CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Segment 001 van Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen_Bijlage 7 bij de toelichting - PlanMER

Besluitvorming (raad) 11 maart 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Partiële herziening bestemmingsplan Groene Ster tbv evenementen34.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

de wezenlijke kenmerken en waarden van natuur buiten het NNN (de rust) en is daarmee op dit punt in strijd met de Verordening Romte Fryslân

soorten

voorkomende overige zoogdieren, vogels en amfibieën

de meervleermuis en watervleermuis, ransuil, roek, sperwer en roerdomp en bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander

vleermuizen en roerdomp

Voor alternatief 2 (plusalternatief) zijn geen effecten door muziek- en overige evenementen omdat er maatregelen zijn getroffen om mogelijk nadelige milieueffecten te mitigeren. Dit is onderzocht in een passende beoordeling.

4.2.3

Verkeer en parkeren

73 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Voor het thema verkeer en parkeren is gekeken naar drie aspecten: bereikbaarheid, autoparkeren en verkeersveiligheid. Bijlage III gaat nader op de gebruikte methode in. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de effecten. Alternatief 1 (maximaal alternatief) situatie A muziekevenementen Effecten op bereikbaarheid In de referentiesituatie is de cyclustijd van het kruispunt (71 seconden bij aanvang evenement en 56 seconden na afloop van het evenement) goed. Voor muziekevenementen met 20.000 aanwezigen komt de cyclustijd zowel bij aanvang als na afloop van het evenement boven de grenswaarde uit van 120 seconden (zie bijlage III) waardoor het kruispunt het verkeer niet meer voldoende kan verwerken. Het criterium verkeersafwikkeling gemotoriseerd verkeer wordt daarom beoordeeld met sterk negatief (--). Op de meest ongunstige dag (zondag) rijden er slechts 3 buslijnen met een frequentie van 1x/uur. In totaal is er behoefte aan 337 busritten (134 vanaf het station en 203 aanvullend vanaf het parkeerterrein) gedurende een piekmoment (bij aanvang of na afloop). Het criterium capaciteit en serviceniveau openbaar vervoer negatief kent een negatief effect (-). In de richtlijnen van het CROW staat beschreven dat reguliere fietspaden met een breedte van 2,50 - 3,00 m tot wel 750 fietsers per uur kunnen verwerken (enkele richting). Het evenemententerrein wordt door meerdere fietsroutes ontsloten.

Aangenomen kan worden dat de 600 extra fietsers binnen de capaciteit van het huidige fietsnetwerk passen. Op basis hiervan wordt een score neutraal (0) toegekend. Effecten op parkeerdruk De vraag naar parkeerplaatsen (4.000 parkeerplaatsen) is meer dan twee keer zo hoog dan het aantal parkeerplaatsen dat beschikbaar is (1.569 parkeerplaatsen). Het effect van alternatief 1A is sterk negatief (--). Effecten op verkeersaanbod en risicoprofiel Het totaal aantal voertuigen op de N355 (4.764 pae1/uur en 984 pae/uur) is passend bij de capaciteit (7.200 pae/uur) en inrichting van een 2x2 gebiedsontsluitingsweg. Het totaal aantal voertuigen op de parallelweg in de maatgevende richting bij aanvang en na afloop van het evenement (respectievelijk 3.067 pae/uur en 3.044 pae/uur) past niet bij de capaciteit (1.500 pae/uur). Daarnaast zorgt de hoge intensiteit op de parallelweg in combinatie met een oversteek voor voetgangers en fietsoversteek naar verwachting voor onveilige situaties. Daarom is er sprake van een negatief effect (-). Het totale aantal voertuigen op de parallelweg betreft een onderschatting omdat, op basis van de tellingen uit 2022, het aantal voertuigen in de referentiesituatie (151 mvt/uur in beide richtingen) hoger is dan de 28 mvt/uur bij aanvang en 4 mvt/uur na afloop van het evenement. De beoordeling van dit criterium blijft daarmee negatief (-).

Alternatief 1 (maximaal alternatief) situatie B overige evenementen Effecten op bereikbaarheid In de referentiesituatie is de cyclustijd van het kruispunt (71 seconden bij aanvang evenement en 56 seconden na afloop van het evenement. Voor overige evenementen met 4.000 aanwezigen komt de cyclustijd zowel bij aanvang als na afloop van het evenement boven de grenswaarde uit van 120 seconden waardoor het kruispunt het verkeer niet meer voldoende kan verwerken. Het effect op het criterium verkeersafwikkeling gemotoriseerd verkeer voor overige evenementen in alternatief 1 (maximaal alternatief) is sterk negatief (--). Omdat er voor overige evenementen geen rekening wordt gehouden met een toenemende OV-vraag blijft de situatie gelijk aan de referentiesituatie (0).

1

PersonenAutoEquivalent. Dit is een rekeneenheid om voor wat betreft intensiteit of capaciteit een onderlinge vergelijkbaarheid te verkrijgen voor diverse voertuigcategorieën.

74 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

In de richtlijnen van het CROW staat beschreven dat reguliere fietspaden met een breedte van 2,50 - 3,00 m tot wel 750 fietsers per uur kunnen verwerken (enkele richting). Het evenemententerrein wordt door meerdere fietsroutes ontsloten. Aangenomen kan worden dat de 380 extra fietsers binnen de capaciteit van het huidige fietsnetwerk passen. Er is geen effect (0). Effecten op parkeerdruk De beschikbare parkeercapaciteit (1.569 parkeerplaatsen) is voldoende om aan vraag (1.440 parkeerplaatsen) te voldoen (0). Effecten op verkeersaanbod en risicoprofiel Het totaal aantal voertuigen op de N355 (3.164 pae/uur en 313 pae/uur) is passend bij de capaciteit (7.200 pae/uur) en inrichting van een 2x2 gebiedsontsluitingsweg. Het totaal aantal voertuigen op de parallelweg in de maatgevende richting bij aanvang en na afloop van het evenement (respectievelijk 1.468 pae/uur en 1.445 pae/uur) is passend bij de capaciteit (1.500 pae/uur). Echter, op basis van de hoge intensiteit op de parallelweg in combinatie met een oversteek voor voetgangers en fietsoversteek wordt dit criterium beoordeeld als negatief (-). Het totale aantal voertuigen op de parallelweg betreft een onderschatting omdat, op basis van de tellingen uit 2022, het aantal voertuigen in de referentiesituatie (151 mvt/uur in beide richtingen) hoger is dan de 28 mvt/uur bij aanvang en 4 mvt/uur na afloop van het evenement.

De beoordeling van dit criterium blijft daarmee negatief (-). Alternatief 2 (plusalternatief) situatie A muziekevenementen Effecten op bereikbaarheid In de referentiesituatie is de cyclustijd van het kruispunt (71 seconden op de tijd bij aanvang evenement in het alternatief en 56 seconden na afloop van het evenement) goed. Voor muziekevenementen met 15.000 aanwezigen komt de cyclustijd zowel bij aanvang als na afloop van het evenement boven de grenswaarde uit van 120 seconden waardoor het kruispunt het verkeer niet meer voldoende kan verwerken. Het criterium verkeersafwikkeling gemotoriseerd verkeer heeft een sterk negatief effect (--). Op het meest ongunstige dag (zondag) rijden er slechts 3 buslijnen met een frequentie van 1x/uur. In totaal is er behoefte aan 220 busritten (100 vanaf het station en 120 aanvullend vanaf het parkeerterrein) gedurende een piekmoment. Op basis hiervan wordt een score negatief (-) toegekend. In de richtlijnen van het CROW staat beschreven dat reguliere fietspaden met een breedte van 2,50 - 3,00 m tot wel 750 fietsers per uur kunnen verwerken (enkele richting). Het evenemententerrein wordt door meerdere fietsroutes ontsloten. Aangenomen kan worden dat de 450 extra fietsers binnen de capaciteit van het huidige fietsnetwerk passen (0).

Effecten op parkeerdruk De vraag naar parkeerplaatsen (3.000 parkeerplaatsen) is meer dan het aantal parkeerplaatsen dat beschikbaar is (1.569 parkeerplaatsen). Dit geeft een negatief effect (-). Effecten op verkeersaanbod en risicoprofiel Het totaal aantal voertuigen op de N355 (4.348 pae/uur en 768 pae/uur) is passend bij de capaciteit (7.200 pae/uur) en inrichting van een 2x2 gebiedsontsluitingsweg. Het totaal aantal voertuigen op de parallelweg in de maatgevende richting bij aanvang en na afloop van het evenement (respectievelijk 2.651 pae/uur en 2.628 pae/uur) past niet bij de capaciteit (1.500 pae/uur). Daarnaast zorgt de hoge intensiteit op de parallelweg in combinatie met een oversteek voor voetgangers en fietsoversteek naar verwachting voor onveilige situaties. Daarom wordt dit criterium beoordeeld als negatief (-). Het totale aantal voertuigen op de parallelweg betreft een onderschatting omdat, op basis van de tellingen uit 2022, het aantal voertuigen in de referentiesituatie (151 mvt/uur in beide richtingen) hoger is dan de 28 mvt/uur bij aanvang en 4 mvt/uur na afloop van het evenement. De beoordeling van dit criterium blijft daarmee negatief (-).

75 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Alternatief 2 (plusalternatief) situatie B overige evenementen Effecten op bereikbaarheid In de referentiesituatie is de cyclustijd van het kruispunt (71 seconden bij aanvang evenement en 56 seconden na afloop van het evenement) goed. Voor overige evenementen met 3.000 aanwezigen komt de cyclustijd zowel bij aanvang als na afloop van het evenement boven de grenswaarde uit van 120 seconden waardoor het kruispunt het verkeer niet meer voldoende kan verwerken. Het criterium verkeersafwikkeling gemotoriseerd verkeer wordt daarom beoordeeld met sterk negatief (--). Omdat er voor overige evenementen geen rekening wordt gehouden met een toenemende OV-vraag blijft de situatie gelijk aan de referentiesituatie (0). In de richtlijnen van het CROW staat beschreven dat reguliere fietspaden met een breedte van 2,50 - 3,00 m tot wel 750 fietsers per uur kunnen verwerken (enkele richting). Het evenemententerrein wordt door meerdere fietsroutes ontsloten. Aangenomen kan worden dat de 285 extra fietsers binnen de capaciteit van het huidige fietsnetwerk passen. Op basis hiervan wordt een score neutraal (0) toegekend. Effecten op parkeerdruk De beschikbare parkeercapaciteit (1.569 parkeerplaatsen waarvan 1.109 op de parkeerterreinen en 460 in de bermen) is voldoende om aan vraag (1.080 parkeerplaatsen) te voldoen.

Effecten op verkeersaanbod en risicoprofiel Het totaal aantal voertuigen op de N355 (2.804 pae/uur en 313 pae/uur) is passend bij de capaciteit (7.200 pae/uur) en inrichting van een 2x2 gebiedsontsluitingsweg. Het totaal aantal voertuigen op de parallelweg in de maatgevende richting bij aanvang en na afloop van het evenement (respectievelijk 1.108 pae/uur en 1.085 pae/uur) is passend bij de capaciteit (1.500 pae/uur). Echter, op basis van de hoge intensiteit op de parallelweg in combinatie met een oversteek voor voetgangers en fietsoversteek wordt dit criterium beoordeeld als negatief (-). Het totale aantal voertuigen op de parallelweg betreft een onderschatting omdat, op basis van de tellingen uit 2022, het aantal voertuigen in de referentiesituatie (151 mvt/uur in beide richtingen) hoger is dan de 28 mvt/uur bij aanvang en 4 mvt/uur na afloop van het evenement. De beoordeling van dit criterium blijft daarmee negatief (-). Samenvatting beoordeling verkeer en parkeren Tabel 4.1 geeft de beoordeling van de effecten op verkeer en parkeren voor alternatief 1 (maximaal alternatief) en 2.

Duidelijk is te zien dat evenementen met hoge bezoekersaantallen (Alternatief 1A met 20.000 aanwezigen en Alternatief 2A met 15.000 aanwezigen) negatiever scoren ten opzichte van evenementen met een laag aantal aanwezigen (Alternatief 1B met 4.000 aanwezigen en Alternatief 2B met 3.000 aanwezigen). Dit heeft er simpelweg mee te maken dat meer aanwezigen zorgen voor een grotere druk op het mobiliteitssysteem. Ook hiervoor geldt dat er bij het bepalen van de effecten geen maatregelen zijn voorzien om deze effecten te beperken of te compenseren. Voor verkeersafwikkeling gemotoriseerd verkeer geldt dat ook bij evenementen met een laag aantal aanwezigen de belasting van het kruispunt al dusdanig verslechterd dat de beoordeling daar niet afwijkt van de beoordeling bij evenementen met hoge bezoekersaantallen. Dit heeft te maken met de beperkte aanwezige capaciteit van de opstelstroken van/naar het recreatiegebied op het kruispunt en de intensiteit die er gedurende het piekmoment van het evenement ontstaat. Daarnaast valt op dat auto-gerelateerde criteria zoals verkeersafwikkeling gemotoriseerd verkeer en parkeerdruk negatiever scoren dan de criteria die samenhangen met andere modaliteiten zoals het openbaar vervoer (capaciteit en serviceniveau openbaar vervoer) en de fiets (aantal fietsers op aandachtsroutes).

Dit heeft te maken met het feit dat een auto, ten opzichte van het OV en de fiets, relatief veel ruimte inneemt en daarmee sneller tegen de grenzen van de capaciteit aan loopt.

76 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

De nieuwe verkeerstellingen uit 2022 veranderen niets aan de conclusies op basis van de tellingen van 2019 (bijlage III).

4.2.4

Geluid

Voor het thema geluid is gekeken naar vier aspecten: geluid door muziekevenementen, geluid door overige evenementen, geluid door wegverkeer en de cumulatie geluid door muziekevenementen/overige evenementen en wegverkeer. Bijlage IV gaat nader op de gebruikte methode in. Tabel 4.3 geeft de grootheid, methode en informatie per criterium.

Tabel 4.3 Grootheid, methode en informatie per criterium Criterium

Grootheid

Methode en informatie

aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid muziekevenementen

equivalente geluidsniveau dag-/avondperiode of nachtperiode (LAeq 1-minuut)

kwantitatief door beoordeling aantal woningen per geluidklasse kwalitatief door berekenings- en beoordelingsmethode evenementen mee te wegen

aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid overige evenementen

langtijdgemiddeld beoordelingsniveau avondperiode*

kwantitatief door beoordeling toename aantal potentieel gehinderden >45 dB(A) in de avondperiode

geluid wegverkeer evenementen

etmaalgemiddelde (Lden)

kwantitatief door beoordeling toename aantal potentieel gehinderden >50 dB

aantal mogelijk gehinderde woningen door cumulatie geluid muziekevenementen/overige evenementen en wegverkeer

Lcum wegverkeer met geluid evenement volgens RMG 2012. per maatgevende beoordelingsperiode (dag/avond/nacht)

kwantitatief: toename aantal potentieel gehinderden > 60 dB(A) muziekevenementen en 45 dB(A) overige evenementen kwalitatief door berekenings- en beoordelingsmethode evenementen mee te wegen en vast te stellen of sprake is van relevante cumulatie

* Overige evenementen kunnen voorkomen in de dag- en avondperiode. Voor een overig evenement is het geluidsniveau berekend op basis van de avondperiode, omdat dit de maatgevende periode is voor de beoordeling van het geluid.

Alternatief 1 (maximaal alternatief) situatie A muziekevenementen Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid muziekevenementen dag-/avondperiode Bij alternatief 1 (maximaal alternatief) treedt bij 30.113 30.952 woningen in de dag- en avondperiode een geluidsniveau op dat hoger is dan de grenswaarde van 60 dB(A). Dit is het geluidsniveau waarbij een negatief effect voor de omgeving optreedt. Voor 819 832 woningen is het geluidsniveau van de muziekevenementen bij alternatief 1 (maximaal alternatief) hoger dan de grenswaarde van 70 dB(A), waarbij sprake is van onduldbare hinder. Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid muziekevenementen nachtperiode Bij alternatief 1 (maximaal alternatief) treedt bij de muziekevenementen bij 3.5833.738 woningen in de nachtperiode een geluidsniveau dat hoger is dan de grenswaarde van 45 dB(A). Voor 3.583 3.738 woningen is er sprake van onduldbare hinder. Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid wegverkeer Tabel 4.4 geeft een overzicht van de resultaten van het aantal woningen met een geluidsbelasting vanwege het wegverkeer (Lden) dat hoger is dan 50 dB. Ook is in het overzicht de procentuele toename ten opzichte van de referentiesituatie voor wegverkeer (2032) opgenomen.

Vanwege het wegverkeer bij evenementen ontstaat geen significante toename van het aantal woningen met een geluidsbelasting >50 dB ten opzichte van het wegverkeer van de jaargemiddelde referentiesituatie. Daarmee ontstaat geen significante

77 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

verslechtering van het woon- en leefklimaat. De relatieve verkeerstoename die ontstaat vanwege de evenementen is beperkt, ten opzichte van de reguliere verkeersintensiteit.

Tabel 4.4 Aantal mogelijk gehinderde woningen gGeluidbelasting wegverkeer voor de referentiesituatie en alternatief 1 (maximaal alternatief) Situatie

Aantal woningen > 50 dB

Toename t.o.v. jaargemiddelde situatie 2032

2.360 2.463

--

2.701

344/14,6 238/9,7 %

referentiesituatie wegverkeer (jaargemiddeld 2032) wegverkeer muziekevenement 2032 alternatief 1 (maximaal alternatief)

Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid cumulatie overige evenementen met wegverkeer (referentiesituatie) Bij de referentiesituatie met een overig evenement en wegverkeer1 treedt bij 2 22 woningen een geluidsniveau op dat hoger is dan de waarde waarbij mogelijk een negatief effect voor de omgeving ontstaat van 60 dB. Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid cumulatie muziekevenement met wegverkeer dag-/ avondperiode Bij alternatief 1 (maximaal alternatief) treedt bij 37.079 38.354 woningen in de dag- en avondperiode, waarbij er sprake is van cumulatie van geluid van muziekevenement met wegverkeer, een geluidsniveau op dat hoger is dan de waarde waarbij mogelijk een negatief effect voor de omgeving ontstaat van 60 dB. Voor 1.449 1.490 woningen is het geluidsniveau bij het maximaal alternatief hoger dan de waarde van 70 dB waarbij een sterk negatief effect optreedt (zie tabel 4.5).

1

In de huidige situatie zijn op basis van het bestemmingsplan geen evenementen toegestaan. Om die reden is de referentiesituatie aangepast. En is het extra verkeer van de dagrecreatie op de twaalf drukste dagen als uitgangspunt genomen. Dit heeft geen invloed op de resultaten van de effectbeoordeling. Voor meer informatie zie het geluidsonderzoek in bijlage IV.

78 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Afbeelding 4.1 Overig evenement r Referentiesituatie 2032

79 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Afbeelding 4.2 Gecumuleerde muziekevenement dag-/ avondperiode alternatief 1 (maximaal alternatief)

80 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid cumulatie muziekevenement, overige evenementen en wegverkeer nachtperiode Voor de beoordeling van de cumulatie van het geluid van muziekevenementen met het wegverkeer is het geluid berekend op basis van het muziekgeluid, het overige geluid (stem, installaties en verkeer op terrein) en het verkeer (regulier + evenement) dat op de N355 rijdt. Om het effect van het cumulatieve geluid inzichtelijk te maken, is beoordeeld in hoeverre een toename ontstaat van het aantal potentieel gehinderden ten opzichte van de referentiesituatie. In tabel 4.5 staat een overzicht van de resultaten van het aantal woningen per geluidsklasse voor de cumulatie van het geluid van een muziekevenement met het wegverkeer in de dag-/avondperiode. Bij alternatief 1 (maximaal alternatief) ontstaat bij 37.07938.354 woningen in de dag- en avondperiode een geluidsniveau dat hoger is dan de grenswaarde waarbij een negatief effect voor de omgeving ontstaat van 60 dB. Voor 1.4491.490 woningen is het geluidsniveau bij alternatief 1 (maximaal alternatief) hoger dan de grenswaarde van 70 dB waarbij onduldbare hinder ontstaat. In de nachtperiode ontstaat bij 6.3606.526 woningen in de nachtperiode een geluidsniveau dat hoger is dan de grenswaarde waarbij onduldbare hinder voor de omgeving ontstaat van 45 dB.

Tabel 4.5 Resultaten aantal mogelijk gehinderde woningen geluidsklasse cumulatie muziekevenement met wegverkeer dag/avond-/nachtperiode Situatie

Aantal woningen > 45 dB

Aantal woningen > 60 dB

Aantal woningen > 70 dB

overig evenement referentiesituatie 2032

-

2 22

0

gecumuleerde geluidsniveaus dag-/avondperiode alternatief 1 (maximaal alternatief) en overige evenementen

-

37.079 38.354

1.449 1.490

6.360 6.526

-

-

gecumuleerde geluidsniveaus nachtperiode alternatief 1 (maximaal alternatief) en overige evenementen

81 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Afbeelding 4.3 Gecumuleerde geluidsniveaus muziekevenement en wegverkeer nachtperiode bij alternatief 1 (maximaal alternatief)

82 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Alternatief 1 (maximaal alternatief) situatie B overige evenementen Aantal mogelijk gehinderde woningen door overige evenement dag-/avondperiode Voor de overige evenementen is het geluid berekend op basis van het verkeer op het terrein (verkeer van en naar parkeerplaatsen), het muziekgeluid (beperkt geluidsniveau) en het stemgeluid van de speaker. Het verkeer dat over de N355 rijdt is voor deze berekening buiten beschouwing gelaten. Bij geen enkele woning in de dag- of avondperiode ontstaat een geluidsniveau dat hoger is dan de grenswaarde van 45 dB(A) voor de avondperiode. Op basis van deze resultaten is te concluderen dat bij een overig evenement geen significante toename van hinder ontstaat in de omgeving. Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid wegverkeer Om het effect van het geluid van het wegverkeer inzichtelijk te maken, is een vergelijking gemaakt tussen het verkeer in de referentiesituatie met het totale verkeer dat bij alternatief 1 (maximaal alternatief) op een dag met een overig evenement over de N355 rijdt. In tabel 4.6 staat een overzicht van de resultaten van het aantal woningen met een geluidsbelasting vanwege het wegverkeer (Lden) dat hoger is dan 50 dB. Ook is in het overzicht de procentuele toename ten opzichte van de referentie situatie (2032) inzichtelijk gemaakt.

Vanwege het wegverkeer bij alternatief 1 B ontstaat een beperkte toename van 33 40 woningen met een geluidsbelasting >50 dB ten opzichte van het wegverkeer van de jaargemiddelde referentiesituatie. Bij alternatief 1 B is er geen sprake van een significante toename van het aantal potentieel gehinderde woningen. Het verkeer door overige evenement zorgt niet voor een significante toename van het aantal potentieel gehinderde woningen. De verkeersintensiteit is op de N355 dusdanig hoog, dat de relatieve verkeerstoename beperkt is.

Tabel 4.6 Geluidbelasting Aantal mogelijk gehinderde woningen door wegverkeer voor de referentiesituatie en alternatief 1 (maximaal alternatief) Situatie

Aantal woningen > 50 dB

Toename t.o.v. jaargemiddelde situatie 2032

referentiesituatie wegverkeer (jaargemiddeld 2032)

2.360 2.463

--

wegverkeer overig evenement 2032 alternatief 1 (maximaal alternatief) overige evenementen

2.393 2.503

33/1,4 40/1,6%

Aantal mogelijk gehinderde woningen door cumulatie geluid overige evenementen en wegverkeer Voor de beoordeling van de cumulatie van het geluid van overige evenementen met het wegverkeer is het geluid berekend op basis van het muziekgeluid, het overige geluid (stem, installaties en verkeer op terrein) en het verkeer (regulier + evenement) dat over de N355 rijdt. Voor de cumulatie is een beoordeling gemaakt in hoeverre een toename ontstaat van het aantal potentieel gehinderde woningen ten opzichte van de referentiesituatie. De vergelijking is gemaakt met het jaargemiddelde geluid van het wegverkeer (2032) in de avondperiode (LAvond). Tabel 4.7 geeft een overzicht van het aantal woningen waarvoor een geluidsniveau boven de 45 dB is berekend, vanwege de cumulatie van het geluid van een overig evenement (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau avondperiode) en het wegverkeer(LAvond). De overige evenementen kunnen zowel in de dag- als avondperiode voorkomen. Bij het alternatief 1 (maximaal alternatief) treedt bij 2.726 2.842 woningen in de avondperiode een geluidsniveau op dat hoger is dan de grenswaarde van 45 dB. De toename van het aantal mogelijk gehinderde woningen met een geluidsbelasting boven de grenswaarde ten opzichte van de referentie situatie is 98 109 (3,74,0%). Daarmee is geen sprake van een significante toename.

83 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Tabel 4.7 Resultaten aantal potentieel gehinderde woningen cumulatie overig evenement met wegverkeer avondperiode Situatie

Aantal woningen > 45 dB

Toename t.o.v. referentie- situatie

jaargemiddelde situatie avondperiode referentiesituatie 2032

2.628 2.733

--

gecumuleerde geluidsniveaus avondperiode alternatief 1 (maximaal alternatief)

2.726 2.842

98/3,7 109/4,0%

84 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Afbeelding 4.4 Jaargemiddelde situatie avondperiode referentiesituatie 2032

85 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Afbeelding 4.5 Gecumuleerde geluidsniveaus avondperiode alternatief 1B

86 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Alternatief 2 (plusalternatief) situatie A muziekevenementen Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid muziekevenementen dag-/avondperiode Bij alternatief 2 (plusalternatief) treedt bij 609606 woningen in de dag- en avondperiode een geluidsniveau dat hoger is dan de grenswaarde van 60 dB(A) waarbij mogelijk hinder ontstaat voor de omwonenden. De grenswaarde van 70 dB(A) wordt bij geen van de woningen overschreden. In de woningen zal er voor geen enkele woning een waarde optreden waarbij er sprake is van onduldbare hinder. Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid muziekevenementen nachtperiode Bij alternatief 2 (plusalternatief) treedt bij 42 38 woningen in de nachtperiode een geluidsniveau dat hoger is dan de grenswaarde van 45 dB(A). Voor 38 42 woningen is er sprake van onduldbare hinder1. Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid wegverkeer Om het effect van het geluid van het wegverkeer inzichtelijk te maken is een vergelijking gemaakt tussen het verkeer in de referentiesituatie met het totale verkeer dat bij het alternatief 1 op een dag met een muziekevenement op de N355 rijdt. Tabel 4.8 geeft een overzicht van de resultaten van het aantal woningen met een geluidsbelasting vanwege het wegverkeer (Lden) dat hoger is dan 50 dB. Ook is in het overzicht de procentuele toename ten opzichte van de referentiesituatie (2032) opgenomen.

Vanwege het wegverkeer bij evenementen ontstaat geen significante toename van het aantal woningen met een geluidsbelasting >50 dB ten opzichte van het wegverkeer van de jaargemiddelde referentiesituatie. Daarmee ontstaat geen significante verslechtering van het woon- en leefklimaat. De relatieve verkeerstoename die ontstaat vanwege de evenementen is beperkt, ten opzichte van de reguliere verkeersintensiteit.

Tabel 4.8 Geluidbelasting Aantal mogelijk gehinderde woningen door wegverkeer voor de referentiesituatie en alternatief 2 (plusalternatief) Situatie

Aantal woningen >50 dB

Toename t.o.v. jaargemiddelde situatie 2032

referentiesituatie wegverkeer (jaargemiddeld 2032)

2.360 2.463

--

wegverkeer muziekevenement 2032 alternatief 2 (plusalternatief)

2.630 2.682

270/11,4 219/8,9%

Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid cumulatie muziekevenement met wegverkeer dag-/ avondperiode Bij de referentiesituatie met een overig evenement en wegverkeer treedt bij 222 woningen een geluidsniveau op dat hoger is dan de waarde waarbij mogelijk een negatief effect voor de omgeving ontstaat van 60 dB (tabel 4.9) Bij alternatief 2 (plusalternatief) treedt bij 1.4741.468 woningen in de dag- en avondperiode een geluidsniveau op dat hoger is dan de waarde waarbij mogelijk een negatief effect voor de omgeving ontstaat van 60 dB. De waarde van 70 dB wordt niet overschreden (tabel 4.9).

1

De waarden op basis waarvan voor het PlanMER het aantal potentieel gehinderden is bepaald, zijn geen wettelijke grenswaarden waaraan het geluidsniveau wordt getoetst. Een uitleg van het verschil tussen een wettelijke geluidsnorm en waarde die gebruikt is om een uitspraak te kunnen doen over de aanvaardbaarheid van het geluid, staat in hoofdstuk 3 en bijlage 1 van het geluidsonderzoek (bijlage IV)

87 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Afbeelding 4.6 Overig evenement r Referentiesituatie 2032

88 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Afbeelding 4.7 Gecumuleerde geluidsniveaus in de dag-/avondperiode voor situatie A muziekevenementen bij alternatief 2 (plusalternatief)

89 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid cumulatie muziekevenement met wegverkeer nachtperiode Voor de beoordeling van de cumulatie van het geluid van muziekevenementen met het wegverkeer is het geluid berekend op basis van het muziekgeluid, het overige geluid (stem, installaties en verkeer op terrein) en het verkeer (regulier + evenement) dat op de N355 rijdt. Om het effect van het cumulatieve geluid inzichtelijk te maken, is beoordeeld in hoeverre een toename ontstaat van het aantal potentieel gehinderden ten opzichte van de referentiesituatie. In tabel 4.9 staat een overzicht van de resultaten van het aantal woningen per geluidsklasse voor de cumulatie van het geluid van een muziekevenement, overig evenement met het wegverkeer in de dag/avondperiode. Bij alternatief 2 (plusalternatief) ontstaat bij 1.474 1.468 woningen een geluidsniveau dat hoger is dan 60 dB. De grenswaarde van 70 dB wordt niet overschreden. In de nachtperiode ontstaat bij 1.695 1.722 woningen een geluidsniveau dat hoger is dan 45 dB. Bij alternatief 2 (plusalternatief) wordt de overschrijding voor de meeste woningen veroorzaakt door het reguliere wegverkeer. Zonder wegverkeer (alleen geluid evenement) treedt bij 4238 woningen een geluidsniveau op dat hoger is dan 45 dB.

Tabel 4.9 Resultaten aantal mogelijk gehinderde woningen geluidsklasse cumulatie muziekevenement met wegverkeer dag/avond-/nachtperiode Situatie

Aantal woningen > 45 dB

Aantal woningen > 60 dB

Aantal woningen >70 dB

overig evenement r Referentiesituatie 2032

-

2 22

0

gecumuleerde geluidsniveaus dag-/avondperiode alternatief 2 (plusalternatief) met overige wegverkeer

-

1.474 1.468

0

1.695 1.721

-

-

gecumuleerde geluidsniveaus nachtperiode alternatief 2 (plusalternatief) met overigewegverkeer

90 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Afbeelding 4.8 Gecumuleerde geluidsniveaus in de nachtperiode voor situatie A muziekevenementen bij alternatief 2 (plusalternatief)

91 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Alternatief 2 (plusalternatief) situatie B overige evenementen Aantal mogelijk gehinderde woningen door overige evenement dag-/avondperiode Voor de overige evenementen is het geluid berekend op basis van het verkeer op het terrein (verkeer van en naar parkeerplaatsen), het muziekgeluid (beperkt geluidsniveau) en het stemgeluid van de speaker. Het verkeer dat over de N355 rijdt is voor deze berekening buiten beschouwing gelaten. Bij geen enkele woning in de dag- of avondperiode ontstaat een geluidsniveau dat hoger is dan de grenswaarde van 45 dB(A) voor de avondperiode. Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid wegverkeer Om het effect van het geluid van het wegverkeer inzichtelijk te maken, is een vergelijking gemaakt tussen het verkeer in de referentiesituatie met het totale verkeer dat bij alternatief 1 2 (maximaal alternatief plusalternatief) op een dag met een overig evenement over de N355 rijdt. In tabel 4.10 staat een overzicht van de resultaten van het aantal woningen met een geluidsbelasting vanwege het wegverkeer (Lden) dat hoger is dan 50 dB. Ook is in het overzicht de procentuele toename ten opzichte van de referentie situatie (2032) inzichtelijk gemaakt. Vanwege het wegverkeer bij alternatief 2B ontstaat een beperkte toename van 24 woningen met een geluidsbelasting >50 dB ten opzichte van het wegverkeer van de jaargemiddelde referentiesituatie.

Bij alternatief 2B is er geen sprake van een significante toename van het aantal potentieel gehinderde woningen. Het verkeer door overige evenement zorgt niet voor een significante toename van het aantal potentieel gehinderde woningen. De verkeersintensiteit is op de N355 dusdanig hoog, dat de relatieve verkeerstoename beperkt is.

Tabel 4.10 Geluidbelasting Aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid wegverkeer voor de referentiesituatie en alternatief 2 (plusalternatief) Situatie

Aantal woningen >50 dB

Toename t.o.v. jaargemiddelde situatie 2032

referentiesituatie wegverkeer (jaargemiddeld 2032)

2.360 2.463

--

wegverkeer overig evenement 2032 alternatief 2B

2.384 2.487

24/1,0 %

Aantal mogelijk gehinderde woningen door cumulatie geluid overige evenementen en wegverkeer Voor de beoordeling van de cumulatie van het geluid van overige evenementen met het wegverkeer is het geluid berekend op basis van het muziekgeluid, het overige geluid (stem, installaties en verkeer op terrein) en het verkeer (regulier + evenement) dat over de N355 rijdt. Voor de cumulatie is een beoordeling gemaakt in hoeverre een toename ontstaat van het aantal potentieel gehinderde woningen ten opzichte van de referentiesituatie. De vergelijking is gemaakt met het jaargemiddelde geluid van het wegverkeer (2032) in de avondperiode (LAvond). Tabel 4.11 geeft een overzicht van het aantal woningen waarvoor een geluidsniveau boven de 45 dB is berekend, vanwege de cumulatie van het geluid van een overig evenement (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau avondperiode) en het wegverkeer (LAvond). De overige evenementen kunnen zowel in de dag- als avondperiode voorkomen. Bij alternatief 2 (plusalternatief) ontstaat bij 2.7142.815 woningen een geluidsniveau dat hoger is dan 45 dB. De toename van het aantal mogelijk gehinderde woningen met een geluidsniveau boven de grenswaarde ten opzichte van de referentiesituatie is 86 82 (3,33,0%). Daarmee is geen sprake van een significante toename.

92 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Tabel 4.11 resultaten aantal potentieel gehinderde woningen cumulatie overig evenement met wegverkeer avondperiode Situatie

Aantal woningen >45 dB

Toename t.o.v. referentie- situatie

jaargemiddelde situatie avondperiode referentiesituatie 2032

2.628 2.733

--

gecumuleerde geluidsniveaus avondperiode alternatief 2 (plusalternatief)

2.714 2.815

86/3,3 82/3,0%

93 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Afbeelding 4.9 Gecumuleerde geluidsniveaus avondperiode alternatief 2B

94 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Overig Geluid als gevolg van op- en afbouwwerkzaamheden Voor op- en afbouwwerkzaamheden zijn tijden en maximale geluidwaarden bepaald (zie tabellen 3.2 en 3.6). In het geluidrapport (bijlage IV) is ook het geluid als gevolg van het op- en afbouwen berekend. Hierbij is een muziekevenement als uitgangspunt genomen, omdat de op- en afbouwwerkzaamheden meer omvangrijk zijn dan bij een overig evenement. Uit het geluidonderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de maximale geluidwaarden die gelden op de gevel van een geluidsgevoelig object. Cumulatie evenementen in de omgeving In het geluidonderzoek is tevens onderzocht of bij de woningen in en rond De Groene Ster sprake is van een relevant effect van andere evenementen in de omgeving. Hierbij zijn twee muziekevenementen in de gemeente Leeuwarden (Stoke City en Into the Grave) en een dorpsfeest in Gytsjerk (gemeente Tytsjerksteradiel) beschouwd. Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van relevante cumulatie met de evenementen Into the Grave en Stoke City. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat eventuele cumulatie van geluid met het dorpsfeest Gytsjerk niet leidt tot onaanvaardbare hinder (zie ook bijlage 1, onder 1.5.1, behorende bij bijlage IV). Samenvatting beoordeling geluid Tabel 4.1 geeft de beoordeling van de effecten op geluid voor alternatief 1 (maximaal alternatief) en 2.

Hierbij is voorgaande beoordeling als basis gebruikt. Bij de beoordeling is uitgegaan van de voor milieu slechtst denkbare effecten. Bij alternatief 1 (maximaal alternatief) situatie A (muziekevenementen) worden de grenswaarden uit de Beleidsregel geluid Evenementen in de open lucht (2022) van de gemeente Leeuwarden op maximaal 15 dagen per jaar zowel in de dag-/avondperiode als in de nachtperiode overschreden. Op deze dagen is er sprake van onduldbare hinder voor de omgeving op basis van de jurisprudentie en de Beleidsregel geluid Evenementen in de open lucht (2022). Dit leidt tot een zeer negatieve beoordeling van het alternatief 1A voor de criteria: aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid muziekevenement dag-/ avondperiode (-). nachtperiode (--) en het aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid afkomstig van muziekevenement in cumulatie met overig evenement en wegverkeer dag-/ avondperiode (--) en nachtperiode (--). Het wegverkeer veroorzaakt zowel bij alternatief 1 (A en B) (maximaal alternatief) als alternatief 2 (A en B) (plusalternatief) niet voor een significante toename (14,6 % -11,4 9,7 en 8,9% ten opzichte van de referentiesituatie) van het aantal potentieel gehinderde woningen bij muziekevenementen (0).

Het muziekevenement (situatie A) voor het alternatief 2 (plusalternatief) heeft negatieve effecten vanwege het geluid van de muziek in de dag- en avondperiode (-).Het geluid van muziekevenementen in de nachtperiode veroorzaakt een relatief kleine toename van het aantal potentieel gehinderde woningen (2,5 2,3% ten opzichte van de situatie zonder evenement) (-). Dit vindt maximaal 12 dagen per jaar plaats. Het aantal mogelijk gehinderde woningen door geluid afkomstig van muziekevenement in cumulatie met overig evenement en wegverkeer in dag-/ avondperiode scoort in alternatief 2A (-) en in nachtperiode (0). De berekende geluidsniveaus van de muziekevenementen voor alternatief 2 (plusalternatief) zijn aanvaardbaar op basis van jurisprudentie en de Beleidsregel geluid Evenementen in de open lucht (2022). Omdat er maatregelen worden toegepast conform de Beleidsregel geluid Evenementen in de open lucht (2022), treedt bij een muziekevenement van alternatief 2 (plusalternatief) geen onduldbare hinder op. Het geluid voldoet aan de grenswaarden op basis van het housespectrum en ultrabasspectrum. Het geluid van overige evenementen heeft een beperkt effect heeft op de omgeving. Het geluid van de overige evenementen veroorzaakt zowel bij het alternatief 1 (maximaal alternatief) als alternatief 2 (plusalternatief) geen overschrijding van de grenswaarde.

95 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Bij de op- en afbouwwerkzaamheden van een muziekevenement en een overig evenement wordt voldaan aan de maximale geluidwaarden. Mochten er gelijktijdig andere evenementen in de omgeving van De Groene Ster plaatsvinden, dan zorgt dit (cumulatief gezien) niet voor onaanvaardbare hinder. Doordat de muziekevenementen in alternatief 1 en 2 respectievelijk maximaal 15 of 12 dagen per jaar plaats kunnen vinden, betekent dit dat de rest van het jaar er geen negatieve effecten vanuit geluid zijn te verwachten.

4.2.5

Luchtkwaliteit

Grenswaarden en advieswaarden Voor luchtkwaliteit is gekeken naar de verandering van blootstelling aan schadelijke stoffen. Bijlage V gaat nader op de gebruikte methode in. Tabel 4.12 geeft de grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 zoals deze gelden vanuit de wet Milieubeheer (bijlage 2). Voor deze grenswaarden geldt dat het voorgeschreven kwaliteitsniveau moet worden bereikt en vervolgens in stand gehouden. De concentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) zijn in Nederland maatgevend, waarbij voor NO 2 specifiek de jaargemiddelde concentratie maatgevend is en voor PM10 de 24-uurgemiddelde concentratie. Wanneer deze grenswaarden niet worden overschreden, wordt ook aan de grenswaarden voor uurgemiddelde concentratie NO2 en jaargemiddelde concentratie PM10 voldaan. In deze tabel zijn ook de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) opgenomen. Voldoen aan de WHO-advieswaarde is geen wettelijke verplichting.

Tabel 4.12 Grens- en streefwaarden voor luchtverontreinigende stoffen Stof

Criterium

Grenswaarde (µg/m3)

Advieswaarde WHO (µg/m3)

NO2

jaargemiddelde concentratie

40

10

200**

-

jaargemiddelde concentratie

40

15

etmaalgemiddelde concentratie (mag maximaal 35 keer per jaar worden overschreden)

50*

45

jaargemiddelde concentratie

25

5

uurgemiddelde concentratie (mag maximaal 18 keer per jaar worden overschreden) PM10

PM2,5 *

Komt overeen met een jaargemiddelde concentratie van ongeveer 31,6 µg/m3.

**

Komt overeen met een jaargemiddelde concentratie van ongeveer 82,2 µg/m3, van toepassing bij wegen waarvan ten minste 40.000 motorvoertuigen per etmaal gebruik maken1.

Niet in betekende mate (NIBM) Om aan te tonen dat een project niet in betekende mate bijdraagt, kan de NIBM-tool worden gebruikt. Deze is in 2008 ontwikkeld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil. De NIBM-tool wordt jaarlijks door InfoMil geactualiseerd. In deze tool vanuit de slechtst denkbare effecten van (stedelijke) omstandigheden getoetst of het project als NIBM kan worden aangemerkt. De input

1

Inclusief de intensiteit als gevolg van de evenementen is de verwachting dat de jaargemiddelde intensiteit van de N355 ter hoogte van De Groene Ster rond de 38.573 voertuigen per etmaal voertuigen kan liggen (berekend op basis van de intensiteit op de N355 in de referentiesituatie (2032) van circa 36.400 mvt/etmaal en de totale intensiteit van Alternatief 1 van 2.173 mvt/etmaal), waardoor de uurgemiddelde concentratie niet van belang is.

96 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

voor de tool is de hoeveelheid extra verkeer en het aandeel vrachtverkeer dat door het plan wordt veroorzaakt. Hiervoor zijn de verkeersintensiteiten van alternatief 1 (maximaal alternatief) en 2 omgerekend naar een totaal aantal motorvoertuigen per jaar, met daarbij de inschatting van het aandeel vrachtverkeer. Zoals in de vorige paragraaf beschreven vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor de realisatie van het project, wanneer de projectbijdrage van NO2 en PM10 maximaal 3 % van de jaargemiddelde grenswaarden bevat. In dat geval is er geen toetsing aan de grenswaarden van luchtkwaliteit nodig. Er is alleen een NIBMgrens vastgesteld voor NO2 en PM10. De concentraties van PM10 en PM2,5 hangen sterk met elkaar samen en in de praktijk blijkt dat als er wordt voldaan aan de grenswaarde voor PM10, dit ook het geval is voor PM2,51. Daarom is PM2,5 niet als apart criterium beschouwd. Voor de overige stoffen waarvoor in bijlage 2 van de Wm grenswaarden zijn opgenomen, zijn in het laatste decennium nergens in Nederland overschrijdingen van de grenswaarde opgetreden. Deze stoffen zijn daarom niet opgenomen in de NIBMtool. Om aan te tonen dat een project niet in betekende mate bijdraagt, kan de NIBM-tool worden gebruikt. In deze tool wordt onder worstcase (stedelijke) omstandigheden getoetst of het project als NIBM kan worden aangemerkt.

De input voor de tool is de hoeveelheid extra verkeer en het aandeel vrachtverkeer hierin als gevolg van een project. Tot slot dient ook het jaar van planrealisatie te worden opgegeven. In de referentiesituatie (hier in 2030) zijn de achtergrondconcentraties tussen de 5,0 - 7,5 µg NO2/m3 en tussen de 10,6 - 11,0 µg PM10/m3. De achtergrondconcentratie van PM2,5 is niet nader beschouwd, maar onder de 10 µg PM2,5/m3. Alternatief 1 (maximaal alternatief) situatie A muziekevenementen en B overige evenementen Uit de NIBM-tool (zie bijlage V) blijkt dat voor alternatief 1 (maximaal alternatief) de NO 2concentratietoename van het extra verkeer meer dan 1,2 μg/m3 bedraagt, namelijk 1,57 μg/m3. De PM10concentratie van extra verkeer bedraagt 0,36 μg/m3. Aanvullend onderzoek voor alternatief 1 (maximaal alternatief) De tool geeft als conclusie dat de bijdrage van het extra verkeer in alternatief 1 (maximaal alternatief) mogelijk in betekenende mate is en dat nader onderzoek nodig is. Voor het plangebied liggen de achtergrondconcentraties in 20302 tussen de 5,0 - 7,5 µg NO2/m3 en tussen de 10,6 - 11,0 µg PM10/m3. De totale concentraties zijn dan tussen de 6,57 - 9,07 µg NO2/m3 en 10,96 11,36 µg PM10/m3.

Op basis van de achtergrondconcentraties en de door het project veroorzaakte concentratietoename blijken de eindconcentraties voor alternatief 1 (maximaal alternatief) nog steeds onder de in tabel 4.22 genoemde jaargemiddelde grenswaarden liggen. Alternatief 2 (plusalternatief) situatie A muziekevenementen en B overige evenementen Voor alternatief 2 (plusalternatief) is de NO2-concentratietoename van het extra verkeer in het slechtst denkbare geval minder dan 1,2 μg/m3, namelijk 0,57 μg/m3. De PM10-concentratie van extra verkeer bedraagt 0,08 μg/m3. De tool geeft als conclusie dat voor alternatief 2 (plusalternatief) geen nader onderzoek nodig is. Samenvatting luchtkwaliteit Er is jaargemiddeld een toename van schadelijke stoffen in de lucht, maar zelfs in de slechtst denkbare gevallen zoals hier zijn gehanteerd, zijn de bijdragen van alternatief 1 (maximaal alternatief) en 2 aan de jaargemiddelde grenswaarden gering en worden deze niet overschreden. Naar verwachting is dat ook het geval voor PM2,5 (omdat PM2,5 naar schatting gelijk is aan of lager is dan de concentraties van PM10). Daarmee is een zeer negatieve beoordeling voor luchtkwaliteit uitgesloten (zeer negatief hangt onder andere samen met overschrijding van de norm). Alternatief 1 (maximaal alternatief) leidt in beperkte mate tot een verandering van blootstelling aan schadelijke stoffen.

Aangezien de concentratietoename iets hoger is dan1,2 µg/m3, is dit een negatief effect 1

Opgehaald via: https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/thema'/fijn-stof/artikel/.

2

Opgehaald via: https://www.rivm.nl/gcn-gdn-kaarten.

97 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

(-). Alternatief 2 (plusalternatief) leidt nauwelijks tot een verandering van concentraties en is daarom neutraal (0) beoordeeld (tussen -1,2 en +1,2 µg/m3).

Tabel 4.13 Samenvatting beoordeling van effecten op luchtkwaliteit Aspect

Criterium (invloed op)

Alternatief 1 (A en B)

Alternatief 2 (A en B)

luchtkwaliteit

blootstelling aan schadelijke stoffen (concentraties NO2 en PM10)

-

0

4.3

Mogelijke optimaliserende, mitigerende en compenserende maatregelen

Aanvullend op de maatregelen die al ingesloten zijn in alternatief 2 (plusalternatief), kunnen andere maatregelen worden getroffen om effecten te verbeteren (optimaliseren), te verzachten (mitigeren) of buiten het plangebied te compenseren. De m.e.r.-procedure ondersteunt dat in ieder geval bij het optreden van zeer negatieve effecten maatregelen in het MER worden opgenomen. Voor natuur en geluid kan het gaan om wettelijk verplichte maatregelen, maar niet voor alle thema’s zijn maatregelen vanuit de wetgeving direct verplicht. Het bevoegd gezag mag op basis van de milieueffectrapportage wel een wettelijke verplichting hieraan koppelen. Bodem (draagkracht) Tussen evenementen door is het belangrijk het gras te laten herstellen. Verder kunnen ter plaatse van podia bijvoorbeeld nog doorgroeibare PVC-matten worden aangebracht. Op transportroutes kan worden gewerkt met rijplaten met een onderlaag die na gebruik zo spoedig mogelijk weer worden verwijderd. Het is noodzakelijk om na afloop van een evenement het gebied te inspecteren en eventuele maatregelen te treffen als schade is ontstaan. Water De evenemententerreinen moeten na afloop schoon gemaakt worden waardoor afval weinig tot geen effect heeft op de verontreiniging van het oppervlaktewater. Om de waterafvoer te bevorderen is in De Groene Ster al een drainagesysteem aangelegd.

Na de evenementen zal controle plaatsvinden of er geen schade aan het systeem is ontstaan. Eventuele schade moet worden hersteld. Duurzaamheid Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van hernieuwbare energie in plaats van fossiele brandstoffen. Het voornemen bestaat uit muziekevenementen en overige evenementen die zorgen voor een toename van het energievraag ten opzichte van de referentiesituatie. Door het toepassen van mitigerende maatregelen als de inzet van elektrische voertuigen, energiezuinige geluid- en lichtinstallaties en duurzaam vervoerwijzen door bezoekers, kan CO2-uitstoot door de energiegebruik tijdens aanleg- en gebruiksfase beperkt worden. Natuur Mitigerende en compenserende maatregelen die kunnen worden aangedragen om de effecten van alternatief 1 (maximaal alternatief) te voorkomen komen overeen met de beperkingen die zijn opgelegd voor alternatief 2 (plusalternatief). Voor deze beperkingen wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van de Passende beoordeling (BügelHajema, 2023). Het gaat om de maatregelen uit alternatief 2 (plusalternatief) op het gebied van verlichting, stikstofuitstoot, voorkomen van verstoring van broedvogels, het uitvoeren van de ecologische schouw. Aanvullend kan voor beide alternatieven maaibeheer uitgevoerd worden, zodat algemene amfibieën en zoogdieren net voor de evenementen kunnen uitwerken naar alternatieve leefgebieden.

98 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

Verkeer en parkeren Evenementen betreffen uitzonderlijke situaties waarbij in korte tijd een grote hoeveelheid verplaatsingen worden gemaakt. In de meeste gevallen is het huidige mobiliteitssysteem niet in staat deze extra verplaatsingen in korte tijd te verwerken waardoor (enkele onderdelen van) het mobiliteitssysteem overbelast raakt (/raken). Door het treffen van maatregelen is het mogelijk om een grote hoeveelheid verplaatsingen op te kunnen vangen. Zoals beschreven in de publicatie ‘Verkeer bij evenementen’ van het CROW wordt het uitvoeren van een mobiliteitsanalyse en het opstellen van een mobiliteitsplan aanbevolen, met name wanneer het evenement meer dan 5.000 mensen trekt. De gemeente Leeuwarden vraagt nu al bij de aanvraag van de evenementenvergunning van een evenement naar een mobiliteitsplan.

Hieronder worden enkele voorbeelden van aanvullende maatregelen genoemd (niet limitatief) die getroffen kunnen worden voor alle onderzochte alternatieven (1A, 1B, 2A en 2B) om de effecten te beperken of te compenseren aan de hand van drie werkvelden: - mobiliteitsmanagement: enerzijds maatregelen die zorgen voor een verschuiving/verdeling van de verkeersstromen naar andere vervoerwijzen of in de tijd, en anderzijds maatregelen gericht op het stimuleren en faciliteren van verplaatsingen te voet, per fiets, met het openbaar vervoer, met pendeldiensten, georganiseerd (bus)vervoer en taxidiensten: · autorijdende bezoekers verleiden om multimodaal te reizen; · inzet van extra openbaar vervoer boven op de reguliere dienstverlening; · maximum aantal kaarten verkopen met parkeerplaats om te voorkomen dat er te veel auto’s naar het plangebied komen; - verkeersmanagement: maatregelen om de stromen autoverkeer in goede banen te leiden alsmede het parkeren van de auto’s: · het inzetten van verkeersregelaars voor de doorstroming (en veiligheid); · het aanpassen van de regelscenario’s van verkeersregelinstallaties; · het uitbreiden van de maatgevende capaciteit: - bijvoorbeeld door bij aanvang van het evenement 2 van de 3 rijstroken op de zuidelijke tak van het kruispunt Groningerstraatweg in te richten voor verkeer naar het evenemententerrein en na afloop van het evenement de inrichting

aan te houden zoals in de huidige situatie; · het instellen van omleidingsroutes om de capaciteit in en rondom het plangebied optimaal te benutten; - crowdmanagement: maatregelen rond het voorkomen en verhelpen van extreme pieken in de stromen (buiten de poort) die tot gevaarlijke situaties kunnen leiden: · de begin- en eindtijd van het evenement buiten de reguliere spitsperiode (07.00 uur - 09.00 uur en 16.00 uur - 18.00 uur) om plannen; · het organiseren van een voorprogramma en nazit om de in- en uitstroom van bezoekers te spreiden waardoor de piekbelasting afneemt. Hierna gaan we in op een aanvulling naar aanleiding van het advies van de Commissie m.e.r. Deze aanvulling is ook opgenomen in hoofdstuk 6 van het rapport PlanMER – effectbeoordeling verkeer en parkeren (zie bijlage III). Aanvulling 1 n.a.v. advies commissie MER De Commissie m.e.r. heeft in haar advies op het milieueffectrapport behorende bij de partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden – Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen – (hierna: advies) aangegeven dat het planMER een uitgebreide en goede beschrijving van de effecten bevat. Het planMER beschrijft beheersmaatregelen in de vorm van mobiliteits-, verkeers- en crowdmanagement (zie hiervoor). De Commissie m.e.r.

geeft aan dat de maatregelen niet verder zijn uitgewerkt waardoor het onduidelijk is of deze maatregelen tot het gewenst resultaat zullen leiden. Hieronder geven wij onze reactie hierop. Voor alle evenementen, en daarmee alle alternatieven, is er een duidelijke verslechtering van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid te verwachten. Deze verslechtering is begrijpelijk, aangezien evenementen doorgaans leiden tot een toename van het verkeer, zonder dat er specifieke maatregelen worden genomen om de nadelige effecten te minimaliseren of te compenseren. Het is uitdagend, zo niet onmogelijk, om het effect van maatregelen zoals hiervoor beschreven te duiden zonder gedetailleerde

99 | 106 Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

informatie over de specifieke aard van het betreffende evenement. Evenementen zijn per definitie unieke situaties en vereisen maatwerk als het gaat om het nemen van verkeersmaatregelen. Elke evenementorganisator die een evenementenvergunning aanvraagt is reeds verplicht een draaiboek aan te leveren. Onderdeel van dit draaiboek is het hoofdstuk 'Bereikbaarheid'. In dit hoofdstuk wordt beschreven wat de effecten van de verkeersmaatregelen zijn. De beschreven verkeersmaatregelen richten zich op het zo goed mogelijk beheersen van het verkeer dat naar het evenement komt (verkeersstromen) en wat er van weggaat. Hierbij moet de organisatie aangeven of er voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is, waar deze zich bevindt, en of er bijvoorbeeld elders in de stad parkeren met pendeldiensten wordt gefaciliteerd. Daarnaast moet worden aangegeven hoe het openbaar vervoer en de fietsbereikbaarheid (inclusief routes en fietsenstallingen) zijn geregeld. Bij het afsluiten van wegen moet een afzettingsplan op plattegrond worden aangegeven waarbij wordt aangegeven wat de gevolgen zijn voor bestemmingsverkeer; gemotoriseerd verkeer, voetgangers, fietsers en overige verkeer. De organisator geeft aan op welke dagen en tijden er een afsluiting zal zijn en hoe deze afsluiting wordt uitgevoerd (hekken, type borden, inzet verkeersregelaars).

Bij het afsluiten van het hoofdwegennet of belangrijke fietsroutes is daarnaast het aanleveren van een omleidingsplan verplicht. Het omleidingsplan wordt aangeleverd op een plattegrond met bebordingsplan (inclusief data en tijden), inzet verkeersregelaars (met locatie) en hoofd- en sub routes uit verschillende richtingen. Bij evenementen met een hoger risico (grotere evenementen van 2000 bezoekers of meer of evenementen waarbij om andere redenen een verhoogd risico is) moet er in aanvulling op het draaiboek een veiligheidsplan worden ingediend. Voor het onderdeel verkeer betekent dit een risicoanalyse verkeer en vervoer. Hierbij wordt de kans (laag, midden, hoog) op de volgende risico’s ingeschat en wat daarbij de preventie maatregelen zijn: verkeersstremming, aanrijding, aanrijding met letsel, ordeproblemen bij buspendeldiensten en treinreizigers, verkeersproblemen bij buspendeldiensten, vervoersproblemen bij treinreizigers, verkeerd achtergelaten voertuigen, taxiblokkades, uitgevallen treinen en bussen, stremmingen door halers/brengers, mensen op de (snel)weg, tekort parkeerruimte, paniek in bus/trein, problemen met toegankelijkheid evenemententerrein en directe omgeving.

Daarnaast wordt in het veiligheidsplan gevraagd na te denken over crowd management maatregelen (het systematisch analyseren en door gerichte maatregelen verminderen van risico´s, die ontstaan, wanneer (veel) mensen bij elkaar komen). De organisatie levert hierbij een plan aan waarin gestuurd wordt op de volgende aspecten: toevoer van bezoekers (het is van belang dat de bezoekers gespreid naar het evenement komen, om te voorkomen dat grote opstoppingen rond het evenemententerrein ontstaan en hoe wordt dit gerealiseerd), afvoer van bezoekers (om opstoppingen bij de afvoer van bezoekers te voorkomen, moet aandacht besteed worden aan het gespreide vertrek van de bezoekers en hoe wordt dit gerealiseerd), spreiding van bezoekers over het terrein en voorkomen van overcrowding. Verder moet bij evenementen met een verhoogd risico een bezoekersanalyse worden gemaakt. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de vervoersmiddelen die door deelnemers en/of bezoekers van het evenement worden gebruikt. Op- of afschalen van de verkeersmaatregelen moet op last van de gemeente of hulpdiensten altijd georganiseerd worden. Geluid Uit de analyse volgt dat het organiseren van muziekevenementen op De Groene Ster mogelijk is, zonder onduldbare hinder voor de omgeving te veroorzaken.

Met geluidsmetingen kan een organisator het geluid continu monitoren en bijsturen, zodat geen normoverschrijding bij de woningen ontstaat. Daarmee kan worden gewaarborgd, dat in de woningen in de directe omgeving, geen onduldbare hinder ontstaat.

100 | 106

Witteveen+Bos | 127741/23-004.465127741/23-019.810 | Definitief 04Definitief 05

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=8edc7722-bcea-4fff-af33-f877073876ba