CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Besluitvorming (raad) 13 september 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost23.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het plangebied wordt vrij voor de boezem gelegd. Dit betekent dat het gebied niet is beschermd tegen hoge waterstanden in de Frieze boezem. Het boezemwatergebied wordt uitgebreid met 18 hectare. Dit is ruim voldoende om de toename van het verhard oppervlak te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Toename van verhard oppervlak leidt namelijk tot versnelde afvoer van het hemelwater. Er zal een peilaanpassing plaatsvinden van Variabel peil (-1,50 NAP) naar Boezempeil (-0,52 NAP). Het Wetterskip heeft aangegeven dat de gewenste maaiveldhoogte minimaal +0,58 m NAP is. Er wordt een groot oppervlak aan water gegraven. Het onderhoud van het water en de oevers zal op soortgelijke wijze plaatsvinden als in het reeds ontwikkelde deel van Blitsaerd. De oevers worden beheerd en onderhouden door de desbetreffende oevereigenaar. Watergangen met aan beide zijden private kavels komen in beheer en onderhoud bij de gezamenlijke eigenaren (mandelig eigendom). Het doorgaande vaarwater langs de buitenranden van het plan komen in beheer en onderhoud bij de gemeente. De watergangen worden aangelegd met ruime “overdiepte”. Om stilstaand water en eventueel wateroverlast te voorkomen, is in het plan de doorstroming van water belangrijk. Om dit te bewerkstelligen worden betonnen duikers toegepast van rond 600 mm onder de toegangsdammen naar de schiereilanden.

Dit is conform de eerder aangevraagde en inmiddels vergunde watervergunning van 28 januari 2021. Voldoende In het kader van klimaatadaptatie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Met dit aspect is rekening gehouden door schoon hemelwater afkomstig van de verharding direct af te voeren op de boezem. Dit boezemwater heeft voldoende capaciteit voor de waterafvoer vanuit het plangebied. Schoon Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt afvalwater afgevoerd op het rioleringsstelsel. Hemelwater wordt afgevoerd op het boezemwater. De aanlegwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. Er dient aangelegd te worden met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 24

4.7

20200069

Ecologie

Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:  Natura-2000 gebieden;  Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Natura-2000 gebieden zijn gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden en aangewezen zijn door de minister van Economische Zaken. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:   

alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: • soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; • soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; • overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.

Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Status: Ontwerp / 09-04-2021

20200069

blz 25

De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wnb de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Toetsing Er is onderzoek gedaan naar de consequenties van de Wnb voor de nog te ontwikkelen woonwijk in Blitsaerd Oost. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 12. De infrastructuur en watergangen zijn hierbij ook meegenomen. Deze komen overeen met dit bestemmingsplan. Naast dit onderzoek is tevens onderzoek gedaan naar de consequenties van de Wnb voor de ontsluitingsbrug over de Bonkefeart inclusief de ontsluitingsstructuur (net voor de brug). Het betreft zowel de tijdelijke brug tijdens de aanlegfase als de permanente brug tijdens de gebruiksfase. De notitie met de onderzoeksresultaten is opgenomen in bijlage 13.

Gebiedsbescherming De ontwikkeling ligt niet in een gebied dat deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Gezien de ligging en het karakter van de ontwikkeling zijn alleen effecten te verwachten op Natura 2000-gebieden in de directe omgeving van het plangebied. Het Natura 2000-gebied Groote Wielen ligt in de directe omgeving. De ontwikkeling moet daarom worden beoordeeld op mogelijke effecten op dit gebied. Het eerstvolgende dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, de Alde Feanen, ligt op meer dan 9 km afstand. Gelet op de afstand en het karakter van de ontwikkeling zijn effecten op andere Natura 2000-gebieden uitgesloten. Voor de ontwikkelingen in het bestemmingsplangebied is alleen het Natura 2000-gebied Groote Wielen relevant. De ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Groote Wielen. Aangezien geen sprake is van een negatief effect, zijn cumulatieve effecten met andere projecten of plannen eveneens uitgesloten. Een vergunning is niet nodig. Separaat van het onderzoek naar de consequenties van de Wnb voor de nog te ontwikkelen woonwijk Blitsaerd Oost, is een stikstofonderzoek uitgevoerd voor de 111 woningen in de aanleg- en de exploitatiefase (bijlage 14).

Hiermee is in beeld gebracht wat de invloed is van de totale ontwikkeling Blitsaerd fase 2 (dus de 70 woningen in de beheersverordening en de 41 woningen in dit bestemmingsplan) op de stikstofdepositie. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. Bij dit stikstofonderzoek is rekening gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van dieselaangedreven materieel. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar, namelijk 0,81 mol/ha/jaar. Dit betreft een depositie op De Groote Wielen. Naast het feit dat de project gerelateerde stikstofdepositie en de achtergronddepositie met meer dan 70 mol/ha/jaar onder de kritische depositie waarde ligt, is vastgesteld dat De Groote Wielen geen stikstofgevoelige habitatten bevat. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Uit de berekening blijkt verder dat er geen toename van stikstofdepositie is op het Natura 2000-gebied De Alde Feanen. De aanleg- en exploitatiefase zijn in dezelfde berekening meegenomen. Voor het aspect stikstof geldt voor dit plan geen vergunningplicht op basis van de Wnb.

De ontwikkeling kan doorgaan zoals gepland. Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 26

20200069

Soortenbescherming Met uitzondering van de broedvogels worden bij de uitvoering van de plannen negatieve effecten uitgesloten. De Wnb wordt niet overtreden, waardoor ontheffing niet nodig is. Indien tijdens de werkzaamheden in de aanlegfase maatregelen worden getroffen met betrekking tot broedvogels wordt de Wnb niet overtreden. Dit betekent dat tijdens de aanlegwerkzaamheden rekening dient te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart t/m juli (dit wordt wel gezien als het reguliere broedseizoen). Een (periodieke) controle op nesten van broedvogels is voorafgaand aan de werkzaamheden noodzakelijk om overtreding van de wet te voorkomen. Indien een broedgeval aanwezig is, dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden, waarbinnen gedurende de periode van broeden niet wordt gewerkt. De breedte van deze zone dient door een ter zake kundige te worden bepaald. Aanvullend hierop gelden specifieke eisen ten aanzien de aanleg en het gebruik van zowel de tijdelijke brug (gebruiksfase) als de permanente brug (gebruiksfase) inclusief de daarbij behorende ontsluitingsstructuur. Dit is vastgelegd in een separate notitie. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van een overtreding van de Wnb indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:   

4.8

Tijdens de aanleg van de bruggen wordt rekening gehouden met het broedseizoen van vogels; De hoogte tussen brug en wateroppervlak is drie meter. Dit is ruim voldoende voor vleermuizen waarvoor een hoogte van anderhalve meter volstaat; Aanleg van de bruggen gebeurt buiten de actieve periode van vleermuizen. De aanleg vindt daarom plaats bij daglicht of in de periode van november tot maart. In de periode van november tot maart zijn de vleermuizen aan het overwinteren, in deze periode kan ook in de nacht worden gewerkt zonder dat een verstoring optreedt; Eventuele verlichting van de bruggen is afgericht van het wateroppervlak zodat dit voldoende donker blijft voor vleermuizen.

Archeologie

Toetsingskader Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Doelstelling van het Verdrag van Valletta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is op 1 september 2007 de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) in werking getreden. Deze wet maakt deel uit van de (gewijzigde) Monumentenwet. De kern van de WAMZ is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. De WAMZ verplicht gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden.

Naast het inventariseren van de te verwachten archeologische waarde, zal het bestemmingsplan uiteindelijk, indien nodig (en mogelijk), een bescherming moeten bieden voor waardevolle gebieden. Dit kan bijvoorbeeld door middel van het stellen van specifieke voorwaarden middels een omgevingsvergunning voor aanleg- en bouwactiviteiten.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Status: Ontwerp / 09-04-2021

20200069

blz 27

In de Nota Archeologische Monumentenzorg Leeuwarden (AMzL) 2018 is de archeologische koers voor de komende jaren uitgezet. Met een eigen archeologisch beleidsplan maakt de gemeente de eigen keuzes voor alle betrokkenen helder. Het brengt duidelijk naar voren hoe en waarom de gemeente zorg draagt voor haar kwetsbare bodemarchief en welke consequenties dat heeft. Dit beleid is afgestemd met dat van de provincie, maar geeft wel een eigen invulling aan de manier waarop Leeuwarden omgaat met archeologie. De archeologische (verwachtings)waarden van zowel het oude als nieuwe grondgebied van de gemeente zijn herzien en aangepast op basis van onderzoek en voortschrijdend inzicht. Zo zijn er terreinen afgewaardeerd of zelfs vrijgegeven, maar ook hebben er voor enkele locaties correcties naar een hogere bescherming plaatsgevonden. De vrijgestelde diepte voor bodemingrepen is gewijzigd en volledig toegespitst op het type archeologisch (verwachtings)gebied. De regels met betrekking tot het behoud van archeologische terreinen zijn aan de nieuwe situatie aangepast.

Op basis van deze gegevens is het grondgebied van gemeente Leeuwarden opgedeeld in een aantal categorieën:  Terrein van zeer hoge archeologische waarde (rijks- of gemeentelijk monument/funerair);  Gebied of terrein van hoge archeologische waarde;  Gebied of terrein van archeologische waarde;  Gebied met een hoge archeologische verwachting;  Gebied met een middelhoge archeologische verwachting;  Gebied met lage archeologische verwachting;  Gebied zonder archeologische verwachting. Een en ander heeft er uiteindelijk toe geleid dat er een gemeente brede partiële herziening bestemmingsplan voor archeologie is gemaakt waarin de waarden zijn vastgelegd. Dit plan is vastgesteld op 11 november 2020. Toetsing In figuur 4.1 is een uitsnede van de Archeologische Waardekaart Leeuwarden weergegeven. Hier is aangegeven dat het grootste gedeelte van het plangebied vrijgegeven is.

Figuur 4.1 Uitsnede uit de Archeologische waardenkaart Leeuwarden (rood = hoge waarde, groen = vrijgegeven)

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 28

20200069

Op de provinciale Archeologische kaart (FAMKE) is aangegeven dat er geen onderzoek noodzakelijk is in het vrijgegeven gebied en dat er moet worden gestreefd naar behoud ter plaatse van het gebied met archeologisch hoge waarde. In de beheersverordening 'Tusken Moark en Ie' (vastgesteld 9 maart 2015) overlapt deze zone met een hoge waarde op de waardenkaart in het zuidwesten met een zone 'Waarde – Archeologie 2' geldt. Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 100 m² of dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. De omvang van de bodemingrepen voor het bouwrijp maken van de gronden in en rondom het plangebied zijn echter groter dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht. Uit de onderzoeken blijkt dat de archeologische verwachting verschuift van het zuidelijke deel ('Waarde – Archeologie 2' beheersverordening 'Tusken Moark en Ie') naar het noordelijke deel. Hierdoor vervalt de onderzoeksplicht in de zuidelijke zone. In figuur 4.2 zijn de zones gevisualiseerd.

Figuur 4.2 Archeologische waarde binnen het gebied.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Status: Ontwerp / 09-04-2021

20200069

blz 29

Archeologisch onderzoek is verricht in de noordelijke zone. De resultaten van dit onderzoek staan in bijlage 10. Uit dit onderzoek blijkt dat in het plangebied twee archeologische niveaus aanwezig zijn: een pleistoceen niveau waarin archeologie uit de steentijd verwacht kan worden en een holoceen (klei en veen) niveau waarin archeologische waarden uit de ijzertijd - Romeinse tijd aanwezig zijn. Dit laatste niveau in het onderzoeksgebied wordt bedreigd door de voorgenomen bodemingrepen (riolering). Het archeologische niveau uit de ijzertijd/Romeinse tijd kan zich direct onder de bouw tot op enige diepte daaronder bevinden, al dan niet onder een recent opgebrachte laag grond, vanaf een diepte van ca. 0,5 tot 0,8 m -NAP. Aangezien de graafwerkzaamheden ten behoeve van de riolering dieper gaan, was óf planaanpassing óf een archeologische opgraving nodig. De planaanpassing die zal plaatsvinden is ophoging van het terrein, waardoor er geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden. Ter plaatse van de rioleringen zal wel dieper moeten worden gegraven. Door eerdere onderzoeken is reeds voldoende aangetoond dat er sprake is van waardevolle archeologisch resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat zij ook daarbuiten in het overige deel van het plangebied aanwezig zijn.

Er wordt daarom aanbevolen om de archeologische informatie van het onderzoeksgebied ter plaatse van de geplande verstoringen die reiken tot het niveau waarin archeologische waarden zich bevinden - dat wil zeggen ter plaatse van de rioolsleuven - door middel van een opgraving voorafgaand aan de ontwikkeling van het plangebied veilig te stellen. Hiervoor is een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen nodig, welke is opgenomen in bijlage 11. Het doel van de in dit PvE omschreven archeologische opgraving is het veiligstellen van de wetenschappelijke informatie van de archeologische vindplaats binnen het plangebied, om daarmee informatie te behouden die van belang is voor de kennisvorming over het verleden. In het PvE is een aantal onderzoeksvragen gesteld en zijn de methoden en technieken beschreven om antwoord te krijgen op deze onderzoeksvragen. De onderzoeken zijn conform uitgevoerd. In het grootste gedeelte van het bestemmingsplangebied is geen archeologische verwachtingswaarde en is het gebied vrijgegeven. Alleen in het westelijk gedeelte van het plangebied bevinden zich enkele minimale “snippers” van een gebied met een hoge waarde (Waarde – Archeologie 2 in het bestemmingsplan).

De regels voor Waarde – Archeologie 2 schrijven voor dat er bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 30 cm een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd voordat er een omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden verleend. Door de plaatselijke ophoging en het volgen van het Programma van Eisen vormt het aspect archeologie geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.9

Cultuurhistorie

Toetsingskader Het Rijk heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in artikel 3.1.6 lid 5 sub a vastgelegd dat gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Naast wetgeving op rijksniveau is ook in de “Verordening Romte Fryslân 2014” in artikel 2.1.1 vastgelegd dat gemeenten in een ruimtelijk plan moeten aangeven op welke wijze het plan rekening houdt met cultuurhistorische elementen en structuren zoals opgenomen in de provinciale structuurvisie “Grutsk op 'e Romte”. Toetsing Het plangebied, gelegen in de Bullepolder in voormalig Oostergo, lag vroeger aan de oostelijke zijde van de Middelzee. De holocene geogenese ervan is in sterke mate bepaald door deze voormalige zeearm en haar voorlopers, zoals de Boorne. Dit is ook nu nog herkenbaar aan de geologische opbouw. De Bullepolder bevindt zich in een overgangsgebied van klei in het westen naar klei op dieper liggende veenlagen (o.a. binnen het plangebied) en vervolgens veen in het oosten. Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 30

20200069

Het plangebied is vanaf de hoger gelegen kwelderwal langs de Dokkumer Ee in cultuur gebracht. Op deze kwelderwal, een natuurlijke verhoging in het landschap, lag een lange ketting van verschillende woonkernen op terpen, waaronder Blitsaerd, Lekkum en Miedum. Op basis van eerder onderzoek is gebleken dat permanente bewoning in het Noord Nederlandse kweldergebied teruggaat tot in de 7e of 6e eeuw v. Chr. (o.a. Taayke, 1996). Het land ten oosten van deze kwelderwal lag lager dan de kwelderwal. Het bestaat uit een strook (knip)klei, richting het oosten overgaand in veen. De knipklei is tegenwoordig nog te herkennen aan de onregelmatige blokverkaveling (min of meer vierkante percelen) en het veen in de strokenverkaveling (lange smalle percelen). Voor het in cultuur brengen van het land werden haaks op de kwelderwal richting het oosten sloten gegraven. Behalve als afwatering deden deze ontginningssloten, die vermoedelijk tussen de negende en elfde eeuw zijn gegraven, ook dienst als de begrenzing van (dorps)territoria. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Bonkefeart (vroeger: Bonke, Bonke-sloot) en de Molensloot. Het op deze manier in cultuur gebrachte land werd gebruikt als grasland voor het weiden van het vee. Om deze weiden te bereiken liepen wegen van de woonkernen naar de weilanden richting het oosten.

Op historische kaarten vanaf de 19e eeuw zijn vrijwel geen relevante veranderingen met betrekking tot het plangebied waarneembaar. Tot vrij recent is het gebied als weiland in gebruik geweest. Ondanks de aanwezigheid van de afwateringssloten stond tot in de twintigste eeuw in de winter een groot deel van de landerijen onder water. Door latere inpolderingen en verbeterde bemaling is dit nu niet meer aan de orde. In de twintigste eeuw zijn enkele sloten gedempt en percelen samengevoegd. Een ander cultuurhistorisch element is de Bullemolen die ten noorden van het plangebied staat. Deze molen is in 1825 gebouwd voor de bemaling van de Bullepolder en de Litspolder. Het is een beeldbepalend element in het landschap. Werken en werkzaamheden die de cultuurhistorische waarden kunnen aantasten worden aan een omgevingsvergunning gebonden.

4.10

Bedrijven en milieuhinder

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft een milieugevoelige functie. Gezien de ligging in een woonwijk en de afwezigheid van bedrijvigheid in de omgeving kan worden geconcludeerd dat het aspect milieuhinder de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Status: Ontwerp / 09-04-2021

20200069

4.11

blz 31

Kabels en leidingen

Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). Toetsing Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.12

Luchtverkeerzone

Toetsingskader Op 15 januari 1958 is de Luchtvaartwet (Lvw) in werking getreden. Hierin is bepaald dat de minister van Defensie omwille van de militaire luchtvaart een verbod ten aanzien van het bouwen tot een nader te bepalen hoogte kan opleggen. Dit geldt in gebieden op een afstand tot 5.000 meter van een militair luchtvaartterrein. Op 21 december 2004 werd de planologische kernbeslissing Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2) door de Tweede Kamer goedgekeurd. Hierin was onder meer bepaald dat obstakelvrije zones en de beperkingen die daarmee samenhangen in bestemmingsplannen moesten worden opgenomen. Dit was ook van toepassing op de beperkingen die samenhangen met zend- en ontvangstinstallaties ten behoeve van de militaire luchtvaart. De SMT-2 heeft vervolgens in 2008 op grond van de invoeringswet Wet ruimtelijke ordening (Wro) de status van structuurvisie gekregen. Beleidsuitspraken uit de SMT-2 zijn in 2011 gewaarborgd in het Barro en juridisch vastgelegd in het Rarro. De SMT-2 is in het voorjaar van 2012 vervangen door de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Op 13 mei 2013 is door de Minister van Defensie het Luchthavenbesluit Leeuwarden vastgesteld.

Hierin zijn het obstakelbeheergebied vanwege de invliegfunnel, de IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) en het ILS-verstoringsgebied vastgelegd en van een regeling voorzien (artikel 3.2.2 van het Luchthavenbesluit Leeuwarden). Toetsing Gezien de ligging van het bestemmingsplangebied op een afstand minder dan 5000 meter ten opzichte van Vliegbasis Leeuwarden moet rekening worden gehouden met het obstakelbeheergebied en het ILS-verstoringsgebied. Obstakelbeheergebied Voor Vliegbasis Leeuwarden zijn obstakelvrije vlakken vastgesteld, bestaande uit start- en landingsvlakken met zijkanten, de zogenaamde 'funnels', in het verlengde van de start- en landingsbanen. Op grond van het Barro artikel 2.6.2, lid 5 en artikel 2.6.4, lid 4 alsook het Rarro artikel 2.1, lid 5 gelden binnen deze obstakelvrije vlakken beperkingen ten aanzien van het oprichten van hoge gebouwen en bouwwerken. Met dit bestemmingsplan is in de algemene aanduidingsregels geregeld dat in deze zones van de invliegfunnel geen mogelijkheden worden geboden om gebouwen en/of bouwwerken te realiseren die hoger zijn dan deze verschillende aangegeven maximaal toegestane hoogten op de verbeelding. ILS-verstoringsgebied Op Vliegbasis Leeuwarden zijn in 2005 twee Instrument Landing Systems (ILS) geïnstalleerd.

Een dergelijk instrumentarium is een radionavigatiesysteem waarmee naderingen van het vliegverkeer onder slechte weersomstandigheden nauwkeurig kunnen worden uitgevoerd. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start- en landingsbaan geen verstoring mag opleveren. Het gebied is vastgelegd in het luchthavenbesluit Leeuwarden. In het plangebied rond de vliegbasis is sprake van een ILS-verstoringsgebied oplopend tot en met 71,1 meter.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 32

20200069

De hoogtebeperkingen als gevolg van een ILS-verstoringsgebied zijn er in eerste instantie niet op gericht om bouwwerken hoger dan de aangegeven hoogten bij de vlakken tegen te gaan. Het doel is om een toetsing te laten plaatsvinden, zodat duidelijk is of de werking van het ILS mogelijk zou kunnen worden verstoord. Toetsing op mogelijke verstoring van het radionavigatiesysteem ILS van Vliegbasis Leeuwarden dient plaats te vinden wanneer nieuwe bouwwerken de aangegeven hoogten in het op de verbeelding aangegeven gebied overschrijden. Gezien de hoogte van de bouwwerken in dit bestemmingsplan leidt de regelgeving die verband houdt met de ligging van het plangebied in het obstakelbeheergebied en het ILS-verstoringsgebied niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is derhalve uitvoerbaar voor wat betreft de geldende restricties vanwege Vliegbasis Leeuwarden. Radarverstoringsgebied Het plangebied is in zijn geheel gelegen binnen het verstoringsgebied van het radarstation Wier en de radar op vliegbasis Leeuwarden. In verband hiermee zijn er, ter voorkoming van radarverstoring, beperkingen van toepassing op de bouw van gebouwen en overige bouwwerken. Artikel 2.6.9 van het Barro en de artikelen 2.4 tot en met 2.6 geven het regime om te beoordelen of er sprake is van onaanvaardbare gevolgen voor de werking van de radar.

Het doel van dit regime is om zeker te stellen dat de defensieradars een goed beeld van het luchtruim en wat daar vliegt behouden en dat dit beeld niet in onaanvaardbare mate wordt verstoord door hoge objecten. Met het oog hierop kunnen op grond van artikel 2.6.9 Barro hoge objecten in een radarverstoringsgebied slechts worden toegestaan nadat is aangetoond dat deze objecten het radarbeeld niet ontoelaatbaar verstoren. De geldende toetsingshoogte loopt op van 35 tot 85 meter ten opzichte van NAP. Het bestemmingsplan staat geen bouwmogelijkheden hoger dan de toetsingshoogte van 35 meter boven maaiveldhoogte ter plaatse van de radarzones van Vliegbasis Leeuwarden en Radarpost Wier toe. Conform het bestemmingsplan Leeuwarden - Buitengebied is het opnemen van het radarverstoringsgebied op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk.

4.13

MER (Milieu effect rapportage) verantwoording

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 7 juli 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling.  Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

 Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Status: Ontwerp / 09-04-2021

20200069

blz 33

Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). In dit bestemmingsplan wordt de mogelijkheid geboden aan de realisatie van 41 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Hiervoor is een beoordelingsnotitie opgesteld. Deze notitie is opgenomen in bijlage 15.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 34

20200069

Hoofdstuk 5

5.1

Toelichting op de planregels

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken zijn de kaders van dit bestemmingplan geformuleerd. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een dergelijke toelichting. Een toelichting heeft geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld. In dit hoofdstuk zijn de bestemmingen en de bijbehorende regels beschreven. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Algemeen

Dit bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden.

5.3

Regels (hoofdopzet)

De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels. 2. Bestemmingsregels. 3. Algemene regels. 4. Overgangs- en slotregels. Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In de Begrippen zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In de Wijze van meten is vastgelegd op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Status: Ontwerp / 09-04-2021

20200069

blz 35

Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de bestemmingsregels. De meeste bestemmingen bestaan uit: a. een bestemmingsomschrijving; en b. bouwregels. Daarnaast is bij verscheidene bestemmingen opgenomen: c. een afwijkingsmogelijkheid; en/of d. gebruiksregels. Ad a. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving is vooral van belang om vast te stellen waartoe de gronden mogen worden gebruikt. In het kader van de handhaving is de bestemmingsomschrijving dan ook van groot belang. Ad b. Bouwregels De bouwregels geven de bouwmogelijkheden aan. Omdat steeds is opgenomen dat alleen mag worden gebouwd ten dienste van de bestemming zijn de bouwmogelijkheden niet los te zien van de bestemmingsomschrijving. Ad c. Afwijkingsmogelijkheid Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van bepaalde regels. In beginsel betreft het afwijkingen van geringe aard, waarbij de aan de grond toegekende bestemming niet mag worden gewijzigd. Ad d. Gebruiksregels In sommige bestemmingen wordt uitdrukkelijk aangegeven wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. Desgewenst kunnen specifieke vormen van gebruik worden uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die in hun algemeenheid voor het hele bestemmingsplan gelden. Vaak zijn ze van toepassing op meerdere bestemmingen.

Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende gebruiksregels en de algemene afwijkingsregels. De afwijkingsmogelijkheden in de verschillende bestemmingen en de algemene afwijkingsregels zorgen voor enige flexibiliteit van het plan. De algemene afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht, zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 geeft regels over hoe om te gaan met bouwwerken en het gebruik vallend onder het overgangsrecht en de benaming van het plan.

5.4

Nadere toelichting op de regels (toelichting per bestemming)

In deze paragraaf worden voor zover nodig de afzonderlijke bestemmingen zoals deze in de regels zijn opgenomen en op de verbeelding zijn weergegeven, van een toelichting voorzien. Groen De bestemming 'Groen' heeft betrekking op de groenstructuren in dit bestemmingsplan. Deze groenstructuren vloeien voort uit het 'Beeldkwaliteitsplan Blitsaerd Oost'. Binnen de bestemming zijn ook speelvoorzieningen, in- en uitritten, ontsluitingswegen ten behoeve van aangrenzende bestemmingen, alsmede wegen, straten en paden toegestaan.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 36

20200069

Verkeer - Verblijfsgebied De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is toegekend aan het openbaar gebied, bestaande uit straten, stoepen en parkeerplaatsen e.d. De bestemming zorgt ervoor dat de woningen bereikbaar zijn. De hoofdontsluitingsweg, het verlengde van de Blitsaerderleane (Karst Leemburgleane), is eveneens voorzien van deze bestemming. De gronden met deze bestemming hebben naast het verkeersdoel ook een nadrukkelijke verblijfsdoel. Dit vertaalt zich onder meer in het toestaan van parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Gebouwen zijn niet toegestaan in de bestemming, zodat de gronden optimaal gebruikt kunnen worden voor de beoogde functies. Water Het water binnen het plangebied heeft een belangrijke functie en is daarom apart bestemd als 'Water'. Binnen deze bestemming wordt voorzien in waterlopen en waterpartijen, bermen en beplanting/groenvoorzieningen en oevers en paden. Recreatief medegebruik is eveneens toegestaan. In het stedenbouwkundig plan zijn de locaties voor het aanleggen van vaartuigen specifiek aangeduid. Het gaat hierbij om locaties behorende bij de woning. De locaties zijn specifiek aangeduid met de aanduiding 'specifieke vorm van water – ligplaats' Voor het aanleggen van de vaartuigen is het mogelijk steigers, vlonders en plankieren te bouwen.

Voor de locaties behorende bij de woningen geldt dat conform het stedenbouwkundig plan, slechts 50% van de oeverlengte van het bouwperceel als zodanig mag worden gebouwd. Hiervoor is een afwijkingsbevoegdheid in het plan opgenomen, met uitzondering van de locatie gelegen in het deelgebied De Finish. Voor het aanbrengen van dagrecreatieve voorzieningen, het wijzigen of dempen van een watergang en/of het vergraven van oevers geldt een vergunningplicht, waarbij de voorwaarde geldt dat er geen afbreuk aan de waterstructuur en de waterhuishoudkundige situatie mag ontstaat. Wonen De uit te geven gronden zijn geregeld in de bestemming 'Wonen'. Binnen het plan zijn 41 woningen toegestaan. Dit aantal komt overeen met het aantal bouwvlakken zoals aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan. De hoofdgebouwen dienen vrijstaand gebouwd te worden. De bouwvlakken op de verbeelding van het bestemmingsplan liggen los van elkaar, zodat de afstand tussen twee hoofdgebouwen wordt geborgd. Voor een groot gedeelte van de bouwvlakken is in het 'Beeldkwaliteitsplan Blitsaerd Oost' een voorgevelrooilijn opgenomen. Dit is juridisch in het bestemmingsplan vertaald door het opnemen van een gevellijn. De voorgevel van de woning dient gebouwd te worden in deze gevellijn. Voor de bouwvlakken waar geen gevellijn is opgenomen geldt dat de positionering van het hoofdgebouw binnen het bouwvlak vrij is.

De hoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 10 meter. Binnen het stedenbouwkundig plan is een aantal kavels aangewezen waar specifieke regels gelden. Deze kavels zijn op de verbeelding voorzien van de 'specifieke bouwaanduiding – afwijkende bouwregel'. Hiervoor geldt een bouwhoogte van maximaal 7 meter. De oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 100 m². Aanvullend daarop geldt voor een aantal percelen de mogelijkheid tot het realiseren van een schiphuis. De oppervlakte hiervan is begrensd op 50 m². Deze percelen zijn voorzien van de aanduiding 'schiphuis'.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Status: Ontwerp / 09-04-2021

20200069

blz 37

Onder voorwaarden mogen de woningen worden gebruikt voor een beroeps- of bedrijfsuitoefening. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor bed & breakfast. Waarde - Archeologie 2 De bestemming 'Waarde - Archeologie 2' is een dubbelbestemming. Om de (verwachte) archeologische waarden in de ondergrond te beschermen, is voor een klein deel van het plangebied de dubbelbestemming Waarde Archeologie van toepassing. Voor bepaalde bouw- of aanlegwerkzaamheden in dit deel van het gebied wordt pas toestemming verleend nadat de archeologische waarde van het betreffende gebied is vastgesteld en duidelijk is dat de activiteiten geen schade aan kunnen brengen aan de aanwezige archeologische resten.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 38

20200069

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Algemeen

In het kader van een bestemmingsplan is het van belang om de uitvoerbaarheid na te gaan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op 6 februari 2021 heeft de gemeente ten behoeve van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening het onderhavige bestemmingsplan als voorontwerp toegestuurd naar de overlegpartners. Overlegreacties De volgende organisaties en instanties hebben gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan: 1. Brandweer Fryslân; ontvangen 24 februari 2021; 2. Wetterskip Fryslân; ontvangen 26 februari 2021; 3. Provincie Fryslân; ontvangen 25 maart 2021. De reacties zijn opgenomen in bijlage 16 van de toelichting. In bijlage 17 is een samenvatting opgenomen van de reacties. Deze reacties zijn voorzien van een gemeentelijke reactie. De reacties hebben op onderdelen geleid tot aanpassing van de toelichting. Zienswijzen Vervolgens wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter visie gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.3

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Status: Ontwerp / 09-04-2021

20200069

blz 39

Financiële haalbaarheid De gemeentelijke kosten worden gedekt uit de leges. De eventuele planschade wordt betaald door de initiatiefnemer. Voorts wordt het project volledig gefinancierd door de ontwikkelaar (initiatiefnemer) en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat deze niet over voldoende financiële middelen beschikt om dit project te realiseren. Het kostenverhaal is hiermee gedekt. Grondexploitatie In 2001 is een grondexploitatieplan opgesteld. Voor dit project is er sprake van een exploitatieovereenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 40

Hoofdstuk 7

20200069

Raadsvaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan heeft overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) met ingang van [datum] gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Binnen de hiervoor bedoelde termijn zijn wel/geen zienswijzen ontvangen. De zienswijzen leiden wel/niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is op [datum] vastgesteld.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Status: Ontwerp / 09-04-2021

REGELS

20200069

blz 41

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 het plan het bestemmingsplan Leeuwarden-Blitsaerd Oost met identificatienummer NL.IMRO.0080.04016BP00OW01 van de gemeente Leeuwarden; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanbouw en uitbouw een gebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat een vergroting c.q. uitbreiding van het hoofdgebouw vormt die in directe verbinding staat met dat hoofdgebouw en ten dienste staat van dat hoofdgebouw; 1.4 aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit een beroeps*)- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet onevenredig publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbijbehorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie; *) betreft de (voormalige) vrije beroepen 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 aanleggelegenheid gelegenheid voor het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan

of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig; 1.8 archeologisch onderzoek een onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of graven en/of begeleiden) verricht door een daartoe bevoegde instantie conform de kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie;

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 42

20200069

1.9 archeologische waarde de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.10 archeologisch waardevol gebied een gebied waarin zich voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen bevinden; 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12 bebouwingsbeeld de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede bouwhoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; 1.13 bed and breakfast het tegen betaling aanbieden van tijdelijke logies en ontbijt in een woning; 1.14 bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen of verhandelen van goederen, niet zijnde detailhandel; 1.15 bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit en bed and breakfast, inclusief opslag- en administratieruimten, en dergelijke; 1.16 bestaand a.

ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet en/of Wabo aanwezige bouwwerken en werkzaamheden: bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp; b. ten aanzien van het gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het plan; 1.17 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.18 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19 bijgebouw een opzichzelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw zonder directe verbinding met het hoofdgebouw dat arhitectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.20 bodemarchief de sporen van (vooral) menselijke bewoning en bewerking die in de bodem zijn achtergebleven; 1.21 bodemingrepen werken en werkzaamheden waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten; 1.22 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Status: Ontwerp / 09-04-2021

20200069

blz 43

1.23 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.24 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van de zolder; 1.25 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.26 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.27 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.28 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.29 cultuurhistorische waarden waarden van een gebied en/of de daarin voorkomende bebouwing, elementen en structuren, die uitdrukking geven aan de beschavingsgeschiedenis en/of het gebruik door de mens in de loop van die geschiedenis; 1.30 dagrecreatief medegebruik een dagrecreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit dagrecreatieve gebruik is toegestaan; 1.31 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.32 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die, die goederen kopen voor gebruik,

verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.33 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 1.34 erf de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover gelegen achter de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw; 1.35 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 44

20200069

1.36 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.37 gevellijn de in een bouwvlak als zodanig aangegeven bouwgrens; 1.38 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, zowel ruimtelijk als functioneel als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.39 horecabedrijf en/of -instelling een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.40 hospitaregeling het verhuren van maximaal 2 wooneenheden aan maximaal 2 personen in een woning, waarbij de eigenaar de hoofdbewoner van de woning is en minimaal 50% van de woonoppervlakte van de woning zelf bewoont onder exclusief gebruiksrecht; 1.41 huishouden één of meer personen in een woning of een woonruimte, waarbij, indien er sprake is van meerdere personen, continuïteit in de samenstelling van de bewoners is en onderlinge verbondenheid tussen de bewoners; 1.42 kamerverhuur en kamerverkoop de verhuur of verkoop van een wooneenheid ten behoeve van bewoning aan personen voor welke bewoning inschrijving in de Basis Registratie Personen noodzakelijk is; 1.43 kamerverhuurpand en kamerverkooppand gebouw of een deel van een gebouw

met drie of meer wooneenheden, niet vallende onder het begrip logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoeld in het Bouwbesluit en niet vallende onder de hospitaregeling, die als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door niet in een gezinsverband levende personen; 1.44 kampeermiddel een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.45 kleine windturbines een installatie c.q. bouwwerk voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind: a. met een horizontale as en waarvan de rotor een oppervlakte beschrijft van maximaal 40 m2 (een maximale wiek van ongeveer 3,5 m); b. met een horizontale as in andere vormen dan twee of drie wieken, waaronder de zogenaamde niet-wiekturbines; c. met een verticale as;

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Status: Ontwerp / 09-04-2021

20200069

blz 45

1.46 kunstwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening; 1.47 kwetsbaar object een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald die in acht genomen moet worden; 1.48 ligplaats een ruimte voor het permanent afmeren en doen laten liggen van een drijvend object of vaartuig; 1.49 maatvoeringsgrens de grens van een maatvoeringsvlak; 1.50 maatvoeringsvlak een aangegeven vlak, voorzien van een maatvoeringsaanduiding; 1.51 milieusituatie de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkomen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling; 1.52 normaal onderhoud en beheer het onderhoud dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en bouwwerken, die tot de betreffende bestemming of aanduiding behoren; 1.53 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.54 openbaar

toegankelijk gebied een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.55 peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. voor het bouwen van een bouwwerk in, op of over het water: het NAP -0,52 m (het Fries Zomerpeil); 1.56 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.57 recreatie-ark een drijvend bouwwerk, niet (meer) bestemd of ingericht om te varen, doorgaans voorzien van een rechthoekige opbouw, en bestemd voor recreatief gebruik; Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 46

20200069

1.58 risicovolle inrichting een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.59 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.60 schiphuis een gebouw voor de stalling van één of meer schepen; 1.61 sociale veiligheid de waarde van een gebied die wordt bepaald door de mate van sociale controleerbaarheid, overzichtelijkheid en herkenbaarheid van een ruimtelijke situatie; 1.62 verkeersveiligheid de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer die wordt bepaald door de mate van gelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; 1.63 voorgevel de naar de weg of openbaar toegankelijk gebied toegekeerde

representatieve gevel van een hoofdgebouw; 1.64 watergang een werk, al dan niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen, af te voeren en toe te voeren, de boven water gelegen taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede verstaan; 1.65 watersituatie de waarde van een gebied in waterhuishoudkundige zin die wordt bepaald door de waterkwaliteit en waterkwantiteit in een gebied; 1.66 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.67 wooneenheid een tot bewoning bestemd gebouw of onderdeel van een gebouw dat, vanuit bouwtechnisch oogpunt gezien, blijvend is bestemd voor permanente bewoning, voldoet aan alle criteria die van toepassing zijn op woningen, behalve aan het hebben van een keuken en/of een toilet en/of een douche, waarbij de aan de wooneenheid ontbrekende voorzieningen wel als gemeenschappelijke voorzieningen ter compensatie moeten zijn gelegen in hetzelfde gebouw; 1.68 woonhuis een gebouw, dat één woning omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost

Status: Ontwerp / 09-04-2021

20200069

blz 47

1.69 woonsituatie de waarde van een gebied voor de woonfunctie die wordt bepaald door de situering van om die woonfunctie liggende functies en bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op de daglichttoetreding, het uitzicht, de mate van privacy en het voorkomen en beperken van hinder.

Bestemmingsplan Leeuwarden - Blitsaerd Oost Status: Ontwerp / 09-04-2021

Rho Adviseurs B.V.

blz 48

Artikel 2

20200069

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=9ccc98f0-fa94-4578-bdcb-63d5abe43e31