CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Vast te stellen bestemmingsplan, bijlagen "Leeuwarden - Melkemastate"

Besluitvorming (raad) 29 mei 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Leeuwarden - Melkemastate"15.519 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Leeuwarden - Melkemastate

Bestemmingsplan Leeuwarden - Melkemastate

Projectnummer 0481634.100 Revisie 00 Datum 5 maart 2024

Auteur(s) A.Kuijt

Opdrachtgever Van Wijnen Projectontwikkeling Noord KR Poststraat 101 8441 EN Heerenveen

datum vrijgave beschrijving revisie 5 maart 2024 vastgesteld

goedkeuring vrijgave E. de Koning-Barten J.Fuite

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

vastgesteld bestemmingsplan Leeuwarden - Melkemastate Gemeente Leeuwarden Projectnummer 0481634.100

Bijlagen

blad 1 van 1

Bijlage 1

Beeldkwaliteitplan Melkemastate

Bijlage 2

Woningbouwafspraken

Bijlage 3

Boom effect rapportage

Bijlage 4

Archeologisch bureauonderzoek

Bijlage 5

Veldonderzoek archeologie

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek

Bijlage 7

Bodemonderzoek

Bijlage 8

Bodemonderzoek gebouwen

Bijlage 9

Externe veiligheid FUMO

Bijlage 10

Verantwoording groepsrisico externe veiligheid

Bijlage 11

Natuurtoets

Bijlage 12

Stikstofberekeningen

Bijlage 13

Quickscantrillingen

Bijlage 14

Watertoets

Bijlage 15

Aanmeldnotitie MER

Bijlage 16

Overlegreacties voorontwerp

Bijlage 17

Participatienota

Bijlage 18

Welstand

Bijlage 19

Zienswijze en reactienota

Ruimte - Antea Nederland B.V.

INRICHTINGS- en BEELDKWALITEITPLAN Leeuwarden - Melkemastate - Voorlopig Ontwerp - 23530 30.06.2023 / 07.07.2023 / 07.11.2023 / 02.02.2024

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

ag nova

AR C H IT ECT EN

AG NOVA Architecten

Project

Initiatiefnemer

Inrichtings- en beeldkwaliteitplan

VanWijnen - Fijn wonen

Paulus Borstraat 43

Locatie : Melkemastate

K.R. Poststraat 101, 8441 EN Heerenveen

3812 TA Amersfoort

Leeuwarden

0513 439 1009

Projectnummer: 23530

www.vanwijnen.nl

033 455 4004 www.agnova.eu

AG NOVA Architecten behoudt zich de rechten en bevoegdheden die haar toekomen op grond van de Auteurswet en andere intellectuele weten regelgeving. De visualisaties in dit boekwerk zijn indicatief, hier kunnen geen rechten aan worden ontleend. Onze algemene voorwaarden en privacybeleid kunt u terugvinden op onze website: www. agnova.eu/privacybeleid

ag nova

2

23530 23530BKP BKPMelkemastate MelkemastateLeeuwaarden Leeuwarden

INHOUDSOPGAVE

01 De Locatie Pag. 04

02 De Omgeving Pag. 05

03 Locatie analyse Pag. 06

04 Stedenbouw Pag. 09

05 Architectonische uitstraling Pag. 14

06 Detaillering gebouw en omgeving Pag. 15

ag nova

3

ate as t

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

m lke Me

DE LOCATIE 1.1 Plangebied Het plangebied ligt aan oostelijke zijde van Leeuwarden bij het knooppunt Grovestins en de Anne Vondelingweg. Fraai omringd door veel groen en de waterlijn richting Het Vliet en de Kurkmeer. 1.2 Aanleiding en doel

Gaumastate

ONTWIKKELLOCATIE

eg gw elin

De bestaande hal aan de linker onderzijde van het terrein zal gesloopt worden. De bestaande parkeerplaatsen worden vrijgespeeld voor dit

Melkemastate

ond eV Ann

Al in 2017 kwam er een eerste verzoek tot de transformatie van het kantoorpand van Alliander. Het gebouw stond al voor groot gedeelte leeg en de belangrijkste huurder NUON was van plan binnen afzienbare tijd het pand te verlaten. Medio 2020 kwam Alliander bij de gemeente Leeuwarden met het verzoek om een deel van hun gebouw te transformeren naar appartementen en een deel van de bedrijfsgrond te verkopen en geschikt te maken voor woningbouw. Ambtelijk en bestuurlijk werd ingestemd met een gemengd programma van gestapelde en grondgebonden woningbouw. Na een besloten prijsvraag kwam Van Wijnen als winnaar uit de bus. Het maximale woningbouwprogramma was vastgesteld op 100 woningen waarvan een substantieel deel in de sociale huur zou worden gerealiseerd.

nieuwe woningbouwprogramma. Hierbij zal de aanwezige groenstructuur zoveel mogelijk behouden blijven. In dit voorliggend inrichtings- en beeldkwaliteitplan worden de ontwikkelkaders verder toegelicht. ag nova

4

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

DE OMGEVING LFB SERKplaatsen De LFB STERKplaats is een vereniging, die een opleiding verzorgen door en voor mensen met een verstandelijke beperking. Liander Locatie van netbeheerder Liander, welke onderdeel is van deze nieuwe ontwikkellocatie. Het terrein zal heringericht worden voor toekomstige woningbouw.

Woningbouw 01 Liander

Projectlocatie Dit betreft het deel van het terrein van Liander wat vrijkomt en herontwikkeld wordt tot een nieuwe woonwijk met een mix in programma. Een mix in de vorm van sociale huur en koop en in de vorm van grondgebonden woningen en appartementen. Woningbouw locatie 01 - bestaand Dit woongebied gelegen aan de Stadhouderstate kenmerkt zicht door een hoofdstructuur van 2 bouwlagen en een kap. Vrij sobere architectuur met een vaste ritmiek in de gevelindeling. VSO De Monoliet De Monoliet is voortgezet speciaal onderwijs. Hier geeft men onderwijs aan jongeren met gedragsproblemen en/of psychiatrische problematiek in de leeftijd van 12 tot 18 jaar.

VSO De Monoliet

LFB STERKplaatsen PROJECTLOCATIE

Woningbouw 02

Woningbouw locatie 02 - bestaand Dit woongebied gelegen aan de Gaumastate is opgebouwd in een wisseling in architectuur. Met een rijkere detaillering en variatie in volumes en kapvormen. ag nova

5

De locatie van Alliander bestaat uit twee delen. Het noordelijke deel heeft een L-vorm, grenst direct aan de bedrijfsbestemming en wordt omzoomd door bomen en door een waterpartij. Het zuidelijke deel is een trapeziumvormig parkeerterrein met een hoofdontsluiting in noord-zuidrichting, die wordt ondersteund door bomenrijen aan beide zijden. De parkeerkoffers ten oosten en ten westen van de hoofdas worden omzoomd door bomen, bodembedekkers en

Kadastrale grenzen

bosplantsoen. De aanwezigheid van het volwassen groen en de brede waterpartijen worden gezien als zeer waardevol en behoudens waardig. Deze bestaande kwaliteiten vormden het uitgangspunt voor het ontwerp. Onderstaand treft men een analyse van de locatie op verschillende thema’s. We starten met de Kadastrale grenzen binnen de omgeving. Dit toont de locatie zelf uit twee

Hoofdwegen

verschillende kavels is opgebouwd en dat er in de naastgelegen gebied vooral veel koopwoningen aanwezig zijn. De twee kaart toont het thema Hoofdwegen hier valt het grote kruispunt aan de linker zijde direct op en daarna de rotonde waarmee de locatie bereikt wordt. Een heldere snelle route. Hierna is vervolgens de parkeerstructuur duidelijk zichtbaar. Deze wordt omringd door groen gebieden die qua structuur zodoende aanleiding geeft voor toekomstige

ontwikkelingen. De derde kaart die hier getoond wordt is de kaart van het thema Geluid ook hier is het grote kruispunt en de invloed qua geluid duidelijk zichtbaar. Meer de wijk in neemt de invloed van het geluid af. Maar de hoofdroute toont een hoge geluidsbelasting.

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

LOCATIE ANALYSE

Geluid < 45 dB (zeer goed) 46 - 50 dB (goed) 51 - 55 dB (redelijk) 56 - 60 dB (matig) 61 - 65 dB (tamelijk slecht) 66 - 70 dB (slecht) >71 db (zeer slecht)

ag nova

6

De eerst getoonde kaart toont de aanwezige Functies in de omgeving. Waaruit blijkt dat de locatie zelf volledig commercieel is en de omgeving vooral is opgebouwd uit woningen en een tweetal scholen. De daarna getoonde kaarten tonen de Gebouwhoogte en Gebouwleeftijden. Waaruit te zien is dat de gemiddelde gebouwhoogte tussen de 5 en 11 meter is. Gemiddeld dus 2 a 3 bouwlagen.

Functies Kerk School Commercieel Industrie Publieke functie

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

LOCATIE ANALYSE

Incidenteel gaat het meer de hoogte zoals het Liander hoofdgebouw zelf maar dat blijft tussen de 11 en 17 meter hoog. De kaart voor gebouwleeftijd toont dat een vrij nieuwe ontwikkeling is, de woningen zijn vooral tussen 1975 - 1995 gebouwd. Dit is ook te zien aan de bebouwingstypologie, architectuur en stedenbouwkundige verkaveling. Rigide en doelmatig in opbouw.

Gebouwhoogtes < 0m 0m - 5m 5m - 11m 11m - 17m 17m - 021m

Gebouwleeftijden Ouder dan 1800 1800 - 1850 1850 - 1900 1900 - 1930 1930 - 1945 1945 - 1960 1960 - 1975 1975 - 1985 1985 - 1995 1995 - 2005 Jonger dan 2005

ag nova

7

De eerst getoonde kaart toont het thema Leefbaarheids barometer, dit thema richt zich vooral op het sociale karakter in de wijk. Hoe is de kwaliteit van leven in de wijk. Zijn er problemen en wat is de gemiddeld type bewoner. Denk hierbij aan gezinssamenstelling, opleidingsniveau, etc. Wanneer er problemen of afwijking zijn zal de kaart meer oranje rood kleuren. Zoals te zien is gaat

het hier om een gezonde leefomgeving. Het gebied kleurt als zeer gezond en ruim voldoende. De tweede kaart geeft de aanwezige Groen structuren en verharding weer. Hier valt het parkeren en naastgelegen groen duidelijk op. Ook de omringde waterlijnen zijn duidelijk zichtbaar als kwaliteit. De laatste kaart toont het huidige Bestemmingsplan. Ook hier vallen de

aanwezige school en woningen duidelijk op. De ontwikkellocatie zelf is op dit moment volledig opgenomen als bedrijfsfunctie en zal zodoende van functie wijzigen naar wonen.

Nes aan de Amstel

00 STATISTIEKEN

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

LOCATIE ANALYSE

LEEFTIJDEN

Aantal eenpersoons huishoudens Aantal meerpersoons huishoudens zonder kind Aantal eenouder huishoudens Aantal tweeouder huishoudens

Veel bewoners Weinig bewoners ag nova

Leefbaarheids barometer Zeer onvoldoende Ruim onvoldoende Onvoldoende Zwak Voldoende Ruim voldoende Goed Zeer goed Uitstekend

12

Basiskaart groen

Bestemmingsplan agrarisch agrarisch met waarden bedrijf bedrijventerrein bos centrum detailhandel dienstverlening gemengd groen horeca

kantoor maatschappelijk natuur recreatie sport tuin verkeer water wonen woongebied

ag nova

8

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

STEDENBOUW

LEGENDA Naam noordpijl GO 200 GO 302 gebruiksfuncties/brutovloeroppervlak gebouw gebruiksoppervlak individuele berging

H

p 33 p

A laats rkerp paa

de llian

begroeid terreindeel betreffende pand(en) kadastralegrens kadastralegrens betreffende pand(en) omgeving heggen onbegroeid terreindeel ondersteunend waterdeel ondersteunend wegdeel panden waterdeel wegdeel auto wegdeel fiets wegdeel voet

r

p 62 p

F 20 ca. rs aine cont ar t elka naas

p 37 p

G

D p 14 p

E

20 ca.

rs aine cont

ar t elka naas

p 10 p

20 ca.

rs aine cont

ar t elka naas

p 16 p

B

C trafo p 14 p

A

ag nova

9

4 Het Ontwerp Voor de ontsluiting van het gemotoriseerde verkeer wordt gebruik gemaakt van de huidige toegangsweg van Liander aan de Melkemastate. Bewoners en bezoekers passeren vanaf de entree aan de Melkemastate een langgerekt bouwblok voordat zij een plantsoen aan de zuidzijde ervaren. Dit plantsoen wordt omzoomd door

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

STEDENBOUW

bomen en struiken en bevat aan de westkant parkeervakken voor bezoekers. Aan de binnenzijde van de L-vormige bouwblokken zijn de parkeervakken voor de bewoners geplaatst. Aan de buitenzijde van de L-vorm zijn postbodepaden aangelegd waar de voordeuren zich bevinden. Aan de westzijde wordt een appartementengebouw geplaatst met een prachtig uitzicht op het groen en twee waterpartijen. De ontsluitingsroute heeft

een vervolg in zuidelijke richting naar het voormalige parkeerterrein. Daar wordt de voormalige ontsluiting van het parkeerterrein hergebruikt als buurtontsluiting die door het gesloten bouwblok snijdt. Vanaf de achterzijden zijn de nieuwe woningen dan bereikbaar. Alle voordeuren bevinden zich aan de buitenzijde, deze worden ontsloten via postbodepaden. Daarmee zijn alle woningen gericht op de belangrijkste openbare ruimte

namelijk het groen en het water rondom het voormalige parkeerterrein van Alliander. Alle blokken worden voorzien van een platte afdekking waardoor een samenhangende buurt ontstaat. Het contrast zit in het verschil in kleurgebruik en in de detaillering van de gevels.

ag nova

10

4.1 Behoud bestaande groenstructuren

4.2 Routing

Hieronder is het stedenbouwkundig plan voor de transformatie naar een nieuwe groene leefomgeving weergegeven. Belangrijk uitgangspunt bij deze nieuwe inpassing is het behoud en de kwaliteit van het bestaande groen. De groene assen van het voormalige parkeerterrein bieden de basis voor het nieuwe plan en de aangename woonstraten.

Voor de routing wordt in de basis de oude hoofdstructuur toegepast. Waarbij er tussen de verschillende velden ruimte wordt gemaakt voor een groene parkachtige invulling. Men zal zodoende door een groene omgeving naar de woningen rijden. De nieuwe woonwijk krijgt een hoofdontsluitingen aan de Melkemastate. En de woningen zijn aan de voorzijde toegankelijk via postbodepaden.

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

STEDENBOUW

LEGENDA

LEGENDA

Naam

Naam

Me

noordpijl

Allian

der

F ca.

ke paar

ats rpla

Allian

der

62 pp

F 20 con

20 con

tain

tain

ers

ers

aar st elk naa

aar st elk naa

37 pp

te

ats rpla

begroeid terreindeel betreffende pand(en) kadastralegrens kadastralegrens betreffende pand(e omgeving heggen onbegroeid terreindeel ondersteunend waterdeel ondersteunend wegdeel panden waterdeel wegdeel auto wegdeel fiets wegdeel voet

sta

ke paar 62 pp

H 33 pp

ca.

begroeid terreindeel betreffende pand(en) kadastralegrens kadastralegrens betreffende pand(en) omgeving heggen onbegroeid terreindeel ondersteunend waterdeel ondersteunend wegdeel panden waterdeel wegdeel auto wegdeel fiets wegdeel voet

ma

H 33 pp

GO 200 GO 302 gebruiksfuncties/brutovloeroppervla gebruiksoppervlak individuele berg

lke

GO 200 GO 302 gebruiksfuncties/brutovloeroppervlak gebouw gebruiksoppervlak individuele berging

noordpijl

37 pp

G

G

ontsluiting gemotoriseerde verkeer D

14 pp

E

ca.

20 con

tain

ers

14 pp

E

aar st elk naa

10 pp

ca.

20 con

Gaumastate

D

ca.

20 con

tain

ers

aar st elk naa

10 pp

tain

ers

aar st elk naa ca.

16 pp

20 con

tain

ers

aar st elk naa

B

16 pp

C

B

C traf

o

traf

14 pp

o

14 pp

A

A

ontsluiting langzaam verkeer GSPublisherVersion 1125.9.11.1

GSPublisherVersion 1125.9.11.1

ag nova

11

4.3 Programma

4.4 Parkeren

Het plan is opgebouwd uit een mix van woningen, een mix in de doelgroepen sociaal en koop. Maar ook in typologie 2 bouwlagen plat, 3 bouwlagen plat en appartementen. Zo ontstaat er een mooie mix in de wijk.

Het parkeren wordt in velden achter de woningen opgelost. Parallel aan de parkeerplaats van Alliander wordt een riante parkeerplaats aangebracht. Door hier een groter parkeerveld te maken wordt er ruimte vrij gemaakt voor groen in de wijk. Zo kunnen bewoners en bezoekers aangenaam door het omliggende park wandelen.

- 2 lagen plat (sociaal grondgebonden) - 3 lagen plat (koop grondgebonden) - 5 lagen (koop appartementen)

n

ere

k Par

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

STEDENBOUW

der

an Alli

ag nova

12

4.5 Natuurinclusief en waterbuffering

4.6 Entree oriëntatie

Het gebied zal vanwege het al aanwezige groene karakter waar mogelijk ingezet voor een nartuurinclusieve dynamische groen structuur. De beide velden centraal in het plan worden ingezet voor waterbuffering en maken zo verbinding met de aanwezige waterstructuren.

De hoofdentree van de woningen zijn allemaal georiënteerd op het groen. Zo ontstaat er een volledige groene woonbeleving. Hierdoor liggen alle achtertuinen aan de hoofd routing. Door de voorzijde van de woningen richting het openbaar gebied en het fietspad langs de Kurkmeer/het Vliet te plaatsen, wordt de sociale veiligheid versterkt. Vanuit de woning is er zo altijd zicht op een kwalitatieve ruimte.

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

STEDENBOUW

ag nova

13

NAAM Deelgebied Auteur: Versie: Plaatsing: onderlinge positie onderlinge afstand richting Hoofdvorm: bebouwingscontour massaopbouw relatieve omvang vormbehandeling Aanzichten: gerichtheid geleding compositie Opmaak: materiaal kleur detail

Melkemastate appartementen Dienst Fysiek Domein Januari 2024

NAAM Deelgebied Auteur: Versie:

Melkemastate rijenwoningen Dienst Fysiek Domein Januari 2024

in rooilijn vrijstaand evenwijdig aan weg as

Plaatsing: onderlinge positie onderlinge afstand richting

in rooilijn vrijstaand evenwijdig aan weg as

vijf bouwlagen enkelvoudig groot kantig met platte afdekking

Hoofdvorm: bebouwingscontour massaopbouw relatieve omvang vormbehandeling

twee en drie bouwlagen enkelvoudig middelgroot kantig met platte afdekking

georiënteerd op de openbare ruimte, kopgevels hebben raamkozijnen zuidzijde verticaal, noordzijde horizontaal met verticale articulaties repeterende patronen in een strenge ordening

baksteen, metaal aarde kleuren dakranden zorgvuldig verbijzonderen met metselwerkdetaillering

Aanzichten gerichtheid geleding compositie Opmaak materiaal kleur detail

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

ARCHITECTONISCHE VORMTAAL EN UITGANGSPUNTEN

gericht op de publieke ruimte, kopgevels hebben op alle verdiepingen raamkozijnen verticaal op woningniveau, horizontaal op blokniveau metselwerk in verschillende richtingen

baksteen aarde kleuren dakranden zorgvuldig verbijzonderen met metselwerkdetaillering

Bijgebouwen

in hout uitvoeren

Erfafscheidingen

matstaaf hekwerken, voorzien van hedera

ag nova

14

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

ARCHITECTONISCHE UITSTRALING 1. Basisvolume • Basis in twee en drie bouwlagen • Verbijzondering van de massa in kopgevels 2. Platdak • Aandacht voor de beeindiging • Samenhang in het geheel • Techniek meenemen in de architectuur 3. Begane Grond • Entree herkenbaar in de gevel • Geschakelde entree’s stimuleert ontmoeting 4. Verdieping • Ritmiek in gevelopeningen • Benadrukken van het bouwblok als gehele massa 5. Dakrand • Verbijzondering van dakrand als onderdeel van de architectuur • Benadrukken van de oriëntatie per blok • Dakrand vormt het blok als een geheel 6. Verticaliteit • Subtiele verticale lijnenspel • Lijnen doorzetten naar erfgrens

ag nova

15

23530 BKP Melkemastate Leeuwarden

DETAILLERING GEBOUW EN OMGEVING 7. Detaillering • Gelaagde gevelopbouw in de detaillering • Tactiele elementen versterken het gevelbeeld • In de basis metselwerk architectuur • Moderne gelaagde architectuur • Aardse zachte metselwerk tinten • Verlichting en gevel accessoires onderdeel van de architectuur. • Landschap en architectuur zijn een geheel • Hierarchie in de gevels als basis voor de blokken Het materiaalgebruik is in de basis baksteen. De kleurstelling vormt hierin wel een subtiel element wat zorgt voor samenhang. Om dit te om armen is besloten de basis in aardse tinten te houden en daarbij lichte differentiatie in tinten aan te brengen. Waarbij samenhang tussen de blokken van belang is. De materiaalkeuze heeft als uitgangspunt dat deze vanuit duurzame onderhoudsarme overweging wordt gekozen. Daarnaast is het van belang dat de toepassing van het materiaal de horizontaliteit van de blokken benadrukken. In de basis is er maar een hoofdmateriaal, er kunnen subtiele detaillering toegevoegd worden door de orientatie in de materialen of het gebruiken van een secundair materiaal om bijvoorbeeld de entree te accentueren. De installaties dienen zoveel mogelijk op het platte dak weggewerkt ter worden, zodat deze uit het zicht vanaf de openbare weg zijn. Buitenunits van luchtwarmtepompen dienen zoveel mogelijk in de buitenbergingen verwerkt te worden.

De overgang van de privétuinen naar het openbaar gebied wordt voorzien van een groene afscheiding door middel van een gaashekwerk met Hedera. De huisvuilcontainers dienen gesitueerd te worden uit het zicht vanaf de openbare weg. Hiernaast wordt een overzicht met mogelijke keuzes in materialen en detailleringen getoond.

ag nova

16

ag nova

A R C H I T E C T E N

P

provinsje fryslân provincie fryslân ^ postbus 20120 8900 hm leeuwarden tweebaksmarkt 52

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden Postbus 21000 8900 JA LEEUWARDEN

(058) 292 59 25 www.fryslan.frl provincie@fryslan.frl WWW, twitter, com / provfryslan

<rö

u (U 1/5

Ö O

Leeuwarden, 5 juli 2022 Verzonden, ^ 5 jyy 2()22 Ons kenmerk Afd./Opgave Behandeld door Uw kenmerk Bijlage(n) Onderwerp

01998436 Omgevingszaken Omgevingszaken / (058) 292 59 25 of romte@fryslan.frl 2022-088422

: Woningbouwafspraak 2020 - 2030 gemeente Leeuwarden

Geacht college. Op 12 mei 2022 hebben wij uw brief woningbouwafspraak provinsje Fryslân en de gemeente Leeuwarden 2020 - 2030 ontvangen. U vraagt om een actualisatie van de huidige woning­ bouwafspraak die loopt tot 2025. Deze geactualiseerde afspraak is de basis voor uw planaanbod/programma voor de komende jaren tot 2029. De afspraak is nodig om bij concrete plannen invulling te kunnen geven aan artikel 3.1.1 van de Verordening Romte Fryslân. Woningbehoefte We vinden het een goede zaak om op regelmatige basis de woningbouwafspraken te herij­ ken en actualiseren. Dit biedt ruimte aan uw ambities en past binnen de huidige urgentie om te komen tot het versnellen van de woningbouw om te kunnen voorzien de woningbehoefte. In uw brief geeft u aan dat de combinatie van de bevolking- en huishoudensprognose Fryslân en de realisatie van woningen in uw gemeente over de afgelopen jaren een goed beeld geeft voor de woningbouwopgave voor de komende 10 jaar. Uw geeft aan dat uw gemeente voor de periode 2020 tot 2030 nog een huishoudensgroei laat zien van 3.560 huishoudens. Wij kunnen dit onderschrijven. Om tijdig deze woningen te kunnen realiseren is voldoende (harde) plancapaciteit nodig om te kunnen voorzien in de woningbehoefte tot 2030.

Gelet op de onzekerheid die planvorming en planologische procedures met zich mee kunnen brengen is 30% extra plancapaciteit no­ dig, zoals u ook in uw verzoek stelt, om bij planuitval snel te kunnen blijven voorzien in de woningbehoefte. Wij gaan akkoord met uw verzoek voor 4.628 woningen (3.560 * 130%)

- 1 /4-

Ons kenmerk:

01998436

Ö

provinsje fryslân provincie fryslân ^

<fö t/3

planologische bewegingsruimte om snel te kunnen blijven voorzien in de woningbehoefte tot 2030. Maatwerkafspraak De bestaande verouderde woningvoorraad in de gemeente Leeuwarden zal de komende jaren stevig worden vernieuwd zoals u in uw verzoek aangeeft. Uw gemeente en vooral ook de stad Leeuwarden staat de komende jaren dan ook voor een forse herstructureringsopgave en sloopopgave. Vernieuwen van de verouderde woningvoorraad is ook in ons Uitvoeringsprogramma Wonen benoemd als speerpunt om de bestaande woningvoorraad goed te laten aansluiten op de huidige en toekomstige vraag. Dit ook ter versterking van de leefbaar­ heid van onze steden, wijken en dorpen.

rh #

V

m

ö

• fH

!> U geeft aan dat sloop echter alleen mogelijk is indien voorafgaand aan deze forse sloopop­ gave eerst vervangende nieuwbouw is gepleegd. Op basis van historische cijfers en de voorgenomen plannen van de corporaties verwacht u dat er minstens 1.685 woningen voor 2029 gesloopt zullen worden. Om dit mogelijk te maken vraagt u om een groot deel daarvan, ca. 1.200 woningen, vooruitlopend op de sloop in de nieuwbouw te kunnen realiseren. U vraagt daarom planologische ruimte in de woningbouwafspraak voor 5.828 woningen (4.628 (incl. 30% overprogrammering + 1.200). Deze redenering kunnen wij goed volgen. Op termijn zal de netto toevoeging immers 0 zijn (nieuwbouw - sloop). Wij kunnen instemmen met uw verzoek om de woningbouwafspraak voor planologische ruimte met 1.200 woningen te ver­ hogen vooruitlopend op de sloop van minstens 1.685 woningen. Binnen en buitenstedelilk bouwen Tot nu toe is met u ook een andere vorm van planologische flexibiliteit afgesproken (naast 30% overprogrammering en 1.200 extra vooruitlopend op sloop): een buitenstedelijke limiet in het programma, met binnenstedelijk ‘plafondloos’ planologische ruimte. Voor de stad Leeuwarden zou een dergelijke afspraak gecontinueerd kunnen worden, in die zin dat een bovengrens wordt afgesproken over buitenstedelijk planologische ruimte met daarnaast een vrije planologische bewegingsruimte binnenstedelijk.

Deze vorm van flexibiliteit in de afspra­ ken is tevens in overeenstemming met de Omgevingsvisie en het Uitvoeringsprogramma Wonen. In uw verzoek vraagt u dan ook om handhaving van het binnenstedelijk plafondloos regime. Om te komen tot een goede balans tussen binnen- en buitenstedelijk bouwen vraagt u 70% buitenstedelijk van 4.628 woningen te mogen programmeren. Dit is een totaal van ca. 3.240 woningen. Een deel van de vervangende sociale nieuwbouw waarover we een maatwerkafspraak met u maken valt in deelplan De Peilingen van het nog in procedure te brengen bestemmingsplan Middelsee fase II. Het betreft 370 woningen, waarmee u buitenstedelijke ruimte vraagt voor maximaal 3.610 woningen. De belangrijkste uitleglocaties de komende jaren zijn Blitsaerd, De Zuidlanden en Middelsee. Voor de dorpen binnen bestaand stedelijk gebied ziet u nog ruimte om voldoende kwaliteit aan woningen toe te voegen. Voor de groteren kernen ziet u nog enige groei. In uw pro­ gramma reserveert u daarom ruimte voor kleinschalige uitbreidingslocaties. Wij kunnen instemmen met een maximale uitbreidingsruimte van 3.610 woningen tot 2030. Wij vragen u om de binnenstedelijke ontwikkelingen (Spoordok, voormalig Cambuurterrein en overige grote binnenstedelijke ontwikkelingen) blijvend te monitoren, mede in relatie tot de fasering van uw buitenstedelijke projecten (Middelsee fase II), effecten op

-2/4-

Ons kenmerk:

01998436

O

a

Ö

provinsje fryslân provincie fryslân ^ de bestaande woningvoorraad, alsmede op de verhuisbewegingen die deze bouw tot stand brengt binnen de stad, maar ook in relatie tot de Friese gemeenten. Studentenhuisvesting In uw verzoek gaat u in op het aantal uitwonende studenten in Leeuwarden. Prognoses rondom studenten blijven echter altijd onzeker. Net als voorgaande jaren vraagt u om de huisvesting van deze doelgroep buiten de reguliere woningbouwproductie te houden. Als vertrekpunt hanteren wij een basis-nullijn qua groei van het aantal studenten. Veelal gaat het om vervangende huisvesting, van kamerbewoning naar zelfstandige studio. Wij gaan ervanuit dat u de daadwerkelijke huisvesting voor deze doelgroep ook planologisch zult re­ gelen in het bestemmingsplan dan wel de Omgevingsvergunning middels een nadere aan­ duiding. Onder deze voorwaarde kunnen wij instemmen met uw verzoek. Middelsee fase II U vraagt planologische medewerking (in het kader van de woningbouwaantallen) aan het bestemmingplan Middelsee fase II. Realisatie van dit bestemmingsplan ligt deels buiten de horizon van de afspraak, maar creëert wel ruimte en flexibiliteit om te sturen op de woning­ bouwopgave ook op middellange termijn. U geeft daarbij te kunnen sturen nu de grond in uw eigendom is.

In de toekomstverwachting van gemeente Leeuwarden zien wij na 2030 ook nog enige mate van groei in het aantal huishoudens. Om in deze huishoudensgroei met enige continuïteit te kunnen faciliteren begrijpen wij uw behoefte om nu al plannen te maken voor woningbouw die voor een deel pas na 2030 kunnen worden gebouwd.. In het kader van deze woningbouwafspraak hoeft dit geen belemmering te zijn wanneer u een fasering in de planregels opneemt die ervoor zorgt dat een deel van de woningbouw pas na 2030 wordt uitgevoerd (met evt. een afwijkingsbepaling om flexibel te kunnen schakelen). Herijken en actualiseren Eind 2022 zullen wij weer starten met het opstellen van een nieuw bevolking- en huishoudensprognose. De uitkomst van deze prognose kan aanleiding zijn om de huidige af­ spraak opnieuw te herijken dan wel te actualiseren. Wij verwachten dat dit begin 2023 zal zijn. Resumerend Als uitgangspunt van de te verwachten huishoudens groei van de gemeente Leeu­ warden maken wij met u de afspraak voor een basisprogramma van 3.560 woningen netto; Met een operationeel beleidsprogramma van 4.628 woningen (130%) erop gericht om de verwachte 100% huishoudensgroei (3.560) flexibel te kunnen realiseren. Een maatwerkafspraak om de woningbouwafspraak voor planologische ruimte met 1.200 woningen te verhogen vooruitlopend op de sloop van minstens 1.685 wonin­ gen.

Daarnaast kunnen wij instemmen met, voor de stad Leeuwarden, ‘plafondloze plano­ logische bewegingsruimte’ of flexibel om de binnenstedelijk dynamiek te kunnen in­ spelen. Buitenstedelijk programmeren (70%) voor maximaal 3.610 woningen. Blijvende monitoring van de effecten op de fasering van uw buitenstedelijke pro­ jecten, maar ook op uw bestaande woningvoorraad, de verhuisbewegingen die de­ ze bouw tot stand brengt binnen de stad, mede in relatie de Friese gemeenten achtten wij van belang;

-3/4-

Ons kenmerk;

01998436

<rö

cü Ö

• pH

o u

P.

Ö provinsje fryslân provincie fryslân ^

<fö 1/3

• • • •

•

Over de voortgang en monitoring (pilot digitaal provinciaal planaanbod) gaan wij graag minimaal 2 keer per jaar ambtelijk met u gesprek; Studentenhuisvesting, mits planologisch specifiek bestemd, buiten de afspraak te laten; In 2023 gaan wij naar aanleiding van de nieuwe provinciale prognoses opnieuw in overleg over deze woningbouwafspraken om al dan niet bij te stellen; Op grond van artikel 3.1.1 van de Verordening Romte Fryslân kunnen wij instem­ men met uw bijgevoegde planaanbod gemeente Leeuwarden 2020 - 2029 peilda­ tum 16 februari 2022; Een deel van de woningbouwruimte voor na 2030 kan worden ingepland in het be­ stemmingsplan Leeuwarden - Middelsee fase 2, mits een fasering wordt opgenomen.

(U 1/3

Ö

• pH

O P.

Hoogachtend,

Gedeputeèröe Staten van Fryslân,

-4/4-

Ons kenmerk:

01998436

BEA Melkemastate Leeuwarden

Opdrachtgever:

Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V. KR Poststraat 101 8441 EN Heerenveen Contactpersoon: Dhr. P. van Nieuwenhoven

Contactpersonen:

Groenimpuls Compagnonsfeart 6 8408 CD Lippenhuizen Contactpersoon: Wiebe Tolman (European Tree Technician)

Auteur:

Wiebe Tolman (European Tree Technician)

Datum:

16-06-2023

Projectnummer:

20230307

Versie:

3

©2023 Groenimpuls Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande toestemming van de auteur. Juridische toetsing van onze stukken kan op aanvraag tegen een uurtarief worden verzorgd.

2

Inhoud

Inhoud 1

Uitganspunten project

5

2

Toetsing uitvraag

7

3

Functie of waarden bomen

11

4

Kwaliteit bomen

13

5

Ruimte studie

15

6

Impact bovengronds ruimtegebruik

17

7

Impact ondergronds ruimtegebruik

19

8

Impact uitvoering

23

9

Eindoordeel effecten

25

3

Bijlage 1: VTA keuring

29

Bijlage 2: VTA kaart

36

Bijlage 3: Schetsontwerp

40

Bijlage 4: Behoud van onze bomen

41

4

1

Uitgangspunten project

Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V. is in samenwerking met verschillende partijen bezig met de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk op het terrein van Melkemastate te Leeuwarden. Een van de uitgangspunten is het wonen in het groen. Op het oude terrein van Melkemastate staan meerdere bomen welke een goede conditie en levensverwachting hebben. Van Wijnen heeft de intentie om zoveel mogelijk bomen binnen de nieuwbouwplannen te behouden en in te passen in de nieuwe wijk. De gemeente Leeuwarden verlangt bij de vergunning aanvraag een BER (Boom Effect Rapportage) waarbij de effecten van de geplande werkzaamheden in de nabijheid van de bomen in kaart worden gebracht en daarnaast wordt aangegeven welke eventuele maatregelen moeten worden getroffen om de bomen duurzaam te behouden. Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V. heeft Groenimpuls de opdracht gegeven voor het opstellen van de BER (Boom Effect Rapportage) en het uitvoeren van een VTA (Visual Tree Assessment) om de huidige kwaliteit van de bomen te bepalen. De BER wordt uitgevoerd conform de richtlijn BEA (Boom Effect Analyse) van de Bomenstichting en de CROW. BER (Boom Effect Rapportage) = BEA (Boom Effect Analyse)

5

1.1

Situatie

Melkemastate Is gelegen in het noordoosten van de stad Leeuwarden in de wijk Camminghaburen. De geplande nieuwe wijk ligt op het terrein van Liander. Op het terrein bevinden zich meerdere karakter volle bomen. De intentie is om zoveel mogelijk bomen te behouden en te integreren in de nieuwbouwplannen. Zodat van af het begin in de wijk gewoond kan worden in het groen.

6

2

Toetsing uitvraag

In verband met de herinrichting van Melkemastate te Leeuwarden zijn er plannen om op deze locatie een nieuwbouwwijk te ontwikkelen waarbij er ruimte zal komen voor meerdere huizen inclusief parkeergelegenheid. In samenwerking met CB5 architecten heeft van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V. een eerste opzet gedaan waarbij de plannen voor herinrichting worden uitgewerkt. In de huidige situatie staan op deze locatie meerdere bomen. In deze BEA zal gekeken worden welke effecten de nieuwe plannen hebben op de aanwezige bomen. Het gaat hierbij om de onderstaande onderzoeksvragen. Onderzoeksvragen: • Wat is de conditie en levensverwachting van bestaande bomen. • Welke effecten hebben de nieuwe plannen op de conditie, levensverwachting en duurzaam behouden van de bomen. • Welke bomen kunnen met de nieuwe plannen gehandhaafd blijven en welke zullen verwijderd dienen te worden • Bij doorgaan van de werkzaamheden adviezen voor bescherming van de bomen tijdens de werkzaamheden.

7

2.1

Boomveiligheidscontrole

De bomen worden volgens de VTA methode bovengronds visueel gekeurd. VTA staat voor Visual Tree Assessment, ofwel visuele boombeoordeling. Deze onderzoeksmethode is te raadplegen in het handboek boomveiligheid van Mattheck en Breloer 1. De onderzoeksmethode kent de volgende drie stappen in de procedure; 1. Visuele controle op symptomen van verzwakking. Als er geen tekenen van verzwakking worden gevonden, wordt het onderzoek beëindigd. 2. Bij een indicatie van verzwakking wordt nader technisch onderzoek (NTO) uitgevoerd. 3. Geven de onderzoeksresultaten reden tot ongerustheid, dan moet worden vastgesteld hoe groot de risico’s zijn voor de omgeving. Bij deze keuringsmethode worden de bomen individueel bekeken en beoordeeld. Hierbij wordt onder andere gelet op de kroonopbouw en de kwaliteit van de stam(voet). De nadruk van deze inspectie ligt bij het opsporen van signalen die duiden op verstoringen van de balans binnen de bomen. Er is ook gekeken naar de onderhoudstoestand van de bomen. Indien noodzakelijk wordt een advies gegeven over uit te voeren Toekomstverwachting Levensverwachting onderhoudswerkzaamheden. Slecht < 5 jaar Bij een visuele keuring wordt ook de Matig > 5 jaar toekomstverwachting bepaald.

Figuur 2 Redelijk > 10 jaar is een schema waarin de Goed > 20 jaar toekomstverwachting wordt gerelateerd aan de levensverwachting vanaf het Figuur 2: Indexering Toekomstverwachting moment van de opname.

2.2

Richtlijnen wortelschade

Beschadiging van vooral de gestelwortels van volwassen bomen is de hoofdoorzaak van het voortijdige uitvallen van bomen in de bebouwde omgeving. Het gevolg van het verwijderen van stabiliteitswortels ten behoeve van herprofilering wordt vaak pas duidelijk na het verstrijken van tientallen jaren.

2.3

Onderverdeling wortelschade

Oppervlakkige beworteling: • Beworteling vlak onder het maaiveld, veelal verdikt door wrijving met de bovenliggende verharding. Als deze beworteling vanaf de opdruklocatie terug richting stam wordt ontgraven blijkt de wortel veelal dichter bij de stam dunner te zijn dan daar waar zich door wrijving de opdruk heeft gemanifesteerd. Over het algemeen kunnen deze wortels probleemloos verwijderd worden. Stabiliteitsbeworteling: • Zwaardere beworteling die de stabiliteit van de boom waarborgen. Het verwijderen van stabiliteitsbeworteling is een riskante zaak.

8

2.4

Totale wortelschade

De optelsom van de verwijderde oppervlakkige en stabiliteitsbeworteling geeft de totale wortelschade. • • 2.5

Totale wortelschade minder dan 20%: Boom kan behouden blijven. Totale wortelschade meer dan 40%: Boom dient verwijderd te worden. Het risicogebied

Als de totale wortelschade tussen de 20 en 40% (risicogebied) ligt, is er een individuele beoordeling van de schade nodig om vast te stellen wat de overlevingskans voor de betreffende boom is. Richtlijnen hierbij zijn: • Historie van de boom: Hebben er al eerder herprofileringen plaatsgevonden? Is er nog iets bekend/onderzocht over de toegebrachte schade bij de eerdere herprofileringen? • De boomsoort: Wat is de uiteindelijke boomgrootte en kroonvorm? Hoe sterk is de houtkwaliteit en hoe goed grendelt de boom verwondingen af? Wat is het natuurlijke bewortelingspatroon van de boom? • De groeiplaats van de boom: Wat is de grondsoort? Hoe is de indringingsweerstand van de bodem? Op welke diepte bevindt zich de grondwaterspiegel? • De locatie van de boom: Betreft het een vrijstaande of een beschut staande boom? Hoe staat de boom georiënteerd op de overheersende windrichting bij storm (in Nederland zuidwest en in mindere mate noordwest)? • De locatie van de te verwijderen beworteling: Bevinden de te verwijderen wortels zich aan de zijde met de hoogste windbelasting van de boom waar zich normaal gesproken de trekwortels bevinden die tijdens piekbelasting de stabiliteit moeten garanderen? • Wat is de afstand van de te verwijderen beworteling tot de stamvoet van de boom? • Kan de windvang van de boom worden beperkt door middel van uitdunsnoei of eventueel door kroonreductie?

In principe worden er twee rekenmodellen voor het bepalen van wortelschade gehanteerd: • De eerste methode is het tellen van het aantal wortelaanzetten, waarbij het deel aan beschadigde wortelaanlopen een indicatie geeft van de toegebrachte schade. Bijvoorbeeld: Een boom met vijf wortelaanzetten waarvan er twee beschadigd

•

zijn of worden beschadigd geeft een globale schade Figuur 4: Schematische weergave van 2: 5 = 0.4 x 100 = 40 %. kroonprojectie Een meer verfijnde methode is het berekenen van de oppervlakte van de groeiplaats, waarbij de kroonprojectie de spreiding van het wortelgestel aangeeft. In Figuur 4 ziet u een schematische weergave van de kroonprojectie van een boom in een natuurlijke situatie. Bij het doorsnijden van de kroonprojectie, door bijvoorbeeld een sleuf, valt een gedeelte van het wortelpakket af. Op Figuur 5 ziet een plattegrond van een voorbeeld situatie, de rode lijn geeft de doorsnijding aan. Met behulp van 9

een rekenmodule kan nauwkeurig worden bepaald hoe groot de wortelschade in procenten is. De locatie van de beworteling, het bewortelingspatroon en diepte van de graafwerkzaamheden zijn de variabelen in deze berekening en moeten door de onderzoeker worden geïnterpreteerd. De eerste methode richt zich vooral op de stabiliteit van de boom. De tweede methode wordt veelal gebruikt om het percentage aan opnamebeworteling in kaart te brengen.

Figuur 5: Berekening wortelschade

10

3

Functie/waarde van de bomen

In het gemeentelijk beleid en regelgeving is er mogelijk aan een boom een specifieke functie en/of waarde toegekend en deze zijn in de rapportage worden meegenomen.

3.1

Toetsing aan de volgende punten • • • • •

Monumentale of waardevolle boom Gedenkboom Hoofdbomenstructuur Onderdeel van een vastgelegde groen/ecologische structuur Groene Kaart Opname in bestemmingsplan/omgevingsvergunning

De bomen op het terrein hebben niet de specifieke functie van monumentale boom.

3.2

Gemeentelijk beleid en regelgeving

Binnen de gemeente Leeuwarden geldt vanaf 1 januari 2020 de onderstaande vergunning en compensatieregeling voor te kappen bomen. Wel of geen vergunning nodig? • Voor het kappen van maximaal 9 reguliere (niet monumentale of waardevolle) bomen heeft u geen vergunning nodig. • Voor het kappen van 10 of meer reguliere bomen heeft u wel een vergunning nodig. Het gaat daarbij om bomen die op 1.30 m. hoogte een stamdoorsnede hebben van 20 cm of meer. Kleinere bomen tellen niet mee. • Voor het kappen van 1 of meer monumentale en/of waardevolle bomen heeft u ook een vergunning nodig. Zie het tabje hieronder “Monumentale en waardevolle bomen”. Compensatie Als u een vergunning nodig heeft dan geldt ook een herplantplicht van 110%. Dit betekent dat wanneer u 10 bomen kapt u, in overleg met de gemeente, verplicht bent er 11 terug te planten. Als herplant niet (of alleen deels) mogelijk is betaalt u een compensatiebedrag van € 500,- per boom. Dat bedrag wordt in het Compensatiefonds groen gestort. Hieruit wordt onder andere nieuwe aanplant betaald op een goede locatie die toekomst biedt voor bomen om uit te groeien tot volwassen exemplaren. De BEA is opgesteld conform de richtlijn Bomen Effect Analyse van de Bomenstichting en de CROW.

11

3.3

Wet natuurbescherming

Tijdens de inventarisatie zijn er op de locatie geen kritische soorten aangetroffen m.b.t. flora en fauna. Voorafgaande aan de werkzaamheden zal een flora en fauna scan uitgevoerd worden door een daarvoor gecertificeerd persoon. Deze flora en fauna scan dient vooraf 1 a 2 dagen van de werkzaamheden worden uitgevoerd en op het werk aanwezig te zijn. De werkzaamheden m.b.t. het groen zal worden uitgevoerd door werknemers met flora en fauna niveau 1 en/of 2.

12

4

Kwaliteit van de bomen

Om de kwaliteit van de bomen te bepalen is er een VTA uitgevoerd. De verzamelde gegevens zijn in dit hoofdstuk uitgewerkt.

4.1

Visual Tree Assessment

Op 22 februari 2023 is er een visuele keuring uitgevoerd Volgens de VTA-methode (zie hoofdstuk 2.2) aan de bomen staande in het plangebied. De totaal lijst van de bomen inclusief de gegevens zijn opgenomen in bijlage 1. Van de totaal 119 bomen vallen er 6 buiten het werkterrein. In deze VTA zijn 113 bomen meegenomen en beoordeeld op de conditie. 0 1 2 3

Goed voldoende matig slecht Totaal

25 stuks 68 stuks 18 stuks 2 stuks -----113 stuks

Bijzonderheden: • Over het algemeen kan gesteld worden dat de bomen een redelijke tot goede conditie en levensverwachting hebben. Dat wil zeggen dat de bomen tenminste 10 jaar duurzaam behouden kunnen worden. •

De boomnummers 1 t/m 5 hebben een matige conditie en een matige tot slechte levensverwachting. Dit mede doordat deze bomen op een locatie staan waarbij zij stevig onderdruk staan van invloeden van buiten af, transport en zwaar materieel. Dit blijkt uit het feit van geconstateerde kroon- en stamschade. Dit wil zeggen dat de bomen maximaal 5 jaar duurzaam behouden kunnen worden.

•

De boomnummers 19 t/m 21 hebben een matige conditie en een matige tot slechte levensverwachting. Dit onder invloed van de locatie waardoor deze bomen een minimale groeiplaats hebben. Dit wil zeggen dat de bomen maximaal 5 jaar duurzaam behouden kunnen worden.

•

Boomnummer 51: heeft een matige conditie en een matige tot slechte levensverwachting. Dit onder invloed van 2 stammigheid en daardoor een plakoksel.. Dit wil zeggen dat de boom maximaal 5 jaar duurzaam behouden kunnen worden. Een plakoksel is het raakvlak tussen de stam en een steil omhoog gaande tak of tussen twee steil omhoog gaande, codominante stammen, waarbij de twee houtcilinders niet vergroeien omdat zich tussen beide nog een laag schors bevindt

•

Boomnummers 58, 59, 63, 66, 68, 76 en 84 (allen Essen) hebben een matige conditie en een matige levensverwachting. Dit onder invloed van aanwezigheid van veel doodhout en aantasting door essentaksterfte. Dat wil zeggen dat de bomen tussen de 5 en 10 jaar duurzaam behouden kunnen worden.

•

Boomnummer 98: heeft een matige conditie en een matige levensverwachting. Dit onder invloed van een zeer eenzijdige kroon. Dat wil zeggen dat de bomen tussen de 5 en 10 jaar duurzaam behouden kunnen worden.

•

Boomnummer 99: heeft een matige conditie en een matige levensverwachting. Dit onder invloed van een plakoksel. Dat wil zeggen dat de bomen tussen de 5 en 10 jaar duurzaam behouden kunnen worden. Een plakoksel is het raakvlak tussen de stam en een steil omhoog gaande tak of tussen twee steil omhoog gaande, codominante stammen, waarbij de twee houtcilinders niet vergroeien omdat zich tussen beide nog een laag schors bevindt

•

Boomnummer 65: heeft een slechte conditie en een slechte levensverwachting. Dit wil zeggen dat de boom maximaal 5 jaar duurzaam behouden kunnen worden. Wij adviseren deze boom te verwijderen

•

Boomnummer 80: heeft een slechte conditie en een slechte levensverwachting. Dit wil zeggen dat de boom maximaal 5 jaar duurzaam behouden kunnen worden. Wij adviseren deze boom te verwijderen.

•

Boomnummers: 36-43, 46, 48, 50, 60, 61, 86, 88, 92, 93, 101 en 102 Bij deze bomen is wortelopdruk in de bestrating geconstateerd.

14

5 Ruimtestudie Bij een ruimtestudie wordt gekeken wat het huidige ruimtebeslag is en wat het ruimtebeslag in de toekomst zal worden van de bomen. Tevens worden de civiele inrichtingen bekeken. In verband met de herinrichting van Melkemastate te Leeuwarden zijn er plannen om op deze locatie een nieuwbouwwijk te ontwikkelen waarbij er ruimte zal komen voor meerdere huizen inclusief parkeergelegenheid. In samenwerking met CB5 architecten heeft Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V. een eerste opzet gedaan waarbij de plannen voor herinrichting worden uitgewerkt. In de huidige situatie is het gebied voornamelijk als parkeergebied, toegangsweg en bebouwing ingericht. De bebouwing bestaat uit loodsen en zal gesloopt worden. Binnen de nieuweplannen zal ruimte gecreëerd worden voor: • 32 appartementen in 5 lagen • 61 rijwoningen • Parkeergelegenheid • Duidelijke groen structuur van bestaande bomen en nieuw aan te planten bomen. • Nieuw kabels- en leidingen tracé. Zie voor volledige kaart bijlage 3

15

Wanneer wij de nieuwe plannen leggen over de bestaande situatie kunnen wij de volgende conclusies trekken. • Het is niet reëel om te zeggen dat alle bomen behouden kunnen blijven. Wanneer er nieuw gebouwd gaat worden zullen enkele bomen verwijderd dienen te worden puur met betrekking tot de locatie van de nieuwbouw en het nieuwe kabels- en leidingen tracé. • In deze BEA zal aandacht worden besteed in hoeverre de te handhaven bomen behouden kunnen worden wanneer wij ondergronds en bovengronds naar de bomen kijken. De vraag is of zij dan duurzaam behouden kunnen blijven. In onderstaande tekening wordt aangegeven welke bomen in verband met de nieuwe plannen en slechte conditie en levensverwachting verwijderd dienen te worden. Het gaat hierbij om 57 stuks bomen van het totale aantal van 113 stuks. In bijlage 1 worden deze bomen aangegeven in kolom 1: nummer door een rode kleur codering. Zie voor volledige kaart bijlage 2

16

6

Impact bovengronds ruimtegebruik

Bij impact bovengronds ruimtegebruik wordt gekeken of er bij de werkzaamheden sprake is van een structureel of tijdelijk verlies van bovengrondse groeiruimte. Tevens wordt er gekeken naar: verandering windbelasting en zonnebrand. Wanneer de nieuwe plannen uitgevoerd gaan worden zal de bovengrondse groeiruimte zeker onder druk te komen staan. Dit zal tijdens de bouwwerkzaamheden en in de nieuwe situatie zeker gaan spelen. Alle bomen krijgen in de nieuwe situatie een andere bovengrondse ruimte. Het is dan ook van belang dat bomen voorafgaande aan de werkzaamheden professioneel gesnoeid worden. Dit om schade aan de bomen zoveel mogelijk te voorkomen. Boomnummers 106 t/m 116: Staan langs een belangrijke aan en afvoer route. Deze bomen hebben een brede kroon en hangen deels over de bestaande weg. Voor deze bomen is het van belang dat zij voorafgaande aan de werkzaamheden professioneel gesnoeid worden. Bij een professionele snoeibeurt zullen de bomen weinig last ondervinden en duurzaam behouden kunnen blijven.

17

Boomnummers 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42 en 43: Deze boomnummers zullen in de nieuwe plannen behouden blijven. Zij zullen een belangrijke laan gaan vormen binnen de nieuwe plannen. Gezien de laag hangende takken is het van belang dat de bomen voorafgaande aan de werkzaamheden professioneel worden gesnoeid en dat er tijdens de werkzaamheden boombeschermingsmaatregelen worden getroffen welke in een boombeschermingsplan zijn omschreven.

Alle boomnummers: Gezien het feit dat er bij alle bomen onder druk van de nieuwe plannen komen te staan adviseren wij om voorafgaande aan de werkzaamheden alle te behouden bomen professioneel te laten snoeien zodat de bomen duurzaam behouden kunnen blijven.

18

7

Impact ondergronds ruimtegebruik

Bij impact ondergronds ruimtegebruik wordt gekeken of er bij de werkzaamheden sprake is van een structureel of tijdelijk verlies van ondergrondse groeiruimte. Wanneer de nieuwe plannen uitgevoerd gaan worden zal de ondergrondse groeiruimte zeker onder druk te komen staan. Dit zal tijdens de bouwwerkzaamheden en in de nieuwe situatie zeker gaan spelen. Hierbij is tevens gekeken naar het nieuwe kabels- en leidingen tracé, zie kaart bijlage 3 Met name de te behouden bomen op het huidige grote parkeerterrein zullen onder grote druk te komen staan. Bij de bomen met boomnummers 36-43, 46, 48, 50, 60, 61, 86, 88, 92, 93, 101 en 102 is wortelopdruk in de bestrating geconstateerd. Dit wil zeggen dat de wortels ruimte zoeken onder de bestrating om voedingstoffen en vocht te zoeken. Om te kunnen concluderen of er in de bestaande wegen (onder de bestrating) gegraven kan worden zonder dat de bomen hier ernstige schade aan ondervinden zijn er op de parkeerplaats proefsleuven en boringen uitgevoerd. Proefsleuf 1: bij boom 38 in de bestrating (oostzijde): Bodemopbouw:

o cm

zand 50 cm

loodzand 90 cm klei grondwater De bodem bestaat 100% uit zand (waarschijnlijk opgebracht). Rond de 90 cm treffen wij klei aan en gelijk wordt het nat. Het is moeilijk te zeggen of wij gelijk op het grondwater zitten of te maken hebben met een schijn grondwaterspiegel in verband met een ondoordringbare laag.

19

Wortelontwikkeling: Wanneer wij kijken naar de wortelontwikkeling kunnen wij het volgende constateren. De wortels hebben zich alleen direct onder de bestrating ontwikkeld. Direct onder de bestrating bevindt zich nog enig organisch materiaal en vocht. De wortels maken hier gebruik van om zich hier te kunnen ontwikkelen en zorgen dan ook voor de wortelopdruk. Gezien het feit dat de bodem onder de bestrating bestaat uit zand en klei vinden wij hier geen wortel ontwikkeling.

20

Boring 1: bij boom 38 in de groeiplaats (beplanting):

o cm

teelaarde 50 cm

zand 90 cm klei grondwater

De eerste 50 cm bestaat uit organische teelaarde en daarna tot 90 cm zand. Rond de 90 cm treffen wij klei aan en gelijk wordt het nat. Het is moeilijk te zeggen of wij gelijk op het grondwater zitten of te maken hebben met een schijn grondwaterspiegel in verband met een on door dringbare laag.

21

Wortelontwikkeling: In de eerste 50 cm is er volop wortelontwikkeling van kleine haarwortels. Deze zijn afkomstig van de boom en de onderbeplanting. In het zand treffen wij niet direct beworteling aan. Het vermoeden is dat de wortels van de boom direct naar beneden in de klei hun weg zoeken. Boring 2: bij boom 38 in de parkeervak (westzijde):

o cm

zand

90 cm klei grondwater Onder de parkeervakken treffen wij tot 90cm alleen zand aan. Rond de 90 cm treffen wij klei aan en gelijk wordt het nat. Het is moeilijk te zeggen of wij gelijk op het grondwater zitten of te maken hebben met een schijn grondwaterspiegel in verband met een on door dringbare laag. Wortelontwikkeling: Wanneer wij kijken naar de wortelontwikkeling kunnen wij het volgende constateren. De wortels hebben zich alleen direct onder de bestrating ontwikkeld. Direct onder de bestrating bevindt zich nog enig organisch materiaal en vocht. De wortels maken hier gebruik van om zich hier te kunnen ontwikkelen en zorgen dan ook voor de wortelopdruk. Gezien het feit dat de bodem onder de bestrating bestaat uit zand en klei vinden wij hier geen wortelontwikkeling.

22

8

Impact uitvoering

Om de bomen goed te beschermen tijdens de bouwwerkzaamheden is het van groot belang dat voorafgaande aan de werkzaamheden een boombeschermingsplan wordt opgesteld. In dit boombeschermingsplan moet worden aangegeven hoe de bomen tijdens de bouwwerkzaamheden worden beschermd. Door het aangeven van een boombeschermingsgebied kan beschadiging van de bomen voorkomen worden. Tevens is van belang dat tijdens de bouwwerkzaamheden hier goed op wordt gehandhaafd. Enkele belangrijke voorwaarden welke in een boombeschermingsplan opgenomen dienen te worden. •

Alle relevante bomen (aangeven in boombeschermingsplan) moeten worden voorzien van een stambescherming. Deze stambescherming zal worden uitgevoerd middels een flexibele drainbuis die wordt omkleed met houten planken.

•

Tijdens de werkzaamheden dient geen materiaal of materieel onder de kroonprojectie van de bomen te worden opgeslagen. Ook het zwaar belasten van de bodem onder de kroonprojecties dient voorkomen te worden.

•

Vooraf gaande aan de werkzaamheden het uitvoeren van een flora en fauna scan door een gecertificeerd persoon.

•

Bij het optreden van wortelschade ontstaat een verhoogd risico op het toetreden van aantastingen in het levende hout van de boom. Vaak heeft dit conditieverval en/of een vermindering in stabiliteit tot gevolg. Wij adviseren om de betrokken bomen binnen de VTA aan te wijzen als attentieboom. Attentieboom, geen verhoogd risico, maar wel jaarlijkse controle noodzakelijk om de ontwikkeling van de gebreken te blijven monitoren.

•

Voor het uitgraven van de fundering en kabel tracé adviseren wij een groenwacht in te zetten. Dit kan een gecertificeerd ETW-er of ETT-er zijn om de wortels netjes af te zagen of te gaan knippen. Om zo inrotting en inscheuren van de wortels tegen te gaan.

•

In het geval dat bronbemaling wordt toegepast ten behoeve van het project dient dit altijd in overleg met de opdrachtgever te gebeuren. Door bron bemaling kunnen de bomen tijdelijk het contact met het grondwater verliezen waardoor de bomen kunnen uitdrogen. Na afronding van de bemaling kan de grondwaterstand nog geruime tijd blijven schommelen. Door vernatting of verdroging van de groeiplaats is er een vergroot risico op terugval van conditie met mogelijk het toetreden van een aantasting tot gevolg. Dit kan weer leiden tot verder conditie verval en uiteindelijk instabiliteit

23

•

In de bijlage is het productblad ‘Bouwen bij Bomen’ toegevoegd. Wij adviseren om de vuistregels en handreikingen van dit productblad tijdens de uitvoering van het project toe te passen.

24

9

Eindoordeel effecten

Alle resultaten die verkregen zijn uit de voorstudie, het veldwerk en de analyse in een onderlinge samenhang worden hier in beeld gebracht. Na aanleiding van onze bevindingen zijn hieronder een aantal conclusies omtrent de bomen rond de herinrichting van Melkemastate te Leeuwarden. VTA (Visual Tree Assesment): •

Over het algemeen kan gesteld worden dat de bomen een redelijke tot goede conditie en levensverwachting hebben. Dat wil zeggen dat de bomen tenminste 10 jaar duurzaam behouden kunnen worden.

•

De boomnummers 1 t/m 5 hebben een matige conditie en een matige tot slechte levensverwachting. Dit mede doordat deze bomen op een locatie staan waarbij zij stevig onderdruk staan van invloeden van buiten af, transport en zwaar materieel. Dit blijkt uit het feit van geconstateerde kroon- en stamschade. Dit wil zeggen dat de bomen maximaal 5 jaar duurzaam behouden kunnen worden. Wij adviseren deze bomen te verwijderen en deze op een nieuwe plek binnen het werkgebied te herplanten. Ivm met matige conditie en levensverwachting zijn deze bomen niet verplantbaar.

•

De boomnummers 19 t/m 21 hebben een matige conditie en een matige tot slechte levensverwachting. Dit onder invloed van de locatie waardoor deze bomen een minimale groeiplaats hebben. Wij adviseren deze bomen te verwijderen. Ivm met matige conditie en levensverwachting zijn deze bomen niet verplantbaar

•

Boomnummer 51: heeft een matige conditie en een matige tot slechte levensverwachting. Dit onder invloed van 2 stammigheid en daardoor een plakoksel. Wij adviseren deze boom te verwijderen.

•

Boomnummers 58, 59, 63, 66, 68, 76 en 84 (allen Essen) hebben een matige conditie en een matige levensverwachting. Dit onder invloed van aanwezigheid van veel doodhout en aantasting door essentaksterfte. Dat wil zeggen dat de bomen tussen de 5 en 10 jaar duurzaam behouden kunnen worden.

•

Boomnummer 98: heeft een matige conditie en een matige levensverwachting. Dit onder invloed van een zeer eenzijdige kroon. Dit wil zeggen dat de boom maximaal 5 jaar duurzaam behouden kunnen worden. wij adviseren deze boom te verwijderen. Ivm met matige conditie en levensverwachting is deze boom niet verplantbaar

25

•

Boomnummer 99: heeft een matige conditie en een matige levensverwachting. Dit onder invloed van een plakoksel. Dit wil zeggen dat de boom maximaal 5 jaar duurzaam behouden kunnen worden. Wij adviseren deze boom te verwijderen. Ivm met matige conditie en levensverwachting is deze boom niet verplantbaar

•

Boomnummer 65: heeft een slechte conditie en een slechte levensverwachting. Dit wil zeggen dat de boom maximaal 5 jaar duurzaam behouden kunnen worden. Wij adviseren deze boom te verwijderen

•

Boomnummer 80: heeft een slechte conditie en een slechte levensverwachting. Dit wil zeggen dat de boom maximaal 5 jaar duurzaam behouden kunnen worden. Wij adviseren deze boom te verwijderen.

•

Boomnummers: 36-43, 46, 48, 50, 60, 61, 86, 88, 92, 93, 101 en 102 Bij deze bomen is wortelopdruk in de bestrating geconstateerd.

Algemeen: De boomnummers 6-18 komen onder een dusdanige druk van de nieuwbouwplannen te staan dat wij adviseren deze bomen te verwijderen en deze op een nieuwe plek binnen het werkgebied te herplanten. Deze bomen zijn eventueel verplantbaar. Gezien het feit dat de groeiplaatsen van de bestaande bomen tevens onderdruk komen te staan adviseren wij hier rekening mee te houden bij het nieuwe beplantingsplan. Voor het nieuwe plan zal een beplantingsplan worden opgesteld waarbij groeiplaatsverbetering voor de te behouden bomen meegenomen zal worden. Hierbij moet men denken aan opwaardering van de groeiplaatsen met bemesting en/of humusrijke grond. Bovengrondse effecten: Alle bomen krijgen in de nieuwe situatie een andere bovengrondse ruimte. Het is dan ook van belang dat de bomen voorafgaande aan de werkzaamheden professioneel gesnoeid worden. Dit om schade aan de bomen zoveel mogelijk te voorkomen. Speciale aandacht voor de boomnummers 36-43 dit in verband met transport onder de bomen. Voorafgaande aan de werkzaamheden de bomen enigszins opsnoeien tot een tak vrijezone van 6 meter. Ondergrondse effecten: Wanneer de nieuwe plannen uitgevoerd gaan worden zal de ondergrondse groeiruimte zeker onder druk te komen staan. Dit zal tijdens de bouwwerkzaamheden en in de nieuwe situatie zeker gaan spelen. In de nieuwe plannen is rekening gehouden met een nieuw kabels en leidingen tracé.

Tijdens het ontwerp is gekeken om zoveel mogelijk bomen te kunnen sparen. Met name de te behouden bomen op het huidige grote parkeerterrein zullen onder grote druk te komen staan. Het gaat hierbij om de boomnummers 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42 en 43.

26

In de nieuwe plannen komen deze bomen naast parkeerplaatsen te staan. Bij deze bomen adviseren wij de groeiplaatsen van de bomen uit te breiden tot onder de parkeervakken. Hierdoor krijgen de bomen een grotere doorwortelbare ruimte. De parkeervakken kunnen opgebouwd worden met bomenzand. De bodem in het bestaande wegprofiel (parkeerplaats) bestaat 100% uit zand (waarschijnlijk opgebracht). Rond de 90 cm treffen wij klei aan en gelijk wordt het nat. Een klein gedeelte van de wortels hebben zich direct onder de bestrating ontwikkeld, het grootste gedeelte van de beworteling is te vinden in de beplaningsvakken. Direct onder de bestrating bevindt zich nog enig organisch materiaal en vocht. De wortels maken hier gebruik van om zich hier te kunnen ontwikkelen en zorgen dan ook voor de wortelopdruk. Graven in het bestaande wegprofiel betekend dat de wortels welke zich direct onder de betrating hebben ontwikkeld verwijderd zullen worden. Deze wortels hebben voornamelijk de functie van opname wortel. Het verwijderen van deze wortels zal geen directe invloed hebben op het duurzaam behouden van de bomen. Wel adviseren wij tijdens de uitvoering van de graafwerkzaamheden dat er een bomenwacht (ETW-er) bij aanwezig is om de wortels netjes af te zagen, dit om infectie door bacteriën en schimmels zoveel mogelijk te beperken.

De te behouden bomen: Binnen het plan zijn de bestaande groeiplaatsen van de bomen behouden. Wij adviseren om de groeiplaatsen tijdens de uitvoering te verbeteren. • Bij grotere groeiplaatsen (in gras en beplantingsvakken) zand en arme grond te verwijderen, m.b.v een zuigauto. De groeiplaatsen aanvullen met bomengrond. • Bij groeiplaatsen in bestrating, uitbreiden van de groeiplaatsen naar de parkeervakken.

Compensatie: Wanneer wij alle gegevens naast elkaar leggen zullen de volgende bomen verwijderd dienen te worden: Binnen het totale plan hebben wij te maken met 113 stuks bomen ( 119 stuks op VTA lijst minus 6 stuks vallend buiten werkgebied). Bomen verwijderen vanuit conditie bepaling: boomnummers: 1, 2, 3, 4, 5, 19, 20, 21, 51, 65, 80, 98 en 99 Totaal: 13 stuks Bomen verwijderen van uit de nieuwe plannen: Boomnummers, 6 t/m 18, 39, 44, 45, 46, 50, 51, 52, 56, 57, 58, 59, 60, 61, 63, 64, 66, 75, 76, 77, 81, 82, 84, 85, 86, 87, 88, 95, 96, 101, 102 en 119 Totaal 37 stuks In totaal zullen er 57 bomen verwijderd dienen te worden.

27

Voor de bomen met een stamdiameter < 20 cm geldt geen kapvergunning en geen herplantplicht ( 19 stuks). Het gaat hierbij om de boomnummers 1 t/m 5, 10 t/m 21, 98 en 99. Voor de andere te verwijderen bomen geldt wel een kapvergunning en een herplantplicht. In totaal gaat het hierbij om 38 stuks bomen: Kapvergunning aanvragen voor 38 stuks bomen; Herplantplicht van 38 x 110% = 42 stuks bomen herplanten. Binnen het nieuweplan is er voldoende ruimte om 42 stuks nieuwe bomen aan te planten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=b0ef7ee3-8afb-43c5-bde1-d666632ddddc