CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Jeugd Agenda

Besluitvorming (raad) 10 juli 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststellen Jeugd Agenda 2024-202816.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jeugd Agenda 2024-2028 Nu investeren in de toekomst van onze jeugd. De Leeuwarder uitwerking van de Fryske Regiovisie Mei-inoar foar ús bern

Gemeente Leeuwarden

1

2

Onze Leeuwarder Jeugd Agenda: een doe- en veranderagenda De jeugd heeft de toekomst en onze jeugd ís de toekomst. Als Gemeente Leeuwarden zorgen we ervoor dat kinderen en jongeren kansrijk kunnen opgroeien. Daarom investeren we nú in hun toekomst. Ook onze zorgplicht voor de jeugd blijven we goed vervullen.

Hier wordt hard aan gewerkt door onze medewerkers uit het hele Sociaal Domein. Samen met onze ketenpartners zetten zij zich dagelijks in voor jeugdigen van -9 maanden tot 27 jaar én hun ouders. Opgroeien en opvoeden doe je niet in je eentje, maar in een kansrijke omgeving. En dat geldt ook voor onze Leeuwarder Jeugd Agenda: die maak je niet alleen. Daarvoor moet je samenwerken, samen een droom hebben, kennis delen en samenhang zien. Geen gemakkelijke opgave, maar het is ons gelukt. Ik ben dan ook heel trots op het resultaat.

In deze lokale Jeugd Agenda lees je alles over wat we al doen en blijven doen. Zo zijn we landelijk koploper met onze IKC-ontwikkeling, Kansen-voor-Kinderenregeling en Jeugdondersteuners op de plusIKC’s. Dit motiveert om hier vol energie verder in te ontwikkelen. Het is ook belangrijk om verworvenheden structureel te borgen.

Meer dan ooit willen we zeker weten dat wát we doen, effect heeft. Dat het daardoor beter gaat met onze kinderen, jongeren en hun ouders. En dat in hóe we dat bereiken, we beter aansluiten bij kinderen en gezinnen en bij het netwerk om hen heen. We brengen focus aan in onze preventie. En we worden kritischer of jeugdzorg altijd het enige en juiste antwoord is, of dat er andere en betere mogelijkheden zijn. Voor de jeugdige zelf én voor onze betaalbaarheid.

Met onze meerjarige Jeugd Agenda kunnen we hieraan richting geven. Mensen en organisaties om tafel roepen. Onze middelen duidelijker verbinden aan deze koers. En last but not least: we kunnen de kinderen en jongeren in onze gemeente een stem en een podium geven.

Leeuwarden / juni 2024 Nathalie Kramers, wethouder (o.a.) voor Jeugd, Onderwijs, Gezondheid en Inclusie

3

Inhoud Inleiding ..................................................................................................................................................5 1

Ons perspectief ...............................................................................................................................7

2

De ontwikkelingen ..........................................................................................................................9

4

De uitwerking van een toekomstbestendig jeugdbeleid ..............................................................13

5

Pijler 1 -- Jeugd & het versterken van het dagelijkse leven ...........................................................14

6

7

5.1.

Doel: aansluiten bij informele structuren en versterken van de sociale basis. ..................15

5.2

Doel: vergroten van de veerkracht van jeugdigen, ouders en hun omgeving. ..................15

5.3

Doel: aansluiten bij de leefwereld van jongeren ...............................................................16

5.4.

Doel: versterken van de invloed van jongeren op beleid en uitvoering ............................17

Pijler 2 -- Jeugd & inclusiever onderwijs .......................................................................................18 6.1

Doel: verbeteren van de aansluiting kinderopvang - onderwijs - zorg - sociale basis ........19

6.2

Doel: voorkomen van schooluitval en van jeugdigen in de bijstand. .................................21

Pijler 3 -- Jeugd & (gemeentelijke) toegang..................................................................................23 7.1.

Doel: Verlagen van de drempel voor jeugdigen en ouders om eerder hulp te vragen. ...23

7.2 Doel: behouden en versterken van de waarde van de Praktijkondersteuner Jeugd (POH Jeugd) bij huisartsen in het verlagen van het beroep op jeugdhulp ............................................24 7.3

Doel: Vaker één vast gezicht voor het gezin .....................................................................24

7.4

Doel: Versterken van de regie van ouders en jeugdigen ..................................................25

7.5

Doel: verbreden van de kijkrichting naar het hele systeem rondom de jeugdige ............26

7.6 Doel: Betere samenwerking door eigenaarschap, vertrouwen en een heldere rolverdeling...................................................................................................................................26 7.7 Doel: voorbereid zijn op de toekomstig landelijke implementatie van het nieuwe Toekomstscenario voor Kind- en Gezinsbescherming ..................................................................27 8. Ontwikkelingen en beheersing kosten Jeugdzorg ............................................................................28 8.1 Actueel beeld ..........................................................................................................................28 8.2 Positie Gemeente ...................................................................................................................30 9

Programma Jeugdagenda: uitvoering en monitoring ...................................................................33 9.1

Handelingsstrategie ..........................................................................................................33

9.2 Programma uitvoering ............................................................................................................37 9.3 Monitoring .............................................................................................................................39 Bijlage Uitvoeringsagenda Jeugd 2024-2025 ........................................................................................42

De bijlagen A tot en met I waarnaar verwezen wordt staan in het Bijlagenboek Jeugd Agenda.

4

Inleiding Voor u ligt de Jeugd Agenda 2024 - 2028 waarin we de ambitie, rol en inzet beschrijven van de gemeente Leeuwarden op de maatschappelijke opgave: Alle jeugdigen van -9 maanden tot 27 jaar groeien op in een veilige omgeving, vrij van armoede, waar ze zich kunnen ontplooien, zichzelf kunnen zijn en hun talenten en mogelijkheden worden erkend. Dit kunnen we niet vanuit een enkel beleidsterrein en ook niet zonder onze maatschappelijke partners, ouders, jeugdigen en ervaringsdeskundigen. Deze samenwerking is essentieel: vanuit heldere verdeling van taken, rollen en verantwoordelijkheden werken we samen toe naar het gemeenschappelijke doel. Daarom organiseren, faciliteren en onderhouden we deze samenwerking vanuit een programma. Eén van de kenmerken van een programma is dat er geen pasklaar stappenplan is van a naar b. Het is een samenspel van vraagstukken: van een eenvoudig werkproces tot een zeer ingewikkeld zoekproces met veel actoren. Dat laatste houdt in dat er binnen het programma naar nieuwe wegen wordt gezocht. Naar verbanden die wel werden en worden vermoed, maar nog niet eerder werkelijkheid waren. De Jeugd Agenda is een meerjarenagenda waarin we kiezen voor een focus op drie pijlers. Elke pijler bevat een aantal doelen die in de programmaperiode in nauwe samenwerking met partners, ouders en jeugdigen worden omgezet in concrete acties.

Voor het jaar 2024 hebben we de acties benoemd die wat ons betreft voortgezet of ingezet moeten worden om de doelen te behalen. Deze staan beschreven in de bijlage: Uitvoeringsagenda Jeugd 2024. Het LEJA (Lokaal Educatief Jeugdagenda)-overleg is de al bestaande bestuurlijke tafel met partners in onderwijs, kinderopvang, zorg en welzijn. Hier agenderen we in ieder geval drie keer per jaar de voortgang van de Jeugd Agenda. Zij hebben het commitment gegeven op de contouren van en de samenwerking binnen de Jeugd Agenda. Leeswijzer Overal waar we, wij of ons staat, kunt u gemeente Leeuwarden lezen. Ons perspectief staat beschreven in hoofdstuk 1 waarna een schets van de ontwikkelingen volgt. In hoofdstuk 3 staan onze ambitie en leidende principes beschreven waarna de uitwerking van een toekomstbestendig jeugdbeleid volgt. Vanaf hoofdstuk 5 komt u bij het hart van de Jeugd Agenda, de drie pijlers: het versterken van het dagelijkse leven, inclusiever onderwijs en de (gemeentelijke) toegang tot jeugdhulp. In hoofdstuk 5, 6 en 7 worden de pijlers uitgewerkt met de meerjarendoelen en de acties vanaf 2024. Hoofstuk 8 beschrijft de ontwikkeling van de kosten van de jeugdzorg en komt naar voren hoe wij de Jeugd Agenda gaan financieren en monitoren waarna in hoofdstuk 9 de uitvoeringsstrategie beschreven staat. Tenslotte is voor de leesbaarheid en herkenbaarheid een aantal keuzes gemaakt.

De term jeugdigen: hiermee bedoelen we iedereen in de leeftijd van -9 maanden tot en met 27 jaar.

5

De term ouders kan gelezen worden als: ouder, gezaghebbende ouder(s), adoptiefouder(s), stiefouder(s), pleegouder(s) of een ander die een jeugdige als behorend tot het gezin (in welke samenstelling dan ook) verzorgt en opvoedt. Gender inclusieve taal: daar waar voor persoonsnamen de geslachtsduiding “zij” of “haar”, “hij” of “hem” wordt gebruikt moet gelezen worden de genderneutrale duiding m/v/x. Als we spreken over externe partners bedoelen we daar uitdrukkelijk ook ouders, jeugdigen en ervaringsdeskundigen mee.

6

1

Ons perspectief

Het Internationale Verdrag van de Rechten van het kind (IVRK) is de basis voor deze Jeugd Agenda. Eén van de belangrijkste artikelen uit het IVRK is artikel 3: het belang van het kind is in alle beslissingen het belangrijkste. Dit geldt voor jeugdigen in het algemeen en voor ieder individueel kind. Dat geldt niet alleen voor jeugdhulp, maar ook op alle andere beleidsterreinen. Met het volgen van het stappenplan van De Kinderombudsman, zorgen we ervoor dat iedere beslissing in het belang van de Jeugdige wordt genomen. Die stappen zijn: 1. Onderzoeken wat het beste is voor de ontwikkeling van het kind. 2. De andere belangen in kaart brengen. 3. Een afweging maken tussen wat het beste is voor de ontwikkeling van het kind en alle andere belangen die een rol spelen. 4. De beslissing uitleggen aan het kind. Ons jeugdhulpstelsel en het lokale jeugdbeleid moeten garanderen dat ‘alle jeugdigen de mogelijkheden hebben om te bestaan, te groeien en zich in lichamelijk, geestelijk en sociaal opzicht te ontwikkelen, waarbij iedere jeugdige het maximale uit zichzelf haalt’. Dit is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de ouders, maar daar waar nodig heeft de overheid samen met relevante partners een verantwoordelijkheid om ouders te ondersteunen in het belang van de jeugdige.

De discussie over jeugdbeleid en jeugdhulp gaat veelal over de ‘financiële haalbaarheid van het systeem van jeugdhulp’. Wij richten ons op het (samen) werken aan een perspectief voor jeugdigen. Vanuit de aanname dat inzetten op perspectief en op preventie, óók, op termijn, een gunstig effect op de jeugdzorgkosten heeft. VERANTWOORDELIJKHEID Deze verantwoordelijk is niet nieuw. De gemeente Leeuwarden investeert al jaren in jeugdigen en gezinnen. Er is een breed palet van interventies en aanbod om jeugdigen alle kansen te bieden om gezond, gelukkig en veilig op te groeien (bijlage A). Dit palet begint bij de zwangerschapswens en de eerste 1000 dagen en waaiert uit tot het bestrijden van bijvoorbeeld intergenerationele armoede en gezondheidsverschillen of met het voorkomen dat jongeren in aanraking komen met criminaliteit. De betrokken beleidsonderwerpen reiken van jeugdhulp, jeugdpreventie, jeugdgezondheidszorg, kinderopvang en onderwijsonderwijs (po, vo, mbo, hbo en wo), rijke schooldag, armoede, sociale basis, inkomen, wonen, veiligheid, gezondheid (IZA, GALA), mentale weerbaarheid, sport, cultuur, het Regenboogprogramma, inclusie, laaggeletterdheid, enz. tot een groot deel van de interventies binnen het programma Leeuwarden Oost. Het snel en lenig kunnen inspringen op nieuwe ontwikkelingen, en tegelijk koersvast aan het roer staan, vraagt om een brede blik.

Het kan alleen als wij ambtelijk en bestuurlijk de opgaven op het gebied van jeugdigen qua inhoud en aansturing integraal en duurzaam aanpakken. Met ruimte voor flexibiliteit en de wil om samen te werken. Het is belangrijk dat intern en extern een goed netwerk ontstaat van alle betrokken partners die zich committeren aan het gemeenschappelijke doel. Iedere partner heeft een toegevoegde waarde. Dit is ambitieus en vraagt om een gestroomlijnd proces met regelmatig een (op maat) gerichte aanpak. De Jeugd Agenda vormt het kader waarmee alle beleidsterreinen werken: samen voeren we de Jeugd Agenda uit. 7

DE UITDAGING Landelijke cijfers laten zien dat in 20 jaar tijd het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van een vorm van jeugdhulp is verviervoudigd. Van 1 op de 27 naar 1 op de 7,5 jeugdigen. Ook de meest recente cijfers van het gebruik van jeugdhulp in onze gemeente laten helaas nog een stijging zien. Ondanks al onze inzet en inspanningen om onze jeugd een betere toekomst te bieden, is het nog niet gelukt om te voorkomen dat veel jeugdigen vastlopen. Over de oorzaak van deze ontwikkeling is de laatste jaren steeds meer overeenstemming. Ondanks dat de psychosociale problematiek niet lijkt toe te nemen, vormen echtscheidingen, prestatiedruk1 , armoede en problematisch sociale-mediagebruik belangrijke redenen voor ongeluk, stress en faalangst. Maar er is ook sprake van een hoge geluksnorm, waardoor gewone obstakels worden benaderd als een probleem dat moet worden opgelost. Ook zijn gezinnen steeds meer op zichzelf aangewezen door onder andere lossere familieverbanden, grotere mobiliteit en een anoniemere leefomgeving. In onderzoeken zien we een verschuiving: opvoeding wordt door individualisering minder als verantwoordelijkheid van de maatschappij gezien en verschuift naar het privédomein. Dat alles wekt de indruk dat opgroeien en opvoeden een moeilijke onderneming is.

De verantwoordelijkheid voor het succes van die onderneming wordt vooral neergelegd bij het individuele gezin en veel minder bij de samenleving. Bij alle strubbelingen die dat oplevert, komt professionele hulp goed van pas. Een andere reden voor de toename van jeugdhulp is de hoge verwachtingen als het gaat om het voorkomen van problemen. Professionals lijken vaak te kiezen voor de inzet van jeugdhulp, terwijl de resultaten van die zorg beperkt zijn en de oorzaken vaak op een ander terrein liggen (zoals bestaansstress). De kennisontwikkeling in de sector is namelijk nog relatief jong. Tegelijk wordt bestaande kennis te weinig gebruikt. Dat stuwt het aantal jeugdigen dat in zorg zit omhoog. Tegelijkertijd ontstond door forse bezuiniging bij de overheveling van de jeugdhulp naar de gemeenten in 2015 een paradoxale situatie. Door de krappe investeringsruimte kwam de gewenste vernieuwing van het stelsel moeilijk van de grond. Tegelijkertijd heeft de gemeente beperkt invloed op het verder groeiend zorggebruik omdat de instroom deels verloopt via belangrijke verwijzers naar de jeugdhulp: huisartsen en gecertificeerde instellingen (GI's).

1 Het groeiend jeugdzorggebruik (nji.nl)

8

2

De ontwikkelingen

LANDELIJK EN REGIONAAL

Landelijk zijn er in de Hervormingsagenda Jeugd afspraken gemaakt over fundamentele verbeteringen van de jeugdhulp. Cliëntenorganisaties, professionals, aanbieders, gemeenten en het Rijk hebben hiermee een principeakkoord bereikt. Hiermee is een belangrijke stap gezet, ook al gaat het nog jaren duren voordat wetgeving hierop is aangepast en financiering echt kloppend is. Gemeenten zetten de schouders eronder om de gevraagde verbeteringen in de samenwerking, inkoop, toegang en gebiedsteams aan te brengen. De Hervormingsagenda Jeugd heeft twee doelen, die nadrukkelijk aan elkaar zijn gekoppeld. Ten eerste betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. Ten tweede een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. Ook op regionaal niveau zijn er ontwikkelingen. In februari 2023 is door de gemeenteraad van Leeuwarden, net als door alle andere Friese gemeenteraden, Regiovisie Mei-inoar foar ús bern vastgesteld. De Regiovisie legt een stevige basis voor passende en kwalitatief hoogwaardige jeugdhulp. We investeren met alle Friese gemeenten in positief opgroeien, een sterke basis, sterke preventie, duurzaam effectieve hulp en integraal werken dichtbij de jeugdige en het gezin. De Regiovisie beschrijft vijf leidende principes voor het werken in de jeugdhulp: • • • • •

Jeugd en gezin centraal Goed samenspel Hulp is passend en flexibel Iedere jeugdige heeft recht op leerontwikkeling De basis op orde

Regionaal hebben we vier urgente thema’s geselecteerd: betere aansluiting tussen onderwijs en zorg, werken in partnerschap, het versterken van de wijk- en gebiedsteams en meer inzet van ervaringsdeskundigen. Dit zijn ook onze lokale opgaven en op deze manier kunnen onze regionale partners hier effectief bij aanhaken. LOKAAL

Het is aan gemeenten hóe zij handen en voeten geven aan de uitwerking van de Hervormingsagenda en Regiovisie. Bij deze uitwerking houden we rekening met de uitgangspunten in ons Coalitieakkoord. Dit doen we in regioverband en op lokaal niveau. De gemeente Leeuwarden is betrokken bij de regionale uitwerking van thema’s en kan zo verbinding maken tussen de Regiovisie en onze lokale Jeugd Agenda. Dit is vanuit onze ketenpartners, die deels ook regionaal werken, een grote wens. Wat lokaal nodig is, regelen we lokaal. Daarnaast heeft de gemeenteraad twee belangrijke moties aangenomen over het jeugdstelsel: • •

De motie Manifest Sterke Gezinnen, waarin wordt opgeroepen om de punten van het manifest te integreren in beleid en uitvoering. De motie Onze jeugd verdient een veilige haven, Woodbrookers moet sluiten, waarin het college wordt opgeroepen om, naast het zoeken naar alternatieven voor Jeugdhulp

9

Plus, een Verklarende Analyse uit te voeren en de aanbevelingen van het rapport ‘Betrek mij gewoon’ over te nemen. Ook heeft de gemeenteraad door middel van schriftelijke vragen en in debat met regelmaat aandacht gevraagd voor preventie, jongerenparticipatie, het jongerenwerk, de jeugdondersteuners en het Jeugdexpertteam. DYNAMISCH EN INTEGRAAL Deze Jeugd Agenda geeft, op basis van wetenschappelijk onderzoek en kennis op basis van ervaring (verzameld in bijlage B), richting aan al deze ontwikkelingen. Dat gebeurt met en door beleid en uitvoering op alle overkoepelende thema’s en in overleg met partners, jeugdigen, andere belanghebbenden en met ervaringsdeskundigen. En altijd met oog voor de financiële haalbaarheid van het systeem van jeugdhulp. In de uitwerking was het een continu balanceren tussen het vrij denken om daadwerkelijk tot een andere koers te komen en dit passend te krijgen binnen de knellende financiën. Het resultaat is een uitvoerbaar en praktisch plan. Een plan dat ervoor zorgt dat jeugdigen en gezinnen in onze gemeente passend en duurzaam geholpen worden. Een vorm van hulp die we duurzaam kunnen bekostigen binnen onze begroting.

De Jeugd Agenda is tot stand gekomen en aangescherpt na de gesprekken die zijn gevoerd met de Adviesraad Sociaal Domein (ASD), de gemeenteraad, de deelnemers van de Leeuwarder Educatieve Jeugdagenda (LEJA) en met een aantal jeugdigen zelf (bijlagen C, D en E). We kiezen een krachtige en toekomstbestendige koers, die nodig is om uit de huidige dynamiek te komen van steeds reactief zijn op gebeurtenissen, financiële krapte en van onduidelijk (rijks)beleid. Op deze manier geven we als gemeente zelf richting aan de volgende fase van de decentralisatie van de Jeugdhulp, die in 2015 is ingezet. Deze agenda is opgesteld als een dynamisch plan. Dit betekent dat acties niet in beton zijn gegoten. We blijven als gemeente inzetten op de onderdelen die nodig zijn, waar urgentie is en waar we impact kunnen maken. Bewaking van de integraliteit en betrokkenheid van ouders, jeugdigen en alle betrokken partners zijn ten behoeve hiervan een vast onderdeel in de uitwerking van de uitvoeringsplannen.

10

3

Ambitie en leidende principes

Een integrale uitwerking vraagt om een brede blik en de wil om samen te werken aan een opdracht. Het formuleren van hoe die opdracht eruitziet begint met een overkoepelende ambitie: Alle jeugdigen van -9 maanden tot 27 jaar groeien op in een veilige omgeving, vrij van armoede, waar ze zich kunnen ontplooien, zichzelf kunnen zijn en hun talenten en mogelijkheden worden erkend. In de Fryske Regiovisie ‘Mei-inoar foar ús bern’ zijn vijf leidende principes vastgesteld. In de Jeugd Agenda hebben we de lokale vertaling gemaakt en er een zesde principe aan toegevoegd waarmee wij het belang van ‘leren’ benadrukken. Onze leidende principes klinken als volgt: 1.

Jeugd en gezin centraal

Wij werken en denken vanuit één plan voor een jeugdige en diens gezin, waarbij de jeugdige en het gezin een vast aanspreekpunt heeft. We luisteren naar ouders, kinderen en jongeren. Jeugdigen doen ertoe. Wij praten niet over maar met jeugdigen, opvoeders, ervaringsdeskundigen en belanghebbenden. Niet alleen bij de uitvoering van beleid maar ook bij het maken van beleid. Wij maken ons sterk voor jongerenparticipatie: alle jeugdigen zijn zich ervan bewust dat zij invloed hebben. 2.

Goed samenspel

Wij werken aan een betere onderlinge samenhang en verbinding in het jeugd-ecosysteem*, waarvan alle ketenpartners onderdeel zijn. De gemeente is een belangrijke regisseur. We spreken elkaar aan op elkaars taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. We werken samen. De Jeugd Agenda is een samenwerkingsagenda. In alles wat we doen zoeken wij verbinding. 3.

Hulp is passend en flexibel

Wij kijken niet alleen naar het probleem, maar ook naar de achtergrond ervan. Deze achtergrond is cruciaal om het probleem te begrijpen. We maken een analyse waarin de aspecten vanuit het hele systeem worden meegenomen. We zetten de zorg in die daadwerkelijk nodig is. Bij het inzetten van zorg wordt altijd gekeken naar de goedkoopst adequate beschikbare voorziening.2 4.

Iedere jeugdige heeft recht op een leerontwikkeling.

Kinderopvang en onderwijs zijn belangrijke vindplaatsen voor signalen. We versterken het pedagogisch klimaat binnen het onderwijs. De school is een plek waar alle jongeren (met of zonder extra onderwijsondersteuning) samen naar school gaan. De ondersteuning die een leerling nodig heeft wordt zoveel mogelijk op de reguliere school georganiseerd. 5.

De basis is op orde

Wij zetten in op het versterken van het dagelijkse leven en dragen bij aan een veelzijdige opgroei- en opvoed omgeving, waarin jeugdigen en opvoeders zich gesteund weten bij alledaagse uitdagingen in het opgroei- en opvoedproces. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de jeugdige of ouders het stuur in handen houden. Betrokkenen uit hun netwerk, vrijwilligers of professionals nemen dat stuur niet over, maar zijn nabij en bieden ondersteuning. Het versterken van het dagelijkse leven doen we 2 Beleidsregels Jeugdhulp 2024 gemeente Leeuwarden, artikel 10 algemeen toetsings- en afwegingskader

11

altijd samen met de jeugdige én de omgeving van jeugdige. We sluiten aan bij bestaande (informele) structuren en versterken wat ontstaat in de sociale basis. Voorkomen is beter dan genezen. We richten ons op het vergroten van de veerkracht van jeugdigen door het bevorderen van de beschermende factoren. Professionele opvoeders zijn faciliterend aan de jeugdigen en het gezin en netwerk zodat hun draagkracht groter wordt. Juist als het leven ingewikkelder wordt en er zorg nodig is, is mee (blijven) doen met het dagelijkse leven belangrijk. 6.

We zijn nooit te oud om te leren

Wij hanteren de PDCA-cyclus (Plan, Do, Check, Act). Wij monitoren integraal de maatschappelijke impact met o.a. dasboards, tevredenheidsonderzoeken, persoonlijk contact en (wetenschappelijk) onderzoek. We blijven leren om steeds beter te worden in het sturen en regisseren. In hoofdstuk 8 wordt dit nader uitgewerkt.

12

4

De uitwerking van een toekomstbestendig jeugdbeleid

De uitwerking van toekomstbestendig jeugdbeleid raakt veel gebieden. We weten inmiddels dat preventief werken goed werkt als er een juiste focus is. Op basis van de Regiovisie, Hervormingsagenda, moties en de regionale onderwerpen die voor 2023 zijn geagendeerd, zijn wij gekomen tot drie krachtige pijlers3 waarmee we binnen de Jeugd Agenda aan de slag willen. Enerzijds omdat daar de urgentie het hoogst is. Anderzijds omdat de impact van onze inzet binnen deze pijlers de basis vormt voor de totale gezamenlijke aanpak. Deze drie pijlers zijn: Jeugd & het versterken van het dagelijkse leven Kinderen die opgroeien in een omgeving die kwetsbaar is, zijn oververtegenwoordigd in jeugdhulp. Hierdoor lijkt jeugdhulp het antwoord te zijn op problemen van ouders op het gebied van inkomen, schulden, relaties, gezondheid, huisvesting of veiligheid. Het versterken van het dagelijkse leven gaat over het verbeteren van deze kwetsbare omgeving. Maar ook om het benutten van de kracht van de gewone plekken waar kinderen elke dag al zijn: thuis, op school of in de buurt. Kinderen hebben immers het recht ‘op mogelijkheden om te bestaan, te groeien en zich in lichamelijk, geestelijk en sociaal opzicht te ontwikkelen, waarbij ieder kind het maximale uit zichzelf haalt.’ We werken aan een sterke sociale basis voor jeugdigen en gezinnen.

Preventieve interventies worden zoveel mogelijk groepsgewijs of collectief ingezet. Jeugd & inclusiever onderwijs Een sterke pedagogische basis op school en kinderopvang heeft een preventief effect en beschermt alle jeugdigen. Belangrijke voorwaarde is dat de onderwijsomgeving past bij de jeugdige en aansluit op de ontwikkelingsmogelijkheden van de jeugdige. Om invulling te geven aan de individuele en gezamenlijke ontwikkeling van kinderen en jeugdigen trekken kinderopvang, onderwijs en gemeente samen op in het werken aan inclusief onderwijs. Waarbij eventueel hulp naar de school toekomt in plaats van dat de jeugdige naar de hulp toe moet. Voor een deel van de jeugdigen zal een speciale onderwijssetting de beste plek zijn, met eenzelfde sterke pedagogische en didactische basis. Jeugd & de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp Een hoogwaardige toegang is een toegang waarin de route naar ondersteuning zo optimaal mogelijk is: toegankelijk, beschikbaar en passend. We gaan hierbij uit van de beleving van de gezinnen; we doen wat voor hen nodig is. We werken bij complexe hulpvragen met de Gezamenlijke Verklarende Analyse. De toegang wordt zo ingericht dat we op middellange termijn geen (grote) aanpassingen meer hoeven te doen voor het landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezingsbescherming4. We werken aan een sluitende jeugdhulpketen op basis van een gedeelde visie.

In de drie volgende hoofdstukken worden per pijler de doelen en acties beschreven waarmee we (door) ontwikkelen richting onze overkoepelende ambitie: alle jeugdigen van -9 maanden tot 27 jaar groeien op in een veilige omgeving, vrij van armoede, waar ze zich kunnen ontplooien, zichzelf kunnen zijn en hun talenten en mogelijkheden worden erkend.

3 De uitleg waarom we voor deze drie pijlers hebben gekozen staat in de raadsbrief van 4 juli 2023 4 Toekomstscenario Rijksoverheid

13

5

Pijler 1 -- Jeugd & het versterken van het dagelijkse leven

Jeugdigen die opgroeien in een omgeving die kwetsbaar maakt, zijn oververtegenwoordigd in jeugdhulp5. Daardoor lijkt soms jeugdhulp het antwoord op problemen van ouders op het gebied van inkomen, schulden, relaties, gezondheid, huisvesting of veiligheid. Soms worden jeugdigen geboren in omstandigheden die al vanaf de start kwetsbaar zijn, maar soms is er ook sprake van een stapsgewijze stapeling van kwetsbaarheden. Vanuit verschillende beleidsterreinen werken we gezamenlijk aan de versterking van het gewone, dagelijkse leven om zoveel mogelijk jeugdigen kansrijk, gezond en veilig te laten opgroeien in hun eigen omgeving. Een grote ambitie, die door de reikwijdte het risico in zich heeft te verzanden in een veelheid aan mooie plannen zonder concreet resultaat. We weten inmiddels dat preventief actie ondernemen goed werkt, wanneer jeugdigen een sterke sociale basis6 hebben. Dat wil zeggen: als deze preventieve interventies met focus en in samenhang worden ingezet7. De focus bepalen we door ons leidende principe ‘De basis op orde’ (zie hoofdstuk 4). Iedere uitwerking van het versterken van het dagelijkse leven wordt getoetst aan dit leidende principe. Op deze manier prioriteren we de verschillende activiteiten in de omgeving van kinderen en gezinnen.

DE BASIS OP ORDE De pedagogische basis8 zien wij als dé sociale basis rondom het opgroeien, opvoeden en zich ontwikkelen van jeugdigen. Onderzoek9 laat zien dat een sterke pedagogische basis belangrijk is voor het welzijn van jeugdigen en hun ouders. Het gaat over hoe volwassenen en jeugdigen met elkaar kunnen omgaan en hoe de omgeving omgaat met de vragen en behoeften van jeugdigen en ouders. Het gaat om zowel informele als formele netwerken in de omgeving. Het is belangrijk dat de relaties en interacties in die netwerken respectvol en oplettend zijn. Samen vormen deze sociale relaties en leefomgevingen een sterke basis voor jeugdigen. Hoe sterker die basis, hoe groter de veerkracht van jeugdigen en ouders kan zijn. Denk bij informele netwerken en relaties aan familie, vrienden, buren, leraren, coaches, maar ook aan ontmoetingsplekken als speeltuinen, sport- en muziekclubs en bibliotheken. De kwaliteit van deze ontmoetingen versterkt de basis voor gezinnen. De jeugdgezondheidszorg vormt samen met de kinderopvang en het onderwijs de ruggengraat van de formele netwerken, waarin ook een huisarts, wijkteam of jeugdzorgprofessional een plek kunnen hebben. We moeten ons bij het versterken van de basis realiseren, dat voor jeugdigen belangrijke netwerken voor een deel fysiek en voor een deel digitaal zijn.

5 https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2023/jeugdhulp-2022 6 https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-06/Potentie-van-preventie.pdf 7 https://www.nji.nl/impact-maken-met-jeugdbeleid/samenwerken-aan-preventief-jeugdbeleid

8 https://www.nji.nl/sites/default/files/2022-12/Opgroeien%20doe%20je%20samen.pdf

9 https://www.nji.nl/sites/default/files/2022-12/Opgroeien%20doe%20je%20samen.pdf

14

5.1.

Doel: aansluiten bij informele structuren en versterken van de sociale basis.

De Visie Versterking sociale basis van onze gemeente is het vertrekpunt van waaruit de pedagogische basis wordt versterkt. We werken wijkgericht, in samenwerking met bewoners, jeugdigen en de ketenpartners op het gebied van sport, gezondheid, veiligheid, werk en inkomen, cultuur, armoede, kansrijke start, onderwijs, kinderopvang, welzijn etc. 5.1.1 Actie: maken scan van de sociale basis per wijk en dorp. Versterken waar nodig. Vanuit de bestaande informele en formele structuren in de wijken en dorpen kunnen we de pedagogische infrastructuur versterken. Samen met de gemeentelijke gebiedswerkers brengen we per wijk en dorp deze structuren in kaart. Dit doen we samen met de jeugdigen, ouders en professionals, gecombineerd met data. Waar kunnen we aansluiten? Waar liggen de vragen? Waar kunnen we extra ondersteunen?

5.2

Doel: vergroten van de veerkracht van jeugdigen, ouders en hun omgeving.

We richten ons op het vergroten van de veerkracht van jeugdigen, ouders en de omgeving door het bevorderen van de beschermende factoren. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft een top 10 van beschermende factoren (bijlage F) voor de positieve ontwikkeling van jeugd samengesteld, op basis van bestaand onderzoek en gangbare theorieën. Activiteiten die bijdragen aan deze tien beschermende factoren versterken de pedagogische basis en daarmee de veerkracht van jeugdigen en gezinnen. Het onderwijs, jongerenwerk, welzijn, kinderopvang, wijkwerk etc. dragen bij aan het versterken van deze factoren. 5.2.1

Actie: toetsen van het preventief aanbod aan de top-10 beschermende factoren. Stoppen, versterken en aanvullen.

We brengen focus en samenhang aan in het preventieve aanbod dat door de Jeugdgezondheidszorg, Humanitas, Amaryllis, etc. wordt uitgevoerd. Dit doen we door de ambities en activiteiten langs de meetlat van beschermende factoren te leggen. Maar dat alleen is niet voldoende. Op basis van onderzoek weten we dat vooral collectieve preventie (‘lotgenotencontact’) en selectieve preventie effectief zijn. Dat heeft dan ook onze voorkeur boven individuele trajecten. We stoppen wat hier niet aan bijdraagt en versterken of vullen aan waar nodig. 5.2.2

Actie: evalueren van de instrumenten voor de verbinding van formele en informele zorg versterken en verbreden waar mogelijk.

De verbinding van jeugdhulp met het alledaagse leven is niet altijd even vanzelfsprekend. Dat moet het wel zijn. Juist als het leven ingewikkelder wordt en er zorg nodig is, is mee (blijven) doen met het dagelijkse leven belangrijk. Professionele hulpverleners zijn faciliterend aan de jeugdigen, het gezin en het netwerk zodat hun draagkracht wordt vergroot. Willen we met de ondersteuning en hulp van de tijdelijke hulpverleners langdurige effecten bereiken, dan zullen we dit netwerk moeten betrekken. Die zijn blijvend. Het familiegroepsplan, samenwerking van professionals met informele zorg, eigen kracht, buurtgezinnen: het zijn instrumenten die hierbij kunnen helpen. Samen met jeugdigen en hun ouders, Amaryllis en de gemeentelijke verwijzers naar jeugdhulp (ons Jeugdexpertteam) gaan we onderzoeken hoe we deze verbinding kunnen versterken en welke instrumenten daarvoor nodig zijn. We leren van de ervaringen die we opdoen met @ease10 en onderzoeken of deze werkwijze ook past in het Regenboogprogramma. Tenslotte leren we in het Programma Leeuwarden Oost (bijlage G) van de interventies die daar worden uitgevoerd met als

10 https://ease.nl

15

doel om bewoners perspectief te bieden, te ontwikkelen en te onderzoeken. Ervaringen en resultaten van ‘Preventie Met Gezag’, ‘Gezinslab’ en ‘Lifecoaches’ worden gevolgd en bij succes aan deze pijler toegevoegd. 5.2.3 Actie: uitbreiden aanpak Buurtgezinnen. In Leeuwarden Oost zijn de ervaringen en resultaten met het programma "Buurtgezinnen" zo goed, zowel op inhoudelijk gebied als financieel, dat we de aanpak beschikbaar stellen voor de gehele gemeente. Buurtgezinnen biedt praktische hulp aan gezinnen die het zwaar hebben door een steungezin voor hen te vinden in de buurt. Buurtgezinnen regelt de werving, selectie en begeleiding van deze steungezinnen en brengt hen in contact met gezinnen die hulp nodig hebben. Het doel van deze aanpak is om te voorkomen dat kinderen uit kwetsbare gezinnen uiteindelijk uit huis geplaatst worden. 5.2.4. Actie: monitoren en bekostigen PreventiePlus. Uitbreiden waar mogelijk. PreventiePlus is een verzamelnaam voor jeugdhulp die laagdrempelig en zonder indicatie wordt ingezet. Voorbeelden van deze vormen van hulp zijn rouwverwerking, beeldende therapie, coaching en psychomotorische therapieën. Door deze vormen van enkelvoudige ondersteuning zonder het stempel ‘jeugdhulp’ beschikbaar te stellen, laten we zien dat het ‘best normaal’ is dat je voor sommige levensvragen hulp kan krijgen. Voor 1 januari 2023 werd deze jeugdhulp vanuit SDF ingekocht.

Er wordt gemonitord hoeveel en welke vormen van PreventiePlus worden afgenomen en hoe we dit kunnen uitbreiden. 5.2.5. Actie: Draagvlakonderzoek Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) Vanuit de Friese Preventieaanpak wordt provinciaal ingezet op het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving. De OKO-aanpak is een bewezen effectieve, preventieve aanpak gericht op het creëren van een positieve leefomgeving voor jeugdigen van 10 tot 18 jaar oud ter voorkoming van het gebruik van alcohol, drugs en tabak. De aanpak richt zich op het versterken van beschermende factoren. In een aantal Friese gemeenten is al gestart met de OKO-aanpak. We leren van deze resultaten. De OKO aanpak is onderdeel van zowel het gezondheidsbeleid, GALA, IZA als het preventieplan Alcohol en drugs. Integraal onderzoeken we, samen met onze partners, of en hoe de OKO-aanpak ook in Leeuwarden kan worden ingevoerd.

5.3

Doel: aansluiten bij de leefwereld van jongeren

Het bevorderen van beschermende factoren voor jongeren kan alleen door jongeren te vragen waar zij behoefte aan hebben en van daaruit focuspunten bepalen. 5.3.1

Actie: behoefteonderzoek doen onder jeugdigen. Daarna actualiseren van het jongerenwerk

Uit de evaluatie blijkt dat de visie nog steeds actueel is (zie bijlage H). Met de recente evaluatie van het jongerenwerk van 2023 wordt een verschuiving van de fysieke naar online wereld geconstateerd. Dit zorgt voor een andere benadering en uitwerking van het jongerenwerk, maar blijft onderdeel van het principe ‘vindplaatsgericht werken’. Sinds 2014 is het jongerenwerk vraaggericht en flexibel. Jongerenwerk beweegt mee met daar waar de vraag is en zet extra in of minimaliseert de inzet daar waar nodig. Daarom wordt de visie niet aangepast, maar wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld. Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma worden jongeren betrokken door middel van een behoefteonderzoek.

16

5.4.

Doel: versterken van de invloed van jongeren op beleid en uitvoering

Duurzame veranderingen komen alleen tot stand in samenwerking met de mensen om wie het gaat. Door in gesprek te gaan met kinderen en jongeren worden vragen, behoeften, belevingen en oplossingen duidelijk. Zo geven we vorm aan democratisch burgerschap van de jeugd en verbeteren en legitimeren we bestaand beleid. Door mee te doen, mee te denken en mee te beslissen, ontwikkelen jeugdigen hun talenten, vaardigheden en competenties. Betekenisvolle participatie geeft hen bovendien het gevoel dat ze gezien worden en dat hun mening ertoe doet. Het laat ze ervaren dat zij een plek hebben in de maatschappij. Dit zijn belangrijke elementen voor een gezonde ontwikkeling. 5.4.1 Actie: kandidaatstellen voor European Youth Capital 2028. Om jongerenparticipatie te stimuleren en te verankeren, hebben we de ambitie om ons kandidaat te stellen voor European Youth Capital (EYC) 2028. Als winnende Europese stad mogen we voor een jaar de titel van Jongerenhoofdstad dragen, en dat geeft jongeren een stem en een podium. Tijdens dat jaar (en zeker ook in de aanloop daarnaar toe) kunnen we voor en door jongeren culturele, politieke en sociale activiteiten en evenementen organiseren. Met het uitspreken van de ambitie start de voorbereiding van de kandidaatstelling en begint het vliegwiel voor het stimuleren en verankeren van jongerenparticipatie te draaien.

Hiermee krijgen jongeren gelijkwaardige kansen om zich sociaal, cultureel, economisch en politiek te laten zien. En om hier in hun leven zelf vorm aan te geven. 5.4.2 Actie: duurzaam jongeren betrekken bij de uitvoering van de Jeugd Agenda Jongeren krijgen een actieve rol binnen de Jeugd Agenda. In de totstandkoming van de Jeugd Agenda is hier een begin mee gemaakt. We werken toe naar een diverse groep jongeren die betrokken is bij de uitvoering van de Jeugd Agenda. Hun stemmen tellen. Acties geven we samen met jongeren en een breed netwerk aan jongerenorganisaties vorm.

17

6

Pijler 2 -- Jeugd & inclusiever onderwijs

De kinderopvang en het onderwijs zijn dé plekken waar alle jeugdigen, ouders en verzorgers samenkomen. Het zijn belangrijke vindplaatsen voor signalen. Onderwijs is niet alleen cognitief leren maar ook de psychologische, emotionele en sociale ontwikkeling stimuleren. Inclusief onderwijs is in principe een verantwoordelijkheid van het onderwijs en de twee samenwerkingsverbanden voor het primair (PO) en voorgezet (VO) onderwijs. Het samenwerkingsverband speelt een belangrijke rol bij afspraken over aanvullende ondersteuning voor reguliere scholen en de wijze waarop de aanvullende ondersteuning is georganiseerd. De POen VO-raad hebben de volgende ambitie: In 2035 bieden scholen en kindcentra een inclusieve ontwikkelomgeving voor élk kind, met of zonder extra ondersteuningsbehoefte en ongeacht cognitieve, fysieke of sociaal-emotionele gesteldheid en culturele achtergrond. We behandelen alle betrokkenen op basis van gelijkwaardigheid en met respect. Onderwijs en kinderopvang spelen een rol in opvoeden, ontwikkelen en leren. Om voldoende invulling te kunnen geven aan de ontwikkeling van jeugdigen, is het nodig dat kinderopvang, onderwijs en gemeenten gezamenlijk optrekken. Inclusief onderwijs gaat ook over een plek waar alle jeugdigen – met of zonder extra onderwijsondersteuning – samen naar de kinderopvang of school gaan.

Dit is belangrijk omdat uit landelijk onderzoek blijkt dat inclusief onderwijs bijdraagt aan: •

•

een betere sociale ontwikkeling van jeugdigen: inclusief onderwijs is in vergelijking met gesegregeerd onderwijs (twee aparte systemen van regulier en speciaal onderwijs) beter voor de sociale ontwikkeling van jeugdigen met een beperking. Er is meer interactie tussen de jeugdigen. Jeugdigen met een beperking hebben grotere vriendenkringen op een inclusieve school; een meer inclusieve samenleving: inclusief onderwijs heeft een positief effect op sociale acceptatie van jeugdigen met een beperking. Dat is positief voor de acceptatie van mensen met een beperking in de hele maatschappij.

Een combinatie van inzet en expertise tussen school, kinderopvang, thuis en het gebiedsteam heeft een positieve invloed op het welzijn van jeugdigen11. Hierin kunnen en moeten wij als gemeente een faciliterende en regierol voeren. Het leidt tot minder schoolverzuim, minder inzet van zware zorg, minder uitvallers en thuiszitters, en minder uitstroom naar het speciaal onderwijs. Bij inclusief onderwijs kan de inzet van ondersteuning, zorg en expertise het beste op of dicht bij de Kinderopvang en de school zijn.12 Hierdoor worden leerlingen sneller en beter geholpen en zijn leerkrachten beter in staat om te doen waar ze goed in zijn; kwalitatief onderwijs bieden. Naast het Primair-Voortgezet en MBO-onderwijs is ook het vervolgonderwijs een belangrijke vindplaats waar veel jongeren binnen de gemeente Leeuwarden studeren. Daarin wordt gewerkt aan het versterken van het academisch klimaat, de aanpak van FryslânWerkt rondom duurzame uitstroom van jongeren naar werk.

11

Deighton et al., 2021

12 Peeters et al., 2018; Wong et al., 2009

18

6.1

Doel: verbeteren van de aansluiting kinderopvang - onderwijs - zorg - sociale basis

Voor het verbeteren van de aansluiting kinderopvang, onderwijs en zorg is het cruciaal dat er in en rondom de school wordt samengewerkt met jeugdigen en ouders. Dat vraagt om het steeds weer verbinden van onderwijs, organisaties en maatschappelijk partners in de verschillende leefdomeinen (zoals jongerenwerk, sportverenigingen en jeugdgezondheidszorg). Deze samenwerking is een complexe opgave, maar is cruciaal in het veilig en gezond opgroeien van jeugdigen. Wij nemen als gemeente daarin een sterkere, verbindende regierol. 6.1.1. Actie: Versterken van de voor- en vroegschoolse educatie, versterken van het jonge kind Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is er voor het vergroten van de onderwijskansen van jonge kinderen (2-6 jaar) en daardoor het voorkómen van onderwijsachterstanden en ontwikkelkansen op latere leeftijd. Door onze wettelijke VVE-taken kwalitatief goed in te richten, hebben kinderen een betere start op de basisschool. We hebben hierin al een stevig beleid met het ‘Uitvoeringsprogramma Kansen voor Kinderen 2 2021-2028’ en de ‘Kadernotitie Beleid Voor- en Vroegschoolse Educatie en kinderopvang 2018’. Binnen de Jeugd Agenda werken we de komende jaren aan het versterken van de effectiviteit van de VVE en het verbeteren van het bereik van alle doelgroepkinderen.

We leggen daarbij een goede relatie met Kansrijke Start, de ketenaanpak binnen ons gezondheidsbeleid die zich richt op de eerste 1000 dagen. 6.1.2. Actie: behouden van de inzet van de jeugdondersteuners en breder inzetten waar nodig. In alle IKC’s wordt gewerkt met multidisciplinaire teams die onder andere bestaan uit de pedagogisch medewerkers van de kinderopvang, leerkrachten en cultuur-, sport - en mediacoaches. Deze professionals werken vanuit verschillende disciplines samen aan één opdracht: elk kind de mogelijkheden geven om zich volledig te kunnen ontwikkelen. Met de functie ‘jeugdondersteuner’, die in Leeuwarden is ontwikkeld en gelanceerd, is de afgelopen vijf jaar de verbindende schakel ontstaan tussen jeugdige, gezin, IKC, (jeugd)hulp en sociaal wijkteam (Amaryllis). De jeugdondersteuner is, sinds de tweede pilot, onderdeel van het multidisciplinaire team op een aantal Plus-IKC’s, die grotendeels in Leeuwarden-Oost staan. Met het oog op de positieve uitkomsten van de tweede pilot van de jeugdondersteuners, willen we de functie van jeugdondersteuner koppelen aan de 10 plus IKC. Hiernaast wordt er sinds vorig jaar ook een pedagoog vanuit het GGD-team Opvoedpunt ingezet. Dit draagt bij aan het versterken van opvoedondersteuning van ouders, die vroegtijdig en laagdrempelig terecht kunnen met opvoedvragen. Ook ontwikkelingsproblemen worden zo sneller gesignaleerd.

De keuze voor de plus IKC’s berust op een grondige analyse die eind 2020, voor de start van Leeuwarden-Oost, is gedaan. Daarbij is breed gekeken naar factoren die zorgen voor kansen en kwetsbaarheden in de ontwikkeling van kinderen. Zo is data op wijkniveau meegenomen rondom onderwijsachterstanden en is gekeken naar het gebruik van jeugdhulp, criminaliteit, armoede, eenoudergezinnen, jeugdwerkloosheid en startkwalificaties. Deze analyse wordt in principe om de 2 jaar opnieuw gedaan, maar door de start van het programma School en Omgeving is dit vertraagd. De eerste herijking van de plus IKC’s vindt in het tweede kwartaal van 2024 plaats. 6.1.3.

Actie: behouden van de inzet van de methodiek School als Vindplaats in het Voortgezet Onderwijs en breder inzetten waar nodig en indien mogelijk. Binnen het Voortgezet Onderwijs zijn sinds 2022 op basis van het jeugdhulpgebruik vier nieuwe locaties begonnen met de methodiek School als Vindplaats; op vijf scholen draaide dit al langer, met resultaat. Ook voor de nieuwe locaties beogen we om de methodiek structureel te gaan borgen. Er zijn regelmatig impactmetingen gedaan. Hieruit blijkt dat de School Als Vindplaats zorgt voor een minder snelle stijging van de jeugdzorgkosten. School als Vindplaats is de schakel in de keten die 19

werd gemist. Door verder te investeren in de pedagogische zorgstructuur van een school werken we aan integraliteit en het terugdringen van verzuim, minder inzet van zware zorg en minder uitval en thuiszitters. Voor 2025 en 2026 is de financiering van School als Vindplaats in het Voortgezet Onderwijs in de Mid Term Review (MTR) meegenomen. 6.1.4 Actie: Borging Scholenteams in het MBO onderwijs In het MBO zijn de afgelopen jaren ook erkende methodieken ingezet zoals School als Werkplaats in het voormalige Friesland College en School als Vindplaats in het voormalig ROC Friese Poort, en Stap en Stipe bij Aeres MBO. Deze methodieken dragen bij aan het voorkomen van (maatschappelijke) uitval en het voorkomen van instroom van tweedelijns zorg. De methodieken worden door zowel gemeente Leeuwarden als de Friese gemeente bekostigd. Door de fusie van ROC Friese Poort en Friesland College tot Firda wordt er opnieuw gekeken naar de inzet van deze methodieken. 6.1.5. Actie: verkennen van de bredere inzet van pedagogische brugfunctionarissen. De Hanze Hogeschool onderzoekt samen met de drie noordelijke provincies wat de werkzame elementen zijn binnen de functies van brugfunctionarissen en jeugdondersteuners.

Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek wordt de pedagogische inzet waar nodig aangescherpt of herijkt tot een eenduidige functiebeschrijving en aanpak voor pedagogische brugfuncties. Vanaf 2024 stelt het Rijk hiervoor 51,8 miljoen euro structureel beschikbaar voor zowel het Primair- als Voortgezet Onderwijs voor 3 schooljaren. De aanvragen moeten door het bevoegd gezag van het onderwijs worden aangevraagd. De aanvragen worden gerangschikt op achterstandsscores van het onderwijs. In mei 2024 wordt bekend of de aanvragen zijn toegekend. Indien toegekend maken we afspraken met onze onderwijskoepels over de inzet hiervan, zodat die goed aansluit bij onze lokale structuur zoals de inzet van jeugdondersteuners en de aansluiting bij School als Vindplaats. 6.1.6. Actie: verkennen en benutten van preventieve collectieve programma’s op school. Om de veerkracht onder jeugdigen te versterken wordt een verkenning gedaan naar preventieprogramma’s. Thema’s als mentale weerbaarheid, veiligheid, prestatiedruk, social mediagebruik of pesten zijn vormend voor de ontwikkeling van jeugdigen. We richten ons in deze verkenning op de beschermende factoren: sociale binding, positieve identiteit en schoolmotivatie. De afgelopen jaren is de interventie KIES (Kinderen in Een Scheiding) met regelmaat succesvol op scholen ingezet.

De KIES-training is een bewezen laagdrempelige, effectieve interventie die bijdraagt aan het beperken van sociaal-emotionele problemen bij jeugdigen met ouders in echtscheiding. De gevolgen voor het welzijn en de schoolprestaties van hun kinderen zijn divers. De KIES-training helpt ouders en jeugdigen bij het versterken van de sociale binding en het ontwikkelen van een positieve identiteit. Daarom wordt de training uitgebreid naar meer scholen in de gemeente Leeuwarden. De methodiek STORM wordt uitgerold op scholen in Leeuwarden. Het blijkt al langer uit zowel landelijke als lokale data dat de mentale gezondheid van jeugdigen afneemt13 14Daarnaast is zelfdoding nog altijd nummer één doodsoorzaak onder jeugdigen. De school is voor jeugdigen een belangrijke vindplaats. De methodiek STORM is landelijk een wetenschappelijk onderbouwde, preventieve aanpak met als doel een depressie of suïcide bij jeugdigen vóór te zijn en indien nodig snel hulp te bieden. De aanpak richt zich op het stimuleren van zelfvertrouwen, weerbaarheid en

13 Bron: GGD Fryslan Jeugdmonitor 2023 14 www.NJI.nl/cijfers/welbevinden

20

veerkracht van jeugdigen van 12 t/m 21 jaar (VO/MBO). Leeuwarden doet mee aan de Friese pilot om STORM ook hier te kunnen implementeren. De financiering voor Storm komt uit het GALA. 6.1.7

Actie: meer collectief inzetten van de zorg-onderwijsarrangementen en dichter bij de plek waar de jeugdige al is. In het Coalitieakkoord is afgesproken dat we streven naar inclusiever onderwijs, waarbij expertise vanuit zorg en jeugdhulp binnen de setting van de school beschikbaar is. Daarbij hoort dat jeugdigen passend onderwijs volgen op een plek dichter bij huis. Lange busritten naar speciale scholen zijn niet meer van deze tijd tenzij het niet anders kan. Ondersteuning die een jeugdige nodig heeft, wordt zo veel mogelijk op de reguliere school georganiseerd. Dat wordt ook het vertrekpunt voor de inzet van jeugdzorg via ons Jeugdexpertteam. We versterken de collectieve inzet binnen de setting van de school. Dat kan gaan om laagdrempelige interventies, maar ook over een structuurklas of een plusgroep voor een specifieke ondersteuningsbehoefte. De insteek is dat de setting van de reguliere klas als basis dient en de jeugdige in deeltijd naar een speciale klas gaat of extra ondersteuning krijgt. 6.1.8.

Actie: intensiveren van de gemeentelijke regierol op de aansluiting tussen de interne zorgstructuur op school, het samenwerkingsverband en de specialistische jeugdhulp. Scholen die werken aan inclusiever onderwijs hebben te maken met jeugdigen die behoefte hebben aan intensievere of specialistische ondersteuning vanuit de paramedische sector en zorg/jeugdhulp. Om inclusief onderwijs verder te ontwikkelen is een goede samenwerking met die partijen noodzakelijk. De gemeente heeft een belangrijke rol bij de regie op het proces en ondersteunt het bij elkaar brengen van partijen. We gaan onze rol intensiveren om te komen tot kaders en afspraken over de inzet van deze ondersteuning. Ondersteuning hoort toegankelijk te zijn en makkelijk vindbaar. De scholen en vooral de samenwerkingsverbanden zijn aan zet voor de ontwikkeling van een gezamenlijke visie op inclusief onderwijs en ondersteuning in het onderwijs. Door de samenwerking te versterken ontstaat er ruimte voor het collectief oppakken van individuele vragen. Zo ontstaat er een groepsaanpak voor jeugdigen met eenzelfde ondersteuningsbehoefte en een passend ondersteuningsaanbod met een integrale werkwijze en structuur. Het onderwijs en de samenwerkingsverbanden hebben uitgesproken zich hiervoor optimaal te willen inzetten. Ze vragen de gemeente hierin te faciliteren met een regiefunctie, en dat gaan we ook doen.

Er is een bestuurlijke tafel ingericht met het Voortgezet (speciaal) Onderwijs, Samenwerkingsverband en Gemeente Leeuwarden om deze samenwerking met elkaar te intensiveren en keuzes te maken ten aanzien van het versterken van inclusiever onderwijs. 6.1.9

Actie: monitoren van het effect van meer zorg op school op de beoogde daling van de kosten van geïndiceerde jeugdhulp. Inzicht en kennis vergaren we met cijfers van jeugdhulpgebruik binnen de scholen, maar ook door in gesprek te blijven met de scholen en schoolbesturen. Voor het volgen van de ontwikkelingen van het jeugdhulpgebruik in het onderwijs, is gemeenschappelijke analyse van het effect de basis.

6.2

Doel: voorkomen van schooluitval en van jeugdigen in de bijstand.

In de RMC-regio Friesland Noord hebben we een gezamenlijke agenda met inzet van scholen en negen gemeenten op drie thema’s: Stay in school, Take the next step en Back to school. Deze interventies zijn gericht op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten.

21

De uitvoering van de Leerplichtwet en het bestrijden van voortijdig schoolverlaten (RMC/Doorstroom) zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er is een doorlopende aanpak voor 5tot 23-jarigen waar leerplicht en kwalificatieplicht elkaar opvolgen. In het wetsvoorstel ‘van School naar duurzaam Werk’ wordt deze leeftijdgrens vanaf augustus 2025 opgehoogd naar de leeftijd van 27 jaar. Daarmee wordt ook de gemeentelijke inzet op de ontwikkeling en participatie van deze jongeren verbreed. 6.2.1 Actie: evalueren bestaande maatregelen voortijdig schoolverlaten. De huidige aanpak van voortijdig schoolverlaten (VSV) wordt de komende tijd geëvalueerd, met als doel om het aantal VSV’ers in de regio te verminderen. Het is ook een voorbereiding op de nieuwe VSV-leeftijdgrens vanaf 1 augustus 2025 naar 27 jaar. 6.2.2.

Actie: onderzoeken van het effect van preventie in het primair onderwijs op voorkomen uitval in het voortgezet onderwijs. Om uitval uit het onderwijs te voorkomen gaat het gemeentelijk Jongerenteam onderzoeken of preventie in het primair onderwijs invloed heeft op het voorkomen van uitval in het voortgezet onderwijs. Hiertoe verbeteren we de samenwerking in de keten (onderwijs, jeugdhulp, leerplicht). 6.2.3 Actie: versterken van de thuiszittersaanpak De thuiszittersaanpak wordt versterkt. Op provinciaal niveau is een gezamenlijk protocol vastgesteld. Een nieuwe aanpak VSV in de RMC-regio Friesland Noord is in ontwikkeling. 6.2.4.

Actie: verbeteren van de aansluiting tussen de zorgplicht van het onderwijs en de jeugdhulpplicht van de gemeente. De zorgplicht van het onderwijs en de zorgplicht van de gemeente (Jeugdwet) krijgt een concrete invulling binnen de Actietafel Thuiszitters. De gemeente en de samenwerkingsverbanden maken bindende afspraken om, bij stagnerende besluitvorming, één partij, team of functionaris de bevoegdheid te geven om binnen gestelde kaders te bepalen welke school of instelling verplicht is voor de jeugdige een passend onderwijszorgarrangement te bieden. Wanneer het nodig is, ligt de verantwoordelijkheid voor het vinden of creëren van een passend onderwijszorgarrangement bij het onderwijs of de gemeente en niet bij de jeugdige en/of ouders.

22

7

Pijler 3 -- Jeugd & (gemeentelijke) toegang

De toegang tot jeugdhulp vindt via de gemeente plaats, maar ook via de huisartsen, gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering (GI’s), kinderartsen (onder andere van de Jeugdgezondheidszorg) en medisch specialisten. Dit zijn directe verwijzers. Op het vlak van samenwerking kunnen gemeenten afspraken maken met de directe verwijzers. De gemeente heeft echter geen directe invloed op de verwijzing van deze directe verwijzers. Dit is in de Jeugdwet zo geregeld. Met andere woorden: de invloed die een gemeente heeft op de toegang tot jeugdhulp en de in te zetten jeugdhulp (en de uiteindelijke kosten daarvan) beperkt zich tot de eigen gemeentelijke toegang (ons Jeugdexpertteam) en de gemaakte samenwerkingsafspraken met de andere verwijzers. Binnen die cirkel van invloed gaan we wel een meer richtinggevende positie innemen. In deze pijler wordt dan ook de focus gelegd op hoe we de toegang tot jeugdhulp zo goed mogelijk richten, opdat de toegankelijkheid, passendheid en betaalbaarheid van jeugdhulp beter wordt. Uiteraard binnen de context van de inkoop van jeugdzorg die we in SDF-verband met alle 18 Friese gemeenten samen doen. Ook daarin contracteren we scherper op kwaliteit en reikwijdte.

7.1.

Doel: Verlagen van de drempel voor jeugdigen en ouders om eerder hulp te vragen.

Soms heeft een jeugdige of de omgeving het gevoel het niet meer zonder hulp te redden. In dat geval moet er laagdrempelig contact kunnen worden gelegd met iemand die ondersteuning kan bieden bij het versterken van het dagelijkste leven danwel bij het verkrijgen van deze ondersteuning. In de gemeente Leeuwarden kunnen zij hun hulpvraag bespreken met de professionals van Amaryllis, in de buurt- en dorpskamers of op het consultatiebureau van de Jeugdgezondheidszorg. Als lichte vormen van ondersteuning in het preventief en voorliggend aanbod (zoals opvoed- en opgroeiondersteuning) niet (meer) voldoende zijn, wordt doorverwezen naar het Jeugdexpertteam. De jeugdartsen van het consultatiebureau kunnen zonder tussenkomst van het Jeugdexpertteam doorverwijzen naar specialistische jeugdhulp. 7.1.1 Actie: doorontwikkeling van het Jeugdexpertteam Om de toegang tot jeugdhulp zo effectief mogelijk te maken, wordt de komende jaren een aantal verbeteringen doorgevoerd in de gemeentelijke toegang. Deze verbeteringen komen voort uit verschillende onderzoeken (Berenschot Onderzoek, Inspectie onderzoek naar de gemeentelijke toegangen in Nederland, keten onderzoek). De toegang moet aan (landelijke) kwaliteitskaders voldoen. Daarom zijn daar criteria voor ontwikkeld. Het gaat niet alleen om deskundigheid van medewerkers, ook om de manier waarop het traject wordt vormgegeven.

Allereerst wordt prioriteit gegeven aan de aandachtsgebieden kwaliteit van leiderschap, rolduidelijkheid en inhoud en het verlagen van de wachtlijst en wachttijd. Als hier stappen in zijn gezet gaat het Jeugdexpertteam zich richten op verdere doorontwikkeling, waarbij in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde komen: a. De samenwerking en afstemming van Amaryllis en het Jeugdexpertteam rondom de Gemeenschappelijke Verklarende Analyse en de implementatie van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Dit is belangrijk zodat op een eerder moment kan worden ingeschat welke hulp voor een jeugdige en het gezin het meest passend is.

23

b. De overdracht van Amaryllis naar het Jeugdexpertteam en van het Jeugdexpertteam naar Amaryllis. c. De bereikbaarheid van de Jeugdconsulenten voor ketenpartners en jeugdigen en het gezin. d. De werkwijze rondom wachtlijsten. Hierin wordt in ieder geval beschreven hoe om te gaan met ziekte en piekbelasting. e. De kwaliteitscyclus binnen het Jeugdexpertteam en hoe hierbinnen verbeteringen worden doorgevoerd. 7.1.2 Actie: aanpassen van de samenwerkingsafspraken tussen het Jeugdexpertteam en Amaryllis De samenwerkingsafspraken met Amaryllis worden getoetst aan de doorontwikkeling van het Jeugdexpertteam en in samenspraak met Amaryllis aangepast. 7.1.3 Actie: ontwikkelen monitor toegang Voor de toegangsvormen POH Jeugd, Jeugdondersteuners, Jeugdexpertteam en Amaryllis wordt een monitor ontwikkeld. In deze monitor worden in elk geval de volgende onderdelen opgenomen: • • •

Het aantal jeugdigen dat zij zelf helpen Het aantal jeugdigen dat zij verwijzen naar het voorliggend veld (preventie) Het aantal jeugdigen dat zij zelf doorverwijzen naar specialistische jeugdhulp of via het Jeugdexpertteam.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=e9583247-5d83-4987-8a42-12efe952665f