Onderzoek Straatintimidatie Gemeente Utrecht.pdf
Tekst van het document
Onderzoek straatintimidatie
Utrecht.nl/ onderzoek
Colofon Uitgave Onderzoek & Advies Bedrijfsvoerings-en Strategienetwerk van de gemeente Utrecht (030 - 286) 14030 onderzoek@utrecht.nl In opdracht van Afdeling Veiligheid Gemeente Utrecht Internet www.utrecht.nl Rapportage Isabella Janssen Véronique Linssen Judith Naaktgeboren-Wijnands Hanneke Polman Foto voorkant Gerrit Serné
2
Inhoudsopgave Inleiding - p. 4 Steekproefbeschrijving - p. 5 Samenvatting - p. 6 Straatintimidatie in Utrecht - p. 8 Slachtoffers naar groepen - p. 12 Aanleiding en achterliggende oorzaken - p. 12 De daders - p. 14 Waar? - p. 15 Wanneer? - p. 17 Gevolgen voor slachtoffer - p. 19 Meldingsbereidheid - p. 21 Gewenste aanpak - p. 22 Bijlage 1 - vragenlijst digitale enquête - p. 25 Bijlage 2 - vragenlijst interviews (topiclijst) - p. 28
3
Inleiding In het Utrechtse coalitieakkoord van D66, GroenLinks en ChristenUnie wordt de aanpak van straatintimidatie ('investeren in het terugdringen van intimidatie op straat') genoemd als onderdeel van het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 (IVP). Straatintimidatie wordt dan ook benoemd in het hoofdstuk 'Zorg en veiligheid dichter bij elkaar' in het IVP. Op 13 december 2017 heeft de locoburgemeester van Utrecht de intentieverklaring Safe Streets van UN Women NL ondertekend, waarmee wordt verklaard dat 'van de gemeente Utrecht een Safe Streets gemeente gemaakt wordt en te doen wat in mijn (burgemeester) macht ligt om de veiligheid van vrouwen en meisjes in de openbare ruimte, het uitgaansleven en het OV te waarborgen'. Ook doet Utrecht, samen met tien andere gemeenten, tot en met 2022 mee met het Veilige Steden-initiatief van het ministerie van OC&W, directie emancipatie. Het doel is het waarborgen van een veilige openbare ruimte voor meiden, vrouwen en LHBTI+ door straatintimidatie preventief aan te pakken. Ook is het thema opgenomen in de Regenboogagenda. Doelstelling en onderzoeksvragen Het doel van dit verkennend onderzoek is om meer inzicht te krijgen in het probleem (de aard en omvang) van straatintimidatie in Utrecht.
Het onderwerp is nieuw voor de gemeente Utrecht en met dit onderzoek willen we vooral informatie verzamelen over straatintimidatie in Utrecht, zodat op basis daarvan een aanpak kan worden ontwikkeld. Het gaat hierbij om straatintimidatie in de gemeente Utrecht, zoals die door bewoners wordt ervaren. Ervaringen of meningen van niet-inwoners, zoals winkelend publiek of uitgaanspubliek van buiten de stad, zijn niet meegenomen in dit onderzoek. Dit onderzoek probeert een antwoord te vinden op de volgende onderzoeksvraag: Wat is de aard en omvang van straatintimidatie in Utrecht? Omschrijving van het begrip straatintimidatie Volgens de gemeente Utrecht is straatintimidatie ongewenst gedrag (verbaal, non-verbaal en fysiek, al dan niet seksueel) gericht tegen individuen en/of groepen in de openbare ruimte, door een veroorzaker die op een ongewenste manier de openbare ruimte opeist of ideeën en normen uit/oplegt aan een ander, waardoor de persoon die ermee te maken krijgt zich angstig/onveilig voelt en beperkt wordt in vrijheid/doen en laten. Aanpak Het onderzoek bestaat uit twee onderzoeksmethoden: een digitale enquête en diepte-interviews.
Voor de digitale enquête zijn medio november 2019 ongeveer 8.000 inwoners van Utrecht (16 jaar en ouder) per brief uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Deze bewoners kregen een brief met unieke inloggegevens, zodat gericht herinneringsbrieven verstuurd konden worden. Op die manier kon ook voorkomen worden dat iemand vaker deelnam. De steekproef is a-select getrokken uit de BRP (Basisregistratie Personen) en de resultaten zijn gewogen gerapporteerd. Meer informatie hierover vindt u in het volgende hoofdstuk (steekproefbeschrijving) De vragenlijst bestond uit 22 vragen en is (deels) gebaseerd op de vragenlijsten van andere steden over dit onderwerp (Amsterdam, Rotterdam en Almere). De gehele vragenlijst is te vinden in bijlage 1. Om de respons te verhogen, zijn onder de deelnemers tien Primerabonnen van €25,- weggegeven. Uiteindelijk hebben 1.312 respondenten de gehele vragenlijst ingevuld. Behalve de bovenbeschreven (digitale) enquête zijn diepte-interviews gehouden met acht deelnemers aan de enquête. De werving hiervoor is gedaan via een vraag in de enquête. De selectie van deelnemers was een afspiegeling van de slachtofferpopulatie (zoals deze uit de enquête blijkt), voor wat betreft leeftijd, geslacht, migratieachtergrond en wel/niet LHBTI+. De duur van elk interview was ongeveer 45 minuten en elke respondent ontving een Primerabon van €35,-.
De interviews dienden uitsluitend ter illustratie en verdieping van de resultaten van de digitale enquête. De citaten in dit rapport zijn daarom ter duiding en hebben niet de bedoeling om representatief te zijn voor alle slachtoffers. De vragenlijst van de interviews is te vinden in bijlage 2. Vergelijkbaarheid met ander onderzoek Gelijktijdig met dit onderzoek vond de Inwonersenquête plaats, waarin eveneens werd gevraagd naar straatintimidatie. Om een aantal redenen zijn de resultaten uit beide onderzoeken niet vergelijkbaar. Waar het onderzoek naar straatintimidatie is bedoeld als basis voor de nieuwe lokale aanpak, is de vraag in de Inwonersenquête bedoeld om het effect van deze aanpak op de langere termijn te monitoren. Bovendien was de vraagstelling in beide onderzoeken afwijkend en bevatte het onderzoek naar straatintimidatie een uitgebreide beschrijving van het begrip (wat niet het geval was bij de inwonersenquête). Ook is het resultaat niet één-op-één vergelijkbaar met dat van de onderzoeken in Amsterdam, Rotterdam en Almere. Deels vanwege de afwijkende vraagstelling en deels omdat deze steden een andere invulling geven aan het begrip straatintimidatie dan Utrecht. Reactie respondenten op onderzoek Aan het einde van de vragenlijst is gevraagd of respondenten nog opmerkingen of suggesties hadden.
Dit geeft mensen ruimte om nog iets te delen wat ze niet kwijt konden in de vragenlijst. Wat opviel is dat relatief veel respondenten zich positief uitlieten over het feit dat de gemeente onderzoek doet naar straatintimidatie.
4
Steekproefbeschrijving Enquête Voor de enquête zijn circa 8.000 vragenlijsten verstuurd naar inwoners van Utrecht van 16 jaar en ouder. Daarvan hebben uiteindelijk 1.312 inwoners de vragenlijst ingevuld (15%). Om te bepalen of deze respondenten representatief zijn voor de Utrechtse bevolking als geheel, maken we in deze streekproefbeschrijving een vergelijking tussen de respondenten en de Utrechtse bevolking. Waar we spreken van ‘Utrechtse bevolking’ gaat het om Utrechters van 16 jaar en ouder. In de tabel op de volgende pagina is te zien dat het aandeel personen met een niet-
Net als bij de enquête, willen we er ook bij de interviews op wijzen dat de deelnemers mogelijk meer dan gemiddeld betrokken zijn bij het onderwerp straatintimidatie, waardoor ze op dat punt waarschijnlijk geen afspiegeling zijn van de groep respondenten die in de enquête aangaf wel eens intimidatie te hebben meegemaakt. De acht geïnterviewden noemen per interview meerdere gevallen van straatintimidatie die zij hebben meegemaakt. Als er in het rapport wordt gesproken over aanleiding, daders, reacties, enzovoort, dan zijn de resultaten dus gebaseerd op een groter aantal incidenten dan acht. Tabel met vergelijking kenmerken respondenten vragenlijst en inwoners van Utrecht
westerse migratieachtergrond dat de vragenlijst heeft ingevuld (11%), is lager dan het stedelijk gemiddelde (22%). Utrechters zonder migratieachtergrond hebben juist vaker deelgenomen dan je zou mogen verwachten op basis van hun aandeel in de bevolking (respondenten: 79% en Utrechtse bevolking: 65%). Hetzelfde geldt voor het aandeel vrouwelijke (60%) en jongere respondenten (38%): zij hebben vaker gerespondeerd (Utrechtse bevolking: 51% vrouw, 32% 16 t/m 29 jaar). De verdeling van de respondenten over de Utrechtse wijken is redelijk gelijk aan de verdeling in de stad. Om ervoor te zorgen dat de respondenten een goede afspiegeling vormen van de Utrechtse bevolking, is voor de verschillen gecorrigeerd, door de resultaten te wegen op basis van geslacht, leeftijd, wijken en migratieachtergrond. Hierdoor tellen antwoorden van groepen die zijn ondervertegenwoordigd zwaarder mee in de respons en antwoorden van groepen die oververtegenwoordigd zijn minder zwaar. De respondenten zijn daarmee representatief voor Utrecht voor wat betreft de genoemde achtergrondkenmerken, maar waarschijnlijk niet representatief voor wat betreft hun ervaringen met straatintimidatie (wat hebben ze meegemaakt, hoe vaak, etc.).
Er kan namelijk sprake zijn van een 'self reporting bias', waarbij de bereidheid om de enquête in te vullen groter is onder mensen die betrokken zijn bij het onderwerp, bijvoorbeeld omdat ze zelf slachtoffer van straatintimidatie zijn of mensen kennen die slachtoffer zijn. Interviews In de enquête konden deelnemers aangeven of ze - in de vorm van een interview - ook wilden meedoen aan een vervolgonderzoek. Het ging hierbij om mensen die zeiden slachtoffer te zijn van straatintimidatie. Hiervoor hebben zich in totaal 112 mensen aangemeld, waarvan er uiteindelijk acht zijn geselecteerd voor de interviews. Bij de selectie is er rekening mee gehouden dat de respondenten op een aantal punten (leeftijd, geslacht, migratieachtergrond, wel/niet LHBTI+) een goede afspiegeling vormen van de groep slachtoffers uit de enquête. Uiteindelijk hebben vijf vrouwen en drie mannen deelgenomen aan de interviews. De helft van hen is jonger dan 30 jaar, twee hebben een migratieachtergrond en één respondent is LHBTI+. 5
Samenvatting Straatintimidatie in Utrecht Ruim de helft (54%) van de respondenten heeft het afgelopen jaar geen voorvallen van straatintimidatie meegemaakt. Dit betekent dat iets minder dan de helft (46%) van de respondenten wel een voorval heeft meegemaakt (los van het feit hoe intimiderend men dit voorval vond). Nastaren wordt door respondenten die incidenten hebben meegemaakt het meest genoemd (29%), op afstand gevolgd door naroepen met beledigende opmerkingen (17%) en nafluiten (13%). Straatintimidatie is subjectief: wat de één intimiderend vindt, vindt de ander misschien niet intimiderend. Daarom is ook gevraagd naar de mate waarin men bepaald gedrag intimiderend vindt. Fysieke vormen van intimidatie blijken als meest intimiderend te worden ervaren, met ‘in het nauw drijven’ aan top (door 94% als (zeer) intimiderend ervaren). Nastaren wordt als minst intimiderend ervaren (27% vindt dit (zeer) intimiderend). Bij de meeste vormen van straatintimidatie zegt meer dan de helft van de respondenten (die dit hebben meegemaakt) dat dit meerdere keren is voorgekomen in het afgelopen jaar, bij een bepaald aandeel zelfs wekelijks of dagelijks (nastaren). Betasten, vragen om seksuele handelingen, in het nauw drijven en bespugen komt bij minder dan de helft van de respondenten (die dit meemaakten) meer keren per jaar voor.
Tijdens de interviews is dieper ingegaan op de incidenten die de geïnterviewden mee hebben gemaakt. Alle vormen van straatintimidatie komen hierbij aan bod. De grenzen van wanneer een situatie intimiderend wordt verschilt. De ene respondent vindt nafluiten grensoverschrijdend en andere respondenten noemen het fysiek worden van een incident de grens. Het lijkt erop dat hierbij verschillend invulling wordt gegeven aan het woord grens, waarbij de één dit meer ziet als een fatsoensgrens en de ander meer als een grens van dreiging (wanneer wordt het bedreigend).
Bent u in de afgelopen 12 maanden in Utrecht wel eens op straat, in het openbaar vervoer uitgaansleven of in een openbaar ...? [te maken gehad met voorval(len) van straatintimidatie]
20%
40%
ja
60%
80%
De slachtoffers - naar groepen Uit de enquête blijkt dat geslacht en leeftijd van het slachtoffer een significante rol spelen bij straatintimidatie. Vrouwen (57%) en jongeren (67%) hebben relatief vaker te maken met straatintimidatie dan mannen (34%) en 30-plussers (39% bij 30-65 jarigen en 18% bij 65-plus). De migratieachtergrond van respondenten is niet van significante invloed. Aanleiding en achterliggende oorzaken Alleen tijdens de interviews (dus niet in de enquête) is doorgevraagd naar de aanleiding van elk incident. In de meeste gevallen lijkt er geen aanleiding te zijn en is de respondent te voet of op de fiets onderweg van A naar B. De vrouwelijk respondenten noemen zelden hun vrouw-zijn als aanleiding, hoewel dit in een aantal gevallen wel het geval lijkt te zijn. Soms komen respondenten in een intimiderende situatie terecht nadat ze mensen hebben aangesproken op hun (overlastgevende) gedrag of op intimiderend gedrag jegens anderen. Enkele respondenten vermoeden dat groepsgedrag en machtsvertoon een rol spelen. Er is ook gevraagd naar achterliggende oorzaken voor het gedrag van de daders. Groeiende anonimiteit, met als gevolg minder sociaal contact, wordt een paar keer genoemd. Ook verveling wordt genoemd, waardoor (hang)jongeren weinig te doen hebben en gefrustreerd raken.
Volgens één van de respondenten zijn mensen die zich schuldig maken aan straatintimidatie kwetsbaar en ligt misschien bepaalde problematiek ten grondslag aan hun gedrag. De daders Uit de enquête blijkt dat de dader(s) waarmee respondenten te maken hebben, in ongeveer twee derde van de gevallen een man/jongen (69%) is of een groep mannen/jongens (65%). Vrouwelijke daders komen veel minder vaak voor (6% had te maken met één vrouwelijke dader en 3% met een groepje vrouwen). Er zijn respondenten die meerdere incidenten hebben meegemaakt, waarbij de daders variëren in leeftijd van jonger tot ouder dan de respondenten zelf. Ook uit de acht interviews blijkt dat de daders van de incidenten die genoemd worden, bijna altijd jongens/mannen zijn. In de meeste gevallen worden deze mannen geschat op circa 20 jaar en in mindere mate worden ook jongens van circa 14-17 jaar genoemd. Vaak gaat het hierbij om ‘hangjongeren’. Er worden ook een aantal incidenten beschreven waarin de daders worden geschat op 40 à 50 jaar en er is één incident beschreven waarbij de daders (een groepje) vrouwen waren.
100%
nee, geen van deze voorvallen
6
Waar en wanneer Meer dan de helft van de respondenten (56%) ondervindt straatintimidatie in de eigen wijk of buurt. Bij zo’n 40% vinden de incidenten plaats tijdens het fietsen of in een winkelgebied. Als de respondenten de incidenten plotten in een kaart dan is er een concentratie zichtbaar rond het centrum van Utrecht. Maar ook gebieden in/rond de Kanaalstraat, de Amsterdamsestraatweg en de winkelcentra in Overvecht en Kanaleneiland vallen dan op.
Kunt u op de kaart aangegeven waar straatintimidatie in de afgelopen 12 maanden in Utrecht plaatsvond? Per wijk
Gevolgen voor slachtoffers Uit de enquête blijkt dat ruim een derde (37%) van de respondenten die te maken hebben gehad met straatintimidatie, aangeeft dat deze ervaringen effect hebben op hun gedrag. Het meest genoemd worden het mijden van bepaalde plekken in de avond of nacht (58%) en geen oogcontact maken (53%). Ook bellen met iemand (of doen alsof) (31%) of niet meer langs groepen lopen (26%) komen relatief vaak voor. Ook ervaringen van anderen hebben invloed op het gedrag. Bijna een derde (32%) geeft aan dat zij bepaalde locaties vermijden, omdat ze weten of hebben gehoord dat er straatintimidatie plaatsvindt. Een grotere groep respondenten (43%) doet dit niet. Ook uit de interviews blijkt dat het meest genoemde effect op het gedrag is dat respondenten in het donker bepaalde plekken in de stad mijden of in het donker liever niet naar buiten gaan. Een aantal respondenten geeft aan alerter te zijn, meer op hun hoede. Verder wordt ‘even omlopen’ of de straat oversteken een paar keer genoemd. Tijdens de interviews is ook gevraagd naar de emoties die de incidenten op dat moment bij de respondenten opriepen. Sommigen voelden achtereenvolgens ongeloof, boosheid, angst en verontwaardiging. Enkele respondenten zijn boos, omdat ze ‘gedwongen‘ worden zich angstig te voelen.
Gewenste aanpak straatintimidatie Ruim de helft (56%) van de respondenten uit de enquête vindt dat straatintimidatie in Utrecht een probleem is dat aangepakt moet worden. Bijna zeven op de tien respondenten (69%) zijn het eens met de stelling dat straatintimidatie strafbaar moet worden en driekwart (74%) vindt dat voorkomen beter is dan achteraf boetes uitdelen. Ook is aan respondenten de open vraag gesteld, wat de beste aanpak is voor straatintimidatie. Respondenten noemen dan vaak toezicht en controle door de politie. Daarnaast
Wat seizoenen en tijdstippen betreft vindt de intimidatie vooral plaats in de zomer (volgens 64% van de respondenten) en in de vooravond (53%). Ook uit de interviews blijkt dat de intimidatie vooral plaatsvindt op straat, tijdens het lopen of fietsen van A naar B of bij een winkelcentrum. De respondenten vertellen dat ze in de meeste gevallen alleen waren en dat de intimidatie vaak bij schemer of in het donker plaatsvond, maar ook overdag. Beiden factoren (alleen en donker) spelen een rol bij de intimidatie en het gevoel dat respondenten daarbij hebben.
zou (een deel van) de aanpak volgens sommige respondenten ook vanuit bewoners zelf moeten komen, bijvoorbeeld door opvoeding, voorlichting en het aanspreken van ‘daders’ op hun gedrag. De bevindingen uit de acht interviews sluiten hierbij aan. Ook hier noemen ondervraagden toezicht van politie of handhavers, op de voor de hand liggende en ook op minder voor de hand liggende (stille) plekken, zeker in de avonduren. En ook in de interviews spreken enkele respondenten over preventie. Er moet volgens hen meer gedaan worden aan bewustwording en geïnvesteerd worden in de opvoeding en begeleiding van kinderen en jongeren, waarbij thuisfront, scholen en jongerenwerkers een rol hebben.
7
Straatintimidatie in Utrecht Bent u in de afgelopen 12 maanden in Utrecht wel eens op straat, in het openbaar vervoer, uitgaansleven of in een openbaar gebouw...? Meerdere
Bent u in de afgelopen 12 maanden in Utrecht wel eens op straat, in het openbaar vervoer, uitgaansleven of in een openbaar gebouw...?
antwoorden mogelijk nagestaard
29%
nageroepen met beledigend…
17%
nagefloten
13%
nageroepen met seksuele…
9%
nagesist
8%
achternagelopen
7%
20%
40%
ja
verbaal
40%
3%
non-verbaal
29%
betast
3%
fysiek
13%
om seksuele handeling(en)…
2%
in het nauw gedreven
3%
bespuugd
anders, namelijk
anders, namelijk
7%
nee, geen van deze voorvallen
54%
nee, geen van deze voorvallen
dat zeg ik liever niet
0,4%
0
0
10%
20%
30%
40%
50%
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht (n=1.312)
Om de omvang van straatintimidatie in Utrecht in kaart te kunnen brengen, is respondenten gevraagd of zij de afgelopen 12 maanden een van de bovenstaande voorvallen hebben meegemaakt. Ruim de helft (54%) van de respondenten heeft het afgelopen jaar geen van deze voorvallen meegemaakt. Dit betekent dat bijna de helft (46%) van de respondenten wel een voorval heeft meegemaakt. Hierbij moet worden opgemerkt dat het percentage Utrechters dat straatintimidatie heeft meegemaakt in de praktijk door de zogeheten ‘self reporting bias’ mogelijk lager ligt; de bereidheid om een enquête in te vullen is mogelijk groter onder personen die straatintimidatie hebben meegemaakt. Door de respondenten die incidenten hebben meegemaakt is nastaren de meest genoemde vorm van ervaren straatintimidatie (29%), op afstand gevolgd door naroepen met beledigende opmerkingen (17%) en nafluiten (13%). Bij 'anders, namelijk' worden onder andere de volgende vormen van incidenten genoemd: het versperren van de weg/het fietspad en achtervolgd worden door een fiets, auto of scooter.
60%
80%
100%
nee, geen van deze voorvallen
7% 54% 10%
20%
30%
40%
50%
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht (n=1.312)
De verschillende vormen van straatintimidatie kunnen daarnaast worden ingedeeld in 'non-verbaal', 'verbaal' en 'fysiek'. Van non-verbale intimidatie spreken we bij nastaren. Met verbale intimidatie bedoelen we: nafluiten, nasissen, naroepen met seksuele opmerkingen, naroepen met beledigende opmerkingen en om seksuele handeling(en) vragen. Onder fysiek verstaan we: achternalopen, betasten, in het nauw drijven en bespugen. Vier op de tien respondenten hebben (onder andere) te maken gehad met een verbale vorm van intimidatie. Bijna drie op tien hebben te maken gehad met een non-verbale vorm (nastaren) en 14% met een 'fysieke vorm'. Verschillen tussen groepen Verder hebben vrouwen met alle vormen (non-verbaal, verbaal, fysiek) van intimidatie vaker te maken gehad dan mannen. Jonge respondenten (16 t/m 29 jaar) hebben vaker met alle vormen van intimidatie vaker te maken dan respondenten van 30 jaar of ouder. En respondenten van 30 tot 65 jaar hebben vaker te maken met verbale en non-verbale intimidatie dan 65-plussers. 8
Straatintimidatie in Utrecht U hebt aangegeven dat u de volgende vorm(en) van gedrag hebt meegemaakt. Hoe intimiderend vond u deze ervaring(en)?
U hebt aangegeven dat u de volgende vorm(en) van gedrag niet hebt meegemaakt. Hoe intimiderend zou u het vinden als u ze mee zou maken?
nagestaard (n=381) nagestaard (n=381)
10%
20%
30%
zeer intimiderend
40%
50%
60%
intimiderend
nagestaard (n=866) nagestaard (n=866)
70%
80%
90%
100%
een beetje intimiderend
niet intimiderend
10%
20%
30%
zeer intimiderend
40%
50%
60%
intimiderend
70%
80%
90%
100%
een beetje intimiderend
niet intimiderend
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht
Aan respondenten die met (een van) deze voorvallen te maken hebben gehad, is gevraagd in hoeverre deze ervaring(en) als intimiderend zijn ervaren.
Personen die in het nauw zijn gedreven vinden dit in 69% van de gevallen zeer intimiderend en een kwart (25%) heeft dit als intimiderend ervaren. Van de respondenten die zijn bespuugd vindt 55% dit zeer intimiderend en 28% intimiderend.
Respondenten die nagestaard zijn, vinden dit in bijna de helft van de gevallen (49%) een beetje intimiderend. Daarnaast vindt 24% het niet intimiderend. Ruim een vijfde (22%) vindt deze ervaring intimiderend en één op de twintig (5%) respondenten heeft dit als zeer intimiderend ervaren. Degenen die zijn nagefloten beoordelen deze ervaring nagenoeg hetzelfde als degenen die zijn nagestaard. Bijna zes op de tien (58%) respondenten die zijn nagesist hebben dit als (zeer) intimiderend ervaren. Het naroepen met beledigende opmerkingen wordt door ruim zeven op de tien respondenten (71%) als (zeer) intimiderend ervaren. Dit geldt voor ruim driekwart (76%) van de respondenten bij nageroepen zijn met seksuele opmerkingen.
Respondenten die geen van bovenstaande voorvallen hebben meegemaakt, is gevraagd hoe intimiderend zij het zouden vinden als ze dit wel mee zouden maken. Nagestaard worden zou 24% van de respondenten (zeer) intimiderend vinden en 43% zou het een beetje intimiderend vinden. Deze percentages zijn redelijk hetzelfde voor nagefloten worden. Als respondenten nagesist zouden worden, zou 48% dat (zeer) intimiderend vinden en 35% zou dit een beetje intimiderend vinden. Nageroepen worden met beledigende of seksuele opmerkingen zou door respectievelijk 78% en 74% van de respondenten als (zeer) intimiderend gevonden worden.
Van de respondenten die zijn achternagelopen, vindt 64% dit zeer intimiderend en 20% intimiderend. Degenen die te maken hebben gehad met betasting vinden in de meeste gevallen (73%) zeer intimiderend. Bijna zes op de tien (58%) respondenten vinden het zeer intimiderend als zij om seksuele handeling(en) worden gevraagd en 22% vindt dit intimiderend.
Wanneer respondenten achternagelopen zouden worden, zou 64% dit zeer intimiderend vinden. Dit geldt voor 84% bij betast, 76% bij om seksuele handeling(en) gevraagd, 87% bij in het nauw gedreven en 75% van de respondenten zou het zeer intimiderend vinden als zij bespuugd zouden worden.
9
Straatintimidatie in Utrecht
Straatintimidatie in Utrecht
Hoe vaak bent u in de afgelopen 12 maanden in Utrecht op straat, in het openbaar vervoer, uitgaansleven of in een openbaar gebouw op intimiderend wijze...
Voorbeelden uit de acht interviews
nagestaard (n=366) nagestaard (n=366)
Tijdens de interviews is gevraagd naar de ervaringen van respondenten met vormen van straatintimidatie. Ook is aan de respondenten gevraagd wanneer een situatie of incident voor hun intimiderend wordt; waar ligt de grens? De resultaten uit deze interviews zijn niet representatief voor Utrecht, maar zijn bedoeld als illustratie van en verdieping op de enquêteresultaten. Vormen van straatintimidatie Alle vormen van straatintimidatie die in de vragenlijst van de enquête zijn genoemd komen ook in de interviews aan bod, van nastaren tot in het nauw drijven. Eén van de ondervraagden zegt zeer regelmatig te worden nageroepen: "Mijn vriend woont vrij dichtbij, dat is te lopen. […] En de keren dat dat gebeurt, dat is gemiddeld één keer in de week, dan kan ik er met 90% zekerheid van uitgaan dat ik word nageroepen. [...] Als ik in Kanaleneiland in mijn eentje in het donker naar buiten ga, dan kan ik ervan uitgaan dat het me minimaal één keer gebeurt per wandeling, of als ik ga fietsen."
20%
één keer
40%
een aantal keer
60%
maandelijks
80%
wekelijks
100%
dagelijks
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht
Aan respondenten die met een voorval van intimidatie op straat te maken hebben gekregen, is gevraagd hoe vaak dit de afgelopen 12 maanden is voorgekomen. Van degenen die zijn nagestaard, zegt ruim de helft (52%) dat dit een aantal keer gebeurd is in de afgelopen 12 maanden. Bij personen die zijn nagefloten is dit in 57% van de gevallen een aantal keer voorgekomen. Ook bij nasissen gaat het in meer dan de helft (54%) van de gevallen om 'een aantal keer'. Bij respondenten die zijn nageroepen met beledigende opmerkingen is deze verdeling als volgt: één keer (31%) en een aantal keer (58%) en bij seksuele opmerkingen één keer (30%) en een aantal keer (55%). Achternalopen is in 51% van de gevallen een aantal keer voorgekomen en in 44% van de gevallen 'één keer'. Deze aandelen zijn redelijk vergelijkbaar met betast: één keer (50%) en een aantal keer (41%). Bij respondenten die om seksuele handeling(en) zijn gevraagd, is dit in ruim zes op de tien gevallen (61%) één keer voorgekomen en bij 32% een aantal keer voorgekomen. Bij voorvallen met in het nauw gedreven zijn, is de frequentie waarin dit voorkomt als volgt: één keer (55%) en een aantal keer (42%). Bespuugd zijn, is in ruim acht op de tien gevallen (83%) één keer voorgekomen en in 13% geeft aan dat dit een aantal keer is voorgekomen de afgelopen 12 maanden.
Een aantal respondenten maakt melding van mensen die naast hun komen rijden, in een auto of op een scooter, en dan wat roepen. Dat varieert van schelden na aanleiding van verkeersgedrag tot opmerkingen over het uiterlijk of 'catcalling' (nafluiten of naroepen met ongepaste opmerkingen). "En toen stopten ze bij die bushalte, weer raampje naar beneden, ‘we menen het serieus, we brengen je echt, zeg nou waar je heen moet, je bent zo mooi, te mooi om in je eentje daar heen te lopen’, blablabla." “Die man [die deze respondent had uitgescholden], die maakte er werk van om achter me aan te rijden. Raampje open draaien en uitschelden.” Tijdens de interviews wordt een aantal keren door zowel vrouwen als mannen gesproken over 'hangjongeren' en de dreigende werking die daarvan uitgaat. Het groepje jongeren bestaat in alle gevallen waarover de respondenten vertellen uit jongens (14-17 jaar) of jonge mannen (circa 20 jaar). Eén van de respondenten vertelt hoe hangjongeren de doorgang blokkeren. Op de vraag wat deze jongens nog meer doen, zegt de ondervraagde: "Heel erg kijken en ook… je weet het niet, maar op de één of andere manier voel je het wel als je ook echt wordt nagekeken. Dat ze eerst heel erg aan het praten zijn en vervolgens is het stil. Is ook een bepaalde vorm van communicatie, stil zijn is best heel krachtig.
Dus op het moment dat je aankomt, dat ze stil zijn, eigenlijk niks zeggen… Dat is ook wel heftig of zo."
10
Sommige ondervraagden beschrijven ook fysieke vormen van straatintimidatie, bijvoorbeeld: "Toen kwamen er op een gegeven moment twee gasten vanaf een afstandje aanlopen. Ik had al een beetje zo’n gevoel van, die gaan irritant doen. Ze waren elkaar een beetje aan het duwen. En ik loop langs hun, ik doe helemaal niets, zij zien dan toch een aanleiding om mij tegen een hek aan te gooien. Waarop de een tegen de ander zegt: ‘bos hem’." Eén van de ondervraagden vertelt dat ze in een restaurant op een discriminerende manier werd uitgescholden vanwege haar migratie-achtergrond. “En er stond een man achter ons die ineens vanuit het niets begon te schreeuwen. Dus dat was heel duidelijk dat het iemand was die racistische overwegingen had, discriminerend. ‘Ga maar wat anders doen, wat komen jullie hier doen?’, heel luid.” In alle incidenten die de ondervraagden met de interviewers delen zijn de daders mannen, op één incident na. Dit betrof een groepje vrouwen dat de respondent na-siste en vervolgens uitschold. "Of in de zomer en dan heb ik zo’n lange rok aan met van die zijsplitten en dan fiets je en dan gaat die split zo iets omhoog. En dan hoor je zo sissend langs de kant van die vrouwen, 'hoer' […] Ik fietste gewoon. En dan stop ik, omdat ik denk, hè? [...] Weet je wel, van die vrouwen zo helemaal in het zwart [respondent maakt gebaar van top tot teen].
....Ja, dan stap ik af en dan ga ik naar ze toe. Ik zeg: 'Wat is er?' [waarop één van de vrouwen antwoordt] 'ja, hoer. Jij.'" Een aantal respondenten noemt vormen van intimidatie tijdens het uitgaan. Eén respondent beschrijft hoe ze in een uitgaansgelegenheid haar vriendin te hulp schiet en vervolgens zelf wordt geïntimideerd. ”... één van mijn vriendinnen werd geïntimideerd, in een kroeg in Utrecht. [...]. Die werd in een hoekje gedreven door een jongen.[...] En zij zei op gegeven moment, ik wil dat je hier mee stopt, hij luisterde niet en toen heb ik hem weggeduwd en toen begon hij boos te doen tegen mij. En toen voelde ik me echt vrij bedreigd en ben ik gelijk naar buiten gelopen, naar de beveiliger. En die heeft het toen opgelost." Grenzen van intimidatie Aan respondenten is gevraagd wanneer een situatie of incident intimiderend wordt, waar voor hen de grens ligt. Dat is heel individueel en wordt met name bij de lichtere vormen van straatintimidatie verschillend ervaren. Eén respondent vindt nafluiten of iets naroepen over het uiterlijk (ook al is het in ‘positieve’ zin) al intimiderend, puur om het feit dat mensen denken dat ze dat zomaar kunnen doen.
“Ik vind op straat iedere vorm van iemand verlagen naar zijn uiterlijk en daar dan opmerkingen over maken alsof diegene daar om vraagt, vind ik gewoon niet gepast. Fluiten, of hee schatje, al op een beetje plagende manier ‘hee’ zeggen, terwijl een vrouw ’s nachts in haar eentje over straat loopt en jij met een groep jongens bent, dat vind ik al niet kunnen.” Eén respondent zegt nafluiten nog wel te snappen, dat het als compliment bedoeld is. Maar ook deze respondent zegt het niet fijn te vinden. Voor meerdere respondenten, zowel mannen als vrouwen, ligt de grens bij het fysieke, dan wordt het intimiderend of bedreigend. "Waar ligt die grens wel bij mij…zodra ik voel dat iemand gaat proberen mij te schaden. Voor mij is dat bijv. als iemand dichterbij wil komen, ja echt mij fysiek iets zou willen aandoen.” “Dat ze echt in je persoonlijke ruimte komen, en op het moment dat je dus vraagt of je er even langs mag, dat ze ook niet aan de kant gaan. Dat je én niet gehoord wordt én in je persoonlijke ruimte zitten." Deze laatste respondent noemt daarbij expliciet het ontbreken van een aanleiding. “Ik vind het intimiderend in de eerste plaats omdat het fysiek is en er is helemaal geen aanleiding toe. Ik loop daar gewoon.” Naast de duidelijke grens van het fysieke, geven respondenten aan dat voor hen de grens ligt bij negatieve gevoelens die het incident oproept.
Dat kan een gevoel van dreiging zijn, waardoor sommige slachtoffers zich angstig voelen, maar ook een gevoel van boosheid of verontwaardiging. Ook in dat geval kan het incident als intimiderend worden ervaren. De grens is dan geen grens van fysieke bedreiging, maar meer een fatsoensgrens. Ook een ander respondent maakt onderscheid tussen een meer fysieke grens die wordt overschreden, wat zij als eng ervaart, en overschrijding van een fatsoensgrens, waar zij boos van wordt. “Ik vind zo’n schilder die je naroept, dat vind ik op een andere manier intimiderend. Daar word ik niet bang van, daar word ik vooral een beetje bozig van, beetje chagrijnig van. Maar als ze echt in je persoonlijke ruimte komen, dat vind ik best een beetje eng.” [respondent doelt hier op een incident met hangjongeren die de weg blokkeren].
11
De slachtoffers naar groepen
Aanleiding en achterliggende oorzaken
Ja, een van deze vormen meegemaakt (zoals genoemd op pagina 5)
Voorbeelden uit de acht interviews De (vermoedelijke) aanleiding van de incidenten die respondenten meemaken en ook de achterliggende oorzaken zijn niet of nauwelijks te achterhalen door middel van een enquête. Dit vergt een andere vraagtechniek en interviews zijn daar meer geschikt voor. Vandaar dat dit onderwerp alleen is uitgevraagd bij de acht deelnemers aan de interviews.
totaal
16 t/m 29 jaar
Aanleiding van de incidenten Het is voor de respondenten meestal gissen wat de aanleiding van de incidenten is. In de meeste
30 t/m 64 jaar 65 jaar en ouder
gevallen is de respondent onderweg van A naar B, te voet of op de fiets. "Nee, er is echt nul komma nul aanleiding. En wij waren ook niet de enige fietsers daar. "
man
Bij een ander incident vertelt een respondent dat haar kleding waarschijnlijk de aanleiding was voor
vrouw
een paar vrouwen om naar haar te sissen en haar ‘hoer’ te noemen. Deze respondent spreekt regelmatig mensen aan op hun overlastgevende gedrag, wat volgens haar de aanleiding is voor deze mensen om te schelden of om een gebaar te maken van de keel doorsnijden.
geen migratieachtergrond westerse migratieachtergrond
In één van de gevallen was de migratie-achtergrond volgens de respondent de aanleiding: “… Dus dat was heel duidelijk dat het iemand was die racistische overwegingen had, discriminerend, ‘ga maar wat anders doen, wat komen jullie hier doen’, heel luid.”
niet-westerse migratieachtergrond
LHTBI
Eén respondent vertelt wat haar gebeurde na een avond stappen. Buiten de uitgaansgelegenheid
geen LHBTI 0
20%
40%
60%
80%
100%
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht (n=1.308)
In totaal heeft 46% van de respondenten de afgelopen 12 maanden een voorval meegemaakt. In dit hoofdstuk wordt specifiek gekeken of straatintimidatie meer voorkomt onder bepaalde groepen. Jonge respondenten (16 t/m 29 jaar) hebben vaker (67%) met straatintimidatie te maken dan oudere respondenten. En respondenten in de leeftijd tussen 30 en 64 jaar hebben vaker met deze voorvallen te maken dan 65-plussers. Verder hebben vrouwen vaker (57%) vormen van straatintimidatie meegemaakt dan mannen (34%). De migratieachtergrond van de respondenten is niet van significante invloed. LHBTI'ers in dit onderzoek lijken vaker ervaring te hebben met straatintimidatie (60%) dan niet-LHBTI'ers (45%). Het is niet met zekerheid te zeggen of het hier om een daadwerkelijk verschil gaat. Het totaal aantal LHBTI'ers (82) binnen de groep respondenten (1.313) is statistisch gezien namelijk te klein om met zekerheid te kunnen zeggen dat LHBTI’ers vaker te maken hebben met straatintimidatie.
staan een bewaker en enkele studenten, waarvan er één een knuffel van haar wil. Zij geeft hem een knuffel, maar dat pakt anders dan bedoeld uit. “Ik doe m’n armen open en deze man doet echt meteen z’n armen op m’n billen. Dus ik zeg ‘hallo, dat was niet de afspraak. Je vraagt om een knuffel. Prima, maar dan moet je niet meteen aan me gaan zitten.” De respondent richt zich vervolgens tot de bewaker. "'Hallo, moet jij daar niet wat van zeggen?' Hij observeert me van kop tot kont en hij zegt letterlijk ‘maar je hebt ook wel gewoon heel goede billen, toch?’ En toen stond ik daar dus in die steeg met zes mannen en een bewaker die het ook niet voor me opnam." Achterliggende oorzaken volgens respondenten Verschillende respondenten vragen zich tijdens de interviews af waarom de daders dit doen. “Maar ik dacht wel bij mezelf van: waarom? Waarom zou je dat doen? Ik snap dat gedrag gewoon totaal niet.” Eén van de ondervraagde mannen beschrijft hoe hij op straat intimiderend wordt benaderd door groepjes jongeren met een migratieachtergrond. De ondervraagde heeft zelf een migratieachtergrond en vermoedt dat afgunst een reden is voor dit gedrag jegens hem.
12
“…waar het precies vandaan komt, daar kan ik geen vinger op leggen, maar wat ik je wel kan zeggen, ja, jaloezie hè, ik denk dat dat wel de kern is. En dat ze niet bekwaam zijn in het leven. [...] Ongeacht de afkomst die je hebt … de jeugd op Kanaleneiland ziet geen obstakel om een oudere te beledigen." Meerdere respondenten vermoeden dat groepsgedrag een rol speelt, dat het in een groep stoer is om iemand te intimideren. Ook het uitlokken van een reactie wordt genoemd.
Volgens één van de respondenten zijn mensen die zich schuldig maken aan straatintimidatie eigenlijk kwetsbare mensen en ligt er misschien bepaalde problematiek ten grondslag aan hun gedrag. “Eigenlijk zijn zij kwetsbaar in die zin dat ze financiële problemen hebben en dat ze daarom eigenlijk in een zwart gat zitten, sociaal kwetsbaar zijn, GGZ-problematiek hebben misschien, misschien een verstandelijke beperking, misschien speelt er van alles en nog wat thuis, hebben ze geen baan, geen baan kunnen vinden, geen diploma behaald.”
“Misschien geeft het ze een bepaalde…. misschien is het heel stoer? Misschien is het dat ze een beetje tegen elkaar willen opbieden, van kijk eens hoe tof ik ben?” Ook machtsvertoon wordt genoemd bij de vraag naar het ‘waarom’ achter intimiderend gedrag. “Dit doen ze voornamelijk tegen jonge witte mannen. Ten minste dat denk ik hè. Ik kan dat verder ook niet beargumenteren. Ik denk dat het gewoon een beetje, net als een stel honden moeten ze hun territorium afbakenen en dit is de manier waarop ze dat doen." Verder is gevraagd of respondenten een idee hebben van dieperliggende oorzaken, waar dit gedrag vandaan komt. Groeiende anonimiteit wordt een paar keer genoemd, met als gevolg dat er minder sociaal contact is. Verder wordt verveling genoemd, dat de (hang)jongeren weinig te doen hebben en gefrustreerd raken. “Ik denk dat het komt doordat ze zich vervelen, dat ze geen hoger onderwijs hebben gehad […], ik vind dat heel veel mensen gelijk al een oordeel klaar hebben liggen over dat soort jongens en dat ze dat ook voelen. Dat ze zich een beetje uitgekotst voelen door de maatschappij en dat ze daardoor maar extra hard gaan rebelleren.”
13
De daders
De daders
De dader(s) van straatintimidatie waar ik ervaring mee heb, is of zijn... Meerdere antwoorden mogelijk
Tijdens de interviews is dieper ingegaan op de beschrijving van de dader(s) waarmee deze respondenten te maken hadden. Er is hierbij gevraagd naar leeftijd en geslacht. In een aantal gevallen is ook ter sprake gekomen of de dader (naar inschatting van de respondent) al dan niet een migratieachtergrond heeft. Conform de resultaten uit de enquête blijkt ook uit de acht interviews dat de daders uit de genoemde
65%
een groep mannen/jongens
een vrouw/meisje
Dader(s)profiel
69%
een man/jongen
een gemengde groep
Voorbeelden uit de acht interviews
incidenten bijna altijd mannen zijn. In de meeste gevallen worden deze mannen geschat op begin 20. In mindere mate worden ook jonge jongens genoemd (leeftijd 14-17 jaar) en wat oudere jongens van
7%
18 à 19 jaar. Maar er zijn ook incidenten waarin de daders worden geschat op 40 à 50 jaar. Bij het ene incident waarbij de daders vrouwen waren, gaat het om drie vrouwen van rond de 40 jaar, met (vermoedelijk) een migratieachtergrond. Ook de jongere mannelijke daders zijn volgens de
6%
respondenten (die met deze groep te maken kregen), in veel gevallen jongens met een
een groep vrouwen/meisjes
3%
migratieachtergrond. Een aantal respondenten zegt daarvan te balen, omdat het een bevestiging van de vooroordelen lijkt.
weet ik niet
2%
Eén respondent zegt in dit verband:
0
20%
40%
60%
80%
100%
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht (n=602)
De dader(s) waar respondenten naar eigen zeggen ervaring mee hebben, is in ongeveer twee derde van de gevallen een man/jongen (69%) of een groep mannen/jongens (65%). Gemengde groepen (7%), een vrouw/meisje (6%) of een groep vrouwen/meisjes (3%) zijn volgens de respondenten die ervaring hebben met straatintimidatie veel minder vaak dader(s) van straatintimidatie. Tot slot geeft 2% van de respondenten aan dat zij dit niet weten. Er is in de enquête ook gevraagd of de dader(s) ouder of jonger waren dan het slachtoffer zelf. Hieruit wordt duidelijk dat een deel van de respondenten meerdere incidenten heeft meegemaakt, met daders die variëren in leeftijd van jonger tot ouder dan de respondenten zelf. In ruim de helft van de gevallen (51%) wordt door respondenten ingeschat dat de dader jonger is. 42% van de respondenten schat in dat de dader ouder is en 38% geeft aan dat het om een dader van de eigen leeftijd ging. De mensen die zich schuldig maken aan straatintimidatie zijn meestal onbekenden voor de slachtoffers. Het komt relatief weinig voor dat de dader een bekende is of een buurtgenoot. Ruim één op de tien respondenten (13%) denkt dat de dader iemand uit de eigen buurt is en 3% zegt dat de dader een bekende is.
“Hoe ik het breng, is dat het allemaal heel erg gericht is richting één bevolkingsgroep [mensen met een migratie-achtergrond]. Helaas is dat waar ik in de realiteit gewoon mee te maken heb gehad. Ik ga niet doen alsof dat niet is gebeurd, maar het is niet zo dat ik daardoor denk van ‘ze zijn allemaal per definitie slecht of... […] Alleen, als er iets stelselmatig iedere keer terugkeert, dan kan je daar wel toe verleid worden. Dus ik snap wel dat er mensen zijn in de samenleving die wel op zo’n manier gaan denken." De respondenten noemen ook voorbeelden waarbij de daders mannen zonder migratieachtergrond zijn, onder andere bij incidenten in of bij uitgaansgelegenheden. Eén respondent zegt hierover: "In het uitgaansleven ben ik wel eens aangerand door witte…een groep jongens. [...] En dat is mij nog nooit gebeurd door mannen met een migratieachtergrond. Dus dat is misschien een verschil daarin. Ik was toen ook vrij jong, toen schaamde ik me daarvoor, toen dacht ik dat het aan mezelf lag. Maar dat is dan gewoon in de vorm van, gewoon, mij bij mijn kont grijpen, naar je toe trekken.
Of me in één keer gaan zoenen, zonder dat ik dat wil…" Bij twee incidenten vermoeden de betreffende respondenten dat er alcohol of drugs in het spel is, de ene keer vanwege de excessieve verbaal-agressieve reactie van de dader in een uitgaansgelegenheid en de andere keer omdat de dader zwalkend over het fietspad liep. In dit laatste geval vermoedt de respondent bovendien dat de dader dakloos is. "Misschien dat ie op straat leefde. Hij was in elk geval niet helemaal goed. Dat was ook een soort geruststelling omdat hij aan het zwalken was, dus niet heel stabiel." 14
Waar? Kunt u aangeven waar de straatintimidatie in Utrecht plaatsvond? Meerdere antwoorden mogelijk 56%
in mijn eigen wijk/buurt tijdens het fietsen
41%
in een winkelgebied
39%
in of bij een uitgaansgelegenheid, zoals discotheek, café, restaurant
24%
langs een drukke weg of plein
22%
bij een bus-/tramhalte of treinstation
19%
in het openbaar vervoer
13%
in een park
13%
in of bij een openbaar gebouw, zoals bibliotheek of zwembad ergens anders, namelijk weet niet 0
Kunt u op de kaart aangeven waar straatintimidatie in de afgelopen 12 maanden in Utrecht plaatsvond?
4% 8% 3% 20%
40%
60%
80%
100%
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht (n=602)
De meeste respondenten (56%) ondervinden straatintimidatie in Utrecht in hun eigen wijk of buurt. Bij ongeveer vier op de tien respondenten vond intimidatie plaats tijdens het fietsen (41%) en of in een winkelgebied (39%). Daarnaast geeft bijna één op de vier respondenten aan dat intimidatie plaatsvond in of bij een uitgaansgelegenheid (24%) of langs een drukke weg of plein (22%). Respondenten geven bij 'anders, namelijk' onder andere aan dat de intimidatie plaatsvond tijdens het hardlopen/joggen.
Op de kaart zijn de plekken weergeven waar straatintimidatie volgens slachtoffers plaatsvond (in de afgelopen 12 maanden). Er is een concentratie zichtbaar rond het centrum van Utrecht. Ook de gebieden in/rond de Kanaalstraat in Lombok, de Amsterdamsestraatweg en winkelcentra in Overvecht en Kanaleneiland zijn zichtbaar als clusters waar relatief vaak straatintimidatie plaatsvond.
15
Waar? Kunt u op de kaart aangeven waar straatintimidatie in de afgelopen 12 maanden in Utrecht plaatsvond? (per wijk)
Het is daarnaast mogelijk om onderscheid te maken in de verschillende wijken waar straatintimidatie (volgens slachtoffers) plaatsvond. Op de bovenstaande kaart is iedere wijk met een andere kleur aangegeven. De figuur aan de rechterkant van deze pagina laat de verdeling (van het aantal gevallen) per wijk zien. Respondenten hebben het vaakst te maken gehad met intimidatie in de Binnenstad (33%), op afstand gevolgd door de wijken Zuidwest (14%), Noordwest (11%) en West (10%).
16
Wanneer? In welke seizoenen hebt u de afgelopen 12 maanden straatintimidatie meegemaakt? Meerdere antwoorden mogelijk
vooravond (16:00 uur tot 20:00 uur)
64%
zomer
20%
weet ik niet
20%
weet ik niet
40%
44%
nacht (0:00 uur tot 7:00 uur)
27%
winter
49%
overdag (7:00 uur tot 16:00 uur).
39%
lente
53%
avond (20:00 uur tot 0:00 uur)
42%
herfst
0
Op welke tijdstippen hebt u in de afgelopen 12 maanden straatintimidatie meegemaakt? Meerdere antwoorden mogelijk
60%
80%
100%
0
23%
8%
20%
40%
60%
80%
100%
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht (n=602)
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht (n=602)
Uit de enquête blijkt dat straatintimidatie niet in alle seizoenen even vaak voorkomt. De intimidatie die de respondenten hebben meegemaakt, vond vooral plaats in de zomer (64%). Ongeveer vier op de tien respondenten geven aan dat de straatintimidatie plaatsvond in de herfst (42%) en in de lente (39%). Tot slot geeft 27% aan dat het plaatsvond in de winter en 20% van de respondenten geeft aan dat ze het niet weten.
Respondenten geven aan dat de straatintimidatie die zij hebben meegemaakt, vooral plaatsvond in de vooravond (53%), op de voet gevolgd door 's avonds (49%) en overdag (44%). Minder dan een kwart van de gevallen (23%) heeft volgens respondenten plaatsgevonden in de nacht. Tevens geeft 8% aan dat zij niet weten op welk tijdstip de intimidatie plaatsvond. In de winter vindt intimidatie op straat vaker plaats in de nacht dan op andere tijdstippen (vooravond, avond of overdag). Bij de andere seizoenen bestaat dit verschil niet.
17
Waar? Wanneer? Voorbeelden uit de acht interviews Ook tijdens de interviews is aan respondenten gevraagd naar de situatie waarin het incident plaatsvond: waar was het, was de respondent alleen of niet en was het overdag of 's nachts. Hoewel de situatie waarin de ondervraagden zich bevonden toen de intimidatie plaatsvond steeds anders was, is er toch wel een lijn in te herkennen. De meeste incidenten die de acht respondenten noemen vonden 'onderweg' plaats; tijdens het fietsen of lopen van A naar B. Vaak vonden de voorvallen plaats bij schemer of in het donker. Verder waren de ondervraagden in de meeste situaties alleen. Locatie Veel soorten buitenruimten worden door geïnterviewden genoemd als plek waar intimidatie plaatsvindt, maar ‘gewoon op straat’ wordt het vaakst genoemd. Eén van de respondenten beschrijft hoe ze eerst voorrang kreeg van een automobilist en daarna werd aangesproken: “Dat ik op klaarlichte dag naar de bushalte liep in mijn eentje, op een normale weekdag en toen liep ik over de rotonde op het voetpad en voetgangers hebben daar geen voorrang. Een auto stopte voor mij, toch wel, zodat ik voor kon gaan, aardig, dus handje opsteken... Ik was overgestoken en die auto achter mij, die voor me stopte, die rijdt achter me langs, raampje naar beneden en die zegt ‘hee, waar moet je heen, want ik wil je wel brengen’.
Twee van die jongens…maar niet serieus.” Ook winkelcentra worden genoemd. Verder worden beschutte plekken enkele keren genoemd als plekken waar straatintimidatie plaatsvindt. Zo wordt een binnenplaats genoemd, de doorgang onder een gebouw, een tunneltje of een hoge muur. Eén respondent geeft ook aan dat de manier waarop de ruimte is ingericht, volgens haar een rol speelt in de mate waarin er ruimte is voor intimidatie.
Tijdstippen Wat tijdstip betreft vinden de incidenten die respondenten hebben meegemaakt zowel in de avond of nacht als overdag plaats. Het moment van de dag kan van invloed zijn op de mate waarin een geïnterviewde zich geïntimideerd voelt. Eén van de respondenten beschrijft dat ze zich in de avond of nacht angstiger voelt dan overdag. Als hetzelfde incident (automobilist rijdt langzaam langs en maakt ongepaste opmerkingen) overdag plaatsvindt, wekt dit eerder boosheid dan angst op. Eén van de respondenten antwoordt bevestigend op de vraag of de drukte en politiesurveillance in Kanaleneiland er voor zorgen dat zij zich veiliger voelt in Kanaleneiland dan in Hoograven, waar ze nu woont. “Ja, want ik durf niet eens het afval naar de ondergrondse kliko te brengen [in Hoograven], in de avond denk ik, nou nee, laat die maar lekker stinken in de keuken, dat doe ik morgenochtend wel.” Seizoenen Tijdens de interviews is niet nadrukkelijk gesproken over de seizoenen waarin de incidenten plaatsvonden. Het feit of het licht of donker is lijkt voor de respondenten uit de interviews een grotere rol te spelen dan het specifieke seizoen. Eén van de respondenten zegt hierover: “Waar we het net een tijdje over hebben gehad, is echt ’s avonds als het een beetje donker gaat worden. Het hoeft niet eens per sé om 23:00 uur ’s avonds te zijn, kan ook om 20:00 uur zijn in de winter".
Drukte op straat In de avond of nacht speelt niet alleen het donker een rol, maar ook het feit dat er dan minder mensen op straat zijn. Enkele respondenten noemen specifiek de rol die de mate van drukte op straat speelt; het gevoel dat meer drukte of meer leven op straat er voor zorgt dat er minder wordt geïntimideerd. Interviewer: “Wat betekenen studenten dan voor zo’n gebied?” Respondent: “Het betekent leven, sociale controle volgens mij. […] Het betekent reuring als er studenten wonen."
“Zo’n binnenplaats is natuurlijk heel erg afgesloten. Dus mocht daar toevallig een keer een handhaver of een politieagent langskomen, die gaat niet zo’n binnenplaats op. En ook dat stukje bij de Veilinghaven dat is ook een beetje in een hoekje, dat zie je niet direct, er is ook een hoog muurtje. Dat is eigenlijk ook wat anoniemer. Waar ik nu woon, zo’n open plek, daar kun je je niet echt makkelijk verschuilen. Dus het is ook echt wel de manier waarop jongeren zich kunnen positioneren eigenlijk.”
18
Gevolgen voor slachtoffer Wat voor effect hebben deze ervaring(en) op uw gedrag? Meerdere antwoorden mogelijk
53%
ik maak geen oogcontact
31%
ik bel met iemand of doe alsof ik…
26%
ik loop niet meer langs groepen… ik ga in het donker niet meer alle…
23%
ik draag gewone voorwerpen om…
22%
ik draag een koptelefoon/luister…
22%
ik vermijd bepaalde plekken…
22%
ik vermijd bepaalde activiteiten…
17%
ik pas mijn kleding aan
15%
ik heb pepperspray bij me of een…
2%
ik ben verhuisd
2%
20%
40%
(helemaal) mee oneens
60% niet oneens/niet eens
80%
100%
(helemaal) eens
weet niet/geen mening
28%
anders, namelijk
0
straatintimidatie plaatsvindt
58%
ik vermijd bepaalde plekken ’s…
weet ik niet
In hoeverre bent u het eens of oneens met de volgende stelling: ik vermijd bepaalde locaties in Utrecht omdat ik weet/heb gehoord dat er
1% 20%
40%
60%
80%
100%
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht (n=221)
Straatintimidatie kan effect hebben op het gedrag van mensen, zoals het vermijden van bepaalde plekken. Ruim een derde (37%) van de respondenten die te maken hebben gehad met intimidatie op straat (in de afgelopen 12 maanden) geeft aan dat deze ervaringen effect hebben op hun gedrag.
Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht (n=1.312)
Ruim vier op de tien respondenten (43%) geeft aan dat zij het (helemaal) oneens zijn met de stelling dat bepaalde locaties vermeden worden omdat ze weten/hebben gehoord dat er straatintimidatie plaatsvindt. Bijna een derde (32%) geeft daarentegen aan dat zij het hier (helemaal) mee eens zijn.
De meest voorkomende effecten zijn: 's avonds/'s nachts bepaalde plekken vermijden (58%) en geen oogcontact maken (53%). Ook bellen met iemand (of doen alsof) (31%) of niet meer langs groepen lopen (26%) komen relatief vaak voor. Bij 'anders, namelijk' wordt onder andere genoemd dat respondenten de manier waarop ze zich verplaatsen aanpassen. Soms wordt gekozen niet te lopen maar te fietsen of niet te fietsen maar met de auto of bus te gaan. Sommige respondenten noemen dat ze alerter/meer op de hoede zijn geworden.
19
Gevolgen voor slachtoffer Voorbeelden uit de acht interviews We hebben de respondenten in de interviews gevraagd hoe ze zich voelden tijdens of vlak na het straatintimidatie-incident. Ook is gesproken over de reacties van daders en eventuele omstanders. Verder is gevraagd of de ervaringen van de respondenten hebben geleid tot een verandering in hun gedrag, bijvoorbeeld het mijden van bepaalde situaties of locaties in de stad. Gevoelens en reacties Alle acht de respondenten kunnen zich de incidenten waarover ze willen praten helder voor de geest halen en kunnen precies beschrijven wat ze voelden. Het gaat vaak om meerdere gevoelens die elkaar afwisselen. Soms voelen respondenten achtereenvolgens ongeloof, boosheid, angst, verontwaardiging en weer boosheid omdat ze zich angstig voelen. “Ik word daar altijd heel boos om, ik voelde echt een vlaag van woede, dat de vlammen uit mijn oren kwamen, haha. En dat uit ik dan ook gelijk, maar ik heb dan wel ook een moment dat ik me dan heb uitgelaten, zo van ‘hou je mond!’, vrij hard ook, dan slaat ook gelijk daarna de angst toe. Van oei, wat heb ik nou gezegd, was dat slim? Maar dan ook weer verontwaardiging van: maar waarom ben ik dan bang? Waarom maken zij mij bang, daar hebben ze niet het recht toe.” Sommige respondenten geven aan te schrikken van de dingen die mensen tegen hen zeggen.
Ze vertellen dat ze er ook verontwaardigd over zijn, dat dit allemaal zo maar kan. “Dat mensen zoiets doen, daar schrik ik dan telkens weer opnieuw van, ik vind het onmenselijk, disrespectvol, je kan er ook voor kiezen niks te zeggen, maar dan laat je mij in mijn waarde, ook al mag je me niet en wil je me hier niet, het is zijn recht om racistisch te zijn, maar dan denk ik hou het voor je zelf.” Reactie respondenten De reacties van respondenten op een incident zijn van vele factoren afhankelijk, onder andere van de dader(s), van het feit of het slachtoffer alleen is of niet, het tijdstip (overdag of ’s avonds/’s nachts) en van de aard van het incident. De reacties variëren dan ook per incident. Soms blijft het bij negeren en doorlopen, maar er zijn ook gevallen waarbij het slachtoffer de dader aanspreekt of waarbij het slachtoffer van zich af bijt. In één geval was het incident dermate beangstigend voor de respondent, dat zij is gevlucht. “En toen...ik bijt best wel snel van me af…dus ik zei tegen die jongen: hou gewoon je mond en loop door”.
Eén van de respondenten zei in reactie op een belediging vanwege haar kleding tegen de daders: “U moet mij niet veroordelen dat ik er zo bijloop. Dat recht heeft u helemaal niet." Een andere respondent werd in het nauw gedreven door twee jongemannen: “Ik ging er niet op in, ik keek hem alleen aan en zij keken mij terug aan en ik ben gewoon doorgelopen. Ik ga me hier niet toe laten verleiden om hierop in te gaan.” Interviewer: "heb je niks gezegd?" Respondent: "Ik heb niks gezegd. Ik heb gewoon m’n mond gehouden, terug aangekeken en ben doorgelopen. En ik weet op het moment dat ik ook maar iets zeg, dan raak je of in gevecht met die twee en wordt je bijvoorbeeld het ziekenhuis in geslagen. Het is vrijwel altijd een negatieve uitkomst voor me." Eén respondent wachtte op de bus en werd lastiggevallen door twee jongemannen in een auto: “Toen heb ik gewoon gezegd, ‘ja rij maar gewoon door’, toen bleven ze nog wel een beetje hangen maar toen heb ik ze genegeerd, en toen reden ze uiteindelijk gewoon door.” Tijdens de interviews wordt een aantal keren gesproken van hangjongeren of jongens die overlast veroorzaken. Er zijn respondenten die deze jongeren op het gedrag aanspreken en soms ontstaat een intimiderende situatie. “Maar het is voor mij zelf wel belangrijk dat ik het gevoel heb dat ik me wel een aantal keer heb uitgesproken tegen die gasten.
Dat is voor mij wel belangrijk, want anders nemen ze een beetje mijn leefomgeving van me af. Reactie daders Een aantal respondenten vertelt dat ze daders aanspreken op hun gedrag. In twee gevallen worden de daders verzocht door te lopen, wat ze uiteindelijk ook doen. Een veelgehoorde reactie op het aanspreken van daders (of van overlastgevende hangjongeren) is schelden. “Toen liepen ze uiteindelijk wel weg, maar wel met flink gescheld, jullie kankermoeder, kanker dit, kanker dat, en dat was niet zo leuk.” De respondent die beledigd werd vanwege haar kleding, kreeg na het aanspreken van de daders als reactie een gebaar van de keel doorsnijden. Reactie omstanders Er is ook gevraagd of de respondenten hulp kregen van omstanders. Een deel van de respondenten zegt dat er geen omstanders bij het incident aanwezig waren. Enkele respondenten zeggen expliciet geen bijval te krijgen, in situaties waarbij wel omstanders of voorbijgangers aanwezig waren. Interviewer: "En hoorden die [vier andere jongens] bij de jongen die jou een knuffel gaf?" Respondent: "ja." Interviewer: "En wat deden zij?" Respondent: "Lachen." Interviewer: "Wat riep dat bij jou op?" Respondent: "Nou ja, gebrek aan solidariteit. Er is niemand die voor jou in de bres springt, die zegt ‘dit is niet echt chill, wat je aan het doen bent’. Alsof iedereen aan de andere kant staat.”
20
Eén van de respondenten kreeg geen hulp van het personeel van het restaurant waar zij discriminerend werd benaderd door een klant.Deze respondent kreeg wel spontaan hulp van een andere klant: “Die kwam naar me toe en zei: ‘meneer, deze jonge meid die ga jij nu met rust laten.‘ Het was een man ook, die dat zei. Die ook even groot was. ‘Praat maar tegen mij, hup, kom op.’ [...] Die heeft het voor mij opgenomen.”
Meldingsbereidheid In hoeverre bent u het eens of oneens met de volgende stelling: als er een meldpunt voor straatintimidatie zou zijn, zou ik incidenten zeker melden
Gedragsverandering Alle acht de respondenten van de interviews ondervinden gevolgen van de situaties die zij hebben meegemaakt. Wel is de mate van gedragsverandering verschillend. Het meest genoemd is dat respondenten in het donker bepaalde plekken in de stad mijden of in het donker liever niet naar buiten gaan. Een aantal respondenten geeft aan alerter te zijn, meer op hun hoede. Verder wordt ‘even omlopen’ of de straat oversteken een paar keer genoemd. “Als ik ’s nachts in mijn eentje naar mijn vriend loop, of als ik ergens anders ben, zodra ik merk dat een auto op de weg naast mij langzamer gaat rijden, dan ga ik gelijk strak van de adrenaline staan, omdat ik dan zoiets heb van: wat gaat er nou gebeuren.” “Om niet iets traumatisch te hoeven mee maken, al is het maar iemand die dichterbij komt om wat te vragen of te zeggen, heb ik ook altijd de avonduren gemeden.” “Alleen in de auto voel ik me veilig, want dan kan de deur op slot. Ook als ik voor een rood licht sta en het is donker en ik zie iemand staan om over te steken, die aan het hangen is, dan check ik echt of mijn deur op slot is.” “Ja, je loopt even om of je gaat aan de andere kant van de straat lopen. Dat soort dingen.” Eén van de respondenten is verontwaardigd, omdat ze eigenlijk niet iets wil veranderen, maar zich daar wel toe gedwongen voelt.
20%
40%
(helemaal) mee oneens
60% niet oneens/niet eens
80%
100%
(helemaal) eens
weet niet/geen mening Bron: afdeling Onderzoek & Advies, gemeente Utrecht (n=1.312)