Jeugd Agenda
Tekst van het document
Doel van de monitor is het verkrijgen van inzicht in de werking van en de verschillen tussen deze verschillende toegangsvormen. Op basis van deze gegevens kunnen we evalueren en daar waar nodig bijsturen.
7.2
Doel: behouden en versterken van de waarde van de Praktijkondersteuner Jeugd (POH Jeugd) bij huisartsen in het verlagen van het beroep op jeugdhulp
De POH Jeugd is een professional op het gebied van jeugd die werkt in de praktijk van een huisarts. Een jeugdige kan, voordat een besluit tot doorverwijzing naar specialistische jeugdhulp wordt genomen, op aanraden van de huisarts eerst een aantal gesprekken met een POH Jeugd voeren. Dan wordt kritischer gekeken of de inzet van specialistische jeugdhulp nodig is, of dat er hulp mogelijk is waarvoor geen doorverwijzing nodig is zoals de ondersteuning door de POH Jeugd zelf. Inmiddels hebben nagenoeg alle huisartsenpraktijken in Leeuwarden voor een aantal uren per week een POH Jeugd (betaald door de gemeente met een bijdrage van de zorgverzekeraar). De effecten zijn positief geëvalueerd. In 2024 hebben we de POH Jeugd opnieuw ingekocht, voor zes jaar. 7.2.1 Actie: Verbeteren toegang tot het breder sociaal domein via Jeugdexpertteam of Amaryllis Huisartsen en de POH Jeugd worden gerichter geïnformeerd over de mogelijkheden en meerwaarde voor doorverwijzing van jeugdigen en/of opvoeders naar Amaryllis voor lichte opvoedondersteuning en het Jeugdexpertteam voor specialistische jeugdhulp. De verwijzingsmogelijkheid via het systeem ZorgDomein gaat dit faciliteren. Hierdoor is sneller inzet mogelijk op meerdere, ook voorliggende terreinen anders dan alleen jeugdhulp.
7.3
Doel: Vaker één vast gezicht voor het gezin
Binnen alle instanties rondom de jeugdige (school, Jeugdexpertteam, JOK-er, POH Jeugd en Jeugdgezondheidszorg) is het belangrijk dat één persoon het aanspreekpunt is voor de jeugdige en de ouders. Deze persoon is de constante factor als er aanvullende zaken nodig zijn of wanneer de 24
regie om wat voor reden dan ook niet helemaal bij de ouders kan liggen. Zo wordt iedere jeugdige bij het Jeugdexpertteam gekoppeld aan één jeugdconsulent. In Leeuwarden Oost wordt de pilot gedraaid met lifecoaches voor jeugdigen van 16 – 27 jaar. Deze coaches werken domein overstijgend en bieden ondersteuning zo lang als dat nodig is. Het inzetten van één vast gezicht voor een jeugdige en het gezin sluit aan bij de Hervormingsagenda15 en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. 7.3.1 Actie: Versterken samenwerking Amaryllis en Jeugdexpertteam Het principe is dat het eerste gezicht betrokken blijft bij de jeugdige en het gezin. Er worden afspraken gemaakt voor een tweede persoon (bij afwezigheid). Bij hulpvragen uit meerdere domeinen wordt met elkaar afgesproken wie het vaste gezicht is voor de jeugdige en het gezin. Dit wordt concreet uitgewerkt. 7.3.2 Actie: het voeren van het ‘klik’ gesprek De jeugdconsulenten gaan gebruik maken van het zogenaamde ‘klikgesprek’. Hierbij ligt de focus op de vraag of de jeugdige een klik voelt met de toegewezen consulent. Indien dit niet het geval is, wordt gekeken of een andere consulent deze klik wel biedt. Ten aller tijden wordt hier rekening gehouden met de omstandigheden die op dat moment binnen een gezin van toepassing zijn.
7.3.3 Actie: Het project lifecoaches van Leeuwarden Oost bij succes implementeren Het project lifecoaches wordt geëvalueerd en indien succesvol in de gehele gemeente geïmplementeerd.
7.4
Doel: Versterken van de regie van ouders en jeugdigen
Alleen als het echt niet lukt, wordt er (in overleg met de jeugdige en de ouders/wettelijk vertegenwoordigers) regie gevoerd door een ander dan de eigen ouder(s). Niet alles hoeft opgelost te worden met professionele hulp; opvoeden gaat nu eenmaal met vallen en opstaan en hoort bij het gewone leven. Of een ouder regie kan voeren wordt bij de aanmelding van een jeugdige beoordeeld. Als dit niet lukt voert de aanbieder regie (op de inhoud) en als het nodig is de jeugdconsulent (op veiligheid en proces). De inzet van een onafhankelijke cliëntondersteuner of vertrouwenspersoon kan de regie van ouders en jeugdigen versterken. Binnen de gemeente Leeuwarden zijn verschillende vormen van cliëntondersteuning beschikbaar. De mogelijkheid om hiervan gebruik te maken wordt meer gepromoot. Naast de onafhankelijke cliëntondersteuners wordt met behulp van Zorgbelang door heel Friesland ervaringen van jeugdigen opgehaald die gebruikt worden om de jeugdigen een stem te geven. De gemeente Leeuwarden gaat meer gebruik maken van deze opbrengst.
7.4.1 Actie: invoeren van de mogelijkheid tot een zelfgekozen steunfiguur uit het eigen netwerk Zowel de jeugdige als ook de ouder(s) worden in de gelegenheid gesteld een zelfgekozen steunfiguur uit het eigen sociale netwerk te kiezen. Of deze steunfiguur regie kan voeren wordt beoordeeld door de jeugdconsulent. De steunfiguur van de jeugdige hoeft niet per se de regie te voeren. Het mogen kiezen van een steunfiguur wordt uitgedragen naar jeugdigen. Jeugdconsulenten worden geschoold in hoe een zelfgekozen steunfiguur kan bijdragen aan de hulpverlening16 en de hierbij horende 15hervormingsagenda-jeugd-2023-2028.pdf (vng.nl) 16
Groeien in persoonlijke omgeving | Home (uu.nl)
25
werkwijzen en instructies worden aangepast. Uit onderzoek is gebleken dat jeugdhulp effectiever is als wordt samengewerkt met het netwerk.17
7.5
Doel: verbreden van de kijkrichting naar het hele systeem rondom de jeugdige
Om de jeugdige met een hulpvraag zo goed als mogelijk te helpen is het belangrijk dat naar het hele systeem rondom de jeugdige gekeken wordt. Mogelijk ligt de oorzaak (en daarmee ook de oplossing) van de hulpvraag van de jeugdige juist in de directe omgeving of net daarbuiten. 7.5.1
Actie: implementeren van de Gemeenschappelijke Verklarende Analyse bij het Jeugdexpertteam Op het moment dat het duidelijk wordt dat er binnen een gezinssysteem sprake is van meer problematiek dan op het eerste oog leek, wordt gebruik gemaakt van een gemeenschappelijke verklarende analyse. Op basis van een goede en gemeenschappelijke verklarende analyse wordt niet alleen gekeken naar het probleem, maar ook naar de achtergrond ervan. Andere betrokkenen, zoals school en hulpverleners, worden hierin meegenomen. Hiervoor wordt altijd gesproken met de jeugdige en de ouders. Matched care (direct de juiste zwaarte en hoeveelheid hulp en niet eerst licht inzetten) staat centraal. Dit is volgens de landelijke richtlijnen voor passende jeugdhulp en jeugdbescherming. Voor iedere jeugdige wordt een ondersteuningsplan gemaakt waarbij de aspecten uit het hele systeem worden meegenomen. 7.5.2 Actie: implementeren van het regionaal ontwikkeld ondersteuningsplan Het huidige ondersteuningsplan wordt regionaal doorontwikkeld. Bij deze doorontwikkeling wordt de uitwerking van de Gemeenschappelijke Verklarende Analyse meegenomen. Hierdoor komt het hele systeem rondom een jeugdige nog meer aan de orde. Door het gebruik van het ondersteuningsplan is er een betere borging van de richtlijnen voor ingezette jeugdhulp (passende hulp).
7.6
Doel: Betere samenwerking door eigenaarschap, vertrouwen en een heldere rolverdeling
Om de hulp rondom een jeugdige en het systeem goed te kunnen organiseren is het van wezenlijk belang dat alle (zowel interne als externe) partijen weten wat hun rol is. Maar het is ook belangrijk te weten waar deze begint en waar deze stopt. Dit vraagt om vertrouwen in elkaars deskundigheid en expertise en de wil om onderling samen te werken. De gemeente heeft hierin de regie. 7.6.1 Actie: evalueren van de huidige samenwerkingsafspraken met ketenpartners Goed samenwerken vraagt om kennis van en inzicht in elkaars kennis, grenzen en mogelijkheden. Het gaat verder dan de inhoud van de contracten en samenwerkingsafspraken. Het gaat om de uitwerking hiervan in concrete werkafspraken om te komen tot een sluitende keten. In deze sluitende keten wordt ieders verantwoordelijkheid, rol en plaats in de jeugdhulpketen als even waardevol ervaren. Daar waar grenzen zijn, mogen de jeugdige en het gezin hier geen hinder van ondervinden. Een voorbeeld is als een jeugdige 18 jaar wordt en de ondersteuningsbehoefte/hulpvraag blijft. De overgang van de Jeugdwet naar de Wmo moet dan soepel verlopen. Hiervoor bestaan al werkafspraken met de ketenpartners.
17
https://richtlijnenjeugdhulp.nl/samen-beslissen-over-passende-hulp/het-beslisproces/beslismodellen-processtappen/
26
Met ketenpartners worden bestaande afspraken onder de loep genomen. Als er onduidelijkheden zijn over ieders rol, taken en verantwoordelijkheid worden afspraken aangepast. 7.6.2
Actie: stimuleren van een samenwerkingscultuur waarin we elkaar aanspreken op eigenaarschap en rolinvulling Ketenpartners en gemeente spreken elkaar aan op wat niet goed gaat of wat beter kan. Dit beperkt zich niet tot het op managementniveau periodiek evalueren van de overeenkomsten, subsidiebeschikkingen, convenanten etc. Dit gaat over het elkaar binnen alle lagen (van management tot uitvoeringsniveau) continue bevragen op eigen gedrag en datzelfde ook meegeven aan de ander (feedback). Partners en gemeenten spreken elkaar aan op verantwoordelijkheden. En waar nodig wordt geïntervenieerd en gehandhaafd. Op deze manier wordt voorkomen dat er tijd verspild wordt aan discussies over wie wat moet doen en wie waarvoor verantwoordelijk is. Deze tijd kan beter worden ingezet om de juiste hulp voor jeugdigen te vinden en daarmee te starten. Met individuele ketenpartners wordt niet alleen op de naleving van de afspraken geëvalueerd, maar ook of de afspraken nog steeds bijdragen aan de gezamenlijke visie. 7.6.3 Actie: Organiseren van jaarlijkse evaluatiebijeenkomsten Met de hele keten wordt jaarlijks in een bijeenkomst de onderlinge samenwerking binnen de gemeente Leeuwarden besproken en geëvalueerd. Er worden afspraken gemaakt hoe hiaten opgepakt kunnen worden.
7.7
Doel: voorbereid zijn op de toekomstig landelijke implementatie van het nieuwe Toekomstscenario voor Kind- en Gezinsbescherming
Het landelijk Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming van de Ministeries van VWS en J&V en de VNG beoogt de keten van jeugdbescherming en -reclassering te vereenvoudigen en meer gezinsgericht te maken. Het doel is om kinderen en gezinnen effectieve bescherming en tijdige hulp te bieden wanneer positief en veilig opgroeien in het geding is. Op basis van dit scenario wordt nu in proeftuinen ontwikkeld hoe de kind- en gezinsbescherming er uit moet gaan zien. Wet- en regelgeving wordt hierop aangepast in komende jaren. De taken van de GI, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming worden grotendeels ondergebracht in een Regionaal Veiligheidsteam. In elke gemeente moet een Lokaal Veiligheidsteam worden ingericht. Ons Jeugdexpertteam biedt voor die ontwikkeling een goed vertrekpunt. 7.7.1
Actie: onderzoeken hoe de gemeentelijke infrastructuur passend gemaakt kan worden op het toekomstscenario Aan de hand van het Toekomstscenario gaan wij nu al aan de slag met hoe wij de gemeentelijke infrastructuur van sociale wijkteams en het Jeugdexpertteam, effectiever en slimmer kunnen inrichten. Vooruitlopend op de invoering van het Toekomstscenario wordt de, al gestarte, pilot Zicht op Veiligheid uitgebreid. De inzet van de pilot is gericht op een intensieve samenwerking tussen een medewerker van het Jeugdexpertteam en een jeugdzorgwerker vanuit een gecertificeerde instelling. De medewerkers trekken gezamenlijk op en voorkomen wanneer mogelijk een gedwongen maatregel. Dit alles door te ontschotten en gezamenlijk interventies in te zetten waardoor er expertise gebundeld kan worden en er zicht komt en blijft op de veiligheid en ontwikkelingen van kinderen. Wij houden ons aan de kwaliteitseisen waaraan ook de IGJ toetst en aan de afspraken over sterke gebiedsteams die in de Hervormingsagenda Jeugd staan.
27
8. Ontwikkelingen en beheersing kosten Jeugdzorg 8.1 Actueel beeld In Leeuwarden wonen 22 duizend jeugdigen tot 18 jaar. Hiervan ontving in 2023 17,9% jeugdhulp18. Dit is een lichte toename ten opzichte van 2022. Toen ontving 17,6% van de jeugdigen in Leeuwarden jeugdhulp. Gemiddeld is in Nederland het aandeel jongeren dat jeugdhulp ontving stabiel gebleven (13,5%)19. Vanaf de decentralisatie in 2015 ligt het aandeel jeugdigen dat hulp in onze gemeente ontvangt boven het landelijke gemiddelde. Uitgaven Steeds meer jeugdigen doen een beroep op jeugdhulp en de kosten nemen daarmee in verhouding toe. Dit heeft als gevolg dat de houdbaarheid van het stelsel onder druk komt te staan. De toenemende complexiteit van de problematiek, de wijziging van het woonplaatsbeginsel20 en de prijsverhogingen in de jeugdsector zorgen eveneens voor stijgende kosten. Het aantal trajecten neemt toe en er is meer gebruik gemaakt van dienstverleningsovereenkomsten voor maatwerk (DVO’s). Dit is het gevolg van een gebrek aan ruimte bij (gecontracteerde) aanbieders, waardoor er alternatieven buiten het gecontracteerde aanbod van jeugdhulp gezocht werden. In 2023 heeft dit alles geleid tot een toename van de kosten met € 11,8 miljoen ten opzichte van de initiële begroting. Bij het vaststellen van de mee- en tegenvallers is bij de begroting 2024 in februari 2023 hiervan al € 5,2 miljoen verwerkt.
Ontwikkelingen 2024 Voor 2024 zien we een aantal ontwikkelingen waarvan we de impact nu nog niet goed kunnen overzien. Regionaal gaat het om de om- en afbouw van de gesloten Jeugdhulp. Om zorgaanbieders te ondersteunen bij deze transitie komt er een specifieke uitkering (SPUK) beschikbaar. De behoefte aan intensieve begeleiding blijft bestaan en er ontstaat druk tussen de vraag en het aanbod van deze plekken. Deze schaarste van plekken kan leiden tot prijsstijgingen. Per 1 januari 2024 zijn de nieuwe contracten voor Specialistische Jeugdhulp en Wonen ingegaan. In deze nieuwe contracten wordt bij het perceel Wonen uitgegaan van kleinschalige woonvoorzieningen waar plek is voor vier tot zes jeugdigen in plaats van de eerdere acht cliënten. Dit komt overeen met de landelijke ontwikkelingen vanuit de Hervormingsagenda21. De verkleining van de groepsgrootte heeft echter als gevolg dat de kosten niet afnemen. Landelijk speelt verder het ontwerpbesluit reële prijzen Jeugdwet. Dit is opgenomen in een nieuwe Algemene Maatregel van Bestuur. Deze maatregel moet ervoor zorgen dat gemeenten en aanbieders ‘zorgvuldiger tot een reële prijs komen’. Bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) hebben we gezien dat dit heeft geleid tot prijsstijgingen.
18 Dashboard - Jeugd en jeugdhulpverlening - Leeuwarden (waarstaatjegemeente.nl) het betreft het aantal jeugdigen met jeugdhulp
gedurende het hele jaar (aangeleverd door de jeugdhulpaanbieders aan het CBS) met peildatum 1 januari voor het aantal inwoners. De cijfers van 2023 zijn nog voorlopig. De CBS cijfers liggen plm. 2% hoger dan onze eigen data. We hanteren hier de cijfers van WSJG omdat deze openbaar en door iedereen te volgen zijn. De ontwikkeling van beide cijfers loopt wel parallel. 19 In 2015 ontving nog 9,7% van de jongeren in Leeuwarden jeugdhulp. Het landelijke gemiddelde bedroeg destijds 7,7%. Aangezien het CBS in eerdere jaren een lijst met jeugdhulpaanbieders hanteerde die niet volledig was, zijn de cijfers voor 2021 niet goed te vergelijken met de cijfers van de jaren erna. 20 https://vng.nl/artikelen/woonplaatsbeginsel-jeugdhulp 21 Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (overheid.nl)
28
Daarnaast zien we hoge inflatieontwikkelingen. Dit vertaalt zich in een loonstijging van 9,25% in de CAO Jeugdzorg. Hierdoor nemen ook de kosten voor de jeugdhulp toe. Uit het onlangs verschenen rapport van EY22 blijkt dat wanneer gemeenten dit niet volledig compenseren, een deel van de aanbieders in financiële problemen komt. Uit een onlangs verschenen rapport van BMC23 is gebleken dat taken en middelen niet in balans zijn. Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht. Dit houdt in dat gemeenten de vraag om zorg en ondersteuning in de basis niet kunnen weigeren. In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken dat een deskundigencommissie oordeelt over de uitvoering van de maatregelen uit de Hervormingsagenda en de inspanningen van Rijk en Gemeenten hierop. Op basis hiervan brengt de deskundigencommissie in 2025 en 2028 advies uit over hoe om te gaan met een uitgavenontwikkeling die afwijkt van het overeengekomen meerjarig financieel kader. Hiernaast is in de Hervormingsagenda afgesproken dat de reikwijdte van de jeugdhulpplicht nader moet worden afgebakend in de Jeugdwet. De verschillende mogelijkheden voor afbakening worden verkend. Uitgangspunt is dat alleen nog bij ernstige zorgbehoeften jeugdhulp hoeft te worden ingezet. Hulpverlening wordt meer gericht op de oorzaken van zorgbehoeften, zoals ouderproblematiek of bestaanszekerheid (inkomen en wonen).
Er wordt gestreefd naar betere samenwerking tussen jeugdhulp, volwassenenzorg, bestaanszekerheid en onderwijs, met lokale inbreng van gemeenten. Een kanttekening hierbij is dat de werkelijke impact hiervan op een kostendaling vooralsnog lastig te duiden is. In de AMVB Zorgvormen komen bindende afspraken over inkoop op regionaal en landelijk niveau waardoor zorg beter geborgd wordt. Daarnaast wordt ook door het Rijk onderzocht of de huidige financieringswijze van de specialistische jeugdzorg nog passend is. Incidentele middelen Gemeenten hebben in 2021 incidentele middelen van het Rijk ontvangen om de acute problemen in de jeugdhulp op te lossen. Voor Leeuwarden ging dit om een bedrag van € 4,5 miljoen. Hiervan is nog € 2,3 miljoen beschikbaar. Daarnaast ontvangen gemeenten aanvullende middelen uit de Hervormings-agenda. Dit gaat voor Leeuwarden om respectievelijk € 1,1 miljoen in 2024 en € 0,6 miljoen in 2025. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de incidentele middelen die in 2024 en 2025 beschikbaar zijn om de transformatie vorm te geven en hiervoor investeringen te doen. Beschikbare middelen Hervormingsagenda Incidentele middelen Totaal
€ € €
2024 1.119.000 € 2.361.800 3.480.800 €
2025 Totaal 670.000 € 1.789.000 € 2.361.800 670.000 € 4.150.800
Deze middelen zijn incidenteel en worden alleen ingezet om tijdelijke activiteiten aan te jagen en te ontwikkelen. Wij zetten deze middelen in om de kosten van de jeugdzorg beheersbaar te houden en om maatregelen te financieren (€ 2.638.000) en daarnaast de ambities van de Jeugd Agenda te realiseren (€ 1.512.000).
22 Analyse-impact-CAO-Jeugdzorg-EY-september-2023.pdf (jeugdzorgnederland.nl) 23 bmc-rapport-taken-en-middelen-in-balans-vng.pdf
29
8.2 Positie Gemeente Alle zorgstelsels in Nederland staan onder druk van zowel kostenstijgingen met onvoldoende dekking als personeelstekorten. Dit geeft een ‘waterbedeffect’ tussen de stelsels. De medischspecialistische zorg spant zich in om mensen zo kort mogelijk in het ziekenhuis te laten verblijven; dat geeft druk op de thuiszorg. Ook de thuiszorg staat onder zware druk en daardoor verschuiven zorgtaken naar de sociale basis. Een neveneffect is dat hierdoor de preventieve werking van de sociale basis ook onder druk komt te staan. De druk op de Wet Langdurige Zorg (Wlz) verplaatst zich naar zowel de Wmo als de Jeugdzorg. Vanuit de praktijk komt steeds vaker het signaal dat kinderen voor Jeugdzorg worden aangemeld, terwijl er sprake is van een langdurige zorgbehoefte, vaak gepaard met een licht verstandelijke beperking. De Jeugdzorg lijkt de eindbestemming te zijn van dit waterbed-effect. Hierdoor lopen de kosten steeds meer op. Ten eerste is er sprake van versnippering in bepaalde taken, zoals de verschillende vormen van toegang. Hierdoor wordt het gemakkelijker om in de jeugdzorg te “shoppen”. Ten tweede kent de Jeugdzorg als enige stelsel geen duidelijke afbakening in reikwijdte. Ten derde kent de Jeugdzorg geen budgetplafond op macroniveau (zowel regionaal als landelijk). Gemeenten staan in deze situatie voor de uitdaging om toch te sturen op de kostenbeheersing.
De Hervormingsagenda en Regiovisie geven hierin richting. In de Jeugdagenda wordt deze richting verder geconcretiseerd. Deze uitdaging vraagt om een andere strategie van de gemeente Leeuwarden en hoe de gemeente zich positioneert in het zorglandschap. Vanuit een gezamenlijk maatschappelijke doelstelling heeft de gemeente zich vanaf de decentralisatie in 2015 opgesteld als partner van de uitvoerende zorgorganisaties. In de praktijk streven gemeenten en zorgaanbieders ook hun eigen belangen na. Door meer richting en sturing te geven aan de samenwerking met en tussen partners neemt de gemeente de regie. Als marktregisseur wordt meer gestuurd op de uitvoering van contractuele afspraken en op een duidelijkere afbakening van de taken en verantwoordelijkheden. In aanvulling op de vóórliggende lijn van preventie gaat de gemeente als marktregisseur sturen volgens de volgende lijnen: • grip op de toegang tot jeugdhulp; • grip op het aanbieden en uitvoeren van de jeugdhulp; • leren van de data. Toegang De toegang tot jeugdhulp vindt voornamelijk via de gemeente, de huisartsen en de Gecertificeerde Instellingen plaats. Alleen die jeugdigen waarvoor lichte vormen van ondersteuning in het preventief en voorliggend aanbod onvoldoende zijn ontvangen een verwijzing voor een maatwerkvoorziening.
Dit doen we door te investeren in het voorliggende veld (jeugdondersteuner, POH-Jeugd, School als vind-/werkplaats). De financiële resultaten hiervan zien we pas op de langere termijn. Voor de korte termijn hebben we een triageproces ingevoerd bij het Jeugdexpertteam. Dit zorgt voor een betere sturing op de instroom in jeugdhulp. Daarnaast wordt de pilot “Zicht op Veiligheid” uitgebreid (7.7.1) en wordt de inzet van de POH-Jeugd onderzocht. Hiermee wordt zoveel als mogelijk genormaliseerd zonder dat inzet van jeugdhulp nodig is. Mocht toch jeugdhulp nodig zijn, wordt door een Verklarende Analyse direct matched care ingezet (7.5.1).
30
Zorgaanbieders Er wordt zakelijker gestuurd op de contractafspraken met de zorgaanbieders. Dit betekent dat onder andere meer wordt gecontroleerd of passende zorg wordt ingezet. Dit gebeurt actief en strikt. Met behulp van het dashboard kunnen we bijna op dag-basis de zorgkosten volgen. Dit vormt voor ons de basis voor de interventies. Hiermee kunnen we de regie op de zorgkosten ter hand nemen. Momenteel worden aanvullend op de bestaande overeenkomsten (dure) maatwerkovereenkomsten (DVO's) afgesloten. DVO's zijn echter bedoeld als uitzondering. Het uitgangspunt is dat de toegewezen jeugdhulp past bij een van de ingekochte profielen zodat contractueel vastgelegde tarieven worden gehanteerd en administratieve lasten worden beperkt. Alleen als hieraan wordt vastgehouden blijven kosten beheersbaar. Mede hierdoor is SDF samen met de Friese gemeenten een doorontwikkeling gestart van de huidige aanbesteding, waarbij gekeken wordt naar tarieven en of het huidige zorglandschap voldoende dekkend is. Opbrengst Voor de korte termijn (2024) wordt een beperkt effect verwacht op het verminderen van de kosten. De aandacht gaat daarom vooral uit naar het stabiliseren van het huidige kostenniveau en het toewerken naar het verlagen van het kostenniveau in de nabije toekomst.
Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt waarbij de hulp voor de jeugdigen die het nodig hebben niet uit het oog wordt verloren. Voor het maken van deze keuzes wordt gebruik gemaakt van de analyses uit beschikbare data. Voor de middellange termijn wordt gestuurd op de uitvoering van bovengenoemde maatregelen, zodat de taakstelling van € 6,5 miljoen over een periode van vijf jaar kan worden gerealiseerd.
31
Uitvoeringskosten In onderstaande tabel zijn de uitvoeringskosten inzichtelijk gemaakt. Naast de financiering van de tijdelijke extra inzet van medewerkers bij het Jeugdexpertteam is ook de financiering van de uitbreiding van de Jeugdondersteuners hierin opgenomen omdat beide investeringen bijdragen aan de uitvoering van onze doelstellingen. Voor de controle op de doorverwijzers en zorgaanbieders is een investering opgenomen en tenslotte nog een bedrag ten behoeve van de uitbreiding van het programma “Zicht op Veiligheid”.
Daarnaast zijn middelen nodig voor transitie en transformatie. Deze zullen door de gemeentelijke organisatie zelf worden gedragen. Ons interne ecosysteem rond de jeugd met het Jongerenteam (onder andere leerplicht en RMC), de Jeugdondersteuners en het Jeugdexpertteam wordt versterkt.
32
9
Programma Jeugdagenda: uitvoering en monitoring
9.1 Handelingsstrategie Een zo belangrijke en veelomvattende opgave zoals in deze Jeugdagenda staat beschreven heeft een gedegen strategie nodig, waarmee we ons handelen, ook op de lange termijn, richting geven. In de jeugdopgave is er een sterke driehoeksrelatie tussen jeugdigen/ouders, de gemeente(n) en de uitvoerende en maatschappelijke organisaties (wijkteams, scholen, zorgaanbieders). In het functioneren van deze driehoeksrelatie zijn 3 werkzame principes van belang: posities, verbinding en bonus. Met posities wordt bedoeld dat ieder een eigen positie heeft in het functioneren van het geheel. Hoe duidelijker de posities en rollen worden ingevuld, hoe beter het werkt. Andersom: daar waar partijen op elkaars stoel gaan zitten geeft dat spanning en gedoe. Verbinding wordt gevoed door gezamenlijk belang en uit zich onder meer in duidelijke afspraken en communicatie. Juist daar waar het gezamenlijk belang niet zo duidelijk is moet er een actieve inspanning worden gedaan om dat te vinden, voeden en behouden. Bonus is dat wat je doet wat niet per se nodig is, maar vanuit gunnen en vanuit het kunnen overstijgen van het eigen belang. Positie, verbinding en bonus kunnen elkaar enorm versterken en elkaar evenzogoed verzwakken. Bij versterking ontstaat rust, consistentie, voorwaartse energie en gezamenlijk resultaat.
Bij verzwakken ontstaat onrust, domeingevechten, de maat nemen, energieverlies en uitblijven van resultaat. De jeugdigen en hun ouders lijden hier het meest onder.
Jeugdigen/ouders
Positie
Verbinding
Bonus Gemeente
Maatschappelijke Organisaties
Handelingsprincipes Voor de uitvoering van de Leeuwarder Jeugd Agenda is bovenstaand denkmodel uitgewerkt naar een handelingsstrategie. Hieronder wordt dit vertaald naar acht handelingsprincipes. Om te illustreren dat hier nu al naar gehandeld wordt, wordt bij ieder principe voorbeelden genoemd.
1. We zijn systeemgericht We begrijpen het hele samenhangende systeem en we richten ons steeds op alle lijnen van de aanpak en daarbinnen op de volle breedte van actoren en oorzaken. We willen voorkomen dat 33
we in het systeem iets oplossen dat op een andere plek in het systeem tot problemen leidt. We werken in een (eco-)systeem met de erkenning dat alle verschillende belangen gerechtvaardigd zijn. Subjectieve oordeelsvorming over belangen van ‘de ander’ werkt over het algemeen niet in het belang van het systeem. Voorop staat het belang van de kinderen en ouders zelf, maar ook de betrokken professionals en organisaties hebben hun gerechtvaardigd eigenbelang. Voorbeelden in de praktijk: • we hebben de Jeugd Agenda samen met stakeholders gebouwd; • we verkennen elkaars belangen, zoals op de bijeenkomsten in mei 2024 met de jeugdzorgaanbieders; • in de Jeugd Agenda zit qua acties veel verbinding met andere werkvelden, zoals het onderwijs en programma Leeuwarden Oost. 2. We omarmen de complexiteit Een van de grootste, voor de inwoners voelbare, problemen in onze maatschappelijke opgaven is verkokering. Een gezin in nood heeft één behoefte, namelijk uit die situatie van nood komen. In ons systeem rafelen we andermans nood uiteen tot verschillende behoeften en dat leidt vaak tot een voor het betreffende gezin onnavolgbare en frustrerend versnipperde aanpak. Dit is het gevolg van dat wij zelf moeilijk kunnen omgaan met complexiteit. Onze behoefte om het minder complex te maken leidt tot het opknippen in kleine delen.
Het kleine deel op zich wordt begrijpelijk en beter vast te pakken, maar de samenhang is weg. Ten koste van jeugdige en gezin. We zijn nieuwsgierig, leren omgaan met de complexiteit en doorbreken systeembelemmeringen die in feite gedragsbelemmeringen zijn. Voorbeelden in de praktijk: • met “Op Maat” hebben we een werkmethode om systeem doorbrekende oplossingen waar te maken; • het leren van de praktijk en met name het 3e orde leren (wat vertelt de praktijk over de organisatie) komt steeds meer centraal te staan in het werken aan maatschappelijke opgaven). 3. We zijn koersvast De Jeugd Agenda is opgesteld voor de lange termijn. We houden deze koers vast en stellen hooguit bij als de actualiteit dat vraagt. In onze verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de Jeugdwet sturen we op continuïteit, kwaliteit en betaalbaarheid van jeugdhulp. We weten uit de praktijk dat enkel sturen op geld het geheel alleen maar duurder maakt. We kunnen dus niet alleen monitoren op betaalbaarheid, we zullen kwalitatief moeten blijven kijken wat het effect is op beschikbaarheid en kwaliteit van zorg. Dit vormt uiteindelijk onze drievoudige stip op de horizon en ons kompas waar we op blijven koersen. We zijn alert op quick-wins die op de langere termijn meer nadeel opleveren. Koersvast zijn is ook moed houden, ongemak kunnen verdragen en volhouden.
Voorbeelden in de praktijk: • de interventies om grip op de jeugdzorgkosten te krijgen zijn gericht op duurzame en lange termijneffecten; • ook op de lange termijn wordt ingezet op jeugdondersteuners.
34
4. We werken stapsgewijs We kunnen niet alles in één keer aanpakken. De opgave is veelzijdig, met veel samenhangende factoren en het is beter om vele kleine stappen te zetten. Sneller beginnen met dóen dan eerst eindeloos vooraf analyseren. En dan wel kort-cyclisch monitoren wat het effect is van die kleine stappen en wat de bijeffecten zijn. We moeten accepteren dat er soms iets niet lukt of een maatregel te weinig oplevert. We hebben er dan wel iets van geleerd. Voorbeelden in de praktijk: • de evaluatie van de inzet van POH-Jeugd; • Inzetten op meer buurtgezinnen, na kansrijke effecten op kleine schaal. 5. We zijn uitgesproken We steken onze nek uit, omdat we zichtbaarder zijn dan voorheen als gemeente, een positie in gaan nemen en onze stem laten horen. We maken meer onderscheid tussen positieve ontwikkelingen en gewenste vernieuwingen die we ondersteunen versus niet-functionele en belemmerende mechanismen die we stoppen. Dat betekent dus ook dat we ons gaan mengen in de keten, in de sector en in de marktwerking. Daartoe moeten we ook onze interne competenties en capaciteiten versterken.
Voorbeelden in de praktijk: • de rol van regievoerder binnen de jeugdhulp vullen we op een actieve manier in, om ook permanent een andere positie te hebben; • in 3Noord-verband nemen de Noordelijke gemeenten een sturende positie in om de beschikbaarheid van complexe zorg voor de lange termijn te borgen. 6. We werken harmonieus Ons motto is ‘we kunnen samen zoveel beter’. We staan met dezelfde ketenpartners voor dezelfde uitdaging en geen van ons kan in haar/zijn eentje de koers verleggen. We zullen ons zeker prikkelend opstellen, maar we komen verder met een open een eerlijke dialoog met het veld, dan met verwijt of kritiek. We gaan in belang van die gezamenlijke verantwoordelijkheid ook op zoek naar een nieuwe, werkzame invulling van ons externe overleg en partnerschap. Voorbeelden in de praktijk: • we zoeken de verbinding met zorgaanbieders (bijeenkomsten in mei 2024); • er zijn bestuurlijke overleggen vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheden; • de relatie met Amaryllis is sterk verbeterd.
35
7. We zijn bescheiden Er zijn grenzen aan maakbaarheid en voorspelbaarheid. Uiteindelijk wordt de uitkomst in de praktijk bepaald in de relatie van kinderen en jongeren met hun ouders en hun omgeving. Ook de hulpverleners en behandelaars op hun pad hebben invloed. Zelfs wanneer we er wél over gaan, is onze cirkel van invloed niet onbeperkt. Maatschappelijke ontwikkelingen, het rijksbeleid en de beschikbaarheid van mensen en middelen bepalen allemaal ons speelveld. Ook moeten we bescheiden zijn met het koppelen van interventies aan resultaten. De impact die we willen maken is dat jeugdigen het perspectief op een goed en zinvol leven hebben. Dat is van zeer veel factoren afhankelijk. De lineaire relatie tussen interventie en effect bestaat niet in de jeugdopgave. We doen de dingen omdat we ervan overtuigd zijn dat het goed is. Wat daarin essentieel is, is dat we die interventies samen met jeugdigen, ouders en de maatschappelijke organisaties ontwerpen. Dan doe je namelijk samen iets vanuit de uit overtuiging dat het goed is. Voorbeelden in de praktijk: • we versterken onze lobby om vanuit de gezamenlijkheid (ook met andere gemeenten) onze cirkel van invloed te vergroten; • jongeren zijn actief betrokken bij het tot stand komen en uitvoeren van de Jeugdagenda. 8.
We communiceren “calm, cool and collected” Communicatie is in de driehoeksrelatie jeugdigen/ouders – gemeente(n) – maatschappelijke organisaties essentieel. Omdat de belangen en betrokkenheid zo groot zijn wordt communicatie regelmatig gevoed door emotie en beeldvorming. Ook kan het snel gebeuren dat in zo’n complexe werkomgeving niet eenduidig wordt gecommuniceerd. Dat alles wekt verwarring en energieverlies. We hebben allemaal belang bij communiceren vanuit feiten, overzicht, rust en consistentie. We communiceren hierdoor cool, kalm en beheerst. Voorbeelden in de praktijk: - communicatie met betrekking tot de budgetoverschrijdingen.
36
9.2 Programma uitvoering Kaders en werkwijze Met de Jeugd Agenda wordt de komende jaren een impuls aan de Leeuwarder jeugdopgave gegeven. Dit is nodig om te zorgen dat jeugdigen veilig, gezond en kansrijk opgroeien én dat er grip komt op het zorgaanbod en de kosten van jeugdhulp. De Hervormingsagenda24 gaat ervan uit dat de komende jaren de uitgaven in de jeugdhulp flink dalen. Dit is nodig om binnen het budgettair kader van het Rijk te blijven. We kiezen er daarom voor om nu stevig in te zetten op het versterken van het dagelijks leven. We willen hiermee een lagere instroom in de jeugdhulp realiseren. Tegelijkertijd willen we hiermee zorgen voor stabiliteit en continuïteit van de jeugdhulp die het meest nodig is. Zo verwachten we het stelsel toekomstbestendig te houden. Met de Jeugd Agenda streven we een andere sturingsfilosofie en meer grip op het stelsel na. We willen meer grip hebben op het stelsel. We nemen sterk de regie door richting en sturing te geven aan samenwerking met en tussen partners. Deze samenwerking is noodzakelijk om de doelen en resultaten van de drie pijlers van de Jeugd Agenda te realiseren. Dit doen we in nauwe samenhang met andere reguliere werkzaamheden zoals de doorontwikkeling inkoop jeugdhulp, 3Noord samenwerking, regionale uitwerking van de Regiovisie en de samenwerking SDF. DF.
De regierol van de gemeente vereist en vraagt meer uitvoeringscapaciteit. Voor de drie pijlers hebben we ambities en doelen bepaald. Het is duidelijk wat de uitdagingen zijn en hoe deze worden gemonitord. In de voorgaande hoofdstukken zijn de activiteiten die bij de drie pijlers horen beschreven. Voor een volledig overzicht van de activiteiten in 2024 en 2025 verwijzen wij naar de bijlage Uitvoeringsagenda Jeugd 2024-2025. De realiteit is dat de ambities en doelen niet door de gemeente alleen behaald worden. In onze uitvoering moeten we in verbinding staan en elkaar versterken, in samenwerking met partners én jeugdigen én hun ouders. Dit maakt de opgave niet eenvoudig. Om deze reden wordt voor de uitvoering van het programma Jeugd Agenda onze gemeentelijke inzet gebundeld in een programmateam onder leiding van een programmamanager. Dit programmateam werkt de diverse uitvoeringsplannen uit. In deze uitvoeringsplannen staan steeds een aantal vragen centraal: • • •
hoe de gemeente haar cirkel van invloed vergroot; welke positie de gemeente inneemt in het speelveld van preventie, de markt van aanbieders en in de relatie met andere gemeenten en het Rijk; hoe de gemeente samenwerkt en optrekt met en leert van andere gemeenten, aanbieders en het programma Leeuwarden Oost.
Daarnaast zorgt het programmateam op basis van de Uitvoeringsagenda Jeugd 2024-2025 voor een planmatige uitwerking van de acties. Daarbij wordt rekening gehouden met beschikbare capaciteit en middelen. Bij de uitwerking worden de beoogde resultaten op korte en langere termijn weergegeven. Daarnaast wordt beschreven in hoeverre de genoemde actie bijdraagt aan het versterken van de samenhang, de effectiviteit en de efficiëntie binnen het professionele veld. De
24 Landelijk is er een tekort op de jeugdhulp. Het rijk vult deze middelen niet aan waardoor de gemeenten
vanuit de Hervormingsagenda de opdrachten hebben om binnen het budgettair kader te blijven.
37
verschillende acties zijn gericht op haalbaarheid in de uitvoering en voorzien van concrete resultaten, een tijdspad en wijze van monitoring van de voortgang. Niet alle acties in de Jeugd Agenda kunnen direct worden uitgevoerd. Gezien de financiële tekorten worden acties die niet direct bijdragen aan het terugdringen van de kosten wat verder in de tijd weggezet. Denk hierbij aan het onderzoek naar de invoering van het klikgesprek en “1 vast gezicht” voor het gezin en de inzet van een Steunfiguur uit het eigen netwerk. Het belang van deze ontwikkelingen wordt zeker erkend. Om deze reden wordt onderzocht of inzet zonder extra financiële middelen mogelijk is. Verantwoording Binnen het programma neemt de gemeente sterk de regie door richting en sturing te geven, omdat samenwerking meer dan ooit nodig is om de doelen en resultaten te bereiken. Deze sturing geldt zowel op de onderdelen van de gemeente zelf (intern) als op ketenpartners (extern). Voor het realiseren van een dusdanig belangrijke, strategische (verander)opgave is een totaalaanpak en een duidelijke structuur nodig. Het programmateam maakt bij het opstellen van de uitvoeringsplannen gebruik van kennis, middelen en invloed van het hele (zowel in- als externe) netwerk.
In de plannen wordt SMART uitgewerkt hoe jeugdigen en ketenpartners worden betrokken, wat dit vraagt van de interne organisatie van de gemeente en wat wanneer bereikt moet zijn om te kunnen bepalen of de Jeugd Agenda succesvol genoemd kan worden. De programmamanager wordt in het derde kwartaal van 2024 geworven. De Jeugd Agenda wordt jaarlijks geëvalueerd. De evaluatie vindt plaats met behulp van inbreng van het in- en externe netwerk. Ook met de jeugdigen en/of hun ouders zelf. Hierdoor leren we van wat we doen en van de effecten die we hiermee oogsten. Op basis van de evaluatie worden daar waar nodig de acties binnen de Jeugd Agenda (en de Uitvoeringsagenda) bijgesteld. Periodiek wordt een voortgangsrapportage gedeeld met daarin de stand van zaken van het Uitvoeringsagenda van dat jaar.
38
Investering Om de ambities van de Jeugd Agenda uit te kunnen voeren zijn onderstaande investeringen nodig.
De incidentele investeringen betreffen de jaren 2024, 2025 en 2026. In 2027 wordt ingezet op de borging van gedane incidentele investeringen en resultaten. De borging hiervan wordt in principe uitgevoerd binnen de reguliere formatie. Indien de resultaten van de pilots in Leeuwarden-Oost effectief zijn gebleken, worden deze ook in de rest van Leeuwarden toegepast.
9.3 Monitoring Om grip te houden op het behalen van het gewenste resultaat is het van belang dat alle in de Jeugd Agenda genoemde acties gemonitord worden. Deze monitoring wordt op zowel kwantitatieve als kwalitatieve wijze gedaan. Kwantitatief De kwantitatieve monitoring wordt gedaan met een vaste set basisgegevens (tellen). Deze worden verzameld in het jeugddashboard en worden gebruikt om de voortgang op de drie pijlers te monitoren. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het aantal toewijzingen per verwijzer naar professionele jeugdhulp of van welke vorm van jeugdhulp het meest gebruik wordt gemaakt. Ook is te zien op welke scholen jeugdigen veel gebruik maken van jeugdhulp. In het afgelopen jaar is verschillende data ontsloten om meer zicht te krijgen op de geldstromen. Momenteel is er inzicht in de volgende onderdelen (stuurdata): • Aantallen en kosten per doorverwijzer (huisartsen als één geheel) • Type zorg, intensiteit en kosten per zorgaanbieder • Zorgkosten per onderwijsinstelling • Totale zorgkosten Voor veel onderdelen geldt dat kan worden “ingezoomd”. Hierdoor is nog meer gedetailleerde informatie beschikbaar. Bovenstaande informatie zal worden benut om de ontwikkelingen te volgen. Daar waar nog onvoldoende stuurdata beschikbaar is om de effecten van de Jeugd Agenda te 39
monitoren wordt dit ontwikkeld. Hierdoor kunnen verschillen beter geduid worden en kan op basis van deze informatie gerichter gestuurd worden op onder andere de inzet van de (beperkte) financiële middelen. Voor wat betreft de toegang wordt bij de POH Jeugd gebruik gemaakt van een vastgesteld format (zie 7.1.3). Hierin registreert de POH het aantal jeugdigen dat zij hebben gezien, hoeveel gesprekken zij hebben gevoerd en hoeveel jeugdigen uiteindelijk zijn doorverwezen naar Jeugdhulp. Met behulp van deze gegevens wordt het eerste effect van de inzet van een POH Jeugd gemeten en of er sprake is van een daling in kosten. Dit wordt ook voor de Jeugdondersteuners, Amaryllis en het Jeugdexpertteam ontwikkeld. Binnen het Jeugdexpertteam wordt voornamelijk gemonitord op de hoogte van de wachtlijst, de caseload van de Jeugdconsulenten en het aantal doorverwijzingen per vorm van Jeugdhulp. De doelstelling is om de wachtlijst en caseload zo laag mogelijk te houden, waarbij “het bieden van passende zorg” altijd het eerste uitgangspunt blijft. De Gecertificeerde Instellingen (GI’s) zijn onderdeel van “Grip op Toegang”. Hierbij worden GI’s bewuster van de kosten die gepaard gaan bij bepaalde doorverwijzingen en worden gemotiveerd hier anders mee om te gaan. Het monitoren vindt hierbij plaats op het aantal verwijzingen en de kosten hiervan.
Naast het eerdergenoemde dashboard wordt gebruik gemaakt van andere lokale dashboards, zoals met betrekking tot de IKC-ontwikkeling, Jeugdgezondheidszorg, gebiedsgericht werken en Leeuwarden Oost. Zowel de gemeente als SDF, elk vanuit hun eigen rol, monitort of de jeugdhulpaanbieders zich houden aan de contractuele afspraken. Denk hierbij aan welke vormen jeugdhulp tegelijkertijd of na elkaar geboden mogen worden en welke niet. Dit wordt ook wel verticale (tegelijkertijd) en horizontale (na elkaar) stapeling genoemd. Bij de jeugdigen zelf en hun ouders wordt met behulp van een vragenlijst nagegaan of de ondersteuning heeft geholpen (effect) en wat hun ervaringen zijn met het Jeugdexpertteam. De komende tijd wordt onderzocht of er (rekening houdend met geldende wet- en regelgeving), mogelijkheden zijn dit uit te breiden met jeugdigen die via andere verwijzers doorverwezen worden naar jeugdhulp en of er manieren zijn de respons op deze onderzoeken te vergroten. De uitkomsten van al deze gegevens worden geanalyseerd om een juiste duiding te geven aan de verzamelde cijfers en gegevens. Bij deze analyse en duiding wordt tevens gebruik gemaakt van landelijke kennis en onderzoeken, zoals bij het Nederlands Jeugd Instituut (NJI), het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ), Trimbos, VNG en anderen.
Kwalitatief Naast het uitvoeren van kwantitatief onderzoek worden de jeugdigen en hun ouders actief betrokken bij het doorontwikkelen en verbeteren van het zorglandschap (vertellen). We sluiten hier zoveel mogelijk aan bij al bestaande methodieken en zoeken samenwerking met cliëntenorganisaties zoals Zorgbelang en Stjoer/E-team. Ook worden gesprekken gevoerd met de ketenpartners, zoals verwijzers en jeugdhulpaanbieders.
40
Evaluatie Met behulp van de duiding van alle gegevens wordt geëvalueerd of de gekozen koers nog steeds gevolgd wordt en of deze nog steeds wenselijk is. Dit gebeurt niet alleen na afloop van de Jeugd Agenda, maar juist ook tussentijds. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de cirkel van Deming die beter bekend staat als de Plan-Do-Check-Act (PDCA) cyclus. Een succesvolle uitvoering van deze cyclus vraagt zowel een interne (binnen de gemeente) als externe (ketenpartners) bijdrage aan deze cyclus. Ten minste eenmaal per jaar wordt deze cyclus in zijn geheel doorlopen. Over de resultaten en nieuwe accenten wordt jaarlijks gerapporteerd. Als de resultaten aanleiding geven voor een aanpassing van het beleid worden die aanpassingen opgenomen in de jaarlijkse gemeentebegroting. Vóór 2028 worden de (eind-)resultaten over een langere periode geëvalueerd. Bij de ontwikkeling van de volgende Jeugd Agenda worden de uitkomsten van de eindevaluatie meegenomen.
41
Bijlage Uitvoeringsagenda Jeugd 2024-2025 Bij alle activiteiten wordt samengewerkt met relevante interne- en externe partners, ouders, jeugdigen en ervaringsdeskundigen. Voor een toelichting op de activiteiten: zie de bijbehorende tekst in de Jeugd Agenda 2024 - 2028. Pijler 1 Jeugd & versterken van het dagelijkse leven
Activiteiten
Resultaat
Planning 2024 Planning 2025
Ontwerpen en uitvoeren gebiedsscans per wijk en dorp. Indicatoren bepaald op basis van data Ontwerpen afwegingskader voor preventief aanbod dat door gemeente wordt gefinancierd Onderzoek naar effectief gebruik van instrumenten informele zorg
Wijk- en dorpscans
Q4 gereed
Breed gedragen afwegingskader
Q3 gereed
Gelinkt aan pijler 3: invoer van de mogelijkheid tot een zelfgekozen steunfiguur Monitoren en stimuleren inzet PreventiePlus
Plan van aanpak om samenwerking formele en informele zorg te verstevigen Inzicht inzet PreventiePlus en normaliseren
Gelinkt aan pijler 2: meer collectief inzetten van de zorg-onderwijsarrangementen en dichter bij de plek waar de jeugdige al is. (6.1.6) Voorbereiden raadsvoorstel tot kandidaatstelling European Youth Capital 2028 Voorstel kandidering EYC t.b.v. de dekking van de voorbereidingskosten en voor reservering van budget EYC 2028 Duurzaam jeugdigen betrekken bij totstandkoming en uitvoering van de Jeugd Jeugdigen beslissen mee Agenda Uitbreiden Buurtgezinnen Buurtgezinnen beschikbaar voor gemeente Uitvoeren toets op huidig preventief aanbod. Toets is gemaakt op basis van uitkomsten gebiedscans, afwegingskader handvatten samenwerking formele en informele zorg, monitor PreventiePlus en met focus op de eerste 1000 dagen. Gelinkt aan pijler 3: invoer van de mogelijkheid tot een zelfgekozen steunfiguur Gelinkt aan pijler 2: verkennen en benutten van preventieve collectieve programma’s op school.
Plan van aanpak nieuwe inrichting preventief aanbod
Q2 gereed
Reeds gestart doorlopend
Q3 gereed
Reeds gestart, doorlopend Q3 gereed Q4 gereed
(schrappen, versterken of aanvullen preventief aanbod)
42
Draagvlak onderzoek OKO aanpak
Plan van aanpak invoering OKO
Q4 gereed
Behoefteonderzoek onder jeugdigen. Daarna actualiseren van het jongerenwerk
Actualisatie jongerenwerk
Q4 gereed
Pijler 2 Jeugd & inclusiever onderwijs
Activiteiten
Resultaat
Planning 2024
Behouden van de inzet van de jeugdondersteuners en verbreden van de inzet waar nodig.
Een gefaseerde uitbreiding van de jeugdondersteuners in combinatie met de inzet van brugfunctionarissen.
2021-2028, dit is gelinkt aan het uitvoeringsprogramma “Kansen voor kinderen 2”
Tweejaarlijkse herijking van de Plus IKC’s. Als onderdeel van het Uitvoeringsprogramma Kansen voor Kinderen 2 vindt er tweejaarlijks een herijking plaats van de aangewezen Plus IKC’s.
Continuering van of aanpassing in Q2, dit is gelinkt de toewijzing(en) van het predicaat aan het uitvoeringsPlus IKC. programma “Kansen voor kinderen 2”
Planning 2025
Behouden van de inzet van de methodiek School als Vindplaats in het voortgezet Besluit over de voortzetting van de Q4 onderwijs en breder inzetten waar nodig en indien mogelijk. School als huidige uitbreiding van School als Vindplaats is sinds januari 2021 uitgebreid met 4 locaties, de dekking van deze Vindplaats. inzet is nog niet structureel geborgd. Versterken van de voor- en vroegschoolse educatie
Aanbod is opgenomen in het OAB bestedingsplan
jaarlijks Q3
Inzetten van preventieve (collectieve) methodieken op school met thema’s als; Doorontwikkeling preventieve Reeds gestart en mentale weerbaarheid, veiligheid, prestatiedruk, social mediagebruik of pesten. collectieve programma's op doorlopend in 2025 scholen (schrappen, versterken of Gelinkt aan pijler 1: toetsen van het preventief aanbod aan de top-10 aanvullen preventief aanbod) beschermende factoren (5.2.1 Collectief inzetten van zorg-onderwijsarrangementen en dichter bij de plek waar nieuwe inrichting collectief aanbod Q4 en doorlopend de jeugdige al is. in 2025
43
Intensiveren van de gemeentelijke regierol op de aansluiting tussen de interne zorgstructuur op school, het samenwerkingsverband en de specialistische jeugdhulp
Reeds gestart, doorlopend
Monitoren van het effect van meer zorg op school
Doorlopend
Evalueren bestaande maatregelen voortijdig schoolverlaten.
Nieuwe aanpak voortijdig schoolverlaten (vanaf 2025)
Onderzoeken van het effect van preventie in het primair onderwijs op voorkomen uitval in het voortgezet onderwijs.
Plan van aanpak inzet jongerenteam Q3 in primair onderwijs
Versterken van de thuiszittersaanpak
Thuiszittersaanpak versterken
Verbeteren van de aansluiting tussen de zorgplicht van het onderwijs en de jeugdhulpplicht van de gemeente
Q4
Q4 en doorlopend in 2025 Gestart en doorlopend
Pijler 3 Jeugd & (gemeentelijke) toegang tot jeugdhulp
Activiteiten
Resultaat
Doorontwikkeling Jeugdexpertteam
Laagdrempelige gemeentelijke Reeds gestart, toegang doorlopend Plan van aanpak invoering klik gesprek en “1 vast gezicht” voor het gezin Plan van aanpak invoering zelfgekozen steunfiguur
Onderzoek naar invoering klik gesprek en “1 vast gezicht” voor het gezin.
Onderzoeken mogelijkheden invoering zelfgekozen steunfiguur Gelinkt aan pijler 1: evalueren van de instrumenten voor de verbinding van formele en informele zorg versterken en verbreden waar mogelijk. Regionale doorontwikkeling ondersteuningsplan
Stimuleren van de samenwerkingscultuur binnen de toegang tot jeugdhulp
Ontwikkelen Monitor toegang
Planning 2024
Ondersteuningsplan waarin de Q4 gereed Verklarende Analyse is opgenomen en ingevoerd kan worden in de gemeentelijke toegang Plan van aanpak evaluatie samenwerkingsafspraken ketenpartners Monitor toegang Q4
Planning 2025 Q3
Q3
Q1
44
Uitbreiden pilot Zicht op Veiligheid
De pilot Zicht op Veiligheid uitgebreid bij WSS
Q4
Monitoring
Activiteiten
Resultaat
Monitoringsplan
De acties uit de Jeugd Agenda Doorlopend worden cyclisch geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd en bijgesteld (PDCA). Bij alle uitwerkingen van de acties Doorlopend uit de Jeugd Agenda is het perspectief van de client en de ketenpartners actief opgehaald en meegenomen.
Continue meenemen van het client en ketenpartners perspectief
Planning 2024
Planning 2025
45