Toelichting en regels ontwerp bestemmingsplan Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o.
Tekst van het document
6.3 Conclusie gebiedsbescherming De onderzoekslocatie is gelegen ten zuidwesten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Alde Feanen. De afstand tussen de onderzoekslocatie en dit Natura 2000-gebied bedraagt circa drie en een halve kilometer. Gelet op de afstand tot het gebied, de kernopgave van het gebied en de aard van de geplande ingreep is er geen onderzoek in het kader van gebiedsbescherming binnen de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Daarnaast is de locatie gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland. Daar er geen sprake is van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN is verder onderzoek naar invloeden op het NNN niet van toepassing.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 21 van 24
6.4 Aanbevelingen en advies Nader onderzoek Het kan worden uitgesloten dat er nestplaatsen en / of verblijfplaatsen van beschermde soorten aanwezig zijn binnen de onderzoekslocatie. Nader onderzoek naar mogelijke nest- en / of verblijfplaatsen is daarom niet nodig. Broedvogels Opgemerkt wordt dat de locatie in het broedseizoen geschikt is als broedlocatie voor diverse (niet jaarrond beschermde) vogelsoorten. Alle in gebruik zijnde nesten zijn beschermd. Indien er geen werkzaamheden plaatsvinden binnen het broedseizoen wordt er geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht wat betreft nestlocaties voor vogels. Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van 1 maart tot 1 september. Dit is afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden moet voorafgaand hieraan de locatie worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.
Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.
6.5 Verantwoording De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna. Eco Reest BV M. Vos
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 22 van 24
Geraadpleegde bronnen Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden Bij12, Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0, juli 2017. Bij12, Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. Bij12, Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017. Bij12, Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, versie 1.0, juli 2017. Dietz, C.O., von Helversen & D. Nill (2011). Vleermuizen, alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Bij12.nl Libellennet.nl NDFF.nl 1 RAVON.nl SOVON.nl Synbiosiys.alterra.nl Vleermuis.net Vleermuizenindestad.nl Vlindernet.nl Vogelbescherming.nl Zoogdiervereniging.nl
1
In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Bijlage 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Friesland Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) provincie Friesland Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Bunzing (Mustela putorius) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Hermelijn (Mustela erminea) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Steenmarter (Martes foines) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Wezel (Mustela nivalis) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën
Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus Rana esculenta)
20201089
blz 43
Bijlage 3 Quickscan Wet natuurbescherming ter plaatse van: Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (fase 2 t/m 5)
bestemmingsplan Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o. Status: ontwerp / 15-04 2021
Rho Adviseurs B.V.
Quickscan Wet natuurbescherming ter plaatse van: Meester P.J. Troelstrawei e.o te Grou
projectnummer
190083
Verantwoording RAPPORT Type onderzoek
Quickscan Wet natuurbescherming
Locatie onderzoek
Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou
Projectnummer
190083
Versie rapportage
1
Auteur
M. Vos
Controle en vrijgave
Ing. J. Kamps MSc.
Paraaf vrijgave Datum
20 maart 2019
OPDRACHTGEVER Naam
Contactpersoon
Van Wijnen Vastgoedbeheer Noord B.V. Wetterwille 31 8447 GB Heerenveen Dhr. R. R. van der Werff
UITGEVOERD DOOR Info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397
DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan Wet natuurbescherming die is uitgevoerd ter plaatse van Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou, in opdracht van Van Wijnen Gorredijk B.V.. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: - de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is - de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken - het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Pagina 3 van 30
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING
1.1 1.2 1.3 1.4 2.
Aanleiding en doelstelling ...................................................................................................... 5 Scope ...................................................................................................................................... 5 Kwaliteitsborging ................................................................................................................... 5 Leeswijzer............................................................................................................................... 6 ONDERZOEKSLOCATIE EN NABIJE OMGEVING
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 3.
METHODE
17
Literatuurstudie ................................................................................................................... 17 Veldbezoek ........................................................................................................................... 18 RESULTATEN
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 6.
14
Soortenbescherming ............................................................................................................ 14 Gebiedsbescherming ........................................................................................................... 15 Zorgplicht ............................................................................................................................. 16
4.1 4.2 5.
7
Beschrijving onderzoekslocatie en directe omgeving............................................................ 7 Beschrijving toekomstige plannen ....................................................................................... 11 Beschermde gebieden in de omgeving ................................................................................ 12 Natura 2000.................................................................................................................... 12 Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................. 12
NATUURWETGEVING
3.1 3.2 3.3 4.
5
19
Vaatplanten.......................................................................................................................... 19 Vogels ................................................................................................................................... 19 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................ 22 Vleermuizen ......................................................................................................................... 22 Amfibieën en reptielen ........................................................................................................ 24 Vissen ................................................................................................................................... 24 Overige soorten ................................................................................................................... 24 SAMENVATTING EN CONCLUSIE
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
25
Algemeen ............................................................................................................................. 25 Conclusie soortenbescherming ............................................................................................ 25 Conclusie gebiedsbescherming ............................................................................................ 26 Aanbevelingen en advies ..................................................................................................... 26 Verantwoording ................................................................................................................... 27
GERAADPLEEGDE BRONNEN Bijlage 1
28
Overzicht vrijgestelde soorten Friesland
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 4 van 30
Onze rapportage is opgezet in kleur, om het u bij het lezen van het digitale document visueel aantrekkelijk te maken. Uiteraard kan het document ook op papier worden afgedrukt, waarbij we willen wijzen op de mogelijkheid om het document in zwart-wit af te drukken om kosten en toner te besparen.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 5 van 30
1. Inleiding In opdracht van Van Wijnen Gorredijk BV is door Eco Reest BV een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd ter plaatse van de Meester P.J. Troelstrawei, de Lynbaanstrjitte, de Nij Djipstrjitte, de Jogchum Nieuwenhuisstrjitte en de Friesmastrjitte te Grou.
1.1 Aanleiding en doelstelling Aanleiding tot het onderzoek zijn de voorgenomen sloopwerkzaamheden en daaropvolgende nieuwbouw ter plaatse van het onderzoeksterrein. Doel van de quickscan Wet natuurbescherming is een beeld te krijgen van de aanwezige habitats en de voorkomende beschermde dier- en plantensoorten ter plaatse van het onderzoekslocatie.
1.2 Scope In dit rapport is een quickscan Wet natuurbescherming beschreven. Hierin is onderzocht of er negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde soorten en zo ja, of nader soortgericht onderzoek noodzakelijk is. Bij ruimtelijke ingrepen moet vooraf worden getoetst of schade op kan treden aan bestaande Natura 2000-gebieden. Indien er sprake is van “verslechtering of significante verstoring” of “significante gevolgen” op een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig. Opgemerkt wordt dat deze rapportage geen verstorings- of verslechteringstoets of PAS-berekening bevat. In dit rapport is beoordeeld of significante effecten op Natura 2000-gebied verwacht kunnen worden en of er nadere toetsing met betrekking tot Natura 2000-gebieden noodzakelijk is.
1.3 Kwaliteitsborging Eco Reest streeft ernaar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren. Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek.
Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en maakt gebruik van een overkoepelende ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 9 van de Flora- en faunawet voor zover dit betreft het vangen, bemachtigen en met het oog daarop opsporen van Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 6 van 30
beschermde inheemse soorten (ontheffing ff/75a/2014/061, geldig tot 16 maart 2020). Deze ontheffing van de Flora- en faunawet is ook geldig onder de huidige Wet natuurbescherming. Conform de eisen uit onze ethische code behandelt Eco Reest BV alle gegevens vertrouwelijk, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de locatie, omgeving en het ontwikkelingsplan beschreven. In dit hoofdstuk wordt tevens aangegeven welke beschermde gebieden in de directe omgeving aanwezig zijn. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van de regelgeving uit de Wet natuurbescherming die hier relevant is. In hoofdstuk 4 worden de gebruikte onderzoeksmethoden beschreven. De resultaten van de toets aan de Wet natuurbescherming worden beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 worden conclusies weergegeven en aanbevelingen gedaan. Besloten wordt met een overzicht van geraadpleegde bronnen.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 7 van 30
2. Onderzoekslocatie en nabije omgeving In dit hoofdstuk wordt de huidige en toekomstige situatie van de onderzoekslocatie beschreven en wordt een overzicht gegeven van de beschermde gebieden in de omgeving van de onderzoekslocatie.
2.1 Beschrijving onderzoekslocatie en directe omgeving Het onderzoeksterrein is gelegen in de bebouwde kom van Grou en bestaat uit woningen aan de volgende adressen: - Friesmastrjitte 1 tot en met 9 - Lynbaenstrjitte 1 en 2-0004 tot en met 2-0008 - Friesmastrjitte 2-0009 tot en met 2-0014 - Meester P.J. Troelstrawei 2-0015 tot en met 2-0035 en 5 t/m 15 - Nij Djipstrjitte 2-0001 tot en met 2-0003 - Jogchum Nieuwenhuisstrjitte 18 tot en met 36 Deze woningen bestaan uit lage rijtjeswoningen (Nij Djipstrjitte, Friesmastrjitte, Lynbaenstrjitte), tweelaags galerijflats (Meester P.J. Troelstrawei), en twee-onder-een-kap woningen (Jogchum Nieuwenhuisstrjitte). In de nabije omgeving is veel groen aanwezig, bestaande uit struikgewas, heggen, verschillende boomsoorten en tuinen. Er zijn geen watervoerende elementen binnen de onderzoekslocatie aanwezig. Ten behoeve van de renovatie worden er geen bestaande landschapselementen verwijderd. In onderstaande figuur 2.1 is de onderzoekslocatie aangegeven.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 8 van 30
Figuur 2.1. Plangebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: ArcGIS).
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 9 van 30
In figuur 2.2 tot en met 2.5 zijn overzicht foto’s opgenomen van de onderzoekslocatie.
Figuur 2.2. Nij Djipstrjitte 2-1 t/m 2-3(van rechts naar links).
Figuur 2.3. Meester P.J. Troelstrawei 2-9 t/m 2-14 (van rechts naar links).
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 10 van 30
Figuur 2.4. Jogchum Nieuwenhuisstrjitte 18 t/m 36 (van links naar rechts).
Figuur 2.5. Friesmastrjitte 6-9 (van links naar rechts).
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 11 van 30
2.2 Beschrijving toekomstige plannen De opdrachtgever is voornemens om de huidige woningen te slopen en vervolgens nieuwbouw te realiseren. Ten behoeve van de werkzaamheden wordt er geen groen verwijderd. De werkzaamheden zijn onderdeel van een wijkvernieuwing in vijf fasen. De onderzochte woningen bevinden zich grotendeels in fase 4 en 5. De werkzaamheden in deze fases zijn gepland in 2022. Een uitzondering zijn de twee blokken aan Friesmastrjitte 1 tot en met 9. Deze vallen onder fase 3 en worden in 2020 gesloopt.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 12 van 30
2.3 Beschermde gebieden in de omgeving 2.3.1 Natura 2000 De onderzoekslocatie is gelegen ten zuidwesten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Alde Feanen (zie figuur 2.6). De afstand tussen de onderzoekslocatie en dit Natura 2000-gebied bedraagt circa drie kilometer. Gelet op de afstand tot het gebied, de aard van het tussenliggende gebied (bebouwing, agrarisch gebied en watergangen) de kernopgave van het gebied en de aard van de geplande ingreep wordt er geen onderzoek in het kader van gebiedsbescherming binnen de Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie ook paragraaf 1.2 scope).
Figuur 2.6. De afstand tussen de onderzoekslocatie en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (bron: Rijksoverheid).
2.3.2 Natuurnetwerk Nederland Op de kaart in figuur 2.7 is te zien dat in de directe omgeving van het plangebied (binnen rode contour) geen sprake is van een gebied uit het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tussen het plangebied en het NNN wordt een aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van NNN gebieden niet verwacht.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 13 van 30
Figuur 2.7. Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van het NNN (bron: provincie Friesland).
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 14 van 30
3. Natuurwetgeving In Nederland is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Wet natuurbescherming. De provincies zijn bevoegd gezag met betrekking tot het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor soortenbescherming en vergunningen ten behoeve van gebiedsbescherming.
3.1 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. Binnen de Wet natuurbescherming wordt bij ruimtelijke ingrepen onderscheid gemaakt tussen Europees beschermde soorten (artikel 3.5 soorten) en nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 soorten). De lijst Europees beschermde soorten bestaat uit soorten die genoemd zijn in: • • •
Habitat Richtlijn bijlage IV onderdeel a Bijlage 2 verdrag van Bern Bijlage 1 verdrag van Bonn
Vogels Ten aanzien van vogels is in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming het volgende opgenomen: • • • •
Het is verboden van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te storen.
Verstoren mag wel indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Bovenstaande houdt in dat de nesten van alle inheemse soorten zijn beschermd indien deze in gebruik zijn. Voor het verstoren van broedende vogels is een ontheffing nodig. Net als onder de Flora- en faunawet, zijn nestplaatsen van een aantal vogelsoorten jaarrond beschermd (mits niet definitief verlaten). Het betreft nesten van de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Overige soorten Voor overige Europees beschermde soorten (uit bijlage IV, onderdeel a van de Habitatrichtlijn) is artikel 3.5 van toepassing. Volgens dit artikel is het verboden Europees beschermde soorten: • • • • •
opzettelijk te doden of te vangen; opzettelijk te verstoren; eieren opzettelijk te vernielen of te rapen; voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen; planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 15 van 30
In de Wet natuurbescherming is een lijst met nationaal beschermde soorten opgenomen. Hierop is artikel 3.10 van deze wet van toepassing. Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming houdt in dat het verboden is nationaal beschermde soorten: • • •
opzettelijk te doden of te vangen; voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen; planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden , te ontwortelen of te vernielen.
Provincies beslissen zelf voor welke soorten van deze lijst een vrijstelling geldt.
3.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 Met de Wet natuurbescherming is de gebiedsbescherming van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De beschermde gebieden uit de beide richtlijnen worden aangeduid als Natura 2000-gebieden. In het aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied zijn zowel de te beschermen waarden van de Vogelrichtlijn- als het Habitatrichtlijngebied opgenomen. Dit zijn habitattypen of soorten die typerend zijn voor een bepaald gebied. Deze kwalificerende habitattypen en soorten zijn in het aanwijzingsbesluit opgenomen als zogenaamde instandhoudingsdoelen. Elk gebied is specifiek voor een of meer van deze instandhoudingsdoelen aangewezen. Met deze nationale deelverplichtingen wordt bijgedragen aan de Europese verplichting die beoogt het goede voortbestaan van deze natuurwaarden zeker te stellen. Indien er sprake is van “verslechtering of significante verstoring” of “significante gevolgen” op een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig. Deze wordt aangevraagd bij de provincie waar de ingreep plaatsvindt. De effecten op de beschermde waarden kunnen zowel direct als indirect (externe werking) zijn. “Extern” betekent zowel dat instandhoudingsdoelen beschermd moeten zijn tegen invloed van buiten het gebied als dat soorten die een levensfunctie buiten het gebied hebben, daar ook volledige bescherming genieten.
Bij het bepalen of de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben, moet ook rekening gehouden worden met de overige ontwikkelingen in de omgeving van het beschermde gebied. Door een combinatie (cumulatie) van activiteiten kunnen namelijk ook negatieve effecten optreden. Hierbij wordt als richtlijn gehanteerd dat alleen plannen en projecten, waarover een definitief besluit is genomen, bij deze beoordeling worden betrokken. Sinds 1 juli 2015 is de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in werking getreden, waarin het beleid voor stikstofgevoelige natuurgebieden is geregeld. De PAS heeft betrekking op Natura 2000-gebieden waar stikstofgevoelige natuur aanwezig is. Als onderdeel van de PAS wordt met het rekenprogramma AERIUS bepaald of de stikstofdepositie door de voorgenomen plannen zodanig verandert dat een melding of vergunningsaanvraag bij de provincie nodig is.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 16 van 30
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van gebieden met veel natuurwaarden. Het NNN moet voorkomen dat planten en dieren door isolatie van gebieden uitsterven en dat de Nederlandse biodiversiteit afneemt. In het NNN zijn opgenomen: • • •
Natura 2000-gebieden, bestaande natuurgebieden, reservaten en natuurontwikkelingsgebieden en (robuuste) verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheersgebieden); grote wateren.
Voor het NNN geldt het toetsingskader van het Structuurschema Groene Ruimte 1995 (SGR). Dit is overgenomen in de Nota Ruimte. Deze nota stelt dat ruimtelijke ingrepen moeten worden getoetst op mogelijk negatieve effecten voor de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Voor het hele NNN geldt een ‘nee, tenzij beginsel’. Op grond hiervan dient directe of indirecte aantasting van bosen natuurgebied waar mogelijk te worden voorkomen. Er is vrijwel altijd een compensatieverplichting in het provinciaal beleid opgenomen.
3.3 Zorgplicht In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Deze geldt voor zowel soorten als gebieden. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor Natura 2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. In artikel 1.11 is het als volgt verwoord: De zorg houdt in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt (…); a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan gemaakt. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 17 van 30
4. Methode 4.1 Literatuurstudie Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van flora en fauna ter plaatse van de onderzoekslocatie en de nabije omgeving. Deze bureaustudie heeft bestaan uit het opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen tien jaar. Hierin is een overzicht gegeven van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van ongeveer één kilometer rond de onderzoekslocatie. Deze staan weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4.1. Beschermde soorten binnen één kilometer van het onderzoeksgebied.
Soort
Bescherming
Boerenzwaluw Boomkruiper Buizerd Gekraagde Roodstaart Gierzwaluw Grauwe Vliegenvanger Grote Bonte Specht Huismus Huiszwaluw Koolmees Pimpelmees Ransuil Zwarte Kraai Zwarte Roodstaart
Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 4* Bern II, Categorie 5** Categorie 2* Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Categorie 2* Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 4* Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5**
Vogels
Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Ruige dwergvleermuis Overige zoogdieren Otter
HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV
*Nesten van vogels die behoren tot categorie 1 tot en met 4 zijn jaarrond beschermd. *Nesten van soorten die vallen onder categorie 5 zijn eveneens jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieve nestlocaties overblijven in de omgeving. Hoewel deze vogelsoorten vaak terugkeren naar de plaats waar zij het voorgaande jaar hebben gebroed, beschikken ze wel over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuur (verspreidingsatlassen en dergelijke). Er zijn geen gegevens aangekocht van bijvoorbeeld PGO’s (Particuliere Gegevens beherende Organisaties).
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 18 van 30
4.2 Veldbezoek De uitvoering van het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 7 maart 2019 en is uitgevoerd door mevrouw J. Kamps van Eco Reest BV. Het veldbezoek heeft overdag plaatsgevonden. Tijdens de inventarisatie waren de weersomstandigheden als volgt: regenachtig, bewolkt, windkracht 4 Beaufort, temperatuur 8 graden Celsius. Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of de onderzoekslocatie geschikte biotopen bevat voor beschermde dier- en plantensoorten. Hiervoor zijn de onderzoekslocatie en de nabije omgeving onderzocht op potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 19 van 30
5. Resultaten Onderstaand zijn de resultaten van zowel het literatuuronderzoek als het veldbezoek weergegeven.
5.1 Vaatplanten De NDFF maakt geen melding van beschermde vaatplanten binnen een straal van een kilometer rond de onderzoekslocatie. In de tuinen van de woningen komen veelal gecultiveerde soorten voor. De tuinen zijn vaak deels verhard. Er worden gezien de voedselrijke omstandigheden en het beheer (frequent maaien van gazon, deels verharde tuinen) geen beschermde soorten in de tuinen van de woningen verwacht.
5.2 Vogels In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende broedvogels met jaarrond beschermde nesten bekend (NDFF): gierzwaluw, huismus, ransuil en buizerd. De huismussen, die uit het literatuuronderzoek naar voren kwamen zijn in de tuinen binnen de onderzoekslocatie aangetroffen. De huismus is een uitgesproken standvogel die meestal dichtbij de broedlocatie aanwezig blijft. De huismus komt veelal voor in landelijk gebied met menselijke activiteit. Het voorkeurshabitat bevindt zich op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met veel groenvoorzieningen. Het geschikte habitat van de huismus bestaat uit een combinatie van factoren, waaronder plekken voor nestgelegenheid, voedsel, dekking (groenvoorzieningen) en plekken voor stofbaden en drinkwater (bron: Vogelbescherming). Binnen het plangebied zijn potentiële nestlocaties voor de huismus aanwezig onder de eerste rij dakpannen, boven de dakgoot. De woningen aan de Jogchum Nieuwenhuisstrjitte hebben geen pannendaken, maar er bevindt zich een richel tussen de muur en het dak. Deze vormt een geschikte plek voor nesten van huismus (zie figuur 5.1).
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 20 van 30
Figuur 5.1. Mogelijke toegang tot nestlocaties van huismussen t.p.v. de Jogchum Nieuwenhuisstrjitte.
Gierzwaluwen zijn heel plaatstrouw, jaren achtereen gebruiken ze dezelfde nestplaats. In de regel is de nestplaats gebonden aan bebouwing. Hij broedt voornamelijk in steden en dorpen waar ze zich nestelen in ventilatieschachten, spleten in de muur of onder dakpannen. De voorkeur gaat uit naar wat oudere woonwijken. In de regel geldt dat de gierzwaluw niet instaat is om vanuit het nest op te stijgen. Hij moet zich eerste z’n drie meter naar beneden laten vallen om vervolgens weg te vliegen. Voor een geschikte nestlocatie mogen geen belemmerende elementen zoals bomen voor de in- en uitvliegroute staan (Vogelbescherming). De ruimtes tussen de gevelpannen en de muren zijn grotendeels met cement dichtgesmeerd. Echter, vanwege de losse flappen bij het lood op de daken en ruimte onder nokpannen en losse dakpannen van de woningen, is het niet uit te sluiten dat nestlocaties van gierzwaluwen aanwezig zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie (zie figuur 5.2). Tevens bieden de loodslabben bij de schoorstenen van de woningen ook toegang tot eventuele nestlocaties gierzwaluwen. Daarnaast zijn bij een onderzoek in 2017 in naastgelegen straten zeer hoge aantallen nestlocaties van gierzwaluwen waargenomen (Eco Reest rapport 168040, d.d. 9 november 2017). Hierdoor is de kans groot dat ook binnen het plangebied nestlocaties van gierzwaluwen aanwezig zijn.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 21 van 30
Figuur 5.2. Mogelijke toegang tot nestlocaties van gierzwaluwen t.p.v. Lynbaenstrjitte.
De ransuil wordt aangetroffen in diverse landschapstypen met in de nabije omgeving de aanwezigheid van open velden waar ze jagen. Veelal wordt voor het nest gebruik gemaakt van oude nesten van kraaien of eksters in bomen. De ransuil heeft voor het broeden en roesten een voorkeur voor naaldbomen die hem dekking bieden. Het is een soort die niet in of op bebouwing voorkomt (bron: Vogelbescherming). Nestlocaties van de ransuil worden vanwege het ontbreken van een geschikt habitat niet verwacht binnen de onderzoekslocatie. Het leefgebied van de buizerd bestaat uit uitgestrekte bossen afgewisseld met heide en boerenland, moerasbossen, boerenland met bosjes en houtwallen, duinvalleien met struweel, bosjes in steden. Het voorkeurshabitat gaat uit naar een combinatie van geschikte nestgelegenheid (bos of een bosje) met open land met veel voedsel. De buizerd broedt het liefst in kruinen van bomen, vaak tegen de rand van het bos of soms lager in struiken. Buizerd paren hebben meerdere nesten in een territorium en wisselen van jaar of jaar tussen de nesten (bron: Vogelbescherming). Nestlocaties van de buizerd worden vanwege het ontbreken van een geschikt habitat niet verwacht binnen de onderzoekslocatie. Uit de NDFF kwam naar voren dat er een aantal vogels van categorie 5 in of in de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waargenomen.
Er zijn in (de omgeving van) het plangebied voldoende alternatieven aanwezig voor categorie 5 soorten. De nesten van deze vogels zijn dan ook niet jaarrond beschermd. Opgemerkt wordt dat de locatie in het broedseizoen geschikt is als broedlocatie voor diverse (niet jaarrond beschermde) vogelsoorten.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 22 van 30
5.3 Grondgebonden zoogdieren De NDFF maakt melding van de otter binnen een straal van een kilometer rond de onderzoekslocatie. De otter leeft in oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Ze leven in schoon en zoet water, waar voldoende voedsel, dekking en rust is. Vanwege het ontbreken van watergangen en geschikte schuilmogelijkheden binnen de onderzoekslocatie worden verblijfplaatsen van de otter uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van grondgebonden zoogdieren ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt overigens opgemerkt dat sporen van kleine zoogdieren in vegetatie lastig zichtbaar zijn. Gelet op het habitattype zou de onderzoekslocatie en directe omgeving, onderdeel kunnen uitmaken van het leefgebied van algemene zoogdieren zoals diverse algemene muizensoorten en de mol. De bovengenoemde en verwachte diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten of soorten die alleen onder de zorgplicht vallen waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden.
Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen.
5.4 Vleermuizen In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende vleermuizen bekend uit de NDFF: de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis, de laatvlieger en de meervleermuis. Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek bleek dat er bij diverse blokken met woningen open stootvoegen in de muur aanwezig waren (zie figuur 5.3). Tevens bieden nokpannen en losse dakpannen toegang tot het dak en is er ruimte aanwezig bij de loodslabben bij schoorstenen. De woningen binnen de onderzoekslocatie zijn daarmee potentieel geschikt als paar- zomer-, kraam- of overwinteringslocatie van gebouwbewonende soorten, zoals de in de directe omgeving bekende gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, meervleermuis en laatvlieger.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 23 van 30
Figuur 5.3. Open stootvoegen die toegang bieden voor vleermuizen aan de Meester P.J. Troelstrawei.
Gewone dwergvleermuizen kunnen in grote groepen overwinteren. In de nazomer worden deze massawinterverblijfplaatsen in grote groepen verkend door voor een dergelijke verblijfplaats te zwermen. Dit gedrag is tot nu toe met name aangetoond bij grotere, hoge gebouwen, zoals flats of kerken. Een zwermlocatie van gewone dwergvleermuizen wordt niet verwacht binnen het onderzoeksgebied. Vliegroute De straten en bosschages in de omgeving vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. De aanwezigheid van vliegroutes kan niet worden uitgesloten. Echter gezien de aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving zal het hier niet gaan om essentiële vliegroutes. Bovendien zullen bij de werkzaamheden geen vliegroutes worden aangetast. Foerageergebied Mogelijk maakt de onderzoekslocatie deel uit van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen. Daar de geplande werkzaamheden overdag plaatsvinden en de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt zullen blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)
Pagina 24 van 30
5.5 Amfibieën en reptielen Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën of reptielen waargenomen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Gelet op de aard van de onderzoekslocatie wordt het voorkomen van reptielen ter plaatse van de onderzoekslocatie uitgesloten. Mogelijk is er in de plantvakken met ondergroei onder de bomen sprake van incidentele verblijfplaatsen (landhabitat) van algemeen voorkomende amfibieën (bijvoorbeeld bruine kikker, gewone pad, kleine water salamander). De bovengenoemde en verwachte diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming, met betrekking tot deze soorten, geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen.
5.6 Vissen Omdat er op de onderzoekslocatie geen permanent watervoerende elementen aanwezig zijn, kan de aanwezigheid van vissen worden uitgesloten.
5.7 Overige soorten Door het ontbreken van sleutelfactoren zoals waardplanten speelt onderhavig onderzoekslocatie geen cruciale rol voor plaatselijke beschermde vlinderpopulaties. Omdat er op de onderzoekslocatie geen geschikte permanent watervoerende elementen aanwezig zijn, kan de aanwezigheid van beschermde libellen worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn geen algemene diersoorten uit de overige soortgroepen aangetroffen. Zeldzame, beschermde of Rode Lijstsoorten zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Belangrijke reden hiervoor is dat ter plaatse geen geschikt habitat aanwezig is voor deze soorten. De overige in de Wet natuurbescherming opgenomen ontheffingsplichtige soorten zijn dusdanig zeldzaam en grotendeels gebonden aan specifieke biotopen zoals heide, hoogveen, laagveen en beken, dat het onwaarschijnlijk is dat de onderzoekslocatie voor deze soorten een functie vervult.
Quickscan Wet natuurbescherming Meester P.J. Troelstrawei e.o. te Grou (Kenmerk: 190083)