CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) 2021 Fysieke Leefomgeving en Veiligheid.pdf

Informatieve bijeenkomst - raadzaal 25 oktober 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Veiligheid en handhaving - Informatieve bijeenkomst13.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Handhavingsuitvoerings­ programma 2021

Fysieke leefomgeving en veiligheid Vastgesteld bij collegebesluit 15 december 2020

2021 1

Handhavingsuitvoerings­programma 2021

Fysieke leefomgeving en veiligheid Vastgesteld bij collegebesluit 15 december 2020

2

Inhoudsopgave Inleiding4

Uitvoering per handhavingsdomein

15

1.1 Aanleiding en doel 

5

4.1 Naleefgedrag 

15

1.2 Programmatische handhaven

5

4.2 Koppeling budget 

15

1.3 Leeswijzer

5

4.3 Prioritering

16

4.4 Meldingen en handhavingsverzoeken

16

Actuele ontwikkelingen en speerpunten

6

2.1 Covid-19 

7

WABO-domeinen17

2.2 Personen met verward gedrag

7

5.1 Bouw

19

2.3 Friese Kadernota VTH en Programma VTH Basistaken Fryslân

8

5.2 Brandveiligheid

21

2.4 Interbestuurlijk Toezicht Provincie, Wabo Domeinen

8

5.3 Inrichtinggebonden milieu

23

2.5 Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

8

5.4 Bodem

27

Fysieke Openbare Ruimte, Bijzondere wetten en Veiligheid

29

6.1 Fysieke openbare ruimte

30

2.6 Kwaliteitscriteria VTH (vergunningverlening, toezicht en handhaving)9 2.7 Pilot wapenstok Boa’s

9

Integrale aanpak

10

6.2 Bijzondere wetten

34

3.1 Samenwerking rond evenementen

11

6.3 Veiligheid

36

3.2 Wijkgericht werken

13

3.3 Vlietzone

13

Bijlage:

3.4 Integrale aanpak ondermijning

13

Beschikbare handhavings-capaciteit per handhavingsdomein 2021

3

38

1

Inleiding

1. Inleiding 1.1 AANLEIDING EN DOEL Het Handhavingsuitvoeringsprogramma (hierna: HUP) komt voort uit de Kadernota Handhaving, Fysieke leefomgeving en veiligheid (hierna: Kadernota). De Kadernota is op 31 maart 2014 vastgesteld door de gemeenteraad. Vanuit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het verplicht te beschikken over een handhavingsbeleid (Kadernota) en een jaarlijks vastgesteld uitvoeringsprogramma (HUP) en jaarverslag. Voor de fysieke leefomgeving en veiligheid werken we vanaf 2015 met één integraal uitvoeringsprogramma. Doel van het HUP is inzicht te geven in de uitvoering van toezicht en handhaving op het gebied van: Bouw, Brandveiligheid, Inrichtinggebonden milieu, Bodem, Fysiek openbare ruimte, Bijzondere wetten en Veiligheid. Onder deze handhavingsdomeinen valt een breed scala aan landelijke en gemeentelijke regelgeving zoals de Woningwet, Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Wet bodembescherming, Algemeen Plaatselijke Verordening (APV), Parkeerverordening, Drank- en horecawet en Prostitutiebeleid.

1.2. PROGRAMMATISCH HANDHAVEN

Visie & ambitie

Leeuwarden heeft gekozen voor programmatisch handhaven. Hierin wordt beleidsvaststelling gevolgd door uitvoering. De uitvoering wordt steeds gevolgd, geëvalueerd en bijgesteld. Deze fasen maken deel uit van een zich herhalend, cyclisch proces. De verschillende stappen staan in onderstaande figuur.

Risicoanalyse en prioriteiten stellen Prioriteiten en handhavingsdoelen

Verkenning & inventarisatie

HUP

Beleid Uitvoering

Toezichtsarrangement

In de bovenste lus wordt het handhavingsbeleid geformuleerd. De laatste stap in de beleidslus wordt gevormd door het HUP. Het HUP is een sturingsdocument dat jaarlijks wordt vastgesteld. Hierin wordt aangegeven op welke onderwerpen de handhaving zich richt, welke handhavingsdoelen worden beoogd, welke aanpak daarbij is gekozen en welke menskracht de uitvoering van deze aanpak vraagt.

Effectmeting/ monitoring

Interventies uitvoeren

Leeswijzer In hoofdstuk 2 staat een omschrijving van actuele ontwikkelingen en speerpunten, gevolgd door hoofdstuk 3 integrale samenwerking. Hoofdstuk 4 bevat een nadere toelichting op de uitvoering per handhavingsdomein. In de hoofdstukken 5 en 6 worden de domeinen verder uitgewerkt. Door de verschillende (wettelijke) achtergronden zijn de uitwerkingen per domein verschillend. Doelstelling bij elk domein is echter hetzelfde, namelijk inzicht te verschaffen in de werkzaamheden voor 2021. Tot slot is in de bijlage een toelichting gegeven op de geplande inzet voor 2021 in uren of aantallen.

De onderste lus is de uitvoeringslus. Hierin staat toezicht en handhaving in de praktijk centraal. Via monitoring en effectmetingen worden gegevens verzameld die op hun beurt de input vormen voor de volgende jaarcyclus.

5

2

Actuele ontwikkelingen en speerpunten

2. Actuele ontwikkelingen en speerpunten Dit hoofdstuk gaat in op een aantal actuele ontwikkelingen en speerpunten die van belang zijn voor 2021.

2.1 COVID-19 Sinds maart 2020 beheerst COVID-19 het leven van veel mensen in Nederland. De pandemie heeft er voor gezorgd dat de wereld en de wijze waarop we als individu met elkaar omgaan, er geheel anders uitziet. De aanwezigheid van het virus speelt een ook grote rol in de samenleving van de gemeente Leeuwarden en binnen het gemeentelijk apparaat. De besmettingsgraad in de regio en/of de landelijke richtlijnen zijn bepalend in de mate waarin we van vrijheden kunnen genieten, de wijze waarop we kunnen werken alsmede in de doelen welke worden gesteld en behaald. Onze ervaring met de uitvoering van het HUP 2020 is, dat vanwege COVID-19 de gestelde doelen niet altijd gehaald konden worden. We maken dan ook een voorbehoud of de doelen, die in dit programma worden gesteld, worden behaald. Dit is afhankelijk van hoe de situatie rondom COVID-19 zich zal ontwikkelen en de daarbij horende maatregelen. Waar bepaalde

toezichthoudende- en handhavende taken niet kunnen worden uitgevoerd, kan besloten worden om juridische, beleidsmatige- en handhavingscapaciteit te reserveren voor werkzaamheden welke samenhangen met het voorkomen van verdere verspreiding van COVID-19. Verder is het zo zijn dat bepaalde werkzaamheden niet- of beperkt kunnen worden uitgevoerd omdat de samenleving door COVID-19 anders is ingericht. Zo werken burgers vaker thuis en zijn er - afhankelijk van de besmettingsgraad - beperkingen aanwezig in de binnenstad of bij voorzieningen zoals de horeca. Deze omstandigheden maken dat bijvoorbeeld (fors) minder voertuigen in de binnenstad aanwezig zijn en dat daarom fiscaal-parkeertoezicht in de binnenstad op dat moment praktisch geen toegevoegde waarde geniet. Ook bestaat de mogelijkheid dat vanwege opgelegde maatregelen controles op de naleving van bouw- en milieuregelgeving niet kunnen worden uitgevoerd omdat te allen tijde de veiligheid van burgers en medewerkers van de gemeente Leeuwarden gewaarborgd moet worden. Er is wel bewust voor gekozen om, ongeacht COVID-19 en eventueel geldende maatregelen om besmetting zoveel mogelijk te voorkomen, een Handhavingsuitvoeringsprogramma voor 2021 op te stellen.

Dit om – net als andere jaren – te fungeren als leidraad en om kenbaar te maken welke prioriteiten er zijn gesteld en – zij het met een mate van onzekerheid - welke toezichthoudende- en handhavende taken worden uitgevoerd om zo een bijdrage te leveren aan een schone, leefbare en veilige gemeente.

7

2.2 PERSONEN MET VERWARD GEDRAG De problematiek rondom personen met verward gedrag is de laatste jaren toegenomen. Handhavers en politie op straat krijgen in toenemende mate te maken met personen die verward gedrag vertonen. Zo vinden in de binnenstad met enige regelmaat incidenten plaats, waarbij onder andere vanuit het toezichtsmodel op wordt geanticipeerd. Naast het inzetten op het voorkomen c.q. beheersbaar maken van de situatie, wordt ook ingezet op hulpverlening. Sinds enkele jaren zet het ACT-team (ACT staat voor Assertive Community Treatment) zich in voor dak- en thuisloze mensen die door hun problematiek en/of gedrag moeilijk hun weg vinden binnen het reguliere hulpverleningsaanbod. De handhavers en politie werken samen met het ACT-team, om zo de personen met verward gedrag en dak- en thuislozen verder te helpen. Het (veiligheids-)beleid, de ambities en doelstellingen ten aanzien van de inzet op deze doelgroep staan onder andere beschreven in het Uitvoeringsprogramma Veiligheidsagenda Leeuwarden 2021-2023.

2.3. FRIESE KADERNOTA VTH EN PROGRAMMA VTH BASISTAKEN FRYSLÂN

2.4. I NTERBESTUURLIJK TOEZICHT PROVINCIE, WABO-DOMEINEN

Door gemeenten, provincie en FUMO wordt gewerkt aan het opstellen van een Fryslânbrede kadernota voor de VTH-basistaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) die door de FUMO worden uitgevoerd. In dat document wordt het beleid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van de basistaken in Fryslân uitgewerkt. Het voorziet in een eenduidige aansturing van de FUMO door de deelnemers. Een gezamenlijke kadernota voor de VTH-basistaken is een wettelijke vereiste en wordt onderdeel van het gemeentelijke VTH-beleid. Leeuwarden voert daarnaast zelf ook taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving.

De Provincie Fryslân controleert hoe er uitvoering wordt gegeven aan de wettelijke taak conform het Besluit omgevingsrecht (Bor). Eind 2018 hebben wij hierover van de Provincie een brief ontvangen met de opmerking dat het realiseren van meetbare doelstellingen bij actualisering van het beleid moeten worden meegenomen. Dit wordt meegenomen in de lopende actualisatie van de gemeentelijke Kadernota Handhaving. De verwachting is dat de Kadernota Handhaving in de tweede helft van 2021 vastgesteld kan worden.

Het VTH-beleid vormt het kader voor het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, het FBUP (Fryslânbreed Uitvoeringsprogramma).

Op 1 januari 2022 zullen de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouwen in werking treden. Beide wetten zorgen voor grote veranderingen in het VTH-taakveld. Landelijke regels en vergunningstelsels worden geïntegreerd in de Omgevingswet. Milieuregels

2.5. OMGEVINGSWET EN WET KWALITEITSBORGING VOOR HET BOUWEN

die nu in landelijke besluiten staan komen dan deels in het gemeentelijke omgevingsplan. Ook kunnen er taken verschuiven tussen gemeente en FUMO. De Wet Kwaliteitsborging Bouwen verandert de gemeentelijke taken voor het bouwtoezicht. Private gecertificeerde kwaliteitsborgers gaan voor een deel van de bouwwerken de technische toets vooraf en het bouwtechnisch toezicht tijdens de bouw uitvoeren. Verder op in dit HUP wordt daar nader op ingegaan. Voorbereidingen op de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouwen zullen in 2021 de nodige tijd en aandacht vragen. Daarbij gaat het in ieder geval om opleidingen en aanpassen van werkprocessen. Ook wordt voor wat betreft de digitalisering hard gewerkt om het nieuwe VTH-systeem Centric Leefomgeving aan te laten sluiten op de DSO (digitaal stelsel Omgevingswet) en daarmee ‘Omgevingswet proof’ te maken. Naast dat we digitaal dan klaar willen zijn voor de Omgevingswet biedt dit ook de kans voor toezicht en handhaving om digitaal toezicht verder te ontwikkelen. Voor de implementatie van Centric Leefomgeving besteden we tijd aan het inrichten van het systeem, het maken van werkafspraken en opleiding.

De Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouwen zullen op 1 januari 2022 in werking treden. Beide zorgen voor grote veranderingen in het VTH-taakveld. 8

2.6. KWALITEITSCRITERIA VTH (VERGUNNING­ VERLENING, TOEZICHT EN HANDHAVING) In de wet VTH is bepaald dat gemeenten moeten voldoen aan kwaliteitscriteria om VTH taken uit te voeren. De gemeenten mogen deze kwaliteitscriteria zelf opstellen. Aan de hand van landelijke kwaliteitscriteria heeft de raad in 2017 een verordening kwaliteit VTH vastgesteld en heeft het college de Friese kwaliteitscriteria Frysk Peil F1 vastgesteld. In deze set kwaliteitscriteria worden alle deskundigheidsgebieden benoemd die belangrijk zijn voor de uitvoering van de VTH-taken. Per deskundigheidsgebied zijn eisen geformuleerd voor het gewenste opleidingsniveau van de medewerkers, de vereiste werkervaring en de frequentie waarmee deze werkzaamheden worden uitgevoerd. Omdat de landelijke kwaliteitscriteria zijn geactualiseerd, worden ook de Friese kwaliteitscriteria geactualiseerd. Dit heeft geleid tot een Frysk Peil F2. In 2020 is gestart met een actualisatie van de in 2018 gehouden 0-meting om inzichtelijk te maken in hoeverre de werknemers en de organisatie voldoen aan de kwaliteitscriteria Frysk Peil F2. Dit project wordt in Fries verband door alle gemeenten en provincie opgepakt. Er is voor gekozen om, net als in 2018, dit door één bureau te laten doen om de objectiviteit en eenduidigheid te waarborgen.

Als vervolgstap op de 0-meting – om het gewenste kwaliteitsniveau Frysk Peil F2 te bereiken – is gekozen voor het opstellen van ontwikkelplannen per gemeente en het (laten) maken van een Frysk Dashboard.

2.7. PILOT WAPENSTOK BOA’S Het takenpakket waarop de handhavers momenteel worden ingezet is door de jaren heen ontwikkeld en zeer divers. In de kern gaat het om de aanpak van overlast, ergernissen en andere feiten die de leefbaarheid aantasten binnen de openbare ruimte. Naast de bredere inzetbaarheid is de maatschappij verhard en is het ontzag voor overheidsorganen en haar medewerkers verminderd. De praktijk maakt dat handhavers steeds vaker agressief bejegend worden. Het handhaven van ‘de kleine norm’ brengt dikwijls weerstand met zich mee. Niet zelden is er sprake van verbale agressie. Agressief gedrag in de brede zin van het woord komt voor binnen alle lagen van de samenleving. Het is niet exclusief terug te brengen naar één doelgroep, hetgeen het handhaven soms complex maakt. Er is al veel in Leeuwarden geïnvesteerd om risico’s te verkleinen of te beheersen. Handhavers in Leeuwarden hebben een uitgebreid pakket aan veiligheidsmaatregelen. Zo werken zij in koppels, beschikken zij over een veiligheidsvest, een C2000 portofoon, liggen er goede afspraken met de politie als het gaat om inzet op taken (handhavingsarrangement) en heeft men eind 2020 de beschikking over een bodycam. Toch blijven er zich situaties voordoen waarin de handhavers zichzelf moet kunnen verdedigen. Voornoemde heeft ertoe geleid dat Leeuwarden zich heeft aangemeld voor de pilot ‘korte wapenstok Boa’.

Halverwege november 2020 heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie laten weten dat Leeuwarden mag deelnemen aan de pilot.

9

Halverwege november 2020 heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie laten weten dat Leeuwarden mag deelnemen aan de pilot ‘korte wapenstok Boa’.

3

Integrale aanpak

3. Integrale aanpak Medewerkers vanuit verschillende domeinen pakken gezamenlijk taken op om deze zo effectief en efficiënt mogelijk uit te voeren. Samenwerking vindt dan ook plaats op tal van onderwerpen (zoals aanpak ernstige vervuilde woningen) en bij tal van gelegenheden (zoals een milieuproject

Daar waar mogelijk ondersteunen toezichthouders en handhavers elkaar en voeren gezamenlijk een controle uit en/of vervullen oog- en oorfunctie. Dit kunnen toezichthouders vanuit de verschillende gemeentelijke domeinen zijn, zoals Stadstoezicht en vanuit de Wabo-domeinen. Maar ook kan dit zijn in samenwerking met een andere handhavingspartner, zoals de politie, de brandweer en de FUMO. Doel hiervan is om de toezichtlast voor bedrijven/burgers te verminderen en een éénduidige communicatie richting betrokkenen te realiseren. Bij samenwerkingsverbanden brengt elke domein haar eigen specialisme in. Via het Coördinatieteam Handhaving en Stuurgroep Handhaving worden diverse handhavingscasussen multidisciplinair besproken en aangepakt. Hieronder een aantal voorbeelden van integrale samenwerking, die in 2021 zullen plaatsvinden of hun doorloop in dat jaar hebben.

op provinciaal niveau).

3.1. SAMENWERKING ROND EVENEMENTEN In de gemeente worden veel evenementen georganiseerd, variërend van relatief kleine wijkactiviteiten tot grote evenementen met landelijke uitstraling en (tien-)duizenden bezoekers. Op dit moment staat vanwege de coronamaatregelen het aantal evenementen nog op een laag pitje. Maar als evenementen straks weer mogelijk zijn, zal om de grotere en vooraf geselecteerde evenementen zo goed mogelijk te laten verlopen, weer intensief worden samengewerkt. Deze werkwijze wordt met regelmaat besproken en aangescherpt en wordt ook in 2021 voortgezet. De diversiteit en de groei van het aantal evenementen vraagt om een integrale en preventieve aanpak. Vooral de grotere evenementen vergen hierbij veel inzet van de betrokken sectoren Juridische en Veiligheidszaken, Grondzaken Economie en Bedrijfsvoering, Vergunningen & Leefomgeving, Bouwen Wonen & Milieu, Evenementen en Toezicht, Ruimtelijke Ordening en Inrichting en Wijkzaken. Bij de evenementen wordt gekeken naar vele aspecten, zoals het nauwlettend monitoren van publiek­stromen, verstrekken alcohol aan minderjarigen, controle op- en afbouw, constructieve veiligheid podia, brandveilig gebruik, geluidsaspecten, ecologische aspecten, afval en verkeersaspecten.

11

Om deze taken in 2021 zo efficiënt/effectief mogelijk op te pakken en daarbij mee te gaan in de meest recente ontwikkelingen wordt, evenals in voorgaande jaren, een aantal concrete acties uitgezet, zoals: • integrale voorbereiding op evenementen, onder andere vanuit het oogpunt openbare orde en veiligheid; • inzet van een Veiligheidsteam of Klein Comité bij risicovolle evenementen; • inzet van cameratoezicht tijdens of na afloop van bepaalde evenementen; • inzet van Drank- en Horecawetcontrole om verstrekking van alcoholhoudende dranken aan minderjarigen tegen te gaan; • realiseren van een voor- en naschouw, in het bijzonder bij grote evenementen in gemeentegroen, ten behoeve van het voorkomen van schades; • toezicht op naleving van de verleende evenementenvergunning en toezicht ten behoeve van openbare orde, veiligheid en leefbaarheid rondom een evenement; • het gebruik van Munisense dat continue het muziekgeluid kan monitoren; • brandveilig gebruik protocolleren vanuit een risicobenadering; • het controleren van grote podia vanuit een risicobenadering; • het zoeken van de samenwerking met andere handhavingsinstanties op het gebied van ecologie en daarmee het vergroten van het kennisniveau.

Aandachtspunt: inzet toezicht vanuit Wabo-domein Het toezicht op evenementen vergt veel capaciteit (zowel geluid als constructieve- en brandveiligheid). Alleen de geprioriteerde evenementen worden gecontroleerd. Meer inzet is niet mogelijk en zou ten koste gaan van andere risicovolle/geprioriteerde onderwerpen, zoals controles op bestaande bouwwerken, garagebedrijven en horecabedrijven. Er wordt toezicht gehouden op bouwkundige constructies en brandveiligheid bij evenementen met meer dan 5.000 bezoekers en/of bijzondere locaties en/ of constructies. Het gaat om ca. 9 evenementen per jaar. Specifiek bij muziekevenementen wordt gecontroleerd op de geluidniveaus en begin- en eindtijden van de muziek. Het voldoen aan de vergunde geluidniveaus en het houden aan vergunde aanvangs- en eindtijden is afhankelijk van menselijk handelen van de vergunninghouder/organisatie en vraagt om een vorm van toezicht waarbij toezichthouders gedurende het evenement bereikbaar aanwezig zijn. Het doel van de controles is dat organisaties zich houden aan de geluidsvoorschriften en evenementenorganisaties worden begeleid bij het monitoren en beheersen van de geluidsniveaus. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het systeem Munisense dat continue het geluidsniveau monitort. De omvang hiervan betreft zo’n 12 evenementen.

Als de toezichthouders niet fysiek aanwezig zijn, wordt het geluidsniveau, bij in ieder geval de grote evenementen in de binnenstad, met een geluidmeetsysteem continue gemonitord. De evenementenorganisator krijgt de mogelijkheid, middels een account, gebruik te maken van het meetsysteem. De omvang hiervan betreft zo’n 10 tot 15 evenementen.

12

Doel van een integrale aanpak is om de toezichtlast voor bedrijven/ burgers te verminderen.

3.2. WIJKGERICHT WERKEN In 2019 is gestart met pilot wijkgericht werken. Dit met als doel om ontwikkelingen in kaart te brengen, ergernissen in de wijken te beteugelen en de leefbaarheid te verbeteren. Het wijkgericht werken maakt dat handhavers, maar ook toezichthouders van andere afdelingen en samenwerkingspartners, frequent in een wijk aanwezig zijn. Zij pakken zaken integraal op en werken multidisciplinair samen. Het taakaccent voor handhavers ligt op het gastheerschap, zichtbaar aanwezig zijn, toezicht op afvaloverlast, parkeeroverlast en sociale overlast. Hierdoor zijn zij dichter bij de burger en is het optreden ook direct zichtbaar. Problemen die niet direct kunnen worden opgelost, worden naar de betreffende vakafdeling doorgespeeld voor verdere afhandeling. In 2020 is deze vorm van werken wegens de inzet gerelateerd aan Covid-19 minder tot uitdrukking gekomen. In het jaar 2021 zal wijkgericht werken verder worden uitgerold.

3.3. VLIETZONE In september 2019 is naar aanleiding van signalen van ernstige overlast rondom een zorginstelling in de Vlietzone een projectteam ingericht. In dit team zijn verschillende disciplines vertegenwoordigd met als doel om tot een integrale aanpak te komen. De integrale aanpak ziet met name op verscherping van het toezicht op de kwaliteit van de geboden zorg (sociaal domein) en het nemen van maatregelen om de overlast te minimaliseren. De problematiek heeft raakvlakken met alle drie domeinen (sociaal, veiligheid en fysiek). Er wordt dan ook vanuit verschillende invalshoeken inzet gepleegd.

Denk hierbij aan de wijkteams en opbouwwerk, wijkaanpak en de werkplaats Oud Oost. Met de inwoners samen wordt gekeken hoe we de wijk schoon, heel en veilig kunnen houden. Dit het liefst door acties en projecten die preventief werken, maar ook door toezicht en handhaving vanuit het Veiligheidsdomein en/of het Fysiek domein. Vanuit het Veiligheidsdomein richt zich dit op personen, maar richting de meer politionele taken heeft de gemeente een veel beperktere rol. De inzet van handhavers is in de Vlietzone meer dan in andere Leeuwarder wijken. Het toezicht richt zich onder andere op parkeeroverlast, afvalproblematiek en jeugdoverlast. Door de zichtbaarheid van “blauw” op straat wordt de benaderbaarheid vergroot en kunnen mogelijke problemen tijdig worden opgepikt en/of worden doorgegeven aan de juiste afdeling. Het Fysiek domein kijkt onder andere naar de brand- en constructieve veiligheid van panden en in hoeverre kamerverhuur voldoet aan de regelgeving (strijdigheden met bijv. het bestemmingsplan). Deze inzet valt onder het bouwtoezicht, onder de posten ‘bestaande bouwwerken’ en ‘strijdig planologisch gebruik bouwwerken’.

Voor de vlietzone zijn voor een periode van 2 jaar een bouwinspecteur (36 uur) en juridisch medewerker (32 uur) aangesteld, die toezien en waar nodig handhaven op de bestaande wet- en regelgeving ten aanzien van illegale bouw, illegaal gebruik, illegale bewoning, waaronder kamerverhuur en verrommeling. Naast het actief de wijk ingaan, worden meldingen vanuit en over de Vlietzone direct door hen in behandeling genomen. De bouwinspecteur en juridisch medewerker maken deel uit van het ‘interventieteam Vlietzone’. Dit interventieteam is een multi-sectoraal team waarin afspraken worden gemaakt over de aanpak om de overlast adequaat aan te pakken.

13

Daarnaast loopt er een onderzoek om het bestaand gebruik van gebouwen te behouden en de wijziging van een gebouw naar één of meer wooneenheden of naar een woonfunctie in combinatie met zorg te verbieden. Met als resultaat dat er geen nieuwe kleine woningen aan het woningbestand in de Vlietzone worden toegevoegd.

3.4. INTEGRALE AANPAK ONDERMIJNING De aanpak van ondermijnende criminaliteit heeft hoge prioriteit in het veiligheidsbeleid. Deze aanpak behelst de aanpak van witwassen, fraude, milieucriminaliteit (dumping), hennep en harddrugs, illegaal wonen, ongebruikelijk bezit etc. Toezichthouders komen in diverse wijken, dorpen en het buitengebied. Hun waarnemingen en signaleringen zijn van grote waarde en vormen de input voor onze lokale aanpak van ondermijning. Signalen worden besproken en verdeeld. Er wordt gekeken of signalen door de gemeente zelf worden aangepakt of dat wordt opgeschaald naar politie, justitie en RIEC (Regionale Informatie en Expertise Centra). Voor het jaar 2021 is er besloten dit onderwerp meer capaciteit toe te kennen, zodat vaker controles uitgevoerd kunnen worden.

4

Uitvoering per handhavingsdomein

4. Uitvoering per handhavingsdomein 4.1. NALEEFGEDRAG Doelgroepen, inwoners, bedrijven en instellingen, worden gewezen op hun eigen verantwoordelijkheid en er wordt geprobeerd ze daarbij bewust te maken van de wet- en regelgeving. Doel hiervan is om hun betrokkenheid en bewustzijn van eigen handelen te stimuleren. Hiermee proberen we het naleefgedrag op (lange) termijn structureel te verbeteren. Controles in het veld hebben tot doel om het naleefgedrag te stabiliseren waar het goed gaat, dan wel te verbeteren daar waar het beter kan. Op deze manier wordt gericht ingezet op behoud of verbetering van het nalevingsniveau en wordt stapsgewijs toegewerkt naar een hoger niveau van naleving. We volgen wat de effecten van onze inzet zijn op het naleefgedrag. De uitkomsten hiervan nemen we mee in onze jaarlijkse evaluatie. Daarnaast wordt communicatie ingezet als preventief handhavingsmiddel. Dit om op voorhand overtredingen te voorkomen, zodat handhaving niet nodig is en het naleefgedrag te verbeteren.

4.2. KOPPELING BUDGET Om tot een gericht en realistisch handhavingsprogramma te komen zijn de onderwerpen per domein uitgewerkt. Per domein is omschreven op welke onderwerpen

de handhaving zich richt, welke doelen worden beoogd, hoeveel controles worden verwacht en welke aanpak daarbij is gekozen. Op grond daarvan wordt jaarlijks de evaluatie uitgevoerd (jaarverslag). In de bijlage is een toelichting gegeven op de geplande inzet voor 2021 in uren of aantallen. De uren/aantallen per domein zijn niet echt uitwisselbaar. Elk handhavingsdomein heeft eigen specialistische werkzaamheden wat vanuit praktisch oogpunt uitwisseling lastig maakt. Echter bij bepaalde onderwerpen zijn er vanuit de diverse domeinen raakvlakken. Hiervoor bestaan samenwerkingsverbanden en –projecten, waarbij elk domein haar eigen specialisme inbrengt. Daar waar mogelijk ondersteunen toezichthouders en handhavers elkaar en voeren gezamenlijk een controle uit en/of vervullen oog- en oorfunctie voor elkaar. Het totaal beschikbare budget is gebaseerd op de programmabegroting. De programmabegroting is gekoppeld aan de reguliere jaarlijkse planningen controlcyclus, zodat de gemeenteraad op de hoogte is van het totale handhavingsbudget. In de weergegeven handhavingscapaciteit is weinig vrije ruimte voor bijvoorbeeld de aanpak van actuele problematiek die gedurende het jaar kan opspelen. Bij incidenten moet dan geschoven worden in de gestelde prioriteiten of er worden aan bepaalde prioriteiten minder uren besteed.

In de jaarlijkse evaluatie wordt gemotiveerd inzicht gegeven of de geplande aantallen of uren per domein wel of niet zijn gehaald, overschreden etc.

15

Controles in het veld hebben tot doel het naleefgedrag te stabiliseren waar het goed gaat, dan wel te verbeteren daar waar het beter kan.

4.3. PRIORITERING Risico-analyse Als bevoegd gezag kunnen en willen we niet alle bouwwerken, inrichtingen en doelgroepen periodiek controleren. Het college kiest ervoor om in te zetten op de meest risicovolle onderwerpen. We leggen de aandacht op die plaatsen waar we vanuit onze ervaring kunnen verwachten dat er een grote kans is op overtredingen (niet naleving), waardoor sterk ongewenste of gevaarlijke situaties zouden kunnen ontstaan. Deze aanpak vraagt om een scherpe prioritering in de te controleren onderwerpen. Daarvoor wordt jaarlijks, voorafgaand aan het opstellen van het HUP, een risico-analyse uitgevoerd. De risico-analyse is uitgevoerd conform de aanpak die door het Expertisecentrum Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie is ontwikkeld in het kader van programmatisch handhaven. In deze aanpak wordt voor het bepalen van het risico de volgende formule gehanteerd:

Risico = kans op niet-naleving x negatief effect. De uiteindelijke risicoscore is bepaald door de volgende stappen te doorlopen. Per handhavingsdomein zijn handhavingsonderwerpen gekozen waaraan scores zijn toegekend met betrekking tot de ‘kans op niet naleving’ (hoe groot is de kans dat een doelgroep de regels niet naleeft) en het ‘negatief effect’ (hoe groot zijn de negatieve gevolgen als de regels niet worden nageleefd). Beide worden gescoord op een 5-puntenschaal, waarbij een maximale score van 25 is te behalen. De scores per handhavingsdomein zijn uniek en gebaseerd op de inschatting van de betrokken handhavers en zijn onderling niet te vergelijken. De uitkomsten van de risico-analyse zijn geordend op aflopend risico. Meer informatie over de risico-analyse staat omschreven in de Kadernota Handhaving en in het verslag Risico-analyse Fysieke leefomgeving - 2019. Voor de komende periode is er geen aanleiding om de risico-analyse te wijzigen. Voor het handhavingsdomein Veiligheid is het beleid van de gemeente Leeuwarden vastgelegd in de Veiligheidsagenda 2019 en 2023 en het Uitvoeringsprogramma veiligheid 2021 en 2022. Omdat hierin reeds een systematiek is opgenomen om de inzet voor de komende jaren te bepalen, is het domein Veiligheid niet in deze risico-analyse meegenomen.

16

4.4. MELDINGEN EN HANDHAVINGSVERZOEKEN De risico-analyse is bedoeld als leidraad om toezicht en handhaving in te zetten op de meest risicovolle onderwerpen (onderwerpen waarbij de kans op overtreding groot is). Vanwege de gelimiteerde capaciteit wordt aan diverse onderwerpen in de lagere prioritering in principe in mindere mate of zelfs geen aandacht besteed. Wanneer naar aanleiding van meldingen of handhavingsverzoeken toch inzet nodig blijkt, kan de inzet ten koste gaan van de gerichte inzet op prioritaire onderwerpen. Het streven is om elke melding af te handelen, maar gelet op prioritering kan in voorkomende gevallen worden besloten om dit niet of pas op een later moment te doen. We streven daarbij naar een hoge klanttevredenheid. Dit bereiken we onder meer door snel contact op te nemen met de melder.

5

WABO-domeinen

5. WABO-domeinen

Voor de Wabodomeinen heeft de gemeente een wettelijke opgedragen taak op het gebied van toezicht en handhaving.

Onder de Wabo-domeinen vallen Bouw, Brandveiligheid, Inrichtinggebonden milieu en Bodem. Daarnaast valt het strijdig gebruik van gronden/bouwwerken met het bestemmingsplan hier onder. Voor al deze domeinen heeft de gemeente een wettelijk opgedragen taak op het gebied van toezicht en handhaving.

Toezicht en handhaving omvat diverse werkzaamheden. Het uitvoeren van controles, zowel buiten als administratief, maar ook het opleggen van lasten onder dwangsom of toepassing van bestuursdwang en het afhandelen van meldingen en handhavingsverzoeken. Verder wordt gewerkt aan beleidsontwikkeling, advisering over vergunningen, opstellen van rapportages en programma’s en samenwerking met partners zoals Juridische en Veiligheidszaken (JVZ), Sociaal Domein en GGD.

18

5.1. BOUW Bij het onderdeel Bouw kunnen de volgende handhavingsonderwerpen onderscheiden worden:

*

Nr.

Handhavingsonderwerpen

Risicoscore*

1

Veiligheid evenementen

11,2

2

Bestaande bouwwerken

9,6

3

Strijdig planologisch gebruik bouwwerken

8,4

4

Sloopwerkzaamheden, inclusief asbest

7,8

5

Omgevingsvergunningen activiteit bouwen

6,0

6

Monumenten en beschermd stads- of dorpsgezicht

6,0

De prioriteit van de controles ligt vooral op het gebied van veiligheid, zoals constructieve veiligheid en brandveiligheid. Alleen door toezicht te houden kunnen overtredingen worden geconstateerd. Bij overtredingen voert de inspecteur overleg met de vergunninghouder en/of bouwkundig aannemer. Eerst wordt gekeken of de overtreding alsnog vergund kan worden. Als legalisatie niet mogelijk is, wordt de overtreder aangeschreven om de overtreding te beëindigen. Als bij hercontrole(s) blijkt dat de overtreding niet is opgeheven, wordt er een sanctie opgelegd. Bestaande bouwwerken

Risico = kans op niet-naleving x negatief effect. De schaal loopt van 0 (geen risico) tot 25 (hoog risico). Zie paragraaf 4.3 voor verdere toelichting.

Toezicht vindt plaats op basis van meldingen en zichtbare signalen vanaf de openbare weg. Gelet wordt op achterstallig onderhoud, vervuiling en verloedering van een bouwwerk. In 2021 zullen ongeveer 60 woningen worden gecontroleerd op achterstallig onderhoud, illegale bouw of gebruik. Meldingen kunnen aanleiding zijn voor bijzondere aandacht voor bijvoorbeeld specifieke straten of wijken. Indien nodig wordt dan nauwe samenwerking gezocht met andere toezichtdomeinen. Bij controles bij vervuilde woningen (hygiënisch ontoelaatbaar) op basis van het protocol ‘hygiënische woonoverlast’ assisteert team Toezicht en Handhaving de GGD. Situaties waarbij sprake is van een meervoudige problematiek worden afgestemd met de afdeling JVZ, het MOL (Meldpunt Overlast) en zo nodig het Veiligheidshuis. Hierbij is sprake van een integrale aanpak. Het gebruik van houtkachels neemt toe en daarmee ook de meldingen van overlast. Omdat goed stookgedrag overlast vermindert, plaatsen we bij aanvang van het stookseizoen een artikel met stooktips. Landelijk wordt gewerkt aan een stookalert. De mogelijkheden om op te treden tegen stookoverlast zijn zeer beperkt.

19

Strijdig planologisch gebruik bouwwerken Dit betreft het gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Controle vindt plaats na meldingen of handhavingsverzoeken en bij eigen waarnemingen. Sloopwerkzaamheden, inclusief asbest Deze taak betreft het houden van toezicht op werken waarvoor een sloopmelding is gedaan. Voor 2021 worden er circa 75 meldingen verwacht. Een groot deel (circa 80%) van de asbest-sloopmeldingen wordt administratief afgedaan. De bestaande werkvoorraad vanuit 2020 omvat nog ongeveer 425 sloopmeldingen. Sinds 1 januari 2020 wordt het toezicht op bedrijfsmatig asbestverwijdering door de FUMO uitgevoerd. Particuliere asbestverwijdering blijft onder toezicht van de gemeente, maar heeft geen prioriteit voor controle. Het accent van het toezicht ligt op gevallen waar de veiligheid en gezondheid in het geding zijn. Voornamelijk in dicht bebouwde gebieden wordt toezicht gehouden op de slooplocatie met het accent op geluid, trillingen, omgevingsveiligheid. Asbestsanering in de binnenstad is een aandachtspunt, in verband met mogelijke opvolgende (ver)bouwwerkzaamheden. Omgevingsvergunningen activiteit bouwen Voor het toezicht op bouwen houden we voor 2021 rekening met de gereedmelding van circa 450 vergunningen.

Ongeveer 90 vergunningen daarvan zijn naar verwachting voor het oprichten van woningen, wat ongeveer een totaal van 750 woningen behelst. Toezicht op kleine bouwwerken, zoals garages, uitbouwen en dakkapellen vindt plaats als de constructieve veiligheid in het geding is. In 2021 zullen er naar verwachting 15 grote, voor publiek toegankelijke, en 100 middelgrote bouwwerken (veelal

verbouwingen van publiek toegankelijke gebouwen en verbouwingen in de binnenstad) in uitvoering zijn. In 2021 worden naar verwachting 22 vergunningen verleend voor het wijzigen van de bestemming en verbouwen van een pand tot appartementencomplex. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is uitgesteld naar 2022 en wordt tegelijk met de Omgevingswet ingevoerd. Duidelijk is ook dat de wet invloed zal hebben op de taakuitoefening van de gemeente. Deze ontwikkeling zal leiden tot verschuivingen bij de gemeentelijke inzet op vergunningverlening, toezicht en handhaving bij de bouw, met personele gevolgen. Naast het verbeteren van de kwaliteitsborging in de bouw, beoogt deze wet de positie van de bouwconsument te versterken. De private kwaliteitsborging in de bouw betekent samengevat dat de technische bouwbesluittoets en het toezicht tijdens de bouw in de toekomst door private partijen wordt uitgevoerd. De gemeentelijke werkzaamheden voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen beperken zich tot een toets aan het bestemmingsplan, welstand en omgevingsveiligheid. De (repressieve) handhaving blijft echter een taak van de gemeente. Dit betekent dat de gemeente achteraf, na voltooiing van het bouwwerk, eventueel handhavend moet optreden. De verwachting is dat

20

dit tot meer juridische vervolgacties zal leiden. Monumenten en beschermd stads- of dorpsgezicht Dit betreft toezicht op werken waarvoor een omgevingsvergunning activiteit wijzigen monumenten of de activiteit slopen in beschermd stads- of dorpsgezicht is verleend. Voor 2021 zullen er naar verwachting 75 vergunningen verleend worden. Het toezicht heeft als doel de gebouwen te beschermen en bijzondere zichtbepalende waarden te behouden. Daarnaast reageren we op meldingen van illegale werkzaamheden bij monumenten. Direct handhavend optreden kan onomkeerbare schade aan de monumentale waarde van het monument en aantasting van het beschermd stads- of dorpsgezicht voorkomen.

5.2. BRANDVEILIGHEID

Nr.

Handhavingsonderwerpen

Risicoscore*

De onderwerpen die hoog scoren zijn met name die gebruiksfuncties waarbij gebruikers qua veilig vluchten afhankelijk zijn van anderen en/of waar wordt geslapen.

1

Woonfunctie voor kamergewijze verhuur

13,6

Algemeen

2

Woonfunctie boven winkels

12,8

3

Bijeenkomstfunctie (grote groepen personen)1

12,0

4

Logiesfunctie

10,2

5

Onderwijsfunctie (basisonderwijs)

9,6

6

Kinderdagverblijven

9,6

7

Woonfunctie voor zorg2

9,0

8

Onderwijsfunctie (voortgezet)

9,0

9

Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied

9,0

10

Winkelfunctie

8,0

11

Sportfunctie

7,8

12

Gezondheidszorgfunctie met bedgebied

7,2

13

Industriefunctie

6,6

14

Kantoorfunctie

6,0

15

Celfunctie (PI Leeuwarden)3

3,0

Bij het onderdeel Brandveiligheid kunnen de volgende handhavingsonderwerpen onderscheiden worden:

*

Doel van de controles bij brandveiligheid is primair het sturen op bewustwording van de regels bij de eigenaar en gebruiker(s) van het bouwwerk. Daarmee proberen wij het naleefgedrag op de onderdelen bewustzijn van verantwoordelijkheid en veilig kunnen vluchten aantoonbaar te verbeteren. Om de bewustwording te vergroten, wordt daar waar nodig voorlichting brandveilig gebruik gegeven en/ of informatiemateriaal verstrekt of ontwikkeld. Dit veelal in samenwerking met de Veiligheidsregio, die hierin een voortrekkersrol heeft. Periodiek vindt er afstemming met de Veiligheidsregio plaats en worden er netwerkbijeenkomsten georganiseerd. Het aantal controles per gebruiksfunctie is gebaseerd op het structureel bijgehouden naleefgedrag vanaf 2016.

Risico = kans op niet-naleving x negatief effect. De schaal loopt van 0 (geen risico) tot 25 (hoog risico). Zie paragraaf 4.3 voor verdere toelichting.

1. Bouwwerken waar grote groepen mensen bijeenkomen, zoals discotheken, WTC expo, Cambuurstadion, De Harmonie. 2. Daartoe geschikt zijnde woningen van een zorgaanbieder waarin professionele zorg wordt aangeboden. 3. De penitentiaire Inrichting heeft zelf veel aandacht voor het onderwerp brandveiligheid wat de kans op niet-naleving kleiner maakt en de voorzieningen zijn op orde. Dit maakt dat de PI laag scoort in de risicoscores.

21

Woonfunctie voor kamergewijze verhuur

Bijeenkomstfunctie (grote groepen personen)

Kinderdagverblijven

Panden met een woonfunctie voor kamergewijze verhuur (5 wooneenheden of meer) moeten voldoen aan extra voorschriften voor brandveiligheid en een melding brandveilig gebruik hebben. Bij de controles hierop wordt sterk gestuurd op bewustwording van de brandveiligheidsvoorschriften bij zowel de eigenaren als de huurders. In samenwerking met de Veiligheidsregio Fryslân en Leeuwarden Studiestad wordt de doelgroep studenten door voorlichting bewust gemaakt van brandveiligheidsvoorschriften. Gezien de grote doorstroom van bewoners van kamerverhuur worden deze panden eens in de vier jaar gecontroleerd. Van de 223 geregistreerde panden (welke allemaal minimaal eenmaal door ons zijn gecontroleerd) worden 55 panden opnieuw gecontroleerd.

Bij met name de grotere uitgaansgelegenheden (17 stuks) zijn relatief veel personen aangewezen op een beperkt aantal vluchtwegen. In combinatie met veel personen per m2 en drankgebruik levert dat extra risico’s (en dus mogelijk slachtoffers) op bij het veilig kunnen vluchten. In 2021 zullen wij 4 panden controleren.

Het gaat hier om kinderdagverblijven met dagverblijf van meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar. Als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen wordt deze gebruiksfunctie steeds meer ondergebracht in of bij basisscholen (vorming integraal kindcentrum (IKC)). In 2021 zullen 20 van de 72 kinderdagverblijven gecontroleerd worden.

Woonfunctie boven winkels Uit de steekproef over wonen boven winkels, zoals deze in 2016 aan de raad is aangeboden, blijkt dat in deze panden een verhoogd brandveiligheidsrisico is. Eigenaren zijn hier primair verantwoordelijk voor, samen met de bewoners en gebruikers. Het binnentreden van winkels is niet aan privacyrestricties gebonden. In 2021 zullen wij bij ongeveer 30 winkels de brandscheiding met de woning(en) controleren. Gezien de impact die het nemen van (vaak onverwachte) maatregelen voor de winkeliers en eigenaren heeft, vergt dit taakonderdeel relatief veel inzet.

Logiesfunctie Bij dit onderwerp gaat het om recreatief verblijf of tijdelijk onderdak bieden aan personen. Zodra er aan meer dan 10 personen onderdak wordt geboden, heeft men een omgevingsvergunning brandveilig gebruik nodig. Denk hierbij aan hotels en hostels. Op basis van de verleende omgevingsvergunning brandveilig gebruik worden deze gebouwen periodiek gecontroleerd. In 2021 zullen er 12 van de 29 panden worden gecontroleerd.

Bed&Breakfast (B&B) Kleinschalig gebruik (maximaal 2 kamers van een woning) voor B&B valt onder de normale woonfunctie. Betreft het meer kamers, maar wordt er aan niet meer dan 10 personen onderdak geboden, dan vinden er geen gerichte controles plaats. Deze panden dienen overigens wel aan de (vrij strenge) eisen van een logiesfunctie te voldoen. Onderwijsfunctie (basisonderwijs) Brandveiligheid van de basisscholen is primair gericht op veilig vluchten (denk in dit verband aan het vrijhouden van gangen zodat vluchtroutes niet geblokkeerd worden) en secundair op de beheersbaarheid van brand (redden personen en voorkomen schade aan belendingen). In 2021 zullen er bij 20 van de 64 basisscholen controles worden uitgevoerd. Brandweer Fryslân bezoekt jaarlijks een aantal scholen om met name voorlichting te geven aan de leerlingen.

22

Woonfunctie voor zorg Het gaat hierbij vooral om de grotere bouwwerken zoals verzorgingshuizen en multifunctionele centra. Als gevolg van de verschuivingen in de zorg zien we ook steeds meer kleinschalige ontwikkelingen. In 2021 zullen er bij de 34 bouwwerken 17 reguliere controles uitgevoerd worden. Extra aandacht zal aan de organisatorische aspecten van veilig kunnen vluchten worden besteed omdat de bewoners gemiddeld genomen steeds minder zelfredzaam zijn. Bij 5 wooneenheden of meer (zie bij Woonfunctie voor kamergewijze verhuur) is vaak ook sprake van ‘kamergewijze verhuur’. Bij een dubbelfunctie worden deze in verband met zwaardere Bouwbesluit-eisen qua prioritering meegenomen bij de ‘woonfunctie voor zorg’. Het verlenen van zorg door een professionele zorgaanbieder aan bewoners van een ‘normale’ woning (geen relatie eigendom/huur met de zorgverlener) valt niet onder de ‘woonfunctie voor zorg’. Wij volgen hierin het standpunt van de minister, dat de brandveiligheid bij deze categorie gebouwen de verantwoording is van de eigenaar en/of huurder. Voorbeeld van een dergelijk gebouw: flatgebouw met daarin veel ouderen geconcentreerd, die zorg op afroep thuis krijgen.

5.3. INRICHTINGGEBONDEN MILIEU Het gaat bij dit domein primair om de naleving van milieuwetgeving bij bedrijven of bedrijfsmatige activiteiten en het toezicht op de naleving van de geluidsvoorschriften bij evenementen. Bij het onderdeel milieu worden de volgende handhavingsonderwerpen onderscheiden:

*

De onderwerpen hiernaast zijn speerpunten bij de uitvoering van onderstaande controles. Controles milieu inrichtingen Bij de reguliere en opleveringscontroles worden alle thema’s uit de risico-analyse meegenomen. Wij controleren bedrijven die potentieel risicovol zijn en/ of een slecht naleefgedrag vertonen en/of bedrijven waarbij aspecten aan de orde zijn die lokale, regionale en/of landelijke prioriteit hebben. Hieronder valt ook het in behandeling nemen van meldingen over bedrijven, bedrijfsmatige activiteiten en muziekevenementen.

Nr.

Handhavingsonderwerpen

Risicoscore*

1

(Externe) veiligheid (brand-, explosiegevaar, giftige stoffen, waarborgen veiligheid)

17,6

2

Afval (afgifte/opslag (gevaarlijke) afvalstoffen)

13,6

3

Indirecte lozingen (vetafscheiders, oliebenzineafscheider, giftige stoffen)

12,8

4

Geluidsoverlast

12,0

5

Energie (energieverspilling, energiebesparing

8,0

6

Bodemverontreiniging (bodem warmte/koude opslag)

7,8

• risicovolle activiteiten zoals de opslag, productie of verwerking van of met behulp van gevaarlijke stoffen. Dit zijn bijvoorbeeld de bedrijven die een opslag hebben waar aan­vullende veiligheidsrichtlijnen, vanuit de PGS-15 (publicatiereeks gevaarlijke stoffen), op van toepassing zijn;

7

Luchtverontreiniging (ammoniak stoffen die de ozonlaag aantasten, stofoverlast)

6,8

• grotere kans op incidenten, overlast en overtredingen omdat ze de milieuregels slecht naleven;

8

Geuroverlast

4,8

• grotere kans op niet-naleving van de milieuregels omdat ze al langere tijd niet gecontroleerd zijn.

9

Lichthinder

3,2

10

Trillingsoverlast

2,0

Onder potentieel risicovol vallen bedrijven met:

Risico = kans op niet-naleving x negatief effect. De schaal loopt van 0 (geen risico) tot 25 (hoog risico). Zie paragraaf 4.3 voor verdere toelichting.

23

Inrichtingen zijn ingedeeld op basis van milieubelasting en risico’s waarbij categorie 4 de klasse is met de grootste risico’s en categorie 1 met de kleinste. Categorie 4 inrichtingen worden jaarlijks gecontroleerd, categorie 3 inrichtingen eenmaal per twee jaar en categorie 2 eenmaal in de vijf jaar en categorie 1 eenmaal in de 10 jaar. In 2021 staan 56 reguliere controles op het programma en houden we rekening met 30 tot 40 opleveringscontroles.

Projectmatige controles Projectmatige controles zijn veelal gericht op één thema. Hierbij kan gedacht worden aan het thema brand- en explosiegevaar als een bedrijf een gasflessenopslag heeft of het thema geluidsoverlast bij een horecabedrijf en/of evenement of het thema (brand)veiligheid en energiezuinigheid bij ‘grote’ stookinstallaties en de daarbij behorende SCIOS-keuring. Er wordt gekeken naar slechts één of enkele aspecten van de milieuwetgeving. Inrichtingen die niet onder één van de projecten vallen worden periodiek jaarlijks of eens per 2 of 5 jaar gecontroleerd, zie voorgaande paragraaf. Op deze manier wordt voorkomen dat deze niet meer gecontroleerd worden. Opleveringscontroles meldingsplichtige bedrijven We verwachten in 2021 75 tot 100 nieuwe of gewijzigde inrichtingen. Aan de hand van de uitkomsten van de risico-analyse wordt een keuze gemaakt welke van de nieuwe of overgenomen bedrijven er gecontroleerd gaan worden. Bedrijven worden zoveel mogelijk in de opstart-/ beginfase gecontroleerd om te kijken of de benodigde voorzieningen die zij moeten treffen zijn gerealiseerd. Hierbij kan, afhankelijk van de bedrijfsvoering, gedacht worden aan een olie-benzineafscheider, vetafscheider, vloeistofdichte vloer of brandwerende kluis.

Daarnaast geldt specifiek voor exploitanten van cafés, discotheken en restaurants, dat zij zoveel als mogelijk voorafgaand aan de opening van hun bedrijf worden geïnformeerd over het aspect geluid en geur. Ook wordt een beoordeling gemaakt of voor deze bedrijven/doelgroep maatwerkvoorschriften (gedragsvoorschriften) moeten worden opgelegd. Dit om eventuele overlastsituaties te voorkomen.

Inventarisatie van bedrijven en/of bedrijfsmatige activiteiten op industrieterreinen Om adequaat te kunnen reageren op meldingen en zicht te houden op risicovolle bedrijven dient het bedrijveninformatiesysteem actueel te zijn. Niet ieder bedrijf doet uit zichzelf een melding of vraagt een vergunning aan. Tijdens de controles wordt dan ook scherp in de gaten gehouden of er nieuwe bedrijven in de omgeving zijn bijgekomen. Daarnaast wordt hiervoor de informatie over bedrijven bij de Kamer van Koophandel en op internet in de gaten gehouden. Op basis hiervan wordt bekeken of een bedrijf een melding moet indienen, een vergunning aan moet vragen en/of moet worden bezocht.

Geluidsoverlast Toezicht op geluidsoverlast vindt plaats bij evenementen, horecagelegenheden en bedrijven waarover wij meldingen van geluidsoverlast hebben ontvangen. Veel overlastsituaties vinden plaats buiten kantooruren. Naast de geluidsoverlast, die samenhangt met horecagelegenheden en muziekevenementen, kan gedacht worden aan geluid van koelingen, ventilatoren en laden/lossen. Vaak zijn overlastsituaties in de nachtelijke uren, tussen 23:00 uur en 07:00 uur. De inzet ten behoeve van overlastmeldingen kan van invloed zijn op de beschikbare capaciteit voor reguliere- en opleveringscontroles.

In het kader van het Keurmerk Veilig Ondernemen, wordt deelgenomen aan de tweejaarlijkse schouw op de bedrijventerreinen en/of centra in Leeuwarden, Stiens en Grou. Ook dan wordt gekeken naar eventuele veranderingen van bedrijven en locaties.

Om adequaat te kunnen reageren op meldingen en zicht te houden op risicovolle bedrijven moet het bedrijven­ informatie­stysteem actueel te zijn. 24

Energie Inrichtingen met een middelgroot- en groot energieverbruik moeten alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van <5 jaar uitgevoerd hebben. Voor deze inrichtingen geldt dat ze in het eLoket van RVO moeten rapporteren welke besparende maatregelen zijn toegepast. Dit biedt een kans om ondernemingen aan te moedigen maar ook te verplichten serieus met energiebesparing aan de slag te gaan. De lange termijn ambitie en ‘de stip op horizon’ is dat de ondernemingen in onze gemeente vóór 1 juli 2023 alle besparende maatregelen met een terugverdientijd <5 jaar en een zelfstandig vervangingsmoment hebben toegepast. Achterblijvers zijn in beeld gebracht en vervolgens geïnformeerd en gevraagd de rapportage in te dienen. Heeft een inrichting nog niet gerapporteerd dan vervolgen we in 2021 ons handhavingstraject. De inrichtingen in het eLoket zijn per brief ingelicht over de voorschriften voor energiebesparing en hebben een termijn gekregen voor de uitvoer van de besparende maatregelen. Energiebesparing wordt al standaard meegenomen bij milieucontroles. Daarnaast wordt bij een selectie organisaties een fysiek bezoek uitgevoerd om de gedane melding te controleren en te kijken of een bedrijf nog kan besparen.

Om de klimaatdoelstellingen voor energiebesparing versneld dichterbij te brengen biedt Rijkswaterstaat ondersteuningsregelingen aan: de “versterkte uitvoering energiebesparings- en informatieplicht”. Hier wordt gebruik van gemaakt en is een plan van aanpak ingediend bij Rijkswaterstaat.

Op basis van cijfers verkregen van een marktpartij (opdracht RVO) lijken nog zo’n 1100 bedrijven buiten beeld te zijn. In de loop van 2021 brengen we met informatie gestuurd- en fysiek onderzoek de achterblijvers in beeld en worden deze aangeschreven. Er is een netwerk gevormd waarbinnen kennis, (brief) formats, strategie en ervaringen uitgewisseld worden. Achterliggende gedachte hierbij is gemeenten en FUMO te verbinden voor het gemeenschappelijk doel. Per 1 januari 2023 geldt voor kantoren de energielabel C-verplichting. Kantoren waar dit op van toepassing is worden in beeld gebracht en aangeschreven. In de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) worden systeemeisen voorgeschreven voor de verbetering van de energieprestatie van technische bouwsystemen. De richtlijn is op 10 maart 2020 geïmplementeerd in de Nederlandse wet- en regelgeving. Er wordt onderzocht hoe het toezicht op EPBD III kan worden vormgegeven. FUMO (Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing) Op 1 juli 2017 trad het Besluit tot wijziging van het Besluit Omgevingsrecht (verbetering vergunning­ verlening, toezicht en handhaving) in werking. Dit besluit regelt welke Wabo-taken als basistaak bij een omgevingsdienst moeten worden ondergebracht. De FUMO, de omgevingsdienst in Fryslân, voert voor alle bevoegde gezagen in Fryslân deze taken uit.

De gemeente Leeuwarden is hierin opdrachtgever, bevoegd gezag en het aanspreekpunt voor de bedrijven die gecontroleerd worden of waarvoor een vergunning wordt verleend. Wabo-taken die niet onder het basistakenpakket vallen, de zgn. ‘thuistaken’ worden door de gemeente zelf uitgevoerd.

25

Voor het jaar 2021 wordt door de FUMO en de Friese bevoegde gezagen een gezamenlijk ‘Programma VTH Basistaken Fryslân’ opgesteld. Dit programma wordt opgesteld op basis van het VTH beleid voor de basistaken in Fryslân. Op dit moment is dat beleid nog niet vastgesteld, maar wordt al wel vast als uitgangspunt genomen. Als basis is een risicomodel opgesteld met daarin alle basistaakinrichtingen. Aan alle branches en activiteiten zijn risico’s toegekend op basis van expert judgement en ervaringen elders in het land. Dit programma voldoet aan het Besluit omgevingsrecht. Vanaf 2021 vallen circa 250 inrichtingen onder het basistakenpakket. De FUMO heeft aangegeven, naast de capaciteit voor het Fryslânbreed Uitvoeringsprogramma, ca. 50 inrichtingen die onder het basistakenpakket vallen te kunnen bezoeken voor een milieucontrole. De Fryslânbrede projecten richting zich onder andere op ‘vuurwerkopslagen, ‘biovergisters’, ‘indirecte lozingen bij de voedingsmiddelenbranche’, ‘toezicht informatieplicht energie’. Daarnaast worden op basis van het risicomodel uit het VTH beleid voor de Basistaken inrichtingen gecontroleerd. Daarnaast is de FUMO verantwoordelijk voor de projecten die zich Fryslân-breed richten op het ketentoezicht. Voor 2021 staan de projecten ‘Weelabex’, ‘grondstromen’ en ‘afval’ in het programma.

Inrichtingen met een middelgrooten groot energieverbruik moeten alle energie­besparende maatregelen met een terugverdientijd van <5 jaar uitvoeren.

26

5.4. BODEM Bij het onderdeel Bodem kunnen de volgende handhavingsonderwerpen onderscheiden worden:

*

Nr.

Handhavingsonderwerpen

Risicoscore*

1

Sanering ernstige gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987)

9,6

2

Toepassen grond en baggerspecie op of in de bodem

7,2

3

Opslag van grond, bagger en bouwstoffen

7,2

4

Zorgplicht saneringen (ontstaan vanaf 1987)

6,6

5

Nazorgmaatregelen op locaties waar na sanering restverontreiniging is achterge­bleven

6,6

6

Toepassen van bouwstoffen (menggranulaat, asfaltgranulaat, betonklinkers e.d.)

4,4

Sinds 2003 is de gemeente Leeuwarden bevoegd gezag voor de Wet bodembescherming (Wbb). De Wbb bevat onder andere regels voor het uitvoeren van bodemonderzoeken en bodemsaneringen. Daarnaast zijn wij bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Het Bbk stelt onder andere regels aan het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen. Dit betekent dat wij verantwoordelijk zijn voor het houden van adequaat toezicht op de Wbb en het Bbk. De aanpak is sinds 2003 conform de landelijk vastgestelde Handhaving Uitvoeringsmethode Wet bodembescherming (HUM Wbb) en de Handhaving Uitvoeringsmethode Besluit bodemkwaliteit (HUM Bbk). Ook in 2021 zal deze aanpak worden gecontinueerd.

Risico = kans op niet-naleving x negatief effect. De schaal loopt van 0 (geen risico) tot 25 (hoog risico). Zie paragraaf 4.3 voor verdere toelichting.

Sinds 1 juli 2017 is de Wet VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) van kracht. In deze wet is aangegeven dat gemeenten onder andere taken, die gerelateerd zijn aan de Wbb en het Bbk, over moeten dragen aan een regionale uitvoeringsdienst. Daarom heeft de gemeente Leeuwarden per 01-01-2020 de wettelijke bodemtaken (Wbb en Bbk) overgedragen aan de FUMO. De FUMO voert de taken in opdracht van de gemeente Leeuwarden uit conform de doelen die in dit HUP worden gesteld. Het toezicht binnen het domein Bodem bestaat uit zowel administratief toezicht als controles in het veld.

27

Sanering ernstige gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987) Op grond van gegevens van voorgaande jaren is de verwachting dat er in 2021 in de gemeente Leeuwarden door diverse markpartijen rond de 30 bodemsaneringen per jaar worden uitgevoerd. Ongeveer twee derde van deze saneringen is minder prioritair en wordt uitgevoerd onder het Besluit Uniforme Saneringen en heeft grotendeels betrekking op kabel- en leidingwerkzaamheden. Door vooroverleg en controle tijdens de saneringen ligt het naleefgedrag voor dit onderwerp al enige jaren boven de 90%. Voor 2021 willen we dit percentage boven de 90% houden door 20 tot 25 saneringslocaties ten minste één keer te bezoeken. Toepassen grond en baggerspecie op of in de bodem Het aantal gemelde toepassingen van grond en/ of baggerspecie in de gemeente Leeuwarden ligt in 2021 naar verwachting rond de 250 toepassingen. Het naleefgedrag van de daarvoor geldende regelgeving ligt rond de 80%. Het streven is om dit percentage in 2021 te handhaven dan wel te verbeteren. Alle meldingen worden beoordeeld en een deel van de meldingen wordt feitelijk gecontroleerd. De controles worden uitgevoerd volgens een risicomatrix, waarbij van meldingen met een hoog risico een hoger percentage (circa 25%) wordt gecontroleerd dan van meldingen met een matig of laag risico (circa 10%).

Naar verwachting worden op deze manier circa 60 tot 80 toepassingen daadwerkelijk gecontroleerd. Daarnaast wordt surveillance uitgevoerd om niet gemelde toepassingen op te sporen en wordt voorlichting gegeven omtrent Wbb en Bbk aan betrokken partijen.

Opslag van grond, bagger en bouwstoffen

Klachten/meldingen

Het aantal keren dat sprake is van depotvorming ligt naar verwachting rond de 50 keer per jaar. Het naleefgedrag ligt rond de 80%. We streven ernaar om dit percentage in 2021 te handhaven dan wel te verbeteren door onder andere het controleren van alle meldingen voor depotvorming. Ook hier geldt dat surveillance wordt uitgevoerd om niet gemelde depots op te sporen en er wordt voorlichting gegeven omtrent Wbb en Bbk aan betrokken partijen.

Naar aanleiding van klachten en meldingen wordt actief toezicht uitgevoerd. Naar verwachting gaat het in 2021 om circa 10 tot 15 meldingen.

Zorgplicht saneringen (ontstaan vanaf 1987) Per jaar worden ongeveer 2 tot 4 zorgplichtsaneringen uitgevoerd. Bodemverontreinigingen die zijn ontstaan op of na 1 januari 1987 vallen onder het zorgplichtartikel van de Wet Bodembescherming en moeten, indien mogelijk, geheel worden opgeruimd. Het naleefgedrag is vergelijkbaar met dat van de saneringen van gevallen die voor 1987 zijn ontstaan en ligt boven de 90%. Voor 2021 willen we dit percentage boven de 90% houden. Grote infrastructurele werken Naast de geprioriteerde onderwerpen zal er in 2021 extra aandacht zijn voor de Grootschalige Bodemtoepassing (GBT) die in het verleden nabij het toekomstige buurtschap Unia in de wijk Zuidlanden in Leeuwarden is gerealiseerd. Vanwege gewijzigde plannen moet de GBT worden verplaatst. Een deel van de GBT is destijds gerealiseerd met schone grond; deze grond wordt binnen de Zuidlanden verwerkt.

28

Samenwerking Vanwege grondtransporten en toepassingen van grond en/of bagger binnen of buiten de gemeente Leeuwarden is er regelmatig contact met onder meer de andere Friese gemeenten, de Provincie, Wetterskip Fryslân en, in mindere mate, met de politie. Nu de FUMO het toezicht binnen het domein Bodem uitvoert, wordt dat niet anders. Op deze manier wordt gezamenlijk beter grip verkregen op grondstromen over de gemeentegrens heen. Er is geen sprake van structurele ketenhandhaving, maar van een oog- en oorfunctie voor elkaar.

6

Fysieke openbare ruimte, bijzondere wetten en veiligheid

6. Fysieke openbare ruimte, bijzondere wetten en veiligheid In dit hoofdstuk staat de beschrijving van de handhavingsdomeinen Fysieke openbare ruimte, Bijzondere wetten en Veiligheid.

6.1. FYSIEKE OPENBARE RUIMTE Stadstoezicht houdt toezicht en handhaaft in de fysieke openbare ruimte en heeft hierbij tien vaste taakvelden. Daarnaast wordt ook inzet gepleegd voor de domeinen Bijzondere wetten en Veiligheid; zie paragrafen 6.2 en 6.3.

*

Nr.

Handhavingsonderwerpen

Risicoscore*

1

Verkeer

20,0

2

Afval

14,4

3

Honden

14,4

4

Gebruik openbare ruimte

9,0

5

Evenementen

8,4

6

Ligplaatsen

5,6

7

Reclame

4,4

8

Graffiti en zwerfafval

4,4

9

Groen en bomen

2,0

10

Markt en standplaatsen

1,2

Risico = kans op niet-naleving x negatief effect. De schaal loopt van 0 (geen risico) tot 25 (hoog risico). Zie paragraaf 4.3 voor verdere toelichting.

30

Verkeer Binnen het onderwerp Verkeer komen verschillende onderwerpen aan bod, waaronder parkeercontrole, doorstroming verkeer en fietsverwijdering. Parkeercontrole De gemeente Leeuwarden kent diverse parkeerregiems: betaald parkeren, vergunninghouderzones en blauwe zones. In het kader van parkeerregulering en de verbetering van de naleving van de wet- en regelgeving, wordt gesurveilleerd op het hebben van een geldig parkeerrecht. De stad Leeuwarden kent een groot parkeerbestand en het is gewenst dat er efficiënt en doelmatig gebruik wordt gemaakt van de parkeerplaatsen. Met in achtneming van het vorenstaande en de omstandigheid dat er sprake is van beperkte capaciteit, wordt daarom prioriteit gegeven aan toezicht en handhaving in de stad (binnenstad en blauwe-zone). Excessen buiten het voornoemd gebied worden op basis van meldingen meegenomen, mede door de wijkagent. Ook in Grou vindt toezicht en handhaving plaats (blauwe zone en vergunninghouders), waarbij de frequentie van toezicht in de zomermaanden wordt verhoogd. Naast uitschrijven van bekeuringen (onder andere voor fout parkeren, parkeren zonder vergunning, negeren inrijverbod) vindt handhaving ook plaats door middel van het opleggen van naheffingsaanslagen voor het parkeren zonder parkeerrecht. Medio 2020 zijn alle bestaande parkeerautomaten in de stad Leeuwarden omgebouwd en kennen deze een zogeheten ‘kenteken-module’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=26028f2d-64e4-4a02-865c-156fe57e077f