CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderbouwing - Leeuwarden - Lange Marktstraat 14 (BOPA)

Besluitvorming (raad) 21 januari 2026, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Bindend advies omgevingsvergunning Lange Marktstraat 14 te Leeuwarden24.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Inbreuk op privacy en beheer: Er wordt zorg geuit over het feit dat het kantoorgebouw straks deels uitkijkt op woningen, zonder dat Achmea invloed heeft op het beheer daarvan. Specifieke zorgen betreffen mogelijke overlast door zichtlijnen, geluid en gebruik van balkons.

Onduidelijkheid in de concept-BOPA: Achmea merkt op dat de conceptaanvraag op meerdere punten nog onvoldoende concreet is. Zij vragen om duidelijkheid over het exacte aantal woningen, de configuratie, de omvang en aard van de horecafunctie, en de bijbehorende vergunningen.

Verkeer, parkeren en afvalstromen: Er is zorg over het ontbreken van onderbouwingen met betrekking tot verkeersbewegingen, parkeerdruk en afvalverwerking. Met name de wijziging van kantoor naar wonen en roept vragen op over de impact op het bestaande recht van overpad en de toename van natte afvalstromen.

Vluchtwegcapaciteit en milieueffecten: Achmea vraagt of er een berekening is gemaakt van de uitbreiding van functies in relatie tot de vluchtwegcapaciteit. Ook wordt gevraagd of een beoordeling is uitgevoerd of een MER-aanmeldingsnotitie noodzakelijk is.

De reactie van Achmea is door de initiatiefnemer serieus genomen. De genoemde punten zijn gedeeld met het ontwerpteam en meegenomen in de verdere uitwerking van het plan. Dit heeft geleid tot concrete aanpassingen in het ontwerp en aanvullende toelichtingen in de definitieve indieningsstukken.

Projectnummer: BS2024-146

Datum: 13-06-2025

Pagina 12

Participatieverslag IQON Leeuwarden

Aanvullend heeft Achmea in een later stadium expliciet aangegeven dat de voorgenomen horecafunctie voor hen niet wenselijk is. Mede op verzoek van Achmea is deze functie dan ook uit het plan verwijderd. Hiermee is tegemoetgekomen aan hun zorgen en is de impact op de directe omgeving verder beperkt.

4.2 Getroffen maatregelen naar aanleiding van participatie De inbreng van Achmea heeft geleid tot een aantal concrete aanpassingen in het ontwerp en aanvullende acties binnen het planproces. Naar aanleiding van hun schriftelijke reactie en het daaropvolgende één-op-één gesprek zijn de volgende maatregelen getroffen: 1. Beperking van inkijk en verbetering van privacy De noordgevel van de optopping is grotendeels gesloten, met uitzondering van één klein raam ten behoeve van daglichttoetreding. De terrassen zijn trapsgewijs naar achteren geplaatst en afgerond, waardoor de afstand tot de Bonnematoren toeneemt en het zicht van en naar de appartementen wordt beperkt. De randen van de terrassen aan de noordzijde worden voorzien van beplanting om visuele overlast verder te minimaliseren. 2. Aanpassing en verduidelijking van studies Op basis van het aangepaste ontwerp is een nieuwe zonnestudie aangevraagd. In de communicatie is toegelicht dat zonnestudies geen wettelijke normen kennen, maar bedoeld zijn ter illustratie van schaduwwerking. Ook is aanvullende toelichting gegeven op de windstudie, waarin wordt verwezen naar de gehanteerde toetsingskaders. Actiflow, specialist in windonderzoek, heeft bevestigd dat er geen normen bestaan voor windhinder op omliggende bebouwing en dat er geen risico’s zijn voor de constructieve veiligheid van de Bonnematoren. 3.

Verduidelijking van het programma en de BOPA Het plan voorziet in 20 woningen, variërend van 60 m² tot 114 m² GBO. De horecafunctie was aanvankelijk opgenomen als planologische mogelijkheid, maar is mede op verzoek van Achmea uit het plan verwijderd. Achmea heeft in een later stadium expliciet aangegeven dat horeca voor hen niet wenselijk is. De initiatiefnemer heeft hier gehoor aan gegeven. 4. Parkeren en afvalverwerking Voor de parkeerbehoefte wordt een externe oplossing gezocht, zodat Achmea hiervan geen overlast zal ondervinden. Er is contact gelegd met Leyten over het gebruik van parkeerplaatsen in hun parkeergarage. Een vervolggesprek hierover vindt plaats op 12 juni 2025. Voor afvalverwerking is contact gelegd met Omrin. Indien nodig zal in overleg met de gemeente een extra ondergrondse container worden geplaatst. De initiatiefnemer heeft toegezegd Achmea hierover op de hoogte te houden.

Projectnummer: BS2024-146

Datum: 13-06-2025

Pagina 13

Participatieverslag IQON Leeuwarden

5. Milieuonderzoeken en MER Het ecologisch onderzoek is inmiddels uitgevoerd en de resultaten zijn gedeeld en beschikbaar. De MER-aanmeldingsnotitie wordt toegevoegd aan de definitieve BOPA zodra alle milieuonderzoeken zijn afgerond. Met deze maatregelen is beoogd om de zorgen van Achmea serieus te nemen en waar mogelijk tegemoet te komen. De dialoog met Achmea wordt voortgezet gedurende het verdere proces.

Projectnummer: BS2024-146

Datum: 13-06-2025

Pagina 14

Participatieverslag IQON Leeuwarden

5

Conclusie en vervolgstappen

In dit hoofdstuk wordt teruggeblikt op het participatieproces dat is doorlopen in het kader van de herontwikkeling van Lange Marktstraat 14 (IQON-project). De eerste paragraaf bevat een reflectie op de aanpak, de resultaten en de betekenis van de participatie voor de planvorming. In de tweede paragraaf worden de vervolgstappen beschreven die volgen op het participatietraject, waaronder de indiening van de BOPA, de formele besluitvorming en de communicatie richting belanghebbenden in de aanloop naar de uitvoeringsfase. Met dit hoofdstuk wordt het participatieverslag afgerond en wordt inzicht gegeven in hoe de input uit de omgeving is benut én hoe het proces richting realisatie verder wordt vormgegeven.

5.1 Conclusie participatieproces Het participatietraject rondom de herontwikkeling van Lange Marktstraat 14 (IQON-project) is opgezet met als doel om belanghebbenden tijdig te informeren, te raadplegen en waar mogelijk te betrekken bij de planvorming. Gezien de ligging in het centrum van Leeuwarden is daarbij specifiek aandacht besteed aan zowel bewoners als ondernemers, waaronder horeca en kantoorgebruikers. De participatie is vormgegeven via schriftelijke communicatie, een projectwebsite en de mogelijkheid tot één-op-één gesprekken. Deze aanpak heeft geleid tot waardevolle input vanuit de omgeving, met name van directe buren zoals Achmea. Hun reactie heeft geleid tot concrete aanpassingen in het ontwerp en aanvullende onderbouwingen in de planvorming. De gekozen participatievormen – informeren en raadplegen – zijn passend gebleken bij de aard en schaal van het project. De laagdrempelige benadering heeft gezorgd voor open communicatie en het tijdig signaleren van aandachtspunten. De initiatiefnemer heeft zich gedurende het traject actief opgesteld en is in gesprek gebleven met belanghebbenden. Hoewel niet alle zorgen volledig kunnen worden weggenomen, is er aantoonbaar rekening gehouden met de belangen van de omgeving. De participatie heeft daarmee bijgedragen aan een zorgvuldige en transparante planvorming, in lijn met de uitgangspunten van de Omgevingswet.

De dialoog met de omgeving wordt voortgezet in de verdere uitwerking en uitvoering van het project.

5.2 Vervolgstappen In lijn met de Omgevingswet is ingezet op vroegtijdige participatie en actieve betrokkenheid van belanghebbenden bij de voorbereiding van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De input uit het participatietraject, waaronder de reactie van Achmea, is verwerkt in het aangepaste ontwerp en zal worden meegenomen in de definitieve indiening van de BOPA.

Projectnummer: BS2024-146

Datum: 13-06-2025

Pagina 15

Participatieverslag IQON Leeuwarden

De volgende stappen in het proces zijn als volgt: 1. Indiening BOPA: De BOPA bevindt zich in de afrondende fase en zal op korte termijn worden ingediend bij de gemeente Leeuwarden ter beoordeling. 2. Aanvullende onderzoeken: De resultaten van het ecologisch onderzoek worden toegevoegd aan de aanvraag. Ook wordt een MER-aanmeldingsnotitie opgesteld zodra alle milieuonderzoeken zijn afgerond. 3. Publicatie en inzage: Na indiening wordt de BOPA ter inzage gelegd. Belanghebbenden krijgen de gelegenheid om formeel te reageren. 4. Besluitvorming: De gemeente beoordeelt de aanvraag en neemt een besluit over het al dan niet verlenen van de omgevingsvergunning. Gedurende dit proces worden betrokken stakeholders, waaronder omwonenden en omliggende bedrijven, actief op de hoogte gehouden van de voortgang. Dit gebeurt via:  Gerichte schriftelijke communicatie: zoals aanvullende brieven bij belangrijke mijlpalen;  De projectwebsite www.iqon.nl: waarop alle relevante documenten, updates en contactinformatie beschikbaar worden gesteld. Na afronding van de formele besluitvorming start de voorbereiding op de uitvoeringsfase. Ook in deze fase blijft de initiatiefnemer inzetten op transparante communicatie en betrokkenheid van de omgeving, onder andere door tijdige informatievoorziening voorafgaand aan de start van de werkzaamheden.

Projectnummer: BS2024-146

Datum: 13-06-2025

Pagina 16

72/216

Bijlage 2

73/216

Mer-beoordeling

MER-BEOORDELING LANGE MARKTSTRAAT 14 LEEUWARDEN Gemeente Leeuwarden 18 juni 2025

1/19

DATUM KENMERK

18 juni 2025 20240544/162317/

PROJECT PROJECTLEIDER

Lange Marktstraat 14 Leeuwarden 5.1.2e

5.1.2e OPDRACHTGEVER 5.1.2e PROJECTNUMMER 20240544

2/19

DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.

3/19

INHOUD 1.

2.

3.

4.

4/19

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

5 5 5

Aanleiding Mer-beoordeling Leeswijzer

Plaats en kenmerken van het project

6

2.1 2.2

Plaats van het project Kenmerken van het project 2.2.1 Huidige situatie 2.2.2 Beoogde ontwikkeling

6 9 9 9

2.3

Cumulatie

10

Kenmerken van de milieueffecten

11

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13

11 12 13 13 13 14 14 15 16 16 17 17 18

Verkeer en parkeren Geluid Trilling Luchtkwaliteit Omgevingsveiligheid Bodem Water Natuur Cultureel erfgoed Geur Schaduwhinder en windhinder Gezondheid Aanlegwerkzaamheden

Conclusie

19

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Aan de Lange Marktstraat 14 in Leeuwarden staat een voormalig kantoorpand dat momenteel leeg staat. De initiatiefnemer is voornemens om het pand te herontwikkelen, waarbij een commerciële plint gerealiseerd wordt voor dienstverlening, niet zijnde detailhandel of een supermarkt, en daarboven vier bouwlagen met kantoorruimte. De initiatiefnemer wil de huidige bovenste bouwlaag slopen en vier bouwlagen toevoegen (waarmee in totaal drie bouwlagen aan het gebouw worden toegevoegd), waarop maximaal 20 appartementen gerealiseerd worden. De beoogde ontwikkeling is in strijd met het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Leeuwarden, omdat de gronden in het bestemmingsplan Stationskwartier de bestemming ‘Kantoor’ hebben. Binnen deze bestemming zijn woonactiviteiten niet toegestaan. Bovendien wordt er buiten het bouwvlak gebouwd en wordt de maximale bouwhoogte overschreden. De initiatiefnemer wil door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) afwijken van de planologische regeling.

1.2

Mer-beoordeling

In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 van deze bijlage zijn mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3, bij besluiten genoemd in kolom 4. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in art. 11.10 Ob. Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (een aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project en de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt de motivatie van dit besluit op in de motivering van de vergunning. Wanneer uit de mer-beoordeling blijkt dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, is een volledige mer-procedure noodzakelijk. De beoogde ontwikkeling valt onder categorie J11 ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’. Hiervoor is een mer-beoordeling noodzakelijk.

Deze aanmeldnotitie bevat deze mer-beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag het mer-beoordelingsbesluit kan nemen.

1.3

Leeswijzer

Deze aanmeldingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; ● licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; ● geeft in hoofdstuk 4 de voorlopige conclusie weer voor de mer-beoordeling.

5/19

2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1

Plaats van het project

Het projectgebied ligt aan de Lange Marktstraat 14 ten zuiden van het centrum van Leeuwarden. De ligging van het projectgebied is weergegeven in Figuur 2-1. De directe omgeving van het projectgebied bestaat overwegend uit hoge kantoorbebouwing. De Lange Marktstraat maakt deel uit van de kantorenhaak van Leeuwarden en kan gezien worden als het middelpunt van de zakelijke en financiële dienstverlening. De noordkant van het projectgebied wordt begrensd door het kantoorpand van Achmea. Ten noorden hiervan ligt de Willemskade. De westzijde wordt begrensd door kantoorpanden. De zuidzijde wordt begrensd door de Lange Marktstraat, waarbij verder ten zuiden het treinstation is gelegen. Aan de oostzijde vormt de Sophialaan de begrenzing.

Figuur 2-1: Ligging projectgebied (rode marker) ten opzichte van de omgeving (bron: Google Maps).

In onderstaande figuur 2-2 is het projectgebied weergegeven.

Figuur 2-2: Luchtfoto projectgebied (Google Maps).

6/19

Beschermde gebieden – milieugevoelige gebieden Het projectgebied is niet gelegen in een kwetsbaar gebied en/of een gebied met beschermde status zoals grondwaterbeschermingsgebieden, zie Figuur 2-3. Ook bevindt het projectgebied zich niet in een stiltegebied, zie Figuur 2-4. Het projectgebied vormt geen onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en een Natura 2000-gebied, zie Figuur 2-5 en Figuur 2-6. Het projectgebied ligt op circa 4,7 kilometer afstand van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied de Groote Wielen.

Figuur 2-3: Ligging projectgebied (rode cirkel) ten opzichte van waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden (bron: Atlas Leefomgeving).

Figuur 2-4: Ligging projectgebied (rode cirkel) ten opzichte van stiltegebieden (bron: Atlas Leefomgeving).

7/19

Figuur 2-5: Projectgebied (rode cirkel) ten opzichte van NNN (bron: Provincie Fryslân).

Figuur 2-6: Ligging projectgebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000 (bron: AERIUS Calculator).

8/19

2.2

Kenmerken van het project

2.2.1 Huidige situatie In figuur 2-7 is de huidige situatie van het projectgebied weergeven. De locatie bestaat uit een leegstand kantoorpand met 5 bouwlagen. De bebouwing heeft een oppervlakte van circa 5.700 m2 BVO en een hoogte van 25 meter.

Figuur 2-7: Aanzicht projectgebied vanaf Lange Marktstraat (bron: Google Maps).

2.2.2 Beoogde ontwikkeling De initiatiefnemer wil het kantoorpand herontwikkelen tot een gebouw met meerdere functies. Het souterrain van 500 m2 bevat bergingen voor de appartementen en een techniekruimte, en een gezamenlijke fietsenberging van 100 m2 voor de kantoorgebruikers. In de plint van 600 m2 moet ruimte zijn voor dienstverlening, zoals een makelaardij, accountant of notaris. Op de eerste tot en met de vierde verdieping komen kantoorruimtes van in totaal 2.800 m2, in verschillende metrages. De huidige bovenste bouwlaag wordt gesloopt en er worden vier bouwlagen toegevoegd waarop maximaal 20 appartementen gerealiseerd worden. In totaal worden daarmee drie extra bouwlagen aan het gebouw toegevoegd. De 20 appartementen worden in het betaalbare segment (Haagse norm, maximaal €405.000 in 2025) en de vrije sector worden gebouwd. De appartementen variëren in oppervlakte van 60 m² tot 114 m² (gebruiksoppervlak). Het gebouw krijgt aan de buitenkant een moderne en vergroende uitstraling. In totaal krijgt het gebouw een oppervlakte van 5.700 m2 BVO/4.300 m2 VVO. In onderstaande afbeelding wordt een impressie van de beoogde ontwikkeling weergegeven.

Figuur 2-8: Impressie van het projectgebied (bron: 5.1.2e

9/19

en Adema Architecten).

2.3

Cumulatie

Voor zover bekend zijn er geen concrete ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van het projectgebied. Er is daarom geen sprake van een cumulatie van milieueffecten vanwege omliggende projecten.

10/19

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen in en rondom het plangebied. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit de BOPA, die voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld, en diverse onderzoeken die in dat kader zijn uitgevoerd.

3.1

Verkeer en parkeren

Verkeersgeneratie Binnen het projectgebied wordt circa 2.800 m2 BVO aan kantoor (zonder baliefunctie) mogelijk gemaakt, 600 m2 BVO aan dienstverlening (kantoor met baliefunctie) en 20 koopappartementen in het middensegment. Het kantoorpand had in de oude situatie 3.700 m2 BVO aan kantoorruimte. De verkeersgeneratie is berekend op basis van kencijfers van CROW (publicatie 381). De gemeente Leeuwarden betreft een sterk stedelijke gemeente en de locatie ligt in het centrum. Voor kantoren zonder baliefunctie geldt een kencijfer van 4,05 mvt/etmaal per 100 m2 BVO, plus een aandeel bezoekers van 5%. Hierdoor neemt de verkeersgeneratie met 119,07 mvt/etmaal toe. Voor commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie) geldt een kencijfer van 7,45 per 100 m2 BVO, plus een aandeel bezoekers van 5%. Hierdoor neemt de verkeersgeneratie met 46,9 mvt/etmaal toe. Voor een appartement in het middensegment geldt een kencijfer van 4,1 mvt/etmaal per woning. Hierdoor neemt de verkeersgeneratie met 82 mvt/etmaal toe. In totaal neemt de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie met 248 mvt/etmaal toe. Er kan rekening mee worden gehouden dat het kantoorpand voorheen een verkeersgeneratie had van 157 mvt/etmaal (3.700 m2 BVO voor een kantoor zonder baliefunctie met een bezoekersaandeel van 5%), waardoor de verkeersgeneratie feitelijk gezien met 91 mvt/etmaal toeneemt.

Dit is een geringe toename. Verkeersafwikkeling Het projectgebied wordt ontsloten op de Lange Marktstraat. Deze route ontsluit in westelijke richting op de Tesselschadestraat, waarmee het zuiden van Leeuwarden en afslag 23 (Harlingerstraatweg) bereikt kunnen worden. De route ontsluit in zuidelijke richting op de Oude Veemarkt, waarmee via de Zuidersingel de rest van de stad bereikt kan worden en via de Snekertrekweg de N31 en afslag 24. Het projectgebied is goed ontsloten en de toename van verkeersgeneratie kan zonder problemen worden opgevangen. Bovendien zit het projectgebied op 220 meter afstand van het trein- en busstation (3 minuten lopen), waardoor verwacht wordt dat bezoekers van kantoren ook gebruik zullen maken van openbaar vervoer. Parkeren Het parkeerbeleid van de gemeente Leeuwarden is vastgelegd in verschillende gemeentelijke beleidskaders, waarnaar wordt verwezen in het bestemmingsplan 'Leeuwarden - Partiële herziening Parkeren'. Uitgangspunt voor de binnenstad is dat autoloos wonen als uitgangspunt geldt. Dit betekent dat voor de circa 20 appartementen niet hoeft te worden voorzien in parkeerplaatsen. Voor een kantoor zonder baliefunctie geldt een parkeernorm van 1,4 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO. Dit betekent dat voor het kantoorgedeelte (2.800 m2 BVO) in de toekomstige situatie een parkeerbehoefte geldt van afgerond 39 parkeerplaatsen.

Commerciële dienstverlening, zoals een makelaardij, accountant of notaris, valt onder een kantoor met baliefunctie. Hiervoor geldt een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO. Voor dienstverlening (600 m2 BVO) geldt in de toekomstige situatie een parkeerbehoefte van afgerond 11 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte in de toekomstige situatie is in totaal 50 parkeerplaatsen. In de nabijgelegen parkeergarage zijn 75 parkeerplaatsen beschikbaar. Daarmee wordt voorzien in de parkeerbehoefte.

11/19

Conclusie De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling zal niet tot knelpunten leiden. Het projectgebied is goed ontsloten en de toename van verkeersgeneratie kan zonder problemen worden opgevangen. In de nabijgelegen parkeergarage zijn voldoende parkeerplaatsen beschikbaar om te voorzien in de benodigde parkeerbehoefte. Er is vanuit het aspect verkeer en parkeren geen sprake van belangrijke negatieve effecten.

3.2

Geluid

Beoordeling Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Het projectgebied ligt aan de Lange Marktstraat en daarmee binnen het geluidsaandachtsgebied van de geluidbronsoort gemeentewegen. Om inzicht te krijgen in de huidige akoestische situatie ter plaatse van het projectgebied is akoestisch onderzoek uitgevoerd (bijlage bij de onderbouwing van de BOPA). Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van het projectgebied wordt voldaan aan de standaardwaarde van Lden = 53 dB. Er is dan ook sprake van een aanvaardbare geluidsituatie. Er zijn geen industrieterreinen of spoorwegen in de omgeving aanwezig die van invloed zijn op de geluidsituatie ter plaatse van het projectgebied. Geluideffect beoogde ontwikkeling op de omgeving Als gevolg van de beoogde ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie met 133,14 mvt/etmaal toe. Dit kan effect hebben op de omgeving doordat de geluidbelasting op bestaande woningen langs de ontsluitingsroutes toeneemt. Een vuistregel is dat de geluidtoename akoestisch verwaarloosbaar is als de verkeersintensiteit op een weg of wegvak minder dan 40% toeneemt, wanneer andere variabelen (locatie bebouwing, samenstelling van het verkeer, verhardingssoort e.d.) onveranderd blijven. Een toename van 40% komt dan overeen met een toename van 1,5 dB.

Voor het menselijk gehoor geldt dat pas bij een toename hoger dan 1,5 dB (afgerond 2 dB) dit als zodanig net waarneembaar is. Gezien huidige intensiteiten op de ontsluitingswegen is er geen sprake van een verkeerstoename van meer dan 40%. Concluderend kan worden gesteld dat de toename van verkeersgeluid zodanig is dat het niet waarneembaar zal zijn en daarmee geen negatief effect heeft op de omgeving. Geluid door activiteiten In de omgeving van het projectgebied zijn enkele activiteiten aanwezig die mogelijk geluidhinder kunnen veroorzaken. Het gaat om verschillende bedrijven die een kantoorfunctie hebben. In de verdere omgeving is het centrum van Leeuwarden aanwezig en bevinden zich enkele restaurants, een hotel en het trein- en busstation van Leeuwarden in de omgeving. Gezien de ligging van het projectgebied nabij het centrum van Leeuwarden kan de omgeving van het projectgebied worden getypeerd als een 'gemengd gebied'. Gelet op de beperkte hinder van kantoren worden geen negatieve effecten verwacht wanneer deze direct naast woningen gesitueerd zijn. De overige functies liggen op voldoende afstand zodat deze ter plaatse van het projectgebied geen hinder veroorzaken. Met de beoogde ontwikkeling worden naast woningen, die gekenmerkt worden als geluidgevoelige gebouwen, ook andere functies mogelijk gemaakt die mogelijk geluidhinder kunnen veroorzaken.

In de plint zijn commerciële voorzieningen voorzien. Op de eerste tot en met de vierde verdieping zijn kantoren beoogd. Het gaat hierbij om een gemengd gebruik met functies die zodanig weinig milieubelastend zijn voor hun omgeving, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. Dit betekent dat ze goed samengaan met een woonfunctie en dat er op dit punt geen negatieve effecten te verwachten zijn. Conclusie Ten aanzien van het aspect geluid worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht.

12/19

3.3

Trilling

Beoordeling en conclusie Met de beoogde ontwikkeling worden trillinggevoelige gebouwen mogelijk gemaakt. In de directe omgeving bevinden zich geen functies die trillingen veroorzaken. Significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.

3.4

Luchtkwaliteit

Bij een mer-beoordeling is het in het kader van de gezondheidsbeoordeling belangrijk de effecten op luchtkwaliteit inzichtelijk te maken en te beoordelen. Beoordeling In het kader van de beoordeling van de leefomgevingskwaliteit is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven, zie Tabel 3-1. In de CIMLK viewer is het dichtstbijzijnde relevante toetspunt, ter hoogte van de Lange Marktstraat, geraadpleegd. Uit de indicatie van de huidige luchtkwaliteit kan geconcludeerd worden dat de jaargemiddelde concentraties van stikstofdioxide en fijnstof ruimschoots onder de grenswaarden liggen. Tabel 3-1: Indicatie luchtkwaliteit Lange Marktstraat (Bron: CIMLK)

Toetspunt de Lange NO2-concentratie PM10-concentratie PM10-overschrijdingsMarktstraat dagen Jaartal 2023 11,5 µg/m³ 13,6 µg/m³ 6 Ten hoogst toelaat- 40 µg/m³ kalenderjaar- 40 µg/m³ kalenderjaar- 35 baar gemiddelde gemiddelde

PM2,5-concentratie 6,3 µg/m³ 25 µg/m³ kalenderjaargemiddelde

Het projectgebied ligt niet in een aandachtsgebied voor luchtverontreinigende stoffen. Uit de berekening met de NIBM-tool blijkt dat, mede gelet op de beperkte toename van verkeer, het project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Zie ook figuur 3-1. Er is dan ook geen sprake van negatieve effecten.

Figuur 3-1: Berekening NIBM-tool

Conclusie Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor het milieu verwacht.

3.5

Omgevingsveiligheid

Bij een mer-beoordeling wordt ten aanzien van omgevingsveiligheid naar verschillende risicobronnen gekeken, namelijk bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door leidingen. Rondom deze bronnen kan sprake zijn van aandachtsgebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden. De aandachtsgebieden zijn:

13/19

● ● ●

Het brandaandachtsgebied (BAG) Het explosieaandachtsgebied (EAG) Het gifwolkaandachtsgebied (GAG)

Beoordeling Met de beoogde ontwikkeling worden met de bouw van woningen en kantoren kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Uit de risicokaart blijkt dat het projectgebied ligt binnen het explosie aandachtsgebied van het spoor, ten zuiden van de locatie (zie figuur 3-2). Echter is door de gemeente aangegeven dat de weergave van de aandachtsgebieden op de risicokaart niet juist is. Dit komt omdat alleen sprake is van vervoer van gevaarlijke stoffen over het meest zuidelijke spoor. Dit betekent dat de locatie feitelijk niet binnen het explosieaandachtsgebied ligt. De kaart dient hierop nog aangepast te worden. Conclusie Er worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht ten aanzien van het aspect omgevingsveiligheid.

Figuur 3-2: Ligging projectgebied (rode cirkel) binnen explosie aandachtsgebied spoor (bron: Atlas Leefomgeving)

3.6

Bodem

Beoordeling en conclusie Met de ontwikkeling vinden geen bodemingrepen plaats. Significant negatieve effecten kunnen uitgesloten worden.

3.7

Water

Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van water zijn de volgende criteria van belang: ● Effecten op de waterhuishouding: waterkwantiteit, waterkwaliteit; ● Effecten op de waterkeringen en waterveiligheid; ● Effecten op waterketen. Beoordeling Zoals beschreven in hoofdstuk 2.1 ligt het projectgebied niet in een grondwaterbeschermingszone. Ook zijn er in en grenzend aan het projectgebied geen waterlopen en waterkeringen aanwezig. Daarnaast is de huidige situatie reeds volledig verhard en zorgt de ontwikkeling niet voor een toename aan verharding.

14/19

Het projectgebied is niet door de boezemkade beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Het bestaande gebouw blijft behouden. De beoogde appartementen worden bovenop het bestaande pand gerealiseerd. Hiermee wordt toekomstig wateroverlast bij deze woningen voorkomen. Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren, moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is daarom belangrijk om kansen te benutten om het gebied klimaatrobuust in te richten. Bij de bouw van de nieuwe appartementen wordt natuurinclusief, circulair en energieleverend gebouwd. Het pand krijgt een groen dak en groene gevels. Om verontreiniging te voorkomen zullen milieuvriendelijke en duurzame materialen gebruikt worden tijdens de aanlegwijze en onderhoud. Op deze wijze wordt de waterkwaliteit behouden. Het vuilwater wordt gescheiden afgevoerd naar de gemeentelijke riolering. Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

3.8

Natuur

Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van natuur zijn de volgende criteria van belang: ● gebiedsbescherming: aantasting of verstoring van Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland; ● soortenbescherming: aantasting of verstoring van bestaande natuurwaarden. Beoordeling Soortenbescherming Met de beoogde ontwikkeling worden geen bomen gekapt, sloten gedempt of gebouwen gesloopt. Het gebouw bevindt zich in stedelijke omgeving. Op voorhand kan de aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied niet worden uitgesloten. Ter plaatse is een quickscan uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde flora en fauna (zie bijlage bij de onderbouwing van de BOPA). Uit de quickscan ecologie blijkt het volgende: De aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan worden uitgesloten op basis van habitateigenschappen. Het projectgebied biedt geen geschikte nestgelegenheid voor jaarrond beschermde vogelnesten. In de omgeving van het projectgebied zijn voldoende alternatieve nestgelegenheden voor overig jaarrond beschermde nesten (categorie 5-soorten). Negatieve effecten op verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied van vleermuizen, kunnen vanwege het gebrek aan aangetroffen geschikte verblijfplaatsen en voldoende alternatieve vliegroutes en foerageergebieden in de omgeving worden uitgesloten.

De aanwezigheid van alle overige beschermde zoogdiersoorten, vissoorten, ongewervelden, reptielen en amfibieën binnen het projectgebied kan op voorhand worden uitgesloten aan de hand van habitateigenschappen en verspreidingsgegevens. Voor licht beschermde soorten die mogelijk ter plaatse voorkomen geldt de specifieke zorgplicht.

15/19

Gebiedsbescherming Zoals beschreven in hoofdstuk 2.1 is het projectgebied niet gelegen in een beschermd natuurgebied. Directe effecten als areaalverlies en versnippering kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. Gezien de afstand en de aard van de ontwikkeling kunnen tevens effecten als verstoring en effecten op de waterhuishouding binnen de natuurgebieden worden uitgesloten. Het enige mogelijk relevante ecologische effect betreft vermesting/verzuring als gevolg van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Om dit te kunnen bepalen is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Deze berekening is als bijlage opgenomen bij de BOPA. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Conclusie Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn er geen negatieve effecten te verwachten op beschermde gebieden, zoals Natura 2000-gebieden en het NNN. Ook is er, met inachtneming van de voorgestelde werkwijze ten aanzien van algemene broedvogels, de slechtvalk en specifieke zorgplicht voor overige soorten, geen sprake van negatieve effecten op beschermde soorten.

3.9

Cultureel erfgoed

Beoordeling Cultuurhistorie De gronden direct ten noorden van het projectgebied zijn aangemerkt als beschermd stadsgezicht. De cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing mogen niet worden aangetast. Ondanks dat het projectgebied zelf niet is aangemerkt als beschermd stadsgezicht, moet wel rekening worden gehouden met de cultuurhistorische waarden in de omgeving. Met de bouw van de nieuwe appartement worden de cultuurhistorische waarden in de omgeving niet aangetast. Bovendien krijgen de gevels van het gebouw een opwaardering, wat de omgevingskwaliteiten van de omgeving ten goede komt. De gebouwen ten oosten van de Sophialaan zijn aangewezen als rijksmonument. Het toevoegen van extra bouwlagen ontneemt niet het zicht op deze gebouwen. De cultuurhistorische waarden van dit deelgebied worden niet aangetast. Er zijn verder geen (rijks)monumenten of andere cultuurhistorische waarden in de directe omgeving van het projectgebied. Significant negatieve effecten betreft cultuurhistorie kunnen uitgesloten worden. Archeologie Er vinden geen bodemingrepen plaats. Significant negatieve effecten kunnen uitgesloten worden. Conclusie Vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie zijn er als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen belangrijke negatieve effecten op de omgeving te verwachten.

3.10 Geur Beoordeling De beoogde woningen die mogelijk worden gemaakt zijn geurgevoelig. In de omgeving van het projectgebied zijn enkele restaurants aanwezig die lokaal enige geurhinder kunnen veroorzaken. Het gaat daarbij om horeca-activiteiten in categorie A. Hierbij is sprake van beperkte hinder waardoor dit aanvaardbaar is naast woningen en geen negatieve effecten te verwachten zijn. Ter plaatse is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Vanuit het aspect geur is er als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen sprake van belangrijke negatieve effecten op de omgeving.

16/19

3.11 Schaduwhinder en windhinder Beoordeling Om na te gaan of het optoppen van het bestaande kantoorgebouw met appartementen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het windklimaat in de omgeving van het projectgebied, heeft in september 2024 een windhinder en -gevaaronderzoek plaatsgevonden (zie bijlage bij de BOPA). Windgevaar is het optreden van een zeer hoge windsnelheid, waardoor problemen optreden bij het lopen, zoals evenwichtsverlies. De beoogde nieuwbouw vermindert het risico op windgevaar. In de bestaande situatie is een zone met een beperkt windrisico zichtbaar ten noordoosten van het kantoorgebouw. In de voorgestelde nieuwe situatie is deze zone niet meer aanwezig en is het projectgebied vrij van windgevaar. De terrassen tot en met de vierde verdieping zijn vrij van windgevaar en beschikken over een goede beoordeling voor wat betreft windhinder. Vanaf de vijfde verdieping zijn de terrassen niet langer vrij van risico op windgevaar. Hoewel tot en met de zevende verdieping het oppervlak van de terrassen nog voor minimaal 75% als goed wordt beoordeeld, zorgt de aanwezigheid van zones met een slechte beoordeling toch voor onaangename terrassen. Op de achtste verdieping verslechtert het windklimaat verder en wordt ook de minimale grens van 75% niet meer gehaald.

Om de windhinder op de terrassen te verminderen, worden scheidingswanden tussen de balkons van de appartementen geplaatst. Conclusie Na de realisatie van de nieuwbouw vindt een lichte verschuiving van de zones met windhinder plaats. Ten zuiden en zuidoosten is een lichte toename zichtbaar in de overschrijding van de 5m/s drempelsnelheid. Ten noordoosten is een juist een lichte afname zichtbaar in de overschrijding. Met betrekking tot windgevaar zijn de terrassen vanaf de vijfde verdieping niet langer vrij van een risico hierop. Om de windhinder op de terrassen te verminderen, worden scheidingswanden tussen de balkons van de appartementen geplaatst.

3.12 Gezondheid Beoordeling Een groot aantal van de hiervoor beschreven omgevingsaspecten heeft een gezondheidscomponent, waarbij het in de meeste gevallen gaat om gezondheidsbescherming. Bij de afweging van de gezondheidsgevolgen kunnen ook gezondheidsbevorderende aspecten een rol spelen zoals bijvoorbeeld een groene leefomgeving, ruimte voor en uitnodiging tot beweging, beschikbaarheid/ toegankelijkheid van voorzieningen en sociale cohesie. Op basis van de omgevingsaspecten die beoordeeld zijn in voorgaande paragrafen blijkt dat mede vanuit gezondheidsoogpunt sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ten aanzien van windgevaar zijn de terrassen vanaf de vijfde verdieping niet langer vrij van risico hierop. De initiatiefnemer onderzoekt de mogelijkheden om dit op te lossen en treft hiervoor maatregelen. Het projectgebied ligt daarnaast in een matig groene omgeving. Uit de kaart van Atlas Leefomgeving volgt dat de temperatuur 's zomers 1,5 graad hoger is dan in landelijk gebied. Wel zijn op 70 meter en op 300 meter afstand twee sportscholen gevestigd. Op 10 minuten loopafstand kunnen twee parken bereikt worden en is de historische binnenstad van Leeuwarden een uitnodigende plek om te wandelen (en deels niet bereikbaar met de auto). Hiermee is in de omgeving van het projectgebied meer dan voldoende ruimte voor beweging.

Op 10 minuten loopafstand kunnen 4 supermarkten bereikt worden. Het station ligt op 3 minuten loopafstand. Er zijn dan ook voldoende voorzieningen in de buurt. Aansluitend zijn er voldoende culturele voorzieningen in de buurt. Alle aspecten afgewogen maakt dat het projectgebied in een gezonde leefomgeving ligt. Conclusie De beoogde ontwikkeling wordt vanuit het gezondheidsoogpunt aanvaardbaar geacht. Er zijn geen belangrijke negatieve milieueffecten te verwachten.

17/19

3.13 Aanlegwerkzaamheden Voor de aanlegwerkzaamheden van de beoogde ontwikkeling kunnen tijdens de werkzaamheden milieueffecten optreden. Daarbij gaat het met name om geluid- en stofhinder, trillingen en verkeersgerelateerde effecten. Indien nodig worden maatregelen getroffen om overlast voor de directe omgeving zoveel mogelijk te beperken. Dit dient bij het uitwerken van de aanpak en fasering van de uitvoeringswerkzaamheden nader te worden geconcretiseerd. Gezien de tijdelijkheid van de werkzaamheden en de locatie, aard en omvang van het plan kunnen belangrijke negatieve milieueffecten uitgesloten worden.

18/19

4. CONCLUSIE Uit de informatie in deze notitie blijkt dat de kenmerken van het project, de plaats en de kenmerken van de milieueffecten geen aanleiding vormen voor het doorlopen van een mer-procedure. Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt dat wanneer wordt voldaan aan de gestelde eisen en maatregelen, zoals beschreven in hoofdstuk 3, er geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht worden.

19/19

Bijlage 3

93/216

Ecologische quickscan

Quickscan Ecologie Lange Marktstraat 14 te Leeuwarden

Quickscan Ecologie Lange Marktstraat 14 te Leeuwarden

Projectnummer:

EC247147/JT

Datum:

21 mei 2025

Versie:

1.0

Opdrachtgever:

5.1.2e 5.1.2e

Auteur:

5.1.2e

Kwaliteitscontrole:

5.1.2e

Handtekening:

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit document is aantoonbaar vrijgegeven.

5.1.2e

INHOUDSOPGAVE 1

2

Pagina: INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding en doel ................................................................................................................................. 4

1.2

Kwaliteitsborging ................................................................................................................................... 4

TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................ 5 2.1 2.1.1

Zorgplicht ........................................................................................................................................ 5

2.1.2

Soortenbescherming........................................................................................................................ 5

2.1.3

Nesten ............................................................................................................................................. 6

2.1.4

Gebiedsbescherming ....................................................................................................................... 7

2.2 3

4

5

6

7

Toetsingskader Omgevingswet.............................................................................................................. 5

Onderzoeksmethode ............................................................................................................................. 9

PLANGEBIED EN BEOOGDE ONTWIKKELING ........................................................................................... 10 3.1

Huidige situatie .................................................................................................................................... 10

3.2

Beoogde ontwikkeling ......................................................................................................................... 11

GEBIEDSBESCHERMING.......................................................................................................................... 12 4.1

Natura 2000-gebieden ......................................................................................................................... 12

4.2

Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 12

4.3

Ganzengebied ...................................................................................................................................... 12

SOORTENBESCHERMING ........................................................................................................................ 13 5.1

Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................................ 13

5.2

Ongewervelden ................................................................................................................................... 13

5.3

Amfibieën ............................................................................................................................................ 14

5.4

Vleermuizen ......................................................................................................................................... 14

5.5

Broedvogels ......................................................................................................................................... 15

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................................... 17 6.1

Conclusie beschermde soorten en gebiedsbescherming .................................................................... 17

6.2

Aanbevelingen en vervolgstappen ...................................................................................................... 18

6.3

Geldigheid onderzoeksgegevens ......................................................................................................... 18

GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................................................................. 19

BIJLAGEN Bijlage 1: Ligging plangebied Bijlage 2: Overzichtskaart beschermde gebieden

Quickscan Ecologie, Lange Marktstraat 14 te Leeuwarden, EC247147/JT

3

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

5.1.2e In opdracht van 5.1.2e heeft Mateboer Milieutechniek een quickscan ecologie uitgevoerd ter plaatse van Lange Marktstraat 14 in Leeuwarden (zie bijlage 1). Aanleiding voor deze quickscan ecologie zijn de voorgenomen herinrichtings- en renovatiewerkzaamheden ter plaatse van het kantoorpand gelegen aan de Lange Marktstraat 14 in Leeuwarden.

De ecologische quickscan is uitgevoerd in het kader van de Omgevingswet. Het doel van de quickscan is, om op basis van een literatuuronderzoek en een veldonderzoek, inzichtelijk te maken of: - beschermde planten- en diersoorten in het plangebied of de directe omgeving (binnen een straal van twee kilometer) van het plangebied kunnen voorkomen; - de planontwikkeling mogelijk effect(en) heeft op de al dan niet aanwezige beschermde plantenen diersoorten en daarmee mogelijk strijdig is met de soortenbescherming conform de Omgevingswet. Naar aanleiding van de mogelijke effecten wordt de noodzaak beschreven tot het uitvoeren van nader (soort specifiek)onderzoek conform de geldende protocollen; - de planontwikkeling plaatsvindt in of nabij een beschermd natuurgebied (Natura 2000-gebied, NNN-gebied en ganzengebied (foerageergebieden en slaapplaatsen) en of daarbij sprake is van de noodzaak voor nadere toetsing en vergunning in het kader van gebiedsbescherming conform de Omgevingswet; Wanneer uit de quickscan blijkt dat mogelijke effecten optreden als gevolg van de planontwikkeling of als er onvoldoende gegevens bekend zijn over de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten, dient er mogelijk een nader onderzoek of nadere toetsing uitgevoerd te worden. Op basis daarvan kan een vergunning bij het bevoegd gezag aangevraagd worden.

Wanneer binnen het plangebied en in de directe omgeving geen beschermde soorten of functies aanwezig zijn, is het nemen van soortgerichte maatregelen niet noodzakelijk. Bij het voorkomen van algemene (niet strikt beschermde) soorten geldt ten alle tijden de zorgplicht.

1.2

Kwaliteitsborging

Mateboer Milieutechniek is door Normec Certification gecertificeerd voor de NEN-EN-ISO 9001:2015 en heeft een eigen kwaliteitssysteem. De medewerkers van Mateboer Milieutechniek zijn voor de uitvoer van flora- en faunaonderzoeken VCA gecertificeerd. Daarnaast is Mateboer als kandidaat aangesloten bij Netwerk Groene Bureaus (NGB). Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor gebruik door de opdrachtgever. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie, doet dit op eigen risico. Mateboer Milieutechniek accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Mateboer Milieutechniek uitgevoerde onderzoek.

Quickscan Ecologie, Lange Marktstraat 14 te Leeuwarden, EC247147/JT

4

2

TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE

2.1

Toetsingskader Omgevingswet

In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2024 geregeld in de Omgevingswet. Vanuit de Omgevingswet worden kernbepalingen beschreven in de geldende uitvoeringsregelgeving. Hierbij zijn voor ‘natuur’ het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Omgevingsbesluit (Ob) en Omgevingsregeling (Or) van belang. De Omgevingswet regelt de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. De provincie is (in de meeste gevallen) bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden en beschermde dier- en plantensoorten. Daarmee zorgt zij tevens voor de verlening van vergunningen. Bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk bevoegd gezag.

2.1.1 Zorgplicht Een belangrijk overkoepelend instrument is de zorgplicht (artikel 1.6 -1.8 Omgevingswet), waarin gesteld wordt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de fysieke leefomgeving. Deze zorgplicht houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt, voor de fysieke leefomgeving:  dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel;  de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of;  voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Naast algemene regels kunnen overheden specifieke zorgplichten opnemen in hun verordeningen en omgevingsplannen. De specifieke zorgplicht zijn concrete maatregelen welke eenieder dient op te volgen als verantwoordelijke voor een voorgenomen activiteit:  welke verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kunnen hebben (artikel 11.6 Bal);  welke betrekking hebben tot dieren en planten in het wild (artikel 11.27 Bal);  welke betrekking hebben op houtopstanden (artikel 11.116 Bal). Een handeling valt onder een specifieke zorgplicht als degene die de activiteit verricht weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die handeling nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving.

Het nalaten van de zorgplicht is een overtreding van de Omgevingswet en kan gevolgen hebben.

2.1.2 Soortenbescherming Binnen de Omgevingswet zijn veel dier en plantensoorten beschermd. Het gaat om soorten welke vallen onder het Europese belang van de vogel- en habitatrichtlijn en bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland. Binnen het Bal zijn regels opgesteld over flora- en fauna activiteiten om soorten te beschermen. Drie beschermingsregimes kunnen worden onderscheiden (zie tabel 2.1).

Quickscan Ecologie, Lange Marktstraat 14 te Leeuwarden, EC247147/JT

5

Tabel 2.1: Beschermingsregimes voor beschermde soorten Beschermingsregime (artikel)

Lid

1a 1b 1c 1d 1a 1b Habitatrichtlijnsoorten, Bern 1c I en II en Bonn I (art. 11.46 1d Bal) 1e Vogelrichtlijnsoorten (art. 11.37 Bal)

1a Andere beschermde soorten 1b (art. 11.54 Bal) 1c

Schadelijke handelingen

Verboden opzettelijk doden/vangen Verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen/beschadigen Verboden eieren te rapen Verboden opzettelijk te verstoren Verboden opzettelijk doden/vangen Verboden opzettelijk verstoren Verboden eieren te vernielen/rapen. Verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen/vernielen Verboden opzettelijk planten te plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen Verboden opzettelijk doden/vangen van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers vernoemd in onderdeel A Verboden opzettelijk beschadigen/vernielen van voortplantings- en rustplaatsen van diersoorten als bedoeld in onderdeel A Verboden opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten als bedoeld in onderdeel B

De eerste twee beschermingsregimes sluiten nauw aan bij de verboden en uitzonderingen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere soorten geldt een minder strikt regime. Dit betreffen soorten van nationaal belang (bijlage IX Bal). Voor ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud zijn soorten vrijgesteld van artikel 11.54 van het Bal. Deze vrijgestelde soorten zijn genoemd in de omgevingsverandering van de desbetreffende Provincie. Bij het gebruik van de vrijstelling geleden wel aanvullende voorwaarden. Dit is afhankelijk van de soort, activiteit en het bevoegd gezag. Plannen/ingrepen dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor beschermde soorten. Als uit de beoordeling blijkt dat er geen schadelijke handelingen uitgevoerd zullen worden, is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de voorgenomen ingreep (mogelijk) wel tot een schadelijke handeling, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een vergunning flora en fauna activiteit) wel nodig.

2.1.3 Nesten De Omgevingswet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen van vogels. Het gaat om een bezet nest of een broedgeval. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen van de desbetreffende soort onder de bescherming van artikel 11.37 lid 1b van het Bal. Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar door gebruiken of jaarlijks terugkeren, zijn jaarrond beschermd. Nesten die het gehele jaar door zijn beschermd zijn opgedeeld in vier categorieën. Naast de algemene broedvogels en categorie 1 t/m 4 soorten is er nog een vijfde groep broedvogels gecategoriseerd. Dit betreft categorie 5-soorten, welke niet jaarrond beschermd zijn tenzij zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (zie tabel 2.2).

Quickscan Ecologie, Lange Marktstraat 14 te Leeuwarden, EC247147/JT

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=6eb84de6-cb6e-48c6-9aee-10307cd323a0