ROB Zonnepark Drachsterweg def 24 9 2020.pdf
Tekst van het document
Leeuwarden Zonnepark Drachsterweg omgevingsvergunning
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0080.20200797-0001
30-07-2020
projectnummer:
24-09-2020
concept voorontwerp ontwerp
20200797 projectleider:
J. Posthumus
gecertificeerd door Lloyd's conform ISO 9001: 2008
aangesloten bij
© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Zonnepark Drachsterweg
2
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Het projectgebied
7
1.3
Planologische regeling
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Bestaande situatie
11
2.2
Ruimtelijke en landschappelijke inpassing
11
2.3
Locatiekeuze
12
2.4
Aanvraag
13
2.5
Landschappelijke inpassing
16
Hoofdstuk 3
Beleidskader
19
3.1
Rijksbeleid
19
3.2
Provinciaal beleid
20
3.3
Gemeentelijk beleid
22
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
27
4.1
Ecologie
27
4.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
28
4.3
Milieuzonering
28
4.4
Geluid
29
4.5
Water
29
4.6
Archeologie
30
4.7
Luchtkwaliteit
30
4.8
Cultuurhistorie
30
4.9
Bodem
31
4.10
Externe veiligheid
31
4.11
Kabels en leidingen
31
4.12
Lichthinder
32
4.13
Elektromagnetische straling
32
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
33
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
33
5.2
Economische uitvoerbaarheid
33
Hoofdstuk 6
Conclusie
35
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
3
Bijlagen
37
Bijlage 1
Akkoord Tennet
39
Bijlage 2
Participatie
49
Bijlage 3
Landschappelijke inpassing
61
Bijlage 4
Inrichtingstekening
67
Bijlage 5
Ecologie paragraaf
69
Bijlage 6
Watertoets
77
Bijlage 7
Wateradvies
79
Bijlage 8
Watervergunning
85
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
4
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
5
Ruimtelijke onderbouwing
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
6
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Langs de Drachtsterweg ten zuiden van Leeuwarden ligt het ontwikkelingsgebied De Zuidlanden. In de westelijke oksel van de Drachsterweg en de provinciale weg N31 is recentelijke een zonnepark aangelegd. Het gaat om een park van circa 10 hectare waar elektriciteit wordt opgewekt door middel van zonne-energie. Hiervoor is op 23 september 2016 (kenmerk: 11013426) een omgevingsvergunning verleend voor een periode van 10 jaar. De initiatiefnemer is echter voornemens om het zonnepark voor een periode van 25 jaar te laten staan. Deze periode is nodig om het zonnepark rendabel te maken. Het college van B&W van de gemeente Leeuwarden staat welwillend tegenover het gebruiken van de gronden ten behoeve van een zonnepark voor een periode van 25 jaar. Om het zonnepark voor een periode van 25 jaar mogelijk te maken is een nieuwe omgevingsvergunning nodig om basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voorwaarde hierbij is dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Om dit te kunnen aantonen is een goede ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Deze notitie voorziet hierin en is de motivering van het besluit om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan voor een periode van 25 jaar.
1.2
Het projectgebied
Het projectgebied van deze ruimtelijke onderbouwing ligt in de westelijke oksel van de Drachsterweg en de N31 ten zuiden van de kern Leeuwarden. De gronden zijn in de huidige situatie al ingericht ten behoeve van het zonnepark. De ligging en begrenzing van het projectgebied is weergegeven in figuur 1. Het projectgebied heeft een oppervlakte van circa 10 hectare. De begrenzing is afgestemd op basis van het perceel kadastraal bekend gemeente Leeuwarden, HZM -K209, K210, K211 K212 en K2412.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
8
Figuur 1
1.3
Situering projectgebied
Planologische regeling
Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel oost en Techum Het projectgebied is geregeld in het bestemmingsplan 'Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel oost en Techum' , vastgesteld op 13 maart 2019. De gronden waar het zonnepark is gepositioneerd heeft de bestemming 'Agrarisch' en zijn bestemd voor de uitoefening van agrarische bedrijven. Een zonnepark is hier niet mogelijk. In figuur 2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan opgenomen. De bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding, in het projectgebied, is beschermd middels de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'. Binnen deze bestemming zijn in principe geen gebouwen en andere bouwwerken toegestaan anders dan ten behoeve van de bovengrondse hoogspanningsverbinding. Het is mogelijk hiervan af te wijken. Voorwaarde hierbij is dat er een positief advies van de betreffende leidingbeheerder is. Deze toestemming is als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Daarnaast is de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' van toepassing op het projectgebied. De gebiedsaanduiding is bestemd voor de bescherming van de functie van de in het gebied (lees plangebied van het bestemmingsplan 'Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel oost en Techum') gesitueerde molen als werktuig en zijn waarde als landschapsbepalend element.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
9
Figuur 2
Uitsnede geldend bestemmingsplan
'Bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening 'plan voor de zon Over de bestemmingsplannen ligt het facetbestemmingsplan 'Bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening 'plan voor de zon'. In het facetbestemmingsplan is bepaald dat met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bestemmingen voor gebruik van gronden voor energieopwekking met zonnepanelen. Deze onderbouwing wordt toegepast voor een tijdelijke projectafwijking van het bestemmingsplan 'plan voor de zon'. Het initiatief wijkt af van de gestelde afwijkingsregels op het onderdeel 'tijdelijkheid voor 15 jaar' en van het onderdeel 'de geprojecteerde ontwikkeling op minder dan 200 meter van het bestaand stedelijk gebied ligt', zoals vastgelegd door provincie bij vaststelling plan voor de zon.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt de beschrijving van de ontwikkeling gegeven. Hoofdstuk 3 beschrijft het beleidskader voor dit gebied. Daarbij wordt ingegaan op het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente. Hoofdstuk 4 beschrijft de omgevingsaspecten waaraan de situatie is getoetst. In hoofdstuk 5 wordt de uitvoerbaarheid van het project toegelicht. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 6 sluit af met de afwegingen en conclusies.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
10
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
11
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het zonnepark ligt aan de zuidoosthoek van De Zuidlanden. Het gebied, direct ten noorden van het projectgebied, is door de gemeente Leeuwarden aangewezen als toekomstig te ontwikkelen woongebied (2025-2030). Het projectgebied ligt in de kom van de Drachtsterweg en de Waldwei (N31). Het gebied wordt aan de westkant begrensd door een bestaand agrarisch bedrijf aan de Wergeasterdyk. Aan de noordkant bevindt zich open agrarisch gebied. Het projectgebied en directe omgeving zijn weergeven in figuur 3.
Figuur 3
2.2
Locatie projectgebied (bron: luchtfoto Kadaster Nederland)
Ruimtelijke en landschappelijke inpassing
Het landschap rondom het projectgebied bestaat uit het terpenlandschap van het Oostergo-gebied. Dit gebied kenmerkt zich door de aanwezigheid van terpen, grote stukken landbouwgrond, openheid en lange aaneengesloten wegen, zoals de N31. In de structuurvisie 'De Zuidlanden', vastgesteld op 28-03-2011, wordt het gebied ten zuidoosten van Goutum een kweldergebied genoemd. Bijzonderheden van het gebied die het gebied hierin worden toegekend zijn: de kleinschalige mozaïek verkaveling zonder bebouwing of beplanting. Daarnaast heeft er in het gebied geen ruilverkaveling plaatsgevonden, waardoor bijzondere elementen bewaard zijn gebleven. De wegen vormen een eigen landschapsstructuur in het gebied. Het zonnepark ligt aangrenzend aan de N31 en wordt hiermee onderdeel van dit landschap. Het landschap in de directe omgeving van het projectgebied kenmerkt zich door grote percelen landbouwgrond, die vooral in gebruik zijn voor veeteelt. Landschappelijke inpassing
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
12
Het zonnepark is een ingreep die opvalt in het landschap. Het huidige zonnepark is in samenspraak met de initiatiefnemers en de gemeente Leeuwarden tot stand gekomen. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. de opstellingsrichting is afgestemd op de interne verkavelingsrichting van het gebied; 2. er wordt een rustig totaalbeeld gecreëerd, bestaande uit een samenhangend geheel van panelenvelden, gescheiden van elkaar door het bestaande slotenpatroon; 3. langs de interne sloten is minimaal 5 meter vrij gehouden voor onderhoud van panelen en sloten, de minimale afstand van de panelen tot de sloten langs de buitenzijde van het plangebied is 10 meter; 4. de hoogte van het park (panelen en pv-stations) is niet hoger dan 2,0 m vanaf maaiveld; 5. de achterzijde van de panelen wordt langs de noordoostkant uit het zicht onttrokken door een natuurlijke rietoever; 6. de bestaande opgaande begroeiing in zuidoosthoek en noordkant blijft zoveel mogelijk intact; 7. het plangebied wordt aan de zuid- oost en noordzijde begrensd door bestaande sloten. Ter afscherming en beveiliging is rondom het zonnepark een hekwerk geplaatst in RAL kleur 7016. Dit hekwerk heeft een hoogte van 2 meter 8. de entree vindt plaats aan de oostzijde en sluit aan op de parallelweg langs de Drachtsterweg; 9.
ondersteunende bebouwing wordt in het patroon van de panelen geplaatst en niet langs de naar de openbare weg gekeerde zijdes geplaatst (zuid- en oostgrens). Ten aanzien van de aanvraag zoals beschreven in paragraaf 2.4 wijkt het zonnepark op onderdeel 4 af. De hoogte van het DNO substation is namelijk 3,2 meter boven de grond. Daarnaast wijkt de aanvraag op onderdeel 7 af. Er is namelijk wel sprake van een hekwerk rondom het zonnepark. Dit is een vereiste vanuit de verzekeraar. De uitgangspunten zijn verwerkt in de inrichtingsprincipes. De uitwerking van de landschappelijke inpassing is opgenomen in bijlage 3 van de onderbouwing.
2.3
Locatiekeuze
De locatie maakt onderdeel uit van de structuurvisie De Zuidlanden Leeuwarden. De locatie ligt in het meest zuidelijke deel van de Zuidlanden. In de structuurvisie is per tijdvak van 5 jaar een indicatieve faseringen aangegeven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vier verschillende fasen. De gronden waar het zonnepark aan grenst worden naar verwachting in de periode 2025-2030 ontwikkeld. Het projectgebied grenst dan ook aan een nog te ontwikkelen buurtschap. Bij de locatieafweging hebben meerdere randvoorwaarden een rol gespeeld. Deze worden hierna beschreven. Per randvoorwaarde wordt een motivering gegeven. Deze zijn: Beschikbaar voor minimaal 15 jaar. Voor een rendabel zonnepark dient minimaal sprake te zijn van een exploitatietijd van 15 jaar. De gronden van het beoogde zonnepark zijn voor minimaal 15 jaar beschikbaar. Hier zijn tussen de gemeente en de initiatiefnemers afspraken overgemaakt. Hiermee wordt voldaan aan de randvoorwaarde. Zichtlocatie voor een (grootschalig) zonnepark, in verband met profilering als duurzame gemeente. De gemeente Leeuwarden staat, vanwege zijn gewilde profilering als duurzame/groene gemeente, open voor de komst van een zonnepark. Het voorgenomen zonnepark langs een belangrijke ontsluitingsweg van de gemeente Leeuwarden draagt bij aan de profilering van een duurzame gemeente.
Tevens zorgt een groot aaneengesloten zonnepark voor een significante toevoeging aan de duurzaamheidsambitie. Realisatie van duurzame energiewinning. Het opwekken van zonne-energie biedt de mogelijkheid voor de direct omwonenden te participeren in de energiewinning. Hiermee geeft de gemeente Leeuwarden invulling aan hun duurzaamheidsopgave.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
13
Schaduwvrije omgeving. Voorts is het van belang dat de panelen zoveel mogelijk uit de schaduw van omliggende objecten worden geplaatst. Zonnepanelen zijn serieel geschakeld, hetgeen betekent dat wanneer één rij panelen uit eenzelfde seriegeschakelde rij panelen overschaduwd wordt, de energieopbrengst van de gehele rij panelen verminderd. Een optimale locatie voor zonnepanelen is daarom zoveel mogelijk gevrijwaard van schaduwhinderlijke objecten. Voorgenoemde locatie voldoet aan deze randvoorwaarde. Een aaneengesloten locatie van minimaal 10 hectare met voldoende ruimte voor het kunnen plaatsen van de panelen. Daarnaast is voldoende ruimte nodig voor het kunnen aanleggen en onderhouden van het terrein (bijvoorbeeld een onderhoudspaden en transformatoren). Ook voor een strook voor de landschappelijke inpassing moet voldoende vrije ruimte beschikbaar zijn. De beoogde locatie voorziet hierin. Zuidelijke oriëntatie. Het perceel aan de Drachtsterweg heeft door zijn begrenzingen een duidelijke zuidwestelijke oriëntatie. Op het perceel kan door middel van de constructie een goede zuid -oriëntatie worden behaald. Hierdoor wordt de opbrengst per paneel geoptimaliseerd.
2.4
Aanvraag
Het voornemen is om het bestaande zonnepark voor een periode van 25 jaar te laten staan. Deze aanvraag heeft derhalve betrekking op het verlenging van de bestaande vergunning met een extra termijn van 15 jaar. Het zonnepark zal 25 jaar worden geëxploiteerd. Na deze periode wordt het agrarisch gebruik weer hersteld naar de oorspronkelijk staat, waartoe in ieder geval de zonnepanelen, transformatorgebouwen en andere bouwwerken worden verwijderd. In de omgevingsvergunning wordt een termijn van 25 jaar als voorwaarde opgenomen. De aanvraag heeft betrekking op een zonnepark van circa 10 hectare panelenveld (13,5 ha incl. sloten, paden en open ruimtes). Binnen het project wordt 8,9 MWp (8.000.000 kWh) stroom opgewekt. Dit is vergelijkbaar met het verbruik van circa 2.300 huishoudens, gebaseerd op het verbruik van 3.500 kWh per jaar. De inrichtingstekening van het zonnepark is in figuur 4 weergeven. De volledige inrichtingstekening met technische gegevens in bijgevoegd in Bijlage 4. Een profiel van het zonnepark is weergeven in figuur 5.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
14
Figuur 4
Inrichtingstekening Zonnepark Leeuwarden
Figuur 5
Profiel
Constructie De panelen worden (lees zijn) in rijen opgesteld en bevestigd aan 32 betonnen funderingen (ongeveer 0,6 meter x 0,6 meter x 0,5 meter) en stalen platen die parallel in de grond staan (0,3 x 0,3 meter). Voor optimale opbrengst worden de panelen zoveel mogelijk in zuidelijke richting gericht en onder een optimale hellingshoek geplaatst. Figuur 6 geeft inzicht in de opstelling. Om de panelen optimaal te situeren voor het opvangen van zonnestralen, is het hoogste punt van de panelen op maximaal 2,00 meter geplaatst en het laagste deel op 0,60 meter.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
15
Figuur 6.
Weergave van de constructie van de panelen
Infrastructuur en bebouwing Om de stroom op het openbare net te kunnen zetten, is de volgende infrastructuur nodig: Kabels. Kabels die het zonnepark aansluit op het net. Transformator-/omvormerstations. In het gebied zijn daarnaast transformator-/omvormerstations in het veld nodig. De hoogte van de transformator-/omvormerstations gebouwen bedraagt maximaal 3,2 meter. De situering van de verschillende gebouwen is weergeven op de technische tekeningen die als bijlage bij de omgevingsvergunning zijn toegevoegd. Een afbeelding van de gebouwen zijn weergeven in figuur 7 en 8. Het gaat om 6 transformatorstations en één DNO station. Hekwerk. Om de veiligheid te waarborgen wordt om het zonnepark een hek geplaatst. Het (gaas)hekwerk is 2 meter hoog en wordt rondom het zonnepark geplaatst.
Figuur 7.
Afbeelding transformatorstation
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
16
Figuur 8.
2.5
Afbeelding DNO Substation
Landschappelijke inpassing
Zoals in paragraaf 2.2 beschreven zijn voor de landschappelijke inpassing uitgangspunten benoemd waarbij rekening gehouden moet worden. In deze paragraaf wordt beschreven op welke manier rekening gehouden is met de genoemde uitgangspunten. Met de landschappelijk inpassing wordt onder andere rekening gehouden met de bestaande kavelstructuur en de aanwezige cultuurhistorische elementen. In figuur 9 is de landschappelijke inpassing uitgewerkt. In figuur 10 en 11 worden doorsneden van de landschappelijke inpassing weergeven. Op figuur 10 staat een doorsnede van C-C. De daadwerkelijk uitvoering hiervan is gewijzigd. In figuur 11 is de juiste doorsnede weergeven. Het uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing is een zonnepark dat gezien mag worden. Dit geldt met name voor het zicht van de zuidzijde waar men vanaf de Wâldwei over het zonnepark heen kijkt. Het grootste deel van het traject zitten de personen in de auto's met hun gezichtspunt boven het zonnepark, omdat de weg aan de westkant over een fietstunnel gaat en aan de oostkant met een viaduct de Drachtsterweg oversteekt. Op het laagste punt is het wegdek circa 30 cm hoger gelegen dan de hogere plekken van de weilanden waar het zonnepark staat. Het is hierdoor van belang om een zonnepark te creëren wat oogt als één totaal object gelegen in het landschap.
Dit wordt bereikt door de panelenrijen op elkaar uit te lijnen en zo min mogelijk 'rafelranden' te maken. Aan de noordzijde wordt het zonnepark echter wel deels aan het zicht onttrokken, omdat men hier vanuit het landschap op de achter- en onderkanten van de panelentafels kijkt. De Drachtsterweg ligt min of meer op de hoogte van het maaiveld waardoor men vanuit de auto hier ook op zou kijken. Dit geldt in minder mate wanneer men vanuit het zuiden komt, omdat zowel viaduct als het bestaande bosje bij het viaduct het zonnepark aan het zicht onttrekken. De landschappelijk inpassing van het park wijkt op de volgende punten af van de eerder verleende vergunning: De sloot aan de westzijde is niet aangelegd omdat het park afgeschermd wordt door een hekwerk Het educatiebosje en uitzichtspunt zijn niet gerealiseerd om de landschappelijke waarden in het gebied te handhaven. (Kleine kavels grasland, geen hoge bosschages of bomen) Het bestaande patroon van de sloten is behouden waardoor de oorspronkelijke verkaveling zichtbaar blijft. De richting van het landschap wordt daarnaast benadrukt door de richting van de panelen die haaks is op de interne sloten. Dit zorgt daarnaast voor een rustiger en meer samenhangend totaalbeeld.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
17
Fig uur 9
Landschappelijke inpassing
Figuur 10
Doorsneden van de landschappelijke inpassing
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
18
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
19
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Energieakkoord In september 2013 werd door ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging,natuur- en milieuorganisaties, maatschappelijke organisaties en financiële instellingen het Energieakkoord voor duurzame groei gesloten. Het akkoord heeft als doel het terugbrengen van de energievraag door middel van energiebesparingen met gemiddeld 1,5% per jaar, het terugdringen van het gebruik van aardgas en een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020 en 16% in 2023. Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking, zoals wind op land, wind op zee, diverse vormen van lokale opwekking zoals zonne-energie, en de inzet van biomassa. In 2016 is het nieuwe Energierapport gepresenteerd waarin wordt aangegeven dat het Klimaatakkoord van Parijs van belang is voor het Nederlandse energie- en klimaatbeleid. De belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland zijn zonne-energie, windenergie, bio-energie en aardwarmte. In het Regeerakkoord Rutte III 'vertrouwen in de toekomst 2018 - 2021' is afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 95% terug te dringen ten opzichte van 1990. Dit komt neer op een emissiereductiedoel van 49% in 2030. Om deze doelen te behalen moet een transitie plaatsvinden naar een duurzamere energievoorziening.
Naast productie op zee, is ook productie op land nodig, waaronder zonne-energie. Zonne-energie zal in de toekomst een steeds groter onderdeel uitmaken van de energiemix. De nationale overheid stimuleert op verschillende manier de grootschalige opwekking van zonne-energie, onder meer door de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+). In het Regeerakkoord is een nieuw Klimaatakkoord aangekondigd met verdergaande ambities en doelen. Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord vastgesteld. Het Kabinet heeft met het nationale klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikassen in Nederland met 49% ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. Het centrale doel van het Klimaatakkoord, het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, raakt aan het leven van alledag. Het zonnepark draagt bij aan de doelstellingen zoals genoemd in het Klimaatakkoord. Structuurvisie infrastructuur en Ruimte en Barro Met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte zet het Rijk in op het beschermen van 14 nationale belangen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) worden regels opgenomen om het beleid uit de Structuurvisie te verwezenlijken. Het is primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening (zoals zonne-energie en biomassa).
Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
20
andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren is in het Besluit ruimtelijke ordening de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (artikel 3.1.6 lid 2). Voor een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd en moet worden aangetoond of er behoefte is in de relevante regio. Afweging rijksbeleid In het projectgebied spelen geen Nationale Belangen die zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte of in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Daarnaast geeft het rijk aan dat op basis van jurisprudentie installaties voor het opwekken van duurzame energie, zoals windmolens, mestvergisters en zonneparken niet beschouwd worden als nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonnepark geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer akzwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461. In een uitspraak van 23 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:178, uitspraak 201804681/1/A1) is dit nog eens bevestigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Dit maakt dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor dit initiatief.
3.2
Provinciaal beleid
Het ruimtelijk provinciaal beleid van de provincie Fryslân is weergegeven in de Verordening Romte. Voor zonneparken is in 2015 beleid geformuleerd, 'Romte foar Sinne'. De voorwaarden binnen Romte foar Sinne zijn opgenomen als regels in de Verordening Romte onder artikel 9.4 opstelling voor zonne-energie. Romte foar Sinne en Verordening Romte 2014 In de notitie Romte foar Sinne geeft de provincie sturing aan initiatieven voor zonneparken. Voor zonneparken in het buitengebied stelt de provincie de volgende voorwaarden: Locatiekeuze zonnepark De provincie wil vooral sturing geven aan opstellingen buiten bestaand bebouwd gebied. Daarbij wordt gekozen voor verruiming van het ruimtelijk beleid: onder voorwaarden wordt ruimte geboden voor opstellingen aansluitend aan of nabij stad en dorp en als uitbreiding van stad en dorp. Daarbuiten houdt de provincie vast aan de lijn van 'meervoudig ruimtegebruik': dat betekent geen solitaire opstellingen 'in het veld' behalve als die opstelling een plaats krijgt op het terrein van een andere, bestaande functie. Afweging: De locatie van het te realiseren zonnepark valt niet binnen bestaand stedelijk gebied of is aangrenzend hieraan. Wel worden de gronden ten noorden van het projectgebied binnen een periode van 10 jaar ontwikkeld tot stedelijk gebied, in de vorm van woonkernen.
Dit maakt dat het zonnepark binnen een periode van 10 jaar aangrenzend aan stedelijk gebied ligt. Landschappelijke inpassing Ten aanzien van de inpassing meent de provincie dat opstellingen aan de rand van stad en dorp, net als elke andere stedelijke uitbreiding, goed in het land-schap, vanaf relevante zichtlijnen, moeten worden ingepast. De provincie eist daarom dat zonnepark initiatieven vergezeld moet gaan met een ruimtelijk inrichtingsplan. Dat inrichtingsplan kan tot doel hebben om de zonnepanelen 'uit het zicht' te plaatsen. Maar het plan kan ook tot doel hebben om de panelen juist op een verantwoorde wijze in het zicht te plaatsen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
21
Afweging: Voor de ontwikkeling is een landschappelijk inpassing opgesteld, die rekening houdt met onder andere de landschapsstructuren in de omgeving van het projectgebied. De landschappelijke inpassing is beschreven in paragraaf 2.5. Omvang zonnepark Voor de omvang van het zonnepark geldt als uitgangspunt dat de schaal van een zonnepark bij stad en dorp wordt afgestemd op de aard en schaal van de kern en op de energiebehoefte van die kern. Bij voorkeur ziet de provincie zonneparken ontstaan op initiatief van bewoners/energiecoöperaties, maar stelt dit niet als voorwaarde. De provincie wil de relatie tussen de aard en schaal van een dorp en de omvang van een zonnepark gewaarborgd zien. Hieraan zijn een aantal voorwaarden verbonden: 1.
inzicht in de gemeentelijke ambitie ten aanzien van zonne-energie,
Afweging: De gemeente Leeuwarden geeft haar huidige ambitie voor duurzame energie weer in de 'Energieagenda Leeuwarden 2016-2020'. Hierin stelt de gemeente het doel om in 2020 20% van de totale energiebehoefte duurzaam op te wekken. Dit door een energiemix met onder andere zonne-energie. De gemeente heeft dan ook de ambitie om in 2020 75 MW aan zonneweide gerealiseerd te hebben binnen de gemeente. Uitgaande van de doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn kan het bijvoorbeeld een richtlijn zijn om in 2030 50% van de totale energiebehoefte duurzaam op te wekken. 2.
een daaraan verbonden analyse van en visie op mogelijkheden binnen en buiten bestaand bebouwd gebied,
Afweging: Binnen bestaand stedelijk gebied bestaat de mogelijkheid voor zonnepanelen op daken en kleinschaliger zonneweides. Echter de (kleine) open plekken binnen bestaand stedelijk gebied lenen zich niet uit voor een grootschalig zonnepark van 10 hectare. Het projectgebied zal daarnaast binnen 10 jaar aangrenzend aan stedelijk gebied liggen. Voor een grootschalige opstelling van een zonnepark, hetgeen gunstig is voor het optimale rendement in MW, is deze locatie daarom geschikt. 3. een afstemming op de energiebehoefte van een kern, en de mogelijkheid van participatie van de bewoners, en Afweging: Het huidige projectgebied valt onder het grondgebied van het dorp Goutum. Het projectgebied zal echter in de toekomst deel uit gaan maken van het grond-gebied van de stad Leeuwarden. De energiebehoefte van de stad Leeuwarden is minimaal meer dan 400.000.000 kWh(energieinbeeld.nl), het zonnepark over-schrijdt hier dan ook zeker niet de behoefte van de kern. De exploitatie van het zonnepark kan dan ook een bijdrage leveren aan de totale energiebehoefte van Leeuwarden. Daarnaast hebben de initiatiefnemers een geheel participatieproces doorlopen op basis van 5 gehanteerde participatie essentials. Dit zijn: 1. denk met ons mee; 2. bepaal met ons mee; 3. wij delen alle relevante informatie; 4. doe actief mee; 5. deel mee.
Op basis hiervan heeft de initiatiefnemer de lokale gemeenschap bij de planvorming betrokken. De totstandkoming van het zonnepark is dan ook samen met de omgeving tot stand gekomen. Daarnaast wordt de opgewekte energie beschikbaar gesteld voor afname door de lokale bewoners en ondernemers (energie van Ons). Tevens is sprake van een maatschappelijk verantwoord rendement door o.a. voorlichtingen te geven over zonne-energie, het park open te stellen en voor onderwijsdoeleinden. Een uitgebreide beschrijving op de manier waarop participatie specifiek voor dit project is vorm gegeven staat bijlage 2 van deze onderbouwing. Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
22
4.
afstemming van de omvang op de aard en schaal van een kern.
Afweging: De provincie heeft voor de omvang van zonneparken geen oppervlaktenormen opgenomen, opdat maatwerk mogelijk is. Als indicatie denkt de provincie aan een omvang van 1-2 ha (2 MW) bij dorpen van ongeveer 3.000 inwoners, oplopend naar meer hectares bij grotere dorpen en steden. De stad Leeuwarden bestaat uit circa 96.000 inwoners. Dit maakt dat het zonnepark van circa 10 hectare ruimschoots past binnen de indicatie van aard en schaal van de provincie. Geconcludeerd kan worden dat de omvang daarmee in afstemming is met de aard en schaal van de kern Leeuwarden. Ontwerp Wijziging Verordening Romte Fryslân 2014 (zon) Op dit moment ligt het ontwerp Wijziging Verordening Romte Fryslân 2014 (zon) ter inzage. Deze verordening heeft betrekking op gewijzigd beleid ten aanzien van het toestaan van zonneparken op landbouwgronden (gronden met een agrarische bestemming waarop een landbouwactiviteit wordt uitgevoerd). In artikel 9.5.1 staat dat een nieuwe opstelling voor zonne-energie op landbouwgronden in het landelijk gebied kan alleen worden toegestaan als uit onderzoek blijkt dat de opstelling noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de gemeentelijke ambitie.
Daarnaast staat in artikel 9.6.3 dat In een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied kan worden voorzien in een opstelling voor zonne-energie op landbouwgronden die aansluiten op het bestaand stedelijk gebied of op gronden die een redelijke aansluiting hebben of krijgen op het stedelijk weefsel van de kern. artikel 9.4.1 lid 1 geeft aan dat het niet toegestaan is om in strijd met de bepalingen in de artikelen 9.5.1 en 9.6.3 op grond van een eerder in werking getreden ruimtelijk plan een omgevingsvergunning, al dan niet met binnenplanse afwijking, te verlenen voor een opstelling voor zonne-energie op landbouwgronden. artikel 9.4.1 lid 2 geeft vervolgens aan dat in afwijking van het eerste lid geldt het oude recht uit de Verordening Romte Fryslân 2014, zoals vastgesteld op 21 februari 2018, voor omgevingsvergunningen die in overeenstemming zijn met een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op één specifieke locatie en dat door het bevoegd gezag vóór 3 juni 2020 in ontwerp ter inzage is gelegd. Met dit project kan toepassing gegeven worden aan artikel 9.4.1 lid 2. Er is namelijk sprake van een reeds verleende omgevingsvergunning dat betrekking heeft op één specifieke locatie. De omgevingsvergunning dateert uit 2016. Het verlengen van de bestaande omgevingsvergunning is niet in strijd met de verordening Wijziging Verordening Romte Fryslân 2014 (zon).
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Zuidlanden
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
23
Figuur 12 Kaart Structuurvisie 'De Zuidlanden' met ingetekend projectgebied (zwarte omlijning) Het projectgebied valt onder het gebied ten zuiden van Leeuwarden de 'Zuidlanden' genoemd. In deze structuurvisie geeft de gemeente beoogde locatie weer voor te ontwikkeling van woningen/wijken. Dit in navolging van het Masterplan 'De Zuidlanden' In de structuurvisie vastgesteld op 28-03-2011, valt het projectgebied, onder de ontwikkelingsfase 4. De uitvoering van deze fase wordt pas beoogd tussen 2025 en 2030. De gemeente heeft de verwachting dat de ontwikkelingsfase 4 binnen 10 jaar gerealiseerd zal gaan worden. In de structuurvisie staat aangegeven dat het plangebied, ten noorden van het plangebied, ontwikkeld zal worden tussen 2025 en 2030. De locatie voor het zonnepark grenst direct aan 2 geprojecteerde nieuwe kernen uit de structuurvisie. De gemeente Leeuwarden heeft de verwachting dat de gebieden ontwikkeld zullen worden binnen een periode van 10 jaar. Dit gegeven maakt dat het zonnepark aangrenzend aan het stedelijk gebied komt te liggen. Partiële herziening Plan voor de zon Met het bestemmingsplan 'Leeuwarden - Partiële herziening Plan voor de zon' wil de gemeente Leeuwarden de realisatie van zonne-energie of zonnewarmteprojecten makkelijker mogelijk maken.
Dit bestemmingsplan bepaalt als toevoeging op het geldende bestemmingsplan dat de gronden ook gebruikt mogen worden voor: warmteopwekking met collectoren en energieopwekking met panelen. De locatie van het zonnepark valt in het bestemmingsplan onder 'wetgevingszone – ontwikkelingsgebied Zuidlanden.' Voor dit gebied gelden onderstaande voorwaarden. Doordat het initiatief niet past binnen voorwaarde 3, past het initiatief ook niet binnen het bestemmingsplan 'Leeuwarden - Partiële herziening Plan voor de zon'. 1.
een maximale bouwhoogte van 2 meter;
Afweging: De panelen hebben een maximale hoogte van 2 meter
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
24
2.
een minimale afstand van 10 meter van de panelen tot openbaar toegankelijk gebied en waterlopen;
Afweging: rondom en in het park wordt een afstand van 10 meter tot openbaar toegankelijk gebied en waterlopen vrij van panelen gehouden. 3.
dat panelen maximaal 15 jaar geplaatst mogen zijn;
Afweging: Het park wordt voor 25 jaar in gebruik genomen en wijkt derhalve van de regel van 15 jaar. 4.
bij de realisatie van een grondopstelling van zonnepanelen en/of - collectoren dient het beginpunt van de geprojecteerde ontwikkeling op minder dan 200 meter van het bestaand stedelijk gebied van de provincie Fryslân zoals opgenomen op kaart 1 - Begrenzing bestaand bebouwd gebied Verordening Romte Fryslân 2014 te zijn gelegen;
Afweging: Het zonnepark voldoet niet aan ligging binnen 200 meter van bestaand bebouw gebied, zoals vastgesteld op de provinciale kaart die geldt bij het plan voor de zon. In de toekomst, onder andere door de komst van de wijk Zuidlanden, zal het zonnepark wel binnen 200 meter van stedelijk gebied liggen. 5.
dat, wanneer het zonnepark binnen 150 meter van een woonkern ligt, er aangetoond moet worden dat participatie van bewoners van de betreffende kern heeft plaatsgevonden;
Afweging: Het park ligt op een afstand groter dan 150 meter van een woonkern. 6.
het totale aantal oppervlakte niet meer bedraagt dan 115 hectare.
Afweging: Het park van circa 10 hectare blijft ruimschoots onder de maximale 115 hectare Kwaliteitsnota plan voor de zon In deze nota worden kwaliteitscriteria gegeven die gelden voor initiatieven voor zonne-energie. De nota is opgebouwd in categorieën, status, gebied en regime. Het zonnepark valt onder de categorie 'in grondopstelling', omdat de panelen op grond geplaatst zullen worden. De status van het park is tijdelijk, namelijk 25 jaar en kan daarna mogelijk ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. De locatie valt onder het gebied 'Zuidlanden'. Dit maakt dat het regime waar het zonnepark onder valt 'afwijking' is. Dit betekent dat er met een omgevingsvergunning moet worden afgeweken van het bestemmingsplan 'Partiële herziening Plan voor de zon'.
De inpassing van het zonnepark moet de volgende kwaliteitsvoorwaarden voldoen: Situering op percelen die overwegend gesitueerd zijn binnen de beoogde buurtschappen (cirkelvormige aanduidingen in de Structuurvisie De Zuidlanden) van het toekomstige woongebied; op een afstand van tenminste 10 meter van de zijdelingse begrenzing van openbare wegen en paden en van perceelsgrenzen/waterlopen; de opstelling heeft een duidelijke en eenvoudige vorm zoals een vierkant of rechthoek, op afstand van de landschappelijke perceelsgrens; of een vorm die de landschappelijke verkaveling volgt; de hoogte van de opstelling is niet groter dan 1 meter. Type constructie en zonnepaneel/-collector/richting Er is sprake van 1 type constructie en zonnepaneel/-collector; Er is sprake van 1 richting; Niet uitloogbare materialen toepassen. Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
25
Overig Ondersteunende nutsgebouwtjes of andere bouwwerken liggen niet aan de naar openbaar toegankelijk gebied gerichte zijde; Ondersteunende nutsgebouwtjes of andere bouwwerken zijn in gedekte tinten (grijs, antraciet, vergrijzend hout). De zonneakker is landschappelijk ingepast door middel van sloten en riet, plaatselijk in combinatie met struiken en/of in combinatie met kades langs het water. Eventuele hekwerken zijn transparant en terughoudend in kleur (bijvoorbeeld grijs). De landschappelijke inpassing is bij aanwezigheid van een hek aanwezig rond de gehele zonneakker, uitgezonderd de toegang; De landschappelijke inpassing is bij afwezigheid van een hek aanwezig op tenminste 60% van de randen van de zonneakker; Het zonnepark sluit aan bij deze kwaliteitseisen omdat, de panelen (2 meter in plaats van 1 meter – dit is gewijzigd in het bestemmingsplan) worden geplaatst binnen de percelen van het huidige landschap en er een afstand van 10 meter wordt gehouden ten opzicht van de wegen, paden, waterlopen en perceelsgrenzen in de omgeving. De opstelling volgt daarnaast de huidige vorm van de landschappelijke verkaveling. Er wordt gebruik gemaakt van hetzelfde type paneel voor het gehele park. Deze panelen worden allen in dezelfde richting gesitueerd en hebben geen uitloogbare materialen.
De ondersteunende nutsgebouwtjes en andere bouwwerken worden niet aan de naar de openbaar toegankelijk gerichte zijde geplaatst en zijn uitgevoerd in gedekte kleuren. Aan de noord-, west- en zuidkant van het park worden de randen gevormd door sloten. Een beschrijving van de landschappelijke inpassing is opgenomen in paragraaf 2.5.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
26
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
27
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Ecologie
In de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. Bij de voorbereiding van het project moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Onderzoek Ten tijde van de realisatie van het project is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Deze is als bijlage 5 toegevoegd. De belangrijkste bevindingen en conclusies worden hierna besproken. In een ecologische bureauonderzoek is geconstateerd dat het gebied niet onderdeel is van natuur - of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of beschermde Natuurmonumenten. Het gebied maakt ook geen deel uit van het NNN.
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Alde Feanen en ligt op meer dan 5 km afstand ten zuiden van het projectgebied. Vanuit de provinciale natuurkaart wordt het gebied aangegeven als weidevogelgebied en de Verordening geeft aan dat in de nabije omgeving een weidevogelkansgebied ligt. Het gebied is op voorhand echter niet geschikt als weidevogelbroedgebied, door de ligging in de geluidsverstoringszone van de N31. De ontwikkeling heeft daarnaast geen significante verkeersaantrekkende werking en daarmee geen significante toevoeging in de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Gezien het park al gerealiseerd is, is een stikstofberekening in het kader van de aanlegfase niet nodig. Het aspect stikstof is daarmee dan ook geen belemmering voor het project. Houtopstanden In het projectgebied worden geen bomen gekapt. De bescherming van houtopstanden is niet van toepassing.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
28
Soortenbescherming De soortenbescherming vindt primair plaats via de Wet natuurbescherming. Op grond van deze wet mogen er geen beschermde planten en dieren (en hun verblijfsplaatsen), die in de wet zijn aangewezen, verstoord worden. Onder voorwaarden is ontheffing van deze verbodsbepalingen mogelijk. Voor soorten die vermeld staan op bijlage IV van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst soorten zijn deze voorwaarden zeer streng. Voor de gewenste ontwikkeling is een ecologische quick scan naar de aanwezigheid van beschermde soorten uitgevoerd (zie bijlage 5). Er is geen knelpunt ten aanzien van beschermde soorten. Bij de uitvoering van het zonnepark is rekening gehouden met de voorwaarde dat nesten en broedgevallen van vogels niet worden verstoord of aangetast. Tevens is rekening gehouden met de zorgplicht ten aanzien van amfibieën- en zoogdiersoorten. Tot slot worden geen ingrepen aan de sloten voorgesteld. Van verstoring van planten en dieren in de sloten is derhalve geen sprake. Op de voorgenoemde wijze wordt voorkomen dat (beschermde) soorten schade ondervinden van het project en is de uitvoerbaarheid gewaarborgd.
4.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit Milieueffectenrapportage (m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen. Een zonnepark valt, volgens jurisprudentie, niet onder een activiteit zoals die is opgenomen in kolom 1, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Een (vormvrije) mer-beoordeling is daarom niet nodig.
4.3
Milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Het zonnepark vormt geen milieuhinderlijke bedrijfsactiviteit in termen van milieuzonering. De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. Alleen de transformatorhuizen maken enig geluid. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' valt dit onder de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA'. Voor deze activiteit is in de richtafstandentabel voor het aspect geluid 30 meter opgenomen. Dit betekent dat wordt geadviseerd om, op basis van een goede ruimtelijke ordening, een afstand van minimaal 30 meter aan te houden met geluidsgevoelige functies. Gezien de grote afstand van meer dan 200 meter van de transformatorhuizen tot geluidsgevoelige objecten tussen deze objecten en het feit dat de objecten geïsoleerd zijn kan gesteld worden dat aan de genoemde normen voldaan wordt. Zonne-energie is een passieve technologie: de panelen wekken in stilte elektriciteit op. Een zonnepark is over het algemeen erg rustig. De omvormers (en de ventilatoren die zorgen voor koeling) maken beperkt geluid. Van geluidsoverlast zal dan ook geen sprake zijn. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
Geconcludeerd wordt dat het aspect bedrijven en milieuzonering de ontwikkeling niet in de weg staat.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
29
Bedrijven in de omgeving vormen ook geen belemmering, omdat een zonnepark geen gevoelige functie betreft.
4.4
Geluid
Een zonnepark is niet geluidgevoelig. De Wet geluidhinder is daarom niet van toepassing. Wel kan een zonnepark worden gezien als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Het zonnepark is een type A-inrichting en valt daarmee onder de werking van het Activiteitenbesluit en de daarmee opgenomen algemene geluidvoorschriften van 50/45/40 dB(A) ter plaatse van de gevels van gevoelige gebouwen. Het Activiteitenbesluit is het beoordelingskader vanuit milieuregelgeving. In de ruimtelijke beoordeling kan worden aangesloten bij de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" (2009). Zonneparken zijn daarin niet ingedeeld in een milieucategorie. Voor wat betreft geluid kan ook een beoordeling worden gemaakt op basis van de onderliggende richtwaarden voor geluid. Vanwege de nabije ligging van de N31 kan de omgeving van het plangebied worden aangemerkt als "Gemengd gebied" (ligging nabij hoofdinfrastructuur) met een richtwaarde voor geluid van 50/45/40 dB(A), overeenkomend met de algemene geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit. Enig geluid vanwege het zonnepark kan worden geproduceerd door de omvormers die verspreid over het zonnepark worden geïnstalleerd. In totaal betreft het 91 omvormers. Op basis van productinformatie bedraagt de geluidemissie per omvormer niet meer dan LW = 70 d(A) per omvormer. Voor 91 omvormers bedraagt de totale bronsterkte dan ca.
LW = 90 dB(A), verspreid over het plangebied/zonnepark. De meest nabijgelegen woning is gesitueerd aan de Wergeasterdyk 45 op ca. 80 m afstand van de dichtstbijzijnde omvormer. Een geluidbron met een bronvermogen van 90 dB(A) geeft op 80 m afstand een geluidsniveau van niet meer dan 43 dB(A). Dit betekent dat op basis van een worst-case benadering ruimschoots wordt voldaan aan de richtwaarde van 50 dB(A), in aanmerking nemend dat een zonnepark alleen overdag functioneert. Daarnaast is het bronvermogen verspreid over het zonnepark en is het te verwachten geluidniveau op 80 m afstand nog lager. Mogelijke tonaliteitsaspecten zijn niet aan de orde. Door het geluid vanwege de N31 zal het geluid vanwege de omvormers, als dit al kan worden waargenomen, worden gemaskeerd. Een straffactor voor tonaal geluid is uitsluitend van toepassing als het tonaal geluid waarneembaar is. Het perceel Wergeasterdyk 45 is maatgevend. Overige (nieuwe) woningen liggen op grotere afstand. Samenvattend kan worden gesteld dat het aspect geluid vanwege de omvormers geen belemmering is voor het plan.
4.5
Water
Sinds 1 november 2003 is het verplicht plannen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening te toetsen op water. Het doel van deze watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. De waterhuishouding bestaat uit de overheidszorg die zich richt op het op en in de bodem vrij aanwezige water met het oog op de daarbij behorende belangen. Het oppervlaktewater en het grondwater vallen onder de zorg voor de waterhuishouding. Naast veiligheid en wateroverlast (waterkwantiteit) worden ook de gevolgen van het plan voor de waterkwaliteit en verdroging onderzocht. Ten behoeve van de reeds verleende vergunning is de watertoets ingevuld. Deze is als bijlage 6
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
30
toegevoegd. Het zonnepark heeft in beginsel beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Onder de zonnepanelen wordt geen gesloten verharding aangelegd, waardoor het regenwater vrij kan infiltreren. Compensatie van verharding is daarom niet aan de orde. De panelen en de constructie wordt uitgevoerd in niet-uitloogbare materialen. Het Wetterskip heeft over de voorgenomen ontwikkeling een wateradvies gegeven. Deze is opgenomen in de bijlage 7. Het Wetterskip geeft aan dat er geen verharding wordt gerealiseerd, hierdoor is er voldoende ruimte voor infiltratie van het hemelwater.Voor de nieuw te graven sloot is een watervergunning verleend. Zie hiervoor bijlage 8.
4.6
Archeologie
Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2021 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Partiële herziening Archeologie ontwerp De gemeente is bezig met de voorbereiding van een bestemmingsplan ten behoeve van de bescherming van archeologische waarden in de gemeente. Het ontwerp bestemmingsplan heeft van 18 juni 2020 tot en met 29 juli 2020 ter visie gelegen. Dit parapluplan is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Leeuwarden voor zover er sprake is van archeologische (verwachtings-)waarden.
Gronden waar geen onderzoek noodzakelijk is, of gronden die na onderzoek zijn vrijgegeven, zijn niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Onderhavig projectgebied is in dit bestemmingsplan niet opgenomen. Onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
4.7
Luchtkwaliteit
Het aspect luchtkwaliteit is verankerd in de Wet milieubeheer. Het zonnepark draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Het project gaat namelijk in de gebruiksfase niet gepaard met verbranding van (fossiele) brandstoffen. Ook is er geen sprake van een significante verkeersaantrekkende werking. Alleen in de aanlegfase vonden meer intensieve verkeersbewegingen plaats. In de gebruiksfase vinden incidenteel verkeersbewegingen plaats die samenhangen met het beheer en onderhoud van het zonnepark.
4.8
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een ruimtelijk plan worden beschreven op welke manier rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden in het projectgebied. Het perceel en de directe omgeving hebben geen cultuurhistorische waardevolle bebouwing. Wel zijn de structuren en kenmerken van het landschap als cultuurhistorisch waardevol aangemerkt. Het gebied
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
31
kenmerkt zich door de onregelmatige blokverkaveling met grillige sloten. Het zonnepark wordt opgedeeld in velden die zich voegen naar de schaal en vorm van deze verkaveling. De sloten blijven behouden. Bij het ontwerp van de landschappelijke inpassing is hiermee rekening gehouden. De ontwikkeling tast de kenmerken van het landschap dan ook niet aan.
4.9
Bodem
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Gezien het huidige functiegebruik in het projectgebied is het niet aannemelijk dat er verontreinigingen in de bodem zijn ontstaan. Het omgevingsaspect bodem vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling die in dit project centraal staat. Bodemonderzoek is noodzakelijk, indien mensen gevolgen kunnen ondervinden van mogelijke bodemverontreiniging. Het zonnepark wordt gevormd door bouwwerken, waar geen personen verblijven. Bovendien zijn geen grootschalige bodemingrepen aan de orde, waardoor grond moet worden afgevoerd. Binnen het terrein is sprake van een gesloten grondbalans. Tot slot worden geen ernstige verontreinigingen verwacht, gelet op het gebruik tot nu toe. De kwaliteit van de bodem staat daardoor de uitvoerbaarheid van deze ontwikkeling niet in de weg. Er is geen bodemonderzoek nodig.
4.10
Externe veiligheid
De externe veiligheid gaat over het beheersen van risico's. Daarbij gaat het om risico's die worden veroorzaakt door risicovolle inrichting, het transport van gevaarlijke stoffen over de weg en door buisleidingen. Het zonnepark is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de veiligheid inrichtingen (er zijn geen personen aanwezig). Daarnaast wordt er door onderhavig plan geen risicovolle functie toegelaten die, in het kader van het Bevi, een belemmering zal vormen voor gevoelige functies in de omgeving van het plangebied Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn dan ook geen belemmeringen aan de orde.
4.11
Kabels en leidingen
Door het projectgebied loopt een radarverstoringsgebied (zie figuur 13). Om de werking van de radars van Leeuwarden en Wier te beschermen zijn regels opgenomen waarin de maximale bebouwingshoogte van bouwwerken is bepaald. Echter deze vormt geen belemmering voor de ontwikkeling daar de bouwwerken een beperkte hoogte hebben. Door het projectgebied loopt een hoogspanningsleiding, waarvan twee hoogspanningsmasten in het gebied staan. Onder deze leidingen mogen panelen geplaatst worden, maar rond de masten moet een zone van 30 bij 30 meter open blijven in verband met onderhoud. Deze zones moeten bereikbaar zijn voor onderhoudsvoertuigen. Met dit gegeven is rekening gehouden met de inrichting van het zonnepark. De stroom die door het zonnepark wordt opgewekt wordt ten slotte geleverd aan het net. Daarom is vanuit het projectgebied een extra kabel aangelegd die met het net verbonden is. Liander zorgt voor de aanleg van deze kabel. De kabel is aangesloten op de 'transformatorstation'.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
32
Figuur 13.
4.12
Uitsnede kaart radarverstoringsgebied
Lichthinder
De werking van zonnepanelen is gebaseerd op het opvangen van (zon)licht. De zonnepanelen zelf vormen geen lichtbron. Lichthinder wordt dan ook niet verwacht. Reflectie van zonlicht is nadelig voor het rendement en wordt dus ook om die reden zoveel mogelijk voorkomen. Zonneparken kunnen overigens wel gepaard gaan met een hinderlijke schittering van de zon voor automobilisten van omliggende wegen. Dit kan mogelijk leiden tot negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid. Vanuit oostelijke, noordelijke en westelijke richting zal er geen schittering optreden, doordat de panelen op het zuiden gericht zijn. De weg aan de zuidkant betreft een 80 km/h weg. De panelen van het park zullen in een hoek van 15 graden gesitueerd worden. De door deze kleine helling in de opstelling zal er van schittering die hinderlijk is voor automobilisten geen sprake zijn. Lichthinder in de vorm van schittering van het park voor de automobilisten is dan ook geen sprake.
4.13
Elektromagnetische straling
Elektrische, magnetische en elektromagnetische velden komen overal voor. Bekende natuurlijke vormen zijn UV-straling (zon), infrarode straling (warme voorwerpen) en zichtbaar licht. Elektromagnetische velden (EMV) zijn ook aanwezig bij bijvoorbeeld huishoudelijke elektrische apparaten, zoals de magnetron en de stofzuiger, en bij het transport van elektriciteit over lange afstanden (via hoogspanningsverbindingen). Uit voorzorg adviseert de rijksoverheid om in nieuwe situaties blootstelling van kinderen aan magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen hoger dan 0,4 microtesla te voorkomen. De zonnepanelen zelf wekken alleen gelijkstroom op. Dit gaat niet gepaard met elektromagnetische straling en velden. De omvormers zorgen voor wisselstroom, dit veroorzaakt wel elektrische velden. De veldsterkte die hierbij worden opgewekt is in vergelijking met een hoogspanningsmast nihil. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat elektromagnetische velden die in de buurt van een zonnepark en de daarbij behorende ondergrondse kabelverbindingen voorkomen, een gezondheidsrisico vormen. Het zonnepark voldoet vanuit het aspect elektromagnetische velden aan een goede ruimtelijke ordening.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
33
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een project. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Via de procedure van de omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan (uitgebreide procedure) kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit project worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de plannen. Lokale betrokkenheid zonnepark Initiatiefnemers hebben de belanghebbende en (lokale) omgeving betrokken bij totstandkoming van het zonnepark. Voor een beschrijving van de manier waarop dit tot stand is gekomen, wordt verwezen naar bijlage 2 Participatie Procedure omgevingsvergunning Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Daarna wordt de ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Een ieder wordt zo in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. De genoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de totstandkoming van dit zonnepark is een stimulering op grond van de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE++) aangevraagd en verkregen, waarmee de zogeheten onrendabele top van de elektriciteitsproductie van het zonnepark via een bedrag per kWh wordt gecompenseerd. Met de SDE+ vult het Rijk de elektriciteitsopbrengsten voor de initiatiefnemer aan tot het basisbedrag dat nodig is om de investering terug te kunnen verdienen. Deze stimulering is in de exploitatie noodzakelijk voor een bedrijfseconomische haalbaarheid. De uitvoerbaarheid van het beoogde zonnepark is hiermee zeker gesteld, mits voldaan wordt aan bovengenoemde aspecten.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
34
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
35
Hoofdstuk 6
Conclusie
Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de ontwikkeling van een zonnepark wordt gerealiseerd. De bouw van het zonnepark is in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau. Daarnaast voldoet de ontwikkeling een goede ruimtelijke inpassing en de daarbij gestelde voorwaarden en afwegingskaders. Voor het zonnepark is een landschappelijke inpassing gemaakt en is een volledige belangenafweging gedaan. Verder veroorzaakt dit project geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. In de beoogde situatie is sprake van een verantwoorde milieusituatie, met inachtneming van de voorgestelde maatregelen. Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
36
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
37
Bijlagen
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
38
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
39
Bijlage 1
Akkoord Tennet
Rho adviseurs voor leefruimte
20200797
Postbus 718, 6800 AS Arnhem, Nederland
CLASSIFICATIE
Energeia Asset Management T.a.v. de heer I. Vatndal Dronningen 1 NO-0287 OSLO Noorwegen
DATUM UW REFERENTIE ONZE REFERENTIE BEHANDELD DOOR TELEFOON DIRECT E-MAIL
BETREFT
C1: Public Information 9 december 2019 uw mail d.d.7-10-2019 GSN-REM 19-4991 Koenders, Frank 026 373 15 88 Frank.Koenders@tennet.eu
Zonnepark 'Drachtsterweg Leeuwarden
Geachte heer Vatndal, In vervolg op uw mail d.d. 7-10-2019 en ons overleg d.d. 21-11-2019 inclusief aanvullende informatie m.b.t. het geprojecteerde Zonnepark Drachtsterweg te Leeuwarden dat zich gedeeltelijk in de belemmerde strook van onze 220kV-hoogspanningsverbinding Louwsmeer-Oudehaske tussen de masten 15 en 18 bevindt, delen wij u het volgende mee. TenneT TSO B.V. (hierna TenneT) is de bij wet aangewezen beheerder van het Nederlandse 110kV-, 150kV-, 220kV-, en 380kV-HS-net en verantwoordelijk voor een betrouwbare bedrijfsvoering van het hoogspanningsnet. De HS-verbindingen zijn van vitaal belang voor de elektriciteitsvoorziening in NL TenneT wenst als netbeheerder dan ook geen (extra) risico te ondervinden op uitval hiervan. Zakelijke Recht/ Belemmerde strook De gronden waarop het zonnepark is geprojecteerd zijn belast met zakelijke rechten van opstal ten behoeve van de aanwezige hoogspanningsverbinding. Het betreft de volgende kadastrale percelen: Huizum: K 210, K 211, K212, K228, K2411 en K2412.