het-verhaal-van-nprz
Tekst van het document
52%
38%
57%
73%
69%
het verhaal
73%
8,1% 13,2%
62%
67%
van nprz
60%
89
% ingelopen (stand vgr 2019)
Doel/Indicatie 2021 (=25% ingelopen)
Doel/Indicatie 2031
Zuid actueel
Zuid 2011 of later
Rotterdam actueel
Rotterdam 2011 of later
WERK
G4 actueel
Onderwerpen
G4 2011 of later
Doel of indicator
44%
€21.725
€29.000
23,2%
11%
22%
17%
29%
24%
36%
26%
15%
67,3%
59,9%
63,0%
30%
62,5%
70%
15%
15%
19%
18%
10%
18%
13%
11,4%
11,5%
14,6%
14,0%
11%
13,3%
9,2%
Indicator
Gemiddeld besteed- € 23.100 € 29.000 € 21.800 € 26.500 € 19.300 € 23.600 baar huishoudensinkomen, gestandaardiseerd
Indicator
% huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum
18,0%
17,0%
20,0%
19,4%
24,0%
Indicator
Kinderen tot 18 jaar in een huishouden met inkomens tot 110% van het sociaal minimum in % van alle kinderen tot 18 jaar in een huishouden
19%
15%
23%
18%
Indicator
% werkzamen in de potentiele beroepsbevolking (15 t/m 64 jaar)
67,0%
70,1%
64,2%
Indicator
% Huishoudens met een WWB-AOof WW-uitkering
13%
13%
Indicator
% huishoudens met bijstands- of werkloosheidsuitkering
9,1%
9,2%
Toelichting: cruciaal in deze tabel is de derde laatste kolom; die geeft het percentage aan dat is ingelopen op de begin-situatie in 2011. Voor 2021 is het doel om tenminste 25% van de achterstand op de G4 te hebben ingelopen. De gegevens van het Programbureau laten zien dat in 2019 in achttien gevallen de doelen/indicatoren positief staan (dat wil zeggen dat 25% of meer van de achterstand is ingelopen), dat in elf gevallen de ontwikkeling de goede kant in gaat, maar dat de 25% nog niet bereikt is, terwijl in drie gevallen de ontwikkeling negatief is geweest. Er zijn in totaal 33 indicatoren of doelen; bij één indicator kon de berekening niet worden uitgevoerd. Doel is dus om in het jaar 2021 25% van “het gat naar de G4” te hebben dicht gelopen. Omdat G4-niveau een bewegend doel is, verandert de doelstelling elk jaar mee. Met de volgende formule zijn de berekeningen door het Programbureau uitgevoerd: Doel 2021 (= 25% ingelopen): Zuid 2011 + 0,25*(G4 actueel – Zuid 2011) - % ingelopen: (Zuid Actueel – Zuid 2011) / (G4 actueel – Zuid 2011).
90
het verhaal
van nprz
Tabel 3.2: Stand van zaken met betrekking tot activiteiten in 2019 (bron: programbureau NPRZ, voortgangsrapportage 2019).
Sector Thuisbasis en vrije tijd
School
Werk
Wonen
Nog niet gestart
%
0
10
Totaal
10
9
53%
7
41%
1
6%
10
26%
4
11%
36%
0
0
%
0%
0
Ondermijning en veiligheid
Lopende activiteiten
0%
0%
0%
4
11%
10
59%
6
35%
1
6%
18
67%
9
33%
0
0%
14
100%
0
0%
0
0%
93
Totaal 17
28
17
27
14 103
Toelichting: voor 2019 waren in totaal 103 activiteiten gepland. Tien daarvan zijn niet gestart in dat jaar. Van de overige 93 activiteiten werden in 61 gevallen de gewenste resultaten behaald (groen), was in 26 gevallen sprake van problemen in de uitvoering, maar konden maatregelen worden genomen om het gewenste eindresultaat alsnog te behalen (oranje), terwijl in zes gevallen er serieuze zorgen waren over het behalen van de eindresultaten (rood).
Bijlage 4: Rotterdam-Zuid in vogelvlucht Eind negentiende eeuw: bouwen aan Zuid Het ontstaan van Rotterdam-Zuid is verbonden met de ontwikkeling van Nieuwe Waterweg en de Rotterdamse haven aan het eind van de 19e eeuw. De toename van werkgelegenheid die daarmee gepaard gaat, heeft een grote aanzuigende werking van arbeidskrachten afkomstig van het Zuid-Hollandse, Brabantse en Zeeuwse platteland. Om de grote groepen arbeiders aan te kunnen, bouwen havenbaronnen in hoog tempo nieuwe woonwijken zoals de Afrikaanderwijk en Katendrecht. Er komen treinverbindingen en Rotterdam breidt zich door annexatie stevig uit in zuidelijke richting. Zuid is in opkomst.
het verhaal
van nprz
91
Jaren vijftig, zestig en zeventig (twintigste eeuw): wederopbouw en selectieve migratie Na de Tweede Wereldoorlog breidt Zuid verder uit. De haven wordt hersteld en de dringende behoefte aan woningen zorgt voor de ontwikkeling van de tuinsteden Pendrecht, Lombardijen, Zuidwijk en IJsselmonde, waar goedkope portieketage-woningen het straatbeeld bepalen. In de jaren ’50 floreert de haven. Banen zijn er in overvloed, arbeiders blijven uit alle windstreken naar Rotterdam komen. Vanaf het midden van de jaren ’50 breidt de haven zich steeds verder uit richting zee met de aanleg van de Botlek, Europoort en de Eerste Maasvlakte. In 1960 is Rotterdam de grootste haven van de wereld. Eind jaren ’60, begin jaren ’70 dient de oliecrisis zich aan en stort de scheepsbouwsector in, de grote werkloosheid van de jaren ’70 en ’80 doet haar intrede.
Jaren tachtig en negentig: neerwaartse spiraal doorbreken Met de verplaatsing van de haven naar het westelijk deel van de stad en het omvallen van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij, de andere grote werkgever op Zuid, verdwijnt de scheepsindustrie langzaam maar zeker uit Zuid. Fabrieken staan leeg. In het kader van de stadsvernieuwing gaan grote delen van Zuid op de schop. Het verwaarloosde particuliere bezit wordt vervangen door sociale woningbouw (renovatie èn nieuwbouw) tegen zo laag mogelijke huren onder het credo ‘bouwen voor de buurt’. Het is een ontwikkeling die in eerste instantie met gejuich wordt ontvangen, maar het zorgt ongewild voor de vestiging van veelal kansarme nieuwkomers, aangetrokken door lage woonlasten. Bewoners die het zich kunnen veroorloven trekken massaal naar de aangewezen groeikernen aan de rand van de stad. Spanningen, armoede en onveiligheid nemen in Zuid toe, sociale cohesie en participatie nemen af. Zuid komt in een negatieve spiraal terecht. Vanaf de jaren ’90 worden grote ingrepen gepleegd om de fysieke en sociaaleconomische kloof die inmiddels is ontstaan tussen Rotterdam-Zuid en de rest van Rotterdam te dichten. De aanleg van de Erasmusbrug brengt de twee delen van de stad letterlijk in verbinding.
De herinrichting van de oude haventerreinen op de Kop van Zuid mikt op de ontwikkeling van hoogwaardige culturele en recreatieve functies en op het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid en hogere-inkomensgroepen. De ontwikkeling van de Kop van Zuid moet als een sneeuwbaleffect de nabijgelegen wijken Feijenoord, Afrikaanderwijk en Katendrecht opwaarderen.
92
het verhaal
van nprz
Jaren nul en tien (21e eeuw): stedelijke vernieuwing De ingezette stedelijke vernieuwing gaat in de jaren ’00 in Rotterdam onverminderd door. Met het actieplan ‘Rotterdam Zet Door’ wil de gemeente in 2003 door middel van selectief vestigingsbeleid actief bijdragen aan het oplossen van de problemen in bepaalde wijken en buurten in de stad. Deze systematiek resulteert in 2005 in de Wet bijzondere aanpak grootstedelijke problematiek – voor velen inmiddels beter bekend als de Rotterdamwet. In 2006 wordt met het Pact op Zuid fors ingezet. De gemeente en woningcorporaties slaan de handen ineen om Rotterdam-Zuid op tal van terreinen in de lift te helpen. Als Rotterdam-Zuid in 2007 wordt aangewezen als een van de veertig Vogelaarwijken leidt dat ertoe dat ook het Rijk fors investeert het gebied. Honderden projecten op sociaal, werk, veiligheid, cultuur, maar vooral fysiek worden op Zuid losgelaten. Tot het Rijk in 2010 het nationaal beleid op stedelijke vernieuwing en daarmee de bijdrage aan de Vogelaarwijken stopzet. Rotterdam-Zuid dreigt aan haar lot over te worden gelaten. Het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid vult het gat dat dreigt te ontstaan.
Jaren twintig en dertig: NPRZ, Agenda Stad, Leefbaarheid en Veiligheid Na een regeringsperiode zonder rijksbeleid op stedelijke vernieuwing (met uitzondering van NPRZ) wordt in 2014 vanuit het ministerie van BZK de Agenda Stad gepresenteerd om de groei, leefbaarheid en innovatie in Nederlandse steden te versterken. In zogenaamde City Deals worden op thema samenwerkingsafspraken tussen Rijk, steden, bedrijven en maatschappelijke organisaties verankerd. Nog eens vier jaar later worden vanuit de rijksoverheid de Woondeals en Regio Deals opgestart, waarin regio’s samenwerken aan respectievelijk woningbouwopgaven en aan het versterken van de kracht van de regio. Ondanks het ontbreken van specifiek beleid op het gebied van stedelijke vernieuwing, zoals we dat kennen uit de decennia hiervoor, blijft de aandacht op de stad vanuit de rijksoverheid aanwezig. Rotterdam-Zuid blijft in alle programma’s op de radar. Voortbordurend op de City Deals, Woondeals en Regio Deals is er sinds 2020 weer een structureel stedelijk vernieuwingsbeleid, het programma Leefbaarheid en Veiligheid. In zestien stedelijke vernieuwingsgebieden, met in totaal een miljoen inwoners, werken Rijk, gemeenten en maatschappelijke partners, met een belangrijke rol voor Jan Hamming (burgemeester Zaanstad) en rijksambtenaar Bert van Delden, aan het wegwerken van de achterstanden in die gebieden.
De inzet is dat het integraal gebeurt en partijen zich langjarig committeren. Het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid is de bron van inspiratie.
het verhaal
van nprz
93
Rotterdam-Zuid
94
het verhaal
van nprz
het verhaal
van nprz
95
Sinds 2011 loopt op Rotterdam-Zuid een programma dat gericht is op alomvattende sociale verheffing, het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ). Zo rond 2030 moet het gebied ‘op orde’ zijn. Dan gaan kinderen met goed gevolg naar school, hebben hun ouders werk in plaats van een uitkering, willen ook sociale stijgers in het gebied blijven wonen en is de illegale economie een kopje kleiner gemaakt. In veel gemeenten en op rijksniveau wordt met grote belangstelling naar NPRZ gekeken: welke lessen zijn uit het programma te trekken? Dit onderzoeksessay beschrijft de opzet en het verhaal van NPRZ en geeft aan wat de lessen zijn voor eenieder die werkt aan stedelijke vernieuwing, sociale verheffing, veiligheid en wijkaanpak. Het laat zien dat versterking van veiligheid onverbrekelijk samenhangt met lange termijn investeringen in de sociale kwaliteit van een gebied. ‘Er is een panstedelijk geloof in NPRZ ontstaan’. ‘Neem er minimaal vijftien, of, beter nog, twintig jaar de tijd voor’. ‘Het plantje moet kunnen groeien, verwacht niet te snel volgroeide wortels’. ‘Laat je inspireren en vergeet het kopiëren’.
Willem van Spijker is adviseur en verbonden aan Van Vieren, adviseurs en onderzoekers in het Publieke Domein. Pieter Tops is hoogleraar en directeur bij de Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV), een onafhankelijke denktank op het gebied van maatschappelijke veiligheid.