ontwerpbestemmingsplan Leeuwarden de Zuidlanden, woning ten zuiden van Wergeasterdyk 38
Tekst van het document
Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een plangebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel. Verblijven De bomen in en binnen de verstoringszone van het plangebied zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van geschikte boomholtes.
Er zijn geen geschikte holtes gevonden in de bomen waardoor de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in de omgeving van het plangebied uitgesloten kan worden. Er zijn geen gebouwen aanwezig binnen het werkterrein waardoor er geen gebouwbewonende vleermuissoorten aanwezig zullen zijn. Vliegroutes en foerageergebieden Er bevinden zich binnen de verstoringszone van het plangebied geschikte lijnvormige elementen en groenstructuren die kunnen dienen als een vliegroute of foerageergebied voor vleermuizen. Echter zijn er in de omgeving zeker even geschikte lijnvormige elementen en groenstructuren aanwezig waardoor de aanwezige functies niet als essentieel worden aangemerkt.
Datum: 3 mei 2021 rapport: R21.073, versie 0.3
blad 10 van 16
RHO adviseurs Quickscan Goutum, Lykwei 3
3.3
Overige zoogdieren Binnen een straal van 2,5 kilometer tot het projectgebied zijn de afgelopen vijf jaar waarnemingen gedaan van twee beschermde, niet‐vrijgestelde zoogdiersoorten; noordse woelmuis en otter. Noordse woelmuis De noordse woelmuis is gebonden aan waterrijke milieus. De soort leeft in gebieden met een hoge vegetatie, zoals rietlanden, moerassen, extensief gebruikte weilanden en terreinen die periodiek overstromen (Zoogdiervereniging, z.d.). Bovengenoemd habitat ontbreekt binnen het plangebied waardoor de aanwezigheid van deze soort uitgesloten is. Otter Otters leven in oeverzones die liggen in gebieden met voldoende dekking en rust van allerlei soorten wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Ze leven in schoon en zoet water met voldoende voedsel (Zoogdiervereniging, z.d.). Naast het plangebied zijn sloten aanwezig maar dit is geen onderdeel van het leefgebied van de otter doordat de aansluiting met geschikt grootschalig leefgebied ontbreekt. Het betreffen kleine sloten binnen agrarisch/bebouwd gebied. De aanwezigheid van de otter binnen (de verstoringszone) van het plangebied is uitgesloten.
3.4
Overige fauna Overige beschermde diersoorten, zoals reptielen, amfibieën, vissen, insecten, kreeftachtigen en weekdieren, zijn niet bekend in de omgeving van het plangebied en worden ook niet verwacht op basis van de aanwezige habitat.
3.5
Vaatplanten De in Nederland beschermde vaatplanten stellen specifieke eisen aan hun groeiplaats, of komen slechts beperkt voor in Nederland. De meeste soorten groeien op voedselarme bodems en zijn niet te verwachten op stikstofrijke of bemeste bodems zoals landbouwgronden en de meeste wegbermen. Andere beschermde soorten groeien slechts in een specifieke biogeografische regio in Nederland, zoals in het rivierengebied of in het heuvelland van Zuid Limburg. Binnen 2,5 kilometer van het plangebied zijn twee beschermde plantensoorten bekend in de afgelopen 5 jaar. Dit betreft knolspirea en ruw parelzaad. Knolspirea betreft een niet wild exemplaar waardoor deze geen bescherming onder de Wet natuurbescherming geniet. Ruw parelzaad Het betreft een zeer zeldzame soort welke voornamelijk voorkomt in Zuid‐Limburg. Echter is de soort aangetroffen in een tuin in Leeuwarden. De soort komt voor op zonnige, open plaatsen op matig vochtige, matig voedselrijke, basische en kalkrijke grond. Het aanwezige habitat in het plangebied betreft voedselrijk grasland. De aanwezigheid van ruw parelzaad wordt op basis van het aanwezige habitat uitgesloten in het plangebied.
Datum: 3 mei 2021 rapport: R21.073, versie 0.3
blad 11 van 16
RHO adviseurs Quickscan Goutum, Lykwei 3
Effecten en gevolgen 4.1
Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het plangebied, en de te verwachten risico’s voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen. Soortgroep
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Soort(en) Huismus en gierzwaluw in naastgelegen bebouwing. Mogelijk in volgende jaren boombewonende soorten in de nu bezette vogelnesten van ekster en zwarte kraai.
Bescherming
3.1
Ekster en zwarte kraai, diverse zangvogels in Algemene broedvogels bomen en struiken en watervogels in oevers en 3.1 watergangen.
Aanwezig
Mogelijk
Ja
Tabel 4.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden. 3.1 = Vogelrichtlijn.
4.2
Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna Jaarrond beschermde nesten Er zijn mogelijk huismus‐ en gierzwaluwnesten aanwezig in de omliggende bebouwing welke binnen de verstoringszone van de werkzaamheden vallen. Deze nesten kunnen verstoord raken indien er verstorende werkzaamheden plaatsvinden zoals heiwerkzaamheden. Bij overige bouwwerkzaamheden is de verstoring uitgesloten vanwege de afstand, aanwezigheid van tussenliggende afschermende elementen en de lage verstoringsgevoeligheid van deze aan menselijke omstandigheden aangepaste vogelsoorten. Naast verblijfplaatsen van huismus en gierzwaluw is het mogelijk dat na het broedseizoen van 2021 het nest van de zwarte kraai en ekster in gebruik genomen kunnen worden door een boombewonende vogelsoort met een jaarrond beschermd nest. De vervolgstappen in hoofdstuk 5 dienen opgevolgd te worden. Algemene broedvogels Mogelijk komen diverse vogelsoorten tot broeden in en om het plangebied in de oeverzones, watergangen of bomen en struiken. Er zijn actieve nesten van ekster en zwarte kraai aanwezig binnen de verstoringszone van het plangebied. Het zwarte kraaiennest bevindt zich mogelijk in een boom welke verdwijnt met de werkzaamheden.
Wanneer de werkzaamheden gedurende het broedseizoen plaatsvinden, worden het nest van de zwarte kraai en nesten van overige algemene broedvogels mogelijk verstoord of vernietigd. Dit is in strijd met de Wet natuurbescherming. De vervolgstappen in hoofdstuk 5 dienen opgevolgd te worden.
Datum: 3 mei 2021 rapport: R21.073, versie 0.3
blad 12 van 16
RHO adviseurs Quickscan Goutum, Lykwei 3
Mitigerende maatregelen In dit hoofdstuk worden de vervolgmaatregelen beschreven voor de soorten waarvan in hoofdstuk 4 is bepaald dat deze mogelijk een effect bemerken van de geplande ingreep. Deze vervolgmaatregel kan bestaan uit het uitvoeren van nader onderzoek om de aanwezigheid te bevestigen of uit te sluiten. Maar de vervolgmaatregel kan ook aangeven dat er een aanvraag voor een ontheffing op de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming benodigd is. Er kan ook een lijst met mitigerende maatregelen staan aangegeven, waarbij de ingreep uitgevoerd kan worden zonder een ontheffing. Indien de ingreep zonder enig nader onderzoek, mitigatie of ontheffingsaanvraag uitgevoerd kan worden, wordt dat in dit hoofdstuk vermeld. Soortgroep
Soort(en)
Bescherming Aanwezig
Huismus en gierzwaluw in naastgelegen bebouwing. Mogelijk in Vogels met volgende jaren jaarrond boombewonende 3.1 beschermde nesten soorten in de nu bezette vogelnesten van ekster en zwarte kraai.
Algemene broedvogels
Ekster en zwarte kraai, diverse zangvogels in bomen en struiken en watervogels in oevers en watergangen.
3.1
Vervolgactie
Mogelijk Mitigerende maatregelen
Ja
Mitigerende maatregelen
Tabel 5.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor een vervolgactie benodigd is. 3.1 = Vogelrichtlijn.
5.1
Algemene broedvogels; mitigatie Jaarrond beschermde nesten In de naastgelegen bebouwing zijn mogelijk nestplaatsen aanwezig van huismus en gierzwaluw. Er worden met de werkzaamheden geen nesten verwijderd of fysiek aangetast. Wel is het mogelijk dat er met de werkzaamheden verstoring van deze nestplaatsen optreedt. Door de tussenliggende afstand en de aanwezigheid van enkele bomen wordt de verstoring van reguliere bouwwerkzaamheden niet als verstorend aangeduid. Echter zijn werkzaamheden als heien van dusdanige verstoring dat dit niet uitgevoerd kan worden binnen het broedseizoen (maart t/m augustus). Daarnaast zijn er nesten aanwezig van ekster en zwarte kraai binnen de verstoringszone van de werkzaamheden. Dit betreffen geen broedvogels met jaarrond beschermde nesten. Echter kunnen deze nesten wel gebruikt worden door vogels met jaarrond beschermde nesten. Wanneer er gestart wordt buiten het broedseizoen en er met dezelfde omvang en intensiteit wordt doorgewerkt gedurende het broedseizoen van 2022 dan zal een broedvogel zich alleen vestigen als deze de mogelijke verstoring niet als verstorend ervaart. Mocht dit het geval zijn kan er gewoon doorgewerkt worden gedurende het broedseizoen.
Is het niet duidelijk of er gestart kan worden voorafgaand aan het broedseizoen en vervolgens met dezelfde intensiviteit doorgewerkt zal worden dan is het aan te raden deze nesten preventief te verwijderen na het broedseizoen van 2021 om te voorkomen dat deze in het broedseizoen van 2022 in gebruik worden genomen door een broedvogel met een jaarrond beschermd nest.
Datum: 3 mei 2021 rapport: R21.073, versie 0.3
blad 13 van 16
RHO adviseurs Quickscan Goutum, Lykwei 3
Algemene broedvogels Alle inheemse broedvogels zijn tijdens het broeden wettelijk beschermd volgens de Vogelrichtlijn. Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het plangebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren en verjagen van broedende vogels. Het verdient daarom de aanbeveling om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Een wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen bestaat niet, bepalend is of broedgevallen aanwezig zijn. Indicatieve datumgrenzen zijn 15 maart tot 15 juli, maar er bestaan, afhankelijk van het weer en de vogelsoort, vele uitzonderingen op deze regel. Er zijn op dit moment actieve nesten aanwezig rondom het plangebied. De onderstaande mitigerende maatregelen zijn daarom geschreven op het broedseizoen van 2022 en later. Indien de werkzaamheden starten aan het begin van het broedseizoen (2022 en later): Broedgevallen binnen het plan‐ en verstoringsgebied van de werkzaamheden moeten voorkomen worden. Het ongeschikt maken kan preventief gedaan worden door ruim voor het vogelbroedseizoen het gebied te ontdoen van geschikte nestgelegenheden. Dit kan op verschillende manieren.
Door het kort maaien en kort houden van de oevervegetatie (waaronder bijvoorbeeld rietkragen maar ook pitruspollen) is er geen nestgelegenheid voor watervogels zoals meerkoet, waterhoen en wilde eend, en voor rietvogels zoals blauwborst, rietzanger en rietgors. Overige maatregelen zoals het kappen en verwijderen van bomen en struiken om de vestiging van algemene broedvogels in bomen en struiken te voorkomen zijn in dit geval niet relevant gezien er maar enkele bomen verwijderd zullen worden rondom het plangebied. Wel is het aan te raden deze kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien de werkzaamheden starten te midden van het broedseizoen (2022 en later): Het plan‐ en verstoringsgebied dient eerst door een ter zake kundige ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedvogels; Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plan‐ of verstoringsgebied, worden door de ter zake kundige ecoloog specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt (een deel van) het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot alle nesten, vanuit eigen beweging van de vogels, niet meer in gebruik zijn.
Datum: 3 mei 2021 rapport: R21.073, versie 0.3
blad 14 van 16
RHO adviseurs Quickscan Goutum, Lykwei 3
Conclusie De opdrachtgever, RHO adviseurs, is voornemens een woning inclusief bijgebouw te realiseren op een leegstaand grasveld aan de Lykwei 3 te Goutum, gemeente Leeuwarden in de provincie Friesland. Uit deze Quickscan blijkt dat er actieve nesten zijn van de algemene broedvogels zwarte kraai en ekster, rondom de locatie. Daarnaast zijn er voor overige algemene broedvogels mogelijkheden om te nestelen in de aanwezige bomen, struiken, oevers en watergangen. Er zijn mogelijkheden voor huismussen en gierzwaluwen in de naastgelegen bebouwing welke binnen de verstoringszone van 75 meter vallen ten opzichte van de werkzaamheden. Normale bouwwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd echter zullen verstorende werkzaamheden als hei‐ werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden gedurende het broedseizoen (maart‐augustus) van deze soorten. Mocht er in 2022 binnen het broedseizoen gewerkt gaan worden dan is het aan te raden hier voor het broedseizoen de werkzaamheden op te starten en met gelijke verstoring voort te zetten gedurende het broedseizoen. Op deze manier zullen vogels die zich toch vestigen nabij de werkzaamheden niet dusdanig verstoord worden door de werkzaamheden waardoor werkzaamheden stopgezet moeten worden.
Mocht het niet duidelijk zijn wanneer de werkzaamheden plaats gaan vinden dan is het aangeraden om de op dit moment actieve nesten van zwarte kraai en ekster preventief te verwijderen wanneer het broedseizoen voor deze soorten is afgelopen en de nesten niet meer in gebruik zijn. Deze nesten kunnen anders in volgende jaren in gebruik genomen worden door broedvogels waarvan het nest jaarrond beschermd is.
Gorredijk, mei 2021 JM ecologie b.v. Datum: 3 mei 2021 rapport: R21.073, versie 0.3
blad 15 van 16
RHO adviseurs Quickscan Goutum, Lykwei 3
Geraadpleegde bronnen
Nationale Databank Flora‐ en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 23 april 2021. Netwerk Groene Bureaus (NGB), 2017. Soortinventarisatieprotocollen Netwerk Groene Bureaus BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998‐2000. SOVON, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS‐Nederland, Leiden. Vleermuisprotocol 2021, Netwerk Groene Bureaus (NGB). Melis, J., 2012. Zoogdieratlas.nl Werkatlas Zoogdieren van Friesland. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Creemers, Raymond C.M. & Jeroen J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. RAVON, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS‐Nederland, Leiden. Melis, J. & M. Koopmans, 2015. Fiskatlas Fryslân, verspreiding en ecologie van zoetwatervissen in Friesland in de periode 1900 t/m 2014. Bornmeer, Gorredijk. Bos, F.G., M.A. Bosveld, D.G. Groenendijk, C.A.M. Van Swaay & I. Wynhoff, 2006. De dagvlinders van Nederland ‐ verspreiding en bescherming (Nederlandse Fauna 7). Vlinderstichting, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS‐Nederland, Leiden. De Boer, E.P. et al, 2014. Libellenrijk Fryslân, mei ljochtsjende wjukken oer it wetter. Bureau FaunaX, Gorredijk. FLORON 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse flora. Stichting FLORON, Nijmegen.
Datum: 3 mei 2021 rapport: R21.073, versie 0.3
blad 16 van 16
Bijlage 2 Historisch bodemonderzoek
RHO Adviseurs De heer J.J. Posthumus Druifstreek 72-C 8911 LH LEEUWARDEN
Behandeld door: De heer F. Visser
Tel.nr. 06 -19 63 85 83
f.visser@bodemvisie.nl
Datum
: Grou, 3 mei 2021
Onderwerp
: 210204; Historisch vooronderzoek (NEN 5725) Lykwei te Goutum
Geachte heer Posthumus, Hierbij ontvangt u de briefrapportage van het uitgevoerde historisch vooronderzoek ter plaatse van de Lykwei te Goutum. Aanleiding en doel Aanleiding tot het uitvoeren van het historisch bodemonderzoek betreft de voorgenomen nieuwbouw op de locatie. In het vooronderzoek zal door middel van de beschikbare informatie worden onderzocht of er sprake is (geweest) van bodembedreigende activiteiten op de locatie en/of de directe omgeving. In een dergelijk geval zal een vervolgonderzoek conform de NEN 5740 noodzakelijk kunnen worden geacht. Locatiegegevens De onderzoekslocatie aan Lykwei bevindt zich in landelijk gebied, ten zuidwesten van de woonkern van Goutum. De nieuwbouwlocatie bevindt zich ten oosten van de Lykwei 3 en staat kadastraal bekend als gemeente Huizum, sectie F, nummer 874 (deels). Het voornemen bestaat om op het perceel een woning inclusief bijgebouw te realiseren. De te ontwikkelen woonkavel heeft een oppervlakte van circa 2.040 m2. Een overzichtstekening van de nieuwbouwlocatie, inclusief de kadastrale gegevens, zijn opgenomen in bijlage 1. Historisch onderzoek Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725. In het kader van het vooronderzoek is informatie ingewonnen uit de volgende bronnen: -
aangeleverde informatie van de opdrachtgever;
-
kadastrale gegevens;
-
Bodeminformatiesysteem Nazca-I, Bodembeheernota gemeente Leeuwarden (online bodeminformatie);
-
interpreteren van topografische, historische (topotijdreis.nl) en geohydrologische kaarten;
-
interpretatie van tekeningen van de huidige situatie en toekomstige situatie;
-
locatie-inspectie (d.d. 26-04-2021).
Historische (bodem)informatie Uit oud kaartmateriaal (topotijdreis.nl), blijkt dat het perceel voor zover bekend, altijd onbebouwd geweest. Het perceel is in de huidige situatie in gebruik als weide. Rondom, op de perceelgrens, zijn bomen en bosschages gesitueerd. Een overzicht van historisch kaartmateriaal (topotijdreis.nl) is opgenomen in bijlage 2. Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV Singel 60, 9001 XP GROU Telefoon: +31 (0) 566-653130 Internet: www.bodemvisie.nl Rabobank, rekeningnummer NL38 RABO 0118.7529.79 KvK-nummer 58074201, BTW-nummer: NL852861825B01
Datum
: Grou, 3 mei 2021
Onderwerp
: 210204; Historisch bodemonderzoek (NEN 5725) Lykwei te Goutum
Pagina
: 2 van 3
Als onderdeel van het historisch vooronderzoek is het gemeentelijk bodeminformatiesysteem (Nazca-I) geraadpleegd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen relevante informatie bekend met betrekking tot voorgaand bodemonderzoek, potentieel (voormalige) bodembedreigende activiteiten en/of uitgevoerde bodemsaneringen. Op basis van de Bodembeheernota van de gemeente Leeuwarden blijkt, dat de locatie is gelegen in een gebied met de bodemfunctieklasse: landbouw/natuur en bodemkwaliteitszone: buitengebied. In de directe omgeving zijn, op basis van Nazca-I, een tweetal bodemonderzoeken bekend:
Verkennend (water)bodemonderzoek, CS)-Milfac, dossiernummer: 12F157, d.d. 6 juli 2021. Het onderzoek had betrekking op de locatie direct zuiden van de onderzoekslocatie, ter plaatse van It Grien 1 tot en met 7. Uit de onderzoeksresultaten blijkt, dat destijds in de bovengrond voor de geanalyseerde paramaters geen verhoogde gehalten zijn aangetoond. In de ondergrond is voor molybdeen een licht verhoogd gehalte gemeten. In het grondwater zijn voor barium, kwik, benzeen en xylenen licht verhoogde concentraties aangetoond. Opgemerkt dient te worden dat op het maaiveld een stukje asbesthoudend materiaal is waargenomen. De waarneming is als een incidentele vondst beoordeeld;
Verkennend bodem- en asbestonderzoek De Hem (buurtschap De Zuidlanden) te Leeuwarden, Antea Group, dossiernummer: 0462079.100, d.d. 29 mei 2020. Het betreft een grootschalig bodemonderzoek van de agrarische percelen ten oosten van de huidige onderzoekslocatie. Tijdens het onderzoek is ter plaatse van enkele toegangsdammen voor koper en/of PAK een sterk verhoogd gehalte aangetoond. Voor minerale olie is een matig verhoogd gehalte gemeten. Voor de overige geanalyseerde parameters zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. Er is geen asbest aangetroffen. Het grondwater is niet onderzocht.
Locatie-inspectie Op 26 april 2021 is door de heer E. Rijpstra van Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV een locatie-inspectie uitgevoerd. De onderzoekslocatie betreft een kruidenrijk grasland, omheind met gaas. Aan de westkant van het perceel is een minimale hoeveelheid hooi en grond opgeslagen. Het perceel is bereikbaar via een toegangsdam, direct ten westen van de onderzoekslocatie. Ter plaatse is op het maaiveld geen puinfundering waargenomen. Uit informatie van een buurtbewoner blijkt, dat in het verleden sprake is geweest van een smal grindpad vanaf de dam aan de Wergeasterdyk naar de woning gelegen aan de Lykwei 3. Als onderdeel van de locatie-inspectie is ter plaatse van de indicatieve positie van de toekomstige woning en het bijgebouw een proefboring uitgevoerd. Vanaf het maaiveld tot circa 1,9 m-mv is over het algemeen sprake van matig tot sterk siltige klei. De bovengrond (0,5/1,0 m-mv) is bovendien zwak tot matig humeus. Vanaf circa 1,9 m-mv is sprake van veen, zwak kleiig. Tijdens de locatie-inspectie zijn verder geen bodembedreigende activiteiten en/of bodemvreemde materialen (puin etc.) op het maaiveld en in de opgeboorde grond waargenomen. Een aantal foto’s van de locatie-inspectie zijn opgenomen als bijlage 3. De boorprofielen zijn opgenomen als bijlage 4.
Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV Singel 60, 9001 XP GROU Telefoon: +31 (0) 566-653130 Internet: www.bodemvisie.nl Rabobank, rekeningnummer NL38 RABO 0118.7529.79 KvK-nummer 58074201, BTW-nummer: NL852861825B01
Datum
: Grou, 3 mei 2021
Onderwerp
: 210204; Historisch bodemonderzoek (NEN 5725) Lykwei te Goutum
Pagina
: 3 van 3
Conclusies en aanbevelingen De locatie heeft, voor zover bekend, altijd een agrarische bestemming gekend en is altijd in gebruik geweest als grasland. Behoudens de toegangsdam en het voormalige grindpad zijn ter plaatse van het betreffende perceel geen relevante (historische) activiteiten bekend. Vervolgonderzoek conform de NEN 5740 in relatie tot de genoemde nieuwbouw wordt, ons inziens, niet noodzakelijk geacht. Uiteraard heeft gemeente Leeuwarden de uiteindelijke bevoegdheid om hieromtrent een uitspraak te kunnen doen. Voor eventuele voorwaarden met betrekking tot hergebruik van vrijkomende, buiten de locatie, wordt verwezen naar het gemeentelijk Bodembeheerplan, gebaseerd op het besluit Bodemkwaliteit. Hoewel in bepaalde gevallen hergebruik op basis van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten kan plaatsvinden, kan, afhankelijk van de hergebruikslocatie, de uitvoering van een partijkeuring grond noodzakelijk zijn om de hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond als bodem te kunnen bepalen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende van dienst te zijn geweest. Voor een eventuele toelichting verzoeken wij u vriendelijk met ondergetekende contact op te nemen. Met vriendelijke groet, Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV
De heer F. Visser Projectleider
Bijlage: 1. Situatietekeningen, inclusief kadastrale informatie; 2. Historisch kaartmateriaal; 3. Foto’s terreininspectie; 4. Boorprofielen
Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV Singel 60, 9001 XP GROU Telefoon: +31 (0) 566-653130 Internet: www.bodemvisie.nl Rabobank, rekeningnummer NL38 RABO 0118.7529.79 KvK-nummer 58074201, BTW-nummer: NL852861825B01
BIJLAGE 1:
SITUATEKENINGEN, INCLUSIEF KADASTRALE INFORMATIE
BETREFT
Huizum F 874 UW REFERENTIE
210204 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
03-05-2021 - 11:42
S11097467238
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
30-04-2021 - 14:59
30-04-2021 - 14:59
BLAD
1 van 1
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Huizum F 874 Kadastrale objectidentificatie : 049280087470000
Kadastrale grootte 5.050 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 182680 - 576434 Omschrijving Terrein (grasland)
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster
RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 6113/42 Leeuwarden Naam gerechtigde De heer Wibe Kielstra Adres Lykwei 3
9084 AK GOUTUM Geboren 09-09-1954 Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Zie akte(n)
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
te TIETJERKSTERADEEL
Uw referentie: 210204
Kadastrale kaart
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Huizum F 874
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 3 mei 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
1
2
3
4
5
6
A
A
B
B
C
C
01 02
D
D
E
E
F
F
G
G 0
10
20m Getekend door
Datum getekend
Gecontroleerd door
FV
03-05-2021
EW
Project nr.
Tekeningnummer
Schaal
Formaat
210204
1
1:500
A3
Project
Legenda
H
Historisch onderzoek (NEN 5725) Lykwei te Goutum
Grens locatie
Singel 60 9001 XP GROU T: 06-26478457 E: info@bodemvisie.nl I: www.bodemvisie.nl
Globale contour, voormalig grindpad 01
1
H
Onderdeel
Proeforing tot 2,0 m-mv
2
Overzicht locatie en situering proefboringen Opdrachtgever RHO Adviseurs
3
4
5
6
BIJLAGE 2:
HISSTORISCH KAARTMATERIAAL
Bijlage 2
Historisch kaartmateriaal Lykwei 3 te Goutum
Foto 1 – Historische kaart 2020
Foto 2 – Historische kaart 2000
Foto 3 – Historische kaart 1980
Foto 4 – Historische kaart 1960
Foto 5 – Historische kaart 1900
BIJLAGE 3:
FOTO’S TERREININSPECTIE
BIJLAGE 4:
BOORPROFIELEN
01
gras, m aaiveld
0
0
klei, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an 50
-40
klei, m at ig, silt ig, zwak hum eus, neut raal grijs, ow: geen, edelm an
100 -120
klei, m at ig silt ig, licht grijs, ow: geen, edelm an
150
-195
200
t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 2 6 -0 4 -2 0 2 1 E. Rijp st r a 1 8 2 7 4 0 .2 2 5 7 6 4 8 2 .7 2
veen, zwak kleiig, donker bruin, ow: geen, edelm an
m eet punt 01 26684908 -200
02
gras, m aaiveld
0
0
klei, zwak zandig, m at ig hum eus, licht bruin, grijs, ow: geen, edelm an 50 -60
klei, st erk silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an 100
150
-150
klei, m at ig silt ig, neut raal grijs, blauw, ow: geen, edelm an -185
veen, zwak kleiig, donker bruin, ow: geen, edelm an
200
t ype dat um boorm eest er x y
-200
g r on d b or in g 2 6 -0 4 -2 0 2 1 E. Rijp st r a 1 8 2 7 1 5 .3 4 5 7 6 4 7 9 .6 8
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
H ist or isch on d e r zoe k Lyk w e i t e Gou t u m 210204 N EN 5 1 0 4
m eet punt 02 26684909
PEILBUIS
OLIE OP W ATER REACTIE
BORIN G
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN ISTEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage 3 Watertoets
39
40
datum 21-4-2021 dossiercode 20210415-2-26144 Wateradvies korte procedure Project: Goutum - Lykwei 3 Gemeente: Leeuwarden Aanvrager: Jan - Jacob Posthumus Organisatie: Rho Adviseurs
Geachte heer/mevrouw Jan - Jacob Posthumus, Voor het plan Goutum - Lykwei 3 heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Het plan Goutum - Lykwei 3 heeft een beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de korte procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem.
Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden. Aandachtspunt: Vrij voor de boezem Het plangebied ligt vrij voor de boezem. Dit wil zeggen dat het gebied niet is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Wij adviseren u om hiermee rekening te houden bij het bepalen van de aanleghoogte.
Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt
voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied
Stedelijk (>200 m²)
Landelijk (>1.500 m²)
Boezem
5%
5%
Polder
10%
10%
Vrij afstromend
Maatwerk mogelijk
Maatwerk mogelijk
Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.
Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden heeft u een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als u een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Via Omgevingsloket online (www.omgevingsloket.nl ) kunt u vooraf nagaan of u een watervergunning nodig heeft of een melding moet doen (vergunningcheck). U kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.
Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring
Met vriendelijke groet,
Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E Info@wetterskipfryslan.nl
www.dewatertoets.nl
Regels
41
42
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 het plan het bestemmingsplan Leeuwarden - De Zuidlanden, bouw woning ten zuiden Wergeasterdyk 38 met identificatienummer NL.IMRO.0080.06027BP00-OW01 van de gemeente Leeuwarden; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit een beroeps*)- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet onevenredig publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie; *) betreft de (voormalige) vrije beroepen;
aan- en uitbouw 1.4 aan- en uitbouw een gebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat een vergroting c.q. uitbreiding van het hoofdgebouw vormt die in directe verbinding staat met dat hoofdgebouw en ten dienste staat van dat hoofdgebouw; 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8 bebouwingsbeeld de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede bouwhoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is;
43
1.9
bed and breakfast
het tegen betaling aanbieden van tijdelijke logies en ontbijt in een woning; 1.10 bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, niet zijnde detailhandel; 1.11
bedrijfsvloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroeps, een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, horecabedrijf en detailhandelsvestiging, inclusief opslag- en administratieruimten, en dergelijke; 1.12
bestaand
a. ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet en/of Wabo aanwezige bouwwerken en werkzaamheden: bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp; b. ten aanzien van het overige gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het plan; 1.13
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15
bijgebouw
een opzichzelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw zonder directe verbinding met het hoofdgebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.18
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van zolder; 1.19
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel;
44
1.21
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.22
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.23
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.24 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die, die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.26
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.27
horecabedrijf en/of -instelling
een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.28
hospitaregeling
het verhuren van maximaal 2 wooneenheden aan maximaal 1 persoon in een woning, waarbij de eigenaar de hoofdbewoner van de woning is en minimaal 50% van de woonoppervlakte van de woning zelf bewoont onder exclusief gebruiksrecht; 1.29
kamerverhuurpand en kamerverkooppand
gebouw of een deel van een gebouw met drie of meer wooneenheden, niet vallende onder het begrip logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoeld in het Bouwbesluit en niet vallende onder de hospitaregeling, die als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door niet in een gezinsverband levende personen; 1.30
kampeermiddel
een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
45
1.31
milieusituatie
de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkomen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling; 1.32
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.33
peil
a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. voor het bouwen van een bouwwerk in, op of over het water: het NAP -0,52 m (het Fries Zomerpeil); d. voor woonarken: de waterlijn. 1.34
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.35
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.36
sociale veiligheid
de waarde van een gebied die wordt bepaald door de mate van sociale controleerbaarheid, overzichtelijkheid en herkenbaarheid van een ruimtelijke situatie; 1.37 verkeersveiligheid de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer die wordt bepaald door de mate van gelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; voorkeurgrenswaarde: 1.38
watersituatie
de waarde van een gebied in waterhuishoudkundige zin die wordt bepaald door de waterkwaliteit en waterkwantiteit in een gebied; 1.39 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
46
1.40
woonhuis
een gebouw, dat één woning omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.41 woonsituatie de waarde van een gebied voor de woonfunctie die wordt bepaald door de situering van om die woonfunctie liggende functies en bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op de daglichttoetreding, het uitzicht, de mate van privacy en het voorkomen en beperken van hinder.
47
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
48
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Wonen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde bed and breakfast; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woonhuizen; met de daarbij behorende: c. tuinen, erven en terreinen; d. (openbare) nutsvoorzieningen; e. sloten, bermen en beplanting; f. waterlopen en waterpartijen; g. parkeervoorzieningen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt ten hoogste één; c. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; d. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 4,5 m; e. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 12,5 m; f. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet minder dan 45° en niet meer dan 75° bedragen. 3.2.2 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van de woning of in het verlengde daarvan te worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen zal ten hoogste 60 m² bedragen; c. de goothoogte van een aan- of uitbouw of een bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen; d. de dakhelling van een aan- of uitbouw of een bijgebouw mag niet meer bedragen dan 60°. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, danwel het verlengde daarvan niet meer dan 1 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen.
49
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.2 sub c en worden toegestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen per hoofdgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 150 m². 3.3.2 Toetsingscriteria Een afwijkingsmogelijkheid als bedoeld in lid 3.3.1 wordt uitsluitend toegepast, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. het bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. de landschappelijke waarden; d. de milieusituatie; e. de natuurlijke waarden; f. de sociale veiligheid; g. de verkeersveiligheid; h. de watersituatie; i. de woonsituatie. 3.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van woonhuizen voor meer dan één woning; b. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel en horeca; d. het gebruik van woningen als kamerverhuurpand of kamerverkooppand; e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bed and breakfast; f. het gebruik van de gronden en bouwwerk ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, zodanig dat: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte per bouwperceel in het (woon)gebouw niet meer dan 50 m² mag bedragen; 2. de activiteit niet (mede) wordt uitgeoefend door de eigenaar of één van de bewoners van de betreffende woning; 3. het totale aantal werkenden bij een beroepsuitoefening meer dan drie bedraagt en bij een bedrijfsuitoefening meer dan twee; 4. de activiteiten meldingsplichtig of vergunningplichtig zijn ingevolg de Wet milieubeheer respectievelijk de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 5.
er detailhandel plaatsvindt, tenzij er sprake is van de verkoop van ter plaatse vervaardigde non-food goederen of de verkoop van direct aan de activiteit verwante artikelen, met dien verstande dat de verkoopvloeroppervlakte niet meer dan 10% van de bedrijfsvloeroppervlakte mag bedragen; 6. de activiteit leidt tot parkeer- en verkeersoverlast; 7. de activiteit leidt tot overlast door een publiekaantrekkende werking;
50
8. het uiterlijk aanzien van de woning wordt aangetast, waarbij uitsluitend reclame in de vorm van één naamsaanduiding of logo met een lengte van niet meer dan 1 m en een oppervlakte van niet meer dan 0,5 m² in de vorm van niet uitstekende, niet verlichte reclameuitingen is toegestaan; 9. de activiteit hinder voor het woonmilieu oplevert. g. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor parkeervoorzieningen ten behoeve van de woonfunctie in de openbare ruimte, met uitzondering van parkeervoorzieningen voor minder validen. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van a. het bepaalde in lid 3.4 sub e in die zin dat de gronden en bouwwerken in combinatie met het wonen worden gebruikt ten behoeve van bed and breakfast, mits: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte per bouwperceel ten hoogste 50 m² mag bedragen; 2. er ten hoogste vier slaapplaatsen in ten hoogste twee van elkaar gescheiden ruimten voor nachtverblijf aanwezig zijn; 3. de exploitant hoofdbewoner is en er daadwerkelijk woont; 4. de kamers deel uitmaken van het hoofdgebouw of van een daarvan onderdeel uitmakende aan- of uitbouw en/of een vrijstaand bijgebouw, waarbij voor een vrijstaand bijgebouw geldt dat: een vrijstaande bijgebouw voldoet aan de in het Bouwbesluit gestelde eisen; de oppervlakte van het bouwperceel ten minste 750 m² bedaagt; de ruimte in het vrijstaande bijgebouw in gebruik voor bed and breakfast tenminste 25 m² per ruimte bedraagt; het vrijstaande bijgebouw ten minste 1 meter uit de zijdelingse- en achterperceelgrens gesitueerd is; 5. het uiterlijk aanzien van de woning niet wordt aangetast.
Uitsluitend reclame in de vorm van één naamsaanduiding of logo met een lengte van niet meer dan 1 m en een oppervlakte van niet meer dan 0,5 m² in de vorm van niet uitstekende, niet verlichte reclameuitingen is toegestaan; 6. de activiteit niet leidt tot parkeer- en verkeersoverlast; 7. de activiteit geen hinder of overlast voor het woonmilieu oplevert; waarbij bij de beoordeling van de mate van overlast tevens het woningtype en het karakter van de omgeving betrokken dient te worden; 8. het ruimtebeslag van de functie niet leidt tot te weinig bergruimte in of bij de woning. 3.5.2 Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.5.1 sub a wordt uitsluitend verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. de landschappelijke waarden; d. de milieusituatie; e. de natuurlijke waarden; f. de sociale veiligheid; g. de verkeersveiligheid;
51
h. de woonsituatie.
52
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
53
Artikel 5 5.1
Algemene bouwregels
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing , ten behoeve van: a. het bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. de cultuurhistorische waarden; d. de natuurlijke waarden; e. de milieusituatie; f. de sociale veiligheid; g. de verkeersveiligheid; h. de watersituatie; i. de woonsituatie. 5.2
Welstandscriteria
De in het bestemmingsplan geboden ruimte ten aanzien van de situering kan nader worden ingevuld door de in artikel 12a van de Woningwet bedoelde welstandscriteria.
54
Artikel 6 6.1
Algemene gebruiksregels
Gebruiksregels
6.1.1 Strijdig gebruik a. Het is op grond van artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming volgens artikel 3 b. Tot een gebruik strijdig met de gegeven bestemming, zoals bedoeld in lid a wordt in ieder geval gerekend: 1. Het gebruik van de gronden en bouwwerken voor meer dan 1 woning; 2. het gebruiken van de woning als kamerverhuurpand of kamerverkooppand; 3. het gebruik van de gronden voor de stallingen en opslag van (aan het oorspronkelijke gebruik onttrokken) voer-, vaar en/of vliegtuigen; 4. het gebruik van de gronden voor opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten, werken en werkzaamheden; 5. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; 6. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; 7. het gebruik van gronden en bouwwerken voor plaatsing van reclame-uitingen die direct licht uitstralen en/of voor reclame-uitingen die bewegen en die direct zichtbaar zijn vanuit woningen.
55
Artikel 7 7.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijking
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in de bestemmingsregels gegeven maten, aantallen, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, aantallen, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 12 m; c. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zendontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot ten hoogste 30 m; d. de bestemmingsregels ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat de bouwhoogte van antenne-installaties ten behoeve van mobiele telecommunicatie op of aan een bouwwerk, wordt vergroot tot ten hoogste 5 m gemeten vanaf de voet van de antenne-installatie; e. de bestemmingsregels in die zin dat bouwgrenzen worden overschreden, indien: 1. dit wenselijk of noodzakelijk is in verband met een doelmatige verkaveling van de gronden dan wel een rationale uitvoering van het plan betreft en de afwijking niet meer bedraagt dan 3 m, voor zover het nieuwbouwplannen betreft; 2. een meetverschil daartoe aanleiding geeft in andere gevallen; f.
de bestemmingsregels in die zin dat gebouwen als toiletgebouwtjes, gebouwen ten behoeve van het openbaar vervoer of het trein- water- of wegverkeer, alsmede kleinschalige openbare voorzieningen ten behoeve van detailhandel, sport, recreatie of cultuur, zoals kleedgebouwtjes, dug-outs, paviljoens, kiosken, dierenverblijven en kunstobjecten worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 50 m² bedraagt; 2. een gebouw uit ten hoogste één bouwlaag bestaat; 3. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 5 m bedraagt; g. de bestemmingsregels in die zin dat gebouwen ten behoeve van de openbare nutsvoorziening en/of de telecommunicatie worden gebouwd, mits; 1. de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 100 m² bedraagt; 2. een gebouw uit ten hoogste één bouwlaag bestaat; 3. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 5 m bedraagt; h. de bestemmingsregels in die zin dat mag worden afgeweken van de regels ten aanzien van de minimale of van de maximale dakhelling; i. het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen in die zin dat de (bouw)hoogte van de gebouw ten behoeve van de plaatselijke verhogingen, zoals liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting ten hoogste 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2.
de hoogte leidt tot een hoogte welke ten hoogste 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw zal bedragen; j. het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen binnen het bouwvlak, bestemmingsvlak c.q. maatvoeringsvlak in die zin dat de grenzen van het bouwvlak, bestemmingsvlak c.q. maatvoeringsvlak naar de buitenzijde met ten hoogste 1,50 m worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen;
56
2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3. erkers over maximaal 80% van de breedte van de gevel van het woonhuis waaraan wordt gebouwd; 4. ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen. 7.2
Toetsingscriteria
De in lid 7.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de milieusituatie; d. de verkeerssituatie; e. de parkeercapaciteit; f. het waterbeheer; g. de sociale veiligheid; h. de verkeerssituatie; i. de externe veiligheid en brandveiligheid; j. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; k. de hoogtebeperkingen die voortvloeien uit de geldende luchtvaartwet- en regelgeving in verband met de vliegbasis Leeuwarden, of andere in het gebied aanwezige hoogtebeperkingen.
57
Artikel 8 8.1
Overige regels
Parkeren
a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd of gebruikt wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. b. Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan: 1. het bebouwingsbeeld; 2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. de cultuurhistorische waarden; 4. de landschappelijke waarden; 5. de milieusituatie; 6. de natuurlijk waarden; 7. de sociale veiligheid; 8. de verkeersveiligheid; 9. de watersituatie; 10. de woonsituatie. 8.2