CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie en antwoordnota zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning

Besluitvorming (raad) 4 december 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Raadsvoorstel ontwerp-vvgb voor de realisatie van een Regionale Opvang Locatie (ROL) met 45 woningen voor het COA op op de locatie Kampweg, percelen D4677, D9116 en D9716, te Leeuwarden.11.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor piekniveaus is aannemelijk dat kan worden voldaan aan de norm van het Activiteitenbesluit ter plaatse van de dichtstbijliggende ROL-woningen. Resume Gelet op het maximale mogelijke geluidniveau voor de etmaalwaarde en de verwachte/berekende geluidniveaus voor etmaalwaarde en piekniveaus past het afwijken van richtafstand binnen het stappenplan van de brochure. In combinatie met het gegeven dat de vliegbasis in de avond, nacht en in het weekend niet of nauwelijks in werking is, brengt het bovenstaande ons tot de conclusie dat er verantwoord is afgeweken van de richtafstand uit brochure. In de ruimtelijke onderbouwing waar ook is uitgegaan van een gemengd gebied staat verder gemotiveerd waarom er, inclusief cumulatie van verschillende soorten geluid, en afwijking van de richtafstand sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. * https://www.peutz.nl/sites/peutz.nl/files/publicaties/2018%20blad%20Geluid%20GEL_1801artikel%20Granneman%20en%20De%20Beer.pdf https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-mmk-omgevingsgeluid/gezondheidseffecten-geluid/effecten-opslaap https://www.omgevingsweb.nl/wp-content/uploads/po-assets/288285.pdf Zienswijze 6B Cliënten hebben door Roelofsen een geluidsonderzoek laten opstellen.

In dit ‘Geluid- en milieuonderzoek Vliegtuiggeluid F35 te Leeuwarden’ van 12 januari 2023 wordt geconcludeerd dat van een goed woon- en leefklimaat geen sprake kan zijn op deze locatie (zie bijgevoegd ‘Geluid en Milieuonderzoek Vliegtuiggeluid F135. Reactie: Wij delen het standpunt van de geluiddeskundige niet. Voor geluid door militaire vliegbewegingen geldt een jaarnorm uitgedrukt in Kosteneenheden (Ke). Dat staat in het Besluit Militaire Luchthavens (BML). Dat is niet te vergelijken met de regels die gelden voor geluid dat wordt veroorzaakt door bedrijven. Er gelden ook andere rekenregels voor. Geluid van bedrijven wordt verwerkt in etmaalperiodes (dag, avond en nacht), wordt uitgedrukt in dB(A) en wordt uitgemiddeld over een etmaalperiode. Dat heet bedrijfsduurcorrectie. De rekenregels voor industriegeluid staan beschreven in de Handreiking Meten en Rekenen Industrielawaai. Het geluid van een vliegtuig, wordt niet beschouwd als industriegeluid en wordt niet uitgemiddeld over een dagperiode. In het rapport van de geluidsdeskundige wordt dat wel gedaan. Het BML geeft daar echter geen ruimte voor.

18

In het rapport wordt ook de geluidproductie van militaire vliegbewegingen vergeleken met de normen van burgerluchtvaart rond Schiphol, 58 Lden. Militaire luchtvaart heeft haar eigen normenstelsel in Kosteneenheden (Ke), waarbij de 35 Ke contour bepalend is voor nieuwbouw van woningen. Ke en Lden zijn verschillende eenheden die niet zondermeer met elkaar zijn te vergelijken. Zienswijze 6C Bij dit aspect is in de onderbouwing ook geen rekening gehouden met de gevolgen van de omzetting van de geluidsnormen onder de Omgevingswet (KE naar Lden). De aanvraag is ingediend onder de Wabo, maar eventuele nadere vergunningen om de woningen te mogen gebruiken voor reguliere woningen zullen naar huidig recht moeten worden beoordeeld. Nu het de bedoeling is de woningen op termijn als reguliere woningen te gebruiken, is voor de beoordeling van de haalbaarheid van dit plan (maatschappelijk en financieel) essentieel om op voorhand te weten of dit ook uitvoerbaar is. Ook dat is niet onderzocht. Laat staan dat rekening is gehouden met de wens tot uitbreiding van de vliegbasis. Reactie: Wij delen het standpunt van de geluiddeskundige niet. Voor geluid door militaire vliegbewegingen geldt een jaarnorm uitgedrukt in Kosteneenheden (Ke). Dat staat in het Besluit Militaire Luchthavens (BML). Dat is niet te vergelijken met de regels die gelden voor geluid dat wordt veroorzaakt door bedrijven.

Er gelden ook andere rekenregels voor. Geluid van bedrijven wordt verwerkt in etmaalperiodes (dag, avond en nacht), wordt uitgedrukt in dB(A) en wordt uitgemiddeld over een etmaalperiode. Dat heet bedrijfsduurcorrectie. De rekenregels voor industriegeluid staan beschreven in de Handreiking Meten en Rekenen Industrielawaai. Het geluid van een vliegtuig, wordt niet beschouwd als industriegeluid en wordt niet uitgemiddeld over een dagperiode. In het rapport van de geluidsdeskundige wordt dat wel gedaan. Het BML geeft daar echter geen ruimte voor. In het rapport wordt ook de geluidproductie van militaire vliegbewegingen vergeleken met de normen van burgerluchtvaart rond Schiphol, 58 Lden. Militaire luchtvaart heeft haar eigen normenstelsel in Kosteneenheden (Ke), waarbij de 35 Ke contour bepalend is voor nieuwbouw van woningen. Ke en Lden zijn verschillende eenheden die niet zondermeer met elkaar zijn te vergelijken. Zienswijze 6D De onderbouwing dat binnen de indicatieve richtafstand van 200 meter (geurhinder) en (fijn)stof (50) meter sprake is van een goed woon- en leefklimaat wordt niet onderbouwd. Reactie: Het gestelde is feitelijk onjuist. De woningen komen op ongeveer 50 meter vanaf de terreingrens van de luchtbasis, waarmee het bouwplan niet uitgaat van een afstandsnorm van 0 meter.

Het gebied aansluitend op het plan, is een facilitair onderdeel, met verblijfsruimten, recreatie, kantoren en expeditie. In de onderbouwing is uitgelegd dat de feitelijke onderdelen van de luchthaven, zoals de landingsbanen, werkplaatsen en dergelijke, op ruim 500 meter vanaf het projectgebied liggen, waarmee geurhinder en hinder door (fijn)stof in redelijkheid is uit te sluiten. Gelet op de aanwezigheid van diverse milieugevoelige functies in het lint langs de Troelstraweg, is het in gebruik nemen van deze gronden als wezenlijk onderdeel van de luchthaven ook niet reëel. Zienswijze 6E In de ruimtelijke onderbouwing wordt weliswaar gesteld dat het plan in overeenstemming is met het gemeentelijk woonbeleid, maar niet dat de aantallen en kwaliteit overeenkomen met een door GS goedgekeurd woonplan.

19

Reactie: De aanvraag omgevingsvergunning voorziet niet in de bouw van woningen met een reguliere woonfunctie. Strikt genomen hoeft de aanvraag dus niet worden getoetst aan het gemeentelijk woonbeleid. De woningen, en de stedenbouwkundige opzet van de ROL, is wel zodanig vormgegeven dat deze eenvoudig omgezet kunnen worden naar regulier wonen, indien de functie ROL in de toekomst zou komen te vervallen. Daarom is het zinvol (maar niet noodzakelijk) te toetsen of het plan ook voldoet aan het gemeentelijk woonbeleid, het plan voorziet namelijk in de herontwikkeling van een bestaande locatie in binnenstedelijk gebied. Dit gemeentelijk woonbeleid is goedgekeurd door GS. In binnenstedelijk gebied gelden er vanuit de provincie geen beperkingen ten aanzien van de aantallen woningen. Indien de ROL in de toekomst komt te vervallen dan moet een nieuwe afwijkingsprocedure worden doorlopen om de functie te wijzigen naar regulier wonen. Het kan zijn dat het dan vigerende (huidige) woonbeleid afwijkt van het huidige woonbeleid.

Zienswijze 6F De bebouwing wordt gesitueerd achter de lintbebouwing van de Troelstraweg. Bij andere bouwprojecten is aangegeven dat “bouwen in de tweede lijn” ruimtelijk niet passend is. Bij de landschappelijke inpassing is geen duidelijke relatie gelegd met de omgeving qua inpassing in de lintbebouwing waardoor er twee “losse blokjes” woningen zullen worden gerealiseerd die geen relatie hebben met de omgeving. Reactie: In hoofdstuk 2.3 van de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd waarom het plan ruimtelijk goed is ingepast. De lintbebouwing en de zichtlijnen haaks op de weg naar het groen blijven in de opzet van het plan behouden omdat de woningen in twee clusters achter de lintbebouwing komen. Beide clusters zijn zowel gericht op het landschap naar buiten als ook op elkaar omdat de open zijden van de U-vormige bebouwing op elkaar gericht zijn. De laan van de Kampweg vormt daarin een verbindende schakel. Dit zorgt in onze optiek voor een goede landschappelijke inbedding. Door de bouw van de ROL verandert de stedenbouwkundige context van het gebied. Eventuele nieuwe initiatieven zullen in dat licht (opnieuw) worden beoordeeld. Zienswijze 6G Het ecologische onderzoek is niet volledig uitgevoerd. In de ecologische beoordeling Wet natuurbescherming is geconstateerd dat de boomsingels en watergang langs de Kampweg onderdeel zijn van de vliegroute van vleermuize.

En dat vleermuizen gevoelig zijn voor lichtverstrooiing. Het ecologisch rapport gaat verder niet in op de gevolgen van het onderhavige bouwplan op dit effect. Er is dan ook niet onderbouwd dat de verboden van de Wnb zullen worden overtreden en er is ook geen ontheffing op grond van de Wnb aangevraagd. Op grond van artikel 2.2aa Bor juncto artikel 5.21 en 6.10a Bor kan deze vergunning dan ook niet verleend worden zonder een verklaring van geen bedenkingen van Gedeputeerde Staten. Die verklaring is echter niet meer mogelijk. Overigens zal eerst inzichtelijk moeten zijn wat de effecten zijn van het bouwplan op de vliegroute voordat beoordeeld zou kunnen worden of er toestemming verleend kan worden. Reactie: In het ecologisch onderzoek is geconstateerd dat de bedoelde boomsingels en watergang gebruikt kunnen worden door vleermuizen als vliegroute. Lichtverstrooiing naar deze lijnvormige elementen kan effect hebben op de functie van een dergelijke vliegroute, waardoor het van belang is lichtverstrooiing richting de lijnvormige straatelementen te voorkomen. Het onderzoek stelt verder dat een toename van verlichting zoveel mogelijk voorkomen kán worden, onder andere door lichtbronnen naar beneden af te stellen.

20

In dit geval is langs de Kampweg bestaande verlichting aanwezig. Er wordt in het plan geen verlichting aangevraagd. In de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven dat er rekening mee wordt gehouden dat er bij de bouw- en gebruiksfase van het gebouw geen felle verlichting gebruikt wordt. Voor de verdere uitwerking waarborgt de natuurwetgeving, waaronder de zorgplicht, dat bij toepassing van verlichting, dit op zodanige wijze wordt uitgevoerd, dat uitstraling naar de boomsingels aan de Kampweg en de daarlangs gelegen watergang, wordt voorkomen. Op deze manier is er geen verstoring van de vliegroute aan de orde en is het ook niet nodig om een ontheffing aan te vragen. Zienswijze 6H Planologische medewerking zou moeten worden geweigerd, omdat de noodzaak van een opvanglocatie van deze omvang minder urgent is. Uiteraard weten cliënten dat de noodzaak van opvang op zich urgent is, maar zij willen wijzen op de aangenomen motie tijdens de parlementaire behandeling van de Spreidingswet (EK 23-24, 36.333, motie Perin-Gopie c.s.). In deze aangenomen motie is de regering opgeroepen te bevorderen dat het realiseren van concrete kleinschalige opvang expliciet aan bod komt. Met die motie heeft de wetgever dus kenbaar gemaakt dat kleinschalige opvang prioriteit dient te hebben boven de grootschaligere opvang.

Het onderhavige bouwplan is dan ook geënt op het achterhaalde uitgangspunt dat opvanglocaties een minimale omvang moeten hebben. Het is ook bekend dat het COA bij voorkeur grootschalige opvanglocaties in gebruik wenst te nemen (kosten efficiënt), maar inmiddels is de politiek gewijzigd en zou uw college hier rekening mee moeten houden. Niet alleen is de politieke wens op landelijke niveau op dit punt gewijzigd, eerder had de VNG al duidelijk kenbaar gemaakt dat kleinschalige opvang zou moeten worden bevorderd (VNG inbreng debat spreidingswet) Gemeenten (de VNG) willen dus kleinschalige opvang en ook op Rijksniveau is dat nu de insteek. Dit hele aspect ontbreekt in de onderbouwing van het plan (de projectontwikkelaar heeft immers andere belangen). Namens cliënten wordt echter nadrukkelijk verzocht dit aspect alsnog bij uw overwegingen te betrekken en een gedegen locatieonderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden tot kleinschalige opvang binnen uw gemeente in plaats van mee te gaan in de wensen van een projectontwikkelaar. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Reactie: Als gemeente dienen wij te beschikken op de voorliggende aanvraag. Dit betreft een Regionale opvanglocatie met 45 woningen voor maximaal 450 asielzoekers en statushouders. Een Regionale opvanglocatie (ROL) sluit aan bij de eisen van het COA.

Namelijk een locatie van voldoende omvang, maar wel met de look and feel van een reguliere woonbuurt. En met voldoende openbaar toegankelijke groen- en speelvoorzieningen. Een ROL komt daarmee tegemoet aan de wens, óók van de gemeente, om een opvanglocatie te realiseren met oog voor een goede woonsituatie, integratie, duurzaamheid, flexibiliteit en ruimtelijke kwaliteit.

Conclusie: Mede gelet op zienswijze 2C zal een extra voorschrift in de omgevingsvergunning worden opgenomen, in die zin dat voorafgaand aan de bouw uit een bodemonderzoek blijkt dat de grond niet vervuild is met PFAS óf maatregelen worden getroffen om contact met vervuilde grond te voorkomen. Zienswijze 6A geeft aanleiding om in de ruimtelijke onderbouwing aan te vullen, in die zin dat nader wordt gemotiveerd dat van de richtafstand van 1.500 kan worden afgeweken. De zienswijzen hebben geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het bouwplan en ons besluit tot verlening van de omgevingsvergunning.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=6671e40f-8378-4e27-8e05-c6043f6d4b52