CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigde GR Hûs en Hiem

Besluitvorming (raad) 19 juni 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Voorstel tot instemming gewijzigde Gemeenschappelijke regeling Hûs en Hiem11.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Na artikel 12 wordt een nieuw artikel 12a ingevoegd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst [Artikel 12 Burgerparticipatie Het Algemeen Bestuur kan bepalen wanneer en op welke wijze over de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 6 inwoners van de deelnemers en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld hun mening te geven.]

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

[artikel 21 1. Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, zulks met inachtneming van artikel 24 van de wet. 3. Het Algemeen Bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, zulks met inachtneming van artikel 25 van de wet.]

[artikel 21 1. Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, zulks met inachtneming van artikel 24 van de wet. 2. Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur van een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie in, zulks met Inachtneming van artikel 24a van de wet. 3. Het Algemeen Bestuur kan commissies instellen met het oog op de

11

behartiging van bepaalde belangen, zulks met inachtneming van artikel 25 van de wet.J

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

[Artikel 25 1. Elke gemeente regelt binnen haar eigen bestuur de spelregels ten aanzien van het verstrekken van informatie en het afleggen van verantwoording door het lid van het Algemeen Bestuur. 2. Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk leggen uit eigen beweging aan het Algemeen Bestuur verantwoording af over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur. 3. Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur uit eigen beweging alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 4. Het Algemeen Bestuur kan besluiten een lid van het Dagelijks Bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit. 5. Het college kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit.]

Artikel 25 1. Elke gemeente regelt binnen haar eigen bestuur de spelregels ten aanzien van het verstrekken van informatie en het afleggen van verantwoording door het lid van het Algemeen Bestuur. 2. Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk leggen uit eigen beweging aan het Algemeen Bestuur verantwoording af over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur. 3. Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur uit eigen beweging alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 4. Het Algemeen Bestuur kan besluiten een lid van het Dagelijks Bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit. 5. Het college kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit. 6. Het bestuur verstrekt schriftelijk aan de deelnemende colleges of via de colleges aan de deelnemende raden ongevraagd de informatie die nodig is om een juist beeld te verkrijgen van de uitvoering van de overgedragen en opgedragen taken als bedoeld in artikel 6.]

Paragraaf 12 Archiefvorming wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

§ 12 ARCHIEFVORMING

§ 12 ARCHIEF

[Artikel 27 I.Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het lichaam overeenkomstio een door hel Algemeen Bestuur, met inachtneming van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling, welke aan Gedeputeerde Staten moet worden meegedeeld.

[Artikel 27 Archiefzorg Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam.

Artikel 27a Archiefbeheer 1. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het lichaam, alsmede van

<

12

ZDe secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het lichaam, alsmede van de commissies, bedoeld in § 8.

3. Gedeputeerde Staten oefenen overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk IX van het Archiefbesluit toezicht uit op de zore voor en het beheer van de archiefbescheiden. 4. De archiefbescheiden worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van het Rijksarchief of van de gemeente aan te wijzen door het Algemeen Bestuur. 5. Bij opheffing van deze regeling worden de nog niet ingevolge het vorige lid overgebrachte archief- bescheiden geplaatst in die archiefbewaarplaats.]

de commissies, bedoeld in § 8, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam alsmede van de commissies, bedoeld in § 8, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.

Artikel 27b Archiefbewaarplaats Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt door het algemeen bestuur aangewezen een archiefbewaarplaats aangewezen.

Artikel 27c Toezicht Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van Gedeputeerde Staten. Artikel 27d Verantwoording 1. De archivaris van Gedeputeerde Staten brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam.

Artikel 27e Terbeschikkingstelling 1. De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 2. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd.

*

13

3. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.] Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd;

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

[Artikel 31 1. Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. Het Dagelijks Bestuur biedt jaarlijks een ontwerpbegroting, alsmede een meerjarenraming voor een aaneensluitend tijdvlak van tenminste drie jaren, aan. Zowel de ontwerpbegroting als de meerjarenraming worden acht weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden, door het Dagelijks bestuur toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, lid 2, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 4. De raden kunnen over de ontwerpbegroting en de meerjarenraming van hun zienswijze doen blijken. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren bij de ontwerpbegroting en de meerjarenraming, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. 5. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast vóór 15 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen. 6. Terstond na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur, zo nodig, de begroting en de meerjarenraming aan de raden.

Deze kunnen van hun zienswijze doen blijken bij Gedeputeerde Staten.] 7. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 1_ augustus aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 31 Begroting 1. Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. Het Dagelijks Bestuur biedt jaarlijks een ontwerpbegroting, alsmede een meerjarenraming voor een aaneensluitend tijdvlak van tenminste drie jaren, aan. Zowel de ontwerpbegroting als de meerjarenraming worden twaalf weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden, door het Dagelijks bestuur toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, lid 2, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 4. De raden kunnen over de ontwerpbegroting en de meerjarenraming van hun zienswijze doen blijken. Het dagelijks bestuur stelt de vertegenwoordigende organen voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast vóór 15 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen. 6.

Terstond na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur, zo nodig, de begroting en de meerjarenraming aan de raden. Deze kunnen van hun zienswijze doen blijken bij Gedeputeerde Staten. 7. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15 september aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:

14

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

[Artikel 38 1. Een college kan, na vooraf verkregen toestemming van de raad van die gemeente, besluiten uit deze regeling te treden. 2. Uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar, mits een daartoe strekkend besluit tenminste één jaar tevoren aan het Algemeen Bestuur toegezonden is. 3. Het Algemeen Bestuur stelt de financiële en eventueel andere voorwaarden vast waaronder uittredino plaatsvindt.]

[Artikel 38 Uittreding 1. Een college kan, na vooraf verkregen toestemming van de raad van die gemeente, besluiten uit deze regeling te treden. 2. Uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar, mits een daartoe strekkend besluit tenminste één jaar tevoren aan het Algemeen Bestuur toegezonden is. 3. Na ontvangst van de in het tweede lid vermelde kennisgeving wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een uittredingsplan op te stellen dat ten minste inzicht geeft in alle kosten, die direct en indirect samenhangen met de uittreding. De kosten van het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. Het uittredingsplan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. 4. De uittredende deelnemer verplicht zich het personeel dat is belast met de uitvoering van de door deze deelnemer opgedragen taken over te nemen of, indien dit niet mogelijk is, daarvoor een schadeloosstelling te betalen. Het algemeen bestuur stelt de omvang van het toe te wijzen personeel of de hoogte van die schadeloosstelling vast op basis van de begroting over het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de uittreding betrekking heeft en kan daarbij een nader te bepalen overbruggingsperiode vaststellen. 5. Het Algemeen Bestuur regelt de verdere gevolgen van de uittreding. 6.

Het lichaam en de uittredende deelnemer spannen zich in om de nadelige financiële gevolgen van de uittreding, bedoeld in het vierde lid, zoveel mogelijk te beperken.] ____

Na artikel 38 wordt een nieuwe artikel 38a ingevoegd

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

[Artikel 38a Uittredingsplan en uittreedsom

15

1. Het in artikel 38, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die een direct en indirect gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2. Bij het berekenen van de uittreedsom worden de volgende uitgangspunten en aannames gehanteerd: a. De uittreedsom is een vergoeding voor de werkelijke schade die de GR leidt en die rechtstreeks het gevolg is van de uittreding van een deelnemer. Voor zover toepassing van het uittredingsplan niet leidt tot vergoeding van de werkelijke schade, kan het Algemeen Bestuur de uittreedsom op andere wijze berekenen. b. De tarieven die bij de deelnemers in rekening worden gebracht dekken de kosten die de GR maakt voor 100%. De kostenstructuur bestaat nagenoeg uitsluitend uit vaste lasten. Er wordt daarom van uitgegaan dat de schade die de GR als gevolg van uittreding per jaar lijdt, gelijk is aan de jaarlijkse inkomstenderving. c. De jaarlijkse inkomstenderving is gelijk aan de gemiddelde jaarinkomsten die zijn verworven bij de uittredende deelnemer, berekend over de periode van drie jaar direct voorafgaand aan het jaar waarin het besluit tot uittreding aan het Algemeen Bestuur is toegezonden. d.

De termijn die de GR nodig heeft om in te spelen op de uittreding en waarover de GR dus schade lijdt, is vier jaar. e. De uittreedsom bedraagt derhalve vier keer de gemiddelde jaarlijkse inkomsten die de GR verwerft bij de uittredende deelnemer en die worden berekend zoals aangegeven onder c. Van dit bedrag wordt het aandeel van de uittredende deelnemer in de Algemene Reserve per 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van uittreding, afgetrokken. Het bedrag is exclusief BTW. 3. De uittredende deelnemer is gehouden de uittreedsom uiterlijk ter

16

gelegenheid van diens uittreding te voldoen.]

Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

[Artikel 39 1. Deze regeling kan worden gewijzigd indien de colleges van tenminste 2/3 deel der gemeenten daartoe een eensluidend besluit nemen, met uitzondering van artikel 5. Voor wijziging van het hiervoor genoemde artikel is unanimiteit vereist. 2. Een college dat wijziging wenselijk acht, richt het daartoe strekkende voorstel aan het Algemeen Bestuur. 3. Indien het Algemeen Bestuur of één of meer colleges wijziging wenselijk achten, doet het Algemeen Bestuur een daartoe strekkend voorstel aan de raden.]

[Artikel 39 Wijziging 1. Deze regeling kan worden gewijzigd indien de colleges van tenminste 2/3 deel der gemeenten daartoe een eensluidend besluit nemen, met uitzondering van artikel 5. Voor wijziging van het hiervoor genoemde artikel is unanimiteit vereist. 2. Een college dat wijziging wenselijk acht, richt het daartoe strekkende voorstel aan het Algemeen Bestuur. 3. Indien het Algemeen Bestuur of één of meer colleges wijziging wenselijk achten, doet het Algemeen Bestuur een daartoe strekkend voorstel aan de raden. 4. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijzen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling naar voren brengen.]

Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

[Artikel 40 1. Deze regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de colleges van tenminste 2/3 deel van de gemeenten. 2. In geval van opheffing wordt het Dagelijks Bestuur met de liquidatie van de dienst belast. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, de raden gehoord, vastgesteld. 3. Ter uitvoering van de liquidatie blijft het Dagelijks Bestuur zo nodig na het tijdstip van opheffing van de regeling in functie. 4. Een batig saldo komt ten bate, een nadelig saldo wordt naar verhouding van het inwonertal van de gemeenten op 1 januari

[Artikel 40 Opheffing 1. Deze regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de colleges van tenminste 2/3 deel van de gemeenten. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. 2. In geval van opheffing wordt het Dagelijks Bestuur met de liquidatie van de dienst belast. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, de raden gehoord, vastgesteld.

17

van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de regeling wordt opgeheven, vastgesteld. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau van de Statistiek bekend gemaakte bevolkingscijfers.]

3. Ter uitvoering van de liquidatie blijft het Dagelijks Bestuur zo nodig na het tijdstip van opheffing van de regeling in functie. 4. Een batig saldo komt ten bate, een nadelig saldo wordt naar verhouding van het inwonertal van de gemeenten op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de regeling wordt opgeheven, vastgesteld. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau van de Statistiek bekend gemaakte bevolkingscijfers.]

De titel van paragraaf 17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

[§ 17 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN]

]§ 17 SLOTBEPALINGEN]

18

Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

[Artikel 41 Het college van de gemeente Leeuwarden draagt overeenkomstig artikel 26 van de wet zorg voor de bekendmaking van de in dat artikel genoemde besluiten en voor de toevoeging van gegevens als bedoeld in artikel 136, tweede lid, van de wet aan het register als bedoeld in artikel 136, eerste lid, van de wet.l

[Artikel 41 Bekendmaking en registratie 1. Het college van de gemeente Leeuwarden, als vestigingsgemeente van de gemeenschappelijke regeling hüs en hiem, maakt een volledig ondertekend exemplaar van deze regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend in het door Leeuwarden uitgegeven Gemeenteblad. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet.]

Na artikel 41 wordt een nieuw artikel 42 toegevoegd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

[Artikel 42 Evaluatie van de regeling 1. De doel- en taakstelling van de regeling, de wijze van uitvoering en de financiering daarvan zullen periodiek geëvalueerd worden. 2. Daartoe zal het dagelijks bestuur, in overleg met de directeur, gehoord de colleges en de raden van de betrokken deelnemers, om de vier jaar een onderzoeksvoorstel opstellen, dat aan het algemeen bestuur ter vaststelling zal worden voorgelegd. 3. Op grond van de uitkomsten van deze evaluatie kan het dagelijks bestuur voorstellen tot wijziging van de regeling doen, dan wel tot aanpassing van de financieringsmethodiek, de bedrijfsvoering en/of de organisatiestructuur van hüs en hiem]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=b2266d1a-8c8b-4e23-bd24-7271c08663c4