CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota Jeugd Agenda

Besluitvorming (raad) 10 juli 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststellen Jeugd Agenda 2024-202811.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Reactienota Tekstuele opmerkingen zijn niet meegenomen in deze reactienota, maar zijn wel verwerkt in de definitieve versie van de Jeugd Agenda. De partners vanuit de LEJA, SDF, NJI, collega’s en een ervaringsdeskundige zijn in oktober gevraagd om kritisch te kijken naar het concept van de Jeugd Agenda. In totaal hebben 11 externen gereageerd. In de tabel hieronder worden deze reacties weergegeven in de eerste kolom. In de kolom ernaast wordt per reactie een antwoord gegeven en waar dit heeft geleid tot een aanpassing in de Jeugd Agenda. De reacties zijn zoveel als mogelijk (o.a. persoonsgegevens zijn verwijderd) ongewijzigd overgenomen. De paginanummering van de reactie kot niet persé overeen met de paginanummering in de definitieve Jeugd Agenda. Uit de reacties is te lezen dat het gezamenlijk optrekken als positief wordt ervaren. De reacties zijn over de grote linie dan ook positief en men waardeert de mogelijkheid tot het meedenken met deze Jeugd Agenda. Ook staan de reageerders positief over het meedenken met en meedoen aan de verdere uitwerking van de ambities en doelen.

Nr.

Reactie

1.

1.1.

Algemeen: Ik heb onze inhoudelijke mensen er naar laten kijken, zijn vinden het zeer compleet, geen op- en of aanmerkingen vanuit onze kant!

2.

2.1.

Algemeen: In grote lijnen onderschrijven wij de strekking van 2.1. deze agenda: De keuze om in te zetten op een preventieve aanpak en een collectief aanbod in plaats van een curatieve aanpak en individueel aanbod. We herkennen ons eveneens in het belang van de gekozen 4 pijlers Overigens missen we in deze agenda de waarde/ betekenis van het jeugd- en jongerenwerk. Is dat een bewust keuze? Juist als het gaat om preventie kan deze werksoort van grote waarde zijn. Wij hebben de indruk dat hierop de afgelopen jaren stevig is 2.2. bezuinigd. Algemeen: De presentatie van de 'buurtvaders' tijdens een 2.3. bestuurlijke bijeenkomst van Leeuwarden Oost onlangs, benadrukt het belang van een steunend netwerk rondom

2.2.

Antwoord 1.1

Goed om te lezen dat u het stuk compleet vindt.

De functie en de meerwaarde van het jongerenwerk staat beschreven in het huidige aanbod, daar staat dat het jongerenwerk een belanrijke bijdrage levert in het versterken van eigen kracht participatie en zelfredzaamheid. Daarnaast hebben we in de Jeugd Agenda de actie opgenomen dat er een nieuwe visie op het jongerenwerk wordt ontwikkeld. De afgelopen jaren is het structurele budget voor het jongerenwerk gelijk gebleven. We onderschrijven het belang van een steunend netwerk rondom de jeugdigen. Dit is verwerkt in alle drie pijlers van de jeugd Agenda. We hebben dit in de inleiding benoemd. In de ambitie van de Jeugd Agenda is dit ook opgenomen. 1

2.3.

2.4.

2.5.

2.6.

kinderen/ jongeren in wijken waar dat niet vanzelfsprekend is. H 1: We missen in de inleiding / ons perspectief de toenemende tweedeling in de samenleving, de armoede en de stress die dit veroorzaakt bij kinderen, jongeren en gezinnen. Het staat er wel indirect maar het zou sterker benadrukt kunnen worden. Zeker met het oog op het (zorgelijk hoog) gebruik van jeugdhulp in Leeuwarden. H 3: p. 4: school als vind- en werkplek: een belangrijk uitgangspunt. De school als werkplek krijgt nu met name vorm in het MBO; ik pleit voor een verbreding naar het PO. De JOK'er is vooral preventief en slaat een brug tussen school- gezin en eventuele jeugdhulp/ jeugdzorg. Heel belangrijk maar soms is meer nodig. 1e lijns jeugdhulp zou, volgens de literatuur op pagina 33, dichtbij vindplaatsen als onderwijs georganiseerd moeten worden. Wij pleiten ervoor om deze, gedeeltelijk, op de IKC's te organiseren. H 4: p.10: in een 'by the way' wordt het belang van kinderopvang als voorziening voor alle kinderen genoemd. Daarmee wordt het een basisvoorziening. Daar zijn we een groot voorstander van maar zover is het helaas nog niet. Deze uitspraak is veelbetekender dan een 'tussen zin' in de alinea vermoedt... H 6: p. 16/17: hier wordt expliciet gesproken over de JOK'er: behouden van de inzet en breder inzetten waar nodig.

Tegelijkertijd wordt er in de begroting voor 2024 het bedrag van 461.667, - opgenomen voor de JOK'ers. Dit bedrag lijkt niet toereikend voor een uitbreiding van het aantal lokaties waarop een JOK'er zou moeten worden geplaatst. De huidige JOK'ers zijn geplaatst in IKC+ locaties: in Leeuwarden Oost, waar het zorggebruik het hoogst is. Terecht maar niet voldoende. Ook in andere wijken, zoals Aldlan en de

2.4.

2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9.

We begrijpen de wens vanuit het Primair Onderwijs (PO). In het uitvoeringsprogramma gaan we hier gezamenlijk over in gesprek, dit in relatie met de uitwerking van de brugfunctionaris. We hebben de inleiding hierop aangepast. We begrijpen de wens vanuit het Primair onderwijs. In het uitvoeringsprogramma gaan we hier gezamenlijk over in gesprek. De thuiszittersaanpak is ook gericht op het Primair Onderwijs, dit is ook een wettelijke taak van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs. We herkennen dit signaal. In de doorontwikkeling van het Jeugdexpertteam is aandacht voor bereikbaarheid, wachtlijsten en samenwerking met ketenpartners. Dat zijn ze zeker, hartelijk dank.

2

2.7.

2.8.

2.9.

Componistenwijk, zien we de problemen met kinderen/ gezinnen toenemen, om over ons SBO Eigen Wijs maar te zwijgen. Wij pleiten sterk voor een uitbreiding van het aantal JOK'ers en dus ook voor een hoger budget. H 6: p. 19: hier wordt gesproken over een versterking van de thuiszittersaanpak. Het lijkt erop dat dit met name betrekking heeft op het v.o. Wij pleiten voor een aanpak die start op het p.o. Op dit moment zijn wij als besturen van het primair onderwijs, Renn 4, SO en het samenwerkingsverband in gesprek over een aanpak om het aantal thuiszittende leerlingen terug te dringen. Thuiszitters in het p.o. vergroten het risico op uitval in het v.o. H 7: p/ 20/21: als het gaat over de toegang tot (meer specialistische vormen van) jeugdhulp, is voor onze scholen/IKC's het JET de meest aangewezen voorziening. Helaas is de ervaring dat het JET niet goed werkt: er zijn lange wachttijden terwijl er vaak acute hulp geboden is en de bereikbaarheid van het JET is vaak onvoldoende. Het is goed te lezen dat er plannen zijn om te investeren in (de kwaliteit van) het JET. Wij willen benadrukken hoe belangrijk de bereikbaarheid van het JET is voor onze scholen en hoe belangrijk het is dat onze signalen/ verwijzingen serieus genomen worden en snel worden opgepakt. Slot: We hopen dat onze opmerkingen aanleiding zijn om de agenda op een aantal punten aan te scherpen.

3.

3.1.

Algemeen: Wij kunnen ons prima vinden in de uitwerking en 3.1. sluiten aan bij de opmerkingen die “2” reeds gemaakt heeft. Het is goed om te benadrukken dat we als onderwijsbesturen onze eigen verantwoordelijkheden behouden binnen het partnerschap zoals nu voorgesteld en met focus op pijler 2.

Goed om te lezen dat u zich kunt vinden in de uitwerking.

4.

4.1.

Algemeen: Bedankt voor de conceptversie van de

Goed om te lezen dat u eveneens de feedback van een

4.1.

3

4.2.

4.3.

4.4.

4.5.

jeugdagenda. Ik heb hem met veel interesse gelezen. Mijn onderstaande reactie is een verzameling van punten die mij persoonlijk opvallen, maar de feedback van een aantal directeuren is hierin ook verwerkt. Algemeen: Ik ben/wij zijn blij met de preventieve koers die de gemeente vaart en de keuze om zorgonderwijsarrangementen collectief in te zetten bij de plek waar de jeugdige te vinden is. Dan wordt de school/het kindcentrum echt de vind- en werkplek. Tot slot vind ik het fijn dat de gemeente op deze manier ondersteund bij het inclusiever maken van het onderwijs. Algemeen: Een paar dingen vallen mij op aan het stuk: Er wordt in het stuk meer gesproken over scholen dan over IKC’s. Alhoewel het IKC wel ook terugkomt. Is dat een bewuste keuze? H 6: Hoofdstuk 6 begint met een alinea: De school is dé plek waar alle kinderen, ouders en verzorgers samenkomen. Daarom is het een belangrijke vindplaats. Onderwijs is niet alleen cognitief leren maar ook de psychologische, emotionele en sociale ontwikkeling stimuleren. Dat houdt in dat de onderwijsomgeving past bij de leerling en voldoende aansluit op de ontwikkelpunten van de leerlingen. Ik vind de zin… dat houdt in dat…. Wat een soort conclusie aangeeft niet logisch slaan op het voorgaande. Inhoudelijk ben ik er wel mee eens dat we moeten aansluiten bij het kind, maar dat is niet wat er daarvoor staat.

H 6: Ik mis een soort definitie over inclusief onderwijs en de context dat hier ook vanuit de landelijke overheid voor 2035 naar toegewerkt moet worden. Binnen de verenigingscommissie onderwijskansen van de PO-raad hebben we de volgende werkdefinitie geformuleerd: Inclusiever onderwijs. Door OCW aangestuurd werken we tot

4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8. 4.9.

4.10. 4.11.

4.12. 4.13. 4.14.

aantal collega’s hebt meegenomen. Dat u onze koers onderschrijft is goed om te lezen. Omdat niet alle scholen een IKC zijn, is er in het stuk gekozen voor het begrip onderwijs. De tekst is hierop aangepast. De definitie van inclusief onderwijs is opgenomen in de Jeugd Agenda. De ambitie van de PO raad en VO raad is opgenomen in de tekst. We stellen het op prijs dat u de complexiteit van en de aandacht voor de verbinding tussen maatschappelijke partners en het onderwijs erkent. We volgen uw redenatie, echter hanteren we de term Multidisciplinair team. Het gebruik van interventies kunnen we inderdaad niet afdwingen. Het heeft onze voorkeur om te werken met evidence based programma's aangezien deze inzetten op het versterken van beschermende factoren. De regierol van de gemeente ziet in deze toe op het bijelkaar brengen van partijen. Monitoring is een belangrijk onderdeel van de Jeugd Agenda. Binnen alle pijlers vindt gezamenlijke monitoring en duiding van de beschikbare data plaats om te kunnen bijsturen op effectiviteit en kosten. Jaarlijks wordt er een rapportage opgesteld vanuit Leerplicht over schooluitval. De redenen van uitval zijn hierin opgenomen. We herkennen dit signaal. In de doorontwikkeling van het Jeugdexpertteam is aandacht voor bereikbaarheid, wachtlijsten en samenwerking met ketenpartners. We hebben dan ook zeker naar deze punten gekeken.

4

4.6.

2035 toe naar inclusiever onderwijs. De definitie van inclusiever onderwijs wordt door de PO-raad als volgt gegeven (wellicht heb je er wat aan). H 6: "Inclusiever onderwijs is een beweging, een voortdurende inspanning en intensieve samenwerking tussen partners gericht op het participeren van álle kinderen. Deze samenwerking kent een gezamenlijke pedagogische basis en vindt in toenemende mate plaats binnen integrale kindcentra. Hier worden onderwijs, opvang en zorg aangeboden met een belangrijke rol voor educatief partnerschap van ouders. • Een inclusieve ontwikkelomgeving is een omgeving waarbinnen verschillen worden omarmd en diversiteit het leidende principe is. Iedereen kan zich binnen een sociaal veilige leer- en werksetting ontwikkelen. Expertise vanuit onderwijs, opvang en zorg zijn dicht bij het kind beschikbaar; de zorg komt naar het kind en niet andersom. • Voor kinderen waarvoor blijkt dat een gespecialiseerde setting de beste leer- of ontwikkelomgeving biedt, blijft een (tijdelijke) specialistische setting beschikbaar, waarbij integratie met regulier onderwijs het streven is. • In 2035 bieden scholen en kindcentra een inclusieve ontwikkelomgeving voor élk kind, met of zonder extra ondersteuningsbehoefte en ongeacht cognitieve, fysieke of sociaal-emotionele gesteldheid en culturele achtergrond.

We behandelen alle betrokkenen op basis van gelijkwaardigheid en met respect. • Diversiteit gaat over alle aspecten waarop mensen verschillen. Diversiteit is het uitgangspunt van het 5

4.7.

4.8.

4.9.

4.10.

leven; het gaat erom hoe je met diversiteit omgaat. Sommige verschillen zijn relevant en sommige niet. Dit is per situatie anders. (Inclusiever) onderwijs vraagt om het herkennen en erkennen van verschillen. Zo creëren we een veilige omgeving waarin ieder individu -kind, ouder of medewerkerzich deel voelt van het geheel. H 6: 6.1. Binnen onze organisatie wordt wel erkend dat de verbindingen tussen het onderwijs en maatschappelijke partners complex zijn en aandacht vragen. Dit vraagt zowel om goede toerusting van het onderwijs als van de maatschappelijke partners, die samenwerken rondom eenzelfde doelstelling. H 6: 6.1.1. Er wordt gesproken over een multidisciplinair team. Ik hou zelf wel wat meer van de term interdisciplinair team, omdat deze ook een integraal perspectief meegeeft. Er wordt nu gekoerst op behoud van de jeugdondersteuners, ik zou pleiten voor een een grotere dekking van jeugdondersteuners, zodat alle IKC’s daarvan kunnen profiteren. H.6: 6.1.4. Goed te horen dat deze methodiek goed werkt. Het is ook goed dat er aandacht is voor dit thema. Ik kan me voorstellen dat de gemeente zover kan gaan dat ze deze methodiek stimuleert, maar niet verplichtend oplegt wanneer scholen daar beredeneert andere afwegingen in maken. Deze methodiek is immers het middel, niet het doel en andere programma’s zijn wellicht ook effectief en in een context meer passend. H 6: 6.1.6.

Het verrast me wat dat de gemeente gevraagd is om in een regierol te komen. Ik heb de historie ook niet helemaal meegekregen. Normaliter zou ik denken dat juist het samenwerkingsverband deze regierol (met 6

4.11.

4.12.

4.13. 4.14.

doorzettingsmacht) past. De regierol van de gemeente ziet in deze toe op het bijelkaar brengen van partijen. H 6: 6.1.7. Ik snap deze monitoring van meer zorg op school, maar denk ook dat meerdere preventieve acties hier effect op kunnen hebben die niet allemaal via de vindplaats van de school verlopen. Vooral de overige preventieve acties in het gezinsleven/de maatschappij. De stabiliteit van het gezin is immers erg cruciaal voor de ontwikkeling van het kind. Valt dit uit elkaar te trekken/dit ook te monitoren? H 6: 6.2.2. Dan ben ik eerst heel benieuwd wat de redenen voor uitval in het VO zijn. Wat is het verband met het primair onderwijs wat jullie hebben gevonden/gesignaleerd, wat ervoor zorgt dat jullie dit hier opnemen? H 7: Het functioneren van het JET en/of onze samenwerking met het JET baart ons wel wat zorgen. Het is verstandig om daar nader naar te kijken. Slot: Voor de rest heb ik de opmerkingen van “2” gelezen over de jeugdagenda. Dat zijn ook mooie punten om mee te nemen.

5.

5.1.

Algemeen: Namens de Leeuwarder V(S)) scholen alvast een korte reactie op de concept Jeugdagenda 2024-2028. Alle schoolbesturen hebben aangegeven positief te staan ten opzichte van de concept Jeugdagenda. Maar "it is mei sizzen net te dwaan", daarom gaan we graag in gesprek om gezamenlijk tot een concrete invulling van deze agenda te komen.

5.1. We realiseren ons we er met alleen de Jeugd Agenda niet zijn. We gaan samen met ketenpartners een uitvoeringsprogramma opstellen waarin we aangeven hoe we de Jeugd Agenda concreet gaan uitvoeren.

6.

6.1.

Algemeen: We onderschrijven de ambitie van de gemeente zoals weergegeven op blz. 4 van harte en zien vele mooie initiatieven en investeringen (Alle jeugdigen van -9 maanden tot 27 jaar groeien op in een veilige omgeving, vrij van armoede, waar ze zich kunnen ontplooien, zichzelf kunnen

6.1. De rol en positie van de kinderopvang is meer prominent opgenomen in de Jeugd Agenda. Daarnaast is er een concrete actie toegevoegd over het versterken van de Voor- en Vroegschoolse Educatie en het versterken van het jonge kind. 6.2. Hartelijk dank voor deze toevoeging. 7

6.2.

6.3.

zijn en erkend worden voor hun talenten en mogelijkheden). In de jeugdagenda is de rol van de kinderopvang naar onze mening onderbelicht. Algemeen: De rol van de kinderopvang is in eerste instantie van betekenis voor de ontwikkeling van kinderen maar is daarnaast ook van betekenis voor: • Ontlasting van gezinnen met uiteenlopende problematiek, waardoor het thuis soms nog net gaat; • Het deelnemen van ouders aan de arbeidsmarkt en de samenleving; • De mogelijkheid voor ouders om een opleiding te volgen. Algemeen: "Het aantal kinderen met een zorg of ondersteuningsbehoefte in de kinderopvang groeit. De wens voor het inzetten van passende kinderopvang is veel gehoord (bron innovatie nul-13). Om deze redenen willen we graag zien dat in de jeugdagenda wordt opgenomen hoe er wordt geïnvesteerd in betere randvoorwaarden voor de kinderopvang zodat zij (nog beter) in staat wordt gesteld om meer, en inclusiever in specifieke ondersteuningsbehoeftes van kinderen en gezinnen te kunnen voorzien zoals; • Meer handen op de groep wanneer dit voor (doelgroep-zorg) kinderen nodig is? (3e Pm er op de groep wanneer dit nodig blijkt) • Meer inzet op het vormgeven van ouderbetrokkenheid voor ouders van doelgroepzorg kinderen; • Bredere inzet preventieve logopedische screening in de kinderopvang. We begrijpen de wens vanuit de Kinderopvang.

In het uitvoeringsprogramma gaan we hier gezamenlijk over in gesprek."

6.3. We begrijpen de wens vanuit de Kinderopvang. In het uitvoeringsprogramma gaan we hier gezamenlijk over in gesprek. 6.4. We begrijpen de wens vanuit de Kinderopvang. In het uitvoeringsprogramma gaan we hier gezamenlijk over in gesprek. 6.5. Wachtlijsten in de (Hoog)Specialistische Jeugdhulp zijn een bekend probleem. SDF is de organisatie die voor de Friese gemeenten Jeugdhulp inkoopt. Samen met SDF kijken de gemeenten hoe we het zorglandschap zo dekkend mogelijk kunnen maken. 6.6. Het beleidsterrein Laaggeletterdheid hebben we opgenomen in hoofdstuk 1. Daarnaast is de aanpak laaggeletterdheid een integraal beleidsonderwerp in de gemeente die verder reikt dan alleen jeugd. Verder kennen we het voornemen om de wettelijke verplichting van het gebruik van de verwijzindex te laten vervallen. We kunnen echter niet vooruitlopen op mogelijke wijzigingen. Zodra meer bekend is over dit onderwerp zullen we in regioverband samen met ketenpartners de impact bepalen en kijken naar mogelijke alternatieven. 6.7. Goed om te lezen dat u deze ambitie onderschrijft. 6.8. Het voorbeeld is toegevoegd. 6.9. We realiseren ons dat we er met alleen de Jeugd Agenda niet zijn. We gaan samen met ketenpartners een uitvoeringsprogramma opstellen waarin we aangeven hoe we de Jeugd Agenda concreet gaan uitvoeren. 6.10. Goed om te lezen dat u onze ambitie onderschrijft. 6.11.

Logopedische screening is onder andere belegd bij de GGD. Zij zien de jonge kinderen op het consultatiebureau. Op school ligt signalering en dossiervorming bij de docent. 6.12. Vanuit de gemeentelijke toegang wordt samen met 8

6.4.

6.5.

6.6.

6.7.

Algemeen: De oplossingen voor toenemende ketenpartners gekeken naar de samenwerking. Deze suggestie (zorg)problematiek in de kinderopvang worden in de nemen we daarin mee. 6.13. Hartelijk dank voor uw aanbod. jeugdagenda gezocht in het uitbreiden van kennis van pedagogisch medewerkers of het inzetten van extra expertise. Onze pedagogisch medewerkers geven vooral aan meer handen op de groep te willen wanneer er meerdere kinderen zijn met een specifieke ondersteuningsbehoefte en investeren in de pedagogische basis niet meer volstaat. Dit geeft PM’ers meer grip op de kwaliteit die zij kunnen leveren. Algemeen: Daarnaast blijkt bij “6” met regelmaat dat kinderopvang niet altijd meer kan voorzien in de specifieke ondersteuningsbehoefte van kinderen door toenemende problematiek. Het kan dan soms nodig zijn om een contract te beëindigen. Lange wachtlijsten bij BEC/ specialistische dagopvang kunnen dan de doorgaande ontwikkeling van deze kinderen belemmeren. Ook de ouders van deze kinderen worden dan belemmerd in het deelnemen aan de arbeidsmarkt. Voor deze kinderen/gezinnen zouden we graag een investering in extra oplossingen willen zien in de jeugdagenda. Moeten de mogelijkheden voor meer specialistische kinderopvang niet worden uitgebreid (peuter+ locaties/ +BSO?) Leeswijzer: We missen in de jeugdagenda de aanpak vermindering laag geletterdheid.

Verder wordt niet duidelijk wat de insteek van de gemeente is m.b.t. het mogelijk laten vervallen van de wettelijke verplichting op de inzet van de verwijsindex in de jeugdwet (de wettelijke verplichting is nu nog van kracht). H 4: p:11 Alle jeugdigen van -9 maanden tot 27 jaar groeien op in een veilige omgeving, vrij van armoede, waar ze zich kunnen ontplooien, zichzelf kunnen zijn en erkend worden voor hun talenten en mogelijkheden. Bij “6” onderschrijven 9

6.8.

6.9.

6.10. 6.11.

6.12. 6.13.

we deze prachtige ambitie. H 5: p. 13 5.2 Vergroten Veerkracht: Bij de voorbeelden hadden wij ook graag de kinderopvang gezien, ook wij zien het vergroten van veerkracht van kinderen en ouders in rol weggelegd voor de kinderopvang. H 6: p. 16 Bij een inclusief onderwijssysteem hoort ook inclusieve kinderopvang, hierbij gaat het niet alleen om de overdracht van DOV/SLG naar onderwijs maar ook om ervoor te zorgen dat kinderopvang zelf een meer inclusief karakter krijgt, en dat zij zo gefaciliteerd worden dat ze kunnen voorzien in de opvangbehoefte van ouders wanneer de ondersteuningsbehoefte kinderen meer vraagt. Bovendien wanneer we willen anticiperen op de toekomst (kinderopvang als basisvoorziening/recht voor alle kinderen/gelijke kansen) is werken aan meer inclusieve kinderopvang nu al van belang. H 6: p. 16 6.1.1 Mooie ambitie om de jeugdondersteuner te willen behouden en breder in te zetten. H 7: p 21. 7.2 Trainen POH: In de kinderopvang komen we veel vragen/zorg tegen over de taalontwikkeling van kinderen. Het zou passend zijn om de POH-ers ook te trainen op het belang van vroegtijdig doorverwijzen naar logopedie (logopedische screening) om onnodige ontwikkelingsachterstand bij kinderen te voorkomen. H 7: p.21 Een vast gezicht: Ook voor onze locaties zou het fijn zijn om te werken met één vast gezicht. Slot: Prettig dat we op deze wijze onze bijdrage kunnen leveren.

Succes met de verwerking van alle input vanuit de verschillende organisaties. Mochten we als “6” een extra bijdrage kunnen leveren dan zijn we, vanuit onze maatschappelijke opdracht, hier altijd toe bereid.

10

7.

7.1.

7.2.

7.3.

7.4.

7.5.

Algemeenn: Allereerst hartelijk dank voor de ontvangen Jeugdagenda 2024-2028. We zijn erg content met het feit dat er een visie op jeugd ligt inclusief het overzicht dat het geeft betreffende de pijlers, leidende principes en daadwerkelijke acties. H 1: We missen een verklarende analyse en data die omschrijven welke maatschappelijke tendensen worden gezien, welke merkbare effecten hiervan zichtbaar zijn, wat de inzet tot nu toe heeft opgeleverd en welke gewenste resultaten ten gevolge hiervan bereikt dienen te worden. H 1: Wat verder opvalt is dat er een hoofdstuk lijkt te ontbreken die gaat over welke signalen te zien zijn in de tweede lijn jeugdhulp en welke doelen en acties nodig zijn om daadwerkelijk impact te maken in de breedte van de jeugdhulpketen, met het oog op tijdig passende (jeugd)hulp bieden en doorstroom in casuïstiek bevorderen. H 5: Fijn om te vernemen dat er specifiek aandacht komt voor het preventieve aanbod (5.2). Het lijkt ons van belang dat er hierbij oog is voor welke preventieve instrumenten en/of interventies wel en niet werken en dat er onderzocht en gemonitord wordt wat de impact hiervan is, bijvoorbeeld in samenwerking met NHL Stenden.

Ook geven we als aandachtspunt graag mee om vanuit een visie op preventie voor de doelgroep jeugd, stil te staan bij welke preventieve inzet wordt gemist om daar vervolgens adequaat en gericht op te kunnen interveniëren. Naar onze verwachting zal dit tevens een gunstige invloed hebben op minder inzet vanuit de basisondersteuning en het Jeugdexpertteam. H 5: De evaluatie jongerenwerk is op stel en sprong opgesteld in de veronderstelling dat dit bij zou dragen aan de brede visie op jongerenwerk welke naar wij lezen, nu vooruitgeschoven wordt. We vertrouwen erop dat bij het

7.1. 7.2. 7.3.

7.4. 7.5. 7.6. 7.7. 7.8.

7.9. 7.10. 7.11. 7.12.

Hartelijk dank voor uw reactie. Op dit moment werken we aan het optimaliseren van het dashboard jeugd. Als dit gereed is kunnen we een betrouwbaardere analyse maken. De tweede lijn jeugdhulp wordt via de centrumregeling Sociaal Domein Fryslân ingekocht. Vanaf 1 januari 2024 gaan de nieuwe contracten in. Alleen jeudghulp die bewezen effectief is, wordt ingezet. Een ander belangrijk onderdeel is dat SDF samen met aanbieders, gemeenten en verwijzers meer gaat inzetten op de samenwerking aan kwaliteit en resultaat (SARK). Met als doel continue verbetering zodat de juiste hulp voor de jeugdige wordt ingezet. Mooi aandachtspunt. Graag werken we samen uit hoe we deze toets gaan uitvoeren. We hebben dit toegevoegd. Dit zal zeker gebeuren en is toegevoegd in de tekst. Goed om te lezen dat de diverse uitgangspunten herkend worden. Hartelijk dank voor deze toevoeging. In hoofstuk 7 hebben we ons gefocust op de onderdelen waar we als gemeente direct invloed op hebben. Dit hebben we ook in de inlieiding van het hoofdstuk opgenomen. De verdeling van verwijzingen over de verschillende verwijzers heeft geen invloed op de gekozen doelen en acties. Het toevoegen van deze data heeft daardoor geen meerwaarde. Goed om te lezen dat u positief bent hierover. We hebben de zin aangepast naar '... bespreken met de professionals van Amaryllis in de buurt- en dorpskamers".

We hebben de overdracht van het Jeugdexpertteam naar Amaryllis toegevoegd. We hebben de zin aangepast. Uiteraard worden samenwerkingsafsprake altijd samen met de ketenpartners aangepast. 11

7.6.

7.7.

7.8.

7.9.

7.10.

ontwikkelen van de nieuwe visie op jongerenwerk naast de input van jongeren zelf ook de evaluatie jongerenwerk een plek krijgt. H 5: Verder herkennen wij diverse uitgangspunten in hoe ons jongerenwerk is ingericht. Zoals het werken vanuit collectieve preventie, ‘echt’ contact en aandacht en het creëren van kwalitatieve ontmoeting (bijvoorbeeld door jeugdhonken, tiener- en meidenwerkactiviteiten, inzet op school etc.). H 6: In relatie tot paragraaf 6.1.4. is het jongerenwerk binnen het SAV ook al betrokken bij meerdere collectieve programma’s op scholen zoals laagdrempelige sociale vaardigheidstrainingen, diverse voorlichtingen en Girls talk. H 7: Ook blijkt onvoldoende wat maakt dat er bij pijler drie voor gekozen wordt om de doelen en acties met name toe te kennen aan het Jeugdexpertteam en Amaryllis en in mindere mate aan directe verwijzers. Dit terwijl we vanuit de beschikbare data weten dat juist de directe verwijzers voor het overgrote percentage verantwoordelijk zijn voor de toewijzingen van specialistische jeugdhulp. We vinden het wenselijk om de verdeling in percentages voor de gemeentelijke toegang en de directe verwijzers in hoofdstuk 7 op te nemen. H 7: Mooi om terug te lezen (bij 7.6.2) dat met ketenpartners niet enkel de naleving van afspraken wordt geëvalueerd, maar juist ook of deze bijdragen aan de gezamenlijke visie.

Tevens zijn we blij met de geformuleerde actie bij 7.7.1, dat onderzocht wordt hoe de infrastructuur passend gemaakt kan worden op het Toekomstscenario. H 7: Bij 7.1 staat “… hulpvraag bespreken met de professionals van (de buurt en dorpskamers van) Amaryllis…”. Gelieve de tekst tussen haakjes weg te laten

7.13.

7.14. 7.15.

7.16.

7.17.

7.18.

7.19.

Uit het rapport 'Betrek mij gewoon' is gebleken dat continuiteit van professionals bijdraagt aan stabiliteit van de situatie van het kind en het gezin. Wanneer ouders en jeugdigen echt het gevoel hebben dat er naar hen geluisterd wordt draagt dit bij aan betere zorg en resulaten. Het werken met een vast gezicht helpt hierbij. We vinden het daarom belangrijk om hier nu al naar toe te werken en niet te wachten op het Toekomstscenario. De zin 'Dit geldt ook bij Amaryllis wanneer het gaat om lichte opvoedondersteuning' hebben we verwijderd. Dat klopt, we hebben dit aangepast. Vanaf 2024 gaan de nieuwe contracten jeugdhulp in. Alleen jeugdhulp die bewezen effectief is wordt ingezet. Hierop gaan we gaan we samen, met SDF en de overige Friese gemeenten op monitoren (SARK). Zie ook de beantwoording bij 7.3. Dit diende ter illustratie dat niet alle genoemde kosten, kosten voor maatwerkvoorzieningen betreffen. Inmiddels is dit onderdeel op een andere manier beschreven en komt deze zin niet meer terug. De tabel met investeringen is uit hoofdstuk 7 gehaald. De plannen zoals beschreven zijn, moet eerst concreet in een uivoeringsprogramma inclusief bestedingsplannen worden uitgewerkt. De inzet om de kosten te beheersen komt dan hier in terug. De tabel met investeringen is uit hoofdstuk 8 is aangepast. Alleen incidentele investeringen zijn hierin opgenomen.

De plannen zoals beschreven zijn, worden concreet in een uivoeringsprogramma inclusief bestedingsplannen uitgewerkt. De inzet om de kosten te beheersen komt dan hier in terug. De tekst is hierop aangepast. 12

7.11. 7.12.

7.13.

7.14.

7.15.

7.16.

aangezien de buurt en dorpskamers niet van Amaryllis zijn. H 7: Bij 7.1.1 valt actie a onder punt 7.7.1. Bij 7.1.1. b: “de overdracht van Amaryllis naar het Jeugdexpertteam”, gelieve toevoegen: en vice versa. H 7: Bij 7.1.2. staat opgenomen dat de samenwerkingsafspraken “daar waar nodig” in samenspraak met Amaryllis worden aangepast. De tekst “daar waar nodig” gelieve weglaten aangezien we ervan uitgaan dat de teksten in de samenwerkingsafspraken nimmer zonder afstemming aangepast zullen worden. H 7: Bij 7.3 de eerste paragraaf en de actie 7.3.1. willen we graag de opmerking maken dat conform de huidige werkwijze Amaryllis- Jeugdexpertteam dit niet haalbaar is. Graag deze tekst weglaten (in het kader van verwachtingen). Tevens achten wij het passender om de tweede paragraaf van 7.3 “Het inzetten van één vast gezicht” te zetten bij 7.7.1., dus expliciet in relatie tot het Toekomstscenario. H 8: In paragraaf 8.1 is bij het laatste onderdeel “Jeugd en gemeentelijke toegang” twee keer een subtotaal opgenomen waardoor ten onrechte een bedrag van €340.000 tweemaal is gerekend. H 8: in hoofdstuk 8 wordt gesproken over het percentage jeugdigen in Leeuwarden dat jeugdhulp ontving. Ook bij dit onderdeel missen wij een verklarende analyse.

Juist omdat wanneer dit bekend is de meest passende interventies en acties kunnen worden uitgevoerd die daadwerkelijk aansluiten bij wat de jeugdigen en hun gezinssystemen in de gemeente Leeuwarden écht nodig hebben. H 8: In hoofdstuk 8 staat in de derde zinsnede over dat de kosten van "het jeugdexpertteam en Amaryllis" hier ook onder vallen. Kan er onderscheid gemaakt worden tussen de kosten specifiek op het gebied van jeugd voor beide

7.20.

Goed om te lezen dat u graag meedoet aan de verdere uitwerking.

13

7.17.

7.18.

7.19. 7.20.

8.

8.1.

organisaties? H 8: Als signaal willen we meegeven dat de inzet om kosten te beheersen in onze optiek ook in de pijler en acties zelf terug dient te komen in plaats van enkel in hoofdstuk 8. Daarnaast valt met betrekking tot de investering op dat dit grotendeels op gaat aan (gemeentelijke) formatie waardoor er weinig ruimte lijkt te zijn voor facilitering van samenwerkingspartner en/of daadwerkelijk budget voor inzet van intervanties/activiteiten of anderszins vrije ruimte die direct bijdragen aan het beoogde doel. H 8: Wat tot slot opvalt bij de 'benodigde investering jeugdagenda' is dat specifiek aan @ease een bedrag van € 30.000 is toegekend zonder dat hier in de tekst verder op ingegaan wordt. Interessant hierbij is om vooraf de ervaringen op te halen. Bijlage B: Tot slot staat op blz. 40 een onjuistheid wat betreft de projecten SAW en SAV. Firda Noord heeft SAV en Firda Zuid SAW. Slot: Wij zijn erg benieuwd hoe e.e.a. opvolging krijgt ook met het oog op de planning en het proces en denken hierin waar gewenst en/ of nodig, in samenwerking met partners in het veld, graag actief mee. Algemeen: Dank voor het toesturen van de conceptversie van de jeugdagenda. Het lukt mij helaas niet om aan te sluiten bij het bestuurlijke overleg maar willen wel graag dat onderstaande input wordt opgenomen.

Dit is van cruciaal belang, ook gezien de statistieken uitwijzen dat er een grote doelgroep is met kwetsbaarheden op dit vlak, met een groot risico voor een gezonde ontwikkeling en langdurigere problemen. Indien nodig zijn wij natuurlijk bereid om dit nader toe te lichten en hier verder invulling aan te geven. Ik

8.1 Het is inderdaad voldoende geweest. Dank voor uw input. 8.2 Middelen gebruik wordt meegenomen in de agenda voor deskundigheidsbevordering van de jeugdconsulenten de komende jaren. 8.3 “8” is vast agendalid van de Taskforce jeugdoverleg. 8.4 Eens, verslavingszorg is een van de ketenpartners. 8.5 Goed om te lezen dat u met deze metode werkt.

14

8.2.

8.3.

8.4. 8.5.

hoor graag van u of het middels deze mail voldoende is om meegenomen te worden. Algemeen: We weten dat middelengebruik vaak wordt ontkent, voor een jongere is middelengebruik een manier om andere problematiek toe te dekken waardoor er geen belang is hiermee te stoppen. Terwijl middelengebruik eerst of tenminste gezamenlijk behandeld moet worden om een andere behandeling te laten slagen. Ook is het van belang zo vroeg mogelijk in te grijpen, daarmee voorkom je ergere problemen, langdurige problemen en problemen die zich uitbreiden naar meerdere levensgebieden. Ook weten we dat verslavingsproblematiek pas laat herkend wordt. Middelengebruik maar bijvoorbeeld ook gamen vindt bij jongeren vaak nog plaats in een iets meer geaccepteerde sociale context. Daarnaast zijn jongeren somatisch vaak nog vitaal waardoor de lichamelijke effecten op de kortere termijn ook minder opvallen. Het valt ons op dat verslaving niet voorkomt in het document, terwijl middelengebruik heel vaak een rol speelt. Ons advies is jeugdverslavingszorg overal te borgen door kennis toe te voegen over hoe dit te signaleren (screeningsinstrument implementeren) en wat te doen wanneer je dit signaleert (hoe je dit bespreekbaar maakt en wanneer verwijs je door). Dit is zowel in het onderwijs, maar ook wijk- en gebiedsteams. Algemeen: Drugs en alcohol alleen in de taskforce jeugdoverlast (pag.

44); waarbij jeugdverslavingszorg niet aan tafel zit. “8” wordt hierbij graag uitgenodigd om verslavingsexpertise toe te voegen. H 2: 5.5: Het is van belang jeugdverslavingszorg te borgen binnen de ketensamenwerkingen die hier zijn genoemd. H 7: 7.5: “8” biedt MDFT als systeembehandeling bij middelenproblemen. 15

9.

9.1.

9.2.

9.3.

10.

10.1.

Algemeen: Het is heel mooi om te lezen hoe jullie inzetten op 9.1 9.2 het versterken van de pedagogische basis, de leefomgeving 9.3 van kinderen, jongeren en ouders. Hiermee leg je een fundament een positief ontwikkelklimaat voor ieder kind en jongere in jullie gemeente. De werkwijze van OKO is daar een mooie invulling voor. Let ook op het versterken van de omgeving van het jonge kind en jonge ouders. Ook heel goed dat jullie nadrukkelijk de relatie leggen met het onderwijs en naar de beweging naar inclusief onderwijs als onderdeel van de inclusieve samenleving. H 5: Onder 5.1.1 staat het doen van een wijkscan. Hiervoor kunnen jullie de wegwijzer om te bouwen aan de pedagogische basis benutten. Bouwsteen 2 van de wegwijzer gaat erover hoe je de pedagogische kwaliteit van een wijk in beeld kan brengen. 2. De wijk in beeld - bouwstenen (foleon.com). Deze indicatoren van de pedagogische basis kunnen daarvoor als inspiratie dienen: Bijlage 1: Indicatoren bouwstenen (foleon.com). De bouwstenen uit de wegwijzer komen voor een groot deel overeen met de stappen uit het kwaliteitskompas waar jullie aan refereren. H 8: Heel belangrijk jullie aandacht hebben voor het meten van effecten van beleid: zowel op maatschappelijk niveau als het effect van bepaalde programma’s en interventies voor de kinderen en jongeren die daarin hebben meegedraaid.

Alleen op die manier kom je tot leren en verbeteren. Deze tool kan helpen om in gesprek te gaan over cijfers: Praat regelmatig over gegevens | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)

Dank voor uw positieve reactie. Dank voor uw suggestie. Dank voor uw reactie en suggestie.

Algemeen: Overall echt te zien dat er een ander geluid klinkt 10.1 in Leeuwarden. Mooi om te zien! Ik ben door tijdgebrek soms 10.2 wat kort door de bocht in de aanbevelingen, is niet zo star bedoeld als het er soms staat. Een collega heeft aangegeven 10.3

Goed om te lezen dat de indruk is dat er een ander geluid klinkt. Daar gaan we ook voor. De zin is aangepast. In de uitwerking van deze lokale Jeugd Agenda houden we

16

10.2.

10.3. 10.4.

10.5.

10.6.

mee te willen denken als het gaat om de aansluiting onderwijs/gemeenten/jeugdhulp. Dit ivm het vooralsnog uitblijven van een nieuwe regisseur op het thema. H 4: P 10: bij "versterken van deze kwetsbare omgeving" Ik denk dat hier het verbeteren van de kwetsbare omgeving of het verminderen van de kwetsbaarheid van de omgeving bedoeld wordt. H 4: p 10. bij pijler jeugd en inclusiever onderwijs. Misschien dit concretiseren aan de hand van jaarplan Bert Wienen t.a.v. jeugdhulp, gemeenten en onderwijs? H 4: p.10 bij pijler toegang: 1: nog opnemen overige speerpunten regiovisie voor komend jaar? Evaluatie en doorontwikkeling ondersteuningsplan met behulp van de Kenniswerkplaats Jeugd Friesland. 2: eenduidige hantering casusregie door gemeenten (en vast aanspreekpunt). H 4: p 10: bij "verklarende analyse" In samenwerking met de Friese gemeenten werken we aan het verhogen van de kwaliteit van de triage/ een betere en tijdige verklarende analyse van onderliggende factoren. H 5: Algemeen bij de pijler: De nadruk lijkt nu te liggen op het versterken van de pedagogische basis vanuit de rol die de gemeente daarin kan spelen. (snap ik want jullie zijn natuurlij ook de afzender). Ik zou echter ook iets explicieter stil staan bij de noodzaak dat de omgeving zelf hier verantwoordleijkheid in kan/moet nemen.

Ik copy/paste even een stukje uit een ander rapport wat hieraan raakt: De genoemde constateringen vragen om concretisering van de ambitie, met als focus: het vergroten van de maatschappeijke veerkracht ook wel "normaliseren" genoemd. Bij normaliseren gaat het aan de ene kant om het accepteren dat sommige problemen van ërbij horen" of van tijdelijke aard zijn en dus ook niet per definitie ondersteuning

10.4 10.5 10.6 10.7 10.8 10.9

10.10 10.11 10.12 10.13 10.14 10.15 10.16 10.17 10.18

rekening met de regionale plannen rondom dezelfde thema’s. In de uitwerking van de pijler (hoofdstuk 7) komt dit naar voren. Het gebruik gaan maken van de verklarende analyse is een van de acties in hoofdstuk 7. Dank voor deze mooie aanvulling. We nemen het mee in de uitwerking. De tekst is op basis van deze opmerking aangepast. Deze suggestie nemen we mee in de doorontwikkeling van de gemeentelijke toegang. We willen juist de drempel ook verlagen naar informele hulp en de samenwerking tussen informele en formele hulp versterken. De gemeentelijke toegang (H 7) gaat over de drempel naar formele hulp. Het verlagen van de drempel naar informele hulp komt terug in de pijler “versterken van het dagelijkse leven”(H 5). We hebben dit toegevoegd. We hebben toegevoegd aan de regionaal uitgewerkte werkwijze van de Verklarende Analyse. We hebben dit aangepast. Dit nemen we op in de begrippenlijst. De POH'ers (en huisartsen) gaan (vooralsnog) niet werken met een ondersteuningsplan. Het begrip profielen aangepast in inkoopsystematiek en jeugdprofielen. We hebben de zin aangevuld met de hervormingsagenda (en de link in de voetnoot opgenomen) De verschillende vormen van regie worden meegenomen in de doorontwikkeling van de gemeentelijke toegang. De Jeugdconsulenten hebben een scholingsplan, waarin verschillende onderdelen van deskundigheidsbevordering 17

van een professional beheoven. Aan de andere kant gaat het worden meegenomen. Hier horen ook landelijke en regionale ook om het vergroten van het vermogen van inwoners om ontwikkelingen rondom deskundigheid bij. 10.19 In de uitwerking van deze lokale Jeugd Agenda houden we deze problemen zelfstandig te boven te komen. Naast een (beleids) focus op veerkracht is goede triage, het beoordelen rekening met de regionale plannen rondom dezelfde thema’s. van de aard en urgentie van de hulpvraag, op dit moment de belangrijkste sleutel om de toenemende vraag om 10.20 De zin is op basis van deze opmerking aangepast. prefessionele hulp af te remmen. Dit vereist goede afstemming en heldere informatievooriziening tussen gezin, gemeente en zorgorganisaties". "... Bij een andere definitie van "er vroeg bij zijn"- het vroegtijdig vergroten van maatschappelijke veerkracht gaat het veel meer om interventies in de natuurlijke omgeving en het zorgdragen voor een sterke pedagogische basis door: De aanwezigheid van beschermende factoren die de kans op gezond, veilig en kansrijk opgroeien en opvoeden zo groot mogelijk maken. Goede voorzieningen: kwalitatief onderwijs en opvang. Gelegenheid voor sport en spel. Voldoende financiele draagkracht. Een gevoel van sociale cohesie (voor elkaar zorgen). Een algeheel gevoel van veiligheid. 10.7.

H 5: 5.1 Waar kunnen we aansluiten, Waar liggen de vragen, En waar kunnen we extra ondersteunen? 10.8. H 7: "Algemeen: https://www.sociaalwerknederland.nl/actueel/nieuws/7220vijf-basisfuncties-voor-lokale-wijk-teams-rapport-kpmg Ik mis de basisfuncties en hervormingsagenda hierin". 10.9. H 7: p 20 7.1 Zie ook opmeringen pagina 12. De vraag is of je alleen wil inzetten op het verlagen van de drempel naar formele hulp als ook naar informele hulp. (peer-to-peer support of vindbaarheid van zelfhulpmiddelen: e-health, (onlin) informatie. 10.10. H 7: p20 7.1 bij "eventuele vervolgstappen" of acceptatie. 10.11. H 7: p20 7.1.1. a: eveneens in samenwerking met andere 18

10.12. 10.13. 10.14. 10.15. 10.16.

10.17.

10.18.

10.19.

10.20.

gemeenten, zorgpartners, gi's ervaringsdeskundigen etc. Eenduidiger regionaal proces. H 7: p 21 7.1.1. c bij bereikbaarheid. Rol van? H 7: p 21 7.1.1. e bij kwaliteitscyclus. Wat wordt hiermee bedoeld? H 7: p21. 7.2.2. bij jeugdprofielen: gaan zij ook werken met het regionaal ondersteuningsplan? H 7: p21. 7.2.2. inkoopsystematiek? H 7: "p21 7.3 bij "het inzetten van een vast gezicht voor jeugdige en diens gezin sluit aan bij het "toekomstscenario jeugdige en gezinsbescherming" Toekomstscenario richt zich met name op veiligheidsvraagstukken. Ik denk dat de Hervormingsagenda als onderlegger hier beter aansluit: https://vng.nl/sites/default/files/2023-05/concepthervormingsagenda-jeugd-2023-2028.pdf. H 7: p 22 7.4 bij "of een ouder regie kan voeren wordt bij de aanmelding van een jeugdige beoordeeld. Regievoeren en regie bij het gezin zou je wat kunnen concretiseren/uitschrijven aan de hand van deze aanbeveling. https://www.nji.nl/beslissen-over-hulp/wieheeft-de-regie-in-het-proces-van-beslissen. H 7: p 22 7.5 bij verbreden van de kijkrichting: Doel: de jeugdconsulent werkt altijd netwerk en context gericht? Misschien concretiseren hoe jeugdconsulenten hierin toegerust worden? H 7: p 22 7.5.1 Aansluiten bij jaarplan regiovisie. Hierin staat benoemd dat dé verklarende analyse nog niet bestaat.

Ook moeten we erkennen dat in de verschillende fasen van een hulpverleningsproces een andere vorm (en expertise) van analyse gewenst is. H 7: p 23 7.5.2 Het huidige ondersteuningsplan wordt regionaal doorontwikkeld. Bij deze doorontwikkeling wordt 19

(het gebruik van de Gemeenschappelijke Verklarende Analyse verwijderen) het ontwikkelproces van de verklarende analyse in het ondersteuningsplan meegenomen(verwerkt verwijderen). Hierdoor komt het gehele systeem rondom een jeugdige komt nog meer aan de orde. Door het gebruik van het ondersteuningsplan is er een betere borging van de richtlijnen voor ingezette jeugdhulp (passende hulp). 11.

11.1.

11.2. 11.3.

11.4.

Algemeen: Op pagina 6 wordt er iets genoemd over ervaringsdeskundigheid, maar verder kom ik het helaas niet meer tegen. H 4: De Ambities zijn mooi, vrij van armoede, waar iedereen zich kan ontplooien, zichzelf zijn en erkend worden voor hun talenten en mogelijkheden. Klinkt mij als muziek in de oren. H 4: Als ik puur praat uit eigen ervaringen dan schieten de volgende zaken er voor mij uit: - Ondersteuning op reguliere school ( mijn kleindochter is hoogbegaafd, maar moet naar het speciale onderwijs met medicatie, omdat de docenten haar anders niet bezig/rustig kunnen houden). - Vergroten van de veerkracht van de jeugdigen, ouders en de omgeving ( in mijn tijd was er geen leerwegambtenaar, was geen controle of je wel of niet naar school ging en werd er vanuit school ook geen contact gelegd met ouders/verzorgers) Daar begint de Basis volgens mij. H 5: - Pijler 1, begint bij de Basis, (mijn moeder was 17 toen ze mij kreeg en verhuisde op haar 23ste alleen naar Leeuwarden, had wel een sociaal vangnet, mijn Oma, maar had verder geen voorbeeld functie/persoon, hoe om te gaan met een moeilijke tiener). Dus gaf ze het maar op toen ik 12 was. Het versterken van de sociale structuren is de kern van deze pijler. Een lastige opgave die we niet alleen vanuit de

11.1 De betrokkenheid van ervaringsdeskundigen vinden wij belangrijk. Als we het in het document hebben over externe partners, dan horen de ervaringsdeskundigen daar ook bij. Bovendien worden de ervaringsdeskundigen betrokken bij de uitwerking van de Jeugd Agenda, zoals deze voor 2024 in de bijlage staat. 11.2 Goed om te lezen. 11.3 Goed om te lezen dat u positief bent hierover. 11.4 Deze samenwerking gaan we graag aan. 11.5 Wij ook. We volgen het op de voet. 11.6 We werken met evidence based programma’s aangezien deze bewezen resultaten geven. 11.7 De uitwerking van de doelen doen we in het uitvoerinsprogrammma. Daar worden de doelen concreet gemaakt. 11.8 We hebben dit aangepast.

20

11.5. 11.6.

11.7.

11.8. 12.

12.1. 12.2.

12.3. 12.4.

gemeente kunnen realiseren. Hier werken we graag in samen. H 5: Verder ben ik nog benieuwd, naar de resultaten van o.a.:- Ervaringen en resultaten van “Preventie Met Gezag”, “Gezinslab”, Buurtgezinnen” en “Lifecoaches”. H 6: Verder ben ik nog benieuwd, naar de resultaten van o.a.Pijler 2: Landelijk onderzoek, waaruit blijkt dat inclusief onderwijs bijdraagt aan…..De inzet van “de Jeugdondersteuner” over de afgelopen 5 jaar. De interventie “Kies” en de resultaten vanuit “de Kindmonitor”. De methodiek “STORM” De evaluatie van de aanpak “voortijdig schoolverlaters”. H 7: - Ook zie ik heel veel mooie Doelen, maar geen concrete manieren hoe we dit gaan proberen te doen. (voorbeeld, zie 7.4, als we een ouder op het verkeerd MOMENT treven “Moment opname”), kan dit gelijk gevolgen hebben…, voor het kind/gezin. H 7: Bij punt 7.4.1, moet staan : Uit onderzoek is gebleken, i.p.v. “leken” Algemeen: we zijn positief over de inhoud, missie en doelstellingen van de Jeugdagenda 2024 - 2028. Is benieuwd naar de concretisering van de visie; de vormgeving van de sterke regie van de Gemeente Leeuwarden, het tijdspad, de planning van evaluatie momenten en daaruit voortkomende eventuele bijstellingen. hoe vormt zich een integraal programmateam? Wie wordt de spin in het web die alle dwarsverbanden coördineert en verbindt? Hoe, wie, wat en wanneer.

De jeugdagenda 2024 - 2028 heeft een mooie visie en doelstellingen die wij kunnen onderschrijven. Het ambitieniveau is hoog. Het tijdsbestek omvat 4 jaar.

12.1 12.2 12.3 12.4 12.5

12.6

Goed om te lezen De genoemde punten worden in het Uitvoeringsprogramma verder uit gewerkt. In de reguliere overleggen zullen we hier een terugkoppeling op geven. Het programmateam moet nog gevormd worden, begin 2024 komt hier meer duidelijkheid over. Goed om te lezen dat u deze ambitie onderschrijft We realiseren ons we er met alleen de Jeugd Agenda niet zijn. We gaan samen met ketenpartners een uitvoeringsprogramma opstellen waarin we aangeven hoe we de Jeugd Agenda concreet gaan uitvoeren. De regierol van de gemeente gaat over het bijelkaar brengen

21

12.5.

We zijn dan ook benieuwd naar de concretisering van de Jeugdagenda. 12.6. De notitie zet in op samenwerking, verbinding en elkaar aanspreken maar wel met een sterke regie van de Gemeente. Dit lijkt tegenstrijdig. Hoe ziet die rol van de gemeente eruit? 12.7. Ook de concretisering en analyse van de evaluatie van de instrumenten voor de verbinding van formele en informele zorg : dezen daar versterken en verbreden waar mogelijk. De gemeente gaat samen met jeugdigen en hun ouders, Amaryllis en de (gemeentelijke) verwijzers naar Jeugdhulp onderzoeken hoe deze verbinding versterkt kan worden en welke instrumenten daarvoor helpend zijn. ‘Daarin wordt samengewerkt met het programma Leeuwarden-Oost. Ervaringen en resultaten van “Preventie Met Gezag”, "Gezinslab”, “Buurtgezinnen” en “Lifecoaches” worden gevolgd en wanneer succesvol geïmplementeerd.’. Wij zijn benieuwd naar deze analyses en waar en hoe deze leidt tot uitwaaiering naar alle jongeren van Leeuwarden. 12.8. Als aandachtspunt zouden we willen meegeven om ook de wijkverenigingen en buurtinitiatieven te betrekken bij de Jeugdagenda. Zij kunnen een rol spelen in het betrekken van de jongeren bij de Jeugdagenda en in de opmaat naar de ambitie Leeuwarden als Europian Youth Capital 2028 12.9. Wij hebben behoefte aan concretisering m.b.t. diversiteit en cultuurverschillen en hoe deze meegenomen worden in de Jeugdagenda. 12.10.

Wij onderschrijven het belang van preventie. We zijn benieuwd naar het verloop van het preventief werken en of dit leidt tot kostenverlaging en hoe preventie zich verhoudt tot het "in eigen kracht zetten". 12.11. De ambitie om alle jeugdigen van -9 maanden tot 27 jaar op

12.7

12.8 12.9 12.10

12.11 12.12 12.13

van partijen. Hierbij heeft iedere partij een even belangrijke plek, met ieder een eigen taak en verantwoordelijkheid. Binnen deze groep partijen voelen partijen hun eigen verantwoordelijkheid en een vertrouwen om elkaar ook op die verantwoordelijkheid aan te spreken. De regie van de gemeente gaat hierbij ook over het stimuleren van dit gevoel en gedrag. We volgen de projecten binnen Leeuwarden Oost eveneens nauwlettend en met interesse. Over een eventuele uitrol van projecten over de rest van de gemeente informeren wij u in onze reguliere overleggen. Dank voor de suggestie. We zullen bij de verdere uitwerking kijken hoe we de wijkverenigingen en buurtinitiatieven kunnen betrekken. Bij de verdere uitwerking zullen we ook deze thema’s betrekken. In de reguliere overleggen zullen we u informeren over de uitwerking van de Jeugd Agenda. Monitoring is een belangrijk onderdeel van de Jeugd Agenda. Binnen alle pijlers vindt gezamenlijke monitoring en duiding van de beschikbare data plaats om te kunnen bijsturen op effectiviteit en kosten. Ook het monitoren van preventieve inzet is hier onderdeel van. Binnen alle pijlers is er aandacht voor de overgang van -18 naar 18+. In het Uitvoeringsprogramma is er aandacht voor deze doelgroep. De genoemde punten worden in het Uitvoeringsprogramma verder uit gewerkt. In de reguliere overleggen zullen we hier een terugkoppeling op geven.

In de reguliere overleggen blijven wij u informeren over de ontwikkelingen binnen het Jeugdexpertteam en de samenwerking met Amaryllis.

22

te laten groeien in een veilige omgeving, vrij van armoede, waar ze zich kunnen ontplooien, zichzelf kunnen zijn en erkend worden voor hun talenten en mogelijkheden onderschrijven wij. Wat ons niet duidelijk wordt in deze jeugdagenda is hoe we, met alle uitdagingen qua wet- en regelgeving, de 18 + groep borgen. Hoe lopen we mee met deze groep in relatie tot de jeugdagenda/dit programma? 12.12. Pedagogisch en didactisch leren wordt meerdere keren toegelicht in dit document. Wij spreken de wens uit om dit duidelijker te omschrijven als een bestaande en blijvende samenwerking tussen de diverse vormen van leren binnen Leeuwarden (IKC’s, kinderopvang en speelleergroepen, van babyzwemmen tot peuterdans, spelend sporten, buurtactiviteiten). 12.13. De toegang tot Jeugdzorg, vooral het gebied van de specialistische Jeugdhulp waarvoor geïndiceerd/beschikt moet worden, blijven wij met aandacht volgen. We houden graag een vinger aan de pols wat betreft de samenwerking en afstemming tussen Amaryllis en het Jeugdexperttean en zijn benieuwd naar het herinrichtingsplan, waarin dit onderwerp tevens aan de orde komt.

23

Over de Jeugd Agenda is op 31 januari een informatieve bijeenkomst van de gemeenteraad geweest. In de aanloop naar het debat over de Jeugd Agenda op 7 februari is de gemeenteraad op de hoogte gebracht van tegenvallers bij de gemeentelijke uitgaven aan jeugdhulp. Dit heeft er toe geleid dat de Jeugd Agenda 2024-2028 op 7 februari als raadsvoorstel is eruggetrokken, om te kunnen herijken op basis van het bij te stellen financiële perspectief. Deze herijkte Jeugd Agenda 2024-2028 is begin mei 2024 aan de LEJA partners voorgelegd ter consultatie. In totaal hebben 8 partners gereageerd. In de tabel hieronder worden deze reacties weergegeven in de eerste kolom. In de kolom ernaast wordt per reactie een antwoord gegeven en waar dit heeft geleid tot een aanpassing in de Jeugd Agenda. De reacties zijn zoveel als mogelijk (o.a. persoonsgegevens zijn verwijderd) ongewijzigd overgenomen. De paginanummering van de reactie komt niet persé overeen met de paginanummering in de definitieve Jeugd Agenda.

Nr.

Reactie

Antwoord

1.

1.1 Op Psychosociale problematiek onder jeugdigen. pagina 8 wordt verwezen naar een bron van het NJI uit 2019 waarin gesteld wordt dat de psychosociale problematiek niet lijkt toe te nemen. Dit is niet het beeld wat wij als GGD hebben. De jeugdmonitor laat juist zien dat de problematiek is toegenomen. Onze epidemiologen leveren hier graag recente data over aan. 1.2 In paragraaf 6.1.2. Actie: behouden van de inzet van de jeudgdondersteuners en breder inzetten waar nodig. In deze paragraaf wordt verwezen naar het opvoedpunt en de waarde die de pedagogen (en jeugdverpleegkundigen) hebben bij het opvoedondersteuning van ouders, die vroeg en laagdrempelig bij hen terecht kunnen met opvoedproblemen. Opvoedproblemen kunnen zo vroegtijdig gesignaleerd worden.

1.1 Wij realiseren ons dat de gebruikte data verouderd is. Op het moment van schrijven beschikten wij helaas niet over recentere gegevens. Wij zijn erg benieuwd naar de uitkomsten van de jeugdmonitor. 1.2 De genoemde punten worden in het Uitvoeringsprogramma verder uitgewerkt. In de reguliere overleggen zullen we hier een terugkoppeling op geven. 1.3 Bij verzuimaanpak zijn verschillende ketenpartners betrokken en de uitvoering van verzuimbeleid is een samenwerking. De genoemde punten worden in het Uitvoeringsprogramma verder uitgewerkt. In de reguliere overleggen zullen we hier een terugkoppeling op geven. 1.4 We herkennen dit signaal. In de doorontwikkeling van het Jeugdexpertteam en de inkoop specialistische jeugdhulp is

24

In paragraaf 7.2.1. worden acties benoemd om de POH-ers aandacht voor bereikbaarheid, wachtlijsten en samenwerking gerichter te informeren over mogelijkheden om snellere inzet met ketenpartners. mogelijk te maken ook op de voorliggende terreinen, zoals lichte 1.5 De genoemde punten worden in het Uitvoeringsprogramma opvoedingsondersteuning. Hierbij wordt het opvoedpunt niet verder uitgewerkt. In de reguliere overleggen zullen we hier een terugkoppeling op geven. benoemd als partij waar de POH-ers naar door kunnen verwijzen. De kracht van het opvoedpunt ligt in de laagdrempelige en 1.6 En 1.7 In de opsomming is Jeugdgezondheidzorg toegevoegd. vroegtijdige beschikbaarheid van opvoedondersteuning om vragen van ouders te normaliseren en om daar waar nodig tijdig te kunnen doorverwijzen naar passende ondersteuning. Dit ligt in lijn met de denkwijze in deze jeugdagenda. Uit de agenda wordt echter niet duidelijk hoe de gemeente de toekomstige rol van het opvoedpunt en de GGD-pedagogen ziet. Is hier aanscherping mogelijk en wenselijk? 1.3 Met het oog op het wetsvoorstel over het terugdringen van schoolverzuim kan het goed zijn om in paragraaf 6.2 een actie op te nemen m.b.t MAZL als enige bewezen effectieve verzuimaanpak bij geoorloofd verzuim.

1.4 Dit hoofdstuk 7 beslaat een onderwerp waar onze uitvoerende medewerkers in de praktijk knelpunten ervaren, dus het is goed om te lezen dat de gemeente hier een aantal concrete acties benoemd. Graag doen we twee suggesties om dit hoofdstuk nog verder aan te scherpen. In paragraaf 7. 6.1. wordt verwezen naar werkafspraken om te komen tot een sluitende keten. Aandachtpunt vanuit de GGD is het maken van afspraken omtrent wachtlijsten en overbruggingszorg. Door lange wachtlijsten verergerd problematiek en kan zwaardere zorg nodig zijn. De GGD opereert aan de voorkant van de keten en is één van de eersten die merkt 25

als het stokt. Dat brengt vragen met zich mee omtrent overbruggingszorg. Vanuit de GGD is het waardevol als hier duidelijkere afspraken over komen. Kan hier een aanvulling toegevoegd worden? 1.5 In 7.6.2. wordt ingegaan op aanspreekgedrag. Dit staat mooi verwoord in de jeugdagenda, maar roept nog wel de vraag op hoe dit geconcretiseerd kan worden. Kan dit in deze fase al iets specifieker gemaakt worden of volgt dat in een later stadium na vaststelling van de agenda? 1.6 6.2.2. In de signalering en aanpak van het schoolverzuim spelen jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen en hun samenwerking met onder andere de school, een belangrijke rol. Voeg daarom ‘Jeugdgezondheidszorg’ toe in de opsomming van de keten. (onderwijs, jeugdgezondheidszorg, jeugdzorg, leerplicht) 1.7 7.3: Binnen alle instanties rondom de jeugdige (school, jeugdexpertteam, JOK-er, POH Jeugd,) is het belangrijk dat één persoon het aanspreekpunt is voor de jeugdige en de ouders. Jeugdgezondheidszorg graag toevoegen aan de opsomming 2.

2.1 Zoals eerder aangegeven, zijn we erg content met het feit dat er een visie op jeugd ligt inclusief het overzicht dat het geeft betreffende de pijlers, leidende principes en daadwerkelijke acties. We onderschrijven de noodzaak om vanuit een gezamenlijke ambitie met elkaar aan de slag te gaan in belang van de jeugdigen, en hun gezinssysteem, in de gemeente Leeuwarden. 2.2 Bij 7.1.1 wordt gesproken over waar prioriteit aan wordt gegeven met betrekking tot de doorontwikkeling van het

2.1 Goed om te lezen 2.2 In de reguliere overleggen blijven wij u informeren over de (voortgang van de) ontwikkelingen binnen het Jeugdexpertteam 2.3 De actie 7.3.1 betreft een actie die hoort bij het doel: Vaker één vast gezicht voor het gezin (Doel 7.3). 2.4 Met lokaal veiligheidsteam bedoelen wij inderdaad het lokale team. uiteraard sluiten wij bij de uitwerking aan bij de landelijke ontwikkelingen en richtinggevende kaders.

26

3.

Jeugdexpertteam. We hopen van harte dat de verdere doorontwikkeling waarover eveneens in deze paragraaf gesproken wordt niet te lang op zich zal laten wachten. 2.3 Bij 7.3.1 is een actie geformuleerd waarbij de tekst daaronder lijkt te horen bij 7.3 en niet bij de beoogde actie. 2.4 Bij 7.7 wordt genoemd dat het Jeugdexpertteam een goed vertrekpunt biedt voor een Lokaal Veiligheidsteam. In relatie tot de hierbij genoemde actie, te weten voorbereid zijn op de implementatie van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, gaat het volgens het landelijke document om een Regionaal Veiligheidsteam en een Lokaal team. We gaan ervan uit dat de inrichting in lijn zal zijn met het Toekomstscenario jeugd- en gezinsbescherming en conform het document van de VNG: Richtinggevend kader toegang lokale teams en integrale dienstverlening. 2.5 Bij 7.7.1 wordt genoemd dat de pilot Zicht op Veiligheid wordt uitgebreid. We vertrouwen erop dat deze uitbreiding in lijn ligt met de voorbereiding op de implementatie van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. 2.6 Ten aanzien van de bijlage missen we in de planning bij pijler 3 expliciet de activiteiten die gaan over de voorbereiding op de implementatie van het Toekomstscenario jeugd- en gezinsbescherming. We zouden deze graag opgenomen zien.

2.5 De pilot Zicht op Veiligheid betreft een uitbreiding van een (bestaande) pilot die onder het (regionaal) programma Toekomst-scenario valt. Bij de beoordeling van de subsidie aanvraag is aangegeven dat de pilot past binnen de (regionale) ontwikkelingen t.a.v. het Toekomstscenario. 2.6 De voorbereiding op de implementatie van het Toekomstscenario jeugd- en gezinsbescherming worden in het Uitvoeringsprogramma verder uit gewerkt. Bij deze uitwerking is ook aandacht voor de planning.

3.1 Algemeen: Complimenten voor het mooie en ambitieuze stuk. 3.2 Jammer dat de gezamenlijke zoektocht naar een alternatieve vorm van JZ+ geen plekje heeft gekregen in deze jeugdagenda.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=9064e855-47f0-4fd0-a0f4-da4dd395109c