Notitie Bouwstenen
Tekst van het document
Het omgevingsplan zou slechts ontwikkelruimte moeten bieden aan bedrijfsvoeringen op basis van hoog waterpeil en zonder grondbewerking, om CO2 uitstoot te beperken. Reactie: Zie het antwoord zoals omschreven onder punt 3. 5. Het omgevingsplan zou slechts ontwikkelruimte moeten bieden aan bedrijfsvoeringen die het organische stofgehalte in de bodem niet verder verminderen en bij voorkeur herstellen. Reactie: Zie het antwoord zoals omschreven onder punt 3. 6. Het omgevingsplan zou slechts (ontwikkel)ruimte moeten geven aan bedrijfsvoeringen die het bodemleven niet verstoren en bij voorkeur zo goed mogelijk herstellen. Reactie: Zie het antwoord zoals omschreven onder punt 3. 7. In het omgevingsplan zouden alleen bedrijven, die werkwijzen toepassen die de biodiversiteit versterken/herstellen, ontwikkelruimte moeten krijgen. Reactie: De bestaande agrarische bedrijven hebben bestaande ontwikkelruimte. Deze ontwikkelruimte blijft behouden voor deze agrariërs. Hier zullen geen voorwaarden aan gekoppeld worden wat betreft werkwijzen die de biodiversiteit versterken/herstellen. 8. In het omgevingsplan zou slechts ontwikkelruimte gegeven moeten worden aan bedrijven die afscheid nemen van drijfmest en overgaan op volledige beweiding en dien ten gevolge de bijpassende schaalgrootte hebben.
20
Reactie: De bestaande agrarische bedrijven hebben bestaande ontwikkelruimte. Deze ontwikkelruimte blijft behouden voor deze agrariërs. Hier zullen geen voorwaarden aan gekoppeld worden wat betreft het afscheid nemen van drijfmest en overgaan op volledige beweiding. 9. Het omgevingsplan zou ontwikkelruimte moeten bieden aan de agrarisch ondernemer om de marktpositie te verbeteren door over te gaan op een gemengd bedrijf, verwerking en vermarkting (verkoop eigen producten). Dit omvat ook horeca-activiteiten om klantinteractie op basis van beleving en waarde te faciliteren. Deze wijziging in bedrijfsvoering heeft alleen zin wanneer de ‘waarde-propositie’ van de agrarisch ondernemer ook positief is, wanneer de bedrijfsvoering een positieve maatschappelijke kosten-baten uitkomst heeft. Reactie: Het ontwikkelkader biedt ontwikkelruimte voor de agrarische bedrijven in het uitoefenen van het agrarisch bedrijf. Het voortbrengen van gewassen valt daar ook onder, in die zin is een gemengd bedrijf op dit moment al mogelijk. Andere activiteiten ondergeschikt aan agrarisch zijn toegestaan mits is aangetoond dat anderen niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering en de activiteit niet in strijd is met de ambities van het betreffende gebiedstype. Een voorbeeld hiervan is een kleinschalig kampeerterrein met max 25 plekken. Hierbij is ook ondergeschikte horeca mogelijk.
10.Het omgevingsplan zou ontwikkelruimte moeten bieden om agrarische bedrijven te splitsen in meerdere kleine agrarische bedrijven om overname en bedrijfsopvolging te faciliteren. Ook zou er ruimte moeten zijn voor het opstarten van nieuwe kleinschalige agrarische bedrijven. Reactie: Het omgevingsplan biedt “bij recht” geen mogelijkheden voor nieuwvestiging van agrarische bedrijven, al dan niet ontstaan door het splitsen van bestaande agrarische bedrijven. Dit betreft een grote ruimtelijke ingreep waarvan de wenselijkheid en mogelijkheden per geval beoordeeld moeten worden. Een aanvraag hiervoor zal een apart proces en procedure moeten doorlopen waarbij ook participatie aan de orde zal zijn. 11.Inspreker stelt voor nog meer gebiedstypen ‘Agrarisch’ te introduceren, zoals ‘AgrarischGangbaar’, ‘Agrarisch-Circulair’, ‘Agrarisch-Ecologisch’, ‘Agrarisch – Toekomstgericht’. Reactie: Voor de naamgeving van de gebiedstypes wordt zo veel als mogelijk aangesloten bij de landelijk toegepaste naamgevingen. Daarnaast is het niet de bedoeling de gebiedstypes te “versnipperen”. Als er sprake is van veel kleine gebiedstypes met eigen regels, zijn deze functies niet uitwisselbaar en is de flexibiliteit van het plan beperkt. Dat wordt niet wenselijk geacht. 12.Vernieuwende bedrijven en nieuwe ondernemers zouden op kleine schaal agrarische bedrijven moeten kunnen starten.
De gebiedstypen ‘Wonen’, ‘Wonen met hobbyvee’ en ‘Woonboerderij’ zouden hier mogelijkheden voor moeten bieden. Reactie: Met betrekking tot nieuwvestiging van agrarische bedrijven wordt verwezen naar het antwoord onder punt 10. Bij de woonfunctie is het hobbymatig houden van enkele dieren toegestaan, mits de situatie zich daarvoor leent. Hiervoor is het niet nodig nieuwe gebiedstypen toe te voegen. 13.Het buitengebied bij Jirnsum zou ook onder het gebiedstype ‘Veenweide’ moeten vallen omdat dit dezelfde problematiek kent. Reactie: De begrenzing voor het gebiedstype ‘Veenweide’ zal opnieuw bekeken worden aan de hand van de samenstelling van de bodem en aan de hand van de begrenzing die de provincie hanteert in hun veenweideprogramma.
21
14.Het omgevingsplan zou ook rekening moeten houden met het Natura-2000 gebied ‘Sneekermeergebied’ aangezien dit gebied op circa 30 meter van het plangebied ligt. Reactie: Het Natura-2000 gebied “Sneekermeergebied” ligt inderdaad in de nabijheid van het plangebied van dit omgevingsplan. In geval van ontwikkelingen zal er rekening gehouden moeten worden met de wet- en regelgeving die daar betrekking op heeft. In het kader van de Omgevings Effect Rapportage (OER) zal ook onderzoek worden gedaan naar de Natura-2000 gebieden. Dit zal onderdeel uit gaan maken van het ontwerp omgevingsplan. 15.In het kader van het omgevingsplan zou een soort grondbank / herontwikkelingsmaatschappij opgezet kunnen worden. Dit zou het proces bespoedigen van bedrijfsverplaatsingen, omvorming van werkwijze / activiteiten, ontwikkelruimte, recreatieve voorzieningen etc. Reactie: Het omgevingsplan kent functies toe aan gebieden en stelt regels met betrekking tot onder andere het bouwen en gebruik van de gronden. Een omgevingsplan kan geen grondbank bevatten. Het ligt eerder in de lijn dat een dergelijk initiatief opgepakt wordt in de veenweide werkgroep die geleid wordt door de provincie.
Inspraakreactie burgerinitiatief Bijen Flinter Lint & Ecologisch Berm Beheer Het burgerinitiatief Bijen Flinter Lint & Ecologisch Berm Beheer heeft belang bij een goed omgevingsplan voor biodiversiteit, herstel hiervan met ruimte voor nieuwe initiatieven gericht op gezonde bodems en ecologisch beheerde bermen die bijdragen aan onze gezondheid, leefbaarheid, sociale cohesie, biodiversiteit, waterkwaliteit, waterberging en klimaat. Het burgerinitiatief Bijen Flinter Lint & Ecologisch Berm Beheer geeft aan graag betrokken te worden bij het verdere proces en uitwerking. Reactie: De Omgevingswet gaat bij initiatieven uit van het principe “ja, mits”. Dit proberen wij te vertalen in het omgevingsplan. U geeft aan belang te hebben bij ruimte voor nieuwe initiatieven. Voor nieuwe initiatieven geldt dan ook het principe “ja, mits”. De “mits” heeft betrekking op bijvoorbeeld of er hinder ontstaat voor omliggende bewoners of bedrijven, of er draagvlak is in de omgeving, of aan milieueisen wordt voldaan. Met betrekking tot het verdere proces kunnen wij aangeven dat wij u op de hoogte houden van het proces rondom de besluitvorming op de inspraakreacties. Het streven is in de eerste helft van 2022 het ontwerp omgevingsplan buitengebied Zuid ter visie te leggen. Ook in dat kader kan dan worden gereageerd op de nadere uitwerking van de diverse onderwerpen.
Inspraakreactie Frijlân De bewoners en werkers op Frijlân zijn tevens ontwikkelaars en gebruikers van Oerfloed en onderdeel van de Stichting Permacultuur Friesland (zie ook de volgende inspraakreactie). Frijlân geeft aan graag op de hoogte te worden gehouden en graag mee te denken in het verdere proces met betrekking tot het omgevingsplan. Het valt inspreker op dat onderwerpen gesegregeerd worden behandeld in het omgevingsplan in plaats van geïntegreerd. Biodiversiteit en natuurontwikkeling staan apart vermeld van agrarische activiteiten. Frijlân merkt op dat deze zaken gecombineerd kunnen worden. Om die reden verzoekt Frijlân permacultuur mee te nemen als ontwerpsysteem voor de aanpak van omgevingsplannen. Reactie: In het omgevingsplan gaat het om toedeling van functies aan gebieden. De functies (activiteiten) kunnen gemengd van aard zijn, zoals u aangeeft. Als de functie “agrarisch” is, kan de agrariër dat invullen op een manier die aansluit bij de uitgangspunten van permacultuur. Het omgevingsplan sluit dit niet uit.
22
Met betrekking tot het verdere proces kunnen wij aangeven dat wij u op de hoogte houden van het proces rondom de besluitvorming op de inspraakreacties. Het streven is in de eerste helft van 2022 het ontwerp omgevingsplan buitengebied Zuid ter visie te leggen. Ook in dat kader kan dan worden gereageerd op de nadere uitwerking van de diverse onderwerpen. Inspraakreactie Stichting Permacultuur Friesland (SPF) SPF vindt het belangrijk dat in het omgevingsplan voldoende ruimte wordt geboden om de toepassing van permacultuur in brede zin mogelijk te maken. SPF wil graag op de hoogte worden gehouden van het vervolgproces en SPF levert graag input voor het vervolg. Reactie: In het omgevingsplan gaat het om toedeling van functies aan gebieden. Permacultuur betreft een manier van omgaan met de gronden. Als de functie “agrarisch” is, kan de agrariër dat invullen op een manier die aansluit bij de uitgangspunten van permacultuur. Het omgevingsplan sluit dit niet uit. Met betrekking tot het verdere proces kunnen wij aangeven dat wij u op de hoogte houden van het proces rondom de besluitvorming op de inspraakreacties. Het streven is in de eerste helft van 2022 het ontwerp omgevingsplan buitengebied Zuid ter visie te leggen. Ook in dat kader kan dan worden gereageerd op de nadere uitwerking van de diverse onderwerpen. Inspraakreactie Friezen voor Frisse Lucht 1.
In het PRE-OP wordt gesteld dat bij het opstellen van de regels zo goed mogelijk rekening gehouden zal worden met positieve effecten op onze gezondheid. Om dit te bewerkstelligen zal in de regels een verbod op zowel kleine als grote biomassacentrales opgenomen dienen te worden. Reactie: Biomassacentrales worden niet toegestaan binnen de gebiedstypes ‘Agrarisch’, ‘Veenweide’, ‘Natuur’ en ‘Dorp’. 2. Ook zal het stoken van hout als particuliere verwarmingsbron, ten minste binnen woonkernen, verboden moeten worden. Bij het verbranden van houtachtige producten zijn de vrijkomende stoffen, met name roet, kankerverwekkende PAK's, fijnstof en ultrafijnstof, zeer schadelijk voor de gezondheid. Fijnstof veroorzaakt longaandoeningen, hart- en vaatziekten. Mensen met astma, COPD en Covid19 hebben hier heel veel last van. In het stookseizoen worden in woonkernen dagelijks de normen van het WHO voor de uitstoot van fijnstof overschreden. Reactie: In de gemeenteraad heeft in een eerder stadium, los van het omgevingsplan, al een discussie plaatsgevonden over particuliere hout stook. Destijds was er in de gemeenteraad geen draagvlak voor een algeheel verbod op hout stook. Er zullen vooralsnog geen regels opgenomen worden in het PRE-OP. Als hier landelijke regelgeving voor komt, wordt hier bij aangesloten. 3.
In het kader van het punt ‘duurzaamheid’ wordt opgemerkt dat het verstoken van hout geen onderdeel hoort te zijn van de Leeuwarder Energieagenda. De vrijkomende CO2 veroorzaakt een toename in de atmosfeer, terwijl dat juist niet de bedoeling is. Bij het verstoken van hout, zowel op woningniveau alsook in biomassacentrales, komt tweemaal zoveel CO2 vrij als bij het verbranden van gas. Reactie: De discussie over of verstoken van hout wel of niet duurzaam is, is bij de gemeente bekend en wij herkennen dit dilemma. In de Leeuwarder Energieagenda is wel rekening gehouden met een (zeer) kleine inzet van hout en dit valt onder de categorie ‘droge biomassa’. Droge biomassa gaat ook naar andere doeleinden dan voor het opwekken van energie. Het is ook onze verwachting dat op de lange termijn de inzet voor energie beperkt zal blijven (minder dan 1% van alle energiebronnen).
23
4. In het kader van het punt ‘luchtkwaliteit’ wordt opgemerkt dat bij het verbranden van hout behalve fijnstof ook het nog gevaarlijker ultrafijnstof vrijkomt. Vooral dit laatste dringt diep binnen in de longen van omwonenden. In een omgevingsplan dienen installaties, zowel particuliere houtkachels als biomassacentrales, expliciet te worden uitgesloten. Reactie: Zie voor dit punt de beantwoording onder 1 en 2. Inspraakreactie Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) 1. NMV ondersteunt de door LTO ingebrachte reactie. Reactie: Zie hiervoor de beantwoording van de reactie van LTO. 2. Met het verbod op groei wordt het boerenbedrijf een sterfhuisconstructie. Bedrijven worden onverkoopbaar. Dit zorgt voor grote persoonlijke problemen bij de oudere boeren. Financiering wordt lastiger waardoor ook investeringen in bijvoorbeeld milieumaatregelen onmogelijk worden. Reactie: Er is geen sprake van het teniet doen van alle ontwikkelruimte van de agrarische bedrijven in het gebiedstype ‘Veenweide’. Eén en ander is onder andere uitgelegd in de raadssessie van 24 maart 2021 waarbij is toegelicht hoeveel bebouwing er nu gemiddeld staat en hoeveel bebouwing maximaal toegestaan is. Uit de analyse blijkt dat alle agrarische bedrijven in het gebiedstype ‘Veenweide’ nog voldoende ontwikkelruimte hebben.
De vraag is of door het benoemden van het gebiedstype ‘Veenweide’ de waarde van de agrarische bedrijven daalt en de verkoop- en financieringsmogelijkheden verslechteren. Zoals eerder gesteld zitten deze bedrijven niet op slot maar is er nog steeds aanzienlijke ontwikkelruimte beschikbaar. Los van bovenstaande zal de regeling in het ontwerp omgevingsplan worden aangepast is die zin dat voor zowel het gebiedstype ‘Veenweide’ als voor het gebiedstype ‘Agrarisch’ onder voorwaarden en na afwijking ten hoogste 2 ha mogelijk is. Zie hiervoor de beantwoording onder punt 12 van de inspraakreactie van LTO. 3. De landbouwsector is crisis-bestendig. Om die reden is NMV verbaasd over het ingenomen standpunt. NMV vindt het belangrijk om de agrarische bedrijven in stand te houden. Reactie: Het omgevingsplan staat het in stand houden van de agrarische bedrijven niet in de weg. Hiervoor verwijzen wij u ook naar het gestelde onder punt 2. Inspraakreactie Hûs en Hiem 1. De doelstellingen van de Omgevingswet worden in het PRE-OP onvolledig en daarmee onjuist beschreven. Elke verwijzing naar het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit ontbreekt, terwijl dit wel een belangrijke doelstelling van de Omgevingswet is en de basis vormt voor het beschermen van de kwaliteiten van het landschap, de dorpen en de steden.
Door dit aspect als besluitpunt 21 door te schuiven naar een volgend stadium, wordt bij de start al de kans gemist op een integrale aanpak. Reactie: In paragraaf 1.1 van het PRE-OP zijn de belangrijkste doelstellingen van de Omgevingswet aangegeven. Dat ruimtelijke kwaliteit als besluitpunt 21 staat benoemd doet zeker niet af aan het belang van dit onderwerp. De volgorde van de besluitpunten hangt samen met de volgorde van behandeling in de diverse hoofdstukken. Onder punt 2 gaan we nader in op het proces ten aanzien van welstand/ruimtelijke kwaliteit in relatie tot het omgevingsplan.
24
2. In het PRE-OP ontbreekt een open en transparant afwegingsproces. Veel ontwikkelingen, waarvoor nu nog een procedure nodig is, worden straks zondermeer mogelijk. Hier ontstaat een hiaat in het proces waarbij niet alle belangen goed afgewogen kunnen worden. In het PRE-OP wordt nauwelijks aandacht besteed aan een open en transparant afwegingsproces waarbij participatie een duidelijke invulling zou moeten krijgen. Reactie: Dit punt gaat over twee zaken. Ten eerste het vergunningvrij maken van een aantal ontwikkelingen. De Omgevingswet gaat uit van vertrouwen en loslaten. Daar waar kan, kunnen regels losgelaten worden. Als een regel losgelaten wordt, zijn de gevolgen hiervan van te voren afgewogen. De afweging vindt dan niet meer plaats op het moment van de voorgenomen ontwikkeling. Het PRE-OP bevat daarnaast in diverse gevallen een eis voor een “welstandsvergunning”. Daarnaast is er voor grotere ontwikkelingen nog steeds een vergunning nodig met daarbij ook een toets op de ruimtelijke kwaliteit. Ten tweede wordt aangegeven dat er nog geen aandacht is voor een open en transparant afwegingsproces en participatie. Aangezien de Omgevingswet en het daaruit voortvloeiende omgevingsplan zo veel verschillende onderwerpen kent die hierin een plek moeten krijgen is er bewust voor gekozen het proces te “knippen”. Daaruit is het PRE-OP voortgekomen.
Dit jaar wordt nader onderzocht hoe de gemeente in het vervolg met welstand (in het algemeen) wil omgaan. Dit kent dus een zelfstandig proces wat met de nodige zorgvuldigheid op dit moment wordt voorbereid. De uitkomsten hiervan zullen hierna worden verwerkt in het ontwerp omgevingsplan. 3. Hûs en Hiem adviseert bij het opstellen van het omgevingsplan niet uit te gaan van ‘hoe kunnen we zo veel mogelijk regels schrappen’. Hûs en Hiem adviseert een integraal omgevingsplan op te stellen gebaseerd op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Reactie: Uitgangspunt voor het opstellen van dit omgevingsplan is niet hoe schrappen we zo veel mogelijk regels. Wel wordt een zorgvuldige afweging gemaakt of we regels kunnen schrappen, in welke situatie wel en in welke situatie niet. Het PRE-OP bevat hiervoor een voorstel. Het is uiteindelijk aan de gemeenteraad om aan te geven of men met de voorstellen akkoord wil gaan of dat er aanpassingen nodig zijn. De uiteindelijke uitwerking zal hierna plaatsvinden in het ontwerp omgevingsplan. 4. De term ‘welstandsvergunning’ wordt geïntroduceerd in het PRE-OP. Dit is een niet bestaande term en is ook niet gebaseerd op bestaande of nieuwe wetgeving. De term roept verwarring op. Hûs en Hiem adviseert de term te schrappen en beleidsregels op te stellen voor de plaatsing en het uiterlijk voor bouwwerken.
Deze beleidsregels kunnen worden opgenomen in het omgevingsplan. Reactie: De term “welstandsvergunning” is bewust tussen aanhalingstekens geplaatst omdat op dit moment nog niet duidelijk is hoe we in de toekomst om willen gaan met welstand. Zie hiervoor ook de reactie onder punt 2. 5. In het PRE-OP worden keuzes gemaakt die van grote invloed kunnen zijn op de toekomstige ontwikkelingen van het landschap en de omgeving. Er is geen analyse van mogelijke negatieve gevolgen van de geboden vrijheden. Scenario’s zouden gevisualiseerd kunnen worden. Hûs en Hiem adviseert de kwaliteiten van de omgeving goed inzichtelijk te maken en de mogelijke consequenties van het ‘loslaten’ beter inzichtelijk te maken. Reactie: In de bijeenkomsten met de gemeenteraad over het PRE-OP zijn aansprekende voorbeelden gegeven van wat de uitwerking kan zijn van de voorgestelde regels.
25
6. Hûs en Hiem biedt aan constructief mee te denken en te werken aan de vernieuwing van het beleid en aan het optimaliseren van processen voor de borging van een goede omgevingskwaliteit. Reactie: Wij waarderen het aanbod van Hûs en Hiem om samen naar bepaalde deelonderwerpen van het omgevingsplan te kijken. In de toekomst zullen we hier graag gebruik van maken. Inspraakreactie Kening Kening is een burgerbeweging die zich inzet voor biodiversiteit in het landschap. Kening heeft belang bij ruimte voor nieuwe initiatieven gericht op het behoud en herstel van biodiversiteit. Kening geeft aan graag betrokken te worden bij het verdere proces en uitwerking. Reactie: De Omgevingswet gaat bij initiatieven uit van het principe “ja, mits”. Dit proberen wij te vertalen in het omgevingsplan. U geeft aan belang te hebben bij ruimte voor nieuwe initiatieven. Voor nieuwe initiatieven geldt dan ook het principe “ja, mits”. De “mits” heeft betrekking op bijvoorbeeld of er hinder ontstaat voor omliggende bewoners of bedrijven, of er draagvlak is in de omgeving, of aan milieueisen wordt voldaan. Met betrekking tot het verdere proces kunnen wij aangeven dat wij u op de hoogte houden van het proces rondom de besluitvorming op de inspraakreacties. Het streven is in de eerste helft van 2022 het ontwerp omgevingsplan buitengebied Zuid ter visie te leggen.
Ook in dat kader kan dan worden gereageerd op de nadere uitwerking van de diverse onderwerpen. Inspraakreacties bewoners, grondeigenaren, soms ook verbonden aan instanties als de vogelwacht of plaatselijk belang (maar niet formeel namens hen gereageerd) Inspraakreactie bewoner van het gebied (registratienummer 33) 1. Indiener geeft aan dat met het voorgestelde PRE-OP geen boeren overblijven. En zonder boeren zijn er ook geen weidevogels. Reactie: Voor een reactie wordt verwezen naar de antwoorden die zijn gegeven onder het kopje “LTO” en het kopje “34 agrariërs per onderwerp/thema”. 2. Indiener geeft aan gronden in de verkoop te hebben in het gebiedstype ‘Veenweide’. Door deze naam aan het gebied te geven is de grond direct minder waard geworden. Reactie: Voor een reactie wordt verwezen naar de antwoorden die zijn gegeven onder het kopje “LTO” en het kopje “34 agrariërs per onderwerp/thema”. 3. Indiener stelt voor om te stoppen met dit omgevingsplan en met een nieuwe manier van werken met de inwoners van het gebied tot een beter plan te komen. Reactie: Het PRE-OP is tot stand gekomen na een lange periode van dialoogsessies en onderzoek. Het PRE-OP is een nieuw instrument met voorstellen, dus nog geen concrete regels. Juist bedoeld om een aantal onderwerpen scherp neer te zetten en daar met elkaar het gesprek over te voeren aan de voorkant.
Gemeente Leeuwarden spant zich daarnaast in om met de betrokkenen in het Veenweide gebied (Grouster Leechlân) een goed open proces te doorlopen specifiek gericht op opgaven, kansen, en beperkingen. Hiervoor zijn in het kader van de samenwerking van de Provincie Fryslan en Wetterskip bestuurlijk afspraken gemaakt. De gemeente zal op basis van die uitkomsten en de wensen van de gemeenteraad de regels voor het Veenweide gebied daarop enten.
26
Inspraakreactie bewoner van het gebied (registratienummer 34) 1. Inspreker geeft aan dat niet expliciet in het omgevingsplan staat dat in het gebiedstype ‘Veenweide’ geen plek is voor zonnepanelen. Inspreker gaat er van uit dat het ook niet de bedoeling is zonnepanelen toe te staan. Inspreker verzoekt zonneparken en windmolens, anders dan voor eigen gebruik, expliciet uit te sluiten ter bescherming van het landschap. Reactie: In het PRE-OP is nog geen regeling voor zonnepanelen opgenomen. Hiervoor zal aansluiting worden gezocht bij het geldende bestemmingsplan Plan voor de Zon en de provinciale zonneladder. 2. Inspreker verzoekt de regeling voor Bêd en Brochje te verruimen zodat er mogelijkheden ontstaan voor recreatieappartementen in de bestaande bebouwing. Dit kan zorgen voor (compenserende) neveninkomsten. Reactie: Een bed & brochje moet worden gezien als een ondergeschikte activiteit bij de functie wonen. Om die reden is dit kleinschalig en zonder vergunning. Inpandige recreatieappartementen (groter dan B&B’s) zullen worden toegestaan in de bestaande bebouwing van agrarische bedrijven. De reden hiervoor is om agrariërs een extra neventak te bieden. Hierbij wordt aangesloten bij de voorwaarden die de provincie stelt. 3. Naast fiets- en wandelroutes zouden kano-routes (of voor andere kleine bootjes) gefaciliteerd kunnen worden.
Reactie: Een kano-route is geen functie die vastgelegd wordt in een omgevingsplan. Als er bevaarbaar water is, dan kan daar ook met een kano gebruik van gemaakt worden. Het omgevingsplan is niet het instrument om routes in op te nemen. Inspraakreactie bewoner van het gebied (registratienummer 35) 1. De dialoogbijeenkomsten waren niet goed georganiseerd. Veel mensen hebben de bijeenkomsten daardoor moeten missen. Reactie: Er waren technische problemen bij de dialoogsessies. Dit betreuren wij. Verschillende mensen hebben contact gezocht met de gemeente, dit heeft geleid tot telefonische toelichting. Ondanks dat veel mensen de dialoogsessie hebben moeten missen, hebben toch veel mensen hier aan deelgenomen. De dialoogsessies zijn daarnaast terug te kijken via de website van de gemeente. Los van de dialoogsessies stond de mogelijkheid open van het indienen van een mondelinge of schriftelijke inspraakreactie. 2. De gemeente heeft geen idee van de gevolgen van het PRE-OP op onder andere de boeren. Leefbaarheid van het platteland is dat de boeren hun gang kunnen gaan. Reactie: Het PRE-OP is tot stand gekomen na een lange periode van dialoogsessies en onderzoek. Het PRE-OP is een nieuw instrument met voorstellen, dus nog geen concrete regels. Juist bedoeld om een aantal onderwerpen scherp neer te zetten en daar met elkaar het gesprek over te voeren aan de voorkant.
Dat wordt ook helder uit de ontvangen reacties. De raad is op basis van de ontvangen reacties in combinatie met het PRE-OP gevraagd om wensen en bedenkingen. Dit kan dan ook zeker invloed hebben op de uiteindelijke regels die worden opgenomen in het ontwerp – omgevingsplan en daarbinnen de mogelijkheden voor de agrariërs.
27
Inspraakreactie bewoner van het gebied (registratienummer 36) 1. Inspreker verzoekt om meer maatwerk voor agrariërs in het gebied ‘Veenweide’. Ze hebben wellicht iets meer lucht nodig om te boeren of om om te schakelen naar een andere bedrijfsvoering. Reactie: Er zitten al heel veel nevenactiviteiten is het PRE-OP als voorstel. Met geen dan wel een korte procedure. Op basis van de inspraakreacties worden daar ook nog recreatieappartementen aan toegevoegd als dit passend is binnen de verordening van de provincie. 2. Inspreker mist de focus op het belang van biodiversiteit in het omgevingsplan. Reactie: Biodiversiteit is een breed begrip. Gemeente Leeuwarden past bijvoorbeeld al bepaalde mengsels zaden toe in een aantal bermen. Binnen de gebiedstypes Agrarisch en Veenweide kunnen agrariërs er voor kiezen om hun landerijen in te zaaien met een bepaald mengsel in plaats van uitsluitend gras. Dat past binnen de gebiedstypes. Daarnaast wordt in het omgevingsplan de nodige aandacht besteed aan klimaatadaptieve maatregelen om de negatieve effecten van klimaatverandering te beperken en te beheersen. Onze verantwoordelijkheid als gemeente ligt hierbij vooral bij het inrichten van de openbare ruimte, zodat de effecten van wateroverlast, hitte en droogte beheersbaar blijven.
Besluitpunt 10 stelt: We stellen voor om in het omgevingsplan duurzaamheidsmaatregelen op te nemen die tegemoetkomen aan de doelen van de Leeuwarder Energie-agenda, Klimaatadaptatie en Circulaire economie. 3. Inspreker verzoekt aandacht te besteden aan het opvullen van gaten in de bebouwing van de dorpen en het veranderen van bedrijfspanden naar huurwoningen voor jongeren/ouderen. Reactie: Het PRE-OP bevat binnen het gebiedstype ‘Dorp’ een voorstel om bebouwing met de functie lichte bedrijvigheid onder voorwaarden te veranderen naar de functie wonen. 4. Zonnepanelen zouden alleen op daken toegestaan moeten worden. Reactie: In het PRE-OP is nog geen regeling voor zonnepanelen opgenomen. Hiervoor zal aansluiting worden gezocht bij het geldende Plan voor de Zon, rekening houdend met de provinciale zonneladder. Dit staat ook aangeven bij de uitgangspunten op bladzijde 13 van de uitleg bij het PRE-OP. 5. Inspreker verzoekt wandelpaden aan te leggen langs nieuwe bebouwing zoals in Wergea (langs Nieuwe Hoek, De Mounder). Reactie: Binnen het gebiedstype Agrarisch zijn onder voorwaarden nieuwe (recreatieve) fiets- en wandelroutes mogelijk. Een en ander kan voor nu niet concreet worden opgenomen maar zal in de toekomst, als er o.a. voldoende draagvlak is voor een dergelijk initiatief, als zelfstandig project moeten worden opgepakt.
Inspraakreactie bewoner van het gebied (registratienummer 38) Inspreker vraagt zich af of er wel echt sprake is van participatie. Vaak zijn het dezelfde mensen die bij bijeenkomsten komen en reageren. Niet iedereen wordt bereikt. Reactie: De gemeente probeert zo veel mogelijk mensen te bereiken door via de verschillende kanalen ruchtbaarheid te geven aan plannen en bijeenkomsten. Het klopt dat vaak dezelfde mensen deelnemen, niet iedereen heeft belangstelling voor dit soort zaken. Wel hebben wij kunnen constateren dat er in de verschillende sessies die zijn gehouden veel verschillende mensen met
28
verschillende achtergronden hebben deelgenomen. Het is een nieuwe manier van werken, niet alleen voor de gemeente maar ook voor de belanghebbenden. Ook voor hen is het een stukje bewustwording dat er aan de voorkant meer mogelijkheden zijn dan voorheen. De gemeente betrekt de ervaringen ook bij het vormgeven van haar participatie aanpak. Inspraakreactie bewoner van het gebied (registratienummer 39) 1. Inspreker verzoekt tussen de Alde Feanen en het Veenweidegebied nog een gebiedstype opnemen: overgangsgebied. Dit omdat dieren zich niet aan grenzen houden en in dit overgangsgebied vaak foerageren. Reactie: Er zal geen “tussengebied” worden opgenomen. Dieren kennen inderdaad geen grenzen. Zij zijn in principe beschermd door de Wet Natuurbescherming (deze wet zal ook worden opgenomen in de Omgevingswet). Deze geldt echter overal, los van de gebiedstypen, zodat een extra gebiedstype niet nodig is. 2. Inspreker is van mening dat zonnepanelen eerst op daken moeten worden gelegd en dat het gebied zich niet leent voor zonneweides. Reactie: In het PRE-OP is nog geen regeling voor zonnepanelen opgenomen. Hiervoor zal aansluiting worden gezocht bij het geldende Plan voor de Zon en de uitgangspunten van de provinciale zonneladder. Dit staat ook aangeven bij de uitgangspunten op bladzijde 13 van de uitleg bij het PRE-OP.
Inspraakreactie bewoner van het gebied (registratienummer 42) Deze bewoners van het gebied hebben als vertegenwoordiger van de Stichting It Grienedykster Gea een gelijkluidende reactie ingediend. Voor de samenvatting van de inspraakreactie wordt kortheidshalve verwezen naar “Inspraakreactie Stichting It Grienedykster Gea”.
29
Onderdeel B Besluitpunt 1 Ambities van het omgevingsplan Leeuwarden - Buitengebied Zuid zijn: • Eenvoudige en flexibele regels, maar ook minder regels; • Kernwaarden Ruimte, Water en Mienskip (waaronder vitaliteit en leefbaarheid) staan centraal; • Ruimte voor grootschalige en nieuwe ontwikkelingen verdienen extra aandacht; • Maatwerk; • Bestaand beleid en ontwikkelingskaders zijn de basis; • Participatie en draagvlak krijgen een volwaardige plaats in het afwegingsproces. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Een aantal keer wordt aangegeven dat minder regels geen doel op zich hoeft/moet zijn. Genoemd wordt dat ambities en kernwaarden worden onderschreven. Er wordt naar voren gebracht dat kernwaarden en de ontwikkelrichting van de omgevingsvisie leidend zijn. Ook wordt gevraagd om meer ruimte voor de ondernemer tegenover ook weer niet te grootschalige ontwikkelingen. Wellicht minder regels maar wel rechtsbescherming. Tevens worden vraagtekens geplaatst bij flexibele regels en hoe dit zich verhoudt tot rechtszekerheid. Reactie: Ons college herkent zich in de wensen en bedenkingen en zal met in acht name hiervan op een zorgvuldige manier de regels in het ontwerp omgevingsplan opnemen. Ten aanzien van de relatie omgevingsplan en omgevingsvisie vindt een zorgvuldige afstemming plaats.
Ten aanzien van flexibele regels kan worden aangegeven dat dit altijd onder een voorwaarden is (ja mits). Dit biedt de benodigde rechtszekerheid.
Besluitpunt 2 Hanteren van de volgende gebiedstypen: • Dorp • Agrarisch • Veenweide • Natuur Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Gevraagd wordt of de begrenzing van de verschillende gebiedstypes in de toekomst ook belemmerend kan werken met name op de grenzen van de gebiedstypes (bijvoorbeeld bij nieuwbouw buiten het gebiedstype Dorp). De suggestie wordt gedaan om meer gebieden te voorzien van het gebiedstype Natuur. Ook wordt door meerdere partijen gevraagd om een speciaal gebiedstype voor de oude dorpskernen. Een aantal partij geeft te kennen geen gebiedstype Veenweide te willen en stelt voor dit aan te passen naar gebiedstype Agrarisch. Reactie: De grenzen van gebiedstypes zijn nooit dusdanig hard dat dit voor de toekomst belemmeringen opwerpt voor gewenste ontwikkelingen. Een en ander betekent dat op dat moment een nieuw omgevingsplan moet worden gemaakt met alle waarborgen van dien waarin ook participatie een volwaardige rol krijgt. Ten aanzien van het gebiedstype Natuur hebben wij gemerkt dat hierover verwarring is ontstaan. Dit gebiedstype is voorzien voor de Natura 2000 gebieden. Om die reden wordt de naam van dit gebiedstype aangepast naar Natura 2000. Een en ander betekent echter niet dat er geen andere natuur zal worden aangeduid. Dit zal in het ontwerp omgevingsplan nader worden uitgewerkt door middel van zogenaamde werkingsgebieden/aanduidingen.
Voor de historische dorpskernen zullen wij eveneens met werkingsgebieden/aanduidingen gaan werken. Het is niet nodig hiervoor een apart gebiedstype in het leven te roepen (zie ook
30
bijvoorbeeld de voorgestelde regeling voor het beschermd dorpsgebied van Warstiens zoals dat is voorgesteld in het PRE-OP onder gebiedstype Dorp). Ten aanzien van de opmerkingen omtrent het gebiedstype Veenweide wordt op deze plaats verwezen naar besluitpunt 5.
Besluitpunt 3 Gebiedstype Dorp De gemeente wil ruimte geven aan de leefbaarheid in de dorpen en aan plannen van inwoners en ondernemers. Er bestaat een behoefte om verschillende functies te combineren, zoals wonen in combinatie met een bedrijf aan huis of wonen in combinatie met bêd en brochje of wonen en zorg. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Hier komen dezelfde opmerkingen terug ten aanzien van de oude dorpskernen. Daarnaast wordt nog een voorstel gedaan dat maximaal 50% van de bebouwing plat mag worden afgedekt zou kunnen vervallen. Ook wordt gevraagd te kijken naar de mogelijkheden om zwaar landbouwverkeer te weren uit de dorpen. Reactie: Ten aanzien van de oude dorpskernen wordt verwezen naar onze reactie onder besluitpunt 2. Ten aanzien van het andere punt zullen wij onderzoeken of we daar in het kader van welstand vorm aan kunnen geven of dat hiervoor toch een dergelijke regeling gewenst is (ruimtelijke kwaliteit). Voor het weren van zwaar landbouwverkeer voorzien wij geen mogelijkheden in het omgevingsplan. Een en ander vindt de basis in de Wegenverkeerswet en bijbehorende besluiten.
Besluitpunt 4 Gebiedstype Agrarisch De gemeente biedt in dit gebied agrariërs de ruimte om te ondernemen. Andere functies als woningbouw, recreatie en natuur zijn hieraan ondergeschikt. Het bestaande gebruik van de grond en gebouwen is het uitgangspunt. Dit mag in het nieuwe plan worden voortgezet. Dit geldt ook voor uitbreidingsmogelijkheden die al in het bestaande bestemmingsplan zijn opgenomen. Aanvullende en ondergeschikte activiteiten krijgen de ruimte. Dit betekent meer dan alleen bestaande voedselproductie. Het is te overwegen om ook andere gewassen toe te staan, zoals houtgewassen voor energieopwekking en gemengde teelten, zoals boslandbouw. Ook installaties voor de opwekking van energie, windmolens en zonnepanelen krijgen meer ruimte. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Meerdere malen wordt ingegaan op het telen van andere gewassen (houtopstanden) in relatie tot de weidevogels en het open landschap. Ook verschillen standpunten over het wel dan niet toestaan van intensieve veehouderijen, zonneparken en windmolens. Er is een opmerking omtrent bouwregel 17 bij gebiedstype Agrarisch: niet bebouwing slopen om een tweede bedrijfswoning toe te staan. Tevens wordt een punt aangedragen (wat ook doorgetrokken kan worden naar de andere gebiedstypen). Het gaat om het punt dat staat omschreven dat andere functies ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie.
Voorgesteld wordt dit als volgt te formuleren: In beginsel is dit gebied agrarisch, waarbij …. etc. Reactie: Voor een uitgebreide reactie van ons college verwijzen wij met betrekking tot de houtopstanden, intensieve veehouderijen, zonneparken en windmolens naar de reactienota. Met betrekking tot artikel 17: het daar geplaatste artikel is een bouwregel maar hoort uiteindelijk bij functieverandering naar wonen. In dat geval kan er een extra woning worden gebouwd indien voldoende oude bebouwing (schuren) wordt afgebroken. Het is niet onze bedoeling in dit plan
31
tweede bedrijfswoningen op te nemen. Mocht hiervoor een aanvraag komen dan zal daarvoor een aparte procedure worden doorlopen met alle waarborgen. De suggestie om ondergeschikte functies anders te formuleren zal nader worden bekeken.
Besluitpunt 5 Gebiedstype Veenweide De gemeente zet in op een koersverandering in de veenweide en klei-veengebieden. Dit betekent dat de gemeente in dit gebied niet meewerkt aan nieuwe ontwikkelingen gericht op uitbreiding van stallen en veestapels. Wel willen we meewerken aan ontwikkelingen die leiden tot een verandering richting extensieve vormen van landbouw, zoals natuurinclusieve landbouw en streekgerichte voedselproductie, die geen schade toebrengen aan het naastgelegen Natura 2000-gebied De Alde Feanen. Ook stimuleren we andere functies dan landbouw, zoals kleinschalige recreatie, fiets- en wandelroutes, natuurontwikkeling, niet-agrarische bedrijvigheid en de productie van duurzame energie. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Er zijn zowel voor- als tegenstanders met betrekking tot dit gebiedstype. Reactie: Ons college wil naar aanleiding van zowel de inspraakreacties als ook de wensen en bedenkingen ook voor het gebiedstype Veenweide agrarische bedrijven uitbreidingmogelijkheden geven tot 2 hectare (met een afwijking) wanneer dit niet strijdig is met de achterliggende doelstellingen voor het veenweideprogramma (o.a. reduceren van de bodemdaling, CO2-uitstoot, landbouw met hogere waterpeilen, natuurinclusieve landbouw en alternatieve verdienmodellen).
Er zal daarnaast geen regeling in het omgevingsplan worden opgenomen waarin een maximum aan het aantal te houden dieren zal worden gesteld.
Besluitpunt 6 Gebiedstype Natuur De gemeente zorgt dat ontwikkelingen geen onomkeerbare negatieve gevolgen hebben voor de aangewezen natuurwaarden. Deze moeten juist de natuurwaarden versterken of bevorderen. De regeling is streng en laat enkel ondergeschikte ontwikkelingen toe die een relatie hebben met de natuurwaarden. De overige functies die aanwezig zijn, zijn ondergeschikt. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Hiervoor wordt verwezen naar het eerder hierover gemelde onder besluitpunt 2. Extra wordt nog aangegeven dat natuurwaarden ook in andere gebiedstypen voorkomt. Gevraagd wordt daarnaast om extensieve vormen van recreatie en natuurbeleving op te nemen. Ook wordt gevraagd het woord ‘onomkeerbare’ te schrappen. Reactie: De naam van dit gebiedstype wordt Natura 2000. Daarnaast klopt het dat natuurwaarden in alle gebiedstypen voorkomen. Natuur zal hier zeker in worden verankerd. De mogelijkheden van extensieve vormen van recreatie zullen worden onderzocht en indien mogelijk een plaats krijgen in het ontwerp omgevingsplan. De opmerking ten aanzien van het woord ‘onomkeerbare’ zullen wij nader bestuderen in het kader van het opstellen van de regels van het ontwerp omgevingsplan.
32
Besluitpunt 7 Gezondheid Bij het opstellen van de regels stellen we voor zo goed mogelijk rekening te houden met positieve gezondheid en dit onderdeel te laten zijn van het omgevingsplan. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Dit besluitpunt wordt breed gedragen. Wel wordt ook opgemerkt dat de gemeente zich hier behoudend in moet opstellen ten aanzien van de levenswijze en gezondheid van individuen achter de voordeur. Ook het VN Verdrag Handicap zou een plaats moeten krijgen in het omgevingsplan. Verder wordt nog aangegeven dat hierbij de meest recente, gezaghebbende inzichten uit de wetenschap leidend moeten zijn. Reactie: Het doet ons college goed te lezen dat dit besluitpunt breed gedragen wordt. Dit punt zal nader worden uitgewerkt in het kader van het ontwerp omgevingsplan. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de ingebrachte opmerking ten aanzien van “achter de voordeur”. De mogelijkheden ten aanzien van het VN Verdrag Handicap zullen nader worden onderzocht. Voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, wordt in het omgevingsplan rekening gehouden met het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. Dit volgt uit het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Wij delen daarnaast de mening dat inzichten uit de wetenschap betrokken kunnen worden.
Besluitpunt 8 Participatie Ten aanzien van bepaalde vergunningen of procedures kan een nadere invulling worden gegeven aan hoe wij willen omgaan met participatie of hoe dit vorm te geven. De gemeente Leeuwarden heeft ervaring opgedaan met het vormgeven van participatieprocessen naar aanleiding van het bestemmingsplan Plan voor de zon. Het voorstel is een ’proceswijzer’ op te nemen in het omgevingsplan die initiatiefnemers helpt bij het doorlopen van deze vereiste. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Ook dit besluitpunt is positief ontvangen. Wel wordt opgemerkt dat er in bepaalde gevallen sprake kan zijn van scherpe tegenstellingen/belangen. Daarnaast is er een brede roep om een uiteenzetting van de participatieprocessen c.q. een proceswijzer. Reactie: Participatie is dusdanig belangrijk dat u hierover in de loop van dit jaar in een aantal sessies nader over zult worden geïnformeerd. Hierbij zal ook worden ingegaan op (mogelijke) spanning in verband met deregulering. Uiteindelijk zal hier ook besluitvorming door uw raad over plaatsvinden. De uitkomsten (hoe processen vormgeven / doorlopen) zullen worden verwerkt in het ontwerp omgevingsplan en daarnaast naar alle waarschijnlijkheid in een aparte proceswijzer (afhankelijk van het besluit van uw raad in dezen).
33
Besluitpunt 9 Duurzaamheid stimuleren Om duurzaamheid te stimuleren, kan worden gedacht aan extra uitbreidingsmogelijkheden wanneer duurzamer wordt gebouwd dan wettelijk is voorgeschreven. De nadere uitwerking hiervan volgt in het ontwerp omgevingsplan. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Ook hier verschillen de meningen: van niet afdwingen, naar minimale eisen opschroeven tot dat het besluitpunt te weinig recht doet aan het belang van duurzaamheid. Ook wordt aangegeven dat afgewacht wordt met welke regels het college komt in het ontwerp omgevingsplan. Ten aanzien van duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit wordt daarnaast ook gevraagd harde en juridisch toetsbare en handhaafbare regels op te nemen. Reactie: Ons college zal met grote zorg aandacht besteden aan dit nieuwe onderwerp in het ontwerp omgevingsplan en de mogelijkheden hiervoor nader verkennen in de komende tijd. Eén van de uitgangspunten is dat wij heldere/duidelijke regels opnemen die ook handhaafbaar zijn.
Besluitpunt 10 Duurzaamheidsmaatregelen We stellen voor om in het omgevingsplan duurzaamheidsmaatregelen op te nemen die tegemoetkomen aan de doelen van de Leeuwarder Energie-agenda, Klimaatadaptatie en Circulaire economie. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen De reacties liggen in lijn met besluitpunt 9. Wel wordt ook de vraag gesteld of dit extra kosten met zich meebrengt en zo ja, wie dit dan moet betalen. Stelt de gemeente hier ook geld voor beschikbaar? Ten aanzien van duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit wordt daarnaast ook gevraagd harde en juridisch toetsbare en handhaafbare regels op te nemen. Reactie: Ons antwoord in dezen is overeenkomstig het antwoord bij besluitpunt 9. Tevens zal worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn ten aanzien van bijv. subsidies. Eén van de uitgangspunten van dit omgevingsplan is dat wij heldere/duidelijke regels opnemen die ook handhaafbaar zijn.
Besluitpunt 11 Milieuzonering De landelijke staalkaart bedrijfsmatige activiteiten nemen we als uitgangspunt voor milieuzonering in het omgevingsplan. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Dit besluitpunt wordt gedeeld. Reactie: Dit aspect zal conform voorstel worden uitgewerkt in het ontwerp omgevingsplan.
34
Besluitpunt 12 Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit is geen beperkende factor voor dit omgevingsplan, want in de gemeente Leeuwarden wordt ruimschoots voldaan aan de landelijke normering voor stikstofoxide en fijnstof. Doen er zich ontwikkelingen voor die een negatieve invloed hebben op de luchtkwaliteit? Dan wordt onderzocht of de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechtert. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Er wordt gevraagd dit aspect als richtinggevend te benoemen. Schone lucht wordt als kernkwaliteit gezien, van daaruit geen intensieve veehouderijen en ontwikkelingen toestaan die veel verkeer genereren. Ook de vliegbasis wordt aangehaald. Reactie: Een goede luchtkwaliteit is een groot goed. We moeten hier zuinig op zijn. Dit betekent ook dat nieuwe (grootschalige) initiatieven ook altijd op dit aspect zullen worden getoetst. Eén en ander wordt opgenomen in de regels. Daarnaast wordt dieper ingegaan op dit aspect in de Uitleg bij het ontwerp omgevingsplan.
Besluitpunt 13 Milieueffectrapportage (MER)/ Omgevingseffectrapportage (OER) Omdat er meer onderwerpen in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen, stellen we voor ook de MER breder te trekken. We stellen voor ook de onderwerpen participatie, duurzaamheid en positieve gezondheid hierbij te betrekken. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Dit besluitpunt wordt gedeeld. Reactie: Dit aspect zal conform voorstel worden uitgewerkt in het ontwerp omgevingsplan.
Besluitpunt 14 Archeologie Wij stellen voor het bestemmingsplan Archeologie als basis te nemen voor het omgevingsplan. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Dit besluitpunt wordt gedeeld. Reactie: Dit aspect zal conform voorstel worden uitgewerkt in het ontwerp omgevingsplan.
35
Besluitpunt 15 Cultuurhistorie Belangrijke cultuurhistorische waarden willen we beschermen. Het voorstel is om de regeling voor de bescherming van cultuurlandschappelijke elementen meer flexibiliteit te geven. Flexibiliteit in die zin dat de waarde (aandacht voor het bijzondere) van een cultuurlandschappelijk element wordt erkend, maar de manier van hoe we er vervolgens mee omgaan, wordt verruimd. In bijlage 3 is daarom een voorstel opgenomen hoe hiermee kan worden omgegaan. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen De algemene tendens is dat dit besluitpunt wordt gedeeld. Wel wordt nog aangegeven dat het dempen van dergelijke cultuurhistorische sloten niet moet kunnen. Hier moeten we zuinig op zijn. Slechts als er geen andere mogelijkheden zijn dit eventueel toestaan. Reactie: Het voorstel uit bijlage 3 van het PRE-OP zal worden uitgewerkt in het ontwerp omgevingsplan.
Besluitpunt 16 Bestaande bebouwing Voor het omgevingsplan stellen we voor geen karakteristieke panden aan te wijzen. Bij verbouwen en terugbouwen kan immers ook worden teruggevallen op de welstandsregels (mits de gemeenteraad ook hiervoor kiest in het kader van het omgevingsplan). Wanneer een pand vanuit cultuurhistorie bescherming zou moeten krijgen, zetten we erop in het betreffende pand aan te wijzen als gemeentelijk monument. Zowel gemeentelijke- als rijksmonumenten vallen onder een strenger beschermingsregime. Ook stellen we voor naast de verplichte gemeentelijke monumenten de rijksmonumenten op te gaan nemen, zodat we een goede afweging kunnen maken en deze belangrijke monumenten niet over het hoofd zien. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Er is draagvlak om met dit besluitpunt in te stemmen. Hierbij wordt bijvoorbeeld aangegeven dat bewoners / eigenaren van dergelijke karakteristieke panden zelf wel weten hoe hier mee om te gaan. Ten aanzien van de aanwijzing van gemeentelijke monumenten wordt echter wel aangeven dat bewoners / eigenaren hier niet “zomaar” mee geconfronteerd mogen worden. Hiervoor moet wel het gesprek worden aangegaan. Eén partij is van mening dat de aanduiding karakteristiek wel in stand moet worden gelaten omdat hiermee ook sloop kan worden voorkomen. Tevens wordt er door één partij aangegeven dat welstand c.q.
welstandsrichtlijnen niet meer van deze tijd zijn en kunnen worden afgeschaft. Reactie: Het voorkomen van sloop hangt in dit geval samen met welke bebouwing al dan niet worden aangewezen als gemeentelijke monument. Op het moment dat dit niet het geval is, bestaat inderdaad de mogelijkheid dat een dergelijk pand kan worden gesloopt. Dit laat echter onverlet dat de echt belangrijke panden een goede bescherming krijgen. Het college zal dan ook uitvoering geven aan dit besluitpunt conform voorstel. Ten aanzien van het aspect welstand kunnen wij hierbij aangeven dat hiervoor een apart traject loopt waarbij de raad in een aantal sessies nader op de hoogte wordt gebracht en er over dit onderwerp een discussienota zal worden opgesteld. Uiteindelijk is het de gemeenteraad die hierover een besluit neemt. Voor zover dit van invloed is op het op te stellen ontwerp omgevingsplan zullen die uitkomsten hierin worden meegenomen.
36
Besluitpunt 17 Ecologie In het kader van het ontwerp-omgevingsplan wordt een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Dit is verplicht. Het doel van het ecologisch onderzoek is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de landelijke wetgeving of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Hierbij wordt in ieder geval ingegaan op gebiedsbescherming, soortenbescherming en stikstof. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Dit besluitpunt wordt op hoofdlijnen gedeeld. Gevraagd wordt of dit ook moet voor gebieden die wellicht op een later moment zullen worden omgezet naar bijvoorbeeld wonen en bedrijventerrein. Tevens wordt aangegeven geen extra regels op te stellen maar de regel van het Rijk en provincie te hanteren. Reactie: Het grondgebied zal worden beoordeeld op hoe het gebied er nu uitziet. Dus niet op basis van mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Mocht een dergelijk plan in de toekomst aan de orde zijn dan zal in dat kader nader ecologisch onderzoek worden gedaan. Er zal qua regelgeving worden aangesloten bij die van het Rijk en de provincie.
Besluitpunt 18 Water Het voorstel is om met Wetterskip Fryslân nader in gesprek te gaan om te komen tot een verbeelding en regels. Hierbij is het met name belangrijk dat de gebiedstypen met bijbehorende functies waar objecten en belangen van het Wetterskip spelen, deze belangen niet uitsluiten. Deze uitwerking vindt plaats in het kader van het ontwerp omgevingsplan. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Dit besluitpunt wordt gedeeld. Aanvullend wordt nog gevraagd regels op te nemen voor klimaatbestendig / water robuust bouwen. Reactie: Er zal in overleg worden getreden met het Wetterskip en de wens omtrent regels zal nader worden onderzocht.
Besluitpunt 19 Lichthinder In het gemeentelijke omgevingsplan kan lichthinder een aspect zijn dat breder meeweegt dan alleen kunstlicht bij tuinbouw en lichthinder bij sportvelden. Wij stellen voor om bij het opstellen van het ontwerp-omgevingsplan waar nodig en mogelijk regels op te nemen om lichthinder en verstoring te voorkomen. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Dit besluitpunt wordt voor het overgrote deel gedeeld. Ook wordt er gevraagd regels op te nemen (voor ligboxstallen, sportvelden, niet-agrarische bedrijven en reclame) die toetsbaar zijn. Tevens wordt nog aangeven dat de regels vanuit het Rijk volstaan. Reactie: In het ontwerp omgevingsplan zal een regeling worden opgenomen die tegemoet komt aan dit besluitpunt.
37
Besluitpunt 20 Leidingen en zones Voor de (overige) leidingen en zones stellen we voor deze op te nemen op de verbeelding (plankaart) en in de regels. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Dit punt is akkoord. Reactie: In het ontwerp omgevingsplan worden de betreffende leidingen opgenomen. Dit betreft de zogenaamde hoofdleidingen, dus niet de kleinere (ondergeschikte) leidingen en huisaansluitingen
Besluitpunt 21 Ruimtelijke kwaliteit De gemeenteraad gaat over de kwaliteit van de leefomgeving in de gemeente en dus ook over de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Daarom moet de gemeenteraad een afweging maken of en hoe ze die ruimtelijke kwaliteit wil veiligstellen. Dit kan ook zijn weerslag hebben op de regels in dit omgevingsplan. De nadere uitwerking hiervan vindt plaats in het ontwerp omgevingsplan. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Over het algemeen wordt dit besluitpunt gedeeld. Eén partij geeft aan bij alle nieuwbouwplannen aandacht te willen besteden aan ruimtelijke kwaliteit en bij grote ontwikkelingen (bijvoorbeeld uitbreiding agrarische bedrijven) een systematiek te hanteren conform “De nije pleats”. Ook in historische dorpskernen wordt extra aandacht gevraagd. Ook wordt door één partij aangeven dat schoonheid en architectuur per definitie arbitrair zijn. Reactie: Zoals eerder aangegeven zal ten aanzien van het aspect welstand een apart traject worden doorlopen waarbij de raad in een aantal sessies nader op de hoogte wordt gebracht en er over dit onderwerp een discussienota zal worden opgesteld. Uiteindelijk is het de gemeenteraad die hierover een besluit neemt. Voor zover dit van invloed is op het op te stellen ontwerp omgevingsplan zullen die uitkomsten hierin worden meegenomen.
Besluitpunt 22 Verordeningen/beleidsregels Regels voor de fysieke leefomgeving uit 23 verordeningen en beleidsregels worden in het ontwerp omgevingsplan opgenomen. Mocht blijken dat dit leidt tot wezenlijke keuzes, dan wordt dit opnieuw voorgelegd. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Dit punt wordt gedeeld. Reactie: In het ontwerp omgevingsplan worden de regels uit de verordeningen en beleidsregels opgenomen.
38
Besluitpunt gebiedstype Dorp Voorstel regels Gebruik, functieverandering en bouwen. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Over het algemeen worden de voorstellen gedeeld. Reactie: De voorstellen voor de regels zoals opgenomen in de tabellen zijn een hulpmiddel om op hoofdlijnen keuzes te maken. De nadere (juridische) uitwerking zal plaatsvinden in het ontwerp omgevingsplan. Hierbij zal ook de input van de van toepassing zijnde besluitpunten (1 t/m 22) worden betrokken.
Besluitpunt gebiedstype Agrarisch Voorstel regels Gebruik, functieverandering en bouwen. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Veelal wordt er verwezen naar de hierop van toepassing zijnde besluitpunten (1 t/m 22). Reactie: De nadere (juridische) uitwerking zal plaatsvinden in het ontwerp omgevingsplan. Hierbij zal ook de input van de van toepassing zijnde besluitpunten worden betrokken.
Besluitpunt gebiedstype Veenweide Voorstel regels Gebruik, functieverandering en bouwen. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Veelal wordt er verwezen naar de hierop van toepassing zijnde besluitpunten (1 t/m 22). Reactie: De nadere (juridische) uitwerking zal plaatsvinden in het ontwerp omgevingsplan. Hierbij zal ook de input van de van toepassing zijnde besluitpunten worden betrokken.
Besluitpunt gebiedstype Natuur Voorstel regels Gebruik, functieverandering en bouwen. Samenvatting ontvangen wensen en bedenkingen Veelal wordt er verwezen naar de hierop van toepassing zijnde besluitpunten (1 t/m 22). Reactie: De nadere (juridische) uitwerking zal plaatsvinden in het ontwerp omgevingsplan. Hierbij zal ook de input van de van toepassing zijnde besluitpunten worden betrokken. Ten aanzien van het gebiedstype Natuur hebben wij gemerkt dat hierover verwarring is ontstaan. Dit gebiedstype is voorzien voor de Natura 2000 gebieden. Om die reden wordt de naam van dit gebiedstype aangepast naar Natura 2000 (zie ook besluitpunt 2).
39