Passende beoordeling zoals ter visie gelegen bij aanvragen vergunningen 2021
Tekst van het document
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
28
6
Nadere effectbeoordeling kunstlicht 6.1
Verlichting in het plangebied
Huidige situatie verlichting Het plangebied is in de huidige situatie hoofdzakelijk in gebruik voor dagrecreatie en hoeft daardoor het grootste deel van het jaar niet te worden verlicht, met uitzondering van verlichting bij parkeerplaatsen en langs de wegen en paden. Grote delen van het plangebied zijn onverlicht. De laatste jaren worden jaarlijks enkele muziekevenementen gehouden, waarbij sprake is van de inzet van verlichting in de avond- en nachtperiode. Tussen Natura 2000-gebied Groote Wielen en de parkeerplaatsen, gazons en strandjes van het plangebied ligt een brede bosstrook die ervoor zorgt dat er vanuit het plangebied geen lichtuitstraling in het Natura 2000-gebied plaatsvindt. Verlichting bij evenementen Het plan maakt bij evenementen, die in de avond- en/of nachtperiode plaatsvinden, geen directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater mogelijk. Lampen mogen daarom niet op het water worden gericht. Hiertoe wordt voorafgaand aan een muziekevenement een lichtschouw uitgevoerd. Zo nodig wordt de verlichting anders gericht om directe lichtuitstraling te voorkomen. Dit geldt zowel voor de evenementendagen zelf als voor de op- en afbouwdagen. Op locaties nabij het water waar vanuit veiligheidsoogpunt verlichting nodig is, wordt gebruik gemaakt van verlichting met gerichte lichtarmaturen die geen directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater veroorzaken.
Als alternatief kan gewerkt worden met vleermuisvriendelijke amberkleurige (met een golflengte van 580-600 nm) of rode verlichting.
6.2
Meervleermuis – Myotis dasycneme
De meervleermuis is de enige kwalificerende soort van Natura 2000-gebied Groote Wielen waarop in potentie een significant negatief effect door verlichting kan optreden, doordat de soort in het plangebied voorkomt en bovendien zeer gevoelig is voor verstoring door kunstlicht (effectenindicator Natura 2000, zie bijlage 4). Soortinformatie Hieronder volgt informatie over de meervleermuis. De informatie in deze paragraaf is, voor zover niet anders aangegeven, gebaseerd op de bronnen Haarsma (2011) en Broekhuizen et al. (2016). Tevens is gebruik gemaakt van de informatie uit recente onderzoeken naar (meer)vleermuizen die in en om het projectgebied zijn uitgevoerd in verband met de evenementen van de afgelopen jaren (Zweemer, 2016, 2017a,b,c en 2019 a,b,c; Van Hooff et al., 2020). VERSPREIDING IN NEDERLAND De meervleermuis (Myotis dasycneme) behoort tot de grotere vleermuissoorten van Nederland en leeft voornamelijk in gebieden met veel open water, zoals vaarten en meren. In Nederland is de soort minder zeldzaam dan in de ons omringende landen. De soort komt in Nederland in relatief hoge
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
29
aantallen voor en kan met name in Zuid-Holland, Noord-Holland, Friesland en Noordwest-Overijssel op veel plaatsen worden aangetroffen. Hierbij worden de hoogste dichtheden van vrouwtjes gevonden in de laagveengebieden, terwijl de mannetjes zich meer ophouden nabij de grote rivieren en langs de kust van de Noordzee en het IJsselmeer. In de winter worden de hoogste aantallen aangetroffen op de Veluwe, langs de kust van Noord- en Zuid-Holland en in de mergelgroeven in ZuidLimburg. VERBLIJFPLAATSEN Meervleermuizen zijn vergeleken met sommige andere vleermuissoorten selectief in de keuze van verblijfplaatsen, waarbij de afwezigheid van verstoring een belangrijke rol speelt. De zomer- en kraamverblijfplaatsen bevinden zich in gebouwen. De kraamverblijfplaatsen bestaan gemiddeld uit 165 en maximaal uit 750 dieren. Verblijfplaatsen van mannetjes bestaan gemiddeld uit 10 en maximaal uit 65 dieren. Meer dan de helft van de bekende verblijfplaatsen bevinden zich in rijtjeshuizen, met name in de spouwmuur. Hierbij wordt de soort veel aangetroffen in woningen die in de jaren zestig zijn gebouwd. De soort wordt echter ook aangetroffen in vrijstaande woningen en op kerkzolders. De winterverblijfplaatsen van meervleermuis worden aangetroffen in bunkers, ijskelders en mergelgroeven, maar ook wel in spouwmuren en onder daklijsten van woningen.
Van een groot deel van de Nederlandse meervleermuizen is niet bekend waar deze overwinteren. Het vermoeden bestaat dat een groot deel van de dieren overwintert in spouwmuren of onder de daken van woonhuizen. De soort toont hierbij een voorkeur voor verblijfplaatsen die relatief koud en tochtig zijn met een matige temperatuurbuffering. Paarverblijfplaatsen van meervleermuis worden aangetroffen in spouwmuren, vleermuiskasten, bunkers en mergelgroeven. Alle winterverblijfplaatsen van deze soort zijn tevens in gebruik als paarverblijfplaats. FOERAGEERGEBIEDEN Meervleermuizen foerageren graag boven het wateroppervlak van meren, vaarten, kanalen en rivieren. Daarnaast jaagt de soort ook wel boven kleine sloten, weilanden en langs bomenrijen. Hoewel meervleermuizen in verblijfplaatsen graag met meerdere dieren bij elkaar leven, foerageren de dieren individueel. VLIEGROUTES De vliegroutes van meervleermuizen tussen de zomerverblijfplaatsen en foerageergebieden verlopen meestal via vaste routes. De soort volgt hierbij voornamelijk brede kanalen en vaarten, waarbij ze op zo’n halve meter boven het wateroppervlak vliegen. Nadat de meervleermuizen deze vaste vliegroutes hebben gevolgd, verspreiden ze zich over het landschap om te gaan jagen. Meervleermuizen zijn zeer traditioneel in het gebruik van een vliegroute.
Dieren van een groep zullen dezelfde vliegroutes jarenlang gebruiken, ook als de groep van verblijfplaats wisselt (Haarsma, 2015).
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
30
Een deel van de Nederlandse meervleermuizen migreert tussen de zomer- en winterverblijven. Dit geldt met name voor de vrouwtjes. Meervleermuizen volgen hierbij, voor zover bekend, met name grotere wateren, zoals de Rijn, Maas, Waal, IJssel, Zuid-Willemsvaart en Vecht en het Willemskanaal. Ook lopen migratieroutes langs de kust van het IJsselmeer en de Noordzee en Waddenzee. Meervleermuizen in Natura 2000-gebied Groote Wielen Het Natura 2000-gebied Groote Wielen vormt een bijzonder geschikt foerageergebied voor meervleermuizen. Tijdens onderzoek in 2005 waren de Natura 2000-gebieden de Groote Wielen en de Alde Feanen de gebieden met de hoogste dichtheid aan meervleermuizen in Fryslân (Kuijper, 2006). Het Natura 2000-gebied Groote Wielen is in gebruik als foerageergebied van in de omgeving aanwezige kraamverblijfplaatsen. Binnen een straal van 15 kilometer rond het Natura 2000-gebied zijn 9 kraamverblijfplaatsen van meervleermuis bekend. Hoewel de meervleermuizen van al deze verblijfplaatsen het Natura 2000-gebied Groote Wielen in theorie kunnen bereiken, zal een deel van de kolonies vermoedelijk gebruik maken van dichterbij gelegen foerageergebieden. Zo kunnen de kraamkolonies in Wergea, Warten en Grou gebruik maken van het dichterbij gelegen Natura 2000gebied Alde Feanen (Provincie Fryslân, 2013).
In Haarsma (2012) worden 2 kraamkolonies aangegeven waarvoor het Natura 2000-gebied Groote Wielen van belang is: Camminghaburen (maximaal 250 dieren) en Roodkerk/Earnewald (maximaal 100 dieren). Daarnaast is het Natura 2000-gebied van belang voor een mannenverblijf in Goutum (maximaal 15 dieren). Alleen de kraamverblijfplaats in Camminghaburen bevindt zich in de nabijheid (op circa 500 meter afstand) van het plangebied. In Haarsma & Koopmans (2017) wordt de aantalsontwikkeling van meervleermuizen in Camminghaburen weergegeven. Hieruit blijkt dat de koloniegrootte is gedaald van 165 in de periode 2005-2009 naar 137 in de periode 2009-2016 en tot slechts 18 in 2017. Het lage aantal van 18 waargenomen dieren in 2017 verdient echter nuancering, doordat meervleermuizen zich binnen de wijk hebben verplaatst. In 2019 zijn in Camminghaburen tenminste 151 uitvliegende meervleermuizen waargenomen (Zweemer, 2019a; zie hieronder voor meer informatie). Er blijkt dus niet of nauwelijks sprake te zijn van een afname ten opzichte van de periode 2005-2009. Meervleermuizen in en om het plangebied Hieronder volgt een omschrijving van de functie van het plangebied en de omgeving daarvan voor meervleermuizen. VERBLIJFPLAATSEN Binnen het plangebied staan 3 gebouwen die ongeschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen.
De aanwezigheid van een verblijfplaats van meervleermuis binnen het plangebied kan daarom worden uitgesloten (Van der Heijden, 2018a). De kraamverblijfplaats in Camminghaburen ligt echter op circa 500 meter ten westen van het plangebied. Hier zijn in 2017 nog 18 dieren aangetroffen en in de afgelopen jaren is een dalende trend zichtbaar (Haarsma & Koopmans, 2017). De vraag is echter of de waargenomen dalende trend wordt veroorzaakt door een daling van het aantal dieren of door verplaatsingen van de dieren. Meervleermuis staat weliswaar bekend als een soort die stabiel in een kolonie op een vaste plek leeft, maar de kolonie van Camminghaburen is in 2018 verhuisd, en wel van de Staniastate naar de Harkemastate (M. Zweemer schriftelijke mededeling).
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
31
In dezelfde schriftelijke mededeling geeft Zweemer het volgende aan: “In datzelfde jaar verhuisde ook de meervleermuiskolonie van Warten. Deze werd gelukkig in hetzelfde dorp wel teruggevonden. Bij navraag bij onder andere John Melis bleek dat de meervleermuiskolonie van Grou ook ieder jaar verhuisd. Wat hiervan de oorzaak is, is niet bekend. Als een kolonie kan verhuizen, kan deze mogelijk ook uiteen vallen in kleinere kolonies. In de zomer van 2018 tijdens het geven van een excursie in de Alde Feanen werd ik benaderd door een echtpaar die in Camminghaburen wonen en in 2016 en 2017 vleermuizen in huis hebben gehad. Zij stuurden een foto en twee filmpjes van uitvliegende vleermuizen toe. Deze heb ik doorgestuurd aan John Melis, die inderdaad dacht dat er Meervleermuis op de mediabeelden te zien was. Als de determinatie correct is, dan zat Meervleermuis al op een andere locatie voordat de 'bekende' kolonie verhuisde. Tevens, in een poging om de meervleermuiskolonie van Camminghaburen terug te vinden, hebben er twee bezoeken plaatsgevonden, een avondbezoek voor uitvliegende dieren en een ochtendbezoek voor inzwermende dieren. Tijdens het avondbezoek werd er activiteit van Meervleermuis waargenomen op verschillende plekken in Camminghaburen en zowel naar noord als naar zuid vliegend over het Alddeel.
Er zijn drie Meervleermuizen waargenomen die uit de Harstastate vlogen richting het Alddeel. Nu wetende dat de kolonie in de Harkemastate zat, waarom werden er dan Meervleermuizen vier straten noordelijker gezien en gehoord? Al met al voor mij voldoende aanwijzingen om te vermoeden dat de Meervleermuiskolonie wellicht over twee of meer adressen in de wijk verspreid zit.” Er zijn dus verschillende aanwijzingen dat de meervleermuiskolonie van Camminghaburen zich binnen de wijk verplaatst heeft en bovendien zich op meerdere locaties ophoudt. Daarom is in 2019 opnieuw een telling gehouden van meervleermuizen in Camminghaburen. Aan de Harkemastate zijn op 15 juni 2019 151 uitvliegende meervleermuizen geteld, waarbij de telling uitsluitend vanaf de straatzijde plaatsvond. Het is dus mogelijk dat er nog meer meervleermuizen uitvlogen aan de achterzijde van de woning. (Zweemer, 2019a). Deze waarneming toont aan dat de kraamkolonie van meervleermuis in Camminghaburen niet was afgenomen tot enkele tientallen exemplaren, maar zich verplaatst heeft. Het is goed mogelijk dat de kolonie zich regelmatig door de wijk verplaatst en dus meerdere woningen als kraamverblijfplaats benut. FOERAGEERGEBIED De Kleine en Groote Zwemplas en de Kleine Wielen aan de zuidzijde van het plangebied vormen onderdeel van het foerageergebied van meervleermuizen.
Dit is ook tijdens recente onderzoeken vastgesteld die in het kader van de ecologische beoordeling van muziekevenementen zijn uitgevoerd (Zweemer, 2016 en 2017abc). Ook in 2019 is een onderzoek uitgevoerd naar meervleermuis in het kader van de evenementen (Van Hooff et al., 2020). In dit onderzoek wordt bevestigd dat meervleermuizen foerageren boven de wateren aan de zuidrand van het plangebied. Met name boven het water ten zuidoosten van de snackbar aan de oostzijde van het plangebied werd regelmatig gebruikt door foeragerende meervleermuizen. Echter bleven de meervleermuizen meestal slecht kort foerageren. “De meeste meervleermuizen vlogen, ook tijdens de controles, direct door naar andere foerageergebieden buiten de invloedsfeer van de festivals. Na een uur waren meestal nog maar drie tot vier meervleermuizen boven deze wa-
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
32
teren aan het foerageren. Vaak verlieten ook deze vleermuizen de wateren op een gegeven moment voor andere foerageergebieden. Gelet hierop zijn deze wateren voor de meeste meervleermuizen geen essentieel foerageergebied.” VLIEGROUTES De dieren van de verblijfplaats in Camminghaburen vliegen vanaf hun verblijfplaats voor een deel langs de brede watergang Alddeel onder de Groningerstraatweg door richting het noorden naar het Natura 2000-gebied (zie figuur 8). Langs deze vliegroute is geen sprake van knelpunten en deze vliegroute wordt met zekerheid gebruikt door de meervleermuizen van Camminghaburen (Haarsma & Koopmans, 2017). De vliegroute langs de watergang Alddeel vormt een directe vliegroute voor meervleermuis tussen de verblijfplaats in Camminghaburen en foerageergebied in het Natura 2000-gebied. In die zin kan de verbinding als essentieel worden gezien als route tussen de verblijfplaats en het foerageergebied en daarmee als essentieel voor het behalen van het instandhoudingsdoel voor meervleermuis voor Natura 2000-gebied Groote Wielen. Ten oosten van het plangebied liggen daarnaast nog twee potentiële oversteekpunten bij de Groningerstraatweg, waarlangs dieren vanaf de Kleine Wielen het Natura 2000-gebied kunnen bereiken (zie figuur 8). Het is mogelijk dat de meervleermuizen van de kraamkolonie deze oversteekpunten gebruiken om de Groote Wielen te bereiken.
Tot en met 2018 was niet duidelijk in welke mate deze oversteekpunten worden benut (Van der Heijden, 2018b). Bij één van deze routes, de route tussen de Kleine Wielen en Groote Wielen direct ten oosten van het plangebied, zijn knelpunten vastgesteld en de andere potentiële route wordt helemaal niet vermeld als vliegroute door Haarsma & Koopmans (2017). Een deel van de vleermuizen vliegt echter vanaf de kraamkolonie naar het oosten richting de Kleine Wielen (Haarsma & Koopmans 2017). Sowieso is er een belangrijk verschil tussen de oostelijke en westelijke routes. Bij de westelijke route via de watergang Alddeel zullen de verschillende meervleermuizen een min of meer vaste route over de watergang volgen, terwijl de dieren tussen Camminghaburen en de Kleine Wielen via een brede strook over de Kleine en Grote Zwemplas, de Nije Wielen en Merjedobbe kunnen vliegen, terwijl ze onderweg foerageren. Hierbij kunnen de vleermuizen ook kleine stukken over het land vliegen van de ene naar de andere plas, zoals bijvoorbeeld door Zweemer (2016) is vastgesteld. De waterplassen tussen Camminghaburen en de Kleine Wielen vormen dus een heel brede vliegroute en foerageergebied. In 2019 is door Van Hooff et al.
(2020) nader onderzoek gedaan naar het gebruik van de wateren aan de zuidzijde van het plangebied als vliegroute en foerageergebied, zowel tijdens de evenementen als op controlemomenten zonder evenementen. Hierbij werd bevestigd dat de meervleermuizen deze wateren gebruiken als oost-westelijke vliegroute. Meervleermuizen vlogen tijdens 3 evenementen en tijdens 3 nulmetingen van west naar oost van de Kleine zwemplas naar de Kleine Wielen (zie figuur 8). Het aantal langsvliegende vleermuizen varieerde van minimaal 7 tot maximaal 32 exemplaren tijdens een ronde. Op basis van deze aantallen en het frequente gebruik van deze vliegroute, komen Van Hooff et al. (2020) tot de conclusie dat ook deze vliegroute een essentiële vliegroute betreft tussen de verblijfplaats(en) en foerageergebieden. Gezien de oost-westelijke vliegrichting, is het zeer waar-
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
33
schijnlijk dat de waargenomen meervleermuizen net als bij de vliegroute over de watergang Alddeel uit Camminghaburen afkomstig zijn. Om zekerheid te krijgen over het gebruik van de oversteekpunten via de Kleine Wielen naar de Groote Wielen is in 2019 een ander onderzoek uitgevoerd, wat is gerapporteerd in Melis (2019). Met dit onderzoek werd het gebruik van de vliegroute over de watergang Alddeel opnieuw bevestigd, maar bij de twee potentiële oversteekpunten van de Kleine wielen naar de Groote wielen zijn geen passerende meervleermuizen waargenomen (Melis, 2019). Deze oversteekpunten vormen dus geen onderdeel van een essentiële vliegroute van meervleermuis. Hoewel de tweede, oost-west vliegroute door het plangebied een essentiële vliegroute betreft voor meervleermuis, vormt deze vliegroute dus geen essentiële verbinding tussen de verblijfplaats in Camminghaburen en het Natura 2000-gebied Groote Wielen. Echter, omdat de meervleermuiskolonie in Camminghaburen van groot belang is voor het instandhoudingsdoel van deze soort voor Natura 2000-gebied Groote Wielen, kan toch worden gesteld dat de oost-west vliegroute eveneens essentieel is voor het instandhoudingsdoel voor meervleermuis van Natura 2000-gebied Groote Wielen.
Figuur 8. Essentiële vliegroute van meervleermuis langs Alddeel ten westen van recreatiegebied De Groene Ster (Haarsma & Koopmans, 2017) en de essentiële oost-westelijke vliegroute (Van Hooff et al, 2019). Bij de 2 mogelijke oversteekpunten ten oosten van De Groene Ster (stippellijnen) richting het Natura 2000-gebied Groote Wielen zijn geen passerende meervleermuizen waargenomen (Melis, 2019), zodat hier geen sprake is van een verbinding tussen het Natura 2000-gebied en de oost-westelijke vliegroute. Langs de westelijke route langs Alddeel kunnen meervleermuizen uit Camminghaburen het Natura 2000-gebied Groote Wielen wel bereiken (Bron kaartondergrond: Google maps)
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
34
6.3
Meervleermuizen en verlichting
Meervleermuizen behoren tot het geslacht Myotis, wat erom bekend staat dat de soorten gevoelig zijn voor verstoring door kunstlicht. Bij onderzoek naar het foerageergedrag van vleermuizen rond straatlantaarns (Rydell, 1992) bleek dat sommige soort(groep)en met regelmaat foerageerden rond straatlantaarns, terwijl andere soort(groep)en hier nauwelijks jaagden, ondanks de hogere dichtheid aan insecten rond de lampen. Dit laatste gold voor de Myotis-soorten en gewone grootoorvleermuizen, relatief langzaam vliegende soorten. De kleur van het kunstlicht speelt echter een grote rol bij de reactie van vleermuizen op verlichting. Bij een groot onderzoek naar de effecten van kunstlicht op natuur in Nederland is bepaald hoe vleermuizen reageren op verschillende kleuren licht. Uit dit onderzoek bleek dat de relatief langzaam vliegende Myotis- en Plecotus-soorten wit en groen licht ontwijken, terwijl dit gedrag niet werd waargenomen bij rood licht (Spoelstra et al., 2017). In Fryslân is door Kuijper et al. (2006) ook onderzoek uitgevoerd naar de reactie van meervleermuizen op de plaatsing van kunstlicht gedurende 1 tot 4 nachten in de vorm van halogeenlampen langs vliegroutes van meervleermuizen die tevens werden gebruikt door foeragerende dieren.
Een groot percentage van de waargenomen meervleermuizen keerde bij dit onderzoek om voordat de verlichte locatie (met een lichtsterkte van 1-30 lux) werd bereikt. Een groot gedeelte van de dieren deed dit vlak voordat de verlichte locatie werd bereikt, wat erop duidt dat de dieren de verlichting mijden. Het percentage van dieren die omkeerden tijdens nachten met verlichting liep uiteen van 28% tot 96%. Het hoge percentage omkerende dieren van 96% in Workum heeft twee mogelijke oorzaken: de plaatsing van verlichting op een sluis die al een barrière vormt voor meervleermuizen en de plaatsing van verlichting tegen de vliegrichting in. De foerageeractiviteit van meervleermuis, afgemeten aan het aantal zogenaamde ‘vangstbuzzen’ (versnelling van de pulsfrequentie van de echolocatie bij een poging om een prooi te vangen), verminderde ook indien verlichting werd geplaatst langs de vliegroute. Dit duidt erop dat het foerageeractiviteit afneemt op verlichte trajecten. Bij dit onderzoek kon echter geen significant verschil worden aangetoond in het aantal passages van meervleermuizen met of zonder verlichting langs de vliegroute, zowel bij het aanbrengen van een lichtstraal dwars op de vliegroute of tegen de vliegrichting in.
Hoewel de dieren gedrag vertonen dat duidt op verstoring door verlichting, was de verlichting niet dermate verstorend dat de meervleermuizen hun vliegroute niet verder vervolgden. Samenvattend heeft de plaatsing van verlichting gedurende enkele nachten geen effect op het aantal passerende meervleermuizen langs een vliegroute, maar wel op het (foerageer)gedrag van meervleermuizen op de route. Hierbij lijkt de plaatsing van verlichting tegen de vliegrichting in en ter hoogte van een al aanwezige barrière een sterker effect te hebben op het gedrag van meervleermuizen. Meervleermuizen tijdens evenementen in De Groene Ster In 2019 is in het kader van 3 evenementen in De Groene Ster onderzoek gedaan naar eventuele effecten van verlichting tijdens de evenementen op meervleermuizen. Tijdens deze evenementen gol-
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
35
den dezelfde regels ten aanzien van verlichting als in het bestemmingsplan wordt voorgeschreven, dat wil zeggen dat directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater niet is toegestaan. Het ging hierbij om onderzoek tijdens Promised Land festival, Psy-fi en Welcome to the Village. De resultaten zijn gerapporteerd in Van Hooff et al. (2020) (zie bijlage 9). Het onderzoek bestond uit 3 controlemetingen en 3 metingen tijdens de evenementen. Ook tijdens eerdere jaren is in De Groene Ster voorafgaand en tijdens evenementen onderzoek gedaan naar (meer)vleermuizen om eventuele effecten van festivals op meervleermuis te kunnen beoordelen Zweemer, 2016; 2017abc; 2019abc). VLIEGROUTE Verlichting tijdens de evenementen lijkt niet van invloed te zijn geweest op het aantal vleermuizen die van de vliegroute gebruik maakten. Tijdens de controlemeting en de festivalmeting van Promised Land en Psy-fi werd een vrijwel vergelijkbaar aantal langsvliegende meervleermuizen waargenomen. Uitsluitend tijdens de controlemeting van Welcome to the Village werden een stuk meer meervleermuizen waargenomen dan tijdens Welcome to the Village zelf. Dit kan echter niet worden verklaard door verschillen in lichtniveaus, aangezien er een veel hoger lichtniveau was tijdens Promised Land waar geen verschil in aantal langsvliegende meervleermuizen werd waargenomen (Van Hooff et al., 2020, zie bijlage 9).
Tijdens Psy-fi en Welcome to the Village werd ook geen gedragsverandering bij langsvliegende meervleermuizen waargenomen. Bij de meting tijdens de festivals werden geen omkerende meervleermuizen waargenomen en ook was geen uitwijken naar donkerdere delen van de watergangen zichtbaar. Uitsluitend tijdens Promised Land werd waargenomen dat meervleermuizen zich verplaatste naar een donkerder deel van het water, echter zonder dat de vliegroute van meervleermuis de functionaliteit verloor. Bovendien was deze meting niet representatief, omdat er tijdens het evenement een lichtmast werd aangezet die directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater veroorzaakte (Van Hooff et al., 2020). Deze resultaten tonen aan dat de muziekfestivals van 2019 in De Groene Ster geen zichtbaar negatieve effecten op de vliegroute van meervleermuizen veroorzaakten. FOERAGEERGEBIED Uit het onderzoek van Van Hooff et al. (2020) komt naar voren dat verlichting geen eenduidig effect heeft op foeragerende meervleermuizen. Tijdens festivals leken meervleermuizen zich over het algemeen meer boven donkere delen van het water te concentreren dan boven de sterker verlichte delen. Echter, tijdens Psy-fi en tijdens Promised Land foerageerden ook meervleermuizen boven de op dat moment meest verlichte delen van het water.
Een blijvend verstorend effect tijdens de evenementen is niet vastgesteld (Van Hooff et al., 2020). Ook tijdens de eerdere jaren zijn tijdens de evenementen wel vleermuizen waargenomen boven op dat moment verlichte delen van het water, zoals in 2018 tijdens Promised Land festival en Welcome to the Village (Zweemer, 2019ac) Hoewel meervleermuizen als zeer gevoelig gelden voor lichtverstoring, leidt kunstlicht bij foeragerende dieren dus niet altijd tot verstoring. Vermoedelijk speelt de duur en intensiteit van de verlichting van het water een belangrijke rol.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
36
6.4
Effectbeoordeling
Het gebruik van wit en groen licht kan op basis van de hiervoor geciteerde onderzoeken leiden tot een verstorend effect op foeragerende meervleermuizen. Doordat het oppervlaktewater binnen het plangebied door meervleermuizen wordt gebruikt om te foerageren, kan het gebruik van verlichting op of nabij het water leiden tot een negatief effect op deze soort. Hiervan is echter alleen sprake als er een significante toename is van lichtuitstraling op het oppervlaktewater. Bij de evenementen wordt geen directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater mogelijk gemaakt. Hierdoor zijn op basis van de geciteerde onderzoeken geen negatieve effecten op langsvliegende of foeragerende meervleermuizen te verwachten. Een uitzondering wordt gemaakt voor vleermuisvriendelijke amberkleurige of rode verlichting. Voor deze verlichting die het gedrag van vleermuizen niet negatief beïnvloedt, zijn geen restricties nodig. Deze werkwijze ten aanzien van verlichting waarborgt dat een (significant) negatief effect op het instandhoudingsdoel van meervleermuis als gevolg van verstoring door kunstlicht achterwege blijft. Cumulatie De evenementen in het plangebied zijn in de effectbeoordeling al cumulatief getoetst.
In de cumulatietoets moet echter ook worden nagegaan of andere vergunde, maar nog niet gerealiseerde plannen of projecten in combinatie met de herziening van het bestemmingsplan kunnen leiden tot een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Groote wielen. e
Ten westen van het Natura 2000-gebied worden in het kader van het plan Blitsaerd 2 fase woningen ontwikkeld ten noorden van de Groningerstraatweg en ten westen van het Alddeel. Dit kan zorgen voor een al dan niet tijdelijke toename van lichtuitstraling. Hierbij is echter van belang dat langs de watergang Alddeel, die onderdeel vormt van een essentiële vliegroute van meervleermuis tussen Camminghaburen en het Natura 2000-gebied een zonnepark wordt ontwikkeld (de ontwikkeling van dit zonnepark is eveneens reeds vergund). Hierdoor blijft een zone van meer dan 100 meter tussen de watergang Alddeel en de aan te leggen woonwijk vrij van verlichting. Dit betekent dat daardoor geen sprake zal zijn van toename van lichtuitstraling op het Natura 2000-gebied Groote Wielen of op de watergang Alddeel. Dit plan leidt daarom niet tot een negatief effect op meervleermuis of andere kwalificerende soorten als gevolg verstoring door kunstlicht. Een cumulatief effect treedt dan ook niet op. Er is geen sprake van andere vergunde, maar nog niet gerealiseerde plannen of projecten die in cumulatie met de herziening van het bestemmingsplan kunnen leiden tot effecten op meervleermuis door lichtverstoring.
Het bestemmingsplan leidt gezien het bovenstaande ook in cumulatie met andere plannen of projecten niet tot een (significant) negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Groote Wielen door de regels die directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater verbieden.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
37
6.5
Conclusie
Het plan leidt afzonderlijk en in cumulatie met andere projecten, niet tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Groote Wielen als gevolg van verstoring door kunstlicht.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
38
7
Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid 7.1
Inventarisatie
De gronden aan de zuidzijde van het plangebied zijn aangewezen als ‘NNN overige natuur’ en de grote waterpartijen aan de zuidzijde van het plangebied zijn aangewezen als ‘NNN water’ (zie figuur 9). De kleine zwemplas, de bosschages aan de noordrand van het plangebied en een klein gebied aan de oostrand van het plangebied zijn aangewezen als ‘natuur buiten het NNN’. De bossen die zijn aangewezen als NNN of ‘natuur buiten het NNN hebben in het natuurbeheerplan van de provincie Fryslân het beheertype N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Van de kenmerkende soorten van dit beheertype (BIJ12.nl) zijn uitsluitend de broedvogels boomklever en nachtegaal (zie bijlage 13) en de vaatplant daslook (NDFF) bekend uit de Groene Ster. Deze bossen zijn verder met name van belang als leefgebied voor vleermuizen, broedvogels en kleine grondgebonden zoogdieren (Van der Heijden, 2018a) Kleine stukjes grasland en enkele oeverzones behoren tot het beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Van de kenmerkende soorten (BIJ12.nl) zijn de dagvlinders bruin zandoogje, hooibeestje, groot dikkopje en zwartsprietdikkopje en de planten echte koekoeksbloem, knoopkruid en zwarte zegge uit het gebied bekend (NDFF). Het dichtstbijzijnde weidevogelkansgebied ligt op circa 400 meter ten noorden van het plangebied (zie figuur 10).
Figuur 9. Ligging van het plangebied (rode lijn) ten opzichte van het NNN overige natuur (donkergroen), NNN water (lichtblauw) en natuur buiten het NNN (lichtgroen). (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
39
Figuur 10. Ligging van het plangebied (rode lijn) ten opzichte van het dichtstbijzijnde weidevogelkansgebied (groene arcering). (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
7.2
Effectbeoordeling
NNN In of op het oppervlaktewater worden bij de evenementen niet zondermeer activiteiten of bouwwerken toegestaan, in afwijking van het bestaande toegestane gebruik. Tenzij uit aanvullend ecologisch onderzoek blijkt dat dit niet leidt tot een aantasting van de natuurwaarden. Ook wordt geen verlichting mogelijk gemaakt die zorgt voor directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater, met uitzondering van vleermuisvriendelijke amberkleurige of rode verlichting. Daarom zijn ook geen negatieve effecten op (meer)vleermuizen te verwachten, waarvoor het ‘NNN water’ van belang is (zie ook hoofdstuk 6 en paragraaf 8.2). Negatieve effecten op de waterpartijen die zijn aangewezen als ‘NNN water’ water treden niet op. Het gebruik van het plangebied als evenemententerrein leidt niet tot een negatief effect op het ‘NNN overige natuur’ door oppervlakteverlies of door verlies van samenhang van deelgebieden van het NNN. De vraag is echter of het gebruik van het plangebied als evenementterrein leidt tot een negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. De wezenlijke kenmerken en waarden bestaan vooral uit het beheertype N14.03 Haagbeuken- en essenbos met de daarin voorkomende broedvogels (boomklever en nachtegaal), daslook, vleermuizen, kleine grondgebonden zoogdieren en amfibieën en op beperkte schaal uit het beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland.
De aanwezige en te verwachten soorten betreffen met name soorten van bossen, parken, rietland en ruigteterreinen.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
40
De delen van het NNN die onderdeel vormen van het leefgebied van heikikker zijn buiten de begrenzing van het evenemententerrein gehouden, zodat hier geen evenementen kunnen worden gehouden. Een negatief effect op (leefgebied van) deze soort treedt niet op. Kamperen in bosschages die zijn aangewezen als ‘NNN overige natuur’ is uitsluitend toegestaan na 1 augustus. Hetzelfde geldt voor de aanleg en het gebruik van één klein podium voor maximaal 250 bezoekers in één van de bosschages (zie figuur 11). Hierdoor zijn negatieve effecten op broedgevallen van de kenmerkende soorten boomklever en nachtegaal niet aan de orde. Voor broedvogels die eventueel nog in augustus door kunnen broeden, zoals duiven, wordt in augustus voorafgaand aan het evenement een ecologisch onderzoek uitgevoerd door een deskundige. Hierbij kunnen tevens aangetroffen groeiplaatsen van daslook en verblijfplaatsen van beschermde dieren buiten het kampeerterrein gehouden worden als dit nodig blijkt te zijn. Dit deel van het NNN is in de huidige situatie een hondenlosloopgebied waardoor er veel verstoring plaatsvindt. Hoewel een podium en het kamperen in het NNN in potentie voor verstoring van het NNN kan zorgen, is dit gezien de huidige verstoring in dit specifieke geval niet aan de orde.
Verstoringsgevoelige soorten zullen dit deel van het NNN namelijk al mijden en in de extra kwetsbare broedperiode van vogels mag het NNN niet worden gebruikt voor kamperen of het dansvloertje. Daarbij komt nog dat naar aanleiding van het onderzoek voorafgaand aan het evenement maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen. Andere activiteiten worden niet mogelijk gemaakt in de bosschages die zijn aangewezen als ‘NNN overige natuur’.
Figuur 11. Locatie binnen het NNN overige natuur (donkergeel) waar een klein podium met een dansvloer voor maximaal 250 personen is toegestaan (bron kaart: Gemeente Leeuwarden).
Het houden van evenementen nabij de bosschages zou ook kunnen leiden tot potentiële effecten op ‘NNN overige natuur’ als gevolg van verstoring door geluid, licht of optische verstoring door bewegingen van mensen. Dit geldt zowel voor broedende vogels (waaronder boomklever en nachtegaal) als voor vleermuizen, waarbij voor vleermuizen met name de effecten op vliegroutes en foerageergebied
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
41
over het evenemententerrein van belang zijn. De effecten van verstoring voor geluid op broedvogels en vleermuizen worden behandeld in Van Hooff (2019b). In dit onderzoek wordt geconcludeerd dat de evenementen die het bestemmingsplan mogelijk maakt niet leiden tot significante verstoring van broedvogels en vleermuizen. Een negatief effect op de natuurwaarden van ‘NNN overige natuur’ door geluid is niet aan de orde. In hoofdstuk 6 en paragraaf 8.2 en 8.4 worden de overige effecten van evenementen op vleermuizen en broedvogels behandeld. Uit de effectbeoordeling blijkt dat ook andere storingsfactoren niet leiden tot significante verstoring van vleermuizen en broedvogels. Bovendien wordt voorafgaand aan een evenement in het broedseizoen door een deskundige een broedvogelonderzoek uitgevoerd, waarna zo nodig maatregelen worden genomen om verstoring van broedvogels te voorkomen en wordt een lichtschouw gehouden om negatieve effecten door lichtuitstraling te voorkomen. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN treden niet op. Het plan leidt niet tot negatieve effecten op het NNN en is daarmee op dit punt niet in strijd met de Verordening Romte Fryslân.
Natuur buiten het NNN Kamperen wordt niet mogelijk gemaakt binnen de bosschages die zijn aangewezen als ‘natuur buiten het NNN’, met uitzondering van enkele locaties (zie figuur 6) waar na 1 augustus kan worden gekampeerd, mits uit ecologisch onderzoek door een deskundige voorafgaand aan een evenement blijkt dat negatieve effecten op nesten van vogels en verblijfplaatsen van beschermde dieren voorkomen kunnen worden. Hierdoor zijn negatieve effecten op natuur buiten het NNN door het kamperen uitgesloten. Andere activiteiten worden niet mogelijk gemaakt in de bosschages die zijn aangewezen als ‘natuur buiten het NNN’. Net als bij de effectbeoordeling van het NNN wordt aangegeven, kan het houden van evenementen nabij de bosschages ook leiden tot potentiële effecten op ‘natuur buiten het NNN’ door verstoring van broedende vogels of vleermuizen. Verstoring door geluid zorgt niet voor significant negatieve effecten op broedvogels en vleermuizen (Van Hooff, 2019b). Ook verstoring door licht en optische verstoring zorgen niet voor significant negatieve effecten op vleermuizen en broedvogels (zie paragraaf 8.2 en 8.4). Bovendien wordt voorafgaand aan een evenement in het broedseizoen een broedvogelonderzoek uitgevoerd, waarna zo nodig maatregelen worden genomen om verstoring van broedvogels te voorkomen.
De kleine zwemplas en een klein gebied aan de oostzijde van het plangebied (zie figuur 9) zijn eveneens aangewezen als ‘natuur buiten het NNN’. Boven het oppervlaktewater worden geen activiteiten toegestaan die afwijken van het reguliere gebruik. Ook de kwetsbare delen van de oeverzone, de met (riet)ruigte begroeide natte oevers die onderdeel kunnen vormen van het leefgebied van waterspitsmuis, zijn buiten de begrenzing van het evenemententerrein gehouden. Hierdoor wordt schade aan de vegetatie en vernietiging of verstoring van leefgebied van dieren als gevolg van evenementen voorkomen.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
42
De evenementen leiden niet tot aantasting van de natuurwaarden van gebieden die zijn aangewezen als ‘natuur buiten het NNN’. Weidevogelkansgebieden Het plangebied ligt op relatief grote afstand (400 meter) van op basis van de Verordening Romte Fryslân beschermde weidevogelkansgebieden. Het plan maakt geen evenementen mogelijk in de periode van 15 oktober tot 14 mei. Dit betekent dat geen evenementen worden gehouden tijdens de kwetsbare vestigingsfase voor broedvogels (voor uitleg zie paragraaf 8.4 ). Bovendien reageren broedvogels vooral op hogere geluidssterktes van 80 tot 100 dB, een geluidsniveau wat niet bereikt wordt ter hoogte van weidevogelkansgebieden om het plangebied (zie hiervoor Van Hooff, 2019b). Negatieve effecten op weidevogelkansgebieden als gevolg van geluidsverstoring treden niet op. Andere effecten, zoals verstoring door kunstlicht, reiken veel minder ver dan de effecten door geluid, zodat als gevolg van andere storingsfactoren zeker geen negatieve effecten op weidevogelkansgebieden optreden. Het plan is op dit punt niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Conclusie De evenementen leiden niet tot negatieve effecten op het NNN, ‘natuur buiten het NNN’ of weidevogelkansgebieden. Het plan wordt daarmee uitvoerbaar geacht ten aanzien van de gebiedenbescherming van de Verordening Romte Fryslân.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
43
8
Flora- en faunaonderzoek Bronnen Op 29 november 2018 is door middel van het uitvoerportaal ‘Quickscanhulp.nl’ de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd (zie bijlage 2). Daarnaast is er in de afgelopen jaren veel ecologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied. Deze onderzoeken vormen voor het belangrijkste deel de input voor de beschrijving in dit hoofdstuk. Tot slot is gebruik gemaakt van literatuur en verspreidingsatlassen. Gegevens uit de geraadpleegde bronnen worden bij het bespreken van de verschillende soortengroepen genoemd indien ze een meerwaarde voor het onderzoek hebben. Beschrijving resultaten Op basis van de verzamelde informatie, bekende ecologische principes en expert judgement volgt onderstaand per soortgroep een beschrijving van de (te verwachten) effecten van de ruimtelijke ingreep op beschermde soorten.
8.1
Planten
Inventarisatie Uit de directe omgeving (0-1 kilometer) van het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten bekend. Ook bij de eerder uitgevoerde onderzoeken zijn geen in het kader van de Wnb beschermde plantensoorten aangetroffen (Van der Heijden, 2018a). Voor beschermde soorten ontbreekt ook geschikt biotoop in het plangebied door de voedselrijkdom en de inrichting als recreatiegebied. Effectbeoordeling Het plan leidt dan ook niet tot ontwikkelingen die leiden tot aantasting van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten. Negatieve effecten op beschermde plantensoorten treden niet op. Voor deze soortgroep hoeft geen ontheffing van de Wnb te worden aangevraagd.
8.2
Zoogdieren - vleermuizen
Inventarisatie In 2016, 2017 en 2018 en 2019 zijn tijdens vleermuisinventarisaties in verband met een aantal evenementen 7 vleermuissoorten foeragerend waargenomen in het plangebied. Het betrof gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis (Zweemer, 2016 en 2017a,b,c, M. Zweemer schriftelijke mededeling). De gewone grootoorvleermuis is slechts tweemaal in 2018 vastgesteld, terwijl de overige soorten regelmatig in het plangebied foerageren. In 2019 zijn van ruige dwergvleermuis 3 paarverblijfplaatsen binnen het plangebied aangetroffen (Zweemer, 2019b; zie figuur 11). Van meervleermuis zijn vliegroutes aanwezig over de wateren om het plangebied (zie paragraaf 6.2). Ook een deel van de andere vleermuissoorten kan deze wateren als vliegroute benutten, bijvoorbeeld watervleermuis. Verder zijn in het plangebied alleen nog foeragerende vleermuizen waarge-
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
44
nomen langs lineaire structuren in het plangebied en is er een vliegroute van rosse vleermuizen over het projectgebied vanaf de Grote Wielen over de Groninger Straatweg naar de Kleine Wielen, waarna de dieren in zuidoostelijke richting verdwijnen. Boven het land zijn verder geen belangrijke vliegroutes voor vleermuizen vastgesteld (Zweemer, 2017abc; M. Zweemer schriftelijke mededeling).
Figuur 11. De in 2019 vastgestelde paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis in het plangebied (zie Zweemer, 2019b). (bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Effectbeoordeling MEERVLEERMUIS De effecten van geluid op foerageergebied en vliegroutes van meervleermuizen worden beschreven in Van Hooff (2019) en Van Hooff (2019b) (zie bijlage 5 en 6). Hieruit blijkt dat als gevolg van het geluid van evenementen geen negatieve effecten op meervleermuis te verwachten zijn. Voor een beschrijving van de effecten van kunstlicht op foerageergebied en vliegroutes van meervleermuizen wordt verwezen naar hoofdstuk 6. Negatieve effecten op meervleermuis door geluidsverstoring en kunstlicht treden niet op. OVERIGE SOORTEN De effecten van geluid op vleermuizen worden beschreven in Van Hooff (2019b). Hieruit blijkt dat als gevolg van het geluid van evenementen geen negatieve effecten op vleermuizen te verwachten zijn. Van de uit het plangebied bekende vleermuissoorten is de Myotis-soort watervleermuis net als meervleermuis gevoelig voor verstoring door kunstlicht. Dit blijkt ook uit het vleermuisonderzoek dat in het kader van evenementen in het plangebied is uitgevoerd, waarbij watervleermuis verlichte delen
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
45
van het plangebied tijdens het festival vermeed. Na het festival bleken de verlichte gebieden echter weer te worden gebruikt als foerageergebied (Zweemer 2017abc). Bij de evenementen wordt de verlichting zo geplaatst dat geen sprake is van directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater in en om het plangebied. Hierdoor blijft ook tijdens de evenementen veel foerageergebied voor watervleermuis beschikbaar. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en hoogwaardig foerageergebied voor watervleermuis aanwezig, zodat negatieve effecten door verlies van foerageergebied kunnen worden uitgesloten. De overige uit het plangebied bekende vleermuissoorten zijn algemene soorten die minder gevoelig zijn voor verstoring door kunstlicht en geluid dan de Myotis-soorten en die bovendien minder kieskeurig zijn in habitatkeuze. De gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis komen regelmatig voor in stedelijk gebied, waar sprake is van veel verlichting. Tenminste een deel van deze soorten, waaronder gewone dwergvleermuizen en rosse vleermuizen (Rydell, 1992), kunnen zelfs foerageren op insecten die worden aangetrokken door straatlantaarns en foerageren ook tijdens evenementen op verlichte plaatsen in het plangebied (M. Zweemer schriftelijke mededeling 11 januari 2019).
Hierbij komt, dat voor al deze soorten in ruime mate hoogwaardig foerageergebied aanwezig blijft rond het plangebied, zodat voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is buiten de invloedsfeer van een evenement. Een tijdelijke verstoring van foerageergebied door een evenement wordt goed verdragen door vleermuizen. Na festivals foerageren vleermuizen weer op festivalterreinen (Krijgsveld et al., 2012; Zweemer, 2017abc) en zelfs tijdens festivals worden foeragerende vleermuizen nog in lagere aantallen op festivalterreinen aangetroffen (Van Dullemen & De Vries, 2007; De Vries, 2016; bijlage 9). Negatieve effecten op vleermuizen door verstoring door licht als gevolg van de evenementen zijn dan ook niet aan de orde. De watergangen die onderdeel vormen van een vliegroute van meervleermuis kunnen ook door de andere soorten worden gebruikt als vliegroute. Doordat een negatief effect door geluids- en lichtverstoring als gevolg van de evenementen achterwege blijft (zie Van Hooff, 2019 en hoofdstuk 6), zal verstoring van een eventuele vliegroute van de overige vleermuissoorten (die even gevoelig of voor een groot deel zelfs minder gevoelig zijn voor verstoring dan meervleermuis) over de watergangen achterwege blijven. De vliegroute van rosse vleermuis zal ook niet worden onderbroken als gevolg van verstoring door geluid en licht.
De soort is weinig gevoelig voor lichtverstoring en foerageert zelfs op verlichte plaatsen tijdens evenementen in het plangebied (M. Zweemer schriftelijke mededeling 11 januari 2019). Negatieve effecten op vleermuizen door aantasting van essentiële vliegroutes treden dan ook niet op. De bovenstaande effectbeoordeling, waaruit blijkt dat de evenementen niet zullen leiden tot negatieve effecten op vleermuizen door verstoring, wordt ook ondersteund door de recente vleermuisonderzoeken in 2019 in het kader van de 3 muziekevenementen in het plangebied zijn uitgevoerd (Zweemer, 2019abc). Bij inventarisaties tijdens Promised Land festival, Psy-fi en Welcome to the Village zijn op het evenemententerrein en boven het hieraan grenzende water steeds vleermuizen waargenomen die actief aan het foerageren waren. Hieronder waren ook de soorten meervleermuis en/of watervleermuis die als extra verstoringsgevoelig gelden. Tijdens Psy-fi baltsten ruige dwergvleermuizen bovendien bij hun paarverblijfplaatsen in het plangebied (Zweemer, 2019b). Tijdens geen van de
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
46
evenementen is waargenomen dat vleermuizen het plangebied tijdens de evenementen meden of afwijkend gedrag vertoonden.
8.3
Zoogdieren – overige
Inventarisatie Uit de directe omgeving (0-1 kilometer) van het plangebied zijn 16 algemene grondgebonden zoogdieren bekend, te weten aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis, veldmuis, bunzing, hermelijn, wezel, steenmarter, konijn, haas, egel, ree en vos. Voor deze algemene soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze vrijstelling geldt volgens de provincie Fryslân echter niet voor evenementen. Voor de meeste van deze soorten is binnen het plangebied geschikt leefgebied aanwezig. De niet-vrijgestelde otter en waterspitsmuis zijn eveneens bekend uit de directe omgeving van het plangebied. Verblijfplaatsen van de schuwe otter binnen het plangebied kunnen worden uitgesloten door het intensieve recreatieve gebruik. Otters kunnen wel af en toe foerageren in en langs plassen en brede watergangen in het plangebied. Zo zijn sporen aangetroffen aan de oostzijde van het plangebied (Van der Heijden, 2018a). Waterspitsmuizen zijn aangewezen op natte oevers met ruigtevegetatie langs wateren met een goede waterkwaliteit en een goed ontwikkelde watervegetatie. Binnen het plangebied komen dergelijke oevers voor aan de oostzijde van het plangebied (Kleine Wielen) en her en der rond de Grote zwemplas (zie figuur 13 op basis van Kroezen, 2019b).
In december 2018 en maart 2019 is nader onderzoek naar waterspitsmuis uitgevoerd. De methode en resultaten zijn beschreven in Kroezen & Oevering (2019). Tijdens het onderzoek zijn 2 waterspitsmuizen in het plangebied gevangen, zie figuur 14.
Figuur 13. Oevers met geschikt leefgebied voor waterspitsmuis (rood) naar Kroezen (2019b) en broedlocaties van roek in 2018 (blauw) en ransuil in 2019 (geel) en roerdomp (paars) in 2020 (Bron kaartondergrond: Esri).
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
47
Figuur 14. Vangstlocaties van waterspitsmuis (geel) in De Groene Ster tijdens het onderzoek van Kroezen & Oevering (2019). (bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Waterspitsmuis is elders langs de oevers binnen het plangebied niet aangetroffen, maar de soort is door de grote territoria van circa 250 meter (Kroezen, 2019b) desondanks langs een groot deel van de geschikte oevers (zie figuur 13) te verwachten, zeker gelet op de relatief lage detectiekans bij onderzoek. Effectbeoordeling Voor otters vormt het plangebied hooguit een klein onderdeel van het foerageergebied. De doorsnee van het leefgebied van mannetjesotters is doorgaans gemiddeld 15 kilometer en dat van vrouwtjes 7 kilometer (www.zoogdiervereniging.nl). Grote delen van het plangebied zijn door de hoge recreatiedruk geen hoogwaardig foerageergebied voor deze soort. Doordat de met rietruigte begroeide oeverzones voor waterspitsmuis en leefgebied van heikikker niet mogen worden gebruikt ten behoeve van evenementen, wordt ook voorkomen dat foerageergebied van otters wordt aangetast en betreden. Ook mag de verlichting tijdens evenementen geen directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater veroorzaken (in verband met effecten op meervleermuis), zodat negatieve effecten door verlichting kunnen worden uitgesloten. Ten aanzien van geluid geldt, dat de verstoring door de evenementen tijdelijk is en gelet op het enorme leefgebied van een otter ook zeer plaatselijk. Negatieve effecten op otters als gevolg van de evenementen kunnen dan ook worden uitgesloten.
In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen dat de ruige oevervegetatie binnen het plangebied tot 2 meter van het water die geschikt zijn voor waterspitsmuis (zie ook figuur 13) niet mag worden betreden tijdens de evenementen en ook van beheer in de vorm van maaien zal worden
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
48
gevrijwaard. Voor podia geldt bovendien dat deze op tenminste 5 meter uit de oever moeten worden geplaatst. Dit voorkomt dat schade kan ontstaan aan het leefgebied van waterspitsmuis.. De evenementen vinden grotendeels plaats op de grasvelden en verharding binnen het plangebied die in tegenstelling tot de bosschages ongeschikt zijn als permanent leefgebied voor de algemene zoogdiersoorten, mede doordat de graslanden jaarlijks worden gemaaid in het kader van het reguliere beheer en onderhoud van De Groene Ster. Als gevolg van de evenementen zullen daarom geen vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten verloren gaan. Het is echter niet uitgesloten dat enkele individuen van algemene muizensoorten aanwezig zijn in de wat ruigere graslanden die enige tijd niet gemaaid zijn. Om effecten op deze algemene muizensoorten te voorkomen, worden die grasvelden voorafgaand aan het evenement gemaaid. De muizen zullen dan uitwijken naar de nabijgelegen bosschages of de met ruigte begroeide oeverzones waar in ruime mate alternatief en hoogwaardiger leefgebied aanwezig is. Negatieve effecten op algemene grondgebonden zoogdieren treden in dat geval niet op, zodat een ontheffing van de Wnb niet nodig is.
Het plan maakt in een groot deel van de bosschages ook geen kamperen mogelijk, omdat de bosschages van belang kunnen zijn als landbiotoop van een aantal algemene grondgebonden zoogdieren. In de bosschages die zijn weergegeven in figuur 6 kan echter wel gekampeerd worden bij een muziekevenement tussen 1 augustus en 15 oktober mits binnen een week voorafgaand aan het evenement door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat aantasting van verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdieren kan worden voorkomen. De reden dat deze bosschages mogelijk wel kunnen worden gebruikt om te kamperen, heeft ermee te maken dat in deze bosschages over het algemeen weinig ondergroei aanwezig is. Naar verwachting zal ook geen sprake zijn van het snel dichtgroeien van open delen. Gelet hierop zijn de bosschages voorafgaand aan een evenement snel te controleren op verblijfplaatsen. Ook voorafgaand aan het gebruik van het terrein aan de oostzijde van het plangebied het noodzakelijk om voorafgaand aan de opbouw en het gebruik een veldbezoek uit te voeren om de actuele situatie met betrekking tot algemene grondgebonden zoogdieren in beeld te brengen. Indien verblijfplaatsen van beschermde soorten worden aangetroffen, dan dienen maatregelen genomen te worden om deze te ontzien zoals het aanhouden van voldoende afstand.
8.4
Vogels
Inventarisatie VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN Uit de omgeving van het plangebied zijn verschillende vogelsoorten bekend waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Tijdens broedvogelonderzoek in 2017 zijn echter geen nestplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten aangetroffen (Zweemer, 2017abc). Wel geeft Van der Heijden (2018a) aan dat het niet uitgesloten is dat de soorten roek en ransuil in lage aantallen in het plangebied broeden.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
49
In het plangebied zijn tijdens een nesteninventarisatie op 19 april 2018 door M. Zweemer verschillende nesten aangetroffen die potentieel door ransuilen kunnen worden gebruikt als broedplaats. Ransuilen maken zelf geen nesten, maar gebruiken nesten van andere soorten, zoals ekster en zwarte kraai om te broeden. In 2019 zijn in het plangebied 3 territoria van ransuil aangetroffen (Kroezen, 2019). Het gaat om 2 territoria in het noordwesten en 1 in het zuidoosten (zie figuur 13). Een kolonie roeken broedde in 2018 in één van de bosschages binnen het plangebied (zie figuur 13). Begin 2019 zijn nog 71 nesten in aanbouw aangetroffen, maar vanaf half maart zijn geen roeken meer bij de kolonie vastgesteld. De soort heeft in 2019 niet succesvol gebroed in De Groene Ster (Zweemer, 2019a). Roeken verplaatsen zich wel vaker binnen de gemeente Leeuwarden. Hoewel roeken in 2019 niet hebben gebroed in De Groene Ster, is de totale populatie in de gemeente Leeuwarden toegenomen van 1164 nesten in 2018 tot 1366 nesten in 2019 (Van Dalen, 2019). Het plangebied kan ook onderdeel vormen van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals buizerd, sperwer, ooievaar, roek en ransuil. Deze soorten zijn waargenomen tijdens de vogelinventarisatie in 2019 (Kroezen, 2019).
OVERIGE BROEDVOGELS In de opgaande beplanting en op de met ruigte begroeide oevers binnen het plangebied is een aantal broedvogels te verwachten waarvan de soorten niet jaarrond beschermd zijn. Tijdens de broedvogelinventarisatie in 2019 zijn van 51 vogelsoorten één of meer territoria in De Groene Ster vastgesteld. Met name vogels van bossen en parken en water- en moerasvogels zijn vertegenwoordigd in het plangebied. Het betreft voornamelijk algemene broedvogels, maar ook zijn enkele territoria van schaarsere soorten vastgesteld, zoals blauwborst (1), spotvogel (2), koekoek (1) en roerdomp (3). Met name roerdomp is een verstoringsgevoelige broedvogel. Van roerdomp was niet zeker of de soort ook daadwerkelijk broedt in het plangebied, omdat geen nest was vastgesteld (Kroezen, 2019). Daarom is in 2020 een nader onderzoek naar roerdomp uitgevoerd (bijlage 17). Daarbij is één nest van deze soort aangetroffen aan de zuidzijde van het plangebied (zie figuur 13). Bij veruit de meeste soorten gaat het echter om algemene en weinig verstoringsgevoelige soorten, wat gezien de hoge recreatiedruk in het plangebied niet verwonderlijk is. Evenementen en broedvogels In de afgelopen jaren is bij verschillende muziekevenementen in kaart gebracht of negatieve effecten op broedvogels optreden.
Zo heeft Tauw (Reimerink & Van Hooff, 2018) bij verschillende ééndaagse muziekfestivals voor en na het festival broedvogels gekarteerd en in een aantal gevallen ook tijdens het festival in beeld gebracht of effecten op broedende vogels optreden. Hierbij werd vastgesteld dat bij geen van de festivals die over het algemeen een dag duurden negatieve effecten op broedvogels optraden. In geen geval werden bezette nesten met jongen verlaten. Ook bleven de vogels tijdens de festivals broeden, zingen en foerageren (Reimerink & Van Hooff, 2018). Ook Krijgsveld et al. (2012) komen op grond van broedvogelmonitoring tijdens het dancefestival Amsterdam Open Air tot de conclusie dat het tweedaagse muziekfestival niet heeft geleid tot verlating van het nest. Oudega (2012) en De Vries (2014 en 2015) vonden eveneens geen negatieve effecten op broedvogels voor respectievelijk het Fusion of Dance festival in Zwolle en het Pussy Lounge festival in Breda. In het
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020
50
plangebied is broedvogelmonitoring uitgevoerd in verband met het Promised Land festival in 2016 en 2017 (Schat, 2016; Zweemer, 2017ab) en ook hierbij werd geen negatief effect op de aanwezige broedvogels vastgesteld. In 2018 werd bij broedvogelmonitoring in verband met Conference of the Birds en Welcome to the Village eveneens geen negatief effect op aanwezige broedvogels aangetoond (Zweemer, 2019f). Alleen tijdens Promised Land festival in 2018 zijn 3 territoria (vink, houtduif en zwartkop) waargenomen op het festivalterrein na afloop van het evenement. Dit kan duiden op verstoring van een broedgeval tijdens het muziekevenement (Zweemer, 2019e). Ook in 2019 zijn de eventuele effecten van de evenementen op broedvogels onderzocht voor de 2 festivals Promised Land en Welcome to the Village (Zweemer, 2019a en 2019c). De resultaten van deze onderzoeken worden bij de effectbeoordeling besproken. Al met al zijn er veel broedvogelonderzoeken uitgevoerd die aantonen dat muziekfestivals niet leiden tot het verlaten van bezette nestplaatsen. Hille Ris Lambers et al. (2009) geven echter aan dat negatieve effecten op vogels door verstoring door evenementen wel aan de orde kunnen zijn tijdens de periode dat vogels een nest bouwen, eieren leggen of als de eieren nog niet allemaal zijn uitgekomen.
In die periode verlaten de vogels het nest nog relatief snel, omdat ze nog relatief weinig hebben geïnvesteerd in het nest. Evenementen vroeg in het broedseizoen kunnen daarom wel schadelijk zijn voor broedvogels. Het bestemmingsplan maakt daarom geen evenementdagen van 15 oktober tot 14 mei mogelijk, zodat de evenementen buiten de kwetsbare vestigingsperiode van vogels plaatsvinden. Effectbeoordeling jaarrond beschermde soorten Als gevolg van de evenementen worden geen nestplaatsen van ransuil vernietigd. Ransuilen broeden in de periode van half februari tot eind juli (www.sovon.nl). In deze periode dient ook verstoring te worden voorkomen die ertoe leidt dat een nestplaats wordt verlaten. Hierbij is belangrijk dat ransuilen net als veel andere vogels weinig gevoelig lijken te zijn voor muziekevenementen. Een paartje ransuilen met jonge kuikens van 1 -2 weken oud in een nest op circa 20 meter afstand van een muziekpodium was tijdens en na dancefestival Amsterdam Open Air aanwezig in en rond het nest. Dit festival leidde niet tot verlies van deze nestplaats (Krijgsveld et al., 2012). Hierbij was het bos en struweel niet toegankelijk voor de bezoekers, iets wat ook niet in de herziening van het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, met uitzondering van het kamperen in enkele bosschages.