Rapport Leeuwarder Ondermijning
Tekst van het document
In het kader van de ondermijningsaanpak bestaat de ambitie om (vaker dan thans) integrale controles en handhavingsacties op te zetten. Dergelijke actie laat zien wat er (op uitgekozen locaties) aan de hand is. Dat verschaft inzicht, los van de vraag wat wordt aangetroffen. Bij het opzetten van dergelijke acties vervullen OOV-ambtenaren en politiespecialisten een trekkersrol, waarbij ze (bij groter opgezette acties) kunnen worden ondersteund door het RIEC. 50
Zie: Intentieverklaring Friese Norm Gezamenlijke aanpak van georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit, Juli 2022. 51 Het betreft het zogenoemde Criminaliteitsinterventiegroep. 52 In 2022 zijn er twee sluitingen opgelegd vanwege illegale prostitutie en twee in 2023 (tot juni 2023).
51
Op 16 juni 2022 werden bijvoorbeeld dertien bedrijven gecontroleerd in de Vlietzone. Behalve de politie en de gemeente werkten de Douane, Nederlandse Arbeidsinspectie en Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit mee. Er werden zogenoemde “kluiskasten” aangetroffen (die kunnen worden gebruikt om contant geld op te slaan), professionals stuitten op signalen van een illegale loterij, er werd versnijdingsmiddel voor harddrugs aangetroffen en een gebruikershoeveelheid hasj. Ook werden overtredingen van de Arbeidstijdenwet geconstateerd en werd op enkele locaties een onhygiënische werkomgeving aangetroffen. Voorts werd brandonveiligheid vastgesteld, net als activiteiten die in strijd zijn met de vergunning. Tot slot werden gestolen fietsen en scooters aangetroffen. Een maand eerder, namelijk op 14 mei 2022, werd op een andere manier uitgezocht wat er speelt op een risicolocatie. Gemeenteambtenaren en ondernemers voerden namelijk een schouw (een visuele controle vanaf de openbare weg) uit op bedrijventerrein de Hemrik. Het volgende werd waargenomen: veel indicaties voor illegale bewoning; mogelijk een illegale kroeg; indicaties voor illegale bebouwing; en op een perceel mogelijk illegale prostitutie en bewoning. Voorts viel op dat de garageboxen aan de Aldebaranweg nagenoeg uit het zicht liggen, afgeschermd met een elektronisch hek.
Ondernemers dringen er bij de gemeente op aan om gestalte te geven aan controle én daadwerkelijke handhaving, omdat illegale omstandigheden daar om vragen. Op 2 februari 2023 werd een integrale controle uitgevoerd op de Willem Loréstraat.53 Er werd onder meer 1,55 kg waterpijptabak en 200 stuks sigaretten in beslaggenomen. Deze waren niet voorzien van een accijnszegel. Er is proces-verbaal opgemaakt. Ad b.) Het MOL: veel meer dan overlast-reductie Het Meldpunt Overlast Leeuwarden (MOL) doet in de praktijk veel meer dan overlast-reductie. Jaarlijks ontvangt het MOL veel meldingen (1.557 in 2022), als opmaat tot talrijke uitgezette acties (9.534 in 2022). Achter een ruime categorie overlastmeldingen gaan (slepende) kwesties schuil met sociale en/of criminele problematiek. Het gaat daarbij óók om zware en/of urgente casus, waarbij op korte termijn iets moet gebeuren, omdat de zaken anders - in uiteenlopende gradaties - uit de hand (dreigen te) lopen. Meer en meer stuit het MOL op complexe problematiek. Het MOL-team verwerkt binnenkomende informatie, bouwt dossiers op, zet binnen en buiten de gemeente vragen uit en organiseert actie. De medewerkers hebben korte lijnen met de politie, zoals wijkagenten.
De acties die worden ingezet lopen uiteen: van een tamelijk snelle oplossing (via een telefoongesprek of zogenoemd stopgesprek), via de op- of doorstart van een zorg- of hulptraject tot aan corrigerende bestuurlijke maatregelen. Bijvoorbeeld in het kader van het Damocles-beleid of op basis van de Wet aanpak woonoverlast. Preventie, zorg en handhaving worden gecombineerd. Het MOL krijgt beduidend vaker te maken met ‘stakkers’ dan met ‘rakkers’. De stakkers kunnen behoefte hebben aan zorg of ondersteuning, maar activering of correctie kan (ook) nodig zijn. Bijvoorbeeld als mensen zaken op hun beloop laten of zich onverschillig tonen, met verwaarlozing (persoonlijk en van de woning), overlast of schulden als gevolg. Anderen gedragen zich letterlijk asociaal, al dan niet in combinatie met criminele praktijken. In dat geval is (ook) handhaving geboden. Dossiers kunnen onder meer worden doorgezet naar het maatwerkoverleg, als opmaat tot sociale interventies, bijvoorbeeld door Amaryllis die jongerenwerkers of (specialistische) zorg in kan zetten. Een dossier kan ook worden geagendeerd voor het drugspandenoverleg, hetgeen mogelijk uitmondt in sluiting van een woning. Ook kan een verslaafde worden aangetroffen die ontoereikende zorg ontvangt en/of die onveilig wordt gehuisvest.
Onder zulke omstandigheden staat richting de overlastgever al snel hulp centraal, terwijl kritische vragen (moeten) worden gesteld aan de zorgaanbieder en 53
De volgende instanties voerden de controles uit: Douane, Nederlandse Arbeidsinspectie, Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Politie Noord-Nederland, waaronder het basisteam en CIG, Handhaving en de gemeente Leeuwarden, waaronder de afdeling Bouw & Milieu en Juridische & Veiligheidszaken.
52
(particuliere) verhuurder. De lange stroom meldingen en daarop gebaseerde dossieropbouw geven belangrijke en soms diepgaande inzichten in de rauwe, hulpbehoevende en/of criminele aspecten van het leven in Leeuwarden. Het resulteert onder meer in dossiers die op het bureau belanden van aanjagende OOVambtenaren en JZ-juristen. Ze zoeken - net als MOL-medewerkers - een geschikt overleggremium en trachten door te drukken, zodat de melding uitmondt in actie. Daarbij vallen successen en tegenvallers te noteren. Al is een concreet MOL-dossier op zich nuttig, want de verzamelde inzichten leren veel over de kwetsbare kant van Leeuwarden. Ad c.) Drugspanden: drugs en meer dan dat Er bestaat in Leeuwarden al jarenlang een gestructureerde aanpak van zogenoemde drugspanden. Dit is ooit gestart als reactie op klassieke dealpanden. Dat waren panden waar dealers, met een drugsvoorraad, kleine hoeveelheden drugs verkochten aan een stroom (verslaafde) klanten. Met politieacties werd hiertegen opgetreden: klanten afvangen en verhoren, om vervolgens het pand in te gaan, op zoek naar drugs en dealers. Dit is door de tijd ingehaald. Het vergt (te) veel capaciteit en drugsklanten leggen niet (meer) zo snel een verklaring af. De drugshandel is vandaag de dag gedelegeerd naar uitvoerende loopjongens. Dat zijn katvangers.
Of de handel heeft plaats vanuit de woning van een drugsverslaafde; deze verkoopt zelf of wordt overlopen door criminele loopjongens die zijn of haar woning benutten voor drugshandel. De term drugspand (in plaats van dealpand) wordt gehanteerd, omdat het bij een woning met drugsoverlast niet per se gaat om (systematische) drugshandel. Er zijn ook panden (bijvoorbeeld gehuurd door een drugsverslaafde) met aanloop, gebruik en overlast van drugsverslaafden of drugsgebruikers. Drugspanden worden besproken in het zogenoemde periodieke drugspandenoverleg: een overlegvorm van juristen (cluster JZ), MOLmedewerkers en politiemensen. In dit overleg wordt de situatie in en rondom een pand beoordeeld. Dit kan uitmonden in een traject waarbij een pand wordt gesloten. Handhaving is zeker niet de enige optie. Als personen worden aangetroffen die behoefte hebben aan ondersteuning of zorg, kan dat worden opgestart. Bijvoorbeeld schuldhulpverlening. Dit vergt het vermogen om te schakelen tussen interventies en afdelingen. Tevredenheid over wat lukt en zorgen over wat (vooralsnog) blijft liggen, vechten om voorrang. Wat overeind blijft, is dat de aanpak van drugspanden ervoor zorgt dat straatinformatie over nijpende casus naar een besluitvormingsgremium wordt getild, met mogelijkheden tot actie.
Ad d.) Een vierhoeks-coalitie rondom het toezichtmodel Er wordt - in het kader van het zogenoemde toezichtmodel - in een samenwerkingsverband opgetreden in centrale delen van de stad met geconcentreerde criminaliteit, met name drugscriminaliteit en vermogenscriminaliteit. Al doende is - naast enkele private partners - een vierhoeks-coalitie ontstaan tussen politie (agenten op straat en specialisten van de criminaliteitsinterventiegroep), boa’s, OOV-ambtenaren en JZ-juristen. Straatinformatie wordt doorgezet naar het beleidsniveau, zodat in beleidskringen doorklinkt wat zich afspeelt op straat. Dit heeft de sociaal-criminele problematiek in met name de Vlietzone geagendeerd. Straat-professionals merken geregeld dat hun informatie resulteert in actie. Bij een werkbezoek lieten boa’s ongevraagd weten dat ze tevreden zijn over maatregelen die – gevoed door hun informatie – worden getroffen door handhavingsjuristen. Het toezichtmodel bestrijkt het stationsgebied, de binnenstad en enkele belendende gebieden, zoals de Schrans en de Vlietzone. Op straatniveau worden veiligheidsprofessionals ingezet: agenten, boa’s, particuliere beveiligers en toezichthouders van OV-bedrijven. Via briefings en (operationele) overlegvormen wordt richting gegeven aan toezicht en handhaving. In het oorspronkelijke kerngebied (stationsgebied en binnenstad) zijn - los van golfbewegingen - de overlast 53
en vermogensdelicten teruggedrongen (maar niet verdwenen). Dit ging gepaard met geografische verplaatsing richting Schrans en Vlietzone. Het toezicht volgde deze beweging. De drugshandel sterkte zich ook uit naar deze locaties, al lijkt het daarbij niet te gaan om verplaatsing, maar om expansie: meer drugshandel, ook door andere dadergroepen. Straat-professionals hebben de problematiek zien veranderen. Ze zien winkels met verdachte praktijken, zoals vermoedelijke drugshandel of heling, net als zogenoemd windhappen: zaken met veel minder klanten dan nodig is om uit de kosten te komen. Ook merken ze dat soms (in korte tijd) ineens door één (rechts)persoon panden en/of bedrijfjes worden overgenomen, ook zonder dat ze affiniteit lijken te hebben met Leeuwarden. Dit roept vragen op, zeker als dit gepaard gaat met windhappen. Professionals stuiten op (verslaafde) personen met psychische problemen c.q. verward gedrag. Steeds vaker treffen ze mensen aan die in de problemen raken door het gebruik van ‘zware’ drugs, zoals crack en GHB. Bij ons werkbezoek wordt tijdens de briefing gewezen op een onberekenbare jongeman die methamfetamine gebruikt. Door jarenlange observaties en talrijke feitelijke constateringen hebben straat-professionals een scherp zicht gekregen op de criminele wereld, ook buiten het werkgebied van het toezichtmodel.
Ze herkennen criminele personen, groepjes en netwerken. Het betreft niet alleen drugscriminelen, maar ook vermogenscriminelen, al is het maar omdat deze misdaadvormen door een categorie wordt gecombineerd. Straatprofessionals kennen panden met verdachte praktijken en wijzen op huurcomplexen met overlast, geweld en drugscriminaliteit. De straatinformatie is haast overweldigend, zo merkten we bij een werkbezoek. Non-stop attenderen agenten of boa’s op verdenkingen, harde feiten of realistische vermoedens, waarbij wordt gewezen op auto’s (en de inzittenden), drugshandelaren, dieven, panden waar mensen onder “zielige” omstandigheden leven en dekmantelbedrijfjes. Dit strekt zich uit tot Bilgaard, de Vrijheidswijk en bedrijventerrein de Hemrik. Meer en meer resulteert straatinformatie in actie, zoals bestuurlijke maatregelen of controles. Dit is positief. Alle straatinformatie over criminaliteit en over (sociale) misstanden stemt respondenten echter ook onrustig of ongeduldig. Er is meer nodig dan nu gebeurt, zo luidt de boodschap. 4.5
Afsluiting
Ondermijning en breder het gemeentelijke veiligheidsvraagstuk staan op de beleidsagenda. Dit komt tot uitdrukking in het huidige coalitieakkoord en in een breed opgezet programma om (diepe) sociaalcriminele problemen in Leeuwarden-Oost programmatisch aan te pakken. Het besef dat veiligheid ertoe doet, als een volwaardig element van het lokaal bestuur, is vooruitgang. De stap van beleidskaders naar nadere planvorming en vervolgens uitvoering loopt vast op de huidige organisatorische kaders, met personele krapte. Alvorens uitvoering mogelijk is, bestaat behoefte aan invoering: de veiligheidsorganisatie bemensen en positioneren, zodat ze de sociaal-repressieve aanpak van ondermijning kunnen aanjagen, niet alleen in Leeuwarden-Oost.
54
Hoofdstuk 5 Samenvatting en aanbevelingen Inleiding In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen beantwoord. Paragraaf 5.1 gaat in op de criminele gelegenheidsstructuren en paragraaf 5.2 beschrijft belangrijke ondermijnende fenomenen in Leeuwarden. Paragraaf 5.3 geeft antwoord op de vraag over de gemeentelijke aanpak van ondermijning. Tot slot worden (in paragraaf 5.4) aanbevelingen geformuleerd. 5.1
Criminele gelegenheidsstructuren
Er zijn situationele omstandigheden die resulteren in criminele kansen. Leeuwarden vervult, als centrumgemeente, een regiofunctie. Ten opzichte van de Leeuwarder status is het inwonertal bescheiden, met ruim 127.000 inwoners. Dit basale gegeven heeft consequenties, want de formatie en begroting worden begrensd door het aantal inwoners. Dit werkt door in de gemeentelijke veiligheidsorganisatie, waaronder een team van drie OOV-ambtenaren met ondermijning als één van de vijftien taken. Bijzondere lokale omstandigheden resulteren in omvangrijke criminele kansen en in een zware opdracht bij de ondermijningsaanpak. Vijf wijken in Leeuwarden-Oost - namelijk OudOost; Heechterp-Schieringen; Camminghaburen; Bilgaard-Havankpark en de Vrijheidswijk - kampen met een optelsom van sociaaleconomische kwetsbaarheden. Het gebied telt veel sociale huurwoningen en particuliere huurwoningen. Er wonen veel (jonge) mensen met een laag opleidingsniveau en/of met een zorgbehoefte. Met name in Oud-Oost zijn de woningen of kamers klein, opereren huisjesmelkers en is er erg weinig leefruimte, met ruim 8.000 inwoners per vierkante kilometer. In Leeuwarden-Oost maken criminelen en opportunisten misbruik van de kwetsbare positie van bewoners. Er worden drugs verkocht, er wordt veel geld gevraagd voor slechte woningen of kamers en er wordt ontoereikende of niet-effectieve zorg verleend.
Kwetsbare personen worden klemgezet. Ondermijning is daarmee ook (en vooral) een sociaal probleem: criminelen en opportunisten benutten of verergeren de sociale problemen. De gemeente Leeuwarden telt 36 officiële kernen en de oppervlakte bedraagt alles bij elkaar 256 vierkante kilometer. Het buitengebied telt afgeschermde panden: agrarisch vastgoed (boerderijen, schuren en stallen) en bedrijfspanden, onder meer op kleine bedrijventerreinen. Dit is geschikt voor criminelen die zoeken naar anonieme panden. Leeuwarden krijgt te maken met criminele olievlekwerking. In de jaren negentig was de (open) drugsscene sterk geconcentreerd in het stadcentrum, namelijk op de Weaze (met raamprostitutie) en omgeving. Het was de logische plek van drugshandelaren en van (verslaafde) drugsklanten, zoals ‘junkies’ en prostituées. De drugsproblematiek verspreidde zich over de stad: geografische olievlekwerking. Verslaafden en drugsdealers werden meer en meer gehuisvest in Leeuwarden-Oost. In sociale huurwoningen, in panden van huisjesmelkers en bij zorgaanbieders. Een categorie huisjesmelkers werkt samen met zorgaanbieders, want kwetsbare zorgcliënten worden onder andere in hun panden gehuisvest. Sociale verloedering ligt op de loer of tekent zich af in een steeds groter deel van de stad, met name op en rondom de Vlietzone en in Oud-Oost.
Tegelijkertijd vinden personen uit Bilgaard en de Vrijheidswijk aansluiting bij de drugswereld: als klant en/of als dealer. Er treedt ook sociale olievlekwerking op, want drugscriminaliteit oefent aantrekkingskracht uit. Het is een manier om geld te verdienen. Een categorie heeft criminele inkomsten nodig om te overleven, terwijl het voor anderen een manier is (of lijkt) om snel inkomsten en bezittingen te bemachtigen. Het misdaadgeld lonkt en dat werd lang onderschat. Er treedt ook criminele olievlekwerking op. Drugscriminaliteit hangt namelijk samen met (en versterkt) andere vormen van 55
criminaliteit. Het resulteert onder meer in witwassen, als basis voor investeringen in de bovenwereld. Fysieke kenmerken resulteren in een criminele sub-infrastructuur. De verbindingen zijn goed over de weg, het water en het spoor: richting Nederlandse steden (ook in de Randstad), naar zeehavens (in Noord-Nederland) en naar het buitenland, richting Duitsland en Scandinavië. Drugscriminelen uit de Randstad of uit Zuid-Nederland weten Leeuwarden of Friesland te vinden. Omgekeerd zijn criminelen uit Leeuwarden bovenlokaal actief, onder meer door heel Friesland en in de provincie Groningen. Mobiele drugshandelaren (uit Leeuwarden) opereren in de regio rondom Leeuwarden en door het land heen. Criminele drugsnetwerken uit de Randstad waren en zijn actief in Leeuwarden. Er worden over de weg, per vrachtwagen of in busjes drugs uitgevoerd naar het buitenland, onder meer richting Duitsland en naar Scandinavië. In de toplaag van de criminele drugswereld bestaan contacten tussen netwerken in de Friese en Leeuwarder onderwereld en die in Zuid-Nederland, in het bijzonder Noord-Brabant. De precieze betekenis van de zeehavens in NoordNederland (waaronder de haven in Harlingen) en van de vele jachthavens in en rondom de gemeente Leeuwarden voor de drugscriminaliteit is onduidelijk.
Het is - ondanks één spraakmakende casus met een Urker kotter met cocaïne - in de kern een blinde vlek, al staat vast dat de gebrekkige informatie, het lage niveau van de publiek-private beveiliging en de gesloten wereld van de visserijsector criminele kansen bieden. Leeuwarden telt talrijke jachthavens en jachtwerven. Jachthavens zijn ontmoetingsplaatsen, ook voor criminelen. Het zijn (in hoogtij-maanden) locaties met (veel) potentiële klanten voor drugshandelaren. Criminele netwerken uit Leeuwarden benutten, tot slot, de anonimiteit in het Friese buitengebied. Dat is dunbevolkt. Criminelen vinden buitenaf bijna vanzelf wat ze zoeken, namelijk mogelijkheden om criminele praktijken af te schermen. De sociaaleconomische situatie creëert criminele gelegenheidsstructuren. In de gespreksronde en in geschreven bronnen wordt onderstreept dat veel personen en gezinnen in Leeuwarden (over generaties heen) kampen met armoede. Bovendien is de economische welvaart in Friesland meer aanwezig in het buitengebied dan in stedelijk Leeuwarden. Voor mensen die leven rond het sociaal minimum is Leeuwarden een aantrekkelijke woonplaats vanwege de sociale ondersteuning en dienstverlenende opstelling. Armoede is in Leeuwarden een stevig probleem, ook in relatieve zin, want in 2008 kopt Binnenlands Bestuur: “Armste buurt blijft in Leeuwarden”. Het betreft op dat moment de Vrijheidswijk-West.
Meer recente CBS-cijfers zijn iets minder ongunstig, al onderstrepen ze de lokale armoede. In 2020 zet het CBS - wat betreft het percentage huishoudens met een laag inkomen - Leeuwarden met een score van 10,8 procent op plak acht van alle Nederlandse gemeenten. In 2020 kampten 8,6 procent van de huishoudens in Leeuwarden met energiearmoede. Armoede staat niet op zich, want het gaat vaak gepaard met financiële problemen, met (overlast van) criminaliteit en met een slechte gezondheid. De combinatie van armoede, criminaliteit en ongezondheid komt in kwetsbate wijken (zoals in Leeuwarden-Oost) tot uitdrukking in de normalisatie van drugsgebruik en in de continue aanwezigheid van dealers. Er is in Leeuwarden door particuliere eigenaren geïnvesteerd in (verbouwingen van) goedkoop vastgoed. Dit biedt kansen om geld wit te wassen. Bijvoorbeeld door bij aan- en verkopen een deel van de betaling contact te laten verlopen. Opgebouwde vastgoedportefeuilles bieden vervolgens de mogelijkheid om het vermogen (in de bovenwereld) uit te bouwen. Het onderscheid tussen ‘witte’ en ‘foute’ geldstromen vervaagt of valt niet te maken. Woonruimte is schaars en kan daardoor een pressiemiddel zijn richting huurders in een afhankelijke positie, zoals 1.) personen uit de drugsscene (gebruikers/verslaafden); 2.) zorgcliënten; 3.) ex-gedetineerden en 4.) arbeidsmigranten.
De kansenstructuur voor zorgfraude is in het hele land riant, want het is eenvoudig om actief te worden als zorgaanbieder en er is weinig formatie beschikbaar voor rechtmatigheidstoezicht. In 56
Leeuwarden-Oost wordt veel zorg geleverd: Wmo-zorg en jeugdhulp, plus Wlz-zorg en forensische zorg. Er bestaan bij respondenten zorgen over het koppelen van zorg en wonen in panden van huisjesmelkers. Voor enkele risicobranches geldt dat Leeuwarden een bovengemiddeld aantal vestigingen telt, namelijk telefoonwinkels; fitness/sportscholen; cafetaria’s, lunchrooms, snackbars; en cafés. De gemeente Leeuwarden telt twee grote bedrijventerreinen met elk ongeveer vierhonderd bedrijven en enkele kleinere terreinen of locaties. Op de (twee grote) bedrijventerreinen is er oog voor veiligheid en veiligheidsbeleid, al wordt met name gelet op geregistreerde criminaliteit en overlast. Ondermijning staat nog niet scherp op het netvlies. Als door een ‘ondermijningsbril’ naar de bedrijventerreinen wordt gekeken, valt op dat criminele of illegale praktijken kunnen gedijen, onder meer door afgeschermde panden en boxen en het lage niveau van toezicht en controle. Dat biedt mogelijkheden voor onder andere criminele ontmoetingen, drugscriminaliteit en illegale bewoning. Experts zien in Friesland (inclusief Leeuwarden) grootschalige en georganiseerde drugsproductie, inclusief samenwerking van lokale criminelen met criminele netwerken uit de Randstad of uit NoordBrabant. Dit veroorzaakt een opsporingsspagaat.
De bovenlokale (regionale en nationale) drugscriminaliteit krijgt prioriteit en op basis van beschikbare informatie (onder andere via gekraakt crimineel berichtenverkeer) zijn daarover opsporingsindicaties beschikbaar. Er zijn tegelijkertijd vermoedens of verdenkingen omtrent (meer) lokale criminele praktijken. Er is bij politie en justitie echter weinig ruimte voor lokale opsporing. 5.2
Ondermijnende praktijken
De top-3 met ondermijnende praktijken volgt het landelijke (en stedelijke) patroon, namelijk drugsproductie (met name hennepteelt), drugshandel en misstanden met vastgoed. Hennepteelt groeit in Leeuwarden in de jaren tachtig uit tot een belangrijk crimineel verdienmodel. Dit verloopt deels langs een geijkt Nederlands patroon, namelijk als een staaltje van zelfredzaamheid voor volkse (autochtone) criminele netwerkjes. In wijken met hennepcriminelen nemen het geweld en de overlast af, want de belangen komen anders te liggen. Hennepinkomsten worden beschermd en de politie wordt bij voorkeur op afstand gehouden. Het valt op dat (een categorie) kwekerijen al ‘vroeg’, namelijk vanaf de jaren negentig, professioneel worden aangelegd. De criminele know how was en is daartoe aanwezig. Dit legde de basis voor lokale drugsproductie én voor bovenlokale criminele contacten en praktijken. In en rondom Leeuwarden zijn personen en netwerkjes actief als zogenoemde hokkenbouwers, gespecialiseerd in de aanleg van hennepkwekerijen. Criminele netwerken zochten en zoeken naar locaties waar een hennepkwekerij kan worden geïnstalleerd. Er lijkt wat dat betreft niet een echte voorkeur voor een klein pand (met een bescheiden kwekerij) of juist voor een grote(re) afgeschermde kwekerij, bijvoorbeeld in een bedrijfspand of agrarisch object.
Er worden bescheiden kwekerijen opgerold in Leeuwarden en (hele) grote; ook buiten Leeuwarden, maar met betrokkenheid van Leeuwarder criminelen. Die bovenlokale criminaliteit haakt aan bij criminele netwerken die landelijk of internationaal actief zijn. Daarbij gaat het niet alleen om hennepteelt, maar ook om productie van synthetische drugs en om drugsexport. De drugshandel in Leeuwarden is zichtbaar in het straatbeeld. In een groot deel van de stad opereren en/of wonen dealers, hetgeen drugsverslaafden aantrekt; en omgekeerd trekken verslaafden weer dealers aan. Het betreft het gebied van de binnenstad, via de Vlietzone naar de Vrijheidswijk en Bilgaard. Criminele groepen (ook uit het ‘zware’ segment) zijn vanuit de Randstad naar deze twee laatstgenoemde wijken getrokken. Daar worden jongens en jongemannen geposteerd als eenvoudige uitvoerder. Bij werkbezoeken wijzen professionals probleemloos dealers 57
aan. In de Vlietzone wonen veel drugsverslaafden en (potentiële) drugsgebruikers: bij zorginstellingen, in sociale huurwoningen, in kamers van huisjesmelkers en in kamers die - in een soort coproductie - beschikbaar worden gesteld door huisjesmelker en zorgaanbieder. LeeuwardenOost telt ook drugspanden. Dat zijn panden waar drugsverslaafden wonen en overlast veroorzaken, mogelijk omdat één van hen dealt of omdat een dealer het pand gebruikt. Andere panden zijn in de eerste plaats een thuishonk voor dealers. Op ontmoetingsplaatsen treffen drugshandelaren elkaar. Zij opereren niet alleen lokaal, maar ook buiten de gemeentegrenzen. Er bestaat een relatie tussen stedelijke drugsscene en bedrijventerrein de Hemrik. Auto’s die worden gebruikt door dealers rijden op en neer tussen de stad en bedrijventerrein, mede omdat drugscriminelen daar auto’s huren of leasen. Er bestaat verwevenheid tussen drugscriminaliteit en vermogensdelicten, zoals inbraak of diefstal van onder meer auto’s, (elektrische) fietsen of scooters. Dit komt langs drie lijnen tot stand: 1.) klassieke verwervingscriminaliteit (drugsverslaafden stelen om aan contant geld te komen, onder meer om drugs te kopen); 2.) een categorie criminelen combineert drugshandel met vermogensdelicten; en 3.) een categorie begint op jonge leeftijd met vermogensdelicten, hetgeen de basis legt voor de stap naar drugscriminaliteit.
De zogenoemde digitale criminaliteit ligt in Noord-Nederland (waaronder Friesland) op een relatief hoog niveau. Het is een misdaadmarkt waarop ook jongeren en jongvolwassenen actief zijn, deels in combinatie met drugscriminaliteit. Digitale criminaliteit is ingebed in culturen waarin het verdienen van (snel) geld, ook met drugsdelicten, een doel op zich is. Buitgemaakt misdaadgeld, luxegoederen en wapens geven status in de schaduweconomie. Dergelijk crimineel opportunisme gaat samen met digitale criminaliteit, want op het darkweb kunnen digitale tools worden gekocht die dit tamelijk eenvoudig maken. Bovendien is in criminele kringen inmiddels bekend hoe er langs digitale weg slachtoffers gemaakt kunnen worden. In Leeuwarden is door particuliere ondernemers geïnvesteerd in vastgoed, ook door zogenoemde huisjesmelkers die vooral kleine en goedkope panden kochten, weinig investeerden in die panden en de huurinkomsten maximaliseerden. Dit heeft (onder meer in Leeuwarden-Oost) geresulteerd in een particuliere machtsbasis met grote maandelijkse geldstromen (huurinkomsten), inclusief afhankelijkheden van huurders. In Leeuwarden(-Oost) zijn kwetsbare personen, zoals drugsverslaafden en zorgcliënten, een belangrijke huurders-categorie.
Respondenten wijzen op de volgende ondermijnende vastgoedpraktijken: 1.) opportunistische vastgoedeigenaren die overtredingen begaan, zoals bouwen in strijd met de vergunning, onveilige situaties, over-bewoning of illegale bewoning; 2.) ondernemers die de stap lijken te hebben gezet van de onderwereld naar de legale vastgoedmarkt; en 3.) vastgoedeigenaren die deel uitmaken van lokale netwerkjes met daarbinnen criminele praktijken. Binnen netwerken van lokaal investerende (rechts)personen vervaagt het onderscheid tussen onder- en bovenwereld. Er worden onderling panden verkocht. Deze transacties zijn, net als eventuele verbouwingen, witwasgevoelig. Vastgoedbelangen worden verdedigd, ook met bedreiging en intimidatie, onder meer richting de stichting Vlietvaardig die systematisch informatie verzamelde over particulier woningbezit, overlast en regelovertreding. De stichting Vlietvaardig staakte begin 2023 haar activiteiten. De sociale veiligheid van zorgcliënten ligt in Leeuwarden-Oost op een laag niveau. In dit gebied wordt veel zorg geleverd aan talrijke cliënten, waaronder cliënten die in panden worden gehuisvest van particuliere vastgoedeigenaren.
In een dichtbebouwde en sociaal chaotische omgeving, met geconcentreerde criminaliteit (onder meer drugshandel en vermogensmisdrijven), is het uitermate moeilijk om resultaten te boeken bij zorgverlening, ook als de zorgaanbieder doet wat redelijkerwijs gevraagd mag worden. Dit noemen we de sociale paradox. In Leeuwarden-Oost worden (veel) 58
kwetsbare zorgcliënten geplaatst om hun leefsituatie en zelfredzaamheid te versterken, terwijl dat juist dáár zo moeilijk is. Er bestaan onder respondenten (soms stellig formuleerde) vermoedens omtrent zorgfraude, maar uiteindelijk is er onzekerheid of dit op niet-incidentele basis voorkomt in Leeuwarden. Er bestaan fraudekansen in Leeuwarden-Oost, omdat dit eenvoudigweg voor heel Nederland geldt en dit gebied een concentratie kent van (kwetsbare) zorgcliënten en van zorgaanbieders. Dát er in Leeuwarden daadwerkelijk - systematisch en georganiseerd - met zorg wordt gefraudeerd staat niet vast. Er bestaat een gat tussen aan de ene kant verhalen, casus en noodkreten van respondenten over (bewuste) ontoereikende zorg, en aan de andere kant het ontbrekende concrete bewijs. Er is binnen de gemeente 3 fte beschikbaar voor rechtmatigheidsonderzoek naar Wmo-zorg en jeugdhulp. Naast de bovengenoemde praktijken, komen de volgende ondermijnende patronen in beeld: ▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪
▪
▪ ▪
5.3
Er is een (grote) toename van illegale sekswerkers, voornamelijk uit Zuid-Amerika of Thailand, die door het land (en de EU) bewegen, ook met een verlopen visum. Er zijn signalen dat Oost-Europeanen zich bezighouden met vrouwenhandel, hetgeen uitmondt in seksuele uitbuiting. Respondenten stuiten op aanwijzingen dat raam-prostituées op de Weaze worden gedwongen om “onder de prijs” te werken, hetgeen een indicatie is voor mogelijke uitbuiting. Er zijn massagesalons waar seksuele diensten (een “happy end”) zouden worden verleend. Er bestaan zorgen over de leef- en werkomstandigheden van de vrouwen die daar werken. In Leeuwarden worden - net als onder meer in de stad Groningen en in Delfzijl – kwetsbare personen klemgezet die afkomstig zijn uit Curaçao. Er zijn personen of bureaus die op Curaçao (jonge) mensen benaderen om naar Nederland te gaan. De kosten voor de reis en voor huisvesting dienen te worden verdiend en (terug)betaald, hetgeen onder meer gebeurt met drugscriminaliteit of illegale prostitutie. Jongeren komen langs verschillende paden onder criminele druk te staan. Criminelen zoeken naar geschikte loopjongens. Door de opkomst van sociale media is de rekrutering deels verplaatst van fysieke ontmoetingsplaatsen naar de digitale wereld.
Respondenten en observaties wijzen op incongruenties - dat zijn gedragingen en omstandigheden die afwijken van reguliere bedrijfsvoering - in de autosector, zoals een gebrek aan klanten. Er zijn signalen over criminele dienstverlening, zoals verborgen ruimtes inbouwen of lease- of huurauto’s ter beschikking stellen aan criminelen. Er wordt gehandeld in illegaal vuurwerk. De politie neemt in Leeuwarden regelmatig illegaal vuurwerk in beslag. Het project ‘Zicht op Ondermijning’ registreert in Leeuwarden - van 2011 tot en met 2016 - in totaal 3.610 verdachte transacties. Dat zijn er 293 per 10.000 inwoners. In Noord-Nederland is dat de op één na hoogste gemeentelijke score. De bestuurlijke aanpak van ondermijning
In de jaren negentig en na de eeuwwisseling kwam de probleemgerichte aanpak van veiligheidsvraagstukken van de grond in Leeuwarden. Dit werd gericht op hardnekkige drugsproblemen, onder meer in de binnenstad. Ook werd door politie en gemeente opgetreden tegen geweld in het uitgaansleven. In 2007 startte in Heechterp-Schieringen de zogenoemde (landelijk gefinancierde) wijkenaanpak, met vooral investeringen in huisvesting, onderwijs en werkgelegenheid. Bij het veiligheidsbeleid lag de focus op overlast, subjectieve veiligheid en 59
verloedering. Georganiseerde criminaliteit stond nog niet op het netvlies. Vanaf ongeveer 2014 werd langzaamaan duidelijk dat de criminaliteit in Leeuwarden hardnekkig is en vraagt om stevige inspanningen. Er werd geconstateerd dat de drugshandel zich over de stad verspreidde en dat kwetsbare personen onder slechte omstandigheden wonen in panden van huisjesmelkers. Het college-akkoord ‘Nu investeren in de toekomst’ (2022-2026) benoemt veiligheid als één van de Leeuwarder ambities. Ondermijning wordt betiteld als een groeiend probleem dat de samenleving bedreigt. Preventie en handhaving dienen te worden gecombineerd, onder meer bij de wijkgerichte aanpak. Het Programmaplan voor Leeuwarden-Oost wordt aangekondigd. Dat plan verschijnt in september 2022 en constateert dat “(…) drugshandel, uitbuiting, geweld en andere vormen van criminaliteit” zijn geconcentreerd in Leeuwarden-Oost. Dit plan is een subsidieaanvraag in het kader van het landelijk programma ‘Preventie met Gezag’ om de ondermijnende criminaliteit terug te dringen in kwetsbare wijken, met de focus op jongeren en jongvolwassenen tot 27 jaar. Voor de periode van 2023 tot en met 2026 komt in totaal ruim € 9,9 miljoen beschikbaar voor de aanpak in Leeuwarden-Oost.
Het actuele gemeentelijke veiligheidsplan - de zogenoemde Veiligheidsagenda (2023-2026) benoemt vijf prioritaire thema’s, waaronder ondermijnende criminaliteit, Leeuwarden-Oost en mensenhandel en prostitutie. De prioriteit voor ondermijning stoelt op de constatering dat criminele netwerken schadelijk zijn en (sociale) ellende veroorzaken. Bij de aanpak krijgt de bestrijding van drugshandel voorrang en de inzet van de Wet Bibob wordt uitgebreid tot vastgoedtransacties en zorg. Voorts worden integrale controles uitgevoerd, onder meer op bedrijventerreinen. Het tegengaan van mensenhandel - met bijzondere aandacht voor illegale prostitutie en de actualisatie van het prostitutiebeleid - is een aparte prioriteit, al kan het worden gezien als een element van de ondermijningsaanpak. Dat geldt ook voor de integrale aanpak in Leeuwarden-Oost, waartoe inspanningen worden geleverd langs drie lijnen. Ten eerste strikte preventie (minder jongeren in de criminaliteit laten belanden), waarbij een beroep wordt gedaan op (preventief ingestoken) jeugdreclassering, HALT-trajecten, jongerenwerk en straatcoaches (jeugdboa’s). Ten tweede extra inzet bij (beginnende) criminaliteit door politie en sociaal werkers, alsook met de zogenoemde persoonsgerichte aanpak.
Ten derde wordt, om recidive te voorkomen, extra intensieve jeugdreclassering ingezet, net als (specialistische) extra begeleiding bij re-integratie na detentie. Ook wordt de wijkfunctie van het Openbaar Ministerie versterkt, met één aanspreekpunt voor zaken in Leeuwarden-Oost. De gemeentelijke ondermijningsaanpak ligt feitelijk - binnen de sector Juridische en Veiligheidszaken (JVZ) - voor een groot deel in handen van OOV-ambtenaren met de portefeuille criminaliteit & handhaving, een ambtenaar van Bijzondere Wetten (Bibob) en twee juristen van het cluster Juridische Zaken/Bijzondere Wetten. Deze ambtenaren werken binnen interne en externe netwerken aan de ondermijningsaanpak. De politie is daarbij de belangrijkste externe partij, met het RIEC in een adviserende en aanjagende rol. Voor de huidige en toekomstige gemeentelijke aanpak is relevant dat (in 2023) het Directieteam ondermijning heeft benoemd als directieopgave, met de gemeentesecretaris als ambtelijk portefeuillehouder. Er komen bij het veldwerk vier actiegerichte coalities in beeld. Ten eerste trekken en sleuren het OOV-trio en de JZ-juristen aan de aanpak van ondermijning, waarbij ze toegang hebben tot belangrijke overlegvormen, onder meer over de casusgerichte ondermijningsaanpak en het periodieke overleg over drugspanden.
Ten tweede organiseert het Meldpunt Overlast Leeuwarden (MOL), in samenspel met onder meer OOV-ambtenaren, veel relevante interventies. Dit gebeurt op tal van terreinen, ook bij overlast die samenhangt met (ondermijnende) criminaliteit. Ten derde bestaat al jarenlang een gestructureerde (integrale) aanpak van drugspanden. Nijpende casus kunnen via een speciaal overleg terechtkomen op besluitvormingsniveau. Ten vierde wordt in een 60
samenwerkingsverband (het zogenoemde toezichtmodel) opgetreden tegen geografisch geconcentreerde criminaliteit, met name drugscriminaliteit en vermogenscriminaliteit. Al doende is, naast enkele private partners, een vierhoeks-coalitie ontstaan tussen politie (agenten op straat en specialisten van de criminaliteitsinterventiegroep), boa’s, OOV-ambtenaren en juristen. Straatinformatie wordt doorgezet naar het beleidsniveau, zodat in die kringen doorklinkt wat zich afspeelt in de stad. Dit heeft hardnekkige sociaal-criminele problemen in de Vlietzone geagendeerd. De ondermijningsaanpak is geprioriteerd en er wordt actie ondernomen, al bestaan er knelpunten bij de stap van planvorming naar uitvoering. De werkdruk is vandaag de dag te hoog. Leeuwarden is een incident-gevoelige gemeente, getuige repeterende incidenten op het brede spectrum van criminaliteit tot sociale problematiek. Hierdoor wordt Leeuwarden extra geraakt door de (landelijke) driedubbele groei van de gemeentelijke veiligheidstaak: meer complexe problematiek, meer veiligheidstaken en een taakverschuiving van politie naar gemeente, in het bijzonder richting de boa-organisatie. Het resulteert in overvraging van de huidige gemeentelijke veiligheidsorganisatie.
Voor de OOV-ambtenaren met ‘criminaliteit & handhaving’ in portefeuille is ondermijning een taak die er in de afgelopen tien jaar bij is gekomen, naast vijftien (!) andere taken. De hoge werkvoorraad noopt tot selecties. Wat wordt (eerst) opgepakt en wat niet of later? Bij sociaal-criminele problematiek krijgen ambtelijke professionals te maken met een boemerangeffect. Als ze een kwestie (tijdelijk) laten rusten, verdwijnen de problemen niet, waardoor de kans groot of aanzienlijk is dat de problemen weer opspelen. Mogelijk nadat de situatie is verergerd. Voor het gehele OOV-cluster geldt dat in totaal 43 taken zijn toebedeeld aan negen OOV-ambtenaren. De Leeuwarder ondermijningsaanpak is niet in handen gelegd van een aantal specialisten, al kan de beschikbare capaciteit (binnen de sector JVZ) worden geraamd op 3 fte. Dat is vrijwel de formatie die de gemeente Groningen hiervoor beschikbaar had in 2022. Naar aanleiding van het rapport Groningse Praktijken heeft de gemeenteraad structureel 1 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dit heeft geresulteerd in een capaciteitsuitbreiding waardoor thans een gespecialiseerde formatie van 14,31 fte beschikbaar is voor de gemeentelijke ondermijningsaanpak. Per 100.000 inwoners bedraagt de capaciteit voor de gemeentelijke ondermijningsaanpak in Groningen 6,0 fte, tegenover 2,4 fte in Leeuwarden.
Als wordt gekeken naar het totaal aantal veiligheidsambtenaren, dan telt de gemeente Groningen aanzienlijk meer capaciteit dan Leeuwarden. Zie tabel 4.1. Er zijn geen slack resources in de Leeuwarder veiligheidsorganisatie: overcapaciteit die kan worden benut bij (mini)crises, andere piekgebeurtenissen of tijdrovende beleidstrajecten of concrete dossiers. Door de incidentgevoeligheid van Leeuwarden dienen dergelijke kritieke gebeurtenissen zich toch aan; structureel en naast elkaar, net als ziekteverzuim of vacatures. Er is ook geen analist beschikbaar om uit te zoeken wat - qua criminele risico’s en praktijken - de stand van zaken is in een gebied, branche of beleidsdossier. Bij de gemeentelijke ondermijningsaanpak is het interne samenspel tijdrovend voor JVZ-ambtenaren. Op andere afdelingen bestaat twijfel over de schadelijke effecten van strafbare feiten of systematische overtredingen. Criminaliteit is een realiteit die ambtelijk kan worden betwist of die op afstand staat van gehanteerde werk- en denkwijzen. Tot slot bestaat onder JVZ-ambtenaren behoefte aan ‘straatinformatie’ van burgers en van uitvoerende professionals over schrijnende sociale situaties en over mogelijke criminaliteit of overtredingen.
Wat dit betreft zijn de meldingen van burgers bij het MOL een wenkend voorbeeld: meldingen worden beoordeeld, waarna actie wordt georganiseerd die belangrijk is voor de leefbaarheid en (sociale) veiligheid in Leeuwarden.
61
5.4
Aanbevelingen
Tot slot formuleren we enkele aanbevelingen. Op dit vlak houden we het kort, omdat we vinden dat er - op basis van de uitgevoerde empirische analyse - ruimte behoort te zijn voor een politiekbestuurlijk en professioneel debat. Voor zover we dan toch (vier) aanbevelingen formuleren, schatten we in dat deze noodzakelijk zijn om de ondermijningsaanpak een impuls te geven. Ten eerste is capaciteitsuitbreiding nodig binnen de sector JVZ, met name binnen de clusters OOV en Juridische Zaken/Bijzondere Wetten, zodat ambtenaren vrijgespeeld kunnen worden om te fungeren als inhoudelijke experts en aanjagers van de gemeentelijke ondermijningsaanpak. Thans is ondermijning één van de vijftien taken van een OOV-trio. Dat is ontoereikend, zeker nu wordt ingezien dat ondermijning vraagt om (meer) gepaste handhaving, uitbreiding van Bibob-toetsing en in de kern (tegelijkertijd) een sociaal-preventieve opgave is, gericht op het verbeteren van de kansen en sociale veiligheid van kwetsbare bewoners. Ten tweede bestaat behoefte aan boa’s die zich kunnen specialiseren in elementen van de ondermijningsaanpak, zoals controle van bedrijfspanden, andere controles en dagelijks toezicht en handhaving op tijden en locaties met (verhoogde kans op) criminele praktijken.
Dit vergt meer capaciteit dan vandaag de dag inzetbaar is en specialisatie, met daaraan gekoppeld een investering in de opleiding en kwaliteiten van boa’s. Ten derde dient gemeente-breed - als onderdeel van de ondermijningsaanpak - te worden geïnvesteerd in de aanpak van misstanden in de vastgoedwereld. Als bestuurders en politici hierop aansturen, continueren ze als het ware de activiteiten van de stichting Vlietvaardig en tillen ze dit met beschikbare organisatorische middelen en kennis - naar een hoger niveau. Inventarisaties van misstanden, actie daartegen en gepaste openbaarheid daaromtrent door burgers bleken bedreigend voor vastgoedondernemers, getuige de intimiderende reacties uit die hoek. Een betere aansporing om hiermee door te gaan en dit te intensiveren, is bijna niet denkbaar. Hierbij kan worden geprofiteerd van de Wet goed verhuurderschap. Ten vierde is het belangrijk dat condities worden gecreëerd voor toereikende en resultaatvolle zorgtrajecten. Dit vereist relatiebeheer met professionele zorgaanbieders, maar ook steekhoudend toezicht op de kwaliteit en rechtmatigheid van de zorg. Dit vergt een helder inzicht in de zorg die in Leeuwarden wordt geleverd en in de acties die worden ondernomen om gewenste zorgresultaten te boeken en de geleverde zorg fraudebestendig te maken.
62
Literatuur Algemene Rekenkamer (2022). Een zorgelijk gebrek aan daadkracht. Onderzoek naar de effectiviteit van zorgfraudebestrijding. Den Haag. Essen, B. van (2014). Illegale handel in professioneel vuurwerk. Een onderzoek naar de logistieke keten, modus operandi, afscherming en verwevenheid binnen de illegale vuurwerkhandel. Masterscriptie. Apeldoorn: Politieacademie. Fijnaut e.a., 1996 Fijnaut, C., Bovenkerk, F., Bruinsma, G. & Bunt, H. van de (1996). Inzake opsporing: Enquêteopsporingsmethoden, Bijlage VII: Eindrapport georganiseerde misdaad in Nederland. Den Haag: Sdu Uitgevers. Functioneel Parket Afpakken (2016). Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht. Functioneel Parket. Informatie Knooppunt Zorgfraude (2020). Verwevenheid zorg en criminaliteit. Utrecht. Kruisbergen, E.W., Kleemans, E.R. & Kouwenberg, R.F. (2015). Wat doen daders met hun geld? Uitkomsten van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit. Justitiële verkenningen 2015/01, 81-99. LIEC (2019). Landelijk beeld van ondermijnende criminaliteit. Den Haag. Noordanus, P., Tops, P. & Torre, E.J. van der (2020). Een Pact voor de Rechtsstaat. Een sterke terugdringing van drugscriminaliteit in tien jaar. Den Haag: Aanjaagteam Ondermijning. Noordanus, P., Torre. E.J. van der, Tops. P.W & Kester, J. (2021). Preventie met Gezag. Een strategie voor weerbare wijken.
Den Haag: Aanjaagteam Ondermijning. Struiksma e.a. (2020 Struiksma, N. Boxum, C., Hollenberg, S.J. & Woestenburg, N.O.M. (2020). Zoektocht naar georganiseerde criminaliteit in de Noordelijke zeehavens. Onderwereld boven water? Utrecht: Sdu (Politie & Wetenschap). Tops, P.W., Duin, M.J. van, Os, P. van & Zouridis, S. (2010). Sleuren of Sturen: Gemeenten en de sturing van veiligheid en politie. Apeldoorn: Politieacademie. Tops, P., & Torre, E.J. van der (2015). Wijkenaanpak en ondermijnende criminaliteit. Den Haag: Boom Lemma. Torre, E.J. van der, & Hulshof, M.H.M. (2000). Een drugsscene op Zuid (de Millinxbuurt): een model voor de strategische analyse van drugsscenes. Alphen aan den Rijn: Samsom. Torre, E.J. van der, Valkenhoef, J. van, Esman, C. Greven, H. (2017). Veiligheid bij jaarwisselingen. Apeldoorn: Politieacademie. Torre, E.J. van der, & Heijkoop, M. M. (2020). Zorgfraude. Een wereld te winnen. Rotterdam: LokaleZaken. Torre, E.J. van der (2022). Van pionieren naar structureren. Over de gemeentelijke aanpak van zorgfraude. Rotterdam: LokaleZaken. 63
Torre, E.J. van der & Tops, P. (2022). Groningse Praktijken. Een analyse van (de gemeentelijke aanpak van) ondermijning in de gemeente Groningen, Rotterdam: LokaleZaken. Torre, E.J. van der, Tops, P., Duin, M. van & Jongepier, T. (2023). Ondermijning in het Ommeland. Een analyse van (de gemeentelijke aanpak van) ondermijning in negen Groningse gemeenten. Rotterdam: LokaleZaken. Vermeulen, I., Leest, W., van der & Dirksen, V. (2018). De doorvoer van cocaïne via Nederland. Distributielijnen en doorvoermethoden. Driebergen: Dienst Landelijke Informatieorganisatie. Media en rapporten In de voetnoten wordt verwezen naar bronnen in de media, op het internet en naar enkele gemeentelijke rapporten.
64
Bijlage 1
Korte toelichting op politieregistraties De politie heeft registraties aangeleverd, onder meer over drugsincidenten. Het is nuttig om kennis te nemen van deze cijfers, maar er kleven ook beperkingen aan. We baseren ons op cijfers die de politie ontleent aan het BVH-registratiesysteem. Per geregistreerde gebeurtenis telt één feit-code: de zwaarste of het feit dat als eerste is ingevoerd. Als de politie bijvoorbeeld een aanhouding verricht vanwege een drugsdeal, waarbij de verkoper en de koper (met softdrugs op zak) worden aangehouden, dan wordt dit louter geteld als handel in softdrugs (en dus niet ook als drugsbezit). De categorisering van een drugsincident is niet zo eenduidig of helder als wellicht het geval lijkt. Een incident of gebeurtenis wordt bijvoorbeeld weggeschreven als ‘vervaardigen softdrugs’, omdat dit op dat moment het meest passend lijkt. Er komt bijvoorbeeld een melding binnen over een mogelijke hennepkwekerij, maar uit onderzoek blijkt dat dit niet zo is of het wordt (bijvoorbeeld bij een warmtemeting) niet bevestigd. Toch bestaat de kans dat de registratie blijft staan als ‘vervaardigen softdrugs’, terwijl nog niet duidelijk is dat het hennepteelt betreft of duidelijk si of lijkt dat dit niet zo is. De grens tussen een drugsregistratie of een andersoortige politieregistratie kan ook diffuus zijn.
Wat in het systeem wordt vastgelegd als drugsoverlast of drugshandel, zou in feite bijvoorbeeld kunnen gaan om jeugdoverlast. Al komt het omgekeerde evengoed voor: achter een melding (die wordt geregistreerd als) jeugdoverlast kan in werkelijkheid drugsgebruik of drugshandel schuilgaan. Er treedt onder-registratie op in het politiesysteem. Drugshandel en drugsteelt zijn delicten die in de regel zo goed mogelijk worden afgeschermd. Bij een illegale drugsdeal hebben verkoper en koper een gedeeld belang om dit buiten het blikveld van politie of burgers te doen. Dit betekent dat veel drugshandel of drugsteelt niet wordt geregistreerd. Onder-registratie en foute registraties zijn een structureel verschijnsel. Het doet zich met andere woorden nu voor, maar ook in voorgaande jaren. Het staat - mits er geen veranderingen optreden in de wijze van registreren - vergelijkingen (in de tijd en tussen locaties) daarmee niet noodzakelijkerwijs in de weg. Registraties in het politiesysteem geven op z’n best een indicatie van de ontwikkelingen ten aanzien van drugscriminaliteit of drugsoverlast. Er zijn tijdelijke of toevallige factoren - waaronder beleidsveranderingen - die van invloed kunnen zijn op registraties van drugsincidenten.
Respondenten wijzen erop dat de politiecapaciteit voor bestrijding van hennepteelt is afgenomen, waardoor dit een (deel)verklaring is voor de afname van de geregistreerde hennepteelt. Ook lijkt het erop dat kwekerijen beter worden beschermd tegen warmtemetingen. Vanwege dergelijke effecten is voorzichtigheid geboden om op basis van politiecijfers, bij vergelijkingen in de tijd, conclusies te trekken.
65
Colofon Dit rapport is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Leeuwarden. Het is opgesteld door dr. Edward van der Torre, prof. dr. Pieter Tops en mr. Titia Jongepier MSc. Het rapport kan worden gedownload via www.lokalezaken.com.
66