CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing ROL_versie 27-5-2024

Besluitvorming (raad) 4 december 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Raadsvoorstel ontwerp-vvgb voor de realisatie van een Regionale Opvang Locatie (ROL) met 45 woningen voor het COA op op de locatie Kampweg, percelen D4677, D9116 en D9716, te Leeuwarden.14.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen

Ruimtelijke onderbouwing 27 mei 2024

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen Ruimtelijke onderbouwing

COLOFON Opdrachtgever

: Zwanenburg Projecten

Auteur

: E. Venema

Rapportnummer

: 23-845-1

Versie

: Definitief, V2.1

Datum

: 27 mei 2024

INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding De locatie Planologische regeling

1 1 2 2

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Projectbeschrijving Uitgangssituatie Beschrijving initiatief Ruimtelijke inpassing Verkeer en parkeren Projectdefinitie / Reikwijdte aanvraag

5 5 6 8 11 13

3 3.1 3.2 3.3

Beleid- en omgevingtoets Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

15 15 16 18

4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen 4.2 Beschermen van gezondheid 4.3 Mer-beoordeling 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Geluid (wet geluidhinder) 4.6 Externe veiligheid 4.7 Ecologie 4.8 Bodemkwaliteit 4.9 Watertoets 4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.11 Luchtkwaliteit 4.12 Planologische zones

22 22 22 22 23 26 29 30 32 32 34 36 37

5 Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid

39 39 40

6 6.1 6.2 6.3

41 41 41 41

Afweging en conclusies Aanleiding Afweging Conclusie

Bijlagen Bijlage 1 Mer-beoordelingsbesluit Bijlage 2 Akoestisch onderzoek Bijlage 3 Beschouwing cumulatieve geluidbelasting Bijlage 4 Advies externe veiligheid Bijlage 5 Ecologische beoordeling Bijlage 6 Stikstofonderzoek Bijlage 7 Verkennend bodemonderzoek (noordzijde Kampweg) Bijlage 8 Verkennend bodemonderzoek (zuidzijde Kampweg) Bijlage 9 Watertoets Bijlage 10 Weergave en berekening watercompensatie Bijlage 11 Archeologisch onderzoek Bijlage 12 Reactienota vooroverleg Bijlage 13 Overlegreactie provincie

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Aan de noordzijde van Leeuwarden ligt een ruim opgezet bebouwingslint in een agrarisch landschap, dat tussen de Meester P.J. Troelstraweg (hierna: Troelstraweg) en de vliegbasis ligt. De Kampweg vormt hierin een secundaire verbinding met de vliegbasis en is de ontsluiting van het voormalig tuincentrum. Dit tuincentrum is in 2022 gesloten. Het plan is opgevat om het grootste deel van deze bebouwing hiervan te slopen en om op deze locatie een woonprogramma te realiseren, bestaande uit 45 rijwoningen aan weerszijde van de Kampweg. Deze woningen worden op verzoek van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) ingezet voor als regionale opvanglocatie (ROL) voor de huisvesting van maximaal 450 asielzoekers. Het is de bedoeling om ‘blijvende’ woningen te bouwen die in de toekomst eenvoudig geschikt gemaakt kunnen worden voor ‘reguliere’ bewoning, wanneer de ROL haar functie verliest. Ten behoeve van de ROL worden ook enkele gebouwen voor het COA gerealiseerd. Het gaat dan om ondersteunende voorzieningen, zoals bijeenkomst- en activiteitengebouwen en kantoren. Deze gebouwen zullen modulair worden gebouwd zodat deze eenvoudig verwijderd kunnen worden bij beëindiging van functie als ROL. Het voornemen is dus om op termijn hier een reguliere woonbuurt van te maken. Echter, dit is nog geen onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning.

Omdat de omgevingsvergunning is aangevraagd vóór 1 januari 2024 wordt toepassing gegeven aan artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo voor het afwijken van het bestemmingsplan en worden ook de andere onderdelen van de omgevingsvergunning onder de wet- en regelgeving van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet getoetst en afgehandeld. De aanvraag ziet op de realisatie van de ROL, waarbij voor zowel de woningen/verblijfseenheden en de voorzieningengebouwen een vergunning in afwijking met het bestemmingsplan wordt aangevraagd en alleen voor de woningen ook voor de activiteit ‘bouwen’ en aanvraag wordt gedaan. De bouwplannen voor deze modulaire gebouwen zijn namelijk nog niet gereed. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van artikel 2.7 van de Wabo, waarmee het ruimtelijk deel afzonderlijk van de bouwactiviteit kan worden afgehandeld. De bouw van woningen, dan wel een ROL, geeft invulling aan de opgaven waar de overheid, waaronder de gemeente Leeuwarden voor staat. Na een locatieonderzoek wil de gemeente in principe en onder voorwaarden medewerking verlenen aan een planologische procedure hiervoor. Deze ruimtelijke onderbouwing vormt een toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning en toetst het bouwplan aan de geldende beleidskaders en de relevante omgevingsaspecten.

Bij de voorziene omzetting van de ‘huisvestingseenheden’ naar woningen, wordt ten zijner tijd een vergunning voor het afwijken van het gebruik (dan wonen) aangevraagd.

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

1

1.2

De locatie De projectlocatie een deel van de gronden behorende bij het tuincentrum, gelegen aan weerzijde van de Kampweg, maar geadresseerd aan de Mr. P.J. Troelstraweg 165A te Leeuwarden. De locatie is op een luchtfoto weergeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1

1.3

De ligging van het projectgebied

Planologische regeling Het projectgebied is primair geregeld in het bestemmingsplan Leeuwarden – Buitengebied (2014), waarin het is bestemd als ‘Detailhandel – Tuincentrum’. De gronden zijn daarmee bestemd voor gebouwen en kassen ten behoeve van een tuinbouwbedrijf en detailhandel en horeca van een tuincentrum. De bestemming bestaat uit twee delen aan weerzijden van de Kampweg, die doormiddel van een aanduiding ‘relatie’ aan elkaar zijn gekoppeld. Op het zuidelijk deel is de bedrijfswoning als zodanig aangeduid. Een fragment van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2. De beoogde situatie is daarop geprojecteerd, met de uitbreiding buiten bouwvlak aangeduid met een rode stippellijn.

2

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

Figuur 1.2

Fragment geldend bestemmingsplan met projectie nieuwe situatie

Naast de voorgenoemde ‘enkelbestemming’ geldt op het plangebied een aantal aanvullende aanduidingen die betrekking hebben op de vliegbasis. Het gaat om de ‘geluidzone – industrie’, waar een te hoge geluidsbelasting op geluidgevoelige objecten vanwege de militaire luchthaven wordt tegengegaan, en om de aanduidingen ‘luchtvaarverkeerszone – ils verstoringsgebied 1’ en ‘luchtvaartverkeerszone – obstakelbeheergebied’, waar verstoring van de luchtvaart en daarbij behorende navigatiehulpmiddelen door te hoge bebouwing en beplanting wordt tegengegaan. Op deze zones wordt in hoofdstuk 4 ingegaan. Bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening woningsplitsing en woonzorgfuncties Het projectgebied valt ook onder de regeling van het bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening woningsplitsing en woonzorgfuncties (2021). Dit plan heeft geen invloed op dit project. Partiële herziening Archeologie De gemeente heeft op 11 november 2020 het bestemmingsplan 'Partiële herziening Archeologie' vastgesteld. Gronden waar geen onderzoek noodzakelijk is, of gronden die na onderzoek zijn vrijgegeven, zijn niet opgenomen in die partiële herziening. Het projectgebied is wel opgenomen, onder de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 5’ en ‘Waarde – Archeologie 6’, en maakt derhalve deel uit van de partiële herziening Archeologie. Hoofdstuk 4 gaat hier nader op in.

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

3

Bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening Parkeren Tot juli 2018 was het op grond van de gemeentelijke bouwverordening mogelijk om regels te stellen ten aanzien van parkeernormen. Vanaf die datum zijn alle stedenbouwkundige bepalingen van de bouwverordening vervallen en is het bestemmingsplan het enige instrument waarmee parkeernormen kunnen worden afgedwongen. Derhalve heeft de gemeente een partiële herziening vastgesteld. Deze partiële herziening stelt normen voor het aantal parkeerplaatsen dat beschikbaar moet zijn bij verschillende functies. De regeling geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Leeuwarden. Dit bestemmingsplan is primair gericht op het borgen van de bestaande parkeernormen zoals ze zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen Leeuwarden 2014. De regeling hiervoor is in het bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening Parkeren verwerkt. Bij de uitvoering van dit project is daarmee rekening gehouden. Paragraaf 2.4 gaat hier nader op in. Bestemmingsplan Leeuwarden - Kamerverhuur Daarnaast is het bestemmingsplan Leeuwarden - Kamerverhuur van toepassing. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om de verhuur en verkoop van kamers in de gemeente Leeuwarden te reguleren. Bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening Plan voor de zon Ook is het bestemmingsplan Leeuwarden – Partiële herziening Plan voor de zon van toepassing.

Conclusie Omdat er in dit geval sprake is van een omzetting van een tuincentrum naar een asielzoekerscentrum, is het project in strijd met de geldende bestemmingsplannen. De aanvraag betreft het met toepassing van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo afwijken van het bestemmingsplan.

4

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

2

Projectbeschrijving

2.1

Uitgangssituatie De aanvraag heeft betrekking op landelijke, groene omgeving, die tussen het bebouwingslint aan de westzijde van de Troelstraweg en het terrein van de militaire vliegbasis Leeuwarden ligt. Dit gebied gaat grotendeels verscholen achter de bebouwing en beplanting langs de Troelstraweg. In het lint komen afwisselend verschillende bedrijven, woningen en een volkstuincomplex voor. Nabij de projectlocatie gaat het, naast het tuincentrum, om een bedrijfsverzamelgebouw aan de noordzijde, vier woningen en een tankstation aan de zijde van de Troelstraweg. Aan de zuidzijde van Kampweg is een installatiebureau met bedrijfswoning aanwezig. Onlangs is een vergunning verleend voor de realisatie van een autobedrijf met bedrijfswoning aan de zuidzijde, achter het tankstation. Aan deze vergunning wordt op dit moment geen uitvoering gegeven. De gronden zijn in eigendom van ROL CV en Zwanenburg Projecten treedt op als gedelegeerd ontwikkelaar. Achter het projectgebied ligt de grootschalige inrichting van de militaire vliegbasis. Direct nabij het projectgebied zijn hierin vooral de facilitaire functies, zoals verblijfs- en recreatieruimten, kantoren en expeditie, aanwezig. De meer belastende activiteiten van de vliegbasis liggen op ruim 500 meter afstand.

Het projectgebied zelf bestaat uit twee delen, die beide horen bij de gronden van het tuincentrum en ook als zodanig zijn bestemd. Het noordelijk deel is ongeveer 9.000 m 2 van het voormalig tuincentrum, bestaande uit ongeveer 3.000 m2 bebouwing (hoofdzakelijk kassen) en het buitenverkoopterrein hierachter. Het voorste deel van het tuincentrum, waaronder 1.500 m2 bebouwing en het parkeerterrein, valt deels binnen het projectgebied. Het bestaande parkeerterrein wordt ingezet voor het bezoekers parkeren van de ROL. Het zuidelijk deel is een kavel onbebouwd grasland van ruim een hectare. De Kampweg, die het projectgebied doorkruist, heeft uitsluitend een functie voor de ontsluiting van de aangelegen functies, waaronder het facilitaire deel van de vliegbasis. Deze weg wordt gekenmerkt door een stevige laanbeplanting. Een luchtfoto van het projectgebied is weergegeven in figuur 2.1.

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

5

Figuur 2.1

2.2

Luchtfoto projectgebied

Beschrijving initiatief De aanvraag omgevingsvergunning voorziet in de realisatie van een regionale opvanglocatie (ROL) van het COA op de voormalige locatie van Tuincentrum Tuin aan de Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden. Het plan is om 450 asielzoekers te huisvesten in woonblokken die de uitstraling hebben van een reguliere ééngezinswoningen (rijwoningen). Deze woningen hebben een oppervlak van circa 100 m2. Per woning kunnen 10 asielzoekers worden gehuisvest. Iedere woning beschikt over een keuken, toilet en badkamer als gezamenlijk voorzieningen. Het doel is dus om permanente woningen te realiseren die, indien de opvanglocatie kan worden opgeheven, kunnen worden omgezet van kamerbewoning voor asielzoekers naar reguliere woningen bedoeld voor de huisvesting van maximaal één huishouden per woning. Door op deze manier te bouwen kan een hogere beeld- en woonkwaliteit worden gerealiseerd ten opzichte van een ‘standaard’ AZC waar asielzoekers worden opgevangen in tijdelijke huisvesting. Op het complex worden algemene verblijfsruimten en kantoren voor het COA mogelijk gemaakt. Dit zullen modulair verplaatsbare gebouwen worden met een beoogde standplaats van ongeveer 15 jaar. Er wordt voor dit type bouw gekozen zodat deze makkelijk verwijderd kunnen worden indien de ROL in de toekomst haar functie zou verliezen.

De ruimte die vervolgens ontstaat kan dan als privé- of gezamenlijk groen dienen ten behoeve van de woningen die blijven staan en dan een reguliere woonfunctie zouden krijgen. Op de locatie is verder een speeltuin, en kleinschalige sportvoorzieningen, als trap- en basketbalveldje voorzien. Het projectgebied is kort samengevat als volgt opgezet. Het parkeerterrein aan de voorzijde van het huidige tuincentrum blijft behouden en zal blijven dienen als parkeervoorziening voor het COA personeel en bezoekers. Het tuincentrumgebouw ten noorden van de Kampweg blijft deels behouden en krijgt een functie om de integratie van de bewoners van de ROL te bevorderen, zoals werk/leer omgeving voor kleinschalige bedrijvigheid. Het andere deel van de kassen achter het tuincen-

6

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

trum worden gesloopt. Achter het tuincentrum is de bebouwing van het COA rondom een binnenplaats voorzien (kantoorruimte, ontvangstruimte etc.). Achter deze bebouwing zijn twee woonblokken van 11 en 7 woningen voorzien. Deze woningen worden gepositioneerd rondom een groene ontmoeting- en speelruimte. Aan de zuidzijde van de Kampweg zijn drie woonblokken van 9 woningen voorzien. Deze woonblokken worden gepositioneerd rondom een centraal plein met een activiteitengebouw en ontmoetings- en speelruimte. Op de hiervan zuidelijk gelegen voor ‘Detailhandel – Tuincentrum’ bestemde onbebouwde gronden is geen bebouwing voorzien en blijft groen en open. De beoogde inrichting van het plan is weergegeven in figuur 2.2. De rijwoningen zijn in rood/roze aangegeven en de voorzieningengebouwen met een paarse kleur. In het te handhaven deel van de gebouwen van het tuincentrum wordt een aanvullende voorziening bij de ROL gerealiseerd. Het gaat om een voorziening voor werken/leren van praktische beroepen, eventueel in combinatie met een kleinschalige productiegebonden detailhandelsvoorziening en/of beperkte zorg en horeca, mits gekoppeld aan een werken/leren-traject.

Figuur 2.2

Beoogde inrichting projectgebied

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

7

Het COA is verantwoordelijk voor de veiligheid in en rondom de opvanglocatie. Zij nemen verschillende maatregelen om veiligheid te borgen (in afstemming met de Veiligheidsdriehoek), zoals beveiliging die ten alle tijden aanwezig is, een locatiemanager als aanspreekpunt, verschillende overlegstructuren met omwonenden, gemeente, politie, brandweer en andere belanghebbenden. Daarnaast verzorgt het COA de mensen in hun dagelijkse behoeften, maar ook bij de voorinburgering. Er is sprake van inburgeringsrecht als een vergunning is uitgegeven. Het COA voorziet in dagbesteding in recreatieruimtes zoals sport- en spelruimtes en computerruimtes. Daarnaast werkt het COA nauw samen met lokale vrijwilligersorganisaties die activiteiten ontplooien voor asielzoekers, zoals recreatie, maar ook meer educatief van aard. Indien er kinderen komen, dan regelt het COA in samenwerking met de betrokken gemeente passend onderwijs.

2.3

Ruimtelijke inpassing Landschappelijke en stedenbouwkundige situatie De locatie ligt in het gebied net buiten de stad tussen de lintbebouwing van de Troelstraweg en de vliegbasis. De lintbebouwing bestaat uit een menging van voor- en naoorlogse bouw, grotere boerderijen en kleine vrijstaande woningen. Veelal is er bedrijvigheid te vinden achter de woningen, vaak in een langgerekte vorm op de smalle, maar diepe kavels. De locatie zelf is deels bebouwd en bestaat ook uit grasland en opgaande beplanting. De Kampweg tussen Troelstraweg en vliegbasis is een laan met veel volwassen bomen die de locatie een groen karakter geeft. Kenmerkend voor dit overgangsgebied tussen stad en open land is de afwisseling tussen de lintbebouwing en de zichtlijnen haaks op de weg, langs het groen en op de groene veldje ertussen. Die afwisseling blijft in de opzet van plan behouden omdat de woningen ten westen met het voormalige tuincentrum en de bestaande bebouwing van de woon-werk locatie komen. De landschappelijke en stedelijke structuur waarin het project wordt ingepast is weergegeven in figuur 2.3.

8

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

Figuur 2.5

Inpassing in de landschappelijke en stedenbouwkundige structuur

Ligging en opzet De woningen sluiten niet direct aan op bewoond gebied en liggen in de als het ware in de tweede lijn. Dit zorgt voor een meer informeel en verscholen karakter in een rustige setting en met zicht op de groene omgeving. Als opvanglocatie is deze plek geschikt en beschikbaar. Als woningbouwlocatie heeft het een bescheiden omvang en vormt het een bijzondere aanvulling op de woonmilieus in Leeuwarden. De woningen zijn verdeeld over twee plekken aan weerszijden van de laan en vormen een soort hofjes. Deze stedenbouwkundige opzet functioneert goed voor de functie als opvang, maar is ook passend wanneer de woningen als gezinswoning bewoond worden. De ondersteunende gebouwen van het COA zullen dan plaatsmaken voor groen. Stedenbouwkundig, en op basis van input uit gesprekken met omwonenden, is gekozen voor twee carréopstellingen, waarbij de woningen rondom de centrale voorzieningen staan. Deze opstellen biedt een beschutte en beheersbare omgeving en versterkt sociale binding. Deze opzet biedt bovendien op termijn, bij een transformatie naar wonen, ruimte voor speelplaatsen, openbaar groen en parkeervoorzieningen. Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

9

Verder wordt vanuit het bestaande lint in zuidelijke en westelijke richting ingezet op een overgang van dichtbebouwd naar open gebied, volgens het principe van (van zuid naar noord geredeneerd) onbebouwd, licht bebouwd, dichter bebouwd, de opbouw die de bestaande situatie nu ook kent. De fraaie laanbeplanting langs de Kampweg wordt behouden en vormt een structuurdrager. De bestaande lanen worden aangevuld met nieuw groen om een beschutte en gezonde omgeving te creëren en bovendien een voortzetting vormt van de inrichting van het aansluitende deel van de vliegbasis. Het is de bedoeling om de (tijdelijke) voorzieningengebouwen biobased en circulair gebouwd en met beplanting aangekleed. Om de beoogde landschappelijke inpassing te waarborgen, is een terreininrichting- en beplantingsplan opgesteld, dat als voorschrift in de vergunning wordt opgenomen. Dit terreininrichting- en beplantingsplan is weergegeven in figuur 2.6.

Figuur 2.6

10

Terreininrichting- en beplantingsplan

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

Functionele inpassing Hoewel de projectlocatie nabij de inrichting van de vliegbasis ligt, wordt een relatief rustige woonklimaat verwacht. Het terrein sluit aan bij de facilitaire functies op de basis. De westelijke rijen woningen schermen de rest van het projectgebied bovendien af, zodat de centrum buitenruimten in de luwte liggen. De groene omgeving bevorderd dit. Ook ligt het projectgebied niet in de geluidszone van het luchtvaartverkeer, al zullen de opstijgende en landende vliegtuigen wel hoorbaar zijn, net als in grote delen van Leeuwarden. In hoofdstuk 4 worden deze aspecten nader belicht.

2.4

Verkeer en parkeren Bij herbestemmen van vastgoed in het bestaand stedelijk gebied is de parkeer- en verkeersituatie altijd een aandachtspunt. Uitgangspunt voor dit project is dat er binnen de begrenzing van het projectgebied wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm en dat de ontwikkeling niet leidt tot verkeersknelpunten of verkeersonveilige situaties. Verkeer De locatie is gekozen vanwege de goede aansluitingen op verschillende wijken en de goede bereikbaarheid, zowel per auto als met openbaar vervoer. De combinatie Kampweg en de Troelstraweg hebben voldoende capaciteit voor de verkeersafwikkeling. Theoretisch neemt de verkeersgeneratie niet toe ten opzichte van het in werking zijn van een tuincentrum. De aansluiting op de Troelstraweg is hierop afgestemd. Hier is een linksafvak met voldoende opstelplaatsen aanwezig. De ontwikkeling leidt niet tot extra verkeersbewegingen in het gebied. Uitgaande van de CROW kentallen wordt voor een tuincentrum uitgegaan van 13,3 tot 16,2 mvt/etmaal per 100 m 2 bvo. Het tuincentrum, met een oppervlakte van 4.300 m2, genereert daarmee 572 tot 697 ritten per etmaal. In het nieuwe situatie gaat het om de kantoren en voorzieningen (met personeel) van de ROL. Deze hebben een oppervlakte van 2.500 m2. De kentallen voor kantoren zonder baliefunctie liggen tussen 4,7 en 6,5 mvt/etmaal per 100 m2.

De asielzoekers hebben in principe geen auto, dus voor deze woningen is geen sprake van een verkeersgeneratie. Voor vrije sector huurwoningen, moet uitgegaan worden van 6,7 tot 7,5 mvt/etmaal. De 45 woningen of de kantoren van de ROL genereren daarmee 118 tot 163 ritten per etmaal. Gelet op het nieuwe voorgestelde (en toekomstige) gebruik, wordt wel ingezet op het bevorderen van de verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers. De gemeente zal in het profiel van de Troelstraweg middengeleiders aanbrengen. Dat verbetert de oversteekbaarheid voor langzaam verkeer. Bijkomend voordeel is dat voor automobilisten het uitzicht vanuit de Kampweg op de Troelstraweg verbeterd. Door deze maatregel is het mogelijk om het eenrichtingsverkeer op de Kampweg op te heffen. Door de aanwezigheid van een linksafvak op de Troelstraweg, de beperkte verkeersgeneratie van/naar de ROL en het verbeteren van het uitzicht op de Troelstraweg, ontstaat een acceptabele verkeersafwikkeling.

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

11

Parkeren Gemeentelijke parkeernorm Voor het bepalen van de parkeerbehoefte hanteert de gemeente Leeuwarden de Nota Parkeernormen 2014. De normen voor de verschillende functies zijn gebaseerd om de kencijfers zoals opgenomen in de CROW-publicatie 317. Voor een asielzoekerscentrum zijn geen normen bepaald. Het COA hanteert voor Regionale opvanglocaties in het eigen Programma van eisen een parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats per 10 bewoners. Dat komt neer op een parkeerbehoefte van 45 parkeerplaatsen. Een andere benadering is dat er binnen het projectgebied komen 45 woningen voor asielzoekers en 2.500 m2 aan voorzieningen. Deze zijn qua verkeergeneratie ten hoogste vergelijkbaar met kantoren zonder baliefunctie. Op basis van gemeentelijke parkeernorm moet voor deze kantoren 1,9 parkeerplaats per 100 m2 worden aangelegd. Dat komt neer op ongeveer 48 parkeerplaatsen. Voor de 1.000 m2 te handhaven bebouwing is het gebruik meest vergelijkbaar met een bedrijfsverzamelgebouw, waarbij wordt uitgegaan van 1,8 parkeerplaats per 100 m2. Dit leidt tot een aanvullende behoefte van 18 parkeerplaatsen. In totaal heeft de ROL op basis hiervan een theoretische parkeerbehoefte van 63 parkeerplaatsen. Uitgaande van een worst-case scenario moeten er minimaal 63 parkeerplaatsen aanwezig zijn. Deze plekken zijn beschikbaar op het bestaande parkeerterrein van het tuincentrum.

Hier is in de huidige situatie ruimte voor 76 parkeerplaatsen. Dit is weergegeven in figuur 2.7. Op het bestaande parkeerterrein is bovendien nog ruimte voor de aanleg van extra parkeerplaatsen, zonder terreinverhardingen toe te voegen.

Figuur 2.7

12

Inrichting parkeerterrein

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

Wanneer de functie als ROL komt te vervallen, verdwijnen ook de voorzieningengebouwen. Er wordt dan uitgegaan van 1,6 parkeerplaats per woning (80 tot 120 m 2 gebruiksoppervlak). De parkeerbehoefte daarvoor voor 45 woningen is 72 parkeerplaatsen. Parkeren zou dan ook conform de huidige parkeernormen op eigen terrein opgelost.

2.5

Projectdefinitie / Reikwijdte aanvraag Zoals beschreven in de inleiding van deze onderbouwing voorziet de aanvraag omgevingsvergunning in: - de bouw van 45 woningen (zgn. activiteit bouwen); en - het gebruik van deze 45 woningen voor de huisvesting van maximaal 450 asielzoekers (zgn. activiteit strijdig gebruik); en - het planologisch mogelijk maken van het gebruik van het terrein t.b.v. een ROL en bouwen van voorzieningengebouwen ten dienste daarvan (activiteit strijd gebruik). Het COA zal separaat een bouwaanvraag doen voor de voorzieningengebouwen, welke getoetst zal worden aan deze aanvraag. Bouw van 45 woningen voor het COA (huisvesting van max. 450 asielzoekers) De aanvraag omgevingsvergunning voorziet in de bouw van 45 woningen waarvoor een omgevingsvergunning activiteit bouwen is aangevraagd. En een omgevingsvergunning activiteit strijdig gebruik om deze woningen, in afwijking van het bestemmingsplan, te bouwen én te mogen gebruiken voor de huisvesting van maximaal 450 asielzoekers. Reguliere bewoning wordt met deze omgevingsvergunning niet mogelijk gemaakt. Planologisch mogelijk maken van COA gebouwen en voorzieningen De aanvraag omgevingsvergunning voorziet verder in het planologisch mogelijk maken van het gebruik van het gehele projectgebied als ROL. Tevens voorziet de aanvraag omgevingsvergunning in het planologisch mogelijk maken van voorzieningengebouwen.

En sport- en speelplaatsen met speeltoetsen en andere bouwwerken geen gebouw zijnde. Deze omgevingsvergunning activiteit strijdig gebruik vormt het toetsingskader voor bouwaanvragen voor bouwwerken. Daarmee wordt gebruik gemaakt van artikel 2.7 van de Wabo. Op ‘situatietekening_maatvoering en functie COA gebouwen - act.strijdig gebruik’ is vastgelegd waar bouwaanvragen qua maatvoering en gebruik van het COA aan moeten voldoen. Een uitsnede van deze situatietekening staat figuur 2.8. Kort samengevat maakt deze omgevingsvergunning de volgende drie nieuwe gebouwen planologisch mogelijk: - een activiteitengebouw t.b.v. een ROL. Bouwhoogte max. 8 m. Omvang en situering conform tekening (zie ook figuur 2.8) - een kantoorgebouw t.b.v. een ROL. Bouwhoogte max. 8 m. Omvang en situering conform tekening (zie ook figuur 2.8) - een werkplaats- en opslaggebouw t.b.v. een ROL. Bouwhoogte max. 4 m. Omvang en situering conform tekening (zie ook figuur 2.8)

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

13

Daarnaast wordt met deze omgevingsvergunning: - de functiewijziging van het te behouden tuincentrumgebouw van gebruiksfunctie ‘tuincentrum’ naar gebruiksfunctie ‘kleinschalige bedrijvigheid t.b.v. de ROL’. Maatvoering conform bestaand Tot slot maakt deze aanvraag twee sport- en speelplaatsen mogelijk. De maximaal voorgeschreven bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde (bijv. speeltoestellen, tuinmeubilair) bedraagt max. 6 m.

Figuur 2.8

Fragment situatietekening strijdig gebruik

Activiteitengebouw Sport- en spelvoorzieningen Bijeenkomstfunctie Eetgelegenheden, niet zijnde horeca

Kantoorgebouw Kantoorfunctie en facilitaire ruimten, uitsluitend t.b.v. COA-medewerkers of aan COA gelieerde organisaties of ander personeel t.b.v. de ROL

Werkplaats- opslaggebouw Facilitaire ruimten en opslag ten behoeve van de ROL. Sociale werkplaats t.b.v. de ROL

Bestaand gebouw Leeromgeving (bijv. taalcafé) Integratieomgeving (bijvoorbeeld balie sociale ondersteuning) Werk- en leeromgeving met kleinschalige/ambachtelijke bedrijvigheid t.d.v. ROL*

* Maximaal vergelijkbaar met categorie 2 bedrijven. Eventuele bedrijven die een werk-/leeromgeving willen faciliteren ten behoeve van bewoners van de ROL zullen altijd moet voldoen aan de milieunormen uit het Activiteitenbesluit, dan wel een opvolger daarvan.

14

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

3

Beleid- en omgevingtoets

3.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Het projectgebied valt niet in één van deze gebieden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Gezien het hoge abstractieniveau van de nationale belangen uit de NOVI, heeft het NOVI geen directe implicaties voor de ontwikkeling en kan de voorgenomen ontwikkeling in algemene zin bijdragen aan de belangen uit het NOVI. Het NOVI heeft geen consequenties voor de voorgenomen ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking In het besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de “ladder voor duurzame verstedelijking”. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De overheid staat voor een grote opgave om de opvang van vluchtelingen in goede banen te leiden. Het rijk heeft de wettelijke taak hiervoor en het COA is hiervoor de uitvoerende partij. Al lange tijd zijn dringend nieuwe locaties nodig en sinds de zomer van 2022 is de situatie in Nederland kritisch geworden. Om in de opgave te voorzien is een evidente behoefte aan opvanglocaties, zoals de ROL waarin dit project voorziet.

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

15

De wetgeving definieert het bestaande stedelijk gebied als het ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Gelet ligging van het projectgebied, de bestaande invulling en de huidige bestemming (detailhandel), kan dit worden aangemerkt als bestaand stedelijk gebied. Omdat in de evidente behoefte wordt voorzien door herontwikkeling/inbreiding binnen bestaand stedelijk gebied, kan het project de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking goed doorstaan.

3.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt er onder andere voor leefbaarheid en voorkomt leegstand en verpaupering van bebouwing. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. Dit plan voorziet in de herontwikkeling van bestaand bebouwd perceel. Het plan doet recht aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De provincie bevordert verder het natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt onder andere ingezet op het versterken van de natuur in het stedelijk gebied. Natuurinclusief bouwen is een aspect dat in een omgevingsvergunning opgenomen kan worden. Het gaat om uitvoeringszaken, zoals speciale stenen toe te passen met invliegmogelijkheden voor vleermuizen of een tuininrichting die biodiversiteit stimuleert.

De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging heeft een checklist opgesteld met 40 punten waarmee bij stedelijke ontwikkeling rekening gehouden kan worden. Binnen het plan zijn kansen voor het versterken van de biodiversiteit, door natuur-inclusieve elementen in het plan te integreren. Daar waar mogelijk worden deze natuurinclusieve maatregelen getroffen. Ook het rekening houden met een veranderend klimaat bij nieuwe ontwikkeling een provinciale ambitie. De Provincie streeft naar ‘waterrobuust bouwen’. Dit houdt in dat gebouwen en straten op voldoende hoogte worden aangelegd en dat er voldoende ruimte is voor water in het plan. Paragraaf 4.8 gaat hier verder op in.

Verordening Romte Fryslân In 2014 is de Verordening Romte Fryslân vastgesteld en deze is in 2018 partieel herzien. In de Verordening Romte is een aantal regels van toepassing op het projectgebied.

16

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

Bundeling De verordening streeft naar bundeling van stedelijke functies in het bestaand stedelijk gebied. De begrenzing van het bestaande stedelijk gebied, zoals gehanteerd in de verordening, is weergeven in figuur 3.1. Het plan ligt binnen deze begrenzing en maakt daarmee deel uit van het bestaand stedelijk gebied.

Figuur 3.1

Begrenzing bestaand stedelijk gebied

Geconcludeerd wordt dat het toevoegen van een nieuwe stedelijke functie, zoals de ROL, binnen bestaand stedelijk gebied niet in strijd is met de Verordening Romte 2014. Omgevingsverordening Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ook de Omgevingsverordening Fryslân in werking getreden. De omgevingsvisie stuurt op het gebied van ruimtelijke omgevingsbeleid vanuit de omgevingskwaliteiten. Ook wordt ingezet op zuinig en meervoudig ruimtegebruik en een gezonde en veilige leefomgeving. Ook wordt ingezet op zuinig en meervoudig ruimtegebruik en een gezonde en veilige leefomgeving. Het gaat hierbij voornamelijk om motiveringsvereisten, waarin in deze ruimtelijke onderbouwing al voor een belangrijk deel op vooruit is gelopen. Ook in de nieuwe omgevingsverordening staat het bundelen van stedelijk functies centraal. Ook op dat vlak past de ontwikkeling van de ROL op de beoogde plek binnen de regels van de verordening. Ontgrondingenverordening Friesland Op grond van de Ontgrondingenwet is een ontgrondingsvergunning nodig voor afgravingen. De provincie is bevoegd gezag voor dergelijke ontgrondingen. De Ontgrondingenverordening zijn vrijstellingen opgenomen.

Onder andere is bepaald dat geen vergunning nodig is voor ontgrondingen die noodzakelijk zijn voor de verwerkelijking van een bestemmingsplan of afwijking daarvan, mits is aangegeven dat de verwerkelijking van het plan een ontgronding inhoudt of insluit, de diepte van de ontgronding niet meer bedraagt dan 2,00 m beneden het maaiveld en bij de ontgronding niet meer dan 10.000 m3 bodemmateriaal naar elders wordt afgevoerd of in depot wordt gezet.

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

17

Onder de nieuwe omgevingsverordening van de provincie is deze regel gewijzigd. Hierin is bepaald dat geen vergunning nodig is voor ontgrondingen die noodzakelijk zijn voor de verwerkelijking van een bestemmingsplan of afwijking daarvan en wanneer bij dat besluit de locatie van de ontgronding is opgenomen, de diepte van de ontgronding niet meer bedraagt dan 2,00 m beneden het maaiveld en bij de ontgronding niet meer dan 10.000 m3 (en in voorkomende gevallen meer dan 1.000 m3) bodemmateriaal wordt ontgraven. Voor het plan is watercompensatie nodig. Dit gaat om een beperkte ontgronding, overeenkomstig te situatietekening die is beschreven in paragraaf 2.2 en opgenomen in bijlage 9. Deze wordt minder dan 2 meter diep en de vrijkomende grond wordt binnen het projectgebied toegepast en er wordt minder dan 10.000 m3 ontgraven. De ontgronding valt daarmee binnen de vrijstellingsgrenzen uit zowel de ontgrondingenverordening als de omgevingsverordening. De locatie namelijk in de aangevraagde stukken aangegeven, de sloot wordt maximaal 1,5 meter diep, waarmee maximaal 150 m3 wordt ontgraven. Hiervoor is zodoende geen ontgrondingvergunning nodig. Conclusie Dit project is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Leeuwarden De leefomgeving gaat de komende jaren veranderen. Grote maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en woningbouw vragen om antwoorden én om ruimte. Om hier sturing aan te geven heeft de gemeenteraad op 22 december 2021 de integrale Omgevingsvisie Leeuwarden vastgesteld. De gemeente zet drie ontwikkelprincipes in om de om de stap te maken van opgaven naar uitwerking en gebiedsgerichte ontwikkeling. Deze ontwikkelprincipes zijn vergroenen, verbinden en verwaarden, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de stad, de dorpen en het buitengebied. De stad is het voorzieningencentrum, waar wordt ingezet op het aanbieden van voldoende zorgfuncties. Specifieke uitspraken ten aanzien van het onderhavige project of de locatie worden niet gedaan. Het project sluit wel aan op de algemene ontwikkelprincipes, waaronder verwaarden, vergroenen en verbinden. Verwaarden Het plan voorziet in de herbestemming van een Tuincentrum locatie met de bijbehorende kassen en bouwgronden. Dit sluit aan op het ontwikkelprincipe ‘verwaarden’ waarbij houdt de gemeente prioriteit geeft aan herontwikkeling van gebouwen en bestaande bebouwde gebieden boven het ontwikkelen van nieuwe uitbreidingslocaties.

Op de ROL worden asielzoekers opgevangen in woningen met een hoge beeldkwaliteit die bij een eventueel functieverlies omgezet kunnen worden omgezet naar een reguliere woonfunctie. Zo wordt waardeverlies voorkomen op het moment dat de ROL haar functie verliest. De gebouwen van het COA zullen er wel tijdelijk staan maar worden uit hoogwaardige modulair materiaal opgebouwd zodat deze eventueel later gedemonteerd kunnen worden en op een andere locatie kunnen worden herbouwd.

18

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

Verbinden De ROL wordt op een locatie gebouwd met een goede OV en fietsverbinding richting wijk- en centrumvoorzieningen (bijv. scholen, sportclubs en supermarkten). Hiermee wordt geborgd dat de bewoners in verbinding staan met de rest van de stad. De verbindingen met de omliggende woongebieden worden verbeterd door voet- en fietsverbindingen op eigen terrein aan te leggen waardoor het terrein (gescheiden van het autoverkeer) wordt ontsloten op de Mr. P.J. Troelstraweg. Tussen de woonblokken komen voorzieningen voor sport, spel en ontmoeting. Deze voorzieningen komen het woon- en leefklimaat maar ook de verbinding tussen bewoners onderling ten goede. Deze voorzieningen zijn ook toegankelijk voor bezoekers en kunnen daarmee ook voor verbinding zorgen tussen mensen binnen- en buiten het AZC. Een deel van het tuincentrum blijft behouden en krijgt een functie ter bevordering van de integratie van de bewoners van de ROL. Gedacht wordt aan een werk-/leer omgeving voor kleinschalige bedrijvigheid. Hiermee wordt ontmoeting en arbeidsparticipatie gestimuleerd. Uit ervaring in andere Opvanglocaties welke ontwikkelaar en COA gezamenlijk beheren blijkt dat deze functie zorgt voor verbinding door dat ontmoeting tussen verschillende culturen wordt gefaciliteerd. Daarnaast vindt er integratie plaats door arbeidsparticipatie en is dit tegelijkertijd een zinvolle dagbesteding.

Vergroenen De nieuwbouw wordt zoveel mogelijk geconcentreerd op reeds bebouwde gronden. Het bestaande parkeerterrein wordt benut om parkeren op afstand van de woonfunctie te realiseren. Hierdoor kan een groene leefomgeving worden gerealiseerd wat het woon- en leefklimaat ten goede komt. Een deel van de nieuwbouw wordt gesitueerd op nog onbebouwde bouwgronden. De rest van de nog onbebouwde bouwgronden blijft echter open en zal een meer parkachtige uitstraling krijgen wat de biodiversiteit ten goede komt. Tot slot worden de mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen zoveel mogelijk benut. Voor de gebouwen van het COA wordt gebruik gemaakt van groene daken en vogelhuisjes en insectenhotels aan de gevels. Gemeentelijk woonbeleid De aanvraag omgevingsvergunning voorziet niet in de bouw van woningen met een reguliere woonfunctie. Strikt formeel gezien hoeft de aanvraag dus ook niet getoetst te worden aan het huidige gemeentelijk woonbeleid. Deze woningen zijn echter deze wel zodanig vormgegeven dat de functie hiervan eenvoudig kan worden omgezet naar een reguliere woonfunctie indien de functie als ROL in de toekomst zou komen te vervallen. Aangezien het voornemen is dat de ROL in de toekomst eenvoudig getransformeerd kan worden naar een reguliere woonbuurt is het zinvol om het plan te toetsen aan het huidige gemeentelijk woonbeleid.

Dan kan immers op voorhand beter worden ingeschat of een transformatie van een ROL naar een reguliere woonbuurt kansrijk is. Hier dient bij te worden opgemerkt dat als de ROL haar functie verliest een afwijkingsprocedure moet worden doorlopen om de functie van de woningen te wijzigen naar een reguliere woonbestemming. Een toekomstige afwijkingsprocedure zal dan getoetst moeten worden aan het dan geldende gemeentelijk woonbeleid. Het kan zijn dat dit woonbeleid afwijkt van het vigerende woonbeleid. Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

19

De woningen worden deels gesitueerd op gronden die bebouwd zijn. En deels op gronden die onbebouwd zijn maar waarvan de huidige bestemming wel de bouw van kassen toestaat. In die zin is sprake van herstructurering van (planologisch) bestaande bebouwing. De gronden vallen binnen de provinciale contouren van bestaand stedelijk gebied en liggen daarmee binnen de bebouwde kom grens van Leeuwarden. Herstructurering van bestaande bouwgronden binnen bestaand stedelijk gebied is in overeenstemming met het gemeentelijk woonbeleid. Herstructurering van (planologisch) bestaande bebouwing in de bebouwde kom is in het kader van duurzaam- en efficiënt ruimtegebruik een gewenste ontwikkeling. Door binnen de bebouwde kom te bouwen worden woningen nabij bestaande voorzieningen gebouwd. En door gronden te bebouwen die reeds zijn bebouwd, of planologisch gezien mogen worden, beperkt de noodzaak tot het bebouwen agrarische bestemde gronden in het buitengebied om te voorzien in de woonbehoefte. Verder voorziet het plan in de bouw van ruime ééngezinswoningen met een oppervlak ruim boven de minimale norm van 65 m2. Het plan is daarmee in overeenstemming met het woonbeleid (afwegingskader woningbouw). Verder sluit het plan aan bij de volkshuisvestingsvisie van de ongedeelde stad. Een ongedeelde stad betekent dat buurten een gemengde opbouw van de bevolking kennen.

En waar het prettig wonen is voor verschillende typen huishoudens. Dat is mogelijk indien er in alle buurten voor alle inkomensgroepen een passend aanbod beschikbaar is. Dit betekent ook dat er in wijken waar minder dan 30 % sociale huur aanwezig is, en dat is hier het geval, dat bij grotere nieuwbouwontwikkelingen (vanaf 20 woningen) minimaal 30% in het sociale huursegment moet vallen. De woningen zullen te zijner tijd in verschillende segementen worden weggezet. Deels lage segment/ deels middensegment. Omdat het lastig is om in de tijd zo ver vooruit te kijken, we niet weten wat de huurregels op dat moment zullen zijn, is het lastig om een harde uitspraak voor nu te doen. Aannemelijk is dat 30 % sociale huur moet lukken. Duurzaam Leeuwarden, de sterke stad De gemeente Leeuwarden bevordert op haar grondgebied actief het verduurzamen van de gemeente. Deze verduurzaming richt zich op een aantal aspecten, waaronder energieverbruik, verantwoordelijk watergebruik en waterkwaliteit, ecologie en het beperken van afval. De focus ligt op de thema's energie en water. Om dit beleid te verwezenlijken, heeft de gemeenteraad op 29 november 2010 de visie Duurzaam Leeuwarden, de sterke stad vastgesteld. Deze visie gold voor de periode van 2011 tot en met 2020.

Bij het werken aan een duurzaam Leeuwarden staan twee ambities centraal: een klimaatbestendige stad en een klimaatneutrale energie- en warmtevoorziening. De gemeente focust op het faciliteren en aanjagen van sleutelprojecten die bijdragen aan een aardgasloze toekomst en een klimaatadaptieve gemeente in 2035. Dit betekent dat in de bestaande woningbouw en bedrijfsgebouwen fors energie bespaard moet worden of dat er duurzaam opgewekte energie gebruikt wordt. Voor nieuwbouw betekent het dat de gemeente verdergaande doelen dan de eisen van het Bouwbesluit nastreeft en dat de gemeente de lijst Duurzaam Bouwen hanteert.

20

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

Bij de uitwerking van het bouwplan dient rekening gehouden te worden met de door de gemeente gehanteerde energienorm.

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

21

4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Algemeen In dit hoofdstuk wordt het project getoetst aan de milieu- en omgevingsaspecten, volgens sectorale wet- en regelgeving, maar ook volgens het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is dit toetsingskader verandert. De sectorale wet- en regelgeving die relevant is voor de fysieke leefomgeving is opgenomen in de Omgevingswet, dan wel in de daarbij behorende besluiten (met name Besluit kwaliteit leefomgeving en Besluit activiteiten leefomgeving). Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is aangepast naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Omdat de aanvraag is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt deze nog getoetst aan de kaders voor een goede ruimtelijke ordening. Wel is – voor zover relevant – per aspect aangegeven wat de gevolgen zijn van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ook is het thema gezondheid toegevoegd.

4.2

Beschermen van gezondheid Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet (artikel 1.3 sub a). De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet wordt dit aspect breed gemotiveerd. Van belang is dat de kwaliteit van de leefomgeving door de activiteit verbetert of in elk geval niet (onevenredig) verslechtert. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in de hiernavolgende paragrafen gemotiveerd. Deze paragraaf beperkt zich tot het beschermen van gezondheid in algemene zin. Dus op de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid.

Met dit project hangen geen bijzondere omstandigheden samen, waardoor het verlenen van de vergunning in potentie leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid.

4.3

Mer-beoordeling Toetsingskader In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten planmer-plichtig, projectmer-plichtig of merbeoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer deze niet worden overschreden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten beoordelen of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit

22

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

wordt een vormvrije mer-beoordeling genoemd. Daarbij moet wordt getoetst op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, maar hoort geen formele procedure. De omstandigheden betreffen de kenmerken van de projecten, de plaats van de projecten en de kenmerken van de potentiële effecten. De aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject is in het besluit opgenomen als beoordelingsplichtige activiteit. De drempelwaarden die hierbij horen zijn een oppervlakte van 100 hectare, een aaneengesloten gebied met 2.000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Omgevingswet Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is wordt afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Een ‘vormvrije’ mer-beoordeling bestaat hierin niet meer. De drempelwaarden voor een stedelijk ontwikkelingsproject zijn daarbij geschrapt. Jurisprudentie over de vraag of een project wordt aangemerkt als zodanig, kan nog steeds worden gevolgd. Vormvrije mer-beoordeling De activiteit die dit project mogelijk maakt wordt gezien als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Het college van burgemeester en wethouders heeft op basis van de ingediende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling een mer-beoordelingsbesluit genomen.

Besloten is dat bij de voorbereiding van het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning voor de ROL geen MER behoeft te worden opgesteld. Dit besluit is opgenomen in bijlage 1.

4.4

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. De Handreiking gaat uit van een gemiddelde bedrijfsvoering voor de bedrijfscategorieën voor het bepalen van de richtafstanden. Er kan gemotiveerd worden afgeweken van deze afstanden. Vanuit de VNG-systematiek geldt een stappenplan. Wanneer niet wordt voldaan aan de richtafstand is onderzoek nodig om te beoordelen of wordt voldaan aan de richtwaarden (waarbij geluid veelal maatgevend is). Volgens de systematiek en op basis van vaste jurisprudentie wordt de richtafstand gemeten vanaf de belastende inrichtingen tot aan de gevels van de woningen (of andere gevoelige functies). Vanuit een goede ruimtelijk ordening is het wel gewenst om per geval te beoordelen of er in de tuin sprake is van een goed leefklimaat.

Basisuitgangspunt is dat met het ter plaatse van de gevels voldoen aan de richtwaarden als vastgelegd in de VNG-uitgave, ook de buitenruimten/tuinen voldoende zijn beschermd. Waar de tuinen veel dichter bij de bedrijven liggen is dit nader beschouwd in de onderzoeken.

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

23

Gebiedstype De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. Voor een gemengd gebied wordt voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat, zowel vanuit goede ruimtelijke ordening als voor het milieuspoor, een richtwaarde voor geluid van 50 dB(A) voor het langtijd gemiddeld beoordelingsniveau en 70 dB(A) voor de maximale niveaus. Het gaat om etmaalwaarden, in de avond- en nachtperiode zijn de richtwaarden respectievelijk 5 en 10 dB lager. Vanuit de gemeente Leeuwarden wordt het bieden van een rustige woonomgeving als een belangrijke kernwaarde gezien. Daartegenover staan ook belangen vanuit duurzaam ruimtegebruik, voldoende en betaalbare woningen en het bieden van een gedifferentieerd aanbod aan verschillende woonmilieus. Vanuit deze belangen is ervoor gekozen om op een binnenstedelijke plek, aansluitend op een gemengd lint met bedrijven én gelegen in de geluidszone van de militaire vliegbasis, te beschouwen als een gemengd gebied. Dit is namelijk een gebied met een matige tot sterke functiemenging, waarin direct naast woningen ook komen andere functies, zoals bedrijven, voorkomen. Hier kan dus de verhoogde milieubelasting voor geluid, de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen.

Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend. Om die reden wordt de locatie als ‘gemengd gebied’ beoordeeld. Vaste jurisprudentie ten aanzien van dit onderwerp ondersteund deze keuze. Beoordeling ROL Bij het aspect geluid in het ruimtelijke spoor gaat het om bescherming van mensen tegen geluidhinder maar ook tegen gezondheidseffecten door geluid. Hierbij wordt voor functies bescherming tegen geluid geboden door diverse wetten. Of een asielzoekerscentrum geluidsgevoelig is, hangt af van het planologisch kader. Wanneer dit bewoning toestaat, dan is er sprake van een geluidgevoelig object. In dit geval staat het bestemmingsplan geen bewoning toe en maakt dit ook (nog) geen deel uit van de aanvraag. Vanuit een goede ruimtelijke ordening vraagt vanuit gezondheidsoverwegingen wel om een beoordeling van het woon- en leefklimaat. Hierbij komt dat het plan erop is gericht dat na verloop van tijd een woonbuurtje ontstaat, waarmee bewoning wel wordt toegestaan. Daarom wordt dit project beschouwd als zijnde een nieuw woongebied in een gemengd gebied. Aanwezige bedrijven Lint Troelstraweg In de nabijheid van het plangebied komen verschillende bedrijven of andere milieubelastende activiteiten in het lint aan de westzijde van de Troelstraweg voor. Het gaat voornamelijk om lichte vormen van bedrijvigheid, uit milieucategorie 2.

Voor dit plan is het bedrijfsverzamelgebouw aan de noordzijde relevant. Voor deze inrichting geldt een richtafstand van 10 meter tot woningen in een gemengd gebied. De woningen/verblijfsgebouwen komen allemaal op grotere afstand te staan. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstanden.

24

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

Ter hoogte van het projectgebied is aan de Troelstraweg ook een tankstation gevestigd. Omdat hier LPG kan worden getankt (begrenst tot 1.000 m3/jaar) valt dit bedrijf in categorie 3.1, waarbij een richtafstand van 50 meter voor gevaar geldt. Ook aan deze afstand wordt voldaan. In paragraaf 4.4 wordt ingegaan op de externe veiligheidsrisico’s. Vliegbasis Leeuwarden De vliegbasis kan beschouwd worden als luchthaven of als defensie inrichting, zoals bedoeld in de VNG-bedrijvenlijsten. Uitgaande van de meest belastende inrichting, een luchthaven, wordt uitgegaan van een categorie 6 inrichting. Daarbij hoort een richtafstand van 1.500 meter. Bepalend zijn geluid (1.500 meter) en gevaar (500 meter). Ook geurhinder en (fijn)stof zijn relevante parameters, met richtafstanden van 200 en 50 meter. De inrichting van de vliegbasis ligt vrijwel direct naast het projectgebied, waarmee niet wordt voldaan aan de richtafstanden. In dit geval liggen de feitelijke onderdelen van de luchthaven, zoals de landingsbanen, werkplaatsen en dergelijke, op ruim 500 meter vanaf het projectgebied. Het gebied aansluitend op het plan is een facilitair onderdeel, met verblijfsruimten, recreatie, kantoren en expeditie. Van hieruit gaat geen grote mate van milieubelasting.

Gelet op de aanwezigheid van diverse milieugevoelige functies in het lint langs de Troelstraweg, is het in gebruik nemen van deze gronden als wezenlijk onderdeel van de luchthaven ook niet reëel. Daarmee zijn geurhinder en hinder door (fijn)stof in redelijkheid uit te sluiten. Voor geluid geldt dat voor de vliegbasis een geluidszone is vastgesteld. Op de zonegrens mag de geluidsbelasting maximaal 50 dB(A) bedragen. Binnen de zone kan een hogere waarde van maximaal 55 dB(A) worden vastgelegd. Paragraaf 4.3 gaat hierop nader in, op basis van een akoestisch onderzoek. De conclusie luidt dat op basis van een saneringsprogramma uit 1997 en een op basis daarvan genomen beschikking (1998) een 55 dB(A) ‘saneringscontour’ is vastgesteld. De situering van de woningen/verblijfsruimten is op deze contour afgestemd, op basis waarvan geconcludeerd wordt dat voldaan wordt aan de maximale hogere waarde van 55 dB(A). De inrichting van het projectgebied is zodanig dat er geluidsluwe buitenruimten ontstaan, waarmee een goed woon- en leefklimaat te garanderen is op deze plek. Op de externe veiligheidsaspecten (gevaar) vanuit de vliegbasis wordt in paragraaf 4.4 ingegaan. Het projectgebied ligt in de buitenste rand van de C-zone voor explosieven. De opslag van explosieven binnen de Vliegbasis Leeuwarden heeft in verband met de geldende C-zone geen invloed op de ruimtelijk ontwikkeling.

Geluidsbelasting ROL Een ROL wordt ook gezien als inrichting, dat een geluidsuitstraling naar de omgeving heeft. In het akoestisch onderzoek, dat is opgenomen in bijlage 2, is een beoordeling opgenomen van geluidsaspecten van functies en installaties van de ROL. Geconcludeerd wordt dat een relevante geluidbijdrage vanwege deze functies niet te verwachten is. Dit geldt zowel voor de nieuwe woningen binnen het projectgebied, als de bestaande woningen buiten het projectgebied.

Mr. P.J. Troelstraweg 165a in Leeuwarden, Regionale opvanglocatie vluchtelingen 23-845-1 | Definitief, V2.1

25

De kleinschalige, ambachtelijke bedrijvigheid die als onderdeel van de ROL wordt beoogd in het te handhaven gebouwdeel, zijn ten hoogste vergelijkbaar met een tuincentrum, vallend in milieucategorie 2. Aan de richtafstand van 10 meter tot woningen in een gemengde omgeving wordt voldaan, waarmee hinder is uit te sluiten. Tot slot is zijn zowel de interne effecten (binnen het projectgebied) als de externe effecten van het geluid van warmtepompen in het onderzoek beoordeeld. Geconcludeerd wordt dat er buiten het projectgebied geen significante geluidbijdrage vanwege de warmtepompen te verwachten is. Intern geldt dat, ook wanneer rekening wordt gehouden met cumulatie van verschillende geluidbronnen, een goed woon- en leefklimaat te garanderen is. Conclusie De ROL wordt ontwikkeld in een gemengde omgeving. Er wordt voldaan aan de richtafstanden voor de bedrijven, behoudens de vliegbasis. Voor de vliegbasis geldt dat nabij het plan alleen licht belastende onderdelen aanwezig zijn. De geluidsuitstraling en gevaarcontouren zijn in andere wetgeving geregeld. Op basis van de beschikbare informatie kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een aanvaardbare mate van geluid en gevaar. Het plan is bovendien geoptimaliseerd, door het creëren van geluidluwe ruimten. Er is in de beoogde situatie dan ook sprake van een verantwoorde milieuzonering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=3e250555-26a5-4165-aa64-fb11d0299eaf