CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie Reikwijdte en Detailniveau Basisnotitie

Besluitvorming (raad) 17 december 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie gemeente Leeuwarden28.812 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De beoordeling van de huidige situatie is daarom goed. 2.1.3 Autonome ontwikkeling Er komen verschillende ontwikkelingen af op het landschap van Leeuwarden die van invloed zijn op de kwaliteit van de aanwezige landschappelijke waarden. Ten eerste gaat het om maatregelen met betrekking tot klimaatmitigatie (duurzaamheidsmaatregelen) en -adaptatie.

2

https://experience.arcgis.com/experience/7852db9d397e4a8ab7351a22089c6239/page/Het-verhaal

11/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Het Rijk en de provincie zetten in op het vernatten van het veenweidegebied om verdere bodemdaling tegen te gaan, wat positief kan bijdragen aan het behoud van het kenmerkende landschap met het verkavelingspatroon. Verhoging van het waterpeil kan echter ook het landschap veranderen, afhankelijk van de mate van vernatting. De verkaveling kan mogelijk deels behouden blijven, maar de kenmerkende weilanden zullen door vernatting waarschijnlijk aanzienlijk van uiterlijk veranderen. Natte teelten, zoals lisdodde, en bepaalde natuurtypen geven een ander landschapsbeeld. Het openweidelandschap verandert, zonder goed beheer, in een meer besloten landschap. Het toekomstige gebruik en beheer zijn daarmee bepalend voor het behoud van de landschappelijke waarden. Ook verduurzamingsmaatregelen, zoals het plaatsen van nieuwe windmolens en grootschalige zonnevelden, zijn van grote invloed op de kwaliteit van het landschap. Daarnaast wordt er ruimte gezocht voor het vergroten van de boezem en voor tijdelijke waterberging. Een ontwikkeling naar een circulaire economie vraagt ook veel meer ruimte. Terwijl er ook om andere redenen uitbreidingen nodig zijn van de huidige bedrijventerreinen. Ruimte voor 10% meer bomen vraagt ook een zorgvuldige inpassing in het voornamelijk open landschap.

Ontwikkelingen in de recreatiesector, zoals de vraag om meer permanente recreatieverblijven leggen ook druk op het landschap. De veranderende energie- en warmtevoorzieningen vragen ook om ruimte in dorpen en landelijk gebied. Wat betreft verstedelijking is rondom Leeuwarden een aantal grote uitbreidingsgebieden voorzien. Deze uitbreidingen zullen ter plaatse grote impact hebben op de karakteristieke openheid van het landschap. Ook dorpen worden uitgebreid, weliswaar op kleinere schaal, maar ook dit heeft impact op het landschap. Ook schaalvergroting in de landbouw, met als gevolg daarvan bijvoorbeeld grotere stallen en het vergroten van landbouwpercelen, heeft invloed op de landschappelijke kwaliteit. Al met al kan worden gesteld dat er voor de toekomst onzekerheden bestaan over het behoud van de landschappelijke waarden binnen de gemeente. De beoordeling is daarom redelijk. 2.1.4 Belangrijkste opgaven Een belangrijke opgave vanuit landschappelijk perspectief is enerzijds het bieden van ruimte aan nieuwe (en noodzakelijke) ruimtelijke ontwikkelingen, en anderzijds het borgen en, waar mogelijk, versterken van de landschappelijke kwaliteiten.

De huidige landschappelijke waarden zijn duidelijk in beeld; wat nog een aanvulling kan zijn, is een duidelijk kader of handleiding voor de wijze waarop nieuwe ontwikkelingen deze waarden zoveel mogelijk kunnen behouden en bij voorkeur versterken. Mogelijk biedt een landschappelijk ontwikkelingsplan hiervoor een uitkomst. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van bestaande instrumenten, zoals de werkwijze Nije Pleats3.

3

https://www.nijepleats.nl/

12/102

Kenmerk

2.2

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Erfgoed

2.2.1 Beoordelingssystematiek Bij deze indicator worden de (effecten op) erfgoed bekeken. Hierbij wordt ingegaan op het historisch cultuurlandschap en monumenten. Het betreft bebouwing, maar ook dorps- en stadgezichten en specifieke historische landschapselementen zoals de Himpensermarpolder. Archeologische (verwachtings)waarden worden op een later moment, in het OER, uitgewerkt. Op het gemeentelijk grondgebied of in de omgeving hiervan is verder geen sprake van werelderfgoed. Dit wordt daarom in deze leefomgevingsfoto niet nader beschouwd. Beoordeeld wordt wat de status is van het erfgoed binnen de gemeente en in hoeverre deze kwaliteit onder druk staat. Tabel 2.3 Beoordelingssystematiek erfgoed Indicator

Criterium

Slecht

Redelijk

Goed

Waarden erfgoed

Kwaliteit van het

Kwaliteit staat

Kwaliteit stabiel

Kwaliteit verbetert

erfgoed

onder druk

2.2.2 Huidige situatie De cultuurhistorische landschappelijke waarden binnen de gemeente Leeuwarden hangen in sterke mate samen met de landschappelijke waarden zoals ook op hoofdlijnen beschreven in paragraaf 2.1.2. Deze waarden zijn goed en gedetailleerd in beeld gebracht. Zie hiervoor de gedetailleerde beschrijving op de site “Het verhaal van het landschap van de gemeente Leeuwarden” (de landschapsbiografie). Historische (landschappelijke) waarden worden zoveel mogelijk binnen de gemeente via het omgevingsplan beschermd. Naarmate de historische waarde hoger is, is ook het beschermingsniveau hoger en is er dus minder flexibiliteit voor nieuwe ontwikkelingen. In de gemeente Leeuwarden zijn veel rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten te vinden. Daarnaast kent de gemeente beschermde dorps- en stadsgezichten. In de stad zijn vier beschermde stadsgezichten aangewezen. In de dorpen zijn dat er acht. Met name de binnenstad van Leeuwarden, een beschermd stadsgezicht, kent een hoge concentratie aan monumenten. Verder zijn ook enkele landschappelijke elementen, bijvoorbeeld de Hempensermeerpolder, een unieke Friese historische droogmakerij tussen Leeuwarden en Wergea, in zijn geheel aangewezen als gemeentelijk monument.

De gemeente Leeuwarden zet in haar beleid sterk in op het behoud van cultureel erfgoed onder andere doormiddel van de opgestelde erfgoedverordening en de erfgoednota. Ook verzorgt de gemeente actieve communicatie rondom dit thema, bijvoorbeeld bij gemeentelijke monumenten. Ook de opgestelde landschapsbiografie helpt mee aan de bewustwording rondom dit thema. In 2024 verkeerde circa 86% van de rijksmonumenten (niet-woonhuizen) in de provincie Friesland in een goede tot redelijke staat, tegenover 87% landelijk.4 Voor de gemeente Leeuwarden zijn geen exacte cijfers beschikbaar. Op basis van provinciale en landelijke gegevens wordt aangenomen dat de kwaliteit minimaal vergelijkbaar is met het gemiddelde in Friesland.

4

https://erfgoedmonitor.cultureelerfgoed.nl/mosaic/dashboard/fysieke-staat-gebouwd-erfgoed-naar-regio

13/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

De beoordeling is daarom goed. 2.2.3

Autonome ontwikkeling

In de autonome ontwikkeling is onder meer de verwachting dat in de veenweidegebieden het peil wordt opgezet en het gebied zal vernatten. Dit kan erfgoed beschermen, omdat bodemdaling minder optreedt. Bodemdaling kan erfgoed beschadigen door aantasting van houten funderingen, bijvoorbeeld door rotting bij lage grondwaterstanden. Ongelijke bodemdaling kan leiden tot verzakkingen en scheuren in monumentale gebouwen.5 Vergroening van het stedelijk gebied in de toekomst, bijvoorbeeld om wateroverlast en hittestress te voorkomen en biodiversiteit te stimuleren, kan zowel een kans als een bedreiging vormen voor het erfgoed. Het biedt kansen wanneer historische groenstructuren worden ingezet, wat ook een impuls geeft aan de historische kernen. Tegelijk kan vergroening een bedreiging zijn als deze ten koste gaat van de historische kenmerken van het gebied. Door de borging van waarden in het omgevingsplan probeert de gemeente dit echter zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast wijst de gemeente de komende jaren meer gemeentelijke monumenten aan. Deze uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst versterkt de bescherming en borging van het erfgoed. Er is sprake van toenemende leegstand en functiewijziging van religieus en agrarisch erfgoed. Boerderijen worden daarbij vaak opgesplitst in appartementen, wat zorgt voor een andere inrichting en beleving van de omgeving.

Ook monumenten ondergaan functiewijzigingen of herbestemmingen, waardoor niet alleen het gebouw zelf, maar soms ook de directe omgeving wordt aangepast. Woningbouw en de energietransitie zijn belangrijke opgaven binnen de autonome ontwikkeling van de gemeente Leeuwarden. Dorpsuitbreidingen nabij beschermde dorpskernen en de ruimteclaim van de energietransitie binnen beschermde dorps- en stadsgezichten kunnen hiervoor een bedreiging vormen. Voor het cultuurhistorisch landschap gelden dezelfde autonome ontwikkelingen als voor het landschap als geheel. Zie daarvoor paragraaf 2.1.3. Al met kan gesteld worden dat de situatie binnen de gemeente redelijk is. 2.2.4 Belangrijkste opgaven Omdat de situatie als redelijk wordt beoordeeld is de belangrijkste opgave voor de gemeente om erfgoed integraal mee te nemen in de benadering van de verschillende opgaven, bijvoorbeeld veranderende klimaatomstandigheden en de energietransitie.

3 Bodem Bodemdaling, verzilting en verdroging vormen met name in het buitengebied van de gemeente, maar ook in delen van de stad Leeuwarden, een groeiend probleem.6 5 6

Stop bodemdaling in veenweidegebieden, Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, 2020. https://leeuwarden.incijfers.nl/viewer/report?openinputs=true&id=langs_de_lijnen_van_de_toekomst

14/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

In dit hoofdstuk wordt bodemdaling behandeld. Verzilting komt in paragraaf 4.2 aan bod en verdroging in paragraaf 6.3. Ook de bodemkwaliteit in de gemeente staat onder druk door eerdergenoemde factoren, verstedelijking, intensieve landbouw en klimaatverandering. De bodemkwaliteit wordt in een latere fase, binnen het OER, verder uitgewerkt. In de volgende tabel is het kwaliteitsniveau samengevat van de indicator van het thema bodem in de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Tabel 3.1 Beoordeling indicatoren bodem. Indicator Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Bodemdaling

3.1

Bodemdaling

Door de bodem geschikter te maken voor de landbouw, is de bovengrond steeds verder ontwaterd. Daardoor komt er lucht in de grond, waardoor veen wordt afgebroken en als CO2 in de lucht verdwijnt. Als gevolg hiervan daalt de bodem. Door klimaatverandering zal dit proces naar verwachting alleen maar versnellen.7 Daarnaast kan bodemdaling optreden als gevolg van het belasten van slappe grond (veen- en kleigrond), bijvoorbeeld bij de compensatie van eerdere bodemdaling. Ook nieuwe bebouwing kan zorgen voor een toename aan bodemdaling. Verder kan gaswinning de bodem doen inzakken, met bodemdaling tot gevolg. De gevolgen van bodemdaling zijn: 1. Uitstoot van CO2 door veenoxidatie 2. 3.

Toename wateroverlast en overstromingsrisico Schade aan funderingen van woningen en (ondergrondse) infrastructuur

3.2

Beoordelingssystematiek

In de tabel hieronder wordt de beoordelingssystematiek van bodemdaling weergegeven. Tabel 3.2 Beoordelingssystematiek bodemdaling Indicator

Criterium

Slecht

Bodemdaling

Mate waarin de bodem Bodem daalt

Redelijk

Goed

Bodem blijft gelijk

Bodem stijgt

daalt

3.2.1 Huidige situatie Figuur 3.1 laat zien waar en in welke mate de bodem in de gemeente Leeuwarden zakt.

7

https://edepot.wur.nl/364242#:~:text=Hoe%20lager%20het%20grondwater%20staat,buizen%20en%20leidingen%20te%20beper ken.

15/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

De kaart is opgesteld door het Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-Informatica (NCG) en SkyGeo op basis van gegevens uit 2017 tot en met 20228. De betekenis van de legendakleuren staan hieronder. • Rood: bodem daalt met meer dan 5 mm per jaar. • •

Groen: minimale beweging van de bodem. Blauw: bodem stijgt met meer dan 5 mm per jaar.

Figuur 3.1 Bodemdaling in gemeente Leeuwarden. Bron: Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-Informatica (NCG), 2019. Geraadpleegd via Atlas Leefomgeving in 20259.

Aan de randen van de stad Leeuwarden is sprake van bodemdaling tussen de 1 en 5 mm per jaar. Dit geldt eveneens voor de bodem in het westen en zuiden van de gemeente en voor de veengebieden aan de oostzijde. Dit is relatief sterke bodemdaling. De daling wordt vooral veroorzaakt door ontwatering. In de Friese veenweidegebieden leidt dit onder andere tot schade aan funderingen van gebouwen10.

8

Er is ook een verzakkingskaart opgesteld door het Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-Informatica (NCG) en SkyGeo uit 2022: https://bodemdalingskaart.portal.skygeo.com/portal/bodemdalingskaart/u2/viewers/basic/. 9 https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten 10 https://www.omropfryslan.nl/nl/nieuws/1104122/niet-3600-maar-5100-huizen-in-friese-veenweide-met-risico-op-funderingsschade.

16/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Daarnaast vindt in en rondom de gemeente Leeuwarden gaswinning plaats. Het gas wordt gewonnen uit de gasvelden van Leeuwarden en Nijega, vanuit meerdere bestaande mijnbouwlocaties. Naar verwachting wordt de gaswinning van voorgenoemde velden beëindigd in 2032. De totale bodemdaling als gevolg van de gaswinning bedraagt circa 6 centimeter, waarvan nog ongeveer 1 centimeter wordt verwacht. Het seismisch risico wordt daarbij als verwaarloosbaar beschouwd.11 Vanwege de bodemdaling in de huidige situatie wordt dit als slecht beoordeeld. 3.2.2

Autonome ontwikkeling

Figuur 3.2 en Figuur 3.3 tonen de verwachte bodemdaling in de gemeente Leeuwarden tot 2050. De mate van bodemdaling hangt vooral af van klimaatverandering en het peilbeleid. Hiervoor zijn door Deltares, Wageningen Environmental Research en TNO-Geologische Dienst Nederland twee scenario’s uitgewerkt: een hoog scenario en een laag scenario, die samen de bandbreedte weergeven waarbinnen bodemdaling waarschijnlijk zal plaatsvinden. De berekeningen zijn gedaan met het bodemdalingsmodel Atlantis, dat is ontwikkeld om de bodemdaling van slappe gronden op regionale schaal te voorspellen. In het hoge scenario is te zien hoe sterk de bodem daalt op basis van het scenario sterke daling. In dat scenario warmt het klimaat sterk op (WH-scenario) en wordt het oppervlaktewaterpeil in reactie op de bodemdaling verder verlaagd (peilindexatie). In het lage scenario is te zien hoe sterk de bodem in Nederland daalt op basis van het lage scenario met beperkte daling. In dat scenario warmt het klimaat beperkt op (GL-scenario) en wordt het oppervlaktewaterpeil ondanks de bodemdaling niet verlaagd (peilfixatie).12

11 12

https://mijnbouwvergunningen.nl/page/view/51f76c55-fe68-4c50-a241-ecc4dc67d302/leeuwarden-nijega https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/bodemdalingsvoorspellings-kaarten

17/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Figuur 3.2 Bodemdaling in gemeente Leeuwarden 2020-2050 Hoog. Bron: Deltares, WEnR & TNO, 2021. Geraadpleegd via Klimaateffectatlas in 202513.

13

https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/kaartviewer

18/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Figuur 3.3 Bodemdaling in gemeente Leeuwarden 2020-2050 Laag. Bron: Deltares, WEnR & TNO, 2021. Geraadpleegd via Klimaateffectatlas in 202514.

In beide scenario’s treedt bodemdaling op. Met name in de veengebieden aan de oostzijde van de gemeente gaat het om beperkte tot zeer sterke daling. In de zuidelijke punt van de gemeente is in het hoge scenario sprake van matige bodemdaling, en in het lage scenario van beperkte daling. Verder zijn er in beide scenario’s aan de westzijde van de gemeente en in de stad Leeuwarden enkele locaties waar beperkte tot vrij sterke bodemdaling plaatsvindt. Voor de andere delen van de gemeente is de bodemdaling verwaarloosbaar. De bodemkwaliteit in Nederland, en ook in Friesland, staat structureel onder druk door onder andere klimaatverandering en het laaghouden van het waterpeil. Tegelijkertijd zijn er positieve ontwikkelingen zichtbaar. Zo groeit de politieke aandacht voor duurzaam bodembeheer, onder meer door de EU-Bodemstrategie 203015. Ook in de praktijk zijn verbeteringen merkbaar, zoals de afzet van chemische bestrijdingsmiddelen is sinds 2020 met 20% gedaald16, het areaal biologische landbouw nam tussen 2011 en 2024 met 92% toe17 en steeds meer boeren en burgers werken samen in initiatieven rond kringlooplandbouw en bodemverbetering 18.

14

https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/kaartviewer https://environment.ec.europa.eu/topics/soil-health/soil-strategy2030_en#:~:text=The%20EU%20Soil%20Strategy%20for,production%2C%20biodiversity%20and%20climate%20resilience. 16 https://www.clo.nl/indicatoren/nl001525-afzet-van-gewasbeschermingsmiddelen-2011-2023 17 https://www.clo.nl/indicatoren/nl001122-biologische-landbouw-arealen-en-veestapels-2011-2024 18 https://edepot.wur.nl/530317 15

19/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Biologische landbouw draagt aantoonbaar bij aan een betere bodemstructuur en hogere biodiversiteit in en op de bodem19. Voor de gemeente Leeuwarden zijn geen specifieke gegevens beschikbaar. Aangenomen wordt dat deze vergelijkbaar zijn met de landelijke en provinciale informatie. Afgaande op de positieve signalen is de verwachting dat in de autonome ontwikkeling de bodemdaling ten opzichte van de huidige situatie zal afnemen, er zijn echter ook onzekerheden bijvoorbeeld in de snelheid waarin de transitie van landelijk gebied zal plaatsvinden en de mate waarin het klimaat verandert. De autonome bodemdaling wordt daardoor redelijk beoordeeld. 3.2.3 Belangrijkste opgaven De belangrijkste opgave voor de gemeente voor bodemdaling is het terugdringen ervan. Zoals eerder toegelicht leidt in het Friese veenweidegebied ontwatering tot bodemdaling, verzakkingen van gebouwen en infrastructuur, verdroging van natuurgebieden en uitstoot van broeikasgassen door veenoxidatie. Hiervoor is bestaand beleid; de gemeente Leeuwarden heeft namelijk meegewerkt aan het Veenweideprogramma 2021-2030 van de provincie Fryslân. Het programma richt zich op een toekomst waarin veenafbraak, bodemdaling en CO₂-uitstoot nagenoeg zijn gestopt en waarin landschap, natuur en leefbaarheid versterkt zijn. Voor 2030 is het doel: • Het verminderen van bodemdaling (gemiddeld 0,2 cm per jaar) • • •

Het terugdringen van de CO2-uitstoot Het bieden van een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw En de inrichting van een waterrobuust en klimaatbestendig watersysteem

De gemeente Leeuwarden heeft daarnaast de Bodembeheernota Zicht op de grond (2020) vastgesteld. Het gaat daarbij om duurzaam omgaan met de bodem en grondstromen, inzicht in de bodemkwaliteit, naleving van wettelijke verplichtingen, ondersteuning van ruimtelijke ontwikkelingen en het voorkomen van gezondheidsrisico’s en milieuschade. De bodembeheernota gaat over bodemkwaliteit in het algemeen en niet enkel over bodemdaling. Deze bodembeheernota zal worden vervangen door de Handreiking Bodem. De verwachting is deze in 2026 wordt vastgesteld. In 2019 is een MEMO opgesteld over de bodemcluster en de voorbereiding op de komst van de Omgevingswet. Daarin staan ook de te verwachten maatschappelijke opgaven waar de bodem een rol speelt. Dit zijn biodiversiteit, de energietransitie, klimaatadaptatie, voedsel en landbouw en welbevinden in leef- en woonomgeving. Verder heeft de gemeente het Beleidskader Water (2024), waarin ook bodem een belangrijk thema vormt. Bodem en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In het Beleidskader is vastgelegd dat het bodem- en watersysteem sturend zijn voor een toekomstbestendige ontwikkeling.

19

https://www.organicseurope.bio/what-we-do/biodiversity-soil-water/?utm_source=chatgpt.com

20/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

4 Waterkwaliteit De waterkwaliteit is de ecologische en chemische toestand van oppervlaktewater en grondwater. De ecologische toestand gaat over de aanwezigheid van algen, bacteriën, voedingsstoffen, dieren en planten. De chemische toestand wordt bepaald door de aanwezigheid van verontreinigingen, zoals bestrijdingsmiddelen, nitraat, PFAS en medicijnresten20. De KRW is een Europese richtlijn over de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. In 2000 hebben de landen uit de Europese Unie deze richtlijn vastgesteld en zijn wateren met enige omvang aangewezen als KRW-water. Deze KRW-wateren moeten in 2027 een goed leefgebied vormen voor de planten en dieren die er thuishoren. En er moet redelijk eenvoudig drinkwater van te maken zijn21. Al de overige wateren mogen de kwaliteit van de KRW-wateren niet negatief beïnvloeden. In de volgende tabel zijn de kwaliteitsniveaus samengevat van de indicatoren van het thema waterkwaliteit in de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Tabel 4.1 Beoordeling indicatoren waterkwaliteit. Indicator Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwaterkwaliteit

4.1

Oppervlaktewaterkwaliteit

Goede waterkwaliteit zorgt voor een gezonde leefomgeving voor flora en fauna. Bij een slechtere waterkwaliteit neemt de biodiversiteit af22. De waterkwaliteit van KRW-waterlichamen in Nederland voldoet op veel plekken niet aan de normen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)23. De belangrijkste oorzaken zijn stoffen waarvan de concentraties te hoog zijn door uitstoot, toxische stoffen waaronder bestrijdingsmiddelen, vermesting door stikstof en fosfor, versnippering door gemalen en stuwen en de inrichting en het beheer, zoals veel verharding en intensief oeverbeheer waardoor water niet natuurlijk wordt gefilterd. Dit geldt ook voor de gemeente Leeuwarden. Daarnaast kampt de gemeente met verzilting, wat het geleidelijk toenemen van het zoutgehalte van bodem en/of water betekent. Dit is ook slecht voor de waterkwaliteit.

4.2

Beoordelingssystematiek

In de tabel hierna wordt de beoordelingssystematiek van oppervlaktewaterkwaliteit weergegeven.

20

https://www.drinkwaterplatform.nl/themas/verontreiniging/waterkwaliteit/ https://unievanwaterschappen.nl/waterkwaliteit/kaderrichtlijn-water-krw/ https://edepot.wur.nl/530317 23 In 2024 scoorde Nederland op de Clean Water Index de 19e plek (van de 22 EU-landen). Hoewel de waterkwaliteit sinds 1980 is verbeterd, stagneert de afname van nutriënten sinds 2009. Volgens het RIVM voldoet de waterkwaliteit op veel plekken nog niet aan de normen. Zo heeft 44% van de oppervlaktewateren een onvoldoende biologische kwaliteit. 21 22

21/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Tabel 4.2 Beoordelingssystematiek oppervlaktewaterkwaliteit. Indicator

Criterium

Slecht

Redelijk

Oppervlaktewaterkwaliteit

Kwaliteit van het

KRW-normen

KRW-normen deels KRW-normen

Goed

oppervlaktewater

(grotendeels) niet

gehaald

uitgedrukt in KRW-

gehaald

(grotendeels) gehaald

normen

4.2.1 Huidige situatie Figuur 4.1 toont de KRW-oppervlaktewaterlichamen in de gemeente Leeuwarden. Meer gedetailleerde informatie over de verschillende watergangen en bijhorende kwaliteit is terug te vinden op het Waterkwaliteitsportaal24.

Figuur 4.1 KRW-oppervlaktewaterlichamen in gemeente Leeuwarden. Bron: Waterkwaliteitsportaal, 2021. Geraadpleegd via PDOK in 202525.

In de veengebieden van de gemeente Leeuwarden worden regelmatig de normen voor stikstof en fosfor overschreden, mede door intensieve landbouw en meststoffen. De bodem bestaat voornamelijk uit klei- en veengronden.

24

Home | Het Waterkwaliteitsportaal. Het Waterkwaliteitsportaal wordt beheerd door het Informatiehuis Water, een samenwerkingsprogramma van Rijkswaterstaat, de waterschappen en de provincies. 25 https://www.pdok.nl/introductie/-/article/krw-oppervlaktewaterlichamen-inspire-geharmoniseerd-

22/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Landbouwbedrijven voldoen hier doorgaans aan de EU-normen voor nitraatconcentraties in uitspoelend water, al zijn deze gronden wel kwetsbaar voor verzilting.26 Op en rond Vliegbasis Leeuwarden is de bodem verontreinigd geraakt met PFAS door het gebruik van blusschuim (1980–2006)27. In de Jelsumer Feart en omgeving zijn daardoor zeer hoge PFASwaarden gemeten28. Daarnaast wijst een recent RIVM-onderzoek uit dat het gebruik van LDstaalslakken (restmateriaal uit de staalproductie) leidt tot milieuschade die onvoldoende wordt beheerst. In Leeuwarden is daarbij vastgesteld dat de toepassing van staalslakken tot te hoge pHwaarden in nabijgelegen oppervlaktewater leidt.29 Volgens een tussenevaluatie van Wetterskip Fryslân voldeed in 2023 slechts 52% van de KRWwaterlichamen aan de ecologische normen van de Europese Kaderrichtlijn Water30. Daarmee wordt de oppervlaktewaterkwaliteit in de gemeente Leeuwarden als slecht beoordeeld. 4.2.2 Autonome ontwikkeling Voor waterkwaliteit geldt dat sinds 1990 aanzienlijke verbeteringen zijn geboekt, al is de vooruitgang de laatste jaren gestagneerd31. Het Wetterskip Fryslân verwacht pas in 2045 volledige naleving te bereiken32. Ondanks de uitdagingen zijn er ook positieve ontwikkelingen. De Europese Green Deal bevat ambitieuze doelen voor de verbetering van waterkwaliteit. Dit leidt tot strengere milieuwetgeving, zowel op EU- als nationaalniveau.

Het ligt in de lijn der verwachting dat de waterkwaliteit gedurende de looptijd van de omgevingsvisie in belangrijke mate zal verbeteren. Er zijn echter ook onzekerheden of genoemde KRW doelen ook daadwerkelijk worden behaald. De nalevering van fosfaat uit historische bemesting heeft bijvoorbeeld de komende tijd nog een grote invloed op de kwaliteit van het watersysteem. Mede gezien deze onzekerheid is de beoordeling redelijk. 4.2.3 Belangrijkste opgaven Om de waterkwaliteit en de bijhorende KRW-normen te bereiken heeft de gemeente een aantal opgaven. Dit vraagt om investeringen in een robuust en schoon watersysteem dat toekomstbestendig is. Vanuit deze opgaven heeft de gemeente verschillende doelen geformuleerd in het Beleidskader Water 2025. Hieruit zijn de volgende ambities vastgesteld: • •

De basis van het watersysteem toekomstbestendig op orde brengen en inzetten om het hart van een groenblauwe regio te zijn Het benutten van water voor een gezonde en duurzame leefomgeving

• Het verwaarden van water (= water als economische en innovatieve kans zien) Daarnaast zijn concrete doelen geformuleerd zoals het voldoen aan de eisen van waterkwaliteit is leidend voor gebruik (water en biodiversiteit sturend).

26

https://www.rvo.nl/onderwerpen/mest/met-nutrienten-verontreinigde-gebieden-nv-gebieden https://www.defensie.nl/onderwerpen/pfas-verontreiniging? https://www.wetterskipfryslan.nl/actueel/informatie-jelsumer-feart 29 https://www.ilent.nl/documenten/leefomgeving-en-wonen/bodem/bodemtoezicht/signaalrapportages/toepassing-ld-staalslakken-opland-te-risicovol-voor-milieu 30 https://www.wetterskipfryslan.nl/news/wetterskip-wil-investeren-in-waterkwaliteit 31 https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2024-0113.pdf 32 https://www.wetterskipfryslan.nl/actueel/informatie-jelsumer-feart 27 28

23/102

Kenmerk

4.3

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Grondwaterkwaliteit

Een goede grondwaterkwaliteit zorgt voor onder andere voor schone drinkwaterbronnen. Bij een slechtere grondwaterkwaliteit moeten drinkwaterbedrijven complexere zuivering toepassen. Te veel verontreinigingen kunnen zelfs leiden tot tijdelijke innamestops of drinkwaterbronnen helemaal onbruikbaar maken. Ook voor andere functies zoals natuur en landbouw is schoon- en zoet grondwater van belang. 4.3.1 Beoordelingssystematiek In de tabel hierna wordt de beoordelingssystematiek van grondwaterkwaliteit weergegeven. Tabel 4.3 Beoordelingssystematiek grondwaterkwaliteit. Indicator

Criterium

Slecht

Redelijk

Goed

Grondwaterkwaliteit

Kwaliteit van het

KRW-normen

KRW-normen

KRW-normen

oppervlaktewater

(grotendeels)

deels gehaald

(grotendeels)

uitgedrukt in KRW-

niet gehaald

gehaald

normen Mate van invloed van verzilting

Sterke invloed

Invloed

Beperkte tot geen invloed

4.3.2 Huidige situatie In het grondwater worden steeds vaker verontreinigingen aangetroffen, waardoor drinkwaterbedrijven extra moeten zuiveren. De bodem, ondergrond, weerspatronen, waterwinning en lozingen hebben invloed op de lokale kwantiteit en kwaliteit van het grondwater. De grootste knelpunten op het gebied van grondwater in Friesland, en dus ook in Leeuwarden, zijn de kwantiteit, verontreinigingen (‘vergrijzing van het grondwater’), verzilting en verdroging. Het grondwater systeem in Fryslân is vanuit de KRW in vier grondwaterlichamen opgedeeld (zie Figuur 3.1): Zand Rijn-Noord (de hogere zandgronden), Zout Rijn-Noord (het zeekleigebied), Deklaag Rijn-Noord (het veenweidegebied) en Wadden Rijn-Noord (de Waddeneilanden). Deze laatste ligt niet in de gemeente Leeuwarden.

24/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Figuur 4.2 Grondwaterlichamen in provincie Fryslân. Bron: Provincie Fryslân, Regionaal Waterprogramma 20222027. Geraadpleegd via Omgevingsvisie Fryslân, 202033.

Uit de toestand beoordeling van deze grondwaterlichamen tussen 2013 en 2019 blijkt dat de grondwatervoorraad op pijl blijft en dat de grondwaterkwaliteit, met uitzondering van het WaddenRijn Noord grondwaterlichaam, over het algemeen goed is34. Dat wil zeggen dat de concentratie milieuvreemde stoffen in de gemeente Leeuwarden onder de norm blijft op 80% van de meetlocaties35. Wel vormt de verzilting een aandachtspunt. Vanuit de Waddenzee komt dit de kleigebieden binnen de gemeente binnen. Een groot deel van dit (zoute) grondwater wordt via de sloten en de Friese boezem weer terug naar de Waddenzee gevoerd. Een deel van dit zoute water stroomt echter in zuidelijke richting naar het veengebied. Deze stromingen dragen bij aan de verschuiving van de zoet-zout grens langs de kust en de aanwezigheid van zoute kwel in het oppervlaktewater van de gemeente Leeuwarden. In Figuur 3.1 is te zien op welke diepte sprake is van verzilting in het grondwater in de gemeente Leeuwarden. Op de kaart is zichtbaar dat er sprake is van verzilting van het diepe grondwater in de noordelijke kleischil vanuit de Waddenzee. Ook de aanwezigheid van de voormalige Middelsee heeft gezorgd voor zout grondwater in het westelijk deel van de gemeente.

33

https://www.fryslan.frl/_flysystem/media/Bijlage%201%20Omgevingsvisie%20De%20Romte%20Diele.pdf https://cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/regionaal_waterprogramma_2022-2027.pdf?cb=H1tzvuyR https://www.stowa.nl/sites/default/files/assets/PUBLICATIES/Publicaties%202022/STOWA-KIWK%20202223%20eindrapport%20grondwater.pdf 34 35

25/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Figuur 4.3 Verzilting van grondwater in gemeente Leeuwarden. Bron: Deltares, 2015. Geraadpleegd via Atlas Natuurlijk Kapitaal in 202536.

Verzilting van het oppervlaktewater heeft negatieve gevolgen voor landbouw en natuur. Door hoge zoutconcentraties nemen planten moeilijker water op. Hierdoor kan ondanks de aanwezigheid van voldoende water toch droogteschade ontstaan in gewassen en natuurgebieden. Tussen plantensoorten en landbouw gewassen is sprake van sterk variërende zouttoleranties. Hierdoor zijn de effecten in bepaalde natuurgebieden en bij bepaalde gewassen duidelijker zichtbaar dan andere. Verzilting vormt ook een uitdaging voor de drinkwatervoorziening.37 De grondwaterkwaliteit wordt goed beoordeeld en de verzilting beperkt zich tot het noorden van de gemeente. Daarom wordt de huidige situatie als goed beoordeeld. 4.3.3 Autonome ontwikkeling Door de vernatting in het veenweidegebied zal er minder intensieve landbouw en veeteelt gebruik maken van deze gronden wat van positieve invloed is op de grondwaterkwaliteit. Minder vee betekent namelijk minder mest. Een andere autonome ontwikkeling is het derogatiebeleid en daarmee het verminderen van het uitrijden van mest en het gebruik van bufferzones langs waterlopen. Dit zal een positieve uitwerking hebben.38 36

https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten?config=58bf95bc-67bf-402d-a355-af211ad33949&gm-x=150000&gm-y=460000&gmz=3&gm-b=1544180834512,true,1;1554377515276,true,0.8&activateOnStart=layermanager&deactivateOnStart=layercollection 37 https://cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/regionaal_waterprogramma_2022-2027.pdf?cb=H1tzvuyR 38 https://www.fryslan.frl/_flysystem/media/Bijlage%201%20Omgevingsvisie%20De%20Romte%20Diele.pdf

26/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Andere belangrijke trends voor de grondwaterkwaliteit zijn de toenemende verzilting en vergrijzing 39

. Als gevolg van zeespiegelstijging en bodemdaling in het veenweidegebied wordt indringing van zoutwater op de termijn een groter probleem op het vaste land. De toestroming van zout grondwater onder de zeedijk door richting het vasteland kan met bijna 20% toenemen40. Daarnaast neemt door klimaatverandering het risico op verzilting toe. Door verdamping en langere periodes van droogte neemt de dikte van zoetregenwaterlenzen af en kan het zoute grondwater de wortelzone van de gewassen bereiken. Een zoetregenwaterlens is zoetwater dat door een lagere dichtheid drijft op zout water. Het verziltingsrisico in de noordelijke kleischil aan de noordzijde van de gemeente neemt toe rond 2050.41 De vergrijzing vormt een risico voor langdurige verslechtering van de grondwaterkwaliteit. Het verwijderen van deze stoffen om grondwater geschikt te maken voor functies voor de mens (drinkwater, landbouw) is complex en kostbaar. De opkomst van bodemenergiesystemen, zoals geothermie en warmtekoudeopslag, vormt een aanvullend risico voor de grondwaterkwaliteit. Gescheiden watervoerende pakketten kunnen met elkaar in contact komen na doorboring van de niet doordringbare bodemlagen (klei, leem) waardoor verontreinigingen zich verder kunnen verspreiden. Dit vormt op de lange termijn een risico voor de kwaliteit van de drinkwaterreservoirs.

Er is ook kans op verbetering door het verbod op het gebruik en de lozing van giftige milieuvreemde stoffen.42 De autonome ontwikkeling in de gemeente kent zoals beschreven een aantal onzekerheden die van invloed kunnen zijn op de van het grondwaterkwaliteit en daarmee de KRW-doelen. Ook is er een risico op een toename van verzilting. De autonome ontwikkeling wordt daarom als redelijk beoordeeld. 4.3.4 Belangrijkste opgaven De opgaven en ambities die in de vorige paragraaf bij oppervlaktewaterkwaliteit staan omschreven, gelden ook voor grondwater.

5 Natuur Natuur is een breed begrip dat verwijst naar alles op aarde wat niet door de mens is gemaakt, waaronder planten, dieren, en landschappen. In het dichtbevolkte Nederland is natuur een schaars goed. Naast de hoeveelheid is ook de kwaliteit een probleem. Verzuring, verzilting, vermesting, versnippering, verdroging, verzakking en klimaatverandering bedreigen de leefgebieden en ecosystemen van planten en dieren. Er zijn verschillende redenen waarom behoud van natuur en biodiversiteit belangrijk is. Ten eerste heeft natuur een intrinsieke waarde.

39

In het Nederlandse grondwater komen verschillende chemische stoffen voor. Deze stoffen verspreiden zich naar steeds grotere diepten en beïnvloeden langzaamaan de kwaliteit van steeds meer grondwater. Dit wordt vergrijzing van grondwater genoemd. 40 https://cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/regionaal_waterprogramma_2022-2027.pdf?cb=H1tzvuyR 41 https://www.fryslan.frl/_flysystem/media/Bijlage%201%20Omgevingsvisie%20De%20Romte%20Diele.pdf 42 https://www.fryslan.frl/_flysystem/media/Bijlage%201%20Omgevingsvisie%20De%20Romte%20Diele.pdf

27/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Planten en dieren hebben uit zichzelf bestaansrecht en aantasting daarvan moet zoveel mogelijk vermeden worden. Ten tweede vervullen natuurlijke hulpmiddelen basisfuncties zonder welke de mens niet kan overleven. We spreken dan van ecosysteemdiensten. Basisdiensten die de natuur levert zijn voedselvoorziening, schoon drinkwater, hout, beschutting, matiging van weersinvloeden en klimaatverandering. Maar er zijn ook afgeleide waarden, zoals recreatiemogelijkheden en een aantrekkelijke, groene woonomgeving. In deze HSAO wordt de natuur beoordeeld aan de hand van een aantal indicatoren. Natuur is echter geen op zichzelf staand thema, maar een integraal onderdeel van de leefomgeving. Biodiversiteit bevindt zich niet alleen binnen de aangewezen natuurgebieden die we nu vooral beoordelen, maar ook in de stad, dorpen en het buitengebied. In een latere fase, in het OER, worden deze overige groenstructuren binnen de gemeente daarom meegenomen, zodat er een breder beeld wordt verkregen dan enkel dat van de aangewezen natuurgebieden en hun biodiversiteit. In de volgende tabel zijn de kwaliteitsniveaus samengevat van de indicatoren van het thema natuur in de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Tabel 5.1 Beoordeling indicatoren natuur. Indicator Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Biodiversiteit

Natuur Netwerk Nederland en andere provinciale natuurgebieden Natura 2000-gebieden inclusief stikstofdepositie

5.1

Biodiversiteit (soortendiversiteit)

Biodiversiteit is de term die wordt gebruikt om de verscheidenheid van het leven op aarde aan te duiden. Het gaat om de verschillende soorten planten, dieren, micro-organismen en schimmels, het genetisch materiaal dat zij bevatten, de levensgemeenschappen die zij vormen en de ecosystemen waarin zij leven. Biodiversiteit is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Het zorgt voor zuurstofproductie, afbraak van organisch materiaal, bestuiving van planten, en biedt energie, geneesmiddelen en grondstoffen. Daarnaast helpt biodiversiteit bij het bestrijden van plagen, zuiveren van water en bescherming tegen klimaatverandering. Een hoge biodiversiteit maakt ecosystemen veerkrachtiger tegen verstoringen en veranderingen, zoals klimaatverandering.

28/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

De volgende figuur schetst het belang van een hoge biodiversiteit in onze biosfeer; het gebied op aarde dat alle levende wezens omvat. Het vertegenwoordigt al het leven op aarde.

Figuur 5.1 Belang van biodiversiteit. Bron: Leeuwarden in 2028.

5.1.1 Beoordelingssystematiek In de tabel hieronder wordt de beoordelingssystematiek van biodiversiteit weergegeven. Tabel 5.2 Beoordelingssystematiek biodiversiteit. Indicator

Criterium

Slecht

Biodiversiteit Kwaliteit van Slechte biodiversiteit

Redelijk

Goed

Redelijke biodiversiteit

Goede biodiversiteit

biodiversiteit

5.1.2 Huidige situatie In de afgelopen decennia is de biodiversiteit achteruitgegaan zowel binnen als buiten aangewezen natuurgebieden. De kwaliteit en samenhang van leefgebieden is verslechterd door menselijke activiteiten. Grootschalige landbouw, industriële vervuiling en verstedelijking dragen bij aan de afname van biodiversiteit. Figuur 5.2 toont de Living Planet Index (LPI) van Nederland. De Nederlandse LPI geeft de gemiddelde verandering in populatieomvang (uitgedrukt in aantallen of in omvang van het verspreidingsgebied) weer van vrijwel alle inheemse broedvogels, reptielen, amfibieën, vlinders en libellen, en de meeste soorten zoogdieren en zoetwatervissen, in totaal 376 soorten. De LPI beperkt zich tot de fauna, waardoor vaatplanten, (korst)mossen en paddenstoelen er niet in voorkomen.

29/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Figuur 5.2 Fauna van land en zoetwater (Living Planet Index) in Nederland. Bron: NEM (Soortenorganisaties, CBS), 202443.

Sinds 1990 is de Nederlandse Living Planet Index (LPI) met 13% toegenomen. Dat komt door de aanzienlijke gemiddelde toename van soorten van zoetwater en moeras, dankzij betere waterkwaliteit, natuurherstel en uitbreiding van moeras, en deels door klimaatverandering. Op het land neemt de fauna gemiddeld juist af. Droogte- en hittegevoelige soorten af door klimaatverandering. Landsoorten van open natuurgebieden en soorten uit agrarisch gebied, zoals grutto en kievit, daalden sterk door onder andere stikstofdepositie, verdroging en de intensivering van de landbouw. Bossoorten namen gemiddeld toe door het ouder en gevarieerder worden van de bossen. Van de 376 LPI-soorten gingen er 175 vooruit en 161 achteruit.44 De LPI voor de gemeente Leeuwarden specifiek is niet bekend, maar wordt aangenomen dat de landelijke ontwikkeling ook van toepassing is op de gemeente. Figuur 5.3 toont de geschatte soortendiversiteit per vierkante kilometer in de gemeente Leeuwarden. De zeven belangrijkste en best onderzochte soortgroepen zijn hierin samengenomen. Dit zijn vaatplanten, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en vogels. Hoe donkerder groen hoe meer verschillende soorten planten en dieren in een bepaald gebied voorkomen ten opzichte van een ander gebied. Hoe meer soorten planten en dieren ergens voorkomen, hoe meer biodiversiteit er is.

De gegevens van deze kaart komen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)45. De kaart geeft een schatting van de relatieve soortenaantallen weer. De kaart zegt dus niets over het wel of niet voorkomen van wettelijk beschermde soorten.

43

https://www.naturalis.nl/system/files/inline/Statusrapport%20Nederlandse%20Biodiversiteit%202025%20%20Naturalis%20Biodiversity%20Center.pdf 44 https://www.clo.nl/indicatoren/nl156910-living-planet-index-nederland-1990-2023 45 De NDFF is een bundeling van honderden databestanden die door diverse organisaties worden aangeleverd. De databank bevat meer dan 200 miljoen gevalideerde waarnemingen van plant- en diersoorten in Nederland en vormt daarmee een betrouwbare bron van informatie over de Nederlandse natuur. Daarbij is het belangrijk te vermelden dat niet alle soorten zijn opgenomen. De gegevens geven een goed algemeen beeld van de verspreiding van soorten, maar zijn wel gevoelig voor het zogenoemde waarnemingseffect: in gebieden waar meer mensen komen, worden doorgaans ook meer waarnemingen geregistreerd.

30/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Figuur 5.3 Soortendiversiteit in gemeente Leeuwarden. Bron: Nationale Databank Flora en Fauna, 2017. Geraadpleegd via Atlas Leefomgeving in 202546.

Zoals weergegeven op de kaart, is de biodiversiteit het hoogst in en rond de natuurgebieden van de gemeente Leeuwarden en omgeving. Ook in en rondom de stad Leeuwarden is de biodiversiteit relatief hoog. Aan de noordzijde van de gemeente is de biodiversiteit juist lager, evenals in delen van het midden en westen van de gemeente. Dit is te verklaren door de aanwezige landbouw. De landelijke ambities om de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen en de lijst met bedreigde soorten in te korten zijn nog niet gehaald. In de afgelopen decennia is de biodiversiteit sterk gedaald als gevolg van onder andere versnippering, verdroging, verzuring en vermesting. De laatste jaren is een kentering in de daling zichtbaar, onder meer door inrichting en beheer van (agrarische) natuurgebieden. Weidevogelbeheer draagt bij aan een stabilisatie van verschillende vogelpopulaties, waaronder de Tureluur (= één van de vier hoofdsoorten weidevogels van Fryslân47). Echter, de beheersactiviteiten zijn onvoldoende om ook de populaties van de Grutto, Kievit en Scholekster te stabiliseren (= andere drie hoofdsoorten weidevogels van Fryslân). Daarnaast blijven de populaties in reguliere landbouwgebieden gestaag afnemen.

46 47

https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten https://www.friesevogelwachten.nl/assets/media/blog/20241026092529-jaarbericht-weidevogels-in-fryslan-2024.pdf

31/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

De verschillende indicatoren tezamen duiden op een slechte staat van de biodiversiteit in Fryslân48. De verwachting is dat de ontwikkeling in de provincie ook geldt voor het buitengebied van de gemeente Leeuwarden. In de stad Leeuwarden komen weidevogels niet voor. In Nederland gaat het over het algemeen niet goed met de plantensoorten. Door de hoge stikstofdepositie nemen vooral dominante soorten toe, terwijl kwetsbare soorten verdwijnen. Dat leidt tot een afname van de plantendiversiteit. Ook het huidige groenbeheer richt zich vaak niet specifiek op het behoud van soortenrijkdom, wat deze trend versterkt. Er wordt aangenomen dat dit beeld ook geldt voor de gemeente Leeuwarden. Daarmee wordt de huidige situatie van de biodiversiteit in de gemeente Leeuwarden als slecht beoordeeld. 5.1.3 Autonome ontwikkeling In de afgelopen decennia zijn veel soorten die afhankelijk zijn van het agrarisch gebied, in het bijzonder weide- en akkervogels, sterk achteruitgegaan door de intensivering van de landbouw. Een uitzondering zijn soorten die afhankelijk zijn van voedselrijke omstandigheden, zoals bepaalde ganzensoorten.

De maatregelen die genomen zijn om de achteruitgang van weide- en akkervogels en andere soorten van het agrarisch gebied te stoppen werken in Nederland weliswaar lokaal, maar zijn nog niet voldoende geweest om de negatieve trends van veel soorten in het agrarisch gebied te keren. Door het huidige intensieve gebruik van de agrarische graslandpercelen buiten de natuurgebieden, is de kans klein dat er door vastgesteld beleid een verdere intensivering in het agrarisch gebied plaats zal vinden. Dit betekent echter nog niet dat er in de autonome ontwikkeling geen verdere achteruitgang van beschermde soorten in het agrarisch gebied plaats zal vinden. De toekomstige ontwikkelingen in het agrarisch gebied zijn op dit moment nog onduidelijk, onder andere door discussie over het bereiken van stikstofdoelen. Hoe het vastgesteld beleid, bijvoorbeeld uit de Wet stikstofreductie en natuurverbetering, precies zal uitwerken op de soorten van het agrarisch gebied, is daarom niet goed in te schatten.49 In het bebouwd gebied zijn een voor beschermde soorten belangrijke ontwikkelingen dat bestaande gebouwen worden gerenoveerd, bestaande gebouwen worden verduurzaamd in het kader van de energietransitie of nieuwbouw in sommige gevallen niet of minder geschikt is als nest- of verblijfplaats.

Zo kunnen bij renovatie de spouwmuren en daken door het aanbrengen van isolatiemateriaal ontoegankelijk worden voor vleermuizen en broedvogels. Daarnaast kunnen de overblijvende ruimtes door de betere isolatie ongeschikt worden door het ontbreken van het juiste microklimaat. Indien bij nieuwbouw geen rekening wordt gehouden met vogels of vleermuizen, is de kans groot dat er door de goede isolatie niet of nauwelijks geschikte ruimtes zijn voor deze soorten. Voor soorten die heel sterk afhankelijk zijn van bebouwing, zoals huismus, gierzwaluw, spreeuw, gewone dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis, valt te verwachten dat renovatie en sloop- en nieuwbouw in de komende jaren zal leiden tot een afname van broed- en verblijfplaatsen. Tegelijkertijd zijn er, zowel vanuit de wet als binnen de gemeente Leeuwarden, initiatieven om deze afname tegen te gaan.

48 49

https://cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/bijlage_iv_bij_nrd_-_leefomgevingsfoto_povi_fryslan.pdf?cb=AbgGLoTW 015642_3898_Bijlage_IV_bij_NRD_Leefomgevingsfoto_POVI_Fryslan_concept.pdf

32/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Voorbeelden hiervan zijn de wettelijke eisen voor soortbescherming bij isolatiemaatregelen (uitspraak Raad van State) en de ontwikkelingen rond natuurinclusief isoleren en Soortenmanagementplannen (SMP). Door stikstofdepositie nemen dominante, stikstoftolerante plantensoorten toe, terwijl kwetsbare soorten die van voedselarme omstandigheden afhankelijk zijn afnemen50. Dit leidt tot een afname van de plantendiversiteit. Hoewel er beleidsmatig wordt gewerkt aan het terugdringen van stikstofdepositie, ligt het huidige depositieniveau in grote delen van Nederland, ook in de gemeente Leeuwarden, nog steeds boven de kritische waarden voor veel natuurtypen. De verwachting is daarom dat de plantendiversiteit in de autonome ontwikkeling afneemt. Daarmee wordt de autonome ontwikkeling van biodiversiteit slecht beoordeeld. 5.1.4

Belangrijkste opgaven

De biodiversiteit gaat al decennia achteruit en ook bij autonome ontwikkeling zet deze trend door. De belangrijkste opgaven omtrent het verlies aan biodiversiteit zijn toenemende verstedelijking, stikstofdepositie, versnippering van leefgebieden, de druk op de waterkwaliteit, het niet of onvoldoende vasthouden van zoetwater, verzilting van grondwater, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, monoculturen van veevoedergewassen en de effecten van veenoxidatie zoals verdroging, verzakking en CO₂-uitstoot. De gemeente heeft hiervoor beleid geformuleerd: het beleidskader Biodiversiteit (2024). De gemeente heeft verschillende ambities, namelijk herstel van ecosystemen, bodem, water en biodiversiteit als uitgangspunt bij inrichten en beheren van de leefomgeving, verbetering van water- en bodemkwaliteit en vergroten soortenrijkdom en verminderen kwetsbaarheid van (Friese) soorten. Bedreigde soorten wordt primair vanuit bestaande natuurwetgeving opgepakt. Bijdragen aan CO₂-vastlegging en de invoering van een natuurinclusieve aanpak die in 2030 de norm moet zijn in gemeentelijke werkprocessen. Naast het beleidskader heeft de gemeente een Uitvoeringsprogramma biodiversiteit (2025) opgesteld. Deze geeft invulling aan de bovengenoemde ambities om de opgaven van biodiversiteit aan te pakken.

Verder heeft de gemeente ook beleid op het gebied van vergroening: het Uitvoeringsprogramma vergroening (2024). Biodiversiteit en vergroening zijn nauw verbonden met elkaar. Het uitvoeringsprogramma zet in op het creëren van voldoende groen in elke wijk en buurt, het vergroenen van schoolpleinen, het herstellen, versterken en uitbreiden van bestaande groenblauwe structuren en het streven naar een stevige Leeuwarder Ecologische Structuur (LES) en natuurinclusieve inrichting van nieuwe wijken. Op deze manier wil de gemeente de leefkwaliteit van soorten verbeteren. De gemeente Leeuwarden heeft dus beleid voor biodiversiteit, maar er is naar verwachting wel aanvullend beleid nodig om de negatieve trend van de afgelopen decennia te keren en om invulling te geven aan de EU-Natuurherstelverordening die sinds 18 augustus 2024 actueel is. Het Rijk moet nader invulling geven aan de Natuurherstelverordening. 50

https://www.wur.nl/nl/nieuws/stikstofdepositie-vermindert-ook-op-grotere-schaal-de-biodiversiteit.htm

33/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Per 1 september 2026 dient er een Ontwerpplan Natuurherstel ingediend te worden bij de Europese Commissie. De Europese Commissie beoordeelt binnen 6 maanden. Binnen 6 maanden moet er dan een definitief nationaal herstelplan te zijn. Dit betekent niet dat tot die tijd er geen actie ondernomen hoeft te worden. De wet is actueel, vigerend en duidelijk in haar doelstellingen door duidelijke percentages herstel en deadlines te noemen voor de verschillende gebieden. Daarnaast komt er nog uitvoeringswetgeving om de Natuurherstelverordening op te nemen in de Omgevingswet. Dit is met name voor gemeentes van groot belang, omdat het hiermee de mogelijkheid geeft om regels en/of verordeningen op te stellen in het kader van natuurherstel. Voor de gemeente Leeuwarden betekent dit dat het hiermee ook extra handvatten krijgt om de gestelde doelen vanuit het beleidskader biodiversiteit en de uitvoeringsprogramma’s biodiversiteit en vergroening te behalen.

5.2

Natuurnetwerk Nederland en andere provinciale natuurgebieden

Natuur Netwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en natuurgebieden hun waarde verliezen. Naast NNN zijn er ook andere provinciale natuurgebieden, zoals ganzenfoerageergebieden en weidevogelkansgebieden. Grotere natuurgebieden zijn gunstig voor de biodiversiteit en de kwaliteit van de leefomgeving. Als natuurgebieden ook nog met elkaar verbonden zijn, kunnen dieren en planten gemakkelijker overleven. Natuurgebieden bieden ruimte voor planten en dieren en helpen bij het behoud van soorten en versterking van de biodiversiteit. Ze spelen een cruciale rol in het behoud van habitattypen en ecosystemen. Daarnaast bieden natuurgebieden mensen de mogelijkheid om van de natuur te genieten en dragen ze positief bij een gezonde leefomgeving. 5.2.1 Beoordelingssystematiek In de tabel hierna wordt de beoordelingssystematiek van NNN en andere natuurgebieden weergegeven. Tabel 5.3 Beoordelingssystematiek NNN en andere provinciale natuurgebieden. Indicator

Criterium

Slecht

Redelijk

Goed

NNN en andere provinciale

Oppervlakte en kwaliteit Klein oppervlakte

Redelijk

Groot oppervlakte

natuurgebieden

van NNN en andere

en slechte kwaliteit oppervlakte en

en goede kwaliteit

provinciale

van NNN en andere kwaliteit van NNN

van NNN en andere

natuurgebieden

provinciale

en andere

provinciale

natuurgebieden

provinciale

natuurgebieden

natuurgebieden

34/102

Kenmerk

5.2.2

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Huidige situatie

Natuurnetwerk Nederland Figuur 5.4 laat de bestaande en nog aan te leggen natuurgebieden in Nederland zien: het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Figuur 5.4 Natuur Netwerk Nederland in gemeente Leeuwarden. Bron: Provincie Fryslân, 202251.

Binnen de gemeente liggen natuurgebieden die in de Omgevingsverordening Fryslân zijn aangewezen als NNN overige natuur, NNN-water, NNN-beheergebied en natuur buiten het NNN. In 2013 zijn in Het Natuurpact afspraken gemaakt tussen het Rijk en de provincies over het Nederlandse natuurbeleid.

51

https://fryslan.maps.arcgis.com/apps/mapviewer/index.html?webmap=eb4e12aa6eea4591af7c0f48ef6def54&extent=120990,533762, 221778, 617075,28992

35/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

De provincies hebben hierin afgesproken dat ze eind 2027 80.000 hectare nieuwe natuur ingericht zullen hebben voor het NNN. Op 31 december 2021 was een totaal van circa 45.000 hectare aan nieuwe natuur ingericht. De realisatie van het NNN in Nederland ligt niet op schema. Met de huidige realisatie snelheid worden de afspraken met het Rijk voor eind 2027 niet gehaald 52. Aangenomen wordt dat dit ook geldt voor het NNN in de gemeente Leeuwarden. Weidevogelkansgebieden Daarnaast zijn grote delen van de gemeente in de Omgevingsverordening Fryslân aangewezen als weidevogelkansgebied (zie Figuur 5.5). In de gemeente zijn grote gebieden begrensd als weidevogelkansgebied, De weidevogelkansgebieden geven dan ook niet uitsluitend gebieden weer die waardevol zijn voor weidevogels. De open poldergebieden aan de noordzijde van de gemeente, ten zuidoosten van Grou en rond Jirnsum aan de zuidzijde van de gemeente, die zijn aangewezen als weidevogelkansgebied, vormen in tegenstelling tot de dorpen een geschikt gebied voor weidevogels. Dit geldt ook voor het weidevogelkansgebied Alde Feanen. Zo vormen de zomerpolders aan de westzijde van de Alde Feanen, inclusief de aangrenzende gebieden als de Burd en It Eilan net buiten het plangebied hoogwaardig biotoop voor weidevogels.53

Figuur 5.5 Weidevogelkansgebieden in gemeente Leeuwarden. Bron: Provincie Fryslân, 2019. Geraadpleegd via Staat van Fryslân in 202554.

52 53 54

015642_3898_Bijlage_IV_bij_NRD_Leefomgevingsfoto_POVI_Fryslan_concept.pdf MER Buitengebied https://staat-van-fryslan.hub.arcgis.com/datasets/fryslan::weidevogelkansgebieden/explore?layer=20

36/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Volgens de Nota Weidevogels 2021-203055 van de provincie Fryslân toont de evaluatie van het weidevogelbeleid (2020) een wisselend beeld. Enerzijds ontwikkelt de stand van de tureluur en zangweidevogels zich positief, anderzijds gaat het ondanks alle inspanningen niet goed gaat met de steltlopersoorten grutto, kievit en scholekster. Voor Fryslân traditioneel iconische soorten. De aanname is dat dit provinciale beeld ook geldt voor de specifieke weidevogelkansgebieden in de gemeente Leeuwarden. Ganzenfoerageergebieden Fryslân is internationaal gezien een belangrijk overwinteringsgebied voor ganzen. In Nederland is Fryslân de provincie die de meeste winterganzen herbergt. In de zomermaanden zijn er aanzienlijk minder ganzen in Fryslân. In Fryslân zijn ganzenfoerageergebieden ingesteld waar overwinterende ganzen niet verstoord of verjaagd mogen worden en waar ze in alle rust kunnen foerageren (= het zoeken en vinden van voedsel). Ganzen worden buiten deze gebieden actief verjaagd. Het doel hiervan is ganzen te beschermen en om de schade aan grasland te beperken door deze te concentreren. Boeren stellen vrijwillig land beschikbaar als foerageergebied. De schade die ganzen in foerageergebieden aanrichten krijgen de boeren vergoed. In Figuur 5.6 zijn de locaties van de foerageergebieden in de gemeente Leeuwarden weergegeven.

De dataset bevat zowel de algemene als de soortspecifieke aanvragen. De soortspecifieke foerageergebieden (voor brandganzen en rotganzen) hebben een looptijd (tot 1 mei of tot 1 juni) en zijn een aanvulling op de gewone foerageergebieden. De gemeente kent enkel algemene en geen soortspecifieke aanvragen.

55

https://www.fryslan.frl/_flysystem/media/nota-weidevogels.pdf

37/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

Figuur 5.6 Ganzenfoerageergebieden in gemeente Leeuwarden. Bron: Provincie Fryslân, 202256.

De huidige situatie van NNN en andere natuurgebieden in de gemeente wordt als slecht beoordeeld, omdat de voorgenomen oppervlakte en/of de kwaliteit niet worden behaald. 5.2.3 Autonome ontwikkeling Natuurnetwerk Nederland In de Natuurverkenning 2050 wordt uitgegaan van een uitbreiding van ongeveer 60.000 hectare extra natuur ten opzichte van de huidige situatie. Deze uitbreiding is gebaseerd op aantallen die zijn vastgelegd in verschillende beleidsstukken, zoals het Natuurpact, PAGW en het klimaatakkoord. De afronding van de huidige doelen van het Natuurnetwerk Nederland, circa 45.000 hectare, maakt hier deel van uit.57 Het Planbureau voor de Leefomgeving en de Wageningen Universiteit hebben onderzocht wat de uitvoering van de huidige NNN-plannen betekent voor de condities voor instandhouding van soorten. Zij hebben ook onderzocht hoeveel areaal er binnen Nederland nodig is om een gunstige staat van instandhouding te realiseren voor alle Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten (VHR-soorten). Dit wordt geschat op 150.000 hectare. Dit extra leefgebied is nodig om alle VHR-soorten op termijn te kunnen beschermen, wat neerkomt op een landelijke uitbreiding van het NNN met ongeveer 20 %.58 56 57 58

https://www.arcgis.com/home/item.html?id=4e506b0d6f014c9db07eca954cea4431 015642_3898_Bijlage_IV_bij_NRD_Leefomgevingsfoto_POVI_Fryslan_concept.pdf https://edepot.wur.nl/536241

38/102

Kenmerk

R002-1302402EMG-V01-evm-NL

In de huidige NNN-uitbreidingsplannen worden na 2027 geen verdere inrichtingsmaatregelen en grote natuurontwikkelingen voorzien. Hierdoor is er onvoldoende ruimte opgenomen om gunstige instandhoudingscondities voor alle soorten te bereiken.59 De Friese restopgave voor NNN omvat circa 1.500 hectare werving en functiewijziging en circa 3.600 hectare inrichting. De locaties zijn grotendeels al begrensd. In de komende jaren zal via het project Natuer mei de Mienskip verdere invulling worden gegeven aan de resterende opgave. In samenwerking met de grondeigenaren wordt er een plan van aanpak gemaakt voor de realisatie van de doelstellingen. De voortgang van het project is afhankelijk van verschillende factoren waaronder financiering en de samenwerking met lokale partners60. Ook in de gemeente Leeuwarden is nog een restopgave aanwezig. Weidevogelkansgebieden Weidevogels zoals kievit, grutto en tureluur waren vroeger talrijk in het Nederlandse boerenland, dankzij extensieve landbouw met bloemrijke hooilanden vol insecten. Door intensivering van de landbouw, vroeg en frequent maaien, lage grondwaterstanden en verlies aan biodiversiteit zijn geschikte leefgebieden beperkt. Deze landelijke trend geldt ook voor de provincie Fryslân. In Fryslân vertonen 3 van de 8 soorten (Grutto, Kievit, Scholekster) over de laatste 12 jaar een matige afname.

Deze trends zijn vergelijkbaar met de landelijke ontwikkelingen. Eén soort (Slobeend) is stabiel in Fryslân, net als landelijk. Vier soorten vertonen provinciaal een matige toename (Tureluur, Veldleeuwerik, Graspieper, Gele kwikstaart). Van Tureluur en Veldleeuwerik is de Friese trend beter dan de landelijke. Bij Graspieper en Gele kwikstaart is de provinciale trend vergelijkbaar met de landelijke. Op basis van het huidige beleid en als de huidige trends zich doorzetten, si de doelstelling om de populaties op provinciale schaal te stabiliseren haalbaar voor 5 van de 8 soorten (tureluur, slobeend, veldleeuwerik, graspieper, gele kwikstaart). Voor de voor Fryslân belangrijke soorten grutto, kievit en scholester geldt dat echter niet. Als de doelstelling wordt beperkt tot de gebieden met ANLB en reservaatbeheer, dan geldt een mogelijke stabilisatie voor 6 van de 8 soorten (bovengenoemde soorten plus Scholekster). Herstel lijkt alleen denkbaar voor 4 van de 8 soorten (Tureluur, Veldleeuwerik, Graspieper, Gele kwikstaart), zowel op provinciale schaal als in de beheerde gebieden.61 Verhoging van het waterpeil kan bijdragen aan herstel van leefomstandigheden en daarmee een positieve ontwikkeling voor weidevogels stimuleren. Ganzenfoerageergebieden De aantallen kolganzen, grauwe ganzen en brandganzen die ’s winters in Fryslân verblijven namen over de afgelopen decennia sterk toe.

Sinds 2013-2014 is deze toename in Fryslân echter gestopt, geheel in lijn met recente ontwikkelingen langs de internationale trekroute van de drie soorten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=70c0f75d-a1b3-4203-98ea-b4a3d4500c6a