Onderzoek Straatintimidatie Gemeente Utrecht.pdf
Tekst van het document
Aan respondenten is de stelling voorgelegd of zij incidenten zeker zouden melden als er een meldpunt voor straatintimidatie zou bestaan. Bijna twee derde (66%) van de respondenten geeft aan dat zij het hier (helemaal) mee eens zijn. Daarnaast geeft 12% aan dat zij het hier (helemaal) mee oneens zijn. 13% geeft aan dat zij het niet oneens/niet eens zijn met het melden van een incident als er een meldpunt voor straatintimidatie zou zijn. In het volgende onderdeel wordt verder ingegaan op de gewenste aanpak van straatintimidatie.
“Als ik ’s nachts naar huis fiets ben ik altijd op m’n hoede en ik vind het heel vervelend dat ik dat als mens moet zijn. En met mij alle vrouwen van mijn leeftijd [… ] en je gaat allemaal dingen denken van, moet ik dan andere kleren aan doen? Daar word ik dan ook heel boos van, want ik vind niet dat ik mezelf hoef te veranderen zodat dit minder gebeurt.”
21
Gewenste aanpak Vanwege uw ervaring met straatintimidatie, willen we graag weten hoe belangrijk de onderstaande zaken zijn voor uw veiligheidsgevoel.
Op welke manier kan straatintimidatie volgens u het best worden aangepakt?
straatverlichting (als het schermig/donker is)is) straatverlichting (als het schermig/donker
20%
40%
60%
(helemaal) niet belangrijk
80%
100%
soms wel en soms niet belangrijk
(heel) belangrijk Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht (n=592)
Aan respondenten die straatintimidatie hebben meegemaakt, is gevraagd in hoeverre een aantal zaken bijdragen aan hun veiligheidsgevoel. Bijna negen op de tien (86%) geven aan dat straatverlichting (als het donker/schemerig is) (heel) belangrijk is voor hun veiligheidsgevoel. De aanwezigheid van camera's op straat is voor ruim de helft (53%) (heel) belangrijk. Bijna een derde (31%) van de respondenten vindt camera's soms wel en soms niet belangrijk. (Verkeers)drukte op straat is voor zeven op de tien (70%) respondenten (heel) belangrijk voor hun veiligheidsgevoel. Voor bijna zes op de tien respondenten (59%) is het (heel) belangrijk dat de straat er netjes uitziet. De nabijheid van winkels, horeca, scholen etc. zijn voor bijna een even groot aandeel respondenten (56%) (heel) belangrijk voor hun gevoel van veiligheid. Goed zicht op de omgeving is voor 80% van de respondenten (heel) belangrijk. Dit geldt voor bijna twee derde (65%) van de respondenten bij toezichthouders dichtbij, zoals politie. Dat er woningen op straat uitkijken is voor 61% van de respondenten (heel) belangrijk voor hun veiligheidsgevoel.
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht
Aan respondenten is gevraagd op welke manier straatintimidatie volgens hen het beste kan worden aangepakt. Op deze vraag zijn veel verschillende antwoorden gekomen. Respondenten noemen bijvoorbeeld dat zij meer toezicht en controle zouden willen door de politie. Camera’s en verlichting zijn twee specifieke oplossingen die hierbij genoemd worden. Daarnaast zou (een deel van) de aanpak ook vanuit bewoners zelf moeten komen volgens sommige respondenten, bijvoorbeeld door opvoeding en het aanspreken van ‘daders’ op hun gedrag. Volgens sommige respondenten zou dit bijvoorbeeld bereikt kunnen worden door opvoeding of voorlichting op school. In bovenstaande word cloud zijn de opmerkingen die het vaakst worden genoemd door respondenten ook groter afgebeeld.
22
Gewenste aanpak
Gewenste aanpak Voorbeelden uit de acht interviews
In hoeverre bent u het eens of oneens met de volgende stellingen?
Tijdens de interviews is met respondenten gesproken over de aanpak van straatintimidatie en is gevraagd of respondenten melding hebben gedaan van de incidenten die zij meemaakten. Hieronder wordt eerst gerapporteerd over de medlingsbereidheid en dan over de gewenste aanpak van straatintimidatie.
straatintimidatie in in Utrecht is een probleem datdat aangepakt moet worden straatintimidatie Utrecht is een probleem aangepakt moet worden
20%
40%
(helemaal) mee oneens
60% niet eens/niet oneens
80%
100%
(helemaal) eens
weet niet/geen mening Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht (n=1.312)
Ruim de helft van de respondenten (56%) is van mening dat straatintimidatie in Utrecht een probleem is dat aangepakt moet worden. Bijna de helft (47%) weet niet of in Utrecht al genoeg wordt gedaan om straatintimidatie aan te pakken (of heeft hier geen mening over). Bijna zeven op de tien respondenten (69%) zijn het (helemaal) eens met de stelling dat straatintimidatie strafbaar moet worden. 8% van de respondenten is het hier (helemaal) mee oneens. Ongeveer de helft (47%) van de respondenten denkt dat het uitdelen van boetes straatintimidatie zal doen afnemen. Een andere stelling met betrekking tot aanpak die aan respondenten is voorgelegd is: het (proberen te) voorkomen van straatintimidatie werkt beter dan achteraf boetes uitdelen. Bijna driekwart (74%) is het hier (helemaal) mee eens.
Melden van straatintimidatie en meldingsbereidheid Er is op dit moment geen specifiek meldpunt voor straatintimidatie. Straatintimidatie kan in principe worden gemeld bij politie en gemeente. De meeste respondenten zeggen geen melding te hebben gedaan. Wat in de interviews vaak wordt gezegd, is dat het geen zin heeft om een melding te doen en dat het voor politie en gemeente ook lastig is om met zo’n melding iets te doen. De app ‘Slim melden’ wordt genoemd, de app van de gemeente om een melding te doen over de openbare ruimte, bijvoorbeeld vervuiling of kapotte straatverlichting. Een van de geïnterviewden zegt daarover: “Nou, dan doe je een melding. Je weet wel, dan heb je zo’n app. [Interviewer: Slim melden] Slim melden. En dan krijg je na 14 dagen een bericht: wij hebben niks aangetroffen. De melding wordt gesloten. En dat krijg ik dan heel vaak. Ja sorry, dan heb je ook geen zin om meldingen meer te doen. [...] Je wil zo veel, maar je weet ook dat de politie het druk heeft met zo veel andere dingen. Dan denk ik, weet je, zijn peanuts waar ik het over heb.” De wil en bereidheid om te melden was er bij deze respondent wel. Ook andere respondenten willen best een melding doen, maar denken dat het weinig zinvol is.
Bijvoorbeeld omdat er niet wordt gehandhaafd, of omdat ze het idee hebben dat de politie niets kan met de meldingen, bijvoorbeeld door gebrek aan bewijs of omdat het incident niet strafbaar is.. "Ik dacht wat moet ik dan, wederom, ook in mijn ogen, dit is wel vervelend maar is niet strafbaar. Geen reden om iemand in de cel te gooien of wat dan ook." “Ik denk wel dat het goed is als er een meldpunt zou zijn, alleen daarmee moet men niet de verwachting creëren dat er ook iets gedaan kan worden aan die melding, want dat is gewoon niet het geval. Je komt in een situatie, 3 seconde later is die situatie alweer voorbij, die jongens zijn weg, je weet niet wie ze zijn dus je kan er niet continu achteraan zitten."
De aanpak van straatintimidatie kan zich vooral richten op de daders of op mensen die het hebben meegemaakt. Ongeveer driekwart (73%) van de respondenten is het (helemaal) eens met de stelling dat de aanpak zich vooral moet richten op de daders. Of de aanpak zich moet richten op mensen die het hebben meegemaakt, zijn de resultaten minder eenduidig: 32% is het hier (helemaal) mee oneens, 29% niet eens/niet oneens en 28% is het hier (helemaal) mee eens.
23
Voor een aantal respondenten wordt het anders zodra de intimidatie fysiek en/of agressief zou zijn. Dan is er meer bereidheid om een melding te doen. Op de vraag wanneer zij een melding zou doen, antwoordt één van de respondenten: “Nou op het moment dat het echt fysiek wordt.” Interviewer: “Dus dan heb je het echt over politiewerk, echt strafbare feiten?” Respondent: “Ja. Maar eigenlijk ben je dan te laat. Het hele voorkomen is beter dan genezen, dat begint natuurlijk bij dat je van intimiderende gebeurtenissen melding maakt." Aanpak Met alle respondenten is gesproken over de mogelijke aanpak van straatintimidatie, hoe denken de respondenten daarover? “En dat ze [handhavers of politie] ook komen in die straatjes waar het zogenaamd veilig is, gewoon overal. Want ik merk dat in Kanaleneiland ieder straatje wordt langsgereden, maar in Hoograven niet.” “Ik zag alleen overdag toezichthouders en handhavers voor parkeerboetes […] Die zag ik alleen overdag. Maar ’s avonds eigenlijk nooit. Ik heb het gevoel dat er in de samenleving niet altijd respect is voor toezichthouders. en handhavers. […] Dus dan vraag ik me ook af of het zin heeft om toezichthouders en handhavers ’s avonds rond te laten lopen en de jongens aan te spreken.” “Op het moment dat toezichthouders dan toch aanwezig zijn, ik kan me wel voorstellen dat het zou helpen. Dat kost natuurlijk ook heel veel geld.
Dus je zou eigenlijk een laagdrempeligere oplossing willen. Iets waardoor mensen zich prettiger voelen. En dat is dan denk ik toch wel een meldpunt.”
“Ik denk dat de verantwoordelijkheid bij dit soort gedrag veel meer bij de gemeente ligt. […] Dat die jongens, die dit soort gedrag vertonen, toch eens een keertje op een bepaalde manier worden aangepakt waar ze zelf ook wat aan hebben.[…] Je moet ze van die straat afhalen en ze iets zinnigs geven, een doel waar ze aan kunnen werken.” “We hebben nu gewoon een verloren generatie. […] Wat wel zou kunnen helpen, is beginnen bij de kinderen. […] De kinderen van nu zijn de nieuwe generatie, de nieuwe toekomst. Daar moet in geïnvesteerd worden. […] Dat zou dan door moeten groeien met activiteiten in de wijk, met politiewerk, met gemeente en diverse instanties.” Eén van de respondenten vertelt dat veel van haar vrienden (mannen) geen benul hebben van de hoeveelheid incidenten van straatintimidatie in Utrecht. Volgens haar zou er veel meer aan bewustwording gedaan moeten worden en aan preventie. “Ik denk dat het heel mooi zou zijn om dit bijvoorbeeld op scholen te bespreken. Wat het doet met meisjes, vrouwen of eigenlijk mensen die dit overkomt. Want er zijn ook mannen die hiermee te maken hebben. Want ik merk, dat als ik dit met mijn mannenvrienden bespreek, dat ze heel vaak niet weten dat dit gebeurt. Dat ze gechoqueerd zijn van de hoeveelheid, dat je wordt betast tijdens het uitgaan.
[…] Ik denk dat preventie en mensen bewust maken van wat er gebeurt met iemand, dat dat meer helpt dan straffen.”
Enkele respondenten denken bij aanpak meer aan het investeren in de begeleiding en opvoeden van jongeren en kinderen, waarbij het thuisfront, scholen en jongerenwerkers een rol hebben.
24
Bijlage 1 - vragenlijst digitale enquête
25
26
27
Bijlage 2 - vragenlijst interviews (topiclijst)
28