ROB Zonnepark Drachsterweg def 24 9 2020.pdf
Tekst van het document
Dit zakelijk recht van opstal ziet toe op een strook grond ter weerszijden van de hartlijn van de hoogspanningsverbinding van elk afzonderlijk 2 x 27,0 meter (totale breedte 54 meter) Zonder toestemming van TenneT is het niet mogelijk bouwwerken op te richten in de belemmerde strook. Wij wijzen u er op dat u van de betreffende grondeigenaar en/of gebruiker afzonderlijke toestemming dient te verkrijgen. Toestemming, mits Wij hebben geen bezwaar tegen de aanleg van een zonnepark binnen de belemmerde strook van de hierboven genoemde hoogspanningsverbinding, tussen de mastnummers 15 en 18, mits vóór de uitvoering van het werk, tijdens het werk, en gedurende de exploitatieperiode van het zonnepark strikt aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan.
TenneT TSO B.V. Bezoekadres Utrechtseweg 310, Arnhem Postadres Postbus 718, 6800 AS Arnhem Factuuradres Postbus 428, 6800 AK Arnhem Handelsregister Arnhem 09155985 Telefoon 0800 83 66 38 8 Fax 026 373 11 12 Internet www.tennet.eu
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 9 december 2019 GSN-REM 19-4991 2 van 8
1. Algemene voorwaarden: Het zonnepark, is te allen tijde verantwoordelijk voor het veilig stellen van hun installatie op het zonnepark t.b.v. het veilig kunnen uitvoeren van werkzaamheden aan onze HS-verbindingen, enerzijds in het belang van de veiligheid van betrokken personen, anderzijds om de leveringszekerheid te waarborgen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van bovengrondse HS-verbindingen gelden veiligheidsaanbevelingen. Deze Toestemming is gebaseerd op uw mail d.d. 07-10-2019 incl. Technische tekening met nummer LAY03_P03_LEE_Overheadline_190919.pdf. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van bovengrondse HS-verbindingen gelden veiligheidsaanbevelingen. De veiligheidsaanbevelingen maken deel uit van deze Toestemming. Verder moeten alle betrokken partijen, inclusief uitvoerende(n), door of namens u op de hoogte te worden gesteld van de inhoud van deze voorwaarden en veiligheidsinformatie. Iedereen op de werklocatie dient vooraf geïnstrueerd te zijn omtrent het risico van werken in de nabijheid van hoogspanning. Wij adviseren u om bij het kruisen van de HS-verbindingen hoogte beperkende constructie (maximale doorrijhoogte) en waarschuwingsborden te plaatsen met daarop de tekst: “Levensgevaar! Hoogspanning”. De locatie(s) en aantallen hiervan dienen met onze toezichthouder ter plaatse afgestemd te worden.
Toegankelijkheid hoogspanningslijn/-masten tijdens realisatie en in beheerfase Allereerst wijzen wij u erop dat de hoogspannings-verbindingen (hierna HS-verbindingen) altijd toegankelijk dienen te blijven voor de netbeheerder TenneT en/of de door de netbeheerder aangewezen partij en/of door hen aan te wijzen derden (hierna: netbeheerder) en aannemers om de benodigde werkzaamheden ten behoeve van de HS-verbindingen uit te voeren. De masten moeten altijd -"24/7"- bereikbaar zijn en blijven. Er dient daarom altijd een strook grond vrij te blijven voor de uitvoering van werkzaamheden, inspecties en dergelijke. De paden (ruimten) zoals weergegeven op in bovengenoemde tekening worden voor het uitvoeren van onze werkzaamheden voldoende geacht.
a)
Voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden en bij calamiteiten dient een vrije werkruimte rondom de hoogspanningsmast(en) te worden vrijgehouden. Normaal bedraagt deze vrije werkruimte 27 meter rondom dit type hoogspanningsmast. Deze ruimte(n) rondom de hoogspanningsmast(en) is nodig voor het opstellen van materieel voor het uitvoeren van onderhoud en/of het verhelpen van storingen. Hiermee is in uw aangeleverde tekening al rekening gehouden. Hierbij dient de grond op een afstand van minimaal 5 meter rond elke poot van de mast altijd aan alle zijden ongeroerd te blijven. Tijdens en na de bouw moet rondom de hoogspanningsmast een terrein geheel vrij blijven van opslag. In geen geval mag opslag plaatsvinden binnen het vierkant gevormd door de zijden op 5 meter van de buitenkant van de poeren van de fundering.
b)
Op het moment dat de netbeheerder het nodig acht - in verband met werkzaamheden buiten regulier onderhoud - bepaalde maatregelen te treffen, dient door het zonnepark op eerste verzoek medewerking verleend te worden aan de uitvoering daarvan. Als voorbeeld van dergelijke maatregelen kan genoemd worden het creëren van extra ruimte en/of paden in aanvulling op de reeds aanwezig werkruimte en paden. De netbeheerder zal bij de bepaling van de te nemen maatregelen zoveel mogelijk rekening houden met de belangen van het zonnepark.
c)
De masten moeten altijd bereikbaar zijn én blijven voor voertuigen vanaf de openbare weg via een vrije strook grond (toegangswegen) met een breedte van minimaal 5 meter.
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 9 december 2019 GSN-REM 19-4991 3 van 8
d)
Op de toegangswegen mogen geen beperkingen zijn opgelegd aan het gebruik van motorvoertuigen die een maximale asdruk hebben van 7,5 ton met een vlaktedruk van 6,5 N/cm2.
e)
Binnen de belemmerde strook zullen geen materialen of werktuigen worden gebruikt die hoger kunnen zijn dan in de toestemming aangegeven maximale vrije werkhoogte.
f)
Afrastering geplaatst in de lengterichting van de hoogspanningsverbinding dient ten minste om de 100 meter geaard te worden. Bij meer dan 1000 meter afrastering in de lengterichting van de hoogspanningsverbinding dient er door middel van het opnemen van isolatoren gesectioneerd te worden.
Brandwerendheid De PV-panelen dienen aantoonbaar gecertificeerd (typetest) te zijn en voldoen daarmee aan de eisen als gesteld in de norm IEC-61730-2 klasse A. Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) beïnvloeding Door de lengte en de parallel opstelling van het park aan de lijn, kunnen er EMC verschijnselen optreden in de installatie(s) van het zonnepark. Metalen delen van het bouwwerk in de belemmerde strook dienen deugdelijk geaard te zijn volgens de NEN1010. Alle metalen constructiedelen binnen de belemmerde strook in het zonnepark "Drachtsterweg", zullen geleidend met elkaar worden verbonden aan aardelektroden, aan te brengen op de hoekpunten van de constructies, voor het afvoeren van mogelijk optredende inductieve spanning. Bij de berekening van de aarding dient rekening te worden gehouden met inductieve beïnvloeding, capacitieve beïnvloeding, de elektrische- en magnetische velden en weerstandsbeïnvloeding van de aanwezige HS-verbinding. Indien blijkt dat maatregelen aan de installaties en/of het bouwwerk moeten worden getroffen om (EMC) beïnvloeding van de hoogspanningsverbinding te voorkomen, zijn de kosten voor deze te treffen maatregelen voor rekening van de eigenaar/ontwikkelaar van het te realiseren zonnepark.
De aanwezigheid van het zonnepark mag geen invloed hebben op de installatie van TenneT, evenmin aan communicatie verbindingen die in de hoogspanningsverbinding zijn opgehangen zoals: GSM antennes, bewakingssystemen en dergelijke. Deze beïnvloedingsstudie dient 8 weken voordat het zonnepark operationeel is te worden aangeleverd. Aansprakelijkheid Hoewel wij bij onderhoud aan de HS-verbindingen er naar streven de overlast zoveel mogelijk te beperken, is dit niet altijd volledig te voorkomen. Ondanks de door de netbeheerder genomen voorzorgsmaatregelen, kan er tijdens de uitvoering van de werkzaamheden mogelijk schade ontstaan. Er wordt door de netbeheerder TenneT TSO B.V. en haar rechtsopvolgers geen aansprakelijkheid aanvaard voor: de gevolgen van eventuele (inductie)spanningen en/of enigerlei schade aan voorwerpen, installaties, gebouwen of overige eigendommen van het zonnepark etc.
voor storingen ten gevolge van de aanwezigheid van de onderhavige HS-verbindingen en/of door uit te voeren werkzaamheden aan de HS-verbinding etc.
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 9 december 2019 GSN-REM 19-4991 4 van 8
voor enigerlei schade aan derden die werkzaamheden uitvoeren (aan) of gebruik maken van het zonnepark etc.
(mogelijk) schade zoals opwekkingsverliezen die kunnen gaan optreden als gevolg van onderhoud en/of beheer etc. behoudens in geval van opzet of bewuste roekeloosheid van de netbeheerder.
De kosten voor het (tijdelijk) wegnemen van de zonnepanelen en de hierbij behorende installatie (w.o. fundatiepalen) alsmede de kosten voor het terugplaatsen van de panelen en de installatie komen hierbij geheel voor rekening van de initiatiefnemer (eigenaar/exploitant van het zonnepark).
De netbeheerder is niet verplicht tot enige schadevergoeding van welke aard dan ook, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid door de netbeheerder.
Indien u besluit om het zonnepark te plaatsen, vrijwaart u TenneT TSO B.V. en haar rechtsopvolgers voor vorderingen tot vergoeding van schade door de aanwezigheid van en/of door uit te voeren werkzaamheden aan de hoogspanningsverbinding. Voorbeelden waarbij mogelijke schade (aan materieel) kan ontstaan zijn bijvoorbeeld het neervallen van materialen, ijs/sneeuw, drupwater(vervuiling), drones, vogels, e.d. en/of andere nadelige beïnvloeding van de elektriciteitsopbrengst door bijvoorbeeld inductie, tijdelijk afdekken van de panelen e.d. Hetzelfde geldt ook voor mogelijke schade zoals opwekkingsverliezen die kunnen gaan optreden als gevolg van onderhoud en/of beheer, bijvoorbeeld als de masten periodiek (normaliter om de 10 jaar) worden geschilderd waarbij mogelijk een gedeelte van de zonnepanelen moet worden afgedekt om verfspatten op te vangen. Zonnepark vrijwaart de netbeheerder voor aanspraken van het zonnepark en derden tot vergoeding van schade waarvoor de aansprakelijkheid van de netbeheerder conform het voorgaande is uitgesloten.
2. Realisatiefase Specifieke voorwaarden De werkzaamheden en de inrichting zullen worden uitgevoerd conform hetgeen is vastgelegd in de te verlenen toestemmingsbrief en de ontvangen tekening. a) Gelet op de beperkte werkhoogte en de werktuigen waarmee de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, adviseren wij tijdelijke hoogtebegrenzingsportalen met een doorrijhoogte te plaatsen bij de toegangsweg(en) van het terrein. Indien de werkzaamheden plaats dienen te vinden op een hogere hoogte dan de vrije werkhoogte, dan dient de definitieve vrije werkhoogte door onze toezichthouder ter plaatse bepaald te worden. Iedere vorm van aansprakelijkheid als gevolg van mogelijke vergissingen in de afgifte van deze hoogtes zal door de netbeheerder en/of de toezichthouder ter plaatste worden afgewezen. Binnen de belemmerde strook zullen geen materialen en/of werktuigen worden gebruikt die hoger kunnen zijn dan de aangegeven maximale vrije werkhoogte. Het mechanisch blokkeren van de hoogte van de werktuigen is voorgeschreven. Als u hiernaar handelt, voorkomt u dat de werktuigen de hoogspanningslijn te dicht naderen.
De maximale vrije werkhoogte tussen de masten 15 en 16 bedraagt 11,0 meter ten opzichte van het maaiveld, dat wordt geacht te liggen op +/- 0,0 meter ten opzichte van NAP.
De maximale vrije werkhoogte tussen de masten 16 en 17 bedraagt 15,0 meter ten opzichte van het maaiveld, dat wordt geacht te liggen op +/- 0,0 meter ten opzichte van NAP.
De maximale vrije werkhoogte tussen de masten 17 en 18 bedraagt 7,0 meter ten opzichte van het maaiveld, dat geacht wordt te liggen op + 1,0 meter ten opzichte van NAP.
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 9 december 2019 GSN-REM 19-4991 5 van 8
U dient zelf de maaiveldhoogte vast te stellen.
Indien werkzaamheden plaatsvinden binnen de belemmerde strook tussen mast 15 en 18, die buiten de hierboven genoemde afstanden vallen, is toezicht noodzakelijk.
b) Buiten de belemmerde strook zullen materialen en/of werktuigen zodanig worden gebruikt dat bij eventueel omvallen, de geleiders (spanning voerende draden) niet dichter genaderd worden dan een afstand van 5,00 meter. Indien dit niet kan worden gegarandeerd dient men maatregelen ter stabilisatie aan te brengen, bijvoorbeeld door het tuien van het werktuig. c) De door u te gebruiken werktuigen zullen door middel van een sleepketting worden geaard. Dit voorschrift is niet van toepassing op werktuigen voorzien van stalen rupsen. d) Indien er binnen de belemmerde strook licht- of cameramasten geplaatst zullen worden, dan dient u dit bij ons, met toevoeging van relevante technische tekeningen en gegevens omtrent de situering van de te plaatsen lichtmasten, aan te vragen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met een lichtpunthoogte die 1,0 meter lager moet zijn dan de opgegeven vrije werkhoogte, dit in verband met het plaatsen, vervangen of verwijderen van de lichtmasten. De lichtmasten moeten in dat geval worden voorzien van waarschuwingsborden met daarop de tekst "Let Op : Hoogspanning". e) Het plaatsen van eventuele bouwketen zal buiten de belemmerde strook plaatsvinden; f)
Voor het gebruik van tijdelijke opslag wordt conform afspraak gebruik gemaakt van de ruimte buiten de belemmerende strook.
g) Tijdens werkzaamheden moet de afstand van zware hulpwerktuigen, voertuigen en dergelijke tot aan de buitenzijden van de poeren van de mast(en) nooit minder dan 5 meter zijn. f)
Rondom de masten bevindt zich een aardnet. Beschadigingen aan het aardnet dienen onmiddellijk aan de netbeheerder te worden doorgegeven.
g) Op het moment dat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt geconstateerd dat onze eigendommen beschadigd dreigen te raken en/of de bedrijfsvoering ervan in gevaar komt, dan dient het werk direct te worden stilgelegd en overleg plaats te vinden over het verdere verloop. Mocht tijdens en/of na afloop van de werkzaamheden blijken dat schade aan onze eigendommen is toegebracht, dan zullen de kosten van herstel bij u in rekening worden gebracht. h) De werkzaamheden dienen zorgvuldig te worden uitgevoerd. Mochten er ondanks de voorzorgsmaatregelen schade ontstaan, dan dient u dit te melden via schade@tennet.eu onder vermelding van het kenmerk van deze brief.
3. Veiligheidstoezicht en planning Gezien het belang van de HS-verbindingen, de kwetsbaarheid van de bovengrondse geleiders en de veiligheid van personen, wordt veiligheidstoezicht door de netbeheerder op de werken nodig geacht. Vóór aanvang van de werkzaamheden in de belemmerde strook dient:
de opdrachtgever minimaal twee weken voor de start van de werkzaamheden dit te melden aan de netbeheerder via de mailbox: grondzaken-noord@tennet.eu en daarbij een werkplan in te dienen waarin de volgende onderdelen zijn beschreven: Doorlooptijd / Planning – Inzet materieel – Taak Risico Analyse (TRA) met beheersmaatregelen voor het risico werken onder hoogspanningslijn – Bouwplaats inrichtingsplan.
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 9 december 2019 GSN-REM 19-4991 6 van 8
Minimaal drie weken voor de aanvang van de werkzaamheden in de belemmerde strook is de opdrachtgever verplicht om contact op te nemen met TenneT TSO B.V. Dit om te melden wanneer de werkzaamheden beginnen en voor het inplannen van een toolbox.
4. Beheerfase Regulier (en / of groot ) onderhoud, beheer en inspectie Reguliere onderhoudswerkzaamheden worden door de netbeheerder vooraf met de exploitant en/of beheerder van het zonnepark afgestemd. De afstemming gaat om de te nemen acties op verzoek van de netbeheerder.
Het zonnepark wordt voorzien van een hekwerk met een afsluitbaar toegangshek. Voor de bereikbaarheid van de masten wordt aan de netbeheerder toegang verschaft bij het toegangshek. Het hekwerk dient geopend te worden door bevoegden van het zonnepark binnen 2 uur na eerste melding en/of door netbeheerder zelf indien dat nodig wordt geacht. Dat kan door toepassing van een sleutelkastje met code die na melding wordt doorgegeven.
Wij adviseren u om bij het naderen van het zonnepark waarschuwingsborden te plaatsen met daarop de tekst: "Let Op : Hoogspanning"
Bij werkzaamheden door de netbeheerder en/of namens de netbeheerder in de nabijheid van de zonnepanelen dienen de panelen buiten bedrijf en aantoonbaar spanningsloos te worden gemaakt, om een elektrisch veilige werkplek aan te bieden aan de door de netbeheerder te werk gesteld personeel.
Er dient een storingsorganisatie ingericht te worden, waarin o.a. de rollen, contactpersonen, procedure vrij schakelen, openen van de hekken (toegang) telefoonnummers etc. worden vermeld. Deze behoeft de goedkeuring van de netbeheerder en dient 8 weken voordat het zonnepark operationeel/ in bedrijf is te zijn opgericht.
5. Calamiteiten / Incidenten Bij calamiteiten, situaties waarbij onze energievoorziening is onderbroken of waarbij de leveringszekerheid in gevaar komt, zal de netbeheerder zich via uw storingsorganisatie melden teneinde de benodigde schakelhandelingen te verrichten waarbij het door de netbeheerder te werk gesteld personeel een elektrisch veilige werkplek wordt aangeboden door u, zodat de herstelwerkzaamheden op een veilige en juiste wijze uitgevoerd kunnen worden. Dit kan onder meer inhouden dat de (toegang tot) wegen en/of het terrein tijdelijk worden geblokkeerd en/of afgesloten en/of dat de zonnepanelen tijdelijk dienen te worden verzet/ verwijderd. In gevallen waarbij direct handelen noodzakelijk is zullen de benodigde maatregelen getroffen worden, die volgens het oordeel van de netbeheerder en met het oog op de veiligheid alsmede in het belang van de instandhouding van de HS-verbinding(en) (leveringszekerheid) noodzakelijk zijn. Bij calamiteiten/incidenten in het zonnepark moet men contact opnemen met de Centrale meldkamer TenneT (CMK) 0800-0230459.
Als wij het noodzakelijk vinden moeten de werkzaamheden of het gebruik van het terrein tijdens onze onderhouds- en/of herstelwerkzaamheden op eerste aanzegging van ons – in urgente gevallen direct en anders na overleg en minimaal 24 uur na aanzegging – tijdelijk worden gestopt en het terrein vrijgemaakt. Dit kan onder meer inhouden dat infrastructuur tijdelijk wordt geblokkeerd en/of afgesloten.
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 9 december 2019 GSN-REM 19-4991 7 van 8
In het geval van calamiteiten moeten de zonnepanelen die zich binnen de belemmerde strook bevinden ter plekke door medewerkers van uw organisatie direct of binnen 24 uur na melding kunnen worden weggenomen en buiten de belemmerde strook worden geplaatst, zodanig dat wij onze werkzaamheden op een veilige en juiste wijze kunnen uitvoeren.
Ook ten aanzien van het zichtbaar spanningsloos kunnen werken door onze medewerkers en/of derden in de nabijheid van de zonnepanelen, zal het zonnepark bij een defect aan één of meerder panelen en draadbreuk geen gevaarlijke situaties en elektrocutie kunnen veroorzaken en voldoen aan de NEN3140 deel ELV spanningen.
Het is noodzakelijk dat wij voordat het zonnepark in bedrijf wordt genomen, wij van u het telefoonnummer van de 24-uurs storingsdienst van de aannemer/exploitant van het zonnepark ontvangen. En dat deze partij ook op de hoogte is van de afspraken zoals deze gemaakt zijn in deze Toestemming, zodat de juiste actie(s) op ons verzoek kunnen worden verricht.
6. Overdracht In het geval het zonnepark in eigendom, gebruik en/of beheer overgaat naar een derde, dient deze op de hoogte te worden gesteld van deze brief met voorwaarden en overeenkomstig te handelen. De betreffende derde zal door zonnepark gehouden worden om schriftelijk aan de netbeheerder te verklaren dat hij bekend is met de inhoud van deze brief en dat hij zich daaraan zal conformeren. Slechts nadat de netbeheerder deze schriftelijke verklaring van de derde heeft ontvangen zal de derde rechten kunnen ontlenen aan het in deze brief bepaalde. Deze toestemming moet steeds aanwezig en toonbaar zijn op de locatie waar de werkzaamheden worden uitgevoerd. Dit geldt ook voor de bijlagen die, indien zij zijn bijgevoegd, zijn vermeld in de rechterbovenhoek van dit document. Het is in uw belang en in het belang van het uitvoerende personeel dat de voorwaarden vermeld in deze toestemming in acht worden genomen. Wij verzoeken u ook het uitvoerende personeel van de inhoud van deze brief in kennis te stellen. Voor uw veiligheid kan er op het werk een controle plaatsvinden. Deze brief met voorwaarden, die 1 jaar geldig is, dient bij de uitvoerende partij op de werkplek aanwezig te zijn. Bij het doen van een (hernieuwde) KLIC melding voor deze werkzaamheden kan verwezen worden naar ons kenmerk van deze brief.
Wanneer hiernaar verwezen wordt, voorkomt dit stagnatie in de uitvoering van de werkzaamheden. Tenslotte wijzen wij u op de aanbevelingen zoals vermeld in onze brochure 'Uw Veiligheid en de ongestoorde werking van de bovengrondse hoogspanningsverbinding' die u kunt downloaden vanaf onze website. www.tennet.eu/uwveiligheid. De opdrachtgever is te allen tijde verantwoordelijk voor het veilig uitvoeren van de werkzaamheden, enerzijds in het belang van de veiligheid van betrokken personen, anderzijds om de bedrijfszekerheid van de elektriciteitsvoorziening te waarborgen. U vrijwaart onze vennootschap voor: Mogelijke aansprakelijkheid voor allerlei schade voortvloeiend uit de aanwezigheid van de hoogspanningsverbinding. Mogelijke aansprakelijkheid voor enigerlei schade voortvloeiend uit de aanwezigheid van de hoogspanningsverbinding voor derden die werkzaamheden uitvoeren of gebruik maken van het uit te voeren werk.
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 9 december 2019 GSN-REM 19-4991 8 van 8
De voorwaarden zijn door u aanvaard, zodra met de werkzaamheden is begonnen. Mocht u verder nog vragen hebben over deze brief, neem dan contact met ons op. Wellicht ten overvloede wijzen u erop dat onze hoogspanningsverbindingen van vitaal belang zijn voor de elektriciteitsvoorziening. Wij wensen u veel succes toe met het uitvoeren van de werkzaamheden en zien de afgesproken aanvullende informatie m.b.t. de storingsorganisatie, toegang en EMC beïnvloedingstudie tegemoet.
Met vriendelijke groet, TenneT TSO B.V.
Angélique Avink Manager Real Estate Management
48
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
49
Bijlage 2
Participatie
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
EEN ZONNEPARK BOUWEN DOEN WE SAMEN! ONZE BELOFTE OP OMGEVINGSPARTICIPATIE TIJDENS DE ONTWIKKELINGS- EN EXPLOITATIEFASE VAN EEN ZONNEPARK
INFORMATIE T.B.V. ONZE VISIE OP OMGEVINGSPARTICIPATIE - 1.03
Pagina 2 van 10
VOOR ONS IS OMGEVINGSPARTICIPATIE NIET EEN (AANSTAANDE) WETTELIJKE VERPLICHTING MAAR IETS DAT IN ONS DNA ZIT Omgevingsparticipatie De Eerste Kamer wil dat participatie van bewoners een solide basis krijgt in de invoeringsregels voor de Omgevingswet. Gemeenten moeten daarom vóór 2021 verplicht participatiebeleid opstellen. Wij denken dat de invoeringswet op een flinke meerderheid kan rekenen. Een motie van de PvdA roept op tot een verplichting voor gemeenten om vóór de inwerkingtreding van de wet participatiebeleid op te stellen. Hierin moeten lokale overheden vastleggen hoe ze de actieve deelname van inwoners gaan vormgeven en welke eisen daarbij gelden. Er is al een wet in de maak die een participatieverordening verplicht stelt, maar deze treedt pas later in werking. De Omgevingswet gaat in de kern over ruimte geven, loslaten en vertrouwen, over een andere verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving. De Omgevingswet wil ruimte geven voor ideeën van initiatiefnemers en voor lokale afwegingen. Daarin wegen de belangen van betrokkenen nadrukkelijk mee. Die betrokkenen doen mee en laten van zich horen: participatie.
Hoe wordt participatie nu vormgegeven?
ft
De wet zegt alleen dat er participatie moet plaatsvinden, maar niet hoe dat moet. Dit gee gemeenten ruimte om een werkwijze te ontwikkelen die past in de lokale context. Voor Energeia zit participatie
in ons DNA. Wij waren al lang van mening dat je niet alleen van de omgeving moet ‘nemen’ zoals lange tijd met de gaswinning in Groningen is gebeurd maar dat je ook de omgeving moet ‘geven’ als er een initiatief in hun omgeving ontwikkeld wordt. Energeia stimuleert tijdige participatie, zodat er aan de start van een ontwikkeltraject diverse meningen en ideeën boven tafel komen. Wij werken al jaren op deze wijze en hanteren hiervoor een stappenplan. Voor elk project doorlopen we vijf stappen van participatie die we omschrijven als de 5 PE’s (Participatie Essentials): 1. 2. 3. 4. 5.
Denk met ons mee. Bepaal met ons mee. Wij delen alle relevante informatie. Doe actief mee. Deel mee.
Pagina 3 van 10
Deze vijf participatie essentials zijn Energeia’s invulling van omgevingsparticipatie. Ruim voordat er sprake was van een omgevingswet en los van of er nu wel of niet sprake is van een Omgevingswet is ons denken over participatie al ontstaan. Nadat wij een project hebben geïdentificeerd, hebben wij in principe overeenstemming met de eigenaar van de lokatie en een positieve transportindicatie van de netbeheerder. Daarna maken wij ons project bekend bij de desbetre ende gemeente en doen een eerste toets op de haalbaarheid. Indien er een eerste positief signaal van de gemeente komt gaan wij in gesprek met de omgeving
ff
. . . . . en een breed draagvlak bezegelen we met een formele handtekening en een feestje
Pagina 4 van 10
Onze 5 participatie essentials PE 1: Denk met ons mee In deze fase gaan wij samen met omwonenden en andere belanghebbenden rond de tafel zitten om te brainstormen over de invulling van de beoogde lokatie. Wij betrekken hierbij ecologische en architectonische aspecten van ons idee voor een zonnepark. Hierbij worden enkele uitgewerkte opties voorgelegd zodat de stakeholders de mogelijkheid hebben om zich een visueel beeld te vormen. Dit leidt tot betere resultaten dan samen blanco rond de tekentafel gaan zitten. Voorafgaand aan deze zogenaamde ontwerpsessie is er al een informatieavond geweest voor belanghebbenden waarop de te nemen stappen duidelijk in kaart gebracht zijn, zodat de ontwerpsessie zo concreet mogelijk ingevuld kan worden. Het op deze manier en aan het begin van een traject betrekken van stakeholders voorkomt dat er later (minder) nieuwe bezwaren of ideeën aangekaart worden.
ff
PE 2: Bepaal met ons mee Tijdens de ontwerpsessie wordt er gezamenlijk een plan geschetst waar de landschapsarchitect mee aan de slag kan. De ideeën die tijdens de ontwerpsessie op tafel komen worden binnen bepaalde randvoor waarden teruggebracht tot één of meerdere concrete ontwerpen waar uiteindelijk een definitief ontwerp op volgt. Een belangrijk onderdeel hiervan is dat er altijd wordt teruggekoppeld waarom sommige ideeën wel en andere ideeën niet worden meegenomen in het ontwerp. Dit borgt het vervolgtraject. Voor kwalitatieve participatie is het belangrijk dat de juiste stakeholders, die ook daadwerkelijk belang hebben bij wat er besproken wordt, betrokken worden bij het ontwerpen en beslissen.
PE 3: Wij delen alle relevante informatie Ook de personen die niet direct en actief kunnen participeren moeten uiteindelijk geïnformeerd worden over het proces. Transparante communicatie creëert vertrouwen. Daarom worden betrokkenen zowel bij elke milestone (zoals aanvragen vergunning, het verkrijgen van de vergunning) als tijdens de bouw geïnformeerd. Zo worden ze bij alle fasen van het project betrokken. Elke inwoner van de gemeente en anderzijds direct betrokkenen dienen op de hoogte te zijn van ons plan. Hij of zij moet het kunnen lezen in de lokale media, op een speciale project website of in een nieuwsbrief. Dit kan per project en per gemeente anders ingevuld worden maar ook hierin luisteren wij naar de betrokkenen en proberen wij wensen dienaangaande te implementeren. Zo kan bijvoorbeeld ook het lokale (basis) onderwijs betrokken worden door daar presentaties te geven over zonne-energie en het betre ende project. Op deze wijze kunnen de
jongste bewoners van de omgeving betrokken worden maar dat kan ook in bejaarden- of verzorgingstehuizen. Het is onze verplichting om ook de zogenaamde ‘silent majority’ in het initiatief te betrekken. Wij plaatsen ook een camera tijdens de bouw op het zonnepark in aanbouw zodat omwonenden via een livestream de vorderingen van de bouw kunnen volgen, nodigen wij stakeholders uit voor update rondleidingen en communiceren wij via social media.
Pagina 5 van 10
Livestream tijdens het bouwproces zonnepark Drachtsterweg in Leeuwarden
PE 4: Doe actief mee Als een project eenmaal is geaccepteerd en de omgevingsvergunning is afgegeven, denken we bij deze stap na over hoe de omgeving zoveel mogelijk van het project kan profiteren. Er zijn onder andere mogelijkheden om de opgewekte stroom exclusief ter beschikking te stellen voor de lokale gemeenschap. En zullen wij zoveel mogelijk lokale ondernemers inzetten bij de ontwikkeling, bouw en exploitatie van het zonnepark.
ft
ff
PE 5: Deel mee De laatste participatiestap bij het ontwikkelen van een zonneweide hee te maken met de financiële kant van het project. Als de ontwikkeling van een project o icieel van start gaat kan er invulling gegeven worden aan wat er met de opbrengst van de zonneweide gedaan kan worden en hoe de betrokkenen kunnen meedelen. Zo wordt er nagedacht over hoe de direct omwonenden kunnen profiteren van de zonneweide – eventueel via een lokale energiecorporatie – en over de mogelijkheid van aandelen en obligaties. Wij zijn zelf een groot voorstander van het inrichten van een lokaal duurzaam investeringsfonds. Wij storten een gedeelte van de opbrengsten uit een zonnepark in een dergelijk duurzaam investeringsfonds dat wij samen met de gemeenschap beheren en vanwaaruit duurzame energie initiatieven bekostigd kunnen worden.
Pagina 6 van 10
De rol van de gemeente Gemeenten spelen cruciale rol Bovenstaande participatie essentials hebben niet enkel te maken met bewonersparticipatie. De belangrijkste stap die hieraan voorafgaat is het betrekken van de betre ende gemeente bij de plannen, in een zo vroeg mogelijk stadium. Een plan moet namelijk op de eerste plaats passen binnen het beleid van de gemeente. Het kan zijn dat een gemeente zelf al een uitgesproken beleid hee wat betre de ontwikkeling van zonneweides. Het is dan ook belangrijk dat wij zo vroeg mogelijk met een gemeente in gesprek gaan over de te doorlopen participatiestappen en te zoeken naar een oplossing waarin de locatie, de situatie en de wensen van alle stakeholders zo optimaal mogelijk samenvallen. De door ons gedefinieerde participatie essentials zullen niet bij elk project en bij elke gemeente op dezelfde manier relevant zijn. Participatie staat in alle gevallen voorop maar is in onze ogen ook maatwerk. Wij hebben onze ideeën voor participatie uitgewerkt maar zullen deze altijd in samenwerking met de desbetre ende gemeente ‘uitrollen’
ft
ff
ft
ff
Wij weten niet op voorhand of participatie altijd zal leiden tot een groter draagvlak. Daar is geen absolute garantie voor. Toch vinden wij participatie een voorwaarde voor een geslaagd project. Elke suggestie voor een beter project is er immers één en leidt tot een stap verder naar een perfect plan.
Pagina 7 van 10
Concrete invulling van participatie zoals door ons is toegepast bij ons zonnepark aan de Drachtsterweg in Leeuwarden. Energie voor en door de community
Vele hedendaagse ontwikkelingen maken dat wij aan de vooravond van een omvangrijke energietransitie staan, waarbij grootschalige energieproductie plaats maakt voor kleinschalige en lokale energieproductie en waarbij meer en meer de gebruiker van energie ook zelf de producent wordt. Deze ontwikkelingen maakt dat Energeia een groot pleitbezorger is van lokale/community betrokkenheid welke zover kan gaan dat de community ook (mede)eigenaar of financier kan worden van een zonnepark initiatief.
Financiële participatie derden De community als mede-eigenaar kan dan vanuit eigenaarschap meepraten en meebeslissen over een investering en zal integraal meedelen in het rendement van het zonnepark. De financiers zullen een rente ontvangen die significant hoger ligt dan de huidige bankrente die zij nu ontvangen. Het feit dat wij onze oorsprong hebben in een beursgenoteerde onderneming betekent dat community participanten verzekerd kunnen zijn van een solide governance structuur, waarmee hun belang zo zorgvuldig mogelijk behartigd wordt. Opgewekte energie exclusief beschikbaar voor de lokale Community Energeia maakt de opgewekte energie van het zonne-energiepark exclusief beschikbaar voor afname door de lokale bewoners en ondernemers. In Nederland werken wij hierbij samen met Energie van Ons, het energiebedrijf dat eigendom is van de lokale energie-coöperaties in Noord-Nederland.
Pagina 8 van 10
Social return
Met onze visie dat de (toekomstige) energie-productie meer en meer op lokale schaal gaat plaatsvinden, vinden wij ook dat er oog moet zijn voor deze lokale belangen en impact. Wat ons betre moeten we leren van de e ecten van de gaswinning in Groningen. Het kan niet zo zijn dat er een eenzijdig en geconcentreerd beroep wordt gedaan op een omgeving en dat deze omgeving hier niet iets voor terugkrijgt. De aanleg van bijvoorbeeld een zonne-energiepark willen wij dan ook 'compenseren' met het aanbieden van een vorm van social return. Naast het feit dat het investeren in een zonnepark voor de (lokale) investeerders en financiers een acceptabel rendement moet opleveren, vinden wij dat dit met name ook een maatschappelijk verantwoord rendement moet zijn, dat recht doet aan het risicoprofiel en waarbij ook aandacht moet zijn voor het sociale rendement van een investering. Wij willen onze zonne-energieparken dan ook voor en met de omgeving/community vormgeven. Naast financiële participatie bieden wij dan ook de volgende zaken aan en zijn op voorhand bereid hiervoor inspanningsverplichtingen af te spreken.
-
Openstelling zonnepark voor omwonenden met uitleg en verantwoording over de exploitatie.
-
Openstelling zonnepark voor onderwijsdoeleinden met uitleg over de werking van zonne-energie.
-
Openstelling voor maatschappelijke organisaties, verenigingen etc. met als doel uitleg te geven over de werking van zonne-energie.
-
Inzet van mensen met een arbeidsbeperking voor bepaalde werkzaamheden, waarbij te denken valt aan groenonderhoud van het park en reinigen van de zonnepanelen.
-
Met voorrang zal er bij uitbesteding van investering en exploitatiewerkzaamheden gebruik gemaakt worden van lokale bedrijven.
-
Samenwerking met de plaatselijke energiecoöperatie t.a.v. de realisatie van een zonnepark en het beschikbaar stellen van een gedeelte van de opbrengsten uit de exploitatie van het zonnepark in een lokaal investeringsfonds t.b.v. lokale duurzame energie initiatieven.
ff
Voorlichting op (basis)scholen over zonne-energie
ft
-
Pagina 9 van 10
Voorbeeld social media posts en response
Pagina 10 van 10
Hofplein 33 8911 HJ Leeuwarden www.energeia.no
60
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
61
Bijlage 3
Landschappelijke inpassing
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
Landschappelijke inpassing zonnepark Drachtsterweg Het uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing is een zonnepark wat gezien mag worden. Dit geldt met name voor de het zicht van de zuidzijde waar men vanaf de Waldwei over het zonnepark heen kijkt. Het grootste deel van het traject zitten de personen in de auto’s met hun gezichtspunt boven het zonnepark, omdat de weg aan de westkant over een fietstunnel gaat en aan de oostkant met een viaduct de Drachtsterweg oversteekt. Op het laagste punt is het wegdek circa 30 cm hoger gelegen dan de hogere plekken van de weilanden waar het zonnepark zal komen. Het is hierdoor van belang om een zonnepark te creëren wat oogt als één totaal object gelegen in het landschap. Dit wordt bereikt door de panelenrijen op elkaar uit te lijnen en zo min mogelijk ‘rafelranden’ te maken. Aan de noordzijde wordt het zonnepark echter wel deels aan het zicht onttrokken, omdat men hier vanuit het landschap op de achter- en onderkanten van de panelentafels kijkt. De Drachtsterweg ligt min of meer op de hoogte van het maaiveld waardoor men vanuit de auto hier ook op zou kijken. Dit geldt in minder mate wanneer men vanuit het zuiden komt, omdat zowel viaduct als het bestaande bosje bij het viaduct het zonnepark aan het zicht onttrekken.
Het bestaande patroon van de sloten wordt zoveel mogelijk behouden waardoor de oorspronkelijke verkaveling zichtbaar blijft. De richting van het landschap wordt daarnaast benadrukt door de richting van de panelen die haaks is op de interne sloten. Dit zorgt daarnaast voor een rustiger en meer samenhangend totaalbeeld.
1
Inrichtingsprincipes
2
De opstellingsrichting is afgestemd op de interne verkavelingsrichting van de het gebied. De panelenrijen staan haaks op de sloten, min of meer zuid gericht. De rijen van de verschillende velden zijn op elkaar uitgelijnd, waardoor een groter samenhangend geheel ontstaat waarin het patroon van de interne sloten duidelijk herkenbaar is. Elk veld krijgt een doorlopende voorste rij panelen langs de Waldwei. Het gevolg is een rustig totaalbeeld, wat nodig is omdat het veld als geheel te overzien is vanaf de Waldwei. Rondom de twee hoogspanningsmasten moet een zone van 30x30 meter vrij worden gehouden, deze worden als haakse vlakken uitgesneden uit de panelenvelden. Aan de noordzijde volgen de velden de lijn van de sloot. Langs de interne sloten wordt minimaal 5 meter vrij gehouden voor onderhoud van panelen en sloten. De minimale afstand van de panelen tot de sloten langs de buitenzijde van het plangebied is 10 meter. De maximale hoogte van de panelen is 2,00 meter. Langs het oostelijke deel van de noordzijde van het gebied wordt de slootkant aan de zuidzijde afgegraven tot een natuurlijke rietoever van gemiddeld drie meter breed. Het riet onttrekt de achterzijde van de panelen aan het zicht. Het driehoekige stuk grond aan de noordzijde blijft open grasland. Aan de westzijde is het plangebied aan het zicht onttrokken door de boerderij en het daarbij aanwezige opgaande groen.
Aan de oostzijde wordt het plangebied deels aan het zicht onttrokken door de bestaande bomenpartij. Het veld wordt bewust zichtbaar gehouden in het verlengde van de zichtas van de afrit van de Waldwei op de Drachtsterweg. De entree naar het gebied is hier gelegen, als afslag van de ventweg langs de Drachtsterweg. De entree wordt afgesloten middels een hekwerk over de dam in de sloot. Langs de rest van het gebied vormt een 2 meter hoog hekwerk de afscherming. De interne ontsluiting van het gebied loopt langs de noordzijde, tussen de panelenvelden en de rietkraag in. Hiervoor worden de huidige duikers in de sloten verplaatst. Ondersteunende bebouwing wordt in het patroon van de panelen geplaatst en niet langs de naar de openbare weg gekeerde zijdes geplaatst (zuid- en oostgrens). De bouwwerken krijgen een gedekte grijze kleur en een maximale hoogte van 2,4 meter. Het inkoopstation heeft een hoogte van 3,20 meter. Deze hoogte is vereist bij te betreden gebouwen met hoogspanningsinstallaties. Er wordt één type constructie en één type paneel toegepast.
Gemeentelijk beleid Deze landschappelijke inpassing is afgestemd op het beleid van de gemeente Leeuwarden zoals dat is vastgelegd in de kwaliteitsnota Plan voor de Zon. Deze locatie wordt in zijn hoedanig niet direct benoemd, maar de regels van hoofdstuk 7 van de nota zijn het best van toepassing op de situatie. Alle daarin gestelde richtlijnen ten aanzien van hoogte, het toepassen van sloten en riet, het toepassen van maar één richting en type paneel, het volgen van de richting van het landschap en het niet plaatsen van nutsgebouwen langs de openbare wegen, worden gevolgd. Het zonnepark past met een maximale hoogte van 2,0 meter binnen het Plan voor de Zon: langs de zuidzijde (Waldwei) is over het grootste deel van de route de kijker hoger dan de panelen. Alleen aan de oostzijde ervaart men deze hoogte wel wanneer men van de Waldwei de afrit neemt naar de Drachtsterweg. Men kijkt dan vanuit de auto direct op de zijkant van het panelenveld. Hier is ook de entree van het zonnepark gelegen, waardoor zowel initiatiefnemer als gemeente er voor kiezen om het zonnepark hier in het zicht te laten.
3
hekwerk
DOORSNEDE A-A WALDWEI OP HOOGTE NAAR VIADUCT
min 10 m. hekwerk
min 10 m.
DOORSNEDE B-B WALDWEI OP LAAGSTE NIVEAU
hekwerk plas-dras oever aanbrengen
DOORSNEDE C-C NOORDGRENS RIETKRAAG
onderhoudspad
min 10 m. hekwerk onderhoudspad
bestaande sloot
DOORSNEDE D-D NOORDGRENS PAD NAAR BOSJE
C A
C
D A
B
D B
67
Bijlage 4
Inrichtingstekening
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
G 4895
K 2746
K 2850
G 4898
G 279
K 2862
K 2851
G 4899
eg erw htst Drac
K 2747
K 2745 K 2854
K 2704 Z= -1.151
K 2853
K 2728
K 2705 K 2706
K 2845 K 2849 K 2855
aanbrengen duiker PVC ∅315 mm
R10
K 2844
K 2727
frezen aansluiting
.00 K 366
K 2861
Detail A
+0.23
K 2846
K 2725
K 2872
4.50
K 2724 K 2723 K 2722
K 2848
K 2721
3.50
K 2876
vri
H
vri
H
H
H
-0.17
H H H
aanbrengen duiker PVC ∅315 mm
K 2717
H
k
H
K 2852
K 2718
K 2709
k
K 2875
K 2719
H
H
01
K 368
K 2716
vri
vri
-0.20
01
dr
k
vri
K 2873
K 370
K 2720
vri
aanbrengen duiker PVC ∅315 mm
K 2866
K 2874 K 2856
K 371 K 2708
Z= -1.151 Z= -1.151
K 2726
K 2707
.00 0 1 R=
K 2847
H
K 2412
-0.40
H H
H H
Dra
K 2715
H
chts
poort
H
-0.25
K 2714
eg
K 369
K 2710
terw
K 2411
LEGENDA
H
H
kadastrale grens met perceelnummer
31
3185 H
K 2713
K 2711
aanbrengen verharding van menggranulaat
H
aanvullen grond
K 211 H
Belemmerde strook Tennet K 2712
K 372
aanbrengen dam met damliggers en duiker beton ∅600 mm
K 228
-0.35
aanbrengen asfalt
K 212 H
31
01 locatie profiel met nummer
aanbrengen pendam incl duiker PVC ∅315 mm
H
27
hekwerk staafmat 2,0 m hoog (door derden)
H
htste
H
H
-0.05
.00 27
schaal 1 : 250
planten boom (door derden)
rweg
H
aanbrengen duiker PVC ∅315 mm
aanleghoogte
+0.14
Drac
.00
verwijderen bestaande dam
Detail A:
ontgraven grond
H
nieuw te graven
60k
locatie trafo (door derden)
H
positie zonnepanelen (door derden)
H
bestaande hoogspanningsmast aanbrengen pendam incl duiker PVC ∅315 mm
H
K 210
hoogspanning, bovengronds
H
H
belemmerende strook Tennet
H
+0.13 H
H
H
K 2741
poort
K 373
poort
H
H
H
H
K 2743
Z= -1.151
R10.00
4.50
3.50
R=10.00
+0.11
31 31
H
H
00
27.
H
00
27.
H
H
H H
H
aanbrengen pendam incl duiker PVC ∅315 mm
K 2742
k
H
r
k
k
k
H
k
H
2.50
4.38
3.30
4.10
3.50
K 220
100mm water
K 2882
K 934
NAP -3.00 m K 229 K 2740 K 2737
Profiel 01 schaal 1 : 100
0.15-
1:2
r
20
30
40m
k
aanbrengen 0,5 m menggranulaat op doek (±0,10 boven maaiveld)
Maten in meters en materiaalmaten in millimeters, tenzij anders vermeld. Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P.
k
k
k
0.34+ 1:2 r
ontgraven t.b.v. plas-dras
10
r
k
0 Wijz.
k
AHu Get.
PvH Gec.
Eerste uitgave Omschrijving
Project:
k
k
k r
Zonnepark Drachtsterweg te Leeuwarden
eg
1:3
0
terw
1.26-
K 233
schaal 1 : 15000
Schaal 1:1000
hekwerk staafmat 2,0 m hoog
H
bk
Overzicht
k
chts
K 2739
0.40-
schaal 1 : 1000
r
Dra
H
H
Situatie
k
r
k
k
K 191
H
205
2.60
k
H
i dwe Wâl
K 2883
45
2.50
k
r
k
H
K 208
k
r
k
H
2.15
k
k
Opdrachtgever:
Zernikelaan 8 9351 VA LEEK
Steag
Postbus 136 9350 AC LEEK
Onderdeel:
0594 55 24 20 info@mug.nl www.mug.nl
Situatietekening civiele werkzaamheden
16-12-2019 Datum Projectnummer:
19300945
Tekeningnummer: 03-001 Schaal: Formaat: Blad:
1
zie tekening 594x1260 van 1
DEFINITIEF
69
Bijlage 5
Ecologie paragraaf
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
Ecologisch onderzoek Ontwikkeling zonnepark Drachtsterweg Leeuwarden Tbv ruimtelijke onderbouwing bij aanvraag omgevingsvergunning Uitgevoerd door Rho adviseurs Juni 2016
1
Waarom ecologisch onderzoek? Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie ten aanzien van de Ecologische Hoofdstructuur de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Normstelling Provinciale Verordening Het rijksbeleid ten aanzien van de bescherming van soorten (flora en fauna) en de bescherming van de leefgebieden van soorten (habitats) is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De uitwerking van dit nationale belang ligt bij de provincies. De bescherming van gebieden die deel uit maken van de EHS (nu Natuurnetwerk Nederland genoemd), alsmede de bescherming van weidevogel- en akkervogelgebieden is geregeld via de provinciale Verordening Romte Fryslân (2014). Wanneer er ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden plaatsvinden die onderdeel zijn van de EHS of in door provincie aangegeven belangrijke gebieden zoals weidevogelgebieden, geldt het nee, tenzij-principe. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient compensatie plaats te vinden, wanneer er negatieve effecten optreden. Flora- en faunawet Voor de soortenbescherming is de Flora- en faunawet (hierna Ffw) van toepassing. Deze wet is gericht op de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied.
De Ffw bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. De wet maakt hierbij een onderscheid tussen 'licht' en 'zwaar' beschermde soorten. Indien sprake is van bestendig beheer, onderhoud of gebruik, gelden voor sommige, met name genoemde soorten, de verbodsbepalingen van de Ffw niet. Er is dan sprake van vrijstelling op grond van de wet. Voor zover deze vrijstelling niet van toepassing is, bestaat de mogelijkheid om van de verbodsbepalingen ontheffing te verkrijgen van het Ministerie van Economische Zaken. Voor de zwaar beschermde soorten wordt deze ontheffing slechts verleend, indien: er sprake is van een wettelijk geregeld belang; er geen alternatief is; geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient in het geval van zwaar beschermde soorten of broedende vogels overtreding van de Ffw voorkomen te worden door het treffen van maatregelen, aangezien voor dergelijke situaties geen ontheffing kan worden verleend.
Met betrekking tot vogels hanteert het Ministerie van Economische Zaken de volgende interpretatie van artikel 11: De verbodsbepalingen van artikel 11 beperken zich bij vogels tot alleen de plaatsen waar gebroed wordt, inclusief de functionele omgeving om het broeden succesvol te doen zijn, én slechts gedurende de periode dat er gebroed wordt. Er zijn hierop echter verschillende uitzonderingen, te weten: Nesten die het hele jaar door zijn beschermd Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van artikel 11 van de Ffw het gehele seizoen. 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). 4.
Vogels die jaar in jaar uit gebruikmaken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil).
2
Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd In de 'aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten' worden de volgende soorten aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het hele jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. De soorten uit categorie 5 vragen soms wel om nader onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd. Categorie 5-soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. De Ffw is voor dit bestemmingsplan van belang, omdat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Natuurbeschermingswet 1998 Uit het oogpunt van gebiedsbescherming is de Natuurbeschermingswet 1998 van belang. Deze wet onderscheidt drie soorten gebieden, te weten: a. door de minister van EZ (voormalig Ministerie van EL&I/LNV) aangewezen gebieden, zoals bedoeld in de Vogel- en Habitatrichtlijn; b. door de minister van EZ (voormalig Ministerie van EL&I/LNV) aangewezen beschermde natuurmonumenten; c. door Gedeputeerde Staten aangewezen beschermde landschapsgezichten.
De wet bevat een zwaar beschermingsregime voor de onder a en b bedoelde gebieden (in de vorm van verboden voor allerlei handelingen, behoudens vergunning van Gedeputeerde Staten of de Minister van EZ). De bescherming van de onder c bedoelde gebieden vindt plaats door middel van het bestemmingsplan. De speciale beschermingszones (a) hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze zones plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Hetzelfde geldt voor de ecologische doelen van de beschermde natuurmonumenten (b), voor zover deze gebieden niet overlappen met Natura 2000. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Natuurbeschermingswet 1998 de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 zal kunnen worden verkregen. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied ligt ten zuiden van de kern Leeuwarden. Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of beschermde Natuurmonumenten. Het plangebied maakt ook geen deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied is Alde Feanen en ligt op meer dan 5 km afstand ten zuiden van het plangebied. Alde Feanen heeft de status van Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied. Het plangebied is bestemd als weidevogelgebied, maar niet als weidevogelkerngebied. Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering zijn hierdoor uitgesloten. Gezien de aard van de ontwikkeling en afstand kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. In het Natura 2000-gebied Alde Feanen komen stikstofgevoelige habitattypen voor als veenmosrietlanden en blauwgraslanden. Aangezien de verkeersgeneratie niet toe zal nemen als gevolg van de ontwikkeling van het zonnepark, zal dit ook niet leiden tot een toename van stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Alde Feanen en verder weg gelegen Natura 2000-gebieden. Vermesting/verzuring door stikstofdepositie kan worden uitgesloten. Significant negatieve effecten kunnen derhalve worden uitgesloten. Aan de zuidkant van de N31, ligt door de provincie aangewezen weidevogelkansgebied (zie figuur 2). Er is een aantal verstoringsbronnen die invloed hebben op de potentie als weidevogelgebied, dit zijn: wegen, paden, recreatieve voorzieningen, stedelijke uitbreidingen,
3
landbouwmachines en opgaande beplanting (Weidevogelnota 2014-2020). De geluidsverstoring van de N31 leidt tot een verstoringsafstand van 200 meter aan beide zijden van de weg, deze zone wordt ongeschikt geacht als weidevogelbroedgebied. Het plangebied valt binnen deze verstoringszone. De realisatie van het zonnepark zal niet leiden tot een toename in voornoemde verstoringsbronnen. Het zonnepark zal tevens geen inbreuk afdoen aan de openheid van het gebied. Negatieve effecten op het zuidelijk gelegen weidevogelkansgebied kunnen deswege worden uitgesloten. De Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg.
4
Figuur 1: Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. beschermde natuurgebieden (bron: kaart natuur provincie Fryslân)
Figuur 2: Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. weidevogelkansgebied (bron: kaart 7 Verordening Romte provincie Fryslan, 2014) Soortenbescherming De huidige ecologische waarden zijn vastgesteld aan de hand van algemene ecologische kennis, een quickscan uit de omgeving (Buro Bakker, 2013) en verspreidingsatlassen/gegevens (onder andere Ravon, www.verspreidingsatlas.nl, telmee.nl en www.waarneming.nl). Vaatplanten Het plangebied bestaat uit agrarische graslanden. De vegetatie wordt gekenmerkt door algemene plantensoorten die een voorkeur hebben voor voedselrijke bodems als pinksterbloem, paardenbloem, engels raaigras en grote brandnetel. Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde planten soorten, deze worden ook niet verwacht op basis van biotoopinschatting. Vogels De graslanden bieden foerageergebied voor onder andere ganzen en zwanen. De watergangen in het plangebied en directe omgeving bieden mogelijk broedplaatsen aan soorten als wilde eend en waterhoen. Door het ontbreken aan bebouwing en opgaande vegetatie biedt het plangebied geen (potentiele) verblijfplaats aan jaarrond beschermde vogelsoorten als huismus of uilen. Zoogdieren Het plangebied biedt geschikt leefgebied aan algemeen voorkomende, licht beschermde soorten zoals mol, haas, egel, wezel, hermelijn en konijn.
Er zijn geen waarnemingen bekend van strikter beschermde grondgebonden soorten, gezien de aanwezige biotopen worden die hier ook niet verwacht. Het plangebied biedt geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, daarnaast zijn er geen opgaande structuren aanwezig die als vliegroute kunnen worden gebruikt. Het plangebied kan in beperkte mate fungeren als foerageergebied. Gezien de ruime aanwezigheid van soortgelijk biotoop in de omgeving, kunnen negatieve effecten op foerageermogelijkheden worden uitgesloten. Amfibieën Het plangebied bestaat uit intensief gebruikte landbouwgronden. Door de afstroming van meststoffen en bestrijdingsmiddelen zijn de sloten zwaar geëutrofieerd waardoor algengroei overheerst. De watergangen voldoen hierdoor niet aan de soortspecifieke eisen van strikt beschermde amfibieën. Vissen De waterpartijen in het plangebied bieden mogelijk leefgebied aan de algemeen voorkomende vissoorten en aan beschermde vissoorten als de kleine modderkruiper. Er zijn waarnemingen bekend van de kleine modderkruiper op geringe afstand van het plangebied. Tijdens onderzoek in de omgeving is eveneens het
5
voorkomen van de kleine modderkruiper aangetoond. Het voorkomen van beschermde vissoorten kan derhalve niet worden uitgesloten. Overige soorten Op basis van verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt leefgebied zijn overige beschermde soorten, waaronder beschermde ongewervelden en reptielen, niet te verwachten in het plangebied. In onderstaande tabel staat aangegeven welke beschermde soorten er binnen het plangebied naar verwachting aanwezig zijn en onder welk beschermingsregime deze vallen. Nader onderzoek nodig bij toekomstige ontwikkelingen mol, haas, egel, wezel, hermelijn en Nee konijn
Vrijstellingsregeling Ffw
tabel 1
Ontheffingsregeling Ffw
tabel 2
kleine modderkruiper
tabel 3 bijlage 1 AMvB bijlage IV HR vogels cat. 1 t/m 4
-
Ja
-
De benodigde werkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling kunnen leiden tot aantasting van te beschermen natuurwaarden. Er is geen ontheffing nodig voor de tabel 1-soorten van de Flora- en faunawet omdat hiervoor een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Ffw. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Tijdens werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Verstoring van broedende vogels is verboden. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de Floraen faunawet wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 augustus (bron: www.vogelbescherming.nl). In de watergangen zijn mogelijk beschermde vissoorten aanwezig als de kleine modderkruiper. Indien bij ontwikkeling van het terrein werkzaamheden aan de watergangen plaats zullen vinden, dient er een visonderzoek uitgevoerd te worden.
Wanneer de aanwezigheid wordt aangetoond, dient aantasting van de kleine modderkruiper tijdens werkzaamheden aan of het dempen van watergangen voorkomen te worden door de soort voorafgaand aan de werkzaamheden te verplaatsen. Deze werkzaamheden kunnen voor de kleine modderkruiper zonder ontheffing uitgevoerd worden, wanneer de aannemer beschikt over een goedgekeurde gedragscode. Als dit niet het geval is, moet een ontheffing aangevraagd worden. Aangezien maatregelen kunnen worden getroffen, kan worden aangenomen dat een ontheffing wordt verleend. Gezien de bovenstaande conclusies staat de Flora- en faunawet, met inachtneming van de voorgestelde maatregelen, de uitvoering van het plan niet in de weg. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt met inachtneming van voorgestelde maatregelen niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
6
Literatuur Buro Bakker (2013) Toetsing Flora- en faunawet voor Arken Opfeart te Goutum. Buro Bakker adviesbureau voor ecologie BV te Assen, in opdracht van projectbureau De Zuidlanden Provincie Fryslan (2014) Weidevogelnota 2014-2020. weidevogelnota%202014-2020.pdf (geraadpleegd op 27-05-2016)
7
www.fryslan.frl/11292/25.../06bb-
77
Bijlage 6
Watertoets
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
datum 23-5-2016 dossiercode 20160523-2-13017 {0}Project: Bestemmingsplan Leeuwarden - Drachtsterweg (zonnepark) Gemeente: Leeuwarden Aanvrager: J. Posthumus Organisatie: Rho Adviseurs voor de leefruimte Geachte heer/mevrouw J. Posthumus, Voor het plan Bestemmingsplan Leeuwarden - Drachtsterweg (zonnepark) heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die u heeft opgegeven, is bepaald dat het plan een zodanige invloed heeft op de waterhuishouding dat de Normale procedure moet worden gevolgd. Dit betekent dat wij in een overleg met u willen bespreken hoe voor het plan Bestemmingsplan Leeuwarden - Drachtsterweg (zonnepark) rekening kan worden gehouden met de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Wij nemen binnen drie weken contact met u op om te bepalen binnen welke termijn u een wateradvies kunt verwachten of voor het maken van een nadere afspraak. Als u eerder een afspraak wilt maken, dan kunt u contact met ons opnemen via ons algemene nummer 058-292 2222 en vragen naar de contactpersoon voor uw gemeente. Met vriendelijke groet, Wetterskip Fryslan Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 F 058 292 2223 E info@wetterskipfryslan.nl De WaterToets 2014
79
Bijlage 7
Wateradvies
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
84
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
85
Bijlage 8
Watervergunning
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
EAM Netherlands B.V. T.a.v. de heer R. Veenstra Hofplein 33 8911 HJ LEEUWARDEN
Leeuwarden, 20 december 2019 Bijlage: watervergunning Dossiernummer: WFN.037566
Ons kenmerk: WFN1911730 Tel: 058 2922472/R. Vink/pp E-mail: rvink@wetterskipfryslan.nl
Cluster Vergunningverlening Uw kenmerk: OLO 4621333 & 4633051
Onderwerp: Watervergunning.
Geachte heer Veenstra, Op 29 augustus 2019 en 4 september 2019 hebben wij namens MUG Ingenieursbureau uw aanvragen WFO1903634 en WFO1903731 ontvangen voor een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Waterwet voor het verrichten van handelingen in een watersysteem. De aanvragen hebben betrekking op het uitvoeren van werkzaamheden ten behoeve van de realisatie van een zonnepark ter hoogte van de locatie Hemriksein te Leeuwarden in een watersysteem of beschermingszone waarvoor krachtens de Keur van Wetterskip Fryslân een vergunning is vereist. Daarnaast hebben wij op 23 september, 3 december en 16 december 2019 een aanvulling en wijziging op deze aanvragen ontvangen. Deze aanvulling en wijzigingen hebben wij geregistreerd onder kenmerk WFN1910798, WFN1913390 en WFN1913968. Het besluit met bijbehorende voorwaarden en informatie over de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen dit besluit of een voorlopige voorziening te vragen, sturen wij u hierbij toe. Voor deze watervergunning zal bij afzonderlijk besluit een legesbedrag van € 653,15 in rekening worden gebracht. Wij adviseren u om na te gaan of u voor de voorgenomen werkzaamheden andere vergunningen of toestemmingen nodig heeft. Voor nadere inlichtingen over deze brief en de watervergunning kunt u contact opnemen met mevrouw R. Vink van Cluster Vergunningverlening, tel. 058 2922472.