CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Passende beoordeling zoals ter visie gelegen bij aanvragen vergunningen 2021

Informatiebijeenkomst MS Teams - OZ 31 maart 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Terugkoppeling raadswerkgroep Bestemmingsplan Groene Ster28.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Pa s se n d e b e o ord el in g en ad vi e s n a tu u r w aa rd en p ar ti ë le h er z ien in g b e st em m in g sp l an L eeu w ard e n - Rec re at i eg eb i ed Gr oen e S te r t.b . v. ev en e m en ten

Pa s se n d e b e o ord el in g en ad vi e s n a tu u r w aa rd en p ar ti ë le h er z ien in g b es te m m in g sp lan Le eu w ard en - R ecr e at i eg eb i ed Gr oe n e S te r t.b . v. ev en em en te n

Inhoud

Rapport en bijlagen

12 augustus 2020 Projectnummer 129.00.06.01.00.13

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Doel van het advies

4

1.3

Informatie

4

1.4

Opzet van het rapport

4

Juridisch kader

6

2.1

Gebiedenbescherming Wet natuurbescherming

6

2.2

Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid

7

2.3

Soortenbescherming

8

Voorgenomen activiteiten

10

3.1

Ligging en huidige situatie

10

3.2

Voorgenomen activiteiten

11

4

Beschrijving Natura 2000-gebied Groote Wielen

19

5

Afbakening van effecten

21

5.1

Selectie relevante storingsfactoren

21

5.2

Selectie relevante Natura 2000-gebieden

23

5.3

Verstoring door geluid

23

5.4

Verstoring door licht

26

5.5

Vermesting en verzuring

27

5.6

Nader te beoordelen effecten

28

Nadere effectbeoordeling kunstlicht

29

6.1

Verlichting in het plangebied

29

6.2

Meervleermuis – Myotis dasycneme

29

6.3

Meervleermuizen en verlichting

35

6.4

Effectbeoordeling

37

6.5

Conclusie

38

6

7

8

Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid

39

7.1

Inventarisatie

39

7.2

Effectbeoordeling

40

Flora- en faunaonderzoek

44

8.1

Planten

44

8.2

Zoogdieren - vleermuizen

44

8.3

Zoogdieren – overige

47

8.4

Vogels

49

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

9

8.5

Amfibieën

53

8.6

Reptielen

55

8.7

Vissen

56

8.8

Ongewervelden

57

Mitigerende maatregelen en leemten in kennis

58

9.1

Mitigerende maatregelen

58

9.1.1

Maatregelen gebiedenbescherming Wnb

58

9.1.2

Maatregelen soortenbescherming Wnb en provinciaal natuurbeleid

58

9.2 10

11

Leemten in kennis

59

Conclusie en consequenties

62

10.1

Beschermde gebieden

62

10.2

Beschermde soorten

62

10.3

Uitvoerbaarheid

64

Bronnen

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

65

1

Inleiding 1.1

Aanleiding

Voor een deel van recreatiegebied De Groene Ster bij Leeuwarden wordt een partiële herziening van het bestemmingsplan Leeuwarden – Recreatiegebied Groene Ster opgesteld, met het doel om het gebruik van het recreatiegebied ook als evenemententerrein planologisch-juridisch te regelen. In dit verband is het nodig om de effecten op beschermde natuurwaarden in beeld te brengen. Een belangrijk aspect hierbij is de ligging op korte afstand van Natura 2000-gebied Groote Wielen, onder meer in verband met de aanwezigheid van de kwalificerende habitatrichtlijnsoort meervleermuis binnen het plangebied. Omdat significant negatieve effecten op deze soort niet op voorhand kunnen worden uitgesloten moet een passende beoordeling worden opgesteld. Het voorliggende rapport omvat zowel de passende beoordeling als de toetsing aan overige natuuraspecten.

1.2

Doel van het advies

Voorliggend rapport behandelt de ecologische beoordeling van de partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen. Hierin worden de effecten op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Verordening Romte Fryslân (2014) beschermde soorten en gebieden uitgewerkt. Daarbij gaat het om de volgende onderdelen: 

Passende beoordeling Natura 2000-gebied Groote Wielen

Analyse provinciaal ruimtelijk natuurbeleid

Toetsing beschermde flora en fauna

Hierbij staat de vraag centraal of het bestemmingsplan uitvoerbaar is ten aanzien van de natuurwetgeving.

1.3

Informatie

De beschrijving van de relevante te beschermen natuurwaarden is gebaseerd op bestaande bronnen, zoals rapporten van ecologische onderzoeken die speciaal voor de effecten van evenementen in de Groene Ster op natuurwaarden zijn uitgevoerd, databanken, verspreidingsatlassen, waarnemingsoverzichten en websites. De betreffende bronnen zijn achterin deze rapportage vermeld en bovendien deels waar relevant als bijlage toegevoegd.

1.4

Opzet van het rapport

Hoofdstuk 2 geeft een samenvatting van het relevante natuurbeleid. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het plangebied en de voorgenomen activiteiten gegeven. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van Natura 2000-gebied Groote Wielen met een overzicht van de kwalificerende natuurwaarden. De afbakening van de effecten als gevolg van het bestemmingsplan wordt omschreven in hoofdstuk 5. Uit hoofdstuk 5 is gebleken dat alleen mitigerende maatregelen door de gevolgen van kunstlicht op de Natura 2000-gebieden beschreven moeten worden. De moge-

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

4

lijke effecten van dit plan op Natura 2000-gebied Groote Wielen door kunstlicht worden daarom in hoofdstuk 6 nader beoordeeld in het kader van de Wnb. In hoofdstuk 7 worden de effecten beschreven in de Natuur Netwerk Nederland (NNN)-gebieden. In hoofdstuk 8 worden de mogelijke effecten van het bestemmingsplan op in het kader van de Wnb beschermde flora en fauna bepaald. In hoofdstuk 9 worden de mitigerende maatregelen en de leemten in kennis behandeld. In hoofdstuk 10 ‘Conclusie en consequenties’ wordt ten slotte een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek gegeven.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

5

2

Juridisch kader 2.1

Gebiedenbescherming Wet natuurbescherming

In de Wnb is o.a. de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Passende beoordeling Wnb artikel 2.8 lid 1-3 Uit het onderzoek is gebleken dat het bestemmingsplan alleen kan worden uitgevoerd wanneer ten behoeve van de beschermde natuurwaarden in Natura 2000-gebied Groote Wielen mitigerende maatregelen worden genomen omdat op voorhand significant negatieve effecten niet zijn uit te sluiten. Ten aanzien van de passende beoordeling is de volgende tekst uit de Wnb relevant: 1.

Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.

2.

In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, ingeval het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan, onderscheidenlijk project, of deel uitmaakt van een ander plan, voor zover voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project.

3.

Het bestuursorgaan stelt het plan uitsluitend vast, en gedeputeerde staten verlenen voor het project, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend een vergunning, indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

4.

De passende beoordeling van deze plannen maakt deel uit van de ter zake van die plannen voorgeschreven milieueffectrapportage.

In de passende beoordeling worden de volgende vragen beantwoord: 1.

Kunnen als gevolg van de ontwikkelingen die het voorgenomen bestemmingsplan mogelijk maakt, al dan niet in cumulatie met andere plannen of projecten, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden in het plangebied en de omgeving, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in die gebieden verslechteren of een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor de gebieden zijn aangewezen?

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

6

2.

Indien dergelijke effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten: Is het mogelijk de invulling van het bestemmingsplan zodanig te kiezen dat significant negatieve gevolgen kunnen worden voorkomen?

De voorliggende passende beoordeling is mede gebaseerd op de beschikbare informatie over de Natura 2000-gebieden, waarbij voor het voorliggende plan met name Natura 2000-gebied Groote Wielen relevant is. Bij de passende beoordeling wordt passend bij het niveau van het plan of project in kaart gebracht wat de effecten (kunnen) zijn van het plan op de natuurwaarden in het Natura 2000-gebied, welke verzachtende (mitigerende) maatregelen kunnen worden genomen en wat de betekenis is van de geconstateerde (mogelijke) effecten in het licht van het beschermingsregime volgens de Wnb. Daarbij moeten ook de cumulatieve effecten met bestaande en geplande activiteiten in ogenschouw genomen worden. Hierbij wordt rekening gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen die voor afzonderlijke Natura 2000-gebieden gelden. De significantie van de gevolgen moet met name worden beoordeeld in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het gebied. Omkeerbare en tijdelijke effecten kunnen ook van significante betekenis zijn.

2.2

Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het provinciale NNN is uitgewerkt in Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014. Een ruimtelijk plan voor gronden van het NNN mag op basis van de Verordening Romte Fryslân 2014 geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken die leiden tot “significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden, of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur”. Indien een ruimtelijk plan leidt tot aantasting van het NNN, zijn ontwikkelingen alleen toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 

er sprake is van een groot openbaar belang,

er geen reële alternatieven voor de beoogde ontwikkeling zijn,

schade door mitigerende maatregelen zoveel wordt beperkt als fysiekruimtelijk en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is, en resterende schade wordt gecompenseerd door het treffen van zodanige maatregelen dat geen netto verlies optreedt van wezenlijke kenmerken en waarden in termen van areaal, kwaliteit en samenhang van de ecologische hoofdstructuur.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

7

Natuur buiten het NNN Vanuit het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 wordt buiten de NNNgebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bestaande natuurgebieden en natuurwaarden in agrarisch gebied, waaronder weidevogelparels en weidevogelkansgebieden. In een ruimtelijk plan voor gronden die deel uitmaken van ‘natuur buiten het NNN’ moet op grond van de Verordening Romte Fryslân 2014 voorzien worden in een passende bestemming met gebruiksregels gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van natuurwaarden. Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gronden die zijn aangewezen als of die grenzen aan weidevogelkansgebieden of weidevogelparels, moet voorzien in “een regeling waarmee voldoende openheid en rust van die gebieden wordt gehandhaafd, met dien verstande dat de agrarische productiefunctie inclusief de ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven zijn toegestaan” (Verordening Romte Fryslân 2014).

2.3

Soortenbescherming

Relevante wetgeving op het gebied van de soortenbescherming is eveneens uitgewerkt in de Wnb. De bescherming van flora- en faunasoorten is in de Wnb opgedeeld in twee beschermingscategorieën: -

-

Strikt beschermde soorten: -

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);

-

soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5).

Overige beschermde soorten: -

nationaal beschermde soorten (artikel 3.10).

Beschermingsregime Voor beide categorieën geldt dat het verboden is opzettelijk exemplaren te doden, vangen of plukken en voortplantingsverblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of te beschadigen. Een belangrijk verschil tussen beide beschermingsregimes is dat voor de strikt beschermde soorten ook het opzettelijk verontrusten verboden is, terwijl dit voor de overige beschermde soorten niet het geval is. Voor vogels geldt daarnaast dat het opzettelijk storen niet verboden is in geval de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Echter, voor vogels die staan in bijlage II van de Conventie van Bern geldt deze uitzondering niet. Daarnaast is er een lijst met jaarrond beschermde broedvogelnesten. Dat houdt in dat voor de op deze lijst genoemde vogelsoorten de nestplaats ook buiten het broedseizoen beschermd is. Het beschermingsregime van de overige (nationaal) beschermde soorten is voor elke soort gelijk. Wel kunnen provincies bij ruimtelijke ontwikkelingen vrijstelling van de verbodsbepalingen in artikel 3.10 verlenen voor deze soorten. Deze zogenaamde vrijstellingslijsten zijn opgenomen in de provinciale verordeningen en komen tussen de provincies grotendeels overeen. De provincie Fryslân heeft in

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

8

haar ‘Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017’ opgenomen dat voor in totaal 25 soorten een vrijstelling geldt van de verboden genoemd in artikel 3.10 eerste lid Wnb. Een overzicht van deze soorten is opgenomen in bijlage 1 van dit rapport.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

9

3

Voorgenomen activiteiten 3.1

Ligging en huidige situatie

Het plangebied ligt ten oosten van de woonwijk Camminghaburen en ten zuiden van de N355. De begrenzing van het plangebied wordt weergegeven in figuur 1. Ten oosten van het plangebied ligt het terrein van AquaZoo Friesland en ten zuiden ligt een gebied met grasland, ruigte, groenstroken en plassen.

Figuur 1. Begrenzing van het plangebied van de partiële herziening van Bestemmingplan Leeuwarden - recreatiegebied De Groene Ster (rode omlijning).

Het plangebied bestaat aan de noordzijde uit bosschages met parkeerplaatsen. In het recreatiegebied zijn circa 1.550 parkeerplaatsen aanwezig. Dit betreft ‘normale’ parkeerplaatsen en parkeerplaatsen in de berm. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn behalve bos ook gazons, ruigte en een aantal grotere wateren aanwezig. De waterpartijen worden gevormd door de Kleine zwemplas, Grote zwemplas en de Kleine Wielen. Langs de plassen is een aantal strandjes en ligweides aanwezig. In het gebied bevindt zich ook een kiosk, speeltoestellen en een aantal hondenlosloopgebieden. Verder wordt het plangebied doorsneden door fiets- en wandelpaden. Het gebied wordt via een parallelweg ontsloten op de ten noorden van het gebied gelegen provinciale weg (N355). Het plangebied wordt gebruikt voor dagrecreatie en kan, zeker op dagen met goede weersomstandigheden, vele honderden bezoekers trekken. In het huidige bestemmingsplan is het grootste deel van het plangebied bestemd voor recreatie (zie figuur 2). Het bestemmingsplan geeft aan dat de gronden met deze bestemming zijn bestemd voor extensieve dagrecreatie, water, strandoevers, (schier)eiland(en), groenvoorzieningen en bebossing.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

10

Onder extensieve dagrecreatie worden daarbij vormen van recreatie verstaan die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen en die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf. De zuidzijde van het plangebied heeft in het huidige bestemmingsplan een natuurbestemming (zie figuur 2) en is bestemd voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurwetenschappelijke en landschappelijke waarden, droge en (half)natte ruigtevegetatieterreinen, water, groenvoorzieningen, bebossing en recreatief medegebruik. Het gaat hierbij om de Grote zwemplas en het deel van het plangebied ten zuiden van de Grote zwemplas.

Figuur 2. Begrenzing van het plangebied (zwarte lijn) met de vigerende bestemmingen binnen het plangebied: RecreatieDagrecreatie (lichtgroen) en Natuur (donkergroen) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

3.2

Voorgenomen activiteiten

In recreatiegebied De Groene Ster worden al meerdere jaren evenementen gehouden waarvoor het huidige bestemmingsplan geen ruimte biedt omdat het houden van (meerdaagse) evenementen niet past binnen de regels van de bestemmingen zoals die nu in het geldende bestemmingsplan zijn opgenomen. Verder wordt het kamperen buiten de camping tijdens evenementen als strijdig gebruik beschouwd. Om de evenementen mogelijk te maken heeft de gemeente daarom de afgelopen jaren gewerkt met vergunningen die werden aangevraagd en verleend per evenement. De gemeente wil evenementen nu graag structureel regelen en juridisch-planologisch mogelijk maken door middel van een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

11

Het voornemen bestaat uit het toestaan van evenementen onder bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarden zijn grotendeels bepaald aan de hand van de volgende zaken: 

de vergunningenhistorie inclusief de onderzoeken, rechtelijke uitspraken. Doel is dat het bestemmingsplan ruimte biedt aan in ieder geval de (type) evenementen waarvoor de afgelopen jaren vergunning is verleend dan wel vergelijkbare evenementen die geen grotere ecologische effecten kunnen veroorzaken);

het gemeentelijk beleid

In het kader van dit bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt in twee type evenementen op basis van onder meer hun geluids- en lichtproductie: 

Muziekevenementen: dit betreft één- of meerdaagse evenementen waar muziekgeluid en in de avond- en nachtperiode verlichting een prominente rol kunnen vervullen en waarbij dientengevolge moet worden voldaan aan de daarvoor geldende geluidsnormen en uitgangspunten/ maatregelen voor licht; -

De muziekevenementen zijn qua ruimtegebruik verdeeld, hiervoor zijn specifieke deelgebieden aangewezen met een groot en klein ruimtegebruik (zie figuur 3 en 4).

Overige evenementen: dit betreft één- of tweedaagse evenementen die beperkt zijn tot de dag- en/of avondperiode en die niet of nauwelijks gepaard gaan met geluidsproductie en waarbij geen kunstlicht wordt ingezet. Te denken valt aan evenementen met uitsluitend achtergrondmuziek of met een omroepinstallatie, waarbij moet worden voldaan aan de daarvoor geldende geluidsnormen. De overige evenementen in het Groenestergebied mogen op de graslanden, zwemplassen, strandjes en infrastructuur (inclusief parkeerplaatsen) binnen het plangebied worden gehouden.

Algemene regels evenementen Voor alle evenementen gelden een aantal regels die hieronder worden beschreven. PLANNING EVENEMENTEN De evenementen mogen niet op elk moment van het jaar uitgevoerd worden. Hierbij worden de volgende voorwaarden gehanteerd: -

In de periode 15 oktober tot en met 14 mei mogen geen evenementen worden gehouden. Deze periode wordt aangehouden om verstoring van overwinterende vogels en broedvogels in de extra kwetsbare vestigingsfase te voorkomen.

BEGRENZING EN RUIMTEGEBRUIK EVENEMENTENTERREINEN Voor de verschillende evenementen is een verschillend evenemententerrein begrensd. Voor alle evenementen geldt echter dat de oeverzones die onderdeel kunnen vormen van het leefgebied van waterspitsmuis (zie ook figuur 12) niet mogen worden gebruikt ten behoeve van de evenementen. In en op het water en in de bosschages zijn niet zonder meer evenementen of onderdelen daarvan mogelijk in afwijking van het bestaande toegestane gebruik. PARKEREN De parkeerterreinen worden tijdens evenementen gebruikt voor parkeren en/of kamperen. Ook het gedeelte langs de ontsluitingswegen (binnen het aangegeven evenementengebied) kunnen hiervoor

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

12

gebruikt worden. Het meest westelijke parkeerterrein is deels gereserveerd voor het reguliere dagrecreatieve gebruik van De Groene Ster.

Figuur 3. Begrenzing evenemententerrein voor muziekevenement met een groot ruimtegebruik (deelgebied 1) (rood gearceerd). Het noordwestelijke gebied dat is gescheiden van de rest van het evenemententerrein mag alleen worden gebruikt om te kamperen.(Bron: gemeente Leeuwarden)

Figuur 4. Begrenzing evenemententerrein voor muziekevenementen met een klein ruimtegebruik (deelgebied 2) (blauw gearceerd). (Bron: Gemeente Leeuwarden)

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

13

Kaders muziekevenementen Voor muziekevenementen geldt daarnaast nog het volgende: -

Voor het organiseren van de evenementen zijn gezamenlijk maximaal 12 ‘evenementendagen’ per jaar beschikbaar waarop sprake is van hogere geluidsniveaus.

-

Er mogen maximaal 5 opeenvolgende ‘evenementendagen’ worden gehouden.

-

Tussen evenementen moet een periode van ten minste 14 dagen zitten waarop het terrein niet voor evenementen mag worden gebruikt.

-

Voor muziekevenementen met groot ruimtegebruik (zie figuur 3) zijn 5 ‘evenementendagen’ beschikbaar voor 1 muziekevenement, voor muziekevenementen met een klein ruimtegebruik (zie figuur 4) zijn 7 evenementendagen beschikbaar voor 2 muziekevenementen;

-

Muziekevenementen mogen niet gelijktijdig met andere muziekevenementen plaatsvinden. Overige evenementen zijn wel toegestaan tijdens de op- en afbouw van muziekevenementen, maar niet op de evenementendagen van muziekevenementen.

-

Muziekevenementen met een groot ruimtegebruik (figuur 3) zijn toegestaan van 1 augustus tot en met 14 oktober. Muziekevenementen met een klein ruimtegebruik (figuur 4) zijn toegestaan van 15 mei tot en met 14 oktober.

-

Tijdens de muziekevenementen geldt een maximaal bezoekersaantal van 15.000 personen (inclusief crew en artiesten) per dag. Dit betekent niet dat dit maximum onder alle omstandigheden zal worden vergund. Dat is afhankelijk van indeling en gebruik van het terrein, het netto beschikbare aantal m².

-

Er mogen per jaar in totaal maximaal 48 op- en afbouwdagen worden benut.

-

Voor de muziekevenementen zijn maximaal 20 kampeerdagen beschikbaar.

-

Op- en afbouwtijden gelden van 7.00 – 21.00 uur. Na 21.00 uur zijn op- en afbouwwerkzaamheden toegestaan, zoals het aanbrengen en weghalen van licht- en geluidsapparatuur en decoratieactiviteiten, zolang het geluidsniveau op de gevel van kwetsbare objecten de grens van 40 dB(A) niet overschrijdt en zolang er geen directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater plaatsvindt.

EVENEMENTEN TIJDENS HET BROEDSEIZOEN Voor muziekevenementen in de periode 15 mei tot en met 31 augustus geldt dat binnen een week voorafgaand aan muziekevenementen een broedvogelinventarisatie door een ecoloog moet worden uitgevoerd om te bepalen waar zich bezette nesten van vogels bevinden. In overleg met de door de evenementenorganisator betrokken ecoloog worden broedlocaties zo nodig afgezet en/of afgeschermd, wordt het evenemententerrein anders ingedeeld of wordt de uitvoering aangepast. KADERS LICHT Het plan maakt bij evenementen die in de avond- en/of nachtperiode plaatsvinden geen directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater mogelijk. Om dit te bereiken mogen lampen niet op het water gericht worden. Dit geldt zowel voor de evenementendagen zelf als voor de op- en afbouwdagen. Op locaties nabij het water waar vanuit veiligheidsoogpunt verlichting nodig is, wordt gebruik gemaakt van verlichting met gerichte lichtarmaturen, die geen directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater veroorzaken. Als alternatief kan gewerkt worden met vleermuisvriendelijke amberkleurige (met een golflengte van 580-600 nm) of rode verlichting. Voor een muziekevenement wordt een lichtplan opgesteld door een ter zake kundige. Voorafgaand aan een muziekevenement wordt verder een licht-

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

14

schouw uitgevoerd door een deskundige. Zo nodig wordt de verlichting anders gericht om directe lichtuitstraling te voorkomen. Tijdens evenementen wordt op basis van het bestemmingsplan geen vuurwerk afgestoken en worden geen lasershows gehouden. De effecten hiervan blijven daarom buiten beschouwing. KADERS GELUID De regeling ten aanzien van geluid die in het bestemmingsplan is opgenomen, komt uit de ‘Beleidsregel geluid 2018, evenementen in de open lucht’ (Gemeente Leeuwarden, 24 april 2018). Deze beleidsregel gaat uit van de 12-dagen regeling. Binnen deze regeling mag maximaal 12 dagen per jaar een geluidsontheffing worden verleend. De 12 dagen regeling is van toepassing als; 

het evenement een geluidsniveau heeft van 75 dB(A) of meer en die geheel of gedeeltelijk plaatsvindt na 19 uur;

het evenement een geluidsniveau heeft van 75 dB(A) of meer en die plaatsvindt op een zondag.

Het geluidsniveau van 75 dB(A) geldt op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen of referentie/meetpunten. Tijdens evenementen wordt het afsteken van vuurwerk op basis van het bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt. De geluidseffecten hiervan blijven daarom buiten beschouwing.

GELUIDSNORMEN GELUIDSGEVOELIGE OBJECTEN In het bestemmingsplan zijn geluidsnormen opgenomen die worden gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen of referentie-/meetpunten. De geluidsnormen bij evenementen in de Groene Ster zijn verschillend voor de dag- en avondperiode en de nachtperiode: -

dag- en avondperiode: maximaal 70 dB(A) en 95 dB(C) op de gevel van de gevoelige gebouwen (woningen)

-

nachtperiode: maximaal 45 dB(A) en 70 dB(C) op de gevel van gevoelige gebouwen (woningen).

Voor de nachtperiode geldt een periode van 8 – 12 uur vanaf 23:00 uur of 1:00 uur, afhankelijk van de dag waarvoor de geluidsontheffing wordt verleend. Dit komt bij de overige voorwaarden geluid nader aan bod. Front of House -

Er is een maximaal geluidsniveau van 103 dB(A) toegestaan.

-

Er is een maximaal geluidsniveau van 113 dB(C) toegestaan.

OVERIGE VOORWAARDEN GELUID Behalve de bovengenoemde geluidsnormen, geldt een aantal aanvullende voorwaarden ten aanzien van geluid: -

Een evenement mag maximaal 5 opeenvolgende dagen duren. De periode tussen elkaar opvolgende evenementen met geluidsdagen is minimaal 14 dagen zonder geluid.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

15

-

Op vrijdagen, zaterdagen en dagen gevolgd door een officiële feestdag geldt als eindtijd 1.00 uur. De overige dagen is de eindtijd 23.00 uur.

-

In de nachtperiode van maandag tot en met donderdag geldt een standaard aaneengesloten rustperiode van 9 uren.

-

In de nachten van vrijdag en zaterdag geldt een rustperiode van 8 uren, voor de nacht van zaterdag op zondag minimaal 12 uren.

-

Bij de meerdaagse evenementen in De Groene Ster wordt geen limiet gesteld aan de eindtijd en kan het evenement ook plaatsvinden in de periode na de reguliere eindtijd van 23.00 of 1.00 uur. Voorwaarde hierbij is dat het evenement ‘s nachts doorgaat met de lagere geluidsnorm voor de nachtperiode (achtergrondmuziek, zie geluidsnormen hierboven). Aangezien met deze lagere geluidsnorm geen slaapverstoring optreedt, worden deze uren als rustperiode beschouwd.

-

Deze tijden zijn in onderstaande tabel 1 weergegeven.

Tabel 1. Eindtijden voor geluid, horeca en evenementen en op- en afbouwtijden bij muziekevenementen.

Dagen Maandag

Eindtijd geluid

Eindtijd horeca

Eindtijd

evene-

Tijden

menten

afbouw

op-

en

t/m

23.00 uur

23.30 uur*

24.00 uur*

7.00 – 21.00 uur

Vrijdag, zaterdag

1.00 uur

1.30 uur*

2.00 uur*

7.00 – 21.00 uur

23.00 uur

23.30 uur*

24.00 uur

7.00 – 21.00 uur

donderdag en dagen gevolgd door een officiële feestdag Zondag

* bij een meerdaags evenement met camping kunnen er andere eindtijden worden vergund KAMPEREN Tijdens en vlak voor en na een muziekevenement mag op het evenemententerrein worden gekampeerd. Voor de muziekevenementen zijn in totaal 20 kampeerdagen beschikbaar. Voor tenten geldt dat deze overal mogen worden opgesteld binnen het evenemententerrein met uitzondering van de bosschages en de oeverzones die onderdeel vormen van het leefgebied van waterspitsmuis (zie figuur 13). In kleine delen van het plangebied (de blauwe gebieden in figuur 6) kan op grond van recent aanvullend onderzoek (Van Hooff 2019d, zie bijlage 14; Van Hooff 2020d, zie bijlage 16) mogelijk wel gekampeerd worden in de bosschages, mits voorafgaand uit een ecologisch onderzoek door een deskundig ecoloog blijkt dat kan worden voorkomen dat nesten van vogels of verblijfplaatsen van algemene amfibieën en grondgebonden zoogdieren worden vernietigd of verstoord. Kamperen in de daarvoor geschikte bosschages mag alleen plaatsvinden tijdens een muziekevenement met groot ruimtegebruik op in de in figuur 6 aangegeven gebieden.

Het gaat om gebieden die voor een deel bestaan uit bossen met weinig ondergroei, Verder is er nog een gebied waar kamperen onder voorwaarden is toegestaan langs de paden inclusief een zone van 2 meter aan beide zijden van de paden, grasstroken, grasvelden en open bosdelen direct langs het pad (het gele gebied in figuur 6) Tevens is er een graslandgebied aan de westzijde van het plangebied (het paarse gebied in figuur 6) waar kamperen mogelijk is, mits voorafgaand uit een onderzoek door een deskundig ecoloog blijkt dat kan worden voorkomen dat nesten van vogels of verblijfplaatsen van algemene amfibieën en grondgebonden zoogdieren worden vernietigd of verstoord. Ook voor dit gebied geldt dat kamperen uitsluitend is toegestaan tijdens een muziekevenement met groot ruimtegebruik.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

16

Voor andere kampeermiddelen geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan op de parkeerplaats. Voor de crew geldt een uitzondering: andere kampeermiddelen dan tenten zijn ook toegestaan op plaatsen waar tenten mogen staan, mits de bodem is beschermd met rijplaten of andere afdoende bodembeschermingsmaatregelen.

Figuur 6. Deelgebieden binnen het aangewezen gebied voor muziekevenementen met groot ruimtegebruik (rode omlijning) waar onder voorwaarden ook kamperen in de bosschages kan worden toegestaan. Geel: gebieden waar kamperen onder voorwaarden toegestaan langs de paden inclusief een zone van 2 meter aan beide zijden van de paden, grasstroken, grasvelden en open bosdelen direct langs het pad Blauw: gebieden waar kamperen onder voorwaarden is toegestaan, ook in de bosschages. Paars: gebied waar kamperen in het grasland onder voorwaarden is toegestaan. Oranje: braakliggend terrein voor crew compound en kamperen

CREW COMPOUND Het braakliggende terrein ten zuiden van de Groningerstraatweg en ten westen van de parkeerplaats van Aqua Zoo (oranje gebied in figuur 6) kan tijdens een muziekevenement worden gebruikt door de crew en tevens voor kamperen. Voorwaarde voor het gebruik van het terrein is dat voorafgaand aan het evenement een ecologisch onderzoek door een deskundig ecoloog wordt uitgevoerd om te voorkomen dat nesten van vogels of verblijfplaatsen van algemene amfibieën en grondgebonden zoogdieren worden vernietigd. Kaders overige evenementen Voor overige evenementen geldt het volgende: -

Voor het organiseren van overige evenementen zijn maximaal 8 dagen per jaar beschikbaar.

-

De afzonderlijke evenementen duren maximaal twee dagen.

-

Tijdens de evenementen wordt geen kunstlicht ingezet. De activiteiten vinden bij daglicht plaats.

-

Tijdens de evenementen geldt een maximaal bezoekersaantal van 3.000 personen (inclusief crew en artiesten) per dag. Dit betekent niet dat dit maximum onder alle omstandigheden zal worden vergund. Dit laatste is afhankelijk van indeling en gebruik van het terrein, het netto beschikbare aantal m².

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

17

-

Overige evenementen mogen alleen gelijktijdig plaatsvinden als het gezamenlijke bezoekersaantal het hierboven genoemde maximale bezoekersaantal niet overschrijdt.

-

Er mogen per jaar in totaal maximaal 14 op- en afbouwdagen worden benut door deze evenementen.

-

Op- en afbouwwerkzaamheden zijn toegestaan tussen 7.00 en 21.00 uur.

-

De evenementen mogen uitsluitend plaatsvinden op de paden, gazons, strandjes en de zwemplassen.

Deze aanvullende voorwaarden zorgen ervoor dat de ecologische effecten van de overige evenementen zeer beperkt zijn. De potentiële ecologische effecten zijn onder deze voorwaarden veel minder groot dan de effecten van de muziekevenementen, vanwege de veel hogere bezoekersaantallen, de hogere geluidsniveaus en door het gebruik van verlichting in de avond- en nachtperiode veel eerder sprake is van potentiële verstoring door geluid en licht of optische verstoring van (beschermde) natuurwaarden. De effectbeoordeling focust zich verder dan ook op muziekevenementen.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

18

4

Beschrijving Natura 2000-gebied Groote Wielen Hieronder volgt een beschrijving van Natura 2000-gebied Groote Wielen. De beschrijving is gebaseerd op het aanwijzingsbesluit en op het beheerplan voor dit gebied (Provincie Fryslân, 2013). Het Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ruim 60 meter ten noorden van het plangebied en wordt daarvan gescheiden door de Groningerstraatweg N355. Het gebied is op 24 maart 2000 aangewezen als Vogelrichtlijngebied en op 30 december 2010 als Habitatrichtlijngebied. De Groote wielen zijn op 30 december 2010 door de staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie definitief aangewezen als Natura 2000gebied. Op 1 februari 2011 is het ontwerp-beheerplan Groote Wielen vastgesteld door provincie Fryslân. Op 10 december 2013 is het beheerplan voor het Natura 2000-gebied definitief vastgesteld. De Groote Wielen ligt op de grens van zandgrond, laagveen en kleigrond. Het bestaat uit grote plassen en vaarten, rietmoerassen, graslanden en twee eendenkooien. De grote plassen (wielen) in het gebied zijn een restant van de Middelzee, een zoutwaterbaai die zich in de Middeleeuwen uitstrekte van de Waddenzee via Leeuwarden tot Sneek. Door vervening is hier in de latere eeuwen moeras en veenweidegebied ontstaan, waarbij door afslag van petgaten de meren ontstonden.

De oppervlakte moerasvegetaties (rietlanden, natte ruigtes en moerasbos) is relatief gering. Een deel van de graslanden, de zogenaamde zomerpolders, komt in het winterhalfjaar onder water te staan. Het oostelijk deel van het gebied, de Rijpekerksterpolder (Ryptsjerkerpolder), ligt op de pleistocene zandgrond, waar sprake is van een besloten coulisselandschap. De instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000 gebied Groote Wielen zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2. Overzicht van de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Groote Wielen per habitatsoort en broedvogel- en niet-broedvogelsoort (bron: Essentietabel Groote Wielen, website ministerie EZ) doelstellingen

draagkracht

oppervlakte

Kwaliteit

populatie

aantal vogels

aantal paren

Habitatsoorten H1134

Bittervoorn

=

=

=

H1318

Meervleermuis

=

=

=

H1340

*Noordse woelmuis

>

>

=

Broedvogelsoorten A119

Porseleinhoen

=

=

4

A151

Kemphaan

>

>

10

A295

Rietzanger

=

=

220

Niet-Broedvogelsoorten A041

Kolgans

=

=

13900

A045

Brandgans

=

=

11800

A050

Smient

=

=

1300

A156

Grutto

=

=

670

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

19

Legenda: =

Behoudsdoelstelling

>

Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling

*

Prioritaire soort of habitattype

De kernopgaven voor het Natura 2000 gebied zijn: 

4.11 Plas-dras situaties: Plas-dras situaties voor smienten A050 en broedvogels zoals porseleinhoen A119 en kemphaan A151, en noordse woelmuis *H1340.

4.12 Herstel rietland: Herstel van grote oppervlakten/brede zones overjarig riet, inclusief waterriet, door herstel van natuurlijke peildynamiek en tegengaan verdroging voor de noordse woelmuis *H1340.

4.16 Ruiplaatsen: Voldoende ruiplaatsen en rustgebieden voor ganzen.

In het Natura 2000-beheerplan voor de Groote Wielen wordt aangegeven dat “de omstandigheden en ecologische kansen voor de Natura 2000-doelen in de Groote Wielen matig tot goed zijn. Een groot deel van de doel-soorten is in de gewenste aantallen aanwezig en ook het leefgebied is voor de meeste soorten van “voldoende kwaliteit”. In het beheerplan worden echter wel enkele soorten genoemd waarvan de staat van instandhouding niet als goed wordt beoordeeld. Het gaat hierbij om noordse woelmuis, kemphaan en porseleinhoen. Voor noordse woelmuis wordt aangegeven dat de staat van instandhouding slecht is, waarbij het vermoeden wordt uitgesproken dat de omvang en kwaliteit van het leefgebied onvoldoende is voor deze soort. Voor porseleinhoen wordt aangegeven dat de staat van instandhouding matig is, doordat jonge verlandingsstadia nagenoeg ontbreken en doordat het moeras verruigd en verbost. De staat van instandhouding van kemphaan wordt eveneens beoordeeld als matig. Dit wordt in verband gebracht met een onvoldoende kwaliteit van de weidevogelbroedgebieden voor kemphaan, waarbij als belangrijkste knelpunt de waterhuishouding wordt genoemd (Provincie Fryslân, 2013).

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

20

5

Afbakening van effecten In dit hoofdstuk is het eerste deel van de effectbeoordeling uitgewerkt, waarbij wordt aangegeven welke effecten en welke Natura 2000-gebieden relevant zijn voor de effectbeoordeling. De effecten van geluid zijn in een separaat rapport uitgewerkt door Tauw (Van Hooff, 2019; zie bijlage 5) en worden in dit hoofdstuk alleen nog samengevat. Ook de effecten van verzuring en vermesting door stikstofdepositie worden in dit hoofdstuk beschreven. De effecten van kunstlicht worden in hoofdstuk 6 bij de nadere effectbeoordeling verder uitgewerkt.

5.1

Selectie relevante storingsfactoren

Effectenindicator Natura 2000 Effecten, ook wel storingsfactoren genoemd, op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kunnen optreden als er een overlap is in ruimte en tijd tussen het invloedsgebied van de ontwikkeling en het invloedsgebied van een waarde of soort waarvoor een instandhoudingsdoelstelling is geformuleerd. Hierbij dient tevens rekening te worden gehouden met de externe werking van de Wnb. Voor de effectbepaling wordt uitgegaan van de representatieve situatie gedurende de gebruiksfase. Het invloedsgebied is afhankelijk van de aard van de effecten: de effecten van stikstofemissie kunnen vele kilometers ver reiken. Effecten van geluid kunnen tot enkele kilometers reiken, fysieke aantasting en optische verstoring reiken doorgaans veel minder ver, enzovoort. Welk effecten er optreden is weer afhankelijk van de aard van de ingreep. De effectenindicator (www.synbiosys.alterra.nl) onderscheidt 19 storingsfactoren (zie ook bijlage 4). Het plangebied ligt buiten het Natura 2000-gebied Groote Wielen, zodat alleen sprake kan zijn van externe werking op Natura 2000-gebieden. Hierdoor kan op voorhand worden gesteld dat veel storingsfactoren bij voorliggend project niet aan de orde zijn.

Externe werking Externe werking treedt op wanneer er, ongeacht de locatie, een effectgebied ontstaat als gevolg van het optreden van ruimtelijke overlap tussen het invloedsgebied van een instandhoudingsdoelstelling en het invloedsgebied van een activiteit die plaatsvindt buiten een Natura 2000-gebied en waarvoor de aangewezen soort of het aangewezen habitattype gevoelig is (zie figuur 7).

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

21

Figuur 7. Weergave begrippen 'invloedsgebied' en 'effectgebied' van de externe werking Wet natuurbescherming (Bron: Steunpunt Natura 2000, 2010)

Het invloedsgebied van de aangewezen soort of het aangewezen habitattype wordt bepaald door de ecologische randvoorwaarden die nodig zijn om de beschermde soorten of habitattypen in stand te houden. Het invloedsgebied van de activiteit wordt bepaald door de aard en omvang en de periode waarbinnen effecten optreden waardoor het al dan niet behalen van de instandhoudingsdoelstelling wordt beïnvloed. In het kader van onderhavige evenementen is de overlap van deze invloedsgebieden afhankelijk van de tijd van het jaar. Zo zal bij het uitvoeren van evenementen in augustus geen overlap optreden ten aanzien van een overwinterende niet-broedvogelsoort. In het voorliggende hoofdstuk en in hoofdstuk 6 wordt bepaald in hoeverre er in het kader van onderhavige evenementen (significant) negatieve effecten optreden in het kader van de externe werking.

Relevante storingsfactoren Gezien de aard van de evenementen, de afstand van ruim 60 meter tot het Natura 2000-gebied Groote Wielen en de inrichting van het tussenliggende gebied (Groningerstraatweg N355), is geen sprake van oppervlakteverlies, versnippering, verzoeting, verzilting, verontreiniging, verdroging, vernatting, verandering van de stromingssnelheid, verandering van overstromingsdynamiek, verandering van het substraat, optische verstoring, verstoring door trilling, verstoring door mechanische effecten, verandering van de populatiedynamiek en een bewuste verandering van de soortensamenstelling. Effecten die wel potentieel op kunnen treden betreffen: -

Verstoring van kwalificerende soorten in of buiten Natura 2000-gebieden. Bij verstoring als gevolg van de evenementen kan gedacht worden aan verstoring door geluid en (kunst)licht.

-

Verzuring en vermesting van kwalificerende habitats door stikstofdepositie door een eventuele toename van het aantal verkeersbewegingen en het gebruik van aggregaten, etc. als gevolg van de evenementen.

Dit zijn dan ook de effecten die in deze passende beoordeling worden behandeld.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

22

5.2

Selectie relevante Natura 2000-gebieden

Relevante Natura 2000-gebieden Effecten als gevolg van verstoring door geluid en licht zijn hooguit mogelijk op de instandhoudingsdoelen van het nabijgelegen Natura 2000-gebied Groote Wielen, wat op ruim 60 meter ten noorden van het plangebied ligt. Andere Natura 2000-gebieden, zoals Natura 2000-gebied Alde Feanen, liggen op een dermate grote afstand (meer dan 7 kilometer) van het plangebied, dat effecten door geluid en kunstlicht als gevolg van de evenementen op voorhand kunnen worden uitgesloten. Daarom focust de effectbeoordeling van geluid en kunstlicht zich op het Natura 2000-gebied Groote Wielen. De effecten door verzuring en vermesting kunnen in theorie over grote afstanden leiden tot negatieve effecten op kwalificerende habitattypen van Natura 2000-gebieden. Daardoor zijn negatieve effecten door stikstofdepositie niet op voorhand uitgesloten, ook al is het nabijgelegen Natura 2000gebied Groote Wielen niet geclassificeerd als stikstofgevoelig gebied. Bij de effectbeoordeling van verzuring en vermesting wordt door middel van een berekening met het rekenprogramma Aerius bepaald of negatieve effecten op kunnen treden in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

5.3

Verstoring door geluid

Aard van het effect Door mensen veroorzaakte mechanische geluiden kunnen verstorende effecten veroorzaken op bijvoorbeeld vissen, vogels en vleermuizen. Sommige dieren zijn gevoelig voor geluid, andere minder. Over het algemeen geldt hoe sterker het geluid, hoe erger de verstoring. In het ergste geval wordt het gehele verstoorde gebied geheel, al dan niet permanent, verlaten door een of meer soorten. Ook kan bij sommige soorten gewenning optreden. Met name monotone geluidbronnen kunnen aanvankelijk verstoring veroorzaken maar later niet meer of in mindere mate. Hierbij zijn vissen gevoelig voor onderwatergeluid, terwijl vogels en vleermuizen gevoelig zijn voor bovenwatergeluid. Vissen zijn op basis van hun gevoeligheid voor geluid in te delen in twee categorieën: gehoor-generalisten en -specialisten. De gehoorspecialisten zijn over het algemeen gevoeliger voor hogere frequenties en ook gevoeliger over het hele frequentiebereik dan gehoorgeneralisten, behalve voor signalen onder 200 Hz (Van Opzeeland et al., 2007). In het geluidsrapport van Tauw (Van Hoof, 2019; zie bijlage 5) is een analyse opgenomen van de effecten van geluid op vogels en vleermuizen. Effectbeoordeling De effecten op aangewezen soorten als gevolg van verstoring door geluid zijn door Tauw nader beoordeeld (Van Hooff, 2019; zie bijlage 5).

De onderstaande effectbeoordeling is een korte samenvatting van dit rapport. VISSEN De wateren van het plangebied behoren tot een ander peilgebied dan het Natura 2000-gebied Groote Wielen, zodat de watersystemen van het plangebied en het Natura 2000-gebied niet met elkaar in

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

23

verbinding staan (Van der Heijden, 2018a). Daarom vindt er geen uitwisseling plaats van de populaties van bittervoorn, kleine modderkruiper en rivierdonderpad tussen het Natura 2000-gebied en het plangebied. Negatieve effecten van geluid kunnen daarom uitsluitend worden veroorzaakt als de evenementen zorgen voor een toename van onderwatergeluid binnen het Natura 2000-gebied. Bij evenementen wordt geluid boven water geproduceerd en voor het grootste deel door het wateroppervlak teruggekaatst. Evenementengeluid is niet goed hoorbaar onder water. Bovendien ligt tussen het evenemententerrein en het Natura 2000-gebied een provinciale weg en is het gebied het gehele jaar en overal toegankelijk voor motorvaartuigen. Het is daarom in de huidige situatie al niet stil onder water in het Natura 2000-gebied (Van Hooff, 2019). Ten opzichte van de huidige situatie zullen de evenementen niet leiden tot een toename van onderwatergeluid in het Natura 2000-gebied, zodat (significant) negatieve effecten op de aangewezen vissoorten kunnen worden uitgesloten. NOORDSE WOELMUIS De noordse woelmuis komt naar alle waarschijnlijkheid niet meer voor in Natura 2000-gebied Groote Wielen (van der Heijden, 2018). Toch zijn de mogelijke geluidseffecten op deze soort beoordeeld door Van Hooff (2019): “Uit onderzoek van Lange et al.

(2004) naar woelmuizen bleek dat frequenties onder de 1 kHz niet hoorbaar zijn voor de onderzochte woelmuizen. Uit het onderzoek bleek tevens dat het gehoororgaan van woelmuizen met name gevoelig is voor frequenties van 8 kHz tot 16 kHz. Deze frequenties overlappen met festivalgeluid, maar doven echter relatief snel uit. Uit figuur 3.2 (zie Van Hooff, 2019) blijkt dat deze frequenties op 250 meter zijn uitgedoofd tot 30 dB. Binnen 250 van het evenemententerrein is geen potentieel leefgebied van de noordse woelmuis aanwezig. Bovendien heeft de soort een verborgen levenswijze ondergronds en in dichte vegetatie. In dit leefgebied dringen hogere frequenties minder snel door omdat ze sneller reflecteren dan de lagere frequenties.” Een (significant) negatief effect op de instandhoudingsdoelstelling van noordse woelmuis als gevolg van verstoring door geluid is daarom niet aan de orde. MEERVLEERMUIS In Van Hooff (2019) wordt het volgende aangegeven ten aanzien van effecten op een vliegroute van meervleermuis door geluidsverstoring: “Negatieve effecten van geluid van evenementen zijn alleen te verwachten als de frequentie van het festivalgeluid samenvalt met de frequenties die vleermuizen goed kunnen horen. Meestal komt dat overeen met de roep van de vleermuizen. De roep van de meervleermuis ligt tussen de 20 en 70 kHz, dit is voor de mens onhoorbaar.

Er is maar weinig overlap met festivalgeluid en de frequenties die meervleermuizen kunnen horen. Festivalgeluid is namelijk afgestemd op het menselijk gehoor, frequenties die mensen niet kunnen horen (boven de 20 kHz) zijn voor festivals niet van belang. Bovendien doven frequenties van 20 kHz en hoger na enkele tientallen meters uit. Zelfs al heeft festivalgeluid dergelijke voor de mens onhoorbare frequenties dan zijn deze alleen plaatselijk hoorbaar voor de meervleermuis. Een dergelijke lokale invloed van geluid leidt niet tot een (significante) verstoring van meervleermuizen op een vliegroute.” Ten aanzien van effecten op verblijfplaatsen van meervleermuis wordt aangegeven dat een geluidsinstallatie binnen een verblijfplaats moet worden geplaatst om een effect te veroorzaken, aangezien de voor vleermuizen relevante hoge frequenties moeilijk door steen of hout kunnen dringen. “Als

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

24

dergelijke hoge frequenties buiten worden afgespeeld, dringen ze vanwege de zeer hoge isolaties en zeer sterke reflecties, niet door binnen vleermuisverblijfplaatsen. Denk aan bassen die wel in de naastgelegen woning binnendringen, terwijl de hoge tonen de woning niet binnendringen” (Van Hooff, 2019). Effecten op verblijfplaatsen van (meer)vleermuizen kunnen daarom worden uitgesloten. Een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstelling van meervleermuis als gevolg van verstoring door geluid is dan ook niet aan de orde. VOGELS In het rapport van Van Hooff (2019) worden zowel de effecten van geluid op het maskeren van de zang van vogels als op schrikreacties van vogels (verstoring) behandeld. Het maskeren van de zang treedt uitsluitend in het broedseizoen op, wanneer vogels door zang een territorium verdedigen en een partner aan proberen te trekken. Schrikreacties kunnen in principe het hele jaar door optreden. Uit de analyse van Tauw (Van Hooff, 2019) blijkt dat het geluid van evenementen niet leidt tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van de aangewezen broedvogels door het maskeren van zang of door het veroorzaken van schrikreacties. Het bestemmingsplan maakt in het eerste deel van het broedseizoen, tot 15 mei, geen evenementen mogelijk met een hoog geluidsniveau.

In het rapport wordt aangegeven dat de evenementen later in het broedseizoen niet leiden tot negatieve effecten door maskering van zang, omdat dit effect beperkt is in zowel ruimte als in tijd. Verder wordt aangegeven dat het geluidsniveau binnen het Natura 2000-gebied te laag is om te zorgen voor schrikreacties (Van Hooff, 2019). In Van Hooff (2019c, zie bijlage 8) is voor porseleinhoen op basis van geluidsmetingen uit 2019 in het voor deze soort aangelegde leefgebied nader uitgewerkt welke geluidsniveaus optreden in het leefgebied. Hierbij vonden de metingen zowel plaats op evenementendagen als op dagen zonder evenementen. De metingen tonen aan dat de gemeten geluidsniveaus op evenementendagen niet afwijken van de variatie in geluidsniveau op dagen zonder evenementen. Deze uitkomst ondersteunt voor porseleinhoen de conclusie die eerder op basis van de modelberekeningen in Van Hooff (2019a) is getrokken dat geen verstoring door geluid zal plaatsvinden, mocht porseleinhoen zich in de toekomst in het Natura 2000-gebied vestigen. Voor niet-broedvogels geldt dat er geen evenementen worden gehouden met een hoog geluidsniveau in de periode van 15 oktober tot 15 mei. Verstoring van in het Natura 2000-gebied slapende, rustende of foeragerende niet-broedvogels (ganzen en steltlopers) door geluid kan dan ook worden uitgesloten.

De evenementen leiden niet tot significant negatieve effecten op aangewezen broedvogels en nietbroedvogels van Natura 2000-gebied Groote Wielen door verstoring, waaronder maskering van de zang of het veroorzaken van schrikreacties.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

25

5.4

Verstoring door licht

Aard van het effect Bij licht wordt onderscheid gemaakt tussen verlichtingssterkte (de mate waarin een gebied minder donker wordt) en de zichtbaarheid van het licht (luminantie). Met name de verlichtingssterkte is relevant voor ecologie, omdat deze kan leiden tot fysiologische en gedragsveranderingen bij dieren. Over het algemeen is er nog niet heel veel bekend over dosis-effectrelaties tussen licht en fauna. Van sommige vleermuissoorten (zoals meervleermuis) is bekend dat plaatsen met significant hogere verlichtingssterktes gemeden worden. Vogels zijn over het algemeen minder gevoelig voor licht in relatie tot verstoring. Eerste effectbeoordeling De aangewezen broedvogelsoorten kemphaan, porseleinhoen en rietzanger zijn in de broedperiode gebonden aan het Natura 2000-gebied Groote Wielen, waar als gevolg van het plan geen nieuwe verlichting mogelijk wordt gemaakt. De noord- en noordoostrand van het plangebied liggen het dichtst bij het Natura 2000-gebied. Langs de noordrand van het plangebied ligt een brede bosstrook ten zuiden van de Groningerstraatweg en forse boomgroepen ten noorden van de Groningerstraatweg die ervoor zorgt dat verlichting op het evenemententerrein in De Groene Ster niet in het broedgebied van de genoemde vogelsoorten doordringt, te meer omdat de lichtsterkte kwadratisch afneemt met afstand.

Voor de noordoostrand geldt dat in verband met effecten op meervleermuis in het plan is opgenomen dat evenementen niet mogen leiden tot lichtuitstraling op het oppervlaktewater, waardoor verlichting ook niet op de watergangen aan de oostrand van het plangebied kunnen worden gericht. Negatieve effecten op broedvogels door verlichting kunnen dan ook worden uitgesloten. Voor de aangewezen niet-broedvogelsoorten kolgans, brandgans, smient en grutto heeft het Natura 2000-gebied een functie als slaapplaats. Deze soorten foerageren in graslandpolders in en om de Groote Wielen (Provincie Fryslân, 2013). Het plan maakt geen verlichting mogelijk op of nabij de locaties van de slaapplaatsen in het Natura 2000-gebied en in de poldergebieden die van belang zijn als foerageergebied voor de aangewezen niet-broedvogels, omdat geen evenementen worden gehouden in de periode van oktober tot half mei. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de kwalificerende vogelsoorten kunnen dan ook op voorhand worden uitgesloten. De habitatrichtlijnsoorten van Natura 2000-gebied Groote Wielen zijn met uitzondering van de meervleermuis sterk gebonden aan het Natura 2000-gebied Groote Wielen en de onmiddellijke omgeving daarvan waar geen sprake is van een toename van lichtuitstraling (zie hierboven).

De meervleermuis gebruikt Natura 2000-gebieden in Fryslân, zoals de Groote Wielen, uitsluitend als foerageergebied, maar heeft buiten de Natura 2000-gebieden verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Deze verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden bevinden zich ook in of in de nabijheid van het plangebied (zie hoofdstuk 6). De effecten van verlichting tijdens evenementen op meervleermuis kunnen daarmee niet op voorhand worden uitgesloten. Daarom worden de effecten van kunstlicht op het instandhoudingsdoel van meervleermuis voor Natura 2000-gebied Groote Wielen in detail uitgewerkt in hoofdstuk 6.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

26

5.5

Vermesting en verzuring

Aard van het effect Verzuring ontstaat als gevolg van verontreiniging van de lucht met de stoffen zwaveldioxide, ammoniak en stikstofoxiden. Deze gassen reageren met elkaar en worden omgezet in onder andere salpeterzuur en zwavelzuur. Deze stoffen kunnen leiden tot verzuring van bodem en water en kunnen planten en materialen aantasten. Landbouw, verkeer en de industrie zijn de belangrijkste bronnen van verzurende stoffen. Met name de groei en intensivering van de landbouwsector heeft geleid tot overmatige toevoer van stikstof en fosfaat (vermesting). Hierdoor verslechterde de kwaliteit van het ondiepe grondwater en het oppervlaktewater. Vermesting speelt niet alleen via uit- en afspoeling, maar ook via depositie van ammoniak werkt de overbemesting in de landbouw door naar het milieu in de vorm van vermesting en verzuring van natuur. De ecologische effecten van vermesting door stikstof zijn belangrijker geworden dan de verzurende effecten van zwavel en stikstof. De effecten ten gevolge van de landbouw, met name intensieve veehouderij zijn derhalve het grootst. Als gevolg van het plan zal ook sprake zijn van een extra uitstoot van stikstof door een toename van het aantal verkeersbewegingen tijdens de evenementen en de inzet van mobiele werktuigen voor het op- en afbouwen van evenementen. Dit zou kunnen leiden tot vermesting en verzuring in Natura 2000-gebieden.

Aeriusberekening De Aerius-berekening voor de worst-case situatie die het bestemmingsplan mogelijk maakt is opgenomen in bijlage 3. Indien bij de muziekevenementen stageklasse IV-materieel wordt ingezet (bij het gebruik van verreiker, gator, heftruck en telescopische hoogwerker) bij de opbouw van de evenementen en bij het gebruik van aggregaten, bedraagt de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000gebieden, waaronder het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Alde Feanen, 0,00 mol N/ha/jaar. Groote Wielen Het nabijgelegen Natura 2000-gebied Groote Wielen is niet als stikstofgevoelig gebied opgenomen in Aerius en is zodoende niet in de berekening meegenomen. Voor de Groot Wielen zijn ook geen instandhoudingsdoelen geformuleerd voor al dan niet stikstofgevoelige habitattypen. Wel zijn voor dit gebied voor een aantal habitat- en vogelrichtlijnsoorten instandhoudingsdoelen geformuleerd die als stikstofgevoelig gelden. Enerzijds gaat dit om de vissoorten bittervoorn en kleine modderkruiper en anderzijds om de vogelsoorten grutte en kemphaan (effectenindicator Natura 2000). Voor de vissoorten bittervoorn en kleine modderkruiper geldt dat inspoeling in het water de dominante factor is die vermesting en verzuring van het oppervlaktewater veroorzaakt, bijvoorbeeld als gevolg van het toedienen van mest in de landbouw.

Beide vissoorten komen veel in poldersloten voor waar sprake is van bemesting. Het inspoelen van meststoffen in water kan in die gebieden zorgen voor aantasting van het leefgebied van bittervoorn en kleine modderkruiper, onder andere door algengroei. Daarom zijn de vissoorten als stikstofgevoelig opgenomen in de effectenindicator. De Groote Wielen is echter een natuurgebied met een relatief goede waterkwaliteit. Daar treedt een effect van stikstof veel min-

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

27

der snel op. Bovendien maakt het plan geen inspoeling van meststoffen mogelijk, maar is uitsluitend sprake van relatief geringe uitstoot van stikstof naar de lucht. In het watersysteem van de Groote Wielen zal dit zeker niet leiden tot een negatief effect op de vissoorten bittervoorn en kleine modderkruiper. De voor stikstof gevoelige soorten grutto en kemphaan zijn met name gevoelig door verruiging van de broedgebieden en voor verzuring wat een effect heeft op het bodemleven (beheerplan Natura 2000-gebied Groote Wielen). Beide soorten broeden en foerageren echter in laaggelegen waterrijke gebieden waardoor net als voor bittervoorn en kleine modderkruiper met name inspoeling van meststoffen in het oppervlakte- en grondwater zorgt voor vermesting en verzuring. Het knelpunt voor deze soorten ligt daarom in de (grond)waterstand en het peilbeheer in combinatie met het maai- en bemestingsbeleid in de leefgebieden. In natte broedgebieden van kemphaan en in de waterrijke rusten foerageergebieden van beide soorten speelt een relatief geringe stikstoftoevoer uit de lucht als gevolg van de evenementen in De Groene Ster dan ook geen rol. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van de Groote Wielen door verzuring en vermesting treedt dan ook niet op als gevolg van de evenementen die het bestemmingsplan mogelijk maakt.

Conclusie Indien stageklasse IV-(of hogere klasse)materieel wordt ingezet bij gebruik van verreiker, gator, heftruck en telescopische hoogwerker bij de opbouw van de muziekevenementen en aggregaten, leidt het plan niet tot een toename van stikstofdepositie in het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Alde Feanen. In dat geval is geen sprake van een negatief effect op Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie.

5.6

Nader te beoordelen effecten

Uit de effectafbakening blijkt dat het effect van verstoring van kunstlicht op de voor Natura 2000gebied Groote Wielen aangewezen soort meervleermuis nog nader moet worden uitgewerkt. De effecten van verstoring door geluid en van vermesting en verzuring zijn in dit hoofdstuk al voldoende beschreven op basis van Van Hooff (2019) en op basis van de Aerius-berekening (bijlage 3). Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden als gevolg van verstoring door geluid, vermesting en verzuring als gevolg van de partiële herziening van het bestemmingsplan kunnen worden uitgesloten. De effecten van verstoring door kunstlicht op meervleermuizen worden in hoofdstuk 6 nader behandeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=2a60add6-333b-456a-8ae7-c4bbec07f0da