Masterplan stadsklooster te Leeuwarden
Tekst van het document
de bewoner bij het hart — de Jacobijnerkerk — woont.
bevonden zich ondersteunende functies zoals gastenverblijven, bibliotheken, infirmerieën of boerderijen — plekken die wel dienstbaar waren aan het kloosterleven, maar er formeel geen onderdeel van uitmaakten.
• De eerste ring omvat bewoners in de Kleine Kosterij. Dit zijn mensen die permanent wonen binnen de muren van het Stadsklooster en intensief deelnemen aan het dagritme van bidden, vieren, werken en ontmoeten.
Het woonconcept van het Stadsklooster volgt ditzelfde typologische • De tweede ring is de woongroep in het pand Bij de Put 17, waarin drie verschillende woonvormen samenkomen: - Kamers met gedeelde voorzieningen (keuken, badkamer, woonkamer) voor bewoners die in gemeenschap willen leven. - Studio’s voor mensen die zich nog nauw verbonden voelen met het Stadsklooster, maar iets meer zelfstandigheid wensen. - Appartementen voor stellen of kleine gezinnen die verbonden zijn met de plek, maar een grotere mate van autonomie nodig hebben. • De derde ring bestaat uit mensen die wel verbonden zijn met het Stadsklooster, maar niet (volledig) meedraaien in het dagelijkse ritme. Zij wonen in woningen zoals Jacobijnerkerkhof 50 en Nieuweburen 40, of zijn extern betrokken. Ook de Waalse Kerk, hoewel primair religieus, speelt in deze ring een rol.
principe: een geleidelijke overgang van binnen naar buiten, van intensief naar ondersteunend, van klooster naar stad. PROGRAMMA EN ROL IN HET MASTERPLAN In termen van het Programma van Eisen landt hier de categorie WONEN. Maar het woonconcept betekent méér dan alleen het invullen van woningen. Het is een drager van continuïteit, levendigheid en identiteit. Dankzij deze woonvorm wordt het Stadsklooster geen leeg decor, maar een bewoonde, levende plek. Een plek waar de klok klopt, het ritme leeft en waar mensen zich verbinden aan een gedeelde manier van leven, ieder op zijn of haar eigen wijze en intensiteit. Het woonconcept is daarmee een wezenlijk fundament onder het masterplan: het maakt het klooster bewoonbaar, beleefbaar en toekomstbestendig.
64
WONEN IN HET STADSKLOOSTER Wonen is één van de kernfuncties van het Stadsklooster. Niet als toevoeging, maar als wezenlijk onderdeel van het dagelijkse ritme en de identiteit van de plek. De bewoners geven het klooster adem, lichaam en kloppend hart. Zij vormen de levende gemeenschap die het gebouw betekenisvol maakt — vandaag en in de toekomst. Binnen de gebouwen van de Jacobijner zijn verschillende plekken gevonden waar gewoond kan worden: -
De Kleine Kosterij Bij de Put 17 in combinatie met Jacobijnerkerkhof 50 Nieuweburen 40 De Waalse Kerk
Deze woningen verschillen in omvang, mate van zelfstandigheid en nabijheid tot het ritme van het klooster. Hierdoor ontstaat een gevarieerde bewonersgroep: van mensen die nauw verweven zijn met het dagelijkse leven van het Stadsklooster tot bewoners met een meer ondersteunende of zelfstandige rol.
65
WONEN IN RINGEN VAN NABIJHEID Bij het inrichten van het woonprogramma is bewust gezocht naar een heldere logica in ligging, relatie en hiërarchie. Het concept van 'ringen van nabijheid' vormt hierbij het uitgangspunt: hoe dichter de woning bij het hart van de kerk, hoe groter de betrokkenheid bij het ritme van het klooster en hoe beperkter de privacy. • De eerste ring bevindt zich in de Kleine Kosterij, direct grenzend aan de kerkruimte. Hier wonen de zogeheten kernbewoners – zij die het dagelijks leven in het Stadsklooster dragen. Vergelijkbaar met de rol van de abt, portier of gastenpater van vroeger, zorgen zij voor ritme, gastvrijheid en ritueel: zij winden de klok op, verwelkomen bezoekers en blazen de kaarsen uit. In deze ring kunnen ook enkele gastenkamers gerealiseerd worden voor tijdelijke gasten of pelgrims.
• Het pand Bij de Put 17 ligt in de tweede ring samen met Jacobijnerkerkhof 50. Dit vormt de kern van de woongroep: bewoners leven hier samen rond een gedeelde woonvoorziening. De combinatie van twee stadswoningen, zes studio’s, vijf kamers en één gastenverblijf zorgt voor een levendige, diverse gemeenschap met verschillende levensfasen en vormen van betrokkenheid. • De derde ring bestaat uit woningen die een grotere mate van zelfstandigheid kennen, maar nog steeds deel uitmaken van het Stadsklooster. Hieronder vallen het appartement in de Waalse Kerk en de woning aan de Nieuweburen 40. Deze bewoners zijn verbonden aan het Stadsklooster, maar draaien niet of minder intensief mee in het dagelijkse ritme. In de toekomst is het denkbaar dat in deze ring nog meer zelfstandige woningen worden toegevoegd. WONEN ALS DRAGENDE STRUCTUUR Het woonconcept is daarmee niet slechts een praktische invulling, maar een dragende structuur in het masterplan. Door te wonen, krijgt het klooster leven. Door verschillende ringen van nabijheid en betrokkenheid te onderscheiden, ontstaat ruimte voor een diverse, inclusieve en levendige gemeenschap die in verschillende intensiteiten meedoet, meeleeft en meebouwt aan het Stadsklooster van vandaag.
66
sg Stad
ha ensc e m e
p
Woningen
s Kloo
5 studio’s 5 kamers
Ritme uit
roep g n o Wo
Kleine kosterij 2 appartementen
Privacy in
veel
ap nsch e e m terge
Afmeting weinig
groot
Nabijheid klein
veraf
dichtbij
Kamer (cella) Studio Appartement Woning
67
4.3 Kleine kosterij
Links interieur van de kleine kosterij, rechts het exterieur van de kleine kosterij na de restauratie van de jaren ‘70
68
Over de kleine kosterij
Factsheet
WONEN IN DE SCHADUW VAN HET KOOR De Kleine Kosterij was van oudsher een zelfstandige woning, gelegen in de beschutting van het koor van de Jacobijnerkerk. Deze intieme en karaktervolle plek leent zich er uitstekend voor om opnieuw als woning in gebruik te worden genomen.
OPPERVLAKTES Toiletten Achterkamer Hal Voorkamer Keuken Zolder
Een betrokken en actieve bewoner op deze locatie zal van grote betekenis zijn voor de sfeer en uitstraling van het gehele complex. Juist op deze plek, dicht bij het liturgische hart van de kerk, krijgt het Stadsklooster een zichtbaar, levend gezicht. Het is de plek waar, ook als de deur gesloten is, het licht nog brandt — een teken van aanwezigheid, toewijding en gastvrijheid. De Kleine Kosterij is daarmee meer dan een woning: het is een stil baken van verbondenheid met de plek, haar ritme en haar gemeenschap.
11m2 16m2 5m2 8m2 14m2 25m2
STAAT VAN HET GEBOUW Upgrade van de binnenruimtes nodig. Restauratienoodzaak onbekend, monumentenwacht rapport laten maken. VERDUURZAMING Verduurzamen schil: dak, gevels, voorzetramen. Installaties: luchtwarmtepomp PROCES VAN VISIE NAAR ONTWERP EN REALISATIE Waardestellend bouwhistorisch onderzoek, nader bouwtechnisch onderzoek, onderhoudsplan, verduurzamingsplan, betrekken van overheidsinstanties bij de planvorming
69
4.4 Waalse Kerk
Links het liturgische centrum van de Waalse Kerk, rechts het Schwartzburg orgel, geschonken door Anna van Hannover
70
Over de Waalse Kerk DE WAALSE KERK – COMPACTE TEGENHANGER EN AANVULLING Net als de Jacobijnerkerk is de Waalse Kerk in de kern een liturgische ruimte. Toch staat zij in vorm, schaal en karakter haaks op de Jacobijnerkerk. Waar de Jacobijnerkerk monumentaal, visueel gelaagd en meervoudig van karakter is, is de Waalse Kerk juist klein, compact en
NIEUWE KANSEN: WONEN EN PROGRAMMEREN De Waalse Kerk ligt ingesloten tussen de woningen van de Grote Kerkstraat. In de ruimte achter het orgel ligt een kans besloten: de mogelijkheid om een woning of gastenverblijf in te bouwen. Zo wordt ook deze voorgevel bewoond en krijgt het gebruik de kerk letterlijk een
visueel meer eenduidig. Ze heeft een heldere oriëntatie, een duidelijke entree en een centraal podium dat direct betekenis geeft aan de ruimte.
gezicht aan de stad.
Het interieur is uniform in kleur en afwerking, wat rust en overzicht biedt. Het prachtige orgel vormt het onbetwiste hoogtepunt: krachtig in vorm, rijk in detail en dominant in sfeer. Het is niet alleen een muziekinstrument, maar ook een beeldbepalend topstuk dat de ruimte karakter geeft.
De bewoner van deze woning kan bijvoorbeeld een denker, kunstenaar of gastdocent zijn die tijdelijk deel uitmaakt van de gemeenschap. Hij of zij programmeert de ruimte, woont in de kerk en ontvangt bezoekers in de entreehal. Daarmee krijgt de Waalse Kerk niet alleen een tweede functie, maar gaat ook meedoen met het nieuwe ritme, gedragen door betrokken aanwezigheid.
Juist vanwege deze duidelijke eigenheid is de Waalse Kerk een waardevolle aanvulling op de Jacobijnerkerk. Wat in de ene kerk niet goed past, kan in de andere juist wél. Zo kan de Waalse Kerk dienstdoen als verwarmbare, intieme zaal wanneer de Jacobijnerkerk — door haar omvang, akoestiek of inrichting — minder geschikt is. Voorzieningen als theatertechniek, AV-installaties of vaste zitopstellingen kunnen hier probleemloos worden geïntegreerd, terwijl de Jacobijner flexibel blijft en per gebruik wordt ingericht.
71
Factsheet OPPERVLAKTES Foyer Toiletgroep Zaal Podium
30m2 8m2 70m2 50m2
Galerij Studio incl. keuken en badkamer
30m2 15m2
STAAT VAN HET GEBOUW Het dak en het gewelf (met plaatselijk daaronder de aansluiting op het muurwerk) lijkt restauratie te behoeven, inspectie van de inwendige constructie was nog niet mogelijk. Verder regulier onderhoud. VERDUURZAMING Isoleren van het gewelf i.c.m dakrestauratie, voorzetbeglazing, voorzetwanden in foyer en studio, installaties verduurzamen. PROCES VAN VISIE NAAR ONTWERP EN REALISATIE 3d laserscan en tekenwerk, nader bouwtechnisch onderzoek (dak en gewelf), waardestellend bouwhistorisch onderzoek, onderhoudsplan, verduurzamigsplan, betrekken van overheidsinstanties bij de planvorming
72
Keuken/koffiehoek
Bestaande panelen wand verplaatsen
Foyer & ontmoetingsruimt e Extra toilet(ten) en garderobe
Voorzieningen voor voorstellingen in gewelf en achter zuidelijke herenbank
Badkamer
Kamer
Orgel
Keuken
Nieuwe lambrisering: esthetisch en functioneel
Zaal voor diverse doeleinden: kleine diensten, evenementen, artist in residence
Atelier onder gewelf
73
Referenties podium in een kerk: goede licht- en geluidsvoorzieningen
74
4.5 Bij de Put 17 – 4.6 Jacobijnerkerkhof 50
Links het exterieur van Jacobijnerkerkhof 50 in de jaren ‘80, rechts het exterieur van Bij de Put 17
75
Over Bij de Put 17 en Jacobijnerkerkhof 50 BIJ DE PUT 17 / JACOBIJNERKERKHOF 50 De panden Bij de Put 17 en Jacobijnerkerkhof 50 vormen samen een karakteristiek ensemble: een hoge, smalle stadswoning gekoppeld aan een langgerekt, eenlaags volume dat ooit dienstdeed als schoolgebouw en arbeidsbeurs. Juist deze combinatie maakt het geheel bij uitstek geschikt voor de realisatie van een diverse woongroep binnen het Stadsklooster. EEN GELAAGDE WOONSTRUCTUUR In de stadswoning worden twee zelfstandige stadswoningen gerealiseerd, elk met een eigen voordeur aan de straat. Deze woningen bieden ruimte voor huishoudens/gezinnen die nabij willen leven, maar behoefte hebben een zekere mate van zelfstandigheid/privacy. In het voormalige schoolgebouw wordt een split-level verdieping toegevoegd. Deze ingreep maakt het mogelijk het gebouw te verdelen in: -
kamers, bereikbaar via een centrale gang, voor bewoners die kiezen voor het gemeenschappelijke leven; en studio’s, grotendeels voorzien van een eigen voordeur aan de kerktuin, voor bewoners met meer behoefte aan privacy of zelfstandigheid.
Centraal in het geheel ligt de gedeelde woonkamer: het hart van de woongroep. Hier komen bewoners samen om te koken, eten, delen en leven. Vanuit deze ruimte is het historische gewelf van het oude schoolgebouw zichtbaar – een krachtig, beeldbepalend element dat het verleden voelbaar maakt in het dagelijks leven van nu. RESTAURATIE EN TOEKOMSTBESTENDIGHEID De voorgestelde transformatie gaat hand in hand met een ingrijpende restauratie. De huidige bouwkundige staat van het complex vereist structurele verbetering, maar biedt tegelijk de kans om deze gebouwen te herbestemmen tot een duurzaam en betekenisvol wooncomplex. Met respect voor het bestaande, maar gericht op de toekomst. GEDEELDE BUITENRUIMTE De bewoners van deze woongroep delen de kerktuin als buitenruimte – een groene, rustige plek die uitnodigt tot ontmoeting. Voor bewoners met een eigen voordeur aan de tuin is ruimte voor een persoonlijk stoeptuintje of zitbankje, als overgang tussen privé en collectief, tussen woning en gemeenschap.
76
Factsheet OPPERVLAKTES Appartement 1 Appartement 2 Studio 1 Studio 2 & 3
110m2 105m2 38m2 44m2
Studio 4 Studio 5 (met 12m2 platje) 5 kamers (10m2 met 4m2 platje) Gemeenschappelijke ruimte Gedeelde hal en entree Gedeelde badkamer, berging en washok
45m2 24m2 50m2 44m2 34m2 27m2
STAAT VAN HET GEBOUW Casco van Bij de Put 17 lijkt in goede staat. Het dak van Jacobijnerkerkhof 50 heeft een serieuze restauratiebehoefte, evenals het gewelf eronder. Overige delen (gevels) lijken redelijke tot goede staat. VERDUURZAMING Uit de bestaande toestand tekeningen lijkt op te maken dat Bij de Put 17 reeds deels voorzien is van voorzetwanden. Voor nu uitgaan van een integrale casco verduurzaming: voorzetwanden, voorzetbeglazing/ monumenten glas, vloer- en dak isolatie. Vernieuwing van de installaties is noodzakelijk i.v.m. verandering van het gebruik. Duurzamere opwekking, lucht warmtepomp, op de daken van Jacobijnerkerkhof PV-panelen. PROCES VAN VISIE NAAR ONTWERP EN REALISATIE 3d laserscan en tekenwerk, nader bouwtechnisch onderzoek (vooral de kap) waardestellend bouwhistorisch onderzoek, onderhoudsplan, verduurzamingsplan, betrekken van overheidsinstanties bij de planvorming 77
37m2
44m2
44m2
45m2
Studio 1
Studio 2
Studio 3
Studio 4
Begane grond & souterrain 44m2
24+12,5m2
10+4m2
10+4m2
10+4m2
10+4m2
10+4m2
Studio 5
Woning 1
110m2 Studio 2
Studio 3
Studio 4
Studio 1
Woning 2
Begane grond & half verdieping
105m2
Verdieping & entresol onder gewelf
Zolder Doorsnede over kamer, hal & studio
Plattegronden nieuwe indeling Bij de Put 17
78
4.7 Nieuweburen 40
Links Nieuweburen 40 in de jaren ‘70, rechts een archieftekening van de voorgevel
79
Over Nieuweburen 40
Factsheet
NIEUWEBUREN 40 – NABIJ, MAAR ZELFSTANDIG De woning aan Nieuweburen 40 ligt op een lichte afstand van het fysieke hart van het Stadsklooster. Juist die positie vormt haar kracht: de bewoners wonen in de directe nabijheid van de Jacobijner, maar behouden tegelijkertijd volledige zelfstandigheid in hun dagelijks leven.
OPPERVLAKTES Woning (inschatting, excl. zolder) Berging Tuin
Deze vorm van nabijheid zonder verplichting maakt Nieuweburen 40 tot een waardevolle schakel in het bredere netwerk van het klooster. De bewoners kunnen deelnemen aan het ritme en de activiteiten van het Stadsklooster, maar doen dat op eigen initiatief en in hun eigen tempo. Het is voorstelbaar dat in de toekomst meer woningen of bewoners in de omgeving van de Jacobijner zich bij het kloosterconcept zullen aansluiten. Zo kan zich geleidelijk een ring van betrokkenheid vormen in de omliggende straten: een netwerk van mensen die zich verbonden voelen met de plek en bijdragen aan het leven van het Stadsklooster – vanuit nabijheid, gastvrijheid en gedeelde waarden.
100m2 6m2 44m2
STAAT VAN HET GEBOUW Casco van het gebouw lijkt in goede staat. De onderhoudsbehoefte is op dit moment niet bekend. VERDUURZAMING De PGL heeft eerder onderzoek gedaan naar haar vastgoed portefeuille. Zij heeft toen een advies voor verduurzaming geschreven voor alle woonhuizen in bezit. Hierin wordt uitgegaan van na isoleren van dak, gevels, vensters en vloeren en het verduurzamen van de warmteopwekking en afgifte. PROCES VAN VISIE NAAR ONTWERP EN REALISATIE Nader bouwtechnisch onderzoek en verduurzamingsplan.
80
4.8 Buitenruimtes
Luchtfoto van de Jacobijnerkerk na de restauratie van de jaren ’70
81
OPENBARE RUIMTE ALS VERBINDEND WEEFSEL De openbare ruimte rond de Jacobijnerkerk is onlosmakelijk verbonden met de omliggende gebouwen. Dit komt al tot uiting in de naamgeving van de straten en pleinen: Jacobijnerkerkhof, Grote Kerkstraat, Achter de Kerk en
Rafels restant Doodlopende straat
Diffuus plein Omsloten grasveldje
Bestaande situatie Onduidelijke plekken tussen gebouwen en straten
Monnikenmuurstraat. Deze namen verwijzen direct naar het religieuze en historische karakter van het gebied en onderstrepen de oorspronkelijke samenhang tussen gebouw en omgeving. In de loop van de late 20e eeuw is die samenhang echter sterk verzwakt. De openbare ruimtes zijn vooral pragmatisch ingericht, met een nadruk op verkeersafwikkeling en parkeergelegenheid. Hierdoor zijn ze los komen te staan van hun historische context. De ruimtelijke inrichting werkt isolerend en belemmert de vanzelfsprekende relatie tussen gebouwen en hun omgeving. Het gevolg is een gefragmenteerd straatbeeld en een verstoorde beleving van het gebied. De benadering van de gebouwen is onduidelijk of onaantrekkelijk, en de oorspronkelijke verwevenheid van kerk, klooster en openbare ruimte is grotendeels verloren gegaan. Een herwaardering van deze ruimten, als drager van betekenis en samenhang, is daarom essentieel voor de toekomstige ontwikkeling van het Stadsklooster.
82
DE TUINEN VAN HET STADSKLOOSTER Om het Stadsklooster stevig te verankeren in haar omgeving, is een directe relatie met de context essentieel. Juist in de buitenruimte kan deze verbinding vorm krijgen — als overgang tussen klooster en stad, tussen beslotenheid en openheid.
KLOOSTERTUIN
Tegelijkertijd ligt hier een uitdaging: de gronden rondom de gebouwen zijn openbare ruimte in eigendom van de gemeente Leeuwarden. Het Stadsklooster heeft geen zeggenschap over deze plekken; de eigendomsgrenzen lopen meestal strak om de gevels van de gebouwen. Daarom kunnen ideeën over herinrichting alleen als visie, inspiratie en advies worden ingebracht richting de gemeente.
STADSTUIN KERKTUIN
VAN ‘HOF’ NAAR ‘TUIN’ In de literatuur werd aanvankelijk gezocht naar termen als kloosterhof, kerkhof en stadshof, als afgeleiden van de identiteiten klooster, kerk en stad. Toch is uiteindelijk bewust gekozen voor het woord ‘tuin’. Een hof impliceert een besloten ruimte, terwijl het juist de bedoeling is dat deze buitenruimtes open en verbindend zijn — plekken waar het Stadsklooster zich opent naar de stad.
Toekomstige situatie Gedefinieerde plekken met geïntegreerde routes
83
1. DE KLOOSTERTUIN – STILTE TUSSEN STEEN De kloostertuin ligt aan de achterzijde van de Jacobijnerkerk, op de plek waar ooit het klooster en de kloosterhof lagen. Door de verstedelijking is deze oorspronkelijke hof verdwenen; wat resteert is een smalle straat, gefragmenteerd en vooral in gebruik als parkeerruimte. Sinds de bouw van het tussenlid in de jaren 1980 is de straat doodlopend geworden. Toch is dit historisch gezien de meest logische plek voor de kloostertuin. De beoogde transformatie van de Grote Kosterij biedt de kans om deze ruimte opnieuw in te richten met een stil, besloten karakter, waarin verstilling, contemplatie en eenvoud centraal staan. De kloostertuin wordt zo opnieuw een plek van rust en betekenis — mits het parkeren verdwijnt en het hof-karakter wordt hersteld.
Schetsmatige impressie van de heringerichte openbare ruimte en referentiebeeld: Hof van Leiden
84
2. DE STADSTUIN – WAAR CULTUUR EN SAMENLEVING ELKAAR VINDEN Aan de westzijde van de Jacobijnerkerk ligt de stadstuin — het raakvlak tussen kerk en stad. Deze ruimte grenst aan culturele instellingen zoals de Joodse School, het Natuurmuseum en natuurlijk het Stadsklooster zelf. Het gebied sluit bovendien aan op het stratenpatroon dat de binnenstad verbindt met de stadssingels. De stadstuin wordt voorgesteld als een groen ingerichte ontmoetingsplek: een buitenruimte waar cultuur, natuur en samenleving elkaar vinden. Hier is plek voor manifestaties, exposities, lezingen en culturele bijeenkomsten. In de verbeelding is het alsof het schip van de Jacobijnerkerk zich opent naar buiten — zonder muren, zonder gewelf, maar met dezelfde spirit van gastvrijheid en betekenis.
Schetsmatige impressie van de heringerichte openbare ruimte en referentiebeeld: plein rond de Lebuinuskerk Deventer
85
3. DE KERKTUIN – EEN PLEK VOOR BEWONING EN ONTMOETING De kerktuin bevindt zich aan de zuidoostzijde van het complex, tussen de Jacobijnerkerk en de woongroep. Hier lag ooit het kerkhof. Tegenwoordig is het een fragmentarische ruimte,
JACOBIJNER
KUNST IN DE
bestaande uit bestrating, gras, hagen en bomen. In de nieuwe visie wordt deze plek getransformeerd tot een open, groene tuin – toegankelijk, vriendelijk en gericht op ontmoeting en verblijf voor bewoners van de woongroep en wijkbewoners. Dit wordt de plek waar het menselijke gezicht van het Stadsklooster zich buiten de muren van de kerk laat zien: een plek waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten, waar de kinderen uit de buurt kunnen spelen, en waar het ritme van het dagelijks leven voelbaar wordt in het groen. De speeltuin krijgt hierin een centrale, zichtbare plek.
Een uitnodiging tot samenwerking De drie tuinen – kloostertuin, kerktuin en stadstuin – vormen samen het landschappelijk raamwerk van het Stadsklooster. Ze zijn niet enkel plekken van verblijf, maar ook dragers van identiteit. Hun realisatie vraagt om samenwerking met de gemeente en om zorgvuldig ontworpen plannen die zowel historie als toekomst in zich dragen. Het Stadsklooster stelt zich dan ook open als partner in visieontwikkeling: met ideeën, beelden en verhalen die deze plekken opnieuw betekenis geven in het hart van Leeuwarden. Schetsmatige impressie van de heringerichte openbare ruimte en referentiebeeld: plein voor de Laurenskerk Rotterdam
86
5. Conclusies en aanbevelingen
5.1 Conclusies De Jacobijner beschikt over een uitzonderlijk krachtig concept met het Stadsklooster. Of men de opgave nu benadert vanuit bouwhistorie, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit, maatschappelijke relevantie of toekomstgericht potentieel — het Stadsklooster blijkt op alle fronten een passend en overtuigend antwoord. De kracht ligt in de
Een belangrijk aandachtspunt in het vervolg is de duidelijke overdracht van de gekozen begrippen en identiteiten. Door consequent en precies te zijn in de taal en opbouw, ontstaat er helderheid voor alle betrokkenen: eigenaren, gebruikers, overheden en andere partners. Dit verhaal is rijk genoeg om voor verschillende doelgroepen een ander perspectief te
gelaagdheid: niet het toevoegen van nieuwe betekenissen, maar het herstellen van wat er ooit was. Het Stadsklooster schrijft geen nieuw verhaal, het verbindt en vervolgt een eeuwenoude traditie.
bieden — de kerkganger, de cultuurliefhebber, de student of de rustzoeker. Ieder vindt hier een herkenbare ingang.
Hoewel het plan een integrale visie kent, is het binnen de gekozen structuur eenvoudig op te delen in deelgebieden en deelprojecten, wat de uitvoering realistisch en beheersbaar maakt. Dit biedt houvast voor fasering, financiering en sturing.
Met dit masterplan is een stevig fundament gelegd. Het is de aanzet tot een verdiepend proces van ontwerp, onderzoek, programmering en realisatie. De grote lijnen staan — nu begint het werk aan de details. Met zorg, liefde en aandacht. Altijd in samenhang, en zonder het grotere perspectief uit het oog te verliezen.
88
5.2 Aanbevelingen 1. Zoek breed draagvlak Breng dit verhaal tot leven in stad, provincie én land. Het Stadsklooster resoneert op verschillende schaalniveaus en verdient het om verteld te worden. Werk op basis van dit masterplan aan een herkenbare visuele en tekstuele identiteit van De Jacobijner, waarmee diverse doelgroepen
5. Begin vandaag Wacht niet met leven brengen in het plan tot het laatste ontwerp klaar is. Veel functies kunnen nu al starten. Draai de oriëntatie van de kerk, herstel de refter als auditorium, bewoon de Kleine Kosterij. Daarmee is de transformatie al begonnen — nog voor de eerste schop de grond in
worden aangesproken en betrokken.
gaat.
2. Investeer in bouwhistorisch onderzoek Laat voor de verschillende gebouwen een zorgvuldig bouw- en cultuurhistorisch waardestellend onderzoek uitvoeren. Dit vormt de noodzakelijke basis voor de ontwerpkeuzes in de transformatie.
6. Zorg voor een sterke organisatie Pionieren vraagt stabiliteit. De Jacobijner zal dit proces zelf moeten dragen. Investeer daarom in een ambitieus, betrokken en deskundig team dat het plan kan uitvoeren, bewaken en verder ontwikkelen.
3. Voer een stedenbouwkundig-historisch onderzoek uit Onderzoek de ontwikkeling en de ruimtelijke kwaliteiten van de openbare ruimte rond de Jacobijner. Waardering van deze ruimtes vormt het uitgangspunt voor herinrichting.
De toekomstvisie van de Jacobijner is geen blauwdruk, maar een stip op de horizon. Een plek waar geschiedenis, gemeenschap en zingeving elkaar blijven vinden. En waar elke stap, hoe klein ook, bijdraagt aan een groots geheel.
4. Stel een landschappelijke visie op Ontwikkel een samenhangend landschapsplan dat de drie tuinen — kloostertuin, kerktuin en stadstuin — verbindt tot één betekenisvol geheel. Een goed plan opent niet alleen gebruiksmogelijkheden, maar ook nieuwe kansen voor financiering en betrokkenheid.
89