Motivering BOPA Waterberging Himpensermar
Tekst van het document
blad 25 van 34
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
In geval van deze BOPA wordt alleen de functie waterberging toegevoegd. Er vinden geen grondwerkzaamheden plaats, waardoor er geen belemmering is. De waterinlaat zelf heeft ook geen invloed op (eventuele) archeologische resten in de grond. Het inrichten van een waterberging voor de berging van een waterkolom van circa één meter á anderhalf en die ook alleen periodiek ingezet wordt zal geen invloed hebben op het archeologisch bodemarchief. Het voordeel van de waterkolom is dat de druk in het volledige gebied gelijk is, waardoor inklinking en verdringing, als hier al sprake van is, binnen het plangebied nagenoeg gelijk zal zijn en daarmee ook stratogliding, zijnde een archeologische laag verticaal ten opzichte van elkaar verschuift, niet optreedt. Bovendien is de Himpensemar tot 1783 eeuwen lang al een meer geweest. Conclusie Vanuit archeologie zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.
4.10.2 Cultuurhistorie en erfgoed Kader Onder erfgoed vallen cultureel erfgoed en werelderfgoed. Cultureel erfgoed bestaat uit rijksmonumenten, gemeentelijke- en provinciale monumenten en archeologische monumenten. De bescherming van erfgoed wordt geregeld in het Bal, de provinciale omgevingsverordening en het omgevingsplan. Het Bal stelt onder andere regels aan rijksmonumenten. De provinciale omgevingsverordening stelt regels aan provinciale monumenten (zoals provinciale monumenten, molenbiotopen en landgoed- en kasteelbiotopen). In het omgevingsplan legt de gemeente de te beschermen gemeentelijke en provinciale monumenten vast. Bij het opstellen van het omgevingsplan moet de gemeente voldoen aan de instructieregels van het Rijk (paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl). Deze instructieregels gelden ook bij het afwijken van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Beoordeling Voor het project is een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 5). Historisch-geografische waarden De historisch-landschappelijke hoofdstructuur van de polder, gelegen in kleigebied Oostergo, bestaat uit een uniek droogmakerijlandschap uit de achttiende eeuw. Binnen de hoofdstructuur van de polder zijn verschillende historisch-landschappelijke structuren en elementen te onderscheiden. Enkele belangrijke kenmerken zijn: -
-
-
-
-
Ringvaarten: De aanwezigheid van ringvaarten, zoals de oorspronkelijke ringvaart rondom de polder, draagt bij aan de historische waterbeheersing en vormt een essentieel onderdeel van het achttiendeeeuwse landschap. In de twintigste eeuw is met de komst van de autoweg tussen Leeuwarden en Drachten het noordelijke deel van de ringvaart aangepast. Ringdijken: De ringdijken, die het gebied omringen, dienden als bescherming tegen het omringende water en getuigen van de geavanceerde waterbeheersingstechnieken uit die tijd. In 1779 is de droogmakerij ingepolderd met een ringdijk van ca. 3,5 km lengte. Verkavelingspatroon: Het regelmatige, mathematische verkavelingspatroon in het landschap, met name de blokverkaveling, reflecteert de planmatige ontwikkeling en strategische aanpak bij de inrichting van het agrarische gebied. Openheid en weidsheid: Het historische agrarische gebruik van de polder (met name als weideland), samen met de lage ligging ten opzichte van de omgeving, heeft bijgedragen aan de weidsheid en openheid van het landschap. Zelfs na de overgang naar een natuurlijker beheer behoudt het gebied zijn unieke open karakter, wat bijdraagt aan de historische geografische waarde van de polder. Poldermolen: De aanwezigheid van de rijksmonumentale poldermolen uit 1863 is een historischbouwkundig element dat de technologische ontwikkelingen in waterbeheersing symboliseert.
Boerderijplaatskavels: De (restanten van) historische boerderijplaatskavels voegen een extra dimensie toe aan het landschap, waarbij de contour van sommige kavels nog herkenbaar is in het slotenpatroon.
Historisch-(steden)bouwkundige waarden In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich geen werelderfgoed. Evenmin zijn er beschermde stadsen dorpsgezichten van toepassing. blad 26 van 34
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
1. Rijksmonument Aan de noordkant van de polder staat op de ringvaartdijk een met riet beklede, achtkantige monnikmolen, zoals bekend als de Hempenserpoldermolen uit 1863. De molen is gebouwd als vervanger van de eerste windmolen uit 1784. Sinds 1971 is het een rijksmonument. De molen is met een gevlucht van 24 meter de grootste van zijn soort in Friesland en daardoor aangemerkt als molenbiotoop. Rond de molen zijn gronden aangemerkt als molenbeschermingszone. Voor nieuwe bebouwing en het aanbrengen van beplanting geldt dat deze geen beperking mogen opleveren voor de werking van de molen. 2. Gemeentelijk monument De Hempensermeerpolder is in 2019 als eerste polder in Friesland door de gemeente Leeuwarden als gemeentelijk monument aangewezen. De rijksmonumentale poldermolen valt niet onder het gemeentelijk monument. Wel bevindt de molen zich op het perceel (kavel) dat onderdeel van het gemeentelijk monument is. De waardering van het gemeentelijk monument is drieledig: Cultuurhistorische waarde: Het monument dient als goed voorbeeld van een ontwikkeling in de waterstaatkunde en van een rationele agrarische polderlandinrichting aan het einde van de achttiende eeuw. Ensemblewaarde: De waarde van het monument ligt in de samenhang van de ringdijk, ringvaart, verkavelingsstructuur, boerderijplaatskavels en het omliggende open landschap.
Herkenbaarheid en gaafheid: De essentiële waarde van het monument ligt in de duidelijk herkenbare en goed bewaarde kenmerken van de ringdijk, ringvaart, het verkavelingspatroon en het open landschap. In mindere mate geldt dit voor de boerderijplaatskavels. 3. Overige waarden In het noordelijke deel van het plangebied bevindt zich de boerderij waar de horecagelegenheid 'Gasterij De Wâldwei' gevestigd is. De boerderij uit 1955, gelegen op de oorspronkelijke boerderijplaatskavel uit 1788, draagt cultuurhistorische waarde doordat het een tastbare link vormt met de historische ontwikkeling van het gebied. Het behoud van deze boerderij op dezelfde locatie geeft inzicht in de historische ruimtelijke ordening en bewoningsgeschiedenis van de polder. Het gebouw heeft geen monumentale status, maar is wel een belangrijk element voor het behoud en begrip van het cultureel erfgoed in de regio. Onderzoek Uit het onderzoek blijkt dat de polder Himpensermar over aanzienlijke cultuurhistorische waarde beschikt. Voor een deel gaat dat om waarden die wettelijk beschermd zijn en voor een deel om “meekoppelkansen” vanuit erfgoedperspectief. Uitgangspunt van de ontwikkeling moet zijn dat de historisch waardevolle verkavelingsstructuur behouden blijft. Denk hierbij aan het minimaliseren van verstoringen in de rechte lijnen van de oorspronkelijke blokverkaveling.
Uit cultuurhistorisch onderzoek, zoals als bijlage toegevoegd, is gebleken dat de monumentale waarde van het gemeentelijk monument niet wordt aangetast door de waterberging. De ontwikkeling dient te vertrekken vanuit het principe dat de historisch waardevolle bebouwing, de rijksmonumentale Hempenserpoldermolen, onaangetast blijft en zichtbaar blijft in het landschap. Dit betekent dat de molen gevrijwaard blijft van wijzigingen in zijn aanzien. Specifiek karakteristiek is vaak de plaatsing van de molen op de rand van de polder. Daar waar ruimte is kan gekozen worden om de dijk te verhogen maar er dient terughoudend omgegaan te worden met te flauwe en hoge versterkingen om de monumentale waarde te behouden. Deze BOPA betreft alleen een functiewijziging, er is geen sprake van inbreuk op de monumentale waarde en werking van de molen en andere bebouwing. Conclusie Vanuit cultuurhistorie en erfgoed zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.
blad 27 van 34
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
4.11
Kabels en leidingen Kader Kabels en leidingen vervullen verschillende functies. De omvang en inhoud, en daarmee het risico bij beschadiging, verschilt hierdoor ook. Daarnaast kunnen kabels en leidingen in zowel openbare als privégronden gelegen zijn, waardoor verschillende belangen geraakt worden. In het tijdelijk deel van het Omgevingsplan zijn de bestaande regels met betrekking tot de bescherming van kabels en leidingen opgenomen. Daarbij bestaat het Omgevingsplan en de bruidsschat uit de ruimtelijke regels zoals op dit moment nog opgenomen in beheersverordeningen en bestemmingsplannen. Ruimtelijke regels In het tijdelijk deel van het omgevingsplan staan regels voor buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Deze regels richten zich op de ligging en het type leiding (aard van de stof en bij gas, de maximale druk). In het tijdelijk deel van het omgevingsplan kunnen ook regels over ondergrondse hoogspanningsverbindingen staan. Deze regels richten zich op de afstand van bepaalde gebouwen tot magneetvelden. Daarnaast kunnen ook voor andere kabels en leidingen regels staan in de ruimtelijke regels van het tijdelijk deel, omdat ze naar het oordeel van het bevoegd gezag ruimtelijk relevant zijn. Bruidsschat De regels uit de bruidsschat zijn relevant bij aanvragen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken.
Beoordeling De beoogde ontwikkeling wordt beoordeeld via de regels in (het tijdelijk deel van) het omgevingsplan. In het omgevingsplan is te zien dat binnen en in de nabijheid van het projectgebied geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig zijn die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast is één loze glasvezelkabel aanwezig in het Himpensemar (datakabel). Deze heeft een gronddekking van minimaal 60 cm en is niet meer in gebruik. Hierdoor heeft de waterberging, wanneer geïnundeerd ook geen effecten op relevante kabels en leidingen. Conclusie Vanuit kabels en leidingen zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.
4.12
Weging van het waterbelang Kader Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk, provinciaal en rijks beleid als het beleid van het waterschap. Voor het inventariseren van de wateraspecten van een project wordt vaak een geohydrologisch onderzoek voor de waterhuishouding uitgevoerd. Vervolgens worden de verschillende waterhuishoudkundige belangen afgewogen. In de onderzoeken worden niet alleen de wateraspecten opgenomen, maar ook welke maatregelen genomen kunnen worden op het gebied van onder andere klimaatadaptatie. Beoordeling Het project zal impact hebben op het watersysteem door het aanbrengen van een constructie voor in- en uitlaat van water en het aanbrengen van extra keringen rondom de Gasterij. De keringen rondom de Gasterij worden deels talud, deels keerwand. Het voorlopig ontwerp voor de in- en uitlaat bestaat uit een betonnen constructie die in de uiterste zuidpunt van de polder wordt aangelegd. De vergunning voor de in- en uitlaat wordt separaat aangevraagd. Inlaat- en uitstroomsysteem Het vullen van de polder verloopt via een inlaatmechanisme met duikers.
Om de polder effectief te vullen, moet er een hoogteverschil van minimaal 10 cm zijn tussen het boezempeil en het waterniveau in de polder. Bij het
blad 28 van 34
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
naderen van het boezempeil neemt de instroom sterk af, maar door een goed ontworpen systeem blijft dit beheersbaar. Beheersing van waterstanden De verwachte waterstand in de polder na 48 uur varieert afhankelijk van de te realiseren duikers zoals beoogd voor de inlaatvoorziening, met schattingen tussen NAP -0,09 m en NAP -0,83 m. Deze berekeningen laten zien dat de waterstanden in de polder gecontroleerd en binnen veilige marges blijven. In het ontwerp van de inlaatvoorziening wordt voorzien in maatregelen ter voorkoming van erosie bij het inlaten en uitpompen. Hierdoor is de kans op wateroverlast of verstoring van omliggende gebieden minimaal. Technische beperkingen en oplossingen Om luchtinslag te voorkomen en de waterstroom optimaal te beheren, wordt de bovenkant van de duikers op NAP -0,95 m geplaatst. Dit zorgt voor een stabiele in- en uitstroom zonder significante fluctuaties in waterstanden. Uitstroomsystemen zijn ontworpen om stroomsnelheden te verminderen, wat zorgt voor een gecontroleerde afvoer van water zonder schadelijke effecten op de omgeving. Conclusie Vanuit de weging van het waterbelang zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.
4.13
Klimaatadaptatie Kader Klimaatadaptatie is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen aan stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort. Het thema klimaatadaptatie heeft met name betrekking op ruimtelijke maatregelen waarmee gebieden en gebouwen zo ingericht kunnen worden dat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Om heel Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten, is het nodig dat klimaatadaptatie op alle overheidsniveaus onderdeel is van beleid en uitvoering. Daarvoor is in de eerste plaats een landelijke aanpak nodig. Die landelijke aanpak gebeurt vanuit twee programma’s: het nationaal Deltaprogramma en de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS). Nationaal Deltaprogramma In het nationaal Deltaprogramma staat hoe de overheid Nederland beschermt tegen overstromingen, zorgt voor voldoende zoetwater en werkt aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en verschillende maatschappelijke organisaties werken vanuit het Deltaprogramma samen aan deze opgaven, onder leiding van de deltacommissaris. Het programma is opgebouwd rond drie thema’s: • Deltaprogramma Waterveiligheid: Hierin staan alle onderzoeken, maatregelen en voorzieningen om Nederland te beschermen tegen overstromingen.
• Deltaprogramma Zoetwater: Hierin staat hoe we zorgen voor genoeg zoetwater, nu en in de toekomst. Zoetwater is onmisbaar: niet alleen voor de drinkwater- en elektriciteitsvoorziening, maar ook voor de natuur en voor de stabiliteit van dijken. • Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie: hierin staat hoe we ons land willen inrichten om de gevolgen van de toenemende hitte, droogte, hevige neerslag en overstromingen te kunnen opvangen. Alle drie de onderdelen bevatten een Deltaplan en een Deltabeslissing. In het Deltaplan staan concrete maatregelen voor de uitvoering van het beleid en de planning van deze maatregelen. In de Deltabeslissing staan nationale kaders die voor heel Nederland gelden. Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) De nationale klimaatadaptatiestrategie is de overkoepelende Nederlandse strategie op het gebied van klimaatadaptatie. Deze strategie uit 2016 beschrijft de belangrijkste klimaatrisico’s voor Nederland en zet de koers uit om deze risico’s aan te pakken. Het programmateam NAS heeft deze koers vertaald naar plannen en acties in het uitvoeringsprogramma 2018 – 2019. Dit programma richt zich op sectoren, ketens, thema’s en klimaatrisico’s die niet in het Deltaprogramma en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie voorkomen en vult een aantal thema’s hieruit aan. Om de NAS te versnellen is in 2023 het Nationaal Uitvoeringsprogramma blad 29 van 34
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
Klimaatadaptatie (NUP KA ‘23) verschenen. Het NUP KA ’23 laat zien welke aanpak al in gang is gezet voor de komende jaren én welke extra maatregelen er nodig zijn. Het document laat daarmee zien hoe de uitvoering van de NAS, zoals omschreven in het uitvoeringsprogramma 2018-2019, wordt aangepakt en wat nodig is om te versnellen. Er staat bijvoorbeeld dat we vanaf nu bij elke ontwikkeling in Nederland standaard rekening moeten houden met zeespiegelstijging, toenemende hitte, langere periodes van droogte en meer extreme neerslag. Beoordeling Het project maakt het gebruik van een polder als tijdelijke waterberging mogelijk. Het betreft daarmee een ruimtelijke maatregel waarmee gebieden zo ingericht worden dat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Het project past daarmee bij uitstek binnen het beleid om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Conclusie Vanuit klimaatadaptatie zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.
4.14
Duurzaamheid Kader Onder huidig recht stellen de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving geen eisen aan duurzaamheid die bij het verlenen van een omgevingsvergunning in acht genomen moeten worden. Als er sprake is van dergelijke eisen vloeien die meestal voort uit gemeentelijk beleid. Wel stelt artikel 1.3 van de Omgevingswet dat de doelen van de wet gesteld zijn met het oog op duurzame ontwikkeling. Een duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Deze bepaling kan duurzaamheid een prominente positie in planvorming geven. Vooralsnog is dat niet het geval omdat omgevingsplannen in de eerste fase na inwerkingtreding van de wet vooral beleidsneutrale omzettingen van bestaande regels zijn. Om die reden wordt gesteld dat in die fase de onderzoekslasten voor duurzaamheid niet veranderen. Beoordeling Voor het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Fryslân is het project noodzakelijk. Voor de aspecten die vallen binnen gezondheidsbescherming zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd die in de overige paragrafen van deze motivering zijn getoetst. De uitkomst was daarbij dat wordt voldaan aan de grenswaarden.
Conclusie Vanuit duurzaamheid zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.
4.15
Gezondheid Kader Gezondheid is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen over stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort (art. 1.3) en wordt vereist dat bij de een evenwichtige toedeling van functies rekening gehouden dient te worden met het beschermen van de gezondheid (art. 2.4 lid 4). Omdat de Omgevingswet het begrip gezondheid niet inkadert, kan het veel verschillende onderwerpen raken. Zo zijn milieunormen vastgelegd om de volksgezondheid te beschermen (zoals besproken in voorgaande paragrafen), maar kunnen overheden ook eigen gezondheidsambities uitwerken en vastleggen. Beoordeling Voor de aspecten die vallen binnen gezondheidsbescherming zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd die in de voorgaande paragrafen zijn getoetst. De uitkomst was daarbij dat wordt voldaan aan de grenswaarden. Conclusie Vanuit gezondheid zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.
blad 30 van 34
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
4.16
Ontplofbare oorlogsresten Kader Per 1 januari 2021 is het Certificatieschema Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO) van kracht geworden. Hierin zijn de eisen voor wat betreft het onderzoek en de opsporing van explosieven vastgelegd. Om de waterberging inzetbaar te maken is het noodzakelijk enkele inrichtingsmaatregelen, waarvoor de grond- en waterbodem geroerd wordt, te realiseren, zoals eerder benoemd. Voor de voorbereiding van een project waarbij de grond-/waterbodem wordt geroerd is de opdrachtgever verplicht een onderzoek met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid en risico’s betreffende ontplofbare oorlogsresten uit te voeren. Het inschatten van deze risico’s wordt gedaan door het laten uitvoeren van een Onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten. Beoordeling Voor het project is een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd (Bijlage 6). In het voor dit onderzoek geraadpleegde bronnenmateriaal zijn niet voldoende indicaties aangetroffen om tot een afbakening van een verdacht gebied over te gaan. Locaties van plaatsgevonden oorlogshandelingen of aanwezige militaire infrastructuur zijn gelegen op meer dan een kilometer van het projectgebied. Het project kan doorgang vinden zonder aanvullend onderzoek of beheersmaatregelen. Ingeval van deze BOPA is sprake van alleen een functiewijziging, er zijn dus geen beperkingen.
Voor de werkzaamheden die met separate vergunningen worden aangevraagd, zijn er gelet op het onderzoek ook geen beperkingen. Conclusie Vanuit ontplofbare oorlogsresten zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling en bijkomende inrichtingsmaatregelen op deze locatie.
4.17
M.e.r.-beoordeling Kader Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een ontwikkeling voor alle relevante milieuaspecten systematisch in beeld gebracht. Tevens wordt nagegaan of er alternatieven of maatregelen zijn waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden verminderd of voorkomen. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De verplichting een MER op te stellen is van kracht sinds 1 september 1987 en is verankerd in de Omgevingswet (en voorheen Wet Milieubeheer). Voor sommige plannen of projecten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken. In het Omgevingsbesluit is opgenomen voor welke activiteiten de m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten kunnen hebben op het milieu.
Beoordeling Het project maakt het gebruik van een polder als tijdelijke waterberging mogelijk. Projecten voor waterbeheer zijn opgenomen in categorie K van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Voor het project is een m.e.r.beoordeling uitgevoerd (Bijlage 7). De uitkomst hiervan is dat het project geen aanzienlijke negatieve milieueffecten met zich meebrengt. Er is geen noodzaak om een planmer-procedure te doorlopen. Conclusie Vanuit de m.e.r.-beoordeling zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.
blad 31 van 34
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
5.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1
Participatie Vanaf het moment dat de polder in beeld is als waterberging vindt er participatie plaats met de belanghebbenden in en rond de polder. De polder is zoals gezegd eigendom van Staatsbosbeheer en wordt beheerd door een aantal pachters. Zowel Staatsbosbeheer als de pachters zijn nauw betrokken bij de ontwikkelingen en het ontwerp. Zij zijn betrokken bij het ontwerpproces voor de inrichting en het inzetprotocol en hebben hun akkoord gegeven op de voorlopige ontwerpen. Ook met de eigenaar van Gasterij De Wâldwei is intensief contact. Met de eigenaar is overeenstemming over het voorlopig ontwerp voor de inrichting rond de Gasterij. De inrichtingsmaatregelen op en rond de Gasterij worden in een bouwteam ontworpen en uitgevoerd, waarbij er een korte lijn is tussen de opdrachtgever, aannemer en de eigenaar van de Gasterij. De beheerders van de Hempenserpoldermolen zijn betrokken bij de planvorming, hoewel de plannen niet direct raken aan (het functioneren van) de molen. Wetterskip Fryslân brengt een periodieke nieuwsbrief uit die naar alle stakeholders gaat. Er is een projectpagina op de website van Wetterskip Fryslân: wetterskipfryslan.nl/projecten/polder-himpensermar-inrichting-alswaterberging
5.2
Bestuurlijke afstemming De motivering wordt conform artikel 2.2 van de Omgevingswet toegezonden naar andere bestuurlijke instanties voor een bestuurlijke afstemming. De resultaten van deze bestuurlijke afstemming worden te zijner tijd in deze motivering verwerkt.
blad 32 van 34
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
6.
Financiële haalbaarheid
6.1.1
Financieel-economische uitvoerbaarheid Initiatiefnemer Wetterskip Fryslân neemt de volledige financiering van de ontwikkeling voor haar rekening. Hier hoeft de gemeente Leeuwarden geen bijdrage aan te leveren. Er is geen reden om aan te nemen dat het Wetterskip Fryslân niet over voldoende financiële middelen beschikt om de BOPA ook daadwerkelijk uit te voeren. De financiële haalbaarheid van het project is daarmee geborgd. Voor het project is een GLB-subsidie aangevraagd van 30% van de inrichtingskosten. Wetterskip Fryslân is nog in afwachting van uitsluitsel over de toekenning van de subsidie; deze is nog in behandeling en wordt naar verwachting begin 2025 toegekend. Een en ander is niet van invloed op de financiële borging van het project.
6.1.2
Nadeelcompensatie Tussen Wetterskip Fryslân en gemeente wordt een overeenkomst afgesloten. Deze overeenkomst dient ertoe om eventuele verzoeken om nadeelcompensatie af te wentelen op de initiatiefnemer.
blad 33 van 34
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
7.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft het gebruik van de polder Himpensermar als tijdelijk waterbergingsgebied. Het gebruik van deze polder als tijdelijk waterbergingsgebied is niet toegestaan op grond van het Omgevingsplan Leeuwarden. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt op de grond van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) een omgevingsvergunning aangevraagd. Om de omgevingsaanvraag te kunnen indienen moet er aangetoond worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Op basis van deze motivering kan worden geconcludeerd dat dit het geval is.
blad 34 van 34
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
Bijlage 1 Natuurtoets
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
Bijlage 2 Onderzoek stikstofdepositie
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
Bijlage 3 Vooronderzoek bodem
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
Bijlage 4 Archeologische quick scan
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
Bijlage 5 Cultuurhistorisch onderzoek
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
Bijlage 6 Onderzoek ontplofbare oorlogsresten
Motivering BOPA Waterberging Himpensermar projectnummer 0490248.100 28 april 2025 revisie 4.0 Wetterskip Fryslân
Bijlage 7 M.e.r.-beoordeling
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1800 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV Heerenveen Postbus 24 8440 AA Heerenveen
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www.anteagroup.nl