CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota inspraak ontwerp Omgevingsvisie

Besluitvorming (raad) 22 december 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Omgevingsvisie Leeuwarden 202110.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Reactienota inspraak Ontwerp-Omgevingsvisie

16 november 2021 Registratienummer: 2021-085049

Inleiding In deze nota zijn de reacties, tips, opmerkingen en vragen opgenomen die gedurende de inspraakperiode in het kader van het voorgestelde OntwerpOmgevingsvisie schriftelijk zijn ingediend. De inspraakperiode liep van 8 september 2021 tot en met 20 oktober 2021. Er zijn binnen de inspraaktermijn 16 reacties door personen en organisaties schriftelijk ingediend. De zienswijzen van inwoners zijn geanonimiseerd opgenomen. Naast de geboden mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen, is er ook nog overleg met diverse belanghebbenden geweest. Ook is er in deze periode overleg geweest tussen de gemeente en de Provinsje Fryslân en It Wetterskip naar aanleiding van de inspraakversie. Wij zijn blij met de zinvolle feedback, de punten van aandacht die er worden gegeven, de tips, vragen en opmerkingen. Daarmee zijn we in staat geweest de Omgevingsvisie te vervolmaken. Tevens bieden ze een waardevolle houvast voor de uit deze visie voortvloeiende vervolgstappen, zoals het ontwikkelen van een Omgevingsplan, en eventueel verder door de raad en/of het college vast te stellen beleids- en ontwikkelkaders. Na elke reactie is het antwoord van ons college vermeld. De ontvangen reacties hebben geleid tot een aantal aanpassingen en verbeteringen in het visiestuk. Dat betreft aanvullende passages omtrent de kleine recreatievaart en specifieke watersport.

Het gaat ook om een aanvullende passage omtrent de ervaren geluidhinder van de vliegbasis onder de paragraaf gezondheid. In beide gevallen aanpassingen naar aanleiding van meerdere ingediende zienswijzen over betreffende onderwerp. Daarnaast zijn ambtshalve en ook naar aanleiding van binnengekomen zienswijzen en overlegreacties diverse redactionele en/of kleine aanpassingen in de ontwerpversie verwerkt tot de nu voorliggende versie. Gemeente Leeuwarden, 16 november 2021

INLEIDING

Inhoud Zienswijzen en reacties:

1

1. Stichting Groene Ster Duurzaam!

2

2. Bewoners Stiens

3

3. ProRail

4

4. Doarpsbelang It Nut Weidum

5

5. Wetterskip Fryslân

10

6. Bewoner Hempens

11

7. Doarpsbelang Himpens en Tearns

15

8. Arriva

16

9. Nij Baarderadiel, SEFF, Sportvisserij Fryslân, IJswegencentrale en recreatieondernemers

16

10. Doarpsbelang Baard

18

11.Milieudefensie Leeuwarden

19

12.Watersportverbond

22

13.Bewoner Leeuwarden

23

14.RV Epsilon en LRV Wetterwille

24

15.Stichting Vlietvaardig

25

16.Brandweer Fryslân

25

Zienswijze 1: Stichting Groene Ster Duurzaam! Er worden door indiener twee correcties voorgesteld van de ontwerp omgevingsvisie en drie voorstellen gedaan voor een nadere uitwerking van de omgevingsvisie: Opmerking 1: Het gebied Kleine Wielen/Groene Ster toevoegen aan de opsommingen van natuurgebieden binnen de gemeente in de ontwerp-omgevingsvisie. Reactie: Het gebied Kleine Wielen/Groene Ster is aangelegd als recreatiegebied. Het gebied heeft zich in de afgelopen tientallen jaren ontwikkeld tot een belangrijk en geliefd gebied met vele recreatieve functies als ontspanning en buitensport, de Aquazoo, een camping en ruimte voor evenementen. Daardoor heeft dit gebied een ander gebruik en andere invulling dan de Natura 2000 gebieden Alde Feanen en Grote Wielen en de volledige NNN gebieden zoals Himpensermar en Leonserpolder. Daarom is het gebied Kleine Wielen/Groene Ster niet aan de opsomming van natuurgebieden in de omgevingsvisie toegevoegd. Opmerking 2: Het gebied Groene Ster op de kaart (pag. 43) niet aangeven als ‘stadspark’. Reactie: De kaart op pag. 43 is niet een gedetailleerde kaart met alle huidige functies in de gemeente maar een indicatieve kaart waarop bestaand gebruik en ontwikkelrichtingen aangegeven zijn.

Bij het bestaand gebruik zijn er parken in allerlei vormen: van een intensief gebruikt stedelijk park als de Prinsentuin tot sportparken als Kalverdijkje en natuurlijk ingerichte parken als Leeuwarderbos en Groene Ster. Opmerking 3: Beide Natura 2000 gebieden Grote Wielen en Alde Feanen gelijk behandelen en beide voorzien van groene ontwikkelgebieden (als aangegeven op kaart pag. 43). Reactie: De op de kaart aangegeven ontwikkelgebieden zijn een vertaling van lopende projecten in het Kleiweide- en Veenweidegebied die momenteel worden voorbereid. Indien in de toekomst soortgelijke plannen worden voorbereid rond de Grote Wielen in de gemeente Leeuwarden kunnen die bij een actualisatie van de omgevingsvisie worden opgenomen. Opmerking 4: Ontwikkelen van een ‘natte as’ tussen natuurgebieden Grote Wielen en Alde Feanen om versnipperen van natte natuur tegen te gaan. Reactie: Een groot deel van de verbinding tussen Grote Wielen en Alde Feanen ligt in de gemeente Tytsjerksteradiel. Provincie Fryslân, Wetterskip Fryslan en

2

betreffende gemeenten ontwikkelen samen met de betrokken agrariërs en grondeigenaren ontwikkelplannen voor de gebieden. Waar mogelijk streven wij er naar de groen-blauwe structuren te herstellen en de verbindingen tussen natuur- en groengebieden te versterken. Opmerking 5: Overleg en afstemming met buurgemeente Tytsjerksteradiel over de beide Natura 2000-gebieden en grote delen van het natuur Netwerk Nederland (NNN). Reactie: Wij overleggen regelmatig met Tytsjerksteradiel waarbij ook het huidig gebruik en de toekomstmogelijkheden van de beide natura 2000-gebieden en NNN gebieden aan bod kan komen.

Zienswijze 2: Bewoners Stiens Inhoud van de inspraakreactie: Indieners richten zich tegen bouwplannen in het zgn. plan Steenslân 2. Zij stellen dat na voltooiing van de in de zienswijze genoemde bouwplannen het dorp Stiens “af ” is en zij hebben daarvoor de volgende argumenten: • Vanwege de vergrijzende bevolking zullen er veel woningen vrijkomen die slecht verkoopbaar zijn. • Aan de Petterhústerdyk, de Skalm, het oude gemeentehuis, de Hege Hearewei, op het oude spoorwegterrein en Steens 1 zijn nog plannen in ontwikkeling. • In de stad Leeuwarden zijn voldoende bouwmogelijkheden aanwezig en uitbreiding is in strijd met de ambitie om een groen/blauwe regio te zijn. Daarnaast is het niet gewenst dat bewoners uit Leeuwarden in de dorpen gaan wonen waardoor de sociale samenhang in de dorpen wordt verstoord. • Er moet vooral ruimte zijn voor bouwplannen in kleinere dorpen om de leefbaarheid in tact te houden en niet in een groot dorp als Stiens. • Er is sprake van een excessieve toename van geluidshinder van de vliegbasis na de komst van de F35 vliegtuigen (JSF) die in de toekomst nog kan toenemen. • Dorpsbelang Stiens heeft in september 2020 uitgesproken dat na de voltooiing van plan Steens 1 gestopt kan worden met verdere bouwactiviteiten. • Provinsje Fryslân heeft bij meerdere gelegenheden uitgesproken tegen het verdere verlies van vrije open ruimte te zijn.

Reactie: De omgevingsvisie doet geen concrete uitspraken over het plan Steenslân 2. Wél bevat de omgevingsvisie ontwikkelprincipes die gehanteerd moeten worden om tot een keuze te komen bij ruimtelijke plannen. Voor de grotere dorpen Grou en Stiens zien wij vanwege de regionale en economische functie mogelijkheden voor groei waarbij er ook in de toekomst sprake moet zijn van een gevarieerd woning aanbod voor alle doelgroepen. Wij zijn het daarom niet eens met de indieners dat Stiens nu al “af” is qua woningbouwlocaties.

3

Voorafgaand aan de mogelijke ontwikkeling van plan Steenslân 2 zal nog een woningbouwbehoefte onderzoek voor dit gebied en geheel Stiens plaatsvinden. In dat onderzoek is inbegrepen het onderzoek naar de noodzaak van uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied, in het kader van duurzaam ruimtegebruik. Zowel vanuit het dorp zelf als vanuit het buitengebied moet er bij uitbreiding sprake zijn van een goede aansluiting. Belanghebbenden zullen worden betrokken bij de planvorming van het plangebied, dus ook de indieners van deze zienswijze als direct omwonende. Tenslotte zal wanneer het stedenbouwkundig plan gereed is, de mogelijkheid tot het maken van bezwaar via de planologische procedure worden geboden.

Zienswijze 3: ProRail ProRail wijst als landelijk spoorbeheerder op haar inhoudelijke visie op de omgeving van het spoor en verzoekt de gemeente deze bij de omgevingsvisie te betrekken. Inhoudelijk heeft zij op de ontwerp-omgevingsvisie de volgende opmerkingen: •

• •

Op pagina 34 van de omgevingsvisie wordt gesproken over de noodzaak om de HRMK-spoorbrug te vervangen door een aquaduct. Hier wordt aangegeven dat dit vanuit het spoor ook essentieel zou zijn. Dit beeld deelt ProRail niet met de gemeente Leeuwarden. Over de onderwerpen Spoordok, Middelsee, Werpsterhoeke en verdiepte ligging Leeuwarden-Groningen is ProRail reeds in gesprek met de gemeente. Punt van zorg is de grote GGZ-vestiging nabij de spoorlijn in Middelsee. ProRail verneemt graag hoe de afscherming tussen de GGZ-vestiging en de spoorlijn wordt uitgevoerd.

Aansluitend hierop verzoekt ProRail de gemeente bij de uitwerking van de omgevingsvisie in ruimtelijke plannen de in de zienswijze opgenomen aspecten op te laten nemen c.q. te verwerken, met als uitgangspunt dat de bedrijfsvoering van ProRail niet wordt belemmerd. Tot slot vraagt ProRail nog aandacht voor het volgende. ProRail constateert op basis van de ontwerp omgevingsvisie dat Leeuwarden vergelijkbare ambities heeft op het gebied van mobiliteit en duurzaamheid. ProRail vraagt aandacht voor het spanningsveld dat dit volgens haar oplevert met de verstedelijkingsambities. Leeuwarden zet met name in op verdichting van gebruiksruimte, zoals stapeling van functies in meervoudige bestemmingen (openbare ruimte, wonen en werken). Voorkeur voor ProRail gaat uit naar enkelvoudige bestemmingen (Verkeer Railverkeer) en zo weinig mogelijk nieuwe woonruimte in de nabijheid van het spoor (geluid, trillingen en externe veiligheid) om een kwalitatief goede uitvoering van haar wettelijke beheertaak te borgen, nu en in de toekomst. Reactie: De spoorzone is een van de belangrijkste ontwikkelzones van de gemeente Leeuwarden. Goed overleg over de ontwikkeling van deze zone met ProRail is daarbij een belangrijke randvoorwaarde. Zoals ProRail aangeeft zijn wij over veel onderdelen al in gesprek en is de visie met vertegenwoordigers van

4

ProRail besproken. Ten aanzien van de vervanging van de HRMK-spoorbrug door een aquaduct zijn wij van mening dat dit de enige oplossing is om het huidige knelpunt robuust en duurzaam op te lossen. De (plezier/goederen)vaart zal naar verwachting groeien en het spoorverkeer zal intensiveren. Het nu al bestaande knelpunt zal daardoor in de toekomst alleen maar groter worden als er niet wordt gekozen voor een structurele oplossing als een aquaduct. Daarnaast is het ondergronds brengen van het spoor op deze plek een randvoorwaarde om invulling te kunnen geven aan de noodzakelijke woningbouwopgave die Leeuwarden heeft. Een opgave die in beginsel binnenstedelijk wordt opgelost. In haar zienswijze wordt door ProRail een groot aantal aspecten aangegeven die van belang zijn voor de ruimtelijke plannen in onze gemeente. Deze aspecten worden betrokken bij de opstelling van een nieuw omgevingsplan danwel bij beoordeling van bouwplannen die afwijken van een omgevingsplan. Dit geldt ook voor de voorgenomen GGZ-vestiging in de wijk Middelsee. GGZ is bekend met de geluidsproblematiek en heeft ook de verantwoordelijkheid hiervan. Wel zijn wij van plan in overleg met ProRail een scherm langs het spoor te plaatsen. Wij zijn en blijven graag in overleg met ProRail om tot een goede en optimale invulling te komen van de spoorzone.

Deze zeer centraal gelegen locatie wordt momenteel nauwelijks benut terwijl er in het stedelijk gebied veel vraag is naar nieuwe en centraal gelegen bouwlocaties. Dit is een uitdagende en complexe opgave waarbij er sprake moet zijn van een prettig en gezond leefmilieu, een goede verkeersafwikkeling met ook een optimaal gebruik van het verkeer per spoor en een duurzame invulling. Bij de nieuwe invulling van de terreinen rond de sporen worden alle belangen in beeld gebracht en wordt in overleg met alle belanghebbenden invulling gegeven aan de uitwerking. Daar zullen ook de effecten op de bedrijfsvoering van ProRail een rol spelen. Wij gaan er vanuit dat wij in goed overleg met ProRail in de komende periode tot overeenstemming zullen komen over de ontwikkeling van dit gebied. De in de omgevingsvisie op de plankaart aangegeven deelgebieden zijn uiteenlopend in status, aard en planning en zullen geleidelijk worden ontwikkeld in de periode 2020-2050.

Zienswijze 4: Doarpsbelang It Nut Weidum Hoewel Doarpsbelang zich bewust is dat de omgevingsvisie een dynamisch document is, en het hier om de grote lijnen gaat waaraan in de toekomst nog invulling zal moeten worden gegeven onder andere in de vorm van omgevingsplannen, voelt zij zich toch geroepen op een paar punten te reageren. Zij begrijpt dat een aantal van deze punten niet zal leiden tot aanpassing van de tekst van het document, maar dan heeft zij in elk geval haar mening of zorg hierbij vastgelegd. Opmerking 1: Wonen, de omgevingsvisie gebruikt 3 ontwikkelprincipes, een daarvan is ‘verwaarden’, dit wordt uitgelegd op pagina 25 als ‘prioriteit geven aan herontwikkeling van gebouwen en bestaande bebouwde gebieden boven het ontwikkelen van nieuwe. Toch wil de gemeente meebewegen met de nationale bouwopgave en worden er nog 3000 huizen gebouwd in de

5

Middelsee. Deze onderdelen van de visie lijken elkaar nogal tegen te spreken. Reactie: Wij willen op een verantwoorde wijze onze bijdrage leveren aan de nationale bouwopgave. Met het gebied Middelsee wordt gedoeld op een nieuw plandeel van de Zuidlanden, het in ontwikkeling zijnde nieuwe woongebied aan de zuidzijde van de stad maar ten noorden van de Haak om Leeuwarden. Met ‘verwaarden’ wordt in dit geval ook gedoeld op het optimaal gebruik maken van de voorzieningen die worden gerealiseerd in de Zuidlanden. Daarbij is bij het plandeel Middelsee gekozen voor een compacte woonwijk met een hoge dichtheid. Uit de prognoses blijkt dat tot 2050 in de gemeente Leeuwarden een groei van circa 6700 huishoudens verwacht wordt. Daarnaast worden er jaarlijks circa 160 woningen gesloopt, over 30 jaar zijn dit 4800 woningen. In totaal heeft gemeente Leeuwarden tot 2050 een woningbouwopgave van circa 11.500 woningen. Een klein deel daarvan zal in de dorpen gerealiseerd worden, daar waar behoefte is en de plannen passen bij de schaal en maat van het dorp. Een ander deel wordt gerealiseerd in de stad, zoals bijvoorbeeld op de locatie van het huidige Cambuurstadion. Om de groei van het aantal huishoudens op te vangen is de realisatie van Middelsee nodig. Opmerking 2: Energietransitie, onafhankelijk van fossiele brandstoffen in 2050, daar staan wij volledig achter.

Echter over de manier waarop hebben wij ernstige twijfels. Indiener wijst op probleem van constante energievoorziening en het opslaan van energie en de grote velden van zonnepanelen in Friesland waar ook Leeuwarden mee bezig is. In de omgevingsvisie wordt ook al aangegeven dat wordt ingezet op zon op dak, maar in het veld wordt niet uitgesloten. Terwijl in onze optiek de grote veldinstallaties juist de systemen op daken op dit moment tegenhouden. Reactie: Als aangegeven in de omgevingsvisie zetten wij ons maximaal in op duurzame energieopwekking in het gebouwd gebied. Wij realiseren ons echter dat met alleen ‘zon op dak’ de duurzame energieopwekking niet behaald kan worden. Daarom wordt er ook gezocht in het landelijk gebied waarbij er ook sterk wordt gelet op ruimtelijke kwaliteit en eigen initiatieven uit de dorpen. Opmerking 3: Landbouwtransitie, dit is een zeer interessante discussie waarin onze agrariërs zeker een mening zullen hebben. Wij hebben deze niet geïnventariseerd, maar weten dat er in Weidum bijvoorbeeld al biologisch geboerd wordt, waardoor om Weidum heen hier en daar de biodiversiteit in het grasland begint terug te komen. Op dit moment hebben wij echter nog geen mening gevormd in deze discussie. Maar de omgevingsvisie laat hierin ook nog bijna alle mogelijkheden open waardoor we dat nu ook nog niet nodig achten.

Reactie: Samen met de agrariërs en de andere overheden (provincie en Wetterskip) wordt ook in het Greidhoeke gebied gewerkt aan een transitie naar meer duurzame landbouw. Al lopende projecten en initiatieven worden daarbij betrokken.

6

Opmerking 4: Leefkwaliteit in dorpen, ontwikkeling woningen voor senioren en jongeren (o.a. blz 13). Hoe ziet de gemeente dit voor zich. Op dit moment kunnen heel veel starters bijna niet anders dan huren. En het landelijke beleid zorgt ervoor dat woningstichtingen hun toewijzingsbeleid dusdanig hebben ingericht dat jongeren heel lastig in eigen dorp kunnen huren. Hierdoor gaat de leefbaarheid in dorpen sterk achteruit, omdat veel mensen die hier willen blijven wonen, gedwongen uitwijken naar elders. Dit blijft wat ons betreft een grote zorg. Reactie: Ook in de dorpen wordt ingezet op een voldoende gevarieerd woningaanbod met onder meer aandacht voor passende woonruimte voor starters en senioren. Aandachtspunt is daarbij wel dat die uitbreiding ten goede komt van de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Specifiek voor de jongvolwassenen in de dorpen die zijn aangewezen op een huurwoningen, willen we samen met de corporatie onderzoeken of er een andere wijze van toewijzing mogelijk is. Dit wordt opgepakt in het kader van de uitvoering van de Volkshuisvestingsvisie. Daarnaast zien we in de dorpen ruimte voor particuliere huurwoningen, hiermee kan de tijdelijke lokale vraag onder andere van jongvolwassenen worden bediend. Opmerking 5: Uitnodigen tot bewegen (blz 14), toegankelijkheid van water voor suppen, zwemmen en roeien.

Wij zouden graag willen dat de Weidumerfeart hiervoor toegankelijk wordt, dit is notabene onderdeel van een kanoroute, echter door verkeerde classificatie van deze vaart wordt deze nu niet als zodanig door Wetterskip onderhouden. Reactie: Voor water verwachten we in de loop van volgend jaar een watervisie, als nadere uitwerking van deze omgevingsvisie. De visie zal ook de richtlijnen aangeven wat de gemeente Leeuwarden wil met de kleine recreatieve watersport. Daarna zal de watervisie nog verwerkt worden in beleid, verordeningen en plannen. Watergangen worden alleen onderhouden vanuit de waterkwaliteit en doorstroming door het Wetterskip. De betreffende vaarten zijn vrijwel altijd in eigendom en in beheer bij het Wetterskip. Zij gaan daar dan ook eigenlijk over als eigenaar. Een recreatieve toekenning kan conflicteren met de ecologische doelen die Wetterskip voor deze wateren heeft vastgesteld. We willen onderzoeken en uitwerken wat de wensen van de kleine recreatievaart en speciale watersporten (flyboarden ed.) zijn. Daarbij betreffen we eventueel de gebieden waar dat mogelijk zou zijn, en gebieden waar dit absoluut niet kan omwille van bijvoorbeeld veiligheid, verstoring van de natuur, een klimaatopgave, of waar het veel te duur is ten opzichte van de economische opbrengst.

Wijzigingsvoorstel: Wij hebben onder ontwikkelrichting Buitengebied, gele kader “verwaarden” de volgende toevoeging aangebracht als extra bullit: Onderzoeken en uitwerken wat de wensen van de kleine recreatievaart en speciale watersporten zijn. Dit aangevuld met gebieden waar je dat zou

7

willen, en gebieden waar dit niet kan vanwege veiligheid, natuur verstoring, klimaatopgave of waar het rendement niet aanwezig is. Opmerking 6: Fiets op 1 (blz 15), er wordt nergens in de omgevingsvisie gesproken over veiligheid (bijvoorbeeld voor fietsers). Reactie: Het inrichten van de gemeente als een comfortabele en veilige fietsstad is een van de belangrijke onderdelen van het fietsbeleid Fiets op 1. Dit zal ter verduidelijking worden toegevoegd aan de betreffende tekst van de omgevingsvisie. Opmerking 7: Evenementen, waarom alleen evenementen in de stad ? Reactie: Net als bij culturele hoofstadjaar 2018 kunnen evenementen plaatsvinden in de hele gemeente waarbij het juist de kracht van onze gemeente is om gebruik te maken van passende locaties die passen bij de omvang en invulling van het evenement. Leeuwarden als topevenementenstad wordt dus gedragen door activiteiten en evenementen in de hele gemeente. Opmerking 8: Kwaliteitstoerisme (blz 19), waarom wordt de Greidhoeke niet genoemd, met fiets en kanoroutes, diverse op toerisme georiënteerde bedrijven. Reactie: Terecht wordt gewezen op de gehele gemeente als locatie voor kwaliteitstoerisme. In de omgevingsvisie wordt als voorbeeld gewezen op Grou en de Alde Feanen maar het kwaliteitstoerisme geldt ook voor onze andere prachtige dorpen als Weidum en het gehele buitengebied met fiets-, vaar- en wandelroutes.

Opmerking 9: Verbinden (blz 24), “bind jonge mensen aan de stad”, datzelfde geldt natuurlijk voor een dorp. Nu lijkt het alsof alle jongeren maar naar de stad zouden moeten. Reactie: Met het binden van jonge mensen aan de stad wordt ook gedoeld aan het binden van jonge mensen die hun studie in Leeuwarden hebben afgerond. Als opgenomen in de beschrijving van de ontwikkelrichting van de dorpen is er ook in de dorpen behoefte aan passende woonruimte voor starters. Zowel in de stad als de dorpen moet er naar behoefte woonruimte voor jongeren zijn. Zie verder antwoord bij opmerking 4. Opmerking 10: Kaartje blz. 36, wat wordt bedoeld met het gestippelde gebied tussen spoorlijn naar Heerenveen en de haak, hier staat ‘ontwikkelgebied energieopgave’. Reactie: Het op de kaart aangegeven ‘ontwikkelgebied energieopgave’ is een gebied

8

waar bestaande functies in de energie-infrastructuur mogelijk gekoppeld kunnen worden met nieuwe initiatieven. Daarbij zullen we wel op moeten letten dat die ontwikkeling samengaat met een goede inpassing in het landschap en de omringende bebouwing. Het op de kaart aangegeven ontwikkelgebied moet dus worden beschouwd als een zoekgebied dat nog nader moet worden onderzocht met alle belanghebbenden op welke wijze hier invulling aan kan worden gegeven. Opmerking 11: De dorpen, op blz. 39 worden Mantgum, Wergea, Wirdum en Jirnsum genoemd als dorpen met voorzieningen. Weidum voelt zich hier gepasseerd, wij hebben dan wel geen winkel, maar wel zorg, school en sport. En daarnaast een schitterend dorpshuis, restaurant, camping/hotel, dus het lijkt ons dat wij ook in het rijtje thuishoren. Reactie: Weidum heeft vanwege haar zorgaanbod zeker een belangrijke rol voor de gemeente Leeuwarden. Ouderen in Weidum en omgeving zijn, wanneer zij langdurige zorgvraag hebben, aangewezen op deze voorziening. Met de betreffende woningcorporatie Woonzorg Nederland maken wij hierover jaarlijks afspraken. De gemeente Leeuwarden kent 35 dorpen die elke hun eigen kwaliteiten hebben en niet eenvoudig in categorieën te verdelen zijn. Op basis van een inhoudelijke vergelijking op basis van de aanwezigheid van basisvoorzieningen als supermarkt, school, zorg en sport zijn op blz.

39 de vier dorpen naast Grou en Stiens genoemd. Daarbij moet Weidum zich niet gepasseerd voelen. Voor alle dorpen, dus ook voor Weidum, geldt dat wordt ingezet op een goede spreiding en aanwezigheid van voorzieningen. Opmerking 12: Op blz. 52 wordt het Pre omgevingsplan Leeuwarden – buitengebied zuid genoemd. Wij zijn nieuwsgierig naar dit document maar kunnen dat niet vinden, kunt u dit toesturen in de vorm van een link of pdf bestand ? Reactie: De bestemmingsplannen voor het Buitengebied en Lytse Doarpen (beide plannen van de voormalige gemeente Boarnsterhim) moesten worden herzien in verband met actuele ontwikkelingen en verandering in wetgeving. In 2017 is ervoor gekozen deze werkzaamheden aan te grijpen om ervaring op te doen met de nieuwe Omgevingswet in de vorm van een pilot: het maken van een omgevingsplan voor het Buitengebied Zuid. Een plan waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Daarnaast ook de kans om nieuwe onderwerpen toe te voegen zoals gezondheid en duurzaamheid. In de toekomst zal ook de rest van de gemeente Leeuwarden aan het omgevingsplan worden toegevoegd, maar eerst wordt het -omgevingsplan Leeuwarden Buitengebied-Zuid afgerond. Informatie over dit plan is te vinden op Omgevingsplan | Omgevingswet Leeuwarden (onder het tabblad Leeuwarden Buitengebied Zuid).

9

Zienswijze 5: Wetterskip Fryslân Wetterskip Fryslan spreekt haar waardering uit voor de ambities die water, bodem, biodiversiteit en klimaatadaptatie hebben gekregen in de ontwerp omgevingsvisie. Zij geeft aan als waterbeheerder haar bijdrage te leveren aan een toekomstbestendige leefomgeving in Fryslân en daarvoor in 2022 een Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) op te stellen. De BOVI geeft aan hoe het gronden oppervlaktewatersysteem toekomstbestendig kan worden ingericht. Dit kan helpen bij het maken van toekomstbestendige, klimaatadaptieve keuzes in landgebruik. Op de omgevingsvisie heeft zij de volgende opmerkingen: Opmerking 1: U wilt een volhoudbaar gebruik van de ruimte, waarbij het bodem- en watersysteem leidend zijn voor de keuzes in landgebruik (pag 24). Wij vragen u daarom om in de omgevingsvisie aan te geven dat het hierbij gaat om een toekomstbestendig en klimaatbestendig bodem- en watersysteem. Reactie: Dit punt wordt overgenomen in de tekst. Opmerking 2: Voor een aantal locaties in de stad wordt gekozen voor verdichten én vergroenen, waarbij ook invulling wordt gegeven aan klimaatadaptatie. In de praktijk is het dan wel belangrijk dat in bestemmingsplannen en beeldkwaliteitsplannen daarvoor ondersteunende randvoorwaarden opgenomen worden. Dit geldt ook voor vervangende bouw waarbij de bestemming niet verandert.

Op deze locaties worden nu vaak kansen om klimaatbestendiger in te richten onvoldoende benut. Reactie: De omgevingsvisie vormt de inhoudelijke basis voor het omgevingsplan en nieuwe initiatieven die niet passen in een omgevingsplan. De ambities en opgaven uit de omgevingsvisie komen zo tot invulling. Opmerking 3: We hopen dat uw omgevingsvisie een dynamisch document zal zijn, zodat eventuele aanpassingen op basis van de Blauwe Omgevingsvisie op een later moment een plek kunnen krijgen. Reactie: Als aangegeven in de omgevingsvisie is het inderdaad een document dat indien nodig en wenselijk kan worden geactualiseerd. Ten aanzien van klimaatadaptatie en het belang van water en waterhuishouding en de ambitie om het hart van een blauwgroene regio te zijn, is de basis in deze omgevingsvisie al gelegd.

10

Zienswijze 6: Bewoner Hempens Opmerking 1: Indiener merkt op dat er in de omgevingsvisie sprake is van een goede wil maar dat er door taalgebruik en onduidelijkheden in zichzelf sprake is van een fluïde document waarin iedereen zijn gelijk kan vinden. Zijn algemene vraag is in hoeverre de visie een toetsbaar en sluitend antwoord is op de geconstateerde ‘oude’ problemen op lokaal niveau en de grote en maatschappelijke transitieopgaven. Reactie: De aard van een omgevingsvisie is vooral richtinggevend en dan primair op hoofdlijn. Concretisering vindt vooral plaats in uitwerkingen van de omgevingsvisie, zoals het omgevingsplan, een ontwikkelkader of een beleidskader. Deze begrippen worden in het hoofdstuk ‘Handelingsperspectief’ nader toegelicht. De omgevingsvisie geeft dan ook als zodanig niet een ‘toetsbaar en sluitend antwoord’. Belangrijk is ook dat de visie niet een blauwdruk is voor de ontwikkelingen voor de komende decennia. Ontwikkelingen die wij wellicht op dit moment nog niet eens (her)kennen of ontwikkelingen waar wij als gemeente slechts beperkt of geen invloed op hebben en die misschien wel ‘anders’ verlopen dan dat wij nu voor mogelijk houden. Des te belangrijker is het dat de aangegeven inhoud en richting van de visie regelmatig tegen het licht worden gehouden en dat de visie - indien nodig - daarop wordt aangepast.

Opmerking 2: De omgevingsvisie geeft niet aan op welke termijn het zich richt, zodat het niet verifieerbaar is of de gestelde doelen worden gehaald. Kan dat nader worden gepreciseerd ? Reactie: Met deze omgevingsvisie kijken we enkele decennia vooruit. Zoals in de inleiding van de visie is aangegeven is 2028 onze eerste ‘halte’, aansluitend op het decennium tussen LF2018 en LF2028. De visie formuleert vooral ambities, niet zozeer concrete doelen. Dat past bij de aard van de omgevingsvisie, zoals ook is aangegeven in de beantwoording van opmerking 1. Opmerking 3: Op welke wijze kan worden verduidelijkt waar de (zoek-)gebieden liggen voor de in de omgevingsvisie genoemde 10.000 + 10.000 woningen en welk ruimtebeslag daarmee is gemoeid. Reactie: Qua bevolkingsgroei hanteren we in de omgevingsvisie de bevolkings- en huishoudensgroei van de provincie (Factsheet Friese Bevolkingsprognose 2020) voor de periode tot ongeveer 2030. De benodigde bouwproductie om de verwachte bevolkingsgroei naar rond de 130.000 inwoners (Leeuwarden kent per augustus 2021 125.000 inwoners) op te kunnen vangen, is circa 3500 groot. In combinatie met een verwachte sloop van ± 1200 woningen levert dit een bruto productie van zo’n 4700 woningen op.

11

De in de omgevingsvisie genoemde 10.000 woningen betreft de geprognosticeerde bouwproductie die nodig is om de autonome huishoudensgroei tot en met 2050 op te vangen. De hiervoor genoemde circa 4700 woningen zijn hiervan onderdeel. We gebruiken voor de woningbouwprogrammering een langere horizon, omdat dit grootschalige locatieontwikkeling betreft met implicaties voorbij 2028. In het kader van het Deltaplan van het Noorden is onderzocht welke reële mogelijkheden er in beginsel zijn voor aanvullende woningbouw. Onder diverse voorwaarden is een extra aantal van 10.000 woningen mogelijk. De autonome productie van 10.000 woningen is binnen bestaande en verwachte bouwlocaties te realiseren, waarbij het zwaartepunt ligt bij Middelsee en Spoordok. Voor 10.000 woningen extra zijn er twee primaire zoekgebieden: Middelsee en binnenstedelijk. De locatie Middelsee heeft namelijk veel potentie tot verdichting, wat betekent dat er een hoger aantal woningen per ha wordt gerealiseerd dan waar we nu mee rekenen. De locatie Spoordok kent nu nog geen vastgesteld woningbouwprogramma, dat programma bepalen we mede op basis van het wel of niet doorgaan van o.a. de Lelylijn. Naast deze beide grote locaties is er binnen de bestaande stad veel ruimte tot verdichting, zowel door transformatie (waarbij een nietwoongebouw een woonfunctie krijgt) en door herontwikkeling.

Het uiteindelijk benodigde ruimtebeslag is niet op voorhand aan te geven omdat dit afhankelijk is van de hoeveelheid transformatie en van de uiteindelijke samenstelling van het bouwprogramma. De bandbreedte varieert sterk per type bebouwing: van circa 20 woningen/ ha voor uitleglocaties tot boven de 60 woningen per ha voor stedelijke gebied. Opmerking 4: Het is onduidelijk wat de relatie is tussen de bevolkingstoename en de groei in bedrijvigheid, waarin in toenemende mate wordt geautomatiseerd, in relatie tot arbeidsplaatsen en welke effecten dat heeft voor de omgevingsvisie (grondgebruik door ‘verdozing’, datacentra, transport etc.). Op welke wijze kunt u dit wel verduidelijken? Reactie: Voor werkgelegenheidsontwikkeling en de ruimtevraag van economische functies is er verschil tussen verzorgende economie, kantoren, detailhandel en functies op bedrijventerreinen zoals industrie en logistiek. Er ligt daarin deels een relatie met de bevolkingsontwikkeling, maar ook met de veranderende economie en arbeidsmarkt en met de positie van Leeuwarden als hoofdstad van Fryslan. Groei van werkgelegenheid draagt bij aan het doel om zoveel mogelijk inwoners van Leeuwarden en de regio van zinvol werk te voorzien. Ook zonder bevolkingsgroei zal er in het geval van Leeuwarden sprake zijn van werkgelegenheidsgroei.

Er is een aantal redenen aan te voeren waarom er in Leeuwarden relatief meer werkgelegenheid(sgroei) te verwachten is dan alleen aan het inwoneraantal (en de groei daarvan) af te leiden is. Trends als verstedelijking, agglomeratievoordelen, concentratie van steeds meer voorzieningen in Leeuwarden en de rol van Leeuwarden in een groeiend daily urban system (veel forensen naar de stad voor werk, voorzieningen en vrije tijdsbesteding) zorgen voor groei van het aantal arbeidsplaatsen in Leeuwarden.

12

Groei van de bevolking (naar 130.000 inwoners) zorgt voor vraag naar verzorgende en dienstverlenende functies waar nog steeds relatief veel werkgelegenheid mee gemoeid gaat, hier speelt automatisering niet zo’n grote rol. Dat leidt autonoom tot ruimtevraag die voor een belangrijk deel is op te vangen in het bestaande stedelijk gebied en de bestaande en toekomstige woonwijken. Automatisering zet naar verwachting wel door maar zal vooral een effect hebben op directe kantoorbanen en in productie-industrie. Aan de andere kant ontstaat er wel weer werkgelegenheid in de ICT en technische ontwikkeling van robotisering en digitalisering. Voor bedrijven op bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel (retail) is de extra ruimtebehoefte in diverse provinciale onderzoeken in beeld gebracht. Voor alle typen functies is er voldoende ruimte beschikbaar t/m 2030 binnen bestaand stedelijk gebied (in bestemmingsplannen en structuurvisies vastgelegd). Opmerking 5: Indiener vraagt zich af op welke wijze de hardheid is gewaarborgd van de prioritering in de kwalitatieve ontwikkelrichting in de omgevingsvisie binnen het handelingsperspectief? Reactie: In de omgevingsvisie voor de gemeente Leeuwarden hanteren wij een systematiek met toepassing van drie ontwikkelprincipes om de stap te maken van opgaven naar uitwerking en gebiedsgerichte ontwikkeling.

Per gebied en project maken we de afweging aan de hand van deze ontwikkelprincipes, waarbij in verschillende situaties ook een verschillende weging gehanteerd kan worden van die principes. Deze systematiek waarborgt niet zozeer de hardheid van de ontwikkelrichting, maar waarborgt des te meer een brede afweging die met brede betrokkenheid tot stand kan komen. Opmerking 6: Indiener stelt vragen over de beschrijving van de waarde van het landschap en de aardkundige en mogelijk archeologische waarden. Wat wordt verstaan onder groenblauwe structuren? Zijn dat lijn-elementen of vlak-elementen? Op welke wijze is het mogelijk om de aan de bestaande waarden verwante wijzigingen in het landschap te scheiden van nieuwe ándere functies. Reactie: In de visie hebben wij aangegeven dat in het buitengebied ook de principes vergroenen en verbinden, naast verwaarden van belang zijn. Per initiatief wordt de afweging gemaakt of alle ontwikkelprincipes in alle situaties een even grote rol zullen spelen. Voor de inpassing voor de energietransitie zal juist worden gezocht naar de combinatie met de bestaande waarden en functies. Bijvoorbeeld waar functies gebundeld kunnen worden en/of kansen ontstaan voor een bredere transitie in het landelijk gebied, met een koppeling met de bestaande energie-infrastructuur en koppelkansen met de bredere landbouw- en plattelandstransitie.

Er zal niet altijd sprake zijn van een scheiding van functies. De groen-blauwe structuren zijn zowel landschappelijke- als waterstructuren (bijvoorbeeld kwelderwallen en sloten) en het kunnen zowel lijnen als

13

vlakken zijn. Er wordt door ons een landschapsbiografie opgesteld waarin dit verder in beeld komt. Bij wijzigingen van of toevoegingen aan het landschap vindt een integrale belangenafweging plaats. Zie ook de beantwoording van zienswijze 7 van dorpsbelang Hempens en Tearns. Opmerking 7: Indiener merkt op dat informatie over ontwikkeling buiten de gemeentegrens op de kaartbeelden ontbreekt. Relevante documenten over aangrenzende gemeenten zijn ook niet opgenomen bij ‘relevante beleidsdocumenten en achtergrondinformatie’. Reactie: Wij hebben er nadrukkelijk voor gekozen om het kaartbeeld uitsluitend in te kleuren en in te tekenen voor zover het grondgebied betreft van de gemeente Leeuwarden. Onze bevoegdheid ten aanzien van de bestemming of functieaanduiding van gronden kan immers niet verder gaan dan ons eigen grondgebied. Dat neemt niet weg dat wij bij de opstelling van deze visie nadrukkelijk oog en oor hebben gehad voor (beoogde) ontwikkelingen in onze buurgemeenten en natuurlijk ook op nog grotere schaal. Wij hebben de ontwerp-omgevingsvisie aangeboden aan de dagelijkse besturen van de aangrenzende gemeenten en dezen in de gelegenheid gesteld te reageren op de visie. Gebleken is dat de ontwerp-omgevingsvisie Leeuwarden geen aanleiding heeft gegeven tot op- en aanmerkingen vanuit deze gemeenten.

Opmerking 8: Rondom de natuurgebieden is een vloeiende verkleuring aangebracht zonder dat deze in de legenda wordt toegelicht. Is dit een beschermde randzone die mee kleurt met de natuurwaarden? Zo ja, hoe hard is deze zonering dan? En waarin wijkt dit af van de aanduiding ‘ontwikkelgebied vergroenen’? Reactie: Rondom natuurgebieden is een indicatieve zone aangegeven als een signalering dat hier aandacht nodig is voor de effecten van bedrijfsvoering en andere activiteiten op het aangrenzend natuurgebied. De invulling en hardheid van deze zone wordt nader uitgewerkt in het omgevingsplan. De aanduiding ‘ontwikkelgebied’ op het kaartbeeld is de weergave van twee gebieden in het veenweide- en kleiweidegebied waar momenteel overleg plaatsvindt. Opmerking 9: Indiener verzoekt om de te verwachten locaties voor grote energie-transitieopgaven (zoals zonneweiden, turbineopstellingen, aquathermie) op kaartbeeld te visualiseren. Hij vraagt zich ondermeer af of een zonneweide aan de zuidzijde van de Teernser Wielen mogelijk is. Reactie: Voor de energietransitie zijn deze gegevens daar waar mogelijk opgenomen in het vastgesteld onderliggend beleid. Dat is de Leeuwarder Energie Agenda. Daarin staan opwekhoeveelheden op een kaart, maar nog niet de benodigde oppervlaktes. Dat is juist een onderdeel van onze zoektocht waarover per project nog moeten worden besloten.

Deze visie geeft ook een kader om te komen tot deze besluiten. De komende periode zal, bij de uitwerking van deze visie, dit onderwerp verder worden ingevuld.

14

Een zonneweide ten zuiden van de Tearnzer Wielen is niet passend binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Plan voor de zon’. Opmerking 10: Indiener merkt op dat er in de omgevingsvisie sprake is van ‘Kleiweide’ en andere landschapstypes die niet uit het kaartbeeld te herleiden zijn. Het biedt de lezer meer duidelijkheid als bekend is welke gebieden met aanduidingen worden bedoeld. Reactie: In de omgevingsvisie wordt gespreken over het Kleiweidegebied, het Veenweidegebied en de Noordelijke Kleischil. Dit zijn gebieden die nog niet scherp in omvang vastgelegd zijn. Zie verder beantwoording opmerking 8. Opmerking 11: Indiener vraagt zich af op welke wijze in het visiedocument helderheid en zekerheid kunnen worden verschaft over de mate van het vasthouden aan de kwaliteit van de eerste prioriteit van ontwikkelprincipes bijv. t.a.v. het gebied in de noordoostelijke kwadrant tussen Waldwei en Drachtsterweg. Reactie: Kortheidshalve verwijzen wij u graag naar onze reactie op opmerking 5.

Zienswijze 7: Doarpsbelang Himpens en Tearns Opmerking 1: Zoals ook aangegeven in de dorpsvisie 2020-2025 van Himpens en Tearns is het van belang de zelfstandige tweelingidentiteit van de dorpen te behouden. Daarnaast is het van belang dat de karakteristieke plekken en projecten van het dorp, zoals de terpen ‘De Glinswier en Sûderwier’ , het sportveld, de schaatsbaan en het Kijproject behouden blijven. Reactie: In de omgevingsvisie wordt bij het ontwikkelprincipe ‘Verwaarden’ de waarde van het (open) landschap benoemd. Het bestaande landschap is een uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen. Bestaande elementen in en kenmerken van het landschap, zoals de door indiener genoemde karakteristieke plekken, worden als uitgangspunt genomen. Deze elementen en kenmerken zijn op verschillende manieren vastgelegd en gedocumenteerd. Zo is de terp Glinswier bijvoorbeeld een gemeentelijk archeologisch monument en is in de Dorpsvisie ook het een en ander vastgelegd. Dit houdt in dat deze elementen bij nieuwe ontwikkelingen onderdeel worden van een integrale belangenafweging. Dit is niet een garantie voor 100% behoud, maar wel dat er een zorgvuldige afweging wordt gemaakt tussen de diverse belangen. Opmerking 2: Indiener vraagt zich af wat wordt bedoeld met de ontwikkeling van het buitengebied om mee te kunnen draaien in de circulaire economie.

Dit betreft met name het gebied aan de Tearnzer wielen ten oosten van de Drachtsterweg.

15

Reactie: Circulaire economie in het buitengebied is een breed onderwerp dat onder meer te maken heeft met voedselproductie en de bijbehorende uitvoeringsprogramma, zie ook de beantwoording van zienswijze 11. Bij de beantwoording van zienswijze 6, opmerking 9 is ingegaan op de mogelijkheid van een zonneweide ten zuiden van de Tearnzer Wielen, zie de beantwoording bij deze zienswijze. Opmerking 3; Indiener wijst op het dilemma dat aanleg van een zonneweide kan betekenen bij ‘vergroenen’: enerzijds duurzame energie inpassen in het landschap maar anderzijds verbeteren biodiversiteit en bescherming van het uniek open groen. Reactie: Wij herkennen het dilemma dat wordt aangegeven bij de inpassing van duurzame energie in het landschap. Als aangegeven bij opmerking 1 is er hier altijd sprake van een integrale belangenafweging.

Zienswijze 8: Arriva Opmerking 1: Arriva waardeert de drie ambities en de daaruit voortkomende punten. Het verkiezen van openbaar vervoer en langzaam verkeer is een logisch gevolg. Zij constateren wel dat er sprake is van een toename van congestie van busroutes naar het station en potentieel onveilige situaties. Zij vragen om maatregelen te realiseren die leiden tot minder congestie voor het busvervoer. Tevens vragen zij om maatregelen die potentieel onveilige situaties veiliger maken. Mogelijke maatregelen zijn minder of geen (doorgaand) autoverkeer voor het station en op enkele locaties de oversteekplekken van voetgangers en fietsers door middel van VRI’s te regelen. Zij denken dat deze maatregelen de realisatie van uw ambities dichter bij brengen. Reactie: Aandacht voor een goed verblijfsklimaat en verkeersveiligheid en prioriteit aan het langzaam verkeer en het openbaar vervoer boven autoverkeer in de binnenstad en de spoorzone zijn opgenomen in de omgevingsvisie. Bij de uitwerking van de visie in ruimtelijke plannen en herinrichtingsplannen wordt hier invulling aan gegeven. De suggesties van Arriva zullen worden meegenomen bij de uitwerking.

Zienswijze 9: Nij Baarderadiel, de Stifting Elektrisch & Fossylfrei Farren Fryslân, Sportvisserij Fryslân, de IJswegencentrale en enkele in het gebied actieve recreatieondernemers Opmerking 1: Indieners constateren dat de gemeente op langere termijn alternatieve vaarroutes wil ontwikkelen om watersportgebieden dichter bij elkaar te brengen. Voor het behalen van de in de visie verwoorde doelstellingen zal de

16

gemeente de verantwoordelijkheid moeten nemen voor het faciliteren van vaarwegen voor kleine recreatievaart (kleiner dan klasse F PVVP1). Instandhouding van het vaarprofiel van die klasse vaarwegen is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Bij het “in beeld komen” van alternatieve vaarroutes zoals nu is verwoord in het concept, wordt niet aangegeven welke rol de gemeente neemt ten behoeve van het op korte termijn verbeteren en instandhouding van het vaarprofiel en het op langere termijn terugdringen van de uitstoot door fossiele aandrijvingen. In het gebied van de voormalige gemeente Littenseradiel dat nu bij de gemeente Leeuwarden hoort, ligt een netwerk van kleine vaarwegen, dat zich uitermate goed leent om invulling te geven aan de ambities van de conceptvisie. Het betreft de Wielsterfeart, de Weidumerfeart, de Jorwerterfeart en de Jaanfeart en de Baardersleat. Veel ‘kwaliteitstoeristen” en bewoners van Leeuwarden en de dorpen van oud Littenseradiel maken gebruik van deze routes in de Greidhoeke. Wel is er sprake van problemen met de diepgang van deze vaarroutes waardoor investeringen die zijn gedaan om de vaarten toegankelijk te houden voor kano’s en kleine sloepen voor niets zijn geweest.

Indieners verzoeken in de omgevingsvisie op te nemen dat een aantal potentieel aantrekkelijke kleine vaarwegen zal worden aangewezen als gemeentelijke vaarweg, categorie “overig vaarwater PVVP 2011” en dat er ruimte is voor kleine vaarrecreatie in de regio Nij Baarderadeel. Dit houdt in dat de gemeente Leeuwarden op basis van die visie in samenwerking met het Wetterskip en de Provincie een plan ontwikkelt voor: •

• • •

Het op korte termijn weer bevaar- en beschaatsbaar maken van de “6 doarpenrûte” langs de Wielsterfeart, Weidumerfeart, Jorwerterfeart, Jaanfeart en Baardersleat met een minimale doorvaarthoogte van 1 meter. In overleg met het Wetterskip de waterkwaliteitsproblemen en overmatige plantengroei op te lossen door het onderwaterprofiel weer op diepte te brengen tot de leggermaat van 1,0 meter. En op langere termijn in overleg met de provincie een fossielvrije route De Him-Britswerd- Easterlittens PVVP-klasse F te ontwikkelen. En bij die planontwikkeling ondergetekende belanghebbenden betrekt.

Reactie: Voor water verwachten we in de loop van volgend jaar een watervisie, als nadere uitwerking van deze omgevingsvisie. De visie zal ook de richtlijnen aangeven wat de gemeente Leeuwarden wil met de kleine recreatieve watersport. Bij die watervisie zullen ook de voorstellen worden betrokken die de indieners in deze zienswijze hebben gedaan. Daarna zal de watervisie nog verwerkt worden in beleid, verordeningen en plannen. Watergangen worden alleen onderhouden vanuit de waterkwaliteit en doorstroming door het Wetterskip Fryslân. De betreffende vaarten zijn vrijwel altijd in eigendom en in beheer bij WF. Zij gaan daar dan ook eigenlijk over als eigenaar. Een recreatieve toekenning kan conflicteren met de ecologische doelen die WF voor deze wateren heeft vastgesteld. We willen onderzoeken en uitwerken wat de wensen van de kleine recreatievaart en speciale watersporten (flyboarden ed.) zijn. Daarbij betreffen we eventueel

17

de gebieden waar dat mogelijk zou zijn, en gebieden waar dit absoluut niet kan omwille van bijvoorbeeld veiligheid, verstoring van de natuur, een klimaatopgave, of waar het veel te duur is ten opzichte van de economische opbrengst. Wijzigingsvoorstel: Wij hebben onder ontwikkelrichting Buitengebied, gele kader “verwaarden” de volgende toevoeging aangebracht als extra bullit: Onderzoeken en uitwerken wat de wensen van de kleine recreatievaart en speciale watersporten zijn. Dit aangevuld met gebieden waar je dat zou willen, en gebieden waar dit niet kan vanwege veiligheid, natuur verstoring, klimaatopgave of waar het rendement niet aanwezig is.

Zienswijze 10: Dorpsbelang Baard Opmerking 1: Dorpsbelang Baard is blij verrast door het voornemen van de gemeente Leeuwarden om alternatieve vaarroutes te ontwikkelen, zodat de al bestaande watersportgebieden dichter bij elkaar gebracht kunnen worden. Gezien het feit dat Baard momenteel met een nieuwe ‘historische’ brug, een dorpscafé met groot terras aan het water, diverse steigers en een trailerhelling aan de watertoerist een warm welkom kan bieden, vragen zij om de Baarder Sleat in uw omgevingsvisie te willen opnemen. Bovendien zou deze ontwikkeling uitstekend aansluiten op de functie van Baard als toeristisch knooppunt tussen Swette/Boalserterfeart/Frjentsjerterfeart. Reactie: Voor water verwachten we in de loop van volgend jaar een watervisie, als nadere uitwerking van deze omgevingsvisie. De visie zal ook de richtlijnen aangeven wat de gemeente Leeuwarden wil met de kleine recreatieve watersport waaronder de Baarder Sleat. Daarna zal de watervisie nog verwerkt worden in beleid, verordeningen en plannen. Watergangen worden alleen onderhouden vanuit de waterkwaliteit en doorstroming door het Wetterskip Fryslân. De betreffende vaarten zijn vrijwel altijd in eigendom en in beheer bij WF. Zij gaan daar dan ook eigenlijk over als eigenaar. Een recreatieve toekenning kan conflicteren met de ecologische doelen die WF voor deze wateren heeft vastgesteld.

We willen onderzoeken en uitwerken wat de wensen van de kleine recreatievaart en speciale watersporten (flyboarden ed.) zijn. Daarbij betreffen we eventueel de gebieden waar dat mogelijk zou zijn, en gebieden waar dit absoluut niet kan omwille van bijvoorbeeld veiligheid, verstoring van de natuur, een klimaatopgave, of waar het veel te duur is ten opzichte van de economische opbrengst. Wijzigingsvoorstel: Wij hebben onder ontwikkelrichting Buitengebied, gele kader “verwaarden” de volgende toevoeging aangebracht als extra bullit: Onderzoeken en uitwerken wat de wensen van de kleine recreatievaart en speciale watersporten zijn. Dit aangevuld met gebieden waar je dat zou willen, en gebieden waar dit niet kan vanwege veiligheid, natuur verstoring, klimaatopgave of waar het rendement niet aanwezig is.

18

Zienswijze 11: Milieudefensie Milieudefensie Leeuwarden komt met een aantal opmerkingen waarvan zij hoopt dat die leiden tot een aanpassing van de omgevingsvisie en zij wil graag op de hoogte gesteld over het vervolgtraject. Algemene reactie: Milieudefensie heeft een groot aantal waardevolle en concrete suggesties en aandachtspunten die een invulling geven aan de realisatie van de ambities van de omgevingsvisie. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie naar gebiedsgerichte plannen of uitvoeringsplannen op bepaalde vakgebieden kunnen de opmerkingen van milieudefensie ook worden meegenomen. Opmerking 1: Milieudefensie mist concrete voorstellen om de huidige grote problemen als opwarming klimaat en vermindering CO2 uitstoot aan te pakken. Wat doet de gemeente om het energie- en grondstoffengebruik te reduceren tot het minimale in de eigen organisatie en bij aanvragen vergunningen en overleggen voor woningbouwprojecten, bedrijven enz. Reactie: De hoofdlijnen van de energiestransitie zijn stevig en als doelstelling opgenomen in de omgevingsvisie. Ook zijn concrete doelstellingen opgenomen in de uitvoeringsagenda circulaire economie en uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. Deze zijn ook vertaald naar de omgevingsvisietekst. Als input heeft de gemeente in 2021 voor haar energieambities de ‘Leeuwarder Energieagenda’ vastgesteld.

Hier zijn uitgebreide en ambitieuze doelstellingen door de raad vastgesteld per sectoren inclusief de rol van de gemeente en voor haar eigen organisatie. De concrete uitwerking vindt de komende jaren plaats en is onder meer opgenomen in bijvoorbeeld de Warmtegids die dit jaar wordt vastgesteld. Opmerking 2: Welke aandacht wordt gegeven aan lokale productie van voedsel en circulaire productie, die zo veel mogelijk in onze eigen omgeving plaatsvindt. Reactie: In de visie wordt ingezet op versterking van de verbinding tussen lokale voedselproductie en voedselconsumptie. Er wordt gewezen op de uitstekende verbindingen tussen stad en buitengebied, zo kenmerkend voor onze gemeente, essentieel voor innovatieve diensten en producten op het snijvlak van water, voedsel en energie. Deze zogenoemde ‘nexus’ biedt kansen aan de regio om een speler van internationaal formaat te zijn. Ook zet de gemeente in op de transitie van de huidige landbouw zodat de kwaliteit van bodem, lucht en water verbetert en circulaire productiewijzen worden omarmd. De visie wordt voor de verschillende onderdelen verder uitwerkt in uitvoeringsprogramma’s, zoals voor de Voedselagenda Leeuwarden en het Programma Vitaal platteland waarbij via gebiedsprocessen in de verschillende landbouwgebieden die onze gemeente rijk is samen met belanghebbenden.

19

We ondersteunen circulaire aanpakken via diverse activiteiten. Zo helpen we ondernemers hun circulaire innovaties naar de markt te brengen, willen we onze gemeentelijke inkopen zoveel mogelijk circulair doen en bieden we samen met de Vereniging Circulair Fryslan opleidingen aan ondernemers aan om te leren om op een duurzamer manier met grondstoffen om te gaan. Opmerking 3: Welke praktische uitvoering geeft de gemeente aan de inzet ‘van afval naar circulair’. Genoemd wordt bijv. een voor bewoners uitvoerbaar diftar systeem en faciliteiten om spullen te repareren. Reactie: We sluiten aan bij de VANG-doelstellingen en streven naar een continue reductie van restafval. In 2022 voeren we daarom gedifferentieerde tarieven in met betrekking tot afval, conform het principe “de vervuiler betaalt”.. Ter facilitering hiervan worden voorzieningen geplaatst om waardevolle grondstoffen in te zamelen, onder meer ruim 100 GFT-zuilen. Ook zijn afvalcoaches aangesteld om inwoners te informeren en faciliteren m.b.t. afvalscheiding. Verder worden sinds dit jaar luiers nagescheiden om hier biogas uit terug te winnen. Ook wordt de BEST-tas ingezet om boeken, elektronica, speelgoed en textiel in te zamelen en te hergebruiken.

Opmerking 4: Het is goed dat de fiets op 1 staat maar welke invulling wordt hier in de praktijk aan gegeven ? Reactie: Het plan Fiets op 1 dat binnenkort wordt vastgesteld bevat ook een overzicht met ambities en mogelijke maatregelen waarmee de mogelijke invulling van Fiets op 1 in beeld komt. Opmerking 5: Milieudefensie pleit voor een verbetering van openbaar vervoer tussen de wijken en dorpen en met de voorzieningen. Bij aanleg van een Lelylijn aandacht voor landschap en voorkeur voor snelle spoorverbinding over de Afsluitdijk. Reactie: Aandacht voor goed openbaar vervoer is als een belangrijke bouwsteen opgenomen in de omgevingsvisie, zowel in de stad Leeuwarden als in de dorpen. Een goede en snelle spoorverbinding met de rest van Nederland bijvoorbeeld via de Lelylijn wordt door ons onderschreven maar de verdere invulling van het traject vraagt nog veel onderzoek en valt buiten deze omgevingsvisie. Opmerking 6: Milieudefensie vraagt op welke wijze invulling wordt gegeven aan de ongedeelde stad met aandacht voor sociale woningbouw. Studentenhuisvesting graag concentreren en aantal studenten afstemmen op beschikbare woonruimte.

20

Reactie: De dit jaar vastgestelde volkshuisvestingsvisie geeft invulling aan de manier waarop de ongedeelde stad invulling gaat krijgen bij de woningbouwplannen. Ook de invulling van de studentenhuisvesting wordt daarbij meegenomen. In nauwe afstemming met de onderwijsinstellingen zetten wij in op de realisatie van goede en voldoende studentenwoningen maar wij zijn niet in staat om het aantal studenten te bepalen. Opmerking 7: Milieudefensie vraagt vanuit aspect gezondheid aandacht voor geluidsoverlast en vervuiling vliegbasis, overlast festivals in nachtelijke uren, beperken fastfood verkooppunten en stimuleren verkooppunten verse lokale groente en fruit, fietsen en wandelen op 1, groen in de woonomgeving en aandacht voor hittestress. Reactie: Leeuwarden wil haar positie als evenementenstad versterken maar duurzaamheid en het voorkomen van overlast is daarbij een belangrijk afwegingspunt bij de realisatie van evenementen en bij de afspraken met de initiatiefnemers. Over de geluidsoverlast en vervuiling van de vliegbasis worden landelijk afspraken gemaakt. Wij herkennen de gevraagde aandacht voor geluidsoverlast van de vliegbasis waarover ook vanuit Dorpsbelang Stiens bij de inspraakronde vragen zijn gesteld.

Wijzigingsvoorstel: Wij hebben in 3.2 goed leven, paragraaf ‘gezondheid’ de volgende toevoeging aangebracht: Het is van belang dat er een balans wordt gevonden tussen enerzijds de economische betekenis van de vliegbasis voor de regio (een van de grootste werkgevers) en anderzijds de gezondheidsbelangen (n.b. geluidhinder) van de omwonenden en de overige inwoners van de gemeente. Een belangenafweging waarbij meerdere partijen betrokken zijn. Opmerking 8: Milieudefensie vraagt op welke wijze invulling wordt gegeven aan verbetering biodiversiteit bijvoorbeeld door een ander beheer, uitbreiding van de weidevogelgebieden en verhoging van het waterpeil in het veenweidegebied. Reactie: Zoals wij aangeven in de omgevingsvisie is de gemeente Leeuwarden samen met andere overheden (provincie, wetterskip, buur-gemeenten) en agrariërs, maatschappelijke en natuurorganisaties in de verschillende gebieden in overleg om tot een transitie van de landbouw te komen. Hiervoor worden streefbeelden en werklijnen opgesteld. De ambities die daarover zijn opgenomen in deze omgevingsvisie vormen daarbij ons vertrekpunt. Opmerking 9: Economische groei moet niet leiden tot meer energie en grondstoffen maar moet dienstbaar zijn om alle grote problemen op te lossen. Er is een omwenteling in het economisch systeem nodig om binnen de draagkracht van

21

de aarde te blijven. Milieudefensie komt als onderbouwing hiervan tot een aantal voorstellen voor aanpassing initiatievenkompas gericht op de onderdelen bouwen, bedrijven, wijken, landbouw en mobiliteit. Reactie: Leefbaarheid en brede welvaart is van belang voor een concurrerende en duurzame economie van onze gemeente. Dit geeft ook richting aan de door de milieudefensie aangegeven aanpassing van het economisch systeem. Milieudefensie doet een breed aantal voorstellen voor de aanpassing van het initiatievenkompas. Na vaststelling van de omgevingsvisie zal het nu nog gebruikte initiatievenkompas worden afgestemd op de ambities van de omgevingsvisie. Daarbij komen ook aspecten aan bod die in de zienswijze van Milieudefensie zijn aangegeven. Opmerking 10: Milieudefensie wijst op het belang om inwoners van de gemeente te betrekken bij een duurzame ontwikkeling bijvoorbeeld door festivals en jaarlijkse monitor m.b.t. reductie CO2. Reactie: De gemeente zet via allerlei programma’s in op het betrekken van burgers bij het thema duurzaamheid. In 2022 zal dat bijvoorbeeld met de ondersteuning van het programma Arcadia 2022 gebeuren met het project BOSK. Hierbij wordt ook nauw samengewerkt met scholen en wijkorganisaties. De effectiviteit van de activiteiten zoals opgenomen zijn in de Leeuwarder Energie Agenda (LEA) wordt gemonitord en gerapporteerd aan de raad.

In de LEA zijn veel inwoners op verschillende manieren bij verschillende activiteiten betrokken. Alle onderwerpen van de LEA hebben als doel om bij te dragen aan de CO2 reductie.

Zienswijze 12: Watersportverbond Opmerking 1: De ambitie ‘Leeuwarden in 2028 het hart van een groen-blauwe regio’ verdient instemming van het Watersportverbond. Het Watersportverbond merkt op dat de mogelijkheden van de kleine watersport meer aandacht verdienen. Immers, de kleine watersport (suppen, kanoën, roeien en elektrische sloepjes) is een uitstekend middel om Leeuwarden als ‘vanzelfsprekende’ (pag. 7) watersportgemeente te versterken. In Grou en de Alde Feanen zijn al grote concentraties van het watertoerisme. Het Watersportverbond wil erop wijzen dat er in de gemeente, met name in het Kleiweidegebied, ook veel oude prachtige historische vaarten zijn die naar de dorpen lopen. Deze vaarten hebben grote potentie door hen toegankelijk en bevaarbaar te maken en te houden. Het Watersportverbond adviseert om dit te benutten. Dit spreiden van waterrecreatie (dispersiemanagement) wordt ook als doel nagestreefd in het beleid Gastvrij Fryslân. Concreet beveelt het Watersportverbond het volgende aan: 1. Behoudt de oude vaarwegen categorie F. 2. Houdt deze oude vaarwegen bevaarbaar (diepte minstens 1 meter en open water minstens 6 meter breedte) in overleg met het Wetterskip Fryslân.

22

3. Maak deze bestaande vaarwegen toegankelijk door walfaciliteiten (in- en uitstapsteigertjes bij lage bruggen, sluizen en duikers) in overleg met de Marrekrite. 4. Ontwerp en creëer een netwerk van kleinschalige routes voor kleine vaarrecreatie en onderhoud deze en geef deze een formele status als vaarroute. 5. Betrek het Watersportverbond bij deze projecten. Het Watersportverbond bezit de expertise en ervaring op dit gebied. Reactie: Voor water verwachten we in de loop van volgend jaar een watervisie, als nadere uitwerking van deze omgevingsvisie. De visie zal ook de richtlijnen aangeven wat de gemeente Leeuwarden wil met de kleine recreatieve watersport. Daarna zal de watervisie nog verwerkt worden in beleid, verordeningen en plannen. Het Watersportverband doet een aantal concrete aanbevelingen die wij graag betrekken bij de hiervoor aangegeven uitwerking van de omgevingsvisie. Watergangen worden alleen onderhouden vanuit de waterkwaliteit en doorstroming door het Wetterskip Fryslân. De betreffende vaarten zijn vrijwel altijd in eigendom en in beheer bij WF. Zij gaan daar dan ook eigenlijk over als eigenaar. Een recreatieve toekenning kan conflicteren met de ecologische doelen die WF voor deze wateren heeft vastgesteld. We willen onderzoeken en uitwerken wat de wensen van de kleine recreatievaart en speciale watersporten (flyboarden ed.) zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=9a2d4eb5-4901-47d3-9fb6-60e48673b444