 7.7 staat een overzicht van de vervallen ontwikkelingsgebieden en de ontwikkelingsgebieden waar nog gebouwd wordt of gaat worden en waar de criteria van kracht blijven.

Boerderijen Boerderijen zijn beeldbepalende bouwwerken, vaak op in het oog springende plekken. Voor twee boerderijtypen, te weten de kop-halsrompboerderij en de stelpboerderij zijn specifieke criteria opgesteld om bij bouwplannen de karakteristieke kenmerken van dit gebouwtype zo goed mogelijk te waarborgen. Ook voor geheel nieuwe agrarische bedrijfsvestigingen en het toevoegen van grote bouwwerken op bestaande agrarische erven zijn welstandscriteria opgesteld. Deze criteria worden in de hoofdstukken 7.4 t/m 7.6 behandeld.

7.1 Beschermde stads- en dorpsgezichten De binnenstad en enkele jongere buurten van Leeuwarden en de historische kernen van een zevental dorpen: Jelsum, Weidum, Mantgum, Húns, Wergea, Warstiens, Grou-Kom en Grou-Oosterveld, hebben de status van ‘van rijkswege beschermd stads- of dorpsgezicht’. Een beschermd stads- of dorpsgezicht is een landelijke erkenning van de bijzondere stedenbouwkundig-historische, architectuurhistorische en andere cultuurhistorische waarden van een gebied. In de beschermde stadsen dorpsgezichten staan veel rijks- en gemeentelijke monumenten. Er zijn voorts panden aangeduid als ‘beeldbepalend’ (zowel monumenten als niet-monumenten). Tot slot staan er binnen de beschermde stads- en dorpsgezichten ook panden zonder status, waaronder moderne panden. Bovenstaande indeling geeft aan dat binnen het gebied van een beschermd stads- of dorpsgezicht de bestaande panden niet allemaal van even groot belang zijn. Daarom zijn de welstandscriteria in deze gebieden opgedeeld. Dit hoofdstuk bevat aanvullende welstandscriteria die gelden voor alle vooroorlogse panden in de beschermde stads- en dorpsgezichten. In hoofdstuk 7.2 staan vervolgens de aanvullende welstandscriteria die gelden voor de beeldbepalende panden in de beschermde stads- en dorpsgezichten en voor monumenten (nota bene: monumenten staan zowel in als buiten de beschermde gezichten).

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

Criteria Onderstaande criteria zijn aanvullend op de gebiedscriteria uit hoofdstuk 6 die gelden in het gebied waar het pand staat. Onderstaande criteria gelden voor alle vooroorlogse panden in de beschermde stads- en dorpsgezichten. Let op: voor beeldbepalende en karakteristieke panden in de beschermde stads- en dorpsgezichten en voor rijks- en gemeentelijke monumenten binnen én buiten de beschermde gezichten gelden bovenop de onderstaande criteria ook de aanvullende criteria in hoofdstuk 7.2. verschijningsvorm • gebouwen staan ‘stevig op de grond’ met hoekpenanten • gevels hebben in beginsel een compositie met een verticale hoofdgeleding (in sterkere mate in de binnenstad en de dorpsgezichten dan in de andere beschermde gezichten) en een horizontale subgeleding, waarin kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke een logische plaats krijgen

De bescherming van de aangewezen stads- en dorpsgezichten is in belangrijke mate geregeld in bestemmingsplannen. In het bestemmingsplan zijn hiervoor onder meer de volgende zaken vastgelegd: • situering (onder andere rooilijn) • bouwmassa (goothoogte, individualiteit, nokhoogte en korrelmaat) • kapvorm; • inrichting en profiel van waardevolle buitenruimten Voor naoorlogse panden binnen de beschermde stads- en dorpsgezichten verwijzen wij naar de criteria per gebiedstype in hoofdstuk 6.

detaillering, materiaal- en kleurgebruik • materialen zijn natuurlijk (geen kunststof) en kleuren zijn ingetogen, ze verouderen mooi en passen in het traditionele, historische straatbeeld • in geval van toevoeging van vanaf de openbare weg niet-zichtbare dakkapellen op slecht bereikbare zijdakvlakken mogen deze worden uitgevoerd in kunststof (vanwege onderhoud)

Beleidsintentie

• zonwering en luifels • luifels en markiezen alleen bedoeld als zonwering • de maatvoering van luifels en markiezen is afge-

De regels in het bestemmingsplan dienen vooral ter bescherming van de stedenbouwkundige structuur.

62

Om ook andere aspecten van de ruimtelijke kwaliteit en identiteit te kunnen borgen, zijn aanvullende welstandscriteria nodig. Deze gelden voor alle vooroorlogse panden in de beschermde stads- en dorpsgezichten.

aan-, uitbouwen en bijgebouwen • materiaalgebruik en detaillering, al dan niet eigentijds, van vergelijkbare kwaliteit als het hoofdgebouw

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

63

Beschermde stads- en dorpsgezichten stemd op de afmetingen van bestaande muuropeningen; luifels en markiezen lopen niet door over meerdere muuropeningen erfscheidingen • erfscheidingen in natuurlijke materialen afgestemd op de bebouwing zonne- en/of pv panelen • zonnepanelen of -collectoren bij voorkeur plaatsen op een plat dak of (bij) gebouw op een binnenterrein • op platte daken van het hoofdgebouw is een schuinstaand zonnepaneel niet zichtbaar vanaf openbaar gebied op een afstand van 50 meter of minder • zonnepanelen zijn onder voorwaarden ook toegestaan op dakvlakken van het hoofdgebouw die niet grenzen aan openbaar toegankelijk gebied • de bestaande dakbedekking blijft liggen ter plaatse van de zonnepanelen • minimaal 50% van de (historische) dakbedekking op een schuin dakvlak blijft zichtbaar • op zij- en achterdakvlakken liggen zonnepanelen vanaf 5 meter achter de voorgevel en minimaal 1,50 m onder de nok (dit komt overeen met 5 dakpannen); bij panden die duidelijk uitsteken boven belendende panden, mogen panelen alleen in één rij boven de goot • panelen liggen in rechthoekige patronen, op alle dakvlakken in dezelfde richting en houden minimaal 50 cm afstand tot gevels, hoekkepers, goten, dakkapellen, schoorstenen, ramen en andere obstakels • warmtevaten voor zonneboilers zijn niet toegestaan op daken • de randen van de panelen hebben dezelfde kleur als de panelen

zelf; panelen hebben geen duidelijk zichtbare patronen • panelen op grijze en zwarte ondergronden fullblack • panelen op rode en bruine ondergronden fullroodbruin

64

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

7.2 Monumenten, beeldbepalende en karakteristieke panden Leeuwarden is met ruim 1100 rijks- en gemeentelijke monumenten een grote monumentengemeente. Een groot deel van de monumenten staat in de beschermde stads- en dorpsgezichten. In de buurten daaromheen, in het buitengebied en in andere dorpen staan ook monumenten. In de beschermde stads- en dorpsgezichten bevindt zich ook een groot aantal beeldbepalende panden en daarbuiten staan karakteristieke panden. Dit kunnen monumenten zijn, maar ook panden zonder monumentstatus. Deze panden zijn aangeduid als ‘beeldbepalend’ of ‘karakteristiek’, omdat ze meer dan gemiddelde stedenbouwkundige waarde (bijv. een hoeksituering), typologische bijzonderheid of architectonische kwaliteit (bijv. door onrnamentiek) hebben.

Bescherming De bescherming van rijks- en gemeentelijke monumenten is geregeld in de Erfgoedwet, de Erfgoedverordening gemeente Leeuwarden 2018 en de Wabo. Deze wetgeving is gericht op de instandhouding van de monumentale waarden van het monument. De bescherming van beeldbepalende en karakteristieke panden is geregeld in bestemmingsplannen. Aanvullend heeft de gemeente Leeuwarden als onderdeel van de genoemde Erfgoedverordening de Uitvoeringsrichtlijnen Monumentenzorg Leeuwarden (UML) vastgesteld. De onderstaande aanvullende welstandscriteria gelden bij wijziging van monumenten en beeldbepalende panden.

Beleidsintentie Monumenten en beeldbepalende en karakteristieke panden worden gekenmerkt door een samenhangend en al dan niet gaaf geheel van architectuurhistorische kenmerken. Zij kunnen tezamen representatief zijn voor een bepaalde bouwstijl, maar ook een verhaal van eeuwen gebruiksgeschiedenis vertellen met stilistische en materiële verwijzingen naar uiteenlopende bouwperioden. Monumenten en beeldbepalende gebouwen dragen in belangrijke mate bij aan de visuele belevingskwaliteit en aan de identiteit van de leefomgeving. Het beleid is gericht op het behoud en herstel van de historisch-architectonische kenmerken van deze panden.

Criteria De onderstaande criteria zijn aanvullend op: • de criteria per gebiedstype uit hoofdstuk 6 (die gelden in het gebied waar het pand staat); • en de aanvullende criteria uit hoofdstuk 7.1 (voor alle panden binnen beschermde stads- en dorpsgezichten). verschijningsvorm • de specifieke historische kenmerken van het monument of een beeldbepalend of karakteristiek pand vormen het uitgangspunt voor herstel, verbouw of functieverandering • toevoegingen aan, op of bij een monument of beeldbepalend pand worden vormgegeven óf onnadrukkelijk óf op een herkenbare manier. Dit laatste kan op eigentijdse wijze, mits de historische stijlkenmerken de inspiratiebron vormen en het historische karakter van het pand in zijn omgeving gerespecteerd wordt • gevels hebben in beginsel een compositie met een verticale hoofdgeleding (in sterkere mate in de binnenstad en de dorpsgezichten dan in de andere beschermde gezichten) en een horizontale subgeleding, waarin kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke een logische plaats krijgen • dakkapellen staan op een evenwichtige plaats in het dakvlak: dicht boven de goot en niet dicht bij de hoek- en kilkepers, en ze zijn in goede maatverhouding met het dakvlak • dakramen staan op een evenwichtige plaats in het dakvlak: niet dicht bij de goot, nok, hoeken kilkepers en niet boven elkaar, en ze zijn in goede maatverhouding met het dakvlak •

geen dakramen binnen een afstand van 1 meter naast dakkapellen op voorschilden van panden • geen loggia’s in dakvlakken die zichtbaar zijn vanaf openbaar toegankelijk gebied winkelpuien • behoud en herstel van een bestaande historische pui geniet de voorkeur boven vervanging • de nieuwe pui heeft een visueel-ruimtelijke relatie met de gevel op de verdieping(en) en brengt geen nadrukkelijke scheiding teweeg • geen kunststof puien • de detaillering van de pui is passend bij het pand

Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022

65

Monumenten en beeldbepalende en karakteristieke panden detaillering, materiaal- en kleurgebruik • behoud en herstel gaan voor vernieuwing • materialen zijn natuurlijk (geen kunststof) en kleuren zijn ingetogen, ze verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele, historische straatbeeld • bij voorkeur wordt op basis van onderzoek een historische, bij de bouwtijd(en) van de voorgevel passende kleurstelling toegepast • gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen (geen strips), natuursteen of een vergelijkbaar steenachtig materiaal • stralen van metselwerk is niet toegestaan • reparatie van metselwerk verdient de voorkeur boven algehele vervanging • voegwerk in de bestaande historische voegdiepte en kleur • met het schilderen of pleisteren van schoon metselwerk dient zeer terughoudend worden omgegaan; dit kan alleen bij technische noodzaak worden toegestaan • deuren en vensters (kozijnen en ramen) uitvoeren in natuurlijke materialen (hout of, indien passend, brons, ijzer, staal of aluminium met staaluitstraling, waarbij aluminium alleen is toegestaan als nieuwe toevoeging en niet als vervanging van brons, ijzer of staal) • nieuw kozijnhout qua maatvoering en detaillering in overeenstemming met de historische maatvoering en detaillering • bij isolerende beglazing historische onderverdeling van ramen zoveel mogelijk handhaven • ventilatievoorzieningen aan de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=b56bf45b-0539-45b2-9c85-d6550a145548