CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp beleidskader water

Informatieve bijeenkomst - oranjezaal 26 juni 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Relevante stukken21.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bedrijven weten vaak zelf niet precies welke stoffen ze lozen en elke dag ontstaan nieuwe stoffen waarvan we het effect op de waterkwaliteit niet weten en waarvoor (nog) geen normen zijn vastgesteld. - Er zijn in het buitengebied percelen niet aangesloten op het riool. Zij hebben eigen afvalwatervoorzieningen die in de meeste gevallen een overloop hebben naar oppervlaktewater. Deze niet aangesloten percelen liggen niet in kwetsbaar gebied. Mochten er problemen zijn met de waterkwaliteit, dan is Wetterskip Fryslân als waterkwaliteitsbeheerder degene die handhaaft. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat niet aangesloten percelen tot problemen met de waterkwaliteit leiden. Eventuele investeringen om percelen in het buitengebied aan te sluiten op riolering zijn te hoog en niet doelmatig. - We brengen lozingspunten voor vuilwater voor vaartuigen op orde en bereiden ons voor op het lozingsverbod voor alle passagiersschepen. 5.1.3.

Ruimte voor water

Doelstellingen A. Onze gemeente is in 2035 klimaatadaptief ingericht en we treffen maatregelen om wateroverlast bij piekbuien te voorkomen en water beter vast te houden. B. Bij nieuwe (gebieds)ontwikkelingen en herinrichtingsprojecten hanteren we als ondergrens een maatgevende bui van 70 mm/uur, maar rekenen ook de maatregelen door die nodig zijn bij 80 en 100 mm/uur (toekomstbestendig). Op basis hiervan bepalen we of meerkosten of andersoortige oplossingen kosteneffectief zijn. C. We kiezen er voor meer ruimte te geven aan water (boven- en ondergronds) en groen om piekbuien kwijt te kunnen (o.a. in groenblauwe structuren); niet alleen om toekomstbestendig te zijn, maar ook vanuit de grote toegevoegde waarde van water en groen in de (gebouwde) omgeving. De ruimteclaim wordt dus groter. Waarom hebben we deze doelstelling(en)? A. In onze gemeente bestaat het watersysteem uit de boezem, voeding van de boezem (en daarmee het hele watersysteem) vanuit het IJsselmeer, afvoer naar zee en het IJsselmeer, en het lokale systeem - waaronder vrij afstromende gebieden en polders - dat afwatert op de boezem. Afwatering wordt steeds lastiger door de zeespiegelstijging en soms hoge waterstanden in het IJsselmeer. Tegelijkertijd wordt de aanvoer vanuit het IJsselmeer reeds belemmerd in droge tijden, als de aanvoer van water vanuit de rivieren kleiner is.

Onze boezem en polders zijn niet ingericht op de grotere schommelingen als gevolg van klimaatveranderingen, als het veel natter of juist veel droger is. We moeten ons aanpassen aan de veranderingen door een veranderend klimaat door ruimte te maken voor water.

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

27

Meer water vasthouden en dat op een later moment inzetten voor doorstroming (om onze waterkwaliteit op peil te houden) is één van de uitdagingen waar we voor staan. Hoewel we niet verantwoordelijk zijn voor peilbeheer, is het wel aan ons om hier in ruimtelijke keuzes aan bij te dragen. De trits vasthouden, bergen, afvoeren is zowel in het landelijk als het bebouwd gebied leidend. We zien een duidelijke relatie met de doelstellingen rond groenblauwe structuren en een toename in biodiversiteit via vergroening. Deze doelstellingen dragen ook bij aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast. Vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie stimuleren en faciliteren gemeenten klimaatadaptatie binnen hun eigen organisatie, maar ook bij inwoners, woningbouwcorporaties en bedrijven. In het Programma Volhoudbaar en de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie hebben we doelen gesteld voor ons bebouwde gebied, op wateroverlast, hittestress en droogte. Waar de stresstesten en meldingen er aanleiding toe geven, pakken we knelpunten aan. In het landelijk gebied staan provincie en waterschap aan de lat als het gaat om uitdagingen als verzilting, droogte, bodemdaling, funderingsproblematiek en het vasthouden van water. Wij zijn hierin meesturend via onze gemeentelijke verantwoordelijkheid voor ruimtelijke afwegingen.

Ook staan we aan de lat voor bewustwording bij en informatievoorziening naar onze inwoners. B/C. Met het verschijnen van de nieuwste klimaatscenario’s van het KNMI is duidelijk dat de maatgevende bui waarmee wij berekenen of ons watersysteem dit water kwijt kan steeds forser wordt. Deze was 60mm en is voor nieuwe ontwikkelingen al verhoogd naar 70mm. De huidige deltascenario’s geven aanleiding om die op te hogen naar 80mm/100mm. In Friesland bepalen we als gemeenten, provincie en waterschap samen wat de uitgangspunten worden voor een update van de stresstesten, zoals de maatgevende bui die wordt gehanteerd. We volgen daarbij landelijke richtlijnen. De verwachting is dat toekomstige klimaatscenario’s aanleiding geven om een 100mm bui als maatgevend te hanteren. Meer ruimte voor water dan (vanuit normen) noodzakelijk, zowel bovengronds als ondergronds, zorgt dat we ook extreme buien af kunnen voeren. Wanneer we gebiedsontwikkelingen inrichten met meer ruimte voor water, dan zetten we ook in op water voor extra kwaliteit van de openbare ruimte, met de toegevoegde waarde voor de biodiversiteit en het tegengaan van hittestress. Hiervoor gebruiken we de groenblauwe structuren die zijn opgenomen in het Beleidskader Biodiversiteit.

We zorgen dat nieuwe ontwikkelingen en bouwplannen in het buitengebied niet botsen met in de toekomst benodigde ingrepen om meer water vast te houden of peilen op te zetten. 5.1.4.

Watergebonden kapitaalgoederen

Doelstelling A. We zetten de komende jaren fors in op het op orde brengen en houden van de duizenden kapitaalgoederen (in relatie tot water) waarvoor wij verantwoordelijk zijn. Bij het onderhoud moet er aandacht besteed worden aan het vergroten van de natuurwaarden, het versterken van de biodiversiteit en het toekomstbestendig maken. B. We hebben de voorzieningen voor waterrecreatie en -toerisme op orde: schoon, heel en toekomstbestendig, inclusief voldoende en goed functionerende lozingspunten, goed onderhouden ligplaatsen en beleid op gebruik en toewijzing hiervan.

28

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

Waarom hebben we deze doelstelling? Wist u dat: de gemeente beschikt over 37 beweegbare bruggen, > 400 andere bruggen, 10 boothellingen, 204 aanlegsteigers, 1800 ha meren, kanalen en vaarten, 530 km sloten, 25 km greppels, 210 grondwater-meetpunten, 18.500 inspectieputten riool, 55.000 kolken, 750 km rioolbuizen, 225 pompen, 85 km persleidingen, 60 km drainageleidingen, 128 gemalen, 131 riooloverstorten (vuilwater), 40 riooloverstorten (regenwater), 609 hemelwater-uitlaten, 25 bergbezinkvoorzieningen, 7 wadi’s, 150 km natuurlijke oevers, 82 km beschoeiing, 38 km damwand, 13 km kades, 90 km overige oevers…

A. De eerste opgave is om ervoor te zorgen dat al onze kapitaalgoederen veilig en in goede conditie zijn. We besteden bij het onderhoud ook aandacht aan het vergroten van de natuurwaarden en het versterken van de biodiversiteit. Om ook toekomstbestendig te worden, is het nodig om bij het beheer en onderhoud te zorgen dat de kapitaalgoederen klimaatadaptief zijn (rekening houdend met mogelijk hogere boezem, meebewegen met peilen, etc.), aangepast op een mogelijke ecologische functie van het water (zie beleidskader biodiversiteit) en circulair zijn. Het op orde brengen en toekomstbestendig maken van wat we nu hebben, is een grote opgave. Elke asset die we extra aanleggen, betekent extra investeringen en onderhoudskosten in de toekomst. We moeten daarom kritisch zijn op het toevoegen van assets. Wanneer dat wel gebeurt, moet toekomstbestendig beheer en onderhoud worden geborgd. Weghalen van assets is een afweging die we vaker gaan maken, omdat het bijdraagt aan een natuurlijker inrichting van het watersysteem.

In een afweging over intensiever gebruik van water of aanpassingen aan voorzieningen, dienen vanuit dit beleidskader de volgende punten te worden meegewogen: - Mogelijke effecten op waterkwaliteit, natuurwaarden en biodiversiteit; - Kosten voor beheer en onderhoud van de assets zelf; - Kosten voor beheer en onderhoud van oevers en kades (die mogelijk zwaarder belast worden door golfslag); en - Mogelijke effecten op andere watergebruikers.

B. Ook voorzieningen voor waterrecreatie en -toerisme horen tot de kapitaalgoederen. Toch lichten we deze eruit, omdat waterrecreatie en -toerisme een belangrijke bijdrage leveren aan de brede welvaart in onze gemeente. Het is zaak om de voorzieningen goed op orde te hebben, maar ook voorbereid te zijn op een mogelijke toename in het gebruik ervan. Nu al zien we druk op de ligplaatsen, met name voor praamvaarten. We brengen de ligplaatsen, het gebruik hiervan en de mogelijkheden voor uitbreiding in kaart.

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

29

5.2. Doelstellingen: Water benutten voor een gezonde en duurzame leefomgeving

5.2.1.

Beleving van het water

Doelstellingen A. We stemmen investeringen in de leefomgeving (inclusief gebiedsontwikkelingen en woningbouw) af op ruimte voor (toegankelijk) water en groen; B. We behouden en versterken (waar mogelijk) de huidige belevingskwaliteit van het water. Hierin zijn erfgoed en cultuurhistorische waarden van belang. Waarom hebben we deze doelstelling(en)? A. De nabijheid van water in de leefomgeving heeft een positieve invloed op onze mentale gezondheid. Het zien van water heeft een rustgevend effect en is daardoor belangrijk voor ontspanning2. Om het water nog meer als een plus op de (be)leefbaarheid te laten fungeren, willen we rondom het water voldoende ruimte behouden voor het toevoegen van groen. De Stadstuin Potmarge en de realisatie van de wandelroute over de landtong langs de Bonkefeart zijn goede voorbeelden van zulke koppelingen. We willen zo meer koppelingen leggen tussen het beleefbaar en toegankelijk maken van het water en bijvoorbeeld klimaatadaptatie en recreatie. B. Door water in ruimtelijke keuzes meer prioriteit te geven, wordt het (op termijn) ook buiten zichtbaar in de vorm van

2 Nutsford (2016). Residential exposure to visible blue space (but not green space) associated with lower psychological distress in a capital city. Bron: Blue-Space-lowers-psychological-distress.pdf (elysiumcruiseresidence.com)

30

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

meer water en meer groen. Voor de beleving van het water zijn met name doorzicht, uitzicht en ‘nabijheid’ van het water bepalend. Waar mogelijk faciliteren we dit, allereerst rekening houdend met biodiversiteitsdoelen ter plaatse, zowel in het water, langs de oever als op het land. Het is voor de beleving lang niet altijd nodig voorzieningen te treffen langs de oevers. Op selecte plekken treffen we voorzieningen als een zitbankje. Een manier om te zorgen dat iedereen van het water gebruik kan maken, is dat we in nieuwe ontwikkelingen openbare ruimte reserveren langs het water. We willen toewerken naar een norm voor de openbaarheid van de oevers in verhouding tot het areaal aan private oevers. Dit geldt voor woonwijken waarin wonen aan het water centraal staat, maar ook voor de binnenstad en dorpen. Specifiek voor de binnenstad hebben we de wens om in de komende jaren de band met het water aan te halen (als kwaliteitsimpuls voor de beleving van de openbare ruimte) en het karakter van Leeuwarden als waterstad te benadrukken. Het Beleidskader Mobiliteit en het Uitvoeringsprogramma Binnenstad onderschrijven beide deze doelstelling, met onder andere de wens om het parkeren langs de grachten weg te halen en daar te vergroenen. Zo ontstaan aantrekkelijke, groene wandelmilieus aan het water. Water bevat ook belangrijke waarden als het gaat om erfgoed en cultuurhistorie.

Hoe bewoners en bedrijven van vroeger en nu het water en landschap hebben gebruikt, de invloed die dat heeft op de landbouw, natuur en handel, de veranderende bebouwing en zelfs de volksaard, vertelt een eigen verhaal. In de binnenstad kan die historie weer tot leven worden gewekt met een kunstwerk of een bouwwerk dat herinnert aan een vroegere waterpoort. Ook het ontwikkelen van een blauwe vestingroute, een wandelroute langs de plek waar vroeger de vestingen van de stad lagen, kan herinneren aan de rijke geschiedenis van Leeuwarden. Tot slot kan het terugbrengen van water bijdragen aan de beleefbaarheid van het culturele erfgoed. Ook het beleidskader mobiliteit geeft ruimte om minder mobiliteit mogelijk te maken ten behoeve van een hogere omgevingskwaliteit. 5.2.2.

Water voor beweging

Doelstellingen A. We vergroten waar mogelijk de toegankelijkheid van het water voor bijvoorbeeld kanoën, suppen, schaatsen, wandelen en fietsen; B. We maken ons hard voor aanwijzing van één of meer extra zwemlocaties door de provincie en heffen gevaarlijke zwemlocaties op. Waarom hebben we deze doelstelling(en)? A. Naast de positieve effecten van water op de mentale gezondheid, heeft water ook een positief effect op de fysieke gezondheid. Aan of op het water wordt vaak bewogen en gesport. De aanwezigheid van water heeft ook een belangrijke rol als het gaat om de verblijfskwaliteit en het zoeken van verkoeling, iets wat nog belangrijker wordt kijkend naar de steeds warmere zomers door klimaatverandering. Om deze redenen willen we de toegankelijkheid van het water borgen en vergroten. Dit nemen we dan ook mee in nieuwe ontwikkelingen. Kijkend naar de groei in waterrecreatie is het van belang om de veiligheid in en op het water te kunnen garanderen. Voldoende veiligheidstrappen en veiligheidsvlonders zijn hierin belangrijk. De kleine recreatievaart (roeien, kanoën, suppen) heeft behoefte aan eigen voorzieningen, zoals op- en afstapplekken en rustplekken. We inventariseren waar aanvullende voorzieningen nodig zijn en of en hoe we die kunnen financieren.

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

31

B. Er is een toenemende behoefte aan zwemwater en verkoeling langs het water door het warmere klimaat. Steeds meer inwoners zwemmen graag in het buitenwater. Tegelijkertijd kan door klimaatverandering de kwaliteit van het zwemwater veranderen. Er komt bijvoorbeeld meer blauwalg in voor. Dit is vooral een risico op onofficiële zwemplekken, want op deze plekken wordt de waterkwaliteit niet gemonitord. In de gemeente Leeuwarden zijn nu twee officieel aangewezen zwemlocaties waar de waterkwaliteit wel gecontroleerd wordt. Dit zijn locaties in de Kleine Wielen/ Groene ster en de Grote Wielen. De toenemende behoefte aan zwemwater willen we faciliteren op plekken waar veilig en gezond zwemmen goed mogelijk is. Naar aard en schaal en naar behoefte van de inwoners en bezoekers van de gemeente is het passend om één of meerdere extra officiële zwemlocaties aan te wijzen. Wij maken ons er hard voor om één of meerdere zwemlocaties toe te laten voegen door de provincie. Op plekken waar de waterkwaliteit niet wordt gemeten, is het zwemmen op eigen risico. Als de waterkwaliteit niet toereikend is, is het zwemmen in dit water ongezond. We waarschuwen bij onofficiële zwemplekken dat de waterkwaliteit op die plekken niet gemeten wordt en dat het zwemmen op eigen risico is. Het is verboden om te zwemmen in gedeelten van vaarwegen bestemd voor de doorgaande scheepvaart en in havens.

Het zwemmen op deze plekken ontmoedigen we door de toegankelijkheid van het water op die plekken te verminderen, onofficiële zwemplekken op te heffen en aan te geven dat het op deze plekken verboden is te zwemmen.

VEILIGHEIDSTRAP versus ZWEMTRAP We maken heel strikt het onderscheid tussen veiligheidstrappen en zwemtrappen. Veiligheidstrappen zijn van primair belang, met name bij grachten. Op andere plekken plaatsen we actief géén trappen, tenzij het officiële zwemlocaties zijn. Daar plaatsen we (waar nodig) zwemtrappen. Een veiligheidstrap heb je nodig waar het je overkomt dat je te water gaat, een zwemtrap waar je bewust en op de juiste plek te water gaat (officiële zwemlocatie).

5.2.3.

Recreatievaart

Recreatievaart gaat over de vaarbewegingen van de inwoners van de gemeente en dus over de mogelijkheden om als bewoner een rondje te varen dichtbij huis. Doelstellingen A. We verbeteren de informatievoorziening over vaarverbindingen voor de gebruikers van vaarwegen en overige wateren in de gemeente; B. We onderzoeken welke vaarten we geschikt kunnen maken voor sloepen en andere vormen van recreatief gebruik. Hierbij werken we volgens een helder afwegingskader voor de gebruiksmogelijkheden van de vaarwegen en overige wateren in de gemeente; C. We brengen de bestaande aanlegplaatsen en ligplaatsen in de gemeente in kaart en communiceren hierover; D. We stimuleren het elektrisch varen en promoten het.

32

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

VAREN moet toch overal kunnen? Vaarwegen worden geclassificeerd op basis van de diepte en breedte van de vaarweg en de hoogte en breedte van de kunstwerken. Wateren die zijn geclassificeerd als vaarwegen worden onderhouden en beheerd door de provincie of bij lagere klassen door het Wetterskip Fryslân. De kosten voor het op orde brengen (o.a. breedte, diepte, voorzieningen, brughoogte) van een geclassificeerde vaarweg en voorzieningen zijn voor de gemeente. Wanneer je als gemeente een bestaand of nieuw water wilt aanwijzen als formele vaarweg moeten de mogelijkheden hiervoor geïnventariseerd worden met de provincie en het waterschap. Er zijn in de gemeente ook wateren die geen status vaarweg hebben, maar die wel met kleine bootjes/ kano’s te bevaren zijn. Dit zijn bijvoorbeeld opvaarten en niet doorgaande routes. In de laatste jaren komen hier steeds meer klachten over, omdat er in de loop van het vaarseizoen zoveel plantengroei ontstaat dat het varen sterk beperkt wordt. Deze vaarten worden nu door het waterschap onderhouden voor voldoende aan- en afvoer van water. In de praktijk komt dit niet overeen met de wens om hier te varen. De toename van groei van waterplanten is een gevolg van de toegenomen waterkwaliteit. De waterplanten dragen op hun beurt ook weer bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit.

Daarom is vanuit het perspectief van waterkwaliteit extra onderhoud en extra vaarbewegingen veelal strijdig met waterkwaliteitsdoelstellingen. Dit vraagt heldere afweging van alle belangen en een bestuurlijk besluit, waarbij ook het nautisch beheer en toekomstige beheerkosten van zowel het profiel, oevers en voorzieningen mee moeten worden gewogen.

Waarom hebben we deze doelstelling(en)? A. De vaarverbindingen richting woonwijken, dorpen en het platteland in de gemeente dienen als structurerend en verbindend element en vormen zo een plus op de leefbaarheid en de leefkwaliteit. Door steeds langer en warmer wordende zomers groeit het aantal vaarbewegingen op deze vaarverbindingen. Omdat het steeds drukker wordt op het water, is het belangrijk om de veiligheid te blijven waarborgen. Van bestaande verbindingen is het soms onduidelijk waar wel en niet gevaren kan worden en welk water begaanbaar is voor welke doelgroep. Het is zaak om vanuit de gemeente hier helder over te communiceren. Om helderheid te hebben over welk water bevaarbaar is voor welke doelgroep, brengen we het vaarnetwerk in de gemeente in kaart. Hierin nemen we wateren zonder de status ‘vaarweg’ mee, waar in de praktijk wel gevaren wordt of waar die potentie hebben als vaarweg. We willen verduidelijken dat het varen op deze wateren op eigen risico is. Door alle vaarwegen helder te in kaart te brengen, wordt duidelijk welke doelgroep waar kan varen of zou willen varen (zie bijlage 6). Op sommige plekken is er een spanningsveld tussen beroeps- en recreatievaart, bijvoorbeeld op het Van Harinxmakanaal.

Ook al zijn we op deze wateren geen nautisch beheerder, we ondersteunen de communicatie over de vaarwegregels en vaarveiligheid en monitoren de drukte op het water. Een ander belangrijk aandachtspunt is het snelvaren. Er zijn in de gemeente geen aangewezen plekken om te snelvaren. In de praktijk is snelvaren alleen mogelijk op grote wateren en daarmee is er geen ruimte voor in onze gemeente.

AFWEGINGSKADER VAARVERBINDINGEN De bestaande verbindingen breiden we alleen onder bepaalde voorwaarden uit. Omdat water, bodem en biodiversiteit sturend zijn, zijn zij leidend voor de uitkomsten. Vervolgens wegen we de baten (belevingswaarde, gebruikswaarde, economisch potentieel) af tegen de eenmalige inrichtingskosten en de structurele kosten voor toezicht en beheer.

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

33

Wanneer de wens voor een nieuwe vaarverbinding realistisch blijkt, is de eerste stap om in gesprek te gaan met de provincie over de mogelijkheden voor het aanwijzen van een officiële vaarweg. Als dit niet mogelijk is en de gemeente op eigen initiatief een vaarweg wil aanwijzen, dan zijn oeverbeheer, vaarwegbeheer en nautisch beheer belegd bij de gemeente. In dit geval moet hier extra budget voor geraamd worden en moet dit meegenomen worden in de afweging voor de ontwikkeling.

B. Vanuit de analyse voor bestaande en gewenste vaarverbindingen wegen we met de uitgangspunten vanuit dit beleidskader af waar dit haalbaar is en dus potentie heeft. Recreatievaart (openbaar gebruik) gaat in het gebruik van het water voor op commercieel toeristisch gebruik. In de binnenstad van Leeuwarden is dit gebruik gelijkwaardig en willen we meer ruimte bieden voor het verwaarden van het water. C. Voor de recreatievaart brengen we de bestaande aanlegplaatsen en ligplaatsen in de gemeente in kaart. Momenteel zijn er voor de reguliere recreatievaart genoeg voorzieningen in de gemeente. Voor de kleine recreatievaart gaan we na of we nieuwe voorzieningen kunnen bieden binnen de bestaande ruimtelijke kaders en de overwegingen over het toevoegen van extra assets in wateropgave 1. D. Het elektrisch varen groeit steeds meer. In lijn met de inzet om per 1 januari 2028 een Zero-Emissie Zone voor stadslogistiek in te stellen, wordt ook het elektrisch varen in de binnenstad op termijn de norm. Vooruitlopend daarop onderzoeken we of de Potmarge emissievrij kan worden, vanwege het karakter van een rustige, groene recreatiezone. In de gemeente zijn momenteel enkele laadpunten voor elektrische boten. We faciliteren het elektrisch varen, breiden dit verder uit en promoten het. 5.2.4.

Wonen op en aan het water

Doelstellingen A. We houden balans in het unieke van wonen aan het water versus het belang van toegankelijkheid van het water voor iedereen; B. Bij wonen aan het water communiceren we duidelijk naar de inwoner wat dit voor hen betekent; C. We kijken naar mogelijkheden voor (recreatief) wonen op het water in relatie tot klimaatadaptatie. D. Waar dit mogelijk is zetten we water in als duurzame energiebron om gebouwen te voorzien van warmte. Hierbij is randvoorwaardelijk dat dit zorgt voor duurzame, betaalbare en betrouwbare energie en dat er geen negatieve effecten optreden op grond-, riool, en oppervlaktewater bij aanleg en het gebruik. Waarom hebben we deze doelstelling(en)? A/B Wonen aan het water is een Unique Selling Point waar we veel van hebben in de gemeente. Het is nu al een belangrijke vestigingsfactor. Bij het wonen aan het water willen we duidelijk communiceren wat dit betekent voor de inwoner. Er moet duidelijkheid zijn over of het water bevaarbaar is, voor welke vaarklasse, en wat de inwoner voor rol heeft in het onderhoud van het water, het vaarprofiel en de oever inclusief beschoeiing/damwand. We willen als gemeente niet de indruk (laten) wekken dat bij wonen aan het water ook de faciliteiten op en aan het water en de bereikbaarheid over het water door de gemeente worden gegarandeerd aan (nieuwe) bewoners. C.

Drijvende woningen zijn in onze gemeente wellicht minder voor de hand liggend dan in andere gemeenten waar wisselende waterpeilen en waterveiligheid een grotere rol spelen. Niettemin vinden we het de moeite waard om de rol hiervan binnen gebiedsontwikkeling verder te onderzoeken. Op bepaalde plekken in de gemeente is het mogelijk

34

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

interessant om te kijken naar drijvende woningen, bijvoorbeeld op plekken waar we (in de toekomst) water willen vasthouden of bergen. Hier kan ook de koppeling gelegd worden met recreatiewoningen. Bij het ontwikkelingen van nieuwe plannen of het toetsen van initiatieven onderzoeken we of woningen realiseren op het water passend is. D. Energie uit water maakt onderdeel uit van het energiebeleid van de gemeente Leeuwarden. Dit betekent dat we zien dat het een deel van de toekomstige energievraag op een duurzame manier kan invullen. Energie kan worden gehaald uit het oppervlaktewater, uit grondwater en uit rioolwater. Bij alle vormen van warmte onttrekken uit water kan het zijn dat er negatieve effecten voorkomen. Voordat water als bron wordt ingezet is het noodzakelijk om deze eventuele effecten te onderzoeken. Het waterschap is in veel gevallen bevoegd gezag voor vergunningverlening. Bij lozingen op het riool zijn wij het bevoegde gezag. Een te hoog chloride gehalte kan voor belemmeringen zorgen. Wij vragen hierbij advies aan het waterschap en er is contact met de provincie en de FUMO voor de wateronttrekking. Andere mogelijke effecten zijn de opwarming en koeling van het water, wat mogelijk effect kan hebben op de ecologie in het water en vervuiling van het water. We hebben als gemeente een regierol als het op collectieve warmtesystemen aankomt.

Duurzaamheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid zijn randvoorwaarden voor deze systemen. Een individuele huiseigenaar kan voor een op zichzelf staand systeem kiezen. We hebben dan de rol om de inwoner van de juiste informatie te voorzien over de techniek en mogelijke subsidies. In het geval van sommige bodemsystemen zijn we bevoegd gezag voor vergunningverlening.

DE VEELZIJDIGHEID VAN WATER Water zit vol tegenstrijdigheden. We hebben het nodig, maar kunnen er ook last van hebben. Het is mooi, maar kan ook gevaarlijk zijn. Het verbindt, maar brengt ook juist scheiding aan. Het levert veel op, maar kost ook geld. Het bepaalt de aanblik, maar is soms ook onzichtbaar. Daarom beschouwen we water in dit beleidskader niet alleen als een gebruiksmiddel, maar onderkennen we ook de waarde en betekenis van water historisch gezien, landschappelijk, economisch, cultureel en sociaal. Aan en op het water ontmoet je elkaar, zeker in je vrije tijd. Voor verkoeling tijdens hete zomers of tijdens winterdagen op het ijs. Water verbindt, we varen met onze sup, kano’s en boten van de ene naar de andere plek. We vervoeren goederen over het water, vaak over lange afstanden. Water scheidt ook, want als er geen brug ligt, hoe kom je dan aan de overkant? Water is vaak de grens tussen de ene en de andere wijk. Wonen aan het water is gewild, een unieke plek, een boot voor de deur. Maar niet iedereen kan dat betalen. In dit eerste Beleidskader water onderkennen we de veelzijdigheid van water, met name op het gebied van leefbaarheid. Tegelijkertijd erkennen we dat we nog geen richtinggevende perspectieven voor alle waarden van water hebben.

Want hoe kan water inclusiviteit bevorderen? Hoe kunnen we water nog nadrukkelijker een plek geven met het oog op vitaliteit en gezondheid? Met onze keuzes nu willen we vooral de verbinding en samenhang ten behoeve van een fijne, gezonde en duurzame leefomgeving bevorderen, op zo’n manier dat het ook toekomstbestendig is en de waarde van water tot zijn recht komt. Wij hopen dan ook van harte met deze insteek de komende jaren te ontdekken hoe water nog meer en breder in ons denken en handelen een plek kan krijgen. Als het ergens kan, dan is het in de nieuwe gebiedsontwikkelingen.

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

35

5.3. Doelstellingen: Water verwaarden

5.3.1.

Watertechnologie: een uniek profiel

Doelstellingen A. We stimuleren (kennis)uitwisseling op het gebied van watertechnologie; B. We maken van gemeente Leeuwarden een proeftuin voor watertechnologie. Hier worden innovaties voor actuele waterproblematiek geboren en passen we deze toe; C. We dragen de waterprofilering van Leeuwarden (Capital of Water Technology) zichtbaar en tastbaar uit naar inwoners en bezoekers; D. In gebiedsontwikkelingen borgen we experimenteerruimte voor water (gebruik, zuivering en toepassing in gebied). Waarom hebben we deze doelstelling(en)? A. Leeuwarden heeft een sterke kennispositie met instituten, onderwijsinstellingen en bedrijven rondom water. Watertechnologie is dan ook één van de ontwikkelpijlers binnen economische zaken. Belangrijk onderdeel van het ecosysteem van de watertechnologiesector zijn onderwijs- en kennisinstellingen. Zij trekken veel studenten naar Leeuwarden en dragen zo bij aan de leefbaarheid, de kennisinfrastructuur en aan bedrijvigheid vanuit startups en doorontwikkeling van innovatieve bedrijven. Omdat de maatschappelijke meerwaarde hiervan groot is en de economische effecten binnen de gemeente Leeuwarden aantrekkelijk zijn, willen we als gemeente dit ecosysteem

36

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

inzetten en zichtbaar maken en houden. We stimuleren daarom uitwisseling tussen onderwijs, watercampus, bedrijfsleven en gemeente op het thema van watertechnologie. We vinden het belangrijk om een stabiele partner te blijven richting de Watercampus. Stadstuin Potmarge is al een uithangbord voor deze water business. We borgen deze kwaliteit en stimuleren initiatieven om de identiteit te versterken. B. De kansen voor watertechnologie zijn enorm en verdienen de steun van de gemeente Leeuwarden. Watertechnologie is te verbinden aan zuinig en duurzaam watergebruik, maar ook aan waterkwaliteit en bodem. Watertechnologie is op deze manier inzetbaar om een robuust watersysteem te creëren. Deze koppelingen bieden kansen om doelen rondom watergebruik te realiseren en koploper op het gebied van innovatie te zijn. Innovatie is belangrijk voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat en als gemeente hebben we die profilering op waterinnovatie. De gemeentelijke steun is faciliterend en kaderstellend, met name bij gebiedsontwikkelingen waar nieuwe toepassingen op basis van watertechnologie een plek krijgen. C. Leeuwarden is de Capital of Water Technology. We maken de waterprofilering van gemeente Leeuwarden zichtbaar en tastbaar en dragen deze meer uit naar inwoners en bezoekers. Zo maken we het tot onderscheidend element van de stad.

We doen dit door de realisatie van bijvoorbeeld kunstwerken, inpandige installaties en herkenningspunten in lopende projecten en door het mee te nemen in planvorming. D. Ook in gebiedsontwikkelingen willen we innovatie op watertechnologie en de zichtbaarheid hiervan meenemen. Als we innovatie willen stimuleren, is het nodig om de technologieën hier toe te passen en in het beleid de mogelijkheden te geven. Dit betekent echter niet dat alle gebiedsontwikkelingen hierop ingericht moeten worden. We willen voor elke ontwikkeling in ieder geval een goed basisniveau van zichtbaarheid en toepasbaarheid, maar kiezen een aantal om in te excelleren, die als showcase kunnen dienen. We inventariseren de mogelijkheden voor het creëren van een waterladder als hulpmiddel om water(technologie) te integreren in projecten en gebiedsontwikkelingen en te kunnen prioriteren. Een waterladder is vergelijkbaar met de R-ladder voor circulariteit of de zonneladder voor zonne-energie.

SPOORDOK is een goed voorbeeld van het toepassen van watertechnologie en het zichtbaar maken hiervan. Spoordok positioneert zich als stad met en aan het water. Gebruik en verbijzondering van de openbare ruimte met water stimuleren sociale interactie en dragen bij aan de verbondenheid van mensen met hun leefomgeving. In Spoordok worden technologieën toegepast om het drinkwatergebruik te reduceren, circulair te gebruiken en de watertechnologie zichtbaar te maken met een watermakerij. Ook is het uitgangspunt ‘geen druppel het gebied uit’ oftewel ‘elke druppel water heeft waarde’ gekozen, waarvoor een robuust watersysteem wordt ingericht, met toepassing van groen en blauw om hieraan bij te dragen. Grijs en zwart water wordt in het gebied gefilterd en hergebruikt. Hemelwater wordt opgevangen en op verschillende manieren gebruikt. Belangrijk doel is om de zichtbaarheid, bewustwording en ervaring van het water te versterken, wat positief bijdraagt aan de gezondheid van mensen. Zowel in de openbare ruimte als op gebouwniveau wordt dit zorgvuldig uitgewerkt. Door filteren en hergebruik van grijs en zwart water komt niet alleen water beschikbaar, ook waardevolle nutriënten. Deze menselijke mest is een vruchtbaar restproduct. Samen met onze lokale partners en kennisinstellingen verkennen we de mogelijkheden om deze mest in te zetten in bijvoorbeeld ons voedselsysteem.

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

37

In Spoordok wordt breed ingezet op waterberging en infiltratie. Daken spelen hierin een belangrijke rol. Water dat op de daken valt, wordt in grijswatersystemen in de gebouwen gebruikt. Ook in de openbare ruimte zijn diverse toepassingen en gebruik denkbaar. Denk aan zichtbare goten, waterbassins, wadi’s en sponslandschap. Per deelgebied zijn er nuanceverschillen in een range tussen stedelijke waterelementen en landschappelijke oplossingen. De belangrijke doelstellingen zijn bewustwording, zichtbaar maken en maximaal hergebruik.

5.3.2.

Cultuur- en water(sport)toerisme

Onder water(sport)toerisme verstaan we de volgende doelgroepen; inwoners die de binnenstad bezoeken voor een terrasbezoek, toeristen met een eigen boot, riviercruiseschepen, praam- en rondvaartboten, boot-, sup- en kanoverhuur, en mensen die een bezoek brengen aan stad en voorzieningen om het water en de bootjes van de waterkant te beleven. Doelstellingen A. We monitoren de drukte op het water om zicht te houden op groei van het gebruik van het water en acteren waar nodig; B. We bieden binnen bestaand beleid en ontwikkelingen de mogelijkheid voor de realisatie van meer voorzieningen voor water(sport)toerisme; C. We ondersteunen het marketen van arrangementen die een link hebben met water(sport)toerisme; D. We ondersteunen initiatieven die toerisme en recreatie koppelen aan klimaatadaptatie en de uitdagingen in de basis toekomstbestendig op orde. Waarom hebben we deze doelstelling(en)? A. De verbondenheid met het water zit in het DNA van de gemeente Leeuwarden en vormt zo ook deel van de basis voor de verdere ontwikkeling van toerisme en recreatie. In recreatie en toerisme willen we inzetten op bezoek waarbij groei, verduurzaming en leefbaarheid in evenwicht zijn. We streven naar een kwalitatief aanbod voor de bezoeker. Dit betekent dat we gebiedsgericht keuzes maken in wat wel en niet wenselijk is voor recreatie en toerisme.

Hierin kijken we vooral naar de hotspots voor toerisme, namelijk de binnenstad van Leeuwarden (inclusief de Prinsentuin), Grou en de natuurgebieden. Momenteel is er vooral drukte op het water in de binnenstad van Leeuwarden en in watersportdorp Grou. We zien dat inwoners en bezoekers steeds vaker een rondje (praam)varen combineren met een bezoek aan de binnenstad en het terras. Ook wordt er veel gebruik gemaakt van de stad als slecht-weervoorziening voor watertoeristen. Voor deze plekken geldt dat we gaan monitoren om zicht te houden op de drukte in

38

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

verband met de toenemende groei van het gebruik van het water. Waar nodig acteren we hierop. In natuurgebieden als de Alde Feanen, Groote Wielen en recreatiegebied de Groene Ster vindt ook veel water(sport)toerisme en recreatie plaats. Voor deze gebieden geldt dat we een goede balans willen tussen natuur en toerisme en is het geen gemeentelijke inzet om het water(sport)toerisme te doen groeien. Dat geldt ook voor het landelijk gebied. De toenemende druk op het water door intensivering van het vaarverkeer en gebruik van het water voor recreatie vraagt om regulering om ongelukken en overlast op het water te voorkomen. Uitbreiding van handhavingscapaciteit op het water wordt noodzakelijk geacht. We wegen zorgvuldig af of hierbij ook de inzet van Boa domein II nodig is, met de beschikking over een vaartuig en een locatie voor dit vaartuig. B. Om kwaliteitstoerisme te kunnen bieden zetten we in op schoon & heel, wat betekent dat de basisvoorzieningen voor het toerisme op orde moeten zijn. Het aanleggen van nieuwe voorzieningen kan op een beperkt aantal plekken. Ook hiervoor geldt: bij het aanleggen wegen we de effecten voor ‘de basis toekomstbestendig op orde’ af tegen de effecten van het verwaarden van het water. Voor de commerciële verhuurpartijen geldt dat deze de levendigheid en de uitstralingswaarde op het water in de binnenstad versterken.

Deze partijen gebruiken vaak openbare steigers. We willen ze de juiste plekken in de binnenstad bieden waar dit mogelijk is. In de binnenstad zijn recreatievaart en het water(sport)toerisme gelijkwaardig. Op andere locaties geldt dit niet en gaat openbaar recreatief gebruik in principe voor op commercieel toeristisch gebruik. Wanneer er een verdere groei van het aantal (rondvaart)aanbieders ontstaat, bieden we deze op basis van inschrijving en vergunningen een plek aan op een openbare voorziening. We verwachten dat dit resulteert in het verplaatsen van start/eindpunten van rondvaarten naar de rand van de binnenstad. Dit vanwege de smalle grachten in de binnenstad en de uiteenlopende activiteiten op en langs het water. Voor het huidige vaarroutenetwerk houden we in eerste instantie het gebruik op peil en werken we aan kwalitatieve versterking. Met het oog op toekomstige groei van het water(sport)toerisme inventariseren we waar nieuwe vaarverbindingen een plus op het water(sport)toerisme kunnen opleveren. Aan elke verbinding moet een analyse ten grondslag liggen met de effecten, kosten en baten om te bepalen of deze vaarverbinding uit kan. C. Vanuit VISIT Leeuwarden blijven we arrangementen ondersteunen die een link hebben met water(sport)toerisme. Dit versterkt onze positie binnen de water(sport)toerisme en maakt het zichtbaarder en vindbaar voor bezoekers. D.

Waar commerciële aanbieders een aanbod creëren dat een verbinding maakt met de uitdagingen uit de basis toekomstbestendig op orde, ondersteunen we deze. Vanuit het Fries Programma Landelijk Gebied (FPLG) komen doelen op ons landelijk gebied af waardoor verdienmodellen van agrariërs onder druk komen te staan. Het is daarom wenselijk om na te denken over nieuwe en aanvullende verdienmodellen. Uitgangspunt blijft dat er een wederkerigheid moet zijn tussen economische meerwaarde en ecologische diensten. Een initiatief moet bijdragen aan de brede welvaart.

BENUTTING GRACHTEN: terrasboten of meer toeristisch-recreatief varen? Bij concurrerend ruimtegebruik waarbij beide belangen gelijkwaardig zijn, wordt gekeken welk gebruik het gemakkelijkst te verplaatsen is. De horeca is strikt plaatsgebonden, de terrasboten blijken een goede aanvulling op het aanbod. Daarom moeten de exploitanten van toeristische producten zoals rondvaarten - zeker als de wens bestaat om uit te breiden of te intensiveren – rekening houden met verplaatsen naar buiten de grachten. Bij voorkeur wordt gekeken naar een plek aan de rand van de binnenstad waar meerdere aanbieders passende faciliteiten hebben.

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

39

5.3.3.

Vervoer over water

Doelstellingen A. We hebben inzicht in de kansen en de potentie voor extra goederenvervoer over water. Waarom hebben we deze doelstelling(en)? A. Vervoer over water (‘blue mobility’) is een duurzame manier van vervoer, helemaal als het elektrisch varen betreft. In het kader van verduurzaming van mobiliteit binnen onze gemeente kan vervoer over water een toegevoegde waarde zijn. Voor personenvervoer over water zien we op dit moment weinig potentieel. Recreatief wordt het water volop benut en het heeft een toeristische meerwaarde. Echter, kijkend naar de gemeente Leeuwarden, wint het water het niet van de fiets voor vervoer van A naar B. In de ontwikkeling van het eerste deel van Middelsee (Fellingen) worden andere mobiliteitsprincipes toegepast; werken met wijkhubs. Mogelijk dat bij verdere uitwerking van Middelsee, bij station Werpsterhoeke en ook bij nieuwe gebiedsontwikkelingen een uitwerking van blue mobility interessant is, bijvoorbeeld in de vorm van een TOP (toeristisch oversteek punt) van spoor of auto naar water. Mocht er vanuit de markt interesse zijn om een vorm van (toeristisch) personenvervoer of bijvoorbeeld sloepenvervoer in te richten, dan bekijken we met hen de mogelijkheden. Een meer traditionele vorm van mobiliteit als een pont kan wellicht een verbindende waarde zijn over water. De pontjesroute bij Grou heeft een duidelijke toeristische meerwaarde.

Het is aansprekend en draagt bij aan de beleving van het water. In het beleidskader Mobiliteit is opgenomen dat wij, conform Regionaal Mobiliteitsprogramma Fryslân, een verschuiving van wegtransport naar vervoer over water stimuleren. De stad Leeuwarden ligt hiervoor gunstig aan het Harinxmakanaal (CEMTklasse 5a). Hier liggen ook kansen voor meeliften op het Europese TEN-T-netwerk. In het Beleidskader mobiliteit wordt het ambitieniveau van Leeuwarden vastgelegd als het gaat om bereikbaarheid voor alle vervoerwijzen. Dit wordt verder uitgewerkt in diverse uitvoeringsplannen. Daar moet uit blijken wat dit kan betekenen voor de bereikbaarheid van bijvoorbeeld de MERODE-bedrijven, zowel via de weg als via het water. Grotere goederenschepen verder de stad in vermijden we om verdere vermenging van beroeps- en recreatievaart te voorkomen. Voor stadslogistiek over water wordt vanuit het beleidskader mobiliteit onderzoek voorgesteld naar een logistieke stadsrandhub in de omgeving Swettehûs (overslag op emissievrije voertuigen en water). Een stadsrandhub in de omgeving Swettehûs biedt mogelijk ook meerwaarde voor logistieke stromen in de gemeente. Goede logistieke oplossingen zijn essentieel bij de bevoorrading van winkels, restaurants en cafés, leveringen aan kantoren en instellingen, pakketbezorging bij particulieren, bouwverkeer en afvalinzameling.

Voor de stadslogistiek over de weg heeft de gemeente Leeuwarden samen met diverse Leeuwarder bedrijven de Green Deal Zero-Emissie Stadslogistiek (GDZES) ondertekend. We zetten in op een Zero-Emissie zone in de binnenstad per 1 januari 2028, mogelijk inclusief het water. Dit geeft de logistieke partijen tijd om zich goed voor te bereiden. Grou ligt direct aan het Prinses Margrietkanaal, onderdeel van de hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl. Goederenvervoer en recreatief gebruik van het water gaan hier samen. De potentie om in Grou zelf meer gebruik te maken van deze hoofdvaarweg voor de toelevering naar bedrijven lijkt kleiner dan in Leeuwarden.

40

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

6. Gebiedsgerichte uitwerking 6.1. Inleiding De verschillende gebieden in onze gemeente hebben verschillende kenmerken en verschillende opgaven. Dit vraagt om een aantal gebiedsgerichte uitgangspunten. We hebben als gemeente niet in alle gebieden een even grote rol of verantwoordelijkheid. Het principe water en bodem sturend maakt dat we wel inrichtingsprincipes meegeven voor ruimtelijke afwegingen. 6.1.1.

Gebiedsindeling

Voor de gebiedsgerichte uitwerking volgen we in eerste instantie de indeling van de Omgevingsvisie; stad, dorpen en landelijk gebied. Onze rol en verantwoordelijkheid is het grootst in gebiedsontwikkelingen in de stad. Deze werken we dan ook als eerste uit. Daarna volgen (overig) stedelijk gebied en dorpen. Oostergo, Westergo, Middelzee en Lage Midden zijn verbijzonderingen van de categorie Landelijk gebied uit de Omgevingsvisie. In de visie Natuerlik Ljouwert 2050 is een onderverdeling in vijf deelgebieden gebruikt op basis van de kenmerken van het water- en bodemsysteem, landschappelijke kenmerken en natuurlijke processen. Vooral de grondsoort en de grondwaterstand zijn bepalende uitgangspunten om het principe ‘water en bodem sturend’ te vertalen naar concrete acties. Vanuit water en bodem sturend zijn Oostergo, Westergo en Middelzee vergelijkbare kleigronden. Het Lage Midden hoort tot de veengronden.

Natuurlijk Ljouwert 2050

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

41

In het landelijk gebied hebben provincie en waterschap de primaire verantwoordelijkheid voor het watersysteem en waterbeheer. De gemeentelijke inbreng volgt vanuit onze verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke inrichting. Zo zijn we partner in de gebiedsprocessen in het landelijk gebied en kunnen we kaders stellen via het omgevingsplan. Voor deze gebieden geldt dat bepaalde keuzes van Wetterskip Fryslân en de provincie invloed hebben op onze assets (oevers, steigers, en riolering), waardoor we financieel consequenties hiervan zien. 6.1.2.

Groenblauwe structuren

Voor alle gebieden gebruiken we de bestaande groenblauwe structuren als startpunt. Door groenblauwe structuren te verbinden, creëren we een robuuster netwerk voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en recreatie. We gebruiken de landschapsbiografie als basis hiervoor. Deze biedt richting aan hoe we historische structuren in de toekomst weer kunnen benutten. In het beleidskader Biodiversiteit zijn gewenste verbindingen opgenomen die we vanuit water, bodem en biodiversiteit in alle gebieden als leidend element in de vormgeving meenemen. 6.1.3.

Werkwijze water en bodem sturend

Water en bodem écht leidend laten zijn, begint met een fundamenteel andere houding en benadering van ruimtelijke ingrepen. Het College van Rijksadviseurs heeft daarom een praktijkgids uitgebracht met 6 stappen om in projecten, programma’s en bij beleidsontwikkeling te werken vanuit het principe ‘water en bodem sturend’:

De zes stappen voor water en bodem sturend uit de Praktijkgids WaBoS: 1. Analyseer de ondergrond 2. Kijk ver vooruit en naar het grote geheel 3. Breng kantelpunten in beeld 4. Betrek alle gebiedskenmerken en plannen 5. Verken de toekomst met scenario’s en inrichtingsvarianten 6. Maak een ontwikkelstrategie

6.2. Afwegingen bij gebiedsontwikkelingen Het is zaak om de veelzijdigheid van water te gebruiken als instrument om mens en natuur veel meer te betrekken bij ruimtelijk ontwerp. De punten die we meenemen in de afwegingen bij gebiedsontwikkelingen zijn: • De weging waterbelang, waarbij we Wetterskip Fryslân zo vroeg mogelijk betrekken als waterautoriteit. • Een klimaatbestendig inrichting om nu en in de toekomst schade en extra kosten te voorkomen. Hier zijn zowel de keuze van de bouwlocatie van belang als de wijze van inrichten van het gebied. Wij passen de door het Rijk geïntroduceerde instrumenten voor klimaatadaptief inrichten en afwegen toe: - Maatlat ‘Groene klimaatadaptieve groene gebouwde omgeving’, die duidelijk maakt hoe klimaatadaptief bouwen en inrichten eruitziet; - Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ om bij locatiekeuzes en inrichtingskeuzes voor nieuwe woningbouw, werklocaties, publieke gebouwen of industriegebieden een goede afweging te maken vanuit het water- en bodemsysteem. • Een inrichting die minimaal voldoet aan waterkwaliteitsniveau levendig en die een goede waterkwaliteit waarborgt met bijvoorbeeld een helofytenfilter of een zuiverende berm;

42

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

• Groen en blauw hebben een belangrijke rol bij het verbeteren van de gezondheid.3 Deze effecten kunnen worden gemaximaliseerd door water openbaar toegankelijk te houden en te kijken naar verschillende soorten groen en water; • Het toepassen van innovaties en zichtbaar maken van slimme wateroplossingen, waarbij we in een aantal showcases of projecten kiezen voor een hogere ambitie; • Bij het ontwerp en beheer van assets eisen stellen aan klimaatadaptiviteit, circulariteit en emissies; • Het uitgangspunt ’Elke druppel water heeft waarde’; • De richtlijnen chloridehoudende grond; We zoeken een balans tussen wat we wettelijk moeten en wat wij hier zelf als eisen aan toevoegen.

6.3. Afwegingen in stedelijk gebied en dorpen De stad en veel omliggende dorpen zijn van oorsprong ontstaan op een hoger gelegen kwelderwal. De uitgebreide groenblauwe verbindingen tussen stad en omgeving zijn echte kernkwaliteiten. Denk bijvoorbeeld aan de Dokkumer Ie, de Potmarge in Leeuwarden of de Boarn in Jirnsum. Verbinden en vergroenen gaan in bebouwd gebied voor het verwaarden. Enkel in de binnenstad ligt de nadruk op het verwaarden van water, binnen de randvoorwaarden van de groenblauwe basis. Voor de stad Leeuwarden zijn de groenblauwe structuren voor ecologie en klimaatadaptatie in nader detail uitgewerkt in de Leeuwarder ecologische structuur (LES). Deze LES geeft aan welke structuren er al bestaan en welke knelpunten er zijn. Dit vormt de basis voor het herstellen, versterken en uitbreiden van de ecologische structuren in de stad. 6.3.1.

Inrichtingsprincipes stedelijk gebied en dorpen

Bij het toekennen of wijzigen van functies en grondgebruik hanteert de gemeente de volgende principes vanuit water: 1. Ecologische waarde en potentie in beeld. Wat wil je behouden, wat versterken? Beperken bodemafdekking en meer ‘groenblauwe’ bodems. 2. Waterkwaliteit waar mogelijk verbeteren, zeker waar nodig in verband met KRW-doelen. 3. Belevingswaarde versterken. Gebruikswaarde voor bewegen aan/bij het water. 4. Interactie met ander(e) gebruik(ers) in beeld. 5. Totale levensduur kosten van kapitaalgoederen wegen, oftewel rekening houden met niet alleen de investeringskosten, maar ook de kosten voor beheer & onderhoud, bediening, sloop/ vervanging. 6. Kosten versus baten in beeld, ook voor de bijdrage aan de basis.

6.4. Afwegingen in Landelijk gebied – kleigronden (Westergo, Oostergo, Middelzee) In de gemeente overheerst de aanwezigheid van kleigronden. De Middelzee bestaat uit jonge zeeklei en wordt geflankeerd door de oudere zeekleilandschappen Westergo en Oostergo. Voldoende beschikbaarheid van zoetwater (en daarmee een antwoord op de kwesties droogte en verzilting) is voor de kleilandschappen de grootste opgave. Een tweede wateropgave in dit gebied is toenemende wateroverlast, vooral bij piekbuien.

3 https://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikelen/who-groen-en-water-zijn-bijna-altijd-goed-voor-de-mentale-gezondheid-van-degebruiker https://apps.who.int/iris/bitstream/handle/10665/342931/9789289055666-eng.pdf

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

43

6.4.1.

Meer water vasthouden

Structurerende keuzes die het Rijk maakt, gaan over de aanvoer van zoetwater, maar tegelijkertijd geven Rijk en waterschappen geen garanties dat daarmee altijd voldoende zoetwater beschikbaar is. Dit betekent dat alle watergebruikers er rekening mee moeten houden om zelf maatregelen te nemen om beter bestand te zijn tegen periodes van extreme droogte, watertekorten en verzilting. Daarvoor is het noodzakelijk dat meer water wordt vastgehouden in het gebied. 6.4.2.

Doelstelling FPLG: 10% groenblauwe dooradering

In het landelijk gebied zijn vooral het waterschap en de provincie aan zet als het gaat om de watervoorraad en de kwaliteitsverbetering van het oppervlaktewater. Als gemeente Leeuwarden zien we het belang hiervan en blijven we actief in gesprek met waterschap en provincie over hoe er bijvoorbeeld meer water vastgehouden kan worden in het watersysteem. Vanwege onze ambities op het gebied van het herstel van biodiversiteit is ruimte voor natuurvriendelijke oevers en een passend beheer eveneens een belangrijke insteek. In het landelijk gebied is de opgave vanuit het FPLG om toe te werken naar 10% groenblauwe dooradering in 2050. De helft hiervan moet al voor 2030 gerealiseerd worden. Momenteel is de groenblauwe dooradering in de provincie 2%. Dit betekent dus een forse toename. Wij onderstrepen deze doelstelling in de gebiedsprocessen. De gemeente heeft in het landelijk gebied zelf relatief weinig eigen areaal en kan dus zelf weinig op eigen gronden bijdragen aan de opgaven. Wel heeft de gemeente een nadrukkelijke rol in de planologie. Bij de toedeling en regulering van functies kan de gemeente dan ook voorwaarden stellen. 6.4.3.

Inrichtingsprincipes kleigronden

Bij het toekennen of wijzigen van functies en grondgebruik hanteert de gemeente de volgende principes vanuit water: 1. Ontwikkelingen gericht op verwaarden dienen bij te dragen aan een gezonde, duurzame leefomgeving en een toekomstbestendige groenblauwe basis. Denk bijvoorbeeld aan natuurlijke oevers en vuilwaterinzamelpunten. 2. Ruimte maken voor het vasthouden en bergen van water. 3. Geen functies toevoegen die niet zouttolerant zijn.

KANSEN - Koppelingen met het zijn van een proeftuin voor watertechnologie - Waterberging koppelen aan recreatie - Koppelingen met een natuurinclusief platteland

6.5. Afwegingen in Landelijk gebied – veengronden (Lage Midden) In het oosten van de gemeente liggen veengronden in een vrij smalle zone tussen zand en klei als onderdeel van het Lage Midden van Fryslân. De veenmoerassen Alde Feanen en Groote Wielen vormen hierin belangrijke natuurkernen. 6.5.1.

Veenweideprogramma 2021-2030

Vertragen van bodemdaling, reduceren van CO2-emissies, een waterrobuust en klimaatbestendig watersysteem en verhogen van biodiversiteit in combinatie met een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw, is de grote opgave in de veengebieden. Ook is de opgave om zo min mogelijk van de watervraag af te wentelen op andere gebieden. De bodemdaling hangt sterk samen met toenemende droogte in het zomers, huidig peilbeheer en de daarmee

44

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

gepaard gaande lage grondwaterstanden in de gebieden. Deze lage grondwaterstanden leiden onder andere tot funderingsproblematiek. Provincie en waterschap zijn aan zet om in deze gebieden toe te werken naar hogere grondwaterstanden en het stoppen van veenoxidatie en waar mogelijk realiseren van veengroei. Het huidige Veenweideprogramma Friesland noemt een streefpeil voor de grondwaterstand van gemiddeld 40 cm onder het maaiveld bij het dikke veen (gebieden met een veenpakket van meer dan 80 centimeter dik). 6.5.2.

Doorwerking Water en Bodem sturend vanuit Rijk

De brief Water en bodem sturend van het Rijk noemt als structurerende keuze een grondwaterpeil van 20cm tot 40cm onder maaiveld, afhankelijk van bodemcompositie, watersysteem en behoeften van het gebied. Ook is het nodig om de aanvoer van gebiedsvreemd water te minimaliseren. Zoveel mogelijk zoetwater moet beschikbaar zijn voor peilopzet en tegengaan van verzilting. Het meer vasthouden van gebiedseigen water zal gebiedsgericht worden opgepakt. We leveren als gemeente een bijdrage aan de opgaven vanuit de toedeling en regulering van functies (via het Omgevingsplan). Ook communiceren we, onder andere via het Funderingsloket, over de ontwikkelingen in het gebied. 6.5.3.

Inrichtingsprincipes veengronden

Bij het toekennen of wijzigen van functies en grondgebruik hanteren we de volgende principes vanuit water: 1. De ruimte in relatie tot water, bodem en natuur is bepalend voor de ruimte die er is voor andere (landbouw)functies. 2. Omdat het watersysteem steeds meer ruimte in beslag zal nemen, bieden we in de veengebieden meer ruimte voor aanvullende verdienmodellen. We staan alleen nieuwe functies toe die voorbereid zijn op (toekomstige) waterberging en/of hogere grondwaterstanden.

KANSEN - Vergroten biodiversiteit, kansen voor recreatie, kansen voor opwek duurzame energie. - Nieuwe verdienmodellen voor de landbouw.

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

45

7. Doorwerking 7.1. Relatie met ander beleid Het Beleidskader water volgt uit de omgevingsvisie van de gemeente Leeuwarden. Dit betekent dat we de ambities uit de omgevingsvisie op alle thema’s volgen, en deze op het gebied van water verbijzonderen. De belangrijkste aanscherping die we in het Beleidskader water hebben gemaakt ten opzichte van de omgevingsvisie is de specifiekere indeling van het landelijk gebied. Onder de omgevingsvisie zijn, naast het thema water, op meerdere thema’s beleidskaders opgesteld. De volgende beleidsstukken zijn nauw verweven met elkaar en met dit Beleidskader water. 7.1.1.

Beleidskader Biodiversiteit

Groen en blauw hebben een sterke relatie. Voldoende water en schoon water zijn een belangrijke voorwaarde voor het herstel van biodiversiteit. In dit Beleidskader water borgen we de blauwe biodiversiteit en zijn we dienend aan de doelstellingen uit het beleidskader biodiversiteit. In het Beleidskader water hebben we geen eigen uitgangspunten op dit punt, maar onderschrijven we de structuren die zijn uitgewerkt in de Leeuwarder Ecologische Hoofdstructuur 7.1.2.

Programma Volhoudbaar/ Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie

Een groenblauwe leefomgeving, waarin water, bodem en biodiversiteit sturend zijn, levert een directe bijdrage aan het klimaatadaptief maken van de gemeente. In dit beleidskader borgen we deze uitgangspunten en ondersteunen we de gemeentelijke doelstellingen op Klimaatadaptatie. De uitvoeringsagenda richt zich vooral op waterberging, tegengaan van hittestress en droogte in bebouwd gebied. Dit beleidskader besteedt ook aandacht aan wat er nodig is in landelijk gebied. 7.1.3.

Gezondheidsnota Samen Gezond

De gezondheidsnota benadrukt het effect van de sociale en fysieke leefomgeving op iemands gezondheid. Zij beschrijft een leefomgeving die de gezondheid bevordert als een omgeving die uitnodigt tot een gezonde leefstijl, met bijvoorbeeld de mogelijkheid om te wandelen in een groene omgeving, te fietsen, te spelen, te ontmoeten en gezond te eten. In dit Beleidskader water borgen we de uitgangspunten voor het creëren van een dergelijke gezonde (groenblauwe) leefomgeving die uitnodigt tot bewegen. Vertaling van de ambities uit de Gezondheidsnota in concrete uitwerking in bijvoorbeeld normen, regels en/of instrumentaria moet nog vorm krijgen. 7.1.4.

Beleidskader Economische Ontwikkeling

Ontwikkelopgaven binnen de economische ontwikkeling zijn onder andere watertechnologie en cultuur- en watertoerisme. Beide worden in dit Beleidskader water geborgd en voorzien van randvoorwaarden vanuit de andere twee hoofdopgaven. Bij een verdere uitwerking van deze ontwikkelopgaven dienen deze randvoorwaarden te worden ingevuld. 7.1.5.

Beleidskader Mobiliteit

Blue mobility is een mooie verbinding tussen mobiliteit en water. Uit het beleidskader mobiliteit is in dit beleidskader overgenomen dat de gemeente, conform Regionaal Mobiliteitsprogramma Fryslân, een verschuiving stimuleert van wegtransport naar vervoer over water. Het Beleidskader water is echter niet de plek om dit nader uit te werken.

46

Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water

Ook is er afgestemd met de opstellers van een aantal ontwikkelkaders. Het Ontwikkelkader Prinsentuin en het Ontwikkelkader Spoordok hebben overeenkomstige thema’s en zijn inhoudelijk afgestemd.

7.2. Doorwerking in dagelijkse praktijk Wat verandert er in de dagelijkse gemeentelijke praktijk na het vaststellen van dit beleidskader water? De belangrijkste wijziging is dat er een ordening is aangebracht in de weging van het thema water versus andere thema’s en ook binnen de drie hoofd-wateropgaven. Voorop staat dat we het uitgangspunt ‘water, bodem en biodiversiteit sturend’, moeten doorvertalen naar onze werkzaamheden. Dit betekent allereerst dat de interne organisatie geïnformeerd/ getraind moet worden over en ingericht op wat water, bodem en biodiversiteit sturend voor hen betekent. Dit geldt met name voor de medewerkers die in het fysieke domein actief zijn. Wanneer we vanaf de start van projecten en ontwikkelingen water, bodem en biodiversiteit sturend als leidend uitgangspunt nemen, dan wordt het resultaat van een afweging anders dan die nu wellicht is, maar dit hoeft niet persé tot hogere kosten te leiden. 7.2.1.

Aanzet uitvoeringsprogramma

Met de vaststelling van dit beleidskader zijn ook concrete acties nodig. Deze worden vastgelegd, SMART gemaakt en geprioriteerd in een uitvoeringsprogramma. Hieronder worden per thema uit dit beleidskader een aantal aandachtspunten genoemd die bij het opstellen van een uitvoeringsprogramma terug zullen komen. Voldoende water • Actieve positie van de gemeente naar inwoners, onderwijs en (kleine) bedrijven toe. Voorlichten, adviseren en stimuleren, zodat ook zij passende maatregelen treffen, onder andere rond klimaatadaptatie en drinkwaterbesparing. Bijvoorbeeld bedrijven stimuleren om meer van elkaars (rest)water gebruik te maken. • In Omgevingsplannen maatwerkregels opnemen voor het beperken van drinkwatergebruik door bedrijven en het inzetten van meervoudige waterbronnen (doelmatig gebruik grondstoffen). • Bij dilemma’s rond grondwaterstand versus boomaanplant of water in huizen is ingrijpen op de grondwaterstand de laatste optie. Eerst onderzoeken we andere oplossingen (‘comply or explain’). Schoon en gezond water • Monitoring waterkwaliteit inregelen en inrichtingsmaatregelen treffen volgend op de doelen voor overige wateren. • Inrichting van het water aanpassen aan beoogde waterkwaliteit en biodiversiteit (bijvoorbeeld van harde oevers naar natuurvriendelijke oevers). • Met provincie en waterschap een gezamenlijke aanpak afstemmen voor bedrijven met grote lozingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=30beae25-8e9c-458e-83a9-5b745ef089c6