Ruimtelijke onderbouwing incl. bijlagen
Tekst van het document
Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat het dichtstbijzijnde NNN gebied is gelegen op een afstand van 400 meter. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Alde Feanen bedraagt 2,6 kilometer. Het project ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het project (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Het Natura 2000-gebied Alde Feanen is wel gevoelig voor stikstofdepositie. Gezien de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling kunnen significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen derhalve worden uitgesloten. De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie Friesland staan de uitvoering van het project dan ook niet in de weg. Soortenbescherming In de huidige situatie bestaat het gebied uit braakliggende gronden ofwel grasland. Het plan voorziet in de realisatie van een jachthaven ter plaatse. De benodigde werkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling kunnen leiden tot aantasting van de te beschermen natuurwaarden. Op 9 februari 2018 is door Adviesbureau Mertens een verkennend Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling: Uitbreiding Jachthaven, Leechlan 4 te Grou
veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten (bijlage 1). Uit dit onderzoek blijkt dat er sprake is van de aanwezigheid van algemene broedvogels Het voorkomen van en effecten op vleermuizen en vogels met vaste rust en verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in provincie Friesland. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Er is geen ontheffing nodig voor de benoemde soorten van de lijst ‘overige’ beschermde soorten, omdat in de provincie Friesland hiervoor een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Overtreding van de Wet natuurbescherming kan worden voorkomen door de volgende maatregelen in acht te nemen: -
Bij aanvang en tijdens werkzaamheden dient er rekening te worden gehouden met broedende vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of wanneer er geen broedgeval aanwezig is. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 juli (bron: website vogelbescherming).
Met inachtneming van bovenstaande worden negatieve effecten op de soorten uitgesloten. Er treden dan ook geen belangrijke negatieve milieugevolgen op. Archeologie Voor het projectgebied geldt een lage tot middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de steentijd en de bronstijd in de top van het in de ondergrond aanwezige dekzand. Bij ingrepen boven de 500 m2 is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dit archeologisch onderzoek is op 2-2-2018 door De Steekproef uitgevoerd (bijlage 2). Uit het onderzoek blijkt dat binnen het gehele gebied geen relevante archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Effecten op de archeologische waarden kunnen worden uitgesloten. Cultuurhistorie In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit braakliggende gronden zonder waardevolle bebouwing. In de grond zijn eveneens geen cultuurhistorische monumenten aanwezig. Er zijn in het projectgebied dus geen cultuurhistorische waarden aanwezig, negatieve effecten voor dit aspect kunnen op voorhand worden uitgesloten. Bodem Voor de beoogde situatie wordt circa 10.000 m3 grond afgegraven (10.000 m2 * 1 m diepte). De afgegraven grond wordt binnen het project hergebruikt voor de realisatie van de nieuwe kering. Gezien het huidig gebruik (agrarisch perceel) van de te ontgraven grond worden er geen ernstige verontreinigingen verwacht.
De beoogde ontwikkeling betreft een uitbreiding van een jachthaven en daarmee de aanpassing van een inrichting. Hiervoor dient een (nul situatie) bodemonderzoek te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Na beëindiging van de inrichting zal een eindsituatie onderzoek plaatsvinden. De eventuele verontreiniging zal door de veroorzaker worden hersteld. Belangrijke nadelige milieugevolgen op het gebied van bodemkwaliteit kunnen dan ook worden uitgesloten.
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling: Uitbreiding Jachthaven, Leechlan 4 te Grou
Water Uit de legger van het Wetterskip Fryslân blijkt het volgende: De projectlocatie is gelegen binnen de kern en beschermingszone van een regionale kering. Met de ontwikkeling zal de Kering gedeeltelijk worden verlegd. Voor activiteiten binnen de kern en beschermingszone van kering dient een vergunning te worden verleend op grond van de waterwet. Met het wetterskip wordt overleg gevoerd. Het voorkomen van overlast door oppervlaktewater: Met de realisatie van de jachthaven wordt 10.000 m2 open water gerealiseerd. Er wordt vrijwel geen verhard oppervlak toegevoegd. Ten westen van de projectlocatie is een hoofdwatergang gelegen met een beschermingszone van 5 meter. Het profiel van deze hoofdwatergang blijft gehandhaafd. Ten noorden van de projectlocatie is een hoofdwatergang gelegen met een beschermingszone van 5 meter aan weerszijden. De beschermingszone blijft gehandhaafd. Ten oosten van de projectlocatie is een schouwwatergangen gelegen. Het onderhoud wordt door de aanliggende eigenaar uitgevoerd. Deze situatie blijft gehandhaafd. Het afvalwater wordt gescheiden van het hemelwater afgevoerd via het bestaande gemeentelijke rioolstelstel en aangeboden voor zuivering. Het hemelwater zal afstromen op het aanwezige oppervlaktewater. Zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase worden geen uitlogende materialen gebruikt.
Figuur: Uitsnede legger Wetterskip Fryslân, Globale ligging plangebied rood.
Belangrijke nadelige milieugevolgen op het gebied van water kunnen worden uitgesloten indien wordt voldaan aan de regels die de Keur stelt. Duurzaamheid Met de uitbreiding van de jachthaven wordt rekening gehouden met duurzaamheid. Alle materialen worden zoveel mogelijk circulair gebruikt. De vrijkomende grond wordt binnen het eigen perceel hergebruikt bij de realisatie van de nieuwe kering. De walbeschoeiing (beton) en het toiletgebouw worden hergebruikt van een locatie elders uit het land. Er zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen op het gebied van energie en duurzaamheid optreden.
Randvoorwaarden In de voorgaande sectorale analyses zijn verschillende randvoorwaarden benoemd die in acht dienen te worden genomen met het oog op de mogelijke milieugevolgen. Daarbij gaat het in het bijzonder om de volgende maatregelen: Het voorzien van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein (hiervoor is voldoende ruimte aanwezig).
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling: Uitbreiding Jachthaven, Leechlan 4 te Grou
-
Bij aanvang en tijdens werkzaamheden rekening houden met broedende vogels door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of wanneer er geen broedgeval aanwezig is. Het gescheiden afvoeren van het afvalwater/hemelwater en geen gebruik maken van uitlogende materialen tijdens de bouwfase en de gebruiksfase. M.b.t. de werkzaamheden aan de kering zal worden voldaan aan de regels die de Keur stelt.
Cumulatie In de omgeving van het beoogde ziekenhuis vinden geen ontwikkelingen plaats die in samenhang met de ontwikkelingen binnen het plangebied kunnen leiden tot relevante cumulatie van milieugevolgen. Conclusie Het project omvat de uitbreiding van een jachthaven in agrarisch gebied. Gebleken is dat het projectgebied en de omgeving niet extra kwetsbaar zijn. De potentiële effecten zijn beperkt en bestaan vooral uit effecten op de waterhuishouding, soortenbescherming en archeologie. Gelet op de aard en relatieve omvang van het project, de plaats hiervan en de kenmerken van de potentiële effecten worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met de randvoorwaarden, geen belangrijke negatieve milieugevolgen aan de orde kunnen zijn die het opstellen van een MER nodig maken. Bijlagen -
Bijlage 1, rapport quick scan Flora- en fauna Jachtwerf Leechlan te Grou 2018.2888 Bijlage 2, 20180202 grou Leechlan
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling: Uitbreiding Jachthaven, Leechlan 4 te Grou
BIJLAGE 6
Verkennend bodemonderzoek Leechlân 4 te Grou
Opdrachtgever Jachtwerf Leechlân Leechlân 4 9001 ZH GROU
Projectnummer
Autorisatie
180199
Redactie:
paraaf
Dhr. W.J. Slouwerhof Eindredactie/kwaliteitscontrole: Dhr. D.J. Westra
Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV Singel 60, 9001 XP GROU Telefoon: +31 (0) 566-653130 Internet: www.bodemvisie.nl Rabobank, rekeningnummer NL38 RABO 0118.7529.79 KvK-nummer 58074201, BTW-nummer: NL852861825B01
paraaf
datum
status
13-4-2018
Definitief
Datum
status
13-4-2018
Definitief
Project
: Verkennend bodemonderzoek Leechlân 4 te Grou
Projectnummer
: 180199
INHOUD 1
INLEIDING
3
1.1
Voorwaarden en uitgangspunten
3
1.2
Indeling rapportage
3
2
VOORONDERZOEK
4
2.1
Algemeen
4
2.2
Bekende gegevens
4
2.3
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese
4
3
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
5
3.1
Algemeen
5
3.2
Veldwerkzaamheden
5
3.3
Chemisch-analytisch onderzoek
5
3.4
Toetsingskader
6
4
RESULTATEN
7
4.1
Zintuiglijke waarnemingen
7
4.2
Analyseresultaten boven- en ondergrond
8
4.4
Interpretatie onderzoeksresultaten
9
4.5
Toetsing hypothese
9
5
CONCLUSIES EN ADVIES
10
BIJLAGEN: 1.
Topografische ligging
2.
Situatietekening met boorlocaties
3.
Profielbeschrijvingen
4.
Analysecertificaten
5.
Toetsing analyseresultaten
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
2 van 10
Project
: Verkennend bodemonderzoek Leechlân 4 te Grou
Projectnummer
: 180199
1
INLEIDING In opdracht van jachtwerf Leechlân bv is door Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het Leechlân 4 te Grou. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen uitbreiding van de bestaande jachthaven. Doel van het bodemonderzoek is het bepalen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) teneinde een uitspraak te kunnen doen over de actuele bodemkwaliteit en of deze al dan niet een belemmering vormt voor de beoogde graafwerkzaamheden.
1.1
Voorwaarden en uitgangspunten Bij een verkennend bodemonderzoek dienen de volgende normen te worden gevolgd. -
Voorafgaand aan het bodemonderzoek dient een vooronderzoek conform de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5725: “Bodem, leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” te worden verricht.
-
Het verkennend bodemonderzoek dient te voldoen aan de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5740: “Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek”.
Volledigheidshalve merken wij op dat Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV een onafhankelijk opererend adviesbureau is, welke op generlei wijze verbonden is met de opdrachtgever voor het onderzoek of de eigenaar van de onderzoekslocatie.
1.2
Indeling rapportage In het onderhavige rapport wordt eerst ingegaan op de locatiegegevens en het vooronderzoek. Vervolgens komen de veldwerkgegevens, het laboratoriumonderzoek en de analyseresultaten aan bod. De rapportage wordt afgesloten met een bespreking van de analyseresultaten en de bijbehorende conclusies.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
3 van 10
Project
: Verkennend bodemonderzoek Leechlân 4 te Grou
Projectnummer
: 180199
2
VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725. In het kader van het vooronderzoek is informatie ingewonnen uit de volgende bronnen:
2.2
-
informatie van de opdrachtgever;
-
informatie van provincie Fryslân (NAZCA-I);
-
interpreteren van topografische en geohydrologische kaarten;
-
interpretatie van tekeningen van de huidige situatie;
-
een locatie-inspectie.
Bekende gegevens De onderzoekslocatie is gelegen aan het Leechlân 4 te Grou. De locatie staat kadastraal bekend als: gemeente Grouw, sectie G, nummer 393. De onderzoekslocatie is gesitueerd ten noorden van de bestaande jachthaven en heeft een totale oppervlakte van circa 10.000 m2. Als
onderdeel
van
het
vooronderzoek
is
historische
informatie
ingewonnen
uit
het
bodeminformatiesysteem van de Provincie Fryslân en de Friese gemeenten (NAZCA-I). Hieruit blijkt dat van de onderzoekslocatie geen gegevens bekend zijn. De onderzoekslocatie is altijd in gebruik geweest als weiland. Op basis van een luchtfoto blijkt dat op de onderzoekslocatie twee verdachte deellocaties aanwezig zijn, te weten de kade langs het bestaande water en de botenopslag. In overleg met dhr. M. van Eerde van de gemeente Leeuwarden is besloten alleen de verdachte deellocaties te onderzoeken en het onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater achterwege te laten. De botenopslag heeft een oppervlakte van circa 400 m² en de kade heeft een lengte van circa 80 meter en een breedte van circa 3 meter.
2.3
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoeksstrategie gehanteerd voor een onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). NB: Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie (gebaseerd op de Nederlandse Norm (NEN) 5740), welke is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Tevens wordt erop gewezen, dat onderhavig onderzoek een momentopname is.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
4 van 10
Project
: Verkennend bodemonderzoek Leechlân 4 te Grou
Projectnummer
: 180199
3
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1
Algemeen De werkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000 protocol 2001: ‘Plaatsen van handboringen. Voor dit protocol is Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV in het bezit van een procescertificaat (certificaatnummer: VB-079), welke is afgegeven door SGS Intron Certificatie BV. De chemische analyses zijn uitgevoerd door het de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium Synlab te Rotterdam. Het onderzoeksprogramma is in tabel 3.1 opgesomd. Tabel 3.1: onderzoeksprogramma Locatie
Bodemlaag
Te verrichten onderzoek
Aantal
Analysepakket
Botenopslag (ca. 400 m2)
Bovengrond
2 x boring tot 0,5 m-mv
1
standaardpakket grond
Ondergrond
3 x boring tot 2,0 m-mv
1
standaardpakket grond
Bovengrond
5 x boring tot 2,0 m-mv
1
standaardpakket grond
1
standaardpakket grond
analyses
Kade/oever (ca. 240 m²)
Ondergrond Toelichting op tabel: m -mv: Standaardpakket grond:
3.2
meter minus maaiveld; metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK (VROM 10), minerale olie, PCB’s;
Veldwerkzaamheden Het veldwerk is uitgevoerd op 21 maart 2018 (plaatsen boringen) door de heer D.P. Pilat. De locaties van de boringen staan weergegeven op de situatietekening (bijlage 2). Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen als bijlage 3. De globale bodemopbouw en de relevante zintuiglijke waarnemingen zijn beschreven in paragraaf 4.1. Voor het vaststellen van een eventueel aanwezige olieverontreiniging is gebruik gemaakt van de olie-opwater-test. De grootte en de kleurschakering van de oliefilm op het werkwater geven een indicatie van de mate van verontreiniging. Voor het laboratoriumonderzoek zijn van de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) uit iedere boring grondmonsters genomen. Uit de boringen tot 2,0 m-mv is per iedere halve meter een grondmonster genomen. Bodemlagen met afwijkende kenmerken (textuur, kleur, aanwezigheid bodemvreemd materiaal, etc) zijn apart bemonsterd.
3.3
Chemisch-analytisch onderzoek De samenstelling van de analysepakketten is als volgt: Standaardpakket grond: -
zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink;
-
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK);
-
PCB’s (Polychloorbifenyl);
-
minerale olie (GC).
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
5 van 10
Project
: Verkennend bodemonderzoek Leechlân 4 te Grou
Projectnummer
: 180199
3.4
Toetsingskader De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Wet Bodembescherming. Het toetsingskader bestaat uit achtergrond- (voor grond) en streefwaarden (voor grondwater) alsmede interventiewaarden. Het gemiddelde van achtergrondwaarde en de interventiewaarde wordt als tussenwaarde aangeduid. Een beschrijving van de waarden is hieronder weergegeven: Achtergrondwaarden (AW) De achtergrondwaarden geven de milieuhygiënische kwaliteit voor bodem, waarop geen locatiespecifieke bodembelasting is opgetreden. De achtergrondwaarden geven derhalve de gemiddelde gehalten van de parameters in gebieden, waarin geen antropogene beïnvloeding van de bodem heeft plaatsgevonden. Tussenwaarden (T) De tussenwaarde ofwel het criterium voor nader onderzoek (gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde) is vastgesteld om aan te geven dat een nader onderzoek nodig is. Voor stoffen waarvoor geen achtergrondwaarde is vastgesteld, dient ½ (interventiewaarde) gehanteerd te worden. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Indien de interventiewaarde voor grond een bodemvolume van 25 m³ of voor grondwater een bodemvolume van 100 m³ overschrijdt, is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Voor asbest geldt dit omvangscriterium niet en is er al sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, als de interventiewaarde in enig bodemvolume wordt overschreden. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem. De achtergrond- en interventiewaarden in de grond zijn gerelateerd aan het gehalte aan lutum en organische stof (humus) van de bodem. Wanneer een gehalte tussen de achtergrondwaarde en de tussenwaarde ligt, wordt dit in de tekst aangeduid als een licht verhoogd gehalte. Een gehalte tussen de tussenwaarde en de interventiewaarde wordt aangeduid als een matig verhoogd gehalte. Een gehalte boven de interventiewaarde wordt aangeduid als een sterk verhoogd gehalte. Het toetsingskader bevat een aantal voorschriften voor toetsing in het geval het gehalte/ de concentratie van één parameter of de gehalten/ concentraties van één of meer stoffen behorend bij een somparameter beneden de detectiegrens liggen. In dit geval dient de detectiegrens met een factor 0,7 vermenigvuldigd te worden en vervolgens getoetst. In de onderhavige rapportage zijn overschrijdingen van de achtergrondwaarden, die uitsluitend het gevolg van dergelijke statistische bewerkingen, genegeerd.
Dergelijke toetsingsresultaten hebben ons inziens geen toegevoegde waarde. Uitsluitend, wanneer sprake is van significante overschrijding van de toetsingswaarden door de detectiegrenzen, worden waarden beneden detectiegrenzen behandeld.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
6 van 10
Project
: Verkennend bodemonderzoek Leechlân 4 te Grou
Projectnummer
: 180199
4
RESULTATEN
4.1
Zintuiglijke waarnemingen In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per te onderscheiden bodemlaag omschreven. In tabel 4.1 is de globale bodemopbouw weergegeven zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden is aangetroffen. In tabel 4.2 zijn de resultaten van metingen tijdens de bemonstering van het grondwater weergegeven. Tabel 4.1: globaal overzicht bodemopbouw botenopslag Diepte (m-mv.)
Samenstelling
0,0 - 0,15
Grind
0,15 - 0,5
Zand, matig fijn, zwak siltig
0,5 - 1,1 à 1,5
Klei, matig siltig
1,1 à 1,5 - 2,0*
Veen, zwak kleiig
*: maximale boordiepte
Ter plaatse van de kade/oever is vanaf maaiveld tot de maximale boordiepte van 2,0 m-mv niet tot matig humeuze, niet tot sterk zandige klei aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de grindlaag ter plaatse van de botenopslag brokken asfalt waargenomen. In de boven- en ondergrond zijn geen bijmengingen waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Het maaiveld en de opgeboorde grond is visueel geïnspecteerd op de mogelijke aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Dit is niet waargenomen.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
7 van 10