CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Warmtevisie Leeuwarden 'Stap voor stap naar aardgasvrij'

Besluitvorming (raad) 1 december 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Warmtevisie Leeuwarden19.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1

2

VOORWOORD Bert Wassink, wethouder ‘Klimaat & Energie’ Ook in Leeuwarden zetten we stappen om gedurende de komende 30 jaar los te komen van het aardgas. Onze gemeente heeft al vele jaren beleid en uitvoeringsprogramma’s met het doel uiteindelijk ‘fossielvrij’ te worden. Wij moeten en willen dat uiterlijk in 2050 laten lukken. We weten dat dit een enorme klus is, waarbij de betaalbaarheid van de transitie een cruciale rol speelt. Maar vanzelfsprekend zien we ook kansen: de transitie levert nieuwe werkgelegenheid op én kan in combinatie met andere ingrepen in de wijk zorgen voor een gezondere leefomgeving. De ambitie om uiterlijk in 2050 onafhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen is in het voorjaar van 2021 met het vaststellen van de Leeuwarder Energieagenda nog eens bevestigd door de gemeenteraad. Dat geldt ook voor hetgeen we in 2030 concreet willen bereiken in de ‘gebouwde omgeving’. De wetenschap is eenduidig in de conclusie, dat de opwarming van de aarde en het gebruik van fossiele brandstoffen (zoals aardgas) met elkaar samenhangen. Vanzelfsprekend moet ook de gemeente Leeuwarden haar verantwoordelijkheid nemen in de overstap naar het gebruik van louter duurzame energie. En de nood is hoog. Zo zien we steeds vaker en dichter bij huis de effecten van de klimaatverandering. Het wordt steeds warmer en het wordt steeds natter.

In vergelijking met 100 jaar geleden valt er 27% meer regen en temperaturen boven de 40 graden Celsius waren tot een paar jaar terug ondenkbaar voor ons land. Wat dat betreft gaan droogte en wateroverlast gelijk op. De verwachting is dat de klimaatverandering ook leidt tot een

verhoging van de zeespiegel. Daarbij is het goed te beseffen, dat een groot deel van Leeuwarden ook onder de zeespiegel ligt. In deze Warmtevisie staat een (voorstel voor een) routekaart tot 2030 waarin de kansen beschreven worden om een aantal buurten, wijken en dorpen van het aardgas af te halen. Net als in sommige wijken en dorpen al gebeurt, maken we op termijn met alle inwoners (en andere betrokkenen) in de wijken en dorpen plannen voor de uitvoering. Wij hebben elkaar nodig om stappen te zetten en kansen te benutten. Deze klus, deze energietransitie, kunnen we alleen gezamenlijk tot een succes maken. Deze eerste Warmtevisie is bedoeld om hiervoor enig houvast te geven. De visie laat zien wat mogelijk is en wanneer welke wijk, welk dorp ongeveer aan de beurt is. Er gelden wel een aantal belangrijke voorwaarden. In de eerste plaats moet de transitie betaalbaar zijn. Voor de gemeente zelf, maar vooral ook voor de inwoners en bedrijven. Onze verwachting is dat de rijksoverheid wat dat betreft met flinke budgetten ‘over de brug’ zal komen. Onder invloed van steeds hogere gasprijzen horen we de laatste tijd steeds vaker over de ‘energiearmoede’ die talloze huishoudens treft, ook in Leeuwarden. Onze inzet is erop gericht ervoor zorgen dat iedereen tegen een sociale prijs mee kan doen met de genoemde overgang naar een aardgasvrije gemeente.

Tegelijkertijd hopen we dat u, als inwoner van de gemeente Leeuwarden, niet wacht tot u aan de beurt bent. U kunt vandaag al actie ondernemen. Denk bijvoorbeeld aan het beter isoleren van uw woning. Hiervoor heeft het Rijk verschillende subsidies of andere vormen van financiering in het leven geroepen. Maak daar vooral gebruik van. Het past bij onze ambitie om als hoofdstad van Friesland ook een vooraanstaande rol te spelen in de energietransitie die zo belangrijk is in pogingen de klimaatverandering te beperken om zo de aarde (en Leeuwarden) ook voor de kinderen van onze kinderen leefbaar te houden. 3

4

SAMENVATTING Samen naar een visie op duurzame warmte Deze warmtevisie is een eerste schets van hoe wij heel de gemeente Leeuwarden aardgasvrij willen maken. Aardgasvrij betekent dat we niet meer verwarmen en koken met aardgas. In plaats daarvan gebruiken we duurzame energiebronnen. Hier zijn twee redenen voor. Bij het verbranden van aardgas komt CO2 vrij en die uitstoot draagt bij aan de klimaatverandering. Daarnaast brengt gaswinning problemen met zich mee, zoals we in Groningen duidelijk hebben kunnen zien. Het opstellen van de visie hebben wij als gemeente niet alleen gedaan. Inwoners, bedrijven, woningcorporaties en andere belanghebbenden zijn er actief bij betrokken. Hiervoor zijn onder meer een enquête, gespreksavonden, interviews en een klankbordgroep ingezet. Stap voor stap deze opgave realiseren Ons doel is om in 2030 49% minder CO2 uit te stoten dan in 1990. In 2050 willen we zelfs helemaal onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas. Dat is een grote opgave, die wij stap voor stap uitvoeren. • •

•

Het begint met de vraag naar warmte te laten dalen, bijvoorbeeld door woningen en andere gebouwen beter te isoleren. Ook moeten we ervoor zorgen dat de kosten van de overstap naar aardgasvrij overal zo laag mogelijk blijven. Zo houden we deze transitie voor alle inwoners betaalbaar. Het benutten van koppelkansen met andere werkzaamheden is hierbij een belangrijk aandachtspunt.

•

• •

Het technische deel van de opgave betreft het goed kunnen toepassen van alternatieven voor aardgas, zoals warmtenetten, groen gas en elektrische warmtepompen. Verder is er een sociale kant: iedereen moet kunnen meedoen en meedenken. Tot slot heeft de gemeente middelen nodig om regie te voeren en aan betrokkenen ondersteuning te bieden.

Duurzame warmteopties in kaart gebracht Welk alternatief voor aardgas het beste te benutten is, hangt af van de betreffende buurt. In buurten met veel nieuwere gebouwen heeft een individuele volledig elektrische oplossing de voorkeur. Doordat deze gebouwen goed geïsoleerd zijn, is relatief weinig energie nodig om ze te verwarmen. Dit gebeurt met een warmtepomp. Ook in sommige andere buurten is zo’n oplossing een geschikte optie, maar dan in combinatie met duurzaam gas. Er zijn ook buurten waar de voorkeur uitgaat naar een gezamenlijke aanpak: een collectief warmtenet. Via zo’n warmtenet krijgen gebouwen duurzame warmte, zoals aardwarmte. In een aantal andere buurten zijn een collectief warmtenet en een individuele volledig elektrische oplossing beide goede opties. Om een elektrische oplossing toe te kunnen passen, zal netverzwaring waarschijnlijk nodig zijn. Maatwerk via buurtplannen In deze warmtevisie maken wij onderscheid tussen buurten die kansrijk zijn om vóór 2030 aardgasvrij te worden (zie figuur: plattegrond) en buurten die we pas ná 2030 een alternatief voor aardgas geven. Voor deze laatste groep geldt bijvoorbeeld dat er nu nog geen koppelkansen of plannen voor een warmtenet zijn. Voor elke buurt stellen we een buurtplan op. Om tot een doordacht, breed gedragen en realistisch plan

5

te komen, doen wij dat samen met alle belanghebbende uit de betreffende buurt. Het opstellen van de buurtplannen is onderdeel van onze campagne ‘Stap voor stap naar aardgasvrij’. Met deze campagne willen we bovenal inwoners en andere belanghebbenden goed en op tijd informeren over wat nodig is voor de overstap. Dat is waar we als gemeente veel waarde aan hechten.

Figuur: Plattegrond warmteopties Leeuwarden

6

INHOUDSOPGAVE

Bijlage 2: Enquete & resultaten .................................................................37 Bijlage 3: Verslagen gespreksavonden.......................................................51

1.

2.

Inleiding ...............................................................................................8

Bijlage 4: Criteria........................................................................................53

1.1

Hoe is de visie tot stand gekomen? ........................................9

Bijlage 5: Achtergrondinformatie platform SETuP.....................................57

1.2

Leeswijzer ................................................................................9

Bijlage 6: Warmteoptie per buurt..............................................................59

De opgave en de context van de transitie .........................................10

Bijlage 7: Inventarisatie kaart initiatieven .................................................67

2.1

De Leeuwarder ambitie, transitieopgave en kansen ...........11

Bijlage 8: Kansrijke buurten voor 2030 .....................................................68

2.2

Afbakening van de scope.....................................................15

Bijlage 9: ‘No regret’ maatregelen .............................................................73

3.

UItgangspunten voor de transitie ......................................................16

4.

Warmteopties en kansrijke buurten tot 2030 ...................................17 4.1

Warmteopties .......................................................................18

4.2 Criteria voor de warmteopties en de kansrijke buurten tot 2030 19 4.3 5.

6.

Kansrijke buurten voor 2030.................................................21

Van kansrijke buurten naar handelingsperspectieven.......................23 5.1

Handelingsperspectief voor iedereen...................................23

5.2

Energie besparen...................................................................23

5.3

Handelingsperspectieven per buurt .....................................23

activiteiten, organisatie en financiën.................................................27 6.1

Activiteiten ............................................................................27

6.2

Communicatie en participatie...............................................29

6.3

Organisatie, financiën en voorwaarden ...............................33

6.4

Monitoring.............................................................................35

Bijlage 1: Wie hebben er meegedacht .......................................................36 7

voorwaarden waaronder we deze overstap maken. Hoe kan het voor iedereen werken, welke gevolgen heeft het en wat is een goede timing?

1. INLEIDING Waarom een warmtevisie? Het is iets meer dan vijftig jaar geleden dat de laatste gemeente in Nederland overging van kolen en stadsgas op aardgas. Hierdoor kwam het verwarmen van een woning en koken met gas binnen ieders bereik. We zijn er allemaal aan gewend: het is schoon, comfortabel en komt makkelijk onze huizen binnen. Toch maken wij voor Leeuwarden een visie voor de overstap naar een aardgasvrije samenleving (warmtetransitie). Waarom?

Duurzame warmteopties per buurt In deze warmtevisie geven we per buurt en dorp aan wat het alternatief voor aardgas kan zijn voor het verwarmen van huizen en hoe snel de overstap te maken is. Daarnaast gaan we in op wat de randvoorwaarden en belangrijkste principes voor de warmtetransitie in de gemeente Leeuwarden zijn. Hoe maken we het voor alle inwoners mogelijk? Waar zitten blokkades en uitdagingen? Hoe komen we hierover in gesprek en kunnen we oplossingen aandragen?

Tegengaan gevolgen klimaatverandering

Warmtevisie geeft eerste schets richting aardgasvrij Leeuwarden

De afgelopen zomers hebben we in ons eigen land kunnen zien wat de gevolgen zijn van de opwarming van de aarde. Denk aan de droge, hete zomer van 2020 en de overstromingen en lange regenbuien in 2021. Een van de oorzaken van deze opwarming is onze CO2-uitstoot. Ook bij het verbranden van aardgas komt CO2 vrij. Die uitstoot willen we flink omlaag brengen.

Het is een grote transitie die veel invloed heeft op het dagelijks leven van onze inwoners, daar zijn we ons van bewust. De gemeente heeft op dit moment ook nog niet alle antwoorden en zeker niet oneindige middelen. Wij gaan aan de slag met de kennis en middelen die we nu hebben. Deze visie is een eerste schets van hoe Leeuwarden aardgasvrij te maken is. Een basis voor het gesprek en een richting die we kunnen volgen. We weten ook dat de overgang naar aardgasvrij afhankelijk is van nieuwe technologische ontwikkelingen, landelijk beleid en kansen die we tegenkomen. Wij willen klaar zijn om goed in te kunnen spelen op die ontwikkelingen en kansen. En we willen de warmtevisie kunnen bijstellen wanneer dat nodig is. We verwachten dat we de visie in ieder geval iedere vijf jaar actueel maken.

Gaskraan gaat dicht Een tweede reden om te werken aan een aardgasvrij Leeuwarden is de situatie in Groningen. Vanwege alle problemen die door de gaswinning zijn ontstaan, is met de Groningers afgesproken dat de gaskraan daar dichtgaat. Wij willen dat over een tijdje hetzelfde gebeurt met de gaskraan in Fryslân. Daarom zijn we op zoek naar goede alternatieven voor aardgas. Dat vraagt om een visie op de technische mogelijkheden en waar die het beste passen. Ook vraagt het om een visie op de

8

1.1 Hoe is de visie tot stand gekomen? Een van de belangrijkste principes voor de transitie is ‘samenwerken’: de overstap raakt ons allemaal en niemand kan dit alleen. We hebben verschillende manieren gebruikt om input te krijgen voor deze visie en om het gesprek aan te gaan over de opgave. Corona maakte het er niet makkelijker op, maar we hebben dankzij nieuwe digitale technieken toch veel informatie kunnen ophalen en bespreken. Al die input is verwerkt in deze visie. Inwoners hebben meegedacht Om de uitgangspunten voor deze visie helder te krijgen, hebben we via een enquête eerst inbreng van inwoners gevraagd. Deze enquête is in mei 2021 online verspreid en had 1049 respondenten. Hieruit kwam onder andere naar voren dat inwoners betaalbaarheid belangrijk vinden. Daarnaast hebben zij graag een positieve invloed op het milieu. Verder vinden ze dat de transitie stap voor stap moet gebeuren; neem de tijd. Een uitgebreid overzicht van de enquête en de resultaten is te vinden in bijlage 2. Tijdens een digitale informatieavond (webinar) voor alle inwoners van de gemeente Leeuwarden, zijn de onderwerpen duurzaamheid en aardgasvrij extra toegelicht. Op deze avond kwamen onder andere initiatiefnemers uit de mienskip zelf aan het woord om hun ervaringen te delen.

Op 7, 14 en 22 juni zijn voor de verschillende deelgebieden van de gemeente (Noord, Midden en Zuid) digitale gespreksavonden georganiseerd. Hierbij zijn de kansrijke alternatieve warmtebronnen (technieken) toegelicht. Daarna konden inwoners met de gemeente en met elkaar in gesprek over wat belangrijk is bij de overstap naar aardgasvrij. Ook konden zij vragen stellen aan experts en de wethouder.

Een verslag van deze gesprekken is te vinden in bijlage 3. De gespreksavonden zijn ook terug te zien via de volgende link: (https://energieloketleeuwarden.nl/terugkijken-gespreksavondenaardgasvrij-wonen/) Interviews met belanghebbenden Naast inwoners zijn ook andere belanghebbenden gevraagd om input te leveren. Deze belanghebbenden zijn geïnterviewd om erachter te komen: • • •

Wat zij zelf doen op het gebied van duurzaamheid; Wat ze belangrijk vinden bij de transitie naar aardgasvrij; Met welke concrete projecten ze zich bezighouden.

Een overzicht van belanghebbenden is te vinden in bijlage 1. Klankbordgroep Tijdens het opstellen van deze warmtevisie hebben belanghebbenden, inwoners en bedrijven meegedacht in de vorm van een klankbordgroep. Bijlage 1 geeft een overzicht van welke partijen wanneer en op welke manier betrokken zijn.

1.2 Leeswijzer Deze warmtevisie begint met hoofdstuk 2 ‘De opgave en de context van de transitie’. Hierin gaat het om de opgave en het kader waarbinnen deze opgave zich afspeelt. Hoofdstuk 3 ‘Uitgangspunten voor de transitie’ gaat over de randvoorwaarden en belangrijkste principes voor de warmtetransitie in de gemeente. Hoofdstuk 4 schetst een beeld van de kansrijke buurten en de verschillende alternatieven voor aardgas per buurt. Tot slot In hoofdstuk 6 gaan we in op de uitvoering. Hoe gaan we straks verder met deze opgave? Hoe krijgt dat vorm in de eerste buurten?

9

2. DE OPGAVE EN DE CONTEXT VAN DE TRANSITIE We sluiten met de warmtevisie aan bij (internationaal beleid. In december 2015 heeft Nederland ingestemd met een nieuw klimaatakkoord van de Verenigde Naties. Het doel van dit akkoord is om het opwarmen van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius. Dit betekent dat Nederland, net als alle andere landen, een flinke inspanning moet leveren om deze opwarming tegen te gaan. 49% minder CO2 uitstoot Het kabinet heeft in het regeerakkoord van 2017 aangegeven dat de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% verminderd moet zijn ten opzichte van 1990. In 2020 is dit nog beter verankerd door het vastteleggen in wetgeving; de Klimaatwet. In deze wet is het doel van 49% minder CO2 vastgelegd. Om invulling te geven aan dit doel, is het nationale Klimaatakkoord opgesteld. Hierin staan afspraken die de overheid, organisaties en bedrijven samen hebben gemaakt. Een van die afspraken is om ervoor te zorgen dat we in 2050 een ‘aardgasvrije gebouwde omgeving’ hebben. Deze overgang naar een aardgasvrije omgeving is gigantisch en heeft effect op bijna acht miljoen woningen in Nederland. De invoering van de Warmtewet 2.0 Volgens planning wordt de Warmtewet 2.0 in 2022 ingevoerd. Deze vernieuwde wet kan invloed hebben op lokale beslissingen.

Belangrijke punten in de warmtewet zijn onder andere het tarief van warmte en de (ont)koppeling met aardgas, de rol van de gemeente bij het aansluiten van buurten en een CO2-norm voor warmtenetten. Regierol in opstellen Warmtevisie Gemeenten hebben een belangrijke regierol bij deze overgang naar een aardgasvrije omgeving. Ze zijn daarom gevraagd om voor 2022 een visie

op te stellen. Deze visie richt zich vooral op technische aspecten van de transitie: wat zijn de mogelijke alternatieven voor aardgas? In de gemeente Leeuwarden zijn er plannen op 3 niveaus: 1) Regionaal met de Regionale Energie Strategie (RES). Op 2 juni 2021 is de gemeenteraad akkoord gegaan met de RES 1.0 voor Fryslân. Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW). Hierin staat geschetst wat de kansen en knelpunten zijn om de regio Fryslân duurzaam te verwarmen. Deze eerste RSW is zo de start van de verkenning op het gebied van warmte. 2) Op gemeentelijk niveau met deze Warmtevisie. De visie beschrijft hoe wij als gemeente, samen met belanghebbenden en inwoners, werken aan een aardgasvrije omgeving. 3) Voor elke buurt (elke wijk en elk dorp) waar we starten met de transitie stellen we een concreet plan van aanpak op, oftewel een uitvoeringsplan. Deze plannen maken we samen met inwoners, ondernemers en organisaties in de betreffende buurt. In deze uitvoeringsplannen maken wij een definitieve keuze voor het warmtealternatief en geven we gedetailleerd aan wat de kosten zijn. De eerste stapjes naar aardgasvrije buurten zijn al gezet. Samen met verschillende initiatieven in de gemeente is ervaring opgedaan met het maken van plannen en het aanvragen van subsidie in het kader van het landelijke ‘Programma aardgasvrije wijken’ (PAW).

Deze ervaringen zijn verwerkt in de route naar uitvoeringsplannen die in hoofdstuk 6 staat beschreven. Ook deze initiatieven blijven we begeleiden en ondersteunen naar uitvoeringsplannen.

10

2.1 De Leeuwarder ambitie, transitieopgave en kansen 2.1.1 Ambitie en CO2-opgave Onze ambitie is om in 2030 49% minder CO2 uit te stoten dan in 1990. In 2050 willen we onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas. Deze doelstellingen komen uit de door de raad in 2021 vastgestelde Leeuwarder Energie Agenda (LEA). In de aanloop naar de LEA heeft het college ook een Warmtegids vastgesteld. Hierin staat geschetst wat de rol is van de gemeente bij de warmtetransitie.

De ambitie is groot. Als we kijken naar de totale CO2-uitstoot van Leeuwarden in 2018, zien we dat de gebouwde omgeving zorgde voor 37% van de totale CO2-uitstoot (figuur 1). In de afgelopen jaren zijn al stappen gezet om de CO2-uitstoot te verminderen. In totaal is 4,4% van de woningen in Leeuwarden aardgasvrij1. Dit zijn vooral nieuwbouwwoningen en koplopers die zelf stappen hebben gezet om aardgasvrij te wonen. Het aardgasverbruik is in de afgelopen jaren gedaald, terwijl het aantal gebouwen is toegenomen. Dit komt deels door energiebesparing en deels door aardgasvrije nieuwbouw.

Totale uitstoot

Gebouwde omgeving

Mobiliteit

Industrie

Landbouw

100%

37%

22%

18%

23%

Aardgas- en warmteverbruik en overige broeikasgassen

Brandstof verbruik

Energiegebruik

Energiegebruik

Woningen

Afvalbeheer (overige broeikasgassen

Mest (overige broeikasgassen)

Utiliteit

Overige industrie CO2 en overige broekasgassen

Landbewerking (overige broeikasgassen)

924 Kton CO2

54%

46%

80% 12%

8%

Figuur 1: overzicht van de CO2-uitstoot in1 2018 per sector in verhouding tot de totale www.cbs.nl uitstoot van de gemeente Leeuwarden in 2018 Bron: Energy Transition Model

5%

17%

27%

Fermentatie (veeteelt) (overige broeikasgassen)

51%

11

Woningen en gebouwen stap voor stap aardgasvrij Ongeveer 63.000 huishoudens en 14.000 utiliteitsgebouwen (kantoren, scholen, ziekenhuizen, fabrieken enzovoort.) moeten in de komende tientallen jaren aardgasvrij worden gemaakt. Dat doen we stap voor stap. Dat kan op individueel gebouwniveau: een gebouw verbruikt steeds minder aardgas. Dat kan ook op buurt-/blokniveau: een buurt gaat in één keer van het aardgas af. Beide strategieën worden ingezet afhankelijk van wat waar haalbaar is. Kansrijke buurten tot 2030 In de LEA staat onze ambitie om tot 2024 voor 10.000 woningen en 5.000 overige gebouwen2 uitvoeringsplannen te maken en in 2030 1100 TJ energie te besparen. De exacte verdeling tussen de woningen en overige gebouwen is afhankelijk van de kansen. Deze visie laat zien dat de kansen om dat doel te halen er zijn. Uit de eerste analyse in deze visie blijkt dat verdeeld over verschillende buurten 13.875 WEQ kansrijk zijn om tot 2030 aardgasvrij te maken. Als het aardgasvrij maken van deze gebouwen slaagt dan levert dit een besparing op van ca 497 TJ. De overige 603 TJ moet buiten deze buurtaanpak bespaard worden; denk hierbij aan buurtgerichte isolatie campagnes, de inzet van Energiecoaches, gemeente brede besparing en het stimulerend toezicht energiebesparing bij bedrijven. Bijlage 8 geeft een overzicht van de kansrijke buurten.

Het doel is alleen haalbaar onder de voorwaarden die we hebben gesteld (paragraaf 6.2). De grootste kansen liggen bij de aansluiting op een warmtenet. Bij verdere uitrol van een warmtenet is het tot 2024 mogelijk om, naast de eerste bedrijfsgebouwen, nog 6.000 woningen aan te sluiten. Voor de

overige gebouwen zijn er tot 2024 naast een warmtenet andere warmteopties. Deze staan aangegeven in hoofdstuk 3. Uitrol warmtenet extra kans Om de gewenste CO2-vermindering voor 2030 te halen, is meer nodig. Het doel is haalbaar met een combinatie van een verdere uitrol van het warmtenet en steeds meer besparen in dezelfde aantallen en hetzelfde tempo als tot 2024. In 2030 kan een warmtenet 30.000 tot 40.000 gebouwen duurzame warmte leveren. Net als in de LEA kiezen we ervoor om ons in deze eerste warmtevisie te concentreren op de meest kansrijke buurten. Met het actueel maken van deze visie in 2026 kunnen we andere buurten als kansrijk benoemen.

2.1.2 De energiebesparingsopgave Een belangrijke stap bij de overgang naar aardgasvrij is het verminderen van het gebruik van aardgas. Dit kan door de vraag naar warmte per persoon te laten dalen, bijvoorbeeld door mensen aan te sporen om vaker een trui aan te trekken en woningen beter te isoleren. Voorbeelden uit de praktijk laten zien dat hiermee vele kubieke meters aan aardgas te besparen zijn én dat zo meer comfort ontstaat, als de woning goed geventileerd wordt. ‘No regret’ maatregelen Iedere gebouwbezitter zou dus een aantal basismaatregelen moeten nemen voor het onderhoud van zijn of haar pand. We noemen dit ‘no regret’-maatregelen. Dit zijn maatregelen waar je geen spijt van kunt hebben en die je ongeacht de keuze voor een alternatief voor aardgas kan nemen. In bijlage 9 is een overzicht te vinden van deze maatregelen.

2 Het betreft hier ‘woningequivalenten’: waar één ‘woningequivalent’ overeenkomt met het

energieverbruik van één gemiddelde woning, (59,66 GJ/ per jaar) Bron: SETTuP. Bedrijfsgebouwen tellen in aantal weq-en mee als hun energieverbruik gedeeld door 59GJ. Daarmee komt 5000 weq overeen met bijvoorbeeld 5 hele grote bedrijfsgebouwen.

12

2.1.3 De financiële opgave De overstap naar aardgasvrij vraagt om een bijdrage van alle betrokken partijen in de gemeente Leeuwarden. We willen dat die overstap naar aardgasvrij voor iedereen, inwoners en andere betrokkenen, betaalbaar is. Betaalbaarheid bekijken we van twee kanten: de totale maatschappelijke kosten en de individuele kosten voor de gebouweigenaar en/of bewoner/huurder. Laagste maatschappelijke kosten Met het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat de warmtevisie uitgaat van de laagste maatschappelijke kosten van de hele warmteketen. Maatschappelijke kosten zijn bijvoorbeeld de kosten van de aanleg van een warmtenet. Of van de verzwaring van de elektriciteitsnetten om aan de toegenomen vraag te kunnen voldoen. Wij hebben voor deze visie in kaart gebracht welke alternatieven voor aardgas tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten te benutten zijn. De verdeling van kosten en dekking over partijen is een vervolgvraag. Voor deze vraag wordt landelijk onder de nieuwe Warmtewet 2.0 naar oplossingen gezocht. Op dit moment zien we dat de transitie nog bijna nergens financieel helemaal uit kan. De transitie kan alleen goed verlopen als voor zowel inwoners als andere betrokken partijen een passende business case te maken is. Om een goede business case te maken, is steun vanuit de Rijksoverheid nodig.

Keuze opties Om de transitie maatschappelijk betaalbaar te houden, is het belangrijk dat we bij de overstap naar aardgasvrij zoveel mogelijk de route volgen die in deze visie is geschetst. Het is een opgave om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk gebouweigenaren kiezen voor de optie met de laagste maatschappelijke kosten. Want hoe meer eigenaren kiezen voor een

andere optie, hoe moeilijker we die laagste kosten voor de rest van de gemeente kunnen garanderen. De individuele financiële opgave voor gebouweigenaren is afhankelijk van hoe goed het pand onderhouden is en van hoeveel investeringen er al zijn gedaan voor het besparen van energie. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan schil-isolatie en dubbel glas.

2.1.4 De technische opgave Alternatieven voor aardgas Als alternatief voor aardgas overwegen we verschillende opties. Voorbeelden daarvan zijn warmtenetten, duurzaam gas en elektrische warmtepompen. In paragraaf 3.2 staan deze opties toegelicht. Ze bieden wel een alternatief voor aardgas, maar zijn niet zonder uitdagingen. Bij ‘groen gas’ is de opgave om het beschikbaar te krijgen voor de gebouwde omgeving. Daarnaast zit er een limiet aan de productie van dit duurzaam gas. Voor een elektrische oplossing geldt dat het elektriciteitsnet niet overal sterk genoeg is. Hier ligt een opgave voor Liander. Bovendien is deze oplossing niet overal even betaalbaar doordat sommige huizen slecht geïsoleerd zijn. Voor een warmtenet geldt dat dit in verband met de al aanwezige infrastructuur niet overal ondergronds in te passen is. Deze technische randvoorwaarden en opgaves zijn zoveel mogelijk verwerkt in de analyse. Het is onvermijdelijk dat bij het toepassen van alternatieven voor aardgas opgaves blijven bestaan.

2.1.5 De sociale opgave De transitie wordt vaak vooral gezien als een technische opgave. Maar het is ook een sociaal-maatschappelijke opgave. De overgang naar een alternatief voor aardgas raakt mensen tot achter de voordeur en in hun 13

portemonnee. De prijs van aardgas stijgt en juist mensen die weinig te besteden hebben en weinig invloed hebben op waar zij wonen, worden de komende jaren hiermee geconfronteerd. Voorkomen van energiearmoede Daarnaast is er in verschillende buurten sprake van ‘energie armoede’3 dit wordt vaak gemeten als huishoudens met enerzijds een laag inkomen en anderzijds óf hoge energiekosten óf een woning met een relatief lage energetische kwaliteit. We weten door onze jarenlange ervaring met de Energiecoach voor mensen met een laag inkomen hoe groot de energiearmoede kan zijn. We hebben een opgave om juist de minder zelfredzame inwoners goed te begeleiden bij deze transitie en waar mogelijk energie armoede te voorkomen. De tijd nemen voor maatwerk per buurt Bij de keuze voor een buurtaanpak is de opgave om iedereen in een buurt mee te laten doen met de transitie. Het is aan de gemeente om hierbij te ondersteunen en stimuleren. Dit vraagt in veel gevallen om maatwerk. Iedere buurt, woning en woonsituatie is anders en vraagt om een andere aanpak. ‘Neem de tijd’ zeiden onze inwoners hierover.

2.1.6 De opgave voor de gemeentelijke organisatie In het klimaatakkoord staat dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de energietransitie in de gebouwde omgeving. Bij elkaar moeten landelijk zeven miljoen gebouwen duurzame warmte krijgen. Op het gebied van duurzaamheid is dit de meest ingewikkelde transitie die er is. Een die alle Nederlanders raakt. Het is de transitie die het draagvlak voor klimaatbeleid maakt of breekt. Wij hebben echt de volle dertig jaar nodig om buurt voor buurt een alternatieve infrastructuur voor aardgas op te bouwen.

Extra organisatie en uitvoeringsbudget nodig Gemeenten hebben vandaag de dag niet de mankracht om hierover meteen de regie te voeren en de uitvoering te ondersteunen. Met het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten een vergoeding krijgen voor de kosten die ze maken voor deze nieuwe taak. De Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) heeft die kosten in beeld gebracht. Voor 2022 worden ze landelijk geschat op ruim 400 miljoen euro. Op basis van het onderliggende onderzoek van AnderssonElffersFelix (AEF) is de verwachting dat de kosten richting 2030 stijgen naar een klein miljard. Het Rijk heeft het ROB-advies nooit in twijfel getrokken, maar laat de uitvoering ervan liggen tot het nieuwe kabinet aantreedt. Alle gemeenten, waaronder Leeuwarden, hebben inmiddels hun huiswerk gedaan. Maar nu heeft onze gemeente voor de opgave extra geld nodig. Zonder uitvoeringsgeld komen de plannen die tot al die verduurzaamde huizen leiden stil te liggen. Ook voor Leeuwarden geldt dat we de organisatie van deze opgave en de financiële ondersteuning van gebouweigenaren niet zelf kunnen betalen. Het is belangrijk dat we op 1 januari 2022 van start kunnen gaan met de uitvoering.

2.1.7 De kansen Naast een heleboel uitdagingen en opgaven biedt de transitie ook kansen. Nationaal wordt verwacht dat de energietransitie voor meer werkgelegenheid zorgt in de installatiesector, de grond-, weg- en waterbouw en de technische advisering. Bij deze groei in werkgelegenheid is het wel belangrijk dat er ook genoeg personeel is in deze sectoren. Daarnaast kan de transitie voor een economische impuls zorgen, een startmotor zijn voor vernieuwing en een schone duurzame leefomgeving.

3

14

2.2 Afbakening van de scope Dit is de eerste warmtevisie die de gemeente Leeuwarden maakt. Het doel is richting geven en een leidraad zijn voor het gesprek. Voor deze visie is een eerste onderzoek gedaan naar de mogelijke en beschikbare alternatieven voor aardgas. In deze paragraaf geven we de verschillende onderdelen van de visie aan, en wat in een later stadium wordt uitgewerkt of beslist. Gemeentelijke visie op de schaal van buurten De warmtevisie is een visie voor heel de gemeente die per buurt laat zien hoe en wanneer die aardgasvrij te maken is. ‘Buurt’ is hier opgevat als breed begrip; het gaat ook om wijken en dorpen. Hierbij is de volgende toelichting van belang: •

•

•

•

De transitiekaart geeft een beeld op buurtniveau Afwijkende gebouwtypen binnen de buurten, zoals een boerderij uit 1925 in een wijk uit 2005, zijn niet zichtbaar op de kaart. Deze specifieke situaties en uitzonderingen behandelen we in een latere fase in de uitvoeringsplannen. Keuzes voor warmtebron liggen niet vast De warmtevisie geeft een beeld van de aardgasvrije infrastructuur per buurt zonder daarbij nu al een harde keuze te maken voor de energiebronnen. De visie houdt rekening met de kansen voor verduurzaming van de bronnen die deze infrastructuren voeden. Tempo bepaalt buurt zelf Het tempo waarin een buurt aardgasvrij kan worden, bepaalt de buurt zelf. In de ene buurt gaat dat collectief en in fases, in de andere buurt individueel en op daarvoor logische momenten. ‘Buurt’ is breed begrip De kaarten en afbeeldingen in deze warmtevisie zijn ingericht volgens de CBS-buurten. De aanpak is niet gebonden aan die CBS-grenzen. Een

•

initiatief kan dus ook buiten een CBS-buurt plaatsvinden. De CBSgrenzen zijn bedoeld om richting te geven aan de opgave. Kaart toont ‘voorkeursalternatief’ De kaart in deze warmtevisie geeft een voorkeursalternatief aan voor een hele buurt. Maar binnen buurten zijn vaak verschillen. Er kunnen oudere en nieuwere gebouwen en verschillende soorten eigenaren zijn. Voor delen van een buurt kunnen andere aardgasvrije oplossingen beter zijn. Voor gebouwen zijn er bijvoorbeeld andere voorkeursoplossingen dan voor woningen.

Maatschappelijke kosten en betaalbaarheid voor de eindgebruikers Met het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat de warmtevisie uitgaat van de laagste maatschappelijke kosten van de hele warmteketen. Door de laagste maatschappelijke kosten als uitgangspunt te nemen, brengen we de betaalbaarheid voor inwoners dichterbij. Wat de effecten zijn voor individuen en hoe de kostenverdeling er precies uit gaat zien, is iets wat we nu nog niet kunnen zeggen. De nieuwe Warmtewet 2.0 regelt straks waarschijnlijk kwesties als de tariefregulering en subsidies en energieleningen. Goed wacht niet op beter Wij starten met de aanpak in 14 buurten, waaronder een bedrijventerrein en een cluster van meerdere dorpen. Dat neemt niet weg dat steeds meer eigenaren zelf de stap naar aardgasvrij zetten en dat het verder beperken van de warmtevraag in heel de gemeente belangrijk is. We moeten rekening houden met flexibiliteit bij de uitvoering, blijven leren en ruimte houden voor innovatie. Ook willen we lokale initiatieven die passen binnen de uitgangspunten van deze warmtevisie stimuleren. Het kan dus zijn, dat in buurten die nu nog niet zijn weergegeven als kansrijk voor 2030, toch al stappen worden gezet richting aardgasvrij.

15

3. UITGANGSPUNTEN VOOR DE TRANSITIE De overgang van aardgas naar alternatieven raakt heel de gemeente Leeuwarden. We moeten daarom aandacht houden voor wat belangrijk is bij deze grote transitie. In het voorjaar zijn hierover veel gesprekken gevoerd en is een enquête gehouden. Al deze input heeft geleid tot de volgende uitgangspunten. 1) Betaalbaar De energierekening moet voor alle inwoners betaalbaar blijven. De energiearmoede moet niet toenemen, hier werken wij aan met o.a. de Energiecoaches en isolatie acties. Wij zetten in op oplossingen met de laagste maatschappelijke kosten. 2) Samenwerken De overstap naar een aardgasvrije omgeving maken we samen met inwoners, ondernemers, woningcorporaties, energie coöperaties en andere belanghebbende. Iedereen moet kunnen meedenken en meedoen. Bij zowel het maken van buurtplannen als de uitvoering daarvan is daarom afstemming nodig. Dit vraagt om genoeg kennis en betrokkenheid van alle belanghebbenden. 3) De warmtevoorziening is betrouwbaar en duurzaam Het is en blijft belangrijk dat inwoners kunnen rekenen op ‘betrouwbare’ warmte, oftewel duurzame oplossingen met zekerheid van levering. We kiezen voor alternatieven voor aardgas waarvan we weten dat ze werken en toekomstbestendig zijn.

om koppelkansen: werk met werk maken. Wij houden daarbij rekening met bijvoorbeeld vervangingsmomenten van de aardgasleidingen, onderhoudsplannen van gebouwen en werkzaamheden in de openbare ruimte. Zo willen we zinloze investeringen voorkomen en kansen pakken om kosten te besparen. We rekenen erop dat ook gebouweigenaren dit uitgangspunt toepassen bij het onderhoud van hun gebouwen. 5) Stap voor stap Wij willen de warmtetransitie stap voor stap laten plaatsvinden. Het tempo is een van de grootste zorgen die uit de enquête naar voren kwam. We streven naar een realistische visie op de transitie, die rekening houdt met de uitvoerbaarheid, de beschikbare mankracht en de financiële haalbaarheid. 6) Zorgvuldig en transparant We zijn zorgvuldig en transparant. Dat betekent we op tijd informatie verschaffen. Zo kunnen alle betrokkenen de juiste afwegingen maken. Samen geven deze 6 uitgangspunten een beeld van waar het bij de warmtetransitie om draait. Wij zijn ons ervan bewust dat bepaalde punten niet altijd samengaan. Denk bijvoorbeeld aan betaalbaarheid en duurzame oplossingen. We hebben gezocht naar een goede balans tussen alle uitgangspunten. In deze warmtevisie staat beschreven welke afwegingen we daarbij hebben gemaakt.

4) We maken gebruik van logische momenten Bij de uitvoering en het bepalen van de volgorde van buurten is het van belang om zoveel mogelijk aan te sluiten bij logische momenten. Het gaat 16

4. WARMTEOPTIES EN KANSRIJKE BUURTEN TOT 2030 In dit hoofdstuk geven wij per buurt aan wat het aardgasvrije alternatief kan zijn voor het verwarmen en koken met aardgas. Deze alternatieven noemen we warmteopties. Ook laten we zien welke buurten kansrijk zijn om tot 2030 mee aan de slag te gaan. Welke warmteoptie waar het beste toe te passen is, is geanalyseerd met het SETuP model. Dit is een model dat alle data van o.a. gebouwen en energieverbruik en beschikbaarheid van alternatieve brandstoffen per buurt een waarde geeft. De achterliggende criteria staan in paragraaf 4.2. Het resultaat is een kaart met per gebied het meest kansrijke alternatief voor aardgas.

17

4.1 Warmteopties We gaan in deze paragraaf uit van de nu bekende warmteopties, uiteraard volgen we de ontwikkelingen en innovaties in de markt. Deze zullen wellicht in een volgende versie van de visie worden opgenomen.

Individueel – Geheel elektrisch Deze optie heeft de voorkeur bij nieuwere woningen. Door de goede isolatie van deze woningen is relatief weinig energie nodig om ze te verwarmen. De woning krijgt een (combi)warmtepomp. Deze pomp werkt op stroom en haalt warmte uit de buitenlucht of het grondwater. Hiermee verwarmt ze de woning en het (tap)water (een combiwarmtepomp kan de woning ook koelen). Voor warm tapwater komt er ook een buffervat. De standaardradiatoren maken plaats voor laagtemperatuurradiatoren. Koken gaat elektrisch of met inductie. Voor een deel kunnen

zonnepanelen de extra benodigde elektriciteit (duurzaam) leveren. De gasaansluiting is niet meer nodig en wordt verwijderd.

Individueel – (hybride) warmtepomp samen met duurzaam gas De woning krijgt een (hybride) warmtepomp. Deze gebruikt (een kleine hoeveelheid) elektriciteit om warmte uit de lucht of de grond te halen. Hiermee verwarmt ze de woning en het (tap)water. Het is niet nodig om de radiatoren hiervoor aan te passen. Koken gaat met duurzaam gas. De gasleiding blijft dus in de woning. Er stroomt alleen geen aardgas meer doorheen, maar duurzaam (groen) gas.

18

In de afgelopen jaren is in studies het stoken op hout of houtachtige materialen vaak opgevoerd als alternatief voor aardgas. Vanwege de uitstoot van fijnstof en andere overlast is deze optie niet meegenomen in deze visie. Er is geen wetgeving die deze optie kan verbieden, maar meerdere groepen hebben de gemeente laten weten deze optie af te keuren.

4.2 Criteria voor de warmteopties en de kansrijke buurten tot 2030

Collectief – warmtenet Bij een collectief warmtenet wordt de woning verwarmd met duurzame warmte. Denk bijvoorbeeld aan aardwarmte (geothermie),restwarmte van industrie (warmte die fabrieken produceren), aquathermie of een collectieve warmtepomp. Koken gaat elektrisch of met inductie. Warmteleidingen komen de woning binnen in de meterkast. Eén leiding voor de aanvoer van heet water en één voor de afvoer van afgekoeld water. Hiervoor plaatst de warmteleverancier een ‘afleverset’. Deze set komt meestal op de plek van de oude gasaansluiting (die dan niet meer nodig is). Omdat warmte via het warmtenet warm genoeg is voor het verwarmen van de woning en het (tap)water, is het niet nodig om de radiatoren in huis aan te passen.

De gemeente Leeuwarden heeft als doel om in 2050 onafhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, dus ook van aardgas. Wij maken onderscheid tussen buurten die kansrijk zijn om vóór 2030 aardgasvrij te worden en buurten waarbij dat het beste vanáf 2030 kan gebeuren. Met de eerstgenoemde buurten kunnen we beginnen na vaststelling van deze visie. In sommige daarvan zijn al stappen gezet naar aardgasvrij. De tweede groep buurten maken we stap voor stap klaar voor de transitie door in te zetten op onder andere energie besparen, bewustwording en duurzaam gedrag. Zoals eerder benoemd in deze visie, is met een enquête, interviews, een klankbordgroep en gespreksavonden aan inwoners en professionals gevraagd wat zij belangrijk vinden bij de transitie. Op basis daarvan is een aantal criteria opgesteld om per buurt een keuze te maken tussen de verschillende warmteopties. En om te bepalen welke buurten kansrijk zijn om voor 2030 aardgasvrij te worden. Deze criteria staan in bijlage 4 toegelicht. Tabel 1 bevat een samenvatting van diezelfde criteria.

Geen houtstook 19

Criteria voor kansrijke buurten voor 2030 Laagste maatschappelijke kosten

Beschikbaarheid van of zicht op een duurzame bron Bestaande infrastructuur en afstand daartoe Aansluiting bij plannen en werkzaamheden, benutten van logische momenten Gebundelde vraag Actieve betrokken inwoners Duidelijke voorkeursoplossing

Korte toelichting De laagste maatschappelijke kosten zijn de totale kosten die nodig zijn voor de overstap naar aardgasvrij. Denk hierbij aan kosten voor aanpassingen in een woning (zoals het aanbrengen van isolatie), de aanschaf van de techniek (zoals een warmtepomp) en eventuele aanpassingen in de infrastructuur (zoals het verzwaren van elektriciteitsnetten). Is de oplossing met de laagste maatschappelijke kosten al beschikbaar in de betreffende buurt? Of is het waarschijnlijk dat die daar op korte termijn beschikbaar komt? Hernieuwbare energiebronnen zijn schaars in Nederland. De beschikbaarheid van warmteopties bepaalt ook de volgorde waarin buurten aan de beurt zijn. De aanwezigheid van een al bestaande infrastructuur voor warmte speelt een belangrijke rol bij de keuze voor een warmteoptie. Hetzelfde geldt voor plannen voor een nieuwe infrastructuur. Daarnaast is de afstand van belang: hoe dicht ligt een buurt bij zo’n bestaande of geplande infrastructuur? Ook andere plannen en werkzaamheden in de gemeente hebben direct of indirect invloed op de keuze voor een warmteoptie. En op hoe kansrijk een buurt is. Want hoe meer het inzetten van een alternatief voor aardgas daarbij kan aansluiten en er dus logische momenten (koppelkansen) te benutten zijn, hoe beter. Hoe beter de vraag naar warmte in een buurt te bundelen en organiseren is, hoe kansrijker die buurt.

Gebundelde vraag kan bijvoorbeeld ontstaan door veel bezit van één eigenaar of via een vereniging van eigenaren. Zijn buurtinwoners al met duurzaamheid en/of de energietransitie bezig? Dan maakt dat die buurt kansrijker. Hoe duidelijker de voorkeursoplossing in een buurt is, hoe kansrijker die buurt.

Tabel 1: Samenvatting criteria kansrijke buurten

20

4.3 Kansrijke buurten voor 2030 Uit de eerste analyse blijkt dat de buurten die hieronder genoemd staan kansrijk zijn voor de overstap naar aardgasvrij voor 2030. Samen met buurtinwoners willen wij de planning tot 2024 opstellen. Hieronder staat per buurt welke kenmerken haar kansrijk maken. ‘Buurt’ is hier opgevat als breed begrip; het gaat ook om wijken en dorpen. Nijlân Nijlân ligt vlakbij de bron van aardwarmte. In deze buurt maken vele woningen op één vierkante kilometer, de zogenaamde dichtheid van de bebouwing, een warmtenet interessant. De woningen zijn over het algemeen niet zo goed geïsoleerd. Het leveren van warmte met een hogere temperatuur kan ervoor zorgen dat extra investeringen op het gebied van isolatie niet nodig zijn. Daarnaast zijn er wijkinwoners die georganiseerd aan energiebesparing werken. De aanleg van het warmtenet is kansrijk om te combineren met onderhoud aan de riolering. Gebundelde vraag is mogelijk doordat een groot deel van de gebouwen in bezit is van de woningcorporaties. Het gasnet is voor een groot deel economisch deel afgeschreven. Harlingervaart Noord Ennatuurlijk heeft plannen voor de uitrol van het warmtenet in deze buurt. Vanaf 2023 moeten alle bedrijfsgebouwen groter dan 100 m2 voorzien zijn van minimaal energielabel C. Het leveren van duurzame warmte via een warmtenet kan hieraan bijdragen.

Het aardgasnet is economisch bijna afgeschreven. Oranjewijk

energiecoöperatie wil graag met financiering uit een nieuwe proeftuinaanvraag versneld stappen zetten. Het aardgasnet is economisch bijna afgeschreven. Een deel daarvan is nog gietijzer dat mogelijk nog een aantal jaar meekan. Heechterp Het bundelen van de warmtevraag van particulieren en woningcorporaties is in deze buurt mogelijk. Het bestaande warmtenet ligt dichtbij en is in aankomende fases mogelijk uit te breiden. Hierdoor kan snel duurzame warmtelevering plaatsvinden. Het gasnet is economisch bijna afgeschreven. Er is een sloop- en nieuwbouwplan dat een koppelkans biedt voor de overstap. Via het volkshuisvestingsfonds is in deze buurt voor particuliere eigenaren subsidie aangevraagd en toegekend. De Zwette I Harlingervaart, De Zwette II Zwettehaven, De Zwette III Schenkenschans, De Zwette IV Businesspark en De Zwette V Newton De bedrijvenvereniging doet samen met de gemeente onderzoek naar verduurzaming van de Zwetteparken. Hierbij is serieuze belangstelling voor een warmtenet. In de buurt ligt daarvoor een bron en er zijn plannen voor een infrastructuur voor warmte. Aldlân West De aanwezigheid van een enthousiast inwonerscollectief en plannen voor een infrastructuur voor warmte die de buurt bijna doorkruist, maken deze buurt kansrijk. Het aardgasnet is economisch bijna afgeschreven en er is een sloop- en nieuwbouwplan dat een koppelkans biedt.

Meerdere inwoners van de buurt hebben aangegeven achter de keuze voor een warmtenet te staan.

De aanwezigheid van een actief inwonerscollectief en plannen voor een duurzaam eigen warmtesysteem maken deze buurt kansrijk. De 21

Helicon

Stiens

Hier zijn plannen voor een infrastructuur voor warmte. Ontwikkelingen in het gebied, zoals de bouw van het nieuwe Cambuurstadion, bieden daarnaast interessante koppelkansen.

Er is hier een actief inwonerscollectief. Onderhoud aan de riolering en wegen biedt een koppelkans, net als maatregelen voor het omgaan met de klimaatverandering. Het aardgasnet is economisch bijna afgeschreven.

Bilgaard

Baard, Easterlittens, Húns, Leons en het buitengebied bij deze dorpen

Er zijn plannen voor het aanleggen van een warmtenet. De route van het warmtenet van het zuidwesten van de stad naar het noordoosten loopt langs deze buurt. Groot onderhoud aan de riolering en wegen biedt een koppelkans. Daarnaast is er de opgave van energie armoede in deze buurt. Ook in deze buurt wordt het Volkhuisvestingsfonds ingezet.

De energiecoöperatie Grieneko is bezig met het verduurzamen van de dorpen. Onderhoud aan de riolering en wegen biedt een koppelkans. Een dichtbijgelegen boerderij produceert veel groen gas. Hierdoor is dit al een paar jaar een pilotgebied voor de overstap van plattelandsdorpen naar aardgasvrij.

Vrijheidswijk West

Valeriuskwartier

Het geplande warmtenet loopt langs deze buurt. Daarnaast is er de opgave van energie armoede in deze buurt. Ook is er in deze buurt een aanzienlijke hoeveelheid corporatief bezit, wat gebundelde vraag mogelijk zou kunnen maken. Daarnaast biedt onderhoud aan de wegen in deze buurt een potentiële koppelkans.

In deze buurt staan grote renovaties gepland. Hierbij is de buurt waarschijnlijk direct op het langskomend warmtenet aan te sluiten. Daarnaast zijn er meerdere woningcorporaties in de wijk die, als zij interesse hebben en aangesloten willen worden, een groot deel van de aanwezige woningen kunnen verduurzamen.

Camminghaburen Noord Er zijn plannen voor een infrastructuur voor warmte. Groot onderhoud van wegen biedt een koppelkans. Het aardgasnet is economisch bijna afgeschreven. Buurtinwoners hebben een duidelijke voorkeur voor een alternatief en dat is ook beschikbaar. Rapenburg Er is hier een actief inwonerscollectief. Daarnaast zijn er plannen voor een infrastructuur voor warmte. Buurtinwoners hebben een duidelijke voorkeur voor een alternatief en de beschikbaarheid daarvan is kansrijk. Onderhoud van de riolering biedt een koppelkans. Het aardgasnet is economisch bijna afgeschreven. 22

5. VAN KANSRIJKE BUURTEN NAAR HANDELINGSPERSPECTIEVEN 5.1 Handelingsperspectief voor iedereen Bij de warmtetransitie moet er voor iedereen steeds handelingsperspectief zijn. Met ‘handelingsperspectief’ bedoelen wij dat iedereen handvatten moet hebben om het doel, aardgasvrij wonen, te kunnen bereiken. Dit geldt dus voor zowel een buurt waarin nog niet is nagedacht over de overgang naar aardgasvrij als een buurt met concrete plannen daarvoor. Dit hoofdstuk schetst het handelingsperspectief per warmteoptie. Het is belangrijk om gebouweigenaren zo goed mogelijk te informeren over de stappen die nodig zijn voor de transitie. In algemene zin én specifiek voor hun buurt. Het gesprek aangaan met de bewoners uit de wijken, buurten en dorpen is daarom een van de eerste en belangrijkste stappen in het proces van het buurtplan. Het gemeentelijk Energieloket speelt daar een grote rol bij. Hier kunnen eigenaren informatie krijgen over welke technische maatregelen zij kunnen nemen, bijvoorbeeld op het gebied van isolatie en installatie. Ook kan het Energieloket inzicht geven in welke subsidies en financieringsmogelijkheden daarvoor bestaan.

5.2 Energie besparen De duurzaamste energie is energie die je niet gebruikt. Besparen is een belangrijke bouwsteen voor de warmtetransitie. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen betrokken partijen. De gemeente wil daarin het voortouw nemen door hulp en ondersteuning te bieden. Wij werken aan een programma voor het isoleren van gebouwen. Hierin staan het geven van informatie en acties per doelgroep en type buurt centraal.

Om de kosten van isoleren zo laag mogelijk te houden, is het van belang om zoveel mogelijk logische momenten te benutten (koppelkansen). Denk bijvoorbeeld aan onderhoud, verbouwingen en verhuizingen. De gemeente wil gezamenlijke inkoopacties organiseren (met een grotere groep inwoners en/of gebouweigenaren). Ook verstrekt ze ‘energieleningen’, voor onder andere het isoleren van woningen. Daarnaast zijn hiervoor verschillende andere subsidies en financieringsmogelijkheden. Het beter laten isoleren van een woning verdient zich vaak in de loop van de jaren terug door besparing op de energierekening. Bovendien zorgt het voor meer comfort in de woning. Door het nemen van zulke maatregelen zorgen we er met z’n allen voor dat gebouwen klaar zijn voor de transitie. Wel is de ervaring tot nu toe dat het isoleren van de gebouwde omgeving een opgave is die veel tijd nodig heeft. In het kader van het Klimaatakkoord ontwikkelt de Rijksoverheid een landelijke standaard voor isolatie. Daarnaast is bepaald dat kantoren in 2030 energielabel A moeten hebben. De Wet milieubeheer maakt het mogelijk om energiemaatregelen te eisen die zich in vijf jaar terugverdienen. Naast dit alles is er ook nog veel energie te besparen met ander, duurzaam gedrag.

5.3 Handelingsperspectieven per buurt Wat het gekozen alternatief voor aardgas ook is, de gemeente speelt altijd een rol bij de overstap. Hoeveel regie de gemeente heeft, kan wel verschillen. Zo kan bij een collectief warmtenet iemand uit de buurt het initiatief nemen. Bij het maken van een buurtplan pakt de gemeente juist de regie. Het is belangrijk dat het duidelijk is voor woningeigenaren en huurders wat de warmtetransitie voor hen betekent en wat zij zelf al kunnen doen. Informatie gericht op gedragsverandering speelt daarbij een rol. 23

5.3.1 Buurten voor 2030 Collectieve warmteopties voor 2030 Er zijn een aantal buurten die kansrijk zijn om aardgasvrij te worden voor 2030 én waarbij uit de eerste analyse blijkt dat een collectief warmtenet een goed alternatief is. Daarnaast zijn er een aantal buurten waar naast een collectief warmtenet ook een individuele volledig elektrische oplossing een goede optie lijkt. Het tempo waarin deze twee groepen buurten aardgasvrij te maken zijn, hangt af van de gekozen warmteoptie. Voor de gebouwen die aangesloten worden op een warmtenet, wordt het tempo daarnaast voor een groot deel bepaald door de uitrol van dit betreffende warmtenet. Na de aanleg van het warmtenet vindt die aansluiting stap voor stap plaats. De ervaring leert dat per buurt een doorlooptijd van acht tot tien jaar nodig is om alle stappen van planvorming tot uitvoering te doorlopen. Voor de gebouwen met een volledig elektrische oplossing geldt dat deze op natuurlijke vervangingsmomenten overgaan op een elektrisch oplossing.

eerst te besparen op het gasverbruik. Dat kan door woningen en andere gebouwen beter te isoleren, elektrisch te koken en hybride warmtepompen met aardgas te gebruiken. Een hybride warmtepomp met aardgas is een tussenoplossing; het einddoel is hybride met duurzaam gas. Om deze warmteoptie mogelijk te maken, is een elektriciteitsnet nodig dat aan de vraag kan voldoen. Daarnaast moet er genoeg duurzaam gas zijn voor de gebouwde omgeving. In theorie is er genoeg duurzaam gas om in ieder geval met een deel daarvan warmte te leveren. De komende jaren moet blijken of dit ook beschikbaar kan komen voor de rest van de gebouwde omgeving. We houden daarvoor relevante ontwikkelingen en innovaties in de gaten. Het tempo waarin gas wordt bespaard en deze buurten aardgasvrij te maken zijn, hangt verder af van hoe snel gebouweigenaren de nodige maatregelen kunnen nemen.

Deze buurten vallen in het tijdvak tot en met 2030, omdat hier een stapeling van kansen ligt. Het start in elke buurt met het opstellen van een buurtplan in een periode van twee tot drie jaar, samen met inwoners en andere belanghebbenden. Met dat plan maken wij een uitvoeringsplan waarin een definitieve keuze voor het tempo van de overstap wordt gemaakt. Voor de tweede groep buurten geldt dat we hiermee ook een keuze maken voor een van de twee alternatieven voor aardgas. Individuele warmteopties voor 2030 In aantal buurten die kansrijk zijn om voor 2030 aardgasvrij te worden, is een gasnet met duurzaam gas in combinatie met een hybride warmtepomp een goed alternatief. In deze buurten is het belangrijk om 24

5.3.2 Buurten na 2030 Vooraf Zoals in paragraaf 2.1.1 staat, richten wij ons met deze eerste warmtevisie op de meest kansrijke buurten. Hiervoor maken we tot eind 2024 plannen, onder de voorwaarden voor financiering die het Rijk heeft gesteld (zie onder andere paragraaf 5.5). Onder de juiste voorwaarden zijn wij in staat om in 2026, bij het actueel maken van deze visie, een aantal buurten als kansrijk te benoemen om aardgasvrij te maken na 2030. Vanwege onduidelijkheid over de financiering lopen we hier niet op vooruit. Collectieve warmteopties na 2030 De buurten die kansrijk zijn om na 2030 aardgasvrij te worden met een collectief warmtenet, zijn te vinden in bijlage 6. Voor het feit dat deze buurten pas na 2030 een alternatief voor aardgas krijgen, zijn verschillende redenen. Voor sommige buurten geldt dat er geen koppelkansen zijn, of dat er geen geplande infrastructuur voor warmte is. In dat geval voldoen de gebouwen bijvoorbeeld wel aan de eisen van een warmtenet, maar zijn daar nu nog geen plannen voor.

Individuele warmteopties na 2030 Ook de buurten waar na 2030 duurzaam gas in combinatie met een hybride warmtepomp of een individuele volledig elektrische oplossing een goed alternatief is, zijn te vinden in bijlage 6. Net als in de buurten vóór 2030, is het hier belangrijk om eerst te besparen op gasverbruik en de capaciteit van het elektriciteitsnet uit te breiden. Ook in deze buurten hangt het tempo van de overstap af van hoe snel maatregelen te nemen zijn door gebouweigenaren. Het gaat hierbij om maatregelen zoals het isoleren van gebouwen, het overgaan op elektrisch koken en het vervangen van cv-ketels door warmtepompen. De netbeheerder houdt de belasting van het elektriciteitsnet in de gaten. Vraagt het verbruik om meer capaciteit, dan verzwaart de beheerder het net. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Het moment om te verzwaren bepaalt de netbeheerder daarom in overleg met de gemeente. Bij voorkeur is dit wanneer werkzaamheden te combineren zijn (koppelkansen).

Vanaf 2026 is de warmtetransitie die plaatsvindt na 2030 concreter te plannen. Op dit moment kan dat nog niet, omdat veel werkzaamheden (van de gemeente of gebouweigenaren) die dan koppelkansen kunnen bieden nu nog niet gepland zijn. Dat deze buurten pas na 2030 kansrijk zijn om aardgasvrij te maken, betekent niet dat er tot die tijd niets hoeft te gebeuren. Om de transitie mogelijk te maken, is het belangrijk dat alle gebouwen een ‘minimum isolatieniveau’ bereiken. Daarnaast helpt het om in deze buurten inwoners aan te sporen tot duurzaam gedrag en bijvoorbeeld een energiecoöperatie op te zetten. 25

5.3.3 Bijzondere groepen en onderwerpen Woningcorporaties Woningcorporaties in de gemeente Leeuwarden zijn actief betrokken bij de warmtetransitie. Ze hebben met elkaar afspraken gemaakt over de verduurzaming van hun gebouwen. Daarnaast hebben wij een haalbaarheidsstudie laten doen door adviesbureau Fakton. Hiermee is onderzocht of hun panden, particuliere woningen en utiliteitsgebouwen op het huidige warmtenet aan te sluiten zijn. Het idee is dat gebouweigenaren meeliften op de gebundelde vraag en een aanbieding voor aansluiting op het warmtenet ontvangen. Zo profiteren ook zij van het tempo en de prijsvoordelen.

De verwachting is dat met deze aardwarmte (of geothermie of geothermische warmte) veel gebouwen in Leeuwarden te verwarmen zijn. Momenteel vinden hiervoor druk- en sensorproeven plaats. Het gebruik van aardwarmte kan enorm veel op de uitstoot van CO² besparen. Maar omdat voor het pompen van de warmte elektriciteit nodig is, is die uitstoot nog niet helemaal nul. Het leveren van de warmte gaat via een warmtenet. De aanleg daarvan kost veel geld. Daarom vindt nu ook een onderzoek plaats om duidelijkheid te krijgen over de kosten voor toekomstige gebruikers van de aardwarmte.

Zakelijke markt Tussen de kansrijke buurten voor 2030 zitten naast buurten met vooral woningen ook buurten met veel bedrijven. Het is dus belangrijk om de zakelijke markt goed mee te nemen bij het maken van buurtplannen. Zoals in paragraaf 4.3.1 beschreven staat, kijken gebouweigenaren in deze buurten naar koppelkansen of volgen zij het tempo van de uitrol van een warmtenet. Om bedrijven in deze buurten te ondersteunen bij de overstap, is een specifieke aanpak nodig. Hierbij valt te denken aan acties als het geven van energieadvies. Aardwarmte (geothermie) Leeuwarden ligt op de hellingen van een miljoenen jaren oude vulkaan. De top zit nu een paar kilometer ondergronds, tussen Texel en Harlingen. Onder Leeuwarden, op een diepte van ongeveer 2700 meter in de grondlaag (die de Slochteren Formatie heet), bevindt zich een warme grondwaterlaag van zo’n 95 graden Celsius. Hierin zijn geen grote breuken te bespeuren, zoals die er wel zijn in Noord-Holland en Groningen. De grondwaterlaag onder Leeuwarden is één geheel. Zij strekt zich uit over meer dan drie kilometer en heeft een dikte van ruim honderd meter. 26

6. ACTIVITEITEN, ORGANISATIE EN FINANCIËN 6.1 Activiteiten 6.1.1 Voortzetten en vernieuwen van inzet De energietransitie is niet nieuw voor Leeuwarden, wij zijn al jaren bezig. In dit hoofdstuk vatten we samen wat we al doen. Daarna geven we aan wat nodig is om nog méér te doen. En wat nodig is om de komende jaren deze warmtevisie uit te voeren.

6.1.2 Wat doen we al? Wij beginnen niet op nul. Er zijn al veel initiatieven van inwoners van de gemeente Leeuwarden (bijlage 7). Daarnaast zijn er veel bedrijven en kennisinstellingen die al bezig zijn met de energietransitie. In 2019 heeft het college een ‘Warmtegids’ (Warmtegids) vastgesteld. Hierin staan de hoofdlijnen beschreven van hoe de gemeente de regie voert op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Dit staat ook in de Leeuwarder Energie Agenda 2021-2024 (LEA). Daarnaast staat in de LEA beschreven hoe de gemeente initiatieven ondersteunt. Omdat de LEA recent is vastgesteld en tot 2024 loopt, verwijzen we naar hoofdstuk 4 in de LEA voor een uitgebreide toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=4ce91dce-66a1-46b1-957a-7407887c4679