Inter-visies Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
Tekst van het document
INTER-VISIES
Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
1
Vastgesteld door college van Burgemeester en Wethouders, 11 november 2025. 2
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
Inhoud 1. Inleiding
4
2. De huidige Omgevingsvisie Gemeente Leeuwarden
8
3. Ontwikkelingen en trends
11
4. Inhoudelijke richting voor nieuwe Omgevingsvisie
17
5. Handelingsperspectief
22
6. Participatie en communicatie
26
Bijlage 1: Uitgangspunten nieuwe omgevingsvisie
30
Bijlage 2: Beleids- en Ontwikkelkaders en Beleids- en Ontwikkelprogramma’s
31
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
3
1. Inleiding Vooraf De gemeenteraad stelde eind 2021 de huidige Omgevingsvisie gemeente Leeuwarden vast. Een integrale visie op de fysieke leefomgeving voor de lange(re) termijn (2028) én voor de hele gemeente. Een kader voor nader te formuleren beleid, voor juridisch-planologische regelingen, voor het eigen handelen en voor projecten en programma’s. En dan toch nu ‘al’ een herziening van deze Omgevingsvisie? Ja. Daar zijn diverse redenen voor, inhoudelijke en juridische. Gaat alles dan weer anders? Nee, zeker niet. Wij willen op hoofdlijn vasthouden aan de gestelde ambities, aan de ontwikkelingsrichting van stad, dorpen en buitengebied en wij gaan door met de toepassing van het zogenoemde 3x3 principe (3 ambities, 3 ontwikkelprincipes en 3 gebieden). Maar in meer of mindere mate is uitwerking, aanscherping of verdieping nodig. Deze notitie licht dat nader toe, maar laat ook nog veel open. Op weg naar de herziene (= nieuwe) Omgevingsvisie moet namelijk nog veel werk verzet worden. Ook bieden wij alle ruimte voor participatie door inwoners en andere betrokkenen.
...uitwerking, aanscherping en verdieping is nodig…
Aanleiding voor herziening Inhoudelijk zijn er meerdere aanleidingen om tot een herziening van de huidige Omgevingsvisie te komen. Een integrale visie op de fysieke leefomgeving moet gebaseerd zijn op alle ambities en daaruit voortvloeiende ruimteclaims. Na de vaststelling van de huidige Omgevingsvisie zijn er door de gemeente nieuwe ambities vastgesteld met aanvullende ruimteclaims. Ook zijn er nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die in een Omgevingsvisie horen. Wij hebben behoefte aan overzicht en samenhang. Dat kan een nieuwe Omgevingsvisie bieden. De huidige Omgevingsvisie heeft het jaar 2028 als planhorizon. De grote ruimtelijke uitdagingen en ambities spelen zeker (ook) op de lange(re) termijn. Zo is de pas geleden verschenen ontwerp-Nota Ruimte gericht op 2050. Wij denken dat het logisch en verstandig is om bij die planhorizon aan te sluiten. Dat vraagt om een brede blik op de lange termijn, rekening houdend met nieuwe vraagstukken, nieuwe trends, ontwikkelingen en kansen. De positionering van Leeuwarden op verschillende schaalniveaus is een belangrijk aandachtspunt, zeker ook met het oog op de Nota Ruimte (de ‘nationale omgevingsvisie’) en de POVI (de provinciale omgevingsvisie) die in voorbereiding zijn.
In dat verband is de dit jaar uitgebrachte Verstedelijkingspropositie van de Friese F4 (gemeenten Heerenveen, Leeuwarden, Smallingerland en Súdwest-Fryslân) ook belangrijk. Ook planologisch-juridisch is er aanleiding om tot herziening over te gaan. De huidige Omgevingsvisie is in eerste instantie uitgewerkt in beleids- en ontwikkelkaders met vaststelling daarvan door de gemeenteraad. Op grond van de op 1 januari 2024 van kracht geworden Omgevingswet, moet die uitgewerkt worden in programma’s (beleidsen ontwikkelprogramma’s), vast te stellen door het college. De genoemde Omgevingswet geeft ook aan dat van gemeenten verwacht wordt dat zij op 1 januari 2027 beschikken over een door de raad vastgestelde gemeentelijke omgevingsvisie die voldoet aan de rijks wet- en regelgeving. De huidige Omgevingsvisie (2021) voldoet daar niet volledig aan.
4
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
Doelen Het belangrijkste doel van de herziening van de huidige Omgevingsvisie is om een integrale en betere invulling te geven aan de strategische keuzes voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving tot 2050. De herziening van de huidige Omgevingsvisie richt zich op de volgende doelstellingen: 1. Een meer integrale en inhoudelijk scherpere omgevingsvisie. (hoofdstuk 4); opgaven en keuzes in samenhang gepresenteerd. 2. Een sturende omgevingsvisie (hoofdstuk 5); de 3x3 systematiek scherper definiëren en toepassen. 3. Een omgevingsvisie die passend bij de bedoelingen van de Omgevingswet is opgesteld (hoofdstuk 5); ontsluiting via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). 4. Een omgevingsvisie met een duidelijk handelingsperspectief (hoofdstuk 5); verduidelijking van rollen van gemeente en van anderen. 5. Een bekende omgevingsvisie (hoofdstuk 6); breed bekend én beeldend. 6. Een omgevingsvisie met draagvlak (hoofdstuk 6); brede participatie.
Status Basisnotitie Deze Basisnotitie is een tussenstap op weg naar de herziening van de huidige Omgevingsvisie. Dat verklaart de titel ‘Inter-visies’; een document tussen de huidige én de nieuwe visie. Deze stap is van belang om tijdig draagvlak te krijgen op de hoofdlijnen en op het beoogde proces. De omgevingsvisie is namelijk het belangrijkste deel van het beleid voor de fysieke leefomgeving waar de raad mee kan werken
...een nuttige tussenstap... Die tussenstap is nu des te belangrijker omdat op 18 maart 2026 de gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden. Met de besluitvorming door de huidige gemeenteraad over deze Basisnotitie, worden bouwstenen meegegeven aan de nieuwe raad voor de nieuwe Omgevingsvisie, zonder dat deze ‘nu’ in beton gegoten is. Wij zien de Basisnotitie ook als een belangrijk document om iedereen die actief is in onze leefomgeving te inspireren en mee te laten denken over de toekomstige fysieke leefomgeving. De vaststelling van deze Basisnotitie vormt daarom mede het startschot voor uitgebreide gesprekken over onze fysieke leefomgeving. Met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, ketenpartners en mede-overheden.
Leeswijzer Afbeelding 1 verbeeldt het proces van de huidige Omgevingsvisie Leeuwarden tot en met de herziene Omgevingsvisie (en de uitwerking daarvan), met daarbinnen de positie van de voorliggende Basisnotitie. Het schema is ‘tegelijk’ een leeswijzer voor deze Basisnotitie. In hoofdstuk 2 wordt kort teruggeblikt op de huidige Leeuwarder Omgevingsvisie uit 2021. Hoofdstuk 3 schetst op hoofdlijn de belangrijke beleidsdocumenten en ruimtelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving in de stad, in de dorpen en in het buitengebied. En wij geven daarbij aan op welke manier wij daarmee aan de slag willen richting de nieuwe Omgevingsvisie. In datzelfde hoofdstuk noemen wij een aantal trends die naar verwachting ook van betekenis (kunnen) zijn voor onze leefomgeving. In hoofdstuk 4 wordt met enig voorbehoud de inhoudelijke richting van de herziene Omgevingsvisie aangegeven. Dat voorbehoud is logisch; wij moeten rekening houden met de inhoud van een nieuw ‘akkoord’ voor de bestuursperiode 2026-2030. In hoofdstuk 4 staat uitleg over de samenhang tussen de herziene Omgevingsvisie en de omgevingseffectrapportage (OER).
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
5
…ontwikkelrichting met voorbehoud... Het handelingsperspectief (de wijze waarop en met wie en waarmee uitvoering wordt gegeven aan de inhoud van de herziene Omgevingsvisie) komt aan de orde in hoofdstuk 5. De zogenoemde beleidscyclus lichten wij eveneens in dat hoofdstuk toe. We sluiten deze Basisnotitie af met de manier waarop wij invulling gaven en willen geven aan een participatieproces gericht op de herziening van de huidige Omgevingsvisie (hoofdstuk 6). Hierna volgt een stroomschema van huidige visie naar nieuwe visie. Hierin staat de planning van de diverse stappen en op te leveren documenten in het kader van de omgevingsvisie met als doel om de nieuwe Omgevingsvisie in het najaar van 2026 ter besluitvorming aan te bieden aan de raad. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met de daaruit naar voren gekomen uitgangspunten voor de herziening van de Omgevingsvisie. Bijlage 1 bevat het totale overzicht van deze uitgangspunten.
Omgevingsvisie 2021
Omgevingsvisie 2026
Omgevingsvisie 2021
dec. 2021
2022
Beleidskaders, -programma’s Ontwikkelkaders, -programma’s Addenda Uitvoeringsplannen/-agenda’s
Ruimtelijke ontwikkelingen Trends en ontwikkelingen
Basisnotitie herziening Omgevingsvisie
dec. 2025
Notitie reikwijdte en deteailniveau
participatie communicatie ontwerpend onderzoek
Ontwerp Omgevingsvisie
Q2/Q3 2026
Akkoord Bestuursperiode ‘26-’30
OER
Tervisielegging Reactienota
Omgevingsvisie 2026
dec. 2026
DSO, monitoring
>2026
Uitvoeringsagenda, realisatie
besluitvorming raad besluitvorming college ambtelijke status
Afbeelding 1 – Stroomschema ‘Inter-Visies’ 6
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
Uitgangspunten vanuit dit hoofdstuk voor de nieuwe Omgevingsvisie •
Handhaven van huidige hoofdambities, ontwikkelingsrichting en 3x3 principe;
•
Uitwerking, aanscherping, aanvulling en verdieping daarvan is nodig;
•
Planhorizon 2050;
•
Integraliteit;
•
Voldoen aan rijks wet- en regelgeving;
•
Voorbehoud naar aanleiding van nieuwe bestuursakkoord.
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
7
2. De huidige Omgevingsvisie Gemeente Leeuwarden Algemeen De huidige Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen en is compact. Na de vaststelling van de visie in december 2021, is deze verder uitgewerkt in verschillende kaders en programma’s, voor respectievelijk thema’s en gebieden. In bijlage 2 is hiervan een overzicht opgenomen. Met enkele uitvoeringsagenda’s is inhoud gegeven aan de feitelijke uitvoering van de visie en/of van de uitwerking daarvan in de genoemde kaders en programma’s. In dit hoofdstuk kijken wij kort terug op de inhoud van de huidige Omgevingsvisie. Een aantal onderdelen daaruit komt terug in de nieuwe Omgevingsvisie.
3x3 principe Als uitgangspunt voor de huidige Omgevingsvisie gelden de volgende drie hoofdambities die een positieve en kansrijke ontwikkeling van Leeuwarden naar 2028 beschrijven: 1. Het is goed leven in Leeuwarden in 2028; 2. Leeuwarden is in 2028 het hart van een bijzondere groen-blauwe regio; 3. Leeuwarden is in 2028 een sterke economische gemeente. In de huidige Omgevingsvisie zijn deze ambities met elkaar in verband gebracht en is aangegeven op welke manier zij ruimtelijk een plek krijgen. Voor de in 2021 actuele opgaven zijn duidelijke doelstellingen geformuleerd, met onderscheid naar de drie hoofdambities. Terecht is toen al geconstateerd dat de opgaven waar we voor stonden groot zijn en de ambities hoog. En de conclusie was helder: niet alles kan tegelijkertijd, niet alles gaat evengoed samen en niet alles kan overal. Tegen die achtergrond zijn drie ontwikkelprincipes geformuleerd, juist om per gebied en per project een afweging te kunnen maken: • Vergroenen: de ingreep draagt bij aan een emissievrije, circulaire, biodiverse en klimaatadaptief ingerichte leefomgeving; op de plankaart in de huidige Omgevingsvisie met name gekoppeld aan bescherming natuurgebieden en het zoekgebied voor de energieopgave aan de zuidwestzijde van de stad. • Verbinden: de ingreep draagt bij aan een leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeting en beweging.
De ingreep verbetert de bereikbaarheid, inclusiviteit, veiligheid, leefbaarheid en gezondheid. Op de plankaart onder andere verbeeld in relatie tot toegankelijke kernen, stedelijke vernieuwing met Leeuwarden Oost, en mobiliteitshubs. • Verwaarden: de ingreep voegt kwaliteit toe aan de leefomgeving in brede zin. Voorbeelden hiervan op de plankaart: Spoorzone 2020-2050 en versterking van de campusidentiteit van Leeuwarden. Deze ontwikkelprincipes zijn de kern van de huidige Omgevingsvisie. Met die principes wordt de stap van opgave, via de uitwerking, naar de (gebiedsgerichte) ontwikkeling gezet.
8
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
De drie ontwikkelprincipes zijn een leidraad om over initiatieven gericht op de fysieke leefomgeving, in gesprek te gaan. Omdat de opgaven per gebiedstype (de drie ‘gebieden’: stad, dorpen, buitengebied) en ook binnen gebiedstypes variëren, hoeven de ontwikkelprincipes niet in alle situaties een even grote rol te spelen. Daarmee is het zogenoemde 3x3-principe verklaard: • Drie ambities voor de fysieke leefomgeving • Drie ontwikkelprincipes • Drie gebiedstypes.
Bruidstaart Om deze ambities in de huidige Omgevingsvisie vorm te geven, moeten er keuzes worden gemaakt. Keuzes die zorgen voor een goede balans tussen onze leefomgeving, onze economie en de manier waarop we met elkaar samenleven. Als beeld wordt hiervoor de ‘bruidstaart’ gebruikt. Met de biosfeer als basis, de maatschappij waarbinnen we als Leeuwarders samenleven en de economie om Leeuwarden een toekomst te geven en om ook op langere termijn ‘ons’ geld mee te verdienen. De drie geformuleerde ambities staan in verband met dit lagenmodel. Hierbij moeten we steeds beseffen dat veranderingen of maatregelen in de ene laag consequenties hebben voor de andere lagen. Consequenties die in het plaatje gekoppeld zijn aan de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties.
De bruidstaart als samenhangend systeem van de SDG’s
Identiteit ‘Historie, water en kwaliteit’ zijn begrippen die passen bij de fysieke leefomgeving van Leeuwarden, de regio en Fryslân. ‘Cultuurbesef, trots, mienskip en eigenzinnigheid’ zijn trefwoorden die onze inwoners typeren. Deze zijn in de huidige Omgevingsvisie ingezet bij de keuzes voor de fysieke leefomgeving. Vanuit deze waarden is aan de diverse opgaven gewerkt, met menselijke maat en gemeenschappelijke betrokkenheid als uitgangspunt.
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
9
10
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
3. Ontwikkelingen en trends Algemeen De huidige Omgevingsvisie is compact en op hoofdlijnen. In de afgelopen jaren bleek uitwerking en verdieping nodig. Bij de behandeling van de huidige Omgevingsvisie heeft de gemeenteraad bovendien via aangenomen moties, enkele ambities aan de visie toegevoegd. Zo is ook een groot aantal beleidsstukken in de afgelopen jaren vastgesteld. Beleidsstukken die effect hebben op de fysieke leefomgeving: soms zichtbaar door het daadwerkelijke beslag op de ruimte via ruimtelijk-economisch beleid, en soms minder zichtbaar door een indirect effect vanuit sociaal-, maatschappelijk- of veiligheidsbeleid. Daarnaast zijn er natuurlijk tal van actuele ruimtelijke ontwikkelingen met betekenis voor de fysieke leefomgeving en voor de te maken keuzes voor de toekomstige leefomgeving. Ook zijn er effecten van trends en ontwikkelingen vastgesteld. In dit hoofdstuk wordt de betekenis daarvan voor de nieuwe Omgevingsvisie in kaart gebracht.
Beleidsanalyse Voor de uitwerking van de huidige Omgevingsvisie zijn beleidskaders, beleidsprogramma’s, uitvoeringsagenda’s en -programma’s opgesteld, vaak met een thema en met een specifieke planhorizon. Met een reeks aan opgaven en ambities. En daarmee ook met belangrijke bouwstenen voor de nieuwe Omgevingsvisie. Een paar voorbeelden van dergelijke beleidsstukken die vastgesteld zijn na de huidige Omgevingsvisie, zijn de volgende: Beleidskader Biodiversiteit (2024). Focus op herstel van de biodiversiteit tot 2035. Met zes belangrijke doelstellingen: • Herstel van ecosystemen; • Verbetering van water- en bodemkwaliteit; • Bescherming van bedreigde soorten; • Uitbreiding van groen-blauwe structuren; • Vastlegging van CO2; • Natuurinclusieve aanpak. Beleidskader Mobiliteit 2040 (2024). Inzet op een gezonde, duurzame en veilige mobiliteit, rekening houdend met de energietransitie en klimaatadaptatie. Met vijf belangrijke uitgangspunten: • Gezonde fysieke leefomgeving; • Minder CO2-uitstoot door mobiliteit; • Veiliger verkeer; • Slimmer en efficiënter ruimtegebruik; • Stedelijke wijken en dorpen beter verbinden. Beleidskader Wonen met zorg (2024). Gericht op het ondersteunen van kwetsbare inwoners, vooral ouderen, zodat zij zelfstandig kunnen blijven wonen met de benodigde zorg, waarbij onderscheid wordt gemaakt in Basis, Plus en Top.
Nabijheid van zorg en voorzieningen is een belangrijke richtlijn, spreiding van het woonzorgaanbod in de gemeente eveneens, maar dan wel geclusterd. Vitale wijken worden gestimuleerd door inzet op preventie, zelfredzaamheid en sociale netwerken. In de periode tot en met 2040 is de bouw voorzien van 1100 geclusterde woningen, waarvan minimaal 70 % in de sociale huur.
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
11
Beleidsprogramma Wonen in de Stad (2025). De woningbehoefte tot en met 2040 in de stad staat centraal. Het beleidsprogramma biedt richtlijnen voor verdichting en voor woningbouwprojecten. Bouw van 10.000 tot 15.000 woningen, waarvan 30 % sociaal. Uitgangspunt is de compacte stad verder te versterken met werken, wonen en met voorzieningen dicht op elkaar. Meer variatie aan woningen per buurt (‘veelzijdig’), meer betaalbare woningen, creëren van een gezonde, klimaat- adaptieve leefomgeving en een inclusieve samenleving. Voorzieningenniveau op peil houden, aanjagen van duurzame mobiliteit en een kwaliteitsimpuls in de woningbouwopgave. Gezondheidsnota 2024-2028. De verbetering van de gezondheid van de inwoners van de gemeente, met aandacht voor preventie, gelijke kansen en actieve deelname aan de samenleving. Veiligheidsagenda 2023-2026. De belangrijkste veiligheidsopgaven en kansen, met aandacht voor overlast, criminaliteit en geweld.
...een stapel beleidsdocumenten... Dit is een beperkte greep uit de huidige stapeling beleidsdocumenten. In bijlage 2 is een compleet overzicht van beleidsstukken opgenomen die na de besluitvorming over de huidige Omgevingsvisie zijn opgesteld. Dit laat de veelheid aan ambities zien. Deze beleidsstukken zijn zoals genoemd thematisch opgesteld, maar hebben alle een effect op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Leeuwarden. Door de oogharen heen zijn koppelkansen te ontdekken; bijvoorbeeld bevordering gezondheid en aanleg fietsinfrastructuur. Maar ook mogelijke schuurpunten, zoals de inzet op verdichting versus de druk op de openbare ruimte. Ook zien we voorbeelden van ruimteclaims, kwantitatief of kwalitatief. Het zijn ambities die er stuk voor stuk ‘toe doen’. Maar het is duidelijk dat de beschikbare ruimte, de specifieke gebiedskenmerken, de aard en omvang van de in te passen functies en de beschikbare middelen (geld, menskracht, instrumenten en tijd) dwingen tot het maken van keuzes. In de nieuwe Omgevingsvisie moeten deze ambities samenkomen om keuzes te kunnen maken.
Meenemen in de nieuwe Omgevingsvisie Actueel beleid van andere overheden en actuele ontwikkelingen op verschillende schaalniveaus (internationaal, nationaal, landsdelig, provinciaal) met effecten op de fysieke leefomgeving, vragen om een doorwerking en om meegenomen te worden in de nieuwe Omgevingsvisie. Op Europese schaal kunnen we denken aan nieuwe regelgeving, bijvoorbeeld met betrekking tot het landelijk gebied en natuur. Het landelijk gebied (sinds de herindeling van 2018 beschikt Leeuwarden over een aanzienlijke hoeveelheid) wordt meer en meer het brandpunt van zwaarwegende kwesties. Denk bijvoorbeeld aan de stikstofproblematiek, PFAS, druk op de ruimte (voor wonen, recreatie, waterberging en duurzame energieopwekking), verbetering van natuur en biodiversiteit, gevolgen van klimaatverandering en de toekomst van de landbouw. De recente publicatie van de ontwerp-Nota Ruimte is ook van betekenis. Er is een ruimtevraag van het Rijk over Defensie. Het gaat hier voor Leeuwarden om de gevolgen voor de vliegbasis en omgeving. Een van de tracévarianten voor de nieuwe 380 KV hoogspanningsleiding Vierverlaten-Ens loopt deels over grondgebied van de gemeente Leeuwarden.
12
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
Het Rijk verplicht ons om op de thema’s Wonen en Warmte nieuw beleid vast te stellen. Voor wijken die vallen onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV), zoals Leeuwarden Oost, heeft de gemeente een inspanningsverplichting. Voor de aanleg van de Lelylijn, met een onzekere directe aansluiting met eindstation Leeuwarden, moet rekening gehouden worden. Zowel in direct ruimtebeslag als indirect, met de daaruit op termijn voortvloeiende extra woningvraag. Daarnaast werkt de Provincie Fryslân aan de herziening van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en stelt een Veenweideprogramma op. Ten slotte bevat de verstedelijkingsstrategie zoals die is ontwikkeld door het Fries Stedelijk Netwerk (FSN) - samenwerking tussen de gemeenten Leeuwarden, SúdwestFryslân, Smallingerland en Heerenveen - een aanbod voor extra woningbouw.
Rekening houden met trends De samenleving zal de komende tientallen jaren veranderen onder invloed van mondiale, nationale en regionale ontwikkelingen (trends). Trends die directe en indirecte gevolgen hebben op de kwaliteit van het leven in het hier en het nu, maar ook door de effecten daarvan op toekomstige generaties en mensen buiten onze gemeente. De volgende afbeelding is afkomstig uit het rapport ‘Langs de Lijnen van de Toekomst’, een ambtelijke verkenning van trends die op ‘ons’ afkomen. Een verkenning die is gebaseerd op data en op honderden veelal wetenschappelijke bronnen. De kern van het schema is dat er veel trends zijn waar rekening mee gehouden moet worden. Er zijn vijf megatrends waar diverse subtrends onder vallen. Die trends hebben allemaal met elkaar te maken.
Inhoudsopgave
> Voorwoord
| > Inleiding
| > Feiten & cijfers
Verhoudingen markt en overheid
Globalisering en economische verhoudingen
17 40
35
Samenstelling en dynamiek van de bevolking
SAMENLEVEN
50
MACHTSVERHOUDINGEN EN INSTITUTIES
48
38
Digitale maatschappij
TECHNOLOGISCHE VERSNELLING EN DIGITALISERING
Gelijke kansen voor inwoners
27
Arbeidsmarkt
08 BESCHIKBARE MIDDELEN / MENSEN
29
Aanpassingen aan klimaatverandering
45 AI, kwantumtechnologie en robotisering
11
36 Volksgezondheid
Digitale veiligheid
44
Geopolitieke spanningen
Infectieziekten en pandemieën
Vertrouwen in instituties
16
19
| > Bronnenlijst
42
21 22
| > Leeswijzer
26 OMGEVING EN MILIEU
09 Demografische ontwikkelingen
14 Grondstoffen
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
31 Water
Kwaliteit van bodem, water en lucht
33 Bodem
Hierboven wordt de onderlinge samenhang van de trends weergegeven. De nummers verwijzen naar de paginanummers waarop meer over de trends te lezen is.
13
Megatrend 1: Beschikbaarheid van mensen en middelen (demografie, arbeidsmarkt, schaarste aan grondstoffen); Megatrend 2: Machtsverhoudingen en instituties (vertrouwen in instituties, geopolitieke spanningen, globalisering, verhouding markt en overheid); Megatrend 3: Omgeving en milieu (klimaatverandering, water-, bodem- en luchtkwaliteit, water, bodem); Megatrend 4: Samenleven (volksgezondheid, gelijke kansen, diversiteit en inclusie, pandemie en infectieziekten); Megatrend 5: Technologische versnelling en digitalisering (AI en robotisering, digitale kwetsbaarheid, digitale inclusie en soevereiniteit). Megatrends die ‘eenvoudig’ gekoppeld kunnen worden aan onze drie hoofdambities en daar dus in meer of mindere mate op van invloed zijn: ‘goed leven (megatrend 4 en 5), ‘groen-blauwe regio’ (megatrend 3) en ‘sterke economische positie’ (megatrend 1 en 2). De megatrends hebben onderling ook weer met elkaar te maken. En met de opmerking dat veel trends weliswaar hun oorsprong vinden buiten onze regio, maar ook hier hun doorwerking hebben. Op de trends zelf hebben we misschien weinig invloed, wel op hoe we omgaan met de gevolgen daarvan. Onder andere vanuit het perspectief van de Brede Welvaart vragen de trends die op ons afkomen om aandacht en soms om actie. Onderstaand twee voorbeelden. Een belangrijke en herkenbare trend is de vergrijzing.
Het aantal ouderen in de samenleving neemt sterk toe. Dat is de enkelvoudige uitleg. Dubbele vergrijzing betekent dat er niet alleen meer ouderen zijn, maar dat die ouderen gemiddeld ook nog eens ouder worden. Soms wordt zelfs ‘driedubbele vergrijzing’ genoemd, omdat de dubbele vergrijzing samenvalt met een dip in het aantal twintigers. Enkel, dubbel of driedubbel, in alle gevallen heeft deze trend betekenis, bijvoorbeeld door andere woonwensen, door een toenemende zorgvraag, minder vrijwilligers, minder mantelzorgers en door minder beschikbare arbeidskrachten. Nuancering van deze trend is denkbaar door instroom van jonge migranten, nieuwe technologische ontwikkelingen in de zorg en het stimuleren van arbeidsparticipatie onder ouderen. Klimaatverandering is een wereldwijde trend met onomkeerbare gevolgen voor mens en leefomgeving. De toename van broeikasgassen leidt tot een stijging van de temperatuur. Dit zorgt voor extremere weersomstandigheden, een stijgende zeespiegel, droogte, wateroverlast, afname van biodiversiteit en toename van hittestress. Dalende grondwaterstanden en verzilting bedreigen de beschikbaarheid van schoon drinkwater. Klimaatverandering versterkt de afname van bodemkwaliteit met gevolgen voor onder andere de landbouw.
De ongelijkheid tussen kwetsbare en weerbare groepen wordt groter omdat lagere inkomensgroepen minder mogelijkheden hebben tot verduurzaming en vaker worden blootgesteld aan klimaateffecten. In de stad Leeuwarden zijn bijvoorbeeld kwetsbare wijken extra gevoelig voor hittestress door verstening en beperkte groenvoorziening. Ook hier zijn nuanceringen te maken. Overheden maken klimaatadaptieve plannen, er zijn steeds meer energiecoöperaties die duurzame energie opwekken, wind- en zonne-energie groeit in betekenis en er gelden strengere eisen op uitstootnormen.
Van overzicht naar maatwerk Op basis van de ambities uit de diverse beleidskaders en beleidsprogramma’s en overige beleidsmatige wensen, kunnen de toekomstige ruimteclaims afgeleid worden. Dit heeft gevolgen voor bijvoorbeeld de gebiedsontwikkelingen en heeft effecten op de Brede Welvaart. Maar daarbij moet rekening gehouden worden met de plannen en regels van andere overheden en dat alles tegen de achtergrond van de gesignaleerde trends.
14
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
Overzicht is nodig. Alle grote opgaven en veranderingen moeten meegenomen worden in het maken van duidelijke plannen. Maatwerk is aan de orde. Maatwerk per gebied, en daarbij inspelen op de kwaliteiten en de sterktes en kansen, en reageren op zwaktes en bedreigingen, en inspelen op de gesignaleerde trends. Het onderscheid in stad, dorpen en buitengebied is daarbij in ieder geval behulpzaam, evenals de toepassing van de ontwikkelprincipes. Die principes gebruiken we om per gebied keuzes te maken en te prioriteren.
...overzicht... ...maatwerk... ...prioritering... In de uitwerking van deze Basisnotitie wordt ‘ontwerpend onderzoek’ gehanteerd als manier van werken. Een iteratief proces van ontdekken, ontwerpen, evalueren en bijstellen, met betrokkenheid en deelname van diverse stakeholders. In de stapeling van ambities en van complexe maatschappelijke opgaven, kan deze methodiek toegepast worden om schuurpunten, koppelkansen, ‘quick wins’, ogenschijnlijke ‘showstoppers’ en witte vlekken te detecteren. En door het onderzoeken van de effecten van diverse scenario’s te komen tot de meest effectieve en gedragen oplossingsrichting.
Uitgangspunten vanuit dit hoofdstuk voor de nieuwe Omgevingsvisie •
Resultaat beleidsanalyse, overzicht van ruimtelijke ontwikkelingen en trends en ruimtelijke claims benutten bij te maken keuzes;
•
Identificeren van schuurpunten, koppelkansen en witte vlekken;
•
Toepassing ontwerpend onderzoek als methodiek voor maken van gebiedsgerichte keuzes en uitwerking daarvan.
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
15
16
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
4. Inhoudelijke richting voor nieuwe Omgevingsvisie Algemeen In de nieuwe Omgevingsvisie kijken we ver vooruit en geven we richting aan nieuwe en toekomstige ontwikkelingen. Maar niet alles hoeft anders. De Leeuwarder identiteit verandert niet van vandaag op morgen. De huidige visie biedt in inhoudelijk en methodisch opzicht houvast, zij het met actualiseringen, aanscherpingen, en aanvullingen én gekoppeld aan een omgevingseffectrapportage en met een veel bredere én (in tijd) een langere reikwijdte. Voor een extra integrale en brede blik willen wij in de herziene Omgevingsvisie, naast het accent op de fysieke leefomgeving, ook nadrukkelijk aandacht besteden aan de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid waar het gaat om het huidige en toekomstige sociaal beleid en veiligheidsbeleid. Kortom, een visie gericht op de fysieke en sociale leefomgeving. Wij kennen diverse voorbeelden in Nederland waarbij een ‘sociaal architect’ of een ‘integraal/sociaal stadsbouwmeester’ of een adviseur voor de openbare veiligheid betrokken wordt bij keuzes en afwegingen voor de fysieke leefomgeving. Een verkenning naar nut en noodzaak daarvan vinden wij verstandig.
…een sociaal architect voor de fysieke leefomgeving…
Brede Welvaart Naast de in hoofdstuk 2 genoemde SDG’s wordt met de nieuwe Omgevingsvisie gewerkt met het begrip ‘Brede Welvaart’. Hierbij wordt nog breder gekeken naar inkomen en werkgelegenheid, maar ook naar gezondheid, onderwijs, milieu, sociale relaties, veiligheid en zingeving. Met de toepassing van de indicatoren en waarden uit de Brede Welvaart is ruimtelijke sturing mogelijk.
3x3 - principe Door te investeren in bewustwording, verduidelijking en integrale borging, kan het 3 x 3 principe uit de huidige Omgevingsvisie uitgroeien tot een nog meer leidende methode voor toekomstige beleidsontwikkeling en ruimtelijke ontwikkeling. Daarvoor moeten de ontwikkelprincipes scherper uitgewerkt, aangescherpt en gedefinieerd worden. De methodiek moet beter gecommuniceerd worden (ook ná de besluitvorming over de nieuwe Omgevingsvisie), zo mogelijk voorzien van voorbeelden. En de werkwijze moet duidelijker vastgelegd én bekend gemaakt worden. De drie leidende principes uit de ontwerp-Nota Ruimte zijn hierbij bruikbaar: 1. meervoudig ruimtegebruik, 2. gebiedskenmerken centraal, 3. niet afwentelen naar elders of ‘later’. Het is logisch om ook de ontwikkelprincipes meer aan te sluiten op Brede Welvaart en daaraan verbonden uitgangspunten. Drie voorbeelden daarvan: Ons natuurlijk water- en bodemsysteem vormt het vertrekpunt in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen en grondgebruik. Zo zijn we beter bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering en verbeteren we de kwaliteit van ons water en onze bodem. Voor bestaande functies kunnen omstandigheden veranderen, voor nieuwe functies zoeken we goede en waardevaste plekken. We gaan zorgvuldig om met de verdeling en het gebruik van onze schaarse ruimte.
We combineren functies daar waar het kan en laten nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan meerdere doelen. Functies die elkaar niet goed verdragen
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
17
(bijvoorbeeld recreatie versus milieubelastende bedrijvigheid) houden we gescheiden. Nieuwe ontwikkelingen moeten rekening houden met toekomstige wensen en omstandigheden. Ook moeten ze de omgevingskwaliteit en de identiteit van de gemeente versterken. Daarom stellen we hoge kwaliteitseisen aan bebouwd gebied en landschap als randvoorwaarde voor nieuwe ontwikkelingen.
...de ontwikkelprincipes worden scherper uitgewerkt, gedefinieerd en gecommuniceerd... Daarmee is betere sturing mogelijk op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling, zowel voor onze ‘eigen’ gebiedsontwikkelingen als voor initiatieven van derden. De ontwikkelprincipes geven richting aan onze eigen ideeën en aan de initiatieven van anderen. Daarmee zijn ze van betekenis voor onze ruimtelijke afweging. Bij besluitvorming maken we inzichtelijk hoe de principes zijn gehanteerd en welke bestuurlijke afweging is gemaakt. Hiermee wordt duidelijk waarop wij de keuzes maakten. Binnen de drie hoofdgebieden (stad, dorpen, buitengebied) zijn er ook weer verschillen. In de stad gaat het bijvoorbeeld om de binnenstad en de bedrijventerreinen. Maatwerk is nodig en mogelijk, bijvoorbeeld met per (sub)gebied een verschillende weging van de drie ontwikkelperspectieven.
Ambities De drie hoofdambities uit de Omgevingsvisie 2021 geven wat ons betreft geen aanleiding tot wijziging, anders dan de aangegeven tijdshorizon. Wel zetten wij in de nieuwe Omgevingsvisie in op een verdieping van allerlei deelambities. Hier herhalen we nog even de drie hoofdambities voor de nieuwe Omgevingsvisie: 1. Het is goed samenleven in Leeuwarden; 2. Leeuwarden is het hart van een bijzondere groen-blauwe regio; 3. Leeuwarden is een sterke economische gemeente. Waarbij wij met ‘samen’ denken aan een kleine aanvulling op hoofdambitie 1.
Focusgebieden De Spoorzone is in de huidige Omgevingsvisie 2021 aangewezen als een specifiek aandachtsgebied. Een zone met acht samenhangende deelgebieden met een ‘eigen’ voorgenomen gebiedsontwikkeling. Diverse gebiedsontwikkelingen binnen die zone zijn in uitvoering of in voorbereiding. Hetzelfde geldt voor de vernieuwingen in de wijken van Leeuwarden Oost. En bijvoorbeeld voor het uitleggebied Middelsee. In de nieuwe Omgevingsvisie brengen wij in kaart wat de specifieke aandachtsgebieden van de toekomst zijn of kunnen worden. Daarom willen we in de nieuwe Omgevingsvisie zogenoemde ‘focusgebieden’ (= werktitel) aanwijzen. Gebieden in de stad, in of bij een dorp of een deel van het buitengebied. Gebieden met specifieke kansen en mogelijkheden of juist gebieden die te kampen hebben met specifieke zwaktes of bedreigingen. Er moet dus sprake zijn van een zekere urgentie en een samenloop van thema’s of knelpunten. Daarbij is het belangrijk dat we als gemeente grip hebben of krijgen op het gebied (bijvoorbeeld qua eigendom) en dat er bij een ingreep sprake is van een katalyserende werking en een zekere mate van samenwerking. Het schaalniveau is ook van belang; geen ‘postzegelplan’, maar ook geen focusgebied op het schaalniveau van een stadsdeel.
18
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
Door een gebied alleen te bestempelen tot ‘focusgebied’ zijn we er niet. Belangrijk is om aan die ‘status’ ook specifieke instrumenten (‘breekijzers’), middelen, menskracht en financiën te koppelen.
Ruimtelijke hoofdstructuur Naast de gebiedsgerichte aandacht zoals hiervoor aangegeven, komen er in de nieuwe Omgevingsvisie vanzelfsprekend ook onderwerpen aan de orde die gemeentebreed spelen. Onderdelen van de ruimtelijke hoofdstructuur van de gemeente. Bijvoorbeeld de kernenstructuur, met aandacht voor voorzieningen, bereikbaarheid, oriëntatie, centrumfunctie en uitbreidingsmogelijkheid. Maar ook de ruimtelijke vertaling van economisch beleid, met vraagstukken als: herstructurering van bedrijventerreinen, thematische clustering, specifieke typologie ter terrein, wijkeconomie, functiemenging, behoefte aan nieuwe terreinen, ruimte voor grootschalige bedrijvigheid. En zonder compleet te willen zijn, noemen we de Leeuwarder Ecologische Structuur, de hoofdstructuur van de energievoorziening en de hoofdverkeersstructuur (binnenring, stadsring, invalswegen, hubs), stedelijke verdichting en open landschap.
Moonshots Daar waar de focusgebieden vooral betrekking hebben op het komende decennium, denken wij ook aan (of dromen wij ook over) ‘echte’ vergezichten, richting 2050. ‘Moonshots’, met een verwijzing naar het Amerikaanse ruimtevaartprogramma uit de jaren zestig van de vorige eeuw; werken aan een – in eerste instantie – onwaarschijnlijk plan. ‘Zwemmen in de stadsgrachten’, ‘Leeuwarden Hoogstad van Fryslân’, ‘zelfrijdend autoverkeer binnen de stadsring’, ‘circulariteit en mate van zelfvoorziening’. Goed om over na te denken, nuttig om te verkennen.
Normstelling Wij denken daarnaast aan het formuleren van specifieke normen met een gemeentebrede doorwerking of gekoppeld aan specifieke gebieden en/of gekoppeld aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Steeds meer (middel)grote gemeenten ontwikkelen zogenoemde referentienormen. Normen en/of indicatoren om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen over een gezonde leefomgeving of over welke (maatschappelijke) voorzieningen nodig zijn en wat haalbaar is binnen de beperkt beschikbare ruimte. Dergelijke referentienormen zijn een hulpmiddel bij het realiseren van een goed gebalanceerd voorzieningenaanbod, in het bijzonder wanneer er sprake is van verandering en groei. Maatschappelijke voorzieningen in wijken, buurten en dorpen leveren een bijdrage aan sociale doelen, zoals bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid. Met referentienormen kunnen ruimteclaims uit verschillende beleidsvelden in een vroeg stadium meegenomen worden in de planvorming. Ander voorbeeld van een normstelling is het gewenste percentage functiemenging in de gebiedsontwikkeling van (nieuwe) wijken en buurten en dorpen. Functiemenging is om meerdere reden van belang: verlevendiging van een wijk, buurt of dorp, korte afstand tussen verschillende functies.
Natuurlijk kan er ook sprake zijn van noodzakelijke voorwaarden, bijvoorbeeld als het gaat om functies met geluid- of geurhinder, met een sterk aantrekkende werking op verkeer en dergelijke. Als vuistregel voor stedelijk groen noemen we nog het 3-30-300- principe. Een belangrijke bijdrage aan gezondheid en welzijn met stadsbomen en andere stedelijke natuur. De eerste regel is dat iedereen vanuit huis minstens 3 bomen moet kunnen zien. Regel 2 betreft een 30% bladerdek in elke buurt. Belangrijk voor de mentale en fysieke gezondheid, voor koeling en voor vermindering van luchtvervuiling en lawaai. De derde regel betekent dat niemand meer dan 300 meter van een park of groene ruimte zou mogen wonen. Als stimulans voor recreatief gebruik. Duidelijk is dat deze
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
19
‘regel’ niet overal van toepassing is; soms helemaal niet en soms is meer mogelijk. Kortom, de toepasbaarheid van de regel varieert, maar deze is wel richtinggevend in de verdere uitwerking.
...referentienormen... ...functiemenging... ...3-30-300...
Witte vlekken Naast de ruimtelijke ontwikkelingen en trends uit het vorige hoofdstuk, en de inhoudelijke richting die in dit hoofdstuk is geschetst, zijn er nog enkele onderwerpen die tot nu toe onderbelicht zijn gebleven. Denk aan: kwalitatieve verdichting in de stad, een overkoepelende ambitie voor gezondheid en vitaliteit ((bijvoorbeeld uitgaande van +5 extra gezonde levensjaren en verkleining van de gezondheidsverschillen met 20%), opgaven en mogelijkheden met betrekking tot de beoogde verhoging van het waterpeil Veenweidegebied, verkenning naar behoefte en mogelijkheid van een nieuw grootschalig recreatiegebied, relatie tussen veiligheid en fysieke leefomgeving, energietransitie, bodembeleid, ontwikkeling (hoger) onderwijs en inzet op behoud van talent en aandacht voor kunst in de leefomgeving.
Omgevingseffectrapportage In de nieuwe Omgevingsvisie worden beleidskeuzes gemaakt die het kader vormen voor m.e.r- beoordelingsplichtige plannen en projecten (toets om te bepalen of een plan of project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft). Denk hierbij aan de bouw van een aanzienlijk aantal woningen. Op grond van de Omgevingswet moet de omgevingsvisie dan ook vergezeld gaan van een milieueffectrapportage (MER), in dit geval een ‘planMER’. De toevoeging ‘plan’ wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een omgevingsvisie. In een planMER voor een omgevingsvisie worden meer effecten in beeld gebracht dan alleen de (verplichte) milieueffecten. Er wordt breder gekeken naar thema’s in de fysieke leefomgeving. Hiervoor wordt vaak de term omgevingseffectrapportage (OER) gebruikt, een planMER met meer reikwijdte. Denk aan thema’s als positieve gezondheid, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Het planMER voor onze omgevingsvisie wordt daarom dan ook OER genoemd.
...geen MER maar juist een OER... De OER helpt bij het afwegingsproces over de vraag welke functies waar ruimte krijgen binnen de omgevingsvisie en hoeveel ruimte. We willen de wettelijke verplichting om een OER op te stellen dus zoveel mogelijk inzetten om tot een goed onderbouwde omgevingsvisie te komen.
OER Leefomgevingsfoto
Basisnotitie
Effectbeoordeling alternatieven
Alternatieven
Effectbeoordeling VKA
Concept Omgevingsvisie (VKA)
Monitoring en evaluatie
Omgevingsvisie
Programma ’s en Omgevingsplan
Omgevingsvisie
20
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
Notitie Reikwijdte en Detailniveau Een eerste stap om te komen tot een OER is het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Dit gebeurt parallel aan de opstelling van deze Basisnotitie. De NRD heeft als doel om inzicht te geven in de stappen die voor het OER doorlopen worden. De NRD beschrijft welke omgevingsaspecten en effecten in het OER onderzocht worden (reikwijdte) en geeft informatie over de manier waarop de effecten van de omgevingsvisie onderzocht worden en met welke diepgang (detailniveau). Daarnaast bevat de NRD een eerste aanzet voor de te onderzoeken alternatieven in het OER. Deze alternatieven hebben in ons geval een link met de drie ontwikkelprincipes uit de huidige Omgevingsvisie. Deze alternatieven zijn: 1. Volledig inzetten op Groen-Blauw (Vergroenen); 2. De mens volledig centraal (Verbinden); 3. Robuust economische toekomst (Verwaarden). Ook de Leefomgevingsfoto, waarin de huidige en autonome situatie in Leeuwarden op diverse onderdelen wordt beschreven (denk aan landschap, natuur en geluid), is meegenomen in de NRD. Dit komt eveneens terug in het OER. Na vaststelling van de Basisnotitie wordt de NRD ter inzage gelegd en kan iedereen een reactie geven. Deze reacties worden meegenomen in het verdere onderzoek voor het OER. In het OER worden de alternatieven en (eventuele) nader te bepalen varianten onderzocht op hun effecten.
Op basis daarvan wordt uiteindelijk de keuze gemaakt voor het voorkeursalternatief en dan volgt de definitieve uitwerking in de (ontwerp) omgevingsvisie, met input uit het participatieproces. Het OER wordt uiteindelijk als bijlage bij de ontwerpOmgevingsvisie ter inzage gelegd. Het is hierbij verplicht een advies te vragen aan de Commissie m.e.r.
Ontwerpend onderzoek In het vorige hoofdstuk hebben wij het zogenoemde ontwerpend onderzoek als een methode genoemd om goed onderbouwde keuzes te maken voor de omgevingsvisie. Keuzes in het algemeen en keuzes binnen gebiedsontwikkeling in het bijzonder. In dat hoofdstuk ging het vooral om de doorwerking van ontwikkelprincipes, maar deze methodiek leent zich ook voor een nadere beschouwing van de in dit hoofdstuk genoemde punten: de focusgebieden, de ruimtelijke hoofdstructuur, de witte vlekken, de moonshots, de normstelling en in het kader van het op te stellen OER de beoordeling van de alternatieven. De toenemende ruimtevraag vergt slim en meervoudig ruimtegebruik. Dit vraagt oefening. Met ontwerpend onderzoek neemt het aantal oplossingsrichtingen toe en is er een grotere kans op een zo effectief mogelijke strategie.
Uitgangspunten vanuit dit hoofdstuk voor de nieuwe Omgevingsvisie •
Op hoofdlijn handhaven van de in 2021 geformuleerde ambities en het 3x3-principe;
•
De eerder beschreven identiteit als een van de vertrekpunten voor de nieuwe visie;
•
Toevoeging ‘koptekst’ met lange termijnvisie voor Sociaal Domein en Veiligheid;
•
Aandacht voor focusgebieden, ruimtelijke hoofdstructuur, moonshots, normstelling en witte vlekken;
•
OER opstellen conform de vastgestelde NRD.
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
21
5. Handelingsperspectief Algemeen Een omgevingsvisie is leuk en aardig, maar het gaat uiteindelijk om de uitvoering daarvan. Met dit hoofdstuk, het ‘handelingsperspectief’, wordt toegelicht hoe daar uitvoering aan wordt gegeven. Welke rol heeft de gemeente (of pakt de gemeente), wie is er nodig, op welke wijze werken we samen met stakeholders, welke instrumenten zetten we in en wat zijn gewenste vervolgacties? Uitwerking en uitvoering in direct opzicht (realisering) of in indirect opzicht (planologisch-juridisch). We starten met een toelichting op het planologisch-juridische deel van het handelingsperspectief: de beleidscyclus.
Beleidscyclus De planologisch-juridische uitwerking van een omgevingsvisie maken wij met behulp van de beleidscyclus inzichtelijk. De Omgevingswet heeft diverse nieuwe planologisch-juridische instrumenten geïntroduceerd. Van bestemmingsplannen naar een omgevingsplan, van structuurvisies en beleidsnota’s naar een omgevingsvisie en programma’s. Daar moeten we sinds 1 januari 2024 mee werken en dat doen we ook. De afbeelding met de zogenoemde beleidscyclus, toont de samenhang tussen deze instrumenten, laat de bevoegdheid tot vaststelling ervan zien en maakt duidelijk dat na verloop van tijd een herziening van de omgevingsvisie aan de orde is. Tussentijdse noodzakelijke aanpassingen zijn logisch én mogelijk.
Per gemeente is er ‘maar’ één omgevingsvisie. Daarmee wordt al het beleid voor de fysieke leefomgeving van het totale gemeentelijke grondgebied op één plek - en integraal afgewogen - gebundeld. Vaststelling en wijziging van de omgevingsvisie is een bevoegdheid van de raad.
...één omgevingsvisie per gemeente... In een programma kunnen bepaalde strategische hoofdlijnen van beleid uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt worden en kan ook aangegeven worden hoe daar uitvoering aan wordt gegeven. Eventueel kan de uitvoering opgenomen worden in een uitvoeringsagenda: een informeel document met acties vanuit de gemeente in een specifieke periode.
22
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
De huidige Omgevingsvisie is compact en de opgaven en gebieden zijn op hoofdlijn uitgewerkt. Niet verwonderlijk is het dan ook dat een thema- of gebiedsgerichte uitwerking nodig is. Dat gebeurde in eerste instantie met beleidskaders (thema’s, zoals mobiliteit en water) en ontwikkelkaders (gebieden, zoals Spoordok)), vast te stellen door de gemeenteraad. Na de invoering van de Omgevingswet in 2024 werd de verplichting opgelegd om met beleids- of ontwikkelprogramma’s de uitwerking vorm te geven. Vaststelling van programma’s en eventuele hieruit voortkomende uitvoeringsagenda’s, is een bevoegdheid van het college. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het nieuwe instrument omgevingsplan geïntroduceerd. Iedere gemeente, dus ook de gemeente Leeuwarden, beschikt uiteindelijk over één omgevingsplan. Hierin staan alle gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Het gaat dan niet alleen om het toegestane gebruik van gronden en het bouwen (de oude ‘bestemmingsplannen’), maar bijvoorbeeld ook over regels voor milieu (zoals geluid) en regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening (zoals het kappen van bomen). Het omgevingsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Concrete projecten worden getoetst aan het omgevingsplan en afhankelijk van de geldende regels is daarvoor een omgevingsvergunning nodig. Het college is bevoegd om een omgevingsvergunning te verlenen.
Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning niet binnen het omgevingsplan valt, is er sprake van een buitenplanse omgevingsvergunning (Bopa). De gemeenteraad heeft een lijst vastgesteld waarover in dat geval advies aan de raad moet worden gevraagd. Zoals de afbeelding van de beleidscyclus laat zien, is er sprake van een continu proces. Monitoring en evaluatie zijn hierbij van belang; liggen we nog op koers om de beleidsdoelen te halen of is bijsturing nodig? Omstandigheden kunnen zo veranderen dat het wenselijk is om beleidsdoelen bij te stellen of aanvullend op te nemen. Niet in de afbeelding opgenomen, maar in de Leeuwarder praktijk tot nu toe wel toegepast, is een zogenoemd addendum. Een addendum op de omgevingsvisie bevat strategische hoofdlijnen van beleid voor een thema of voor een gebied en is een beleidsstuk waarmee de omgevingsvisie aangevuld of gewijzigd wordt. De gemeenteraad stelt een addendum vast. Na de vaststelling van de nieuwe Omgevingsvisie hanteren we dat instrument niet meer. Een wijziging of actualisatie van de (nieuwe) Omgevingsvisie op specifieke momenten is dan mogelijk. Voor de hand ligt dat in ieder geval één keer in de vier jaar een actualisatie van de omgevingsvisie nodig is. De hoofdlijnen van bestaande beleidskaders en beleidsprogramma’s gaan inhoudelijk deel uitmaken van de nieuwe Omgevingsvisie.
De kaders en programma’s zelf blijven daarnaast bestaan.
Rollen gemeente Afhankelijk van de wettelijke taak van de gemeente, de aard van de opgave en de fase waarin de opgave zich bevindt, hanteren we een van de volgende rollen (R4): • Realiseren: zelf doen; • Reguleren: kaders meegeven aan derden; • Regisseren: samen doen; • Ruggensteunen: anderen helpen om het zelf te kunnen.
...ruimte geven of ruimte nemen...
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
23
De ontwikkelprincipes werken ook goed bij nieuwe initiatieven en bij het vormgeven of aanpassen daarvan. Bij vergroenen is veel rechtszekerheid gewenst, bij verbinden past de regierol beter, bij verwaarden denken we eerder aan ruggensteunen. In het vorige hoofdstuk hebben we de focusgebieden benoemd en op hoofdlijnen toegelicht. Daarbij gaat het niet zozeer om de naam, maar vooral om de koppeling van instrumenten, middelen, menskracht en financiën aan een focusgebied. In die situatie kan er sprake zijn van een daadwerkelijke bijdrage aan de uitvoering van de nieuwe Omgevingsvisie. Die is er ook als we erin slagen om met de nieuwe Omgevingsvisie derden te inspireren en uit te nodigen om zelf met initiatieven te komen.
DSO Een omgevingsvisie moet gekoppeld worden aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het krijgt daarom ook primair een digitale uitvoering met specifieke voorwaarden in kaartmateriaal, beelden en teksten. Via ‘Regels op de Kaart’ is de omgevingsvisie door iedereen te raadplegen.
Aan tafel! Het is al eerder gezegd: niet alles kan tegelijkertijd, niet alles gaat evengoed samen en niet alles kan overal. Keuzes zijn noodzakelijk als het gaat om gebiedsontwikkeling. We programmeren ruimtelijke ontwikkelingen: wat doen we waar, wanneer en voor wie? We verkennen de ruimtelijke consequenties van de gemaakte beleidskeuzes en de te verwachten maatschappelijke en economische ontwikkelingen. We faciliteren het afwegen van ruimteclaims. We moeten selecteren welke doelen centraal staan, ruimtegebruik combineren in tijd, geld en ruimte. Prioriteren als het ruimtelijk niet past.
...programmeren…verkennen…faciliteren…selecteren…combineren…prioriteren... Voor de inrichting en het beheer van de buitenruimte is er al een proces ontwikkeld (Regietafel). Voor de beoordeling van initiatieven van derden is er de Initiatieventafel. Voor onze ‘eigen’ grote gebiedsontwikkelingen gaan we werken met een Ambitietafel en hét instrument daarbij, het Ambitieweb. Dit instrument kan ingezet worden vóór aanvang of eventueel direct bij de start van een project. Het is een hulpmiddel om het juiste ambitieniveau te bepalen per thema én voor het project als totaal. Als blijkt dat de stapeling van ambities te veel ruimte neemt of te veel financiële offers vraagt of niet passend is qua regelgeving, moeten keuzes gemaakt worden en scenario’s uitgewerkt.
24
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
AMBITIEWEB GEMEENTE LEEUWARDEN
Legenda � Ontwikkelprincipe vergroenen � Ontwikkelprincipe verbinden
Energie en klimaatmitigatie
� Ontwikkelprincipe verwaarden � Financiering (2e gespreksronde) � Ambitieniveau
k Ambitiescore (voorbeeld)
- Energiegebruik - Energieopwekking
Financiering
- Overig CO2eq-emissie
- Levenscycluskosten - Maatschappelijke kosten en baten - Toekomstbestendige investering
- CO2 vaslegging - ...
Materialen en circulariteit - Preventie materiaal- en grondstofgebruik - Levensduurverlenging - Sluiten van kringlopen
- Gezamenlijke financiering
- Duurzame en hernieuwbare materialen
- ...
- ...
Klimaatadaptatie
Economie - Aantrekkelijk vestigingsklimaat
- Wateroverlast en overstroming
- Versterken economische structuur
- Droogte
- Vergroten innovatiekracht
- Hitte
- ...
- Extreem weer - ...
Wonen
Natuur
- Divers aanbod
- Biodiversiteit
- Betaalbaarheid
- Ecologische structuren
- Kwaliteit woning en woonomgeving
- ...
0
- ...
Milieueffecten
Ruimtelijke kwaliteit
- Waterkwaliteit
- Belevingswaarde
- Bodemkwaliteit
- Sociale veiligheid
- Luchtkwaliteit
- Gebruikswaarde
- ...
- Toekomstwaarde - ...
Welzijn en gezondheid
Ruimtegebruik
- Hinder
- Bovengronds ruimtegebruik
- Gezondheidsbevordering
- Ondergronds ruimtegebruik
- Omgevingsveiligheid
- Archeologie - ...
Bereikbaarheid
Sociale relevantie
- Bereikbare functies
- Omgevingsparticipatie
- Toegankelijkheid
- Social Return (SROI)
- Efficiënt gebruik
- Duurzame inzetbaarheid
- Verkeersveiligheid
- Lokale kennis
- ...
- ...
- ...
Uitgangspunten vanuit dit hoofdstuk voor de nieuwe Omgevingsvisie •
Beleidscyclus als leidraad voor planologisch-juridische uitwerking;
•
Koppeling van de nieuwe Omgevingsvisie aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO);
•
Monitoring koppelen aan Brede Welvaart;
•
Uitwerking diverse tafels;
•
Grote evaluatie en actualisatie in principe 4-jaarlijks.
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
25
6. Participatie en communicatie Algemeen Participatie van inwoners, maatschappelijke organisaties, medeoverheden en initiatiefnemers, is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Daarom verplicht de gemeentelijke Verordening Participatie (2024) ons een passend participatie-traject vorm te geven en te doorlopen. Het hoofddoel van onze participatie-aanpak is bewoners en stakeholders betrekken bij de inhoud van de omgevingsvisie. Dit moet leiden tot een visie die zo goed mogelijk aansluit bij de wensen en behoeften vanuit de samenleving. We denken ook aan het betrekken van specifieke deskundigen en visionaire denkers in het participatietraject; in het algemeen en bij het ontwerpend onderzoek in het bijzonder. In de afgelopen jaren hebben wij volop ruimte geboden voor participatie; in het kader van de huidige Omgevingsvisie, maar ook bij de uitwerking daarvan in beleids- en ontwikkelkaders respectievelijk -programma’s. Voorbeelden zijn diverse (inloop)bijeenkomsten rond mobiliteit, gezondheid, wonen in dorpen, wonen in de stad etc. Na de besluitvorming over de Basisnotitie zullen wij op weg naar de nieuwe Omgevingsvisie actief het gesprek voeren met de Leeuwarder samenleving. Deels maken we daarbij gebruik van bestaande structuren voor thematische en/of gebiedsgerichte bijeenkomsten.
Het Atelier Stadsbouwmeester (een professioneel netwerk met ruimte voor overige betrokkenen en geïnteresseerden) is daar een voorbeeld van. Maar dat is ook het netwerk ‘De Verbinding’, bestaande uit een groot aantal belangrijke (economische) stakeholders uit de Leeuwarder samenleving. En in dit verband noemen wij ook de gemeentelijke Wijkpanels en Dorpsbelangen als logische gesprekspartners. Met een participatieplan worden meer in detail de specifieke activiteiten en momenten aangegeven.
...benutten van lopende trajecten en bestaande structuren...
Drie participatielijnen Wij onderscheiden drie lijnen in de participatie-inzet: 1. Ruimte voor een mening; de eenvoudigste vorm van participatie. Met bijvoorbeeld de vraag welke thema’s in de omgevingsvisie aan de orde moeten komen? Essentie is het ophalen van hoe ‘Leeuwarden’ ergens over denkt. 2. Ruimte voor een gesprek; de vorm die het best past bij dilemma’s of bij gevoelige onderwerpen binnen de samenleving. Hiermee worden ingrediënten voor de omgevingsvisie geïnventariseerd en krijgen we de argumenten meer scherp. 3. Ruimte voor verdieping; voor de grote maatschappelijke vragen binnen de omgevingsvisie. De kern hiervan is dat de kennis van alle betrokkenen wordt vergroot over de grote maatschappelijke vragen binnen de omgevingsvisie en wordt de dialoog daarover aangegaan.
Fasering Wij denken aan een participatieproces in vier fasen. Fase 1 (december 2025/januari 2026) met de brede verkenning aan de voorkant. Met inwoners, initiatiefnemers, ondernemers en organisaties als doelgroep.
26
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
27
De uitwerking in fase 2 (februari 2026 – april 2026). Dit is de fase van de verdiepingsvragen op onderdelen/thema’s of specifieke geografische gebieden. Maar ook de fase om tussentijds feedback op te halen met de vraag of we op het goede spoor zitten. Het gaat om alle doelgroepen, inclusief (semi)professionele doelgroepen. In mei en juni 2026 is fase 3 gepland, de fase op weg naar besluitvorming. Doel van deze fase is enerzijds te checken of de opgehaalde input volgens de stakeholders op een goede manier verwerkt is in het concept-eindproduct. Anderzijds is het doel om van de betrokkenen te horen of het totaalplaatje aanspreekt. Of de ontwerp-Omgevingsvisie een kloppend geheel vormt en een in de praktijk bruikbaar kader oplevert. Dit is de meest gebruikelijke en bekende vorm van participatie, met bijvoorbeeld het organiseren van inloopbijeenkomsten waar alle doelgroepen welkom zijn. We verkennen nog of we nieuwe participatieve werkvormen kunnen vinden om deze fase een frisse, niet plichtmatige uitstraling en invulling kunnen geven. Eind 2026 is fase 4 gepland. De terugkoppeling van het eindresultaat naar alle doelgroepen. Strikt genomen geen participatie (tweezijdig), maar communicatie (eenzijdig). In elke fase is het belangrijk om perspectief te bieden op het totale participatieproces.
Even belangrijk is het formuleren van duidelijke participatievragen: wat willen we weten, en waarover vragen we feedback of input? Hoe scherper en concreter de vraag, hoe waardevoller de opbrengst. Een goede inkadering helpt bovendien om verwachtingen te managen. Daaraan draagt ook bij dat per participatievraag vooraf duidelijk is wat we met de opbrengsten kunnen en willen doen. Tenslotte is het goed te weten dat het speelveld zeer divers is. Van iedere willekeurige inwoner van de gemeente tot professionele organisaties met een heel specifiek deelbelang. Een specifieke doelgroep vormen de jongeren die wonen, studeren of werkzaam zijn in de gemeente Leeuwarden. Een platform als JongLWD kan hierin mogelijk van betekenis zijn en misschien is een koppeling te leggen met EYC.
...jongeren als specifieke doelgroep... Ontwerpend onderzoek wordt als onderdeel van participatie ingezet. Uitgegaan wordt van scenario-denken om daaruit de meest effectieve oplossingsrichtingen af te leiden. Van oudsher ligt het accent op fase 3 van het beschreven participatieproces. Wij willen het accent in dit proces meer op fase 2 te leggen, omdat hierin de visie samen met bewoners en alle andere stakeholders wordt vormgegeven.
Communicatie Communicatie ondersteunt het volledige proces van de herziening van de huidige Omgevingsvisie: van ontwikkeling tot uitvoering. We richten ons op de in de participatieparagraaf genoemde doelgroepen, met daarnaast ook aandacht voor interne communicatie. In de praktijk zal er een duidelijke overlap zijn tussen de aanpak van de participatie en die van communicatie. We zorgen ervoor dat de doelgroepen goed geïnformeerd en op het juiste moment betrokken worden. Ze weten wanneer ze kunnen meedenken, wat er met hun inbreng gebeurt en hoe dit zichtbaar terugkomt in de visie. Door open en voorspelbaar te communiceren en mensen verbonden te houden, bouwen we samen aan een visie die gedragen en herkenbaar is. En geven we betekenis aan de visie voor ieders eigen werk.
28
Gemeente Leeuwarden | INTER-VISIES Basisnotitie Herziening Omgevingsvisie
We willen een beeldende visie maken, die iedereen begrijpt en die praktisch toepasbaar is. Een document dat inspireert, richting geeft en helpt om beleid en initiatieven aan te toetsen. Ook na vaststelling blijft communicatie belangrijk om de visie levend te houden en te laten zien hoe deze in praktijk wordt gebracht.
Uitgangspunten vanuit dit hoofdstuk voor de nieuwe Omgevingsvisie •