Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed
Tekst van het document
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Energiebesparing en CO2-uitstoot, Circulariteit, Klimaatadaptatie en Biodiversiteit gemeentelijk vastgoed
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
1
2
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
Inhoud 1. Samenvatting
4
2. Inleiding
6
3. Energie: overgang naar gebruik duurzame energie
11
3.1.
Natuurlijke vervangingsmomenten benutten; MJOP wordt DMJOP
11
3.2.
Lopende verduurzamingsprojecten
12
3.3.
Resultaten van de geschatte kosten tot 2050
13
3.4.
Volgorde van investeringen tot 2030
13
3.5.
Hoe brengen we CO2 uitstoot in 2030 met 60% omlaag?
16
3.6.
Inzoomen op een aantal objecten
16
4. Circulariteit gebouwen
18
4.1.
Inleiding
18
4.2.
Circulaire principes in de gebouwde omgeving
18
4.3.
Circulair nieuwbouwbeleid
19
4.4.
Aanpak circulaire renovaties
19
4.5.
Remontage, circulair slopen
20
4.6.
Circulaire archetypes
21
5. Klimaatadaptatie: Wateroverlast, droogte en hittestress
22
6. Biodiversiteit bevorderen bij gebouwen en de directe omgeving
25
7. Beperken drinkwatergebruik
26
8. Laadpalen bij gebouwen
28
9. Financiële aspecten
30
9.1.
Financiële investering tot 2050
30
9.2.
Financiële opbrengsten en dekking
30
9.3.
Financiële opgave tot 2050
33
9.4.
Financiële opgave tot 2030
33
9.5.
Financiële strategie en prioritering
34
Bijlage 1: Gemeentelijk vastgoed
35
Bijlage 2: Opbouw investeringskosten vanuit directe bouwkosten
39
Bijlage 3: Geschiktheid objecten voor stimulering biodiversiteit
41
Bijlage 4 Raamwerken & circulair beleid
45
Bijlage 5 Onderzoek verduurzaming zwembaden (januari 2024)
46
1. Samenvatting
De gemeente Leeuwarden heeft ongeveer 150 panden en 86 sportvelden in eigendom. Er is een grote verscheidenheid; van monumentale gebouwen als de Oldehove en de Waag tot een grote schouwburg, een poppodium, en drie zwembaden. Maar ook gymzalen, buurthuizen, woningen en panden die de gemeentelijke organisatie huisvesten behoren tot het gemeentelijk vastgoed. Om richting geven aan de verduurzaming van dit vastgoed is een Routekaart opgesteld.
Routekaart: van beleid naar uitvoering
Deze routekaart is een vertaling van de duurzaamheidsdoelstellingen uit het coalitieprogramma, de Omgevingsvisie en het Programma Volhoudbaar 2.0. Het Programma Volhoudbaar bevat doelstellingen op het gebied van energie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit, waterverbruik en mobiliteit. Daarnaast wordt invulling gegeven aan de Nota Vastgoed 2020 en de (wettelijke) kaders en doelstellingen van de Rijksoverheid voor het gemeentelijk vastgoed.
4
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
Eén van de belangrijkste kaders wordt gevormd door het doel van de gemeente om de lokale uitstoot van CO2 voor de hele gemeente in 2030 met 60% te verminderen ten opzichte van 2018, en de wettelijke doelstelling om deze uitstoot in 2050 tot 100% te verminderen. Deze routekaart geeft een beeld van de verduurzamingsopgave tot 2050 en laat zien waar tot 2030 de nadruk op zou kunnen liggen. Er wordt beschreven wat ervoor nodig is om invulling te geven aan de verschillende ambities en hoe dat kan worden aangepakt. Deze routekaart is vormgegeven zoals dit door de Vereniging Nederlandse Gemeenten is voorgesteld.
Energie besparen en duurzame energie opwekken
Voor het terugdringen van de CO2-uitstoot naar uiteindelijk nul is het van belang om de energievraag te beperken, over te stappen duurzame energiebronnen en zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van deze bronnen. Dat betekent concreet: het isoleren van gebouwen en verbeteren van de installaties, en het overstappen van gasgestookte ketels naar elektrische warmtepompen of aansluiting op een duurzaam warmtenet. Om efficiënt met de schaarse financiële middelen om te gaan en om de doelstelling in 2030 van 60% verlaging van CO2 uitstoot te komen, blijkt het verstandig om als eerste de zwembaden, de gemeentelijke huisvesting en de buurthuizen aan te pakken. Dit sluit goed aan op de verduurzamingsinitiatieven die de vastgoedafdeling van de gemeente de laatste 5 jaar heeft ingezet. Voor deze categorieën zijn ook al concretere plannen gemaakt en in uitvoering.
Circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit, drinkwaterbesparing en duurzame mobiliteit
Naast energiebesparing en CO2-verlaging, is in deze routekaart aandacht besteed aan de thema’s circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en laadinfrastructuur. Daarbij is in beeld gebracht welke maatregelen kansrijk zijn en voor welke (type) gebouwen dit geldt.
Financiële opgave
Voor het behalen van de doelstellingen is de komende 25 jaar een investering van € 45.000.000,nodig voor energieverduurzaming, klimaatadaptatie, circulariteit en het ondersteunen van de lokale biodiversiteit. Dit bedrag betreft de investering zoals het nu zou zijn. Het bedrag is dus niet geïndexeerd. Tot 2030 wordt de benodigde investering geschat op € 22.000.000,- Voor een deel daarvan is al geld beschikbaar in de huidige begroting. Verduurzamingsmaatregelen worden zoveel mogelijk in samenhang gedaan met andere onderhouds- en verbouwingswerkzaamheden in de panden. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de beschikbare subsidieregelingen die de Rijksoverheid in het leven heeft geroepen. Naar schatting kan ongeveer 25% van de benodigde investeringen worden gedekt door subsidies en 15% door het vermijden van kosten op regulier onderhoud. De rest is een investering die zich (grotendeels) terugverdient door de besparingen op energiekosten.
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
5
2. Inleiding
Verduurzaming gemeentelijk vastgoed: een routekaart voor de toekomst
In 2022 bereikten de energie¬prijzen in de EU record¬hoogtes. De stijging begon in 2021, in de nasleep van de coronapandemie en als gevolg van de groeiende internationale vraag naar energie. De Russische invasie in Oekraïne verergerde het probleem. In de gemeente Leeuwarden was de stijging merkbaar op vele fronten, waardoor de gemeenteraad steunpakketten voor diverse partijen openstelde. Ook de stijging van energiekosten in gemeentelijk gebouwen was duidelijk merkbaar. De kosten verdubbelden in twee jaar tijd. En die zijn nog altijd hoog.
Verduurzamen: tijd voor actie
Naast de stijging van energiekosten is ook de opwarming van de aarde een belangrijke aanleiding. Volgens het akkoord van Parijs mag de opwarming van de aarde niet verder oplopen tot 1,5 graad. Dat zorgt ervoor dat we het vastgoed van de gemeente Leeuwarden moeten verduurzamen.
6
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
Verduurzamen: meer dan energiebesparing
Dat gaat over meer dan alleen een betaalbare energierekening. Het gaat over het creëren van leefbare, gezonde en toekomstbestendige gebouwen. Voor mens en dier. Voor nu en in de toekomst. Verduurzaming van vastgoed heeft een positief effect op de vastgoedwaarde, de kwaliteit en comfort van de gebouwen. Het zorgt voor meer grip op de huisvestingslasten en het stimuleert de (lokale) bouwsector. Bij het verduurzamen is het goed om meteen ook rekening te houden met het stimuleren van de biodiversiteit, het beperken van hittestress of wateroverlast. Met het verduurzamen van het eigen vastgoed kan de gemeente een voorbeeld zijn voor anderen.
We zijn al langer bezig en zetten stappen
Verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed is niet een nieuw thema. De afgelopen jaren hebben we al verschillende stappen gezet. We noemen hier een paar resultaten (niet uitputtend): • Opleveren van een energiezuinige ijshal; • Toepassen aquathermie voor het verwarmen van het FUMO-pand; • Verbeteren van de isolatie en plaatsen van zonnepanelen bij een groot aantal panden. Ook op dit moment lopen er verschillende verduurzamingstrajecten bij een groot aantal gebouwen van de gemeente. In het Coalitieakkoord 2022-2026 zijn financiële middelen opgenomen voor het verduurzamen van 20 buurthuizen tot 2025. Maar er wordt ook gewerkt aan het verduurzamen van de ambtenarenhuisvesting (gemeentehuis, stadhuis, HCL, stadstoezicht) met als doel 100% CO2-reductie in 2030.
Deze routekaart: richting geven tot 2030
Deze routekaart is een vertaling van de verduurzamingsdoelstellingen uit het coalitieprogramma, de Omgevingsvisie en het Programma Volhoudbaar 2.0. Deze routekaart geeft een beeld van de verduurzamingsopgave tot 2050 en laat zien waar tot 2030 de nadruk op zou kunnen liggen. Er wordt beschreven wat ervoor nodig is om energiekosten te verlagen, om invulling te geven aan de verschillende ambities en hoe dat kan worden aangepakt. Daarmee wordt ook rekening gehouden met de voorstellen van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG)1. Deze routekaart volgt de twee uitgangspunten van het Klimaatakkoord: kiezen voor verduurzamen op natuurlijke momenten en kiezen voor wat financieel de beste keuze is.
1 VNG Routekaart_2020sectorale routekaart maatschappelijk vastgoed
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
7
Vastgestelde kaders en uitgangspunten verduurzaming gemeentelijk vastgoed Voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed vormen kaders, doelstellingen, ambities en beleidsstukken een handleiding. Dit vormt de basis voor deze routekaart
Verplichtingen bij verduurzamen vastgoed
- Maatregelen die zichzelf binnen 5 jaar terug verdienen moeten uitgevoerd worden (Wet Milieubeheer) - Minimaal energielabel C voor kantoren van meer van 100 vierkante meter - Elke 4 jaar een energierapport indienen (Erkende Maatregelen Lijst) - Doelen volgen uit Klimaatakkoord Parijs, Rijksbeleid, coalitieakkoord gemeente, omgevingsvisie en anderen
Nota vastgoed
Al sinds de Nota Vastgoed van kracht is (2020) wordt er gewerkt aan het verduurzamen van gebouwen, sporthallen en -velden, en zwembaden. Het gaat onder andere om energiebesparing, CO2 verlaging en kostenbesparing.
Programma Volhoudbaar 2.0
In het programma Volhoudbaar 2.0 (2023-2027) staan concrete doelstellingen voor ons vastgoed: Gebouwen moeten 60% minder CO2 uitstoten in 2030 en 100% CO2 vrij zijn in 2050. De gebouwen waar de ambtenaren van gemeente Leeuwarden zitten moeten in 2030 klimaatneutraal zijn. Op de CO2-prestatieladder (nu op niveau 3) wil de gemeente nog een flinke stap maken. Dat is in lijn met de plannen in deze routekaart. Voorbeelden van andere plannen: - circulair en biobased bouwen zijn de norm in 2030. We streven daarbij naar een forse vermindering van het materiaalgebruik. (Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2024-2027) - behouden en verbeteren van de biodiversiteit bij verduurzaming van de gebouwen, - verminderen van de hittestress in en om de gebouwen, - langer vasthouden (en mogelijk gebruiken) van regenwater in de omgeving van de gebouwen, - en het besparen op drinkwatergebruik in en om de gebouwen.
Huurpanden
Naast de eigen gebouwen van de gemeente, huurt de gemeente ook verschillende andere gebouwen. De plannen in deze routekaart gelden ook voor die gebouwen. Als huurder heeft de gemeente wel minder grip op de plannen om zo’n pand te verduurzamen. Het wordt aangekaart bij de besprekingen over een huurcontract.
8
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
Uitgangspunten voor deze routekaart
In deze routekaart worden de plannen en uitganspunten voor het verduurzamen van vastgoed duidelijk gemaakt. De punten worden beknopt beschreven met verwijzingen naar andere paragrafen in deze routekaart. Het doel van de gemeente is de lokale uitstoot van uitlaatgassen in 2030 te verminderen met 60% ten opzichte van 2018. Dat geldt niet per se voor alleen vastgoed, maar voor de hele gemeente Leeuwarden. In de CO2-prestatieladder zijn 5 deelgebieden opgenomen: 1. Wagenpark en materieel 2. Gemalen en pompen 3. Openbare verlichting 4. Gemeentelijk vastgoed 5. Verbonden partijen als BV Sport, Harmonie, Caparis en Omrin. Het gemeentelijk vastgoed is dus een onderdeel van de totale gemeentelijke opgave voor het verminderen van CO2-. In deze routekaart zijn de overkoepelende doelen voor CO2vermindering één op één vertaald naar het gemeentelijk vastgoed. Voor het gemeentelijk vastgoed willen we 60% CO2 vermindering in 2030, en 100% in 2050. De gebouwen moeten in 2050 aardgas-vrij zijn en lokaal geen gas meer uitstoten.
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
9
Onderwerp CO2-reductie
Energiebesparing en duurzame energie
Circulariteit Klimaatadaptatie Biodiversiteit
Beperken drinkwaterverbruik Laadinfrastructuur Financiën
10
Uitgangspunten als uitwerking op vastgesteld beleid • De doelen van het CO2-vermindering zijn één op één vertaald voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille. • Met het verminderen van CO2 bedoelen we dat we kiezen voor lokale vermindering. De gebouwen zullen dus nog wel indirecte uitstoot veroorzaken, veroorzaakt door de afname van elektriciteit of door het warmtenet dat met fossiele energie wordt gestookt. Het verduurzamen van de elektriciteitsvoorziening en de warmtenetten valt buiten de reikwijdte. • Verduurzamen doen we zoveel mogelijk op natuurlijke vervangingsmomenten zodat we werk met werk maken. • Verduurzamen doen we langs de lijn van trias energetica • Wanneer een pand tussen nu en 2050 een levensduur bereikt heeft van 75 jaar, gaan we er vanuit dat deze wordt afgestoten. Dit betekent dat we investeringen in duurzaamheid kritisch moeten afwegen. Dit geldt uiteraard niet voor monumentale panden • Circulair bouwen is de norm in 2030 • Circulair bouwen doen we conform de City Deal en Het Nieuwe Normaal. • Binnen het gemeentelijk vastgoed heeft de eerste ring van Leeuwarden voorrang. De vooroorlogse uitbreiding. • Bij gebouwen die onderdeel uitmaken van de Leeuwarder Ecologische Structuur (LES) hebben we een hogere ambitie dan bij gebouwen die daar buiten vallen. Maar altijd streven we naar een Basis Kwaliteit Natuur.
• De gemeente streeft naar 20% reductie van het drinkwaterverbruik • Een grijswatersysteem wordt toegepast bij grote renovaties of nieuwbouw van gebouwen • Een bestaand gemeentelijke gebouw met meer dan 20 parkeervakken heeft met ingang van 1 januari 2025 tenminste één oplaadpunt. • Gebouwen waar de gemeente zelf gebruiker is, of waarmee de gemeente een subsidierelatie heeft, hebben voorrang voor verduurzaming. In andere gevallen is er sprake van een split-incentive en zal de huurder moeten bijdragen aan de investeringskosten van verduurzaming. • Er wordt uitgegaan van een dekking van 25% op de investeringskosten door (rijks)subsidies (DUMAVA) • Er is gerekend met dekking van 15% op de investeringskosten in de bestaande onderhoudsvoorziening. • Er geen rekening gehouden met een circulaire restwaarde op de investeringen
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
3. Energie: overgang naar gebruik duurzame energie Voor het terugdringen van de CO2-uitstoot naar uiteindelijk nul, zijn de volgende drie stappen van belang: 1. Beperken van de energievraag 2. Overstap naar gebruik duurzame energiebronnen 3. Zo efficiënt mogelijk gebruik maken van de bronnen Dit wordt ook wel de Trias Energetica genoemd. De eerste focus ligt op het beperken van de energievraag. Dit gebeurt door de gebouwen beter te isoleren en door warmte terug te winnen. Bijvoorbeeld uit ventilatielucht. De tweede stap is de overgang naar een duurzame energiebron. Deze bronnen zijn in de praktijk elektrisch. Bij voorkeur zelf opgewekt met PV-panelen en anders geleverd via het elektriciteitsnet uit zonne- en windenergie en waterkracht uit Noorwegen. Daarnaast wordt ingezet op het gebruik van duurzame aardwarmte met geothermie, dat via warmtenetten naar de gebouwen wordt gebracht. De laatste stap is dat de energiebronnen zo efficiënt mogelijk worden gebruikt. Voor het elektrisch verwarmen is dit bijvoorbeeld het gebruik van warmtepompen ondersteund met warmte- en koudeopslag in de bodem, een wko-systeem. Het principe van Trias Energetica wordt in deze routekaart nadrukkelijk toegepast. Voor de gebouwen die voor 2050 worden afgestoten zijn de plannen minder ingrijpend (zie paragraaf 3.3) en gericht op het terugverdienen van de maatregelen vanuit de energiekostenbesparing.
3.1. Natuurlijke vervangingsmomenten benutten; MJOP wordt DMJOP
Vanwege het langetermijnperspectief zijn natuurlijke momenten voor vastgoed van groot belang. Dit zijn de momenten waarop het gebouw of het gebouwonderdeel, zijn technische en/of economische levensduur bereikt en waarop opnieuw in het gebouw wordt geïnvesteerd. Naast (vervangings-)investeringen bevatten meerjaren-onderhoudsplannen (MJOP) momenten waarop grotere ingrepen, zoals het vervangen van het dak of de klimaatinstallaties, zijn gepland. Ook een nieuwe huurder of ander gebruik kan zo’n natuurlijk moment zijn om te investeren in verduurzamingsmaatregelen. De uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen wordt zoveel mogelijk in samenhang gedaan met andere onderhouds- en verbouwingswerkzaamheden in de panden. Dit verlaagt de kosten en de overlast voor de gebruikers, met name voor de werkzaamheden die binnen in het gebouw moeten worden uitgevoerd, zoals het isoleren van binnenuit (geldt voor alle monumenten), het vervangen van radiatoren en het aanbrengen van ventilatiesystemen met warmteterugwinning. Samengevat: voor de verduurzaming is extra investeringsruimte nodig, maar deze kosten zijn lager wanneer zoveel als mogelijk wordt aangesloten bij natuurlijke vervangingsmomenten2. 2 Conform sectorale routekaart Vereniging Nederlandse Gemeenten.
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
11
De verduurzaming wordt dus bij voorkeur als onderdeel van een verbouwings-, renovatieof onderhouds-project uitgevoerd. Het is het beste om verduurzamingsmaatregelen te verwerken in het meerjaren-onderhoudsplan (MJOP) van de Gemeente Leeuwarden. Het MJOP wordt dan een DMJOP (Duurzaam Meerjaren-onderhoudsplan). Om te bepalen hoeveel het onderhoudsbudget moet worden verhoogd om de verduurzaming mee te nemen, hebben we inschatting gemaakt van deze kosten op basis van ervaringsgegevens van vergelijkbare objecten in andere gemeentes.
3.2. Lopende verduurzamingsprojecten
Voor zwembaden, wijkgebouwen en de ambtenarenhuisvesting zijn er al verduurzamingsprogramma’s. 1. De zwembaden zijn de grootste energieverbruikers van de gemeente. Daarom is -vooruitlopend op deze routekaart- in 2023 al gewerkt aan een verduurzamingsplan voor deze baden door een gespecialiseerd bureau3. Dit plan is begin 2024 opgeleverd. Behalve een aantal posten in het MJOP zijn voor de zwembaden nog geen aparte investeringsmiddelen beschikbaar gesteld voor verduurzaming. 2. Voor de (energie)verduurzaming van de wijkgebouwen is een speciaal programma ontwikkeld waarbij deze gebouwen volgens het coalitieakkoord worden gerenoveerd naar een A++label. In de informerende brief van december 2023 naar de gemeenteraad is de aanpak op een rij gezet. 3. Er is een programma ontwikkeld om de ambtenarenhuisvesting aardgasloos te maken. Dit programma is ontwikkeld door Heijmans4. Hiervoor zijn al financiële middelen gereserveerd en dit programma wordt op dit moment uitgevoerd. De inschattingen van bovengenoemde verduurzamingsprogramma’s met de benodigde maatregelen en bijbehorende investeringskosten zijn overgenomen in de berekeningen.
3 Routekaart verduurzaming zwembaden Ekwadraat, Innax en HCL. 4 Quick scan Heijmans 2021
12
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
3.3. Resultaten van de geschatte kosten tot 2050
In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de kosten5 per gebouwgroep voor de verduurzaming tot 2050 en de te verwachten vermindering van CO2-uitstoot. In bijlage 2 wordt toegelicht welke methode is gebruikt voor het inschatten van de verduurzamingskosten.
Brûsplakken Buurthuizen Gemeentelijke Huisvesting Kerken Cultuur Cultuur - monumentaal MFC’s Overige Sport excl. zwembaden Zwembaden Woningen Totaal
Uitstoot vermindering reductie [kg CO2/jr] 200.000 200.000 300.000 100.000 300.000 100.000 100.000 400.000 700.000 1.700.000 100.000 4.000.000
Kosten verduurzaming [€ incl. 70% opslagen] € 5.000.000 € 500.000 € 2.500.000 € 1.900.000 € 4.900.000 € 2.900.000 € 900.000 € 5.300.000 € 8.200.000 € 8.800.000 € 1.000.000 € 42.000.000
Kosten verduurzaming zonder rekening te houden met leeftijd [€ incl. 70% opslagen] € 5.000.000 € 1.500.000 € 2.900.000 € 1.900.000 € 4.900.000 € 3.100.000 € 900.000 € 6.400.000 € 16.000.000 € 8.800.000 € 2.600.000 € 55.000.000
Tabel 6.1: Emissiereductie en investeringskosten per cluster objecten Wanneer we aannemen dat de niet-monumentale panden een gemiddelde levensduur hebben van 75 jaar, en alle panden worden verduurzaamd die op grond daarvan in 2050 een levensduur hebben van tenminste 5 jaar, is een investering nodig van €42 miljoen. Zonder deze aanname zou de investering €55 miljoen bedragen. Een deel van de investeringskosten komen uit subsidies van de Rijksoverheid, een deel uit besparingen op de energierekening en een deel valt samen met de onderhoudskosten. In het hoofdstuk financiën is dit verder uitgewerkt. Het bedrag laat de investering zien voor 2024. Het bedrag is dus niet geïndexeerd.
3.4. Volgorde van investeringen tot 2030
Voor het halen van de doelstelling van 60% minder uitstoot in 2030 en maximaal profiteren van lagere energiekosten, is het belangrijk om de volgorde van het uitvoeren van de verduurzaming slim te kiezen. De totale CO2-uitstoot van het gemeentelijk vastgoed bedroeg 4300 ton in het referentiejaar 2018. Het doel is om dit in 2030 terug te brengen naar 1700 ton/jaar om 60% CO2 te verminderen. In de volgende tabellen en grafieken presenteren we de gegevens op verschillende manieren. Het doel is om te bepalen welke (groepen) gebouwen als eerste moeten verduurzamen. Voor die gebouwen moeten de plannen en de financiering dan ook al eerste worden uitgewerkt. 5 Bij het inschatten van de kosten is gerekend met 20% indirecte bouwkosten, 15% projectkosten en 15% onvoorzien. De BTW is opgenomen voor die gebouwen waarvan die niet teruggevorderd kan worden
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
13
Uit het overzicht per sector blijkt, dat de volgorde van aanpak aansluit bij de conclusies uit het totaaloverzicht. De zwembaden, sporthallen en gymzalen zijn de grootste uitstoters van CO2, gevolgd door de gemeentelijke huisvesting, cultuurgebouwen, buurthuizen en de culturele broedplaatsen. Voor de zwembaden, de gemeentelijke huisvesting en de buurthuizen zijn al gedetailleerdere verduurzamingsplannen gemaakt.
Figuur 6.1: CO2-emissies van de sectoren als percentage van het totaal Interessant is ook om te kijken in welke sectoren per geïnvesteerde euro de grootste vermindering van uitstoot kan worden gerealiseerd.
Figuur 6.2: Kosten van het verlagen van CO2-emissies [€ per vermeden kg CO2-emissie] afgezet tegen de totaal te behalen verlaging aan CO2-emissies 14
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
Bij de buurthuizen en de gemeentelijke huisvesting kan het meest doeltreffend worden geïnvesteerd in verduurzaming. Bij de sportfaciliteiten zijn de grootste verminderingen in energieverbruik mogelijk, maar gemiddeld genomen zijn ze wat kostbaarder. Dat betekent dat we voor sportaccommodaties selectief maatregelen doorvoeren. Voor de grote energieverbruikers is het van belang om per gebouw te kijken. Het gaat om de volgende objecten: De grootste energieverbruikers uit de portefeuille6 MWh/jaar 1 Zwembad de Blauwe Golf 4700 2 Sport complex It Gryn (incl zwembad) 3500 3 Sporthal Kalverdijkje (incl zwembad) 2200 4 De Harmonie 1800 5 Gemeentehuis 1600 6 Watercampus 1400 7 Brûsplak CT 48 1100 8 Stadhouderlijk Hof 860 9 Keramiekmuseum 760 10 MFC Mozaïek 730 Tabel 6.2: Grootste energieverbruikers Gerangschikt op de kosten om uitstoot te verlagen, ontstaat dit beeld:
Figuur 6.3: Kosten van het verlagen van CO2-emissies [€ / kg.jr] afgezet tegen de totaal te behalen verlaging [ton CO2 / jr] van de objecten met de hoogste uitstoot. 6 De Elfstedenhal, met een verbruik van 2400 MWh/jaar, is uit het overzicht weggelaten omdat de verduurzaming hiervan primair de verantwoordelijkheid is voor de contractant die voor 25 jaar het onderhoud en energie dient te regelen.
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
15
3.5. Hoe brengen we CO2 uitstoot in 2030 met 60% omlaag?
Om in 2030 voor het gemeentelijk vastgoed de CO2 uitstoot met 60% te verlagen, is het nodig om deze met 2600 ton/jaar te verminderen. Daarvoor moeten vooral de zwembaden aangepakt worden. Hiermee kan tweederde van de doelstelling worden behaald. Daarnaast is het ook van belang een aantal andere grote gebouwen te verduurzamen. Het verminderen van 60% CO2 zou gehaald kunnen worden door te verduurzamen bij onderstaande gebouwen: Percentage reductie ton CO2/jr Investeringskosten Zwembad de Blauwe Golf 100% 730 € 3.400.000 Sportcomplex It Gryn (incl. zwembad) 100% 560 € 4.000.000 Sporthal Kalverdijkje (incl. zwembad) 100% 410 € 1.400.000 De Harmonie 100% 180 € 3.600.000 Stadskantoor 100% In uitvoering 150 € 1.100.000 Watercampus 50% 50 € 200.000 Brûsplak CT 48 70% 120 € 2.000.000 Stadhouderlijk Hof 50% 60 € 700.000 MFC Mozaïek 100% 50 € 400.000 De Neushoorn 100% 40 € 400.000 Sporthal Wiarda 100% 70 € 1.900.000 Stadhuis 100% In uitvoering 70 € 1.000.000 HCL 100% In uitvoering 50 € 400.000 Stadstoezicht 100% In uitvoering 20 € 100.000 totaal 2.600 € 20.600.000 Tabel 6.3: Illustratie benodigde investeringen om in 2030 een vermindering van 60% te behalen Van deze € 20.600.000,- is al € 2.600.000,- beschikbaar in de huidige begroting. Een belangrijke randvoorwaarde voor het kunnen behalen van het doel, is genoeg capaciteit van het elektriciteitsnet.
Op dit moment is dat er niet en het is onzeker of dat voor 2030 wel het geval zal zijn. Juist de zwembaden kunnen hun uitstoot verlagen door over te stappen op het gebruik van elektriciteit. Door de benodigde lage temperatuur is warmte efficiënt op te wekken met warmtepompen, maar die (duurzaam opgewekte) elektriciteit moet wel naar het zwembad worden getransporteerd. Aardwarmte zou ook een goede oplossing zijn.
3.6. Inzoomen op een aantal objecten
Wat opvalt is dat de drie zwembaden positief beoordeeld worden als je kijkt naar de kosten per vermeden kilogram CO2. Voor de zwembaden is een apart onderzoek gedaan in 20237. Het resultaat daarvan is opgenomen in deze routekaart. Het rapport is als bijlage 5 toegevoegd . De twee gebouwen die er direct na de zwembaden uitspringen, zijn het gemeentehuis en de Cornelis Trooststraat 48. Het gemeentehuis wordt verduurzaamd. Gebaseerd op het huidige 7 Rapport Ekwadraat, Innax en HCL verduurzaming zwembaden, feb 2024
16
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
plan van Heijmans wordt het energieverbruik met 44% verlaagd. Voor Brûsplak CT 48 wordt op dit moment onderzocht welke maatregelen er genomen moeten worden. Er wordt ook vanuit de Leeuwarder Energie-agenda en de warmtevisie gekeken naar de collectieve warmtebehoefte in dit gebied. De Watercampus komt in het overzicht als een aantrekkelijke optie terug om te verduurzamen, maar dit wordt vooral veroorzaakt door het energiegebruik van de laboratoria waarvoor niet is gecorrigeerd. De geplande vervanging van de gasketel in 2026 biedt de kans om naar een (hybride) warmtepomp over te stappen en daarmee de lokale uitstoot te verlagen. In het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor de Harmonie is al budget gereserveerd om een deel van de gevel en de verlichting te vervangen. Ook wordt in het kader van het uitvoeringsprogramma Binnenstad een verbouwing en optimalisatie van de Harmonie voorbereid. Het lijkt logisch om voor dit gebouw een verdergaand verduurzamingsplan te maken met het toepassen van warmteterugwinning. De verduurzaming van het Stadhouderlijk Hof (het Fletcher Hotel) is complex, vanwege de monumentale status en het gebruik als hotel. Het verduurzamen van een monument moet namelijk volledig aan de binnenkant worden uitgevoerd. Bij aankomende renovaties van de verschillende bouwdelen zal de verduurzaming een plek moeten krijgen.
Er is een grote afhankelijkheid van de medewerking van de huurder (Fletcher Hotels). Datzelfde geldt voor het Keramiek Museum. Ook hier zal verduurzaming -vanwege de monumentale status- aan de binnenzijde moeten.
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
17
4. Circulariteit gebouwen 4.1. Inleiding
De gemeente Leeuwarden voert een actief beleid op het gebied van circulair- en biobased bouwen. Er zijn de afgelopen jaren stappen gezet door bijvoorbeeld ontwerpers en aannemers te stimuleren om met circulaire oplossingen te komen bij zowel nieuwbouw als renovatie. Bouwen met natuurlijke, biobased materialen is een belangrijke wens van de gemeente Leeuwarden. Deze wens komt voort uit zowel de verduurzamingsopgave als de mogelijkheid om een nieuwe industrie voor biobased bouwmaterialen te creëren binnen de landbouwsector van Friesland (en daarbuiten). In het Coalitieprogramma 2022-2026 is het doel opgenomen dat circulair bouwen in 2030 de norm is. Dit hoofdstuk maakt deze wens duidelijk met het stellen van doelen en kaders voor het gemeentelijk vastgoed.
4.2. Circulaire principes in de gebouwde omgeving
Ieder gebouw, zowel nieuw als bestaand, kan worden opgedeeld in lagen (te zien in onderstaand figuur). Door in (het ontwerp van) een gebouw een duidelijke scheiding te maken tussen deze lagen, in zowel in nieuwbouw als tijdens renovatie/onderhoud, wordt er een optimale flexibiliteit gerealiseerd. Daarmee wordt voorkomen dat er op het moment van een (volgende) renovatie onnodig materiaal (met nog resterende levensjaren) verloren gaat. Een voorbeeld hiervan zijn installatiekanalen die verloren gaan omdat ze geïntegreerd zijn in de tussenwanden die sneller aan renovatie toe zijn. De belangrijkste manieren om gebouwlagen later goed los te maken zijn opgenomen in de opgestelde meetmethodiek losmaakbaarheid (V2.0). (Dutch Green Building Council)
Perceel
18
Gebied rondom het gebouw
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
4.3. Circulair nieuwbouwbeleid
De gemeente Leeuwarden nam actief deel aan de City Deal Circulair en conceptueel bouwen. Deze City Deal streeft naar circulaire woningbouw door onder meer de nadruk te leggen op een verlaging van de MPG (Milieu Prestatie Gebouw) score, toepassing van circulaire principes en een toename van gebruik van biobased bouwmaterialen met een lokale herkomst. De plannen in de City Deal geven beleidsmakers en marktpartijen handvatten om te sturen op circulair en biobased bouwen in nieuwbouwprojecten (zie bijlage 5 voor de ambities in de City Deal). Maar circulariteit gaat verder dan alleen het toepassen van biobased materialen. Eind vorig jaar heeft de Vereniging Circulair Friesland (VCF), waar de gemeente Leeuwarden bij aangesloten is, Het Nieuwe Normaal (HNN) ondertekend. Gemeente Leeuwarden gaat HNN in 2024 ook ondertekenen. Dit is een kort geleden ontwikkelde standaard voor circulair bouwen (zowel woningbouw als utiliteitsbouw) met daarin drie thema’s en negen graadmeters (zie bijlage 4 voor HNN raamwerk). Binnen deze standaard wordt biobased bouwen niet zozeer vastgelegd als de norm maar eerder als mogelijkheid. Deze biobased-aanpak heeft wat betreft de milieuonderdelen en materiaalgebruik een positieve invloed. Maar het Nieuwe Normaal streeft ook naar waardebehoud om een zo flexibel en waardevast mogelijk gebouwde omgeving te creëren.
Een omgeving waarin materialen, gebouwdelen en producten aan het einde van de levensduur van een gebouw geen afval zijn, maar opnieuw kunnen worden toegepast. Door de kaders van Het Nieuwe Normaal op te nemen in aanbestedingen voor nieuwbouw, kan worden gestuurd op circulariteit in nieuwbouwprojecten. Ook wordt het Nieuwe Normaal gebruikt als instrument voor het bestuderen van uitgevoerde projecten om de mate van circulariteit bij te houden. Met het Nieuwe Normaal als monitoringsinstrument heeft de gemeente Leeuwarden een kader dat zich de komende jaren blijft ontwikkelen en dat meegroeit met nieuwe ontwikkelingen rondom circulariteit in de bouw. Een voorbeeld hiervan is hoe giftig materialen zijn. Hierover is op dit moment nog niet zoveel bekend. Maar dit zal een steeds belangrijker thema worden en sluit ook goed aan op het biobased bouwen. In een gepubliceerd rapport van Cirkelstad en Alba Concepts van eind 2023 over het kostenperspectief van de streefdoelen uit HNN-raamwerk wordt aangegeven dat de investeringskosten afhankelijk van de gebouwfunctie voor nieuwbouw gemiddeld 3-9% hoger liggen ten opzichte van traditionele bouw. Gebouwen krijgen in de toekomst een CO2 label. Dat label is gekoppeld aan de uitstoot van het gebouw. Deze labels, spelen een belangrijke rol in de waarde van gebouwen. Dit kan de prijskloof tussen traditionele en circulaire bouw verder dichten.
4.4. Aanpak circulaire renovaties
Het langer gebruik kunnen maken van een pand (verduurzamen) is altijd beter dan het pand slopen en opnieuw bouwen. Zo zorgen we voor circulariteit. Hoe langer oude bestaande materialen gebruikt worden hoe beter het is. Bij het verminderen van het energiegebruik binnen het gemeentelijk vastgoed zijn ingrepen nodig. Tijdens deze ingrepen kan er een afweging
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
19
gemaakt worden tussen verminderd verbruik van energie (en daarmee vermindering van uitstoot van gassen) en materiaalgebruik (en de daarbij komende vermindering van uitlaatgassen tijdens de productie, transport en bouw). In de aanloop naar renovaties vindt dus in veel gevallen een afweging plaats tussen drie belangen (in onderstaand diagram), waarbij steeds voor de beste optie moet worden gekozen. De gemeentelijke portefeuille bevat een groot aantal monumenten, met ieder zo haar bijzondere kenmerken. Ook hier is de aanpak op maat waardevol. Het gaat hier ook om de zichtbaarheid en de belevingswaarde van deze panden.
Brûsplak CT 48 is een voorbeeld van een binnenkort te renoveren monument. Bij het renoveren van Brûsplak CT 48 is het spanningsveld tussen de energietransitie en monumentale waarde een belangrijk onderdeel. Daarbij wordt gekeken naar hoe de gemeente in de toekomst de wijk als geheel van warmte wil voorzien. (warmtetransitie Visie) Komt er bijvoorbeeld in de toekomst een warmtenet? Als het gebouw niet kan aansluiten op wijkvoorzieningen dan is de energieverduurzaming complex. De grote ramen in de gevel zijn namelijk van monumentale waarde, en tegelijkertijd ook een groot warmtelek. Vanuit energieverduurzaming en comfort is het belangrijk om de stalen kozijnen te vervangen door exemplaren die de kou niet direct doorgeven. Vanuit circulariteit is het waardevol om zoveel mogelijk te kiezen voor hergebruik en herinzet van bestaande kozijnen met daarnaast een wel afgewogen keuze tussen verschillende glassoorten (HR++ en triple glas). Deze hebben stuk voor stuk een andere energiebesparing, maar ook verschillende uitstootwaarden als er gekeken wordt naar de productie.
4.5. Remontage, circulair slopen
Zodra een gebouw het einde van haar levensduur heeft bereikt, renovaties niet meer toereikend zijn of wanneer het gebouw simpelweg niet meer nodig is, zal in veel gevallen gekozen worden voor sloop. Het restmateriaal wordt dan voor een deel hergebruikt. Voor een groot deel wordt het echter op een laagwaardige manier gerecycled. Er bestaan vandaag de dag genoeg alternatieven om een te slopen gebouw op een waardevollere manieren opnieuw te gebruiken. Dit kan bijvoorbeeld door het gebouw te demonteren en zoveel mogelijk gebouwdelen rechtstreeks in te zetten in een nieuw project. Dit wordt Urban Mining genoemd.
20
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
4.5.1. Urban mining in de praktijk Door op deze manier om te gaan met slopen wordt de vraag naar nieuwe materialen kleiner. Het concept van Urban Mining wordt gestimuleerd door van bestaande (te slopen) gebouwen een materialenboek op te stellen en daarnaast locaties te creëren waar materialen kunnen worden opgeslagen. De gemeente kan in het geval van sloop eisen opstellen over circulariteit. Bijvoorbeeld door hergebruik te vereisen of dat grondstoffenstromen apart van elkaar worden afgevoerd. Beton weegt vaak het zwaarste mee. Ondanks dat een deel van de betonnen elementen goed geremonteerd kan worden, zijn er ook onderdelen die lastiger her te gebruiken zijn. Ze kunnen ook gerecycled worden. Voor dit proces wordt het beton vermalen, waarna hieruit niet-geactiveerd cement en andere bestandsdelen (zand, grind etc.) worden gewonnen. Deze gerecyclede componenten kunnen vervolgens weer worden toegepast in het standaard productieproces om tot (deels) gerecycled beton te komen. Veel betonproducenten zijn al druk bezig met dit proces om de CO2 voetafdruk van beton (en dus ook cement) te verkleinen. De gemeente kan deze ontwikkeling stimuleren door in projecten het gebruik van (deels) gerecycled beton te stimuleren.
4.6. Circulaire archetypes
Voor nieuwbouw is er een duidelijk kader geschetst met de City Deal en het Nieuwe Normaal, met daarin concrete doelen en graadmeters (indicatoren). Voor bestaande bouw is dit lastiger, omdat dit zoals eerder benoemd veel meer een kwestie is van maatwerk. Om toch handvatten te bieden in het geval van een sloop, verduurzaming of renovatie is het goed om duidelijke meetbare kaders vast te stellen waarmee circulariteit voor ieder project meetbaar gemaakt kan worden. Ter illustratie schetsen we drie voorbeelden van projecten als een soort ‘archetypische’ aanpak voor een circulaire strategie in samenhang met energieverduurzaming en behoudt van gebruiks- en monumentale waarden. Per archetype wordt een voorstel gedaan voor kaders om te kunnen meten. Deze kunnen op projectbasis worden vertaald naar een duidelijke doelstelling op basis van referentieprojecten en voor onderzoek.
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
21
5. Klimaatadaptatie: Wateroverlast, droogte en hittestress Klimaatadaptatie is in toenemende mate een belangrijk onderwerp. Diverse afdelingen binnen de gemeente zijn al bezig met maatregelen tegen wateroverlast, droogte of hittestress.
Prioriteit op gebouwen binnen de vooroorlogse uitbreiding
Het gemeentelijk vastgoed kan in aangewezen gebieden als katalysator dienen om invulling te geven aan klimaatadaptatie. Binnen het gemeentelijk vastgoed ligt de prioriteit op de gebouwen binnen de eerste ring van Leeuwarden. De vooroorlogse uitbreiding. Het gemeentelijk vastgoed ligt geografisch gezien geregeld in gebieden waar sprake is van wateroverlast en/of hittestress. Zo ook de Cornelis Trooststraat zoals te zien is in de onderstaande afbeelding. Nabij deze locatie is zowel sprake van hittestress (rood) als wateroverlast (blauw). Bij het verduurzamen van deze locatie is het verstandig om naast de energetische maatregelen ook te zorgen dat op locatie maatregelen getroffen worden om regenwater op te vangen en beplanting te plaatsen.
Afbeelding 8.1: Zowel hittestress als wateroverlast in de omgeving van Brûsplak Cornelis Trooststraat 48
22
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
Parkeerplaatsen
Voor parkeerplaatsen moet eerst nagegaan worden of er sprake is van wateroverlast. Vooral bij grote parkeergelegenheden kan met aanpassingen echt een verschil worden gemaakt. Als er wateroverlast is kan waterdoorlatende bestrating toegepast worden.
Hemelwaterafvoer gebouwen
Het opvangen van regenwater (hemelwater) in/bij gebouwen zal in volgorde gedaan worden: • Infiltratie op eigen terrein, bijvoorbeeld via infiltratiekratten. Infiltratie van water is in Leeuwarden niet altijd de beste oplossing in verband met de kleigrond. Een regenwaterput is dan een alternatief. • Als dit niet voldoende mogelijk is dan is bij een plat dak een groen, bruin of blauw dak een optie. De vegetatie van een groen dak absorbeert water en houdt het vast. Bij een blauw dak gebruik je het dak als buffertank voor het hemelwater, er staat dan dus een laag water op het dak. Het dak moet dit wel kunnen dragen. Het dak moet 6 centimeter water op te kunnen vangen en in 48 uur infiltreren in de grond; De constructie moet dan wel 60kg/m2 extra aankunnen en dakopstanden moeten verhoogd kunnen worden. • Als laatste optie kan worden aangesloten op de regenwaterafvoer (RWA) of, als er geen RWA aanwezig is, op het reguliere riool (de gemengde riolering) .
Hittestress verminderen en vergroening van niet bebouwde kavel
Hittestress in stedelijk gebied is steeds meer een probleem. Op de hittestresskaart van de gemeente Leeuwarden wordt dat op een geo-kaart duidelijk. Zo is bijvoorbeeld het gebied rondom de Oldehove roodgekleurd. Zie ook onderstaande afbeelding.
Afbeelding 8.2: Hittestress in de omgeving van het Gemeentehuis
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
23
Dit laat zien dat er rondom het gemeentehuis maatregelen nodig zijn om hittestress te verminderen. Dit kan door verharding weg te halen en groen toe te voegen. Of door aanpassingen te doen aan gevel of dak. Dit zal altijd binnen de constructieve en esthetische kaders moeten gebeuren. Om in zijn algemeenheid hittestress te verminderen wordt deze volgorde aangehouden: - Verwijderen verharding rondom een gebouw - Extra schaduw realiseren met het aanplanten van bomen - Passieve koeling in gebouwen toepassen met bijvoorbeeld zonneschermen aan de buitenzijde van een gebouw.
24
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
6. Biodiversiteit bevorderen bij gebouwen en de directe omgeving Kansrijke maatregelen in beeld
Van alle objecten is onderzocht of het nemen van maatregelen, zoals het plaatsen van nestkasten, een bijdrage levert aan het versterken van de biodiversiteit. We nemen in de (ver) bouwplannen ruimte voor planten en dieren op. Hierbij kijken we op kavelniveau (en met een blik op de omgeving) of we maatregelen kunnen nemen om dier en plantsoorten te ondersteunen of uit te laten breiden. Dit doen we met de vier V’s in gedachte: Voedsel, Vocht, Veiligheid en Voortplanting. Bij gebouwen die onderdeel uitmaken van de Leeuwarder Ecologische Structuur (LES) hebben we een hogere ambitie dan bij gebouwen die daar buiten vallen. Maar altijd streven we naar een Basis Kwaliteit Natuur.
Biodiversiteit raakt ook klimaatadaptatie
Maatregelen die we voor biodiversiteit uitvoeren, versterken ook maatregelen voor klimaatadaptatie. Bomen die hittestress tegengaan zijn een bron van voedsel of zijn een schuilplek voor bijvoorbeeld vogels, op voorwaarde dat er voor de juist boomsoort gekozen wordt. Het overzicht van de maatregelen bij het gemeentelijk vastgoed is weergegeven in de tabel in bijlage 3.
Voorbeelden van gebouwen en maatregelen
Voorbeelden van gebouwen waar maatregelen voor meer biodiversiteit meegenomen kunnen worden bij energieverduurzaming zijn: - De gevel en de omgeving van het gemeentehuis kan in algemene zin vergroening8 gebruiken, en op deze locatie kunnen nestkastjes diverse vogelpopulaties en vleermuizen ondersteunen. - Het plaatsen van nestkasten aan en rondom Brûsplak CT 48 kan verschillende populaties versterken, waaronder vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen en huiszwaluwen. - Maatregelen bij zwembad en sporthal Kalverdijkje kunnen de vleermuis en scholeksters en visdieven helpen. - Sportcomplex It Gryn kan nestkasten gebruiken die de populatie vleermuizen, gierzwaluwen en huiszwaluwen kan versterken.
Financiële vertaling
De financiële vertaling van maatregelen ter bevordering van biodiversiteit zijn over de gehele portefeuille in beeld gebracht door een opslagpercentage te hanteren over de investeringskosten.
8 Vergroening dient hier ook het doel van verminderen van hittestress
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
25
7. Beperken drinkwatergebruik
Opgave schoon drinkwater
Schoon drinkwater is in Nederland steeds moeilijker te winnen. Dit heeft verschillende oorzaken. Verzilting, periodes van droogte, vervuilende industrieën etc. Niet voor niets heeft het rijk als doel gesteld om 20% te besparen op schoon drinkwater. De gemeente Leeuwarden gebruikt voor de bewatering van de sportvelden en het openbaar groen voor het overgrote deel hemelwater/oppervlakte water. Het besparen van leidingwater gebeurt in de gebouwen zelf. De grootverbruikers zijn de zwembaden en de ijshal. Het minderen
26
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
van watergebruik is in deze panden ingewikkeld omdat het verbruik is ingegeven vanuit wet- en regelgeving of vanuit de primaire functie. Voor zwembaden moet regelmatig het water worden ververst om aan hygiëne-eisen te voldoen, en bij de ijshal is leidingwater nodig om de kwaliteit van het ijs te waarborgen. Waterbesparing zal dus moeten plaatsvinden in ondersteunende functies in de gebouwen.
Sanitaire toestellen
Besparing van drinkwater via sanitaire toestellen gebeurt via het toepassen van waterbesparende kranen en toestellen. Mocht dit niet mogelijk zijn dan worden flowbegrenzers toegepast.9 Het toepassen van closetten met een lager spoelvolume dan 6 liter, zoals gevraagd wordt in o.a. BREEAM, mag volgens de Nederlandse wet -en regelgeving niet en is ook niet goed voor het functioneren van het afvoersysteem. Bij het toepassen van waterloze urinoirs moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: • Een aangepast schoonmaakprogramma voor waterloze urinoirs • Frequent sifon vervangen en/of toepassen van desinfectie vloeistof.
Grijswatersysteem
Het toepassen van een grijswatersysteem om het gebruik van schoon drinkwater te verminderen is veelbelovend, maar is momenteel alleen toegestaan voor toiletspoeling Het aanleggen van een grijswatersysteem heeft veel bouwkundige invloed en wordt alleen toegepast bij grote renovaties van gebouwen. De volgende eisen voor een grijswater systeem zijn van toepassing: • Ontwerp conform ISSO 70 en ISSO 70.3; • Voorraadtank enkel toepassen onder maaiveld in verband met het onder 20°C houden van het water, voor het tegengaan van legionella. Voor bewatering van groen rondom het gebouw kan uiteraard wel gekeken worden naar het opvangen en benutten van hemelwater. De conclusie is dat het besparen op drinkwater niet eenvoudig is. Het geschikt maken van watersystemen in gebouwen is prijzig en weegt vaak financieel (nog) niet op tegen de voordelen. Dit komt door de relatief lage prijs van drinkwater. De nadruk bij het besparen op drinkwater ligt daarom bij grootschalige renovatieopgaven in het vastgoed.
9 Toepassen van recirculatie douches is voor gebouwen met douches een goede optie, maar hier moeten de gebruikers goed in meegenomen worden. Een voorbeeld van een recirculatie douche is de Upfallshower.
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
27
8. Laadpalen bij gebouwen
Opgave en ambitie
De gemeente Leeuwarden streeft naar een dekkend, toegankelijk, betaalbaar en veilig netwerk van laadpalen voor elektrische voertuigen. Daar zijn Europese richtlijnen voor: de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III). Nederland heeft deze vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Daarin staat de verplichting om laadlocaties voor elektrische voertuigen aan te leggen bij nieuwbouw, bij ingrijpende renovaties of bij bestaande grotere gebouwen, ook als deze niet worden verbouwd. In het bouwbesluit zijn voor bouwwerken de volgende relevante artikelen opgenomen: Artikel 5.15. Oplaadpunten en leidingdoorvoeren: - Een te bouwen gebouw, anders dan een woongebouw, met een parkeergelegenheid met meer dan tien parkeervakken in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel heeft ten minste een oplaadpunt en leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ten minste een op de vijf parkeervakken. - Een bestaand gebouw, anders dan een woongebouw, met een parkeergelegenheid met meer dan 20 parkeervakken in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel heeft met ingang van 1 januari 2025 tenminste één oplaadpunt.
28
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
Uitgangspunten en principes
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten genoeg strategische locaties worden gerealiseerd of gefaciliteerd voor elektrische laadmogelijkheden. Voor het bepalen van het aantal worden landelijke kencijfers gehanteerd. Deze landelijk parkeerkerncijfers gaan bij sportvoorzieningen over het algemeen uit van een aandeel van 2,5-3,0% parkeerplaatsen van de totale openbare parkeercapaciteit die beschikken over een laadpunt. De gemeente Leeuwarden gebruik een concessiemodel voor het realiseren van elektrische laadpunten. Dit wil zeggen dat een Charge Point Operator (CPO) het exclusieve plaatsings- en exploitatierecht heeft voor publieke laadpunten in de openbare ruimte. Binnen deze concessie bestaat de mogelijkheid om laadobjecten te realiseren op strategische plekken waar over het algemeen wat langer wordt geparkeerd, zoals bij publieks-aantrekkende sportvoorzieningen. De gemeente is hierbij wel (mede) risicodragend; als er weinig gebruik van wordt gemaakt dan draagt de gemeente bij in de exploitatie van de laadpaal. Om te bepalen of sprake is van voldoende laadvraag wordt gebruik gemaakt van prognosedata en (indien beschikbaar) de gebruiksdata van bestaande laadpalen in de omgeving. Omdat op BV-sport-locaties over het algemeen voor langere tijd wordt geparkeerd, zijn dit geschikte locaties voor openbare laadpalen. Dit sluit aan bij het voornemen om BV Sport-locaties te verduurzamen.
Het gaat hierbij binnen de huidige concessieperiode om de volgende locaties: • Elfstedenhal, Leeuwarden • Sportpark Nylân, Leeuwarden • Zwembad de Blauwe Golf, Leeuwarden • Zwembad Kalverdijkje, Leeuwarden • Sporthal de Twine, Grou • Sportcomplex It Gryn, Stiens
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
29
9. Financiële aspecten In dit hoofdstuk worden de financiën van de verschillende doelen op het gebied van duurzaamheid beschreven. Er wordt gestart met een paragraaf over de benodigde financiële investering om de doelen te behalen tot 2050. Vervolgens wordt ingegaan op een aantal onderdelen die financieel voor een deel dekking bieden voor de kosten. Tot slot wordt de financiële strategie beschreven.
9.1. Financiële investering tot 2050
In hoofdstuk 6 zijn de kosten genoemd om in 2050 al het gemeentelijk vastgoed aardgasloos te maken. Dit wordt geraamd op € 1.600.000 per jaar. (€ 42.000.000 tot 2050). In deze jaarlijkse € 1.600.000 is rekening gehouden met opslagpercentages voor indirecte en bijkomende bouwkosten, btw en onvoorzien. Zie ook bijlage 2. Het bedrag betreft de investering zoals het in 2024 zou zijn. Het bedrag is dus niet geïndexeerd richting 2050. Maar ook de doelen rondom water, klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit vragen om een financiële investering. Omdat deze doelen minder gespecificeerd zijn dan die rondom energie staan er in deze routekaart schattingen van de verwachtte investeringskosten. Dit is gedaan op basis van ervaringscijfers van referentieprojecten. Er is een opslagpercentage gerekend op de totale investering voor de energetische verduurzaming. De totaalsom voor alle doelen ziet er als volgt uit: Maatregel Duurzaam verwarmen Circulariteit 6% van 42mjo Klimaatadaptie vergroening omgeving tegen hittestress inschatting: 2% van 42 mjo Biodiversiteit inschatting: 1% Van 42 mjo Beperken waterverbruik. P.m. omdat het alleen bij zeer grootschalige verbouwing een optie is Laadinfrastructuur 10-15 stuks op sportaccommodaties SOM
Tabel 12.1: Totale hoogte investeringskosten verduurzaming
Investering tot 2050 € 42.000.000 € 2.500.000 € 840.000 € 420.000 p.m. € 30.000 € 46.000.000
9.2. Financiële opbrengsten en dekking
Naast de beschreven investeringen in de vorige paragraaf zijn er ook financiële middelen die de investering verlagen. Verduurzaming leidt bijvoorbeeld tot lagere energiekosten. Maar ook zijn er (rijks)subsidies en bestaande onderhoudsbudgetten die ervoor zorgen dat de totale investering verlaagd wordt. In dit hoofdstuk worden deze beschreven.
30
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
9.2.1. Besparing energierekening Energetische verduurzaming van de gebouwen draagt bij aan twee doelen. Het terugdringen van de CO2 uitstoot en besparing op energiekosten. Niet iedere CO2-besparing heeft automatisch een vergelijkbare besparing op energiekosten. Als voorbeeld: bij de doorrekeningen van verduurzaming zwembad It Gryn in Stiens bleek dat de financiële terugverdientijd van gevelisolatie meer dan 104 jaar is, maar dat deze gevelisolatie wel nodig is om een laagtemperatuur-warmtepomp te kunnen plaatsen die dan weer een terugverdientijd heeft van 4 jaar. Verduurzamingsmaatregelen aan een gebouw moeten dan ook altijd in combinatie worden gezien. Zie ook hetgeen beschreven over Trias Energetica in hoofdstuk 3. Deze routekaart is geschreven vanuit het perspectief van CO2-verlaging omdat daar duidelijke doelen liggen. Daar moet naartoe worden gewerkt. De besparing op energiekosten is een belangrijk onderdeel om op de investeringskosten terug te kunnen verdienen. Door een aanname te doen voor de gemiddelde energiekosten10 is een schatting te maken van de besparing op energiekosten.
Brûsplakken Buurthuizen Gemeentelijke Huisvesting Kerken Cultuur Cultuur - monumentaal MFC’s Overige Sport excl. zwembaden Zwembaden Woningen Totaal
Kosten verduurzaming Grove inschatting besparing [€ incl. 70% opslagen] energiekosten na investeringen in alle objecten [€/jaar] € 5.000.000 € 40.000 € 500.000 € 180.000 € 2.500.000 € 240.000 € 1.900.000 € 40.000 € 4.900.000 € 150.000 € 2.900.000 € 60.000 € 900.000 € 40.000 € 5.300.000 € 240.000 € 8.200.000 € 520.000 € 8.800.000 € 810.000 € 1.000.000 € 60.000 € 42.000.000 € 2.500.000
Tabel 12.2: Inschatting energiebesparing per jaar na uitvoeren verduurzamingsmaatregelen Zelf gebruiker of split-incentive Wanneer de gemeente zelf gebruiker (huurder) is van de gebouwen vloeit de energiebesparing terug in de gemeentelijke begroting. In deze gevallen kan de besparing op de energie ook worden ingezet als (gedeeltelijke) dekking van de kapitaalslast van een investering. Dit kan ook met verbonden partijen waarmee een subsidierelatie is, maar dit geldt niet voor al het vastgoed. Denk bijvoorbeeld aan het Stadhouderlijk Hof dat verhuurd wordt aan een hotelketen. In dergelijke gevallen moet gekeken worden naar een constructie waarbij de huurder meebetaalt aan de verduurzaming. Dit heet ook wel split-incentive. 10 Voor de inschatting is gerekend met een prijs van €0,15 incl. belastingen voor een kWh. Dat is lager dan de huidige elektriciteitsprijs maar hoger dan de huidige gasprijs Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
31
9.2.2. Dekking in bestaande onderhoudsbegroting (MJOP) Vanuit de huidige onderhoudsbegroting zijn financiële middelen opgenomen voor instandhouding van het vastgoed. Er is dus geen rekening gehouden met verduurzaming. Het is verstandig om bij natuurlijke vervangingsmomenten een verduurzamingsslag te maken. Bijvoorbeeld door het toepassen van dakisolatie als de dakbedekking toch vervangen moet worden. Door te kiezen voor vervanging op natuurlijke momenten worden de investeringskosten lager. Ervaringsgegevens van Royal HaskoningDHV wijzen uit dat het om ongeveer 15% van de investering gaat. 9.2.3. Restwaarde op investeringen bij circulair bouwen In de nota afschrijvingen 2023 is opgenomen dat bij investeringen een circulaire restwaarde kan worden toegepast. De maximaal te hanteren restwaarde voor gebouwen is vastgesteld op 5% en geldt voor zowel nieuwbouw als verbouw. Belangrijke kanttekening hierbij is dat de losmaakbaarheidsindex een minimale grenswaarde heeft van 55%. Het hanteren van een restwaarde is optioneel en hoeft dus niet per definitie toegepast worden. Een nadeel van het niet volledig afschrijven is dat de rentekosten blijven doorlopen, terwijl de restwaarde onvoorspelbaar/onzeker is. In de berekening van bovengenoemde investeringskosten is geen rekening gehouden met restwaarde.
Dit omdat in dit stadium nog geen duidelijkheid bestaat over welke materialen toegepast gaan worden bij de verduurzaming en hoe losmaakbaar deze zijn. Met name van installaties is de losmaakbaarheid complex. Bovendien moet er wel rente doorbetaald worden over de restwaarde. 9.2.4. Subsidies Wie het eigendom heeft van het gebouw bepaalt voor welke subsidies men in aanmerking komt. In dit geval is de gemeente Leeuwarden de eigenaar van de betreffende locaties. Er kan aanspraak worden gemaakt op de subsidieregeling DUurzaam MAatschappelijk VAstgoed (DUMAVA). De DUMAVA is een regeling bedoeld voor eigenaren van maatschappelijk vastgoed om hun vastgoed te verduurzamen zodat energie wordt bespaard. Eigenaren van vastgoed vallen binnen de regeling, als het vastgoed zich in Nederland bevindt en eigendom is van een maatschappelijke instelling binnen bepaalde sectoren. De gebouwen van gemeente Leeuwarden voldoen aan die eisen van DUMAVA. De afgelopen jaren is gebleken dat de subsidiepot ontoereikend was voor het aantal aanvragen. Het toekennen van subsidie vindt daarom met een loting plaats. Toekenning van een aanvraag is dus niet gegarandeerd. Over 2023 is ongeveer de helft van de aanvragen ingeloot. Kijkend naar het totale investeringsbedrag op energetische verduurzaming van €42.000.000,- wordt in deze routekaart uitgegaan van een dekking via subsidies van ca 25%.
32
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
We gaan ervanuit dat deze problematiek van de regeling te maken heeft met de start van de regeling, en dat dit wordt opgelost. Om als Nederland te voldoen aan de EU-wetgeving11 moet beleid gevoerd worden om ook maatschappelijk vastgoed te verduurzamen en daarvoor zal de Rijksoverheid voldoende middelen beschikbaar moeten stellen. De Impulsregeling klimaatadaptatie is inmiddels gesloten voor inschrijving. Wordt in de toekomst mogelijk weer geopend.
9.3. Financiële opgave tot 2050
De financiële opgave tot 2050 ziet er als volgt uit: Maatregel Duurzaam verwarmen Beperken waterverbruik Klimaatadaptatie 2% van € 42 mjo Circulariteit 6% van € 42 mjo Biodiversiteit 1% Van € 42 mjo Laadinfrastructuur Subtotaal
Investering tot 2050 € 42.000.000 p.m. € 840.000 € 2.500.000 € 420.000 € 30.000 € 46.000.000
Dekking door subsidie (- 25% op € 42 mjo) Dekking door MJOP (-15% op € 42 mjo) Totaal Totaal per jaar Tabel 12.3: Dekking kosten verduurzaming
€ 10.500.000 € 6.300.000 € 29.000.000 € 1.100.000
In tabel 12.2 is een schatting afgegeven voor de geschikte energiebesparing. Deze bedraagt per jaar over de gehele portefeuille € 2.500.000,-. Dit overstijgt de bovengenoemde investeringskosten. Maar niet alle baten voor de energiebesparing komen bij de gemeente Leeuwarden. Die huurders zullen dus moeten meebetalen aan de verduurzaming.
9.4. Financiële opgave tot 2030
In paragraaf 6.5 is de investering voor energetische verduurzaming tot 2030 berekend op € 20.600.000. Met de opslagpercentages voor klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit is de totale opgave afgerond op € 22.000.000. Hiervan is € 4.000.000 gedekt door de projecten die in uitvoering zijn. Er blijft dus € 18.000.000 over. Uitgaande van gedeelde dekking met subsidie (25%) en het MJOP (15%) resteert een investering van € 10.800.000. (€ 2,2 miljoen per jaar) Het bedrag betreft de investering zoals het in 2024 zou zijn. Het bedrag is dus niet geïndexeerd richting 2030.
11 Energy Performance of Buildings Directive (EPDB IV)
Gemeente Leeuwarden | Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed | september 2024
33
9.5. Financiële strategie en prioritering
Het ligt voor de hand om focus aan te brengen bij de gebouwen waar de gemeente Leeuwarden zelf gebruiker is of waar de gemeente een subsidierelatie mee heeft. Dat is omdat de energierekening direct of indirect ook in de gemeentelijke begroting terecht komt. Bij de gebouwen waar commerciële huurders in het gebouw zitten (bijvoorbeeld Stadhouderlijk Hof of Watercampus) ligt het voor de hand dat de huurder voor een deel meebetaalt aan de verduurzaming. Dat is omdat de financiële voordelen ook bij de huurder terecht komen. In dat geval heeft de gemeente als gebouweigenaar voordeel van verduurzaming van het vastgoed, en heeft de huurder het voordeel van lagere energiekosten (split-incentive). Daarnaast is het verstandig om op de kernportefeuille te richten. Deze kernportefeuille beschreven in de nota vastgoed uit 2020. De gebouwen die verduurzaamd moeten worden tot 2030 bevinden zich vrijwel allemaal binnen de kernportefeuille. Alleen de Watercampus zou mogelijk op termijn voor afstoten in aanmerking kunnen komen. De totale financiële opgave is fors, maar kan gelukkig verdeeld worden over een periode van 25 jaar. Een gelijkmatige spreiding van de verduurzamingsbudgetten is ook in lijn met het doel om verduurzaming in te zetten op natuurlijke vervangingsmomenten. Gemiddeld genomen is er jaarlijks € 1.100.000,- nodig om de doelen tot 2050 te halen.