CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

het-verhaal-van-nprz

Debat Raadzaal 27 september 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Concept-ambitiedocument Herstructurering Leeuwarden Oost30.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Willem van Spijker en Pieter Tops

Het verhaal van NPRZ

Het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid en wat anderen daarvan kunnen leren

Het verhaal van NPRZ

Willem van Spijker en Pieter Tops

Het verhaal van NPRZ Het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid en wat anderen daarvan kunnen leren

Met medewerking van Suzanne Hoogland, Rowan Noomen en Kitty van der Pluijm

Dit onderzoek is uitgevoerd met subsidie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het onderzoek berust bij de auteurs. De inhoud vormt niet per definitie een weergave van het standpunt van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Grafische vormgeving Skepja/Pieter Mineur, Haarlem

= Inhoud

1

2

3

Ten geleide

7

Ontstaan en werkwijze van NPRZ

11

Waarom werkt NPRZ?

49

Wat valt er te leren van NPRZ?

75

Bijlagen 

85

Deetmans zoektocht op Zuid De opgaven De werkwijze

Een lange adem ‘Het oog op de bal’ Een hechte en vitale coalitie Lichtvoetige constellatie Bijzondere rollen

49 54 58 63 68

Wat is NPRZ nu eigenlijk? Lessen en adviezen

75 78

Geïnterviewden Schriftelijke bronnen Monitoringstabellen Rotterdam-Zuid in vogelvlucht

het verhaal

11 17 38

85 86 88 91

van nprz

5

» Ten geleide Sinds 2012 draait op Rotterdam-Zuid een programma dat gericht is op alomvattende sociale verheffing. Over twintig jaar, zo rond 2030, moet het gebied, waar zo’n 200 duizend mensen wonen die gemiddeld nog geen twintig mille per jaar te besteden hebben, van wie een kwart van een uitkering leeft en de helft in onaantrekkelijke huizen woont, op orde zijn. Wat is dat, op orde zijn? Dat de mensen in deze wijken niet meer achterlopen op het gemiddelde van de vier grote steden. Positiever geformuleerd: dat kinderen met goed gevolg naar school gaan, dat hun ouders werk hebben in plaats van een uitkering, dat ook sociale stijgers in het gebied willen blijven wonen in plaats van zo snel mogelijk te vertrekken en dat de illegale economie een kopje kleiner is gemaakt. Twee ervaren rotten uit het openbaar bestuur, Deetman en Mans, formuleerden in 2011 de ingrediënten voor een goede aanpak: langjarig, integraal, mensgericht, met alle belangrijke partners en met een stevige programmadirecteur en een klein bureau. Geen projectencarrousel meer. Het is, zo stelden zij ook, een sociale opgave van on-Nederlandse omvang. Op een algemeen niveau is duidelijk waar aan gewerkt moet worden; het gaat op Zuid om scholing, om werk, om leefbaar wonen, om het afsluiten van de verkeerde weg.

Daarvoor is een lange, lange weg te gaan, waarbij op concreet niveau niet altijd helder is welke maatregelen echt effect hebben. Er is een onderscheid te maken tussen ‘problemen’ en ‘problematieken’ (Van Spijker en Voigt, 2003). Problemen zijn oplosbaar (vervang een kapotte lamp). Problematieken zijn niet oplosbaar (armoede, ondermijning, obesitas). Je kunt er alleen elke dag aan werken, zodat het niet erger wordt en hopelijk beter. Op Zuid gaat het om problematieken. Versimpelen en doen is in zo’n context een verstandige benadering. Weten wat de hogere doelen zijn (school, werk, wonen, de goede weg kiezen) en daar dag in dag uit aan werken met alle partners. Waarbij de maatregelen deels trial-and-error zijn, waarbij partners soms wel en soms niet bereid of in staat zijn hun bijdrage te leveren. Een strategie van werkende weg en van frappez toujours. Van ausdauer en doorzettingsvermogen. Daar elke dag weer opnieuw aan werken, verbeteringen zoeken, die uitproberen en weer opnieuw beginnen. Met een paar duidelijke bakens die het schip op koers moeten houden.

het verhaal

van nprz

7

= In deze beschouwing beschrijven we hoe het Nationaal Programma RotterdamZuid zich ontwikkeld heeft. Het is eerder een essay dan een rapport, eerder een inspirerend verhaal dan een academische verhandeling. Zo hebben we het ook afgesproken met onze opdrachtgever, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het moest een toegankelijk geschreven verhaal worden dat uitmondt in saillante leerervaringen en lessen. Wat kunnen anderen (gemeenten, de rijksoverheid, en een beetje NPRZ zelf) eruit leren en hoe kunnen ze erdoor geïnspireerd worden? Dat was onze belangrijkste opgave. Als de voortekenen niet bedriegen staat Nederland voor een heropleving van stedelijke vernieuwing, van een ‘wijkenaanpak’. Aan het begin van de jaren tien van deze eeuw op rijksniveau gesneuveld, met NPRZ als belangrijkste uitzondering, lijken de geesten er nu weer rijp voor. Toen de wijkenaanpak nog bestond, vielen de beperkingen op. Nu er geen wijkenaanpak meer is, wordt deze gemist (Noordanus e.a. 2021). Inspanningen die noodzakelijk zijn om de onevenredig grote problemen stevig terug te dringen, overvragen nog altijd het lokale niveau. Vandaar dat in veel gemeenten en op rijksniveau met grote belangstelling naar NPRZ gekeken wordt: wat zijn de lessen die we uit dat programma kunnen leren? Dat is precies de inzet van onze analyse. Wat volgt is geen evaluatie van NPRZ.

Natuurlijk worden sterkere en zwakkere punten benoemd, maar het is niet de bedoeling in kaart te brengen of NPRZ zijn vooraf geformuleerde doelen heeft gehaald en in welke mate het programma succesvol is gebleken. Het was niet onze opdracht en het is daarvoor te vroeg, ook al draait het programma al sinds 2012. Wel kunnen uit ons verhaal inzichten worden afgeleid over hoe je een langdurig programma opzet, waarom dat van belang is, hoe je daarbij toch enigszins koers houdt, hoe je de boel bij elkaar houdt, wat daar cruciaal voor is. Eigenlijk is dat onze grootste verwondering geweest de afgelopen maanden: NPRZ heeft de belofte een langdurig programma te zijn en dat lijkt nog te lukken ook. En er zit vitaliteit en leven in, ook na bijna tien jaar. Er wordt nog steeds geleerd. Van institutionele vermoeidheid lijkt nauwelijks sprake. In de grote woorden van burgemeester Aboutaleb: er is een ‘panstedelijk geloof’ in de betekenis van NPRZ ontstaan. Hoe is dat mogelijk? In die zin is ons verhaal ook een voorbeeld van wat ook wel ‘waarderend onderzoek’ (appreciative inquiry) wordt genoemd, waarin de aandacht uitgaat naar onderliggende waarden en betekenissen en hoe die activiteiten sturen en beïnvloeden (Cooperrider e.a., 2008). Sommigen spreken in dit verband van

8

het verhaal

van nprz

‘positieve bestuurskunde’, die laat zien waartoe het openbaar bestuur in de brede zin in staat is als aan een aantal condities wordt voldaan (Douglas e.a., 2019). Er blijft natuurlijk voldoende reden om het openbaar bestuur zo af toe op de pijnbank te leggen (we hoeven geen recente voorbeelden te noemen), maar er is ook een ander verhaal. Voor ons is NPRZ daar een uitdrukking van. We proberen de draagkracht en de gevoelstemperatuur van het programma in beeld te brengen. De praktijk van NPRZ is geen glad verhaal. Het is een verhaal van strijd. Er is regelmatig schuring en conflict. Er is tegenspel en verzet, ook vanuit de samenleving. Er is onenigheid en meningsverschil tussen partners. Maar kennelijk kan het programma dat absorberen zonder dat partijen afhaken of het grote doel uit het zicht verdwijnt. De schuring en onenigheid worden niet beschouwd als aberraties, maar als bij het proces horend, als zaken die doorstaan en overwonnen moeten worden omdat het uiteindelijke resultaat er beter door kan worden. Voor onze analyse is gebruikgemaakt van documenten en literatuur, maar vooral van talloze gesprekken met betrokkenen. Daar hebben we de dominante beelden uit gedestilleerd. Het geeft aan hoe betrokkenen denken over NPRZ, hoe ze aan het functioneren daarvan zin en richting geven.

Onze analyse is gebaseerd op één van de belangrijke inzichten uit de bestudering van sociale verschijnselen: ‘If men define situations as real, they are real in their consequences’ (het zogenaamde Thomas-theorema).

= Een waarschuwing is op zijn plaats. Natuurlijk valt er van NPRZ te leren. Een aantal factoren is onmisbaar: langere termijn, aanwezigheid rijk, geld (maar ook weer niet te veel), minder politiek, gedreven bestuurders, brede coalitie, programmabureau en programmamanager. Ze vormen het skelet, maar het is nog geen lichaam van vlees en bloed, er is nog geen kloppend hart. NPRZ heeft een aantal structuurkenmerken die ook in andere steden wel noodzakelijk zullen zijn. Maar door die te kopiëren haal je nog geen NPRZ in huis: er is nog iets anders nodig. Zoals één van onze andere gesprekspartners het uitdrukte, rijksambtenaar Mark Frequin, die mede aan de wieg van het programma heeft gestaan: ‘Ik ben zeer voorzichtig met de kopieerbaarheid van NPRZ. Je kunt ervan leren, maar wat je vooral nodig hebt zijn bepaalde mensen die hun eigen doorleefde werkelijkheid hebben van wat er nodig is. Die daar gemeenschappelijke urgentie om heen kunnen organiseren. Die volhardend zijn. Dat is allemaal cruciaal: doorleving, urgentie, volharding. Wees daarom

het verhaal

van nprz

9

voorzichtig met overdraagbaarheid. Laat je inspireren en vergeet het kopiëren of uitrollen.’

= We hebben ons onderzoek in de periode tussen oktober 2020 en maart 2021 uitgevoerd en kregen daarbij te maken met de beperkingen die de corona-tijd met zich meebracht. Normaal zouden we regelmatig ‘op Zuid’ te vinden zijn geweest en via werkbezoeken, maar ook via allerlei toevallige en ongeplande ontmoetingen, ons beeld hebben gevormd, aangevuld en getoetst. Daarvan kon nu geen sprake zijn. We hebben ons onderzoek grotendeels digitaal moeten uitvoeren. Dat heeft aan de intensiteit van de meeste gesprekken geen afbreuk gedaan, integendeel: ook digitaal wisten mensen hun betrokkenheid en ervaringen helder en meestal gepassioneerd onder woorden te brengen. Onze rapportage is in drie delen onderverdeeld. In hoofdstuk één beschrijven we wat NPRZ eigenlijk is. In zijn vormgeving en functioneren is het een bijzondere constellatie van factoren en personen. In hoofdstuk twee brengen we in kaart waarom NPRZ lijkt te werken: we benoemen de door velen genoemde factoren (lange duur, oog op de bal, hechte coalitie, lichte constellatie) en proberen deze kenmerken te laden met werkzame bestanddelen. Het derde hoofdstuk besteden we aan de lessen en inspiratie die daar door anderen (gemeenten, het Rijk, NPRZ zelf) aan ontleend kunnen worden. Uit de interviews citeren we in principe anoniem, tenzij naamsvermelding voor een goed begrip noodzakelijk is.

In die gevallen hebben de geïnterviewden toestemming gegeven. Wij danken degenen die ons bij de vervaardiging van dit essay gevoed en geïnspireerd hebben. De tekst zelf is uiteraard geheel voor onze rekening. April 2021

10

het verhaal

van nprz

1 Ontstaan en werkwijze van NPRZ In dit eerste hoofdstuk gaan we kort in op de ontstaansgeschiedenis van NPRZ en beschrijven vervolgens wat zijn doelstellingen zijn: wat wil men met het NPRZ bereiken in een periode van tenminste twintig jaar en hoe is dat allemaal geoperationaliseerd? Wat voor organisatorische constellatie is daarvoor opgetuigd? We zullen zien dat voor een lichte structuur is gekozen, gebaseerd op vertrouwen en het actief onderhouden daarvan, waarbij wordt samengewerkt tussen een groot aantal publieke en niet-publieke partijen. Formele sturingsbevoegdheden heeft NPRZ niet. Er is wel wat extra geld beschikbaar, maar ook weer niet in grote hoeveelheden. Onder de overzichtelijke werkelijkheid van een klein aantal pijlers en een beperkte hoeveelheid doelstellingen, blijkt een complex geheel van activiteiten en indicatoren schuil te gaan, die allemaal toch op een of andere manier bijgehouden en gemeten moeten worden. In dit deel zullen we de hoofdlijnen van deze ontwikkelingen beschrijven. We kunnen niet op alle projecten en activiteiten ingaan, dat zou te complex en onoverzichtelijk worden. Maar de kern, de essentie van de vormgeving en constellatie van NPRZ, moet uit deze beschrijving wel duidelijk worden. We laten nu eerst een van de aartsvaders van NPRZ aan het woord.

Wim Deetman schetst wat hij aantrof op Zuid en hoe hij daar, met anderen, het voorstel voor een langjarig programma voor ontwikkelde. Dat ging allemaal niet van een leien dakje. Deetman moest fors aan de bak.

1.1 Deetmans zoektocht op Zuid Het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid begon eind 2010 met een heer van zekere leeftijd, gewoontegetrouw in het donkerblauw dan wel donkergrijs, de bril in een smal montuur, die in z’n eentje door de volksbuurten kuierde. ‘Ik wou het voelen’, zegt Wim Deetman. Carnisse, Tarwewijk, Katendrecht, Afrikaanderwijk – de voormalige minister van Onderwijs en de oudburgemeester van Den Haag kende deze Rotterdamse achterstandswijken niet, en er was een dringende reden om daarin verandering te brengen. Eberhard van der Laan, minister van Wonen, Wijken en Integratie had hem gevraagd om met Jan Mans, voormalig burgemeester van Enschede, te adviseren over de problemen in Rotterdam-Zuid. Meer dan 200 duizend mensen in zeventien verpauperde wijken met vertrouwde karakteristieken: lage schoolresultaten, hoge werkloosheid, slechte woningen, onveiligheid en (drugs)criminaliteit.

het verhaal

van nprz

11

Deetman (1945) werd ondersteund door bureau Lysias. Zij begonnen hun exercitie met eindeloos veel gesprekken, individueel en in groepsverband. Met ambtenaren, investeerders in onroerend goed, welzijnswerkers, onderwijskrachten, werkgevers en nog tal van andere betrokkenen. Allemaal woorden, nuttige woorden, daar niet van, maar hij wilde de problemen voelen. Dus ging hij uit kuieren. Wat hem onderweg opviel: wat waren de straten schoon. De buitenkant was door het gemeentebestuur goed onderhouden, hij kon niet anders zeggen. ‘Er was geen reden om te denken: in wat voor troep ben ik nu terecht gekomen.’ Deetman: ‘De problematiek zat dus achter de voordeuren, dat leek me al snel duidelijk. Ik dacht toen al dat het me niet zou verbazen als uit alle gesprekken gebrek aan samenhang, aan cohesie als voorname factor naar voren zou komen.’ Over de hele linie, niet alleen vanuit B&W, kreeg Deetman te horen dat er nog steeds grote sociale problemen waren op Zuid. Hem werd geschetst dat een aanzienlijk aantal jongeren niet of nauwelijks naar school ging en geen beroep had. Dat veel bewoners zo snel ze konden weer uit de wijk vertrokken. En dat de drugscriminaliteit een grote aantrekkingskracht uitoefende. Frappant vond hij het dat het college van B&W hem eigenlijk al aan het begin van zijn zoektocht een oplossing suggereerde.

Hij, Deetman, was een man met een decennialange ervaring in Den Haag, hij was Kamerlid geweest, voorzitter van de Tweede Kamer, bewindsman. Hij kende alles en iedereen, hij wist van de sluipwegen. Deetman: ‘Het college zei me: zorg dat er een paar miljard binnenkomt uit Den Haag. Dan kunnen we de slechte woningen afbreken en nieuwbouw plegen. Het was de bedoeling dat ik dat in Den Haag zou regelen. Het interessante was dat ik bij de jeugdwerkers, in het onderwijs, bij de betonboeren, de corporaties en ook bij ambtenaren, een heel ander geluid hoorde. Daar zei men: het zijn veel meer sociale problemen, rond opvoeding, school en werk. En ook: er zijn goede initiatieven genomen in Zuid, de afgelopen jaren, maar het college en de politiek zijn ongeduldig.’ Deetman herkende dat beeld. De vertegenwoordigers van het middenveld reikten hem in een metafoor de werkwijze van het stadsbestuur aan: ze stoppen een plantje in de aarde, klein en teer. Al de volgende dag wordt het uit de grond getrokken: eens zien hoeveel wortels er gegroeid zijn. ‘Als je dat een paar keer doet,’ weet Deetman, ‘houd je geen plantje meer over.’ Dat was een belangrijke eerste bevinding: op zichzelf goede initiatieven, maar ze werden gesmoord in haastige spoed. Het waren ook te veel initiatieven: er werd van een projectencarrousel gesproken en Deetman was het daar mee eens.

‘Onze minimale termijn van twintig jaar kwam voort uit de taaiheid van de materie. Maar nog net zo veel uit

12

het verhaal

van nprz

de houding van de professionals die het zat waren om elke paar jaar enthousiast een nieuw programma te schrijven voor een nieuwe bestuurder. Dan mochten zij het moeilijke werk opknappen en tegen de tijd dat zij het net een beetje lollig begonnen te vinden en de mensen in de wijken het een beetje gingen snappen en accepteren, dan hield het beleid weer op en moest die onderwijzer op die brede school of die hulpverlener weer met iets anders aan de slag. Door de goede termijn te stellen erken je in ieder geval een deel van het probleem.’ Deetman benoemde de ordelijke gang van zaken: ‘Eerst bouwen aan dat sociale domein. Alle nieuwbouw heeft absoluut geen zin als je dit niet eerst doet. Dan blijft de ellende. Pak de problemen achter de voordeur aan, richt je op de jeugdwerkloosheid. Als je dat op de rails hebt staan, komt het andere vanzelf.’ Wim Deetman zocht naar doelen, simpele doelen: help jongeren naar het beroepsonderwijs. Kinderen uit kansarme gezinnen hebben dikwijls geen perspectief op een plek in onze samenleving, omdat zoiets ook van huis uit niet als een begerenswaardig doel wordt gezien. Sta dan niet te kijken als die jongeren niet geïnteresseerd zijn in onderwijs. Al helemaal niet als ze zien dat hun kleine neef een aardig centje verdient met bescheiden drugshandel.

Waarom zou je dan de sores van schoolbezoek op de hals halen? In de jaren waarin CDA’er Deetman politiek actief was, kenmerkte zijn opstelling zich door behoedzaamheid. Inmiddels schuwt hij heilige huisjes niet. Over achterstanden van leerlingen, taalachterstanden, rekenachterstanden: ‘Zeker, die kunnen op lange termijn fataal zijn. Daar kun je heel geleerde benaderingen op loslaten, je kan zeggen: we gaan de onderwijsstructuur veranderen. Als onderwijsminister heb ik mij ervoor ingezet. Maar structuren veranderen kost veel tijd en ondertussen gaat het leven gaat door. Dus je moet beide doen en daarvoor de tijd nemen.’ In de visie van Deetman betekent het, dat als – concreet – Mohammed niet mee kan komen met rekenen, Mohammed extra lessen moet hebben. Vergt dat geen geld? Deetman weet raad met die vraag. Behalve schaarste aan geld heeft het onderwijs ook en vooral geleden onder schaarste aan tijd, meent hij. Tot aan zijn eindexamen ging Wim Deetman op zaterdag tot één uur ’s middags naar zijn middelbare school. Maar het aantal lesuren is sinds die tijd stevig ingekort. En niet gecompenseerd, voegt hij er veelbetekenend aan toe. We willen het niet horen, we willen het niet weten, maar het is intussen wel de harde waarheid. Maar wat is de remedie? De voormalige onderwijsminister zegt maar één oplossing te kennen: extra lessen. Niet onder schooltijd. Dan zet je Mohammed apart.

Doe het na schooltijd, doe het op zaterdag. Opnieuw: vergt dat geen geld? Deetman wil dat de gemeente Rotterdam een regeling treft met de scholen in de stad, zowel de openbare als de bijzondere. Laat de gemeente gewoon betalen

het verhaal

van nprz

13

voor de kinderen die bijgespijkerd moeten worden. Ook het Rijk moet daaraan meewerken. Nu hij toch bezig is: ‘Scholen, u moet een beetje dienstbaar zijn. Dit is anders dan te zeggen dat u pedagogisch of didactisch dit of dat heeft uitgevonden. Dat is wel relevant, maar zeg het niet zo hard. Luister goed naar wat de werkgever nodig heeft, want dat is in het belang van uw leerling.’ Voor Deetman biedt het beroepsonderwijs soelaas. Zeker in Rijnmond ziet hij gigantisch veel mogelijkheden voor fijne, schone arbeidsplaatsen in de maakindustrie. De tijd waarin massaal boeren werden betrokken uit Brabant en Zeeland voor vuil werk in de havens ligt achter ons. In de maakindustrie liggen de kansen en die worden naar zijn idee nog onvoldoende benut in Rijnmond. Er is plek waar vroeger havenbedrijven waren. Daar zou zijn maakindustrie prima terechtkunnen. Ze horen het liever niet in Rotterdam, maar hij schat dat tenminste tachtig procent van wat in de Maasvlakte wordt aangevoerd linea recta naar het achterland, naar Duitsland gaat. Wat kopen wij daarvoor? Zou het niet aardig zijn als we een deel van dat spul gewoon in Rotterdam konden bewerken? Wim Deetman raakt op dreef: ‘Nou, daar kan je helpen als overheid, daar kunnen werkgevers helpen. Ze kunnen op allerlei manieren simpele dingen doen. Als we nu eens zover kwamen dat werkgevers een baan garanderen als jongeren een diploma halen.

En dan niet een baan voor een jaar, maar gewoon voor vijf jaar, zes jaar. Dan heeft zo’n jongen of meisje een doel om naar te streven. Ze moeten niet zeuren over economische ontwikkelingen, over tegenvallers. Dat doet het bedrijfsleven al sinds de jaren zeventig. En maar klagen. Kijk eens naar de economische groei van de laatste dertig, veertig jaar. Wat valt er te klagen?’ Moeiteloos schakelt hij over naar de lokale overheid: ‘Zorg nu, gemeente, dat de maakindustrie en misschien ook andere economische activiteiten naar dat oude havengebied komen. Zodat die jongeren, in mijn woorden, op de fiets naar hun werk kunnen. Dat ze niet door het halve land moeten reizen. En nog iets: er komt een moment dat ze trouwen, dat ze een gezin krijgen en een huis willen hebben. Niet in een hoge torenflat, maar gewoon, een woning op de grond. Bouw dus grondgebonden woningen. Dan gebeurt er iets in zo’n buurt. Het duurt misschien wel 25 jaar, maar dan ontstaat er trots in de wijk: dit is van ons.’

14

het verhaal

van nprz

In grote lijnen heeft Wim Deetman in 2010 en 2011 zijn zoektocht door Rotterdam-Zuid nu afgelegd, op weg naar een alomvattend herstelprogramma voor Rotterdam-Zuid. De gedachten van hem en Jan Mans werden niet zonder slag of stoot door het Rotterdamse gemeentebestuur aanvaard. Deetman herinnert zich nog de ijzige sfeer in B&W toen hij daar zijn plannen presenteerde: waar waren de miljarden waarvoor ze hem op pad hadden gestuurd? En toen moest het echte werk eigenlijk nog beginnen: hoe krijgen we onze voorstellen voorbij minister Donner, de opvolger van Van der Laan, voorbij het kabinet Rutte I dat weinig moest hebben van wijkenaanpak, van krachtwijken die prachtwijken zouden worden? Het eenvoudige antwoord luidt: hij ging, Wim Deetman. Hij zegt: ‘Ik ben dus naar hem toegegaan, naar Donner en ik heb hem gezegd: Rotterdam-Zuid is eigenlijk geen wijk, het is een stadsdeel ter grootte van Eindhoven. En dat gebied heeft te maken met problemen van een on-Nederlandse omvang. Je mag van geen enkel gemeentebestuur, zelfs het grootste niet, verwachten dat die zonder steun en rugdekking alles even gaan oplossen. Ik zei: jij zal gezien de signatuur van het kabinet wel tegen de prachtwijken zijn. Donner is een geestverwant van me, maar ik zei hem dat het me pijn deed hoe het CDA met deze problemen omging.

Ik zei: van dit advies mag je niet beleefd kennisnemen, je zal met Rotterdam-Zuid een deal moeten maken. Als ik het advies officieel aanbied, dan moet jij daarbij zijn, niet hier op het departement, maar in Rotterdam-Zuid. Ik moet zeggen: dat heeft hij toen met overtuiging gedaan.’ Kort daarna heeft Deetman ook met Aboutaleb, inmiddels burgemeester in Rotterdam, contact opgenomen. ‘Ik zei: Ahmed, met Jan Mans breng ik advies uit aan het college over Rotterdam-Zuid en het is de vraag of het college onze denkrichting wil volgen. Maar misschien heb jij er wel begrip voor, zo vroeg ik. Er moet geïnvesteerd worden in Rotterdam-Zuid, zij het niet in de eerste plaats in stenen, maar in het sociale domein.’ Hij roemt Aboutaleb voor diens betrokken opstelling, tot op de dag van vandaag en neemt in één adem Marco Pastors mee die voor Leefbaar Rotterdam wethouder was geweest en lid van de gemeenteraad en die belangstelling had om NPRZ te gaan leiden. Tot blijde verrassing van Deetman: ‘Ik heb gezegd: als hij wil, moet je dat onmiddellijk doen.’ Wat hij sterk vindt aan Pastors is zijn doelgerichtheid én zijn vermogen doelen tussentijds bij te stellen. Deetman: ‘Hij zegt niet: we zullen dit of dat gaan doen als we geld krijgen.

Nee, hij pakt problemen op en als het dan niet lukt, wordt niet de huid vol gescholden, maar is er overleg: waarom lukt het niet? Wat moeten we daaraan doen? Hij richt zich op de punten die relevant zijn, houdt ze concreet en heeft oog voor wat ik maar noem die hele sociale dimensie. Daarna komt de rest.’

het verhaal

van nprz

15

Het lastigste is onderwijs, weet Deetman. ‘Pastors beseft dat voordat de doelen bereikt zijn we 20 of 25 jaar verder zijn. Dat soort langetermijnbeleid is niet eigen aan de politiek, maar toch moet het. Het is een kwestie van generaties. Mensen verander je niet zomaar. Je moet geduld hebben en in zekere zin liefdevol met de materie omgaan.’ Deetmans queeste heeft enige tijd gekost. Het kabinet wilde uiteindelijk wel, maar het moest worden bevochten. In de lokale situatie was het niet anders. In Rotterdam zei iedereen: het geld willen we wel hebben, maar de rest van het verhaal hoeven we niet. Deetman: ‘Daar ben ik glashelder in geweest: dan gaat het feest niet door.’ Hij heeft net zo lang met iedereen gepraat totdat er overeenstemming was. ‘Oké, zeiden instellingen, we moeten harder werken, anderen gaan het uitvoeren, maar laten we ook maar meedoen. Iedereen tekenen. Van het OM tot het bedrijfsleven. Die fase moet je echt door met elkaar. Zo niet, dan gaan we er gewoon niet aan beginnen.’

= Wat kunnen andere gemeenten leren van de bevindingen van Deetman? Een aantal dingen: denk niet dat zomaar een schip met geld komt binnenvaren. Er is een serieuze en doorleefde betrokkenheid vereist. Investeer in het harde en ingewikkelde, maar o zo belangrijke, sociale veld. Breng alle partijen aan de tafel. Het is hard werken, gedurende een groot aantal jaren. Stel een gezaghebbende programmaleider aan en geef deze de ruimte. In verschillende gemeenten klinkt nog wel eens de verzuchting dat men zo’n nationaal programma als in Rotterdam-Zuid ook wel zou willen, maar dat het ontbreekt aan mannetjesputters als Aboutaleb en Pastors. Je moet altijd zoeken, reageert Deetman, naar mensen die ‘vonken’ op een bepaalde aanpak. Dat zulke krachtige parcoursmeesters niet te vinden zijn, bestrijdt hij: ‘Wij hebben er heel veel in Nederland, hoor, mensen die in staat zijn vertrouwen op te roepen bij alle partijen.’ Een kritiekpunt op NPRZ luidt dat bewoners niet voldoende betrokken worden bij de uitwerking van plannen, met name rondom de sloop en nieuwbouw. Deetman zegt het buitengewoon belangrijk te vinden dat geluisterd wordt naar bewoners. Maar dit betekent voor hem niet dat alle bewoners gehoord moeten worden of mee moeten praten. Vertrouwen is veel belangrijker en dat krijg je eerder door te doen dan door te praten.

Kwartiermaker Deetman ziet voor nationale programma’s veeleer een probleem liggen bij het kabinet, preciezer: bij het ongeduld in deze kringen. Na een paar

16

het verhaal

van nprz

jaar moet geëvalueerd worden. Als succes dan nog is uitgebleven, is de neiging groot om te zeggen: streep erdoor. Om dan na een periode van stilstand toch weer opnieuw te beginnen. Deetman is gedecideerd: ‘Dat is geen werken. Moet men weer van vooraf aan beginnen, weer opnieuw alles uitleggen. Allicht krijg je dan vermoeidheid. Dus als het kabinet voor zichzelf besluit om toch weer iets met wijkenaanpak te beginnen, zou mijn waarschuwing zijn, mijn heel harde waarschuwing: Binnenlandse Zaken, je hebt geen goede staat van dienst op dit punt. Dus als je het geld niet wilt weggooien en je wilt je onttrekken aan de waan van de dag, als de brede politieke overtuiging luidt dat de problemen in volkswijken moeten worden aangepakt, zet dan een beleid op van ten minste tien jaar en committeer je nu al. Dat hoeft niet te betekenen dat je pas na tien jaar een keer komt kijken, je mag best tussentijds een tussenbalans opmaken: dwalen we niet af, doen we niet de verkeerde dingen? Dus dat wel, maar je houdt je doelen vast en alsjeblieft, zet er mensen aan die verantwoordelijkheid durven nemen. Dat zijn toevallig dan niet de ambtenaren op de secretarie en ook niet de wethouders. Dat zijn toch die zelfstandige, onafhankelijke figuren. Die moet je armslag geven. Dat is mijn opvatting. Vervelend misschien als je politicus bent of bestuurder.

Je begint aan een programma dat je heel goed vindt, maar waarvan jijzelf waarschijnlijk niet de vruchten zal plukken. Dan zeg ik: ‘c’est la vie.’

1.2 De opgaven Op 19 september 2011 is het zo ver. Met enig tromgeroffel, met aandacht van lokale, nationale en buitenlandse media, zetten zeventien partijen hun handtekening onder het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid. Zij hebben plechtig beloofd hun gezamenlijke inspanning ten minste twintig jaar vol te zullen houden. ‘We gaan door tot we onze doelstellingen hebben bereikt. Alle partijen verbinden zich aan de ambitie, aan de langdurige inzet en de gerichte en integrale aanpak die hiervoor nodig is zoals gezamenlijk vastgelegd in het Nationaal Programma.’ Op een groot plakkaat hebben zij allemaal onder deze beloften hun handtekening gezet. (Allemaal? Nou ja, één handtekening ontbrak aanvankelijk, maar die is er later bij geretoucheerd.) Een half jaar eerder hadden Deetman en Mans hun rapport gepresenteerd, ‘Kwaliteitssprong Zuid: ontwikkeling vanuit eigen kracht’ geheten. De zestien wijken in Rotterdam-Zuid kennen allemaal hun eigen problematiek, zo schrijven zij, maar met name in de wijken Feijenoord, Afrikaanderwijk, Bloemhof, Hillesluis, Oud-Charlois, Carnisse en Tarwewijk zijn de problemen

het verhaal

van nprz

17

van bewoners groot. Het worden de zeven ‘focuswijken’ in het programma, in de terminologie van NPRZ is daar sprake van ‘gestapelde problematiek’. Het plakkaat met de handtekeningen – een Plakkaat van Verbindinge noemde iemand het met historische kennis – kreeg een iconische rol in het programma: het symboliseerde de wil van veel partijen om zich gezamenlijk voor Rotterdam-Zuid te gaan inzetten. Een direct betrokkene herinnert zich: ‘Wat heel belangrijk is geweest is dat het programma pas van start is gegaan toen iedereen zijn handtekening had geplaatst. Wij hebben gezegd: wij willen ondanks alle bezuinigingen wel iets doen met Rotterdam-Zuid, maar wij doen het alleen als iedereen zich verplicht en alleen als het voor twintig jaar is. Men moet het met elkaar doen, men moet voor twintig jaar tekenen en men moet een duidelijk, gemeenschappelijk doel hebben en elkaar daarop willen aanspreken in plaats van thuis alleen maar die ander de schuld geven. Alleen dan kan het wat worden. Als iedereen meedoet en zich aan zijn eigen afspraken houdt.’

Figuur 1.1: De handtekeningen onder het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (Foto: programbureau NPRZ)

18

het verhaal

van nprz

Het doel van de samenwerking is helder: de sociaaleconomische positie van Rotterdam-Zuid moet binnen twintig jaar gelijk zijn aan die van andere steden in de G4. Volgens burgemeester Aboutaleb hebben de samenwerkende partijen in het nationaal programma een ambitieus doel dat niet in één collegeperiode of kabinetsperiode is te realiseren. ‘Maar dat geeft tegelijkertijd onze motivatie aan. We doen het voor de volgende generatie.’ De consensus van de partners is dat de aanpak anders moet dan wat eerder is geprobeerd voor Zuid: de aandacht verschuift van probleemoplossing op wijkniveau naar het verzilveren van en aansluiten op regionale en nationale kansen. Volgens minister Donner, overigens geen groot fan van het programma maar overtuigd door zijn ambtenaren en zijn partijgenoot Deetman, zit de kracht van het plan in optimisme: ‘Niet de problemen staan centraal, maar juist de enorme groei- en ontwikkelmogelijkheden van Rotterdam-Zuid.’ Die mogelijkheden optimaal benutten is een nationaal belang: ‘Als Rotterdam werkt, dan werkt de rest van Nederland ook.’ Enkele maanden na de ondertekening wordt een programmadirecteur voor NPRZ aangesteld. Een cruciale beslissing.

De programmadirecteur moet met gezag en mandaat van de betrokken partijen handelen, zo is het uitgangspunt, en dient een ‘zwaargewicht’ te zijn, die partijen weet te binden, op hun verantwoordelijkheden kan aanspreken, slagkracht kan mobiliseren en van gebaande paden weet af te wijken. Deze persoon wordt gevonden in Marco Pastors, maar zonder slag en stoot gaat dat niet. Pastors heeft een verleden in Rotterdam als wethouder en raadslid voor Leefbaar Rotterdam. Sommigen hebben daarom aarzelingen, anderen juist niet. Zoals één van de betrokkenen het uitdrukt: ‘Het was met dat wijkenbeleid van Van Dam-eenheden via Melkertbanen naar Vogelaarwijken gegaan. Allemaal PvdA-namen. Van dat stigma moesten we eens af. Pastors was daar de ideale man voor: een stevige vent, met stevige opvattingen, niet te beroerd om waar nodig tegen gevestigde meningen in te gaan.’ Vanuit Binnenlandse Zaken werd de benoeming van Pastors gesteund en dat gaf de doorslag.

School, werk en wonen

De ambities voor Zuid, waarbij het stadsdeel zich binnen twintig jaar sociaaleconomisch moet kunnen meten met het gemiddelde van de vier grootste Nederlandse steden, moet worden gerealiseerd door de focus te leggen op drie pijlers: talentontwikkeling, economische versterking en fysieke kwaliteitsverbetering, zo wordt het in het advies van Deetman en Mans verwoord. ‘Hun verhaal: je moet je rechtstreeks bemoeien met mensen uit kwetsbare wijken. Ga aan het begin van de dag naast hen staan en zorg dat

het verhaal

van nprz

19

ze de goeie dingen doen. Wat doe je in het leven? Voor kinderen is dat naar schoolgaan, voor volwassenen aan het werk. Als je dat goed neerzet en je creëert een zekere rust in het veld omdat je beseft dat het moeilijke materie is, voor bewoners en voor professionals en je zegt: we houden vol tot het af is, dan is minimaal twintig jaar een goed signaal,’ zo vat de directeur van NPRZ het advies van Deetman en Mans kort samen. Het programma omschrijft de volgende factoren die naar een beter leven en een beter gebied moeten leiden: •

• • •

Participatie is school en werk, dat wil zeggen: - Kinderen die succesvol opgroeien - Volwassen die aan het werk zijn Hulpverlening is daaraan ondersteunend Scholen en werkgevers zijn voor inwoners belangrijker dan overheden Woningen moeten stijgers in het gebied houden.

Het betekent ook dat NPRZ een aantal dingen niet zal doen, althans niet voorop zal zetten: sociale cohesie projecten bijvoorbeeld, of investeren in de buitenruimte. Natuurlijk wordt daar op Zuid wel aandacht aan besteed, maar het valt buiten de scope van NPRZ. En dat participatie wordt gedefinieerd in termen van school en werk, betekent dat ‘burgerparticipatie’ op een andere manier ingevuld wordt dan vaak gebeurt: niet uitgebreid meepraten over plannen en doelstellingen maar in staat gesteld worden om via opleiding en werk aan de samenleving te participeren.

Burgertop Om de bewoners van Zuid toch mee te laten denken over de toekomst van Rotterdam-Zuid en hun eigen rol daarin, wordt in januari 2013 op initiatief van NPRZ de Burgertop ‘Duizend op Zuid’ georganiseerd. Tienduizend inwoners, die een representatieve afspiegeling zijn van Rotterdam-Zuid, ontvangen daarvoor een uitnodiging. Op de dag van de Burgertop komen zo’n 700 bewoners samen in Ahoy en nemen bewoners ook online deel aan het gesprek over hun toekomst. Ruim 160 vertegenwoordigers van de verschillende partners zijn aanwezig om het gesprek met en tussen de bewoners mogelijk te maken. Bewoners herkennen de problemen op Zuid; vooral het gebrek aan werk, de hoge doorstroomsnelheid in de wijk, de problematiek van huisjesmelkers in sommige wijken, discriminatie en het gebrek aan eerlijke kansen en overlast door de jeugd komen veelvuldig aan bod. Dat de doelen binnen de drie pijlers

20

het verhaal

van nprz

belangrijk zijn om Zuid vooruit te brengen, wordt onderschreven. De bewoners geven aan dat ze, om vooruit te komen met school en werk, ondersteuning nodig hebben om hun rol van opvoeders goed te vervullen. Veel ouders kunnen het niet alleen. Daarnaast is er behoefte aan meer duidelijkheid over waar werk te vinden is en aan betere begeleiding naar werk. Bewoners geven aan dat ze om zich heen ook wel verbeteringen zien en wijzen erop dat ook de goede kanten belicht moeten worden. Bovendien geven veel mensen aan dat ze zich actief in willen zetten voor Zuid. De onderschrijving van de aanpak van NPRZ door de bewoners en hun bereidheid om daar zelf aan bij te dragen, is belangrijk voor NPRZ. De Burgertop legitimeert de focus op drie pijlers. De inhoudelijke kern van NPRZ staat daarmee vast en oogt simpel en overzichtelijk. Er zijn drie pijlers – school, werk en wonen – die elk twee centrale doelstellingen hebben. Daaronder ligt echter een complexe werkelijkheid. In elke pijler wordt een groot aantal activiteiten ondernomen; in totaal zijn dat er (in 2019) meer dan honderd. Om het idee van een ‘projectencarrousel te voorkomen, moet elke activiteit onder een pijler gerangschikt worden. Voortdurend wordt in kaart gebracht – we komen daar straks op terug – hoe de activiteiten ervoor staan, daarvoor wordt met een stoplichtmodel gewerkt.

En per doelstelling worden effecten van alle activiteiten gemeten: komen de doelstellingen van het programma met al die activiteiten dichterbij? Om de complexiteit te vergroten, bestaat er nog een soort basispijler (De basis op orde), die wordt beschouwd als een voorwaarde om met de andere pijlers succesvol te kunnen zijn. En er is een extra pijler bijgekomen, die geen pijler mag heten, die gaat over veiligheid en ondermijning. En er lijkt een nieuwe pijler in opkomst, namelijk cultuur. Kortom: achter de bekoorlijke eenvoud van de drie pijlers ontwikkelt zich een complexe, soms ook wel wat onoverzichtelijke werkelijkheid. Waarschijnlijk kan dat ook niet anders bij zo’n omvattend en ambitieus programma. Een programma dat ook met de tijd moet kunnen meegaan en zich moet kunnen aanpassen aan nieuwe kansen en ontwikkelingen. Om het allemaal te ordenen, worden de verschillende onderdelen in een schema bij elkaar gezet. Het schema vormt het hart van de beleidstheorie van NPRZ en wordt vaak gebruikt om de aanpak toe te lichten.

het verhaal

van nprz

21

         

    

   

                  

         

   

  

      

     

 

Figuur 1.2: Schema van de ‘beleidstheorie’ van NPRZ (bron: programbureau NPRZ). In de kern staat een stabielere thuissituatie, die kan worden bereikt door te investeren in school, werk en wonen. Er omheen is een beschermende schil van veiligheid en handhaving nodig.

Maar er is altijd de relatieve eenvoud van de drie pijlers en de zes doelstellingen. Dat stelt in staat om ‘het oog op de bal te houden’, zoals dat in NPRZ-jargon heet.

Pijler 1: school De pijler school bestaat uit twee onderdelen: De Children’s Zone en Kiezen voor Vakmanschap. In de Children’s Zone worden kinderen en jongeren gestimuleerd tot het behalen van een zo hoog mogelijke opleiding, passend bij hun talenten. Daarnaast wordt bevorderd dat ze een studierichting kiezen met een goed arbeidsmarktperspectief te kiezen: techniek, haven en zorg.

22

het verhaal

van nprz

Doel 1: verbetering van de schoolprestaties (Children’s Zones) Breng de schoolprestaties van kinderen in het basisonderwijs voor 2030 naar het niveau van de G4, is een van de doelen van NPRZ. Dit doel wordt ingevuld door het realiseren van zogenaamde Children’s Zones, specifiek aangemerkte zones rondom basisscholen in de zeven focuswijken waarin NPRZ-partners samenwerken. Die zijn erop gericht om binnen de drie leefwerelden waarin kinderen opgroeien – school, thuis en de wijk – goede omstandigheden te creëren. Het uitgangspunt is dat prestaties op school niet alleen worden bepaald door de kwaliteit van de schoolomgeving, maar ook door wat er in het gezin en in de wijk speelt. Een van de belangrijkste en meest besproken onderdelen van de Children’s Zones dat al bij de start van het NPRZ wordt opgenomen in het uitvoeringsplan, is het uitbreiden van de schooltijd op basisscholen met tien uur per week. Het is de uitbreiding van de lestijd op school, waar ook Deetman zo sterk voor pleitte. Scholen in de Children’s Zones krijgen een financiële bijdrage vanuit de middelen van de gemeente en het Rijk als ze de extra schooltijd invoeren. Het duurt uiteindelijk drie jaar voordat alle 30 basisscholen, conform planning, in de Children’s Zones meedoen. Deelname van de laatste scholen ging niet zonder bestuurlijke druk.

Het streven naar tien uur extra schooltijd per week werd vervangen door een extra schooltijd van 6-10 uur, ook vanwege een tekort aan middelen en draagvlak bij schooldirecteuren en -bestuurders. Schoolbesturen merkten dat invoering de scholen veel moeite kostte. Het programmabureau NPRZ heeft hierover op ambtelijk en bestuurlijk niveau met de gemeente en schoolbesturen overleg gevoerd. Het resultaat daarvan was dat de verlengde schooltijd in de focuswijken gehandhaafd kon worden. In het meest recente uitvoeringsplan (2019-2022) is de extra schooltijd weer uitgebreid naar tien uur. Ze zijn verplicht voor alle kinderen op de scholen in de Children’s Zones, zodat gegarandeerd wordt dat ook de leerlingen die de extra uren het hardst nodig hebben participeren. Doelstelling is om de onderwijsresultaten in het gebied op te krikken naar het gemiddeld niveau in de G4. Aanvankelijk verliep die ontwikkeling voorspoedig, maar de jaren 2017/18 en 2018/19 kenden een inzakking van de onderwijsresultaten van de tot dan toe stijgende onderwijsresultaten in het primair onderwijs. Ze zijn nog wel hoger dan bij de start van NPRZ. Belangrijkste oorzaak van de inzakking is volgens betrokkenen het lerarentekort. Dat blijkt in achterstandswijken twee keer zo groot te zijn als in andere wijken. Aan die schaarste is op korte termijn niet veel te doen, hoewel

het verhaal

van nprz

23

gewerkt wordt aan maatregelen om goede onderwijzers naar Zuid te halen en te behouden (zo meldt de voortgangsrapportage 2019). Moeilijkheid bij het in kaart brengen van de onderwijsresultaten is dat sinds schooljaar 2015/16 een deel van de scholen is overgestapt van de Cito- naar de alternatieve IEP-toets (in schooljaar 2018/19 gaat het om 59% van de getoetste leerlingen in Rotterdam-Zuid, waar dat in heel Rotterdam voor 34% geldt en in de G4 om 23% van de getoetste leerlingen gaat). De IEP-scores kunnen vanwege het toepassen van correctiefactoren niet tussen schooljaren (in de tijd) worden vergeleken. Daarom wordt vanaf 2020 onder andere gewerkt met de indicator ‘eindadviezen’. Die geven we hieronder weer. Het geeft een aardig beeld van de complexiteit die soms samenhangt met het in kaart brengen van de resultaten van NPRZ.







    



  







  



 





  

  

    

    

    

    



 

  

  



    

    



 

 

  



 

 

 



   

   





 



 



 



 

0



10



20



30



40



50



60



70

 















80



90



100



        

Tabel 1.1: Aandeel havo/vwo-adviezen stijgt naar het G4 gemiddelde in 2031 (bron: programbureau NPRZ). Toelichting: De doelstelling is dat het aandeel havo/vwo-adviezen in Rotterdam-Zuid in 2031 is gestegen naar het G4 gemiddelde. Het tussendoel voor 2021 is om 25% van het gat, tussen de beginwaarde in Rotterdam-Zuid en het G4 gemiddelde, ingelopen te hebben. Bij de meting in hoeverre Rotterdam-Zuid bij de doelstelling voor 2021 en 2031 komt, wordt elk jaar het dan geldende G4 gemiddelde gehanteerd als richtgetal voor 2031. In metingsjaar 2018/19 is dat G4 gemiddelde 60,6%. De beginwaarde in Rotterdam-Zuid in 2011/2012 was 39,2%. Het te overbruggen gat tussen beginwaarde en het einddoel is dus 21,4 procentpunt. Een vierde deel (25%) daarvan is 5,4 procentpunt. Het doel voor Rotterdam-Zuid in 2021 komt daarmee op 44,6%. In 2018/19 zit het aandeel havo/vwo-adviezen in Rotterdam-Zuid op 42,4%.

24

het verhaal

van nprz

In haar evaluatie uit 2016 van de eerste periode van NPRZ, constateert de Rotterdamse Rekenkamer dat het draagvlak voor het NPRZ bij de scholen goed is: ‘Het onderwijsveld waardeert het feit dat zij direct betrokken zijn bij het programma en invloed kunnen uitoefenen op doelen en de uitvoering van activiteiten’ (Rotterdamse Rekenkamer, 2016, p. 12). Doel 2: kiezen voor vakmanschap ( Bridge) Het doel van het NPRZ is om in 2030 de helft van alle MBO-studenten in Zuid een diploma te laten behalen in de richting van techniek (35%) en zorg (15%), opleidingen waar toekomstperspectief in zit. Om dit te bereiken wordt door de partners van het NPRZ, het onderwijs, het bedrijfsleven en de gemeente, geïnvesteerd in een meerjarig programma loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB). Vanaf groep 6 van de basisschool tot aan de start op de arbeidsmarkt maken leerlingen door middel van voorlichting en ervaringsmomenten kennis met de verschillende beroepen waarvoor wordt opgeleid. Ze worden gestimuleerd om na te denken over vragen als ‘wat kan ik goed’, ‘wat vind ik leuk’ en ‘waar is plek op de arbeidsmarkt’. Uitstroom MBO

2011/12

2016/17

2017/18

Doel

Techniek 1/2

13,0%

9,3%

6,6%

Techniek 3/4

10,6%

23,1%

25,5%

Totaal Techniek

23,6%

32,4%

32,1%

35%

Zorg

7,5%

10,0%

11,1%

15%

Overig

68,9%

57,6%

56,9%

Tabel 1.2: Percentage uitstroom mbo richting zorg en techniek (bron: programbureau NPRZ) Om leerlingen te enthousiasmeren voor zorg en techniek worden er in het LOB-programma extra activiteiten verzorgd die gericht zijn op deze prioritaire sectoren: lesprogramma’s over natuur en techniek, bliksemstages in de bouw, gastcolleges vanuit de zorg, bedrijfsbezoeken in de haven, sollicitatietrainingen. Alle activiteiten zijn erop gericht om leerlingen en hun ouders de juiste keuzes te laten maken en de jongeren toe te leiden naar een kansrijke toekomst.

De verantwoordelijkheid voor het aanbieden van de voorlichting en ervaringsmomenten ligt bij de scholen. Vanuit de gezamenlijke werkgroep met vertegenwoordigers van schoolbesturen en de gemeente worden afspraken gemaakt over welk pakket van activiteiten de scholen elk jaar aanbieden. Het opnemen van het LOB -pakket van groep 6 tot en met het mbo is in het begin van het NPRZ vooral in het voortgezet onderwijs en het mbo breed opgepakt. Inmiddels zijn ook vrijwel alle basisscholen met het volledige LOB-programma bezig.

het verhaal

van nprz

25

Ook werkgevers hebben een grote rol. Zij bieden ruimte voor snuffelstages, geven gastcolleges, verzorgen bedrijfsbezoeken. Om de organisatie hiervan in goede banen te leiden, blijken intermediairs als JINC (een organisatie die jongeren met het bedrijfsleven verbindt) en EIC (het educatief centrum van de Rotterdamse haven) een cruciale rol te spelen. Er is een programmateam om te ondersteunen. ‘Dit is typisch een onderwerp waar iedereen achter staat, maar al snel laat schieten in het gevecht van het dagelijkse overleven,’ aldus een medewerker van het programmabureau. Inmiddels zijn de activiteiten gebundeld in het programma BRIDGE – Gaan voor een Baan, dat zorgt voor een samenhangende en doorlopende loopbaanoriëntatie en -begeleiding voor kinderen van de basisschool tot en met de arbeidsmarkt.

Pijler 2: werk De pijler werk is erop gericht om zoveel mogelijk mensen op Zuid aan het werk te krijgen. Daarbij staan twee doelstellingen centraal: het terugdringen van bijstandsafhankelijkheid op Zuid naar G4-niveau en het beschikbaar stellen van jaarlijks zeshonderd AanDeBak-garanties voor jongeren. Deze pijler richt zich dus met name op twee groepen: jongeren met een diploma die hun eerste stappen zetten op de arbeidsmarkt en werkzoekenden met een uitkering. Doel 3: beschikbaar stellen van zeshonderd AanDeBak-garanties op het gebied van haven, techniek en zorg In de pijler werk wordt het wenkend perspectief op een baan in techniek, zorg en haven sinds de start van het NPRZ concreet vastgelegd door AanDeBakgaranties (destijds nog carrière-startgaranties geheten). Dat is een garantie dat jongeren die kiezen voor een opleiding waarmee afspraken gemaakt zijn, al bij aanvang van de opleiding zeker zijn van werk. Na het behalen van hun diploma in de zorg, techniek en haven kunnen zij direct aan de slag. De AanDeBak-garanties brengen de NPRZ-doelen vanuit de pijler school en de pijler werk samen. Ze dragen eraan bij dat jaarlijks de helft van de jongeren die naar het vmbo gaan, kiest voor een opleiding met arbeidsmarktperspectief in zorg, haven en techniek.

Met een AanDeBak-garantie hebben jongeren de zekerheid dat ze ook op de langere termijn en los van economisch hoogen laagtij na het behalen van hun diploma aan de slag kunnen. De garantie is eenzijdig vanuit de werkgevers, de jongere zelf zit nergens aan vast. Voor jongeren van Zuid is het een krachtig signaal dat ze gewild zijn op de arbeidsmarkt.

26

het verhaal

van nprz

Aan de kant van de werkgevers zijn de AanDeBak-garanties een manier om al in een vroeg stadium goed opgeleid personeel aan zich te binden. Elk jaar worden nieuwe bedrijven verleid om AanDeBak-garanties af te geven. Men is kieskeurig, het moeten wel echte banen zijn, geen flexwerk in horeca of uitzendwerk. De verantwoordelijke projectleider bij NPRZ (werkzaam bij de gemeente Rotterdam): ‘In het begin ging ik vaak samen met Marco Pastors de boer op. Contacten leggen, toelichten, overtuigen. Na een aantal gesprekken vulde ik die afspraken verder in. Daarna gingen we naar de opleidingen. Kostte veel tijd, was echt handwerk. Niet altijd makkelijk. Ook voor jongeren was het soms lastig, die moesten soms in de tweede klas al kiezen voor een werkgever. Het was voor hen geen verplichting, maar jongeren vonden dat toch spannend. We waren continu aan het uitleggen waar we mee bezig waren. Daar heb ik ook wel communicatiemiddelen voor ontwikkeld, dat was echt nodig. Enerzijds voor professionals, anderzijds ook voor jongeren.’ De baangaranties worden afgegeven door brancheorganisaties, maar ook grote werkgevers zijn bereid om afspraken te maken.

Inmiddels worden er jaarlijks meer dan zevenhonderd AanDeBak-garanties beschikbaar gesteld door Defensie, Deltalinqs, de RotterdamseZorg, de Food Innovation Academy, de gemeente Rotterdam, RET, Bouwend Nederland, Sectorinstituut Transport en Logistiek, Installatie Werk Zuid-Holland, de politie en Metalent. Sector

Werkgevers

Haven

Deltalinqs

100

Techniek

Ministerie van Defensie

100

Stadsbeheer Rotterdam

22

Installatiewerk Zuid-Holland/Metalent

40

Bouwend NL/Rijnmond Bouw en SGP Infra

50

RET

10

Sectorinstituut Transport en Logistiek

25

Food Innovation Academy

30

deRotterdamseZorg

180

Kinderopvangorganisaties Rotterdam

100

Zorg Partners

Aantal per jaar

Politie

45

Totaal

702

Tabel 1.3: Overzicht van de AanDeBak-garanties (bron: Programbureau NPRZ).

het verhaal

van nprz

27

Doel 4: het aandeel huishoudens op Zuid met bijstands- of werkloosheidsuitkeringen is in 2030 gelijk aan de G4. Ondertussen kampt Zuid echter nog altijd met een onevenredig groot aantal uitkeringsgerechtigden in de huidige beroepsbevolking. Een aanpak ontwikkelen voor het terugdringen van het aantal werklozen blijkt op Zuid een zware dobber. De achterliggende problematiek is divers en complex. In 2015 vraagt het programmabureau NPRZ aan de gemeente om gegevens te verzamelen over mensen in een uitkeringssituatie. Van de 15.000 uitkeringsgerechtigden, blijken sommigen mensen al 5 jaar geen contact te hebben gehad met de gemeente. Het is één van de redenen dat de uitstroom uit de bijstand achterblijft bij de verwachtingen. Dit wordt gezamenlijk besproken en geanalyseerd en het resultaat is dat de inzet van het cluster W&I (Werk en Inkomen) vanuit de gemeente wordt geïntensiveerd. Als eerste wordt begonnen met de mensen die redelijk snel naar de arbeidsmarkt kunnen worden gebracht. Om dit te bereiken wordt er vanuit de gemeente een ‘dedicated team’ ingezet dat voor Zuid werk binnenhaalt. Zij kloppen letterlijk bij werkgevers aan. Dat levert voor een aantal uitkeringsgerechtigden een baan op. Maar voor veel mensen is dat niet genoeg. Zij hebben steun nodig om het werk daadwerkelijk vast te kunnen houden.

Door zorgen over schulden, armoede, mantelzorg, problemen met huisvesting vallen mensen snel weer terug in de uitkeringssituatie. Daarom wordt vanuit het NPRZ aangedrongen om mensen die vanuit een uitkeringssituatie aan het werk gaan te koppelen aan wijkteams. Dat resulteert in het programma Samen Voor Zuid, waarin werkconsulenten van W&I, het UWV en de wijkteams gezamenlijk zijn gaan optrekken in negen wijken op Zuid. Het nieuwe aan deze aanpak is dat het dicht bij de mensen staat. De afstand tussen de werkconsulenten en uitkeringsgerechtigden wordt kleiner doordat de teams midden in de wijk zitten. Werkzoekenden worden op een persoonlijke wijze benaderd en de dienstverlening is laagdrempelig en direct. De aanpak heeft resultaat. Eind 2019 heeft Rotterdam-Zuid in de G4 de sterkste daling van uitkeringen. Maar de groep uitkeringsgerechtigden blijft kwetsbaar, en kan snel weer terugvallen in de oude situatie. In en door de corona-crisis lijkt zich dit te hebben voorgedaan.

28

het verhaal

van nprz

101%

UTRECHT AMSTERDAM

100%

DEN HAAG

99%

REST ROTTERDAM

NEDERLAND ROTTERDAM

98%

NPRZ

97% 96% 95%

start

jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

Grafiek 1.1: Volumeontwikkeling 2019 van Buig-uitkeringen G4 en NPRZ (bron: programbureau NPRZ).

Pijler 3: wonen De pijler Wonen is gericht op het verbeteren van de woningvoorraad én het woon- en leefklimaat in Rotterdam-Zuid. Het doel is aantrekkelijke en meer gedifferentieerde woonmilieus maken, zodat voor verschillende huishoudens en inkomens een woning beschikbaar is. De focuswijken moeten aantrekkelijke woonmilieus worden voor de huidige bewoners, voor sociale stijgers uit Zuid die nu te vaak de wijk verlaten en voor nieuwkomers die hier een volgende stap in hun wooncarrière willen maken. Doel 5: meer gedifferentieerde woonmilieus zodat voor verschillende huishoudens en inkomens een woning beschikbaar is. Doel 6: aantrekkelijke woonmilieus, zodat sociale stijgers in de wijk blijven wonen. De instroom van lage inkomens in de wijk en het wegtrekken van bewoners uit Zuid zodra het beter met ze gaat, wordt bij de start van het NPRZ aangemerkt als een belangrijke oorzaak van de achterstand van Zuid. De acties en projecten uit de pijler Wonen zijn erop gericht om dit mechanisme te doorbreken. Het verbeteren van de woningvoorraad moet zorgen voor een aantrekkelijke en gevarieerde woonomgeving op Zuid voor alle inkomensgroepen, waardoor een gemêleerde wijk ontstaat. De pijler wonen is geïntegreerd in de Woonvisie 2030 van de gemeente Rotterdam. Daardoor raakt die ook, meer dan dat de andere pijlers dat zijn, gepolitiseerd.

Vanuit de gemeenteraad, aangevoerd door de SP, was er veel verzet tegen deze Woonvisie. In november 2016 is er een referendum over gehouden, waarbij de opkomstdrempel niet werd gehaald.

het verhaal

van nprz

29

De pijler wonen is ondersteunend aan de andere twee pijlers en heeft mede daardoor een andere tijdshorizon. Bovendien hangt er een ander kostenplaatje aan. Voor de uitvoeringsplannen binnen de pijler wonen is verreweg het meeste geld nodig. De ambitie om in 20 jaar 35.000 woningen aan te pakken kost veel geld. De financiële crisis in de beginperiode van NPRZ zorgt ervoor dat de partners onvoldoende financiële middelen hebben om de benodigde inzet te plegen. Bovendien worden de woningcorporaties geconfronteerd met het Vestia-schandaal. En er is een slepend meningsverschil over de mate waarin woningcorporaties mee kunnen werken aan particuliere woningverbetering: nee zeggen de corporaties, ja zegt NPRZ. Lange tijd staat de uitvoering binnen deze pijler op en laag pitje; het realiseren van de doelen loopt achter op schema. De vertraging zit met name in het verbeteren van de particuliere woningvoorraad. Het komt goed uit dat de pijler wonen wordt beschouwd als het sluitstuk van de aanpak van NPRZ. Deels liggen hier inhoudelijke overwegingen aan ten grondslag (‘je begint niet met stenen stapelen’), deels is het ook pure noodzaak, omdat aanvankelijk het geld ontbrak. Vanaf 2014 komt daar langzaam verandering in. Een belangrijke doorbraak is een korting op de verhuurdersheffing, onder andere voor Rotterdam-Zuid.

In de jaren erna komen vanuit de gemeente en het Rijk meer financiële middelen vrij voor de aanpak van de particuliere woningvoorraad en het corporatiebezit. De Regio Deal Rotterdam-Zuid geeft de inzet op Zuid in 2018 nog een extra boost. Inmiddels zijn duizenden woningen op Zuid met deze middelen verbeterd. Voor de pijler wonen betekent de ondertekening van de Regio Deal dat er financiële ruimte en slagkracht komt om de ontstane vertraging in te lopen. De doelstelling om ongeveer 10.000 woningen te slopen of samen te voegen, komt met de Regio Deal weer een stap dichterbij. De verliezen die door partijen moeten worden gemaakt voor de verbetering van de woningvoorraad, kunnen de komende jaren met de middelen uit de Regio Deal worden afgedekt. Er komt een vierjarig investeringsprogramma voor onder andere het samenvoegen van woningen, voor kluswoningen én voor sloop en nieuwbouw van woningen. De bedoeling is dat de gemeente of een corporatie de huizen opkoopt tegen marktwaarde en zorgt voor een verhuisvergoeding en begeleiding. Sloop en nieuwbouwprojecten komen inmiddels van de grond en leiden tot veel discussie en verzet. Er is de geruchtmakende herstructurering van de Tweebosbuurt in de Afrikaanderwijk, waar goedkopere woningen vervangen worden door duurdere, maar kwalitatief betere woningen.

Er is veel verzet bij die bewoners die vaak al decennialang in de te slopen huizen wonen. Zij krijgen ook politieke steun en veel aandacht in de media. 30

het verhaal

van nprz

De onderstaande figuren laten zien dat nog een behoorlijke weg af te leggen is voordat op het gebied van wonen de gestelde doelen bereikt zijn. Kernpunt is: voorkom selectieve migratie, houd sociale stijgers vast in het gebied. En daarnaast: maak Zuid aantrekkelijk voor andere groepen dan alleen de mensen met lage(re) inkomens. We zien dat de WOZ-waarde van woningen aan het stijgen is, maar de rest van de G4 stijgt sneller (grafiek 1.2). Aan de aantrekkelijkheid van Zuid voor hogere-inkomensgroepen moet nog flink getrokken worden (grafiek 1.3). 300000 280000

focuswijken

260000

NPRZuid Rotterdam

240000

Totaal G4

220000 200000

doel 2031

180000 160000 doel 2021

140000 120000 100000 80000

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

doel 2021

doel 2031

Grafiek 1.2: Gemiddelde WOZ-waarde woningen stijgt naar het stedelijk gemiddelde van Rotterdam in 2031 (bron: Programbureau NPRZ). Toelichting: De doelstelling is dat de gemiddelde WOZ-waarde in Rotterdam-Zuid in 2031 is gestegen naar het Rotterdams gemiddelde. Het tussendoel voor 2021 is om 25% van het gat naar Rotterdam ten opzichte van de beginwaarde in 2011 ingelopen te hebben. Bij de meting in hoeverre Rotterdam-Zuid dichter bij de doelstelling voor 2021 en 2031 komt, wordt elk jaar het dan geldende Rotterdams gemiddelde gehanteerd als richtgetal voor 2031. In metingsjaar 2019 is dat Rotterdams gemiddelde €194.381. De beginwaarde in Rotterdam-Zuid in 2011 was €126.434. Het te overbruggen gat tussen beginwaarde en beoogde eindwaarde is dus €67.947. Een-vierde deel (25%) daarvan is €16.987. Het doel voor Rotterdam-Zuid in 2021 komt daarmee op €143.421. In 2019 zit de gemiddelde WOZ-waarde in Rotterdam-Zuid op €142.465.

het verhaal

van nprz

31

60%

55% doel 2031 50%

45% doel 2021

40%

focuswijken NPRZuid

35%

Rotterdam

30%

Totaal G4

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2014R 2015

2016

2017

doel doel 2021 2031

Grafiek 1.3: Percentage midden- en hoge inkomens in Rotterdam-Zuid moet stijgen naar het G4-gemiddelde in 2031 (bron: Programbureau NPRZ). Toelichting: De doelstelling is dat het aandeel midden- en hoge inkomens in Rotterdam-Zuid in 2031 is gestegen naar het G4-gemiddelde. Het tussendoel voor 2021 is om 25% van het gat naar de G4 ten opzichte van de beginwaarde ingelopen te hebben. Bij de meting in hoeverre Rotterdam-Zuid dichter bij de doelstelling voor 2021 en 2031 komt, wordt elk jaar het dan geldende G4-gemiddelde gehanteerd als richtgetal voor 2031. In metingsjaar 2017 is dat G4-gemiddelde 52%. De beginwaarde in Rotterdam-Zuid in 2011 was 41%. Het te overbruggen gat tussen beginwaarde en beoogde eindwaarde is dus 11 procentpunt. Een vierde deel (25%) daarvan is 2,8 procentpunt. Het doel voor Rotterdam-Zuid in 2021 komt daarmee op 43,8%. In 2017 zit het percentage midden- en hoge inkomens in Rotterdam-Zuid op 38%. NB. De knip in de grafiek wordt veroorzaakt door wijziging in genereren data CBS.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=4d01a030-305c-4c34-8733-3873d6155229