Welstandsnota Leeuwarden 2022
Tekst van het document
Welstandsnota Leeuwarden
2022
Voorwoord Voor u ligt de nieuwe welstandsnota van de gemeente Leeuwarden. Het toetsen van bouwplannen aan redelijke eisen van welstand draagt bij aan het in stand houden en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van onze gemeente. Met deze nota scheppen we een duidelijk kader voor de welstandsadvisering. Deze nota bundelt de nota’s van Leeuwarden en de nota’s van de gebieden van voormalige gemeenten Boarnsterhim, Littenseradiel en Leeuwarderadeel die nu binnen het grondgebied van Leeuwarden vallen. In al deze nota’s werd op een vergelijkbare manier gebruik gemaakt van een indeling in gebieden met vergelijkbare kenmerken. In gebieden waar de omgeving hoog gewaardeerd wordt, zoals de binnenstad, dorpskernen en de vooroorlogse wijken, zijn de regels uitgebreider en strenger. In andere gebieden zoals de woonerfbuurten en bedrijventerreinen zijn de regels beperkter van aard. Op deze manier krijgt elke omgeving ‘de criteria die het verdient.’
We hebben geprobeerd de nota op een overzichtelijke manier in te delen en goed leesbaar te houden. De nota bestaat uit ongeveer 160 pagina’s waarvan de helft uit kaartbladen. Dit document is een interactieve pdf die via ‘muisklikken’ makkelijk navigeerbaar is. De informatie zal ook via het internet te raadplegen zijn, zodat u snel kunt zien waaraan een bouwplan in de gemeente Leeuwarden moet voldoen.
Leeuwarden, december 2021
1 Inleiding
Inhoud Voorwoord Inhoud 1 Inleiding 2 Bestuurlijke en juridische aspecten 3 Routeplanner bouwplannen en welstand 4 Algemene welstandscriteria 5 Criteria voor het kleine bouwen 5.1 Vergunningvrij 5.2 Vergunning nodig 5.3 Hoofdlijnen 5.4 Afwijken 5.5 Monumenten 5.6 Bijbehorende bouwwerken 5.7 Erfafscheidingen 5.8 Dakkapellen 5.9 Dakramen aan de voorzijde 5.10 Rolhekken, luiken en rolluiken 5.11 Terrasschermen 5.12 Terrasoverkappingen 5.13 Luifels aan de gevel t.b.v. terras 5.14 Schotelantennes aan de voorgevel
6 Welstandscriteria per gebiedstype
6.1 Binnenstad 6.2 Dorpskernen 6.3 Historische fragmenten en lintbebouwing 6.4 Bebouwing eind 19e en begin 20e eeuw 6.5 Uitbreidingen van het Interbellum 6.6 Bebouwing voor 1950 6.7 Planmatige uitbreidingen uit de jaren 50-70 6.8 Informele naoorlogse uitbreidingen 6.9 Recente uitbreidingen en transformaties 6.10 Bebouwing na 1950 6.11 Gemengde gebieden 6.12 Bedrijventerreinen 6.13 Park, sport en groengebieden 6.14 Recreatiewoningen 6.15 Buitengebied
7 Specifieke welstandscriteria
7.1 Beschermde stads- en dorpsgezichten 7.2 Monumenten, beeldbepalende en karakteristieke panden 7.3 Kop-hals-rompboerderij 7.4 Stelpboerderij 7.5 Nieuwe agrarische gebouwen 7.6 Ontwikkelingsgebieden
De inhoud is interactief te gebruiken met Acrobat Reader
4
3 4 5 7 13 15 17 17 17 17 17 17 18 21 22 24 25 26 27 28 29
31
33 35 37 39 41 43 45 47 49 51 53 55 57 59 61
62 63 65 65 68 69 70 73
Legenda74 Kaartbladindeling75 Index wijken en dorpen 76
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
Het welstandsbeleid is opgesteld vanuit de overtuiging dat de overheid naast de inrichting van de openbare ruimte, ook verantwoordelijkheid draagt voor de gebouwde omgeving. Het uiterlijk van een bouwwerk is daarom geen zaak van de eigenaar alleen; ook omwonenden en voorbijgangers spelen een rol. Het aanzicht van gebouwen is onderdeel van de leefomgeving van de inwoners en bezoekers van Leeuwarden.
Doel De Welstandsnota 2022 is een belangrijk instrument om te sturen op de ruimtelijke kwaliteit van de gebouwde omgeving. De nota geeft inzicht in de criteria die worden gehanteerd bij de toetsing aan welstand. De nota moet niet gezien worden als een beperking, maar juist als een bron van informatie en ideeën die de kwaliteit van bouwplannen helpt verhogen. Initiatiefnemers van bouwwerken krijgen de mogelijkheid te anticiperen op de welstandstoetsing, niet als keurslijf maar als bron van inspiratie.
Aanleiding Vanaf 2004 is de welstandsnota het formele kader waaraan de welstandscommissie de plannen moet toetsen. Het vormt de basis van het welstandsadvies. Welstandstoetsing is door deze werkwijze meer transparant geworden.
Actualisering Deze nota vervangt de vorige welstandsnota die op 13 november 2019 is vastgesteld. Deze nota was samengesteld uit de nota’s van Leeuwarden, voormalig Boarnsterhim, Littenseradeel en Leeuwarderadeel. Hierdoor behielden de criteria hun rechtsgeldigheid en kon de welstandsadvisering gewaarborgd blijven. De nota was wel erg omvangrijk; het bestond uit vier delen en besloeg ongeveer 1.400 pagina’s. De nieuwe nota is een redactionele samenvoeging van alle oude nota’s. Het is daardoor met 160 pagina’s een compacter document geworden.
Gebiedstypecriteria Voor welstandstoetsing is een beeld van de bestaande situatie van belang. Veel wijken en buurten in de stad vertonen overeenkomsten voor wat betreft bouwperiode, stedenbouwkundige opzet en architectuur. Deze wijken en buurten zijn in één
gebiedstype ondergebracht. Elk gebiedstype heeft criteria die passen bij de ruimtelijke kenmerken van de wijk, buurt of groep gebouwen. Afhankelijk van het gebiedstype zijn de criteria uitgebreid en streng of minder uitgebreid en minder streng geformuleerd. Gebieden zoals de binnenstad, de dorpskernen of bijvoorbeeld jaren 30 wijken vragen om een zorgvuldige inpassing van nieuwbouw en/of verbouwplannen. Voor gebieden als bedrijventerreinen of jaren 80 wijken is het verantwoord om van minder uitgebreide en minder strenge criteria uit te gaan. ”Elk gebied krijgt de criteria die het verdient”. Bij de bepaling van de gebiedstypen is uitgegaan van de elf gebiedstypen uit de nota van Leeuwarden uit 2013. Bij het in elkaar schuiven van de oude nota’s in deze nieuwe nota kon goed gebruik gemaakt worden van deze elf gebiedstypen. Daarnaast was het nodig om vier gebiedstypen toe te voegen om een dekkende indeling voor het hele gemeentelijk grondgebied te maken. De toegevoegde gebiedstypen hebben betrekking op de dorpskernen (2), recreatiewoningen (14), bebouwing voor 1950 (6) en bebouwing na 1950 (10). De laatste twee gebiedstypen overlappen met gebiedstypen 4, 5, 7, 8 en 9 die een specifieke bouwperiode vertegenwoordigen, maar zijn toegevoegd als een meer algemene categorie die recht doet aan de minder uitgesproken uitbreidingen van bescheiden omvang in de dorpen.
De vijftien gebiedstypen worden verder toegelicht in hoofdstuk 6.
Specifieke criteria In de afgelopen jaren zijn voor meerdere bouwlocaties aparte welstandscriteria vastgesteld. Een deel van deze locaties is afgebouwd waardoor de aparte criteria kunnen vervallen. Voor een overzicht van deze locaties wordt verwezen naar hoofdstuk 7.6. Daarnaast is voor een aantal gevallen gekozen om meer specifieke criteria te hanteren. Bij monumenten en beeldbepalende panden in de beschermde stads- en dorpsgezichten is een scherpe omschrijving van de criteria wenselijk om de architectonische kwaliteit van de bebouwing te waarborgen. Bijzondere gebouwtypen, zoals boerderijen, vragen ook om meer toegespitste criteria.
Welstandsvrij In de nota zijn geen grote welstandsvrije gebieden opgenomen. De gekozen opzet met gebiedstypen
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
5
Inleiding
2 Bestuurlijke en juridische aspecten
zorgt voor een gradatie in streng en minder strenge criteria, waardoor er in veel gebieden slechts bescheiden eisen worden gesteld. Wel zijn op kleine schaal vrije kavels in nieuwe uitleggebieden welstandsvrij verklaard. In Zuiderburen is Molenplaat en in Goutum-súd Yndyk welstandsvrij ontwikkeld en gebouwd. Voor het “It Grien” aan de Wergeasterdyk zijn hoge eisen gesteld aan duurzaamheid terwijl er geen welstandseisen zijn gesteld.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de bestuurlijke en juridische kaders weergegeven waarbinnen de welstandstoetsing opereert. Hoofdstuk 3 bevat een routeplanner voor welstandstoetsing. Aan de hand van een schema is aangegeven wanneer welke welstandscriteria van toepassing zijn. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de algemene welstandscriteria die universeel van aard zijn, gebaseerd op architectonische en stedenbouwkundige kwaliteitsprincipes. In hoofdstuk 5 worden de criteria voor kleine bouwwerken behandeld. Deze criteria gelden voor veel voorkomende bouwwerken zoals kleine bijgebouwen, dakkapellen en erfafscheidingen. Hoofdstuk 6 bevat de gebiedstypebeschrijvingen en de daarbij behorende criteria. Voor elk gebiedstype zijn de gebiedskenmerken weergegeven en de welstandscriteria uitgewerkt. De gebiedstypebeschrijvingen en de gebiedstypecriteria vormen het toetsingskader voor aanvragen in gebieden waarop het reguliere welstandsniveau van toepassing is en
6
die niet getoetst kunnen worden aan de criteria voor kleine bouwwerken. Hoofdstuk 7 gaat in op de specifieke criteria. Hieronder vallen monumenten en beeldbepalende panden in beschermde stads- en dorpsgezichten. Ook voor boerderijen en nieuwe agrarische vestigingen zijn aparte criteria. Tot slot komen ook ontwikkelingsgebieden met eigen criteria aan bod.
Kaartbeelden Vanaf bladzijde 77 zijn paginavullende kaartbeelden opgenomen die het hele gemeentelijk grondgebied laten zien. De indeling is zoals we die van atlassen kennen. Op de overzichtskaart is te zien in welk vakje van het grid een dorp, wijk of plek te vinden is. Op de paginatot 78 is ook in index opgenomen met plaatsnamen en op welke deelkaart ze te vinden zijn.
De woningwet bepaalt dat welstandstoetsing van bouwplannen alleen mag plaatsvinden aan de hand van vooraf gestelde criteria. Met de Welstandsnota 2021 voldoet Leeuwarden aan deze eis. De bestuurlijke en juridische kaders leggen vast welke procedures er bij de welstandstoetsing gevolgd dienen te worden. De criteria uit de welstandsnota en de bestuurlijke en juridische kaders zorgen ervoor dat welstandstoetsing voor een ieder die ermee te maken krijgt transparant en navolgbaar is.
2.1 Ruimtelijk kwaliteitsbeleid Welstandstoetsing is een belangrijk strategisch instrument in het kader van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen aan op welke wijze in Leeuwarden het ruimtelijk kwaliteitsbeleid wordt gevoerd en welke samenhang er bestaat met het welstandsbeleid.
2.1.1 Omgevingsvisie
Interactief Dit document is een interactieve pdf die op een pc, tablet of smartphone te raadplegen is. Het verdint aanbeveling om hiervoor Adobe Acrobat Reader te gebruiken. De vakken op de overzichtskaart kunnen aangeklikt worden om bij een deelkaart te komen. Per deelkaart staan onderaan de legenda eenheden als gekleurde vlakken die eveneens aanklikbaar zijn en leiden naar de beschrijving van de criteria. De grijze ‘knoppen’ onder en boven aan de bladzijden leiden weer terug naar de overzichtskaart of de plaatsnamen index. De wijk- en plaatsnamen in de index zijn ook aan te klikken om zo direct bij de juiste deelkaart te komen.
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
In 2021 is de ontwerp-omgevingsvisie opgesteld waarin drie hoofdambities opgenomen zijn die een positieve en kansrijke ontwikkeling van Leeuwarden naar 2028 tonen: 1. Het is goed leven in Leeuwarden in 2028 2. Leeuwarden is in 2028 het hart van een bijzondere groen-blauwe regio 3. Leeuwarden is in 2028 een sterke economische stad De omgevingsvisie is een visiedocument op hoofdlijnen. Het vormt het vertrekpunt voor het omgevingsplan en andere plannen. In de omgevingsvisie wordt een systematiek gehanteerd waarbij ruimtelijk beleid tweemaal van drie kanten bekeken wordt. In de eerste plaats via de drie voornoemde hoofdambities. Als tweede vanuit de drie ontwikkelprincipes: Vergroenen, Verbinden en Verwaarden. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving in onze gemeente is hoog. De stad, de dorpen en het buitengebied verschillen onderling sterk, door ligging, ontstaansgeschiedenis, gebruik en ontwikkeling. Ze hebben ook ieder voor zich een sterke eigen identiteit die het waard is om behouden en versterkt te worden. Het welstandsbeleid speelt onmiskenbaar een rol bij het creëren en in stand houden van een aantrekkelijke woon- en werkstad. Voor bewoners,
bezoekers, eigenaren en investeerders is het van belang dat de overheid waarborgen biedt ten aanzien van de kwaliteit van gebouwen, gebieden en buitenruimte. Het welstandsbeleid is zo’n waarborg.
2.1.2 Binnenstad De kwaliteit van de buitenruimte van de binnenstad krijgt veel aandacht. Het eind vorige eeuw geïntroduceerde ‘Masterplan openbare ruimte’ heeft door de jaren heen gefungeerd als inhoudelijke kompas voor de vernieuwing van de binnenstad. Het beoogt een meer eenvormige en aansprekende standaardkwaliteit in de buitenruimte van de binnenstad te bewerkstelligen. In de afgelopen 20 jaar zijn veel straten , pleinen en groene plekken opnieuw ingericht. Door het binnenhalen van de Culturele Hoofdstad in 2018 hebben plekken extra aandacht gekregen, zoals het Oldehoofsterkerkhof in combinatie met de Groeneweg en de Prinsentuin. De komende tijd is vooral vergroening in combinatie met het klimaatbestendig maken van de binnenstad een belangrijke opgave.
2.1.3 Manifestatie en prijsvragen In de afgelopen jaren zijn diverse architec-tuurprijsvragen georganiseerd. Hiermee wil Leeuwarden de aandacht voor architectuur en ruimtelijke kwaliteit vergroten. Met de archi-tectuurprijs ‘De gouden Oldehove’ (2010) is extra aandacht geschonken aan duurzame en betaal-bare woningbouw. In 2012 heeft Leeuwarden met een locatie aan het Van Harinxmakanaal geparticipeerd in de Europanprijsvraag waaraan een internationaal gezelschap van architecten heeft ontworpen. Met de manifestatie ‘Kloppend Hart’ (2012) stimuleert Leeuwarden vernieuwen-de plannen voor de binnenstad. De welstandsnota ondersteunt deze ambities.
2.2 Bestuurlijke en juridische kaders 2.2.1 Bestemmingsplannen Het bestemmingsplan regelt de functie en het ruimtebeslag (bouwregels) van bouwwerken ‘ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening’ (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening). Bouwplannen worden eerst aan het bestemmingsplan getoetst vóór ze naar de adviescommissie gaan. Plannen die afwijken van een bestemmingsplan worden in principe niet direct voorgelegd aan de adviescommissie. Eerst geeft de gemeente aan of en in
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
7
Bestuurlijke en juridische aspecten hoeverre een plan past binnen het bestaande of voorgenomen planologische beleid. Datgene wat door het bestemmingsplan in maatvoering mogelijk wordt gemaakt kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt juist wél door de welstandsbeoordeling geregeld. Bij de invoering van de Omgevingswet zullen de bestemmingsplannen plaats maken voor één gemeentelijk Omgevingsplan. Deze welstandsnota behoudt daarbij eenzelfde rol en status.
2.2.2 Beleidsregels De Welstandsnota geeft zo concreet mogelijk aan welke criteria bij de beoordeling een rol spelen. Initiatiefnemers en ontwerpers kunnen daarmee een zo goed mogelijke inschatting maken van het te verwachten welstandsadvies. Omdat welstandscriteria het karakter hebben van beleidsregels, garanderen ze een zekere mate van flexibiliteit. Inherent aan beleidsregels is dat het bestuur – binnen de wettelijke kaders – de mogelijkheid heeft om in bijzondere situaties af te wijken, mits daaraan een goede motivering ten grondslag ligt. Plannen van uitzonderlijke kwaliteit of baanbrekende concepten die niet helemaal passen binnen de vastgestelde welstandscriteria kunnen daardoor bij hoge uitzondering toch doorgang kunnen vinden.
2.2.3 Specifiek kwaliteitsbeleid De gemeente voert voor een aantal gebieden een specifiek kwaliteitsbeleid, waarnaar ook vanuit deze nota verwezen wordt. Voor een aantal nieuwe woningbouwlocaties zijn of worden welstandscriteria opgesteld en door de gemeenteraad vastgesteld. Voorbeelden zijn de uitbreidingslocaties De Zuidlanden, Middelsee en Blitsaerd-oost, maar ook herstructureringsgebieden of bedrijventerreinen zoals Parkhove of de Energiecampus. Het reclamebeleid voor Leeuwarden is vastgelegd in de nota ‘Oog voor reclame’ (2019).
2.2.4 Monumentenzorg Welstandsadvisering en monumentenzorg zijn verwante beleidsvelden. Beide hebben betrekking op de culturele waarde van de gebouwde omgeving en de openbare ruimte. Vanuit beide beleidsvelden wordt geadviseerd over aanvragen voor
8
wijziging van monumenten en van beschermde stads- en dorpsgezichten. De bescherming van rijks- en gemeentelijke monumenten is geregeld in de Erfgoedwet, de Erfgoedverordening gemeente Leeuwarden 2018 en de Wabo. Deze wetgeving is gericht op de instandhouding van de monumentale waarden van het monument. De bescherming van beeldbepalende en karakteristieke panden (in en buiten beschermde stads- en dorpsgezichten) is geregeld in bestemmingsplannen. Aanvullend heeft de gemeente Leeuwarden als onderdeel van de genoemde Erfgoedverordening de Uitvoeringsrichtlijnen Monumentenzorg Leeuwarden (UML) vastgesteld. Hierin worden de belangrijkste zaken met betrekking tot gemeentelijke monumenten en rijksmonumenten geregeld. Voor de beoordeling van wijzigings- en verbouwingsplannen van monumenten is de Centrale Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (CARK) van Hûs & Hiem aangewezen. De meeste bouwplannen die betrekking hebben op een monument worden getoetst door deze commissie.
2.3 Procedurele kaders 2.3.1 De gemeenteraad stelt vast Na vaststelling van de welstandsnota door de gemeenteraad wordt de welstandsbeoordeling gebaseerd op de criteria uit de welstandsnota. De werking van de welstandsnota wordt jaarlijks in de gemeenteraad geëvalueerd aan de hand van het jaarverslag van de adviescommissie en een rapportage van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad stelt ook tussentijds aanvullingen op de welstandsnota vast, zoals bij grotere nieuwe projecten waarvoor specifieke welstandscriteria opgesteld worden. Voor dergelijke aanvullingen geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding.
2.3.2 Burgemeester en wethouders voeren uit De verantwoordelijkheid voor de afgifte van een omgevingsvergunning ligt bij burgemeester en wethouders. Zij vragen bij elke omgevingsvergunningaanvraag advies aan de adviescommissie, tenzij bij voorbaat vaststaat dat de vergunning reeds op een andere grond moet worden geweigerd. Naast de formele vergunningaanvraag kan de aanvrager vooroverleg voeren met de adviescommissie door
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
Bestuurlijke en juridische aspecten middel van een principeaanvraag. Burgemeester en wethouders volgen in het algemeen het advies van de adviescommissie. Zij kunnen echter bij uitzondering afwijken op inhoudelijke gronden of op andere gronden, zoals economische en maatschappelijke gronden. Een afwijking van het welstandsadvies wordt altijd bij de vergunningverlening gemotiveerd.
2.3.3 De adviescommissie adviseert De gemeenteraad van Leeuwarden heeft het welstandstoezicht opgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling Hûs en Hiem. De ‘Centrale Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en monumentenzorg’ (hierna te noemen: ‘adviescommissie’) van Hûs en Hiem verzorgt de welstandsadvisering voor veel gemeenten in Friesland. Doel is een zo groot mogelijke transparantie en inzichtelijkheid voor de burger en het bedrijfsleven te bereiken. Daarom is in het Reglement op de Commissie het volgende geregeld: • Vooroverleg met de adviescommissie; • De openbare vergadering van de adviescommissie; • Het welstandsadvies: inhoud en uitkomsten; • Taakomschrijving adviescommissie; • Benoeming, samenstelling en mandaat adviescommissie.
2.4 Kwaliteitsteams In afgelopen jaren zijn verschillende kwaliteitsteams ingesteld en actief. Deze teams zijn breed samengesteld en bespreken en beoordelen ruimtelijke initiatieven in een vroegtijdig stadium. Hierdoor kan er een brede uitwisseling plaatsvinden tussen de ontwerper van de initiatiefnemer en de leden van het kwaliteitsteam, dat kan leiden tot beter ingepaste initiatieven. In de teams zitten vaak meerdere deskundigen, maar in ieder geval een gemeentelijke stedenbouwkundige én een vertegenwoordiger van Hûs en Hiem. De adviezen van de teams functioneren als een vooroverleg toets en bij een positief advies betekent dit in de regel ook een positief welstandsadvies bij de officiële aanvraag. In Leeuwarden zijn drie teams actief: De Zuidlanden (vanaf 2006), Blitsaerd (vanaf 2007), en Leeuwarden Zuidwest/De Haak (vanaf 2011). De ervaringen met kwaliteitsteams zijn positief en worden gecontinueerd of eventueel uitgebreid naar andere gebieden en/of nieuwe ruimtelijke opgaven.
2.5 Handhaving De gemeente geeft met de welstandsnota regels voor het welstandstoezicht en zal zich ook inspannen voor de naleving daarvan. Het handhavingsbeleid is vastgelegd in een nota waarin de prioriteiten, aanpak en werkwijze zijn vastgelegd.
2.6 Excessen Ook bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning hoeft te worden aangevraagd moeten aan minimale welstandseisen voldoen, maar worden niet op voorhand getoetst aan de welstandsnota. Burgemeester en wethouders kunnen de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. De criteria hiervoor zijn in de welstandsnota opgenomen. In Leeuwarden geldt dat bij ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand sprake moet zijn van een exces, dat wil zeggen een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is. Het gaat hierbij dus om zaken waaraan een groot deel van de mensen zich ergert. Vaak heeft dit betrekking op: • het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor de omgeving waarin het zich bevindt; • het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk; • armoedig materiaalgebruik; • toepassing van felle of contrasterende kleuren • te opdringerige reclames of een grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedstype- en gebiedsgerichte criteria); • ernstige verwaarlozing van het uiterlijk van een bouwwerk. De excessenregeling is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan.
2.7 Verantwoording De adviescommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden. In dit jaarverslag komt aan de orde op welke wijze de adviescommissie toepassing heeft gegeven aan de in de gemeentelijke welstandsnota opgenomen welstandscriteria. Het jaarverslag signaleert waar de welstandsnota als beleidskader voldoende dan wel onvoldoende houvast heeft kunnen bieden bij de welstandsbeoordeling en geeft aan waarom in specifieke geval-
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
9
Bestuurlijke en juridische aspecten len is afgeweken van het vastgestelde beleid. Ten minste eenmaal per jaar vindt een gesprek plaats tussen vertegenwoordigers van het gemeentebestuur en de adviescommissie. Burgemeester en wethouders zijn verplicht jaarlijks een rapportage op te stellen voor de gemeenteraad over hoe zij met het welstands-toezicht zijn omgegaan. In deze rapportage komen in ieder geval de volgende punten aan de orde: • de wijze waarop burgemeester en wethouders zijn omgegaan met de welstandsadviezen; • hoe vaak zij tot een handhavingsactie zijn overgegaan. Mede op grond van de evaluatieresultaten in de jaarverslagen kunnen het welstandsbeleid en de welstandscriteria, eventueel tussentijds, worden aangepast. In die gevallen zullen de procedures van de gemeentelijke inspraakverordening worden gevolgd.
2.8 Randvoorwaarden bij gebruik Bij het gebruik van de welstandsnota kan er in bepaalde gevallen twijfel onstaan over de interpretatie ervan. In deze paragraaf is aangegeven op welke manier de welstandsnota in bepaalde situaties dient te worden uitgelegd.
2.8.1 Volledigheid Bij de indeling in gebiedstypen is geen sprake van absolute volledigheid of correctheid. De typeaanduiding ‘planmatige uitbreidingen uit de jaren 50-70’ bijvoorbeeld betekent niet dat in andere gebiestypen geen geplande woningbouw voor komt.
2.8.2 Kaartbeeld De kaarten, zoals afgedrukt in deze nota, geven op het niveau van een kavel of een bouwwerk redelijk goed aan in welk gebied het ligt. De nota is digitaal als pdf raadpleegbaar beschikbaar. Door in te zomen op de kaartbeelden is vrij nauwkeurig te bepalen tot welk gebiedstype een specifieke plek behoort.
(historische) stedenbouwkundige karakteristieken ter plaatse anders zijn dan bepaalde gebiedsspecifieke welstandscriteria voorschrijven dan kan er, mits daar goede argumenten voor zijn, afgeweken worden van deze criteria. Met andere woorden, een vlak aangegeven als ‘stempel- en strokenbouw’ kan een deelgebied bevatten van een ander gebiedstype, dat bijvoorbeeld onder ‘woningbouw 19701985’ zou moeten vallen. Bij een kleine omvang of ‘korrelgrootte’ is zo’n deelgebied niet uit het kaartbeeld af te lezen. In deze situatie kan de commissie besluiten om bij nieuwbouw en verbouw uit te gaan van de karakteristiek van de overheersende context en de daaraan verbonden welstandscriteria. In het hierboven genoemde voorbeeld kan de commissie besluiten om te toetsen aan de criteria die horen bij het gebiedstype ‘woningbouw 19701985’.
2.9 Hardheidsclausule In geval van bijzondere bouwinitiatieven kan blijken dat de gebiedsgerichte of specifieke criteria niet van toepassing zijn. Burgemeester en wethouders kunnen, na schriftelijk en gemotiveerd advies van de adviescommissie, afwijken van de gebiedsgerichte of specifieke welstandscriteria. Dit betekent dat het betreffende plan dan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld. De bijzondere architectonische kwaliteit moet aan de hand deze criteria worden beargumenteerd. De hardheidsclausule kan niet te pas en te onpas worden gebruikt. Ze dient ervoor om onverwachte, originele of opvallende bouwwerken mogelijk te maken. Het is redelijk dat de gemeente hogere eisen stelt aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van haar omgeving onderscheidt.
2.8.3 Afwijkingen Per gebiedstype gaat het om uitspraken die het hele gebiedstype dekken. Indien blijkt dat de
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
11
3 Routeplanner bouwplannen en welstand Om uit te vinden aan welke criteria een bouwplan getoetst wordt is de hiernaast afgebeelde routeplanner gemaakt. Heeft bouwactiviteit betrekking op monument, beeldbepalend pand of beschermd stads- of dorpsgezicht? Rijksmonumenten: www. cultureelerfgoed.nl Gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden en beschermd stadsof dorpsgezicht: www.leeuwarden.nl
ja en nee
Voldoet bouwactiviteit aan voorwaarden vergunningvrij bouwen?
ja
Kijk op: www.omgevingsloket.nl
nee
Voldoet bouwactiviteit aan criteria voor het kleine bouwen?
ja
Zie: Hoofdstuk 5 Kleinebouwcriteria
ja
Zie: Hoofdstukken 7.1 en 7.2 Beschermde stads- en dorpsgezichten, monumenten en beeldbepalende panden
Toetsing aan crWiteria voor het kleine bouwen Zie: Hoofdstuk 5 Kleinebouwcriteria
nee
Is sprake van een lokatie of ontwikkelingsgebied met eigen welstandscriteria? Extra toetsing aan specifieke criteria
Geen welstandstoets Excessenregeling is wel van toepassing
Toetsing aan specifieke criteria ja
Zie: Hoofdstuk 7.3 Ontwikkelingsgebieden
Zie: Hoofdstuk 7.3 Ontwikkelingsgebieden
3.1 Toelichting routeplanner Als eerste moet worden nagegaan of een bouwinitiatief betrekking heeft op een monument. Indien het bouwplan betrekking heeft op een monument, is meestal een omgevingsvergunning nodig. Daarna moet bekeken worden of het voorgenomen bouwplan wel of niet vergunningvrij is. Op www. omgevingsloket.nl is dit eenvoudig te achterhalen. Vervolgens gaat het om de omvang van het bouwplan. Voor veel voorkomende kleine bouwplannen zijn aparte criteria opgesteld. Voor bijvoorbeeld een dakkapel of een eenvoudige aanbouw kunnen de zogenaamde kleinebouwcriteria uit hoofdstuk 5 van toepassing zijn. Voor alle niet-vergunningvrije bouwwerken die ook niet vallen onder de kleinebouwcriteria gelden de gebiedstypecriteria uit hoofdstuk 6. De gebiedstypecriteria zijn meer beschrijvend van aard en daardoor iets minder concreet. Ze laten enige ruimte voor interpretatie in het licht van het concrete bouwplan. Aan de hand van de omgeving en het bouwplan worden de criteria door de welstandscommissie geïnterpreteerd.
Indien een bouwplan betrekking heeft op een pand in een beschermd stadsgezicht gelden ook aanvullende criteria. Deze zijn te vinden in hoofdstuk 7.1. In hoofdstuk 7.2 zijn de aanvullende criteria te vinden voor de beeldbepalende panden in de beschermde stads- en dorpsgezichten en voor rijksen gemeentelijke monumenten. Voor ontwikkelingsgebieden zijn vaak aparte criteria door de raad vastgesteld. Een overzicht van deze gebieden is te vinden in hoofdstuk 7.3. Tot slot gelden voor boerderijen en nieuwe agrarische bedrijven ook specifieke critera. Deze specifieke criteria staan in hoofdstuk 7.4 t/m 6.
3.2 Voorbehandeling Het verdient aanbeveling om al in een vroeg stadium van de planvorming de eerste schetsen of ideeën voor te leggen aan de welstandscommissie (een zogenaamde voorbehandeling). Dit kan voordelig zijn en de beoordeling van de definitieve aanvraag vergemakkelijken.
nee
Is sprake van een stelp, kop-hals-rompboerderij of een nieuw agrarisch bedrijf?
Toetsing aan specifieke criteria ja
Zie: Hoofdstuk 7.4 t/m 6 Boerderijen
nee
Toetsing aan de welstandcriteria per gebiedstype Zie: Hoofdstuk 6
12
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
Schema routeplanner Bouwplannen en welstand
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
13
4 Algemene welstandscriteria 4.1 Inleiding
4.2 Algemene criteria
De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op universele kwaliteitsprincipes. Deze welstandscriteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag aan elke planbeoordeling omdat ze het uitgangspunt vormen voor de uitwerking van de gebiedsgerichte en specifieke welstandscriteria.
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat: 1. de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft; 2. het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de zichtbaarheid van het bouwwerk of van de omgeving groter is; 3. verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit, er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat; 4. het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen; 5. materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.
Wie iets bouwt of verbouwt, verandert iets aan het bestaande omgevingsbeeld. In het algemeen is een bouwplan aanvaardbaar als het de bestaande karakteristiek van een gebied in stand houdt of versterkt. Om te kunnen beoordelen of het nieuwe past bij het bestaande moet het bestaande bekend zijn. Op grond van de gebiedstypebeschrijvingen uit hoofdstuk 6 wordt aangegeven aan welke criteria een bouwplan in het betreffende gebied moet voldoen. De criteria zijn echter gericht op de bebouwing die de regelmaat tot stand brengt, niet op de uitzonderingen, ongeacht of het nieuwe dan wel bestaande uitzonderingen betreft. Een uitzondering kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer in een gebied een ontwikkeling plaatsvindt waarin niet voorzien is. In een dergelijk geval moet de commissie gemotiveerd kunnen èn willen afwijken van de gebiedsgerichte criteria. Een andere situatie ontstaat in geval van bijzondere functies, zoals een school of een sportzaal, die meestal gehuisvest zijn in gebouwen met een voor de omgeving afwijkend gebouwtype. Dergelijke gebouwen laten zich vaak lastig beoordelen aan de hand van de gebiedsgerichte criteria. In de praktijk kan dan bij uitzondering het betreffende bouwplan op grond van de algemene criteria door de welstandscommissie worden beoordeeld.
De algemene welstandscriteria zijn gebaseerd op ‘Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid’ (1985) van prof. ir. Tj. Dijkstra, voormalig Rijksbouwmeester.
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
15
5 Criteria voor het kleine bouwen 5.1 Vergunningvrij In veel gevallen is voor kleine bouwplannen geen vergunning nodig. Het gaat bijvoorbeeld om aanen uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, erfafscheidingen, dakkapellen en kozijnvervangingen. De huidige regelgeving over het vergunningvrije bouwen is te vinden op: www.omgevingsloket.nl. In dit hoofdstuk staan de welstandscriteria voor kleine bouwplannen waarvoor wel een omgevingsvergunning nodig is, de zogenaamde ‘kleinebouwcriteria’.
5.2 Vergunning nodig Indien een omgevingsvergunning nodig is worden kleine bouwwerken getoetst aan redelijke eisen van welstand. In de ‘kleinebouwcriteria’ zijn ondubbelzinnig de plaats, de vorm en de maat, het materiaal en de kleur van het bouwwerk vastgelegd. Vanuit welstandsoogpunt zijn het minimale visuele kwaliteitseisen: beter kan, slechter niet. De aanvrager van een omgevingsvergunning kan aan de hand van de ‘kleinebouwcriteria’ zien of zijn bouwwerk in beginsel voldoet aan redelijke eisen van welstand. ‘Kleinebouwcriteria’ zijn een verzameling standaardoplossingen die doorgaans geen bezwaren zullen oproepen.
5.3 Hoofdlijnen
Als er voor een bepaald type bouwwerk geen ‘kleinebouwcriteria’ zijn opgenomen, zal het bouwplan worden getoetst op basis van de gebiedsgerichte en/of de algemene welstandscriteria opgenomen in de welstandsnota.
5.4 Afwijken Het is goed mogelijk dat een aanbouw passend is met juist een afwijkend kleur- of materiaalgebruik, terwijl de ‘kleinebouwcriteria’ eenzelfde kleur- of materiaalgebruik voorschrijven. Ook kan gekozen worden om aan te sluiten bij soortgelijke bouwwerken in de directe omgeving. In zo’n geval kan het beter zijn een volgens de criteria niet geheel passend model te herhalen dan er weer een ander model naast te zetten. Het is aan de welstandscommissie om te bepalen of in deze situaties mag worden voorbijgegaan aan de ‘kleinebouwcriteria’.
5.5 Monumenten Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en/of panden gelegen in een beschermd stadsof dorpsgezicht gelden, naast de ‘kleinebouwcriteria’, ook de aanvullende criteria uit hoofdstuk 7.1 en/of 7.2. In geval van tegenstrijdigheid van genoemde criteria of wanneer de ‘kleinebouwcriteria’ de monumentale waarden van de panden verstoren zijn de criteria in hoofdstuk 7.1 en 7.2 leidend.
De basisregel voor de ‘kleinebouwcriteria’ is dat het bouwplan zo min mogelijk afwijkt van de bestaande situatie van zowel het bouwwerk als de bouwkundige omgeving. De ‘kleinebouwcriteria’ met betrekking tot de voor- en de achterzijde van een gebouw zijn in het algemeen niet gelijk. De voorkant van het gebouw is deel van de publieke ruimte van de gebouwde omgeving. Deze kant is voor veel mensen zichtbaar en daarom van groter algemeen belang dan de achterzijde, waarop minder mensen zicht hebben. Daarom gelden er strengere criteria voor de voorkant dan voor de achterkant. Bovendien kunnen bouwwerken aan de achterzijde vaker vergunningvrij worden geplaatst.
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
17
Kleinebouwcriteria
Kleinebouwcriteria
5.6 Bijbehorende bouwwerken Het begrip ‘bijbehorend bouwwerk’ wordt als verzamelnaam gehanteerd voor uitbreidingen van een hoofdgebouw: aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en andere soorten bouwwerken met een dak. Kort gezegd gaat het om bouwwerken die leiden tot een uitbreiding van het bouwvolume van of bij een hoofdgebouw. Voor bijbehorende bouwwerken die niet vergunningsvrij zijn gelden de kleinebouwcriteria, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen drie categorieën, namelijk: • Aan- of uitbouwen • Vrijstaande bijgebouwen • Carports en overkappingen
5.6.2 Vrijstaande bijgebouwen 5.6.1 Aan- of uitbouwen Een aan- of uitbouw is een grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw. In de tekst wordt het woord aanbouw gebruikt. De aanbouw dient qua volume en uitstraling ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw. Het silhouet van het oorspronkelijke gebouw of bouwblok dient zichtbaar te blijven.
Algemeen
�
Het bouwwerk is in maat, schaal en verschijningsvorm ondergeschikt aan het hoofdgebouw
Standaardplan
�
Het plan komt in plaatsing, vormgeving, indeling, materiaal en kleur overeen met een eerder vergund plan in een zelfde soort situatie en bij een zelfde woningtype. Het positieve welstandsadvies is maximaal 5 jaar geleden afgegeven
Plaatsing
�
Er is geen sprake van plaatsing in het voorerfgebied
�
De afstand van de aanbouw aan de zijgevel tot de zijerfgrens is minimaal 1m
�
De afstand tot voorgevellijn gaat volgens het 45°-principe: • indien bijbehorend bijgebouw minder dan 3 meter breed is: minimaal gelijk aan breedte • indien bijbehorend bijgebouw meer dan 3 meter breed is: minimaal 3 meter
Maatvoering
Materiaal en kleur
Zie voor vergunningvrije bouwwerken: www.omgevingsloket.nl
Zie voor vergunningvrije bouwwerken: www.omgevingsloket.nl.
Kleinebouwcriteria aanbouwen
Vorm
Een vrijstaand bijgebouw is een grondgebonden gebouw in één bouwlaag. Een vrijstaand bijgebouw staat los op het erf van het hoofdgebouw.
Kleinebouwcriteria vrijstaande bijgebouwen Algemeen
�
Het bouwwerk is in maat, schaal en verschijningsvorm ondergeschikt aan het hoofdgebouw
Standaardplan
�
Het plan komt in plaatsing, vormgeving, indeling, materiaal en kleur overeen met een eerder vergund plan in een zelfde soort situatie en bij een zelfde woningtype. Het positieve welstandsadvies is maximaal 5 jaar geleden afgegeven
Plaatsing
�
Er is geen sprake van plaatsing in het voorerfgebied
�
De afstand van het bouwwerk aan de zijgevel tot de zijerfgrens is minimaal 1m
�
De afstand tot voorgevellijn is minimaal 3 meter
�
Het bouwwerk vormt een eenheid met mogelijk bestaande bijbehorende bouwwerken
�
Het bouwwerk heeft een overwegend rechthoekige plattegrond met plat dak of een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm
�
De goothoogte of hoogte plat dak is maximaal 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw èn maximaal gelijk aan goot/dakrand hoofdgebouw indien daaraan grenzend.
Vorm
Maatvoering
�
Het bouwwerk vormt een eenheid met mogelijk bestaande bijbehorende bijgebouwen
�
Bij een hoeksituatie sluiten de achter- en zijaanbouw op elkaar aan; er is geen sprake van een ‘sprong’ in de achter- of zijgevel van de aanbouw
�
De diepte ten opzichte van achtergevel hoofdgebouw is maximaal 5 meter, voorzover gelegen binnen afstand van 1 meter van de zijdelingse erfgrens.
�
Het bouwwerk heeft een overwegend rechthoekige plattegrond met plat dak of een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm
�
De totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 100% van de oppervlakte van het hoofdgebouw
�
De goothoogte of hoogte plat dak is maximaal 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw èn maximaal gelijk aan goot/dakrand hoofdgebouw indien daaraan grenzend.
�
De naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijde: • steen: gelijk aan hoofdgebouw • hout of gelijkwaardig: naturel vergrijzend of gedekte, donkere kleur
�
De diepte ten opzichte van achtergevel hoofdgebouw is maximaal 5 meter, voorzover gelegen binnen afstand van 1 meter van de zijdelingse erfgrens.
�
�
De totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is maximaal 100% van de oppervlakte van het hoofdgebouw
Het naar het voorerf gekeerde gevelvlak dient een gevelopening te bevatten met een oppervlakte van minimaal 10% van het totale gevelvlak en de gevelopening kan bestaan uit een raam, toegangsdeur of garagedeur
�
De naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijde: • steen: gelijk aan hoofdgebouw • hout of gelijkwaardig: naturel vergrijzend of gedekte, donkere kleur
�
Het naar het voorerf gekeerde gevelvlak dient een gevelopening te bevatten met een oppervlakte van minimaal 10% van het totale gevelvlak en de gevelopening kan bestaan uit een raam, toegangsdeur of garagedeur
Materiaal en kleur
Een vrijstaand bijgebouw is doorgaans niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan bovenstaande kleinebouwcriteria wordt voldaan. Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en/of panden gelegen in een beschermd stadsgezicht gelden ook de aanvullende criteria uit hoofdstuk 7.1 en/of 7.2. Indien de voorschriften uit het bestemmingsplan strijdig zijn met de bovenstaande criteria, dan prevaleren de voorschriften uit het bestemmingsplan.
Een aan- of uitbouw is doorgaans niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan bovenstaande kleinebouwcriteria wordt voldaan. Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en/of panden gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelden ook de aanvullende criteria uit hoofdstuk 7.1 en/of 7.2. Indien de voorschriften uit het bestemmingsplan strijdig zijn met de bovenstaande criteria, dan prevaleren de voorschriften uit het bestemmingsplan.
18
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
19
Kleinebouwcriteria
Kleinebouwcriteria
5.6.3 Carports en overkappingen
5.7 Erfafscheidingen
Een carport of overkapping is een grondgebonden gebouw in één bouwlaag. Een carport of overkapping heeft minimaal twee open zijden.
Een erfafscheiding is een bouwwerk, bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Erfafscheidingen aan de openbare weg zijn van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit. Door een te grote verscheidenheid kan een rommelig beeld ontstaan. Dit is vooral in nieuwbouwwijken van belang, omdat het groen er de eerste jaren nog niet volgroeid is.
Zie voor vergunningvrije bouwwerken: www.omgevingsloket.nl.
Kleinebouwcriteria carports en overkappingen
dige en professionele manier worden geplaatst en moeten worden gemaakt van duurzame materialen. Een lange, gesloten, slecht onderhouden schutting roept bij velen een gevoel op van verloedering en sociale onveiligheid. Begroeide hekwerken en beplantingen hebben een open en vriendelijke uitstraling. Zie voor vergunningvrije bouwwerken: www.omgevingsloket.nl.
Erfafscheidingen moeten passen bij het karakter van de omgeving. Het buitengebied vraagt bijvoorbeeld om andere erfafscheidingen dan de woongebieden. Erfafscheidingen moeten op een zorgvul-
Algemeen
�
Er is geen sprake van plaatsing in het voorerfgebied
Plaatsing
�
De afstand van een carport of overkapping tot de gevel die grenst aan een openbare straat of openbaar groen, bedraagt minimaal 1m
�
De afstand van een carport of overkapping tot de erfgrens is minimaal 1m
�
De hoogte van een carport of overkapping met plat dak is maximaal 3 m
�
Bij een kap is de goothoogte maximaal 3 m en de nokhoogte maximaal 5m
�
Het grondoppervlak is maximaal 30m² en in totaal is maximaal 50% van het oorspronkelijk achter- of zijerf bebouwd
Kleinebouwcriteria erfscheidingen
�
Vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond
Algemeen
�
Erfafscheidingen behorend bij het oorspronkelijke ontwerp blijven intact
�
Een carport of overkapping is plat afgedekt in één vlak of heeft een enkelvoudige kap met een gelijke dakvorm, dakhelling en nokrichting als het hoofdgebouw
Maatvoering
�
Hoogte van de erfscheiding in het gebied gelegen voor de voorgevellijn is maximaal 1m
De detaillering en het kleur- en materiaalgebruik is vergelijkbaar met of ondergechikt aan het hoofdgebouw
�
Hoogte van de erfscheiding in het gebied gelegen achter de voorgevellijn is maximaal 2m
Materiaal en kleur
�
Hoogwaardig materiaal en zorvuldige detaillering
�
Hekwerken zijn van hoogwaardig materiaal en grotendeels transparant vormgegeven
�
Kleurgebruik is ondergeschikt aan het hoofdgebouw
�
Als er metselwerk in de erfscheiding voorkomt én het hoofdgebouw is opgetrokken uit metselwerk, dan is het metselwerk conform het hoofdgebouw
�
Zo veel mogelijk aansluiten bij belendende, goedgekeurde erfafscheidingen
Maatvoering
Vormgeving
Materiaal en kleur
�
Een carport of overkapping is doorgaans niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan bovenstaande kleinebouwcriteria wordt voldaan. . Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en/of panden gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelden ook de aanvullende criteria uit hoofdstuk 7.1 en/of 7.2. Indien de voorschriften uit het bestemmingsplan strijdig zijn met de bovenstaande criteria, dan prevaleren de voorschriften uit het bestemmingsplan.
Een erfscheiding is doorgaans niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan bovenstaande kleinebouwcriteria wordt voldaan. Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en/of panden gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelden ook de aanvullende criteria uit hoofdstuk 7.1 en/of 7.2. Indien de voorschriften uit het bestemmingsplan strijdig zijn met de bovenstaande criteria, dan prevaleren de voorschriften uit het bestemmingsplan.
20
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
21
Kleinebouwcriteria
Kleinebouwcriteria
5.8 Dakkapellen
5.8.1 Dakkapellen aan de voorzijde
5.8.2 Dakkapellen aan de achterzijde
Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbare woonoppervlak te vergroten. Als dakkapellen zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte zijn ze bepalend voor het straatbeeld. In de tabel behorend bij paragraaf 5.7.1 zijn de criteria vermeld voor plaatsing aan de zichtbare zijde.
Dakkapellen dienen een ondergeschikte toevoeging te zijn aan een dakvlak en niet domineren in het silhouet van het dak. Bij meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak streeft de gemeente naar uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Herhaling binnen een blok geeft rust en samenhang.
In vergelijking met vergunningsvrije dakkapellen wordt hier ruimte geboden aan dakkapellen die dichter dan 0,5 meter bij de nok aankappen alsmede aan dakkapellen met een schuine afdekking.
Aan de achterzijde geplaatste dakkappellen zijn vaak vergunningvrij. In 5.7.2 is een verruiming van de mogelijkheden opgenomen voor dakkapellen aan de achterzijde.
Zie voor vergunningsvrije bouwwerken: www.omgevingsloket.nl.
Zie voor vergunningsvrije bouwwerken: www.omgevingsloket.nl.
Kleinebouwcriteria dakkapellen aan de voorzijde Algemeen
Standaardplan
Plaatsing
�
Met voorzijde wordt bedoeld op het voordakvlak of de naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde dakvlak
�
De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw
�
Er is geen sprake van een dakkapel op bijbehorende bouwwerken
�
Er is geen sprake van een dakkapel in een dakvlak met een dakhelling minder dan 30º
�
Het plan komt in plaatsing, vormgeving, indeling, materiaal en kleur overeen met een eerder vergund plan in een zelfde soort situatie en bij een zelfde woningtype. Het positieve welstandsadvies is maximaal 5 jaar geleden afgegeven
�
Er is sprake van maximaal 1 dakkapel per woning per dakvlak
�
Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is sprake van een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn
�
Bij een vrijstaande woning of een rijenwoning is de dakkapel in het midden van het dakvlak geplaatst, tenzij er een afwijkend standaardplan is
�
Bij twee-onder-eenkapwoning is de plaatsing symmetrisch t.o.v. de gezamenlijke bouwmuur
�
Er blijft minimaal 1 meter dakvlak over boven en ter weerszijden van de dakkapel, ook ten opzichte van hoek- en kilkepers en woningscheidende bouwmuren
�
De verticale afstand van dakvoet tot onderzijde dakkapel bedraagt 0,8 tot 1,2 meter
Vorm
�
De dakkapel is plat afgedekt.
Maatvoering
�
De hoogte van voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim is maximaal 50% van de verticale hoogte van het dakvlak, met een maximum van 1,50 meter; bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok: gelijke hoogte en breedte
�
Materiaal en kleur
De breedte is maximaal 50% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 4 meter, gemeten tussen eindgevels of midden woningscheidende bouwmuren (bij hoek- of kilkepers respectievelijk te meten aan boven- of onderzijde dakkapel)
�
Kleur en materiaal is afgestemd op hoofdgebouw
�
Onder glasvlak(ken) bevinden zich geen dichte panelen of borstwering
�
De detaillering is binnen eenzelfde rij of bouwblok identiek
Een dakkapel is doorgaans niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan bovenstaande kleinebouwcriteria wordt voldaan.
Kleinebouwcriteria dakkapellen aan de achterzijde Algemeen
�
Met achterzijde wordt bedoeld op het achterdakvlak of de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd dakvlak
�
De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw
�
Er is geen sprake van een dakkapel op bijbehorende bouwwerken
�
Er is geen sprake van een dakkapel in een dakvlak met een dakhelling minder dan 30º
Standaardplan
�
Het plan komt in plaatsing, vormgeving, indeling, materiaal en kleur overeen met een eerder vergund plan in een zelfde soort situatie en bij een zelfde woningtype. Het positieve welstandsadvies is maximaal 5 jaar geleden afgegeven
Plaatsing
�
Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is sprake van een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn
�
De dakkapel blijft minimaal onder de nokvorst en er blijft minimaal 0,5 meter dakvlak ter weerszijden van de dakkapel over, ook ten opzichte van hoek- en kilkepers, en bij eindsituaties een afstand van minimaal 2 meter tot de zijkant van het dakvlak.
�
De verticale afstand van dakvoet tot onderzijde dakkapel is 0,8 tot 1,2 meter
�
De dakkapel is plat afgedekt.
�
Bij een dakhelling groter dan 45° is aangekapte dakkapel met dakhelling groter dan 25° mogelijk mits hoogte van voet dakkapel tot druiplijn minder dan 1,3 meter bedraagt en de dakkapel minimaal 1,0m onder de nok blijft
Maatvoering
�
De hoogte van de voet van de dakkapel tot bovenzijde van de boeiboord of daktrim is maximaal 50% van de (verticale) hoogte van het dakvlak, met een maximum van 1,75 meter.
Materiaal en kleur
�
Kleur en materiaal is afgestemd op hoofdgebouw
�
Onder glasvlak(ken) bevinden zich geen dichte panelen of borstwering
Vorm
Een dakkapel is doorgaans niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan bovenstaande kleinebouwcriteria wordt voldaan. Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en/of panden gelegen in een beschermd stadsgezicht gelden ook de aanvullende criteria uit hoofdstuk 7.1 en/of 7.2. Indien de voorschriften uit het bestemmingsplan strijdig zijn met de bovenstaande criteria, dan prevaleren de voorschriften uit het bestemmingsplan.
Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en/of panden gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelden ook de aanvullende criteria uit hoofdstuk 7.1 en/of 7.2. Indien de voorschriften uit het bestemmingsplan strijdig zijn met de bovenstaande criteria, dan prevaleren de voorschriften uit het bestemmingsplan.
22
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
23
Kleinebouwcriteria
Kleinebouwcriteria
5.9 Dakramen aan de voorzijde
5.10 Rolhekken, luiken en rolluiken
Een dakraam en andere daglichtvoorzieningen in het dak zijn bedoeld voor extra lichtinval in een zolder of woonkamer. De gemeente streeft er naar dat dakramen en andere daglichtvoorzieningen in het dak aan de voorzijde de uitstraling van een pand niet negatief beïnvloeden.
Rolhekken, luiken en rolluiken zijn voorzieningen om ruiten van gebouwen tegen inbraak en vandalisme te beschermen. Deze voorzieningen kunnen de omgeving een rommelig aanzien geven. Daarom stimuleert de gemeente in de eerste plaats het toepassen van alternatieve oplossingen, zoals geweldbestendig glas of elektronische beveiligingssystemen. Voor woningen is het toepassen van rolhekken, luiken en rolluiken vergunningsvrij. Voor gebouwen
Zie voor vergunningsvrije bouwwerken: www.omgevingsloket.nl.
anders dan woningen en woongebouwen echter niet. Juist in winkelgebieden zijn de problemen met deze anti-inbraak- en antivandalismevoorzieningen het grootst. De gemeente streeft er naar dat rolhekken, luiken en rolluiken de uitstraling van een pand niet negatief beïnvloeden. Zie voor vergunningsvrije bouwwerken: www.omgevingsloket.nl.
Kleinebouwcriteria rolhekken, luiken en rolluiken Kleinebouwcriteria dakramen aan de voorzijde Algemeen
�
Met voorzijde wordt bedoeld op het voordakvlak of de naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde dakvlak
Plaatsing
�
Bij meerdere dakramen in hetzelfde bouwblok is er een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn, dus ze zijn niet boven elkaar gerangschikt
�
Maatvoering
Materiaal en kleur
Er is een minimaal 0,50m dakvlak rondom het dakraam, de afstand tot zijkant wordt gemeten aan de bovenzijde van het dakraam
�
Bij meerdere dakramen is er een tussenruimte van minimaal 0,50m
�
Er zijn maximaal twee dakramen op het voordakvlak en maximaal vier ramen op achter- of zijdakvlak
�
De oppervlakte bedraagt maximaal 1,50m² per dakraam
�
Bij meerdere dakramen dient de maatvoering gelijk te zijn
�
Bij een schuin dak mag het dakraam of de daglichtvoorziening maximaal 20 cm boven het dakvlak uitsteken
�
De kleur constrasteert niet met het hoofdgebouw
Plaatsing
�
Plaatsing aan buitenzijde is alleen toegestaan indien plaatsing aan binnenzijde om bouwtechnische redenen niet mogelijk is
Vormgeving
�
Het geheel is minimaal 75% transparant
Materiaal en kleur
�
Aan de buitenzijde worden schalmrol-, striprol- of stalen schuifhekken toegepast
�
Er wordt ten behoeve van de transparantie geen plexiglas gebruikt
�
De zijgeleiders zijn geminimaliseerd en zo veel mogelijk weggewerkt in de penanten
�
Aan buitenzijde is het geheel donkergekleurd en/of passend bij de kleuren van de kozijnen
Een rolhek, luik of rolluik is doorgaans niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan bovenstaande kleinebouwcriteria wordt voldaan. Voor reclame uitingen gelden de regels uit de nota "Oog voor reclame" uit 2019 Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en/of panden gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelden ook de aanvullende criteria uit hoofdstuk 7.1 en/of 7.2. Indien de voorschriften uit het bestemmingsplan strijdig zijn met de bovenstaande criteria, dan prevaleren de voorschriften uit het bestemmingsplan.
Een dakraam is doorgaans niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan bovenstaande kleinebouwcriteria wordt voldaan. Voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en/of panden gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelden ook de aanvullende criteria uit hoofdstuk 7.1 en/of 7.2. Indien de voorschriften uit het bestemmingsplan strijdig zijn met de bovenstaande criteria, dan prevaleren de voorschriften uit het bestemmingsplan.
24
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022
25
Kleinebouwcriteria 5.11 Terrasschermen Terrassen zijn tijdelijke en weersafhankelijke uitbreidingen van inpandige horecaruimtes. Terrassen zijn als het ware te gast in de openbare ruimte. Met de situering van terrassen moet rekening houden worden met de andere gebruiksfuncties van die ruimte. In het terrassenbeleid van de gemeente Leeuwarden staan de voorwaarden voor het verlenen van een terrasvergunning. De nota “Levendigheid in de Binnenstad” geeft aan welke gebieden in de stad belangrijk zijn voor evenementen. Voor terrasaanvragen in deze gebieden is een nadere stedenbouwkundige toets nodig.
Kleinebouwcriteria Een terrasscherm is een scherm, bedoeld om het terras af te bakenen van de openbare ruimte of van een aangrenzend terras. Voor terrasschermen die op de ondergrond bevestigd zijn of langer dan 31 dagen blijven staan is een omgevingsvergunning vereist. Terrasschermen dienen een transparant karakter te hebben en zodanig geplaatst te zijn dat er een uitnodigend beeld ontstaat en interactie tussen openbare ruimte en het terras. Zie voor vergunningsvrije bouwwerken: www.omgevingsloket.nl.
Kleinebouwcriteria terrasschermen Plaatsing
Maatvoering
Vormgeving
Materiaal en kleur
5.12 Terrasoverkappingen Terrassen zijn tijdelijke en weersafhankelijke uitbreidingen van inpandige horecaruimtes. Terrassen zijn als het ware te gast in de openbareruimte. Met de situering van terrassen moet rekening houden worden met de andere gebruiksfuncties van die ruimte. In het terrassenbeleid van de gemeente Leeuwarden staan de voorwaarden voor het verlenen van een terrasvergunning. De nota “Levendigheid in de Binnenstad” geeft aan welke gebieden in de stad belangrijk zijn voor evenementen. Voor terrasaanvragen in deze gebieden is een nadere stedenbouwkundige toets nodig.
Plaatsing haaks op de gevel van het horecapand en/of haaks op de gracht, maximaal twee per terras
�
Bij een terras aan de gracht mag een derde scherm parallel aan de gracht worden geplaatst
�
Bij een terras op een overkluizing van de gracht mag geen scherm op de overkluizing geplaatst worden; de zichtlijn over het water blijft vrij
Kleinebouwcriteria terrasoverkappingen
�
Bij een terras vrij in de ruimte mogen maximaal twee terrasschermen worden geplaatst, zodanig dat het terras zo uitnodigend mogelijk is gericht op de meest openbare zijde
Plaatsing
Hoogte maximaal 1,50m
�
De terrasschermen dienen horizontaal te worden gesteld, ongeacht het eventueel aflopende straatpeil
�
De eventuele bevestiging in het straatwerk dient na verwijdering van het terrasscherm geen uitstekende delen te hebben
�
Het terrasscherm is transparant en mag aan de onderzijde tot maximaal 0,60m hoogte gesloten zijn; de schermen langs de gracht dienen geheel transparant te zijn
�
Het glas dient aan de bovenzijde een horizontale belijning te hebben
�
De transparante delen zijn helder doorzichtig; bij voorkeur gehard blank glas en in elk geval geen plexiglas
�
De kleur van het terrasscherm is terughoudend en afgestemd op het terrasmeubilair en eventuele luifels aan de gevel en/of terrasoverkappingen
Een terrasscherm is doorgaans niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan bovenstaande kleinebouwcriteria wordt voldaan. Voor reclame uitingen gelden de regels uit de nota "Oog voor reclame" uit 2019 Indien de voorschriften uit het bestemmingsplan strijdig zijn met de bovenstaande criteria, dan prevaleren de voorschriften uit het bestemmingsplan.
Zie voor vergunningsvrije bouwwerken: www.omgevingsloket.nl.
Een terrasoverkapping is bedoeld ter bescherming tegen regen en overvloedige zon. Voor overkappingen die op de ondergrond bevestigd zijn of
�
�
langer dan 31 dagen blijven staan is een omgevingsvergunning vereist. Overkappingen bestaan bij voorkeur uit parasols; in ingeklapte toestand is alleen sprake van gebundelde verticale delen. Bij uitzondering kan een terrasoverkapping ook bestaan uit vrijstaande dubbele luifels op twee staanders. In ingeklapte toestand is dan sprake van twee verticale delen met en horizontale bovenbalk. Dit type kan alleen indien de constructie zich goed voegt in het straatbeeld.
�
Een parasol is in uitgeklapte vorm niet groter dan het terras en steekt niet uit over voetpad of rijbaan
�
Geen parasol op een overkluizing van de gracht; de zichtlijn over het water moet vrij blijven
�
Dubbele luifels op twee staanders zijn niet toegestaan aan de grachten en op pleinen Dubbele luifels op twee staanders staan parallel aan de gevel of langs de straat en voegen zich in het ritme van bomen, verlichtingsmasten of andere verticale elementen
Maatvoering
�
Hoogte maximaal 3,50m, doorloophoogte mininaal 2,30m
�
De dubbel luifels op twee staanders dienen horizontaal te worden gesteld, ongeacht het eventueel aflopende straatpeil
�
De eventuele bevestiging in het straatwerk dient na verwijdering van de terrasoverkapping geen uitstekende delen te hebben
Vormgeving
�
Een parasol is in uitgeklapte vorm in breedte en lengte gelijk (vierkant of rond)
Materiaal en kleur
�
Het materiaal is duurzaam en verweert niet snel
�
De kleur van de terrasoverkaping is terughoudend en afgestemd op het terrasmeubilair en eventuele luifels aan de gevel en/of terrasschermen
Een terrasoverkapping is doorgaans niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan bovenstaande kleinebouwcriteria wordt voldaan. Voor reclame uitingen gelden de regels uit de nota "Oog voor reclame" uit 2019 Indien de voorschriften uit het bestemmingsplan strijdig zijn met de bovenstaande criteria, dan prevaleren de voorschriften uit het bestemmingsplan.
26
Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2022