Rapportage_Berenschot_regio_analyse_Leeuwarden - oktober 2022
Tekst van het document
Regioanalyse Leeuwarden Rapportage
10-10-2022
Openbaar 1
Inhoudsopgave S A 1 2
Samenvatting
p.3
Belangrijkste inzichten uit de regioanalyse Leeuwarden
Aanleiding en leeswijzer
p.10
Waarom dit document?
Fundament: hoe ontwikkelt de energietransitie zich in Leeuwarden?
p.14
Antwoord op de hoofdvragen aangaande ontwikkelingen van energievraag en -aanbod
Verdieping: hoe ontwikkelt de energietransitie zich in Leeuwarden?
p.28
Antwoord op de verdiepende vragen aangaande energie-infrastructuur
Appendix
p.41
Overzicht van het doorlopen proces
Openbaar 2
Samenvatting Aanleiding
Hoofdconclusie
Door de energietransitie en economische groei neemt de vraag en het aanbod van energie toe en verandert de energiemix. Dit veroorzaakt momenteel knelpunten in het elektriciteitsnet, waardoor netschaarste optreedt. Dit leidt tot onwenselijke situaties die gemeentelijke ambities in gevaar brengen en de maatschappij sociale en economische schade kan toebrengen. Om de ontwikkelingen van de energietransitie tot 2030 in kaart te brengen, hebben Liander en de gemeente met assistentie van TenneT onder leiding van Berenschot de regioanalyse Leeuwarden uitgevoerd.
Op basis van deze analyse lijken de ambities van de gemeente het investeringsscenario (‘midden’) van Liander te overstijgen. Het ‘hoog’ scenario komt dichter in de buurt, maar vormt niet de basis voor investeringsplannen. Dit brengt als risico mee dat de infrastructuur ook na investeringen tekort schiet. Er is in dit traject een eerste slag gemaakt om deze dichter bij elkaar te brengen. Desalniettemin is een deel van de ambities voor een deel onvoldoene concreet voor Liander om nu al mee te nemen, waardoor (ook richting TenneT) benodigde onderbouwing ontbreekt voor uitbreiding van capaciteit. Er zijn wel aanknopingspunten voor een nieuwe studie, met name ter uitbreiding van capaciteit in het oosten van Leeuwarden. Zaak is om in samenwerking zo tijdig en zo goed mogelijk beeld te krijgen van benodigde infrastructuur om de energietransitie kans van slagen te geven. Daartoe zijn ook nieuwe rollen en verantwoordelijkheden nodig bij netbeheerder en gemeente, en zullen daar ook bevoegdheden en middelen voor moeten komen (vanuit het Rijk).
Doel van de studie Het intensiveren van de samenwerking tussen Liander en de gemeente Leeuwarden door het inrichten van een proces dat de komende jaren als basis dient om de verwachte ontwikkelingen te monitoren en de impact daarvan op het elektriciteitsnet te bepalen. In deze regioanalyse is een proces opgetuigd waarbij data zijn verzameld bij de gemeente, die vervolgens vergeleken zijn met de data waarop Liander zijn scenario’s baseert. Vervolgens is bepaald welke discrepanties er zijn en wat hiervan de impact is op het elektriciteitsnet door de verschillen kwalitatief te vergelijken ten opzichte van het huidige ‘midden scenario’ van Liander. Het ‘midden scenario’ vormt de basis van het investeringsscenario van Liander en wordt ook door TenneT gebruikt voor investeringsplannen. De gemeente heeft er baat bij dat dit scenario zo goed mogelijk aansluit bij de verwachtingen die bij de gemeente bekend zijn, en ruimte bieden om ambities waar te maken.
Dit rapport De studie geeft een overzicht betreffende de verwachte ontwikkelingen van zowel Liander als van de gemeente ten aanzien van energievraag en – aanbod (Hoofdstuk 1.), alsmede knelpunten binnen het elektriciteitsnet (Hoofdstuk 2.). Per hoofdstuk zijn conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan richting de gemeente en Liander, en indirecte aanbevelingen naar de provincie Fryslân, bedrijven en het Rijk op basis van de belangrijkste conclusies, welke zijn opgenomen in de samenvatting. Voor achtergrond is meer informatie in de betreffende hoofdstukken te vinden. Openbaar 3
De energietransitie gaat gepaard met een uitdaging ten aanzien van de infrastructuur en vraagt om nieuwe rollen en samenwerkingen Context • •
Vraag naar elektriciteitsinfrastructuur stijgt vanwege energietransitie. Opwek van elektriciteit is steeds meer decentraal.
Wat betekent de krapte op het e-net? • • •
Bedrijven en woningen kunnen niet altijd meer tijdig worden aangesloten aan het elektriciteitsnet, Zon-PV kan niet worden teruggeleverd (wat de uitbreiding van hernieuwbare opwek remt), Verduurzamingsplannen door elektrificatie kunnen niet (altijd) meer worden doorgevoerd.
Hoe kan het worden opgelost? • • •
Plannen moeten zo vroeg mogelijk concreet worden ten aanzien van de energie-infrastructuur. Nieuwe rollen en samenwerkingen nodig, verantwoordelijkheden moeten duidelijker/opnieuw worden belegd. Tussentijds kan er met tijdelijke/flexibiliteitsoplossingen wat ruimte worden gezocht, wat ook al in gang is.
Waarom is er een probleem? • •
Vraag naar nieuwe en grotere aansluitingen groeit hard maar netbeheerder kan pas écht aan de slag wanneer ontwikkelingen voldoende concreet zijn. Tijdlijnen, materiaaltekort, en krapte op de arbeidsmarkt zorgen ervoor dat niet alle aanvragen meer snel kunnen worden gehonoreerd.
Wat kan de gemeente nog méér doen? Verder gaan met de meer intensieve samenwerking met netbeheerders. • Plannen waar ze zelf over gaat zover mogelijk vooruit concretiseren en ruimte reserveren voor het net. • Signaal afgeven richting Rijk welke (extra) bevoegdheden en middelen nodig zijn. • Per thema afstemming zoeken met overheden, netbeheerders, en andere stakeholders (bedrijven) en overkoepelend overzicht verkrijgen om a) duidelijkheid te verkrijgen over rollen en verantwoordelijkheden. b) in samenwerking slagen te maken.. •
Wat kunnen netbeheerders nog méér doen? •
Dit maakt het opeens ook een probleem voor de gemeente (en andere overheden), die over woningen, verduurzaming, en omgevingsmanagement gaat, wat niet gerealiseerd kan worden als infrastructuur niet tijdig meegroeit met de behoefte (en op de juiste locatie).
• •
Verder gaan met de meer intensieve samenwerking met gemeenten. Medeverantwoordelijkheid nemen wanneer ambitie en investeringsplannen (ver) uit elkaar liggen om stappen te zetten deze nader tot elkaar te brengen. Expertise en kennis delen over mogelijke tijdelijke oplossingsrichtingen. Openbaar 4
Een aantal kerncijfers voor gemeente Leeuwarden geeft de noodzaak van uitbreidingen aan, waarvan een deel al in de planning zit Cijfers elektriciteits-infrastructuur 20301) OS2) Leeuwarden •
•
• •
50 MWp capaciteitstekort in 2030 door mogelijke vraag 60 MWp capaciteitstekort in 2030 door mogelijk aanbod Geen beschikbare aansluitvelden Geen ruimte in boven- en ondergrond
OS Leeuwarden ZW • • 1) 2) 3)
Fase 1: 80 MVA 2026/27 (gepland) Fase 2: 80 MVA (nog niet gepland)
OS Schenkenschans •
•
•
90 MWp capaciteitstekort in 2030 door mogelijke vraag 160 MWp capaciteitstekort in 2030 door mogelijk aanbod Geen beschikbare aansluitvelden
Hoogspanningsnet • •
Nu al geen ruimte voor teruglevering Uitbreidingen transformatoren gepland gereed 2027
Ter illustratie de cijfers voor een nieuw onderstation • • •
Ruimte: 5 voetbalvelden Doorlooptijd: 5-7 jaar Investering: EUR 10 - >25 miljoen
Cijfers belangrijke sectoren elektriciteitsvraag/-aanbod Leeuwarden Ambitie gemeente: +370 MWp elektriciteitsaanbod
Meer woningen, maar mogelijk aansluiting warmtenet Onzekere plannen bedrijfsleven +149 MWp elektriciteitsvraag Onduidelijkheid laadbehoefte, mogelijk +10 MWp elektriciteitsvraag
Cijfers weergegeven uit ‘hoog’ scenario Liander OS: Onderstation De belasting van elektriciteitsnetten wordt aangegeven met de eenheid MVA. In deze studie wordt veelal MWp (Mega Watt piek) genoemd. De relatie MVA en MWP is: MVA = MWp * powerfactor. Voor het detailniveau van deze studie kan een powerfactor van 1 worden aangehouden. Openbaar 5
Op korte termijn is netschaarste onontkoombaar; netverzwaringen en alternatieve oplossingen/energiedragers zijn belangrijk Energievraag en -aanbod
Realisatie investeringen in energie-infrastructuur Ambities gemeente lopen gevaar door blijvende netschaarste
B C
Potentiële knelpunten
A
A.Sneller, meer infrastructuur realiseren B. Slimme keuzes om infrabehoefte te verminderen C. Programmeren/ prioriteren netwerkuitbreidingen
Ontwikkeling energietransitie Situatie (huidige stand van zaken): Knelpunten
- Liander tot circa 2026/2027, mits fase 1 en 2 worden uitgevoerd - TenneT tot circa 2027
Tijdslijn Op korte termijn zijn knelpunten onontkoombaar
Mogelijk nog steeds knelpunten
Maximaal inzetten alternatieve oplossingen noodzakelijk door andere partijen/bedrijven te betrekken
Tempo energietransitie bepaalt benodigde investeringen
Versnellen van geplande investeringen door als gemeente een faciliterende rol aan te nemen
Maak plannen binnen de gemeente concreet zodat Liander op de toekomst kan anticiperen
Knelpunten
voorbeeld directe acties
Zorg dat windenergie onderdeel uitmaakt van hernieuwbare opwek en vraag ontwikkelaars plannen tijdig te melden bij Liander Lobby voor landelijke kaders omtrent verantwoordelijkheid, en mandaat. Bijv. om meer regie bij gemeenten en oplossingen door netbeheerders toe te staan Neem als gemeente het netwerkvraagstuk mee bij de ruimtelijke planning en ordeningsvraagstukken
voorbeeld indirecte acties Openbaar 6
Deze studie geeft per sector inzicht in de verwachte ontwikkelingen van energievraag en infrastructuur in Leeuwarden Conclusies ten aanzien van energievraag en –aanbod1)
1) 2)
Conclusies ten aanzien van infrastructuur en netschaarste2)
•
Aanbod van elektriciteit groeit met mogelijk een factor 3 richting 2030. De vraag naar elektriciteit groeit gestaag door. De ontwikkeling hiervan kan intensiveren richting 2030, met name vanuit de industrie.
•
Onderstations Schenkenschans en Leeuwarden lopen tegen hun grenzen aan als gevolg van capaciteitstekorten en te weinig beschikbare velden of een combinatie hiervan. Er is weinig tot geen ruimte voor nieuwe aansluitingen.
•
Elektriciteitsvraag en -aanbod kent in 2030 een grote onzekere bandbreedte en is in 2050 mogelijk nog fors groter dan in 2030.
•
•
Sectoren die waarschijnlijk de grootste impact hebben op het elektriciteitsnet, zijn de hernieuwbare opwek en de elektrificatie van de industrie. Een aantal ontwikkelingen is niet zeker, maar heeft mogelijk enorme impact. De ambitie aangaande zon-pv en verduurzaming van industrie zijn daarin het grootst.
Een nieuw onderstation ‘Leeuwarden Zuidwest’ is opgenomen in de planning, maar biedt mogelijk onvoldoende soelaas voor het realiseren van de gemeentelijke ambities evenals het accommoderen van de plannen voor elektrificatie van de industrie als deze allemaal doorgang zouden vinden. Er lijkt ook in het oosten van Leeuwarden extra capaciteit nodig.
•
•
Wanneer de plannen voor elektrificatie van industrie allemaal doorgang zouden vinden, is qua orde-grootte een extra onderstation aan capaciteit nodig.
•
Warmte is de enige mogelijke ‘meevaller’ wat betreft capaciteit op het elektriciteitsnet, indien warmtenetten gerealiseerd kunnen worden op basis van de potentie van geothermie.
Een zo snel mogelijke bouw van het 110-kV-station Leeuwarden Zuidwest is cruciaal om de impact van netschaarste te beperken. Totdat dit onderstation gerealiseerd is (2026/27), moeten alle mogelijke incrementele oplossingen onderzocht worden. Gegeven huidige ambities is daarbovenop bovendien méér capaciteit nodig.
•
•
Inzake de mobiliteit is er geen impactanalyse gedaan. Een doorvertaling van de data van ElaadNL in combinatie met kengetallen van Liander levert een extra belasting op van circa 10 MWp. Ov-concessie en zwaartransport buiten beschouwing gelaten. Met de mogelijke invoering van een zero-emissiezone ontstaat vraag naar logistiek laden en neemt belasting van het elektriciteitsnet verder toe.
Er is momenteel netschaarste voor teruglevering door te weinig transformatorcapaciteit om duurzame energie van het Friese 110 kV-net naar het landelijke 220 kV-net te transporteren. Het plaatsen van extra transformatoren is noodzakelijk.
•
Het middenspanningsnet lijkt tot 2035 voldoende verzwaard te zijn door de uitvoering van NuLelie. Versnelling van de energietransitie bovenop de huidige plannen zou ervoor kunnen zorgen dat er voor 2035 knelpunten ontstaan in het middenspanningsnet.
•
Liander verwacht circa de helft van de laagspanningsnetten te moeten verzwaren voor 2030 als gevolg van een grotere elektriciteitsvraag door elektrificatie (warmtepompen, thuisladen) en teruglevering door zon-pv.
•
Een tekort aan arbeidskrachten en materiaal kunnen voor meer knelpunten/netschaarste zorgen.
Voor meer informatie zie Hoofdstuk 1. Voor meer informatie zie Hoofdstuk 2. Openbaar 7
Plannen moeten geconcretiseerd worden voor (tijdige) realisatie van infrastructuur, en tijdelijke oplossingen zullen voorlopig nodig zijn Aanbevelingen aangaande ontwikkelingen energie
Aanbevelingen aangaande ontwikkelingen infrastructuur
• Geef als gemeente en Liander een duidelijk signaal af richting de provincie, het Rijk en de ACM wanneer bevoegdheden en/of middelen tekort schieten. Bijvoorbeeld: ’sta oplossingen toe die een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van netschaarste’, zodat de gevolgen van netschaarste geminimaliseerd wordt.
• Houd rekening met blijvende netschaarste door versnelling van de energietransitie en mogelijke vertraging van netinvesteringen door materiaalschaarste en arbeidstekorten. Prioriteer zaken waarop de gemeente invloed kan uitoefenen wanneer nodig.
• Concretiseer ambities door middel van duidelijke planvorming. Benoem binnen de planvorming de drie belangrijke componenten: aantallen/volumes/vermogens, tijdsfasering en geografisch component. • Identificeer alle onzekerheden, wees bewust van de onzekerheden en bepaal wie moet handelen om deze onzekerheden te kunnen verkleinen. • Probeer door in gesprek te gaan met de relevante partijen in alle sectoren stappen te zetten om meer duidelijkheid te krijgen over plannen omtrent groei en verduurzaming. Zet in de communicatie duidelijk de urgentie neer en het tijdpad richting nieuw te realiseren capaciteit. • Stel als gemeente zo snel mogelijk een laadvisie/mobiliteitsvisie op, omdat de impact van elektrificatie van de logistieke sector in combinatie met een zeroemissionzone een grote impact kan hebben op het elektriciteitsnet. • Creëer zoveel mogeiljk duidelijkheid over locaties van groei van hernieuwbare opwek en ga in gesprek met bedrijven over verduurzamingsplannen. Wanneer veel opwek in het oosten van de stad wordt bijgeplaatst, kan het zinvol zijn om aan die kant aansluitcapaciteit bij te bouwen (richting onderstation Louwsmeer), omdat daar ook een groeiende elektriciteitsvraag vanuit de industrie wordt verwacht.
• Blijf inzetten op alternatieve oplossingen, ook al kunnen deze oplossingen netschaarste maar gedeeltelijk voorkomen. Mogelijke oplossingen en maatregelen voor knelpunten buiten netverzwaring kunnen gevonden worden via diverse routes, zoals bijvoorbeeld de pilot met energie uitwisseling op bedrijventerrein de Zwette. • Stimuleer alternatieve oplossingen door het opzetten van een gezamenlijk (inhoudelijk) projectteam van Liander en de gemeente Leeuwarden, dat hiermee aan de slag gaat. • Verken mogelijkheden voor het versnellen van vergunningverlening voor netinvesteringen en stel scherpere eisen aan vergunningen voor hernieuwbare opwek en (nieuwe) bedrijven (bijvoorbeeld meer curtailment, verplichting van flex, zon-pv op dak voor 2026). • Verken de mogelijkheden van alternatieve energiedragers. Na 2030 kan waterstof mogelijk uitkomst bieden voor netschaarste. Stimuleer groengasproductie gezien de grote potentie van de provincie.
Openbaar 8
Intensieve(re) samenwerking is nodig, maar ook is er meer duidelijkheid nodig over rollen, bevoegdheden, en middelen daarvoor Conclusies
Aanbevelingen
• Het investeringsplan van Liander lijkt onvoldoende voor de ontwikkelingsambities van de gemeente voor hernieuwbare opwek, nieuwe bedrijven, verduurzaming van bedrijven en utiliteiten, en woning- en utiliteitsbouw in zijn totaliteit. Het voeren van het gesprek over de ambitie en verwachte ontwikkelingen is hierin essentieel, waarna gezamenlijke acties nodig zijn.
• Probeer als gemeente zoveel mogelijk zekerheid te verschaffen aan Liander om investeringen te kunnen doen. Dit door ze te voorzien van actuele informatie rondom ontwikkelingen, en projectmatig met elkaar concretiseringsslagen te maken op dossiers, zoals: transitievisie warmte, duurzame opwek en industrie.
• Het concreet maken van de ambities is nodig om te weten waar investeringen gedaan moeten worden.
• Geef als gemeente en Liander een duidelijk signaal af richting de provincie, het Rijk en de ACM wanneer bevoegdheden en middelen ontoereikend zijn.
• Voor elke sector (industrie, mobiliteit, gebouwde omgeving, bedrijven) is actie, overleg en het betrekken van de stakeholders nodig om een beter beeld te krijgen van de ontwikkelingen.
• Maak per sector expliciet wie van Liander of gemeente actie onderneemt voor het verder gezamenlijke beeld krijgen van de ontwikkelingen op het gebied van energievraag en –aanbod.
- Creëer een beter beeld van elektrificatie binnen de industrie en een gevoel van urgentie voor het concretiseren van plannen.
• Formuleer samen de acties en actiehouder om tijdelijke oplossingen of alternatieven te vinden.
- Krijg locatie en hoeveelheid duurzame opwek zo spoedig mogelijk in beeld voor, indien nodig, het tijdig realiseren van een extra onderstation (doorlooptijd vijf tot zeven jaar).
• Betrek TenneT ook in het proces om de onderbouwing voor benodigde investeringen zo snel mogelijk op orde te krijgen.
- Concretiseer transitievisie warmte. - Krijg zicht op laadinfrastructuur voor mobiliteit. Overleg met provincie ten aanzien van het ov. • Een vaste structuur/datatemplate helpt om sneller gezamenlijk duidelijkheid te krijgen, enerzijds vanwege inzicht in de ontwikkelingen zelf en anderzijds voor overeenstemming van elkaars beeld daarover.
• Laat richting stakeholders zoals bedrijven, woningbouw, projectontwikkelaars, de noodzaak van concrete plannen nog beter naar voren komen door goede communicatie , onder andere door duidelijkheid te geven over de duur van trajecten en de reden van vertraging in de realisatie (bijvoorbeeld beschikbaarheid arbeidskrachten of materialen als belemmerende factor). Openbaar 9
Waarom dit document? Aanleiding
• Aanleiding en leeswijzer • Sturing van het Rijk en de provincie, aanscherping vanuit het lokale perspectief • Relatie met RES, systeemstudie Fryslân, het Rijk
Openbaar 10
Waarom dit document?
Aanleiding en leeswijzer Aanleiding
Leeswijzer
De energie-infrastructuren in Fryslân ondergaan een grote transformatie om de energietransitie te faciliteren. De ontwikkelingen gaan vaak sneller dan verwacht, waardoor er op dit moment al knelpunten aanwezig zijn binnen de elektriciteitsnetten. Om het aantal knelpunten te minimaliseren en de energie-infrastructuren toekomstbestendig te maken, is het essentieel om een overzicht te hebben van de meeste actuele ontwikkelingen, plannen en ambities, zodat hierop geacteerd kan worden.
Dit rapport bevat twee hoofdstukken waarin antwoord wordt gegeven op een aantal hoofd- en verdiepende vragen. Ook wordt een beschrijving gegeven van het proces dat in deze systeemstudie is gehanteerd, zodat die herhaald kan worden. Deze is opgenomen als appendix A. Alle hoofdstukken vangen aan met conclusies en aanbevelingen die voortkomen uit het betreffende hoofdstuk. Vervolgens geven we een overzicht, waarin duidelijk wordt welke slides antwoord geven op de hoofden verdiepende vragen.
Naar aanleiding van systeemstudie Fryslân is de wens ontstaan bij gemeente Leeuwarden om een vergelijkbare studie uit te voeren binnen de gemeente. De nadruk in deze studie ligt op het ontwikkelpad richting 2030 met een doorkijk richting 2050. Een bijkomende wens is het intensiveren van de samenwerking met Liander, door het inrichten van een samenwerkingsproces dat de komende jaren als basis dient om de verwachte ontwikkelingen te monitoren. Zo kan de verwachte impact op de energie-infrastructuur in kaart worden gebracht en kan hierop geacteerd worden indien noodzakelijk.
• In hoofdstuk 1 beantwoorden we de hoofdvragen, die met name toegespitst zijn op de ontwikkelingen van energievraag en -aanbod. • In hoofdstuk 2 beantwoorden we de verdiepende vragen, die gericht zijn op de impact van de ontwikkelingen van energievraag en -aanbod op de energie-infrastructuren. Hierbij is vooral aandacht voor het elektriciteitsnet.
Openbaar 11
Sturing van het Rijk en de provincie, aanscherping vanuit het lokale perspectief Sturing is noodzakelijk
Onderbouwing voor investeringsbeslissingen
Voor een succesvolle energietransitie is het tijdig gereedmaken van energie-infrastructuur een randvoorwaarde. Het realiseren van energieinfrastructuur is echter een zeer grote opgave op landelijke, provinciaal en lokaal niveau. Sturing vanuit het Rijk middels het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) en Programma Energiehoofdstructuur (PEH) met daar bovenop sturing van de provincie door het aanreiken van een afwegingskader bij netschaarste is cruciaal om op lokaal niveau concrete investeringen te doen.
Een belangrijk stap in het vormgeven van het lokale energiesysteem is het creëren van een totaaloverzicht waarmee de energievraag en –aanbod ontwikkelingen in kaart worden gebracht. Gedurende dit onderzoek is namelijk gebleken dat het concretiseren van plannen die grote impact op de energievraag en –aanbod hebben van cruciaal belang is om adequaat te kunnen investeren in de energie-infrastructuur.
Het is de taak van de gemeente om lokaal verder uit te werken wat mede vanuit de hoofdinfrastructuren bepaald zal worden. De gemeente kan met de lokale gebiedskennis op basis van gestelde kaders in samenwerking met o.a. bedrijven, industrie, woningcorporaties, vervoersbedrijven en Liander het lokale energiesysteem verder vormgeven. Een belangrijk stap hierin is inventariseren welke plannen er worden gemaakt. Liander zal als netbeheerder aansluitingen op het elektriciteits- en gasnet faciliteren. Liander maakt geen keuzes over wat voor systemen of energiedragers gebruikt zullen gaan worden in een regio, maar zal een adviserende rol in kunnen nemen als expert op het gebied van energieinfrastructuren.
Het concretiseren van plannen vraagt om een actieve houding van de gemeente Leeuwarden, Liander en andere partijen. Het gaat hierbij om een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor inventariseren van data over de segmenten: ontwikkelingen nieuwbouw utiliteiten en woningen, warmteoplossingen bestaande woningen en utiliteiten, mobiliteit, industrie (groei & verduurzaming), groei (en nieuwe) bedrijventerreinen, verduurzaming van bedrijventerreinen en hernieuwbare opwek. De segmenten zijn gebaseerd op de rekensystemen van Liander, waardoor de geïnventariseerde plannen verwerkt kunnen worden in de systemen.
Openbaar 12
Relatie tussen de regioanalyse en de RES en de systeemstudie Fryslân?
•
•
•
• •
De RES (1.0) en de systeemstudie Fryslân onderzoeken het energiesysteem van Fryslân. De systeemstudie richt zich op het energiesysteem in 2050 en de RES op het energiesysteem in 2030. De systeemstudie is kwantitatief ingestoken, terwijl de RES een sterk bestuurlijk component bevat. De conclusies uit de systeemstudie zijn in lijn met de regioanalyse Leeuwarden. De conclusies van zowel de systeemstudie als de regioanalyse kunnen dienen als input voor de RES 2.0
•
•
De conclusies en aanbevelingen in deze regioanalyse komen overeen met die van de systeemstudie Fryslân, maar zijn in de regioanalyse meer gericht op de rol van de gemeente en de samenwerking tussen gemeente Leeuwarden en Liander. Belangrijke conclusies hieruit die mede relevant zijn voor de RES 2.0 is overeenkomstig de systeemstudie: •
De grootschalige opwek door zonne-energie en elektrificatie van bedrijven die de voornaamste veroorzakers zijn van netschaarste en de noodzaak om ambities zo snel mogelijk concreet te maken.
•
De noodzaak van vlotte vergunningsverlening voor netuitbreidingen, zodat geen onnodige vertraging wordt opgelopen.
•
De regioanalyse Leeuwarden bekijkt het Leeuwardens energiesysteem in 2030, waarbij de focus vrijwel geheel ligt op het elektriciteitsnet. De regioanalyse beschrijft een iteratief proces tussen Liander (voornamelijk), TenneT (beperkt) en de gemeente, waarbij de samenwerking wordt opgezocht om netschaarste in kaart te brengen en de eerste oplossingen te identificeren. De regioanalyse biedt input voor de RES 2.0.
Daarnaast is communicatie over de plannen een belangrijk punt, zodat gemeenteljike plannen input kunnen bieden aan investeringsplannen bij Liander en bij de Taskforce Energienetwerk Fryslân (TEF) voor de RES 2.0.
Openbaar 13
Hoofdstuk 1
Fundament: hoe ontwikkelt de energietransitie zich in Leeuwarden? • Antwoord op de hoofdvragen • Ontwikkelingen energievraag en -aanbod
Openbaar 14
Conclusies en aanbevelingen omtrent ontwikkelingen van energievraag en –aanbod ter beantwoording van de hoofdvragen Conclusies
Aanbevelingen
• Aanbod van elektriciteit groeit met mogelijk een factor 3 richting 2030. De vraag naar elektriciteit groeit gestaag door. De ontwikkeling hiervan kan intensiveren richting 2030, met name vanuit de industrie.
• Geef als gemeente en Liander een duidelijk signaal af richting de provincie, het Rijk en de ACM wanneer bevoegdheden en/of middelen tekort schieten. Bijvoorbeeld: ’sta oplossingen toe die een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van netschaarste’, zodat de gevolgen van netschaarste geminimaliseerd wordt.
• Elektriciteitsvraag en -aanbod kent in 2030 een grote onzekere bandbreedte en is in 2050 mogelijk nog fors groter dan in 2030. • Sectoren die waarschijnlijk de grootste impact hebben op het elektriciteitsnet, zijn de hernieuwbare opwek en de elektrificatie van de industrie. Een aantal ontwikkelingen is niet zeker, maar heeft mogelijk enorme impact. De ambitie aangaande zon-pv en verduurzaming van industrie zijn daarin het grootst. • Wanneer de plannen voor elektrificatie van industrie allemaal doorgang zouden vinden, is een extra onderstation aan capaciteit nodig. • Warmte is de enige mogelijke ‘meevaller’ wat betreft capaciteit op het elektriciteitsnet, indien warmtenetten gerealiseerd kunnen worden op basis van de potentie van geothermie. • Inzake de mobiliteit is er geen impactanalyse gedaan. Een doorvertaling van de data van ElaadNL in combinatie met kengetallen van Liander levert een extra belasting op van circa 10 MWp. Ovconcessie en zwaartransport buiten beschouwing gelaten. Met de mogelijke invoering van een zero-emissiezone ontstaat vraag naar logistiek laden en neemt belasting van het elektriciteitsnet verder toe.
• Concretiseer ambities door middel van duidelijke planvorming. Benoem binnen de planvorming de drie belangrijke componenten: aantallen/volumes/vermogens, tijdsfasering en geografisch component. • Identificeer alle onzekerheden, wees bewust van de onzekerheden en bepaal wie moet handelen om deze onzekerheden te kunnen verkleinen. • Probeer door in gesprek te gaan met de relevante partijen in alle sectoren stappen te zetten om meer duidelijkheid te krijgen over plannen omtrent groei en verduurzaming. Zet in de communicatie duidelijk de urgentie neer en het tijdpad richting nieuw te realiseren capaciteit. • Stel als gemeente zo snel mogelijk een laadvisie/mobiliteitsvisie op, omdat de impact van elektrificatie van de logistieke sector in combinatie met een zero-emissionzone een grote impact kan hebben op het elektriciteitsnet. Openbaar 15
In dit hoofdstuk wordt informatie gegeven ter directe en indirecte beantwoording van de volgende hoofdvragen Wat is de elektriciteitsvraag en -aanbod in 2030?
p.17
Hoe verhoudt dit zich globaal tot de mogelijke richtingen van energievraag en -aanbod in 2050? Hierbij dient de verwachting getoetst te worden dat in alle scenario’s minimaal een verdubbeling van de elektriciteitsvraag tot stand komt en dat redundantie het uitgangspunt is.
p.18
Welke sectoren (mobiliteit, bedrijfsleven, gebouwde omgeving et cetera) ontwikkelen een grote elektriciteitsvraag?
p.21
Wat is de achterliggende reden dat deze sectoren een sterke ontwikkeling van de elektriciteitsvraag doormaken?
p.22-25
Wat is de relatie met warmte en gas?
Wat zijn de (eventuele) knelpunten in het huidige elektriciteitsnet in het toekomstbeeld van 2030?
p.24
p.19, 20, 26-27
Openbaar 16
Het aanbod en de vraag van elektriciteit groeit sterk richting 2030; daar waar de energietransitie versnelt, groeit de elektriciteitsvraag met 30% Hernieuwbare productie (MWp)
Extra vraag naar elektriciteit (MWp) +30%
400 300 200
800 600
212
163
+178% 450
400
100
162
200
0
2022 Woningen
Industrie/utiliteiten
Mobiliteit
Huidige vraag
0
2030 Totale ondergrens/bovengrens
•
De verwachting is dat de elektriciteitsvraag toeneemt met 30%, wanneer verwachte plannen en groeitrends doorzetten.
•
Elektrificatie van industrie is een grote onbekende factor die veel impact kan hebben op de elektriciteitsinfrastructuur, omdat de elektriciteitsvraag met meer dan 30% zal groeien richting 2030.
•
Elektrificatie van bedrijventerreinen zet door, mits netaansluitingen gerealiseerd kunnen worden. De ‘kip-ei-situatie’ speelt hierin een rol. Geen netaansluitingen betekent geen elektrificatie en geen concrete plannen. Wel een netaansluiting betekent grote elektrificatie en concrete plannen.
•
Door de warmtetransitie voornamelijk met geothermie in combinatie met warmtenetten te realiseren, is de impact op het elektriciteitsnet vanuit woningen en utiliteiten mogelijk kleiner dan de verwachtte 15 MWp in de bovenstaande figuur.
2022 Huidig aanbod
2030 Hernieuwbare productie
Totale ondergrens/bovengrens
•
De ambitie van gemeente Leeuwarden voor hernieuwbare opwek sluit aan op de landelijke ambities. Doordat uitsluitend gebruik wordt gemaakt van zon-pv, is de impact op het elektriciteitsnet groot. De prognoses van het nieuwe PV Model van Liander laat eveneens een grotere leveringsbehoefte aan het net zien dan initieel is aangenomen.
•
Het vermogen van zon-pv exclusief curtailment verdrievoudigd richting 2030 volgens de prognose van het nieuwe Liandermodel. Deze prognose is nog steeds lager dan de ambitie van de gemeente. De impact op het elektriciteitsnet door teruglevering zal daarom groot zijn.
Openbaar 17
De elektriciteitsvraag en het -aanbod in 2050 is mogelijk nog fors groter dan in 2030 Hernieuwbare productie (MWp)
Vraag naar elektriciteit (MWp) 409
500 400
600
300 200
212
163
400 200
100 0
800
2022
2030
2050
0
Incl. niet gerealiseerde SDE++ beschikkingen
504
162 2022
Woningen
Industrie/utiliteiten
Huidige vraag
Huidige productie
Mobiliteit
Landbouw
Totale ondergrens/bovengrens
Hernieuwbare productie
In de periode 2022-2030 wordt 30% groei van de elektriciteitsvraag verwacht. Er is veel onzekerheid bij de industrie, waardoor een groei van meer dan 100% niet uitgesloten is. In de periode 2030-2050 wordt een sterke groei van de elektriciteitsvraag verwacht, welke voortkomt uit alle sectoren. De grotere elektriciteitsvraag vanuit woningen kan een overschatting zijn wanneer warmtenetten gevoed door geothermie succesvol blijken te zijn. Tegelijkertijd zou de elektriciteitsvraag vanuit de industrie een onderschatting kunnen zijn doordat het gaat om een beperkt aantal aansluitingen met een groot vermogen. Onzekerheid over alternatieven, zoals groengas en waterstof maken het lastig de toekomstige elektriciteitsvraag van de industrie te bepalen.
450
2030
2050
Totale ondergrens/bovengrens
De bovenstaande grafiek toont de totale verwachte belasting door levering van hernieuwbare energie. In het 2030-scenario bestaat deze belasting volledig uit zonpv. Voor 2050 is er ook een gedeelte ‘wind’ opgenomen in de belasting. De prognose laat een zeer sterke groei zien van richting 2030 van hernieuwbare opwek. In de periode 2030-2050 is de groei gering. De prognose voor de periode 20222030 is optimistisch te noemen en gebaseerd op de verwachtingen van Liander. De prognose voor periode 2030-2050 kan als conservatief bestempeld worden en is gebaseerd op de scenario’s in systeemstudie Fryslân. De systeemstudie is conservatief ingestoken, waardoor de groei van hernieuwbare opwek ten opzichte van 2030 beperkt is. Daarnaast is er in het spreidingsmodel van de systeemstudie meer hernieuwbare opwek gealloceerd aan andere gemeenten in Fryslân. Openbaar 18
Onderstation Leeuwarden en Schenkenschans worden in het midden scenario 2030 overbelast, in het hoge scenario is de situatie nog nijpender Onderstation Schenkenschans (MVA)
Onderstation Leeuwarden (MVA) 200 150
Huidige capaciteit Liander
0
+50 MWp
17 MWp komt vrij vanwege het omschakelen van RS Hallum en SS Stiens naar Dokkum (2024/25)
100 50
200
In het hoge scenario is er een capaciteitstekort van 50 MWp
42
72
150 100
0
2030 huidige vraag
51
+90 MWp
50
55
2022
Huidige capaciteit Liander
In het midden scenario wordt het onderstation al overbelast. In het hoge scenario is er een capaciteitstekort van 90 MWp
Verwachting midden scenario
In bovenstaande grafieken is voor onderstations Leeuwarden en Schenkenschans de huidige piekbelasting (2022) en de geprognotiseerde piekbelasting (2030) weergegeven voor levering van elektriciteit. Het gaat hier om het moment in het jaar met de hoogste vraag naar elektriciteit in een jaar.
32
32
2022
2030
Totale ondergrens/bovengrens
Het is duidelijk te zien hoe groot de bandbreedte is die er ontstaat. Kostenefficiënt investeren in het elektriciteitsnet is een opgave wanneer de onzekerheden zo groot zijn. Het verkleinen van de bandbreedte door plannen en ambities zo veel mogelijk te concretiseren helpt hierbij.
Het voorspellen van piekbelasting gaat gepaard met grote onzekerheden. Wanneer de horizon waarover voorspellingen gedaan worden verder weg ligt neemt deze alleen maar toe. De onzekerheid zit voor een groot deel in grootzakelijke klanten die zich oriënteren op het vergroten van hun aansluitvermogen (verduurzaming of uitbreiding) of nieuwe bedrijven die zich willen vestigen in de regio. Wanneer een klant zijn aanvraag besluit door te zetten kunnen er tientallen MVA capaciteit op een onderstation gereserveerd worden. Wanneer een klant deze aanvraag niet doorzet is er juist weer meer ruimte over.
Wanneer we uitgaan van de bovengrens is er in 2030 op beide stations gecombineerd een overschrijding van 140 MVA en opzichte van de capaciteiten van de stations. Daarin is meegenomen dat in 2024/25 17 MWp vrijkomt door omschakelen van stations naar Dokkum. In 2026/2027 staat de realisatie van OS Leeuwarden ZW op de planning. Deze zal dan een capaciteit hebben van 80 MVA. Afhankelijk van de ontwikkelingen zal hier in een tweede fase (nog niet gepland) nog een transformator bij komen die de capaciteit zal verhogen tot 160 MVA. Het is niet mogelijk om 157 MVA op dit nieuwe station aan te sluiten vanwege de geografische spreiding van de aansluitingen.
Om deze onzekerheid te visualiseren is een ondergrens bepaald (aanvragen zullen niet doorgezet worden) en een bovengrens (aanvragen worden doorgezet) berekend.
In het hoge scenario zien we dat bouw van OS Leeuwarden ZW in 2030 net voldoende is voor de ontwikkelingen op het gebied van levering.
*De belasting van elektriciteitsnetten wordt aangegeven met de eenheid MVA. In deze studie wordt veelal MWp genoemd. De relatie MVA en MWP is: MVA = MWp * powerfactor. Voor het detailniveau van deze studie kan een powerfactor van 1 worden aangehouden.
Openbaar 19
Nieuwbouw van onderstation Leeuwarden Zuidwest (fase 1 en 2) zal onvoldoende zijn voor de ontwikkelingen op het gebied van teruglevering Onderstation Schenkenschans (MVA)
Onderstation Leeuwarden (MVA) 0 -50 -100 -150 -200 -250
2022
2030
-44
-44
0 -50
-49
Huidige capaciteit Liander
-150 -200 -250
huidig aanbod
Huidige capaciteit Liander
2030 -19
-19 -58
-100 -60 MVA
In het midden scenario wordt het onderstation niet overbelast. In het hoge scenario is er een capaciteitstekort van 60 MWp. Dit extreme scenario ligt meer in lijn met de ambitie van de gemeente
2022
Verwachting midden scenario
In bovenstaande grafieken is voor onderstations Leeuwarden en Schenkenschans de huidige piekbelasting (2022) en de geprognotiseerde piekbelasting (2030) voor teruglevering weergegeven. Het gaat hier om het moment in het jaar met de meeste teruglevering van elektriciteit in een jaar. Het voorspellen van piekbelasting gaat gepaard met grote onzekerheden. Wanneer de horizon waarover voorspellingen gedaan worden verder weg ligt neemt deze alleen maar toe. De onzekerheid zit voor een groot deel in de plannen van projectontwikkelaars en de onzekerheid over project locaties. Een aantal grote zon op land opstellingen kan enorme impact hebben op de netten. Wanneer aanvragen niet concreet worden is het voor Liander lastig om investeringen te doen, omdat deze niet doelmatig kunnen zijn wanneer de zon op landopstelling niet wordt gerealiseerd. Om deze onzekerheid te visualiseren is onder- en bovengrens gevisualiseerd. Kostenefficiënt investeren in het elektriciteitsnet is een opgave wanneer de onzekerheden zo groot zijn. Het verkleinen van de bandbreedte door plannen en ambities te concretiseren helpt hierbij.
In het midden scenario wordt het onderstation overbelast. In het hoge scenario is er een capaciteitstekort van 160 MWp. Dit extrerme scenario ligt meer in lijn met de ambitie van de gemeente. Onderstation Leeuwarden zuidwest fase 1 (+80MWp) en fase 2(+80 MWp) zijn dan onvoldoende!
-160 MVA
Totale ondergrens/bovengrens
Wanneer we uitgaan van het hoog scenario is er in 2030 op beide stations gecombineerd een overschrijding van 220 MVA ten opzichte van de capaciteiten van de stations. In 2026/2027 staat de realisatie van onderstation Leeuwarden Zuidwest. Deze zal dan een capaciteit hebben van 80 MVA. Afhankelijk van de ontwikkelingen zal hier in een tweede fase (nog niet gepland) nog een transformator bij komen die de capaciteit zal verhogen tot 160 MVA. Er zal dus voor teruglevering van elektriciteit een capaciteitstekort zijn! Belangrijke opmerkingen; • Dit geeft alleen de Liander situatie weer. Voor TenneT is er nu al een tekort aan transportcapaciteit. • In de belastinggrafieken van de onderstations is gelijktijdigheid meegenomen, waardoor de getoonde waarden lager liggen dan op slide 15 en 16. • N-1 (redundantie) verlaten levert meer transportcapaciteit op.
*De belasting van elektriciteitsnetten wordt aangegeven met de eenheid MVA. In deze studie wordt veelal MWp genoemd. De relatie MVA en MWP is: MVA = MWp * powerfactor. Voor het detailniveau van deze studie kan een powerfactor van 1 worden aangehouden.
Openbaar 20
Extra Impact op het elektriciteitsnet
Hernieuwbare opwek en de industrie zijn sectoren die mogelijk de grootste impact hebben op het elektriciteitsnet richting 2030 Onzekerheid (bovengrens) 484 MWp
De grafiek laat de ambitie van de gemeente en de verwachte ontwikkeling van energievraag en- aanbod inclusief bovengrens zien per sector. De ambitie geeft de impact ervan aan op het net volgens de plannen/ambitie van de gemeente. De verwachting baseren wij op de bestaande plannen en het ‘midden scenario’ van Liander. De bovengrens geeft het ‘hoog scenario’ van Liander weer, inclusief bekende plannen
Ambitie 370 MWp
Teruglevering: de impact van hernieuwbare opwek is vanwege het uitsluitend gebruik maken van zon-pv groot. Curtailment is hierin niet meegenomen en vermindert de impact sterk. De belasting van het net door hernieuwbare opwek is het grootst van alle sectoren, maar komt beperkt voor en afschakeling is mogelijk.
Verwachting 288 MWp
Levering: industrie/utiliteiten, woningen en mobiliteit moeten bij elkaar opgeteld worden om de totale impact van levering te bepalen. De vraag naar elektriciteit van de mobiliteitssector en industrie is mogelijk erg groot als de elektrificatietrend doorzet. Leveringszekerheid is van groot belang, waardoor de afschakeling in deze sectoren niet mogelijk is. Onzekerheid (bovengrens) 149 MWp
*curtailment (door AC/DC ratio niet meegenomen)
Onzekerheid (bovengrens) 20 MWp
Verwachting 24 MWp
Onzekerheid (bovengrens) 13,5 MWp
Verwachting 15 MWp
Verwachting 10 MWp
Ambitie 4 MWp Hernieuwbare opwek
Industrie/ utiliteiten
Woningen
Mobiliteit
*Deze slide is een sterk versimpelde weergave van de werkelijkheid. Achterliggende belastingprofielen zijn niet meegenomen in de analyse, waardoor het effect van gelijktijdigheid (vraag en aanbod op dezelfde locatie) niet is weergegeven.
Huidige piekbelasting
Openbaar 21
Een aantal ontwikkelingen is niet zeker, maar heeft mogelijk enorme impact. De ambitie betreffende zon-pv is daarin het grootst Duurzame opwek in 2030: Ambitie: + 370 MWp (bovengrens) • De ambitie van de gemeente telt op tot 532 MWp zon-pv. Liander gaat uit van 450 MWp in het ‘midden scenario’. In 2021 was het opgesteld vermogen 162 MWp. De ambitie is dus 370 MWp zon-pv-vermogen erbij. • Vanwege congestie bij TenneT is er nu al geen transportcapaciteit meer voor extra opwek. Dit is momenteel het meest prangende probleem en door TenneT wordt dit meegenomen in de investeringsplannen die in 2027 worden afgerond. • Bij Liander is er nog wel wat capaciteit, maar niet voldoende voor 532 MWp zon-pv. Wanneer nieuwe capaciteit op 50-70% wordt aangesloten, dan is er nog 185-260 MWp nodig. • Het is nodig om snel duidelijk te krijgen wanneer en waar die capaciteit nodig is, want mogelijk biedt het, nog te realiseren, onderstation Zuidwest onvoldoende capaciteit. • Onderstation Leeuwarden Zuidwest geeft mogelijk 160 MWp aansluitruimte. Nog steeds geldt dat er ook ruimte op het hoogspanningsnet (TenneT) nodig is en dat er voldoende velden beschikbaar zijn om aan te sluiten.
Openbaar 22
Wanneer plannen voor elektrificatie van industrie allemaal doorgang zouden vinden, is een heel extra onderstation aan capaciteit nodig Industrie in 2030: Onzeker: +149 MWp (bovengrens) • De industrie staat de komende jaren een stevige verduurzamingsopgave te wachten. Elektrificatie is een vaak gekozen oplossing, omdat binnen de gemeente Leeuwarden voornamelijk lage- en middentemperatuurprocessen binnen de industrie plaatsvinden. Verduurzaming van enkele grote bedrijven kan leiden tot knelpunten op de onderstations, maar gaat op dit moment nog gepaard met veel onzekerheid. De tienjaarsprognose die momenteel door Liander in de rekenmodellen wordt verwerkt geeft op provinciale schaal meer zekerheid.
Capaciteit [MW]
Huidige e-vraag (alle sectoren) (MWp)
Extra elektriciteitsvraag industrie 2030 (MWp)
Kans (%) midden scenario Liander
OS Leeuwarden
105
72
50
12
OS Schenkenschans
76
32
99
18
Totaal
181
104
149
Station
• Elektrificatie bij de industrie kan enorme impact hebben, maar Liander kan geen extra investeringen doen zonder meer zekerheid van de plannen. Hierdoor ontstaat een kip-ei-situatie: bedrijven komen pas met investeringszekerheid als er capaciteit is en Liander biedt zekerheid inzake netwerkcapaciteit als er zekerheid is inzake investeringen in elektrificatie door bedrijven. • De grootste klanten hebben bij elkaar mogelijk een elektriciteitsvraag die meer dan een verdubbeling van de huidige onderstationcapaciteit vraagt. • Een e-boiler is al snel 5 MW, maar kan ook richting 20 MW gaan. • In communicatie richting bedrijven moet de urgentie en het probleem duidelijk worden: het kan jaren duren voordat er capaciteit is voor de elektrificatie van processen. Openbaar 23
Warmte is de enige mogelijke ‘meevaller’ aangaande capaciteit op het elektriciteitsnet, wanneer warmtenetten gerealiseerd kunnen worden Warmte in 2030: TVW: -11 MWp • De huidige woningkrapte leidt tot een sterke vraag naar nieuwbouwwoningen. Een groot deel hiervan zal all-electric worden, wat effect zal hebben op het elektriciteitsnet. • De transitievisie warmte (TVW) van de gemeente geeft een grote rol aan warmtenetten. De impactanalyse van Liander geeft een prognose voor de elektriciteitsvraag voor warmte van 5 MW in 2030. • Liander gaat in de prognose voor 2030 uit van een hoger aandeel warmte door elektrische warmtepompen, en een verwachting van 16 MW. • Uitbreiding van het warmtenet volgens de TVW betekent een vermindering van 11 MW aan benodigde capaciteit in het net ten opzichte van de gehanteerde prognose. • De prognose richting 2050 van Liander telt op tot 81 MW. Dit kan mogelijk flinke impact hebben op de netten. Het is dus ook van belang om op dit dossier tijdig zicht te hebben op de benodigde elektriciteitscapaciteit.
Warmtenetten Huidige warmtenetten worden gevoed door aardgas en biogas (warmtenet Camminghaburen door WKK op aardgas, en warmtenet de Zuidlanden op biogas en aardgas). Verduurzaming is alleen mogelijk bij grotere beschikbaarheid van hernieuwbare bronnen. Er wordt sterk ingezet op geothermie. Nog onduidelijk is hoe groot de invulling door geothermie in Leeuwarden kan worden. Daarnaast speelt ook de vraag of in de toekomst klanten verplicht kunnen worden om zich aan te sluiten op een warmtenet.
Koppeling elektriciteit, warmte en gas Om van het gas af te kunnen voor warmtevoorziening, moeten duurzame alternatieven beschikbaar zijn. De geothermieputten die momenteel in ontwikkelingen zijn, bepalen in grote mate hoe groot het potentieel is van duurzame warmtenetten in Leeuwarden en in welke mate elektrificatie nodig is om de gebouwde omgeving ‘van het gas af te krijgen’. Als achtervang is er voor geothermie nog wel een flinke gasaansluiting nodig als ‘back-up’. Het is van belang voor de elektriciteitsvraag om duidelijkheid te krijgen over waar welke warmte-invulling komt. Naast warmtenetten speelt ook WKO (Warmte Koude Opslag) een rol in de gemeente Leeuwarden, die mogelijk sterk kan groeien. Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen hebben mogelijk flinke impact op de elektriciteitsnetten. Momenteel is het bijvoorbeeld nog onduidelijk hoe de invulling van de warmtevraag op het Hemrikbedrijventerrein eruit kan gaan zien. Wanneer daar veel elektriciteitsvraag bijkomt, is er grotere noodzaak voor een extra leverpunt van elektriciteit aan de oostzijde van Leeuwarden.
Openbaar 24
Voor mobiliteit is geen aanvullende impactanalyse gedaan, maar een doorvertaling op basis van landelijke prognoses geeft een inschatting van 10 MWp Mobiliteit in 2030: Onzeker: 6 – 13,5 MWp • De provinciale ambitie is om het openbaar busvervoer te verduurzamen, onder andere door elektrificatie. Eventuele concessies op dit gebied voor het ov worden vanuit de provincie geregeld. • De realisatie en de exploitatie van laadinfra in de openbare ruimte voor bewoners en bezoekers is grotendeels bij de concessienemer belegd. • Met de mogelijke invoering van een zero-emissiezone ontstaat ook een vraag naar logistiek laden. • Het aantal voertuigen in 2030 in de gemeente Leeuwarden bedraagt circa 55.000 personenauto’s en 7000 bestelauto’s. De verwachting is dat een deel van de personenauto’s, (bedrijfs)busjes en mogelijk vrachtwagens zal elektrificeren. Hier zit echter nog een zeer grote onzekerheidsmarge als gekeken wordt naar de middellange termijn. • Ten aanzien van personenauto’s gaat Liander in het ‘midden scenario’ uit van 8000 EVs (15% van het totale aantal auto’s). Volgens Liander zijn er in 2030 in Leeuwarden circa 1700 elektrische bestelauto’s te verwachten (24% van het totale aantal bestelauto’s). • Met slim laden kan de piekvraag fors worden gereduceerd.
• Uitgaande van een gemiddelde belasting van 1 kW per personenauto/bestelbus ontstaat er een piekvraag van 10 MWp, met een boven- en ondergrens van 6 en 13,5 MWp.
Bron: ElaadNL outlook personenvervoer 2021, CBS Statline bestelauto’s en expertise Berenschot
Openbaar 25
Het huidige elektriciteitsnet zit op slot Teruglevering van elektriciteit
Levering van elektriciteit
De getoonde kaarten geven de beschikbare aansluitcapaciteit weer voor groot zakelijk verbruik (>3x80 ampère). Grootverbruikers (veel bedrijven(terreinen), hernieuwbare energieprojecten en utiliteiten kunnen hierdoor geen aansluiting krijgen. Voor complete nieuwbouwwijken kan er ook sprake zijn van netschaarste indien deze plannen nog niet bekend zijn bij Liander. Huishoudens en kleinverbruikers ondervinden op dit moment nog geen hinder van netschaarste. Zeer lokaal is er wel sprake van knelpunten bijvoorbeeld door spanningsproblematiek. Kleurcodering: Geen transportcapaciteit beschikbaar Geen transportcapaciteit beschikbaar, congestiemanagementonderzoek wordt uitgevoerd Beperkte transportcapaciteit beschikbaar Transportcapaciteit beschikbaar Openbaar 26
Op alle netvlakken zijn er knelpunten; veel ervan worden richting 2030 opgelost, maar zorgen in de tussentijd voor belemmeringen Netvlak
Huidig
Hoogspanning (TenneT)
•
Te weinig transformatorcapaciteit tussen het 110-kV en 220-kV-net in Friesland bij Oudehaske en Louwsmeer, waardoor netschaarste optreedt voor teruglevering
Richting 2030 •
•
Op basis van de IP 2022 gegevens zien we richting 2030 knelpunten ontstaan als gevolg van duurzame opwek op: • Herbajum – Schenkenschans – Louwsmeer • Bolsward – Rauwerd - Louwsmeer Mogelijk ontstaan er richting 2030 extra knelpunten als gevolg van teruglevering. Waar deze knelpunten ontstaan is onzeker en afhankelijk van de locatie en omvang van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van hernieuwbare opwek
Onderstation (Liander)
OS Leeuwarden belemmeringen door: • zéér beperkte capaciteit op LDN (levering) • geen beschikbaarheid aansluitvelden • geen ruimte in boven- en ondergrond OS Schenkenschans beperkingen door: • ofwel voor levering als teruglevering te beperkte transportcapaciteit • geen beschikbaarheid aansluitvelden
Liander doet in principe investeringen met als doel een toekomstbestendig elektriciteitsnet te realiseren voor de komende tien jaar. De exponentiële versnelling van de energietransitie maakt het behalen van dit doel echter onzekerder, waardoor een zeer sterke groei van zon-pv en/of industrie ervoor kan zorgen dat de huidige beoogde investering in OS Leeuwarden Zuidwest mogelijk onvoldoende is
Middenspanning (Liander)
Bij bedrijventerrein de Hemrik en de Zwette 1-5 zijn momenteel knelpunten aanwezig, doordat er onvoldoende transportcapaciteit is op het middenspanningsnet.
De huidige investeringen (NuLelie) in de middenspanningsnet zijn doelmatig, waardoor de problematiek wordt opgelost. Echter, het probleem verplaatst zich naar het onderstationsniveau, met als gevolg dat de huidige knelpunten blijven bestaan, maar alleen een andere oorzaak hebben
Laagspanning (Liander)
• •
Knelpunten in de wijk Zuidlanden, doordat er lange uitlopers in het LS-net aanwezig zijn. Dit in relatie tot de vele zonnepanelen die op daken liggen/komen Ook in omliggende dorpen is er sprake van spanningsproblematiek
Door de sterke groei van zon-pv op daken is de verwachting dat spanningsproblematiek vaker op gaat treden in het laagspanningsnet. Waar dit plaats gaat vinden is niet te voorspellen
Openbaar 27
Hoofdstuk 2
Verdieping: hoe ontwikkelt de energietransitie zich in Leeuwarden? • Antwoord op de verdiepende vragen • Energie-infrastructuur en netschaarste
Openbaar 28
Conclusies en aanbevelingen omtrent energie-infrastructuur en netschaarste ter beantwoording van de verdiepende vragen Conclusies
Aanbevelingen
• Onderstations Schenkenschans en Leeuwarden lopen tegen hun grenzen aan als gevolg van capaciteitstekorten en te weinig beschikbare velden of een combinatie hiervan. Er is weinig tot geen ruimte voor nieuwe aansluitingen.
• Houd rekening met blijvende netschaarste door versnelling van de energietransitie en mogelijke vertraging van netinvesteringen door materiaalschaarste en arbeidstekorten. Prioriteer zaken waarop de gemeente invloed kan uitoefenen wanneer nodig.
• Een nieuw onderstation ‘Leeuwarden Zuidwest’ is opgenomen in de planning, maar biedt mogelijk onvoldoende soelaas voor het realiseren van de gemeentelijke ambities evenals het accommoderen van de plannen voor elektrificatie van de industrie als deze allemaal doorgang zouden vinden. Er lijkt ook in het oosten van Leeuwarden extra capaciteit nodig. • Een zo snel mogelijke bouw van het 110-kV-station Leeuwarden Zuidwest is cruciaal om de impact van netschaarste te beperken. Totdat dit onderstation gerealiseerd is (2026/27), moeten alle mogelijke incrementele oplossingen onderzocht worden. Gegeven huidige ambities is daarbovenop bovendien méér capaciteit nodig. • Er is momenteel netschaarste voor teruglevering door te weinig transformatorcapaciteit om duurzame energie van het Friese 110 kV-net naar het landelijke 220 kV-net te transporteren. Het plaatsen van extra transformatoren is noodzakelijk. • Het middenspanningsnet lijkt tot 2035 voldoende verzwaard te zijn door de uitvoering van NuLelie. Versnelling van de energietransitie bovenop de huidige plannen zou ervoor kunnen zorgen dat er voor 2035 knelpunten ontstaan in het middenspanningsnet.
• Blijf inzetten op alternatieve oplossingen, ook al kunnen deze oplossingen netschaarste maar gedeeltelijk voorkomen. Mogelijke oplossingen en maatregelen voor knelpunten buiten netverzwaring kunnen gevonden worden via diverse routes, zoals bijvoorbeeld de pilot met energie uitwisseling op bedrijventerrein de Zwette. • Stimuleer alternatieve oplossingen door het opzetten van een gezamenlijk (inhoudelijk) projectteam van Liander en de gemeente Leeuwarden, dat hiermee aan de slag gaat. • Verken mogelijkheden voor het versnellen van vergunningverlening voor netinvesteringen en stel scherpere eisen aan vergunningen voor hernieuwbare opwek en (nieuwe) bedrijven (bijvoorbeeld meer curtailment, verplichting van flex, zon-pv op dak voor 2026). • Verken de mogelijkheden van alternatieve energiedragers. Na 2030 kan waterstof mogelijk uitkomst bieden voor netschaarste. Stimuleer groengasproductie gezien de grote potentie van de provincie.
• Versnelling van de energietransitie, een tekort aan arbeidskrachten en materiaal kunnen voor meer knelpunten/netschaarste zorgen. Openbaar
Op korte termijn is netschaarste onontkoombaar; netverzwaringen en alternatieve oplossingen/energiedragers zijn belangrijk Energievraag en -aanbod
Realisatie investeringen in energie-infrastructuur Ambities gemeente lopen gevaar door blijvende netschaarste
B C
Potentiële knelpunten
A
A.Sneller, meer infrastructuur realiseren B. Slimme keuzes om infrabehoefte te verminderen C. Programmeren/ prioriteren netwerkuitbreidingen
Ontwikkeling energietransitie Situatie (huidige stand van zaken): Knelpunten
- Liander tot circa 2026/2027, mits fase 1 en 2 worden uitgevoerd - TenneT tot circa 2027
Tijdslijn Op korte termijn zijn knelpunten onontkoombaar
Mogelijk nog steeds knelpunten
Maximaal inzetten alternatieve oplossingen noodzakelijk door andere partijen/bedrijven te betrekken
Tempo energietransitie bepaalt benodigde investeringen
Versnellen van geplande investeringen door als gemeente een faciliterende rol aan te nemen
Maak plannen binnen de gemeente concreet zodat Liander op de toekomst kan anticiperen
Knelpunten
voorbeeld directe acties
Zorg dat windenergie onderdeel uitmaakt van hernieuwbare opwek en vraag ontwikkelaars plannen tijdig te melden bij Liander Lobby voor landelijke kaders omtrent verantwoordelijkheid, en mandaat. Bijv. om meer regie bij gemeenten en oplossingen door netbeheerders toe te staan Neem als gemeente het netwerkvraagstuk mee bij de ruimtelijke planning en ordeningsvraagstukken
voorbeeld indirecte acties Openbaar
In dit hoofdstuk wordt informatie gegeven ter directe en indirecte beantwoording van de volgende verdiepende vragen Wat zijn de mogelijke consequenties van deze1) knelpunten? Wat zijn mogelijke oplossingen voor deze knelpunten? Kunnen flexibiliteit, opslag en conversie uitkomst bieden om knelpunten (op korte termijn) te verhelpen? Zijn er meer onderstations nodig?
p.32 p.33-36, 38 p.33
Welke investeringen en ruimtebeslag hoort bij de verschillende oplossingsrichtingen?
p.36-37
Welke overige instrumenten en maatregelen kunnen een oplossing bieden voor eventuele knelpunten, zoals opslag of slimme netwerken. Zijn er realistische duurzame alternatieven die deze sectoren kunnen aanwenden?
p.38-39
Is er onderscheid te maken tussen ‘no-regret’ en concrete ontwikkelingen enerzijds, en optionele of onzekere investeringen anderzijds, zodat de gemeente Leeuwarden en Liander zicht hebben op de ontwikkelingen binnen de gemeente Leeuwarden. Belangrijk is of ze weten wat de eventualiteiten daarin zijn en hierop kunnen acteren?
p. 22-26
Zijn de geplande investeringen van TenneT hierop voldoende aangesloten?
p.33
1. Knelpunten zoals benoemd op pagina 27 Openbaar 31
De knelpunten zorgen ervoor dat er niet meer ruimte is voor hernieuwbare energie en weinig ruimte is voor nieuwe aansluitingen Netvlak
Knelpunt
Hoogspanning (TenneT)
• • •
Onderstations capaciteit (Liander)
Te weinig transformatorcapaciteit tussen het 110-kVnet en 220-kV-net in Friesland, waardoor netschaarste optreedt voor teruglevering. Te weinig transportcapaciteit op de verbinding van Herbayum (Franeker) naar Louwsmeer (Tytsjerk), als gevolg van grote hoeveelheden duurzame productie. Te weinig transportcapaciteit op de verbindingen tussen Bolsward, Rauwerd, en Louwsmeer, als gevolg van grote hoeveelheden duurzame productie.
Knelpunten OS Leeuwarden door: • zéér beperkte capaciteit op LDN (levering) • geen beschikbaarheid aansluitvelden • geen ruimte in de boven- en ondergrond Knelpunten OS Schenkenschans: • zowel voor levering als teruglevering te beperkte transportcapaciteit • geen aansluitvelden beschikbaar
Voor wie heeft het consequenties?
Voorbeelden van impact
Gemeente, projectontwikkelaars
• • •
Gemeente, projectontwikkelaars, bedrijven, utiliteiten
• • • • •
Middenspanning: (Liander)
Gemeente, mkb utiliteiten, burgers
Laagspanning: (kwalitatief/generiek)
Gemeente, mkb, utiliteiten, burgers
• •
Grootschalige zonnestroomprojecten stagneren. Voorbeelden zijn Kempenaersreed, Stiens, Leechlan Gemeentelijke plannen en ambities kunnen niet gerealiseerd worden Projectontwikkelaars kunnen geen hernieuwbare opwekprojecten realiseren
Verduurzaming van bedrijven door elektrificatie wordt niet doorgezet. Toekomstige investeringen zullen gericht zijn op (duurzaam) gas Nieuwbouwwijken kunnen mogelijk niet worden aangesloten. Nieuwbouwwijken krijgen wel voorrang Bedrijventerreinen kunnen niet uitbreiden, bijvoorbeeld Zwette V, bedrijventerrein Hemrik Nieuwe bedrijventerreinen kunnen niet worden gerealiseerd, bijvoorbeeld Zwette VI Verduurzaming van bestaande utiliteiten zet niet door. Nieuwe utiliteiten kunnen niet (aardgasvrij) worden gerealiseerd.
Afschakelende zonnepalen op woningen Geen laadpalen verkrijgbaar
Openbaar 32
NuLelie, onderstation Zuidwest en extra trafo’s bij TenneT lossen huidige knelpunten op, maar zijn mogelijk onvoldoende voor 2030 Netvlak
Knelpunten
Hoogspanning (TenneT)
•
Onderstation (Liander)
Knelpunten OS Leeuwarden door: • zéér beperkte capaciteit op LDN (levering) • geen beschikbaarheid aansluitvelden • geen ruimte in de boven- en ondergrond Knelpunten OS Schenkenschans • zowel voor levering als teruglevering te beperkte transportcapaciteit • geen aansluitvelden beschikbaar
Middenspanning (Liander)
•
•
• •
Laagspanning (Liander)
• •
Te weinig transformatorcapaciteit tussen het 110-kV-net en 220-kV-net in Friesland, waardoor netschaarste optreedt voor teruglevering Te weinig transportcapaciteit op de verbinding van Herbayum (Franeker) naar Louwsmeer (Tytsjerk), als gevolg van grote hoeveelheden duurzame productie
Oplossingen & Acties •
Het plaatsen van extra transformatoren tussen het 110-kV-net en 220-kV-net bij Oudehaske en Louwsmeer. De investeringen worden in het IP van 5 juli 2022 verwacht in 2027 te zijn afgerond. Dit is gebaseerd op een zo realistisch mogelijke planning. Dit sluit helaas niet aan op de ambities van de gemeente. Het uitvoeren van geplande investeringen zorgt voor extra capaciteit in het hoogspanningsnet.
•
Er wordt vermogen weggehaald door regelstations boven Leeuwarden over te zetten op OS Dokkum in 2024. Dit levert circa 17 MVA op. Dit is nu al onvoldoende door huidige klantvragen Bezig met studie (2022/2023) omtrent aanvullende capaciteit (bijvoorbeeld vierde onderstation (Louwsmeer)) Het realiseren van onderstation Leeuwarden Zuidwest. Verwachte ingebruikname is 2026-2027.
• •
Om het net toekomstbestendig te maken, voert Liander het project NuLelie uit. De wijk Middelsee/Zuidlanden en de noordwest ring richting het stadion van Cambuur/noordwestelijke deel van de Zwette hebben prioriteit Bedrijventerrein de Hemrik Bedrijventerrein de Zwette 1-5
Capaciteitsproblemen worden opgelost door uitvoering van het NuLelie-programma (naar verwachting afgerond in 2026). • Eerste deel qua uitbreiding in uitvoering, klaar juni 2022. Hierdoor vervallen acht transportbeperkingen • Tweede deel 2024 klaar. Er is echter een knelpunt ontstaan op OS Leeuwarden, waardoor bedrijventerrein de Hemrik weer op slot zit • Als het nieuwe onderstation aan de zuidwest kant klaar is, is er circa 160 MVA beschikbaar. Schenkenschans verplaatst capaciteit naar nieuwe onderstation • In periode totdat NuLelie is uitgevoerd in samenspraak met marktpartijen, gemeente, bedrijven zowel mogelijk flexibiliteit proberen te realiseren.