Toelichting en regels ontwerp bestemmingsplan Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o.
Tekst van het document
bestemmingsplan Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o. Status: ontwerp / 15-04 2021
Rho Adviseurs B.V.
blz 32
20201089
Toetsingskader In de directe omgeving is geen sprake van bedrijven die milieuhinder veroorzaken. Ook de voorgestane ontwikkeling leidt niet tot milieuhinder voor omliggende functies. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.10
Kabels en leidingen
Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het plangebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels. Ook liggen er geen relevante zones over het gebied.
4.11
MER (Milieu effect rapportage) verantwoording
In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmerplichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In bijlage D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen. Dit bestemmingsplan maakt slechts 75 grondgebonden woningen en 40 appartementen mogelijk en is dus niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierin is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is.
In dat kader wordt afgewogen of het plan mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een vormvrije mer. In de 'Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling' wordt geconstateerd dat de voorgenomen ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde blijft. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. De uitgevoerde (milieu) onderzoeken geven ook geen aanleiding om een planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplicht uit te voeren. Er worden geen negatieve effecten verwacht. De vormvrije m.e.r. beoordeling is als bijlage 9 bij de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd.
Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o. Status: ontwerp / 15-04 2021
20201089
Hoofdstuk 5
5.1
blz 33
Toelichting op de planregels
Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Bro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Beschrijving juridische regeling
In deze paragraaf wordt de bestemming, zoals deze in de regels zijn opgenomen en op de verbeelding zijn weergegeven, beschreven. 5.2.1
Enkelbestemmingen
Groen Het openbaar groen binnen het plangebied krijgt de bestemming 'Groen'. Binnen de bestemming wordt voorzien in groenvoorzieningen en paden. Er wordt niet voorzien in bouwwerken, anders dan kunstobjecten, straatmeubilair, speelvoorzieningen en lage terreinafscheidingen.
bestemmingsplan Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o. Status: ontwerp / 15-04 2021
Rho Adviseurs B.V.
blz 34
20201089
Tuin Door de aanwezigheid van gebouwen direct grenzend aan de openbare ruimte, kan een rommelig en te volgebouwd straat- en bebouwingsbeeld ontstaan. Dit is voornamelijk een gevolg van de bouw van aanen uitbouwen, bijgebouwen en erf- en terreinafscheidingen aan de voor- of zijkant van een woning. Om dit te voorkomen is de bestemming 'Tuin' opgenomen. Binnen deze bestemming is de bouw van gebouwen niet toegestaan. De bestemming 'Tuin' is tevens opgenomen aan de voor- en zijkant van woongebouwen. Om toch nog enige flexibiliteit te bieden, is het wel toegestaan om met toepassing van een afwijkingsprocedure, binnen de bestemming 'Tuin', een hoofdgebouw te voorzien van een erker met een maximale diepte van 1,50 meter, waarbij overigens ook een relatie met de diepte van de tuin wordt gelegd. Ook wordt hierbij een relatie met de breedte en hoogte van de gevel van de woning gelegd. Verkeer-Verblijfsgebied De openbare ruimte die in hoofdzaak is bedoeld als verblijfsgebied en voor verkeer en parkeren is bestemd als 'Verkeer - Verblijf'. Binnen deze bestemming zijn allerlei openbare voorzieningen toegestaan. Wonen De woningen in het plangebied krijgen de bestemming 'Wonen' waarbinnen het stedenbouwkundig ontwerp mogelijk wordt gemaakt. Voor de woningen is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woningen gerealiseerd mogen worden.
De maximale goothoogte voor de rijwoningen in fase 1 t/m 3 bedraagt 3 meter in geval er sprake is van één bouwlaag met kap en 6 meter daar waar sprake is van twee bouwlagen met kap. De maximale bouwhoogte bedraagt 9,5 meter. Voor geheel fase 4 wordt een maatvoering van maximaal 6,5 meter goothoogte en maximaal 10 m bouwhoogte aanhouden. Zo blijft er voor deze fase nog flexibiliteit mogelijk in 1 of 2 lagen met kap. De maximale goot- en bouwhoogtes zijn op de verbeelding weergegeven. Het aantal woningen bedraagt niet meer dan ter plaatse aangeduid met de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden'. In totaal zijn daarmee 75 woningen toegestaan. Omwille van enige uitwisselbaarheid zijn ook openbaar groen, tuinen, parkeervoorzieningen en ontsluitingswegen binnen de bestemming toegestaan. Wonen-Woongebouw Het woongebouw op de hoek Lynbaenstrjitte-Nij Djipstrjitte is onder de bestemming 'Wonen-Woongebouw' gebracht. Het noord- en noordoostelijk gedeelte van het appartementengebouw wordt drie bouwlagen hoog, het overige deel bestaat uit twee bouwlagen. De op de verbeelding weergegeven maximale bouwhoogte is hier op afgestemd. Voor het gedeelte wat uit twee bouwlagen bestaat is een maximale hoogte van 7 meter aangehouden. Voor het gedeelte wat uit drie bouwlagen bestaat is een maximale hoogte van 10 meter aangehouden. Het maximaal aantal wooneenheden bedraagt 40.
Omwille van enige uitwisselbaarheid zijn ook openbaar groen, tuinen, parkeervoorzieningen en ontsluitingswegen binnen de bestemming toegestaan.
Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o. Status: ontwerp / 15-04 2021
20201089
Hoofdstuk 6
blz 35
Uitvoerbaarheid
In het kader van een bestemmingsplan is het van belang om de uitvoerbaarheid na te gaan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak en overleg Het voorontwerpbestemmingsplan 'Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o.' heeft in de periode van 7 januari 2021 t/m 17 februari 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Daarnaast heeft op 11 februari 2021 een (digitale) informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Tijdens deze periode zijn vier inspraakreacties en drie overlegreacties ingediend. In de 'Reactie- en antwoordnota inspraak en overleg' is de inhoud van de inspraak- en overlegreacties samengevat en volgt per punt het gemeentelijke commentaar. Naar aanleiding van de inspraak- en overlegreacties is het bestemmingsplan op de volgende punten aangepast: Toelichting Paragraaf 2.3 'Verkeer en parkeren' is aangevuld met een beschrijving van de wijze van uitvoering van de Friesmastrjitte; Paragraaf 4.5 'Water' is aangevuld met de motivering voor het niet opvolgen van het advies van het Wetterskip met betrekking tot de vloerpeilen en de onderbouwing van de bergingscompensatie; Paragraaf 4.7 'Archeologie' is aangevuld met de resultaten van het archeologisch onderzoek; Paragraaf 5.2.2 'Dubbelbestemmingen' is verwijderd (als gevolg van de resultaten van het archeologisch onderzoek). Bijlagen bij de toelichting Het rapport van het archeologisch onderzoek is als bijlage 8 toegevoegd; De "Reactie- en antwoordnota inspraak en overleg" is als bijlage 10 toegevoegd.
Regels Artikel 8 'Waarde – Archeologie 3' en artikel 9 'Waarde – Archeologie 5' zijn verwijderd (als gevolg van de resultaten van het archeologisch onderzoek). Verbeelding De dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 3' en 'Waarde – Archeologie 5' zijn verwijderd (als gevolg van de resultaten van het archeologisch onderzoek).
bestemmingsplan Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o. Status: ontwerp / 15-04 2021
Rho Adviseurs B.V.
blz 36
20201089
Zienswijze Vervolgens wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen tot aanpassingen van het bestemmingsplan leiden. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan middels een anterieure overeenkomst. Voor vaststelling van het planologisch besluit dient duidelijk te zijn op welke wijze de kosten zullen worden verhaald. De beoogde ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat is als 'bouwplan' aangemerkt waarvoor in beginsel een grondexploitatieplan dient te worden opgesteld. Voor dit plan is een anterieure overeenkomst opgesteld met de initiatiefnemer. Hierin zijn ook afspraken gemaakt ten aanzien van planschade en ambtelijke kosten. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd. Het is niet noodzakelijk een exploitatieplan op te stellen zoals bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.
Rho Adviseurs B.V.
bestemmingsplan Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o. Status: ontwerp / 15-04 2021
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
20201089
blz 39
Bijlage 1 Watertoets (samenvatting en testresultaat)
bestemmingsplan Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o. Status: ontwerp / 15-04 2021
Rho Adviseurs B.V.
blz 40
Rho Adviseurs B.V.
20201089
bestemmingsplan Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o. Status: ontwerp / 15-04 2021
datum 22-10-2020 dossiercode 20201022-2-24579 Te volgen watertoetsprocedure Normale procedure Samenvatting van de gegevens voor de watertoets van project: Bestemmingsplan herstructurering woningbouw Grou Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Leeuwarden gemeente: Leeuwarden Gegevens plan Bestemmingsplan Herstructurering woningbouw grou. In een gebied rondom het Wilhelminapark worden in totaal circa 75 grondgebonden woningen en 36 appartementen gebouwd. De eerste fase betreft een terrein aan de westzijde van het Wilhelminapark. Hier zijn inmiddels 15 (grondgebonden) seniorenwoningen gerealiseerd. Fase 2 tot en met 5 liggen ten oosten van hetzelfde park. Voor fase1 is de watertoets al doorlopen. oppervlak: 20976 m2 adres: ten oosten en westen van Wilhelminapark in Grou, grou kadastraal adres: tekening meegestuurd: survey_attachments/3196_Afbeelding1.png opmerkingen: Als je alleen kijkt naar de toename verharding ten gevolge van de woningbouw neemt de oppervlakte verharding af. Kijk je naar het totaal ( bebouwing en infra) dan neemt de oppervlakte verharding toe.
Gegevens aanvrager Mariette Hooftman Rho adviseurs Druifstreek 72-c 8911 LH Leeuwarden info@rho.nl 058 256252572-c 8911 LHLeeuwarden T: 058-2562525 E: mariette.hooftman@rho.nl Gegevens gemeente gemeente: Leeuwarden contactpersoon: onbekend T: 058-14058 E: gemeente@leeuwarden Resultaat kaartenanalyse voor het plangebied Heeft u een beperkingsgebied geraakt? ja - Hoofdwateren Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Leeuwarden Uw antwoorden op onderstaande vragen Gaat het plan uitsluitend over de functiewijziging van bestaande bebouwing zonder fysieke aanpassing van bebouwing en ruimte? Antwoord: nee Is sprake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater? Antwoord: nee Wordt het bestaande verharde oppervlak vergroot met meer dan 200 m2in stedelijk gebied of meer dan 1500 m2in landelijk gebied? Antwoord: ja Neemt het verhard oppervlak in het stedelijk gebied toe? Antwoord: ja Zo ja, met hoeveel m2neemt het verhard oppervlak in het stedelijk gebied toe? Antwoord: De toename verharding bedraagt in totaal
(ontsluiting en bebouwing) 1.833m2. Deze toename is een gevolg van de toename verhard oppervlakte ten gevolge van de verkeersontsluiting. Wanneer alleen naar het bebouwd oppervlakte wordt gekeken is e sprake van een afname van het verhard oppervlakte met 1.254 m2. Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe? Antwoord: nee Zo ja, met hoeveel m2neemt het verhard oppervlak in het landelijk gebied toe? Antwoord: Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt? Antwoord: nee Dempen? nee Graven? nee Wat voor compenserende maatregelen worden er in het plan genomen bij een toename verharding en/of demping van het oppervlaktewater? Antwoord: Nog onbekend Wil men voor het plan de waterpeilen wijzigen? Antwoord: nee Het doel v.d. peilwijzing, het nieuwe peil en hoe de wijziging wordt doorgevoerd? Antwoord: Wordt er een kelder of souterrain gerealiseerd? Antwoord: nee Wordt er tijdelijk of permanent grondwater onttrokken? Antwoord: nee
Overzicht ingetekend gebied www.dewatertoets.nl
datum 22-10-2020 dossiercode 20201022-2-24579 Wateradvies normale procedure Project: Bestemmingsplan herstructurering woningbouw Grou Gemeente: Leeuwarden Aanvrager: Mariette Hooftman Organisatie: Rho adviseurs Geachte heer/mevrouw Mariette Hooftman, Voor het plan Bestemmingsplan herstructurering woningbouw Grou heeft u een watertoets aangevraagd waaruit blijkt dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de normale procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd.
Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden. Hoofdwateren Hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter.
De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Het is niet toegestaan om in de beschermingszone bebouwingen en dergelijke te realiseren of opgaande beplanting aan te brengen tenzij e.e.a. is geregeld in een Watervergunning, zie bij onderdeel Waterwet voor meer informatie over dit onderwerp. De locaties van de hoofdwateren kunt u vinden op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/leggerkaart Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies.
De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra
oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied
Stedelijk (>200 m2)
Landelijk (>1.500 m2)
Boezem
5%
5%
Polder
10%
10%
Vrij afstromend
Maatwerk mogelijk
Maatwerk mogelijk
Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.
Demping van oppervlaktewater Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid van Wetterskip Fryslân dat dit voor 100% gecompenseerd moet worden in hetzelfde peilgebied. Voor de demping heeft u een watervergunning nodig. Voor meer informatie verwijzen we u graag door naar het onderdeel Waterwet in deze uitgangsnotitie. Relatie tussen Water en Ruimte Het veiligheidsbeleid van het waterschap en de ruimtelijke ordening ontmoeten elkaar op verschillende momenten. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het bestemmen van reserveringszones achter primaire waterkeringen en bij het bestemmen van regionale voormalige zeedijken tot waterkering in de bestemmingsplannen. Als in bestemmingsplannen nieuwbouw plaatsvindt op locaties boven 'maatgevend boezempeil, gemiddelde waterstand tijdens maatgevende omstandigheden' die eenmaal per 100 of 300 jaar kunnen optreden, wordt een toename van de gevolgschade bij een overstroming vanuit de Friese boezem voorkomen. Voor het bepalen van de hoogteligging van het plangebied verwijzen wij u graag door naar http://www.ahn.nl/index.html Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten.
Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Opslag agrarische bedrijfsstoffen Vanaf het erf mogen geen verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. Door mest en perssappen uit de voeropslagen kan verontreiniging worden veroorzaakt als deze naar de bodem of het oppervlaktewater (af)stromen. Per 1 januari 2018 is de Maatlat Schoon Erf van kracht, www.maatlatschoonerf.nlDe maatlat is opgenomen in de MIA/Vamil regeling. Ook door afstromend regenwater dat in contact is geweest met een niet bezemschoon erf en een niet bezemschone voeropslag kan het oppervlaktewater verontreinigd worden. De initiatiefnemer dient deze erfafspoeling te allen tijde te voorkomen door bepaalde maatregelen te nemen. Voor informatie en advies over erfinrichting kunt u contact opnemen met cluster Handhaving van Wetterskip Fryslân.
Informatie waterobjecten Voor meer informatie over bijvoorbeeld de ligging en de beheer- en onderhoudsstatus van waterobjecten in het plangebied verwijzen wij u door naar leggerkaart op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/kaarten/leggerkaart Beleid Wetterskip Fryslân En wat doen we morgen met water? In het Waterbeheerplan 2016 2021 beschrijft Wetterskip Fryslân de doelen voor de komende jaren, voor meer informatie zie onze website www.wetterskipfryslan.nl/waterbeheerplan-2016-2021 Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden bij water of dijken heeft u een watervergunning nodig. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. U kunt eerst checken wat u nodig heeft. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit.
Vragen Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterbelangen in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Wetterskip Fryslân denkt graag met u mee! U kunt contact met ons opnemen via de onderstaande contactgegevens. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring
Met vriendelijke groet, Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E info@wetterskipfryslan.nl www.dewatertoets.nl
Bijlage 2 Quickscan Wet natuurbescherming ter plaatse van: Gruttostraat te Grou (fase 1)
blz 42
Rho Adviseurs B.V.
20201089
bestemmingsplan Grou - herstructureren woningbouw Nijdjipstrjitte e.o. Status: ontwerp / 15-04 2021
Quickscan Wet natuurbescherming ter plaatse van: Gruttostraat te Grou
projectnummer
182637
Verantwoording RAPPORT Type onderzoek
Quickscan Wet natuurbescherming
Locatie onderzoek
Gruttostraat te Grou
Projectnummer
182637
Versie rapportage
1
Auteur
M. Vos
Controle en vrijgave
S. Westbroek
Paraaf vrijgave
Datum
18 december 2018
OPDRACHTGEVER Naam
Fijn Wonen Wetterwille 29 8447 GB Heerenveen
Contactpersoon
Dhr. S. de Jong
UITGEVOERD DOOR Info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397
DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan Wet natuurbescherming die is uitgevoerd ter plaatse van Gruttostraat te Grou, in opdracht van Fijn Wonen. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: - de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is - de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken - het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Pagina 3 van 24
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING
1.1 1.2 1.3 1.4 2.
Aanleiding en doelstelling ...................................................................................................... 5 Scope ...................................................................................................................................... 5 Kwaliteitsborging ................................................................................................................... 5 Leeswijzer............................................................................................................................... 6 ONDERZOEKSLOCATIE EN NABIJE OMGEVING
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 3.
12
METHODE
15
Literatuurstudie ................................................................................................................... 15 Veldbezoek ........................................................................................................................... 15 RESULTATEN
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 6.
Beschrijving onderzoekslocatie en directe omgeving............................................................ 7 Beschrijving toekomstige plannen ....................................................................................... 10 Beschermde gebieden in de omgeving ................................................................................ 10 Natura 2000.................................................................................................................... 10 Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................. 11 Soortenbescherming ............................................................................................................ 12 Gebiedsbescherming ........................................................................................................... 13 Zorgplicht ............................................................................................................................. 14
4.1 4.2 5.
7
NATUURWETGEVING
3.1 3.2 3.3 4.
5
16
Vaatplanten.......................................................................................................................... 16 Vogels ................................................................................................................................... 16 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................ 18 Vleermuizen ......................................................................................................................... 18 Amfibieën en reptielen ........................................................................................................ 19 Vissen ................................................................................................................................... 19 Overige soorten ................................................................................................................... 19 SAMENVATTING EN CONCLUSIE
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
20
Algemeen ............................................................................................................................. 20 Conclusie soortenbescherming ............................................................................................ 20 Conclusie gebiedsbescherming ............................................................................................ 20 Aanbevelingen en advies ..................................................................................................... 21 Verantwoording ................................................................................................................... 21
GERAADPLEEGDE BRONNEN Bijlage 1
22
Overzicht vrijgestelde soorten Friesland
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 4 van 24
Onze rapportage is opgezet in kleur, om het u bij het lezen van het digitale document visueel aantrekkelijk te maken. Uiteraard kan het document ook op papier worden afgedrukt, waarbij we willen wijzen op de mogelijkheid om het document in zwart-wit af te drukken om kosten en toner te besparen.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 5 van 24
1. Inleiding In opdracht van Fijn Wonen is door Eco Reest BV een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd ter plaatse van de Gruttostraat te Grou.
1.1 Aanleiding en doelstelling Aanleiding tot het onderzoek is de realisatie van vijftien woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein. Doel van de quickscan Wet natuurbescherming is een beeld te krijgen van de aanwezige habitats en de voorkomende beschermde dier- en plantensoorten ter plaatse van de onderzoekslocatie.
1.2 Scope In dit rapport is een quickscan Wet natuurbescherming beschreven. Hierin is onderzocht of er negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde soorten en zo ja, of nader soortgericht onderzoek noodzakelijk is. Bij ruimtelijke ingrepen moet vooraf worden getoetst of schade op kan treden aan bestaande Natura 2000-gebieden. Indien er sprake is van “verslechtering of significante verstoring” of “significante gevolgen” op een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig. Opgemerkt wordt dat deze rapportage geen verstorings- of verslechteringstoets of PAS-berekening bevat. In dit rapport is beoordeeld of significante effecten op Natura 2000-gebied verwacht kunnen worden en of er nadere toetsing met betrekking tot Natura 2000-gebieden noodzakelijk is.
1.3 Kwaliteitsborging Eco Reest streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren. Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek.
Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en maakt gebruik van een overkoepelende ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 9 van de Flora- en faunawet voor zover dit betreft het vangen, bemachtigen en met het oog daarop opsporen van beschermde inheemse soorten (ontheffing ff/75a/2014/061, geldig tot 16 maart 2020). Deze ontheffing van de Flora- en faunawet is ook geldig onder de huidige Wet natuurbescherming.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 6 van 24
Conform de eisen uit onze ethische code behandelt Eco Reest BV alle gegevens vertrouwelijk, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de locatie, omgeving en het ontwikkelingsplan beschreven. In dit hoofdstuk wordt tevens aangegeven welke beschermde gebieden in de directe omgeving aanwezig zijn. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van de regelgeving uit de Wet natuurbescherming die hier relevant is. In hoofdstuk 4 worden de gebruikte onderzoeksmethoden beschreven. De resultaten van de toets aan de Wet natuurbescherming worden beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 worden conclusies weergegeven en aanbevelingen gedaan. Besloten wordt met een overzicht van geraadpleegde bronnen.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 7 van 24
2. Onderzoekslocatie en nabije omgeving In dit hoofdstuk wordt de huidige en toekomstige situatie van de onderzoekslocatie beschreven en wordt een overzicht gegeven van de beschermde gebieden in de omgeving van de onderzoekslocatie.
2.1 Beschrijving onderzoekslocatie en directe omgeving Het onderzoeksterrein ligt binnen de bebouwde kom van Grou, tussen drie straten in. Aan de noordzijde ligt de Kievitstraat, aan de westzijde ligt de Gruttostraat en aan de oostzijde ligt de Tureluurstraat. Aan de overzijde van de Tureluurstraat ligt het Wilhelminapark. Ten noorden van het onderzoeksterrein, aan de Tureluurstraat 1, ligt een advocatenkantoor. Ten zuiden van de onderzoekslocatie ligt het verzorgingshuis Friesma State. In de huidige situatie bestaat de locatie uit een grasveld / braakliggend terrein met enkele bomen. Daarnaast is er een grote plas water in het grasveld ontstaan. Ten tijde van het veldbezoek was geen bebouwing (meer) binnen de onderzoekslocatie aanwezig. In onderstaande figuur 2.1 is de onderzoekslocatie aangegeven.
Figuur 2.1. Onderzoeksterrein is rood omlijnd (bron achtergrondkaart: ArcGIS).
In figuur 2.2 tot en met 2.5 zijn overzichtsfoto’s opgenomen van de onderzoekslocatie. Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 8 van 24
Figuur 2.2. Overzicht van de onderzoekslocatie vanaf de noordzijde.
Figuur 2.3. Overzicht van de onderzoekslocatie vanaf de noordzijde.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 9 van 24
Figuur 2.4. Braakliggende terrein waar voorheen tijdelijke woningen hebben gestaan, aan de oostzijde van de onderzoekslocatie.
Figuur 2.5. Zuidzijde van de onderzoekslocatie.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 10 van 24
2.2 Beschrijving toekomstige plannen De opdrachtgever is voornemens om vijftien woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein te bouwen (zie figuur 2.6). Ten behoeve van de werkzaamheden wordt er mogelijk enig groen en enkele bomen verwijderd binnen het onderzoeksterrein. De werkzaamheden staan in 2019 gepland.
Figuur 2.6. Realisatie van 15 woningen ter plaatse van de onderzoekslocatie.
2.3 Beschermde gebieden in de omgeving 2.3.1 Natura 2000 De onderzoekslocatie is gelegen ten zuidwesten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Alde Feanen (zie figuur 2.7). De afstand tussen de onderzoekslocatie en dit Natura 2000-gebied bedraagt circa drie en een halve kilometer. Gelet op de afstand tot het gebied, de aard van het tussenliggende gebied (bebouwing, wegen, meren en watergangen) de kernopgave van het gebied en de aard van de geplande ingreep wordt er geen onderzoek in het kader van gebiedsbescherming binnen de Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie ook paragraaf 1.2 scope). Gezien de kleinschaligheid van de nieuwbouw in het onderzoeksgebied en de relatief grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, wordt er geen significante toename in verkeer of stikstofuitstoot uit de woningen verwacht. Een toetsing in het kader van de PAS is daarom niet nodig. Een onderzoek in het kader van gebiedsbescherming binnen de Wet natuurbescherming maakt daarom geen deel uit van onderhavig onderzoek.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 11 van 24
Figuur 2.7. De afstand tussen de onderzoekslocatie (rood omcirkeld) en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (geel gearceerd) (bron: Rijksoverheid)
2.3.2 Natuurnetwerk Nederland Op de kaart in figuur 2.8 is te zien dat in de directe omgeving van het geen sprake is van een gebied uit het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gezien de afstand tussen het plangebied en het NNN wordt een aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van NNN gebieden niet verwacht.
Figuur 2.8. Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van het NNN (bron: provincie Friesland).
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 12 van 24
3. Natuurwetgeving In Nederland is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Wet natuurbescherming. De provincies zijn bevoegd gezag met betrekking tot het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor soortenbescherming en vergunningen ten behoeve van gebiedsbescherming.
3.1 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. Binnen de Wet natuurbescherming wordt bij ruimtelijke ingrepen onderscheid gemaakt tussen Europees beschermde soorten (artikel 3.5 soorten) en nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 soorten). De lijst Europees beschermde soorten bestaat uit soorten die genoemd zijn in:
Habitat Richtlijn bijlage IV onderdeel a Bijlage 2 verdrag van Bern Bijlage 1 verdrag van Bonn
Vogels Ten aanzien van vogels is in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming het volgende opgenomen:
Het is verboden van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te storen.
Verstoren mag wel indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Bovenstaande houdt in dat de nesten van alle inheemse soorten zijn beschermd indien deze in gebruik zijn. Voor het verstoren van broedende vogels is een ontheffing nodig. Net als onder de Flora- en faunawet, zijn nestplaatsen van een aantal vogelsoorten jaarrond beschermd (mits niet definitief verlaten). Het betreft nesten van de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Overige soorten Voor overige Europees beschermde soorten (uit bijlage IV, onderdeel a van de Habitatrichtlijn) is artikel 3.5 van toepassing. Volgens dit artikel is het verboden Europees beschermde soorten:
opzettelijk te doden of te vangen; opzettelijk te verstoren; eieren opzettelijk te vernielen of te rapen; voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen; planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 13 van 24
In de Wet natuurbescherming is een lijst met nationaal beschermde soorten opgenomen. Hierop is artikel 3.10 van deze wet van toepassing. Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming houdt in dat het verboden is nationaal beschermde soorten:
opzettelijk te doden of te vangen; voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen; planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Provincies beslissen zelf voor welke soorten van deze lijst een vrijstelling geldt.
3.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 Met de Wet natuurbescherming is de gebiedsbescherming van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De beschermde gebieden uit de beide richtlijnen worden aangeduid als Natura 2000-gebieden. In het aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied zijn zowel de te beschermen waarden van de Vogelrichtlijn- als het Habitatrichtlijngebied opgenomen. Dit zijn habitattypen of soorten die typerend zijn voor een bepaald gebied. Deze kwalificerende habitattypen en soorten zijn in het aanwijzingsbesluit opgenomen als zogenaamde instandhoudingsdoelen. Elk gebied is specifiek voor een of meer van deze instandhoudingsdoelen aangewezen. Met deze nationale deelverplichtingen wordt bijgedragen aan de Europese verplichting die beoogt het goede voortbestaan van deze natuurwaarden zeker te stellen. Indien er sprake is van “verslechtering of significante verstoring” of “significante gevolgen” op een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig. Deze wordt aangevraagd bij de provincie waar de ingreep plaatsvindt. De effecten op de beschermde waarden kunnen zowel direct als indirect (externe werking) zijn. “Extern” betekent zowel dat instandhoudingsdoelen beschermd moeten zijn tegen invloed van buiten het gebied als dat soorten die een levensfunctie buiten het gebied hebben, daar ook volledige bescherming genieten.
Bij het bepalen of de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben, moet ook rekening gehouden worden met de overige ontwikkelingen in de omgeving van het beschermde gebied. Door een combinatie (cumulatie) van activiteiten kunnen namelijk ook negatieve effecten optreden. Hierbij wordt als richtlijn gehanteerd dat alleen plannen en projecten, waarover een definitief besluit is genomen, bij deze beoordeling worden betrokken. Sinds 1 juli 2015 is de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in werking getreden, waarin het beleid voor stikstofgevoelige natuurgebieden is geregeld. De PAS heeft betrekking op Natura 2000-gebieden waar stikstofgevoelige natuur aanwezig is. Als onderdeel van de PAS wordt met het rekenprogramma AERIUS bepaald of de stikstofdepositie door de voorgenomen plannen zodanig verandert dat een melding of vergunningsaanvraag bij de provincie nodig is.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 14 van 24
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van gebieden met veel natuurwaarden. Het NNN moet voorkomen dat planten en dieren door isolatie van gebieden uitsterven en dat de Nederlandse biodiversiteit afneemt. In het NNN zijn opgenomen:
Natura 2000-gebieden, bestaande natuurgebieden, reservaten en natuurontwikkelingsgebieden en (robuuste) verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheersgebieden); grote wateren.
Voor het NNN geldt het toetsingskader van het Structuurschema Groene Ruimte 1995 (SGR). Dit is overgenomen in de Nota Ruimte. Deze nota stelt dat ruimtelijke ingrepen moeten worden getoetst op mogelijk negatieve effecten voor de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Voor het hele NNN geldt een ‘nee, tenzij beginsel’. Op grond hiervan dient directe of indirecte aantasting van bosen natuurgebied waar mogelijk te worden voorkomen. Er is vrijwel altijd een compensatieverplichting in het provinciaal beleid opgenomen.
3.3 Zorgplicht In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Deze geldt voor zowel soorten als gebieden. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor Natura 2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. In artikel 1.11 is het als volgt verwoord: De zorg houdt in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt (…); a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan gemaakt. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 15 van 24
4. Methode 4.1 Literatuurstudie Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van flora en fauna ter plaatse van de onderzoekslocatie en de nabije omgeving. Deze bureaustudie heeft bestaan uit het opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen tien jaar. Hierin is een overzicht gegeven van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van ongeveer één kilometer rond de onderzoekslocatie. Deze staan weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4.1. Beschermde soorten binnen één kilometer van het onderzoeksgebied.
Soort Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Vogels Ekster** Gierzwaluw* Huismus* Huiszwaluw** Koolmees** Ransuil* Spreeuw** Zwarte roodstaart**
Bescherming HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Categorie 5 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 5 Bern II, categorie 5 Bern II, categorie 4 Categorie 5 Bern II, categorie 5
*Nesten van vogels die behoren tot categorie 1 tot en met 4 zijn jaarrond beschermd. **Nesten van soorten die vallen onder categorie 5 zijn eveneens jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieve nestlocaties overblijven in de omgeving. Hoewel deze vogelsoorten vaak terugkeren naar de plaats waar zij het voorgaande jaar hebben gebroed, beschikken ze wel over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuur (verspreidingsatlassen en dergelijke). Er zijn geen gegevens aangekocht van bijvoorbeeld PGO’s (Particuliere Gegevensbeherende Organisaties).
4.2 Veldbezoek Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 10 december 2018 en is uitgevoerd door de heer M. Vos van Eco Reest BV. Het veldbezoek heeft overdag plaatsgevonden. Tijdens de inventarisatie waren de weersomstandigheden als volgt: droog, half bewolkt, windkracht 1 Bft, temperatuur 15 graden Celsius. Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of de onderzoekslocatie geschikte biotopen bevat voor beschermde dier- en plantensoorten. Hiervoor zijn de onderzoekslocatie en de nabije omgeving onderzocht op potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten. Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 16 van 24
5. Resultaten Onderstaand zijn de resultaten van zowel het literatuuronderzoek als het veldbezoek weergegeven.
5.1 Vaatplanten De NDFF maakt geen melding van beschermde vaatplanten binnen een straal van één kilometer rond de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie bestaat voornamelijk uit een grasveld. Daarnaast zijn er verschillende soorten van een voedselrijke bodem aangetroffen, waaronder kleine brandnetel, klimop, pitrus en ridderzuring. Tevens staan er op de onderzoekslocatie enkele bomen, zoals de wilg en berk. De klimop is op de berk waargenomen. Er worden gezien de voedselrijke omstandigheden en het beheer (frequent maaien van het gras) geen beschermde soorten op de onderzoekslocatie verwacht.
5.2 Vogels In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende broedvogels met jaarrond beschermde nesten bekend (NDFF): gierzwaluw, huismus en ransuil. De soorten die uit het literatuuronderzoek naar voren kwamen zijn niet binnen de onderzoekslocatie aangetroffen. Gierzwaluwen zijn heel plaatstrouw, jaren achtereen gebruiken ze dezelfde nestplaats. In de regel is de nestplaats gebonden aan bebouwing. Deze soort broedt voornamelijk in steden en dorpen waar ze zich nestelen in ventilatieschachten, spleten in de muur of onder dakpannen. De voorkeur gaat uit naar wat oudere woonwijken. De gierzwaluw is niet instaat om vanuit het nest op te stijgen. Hij moet zich eerste een stukje naar beneden laten vallen om vervolgens weg te vliegen. Voor een geschikte nestlocatie mogen geen belemmerende elementen, zoals bomen, voor de in- en uitvliegroute staan. Binnen de onderzoekslocatie staat geen bebouwing die de gierzwaluw kan gebruiken als mogelijke nestlocatie. Geschikte of potentiele nestlocaties voor de gierzwaluw zijn binnen de onderzoekslocatie niet aanwezig. De huismus is een uitgesproken standvogel die meestal dicht bij de broedlocatie aanwezig blijft. De huismus komt veelal voor in gebieden met menselijke activiteit, in gebouwen, dorpen, steden en landelijk gebied.
Het voorkeurshabitat bevindt zich op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met veel groenvoorzieningen. Het geschikte habitat van de huismus bestaat uit een combinatie van factoren, waaronder plekken voor nestgelegenheid, voedsel, dekking (groenvoorzieningen) en plekken voor stofbaden en drinkwater. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen aangetroffen binnen en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Binnen de onderzoekslocatie staat geen bebouwing. Geschikte of potentiele nestlocaties zijn binnen de onderzoekslocatie niet aanwezig voor de huismus. De ransuil wordt aangetroffen in diverse landschapstypen met in de nabije omgeving de aanwezigheid van open velden waar ze jagen. Veelal wordt voor het nest gebruik gemaakt van oude nesten van kraaien of eksters in bomen. De ransuil heeft voor het broeden en roesten een voorkeur voor naaldbomen die hem dekking bieden. Het is een soort die niet in of op bebouwing voorkomt. Tijdens het veldwerk zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van de ransuil in de bomen binnen de onderzoekslocatie. De bomen bieden daarnaast ook onvoldoende dekking voor de
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 17 van 24
ransuil. Geschikte nest- en roestplaatsen van de ransuil kunnen worden uitgesloten van de onderzoekslocatie. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn gedurende het veldbezoek enkele vogelsoorten aangetroffen. Het betreffen onder andere: kauw, kokmeeuw, soepeend en wilde eend. Deze soorten bevinden zich allemaal rondom de grote plas water die zich binnen de onderzoekslocatie heeft gevormd (zie figuur 5.1 en 5.2). Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen jaarrond beschermde nesten waargenomen. Deze worden gelet op het ontbreken van geschikt habitat ook niet verwacht. Uit de NDFF kwam naar voren dat er een aantal vogels van categorie 5 in of in de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waargenomen. Er zijn in (de omgeving van) het plangebied voldoende alternatieven aanwezig voor categorie 5 soorten. De nesten van deze vogels zijn dan ook niet jaarrond beschermd. Opgemerkt wordt dat de locatie in het broedseizoen geschikt is als broedlocatie voor diverse (niet jaarrond beschermde) vogelsoorten.
Figuur 5.1. De wilde eend en enkele kauwtjes die op de onderzoekslocatie zijn waargenomen.
Figuur 5.2. Soepeenden en kauwtjes in en rondom de plas water binnen de onderzoekslocatie.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 18 van 24
5.3 Grondgebonden zoogdieren De NDFF maakt geen melding van beschermde grondgebonden zoogdieren binnen een straal van één kilometer rond de onderzoekslocatie. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van grondgebonden zoogdieren ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt overigens opgemerkt dat sporen van kleine zoogdieren in vegetatie lastig zichtbaar zijn. Gelet op het habitattype zou de onderzoekslocatie en directe omgeving, onderdeel kunnen uitmaken van het leefgebied van algemene zoogdieren zoals diverse algemene muizensoorten en de mol. De bovengenoemde en verwachte diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten of soorten die alleen onder de zorgplicht vallen en waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen.
5.4 Vleermuizen In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende vleermuizen bekend uit de NDFF: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Verblijfplaatsen Binnen de onderzoekslocatie is geen bebouwing aanwezig. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten zoals in de omgeving bekende soorten: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en ruige dwergvleermuis kunnen om deze reden worden uitgesloten van de onderzoekslocatie. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in de aanwezige bomen geen sprake van loszittende schorsdelen. Tevens zijn er geen holtes of gaten waargenomen in de bomen. Door het ontbreken van bomen van voldoende omvang ter plaatse van der onderzoekslocatie kunnen verblijfplaatsen van boombewonende soorten als de rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis worden uitgesloten. Vliegroute De woningen en bosschages in de omgeving vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. De aanwezigheid van vliegroutes kan niet worden uitgesloten. Echter gezien de aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving zal het hier niet gaan om essentiële vliegroutes. Bovendien zullen bij de werkzaamheden geen vliegroutes worden aangetast. Foerageergebied Mogelijk maakt de onderzoekslocatie deel uit van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen.
Daar de geplande werkzaamheden overdag plaatsvinden en de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt zullen blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk. Daarnaast zijn in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden voorhanden, in de vorm van tuinen, plantsoenen en het Wilhelminapark.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 19 van 24
5.5 Amfibieën en reptielen Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën of reptielen waargenomen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Gelet op de aard van de onderzoekslocatie wordt het voorkomen van reptielen ter plaatse van de onderzoekslocatie uitgesloten. Mogelijk is er sprake van leefgebied van algemeen voorkomende amfibieën (bijvoorbeeld bruine kikker en gewone pad). De bovengenoemde en verwachte diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen.
5.6 Vissen Omdat er op de onderzoekslocatie geen permanent watervoerende elementen aanwezig zijn, kan de aanwezigheid van vissen worden uitgesloten. De plas water die tijdens de quickscan is aangetroffen is hoogstwaarschijnlijk ontstaan door een grote hoeveelheid neerslag. Het betreft hier geen permanente plas met water.
5.7 Overige soorten Door het ontbreken van sleutelfactoren zoals waardplanten speelt onderhavige onderzoekslocatie geen cruciale rol voor plaatselijke beschermde vlinderpopulaties. Omdat er op de onderzoekslocatie geen geschikte permanent watervoerende elementen aanwezig zijn, kan de aanwezigheid van essentieel leefgebied van beschermde libellen worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn geen algemene diersoorten uit de overige soortgroepen aangetroffen. Zeldzame, beschermde of Rode Lijstsoorten zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Belangrijke reden hiervoor is dat ter plaatse geen geschikt habitat aanwezig is voor deze soorten. De overige in de Wet natuurbescherming opgenomen ontheffingsplichtige soorten zijn dusdanig zeldzaam en grotendeels gebonden aan specifieke biotopen zoals heide, hoogveen, laagveen en beken, dat het onwaarschijnlijk is dat de onderzoekslocatie voor deze soorten een functie vervult.
Quickscan Wet natuurbescherming Gruttostraat te Grou (Kenmerk: 182637)
Pagina 20 van 24
6. Samenvatting en conclusie 6.1 Algemeen In opdracht van de Fijn Wonen is door Eco Reest BV een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd ter plaatse van de Gruttostraat te Grou. Aanleiding tot het onderzoek is de realisatie van vijftien woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein. Doel van de quickscan Wet natuurbescherming is een beeld te krijgen van de aanwezige habitats en de voorkomende beschermde dier- en plantensoorten ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 4.500 m2 en bestaat uit een grasveld/ braakliggend terrein met enkele bomen.
6.2 Conclusie soortenbescherming Binnen de onderzoekslocatie zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels als beschreven in de Wet natuurbescherming aangetroffen. Daarnaast zijn er geen beschermde soorten of potentiële nest – of verblijfplaatsen voor beschermde soorten aangetroffen. Deze worden gelet op het ontbreken van geschikt habitat ook niet verwacht. De overige te verwachten diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen. Binnen de onderzoekslocatie kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen. Alle in gebruik zijnde vogelnesten zijn beschermd. Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van 1 maart tot 1 september. Dit is afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden.