CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Omgevingsvisie_Leeuwarden

Informatieve bijeenkomst - oranjezaal 11 oktober 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Ontwerpomgevingsvisie14.461 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2

Verwaarden

1

Verbinden

2

Vergroenen

Van Dilemma’s naar meerwaarde Verdichten én vergroenen, verbinden én autovrij maken, wat houdt ‘stad maken’ op z’n Fries in: veel hoogbouw of juist kiezen voor maat en schaal passend bij Leeuwarden? Het belang van groen in de openbare ruimte (gezondheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie, leefbaarheid) én de stedelijke groei in de vorm van de verdichtingsopgave. Juist door functies te stapelen zorgen we voor licht, lucht en groen voor een fijn verblijfsgebied.

ONTWIKKELRICHTING • •

Creatie van hoogwaardige, compacte stedelijke milieus. Functiemenging, herontwikkeling, verdichting.

• • • •

Nabijheid, interactie, beleving (binden van studenten/jonge stedelingen) Grote rol voor cultuur, bijvoorbeeld tijdelijke broedplaatsen Gericht op langzaam verkeer en openbaar vervoer, beperkt aantal parkeerplaatsen Transformeren van het spoor van barrière tot verbinding

• Verdichten en vergroenen samenbrengen 32 • Duurzaam bouwen: energieneutraal, materialen, klimaatbestendig, circulair • Spoorzone als ecologische verbindingszone, verbinden van stad en platteland

Vergroenen

Verbinden

Verbeteren biodiversiteit

Clusters op bijzondere plekken

Mengen van functies

Ruimte voor water

Ruimte voor spelen, beweging en ontmoeten

Tijdelijke broedplaatsen stimuleren

Fietsroutes koppelen aan groenstructuren

Voedselproductie aan voedselconsumptie koppelen

Vergroten aantrekkingskracht van water

Vergroening gebouwen en openbare ruimte

Ruimte voor stadstuinen

Campussen versterken

Voorzieningen dichtbij

Actieve plinten

Inzetten warmtetransitie

Sterke digitale infrastructuur

Cultureel erfgoed benutten

Duurzame stadslogistiek

Aantrekkelijke woonvormen

Prioriteit geven aan herontwikkeling van gebouwen

Ruimte voor evenementen

Afstanden verkleinen, nieuwe mobiliteitsvormen Versterken aangenaam verblijfsklimaat Bruisende locaties en plekken om tot rust te komen Verbeteren van het netwerk voor fietsen

EE

ID

en De Dellen

Dooradering groen-blauwe structuren

Verwaarden

TR

UN

I

R VE

TY SI

EI

N

33

Mobiliteitshub Werpsterhoeke In 2025 is hier naar verwachting een station gerealiseerd. Belangrijk voor de bereikbaarheid en voor de ontwikkelingskracht van het gebied op de grens van stad en regio. Doorgroei tot een multimodale mobiliteitshub voor personen- en goederenvervoer is mogelijk, gekoppeld aan vernieuwende vormen van distributie.

Stadsuitbreiding Middelsee Realisering van een grootschalige woningbouwlocatie voor circa 3000 woningen. Een compacte wijk met hoge dichtheid, met een stedelijk karakter en met veel aandacht voor duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit.

Vervanging spoorbrug HRMK De huidige spoorbrug over het Van Harinxmakanaal (HRMK) is een knelpunt, zeker ook gezien de verwachte groei van de (plezier)scheepvaart en de intensivering van het spoorwegverkeer. Vervanging door een aquaduct is essentieel voor de bereikbaar per spoor en de scheepvaart. Daarnaast biedt de Spoorzone veel extra mogelijkheden voor woon-, werk- en recreatiemilieus.

Transformatie De Zwette Samenhangend met de vervanging van de spoorbrug en de mogelijk verdiepte ligging van de spoorlijn tot aan het station, is de transformatie van bedrijventerrein De Zwette. Bij het wegvallen van de spoorbarrière kan de verblijfskwaliteit toenemen en daarmee uitstekende mogelijkheden bieden voor een aantrekkelijk en hoogwaardig woon-werk-milieu.

Transformatie Spoordok Een gebied met grote stedelijke kansen, zeker ook door de gunstige ligging nabij centrum, station en water. Ook hier de relatie met de mogelijk verdiepte ligging van het spoor en/of herinrichting van het spooremplacement, waardoor extra ontwikkelpotenties ontstaan, gericht op een nieuw stedelijk klimaat met hoogwaardig wonen, werken en ontspannen. 34

Media- en Innovatiecampus (MICA) Het huidige NDC-terrein is onderdeel van de krachtige en prachtige Potmargezone. Het terrein biedt volop potentie voor nieuwe stedelijke functies gericht op kennisontwikkeling en economie. Met een verdiepte ligging van het spoor zou de samenhang van dit terrein met de binnenstad, het station, Campus Fryslân en de Watercampus enorm versterkt kunnen worden.

Verdieping spoortraject station - de Tynje Ambitie om het ‘Leeuwarder’ deel van de spoorlijn Leeuwarden-Groningen, verdiept aan te leggen. Dat biedt een fundamentele en duurzame verbetering van het functioneren van de stad: opheffing van de barrièrewerking van het spoor, verbetering van de doorstroming van het verkeer en van de verkeersveiligheid, versterking van de verbinding van stadsdelen en stedelijke functies, mogelijkheid tot transformatie van het maaiveld op een kwalitatieve en duurzame wijze, met kansen voor groen en biodiversiteit.

Bereikbaarheid terrein Merode In combinatie met de mogelijke verdieping van het spoor ontstaan mogelijkheden om de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de op het Merode-terrein gevestigde (grootschalige) bedrijvigheid fors te verbeteren. Bereikbaarheid over weg en water. Met de bedrijven volgt een nadere verkenning over veiliger en duurzame vervoersbewegingen.

35

Bedrijventerreinen Belangrijke economische betekenis. Grote uitdagingen, energie, klimaat, circulariteit. De opgaven voor de toekomst liggen op het vlak van bijvoorbeeld herstructuring en kwaliteitsverbetering. Meer divers en met meer verblijfskwaliteit. Een beperkte uitbreiding van het areaal aan bedrijventerrein is nodig om ook op langere termijn te kunnen voldoen aan de kwalitatieve en kwantitatieve vraag.

1

Verwaarden

2

Verbinden

1

Vergroenen

Van Dilemma’s naar meerwaarde ‘Verkleuring’ met hoogwaardig woningbouw én ruimte voor bedrijvigheid met mogelijke milieuhinder (geluid, luchtkwaliteit, verkeer). Tegengaan ‘verdozing’ én aantrekkingskracht van mogelijke nieuwe bedrijven (ook uit oogpunt van werkgelegenheid). Beperkt uitbreiding én kwaliteitsverbetering bestaande terreinen. Uitbreiding bedrijventerreinen én kwaliteit open landschap. Het mengen van wonen en werken én het behouden van een prettig, gezond en veilig woon- en leefklimaat én behouden ruimte voor bedrijfsvoering.

ONTWIKKELRICHTING • Bedrijventerreinen: naar een mix van functies daar waar het kan (‘verkleuren’); • Verkorten ketens. Stimuleren komst bedrijven die inspelen op bestaande kennis en productontwikkeling, lokale materialen en grondstoffen; • Naar een circulaire economie met hergebruik van afval (en warmte);

• Energietransitie op bedrijventerreinen versnellen, uitwisseling, conversie en opslag van energie op bedrijventerreinen; • Ruimte binnen ‘de Haak’ voor Zwette 7 (op termijn). Voorwaardelijke koppeling kwaliteitsverbetering bestaand stedelijk gebied;

• Geen ‘verdozing’ van het landschap • Beter benutten bestaande ruimte, herstructurering boven uitbreiding; • Groen en water inzetten voor klimaat en voor leefbare omgeving voor werknemers en gebruikers.

37

1. DE STAD

2. DE DORPEN Het grote aantal dorpen biedt onze gemeente een grote diversiteit aan woon- en leefmilieus. Juist naast de grote stad zijn de dorpen in dat perspectief van bijzondere waarde. De ontstaansgeschiedenis, de verschillen in aard en eigenheid, de betekenis die wordt toegekend aan het begrip leefbaarheid en de wijze waarop structuren zijn verweven met het buitengebied, maken elk dorp anders. De ontwikkeling van de fysieke leefomgeving is ook sterk afhankelijk van de lokale behoeften en de mate waarin een gemeenschap actief en betrokken is. Terwijl het ene dorp voorziet in eigen energieopwekking, draait voor een ander dorp juist alles om het verenigingsleven. Belangrijk voor de dorpen is een focus op de leefbaarheid en wat de betekenis daarvan is. Gaat het om het behoud van voorzieningen of zetten we in op de bereikbaarheid van grotere dorpen en de stad. We kijken daarbij ook naar de hoeveelheid woningen, waarbij de focus op senioren en jongeren ligt. De dorpen staan niet op slot. Mobiliteit is mede daarom bijzonder relevant met name bij openbaar vervoer, nieuwe vormen van gedeeld vervoer en de toename van elektrische vervoermiddelen. Ook de economische betekenis van de dorpen, bijvoorbeeld op het vlak van recreatie en landbouw, leidt tot mogelijk richting gevende keuzes.

38

39

Grou en Stiens zijn na de stad Leeuwarden regionale voorzieningscentra. Aanvullend op Grou en Stiens zijn in een aantal dorpen de basisvoorzieningen zoals supermarkt, school, zorg en sport nog aanwezig (Mantgum, Wergea, Wirdum, Jirnsum). Wij werken in deze dorpen aan een toekomstbestendig aanbod voor zover wij als overheid daar de mogelijkheden voor hebben. Door ontwikkelingen kan leegstand ontstaan van winkelpanden, scholen, en wellicht op langere termijn ook woningen door krimp. Voor alle dorpen geldt dat we in blijven zetten op een goede spreiding en aanwezigheid van voorzieningen. Initiatieven uit het dorp kunnen mogelijk worden wanneer daaruit een duidelijke impuls voor de toekomstige ruimtelijke kwaliteit tot stand wordt gebracht. Waarbij naast de fysieke ontwikkeling ook gekeken wordt naar de bijdrage aan de leefbaarheid in het dorp. Bij initiatieven van onderop is aantonen van behoefte en draagvlak in het dorp een vereiste.

39

Grou & Stiens In de grotere dorpen Stiens en Grou zien we kansen voor een verdere ontwikkeling in relatie tot de regionale functie die beide dorpen hebben. Die functie willen we behouden. Het zijn belangrijke dorpen in de gemeente met draagvlak voor voorzieningen, ook van belang voor de omgeving (onderwijs, sport, zorg, detailhandel). Grou heeft daarin nog een bijzondere positie: toerisme en recreatie, met watersport als ‘sterk merk’. Initiatieven kunnen een grotere schaal hebben dan alleen voor het dorp zelf. Wij zien daar vanuit de gemeente een rol bijvoorbeeld op het gebied van woningbouwplannen. Beide dorpen vragen wel aandacht voor de leefbaarheid en aanwezigheid van voorzieningen voor de eigen bevolking, zoals een goed draaiend dorpshuis.

3

Verwaarden

1

Verbinden

2

Vergroenen

Van Dilemma’s naar meerwaarde Het bepalen van groei, binnen of buiten de kernen. Maatregelen mobiliteit. Uitgaan van eigen kracht.

ONTWIKKELRICHTING • •

Het behouden en verstevigen van de regionale en economische functie van Stiens en Grou. Inzetten op kwaliteitstoerisme in het gebied Grou-Alde Feanen, juist door de lokale groene en blauwe waarde te benutten.

•

Verdichten boven uitbreiden. Bouwen buiten dorpsgrens alleen voor eigen behoefte en als het een bijdrage levert aan de leefbaarheid en draagvlak voor voorzieningen. In Grou en Stiens beperkte ruimte voor uitbreiding bestaande bedrijventerreinen Grou en Stiens: behouden en versterken verzorgende (regionale) functie. Grou: watersportcentrum. Detailhandel alleen faciliteren binnen bestaande clusters: centra Grou en Stiens. Horeca en leisure binnen clusters én op bijzondere plekken (Grou) Voldoende gevarieerd woningaanbod voor alle doelgroepen, o.a. starterswoningen binnen de dorpsgrenzen, maar ook geschikte woningen voor ouderen.

• • • •

40

• •

Vergroenen: dorpsbossen, biodiversiteit in woonomgeving versterken Maatregelen klimaatadaptatie, energietransitie en warmtetransitie koppelen

Kleine dorpen en buurtschappen De ruimtelijke kwaliteit van de kleinere dorpen en buurtschappen is hoog. De dorpen zijn parels in het landschap. De kerken, boerderijen, historische woonhuizen, zijn in elk dorp uniek en de bewoners voelen zich daarmee verbonden. Naast de sociale cohesie is dit de kracht van onze dorpen. De (kleinere) dorpen hebben een sterke gemeenschapszin, hebben een eigen identiteit, de mensen zijn verbonden met elkaar. Dit is een kracht die we willen benutten. In deze dorpen stimuleren we samenwerking, bieden we ruimte voor creatieve oplossingen. We zetten erop in om dat te behouden en om kwetsbaarheden te voorkomen. Grootste uitdaging is het behouden van voorzieningen die deze identiteit symboliseren, omdat deze voorzieningen kwetsbaar zijn of worden. Prioriteiten hier zijn het behouden van de eigen identiteit, de leefbaarheid en bereikbaarheid naar kernen met een regionale functie.

3

Verwaarden

1

Verbinden

2

Vergroenen

Van Dilemma’s naar meerwaarde Ontwikkelen netwerk van verbinding en voorzieningen én eigen keuzes en ontwikkeling per dorp. Grote opgaven als energietransitie en klimaatadaptatie (met daarbij gewenste structurele aanpak) én dorps specifieke oplossingen.

De kleinste dopren en buurtschappen hebben een eigen karakteristiek en problematiek. Voorzieningen onder druk, sociale cohesie, ruimte voor eigen initiatief, behouden eigenheid. Herbestemmen leegstaande panden (bijvoorbeeld scholen, kerken).

ONTWIKKELRICHTING •

De waarde van het dorp of het nu fysieke, sociale of culturele eigenschappen zijn, vormen de basis voor ontwikkeling. Ontwikkelingen versterken de identiteit en ruimtelijke uitstraling van het dorp met oog voor de behoefte in het dorp. Het eigene van het dorp staat voorop bij de afweging welke plannen we honoreren of in gang zetten.

• • • • • •

Alleen uitbreiding als dit ten goede komt van de leefbaarheid Binding met het dorp versterken door passende woonruimte te bieden voor starters en senioren. (voldoende gevarieerd woningaanbod voor alle doelgroepen) Verschillen met de stad behouden Ontmoeting en sociale cohesie versterken (kwaliteit openbare ruimte) Bereikbaarheid van werkgelegenheid en voorzieningen (openbaar vervoer) In de kwetsbare dorpen de (digitale) bereikbaarheid vergroten.

• •

Openbare ruimte vergroenen, lokale initiatieven daarvoor faciliteren. Dorpspecifieke warmtetransitie en klimaatadaptatie

41

Vergroenen

Verbinden

Verbeteren biodiversiteit

Clusters op bijzondere plekken

Mengen van functies

Ruimte voor spelen, beweging en ontmoeten

Vergroten aantrekkingskracht van water

Voedselproductie aan voedselconsumptie koppelen

Cultureel erfgoed benutten

Dooradering groen-blauwe structuren Duurzame energie ingepast in het landschap Verduurzaming landbouw Ruimte voor water en natuurvriendelijke oevers

Voorzieningen dichtbij

Fietsroutes koppelen aan groenstructuren

Aantrekkelijke woonvormen

Vergroening gebouwen en openbare ruimte

Vasthouden van een unieke ruimtelijke kwaliteit

Bomen rond de dorpen

Dynamische woningmarkt

Sterke digitale infrastructuur Afstanden verkleinen

M AT

BUS

op len ko pe Te dap r Aa

42

BUS

Verwaarden Ruimte voor evenementen

43

3. BUITENGEBIED Het landschap is van bijzondere betekenis voor onze gemeente als drager van cultuurhistorische waarden. De grote diversiteit in het landschap, variërend van open weiden, meren en plassen tot moerasgebieden en bossen, is van grote waarde en een belangrijk onderdeel van de prettige woon- en leefomgeving en levert daarmee een gunstig vestigingsklimaat. De bestaande groenblauwe structuren worden hersteld en uitgebreid. De gebruikskwaliteit en de ecologische kwaliteit van zowel groen als water wordt vergroot en verbindingen tussen natuur- en groengebieden worden versterkt. De Gemeente Leeuwarden omvat een aantal waardevolle natuurgebieden, waaronder twee Europees beschermde Natura 2000 gebieden: de Grote Wielen en de Alde Feanen. Samen met de Leonserpolder en de Hempensermeerpolder maken deze natuurgebieden deel uit van het Nationaal Natuurnetwerk. De gemeente zet zich in om de aanwezige natuurwaarden te behouden. Natuurgebieden staan niet op zich zelf. We beschouwen het buitengebied als 1 geheel en zorgen er voor dat ontwikkelingen in het buitengebied geen onomkeerbare negatieve gevolgen hebben voor de aangewezen natuurwaarden.

Het landschap van Leeuwarden is geen statisch gegeven, maar heeft zich altijd ontwikkeld en zal zich blijven ontwikkelen. Op dit moment komen er veel opgaven op het landelijk gebied af met potentieel een grote impact op het gebruik en/of de verschijningsvorm. De verschillende opgaven voor met name het veenweidegebied zijn complex en kennen een grote samenhang. De problematiek krijgt breed aandacht waarbij intensief wordt samengewerkt

44

45

met de andere overheden (Provincie en Wetterskip) en agrariërs. Met de opgaven voor klimaat, water, biodiversiteit, weidevogels, CO2 opslag, stikstofdepositie, en bodemdaling (veenweideproblematiek) die zich voor de komende decennia aftekenen, neemt de urgentie alleen maar toe. Het landschap moet mee bewegen en waar nodig veranderen. Daarbij is behoud, en liefst versterking, van de waarde die dat landschap nu al biedt een belangrijk uitgangspunt. Op de langere termijn is een transitie van de huidige landbouwpraktijk in de richting van een duurzamere meer circulaire landbouw zonder negatieve effecten op lucht, water en bodem noodzakelijk. Door snel groeiende ontwikkelingen in circulaire economie, de maatregelen voor klimaatadaptatie en – mitigatie en de verduurzaming van ons voedselsysteem komt deze transitie mogelijk in een versnelling. Deze transitie brengt ook onzekerheden met zich mee. Daarom is het belangrijk richting agrariërs perspectief te bieden voor de lange termijn, waarbij we oog houden voor de mogelijkheden om hen mee te laten draaien in een circulaire economie. Wij geven ruimte voor het houden van vee in gebieden waar die ruimte er in relatie tot de natuur en de provinciale, landelijke en Europese regelgeving is. In gebieden waar die ruimte vanwege die regels beperkt is, zoals dicht bij kwetsbare natuurgebieden, zetten wij in op andere verdienmodellen.

Dit kan door verbreding van functies toe te staan, extensivering van grondgebruik te faciliteren of een nieuwe functie in een gebied te faciliteren die bijdraagt aan de wateropgave, herstel van de biodiversiteit of een aantrekkelijk landschap versterkt. Zo creëren we een volhoudbaar buitengebied!

45

Van Dilemma’s naar meerwaarde Ruimte om te kunnen boeren én toekomstbestendige natuur. Verhogen waterpeil én ander gebruik percelen. Ontwikkelen en beschermen van het unieke open groene en agrarische landschap én functieverandering, agrarisch natuurbeheer, klimaatdiensten, nieuwe teelten. Windturbines + zonneparken én de kwaliteit van ons landschap behouden. Binnen de gemeentegrenzen energie opwekken én rendement ten goede laten komen aan de gemeenschap. Zelf opwekken én zelf gebruiken. Zelf de verantwoordelijkheid nemen voor een duurzame energievoorziening. Voor onze inwoners en voor het bedrijfsleven. Slimme netwerkoplossingen voor opslag en distributie.

1

Verwaarden

2

Verbinden

3

Vergroenen

ONTWIKKELRICHTING • Nieuwe functies in buitengebied versterken bestaande waarden of voegen waarden toe (waterberging, CO2 opslag, biodiversiteitsherstel, landschap, energieopwekking, recreatie) • Zoek naar logische verbindingen bij energieopwekking, bijvoorbeeld energiecampus / zonneweide/ nieuw onderstation en zoek naar sociaal rendement • Positieve grondhouding ten opzichte van functiewijziging (ja, mits…). Randvoorwaarden: behoud en versterk kernkwaliteit landschap, karakteristiek boerenerf, cultuurhistorie, beplanting etc. • Kleiweide: inzetten op natuurinclusief platteland: natuurinclusieve landbouw en overige natuurinclusieve opgaven langs wegbermen , dijken en oevers, , natuurgebieden, recreatiegebieden en -routes en op erven. Werkwijze gericht op langdurige inzet voor een nog mooiere leefomgeving.

Er is een gezamenlijk streefbeeld en actieplan gemaakt door de agrariërs, natuurorganisaties en bewoners in het gebied met 12 actielijnen: versterken open landschap, renderende landbouw zonder nadelige effecten voor de leefomgeving, meer verbinding met een biodivers platteland, verrijken bodemleven, optimale benutting water, versterken leefgebied weidevogels, beter benutten circulaire ketens, bijdragen aan energie- en klimaatopgaven, stimuleren lokale voedselmarkt, versterken toeristisch-recreatief netwerk en vergroten kennis en ruimte voor experimenten, integrale uitwerking van het plan met betrokkenen per deelgebied. • Veenweide: inzetten op tegengaan veenoxidatie en bodemdaling (functie volgt peil als leidend principe). Door provincie en Wetterskip is hiervoor een programma gemaakt. Wij werken als gemeente mee aan de uitwerking en uitvoering. In de veengebieden, zoals het Grouster Leechlân trekken we hierin op als één overheid. • Noordelijke Kleischil: kern is hier het omgaan met verzilting. Door de agrariërs in het gebied is een streefbeeld opgesteld.

Kern van het streefbeeld is dat akkerbouw en melkveehouderij ieder voor zich en gezamenlijk (door gezamenlijk te kijken naar het sluiten van de kringloop) een transitie maken naar een natuurinclusieve landbouw, waarbij de volgende vijf uitgangspunten worden gehanteerd: een gezonde bodem, een goed verdienmodel voor de landbouw, versterken biodiversiteit en landschap, versterken relatie boer – burger en omgaan met klimaatverandering. • Recreatie ontwikkelen als nieuw verdienmodel en op basis van de kwaliteiten van ons buitengebied. Sturen op kwaliteit om de balans met andere functies te behouden.

ONTWIKKELRICHTING

• Zoeken naar alternatieven als functies niet verenigbaar zijn. Rondom natuurgebieden geen uitbreiding / intensivering van de landbouw. • Transitie landbouw richting innovatieve duurzame landbouw zonder schadelijke effecten op lucht-, water- en bodemkwaliteit is noodzakelijk. Inzetten op in eerste instantie minimaal twee transitie gebieden: Baarderadiel en Grouster Leechlân. Gezamenlijk proces, liefst geïnitieerd vanuit het gebied. Ontwikkelperspectief voor Baarderadiel is gemaakt door het gebied zelf. De overheden faciliteren de uitvoering hiervan binnen de kaders van respectievelijk de regiodeal Natuurinclusieve Landbouw en het Veenweideprogramma. In het Grouster Leechlân wordt zo’n ontwikkelperspectief nog opgesteld samen met de betrokkenen in het gebied. • Noodzakelijke veranderingen worden niet opgelegd maar stapsgewijs uitgevoerd waarbij belangrijke momenten worden benut. Dit kan zijn als een agrariër stopt of wijzigingen wil aanbrengen in de opstallen en/of functies op het erf • Sturend zijn op locatiebepaling voor zon en wind en het bijbehorende proces gericht op eigenaarschap en draagvlak • Energieopwekking verbinden met natuurontwikkeling, waterberging, recreatie • Mogelijkheden koppeling onderzoeken om direct energie te leveren aan lokaal netwerk

• Verbeteren biodiversiteit door andere beheerregimes voor bermen en oevers • Bodem en watersysteem leidend voor gebruik • Klimaatdiensten (waaronder waterberging) en duurzame energieopwekking als nieuwe functies in het buitengebied • Bescherming van bodemleven en verbeteren biodiversiteit bij zonneparken

Vergroenen

Verbinden

Verbeteren biodiversiteit

Clusters op bijzondere plekken

Dooradering groen-blauwe structuren Duurzame energie ingepast in het landschap Verduurzaming landbouw Ruimte voor water en natuurvriendelijke oevers

Voedselproductie aan voedselconsumptie koppelen Afstanden verkleinen Gebruikskwaliteit groen en water vergroten

Fietsroutes koppelen aan groenstructuren Bescherming natuurgebieden en cultureel erfgoed

19

01

T Aa e ko rd op ap pe len

48

Verwaarden Verbreden van functies Vergroten aantrekkingskracht van water Cultureel erfgoed benutten Recreatie ontwikkeling als nieuw verdienmodel

49

5. HANDELINGSPERSPECTIEF Centraal in dit hoofdstuk staat de vraag hoe uitvoering wordt gegeven aan deze omgevingsvisie. Welke rol hebben wij als gemeente, wie hebben we nodig, hoe willen wij samenwerken en op welke wijze betrekken wij stakeholders? Welke instrumenten kunnen en willen wij inzetten, wat zijn beoogde vervolgacties?

5.1 Wie doet wat? De opgave staat centraal De samenleving verandert en dit uit zich ook in de manier waarop burgers en de overheid zich tot elkaar verhouden. Bewoners(groepen) willen op tal van vlakken zelf meer regie hebben. Regie op het eigen leven, maar ook regie op de (fysieke) leefomgeving. Dit vergt ook een verandering in denken werkwijze bij de overheid. Ondertussen zijn er tal van grote opgaven die enkel door de overheid kunnen worden opgepakt en een stevige regie vragen van de gemeente. Deze verandering wordt verankerd in onze organisatieontwikkeling ‘Robuust, Lenig en in Verbinding’ en specifiek bij het invoeren van de Omgevingswet – waarbij participatie en regie houden door burgers de uitgangspunten zijn. De nieuwe manier van werken kenmerkt zich voor onze gemeente met name door opgavegericht werken en gebiedsgericht werken waarbij domeinen niet begrenzend zijn. Opgaven kunnen hierin breed zijn en op vele manieren ontstaan. Ze kunnen voortkomen uit maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook uit politieke of financiële overwegingen. Bij elke opgave wordt een passende werkwijze gekozen, bijvoorbeeld projecten en programma’s.

50

De keuze hierin wordt mede ingegeven door de mate waarin het eindproduct (output) en het doel (outcome) al concreet in beeld zijn. Het realiseren van een concreet resultaat, de output, wordt als een project aangepakt. Bij een programma staat het nastreven van een doel, de outcome, centraal.

De gemeentelijke rol en de ontwikkelprincipes De omgevingsvisie is bij uitstek het instrument om duidelijk aan te geven waar we als gemeente Leeuwarden voor staan. In de fysieke leefomgeving geldt “je kan het maar één keer goed doen”, want fysieke interventies hebben vaak direct een blijvend effect. Denk bijvoorbeeld aan het verleggen van een watergang, het kappen van een boom of het slopen van een gebouw. Dat vraagt om een verantwoordelijke overheid die rekening houdt met de belangen in het krachtenveld.

Private regie mogelijk

Veel rechtszekerheid gewenst

Veel flexibiliteit gewenst

Publieke regie nodig

Bij de realisatie van de opgaven zijn altijd meerdere partijen betrokken met verschillende belangen, wensen en bevoegdheden. Onze taak wordt ingegeven vanuit onze publiek-maatschappelijke taak. De rol die daarbij past, varieert. Afhankelijk van de wettelijke taak van de gemeente, de aard van de opgave en de fase waarin de opgave zich bevindt, hanteren we een van de volgende rollen: • realiseren, zelf doen • reguleren, kaders meegeven aan anderen • regisseren, samen doen • ruggensteunen, anderen helpen om het zelf te kunnen

Deze rollen krijgen een plek bij het maken van beleid, het uitwerken van de Omgevingswetinstrumenten en bij het samenstellen van ontwikkelkaders. Vooral bij het initiëren van projecten en bij het samenwerken met private partijen is de uitwerking van de rolverdeling in het verlengde van deze ontwikkelprincipes van belang.

De ontwikkelprincipes zijn ook effectief bij het in balans brengen van het krachtenveld tussen ruimte geven aan in itiatieven en sturen in de vorm van regels. Bij de drie ontwikkelprincipes past namelijk ook een bewuste rolverdeling. - Vergroenen. Bij dit principe komen we op voor waarden (natuur, watersysteem) die zichzelf niet kunnen beschermen. Hier past een publieke regie rol en is veel rechtszekerheid gewenst. De rol reguleren past hier het beste bij. - Verbinden. Dit principe is vooral maatschappelijk ingegeven en vraagt om een flexibele overheid, maar wel met een publieke taak (weging algemeen belang). Hier past de regierol het best (samendoen). - Verwaarden. Hier is het enerzijds belangrijk dat er flexibiliteit is om de markt de gewenste ontwikkeling te laten uitvoeren (ruggensteunen). Anderzijds kan het vanuit het beschermen van waarden (landschappelijke kwaliteit, cultuurhistorie) nodig zijn om rechtszekerheid te bieden en kaders mee te geven.

51

5.2 Instrumenten De Omgevingsvisie brengt in beeld wat we voor de gebieden en de opgaven op hoofdlijnen willen bereiken. Dit wordt op maat uitgewerkt in ontwikkelkaders en beleidskaders. Vanuit de Omgevingswet werken wij daarbij ook met programma’s conform de Omgevingswet, het omgevingsplan en een werkwijze voor de beoordeling van nieuwe initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan. Hiermee worden de ambities van de omgevingsvisie ook vertaald naar de uitvoering van initiatieven die een bijdrage leveren aan de opgaven en ontwikkelrichtingen.

Ontwikkelkader en beleidskader Voor bepaalde gebieden en voor bepaalde onderwerpen kan het wenselijk zijn om de omgevingsvisie nader uit te werken. Voor gebieden hanteren we daarvoor het instrument van het ontwikkelkader en voor onderwerpen het beleidskader. Het College doet een voorstel, de raad stelt de ontwikkelkaders en beleidskaders vast. Het ontwikkelkader zit bij gemeentelijke plannen qua detailniveau tussen de omgevingsvisie en het gedetailleerde stedenbouwkundig plan in. Denk bijvoorbeeld aan het ontwikkelkader Middelsee en het ontwikkelkader Amelandskwartier. Daarna volgt de vertaling in het omgevingsplan of een vergunningsaanvraag per project. Een beleidskader geeft richting aan de inhoudelijke ontwikkeling van een bepaald onderwerp. Een voorbeeld is de Volkshuisvestingsvisie. Bij het opstellen van deze toekomstige kaderstellende documenten gaan we de ontwikkelprincipes inzetten. De toetsing daaraan en het gesprek daarover

52

moeten leiden tot een zorgvuldige afweging vanuit de opgaven en doelstellingen die we ons in deze omgevingsvisie hebben gesteld.

Omgevingsplan Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het omgevingsplan de nieuwe manier om vast te leggen wat er mag in de (fysieke) leefomgeving. Nu zijn er nog bestemmingsplannen, verordeningen en beleidsregels die dat bepalen. In een omgevingsplan staan straks al deze regels bij elkaar. Een omgevingsplan is voor de gemeente Leeuwarden nog niet eerder gemaakt. Het is een nieuwe manier van werken en denken. We moeten hiermee als gemeente oefenen en ervaring opdoen. Het preomgevingsplan Leeuwarden – Buitengebied Zuid, zoals dat in december 2020 is vastgesteld door ons college, is de eerste opzet om te komen tot een ontwerp omgevingsplan. Een pilot, maar wel met als eindresultaat een echt omgevingsplan voor dit gebied. Bovendien ontstaat er op deze manier een format c.q. werkwijze voor het opstellen van het omgevingsplan voor de gehele gemeente. Het omgevingsplan hangt samen met de gemeentelijke omgevingsvisie. Activiteiten die uit de visie voortvloeien, kunnen met verschillende regeltypen in het omgevingsplan worden geregeld. Waar in de omgevingsvisie sprake is van drie gebiedstypen (dorp, stad en buitengebied) worden deze gebiedstypen in het omgevingsplan nader uitgewerkt tot ca. 9 gebiedstypen.

Nieuwe initiatieven Wij willen ruimte bieden aan initiatieven uit de gemeente, luisteren naar wat er speelt in de wijken en dorpen en samenwerken met partners in de stad om Leeuwarden sociaal, duurzaam en aantrekkelijk te houden. Met de Omgevingsvisie nodigen wij mensen/organisaties uit om initiatieven te nemen. Deze initiatieven moeten bijdragen aan de ambities en opgaven die in onze omgevingsvisie zijn beschreven. Met de Omgevingswet wordt het sneller duidelijk waar een plan aan moet voldoen of dat activiteiten planologisch vergunningsvrij zijn. Er blijven ook activiteiten bestaan waar nog wel een vergunning voor nodig is. Voor het behandelen van de aanvraag staat een kortere tijd, waardoor er voor de initiatiefnemer sneller duidelijkheid ontstaat. Maatwerk is hierbij heel belangrijk. Bij maatwerk moet de gemeente een afweging maken of zij een initiatief mogelijk wil maken. Een hulpmiddel bij deze afweging is het Initiatievenkompas. Dit kompas zorgt ervoor dat alle belangrijke aspecten aan de orde komen. Daarbij zullen de initiatieven worden vergeleken met de ontwikkelprincipes ‘Vergroenen’, ‘Verbinden’ en ‘Verwaarden’(3.2) en de gebiedsuitwerkingen in Stad, Dorp en Buitengebied (3.3). Als bijlage 2 is toegevoegd het Initiatievenkompas dat momenteel wordt benut. Dit zal worden geactualiseerd bij vaststelling van de omgevingsvisie.

53

5.3 Participatie

5.4 Overige

Een belangrijk motief voor de invoering van de Omgevingswet is dat mensen, bedrijven en instellingen meer eigen verantwoordelijkheid krijgen om hun leefomgeving zelf te ontwikkelen en aan te passen. Ook komt er meer ruimte voor initiatief. Participatie is een belangrijke pijler van de Omgevingswet. Dit speelt ook een rol bij die grotere verantwoordelijkheid. Initiatiefnemers zullen ook zelf participatie moeten organiseren. En als gemeente vinden we het belangrijk om participatie in te zetten om de ruimte voor initiatief te bepalen.

Dialoog en vervolg

Het doel van participatie is, naast het genereren van draagvlak voor initiatieven, ook het versterken van de omgevingskwaliteit van het plan. De gemeente stimuleert vroegtijdige participatie omdat het betrekken van de omgeving waardevolle inzichten op kan leveren. Zo kunnen er ook tijdig meningen, belangen en creativiteit op tafel komen. Dit kan een initiatief beter maken en worden ingezet om de maatschappelijke impact te wegen. Daarmee kunnen bezwaren worden voorkomen. Wij zetten daarom participatie in om tot een betere belangenafweging en een beter besluit te komen. Wij zullen een participatieleidraad opstellen met als doel de kwaliteit van participatieprocessen te ondersteunen en initiatiefnemers te helpen een goed proces te doorlopen.

54

De omgevingsvisie is een visie die de hele gemeente Leeuwarden en alle bewoners van de gemeente raakt. We zetten ons in om Leeuwarden en de inwoners nu en in de toekomst te betrekken bij de realisatie van de ambities uit deze omgevingsvisie. Deels doen we dat door met regelmaat de dialoog te zoeken over die onderwerpen. Een dialoogprogramma kan een belangrijke bijdrage leveren om deze omgevingsvisie ook op de langere termijn levend, actueel en relevant te houden. Daarnaast zien we goede kansen om in de driejaarlijkse cyclus van Arcadia (te beginnen in 2022) de onderwerpen uit deze omgevingsvisie op een beeldende, creatieve manier onder de aandacht van een breed publiek te brengen. Enerzijds kan dat in de vorm van grote, aansprekende blockbusters, anderzijds door in te zetten op Mienskips-initiatieven binnen de Arcadia-programmering.

Milieueffectrapportage (MER) Planvorming en programmering van grote fysieke ingrepen zijn geen onderdeel van de omgevingsvisie. Dit document geeft vooral antwoord op de hoe-vraag aan de hand van ontwikkelprincipes. De gemeente Leeuwarden heeft daarom geen m.e.r.-procedure doorlopen voor deze visie. Deze zal worden uitgevoerd wanneer dat op basis van de inhoud van projecten aan de orde is. Daarbij zal worden ingezet op een omgevingseffectrapportage (OER) met aandacht voor gezondheid en leefbaarheidseffecten. De ontwikkelprincipes uit deze visie kunnen daarbij goed als referentie worden gebruikt waarbij vergroenen de milieu impact representeert, verbinden voor de maatschappelijke impact staat en verwaarden voor het toetsen van waardeontwikkeling.

Actualisatie omgevingsvisie De omgevingsvisie is een dynamisch document. De in de visie opgenomen ambities en plannen hebben een lange periode om tot uitvoering te komen. Nieuwe maatschappelijke of economische ontwikkelingen of verstrekkende nieuwe beleidskeuzes of ruimtelijke plannen, kunnen betekenen dat de omgevingsvisie moet worden geactualiseerd. De omgevingsvisie behoudt hiermee de samenhang met gewenste ontwikkelingen.

55

BIJLAGE 1 RELEVANTE BELEIDSDOCUMENTEN EN ACHTERGRONDINFORMATIE 1. Cijfermaterialen - Trends in beeld ( S&O, leeuwarden 2021) - Bevolking en huishouding naar stad en dorp 2000-2019 - Rapport Leefomgevingsenquete 2019 (2020) 2. Relevante beleidsstukken algemeen - NOVI (2020) - Eerste voortgangsbrief NOVI (2021) - Contour omgevingsagenda Noord Nederland (2020) - Bouwstenen voor Deltaplan Noord Nederland (2021) - Kiezen én Delen, studiegroep Ruimtelijke Inrichting Landelijke Gebied (2021) - Groen uit de Crisis, Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (2020) - Grote Opgaven in beperkte ruimte , PBL (2021) - De Romte Diele, omgevingsvisie Fryslan (2020) - Positioneringsdocument Omgevingsvisie Leeuwarden (2020) 3. Beleidsdocumenten Leefomgeving en Duurzaamheid - Beheersplan wateren Leeuwarden - Fries Bestuursakkoord Water en Kwaliteit 2021-2025 ( -) - Klimaatadaptatie, uitvoeringsagenda 2021-2035 (2021) - Gemeentelijk rioleringsplan (2019) - Plan voor de Zon (2017) - Leeuwarder Energie Agenda 2021-2024 (2021) - Regionale Energie Strategie Fryslân (2021) - Warmtegids (2019) - Mobiliteit 2019-2025 Leeuwarden (2019) - Erfgoedagenda voor de toekomst (2020) - Pre-omgevingsplan Leeuwarden Buitengebied-Zuid (2021) - Bodembeheernota ‘Zicht op grond’ (2021) 4. Beleidsdocumenten Maatschappelijke ontwikkeling en Wonen - Volkshuisvestingsvisie 2021: Ongedeeld en Vitaal (vastgesteld febr.

2021) - Rapportage resultaten vragenlijst Wonen in de Dorpen - Afwegingskader Wonen in Leeuwarden - Dorpsvisie Grou (in productie) - Doarpenfisy Jelsum-Koarnjum 2020-2030 (2020) - Dorpsvisie Baard 2014-2025 (2014) - Dorpenvisie Wirdum-Swichum 2020-2030 (2020) - Dorpsvisie Wytgaard 2017-2027 (2017) - Dorpsvisie Hempens -Teerns 2020-2025 - Dorpsvisie Feinsum 2020-2030 (2020) 56

- Dorpsvisie Mantgum 2015-2020 (2014) - Masterplan Reduzum 2020-2030 (2020) - Inspiratiedocument transformatie Spoordok (2021) - Stedenbouwkundig model Nieuwe oud-Oost (2021 - Stedenbouwkundig plan De Hem (2021) - Programma stedelijke vernieuwing Leeuwarden-Oost (decisio 2020) - Ontwikkeling huidige cambuurlocatie (2019) - Ontwikkelkader Middelsee- De werp (2021) - Ontwikkelkader Amelandskwartier (2021) - Koersdocument sociaal domein (2018) - Inclusieagenda “Leeuwarden Toegankelijk 2018-2028” (2020) - Gezonde stad index 2020, Arcadis (2021) - Friese Preventie aanpak (FPA) (2020) - De Friese Aanpak, Bouwsteen Gezondheid (2019) - GGD Fryslan, Volksgezondheid: Toekomst Verkenning Fryslân (2018) - RLi, “De stad als gezonde habitat” ( 2018) - Veiligheidsnota 2019-2023 ( 2019) - Samen bewegen naar een gezonde gemeente ( 2018 ) - Ruimte voor sport in leeuwarden 2019-2035, Mulier instituut ( 2020) - Nota Sportaccommodaties 2020-2030 ( - ) - Uitvoeringsnota Broedplaatsen 2020-2028 (2020) - Visienota Kunst en Cultuur (2020) - LF 2028 (2020) - visienota Evenementen (2019) - Leeuwarder digitale agenda (2019) 5. Beleidsdocumenten Economische Ontwikkeling en Innovatie - Aanpak economische ontwikkeling 2019-2022 (gem.

Leeuwarden, 2019) - Ondernemend Fryslân samen naar een brede welvaart (2021-2025) - Bedrijventerreinen in Fryslan (bureau Louter, 2021) - Uitvoeringsagenda 2021-2022 Circulaire economie ‘Innovatief naar Afvalvrij’) (2021) - Visie Profilering Binnenstad, Centrale en WTC (2019) - Visie Bezoek Leeuwarden (2020) - Friese Living Lab Agenda (2020) - Geactualiseerde kennisagenda Fryslân 2019-2025 ( - ) - Vastgoednota 2020-2025 (2020) - Voorzieningenplanning onderwijs 2021-2030 (2020)

BIJLAGE 2 HET INITIATIEVENKOMPAS

e n v k e o i t m a i p t as i n I draagt bij aan duurzame mobiliteit

voorkomt leegstand

behoud en bevordering van biodiversiteit

draagt bij aan bereikbaarheid, spreiding en toegankelijkheid van voorzieningen

verminderd en voorkomt zorg(kosten)

Fysieke leefomgeving

vergroot klimaatadaptatie

leent zich voor dubbelgebruik

Maatschappij

Gemeente Leeuwarden

is minimaal energieneutraal

zet in op circulair bouwen

sluit aan bij de behoefte

past in omgeving qua maat en schaal

is het initiatief concreet? is er een sluitende bussiness-case? heeft het draagvlak? draagt bij aan zelfstandig thuis blijven wonen

gaat niet ten koste van ander aanbod/andere initiatieven

draagt bij aan een positieve gezondheid

Potentie

draagt bij aan variatie in woningen zijn er risico’s? en maartregelen? verbetert kwaliteit openbare ruimte

is het vernieuwend? initiatiefnemer heeft goede referenties

draagt bij aan behoud en groei werkgelegenheid

voegt woonkwaliteit toe

initiatiefnemer is draagkrachtig

draagt bij aan sociale basis

versterkt onze economische structuur

Economie vitale bedrijventerreinen

past binnen wet- en regelgeving

versterking toeristisch profiel watersport Grou versterking regiofunctie Stiens en Grou

sterke en gezonde kantorenmarkt

campusontwikkeling en living labs (kennisinfrastructuur) (gemeente) Leeuwarden als aantrekkelijke vestigingsplaats onderscheidende/stuwende sectoren (watertechnologie, toerisme, agrifood)

57

OMGEVINGSVISIE GEMEENTE LEEUWARDEN

VERGROENEN VERBINDEN VERWAARDEN 58

31 AUGUSTUS 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=cf03303a-939e-41fb-a7aa-2f3230fe6b87