Gewijzigde GR Hûs en Hiem
Tekst van het document
"lusenhiem
adviseurs omgevingskwaliteit
Datum
26 april 2024
Onderwerp
Aanbieden nieuwe tekst Gemeenschappelijke Regeling hüs en hiem
Geacht college,
Met deze brief bieden we u een gewijzigde versie van de gemeenschappelijke regeling hüs en hiem
aan. Wij verzoeken u, conform artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), in te stemmen met deze gewijzigde versie, nadat u daarvoor toestemming heeft verkregen van uw
gemeenteraad. Uw raad heeft 13 weken de tijd (met verlenging van nogmaals 13 weken) om de toestemming te verlenen.
Gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen Per 1 juli 2022 is de nieuwe Wgr in werking getreden, ter vervanging van de oude Wgr. Deze wijziging
heeft als voornaamste doelstelling de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. De kaderstellende en controlerende rollen die gemeenteraden hierbij hebben, worden daartoe versterkt. De belangrijkste wijzigingen zijn:
- Meer betrokkenheid gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen,
o.a. door zienswijzen bij college- en/of burgemeestersregelingen, reactie op zienswijzen
ontwerpbegroting, actieve informatieplicht, langere termijnen P&C-cyclus. - Betrokkenheid ingezetenen bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. - Verplichte afspraken rond evaluatie.
- Verplichte opneming van een uitgebreidere uittredingsregeling
Gemeenschappelijke regeling hüs en hiem
De tekst voor de vernieuwde gemeenschappelijke regeling is in een zorgvuldig proces meermaals
afgestemd met ambtenaren en is voor zienswijze aangeboden aan de raden. De ontvangen suggesties zijn door het dagelijks bestuur waar mogelijk verwerkt. Het algemeen bestuur biedt u bij deze brief de definitieve tekst voor de gewijzigde gemeenschappelijke regeling hüs en hiem aan. Het
algemeen bestuur verzoekt de colleges om in te stemmen met de wijziging van de
gemeenschappelijke regeling hüs en hiem, op basis van akkoord van uw raad. In deze fase van het
proces kan de raad toestemming slechts onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang De wijziging van de regeling is, conform artikel 39 lid 1 van de huidige regeling, definitief
wanneer twee derde van het aantal deelnemende gemeenten hiertoe besluit.
Johan Willem Frisostraat 1 8933 BN Leeuwarden 058 233 79 30 husenhiem@husenhiem.nl ■ www.husenhiem.nl NL48 BNGH 0285 0223 50
zv
nusenniem
adviseurs omgevingskwaliteit
Wij vragen u ons zo snel als mogelijk op de hoogte te brengen van de besluitvorming binnen uw
gemeente. U kunt uw besluit mailen naar husenhiem@husenhiem.nl.
De directie van hüs en hiem geeft graag een nadere toelichting in uw raad over de gemeenschappelijke regeling hüs en hiem. Mocht u hier gebruik van willen maken dan horen wij het
graag.
Ik hoop u 20 voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het dagelijks bestuur van hüs en hiem
H. de Haan, voorzitter
M.A. Visser, secretaris-directeur
Bijlagen •
Tekst nieuwe GR hüs en hiem, met zienswijzen
verwerkt
Oplegnotitie Tekst nieuwe GR hüs en hiem
Johan Willem Frisostraat 1 8933 BN Leeuwarden 058 233 79 30 ■ husenhiem@husenhiem.nl • www.husenhiem.nl ■ NL48 BNGH 0285 0223 50
4
e
adviseurs omgevingskwalilait
Datum
26 april 2024
Onderwerp
Reactienota zienswijze Gemeenschappelijke Regeling hüs en hiem
Geacht college,
De tekst voor de vernieuwde gemeenschappelijke regeling hüs en hiem is in een zorgvuldig proces
meermaals afgestemd met ambtenaren en is voor zienswijze aangeboden aan de raden. Van de gemeente Achtkarspelen en van de gemeente De Fryske Marren is een zienswijze ontvangen. Hierbij treft u een overzicht van de ontvangen zienswijzen aan, voorzien van een reactie, waarbij aangegeven wordt of de zienswijze aanleiding heeft gegeven om nog een wijziging in de gemeenschappelijke
regeling aan te brengen, alvorens die aan u toe te sturen met het verzoek om instemming.
Zienswijzen gemeente Achtkarspelen
1. zienswijze over de berekening van de uittreedsom (artikelen 38 en 38a GR); Volgens de gemeenteraad van Achtkarspelen zijn in de regeling twee verschillende berekeningen opgenomen die de hoogte van de uittreedkosten bepalen, namelijk:
a)
een vaststelling door het algemeen bestuur ten aanzien van de nadelige financiële gevolgen (artikel 38 lid 4 GR);
b)
de kosten van de uittreedsom zoals beschreven in artikel 38a lid 2 GR.
De gemeenteraad stelt dat de kosten van de uittreding vooraf niet in te schatten zijn, doordat er naast een uittredingsplan (artikel 38a GR) ook financiële afwegingen door het algemeen bestuur kunnen
worden gemaakt (artikel 38 lid 4). Dit geeft onvoldoende duidelijkheid over de daadwerkelijke hoogte
van de kosten voor uittreding.
Voorgestelde oplossingen door gemeenteraad
i)
Enkel de uittreedsomformule uit artikel 38a lid 2 hanteren. Dan is volgens de gemeenteraad
door de deelnemende gemeenten vooraf in te schatten wat de uittreedkosten zullen zijn. ii)
Geen uittreedsomformule hanteren, maar enkel een uittredingsplan op laten stellen. De
hoogte van de uittreedsom is volgens de gemeenteraad dan niet vooraf in te schatten, met als
gevolg onduidelijkheid voor gemeenten die een uittreding willen verkennen.
Reactie op zienswijze
De gemeenteraad van Achtkarspelen heeft een punt dat uit artikel 38 lid 4 nu lijkt te volgen dat naast het uitreedplan, waarin de uittreedsom wordt opgenomen, nog een andere berekeningssystematiek is
opgenomen voor het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom. In de definitie tekst is daarom de zin 'Het algemeen bestuur stelt daarnaast ook een vergoeding vast ten aanzien van de overige
nadelige financiële gevolgen van de uittreding’ uit het vierde lid verwijderd. Voor de duidelijkheid is de
»
laatste volzin van dat lid (‘De uittredende deelnemer is gehouden de uittreedsom uiterlijk ter gelegenheid van diens uittreding te voldoen.') verplaats naar artikel 38a.
2. Zienswijze over het benodigde aantal stemmen bij wijziging van de regeling (artikel 39 GR) In artikel 5 van de gemeenschappelijke regeling staat het doel van de regeling en de door de
gemeenschappelijke te behartigen belangen van de deelnemers. In artikel 39 lid 1 van de regeling is
bepaald dat een wijziging van artikel 5, een unaniem besluit van colleges vergt. Volgens de
gemeenteraad van Achtkarspelen zou ten aanzien van meer bepalingen die raken aan alle deelnemende gemeenten, moeten worden geregeld dat die bepalingen slechts bij unaniem besluit
kunnen worden aangepast. De gemeenteraad noemt de artikelen: 6 (taken), 37 (toetreding), 38 (uittreding), 38a (uittreedplan en uittreedsom), 39 (wijziging) en 40 (opheffing).
Voorgestelde oplossingen door gemeenteraad
Bovengenoemde artikelen opnemen in artikel 39 als uitzondering (naast artikel 5) op het bepaalde in
de eerste volzin van het eerste lid.
Reactie op zienswijze
Dit is een principiële keuze van de deelnemers. Beredeneerd vanuit dat gedachte dat genoemde artikelen alle deelnemende gemeenten kunnen raken en/of zwaarwegende financiële gevolgen voor
alle deelnemende gemeenten (kunnen) hebben, valt er wat voor te zeggen om wijzigingen van deze bepalen aan unanieme besluitvorming te onderwerpen. Het nadeel hieraan is echter dat één
deelnemer een wijziging van deze bepalingen te allen tijde kan tegenhouden. Een tegenstem is
immers voldoende om een voorgestelde wijziging geen doorgang te laten vinden. De gemeenschappelijke regeling zal met de voorgestelde oplossing dus minder flexibel en wendbaar
worden. Om die reden is ervoor gekozen om de zienswijze niet over te nemen en de definitieve tekst
van de GR op dit punt niet te wijzigen.
Zienswijze gemeente De Fryske Marren
2. Zienswijze over het instellen van een regionale adviescommissie (artikel 24a GR) In de zienswijze wordt voorgesteld om in artikel 21 van GR hüs en hiem wordt verwezen naar artikel
24a van de Wgr. De gedachte bij de indieners van het amendement lijkt te zijn dat het zonder deze
verwijzing voor gemeenteraden niet mogelijk is een regionale adviescommissie in het leven te laten roepen.
Reactie op zienswijze
De zogenaamde ‘regionale adviescommissie’ uit artikel 24a van de Wgr is een nieuw instrument (sinds de wijziging van de Wgr per 1 juli 2022) om de invloed van gemeenteraden te vergroten.
Anders dan de zienswijze lijkt te veronderstellen, is voor dit instrument geen wijziging van de
gemeenschappelijke regeling noodzakelijk, nu artikel 24a van de Wgr de instelling altijd mogelijk maakt. Het is dus de Wgr die gemeenteraden de mogelijkheid geeft om het algemeen bestuur te
verzoeken een regionale raadsadviescommissie in te stellen. Het is niet noodzakelijk daarvoor een
4
kapstokbepaling in de gemeenschappelijke regeling op te nemen. Omdat het ook niet fout is om het wel te doen en omdat het voor de volledigheid wellicht duidelijker is, is besloten om in de definitieve
tekst wel een extra lid toe te voegen met een verwijzing naar artikel 24a Wgr.
Ik hoop u zo voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet. Namens het dagelijks bestuur van hüs en hiem
H. de Haan, voorzitter
M.A. Visser, secretaris-directeur
»
A
Gemeenschappelijke regeling ‘hüs en hiem, adviseurs omgevingskwaliteit’
INTITULÉ: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslan, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Südwest-Fryslan, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke, Weststellingwerf. Gelet op hoofdstuk VI van de Wet gemeenschappelijke regelingen,
Overwegende dat de gemeenschappelijke regeling is geactualiseerd in verband met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022, de inwerkingtreding van de Wet elektronische publicaties per 1 juli 2021 en daarbij tevens een aantal technische verbeteringen in de regeling zijn aangebracht.
Besluiten: De Gemeenschappelijke regeling hüs en hiem als volgt te wijzigen:
§ 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen
Deze regeling verstaat onder: a. Adviescommissie - door de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten ingestelde adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de Omgevingswet; b. Regeling - deze gemeenschappelijke regeling; c. Gemeente - een aan de regeling deelnemende gemeente; d. Lichaam - het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in artikel 2; e. Gedeputeerde Staten - Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslan; f. Raad - de gemeenteraad van één van de gemeenten; g. Wet - de Wet Gemeenschappelijke Regelingen; h. Reglement op de commissie - het door de raad vastgestelde Reglement op de commissie i. College - een aan de regeling deelnemend college van burgemeester en wethouders; j. Deelnemers - de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslan, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Südwest-Fryslan, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke, Weststellingwerf. Artikel 2 Openbaar lichaam
1. 2. 3.
Voor de uitvoering van deze regeling wordt een openbaar lichaam gevormd, genaamd ‘hüs en hiem, adviseurs omgevingskwaliteit’. Het lichaam is gevestigd te Leeuwarden. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 3 Het bestuur Het bestuur van het lichaam bestaat uit: een algemeen bestuur; een dagelijks bestuur; een voorzitter.
Artikel 4 Gelijkstellingen Waar in de regeling wettelijke bepalingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die bepalingen voor de gemeente, raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester in de plaats: het lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. § 2 DOELSTELLING EN TAKEN Artikel 5 Te behartigen belangen
Deze regeling heeft ten doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslan. Artikel 6 Taken
1,
2. 3.
Het openbaar lichaam heeft de volgende taken: a. het beschikbaar stellen van onafhankelijk en deskundig personeel ten behoeve van de bemensing van de adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 Omgevingswet die door de raden is ingesteld; b. het voordragen van personen tot benoeming van leden van de adviescommissie ten behoeve van de voorstellen van de colleges daartoe aan de gemeenteraden; c. het verzorgen van het secretariaat van de adviescommissie; d. het faciliteren van de adviescommissie, zodat deze commissie haar taken kan uitvoeren overeenkomstig de door de raden vastgestelde Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit; e. het opstellen van het jaarverslag van de adviescommissie en toezending daarvan aan de gemeenteraden; f. het geven van adviezen over algemene vraagstukken betreffende de omgevingskwaliteit aan gemeenten, andere openbare lichamen en aan particulieren, de laatsten voorzover het een tweede onafhankelijke beoordeling betreft van bouwplannen gelegen buiten de aan de Gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten; g- het op verzoek van de colleges voorzien in advisering over gemeentelijke monumenten, in het bijzonder ten aanzien van beeldbepalende panden binnen ingeschreven beschermde stads- en dorpsgezichten en in de advisering van objecten met door de gemeente toegekende cultuurhistorische waarden; h.
alle overige feitelijke werkzaamheden die nodig zijn voor de advisering en het ondersteunen van de colleges door de adviescommissie. Aan het Algemeen Bestuur van het lichaam worden de voor de uitvoering van de taken benodigde bevoegdheden overgedragen dan wel de benodigde machtigingen verstrekt. Voorzover het niet wettelijk verplichte advisering betreft, kunnen de colleges ieder voor zich aangeven in welke gevallen zij de adviserende taak aan de Gemeenschappelijke regeling willen overdragen.
Artikel 7 Onbevoegdheid Het openbaar lichaam is niet bevoegd tot: borgstelling; het om niet uitlenen van geld; het schenken van geld of andere zaken.
§ 3 HET ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 8 Samenstelling Algemeen Bestuur
1.
2. 3. 4. 5.
Het Algemeen Bestuur bestaat uit zoveel leden als het aantal deelnemende colleges bedraagt. De colleges wijzen uit hun midden elk één lid in het Algemeen Bestuur aan. Alle leden hebben één stem. De colleges beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de in het tweede lid genoemde leden en plaatsvervangende leden. Het Algemeen Bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
Artikel 9 Lidmaatschap Algemeen Bestuur
1, 2.
3.
Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt op de dag waarop het lid de hoedanigheid verliest, waarin hij is benoemd, respectievelijk gekozen. De leden van het Algemeen Bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het Algemeen Bestuur, alsmede het college, dat hen heeft aangewezen op de hoogte. In een tussentijdse vacature wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na het ontstaan van deze vacature, een nieuw lid van het Algemeen Bestuur benoemd door het college van de gemeente waaruit het lid wiens lidmaatschap is geëindigd afkomstig is.
Artikel 10 Werkwijze Algemeen Bestuur
1.
2.
Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee maal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit nodig acht, of tenminste vier leden van het Algemeen Bestuur dat, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, schriftelijk verzoeken. De vergaderingen van het Algemeen Bestuur worden in het openbaar gehouden.
Artikel 11 Deelnemen aan beraadslagingen Algemeen Bestuur 1.
2.
Aan de beraadslagingen tijdens de vergaderingen van het Algemeen Bestuur kunnen tevens deelnemen: a. de leden van het Dagelijks Bestuur genoemd in artikel 13, lid 1 sub d en de vaste leden van de commissies bedoeld in § 8; b. de functionarissen, in dienst van het lichaam, voor zover belast met bestuurlijke of adviserende taken; De in het eerste lid genoemde personen hebben een adviserende stem.
Artikel 12 Taken Algemeen Bestuur
Alle taken en bevoegdheden in het kader van deze regeling die niet aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter zijn opgedragen, behoren aan het Algemeen Bestuur. Artikel 12a Burgerparticipatie
Het Algemeen Bestuur kan bepalen wanneer en op welke wijze over de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 6 inwoners van de deelnemers en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld hun mening te geven.
§ 4 HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel 13 Samenstelling Dagelijks Bestuur
1.
2.
Het Dagelijks Bestuur wordt gevormd door: a. De voorzitter van het Algemeen Bestuur, die tevens als voorzitter van het Dagelijks Bestuur fungeert; b. de plaatsvervangend voorzitter van het Algemeen Bestuur, tevens plaatsvervangend voorzitter van het Dagelijks Bestuur; c. maximaal vier leden uit het Algemeen Bestuur, te benoemen door het Algemeen Bestuur; d. twee adviserende leden uit de beroepspraktijk, werkzaam in de provincie Fryslan, te benoemen door het Algemeen Bestuur uit een voordracht van het Dagelijks Bestuur. Bij de samenstelling van het Dagelijks Bestuur wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een spreiding binnen de provincie Fryslan.
Artikel 14 Lidmaatschap Dagelijks Bestuur
1. 2.
3.
4.
Het lidmaatschap van het Dagelijks Bestuur eindigt op de dag waarop het lid de hoedanigheid verliest, waarin hij is benoemd respectievelijk ingevolge het eerste lid van artikel 13 is aangewezen. De leden van het Dagelijks Bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter op de hoogte. In een tussentijdse vacature wordt op de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur een nieuw lid benoemd. De leden van het Dagelijks Bestuur treden als lid van dit bestuur af op de dag waarop de zittingsperiode voor de leden van de raden afloopt, met dien verstande dat de in artikel 13, lid 1 sub d bedoelde leden maximaal acht jaar zitting kunnen hebben in het Dagelijks Bestuur. In de gevallen van lid 2 en 3 blijven de leden hun functie waarnemen tot door het Algemeen Bestuur in hun opvolging is voorzien.
Artikel 15 Werkwijze Dagelijks Bestuur
1. 2.
Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of zulks schriftelijk door een lid van het Dagelijks Bestuur onder opgave van de te behandelen onderwerpen wordt verzocht. Indien het Dagelijks Bestuur of de voorzitter het nodig oordeelt, kunnen één of meer deskundigen uitgenodigd worden om aan de beraadslagingen deel te nemen. Zij hebben een adviserende stem.
Artikel 16 Taken Dagelijks Bestuur
1. Het Dagelijks Bestuur is belast met: a. de voorbereiding van al hetgeen aan het Algemeen Bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd; b. de uitvoering van de besluiten van het Algemeen Bestuur; c. het beheer van de activa en de passiva van het lichaam; d. de zorg, voor zover deze niet aan anderen is opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; e. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkomen van verjaren en verlies van recht of bezit; f. de benoeming, de schorsing, het ontslag, dan wel de tewerkstelling op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht van het personeel, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 29 en verder voor zover het Algemeen Bestuur zich de betreffende bevoegdheden niet heeft voorbehouden. 2. Het Algemeen Bestuur kan aan het Dagelijks Bestuur bevoegdheden van het Algemeen Bestuur overdragen, met uitzondering van de bevoegdheid tot: a. het instellen van een bedrijf of een tak van dienst;
b. het vaststellen van de begroting of van de rekening conform artikel 34 van de wet; c. het vaststellen van regels m.b.t. de organisatie van de administratie en het beheer van de vermogenswaarde van het lichaam.
§ 5 DE VOORZITTER
Artikel 17 De voorzitter 1. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden door het Algemeen Bestuur uit zijn midden aangewezen en treden als zodanig op in het Algemeen en het Dagelijks Bestuur. 2. De bepalingen in deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangend voorzitter. 3. Het voorzitterschap eindigt indien de betrokkene ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn. Alsdan voorziet het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk in de vervanging. Artikel 18 Taken voorzitter
1. 2. 3.
4.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. De voorzitter draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken en tekent alle stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. De voorzitter roept de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur zoveel mogelijk met vermelding van de te behandelen onderwerpen schriftelijk en onder medezending van de relevante stukken, spoedeisende gevallen daargelaten, tenminste 14 dagen van tevoren bijeen op een door hem te bepalen datum, plaats en uur. Een afschrift van de vergaderstukken van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur zendt hij ter kennisname aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Voor de vergaderingen van het Algemeen Bestuur zendt hij de uitnodigingen en de stukken tevens aan de personen genoemd in artikel 11. De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in en buiten rechte. Indien hij behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in het geding waarbij het lichaam is betrokken, wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter.
§ 6 SECRETARIS
Artikel 19 1. 2. 3.
4. 5.
De secretaris wordt door het Dagelijks Bestuur benoemd, geschorst of ontslagen. De secretaris is, in overleg met de voorzitter, belast met de voorbereiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur. Alle stukken die van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur uitgaan, worden door hem meeondertekend. De functie van secretaris kan worden uitgeoefend door de directeur.
§ 7 DE PENNINGMEESTER
Artikel 20 1. 2.
De penningmeester wordt door het Dagelijks Bestuur benoemd, geschorst of ontslagen. De penningmeester is in het bijzonder belast met de financiële administratie en het opstellen van de ontwerpbegroting en de rekening.
§ 8 COMMISSIES
Artikel 21
1.
Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, zulks met inachtneming van artikel 24 van de wet.
2.
Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur van een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie in, zulks met inachtneming van artikel 24a van de wet. Het Algemeen Bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, zulks met inachtneming van artikel 25 van de wet.
3.
Artikel 22
- vervallen -
Artikel 23
- vervallen-
§9 VERGOEDINGEN Artikel 24
1.
2.
De leden van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de commissies als bedoeld in § 8, alsmede de adviseurs als bedoeld in artikel 11 en 15 lid 2 genieten een tegemoetkoming in de kosten, naar regels te stellen door het Algemeen Bestuur met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de Wet. Voor leden van het Dagelijks Bestuur en van commissies als bedoeld in § 8, niet zijnde gemeentebestuurder of in overheidsdienst, stelt het Algemeen Bestuur met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de Wet een vergoedingen-regeling vast.
§ 10 INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN TERUGROEPING
Artikel 25
1. 2.
3. 4. 5. 6.
Elke gemeente regelt binnen haar eigen bestuur de spelregels ten aanzien van het verstrekken van informatie en het afleggen van verantwoording door het lid van het Algemeen Bestuur. Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk leggen uit eigen beweging aan het Algemeen Bestuur verantwoording af over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur. Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur uit eigen beweging alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Het Algemeen Bestuur kan besluiten een lid van het Dagelijks Bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit. Het college kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit. Het bestuur verstrekt schriftelijk aan de deelnemende colleges of via de colleges aan de deelnemende raden ongevraagd de informatie die nodig is om een juist beeld te verkrijgen van de uitvoering van de overgedragen en opgedragen taken als bedoeld in artikel 6 .
§ 11 REGLEMENTEN VAN ORDE
Artikel 26 1.
Het Algemeen Bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en overige werkzaamheden.
2.
Het Dagelijks Bestuur kan een reglement van orde vaststellen voor zijn vergaderingen en overige werkzaamheden.
§ 12 ARCHIEF
Artikel 27 Archiefzorg Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het
openbaar lichaam.
Artikel 27a Archiefbeheer 1. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
Artikel 27b Archiefbewaarplaats Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het
openbaar lichaam wordt door het algemeen bestuur aangewezen een archiefbewaarplaats
aangewezen.
Artikel 27c Toezicht Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar
lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de
archivaris van Gedeputeerde Staten.
Artikel 27d Verantwoording 1. De archivaris van Gedeputeerde Staten brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam.
Artikel 27e Terbeschikkingstelling 1. De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 2. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. 3. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.
§ 13 DIRECTEUR Artikel 28
1. 2.
De directeur van het bureau wordt door het Dagelijks Bestuur benoemd, geschorst of ontslagen. Het Dagelijks Bestuur stelt voor de directeur een instructie vast.
§ 14 OVERIGE PERSONEEL Artikel 29
1. 2.
3. 4.
Het Dagelijks Bestuur stelt de personeelsformatie vast. Het Dagelijks Bestuur kan voor het personeel de nodige instructies vaststellen. De bezoldiging van het personeel wordt door het Dagelijks Bestuur bepaald. Op het personeel zijn de collectieve arbeidsovereenkomst Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties van toepassing en zijn de regels die zijn of zullen worden vastgesteld in het Personeelshandboek Gemeente Smallingerland van overeenkomstige toepassing.
§ 15 FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 30 Beheer en controle 1.
2.
Het Algemeen Bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie, het beheer van vermogenswaarden en de controle. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 31 Begroting 1.
2.
3.
4.
5. 6.
7.
Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het Dagelijks Bestuur biedt jaarlijks een ontwerpbegroting, alsmede een meerjarenraming vooreen aaneensluitend tijdvlak van tenminste driejaren, aan. Zowel de ontwerpbegroting als de meerjarenraming worden twaalf weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden, door het Dagelijks bestuur toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, lid 2, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. De raden kunnen over de ontwerpbegroting en de meerjarenraming van hun zienswijze doen blijken. Het dagelijks bestuur stelt de vertegenwoordigende organen voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast vóór 15 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen.
Terstond na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur, zo nodig, de begroting en de meerjarenraming aan de raden. Deze kunnen van hun zienswijze doen blijken bij Gedeputeerde Staten. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15 september aan Gedeputeerde Staten.
Artikel 32 Wijziging begroting
Met betrekking tot het wijzigen van de begroting is het bepaalde in het voorafgaande artikel van overeenkomstige toepassing. Artikel 33 Jaarrekening
1. 2.
Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar, waarvoor de rekening geldt. De vastgestelde jaarrekening wordt vóór 15 juli volgende op het jaar waarvoor de rekening geldt, toegezonden aan gedeputeerde staten.
Artikel 34 Kostenverdeling
1.
2.
3.
Elke gemeente draagt in de kosten van het lichaam bij naar rato van de dienstverlening op basis van tarieven, die door het Algemeen Bestuur worden vastgesteld en medegedeeld aan de gemeenten. Het nadelig saldo van de vastgestelde rekening wordt, na in achtneming van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde reserveringsbeleid, door de gemeenten gedragen in verhouding tot het aantal ingezetenen op 1 januari van het betreffende kalenderjaar. Het batig saldo van de vastgestelde rekening wordt, na in achtneming van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde reserveringsbeleid, naar rato van de gemeentelijke bijdragen op basis van de tarieven in het betreffende kalenderjaar, aan de gemeente uitbetaald.
Artikel 35 Declaraties en voorschotten
1. 2.
De declaraties op basis van de tarieven worden periodiek verzonden en dienen binnen één maand na verzending door de gemeenten te worden betaald. Het Dagelijks Bestuur kan besluiten, de gemeenten voorschotten in rekening te brengen in de (geraamde) bijdragen van het lopende kalenderjaar. In dat geval wordt onmiddellijk na afloop van het eerste en het tweede halfjaar van dat kalenderjaar een declaratie op basis van de werkelijk verschuldigde bijdragen en met verwerking van de voorschotten, naar de gemeenten verzonden.
Artikel 36 Vaststelling bijdragen in nadelig saldo
1. 2.
3.
De vaststelling van de door iedere gemeente op basis van artikel 32 lid 2 eventueel verschuldigde bijdrage geschiedt binnen een maand na de vaststelling van de rekening door het Algemeen Bestuur. Het Dagelijks Bestuur doet van de vaststelling van de bijdragen mededeling aan de raden en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten. Binnen vier weken na de mededeling aan de raden en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de in het tweede lid bedoelde bedragen worden de door de gemeenten verschuldigde bijdragen met de ingevolge artikel 33, lid 2 betaalde voorschotten verrekend.
§ 16 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING
Artikel 37 Toetreding
1. 2. 3.
Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van toetreding. Het Algemeen Bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding. Toetreding gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop alle colleges van de gemeenten hebben ingestemd met het besluit tot toetreding, tenzij het Algemeen Bestuur met instemming van de deelnemers anders bepaalt.
Artikel 38 Uittreding
1.
Een college kan, na vooraf verkregen toestemming van de raad van die gemeente, besluiten uit deze regeling te treden.
2.
3.
4.
5. 6.
Uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar, mits een daartoe strekkend besluit tenminste één jaar tevoren aan het Algemeen Bestuur toegezonden is. Na ontvangst van de in het tweede lid vermelde kennisgeving wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een uittredingsplan op te stellen dat ten minste inzicht geeft in alle kosten, die direct en indirect samenhangen met de uittreding. De kosten van het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. Het uittredingsplan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. De uittredende deelnemer verplicht zich het personeel dat is belast met de uitvoering van de door deze deelnemer opgedragen taken over te nemen of, indien dit niet mogelijk is, daarvoor een schadeloosstelling te betalen. Het algemeen bestuur stelt de omvang van het toe te wijzen personeel of de hoogte van die schadeloosstelling vast op basis van de begroting over het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de uittreding betrekking heeft en kan daarbij een nader te bepalen overbruggingsperiode vaststellen. Het Algemeen Bestuur regelt de verdere gevolgen van de uittreding. Het lichaam en de uittredende deelnemer spannen zich in om de nadelige financiële gevolgen van de uittreding, bedoeld in het vierde lid, zoveel mogelijk te beperken.
Artikel 38a Uittredinqsplan en uittreedsom
1.
2.
3.
Het in artikel 38, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die een direct en indirect gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. Bij het berekenen van de uittreedsom worden de volgende uitgangspunten en aannames gehanteerd: De uittreedsom is een vergoeding voor de werkelijke schade die de a. GR leidt en die rechtstreeks het gevolg is van de uittreding van een deelnemer. Voor zover toepassing van het uittredingsplan niet leidt tot vergoeding van de werkelijke schade, kan het Algemeen Bestuur de uittreedsom op andere wijze berekenen. De tarieven die bij de deelnemers in rekening worden gebracht dekken b. de kosten die de GR maakt voor 100%. De kostenstructuur bestaat nagenoeg uitsluitend uit vaste lasten. Er wordt daarom van uitgegaan dat de schade die de GR als gevolg van uittreding per jaar lijdt, gelijk is aan de jaarlijkse inkomstenderving. De jaarlijkse inkomstenderving is gelijk aan de gemiddelde c. jaarinkomsten die zijn verworven bij de uittredende deelnemer, berekend over de periode van drie jaar direct voorafgaand aan het jaar waarin het besluit tot uittreding aan het Algemeen Bestuur is toegezonden. De termijn die de GR nodig heeft om in te spelen op de uittreding en d.
waarover de GR dus schade lijdt, is vier jaar. De uittreedsom bedraagt derhalve vier keer de gemiddelde jaarlijkse e. inkomsten die de GR verwerft bij de uittredende deelnemer en die worden berekend zoals aangegeven onder c. Van dit bedrag wordt het aandeel van de uittredende deelnemer in de Algemene Reserve per 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van uittreding afgetrokken. Het bedrag is exclusief BTW. De uittredende deelnemer is gehouden de uittreedsom uiterlijk ter gelegenheid van diens uittreding te voldoen.
Artikel 39 Wijziging
1. 2.
3. 4.
Deze regeling kan worden gewijzigd indien de colleges van tenminste 2/3 deel der gemeenten daartoe een eensluidend besluit nemen, met uitzondering van artikel 5. Voor wijziging van het hiervoor genoemde artikel is unanimiteit vereist. Een college dat wijziging wenselijk acht, richt het daartoe strekkende voorstel aan het Algemeen Bestuur. Indien het Algemeen Bestuur of één of meer colleges wijziging wenselijk achten, doet het Algemeen Bestuur een daartoe strekkend voorstel aan de raden. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijzen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling naar voren brengen.
Artikel 40 Opheffing
1.
2.
3. 4.
Deze regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de colleges van tenminste 2/3 deel van de gemeenten. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. In geval van opheffing wordt het Dagelijks Bestuur met de liquidatie van de dienst belast. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, de raden gehoord, vastgesteld. Ter uitvoering van de liquidatie blijft het Dagelijks Bestuur zo nodig na het tijdstip van opheffing van de regeling in functie. Een batig saldo komt ten bate, een nadelig saldo wordt naar verhouding van het inwonertal van de gemeenten op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de regeling wordt opgeheven, vastgesteld. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau van de Statistiek bekend gemaakte bevolkingscijfers.
§ 17 SLOTBEPALINGEN
Artikel 41 Bekendmaking en registratie 1. Het college van de gemeente Leeuwarden, als vestigingsgemeente van de gemeenschappelijke regeling hüs en hiem, maakt een volledig ondertekend exemplaar van deze regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend in het door Leeuwarden uitgegeven Gemeenteblad. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet. Artikel 42 Evaluatie van de reqelinq 1. De doel- en taakstelling van de regeling, de wijze van uitvoering en de financiering daarvan zullen periodiek geëvalueerd worden. 2. Daartoe zal het dagelijks bestuur, in overleg met de directeur, gehoord de colleges en de raden van de betrokken deelnemers, om de vier jaar een onderzoeksvoorstel opstellen, dat aan het algemeen bestuur ter vaststelling zal worden voorgelegd. 3. Op grond van de uitkomsten van deze evaluatie kan het dagelijks bestuur voorstellen tot wijziging van de regeling doen, dan wel tot aanpassing van de financieringsmethodiek, de bedrijfsvoering en/of de organisatiestructuur van hüs en hiem.
Aldus vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden. Noardeast-Fryslan, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Südwest-Fryslan, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke, Weststellingwerf.
»
OPLEGNOTITIE
Aan
GR hüs en hiem
Datum
26 april 2024
Betreft
Toelichting op Ontwerp-wijziging regeling GR hüs en hiem
Inleiding
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslan,
Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Südwest-Fryslan, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke en Weststellingwerf zijn deelnemers in de Gemeenschappelijke regeling
hüs en hiem. De basis daarvoor is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr). Op 1 juli 2022 is de Wgr gewijzigd. De wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van
gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken.
Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander
deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding verwerkt moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen, waaronder in de Gemeenschappelijke regeling hüs en hiem. Dit vergt een besluit van de deelnemers in de regeling. Zij hebben daarvoor toestemming nodig
van hun vertegenwoordigende organen, de gemeenteraden.
In dit wijzigingsbesluit is verder een aantal technische verbeteringen doorgevoerd en is de bekendmakingsregeling aangepast aan de per 1 juli 2021 in werking getreden Wet
elektronische publicaties.
Deze oplegnotitie bevat een toelichting op de wijzigingen die in de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem nodig zijn en worden voorgesteld aan de deelnemers. De juridische vertaling is
weergegeven in een ontwerpwijziging van de regeling (bijlage). Voorgesteld wordt om de tekst van de gemeenschappelijke regeling integraal te herzien.
Aan het einde van de oplegnotitie is een was-wordt tabel opgenomen.
4
2
1.
Proces wijziging gemeenschappelijke regeling
Het Algemeen Bestuur heeft ingestemd met de wijziging van de gemeenschappelijke regeling in november 2023.
Vervolgens zijn de raden in de gelegenheid gesteld om zienswijzen over de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling in te brengen bij het eigen college. De raden van 14
gemeenten hebben besloten geen zienswijze in te dienen. De raden van twee gemeenten
hebben een zienswijze ingebracht. De gemeenteraad van één gemeente is nog niet toegekomen aan het besluit of er al of niet een zienswijze wordt ingediend.
De colleges zijn verzocht de eventueel ingebrachte zienswijzen aan hüs en hiem te sturen. Het Dagelijks Bestuur legt vervolgens een definitief wijzigingsvoorstel voor dat vervolgens aan de
deelnemers en (wederom) de raden wordt voorgelegd. Voor een definitief besluit van de deelnemers om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen is toestemming van de raden
vereist. Dit betekent dat de raden twee keer in het proces tot wijziging van de
gemeenschappelijke regeling worden betrokken. De regeling van hüs en hiem kan worden gewijzigd indien de colleges van tenminste 2/3 deel der gemeenten daartoe een eensluidend
besluit nemen.
2.
Wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen
De belangrijkste wijzigingen zijn: 1. Het versterken van de positie van de gemeenteraden bij besluitvorming; a. Invoeren zienswijzeprocedure bij treffen (en wijzigen) regeling
b. Mogelijkheid zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de ontwerpbegroting c. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie
d. Afspraken over participatie in de gemeenschappelijke regeling e. Actieve informatieplicht van het bestuur van de regeling
2. Het invoeren/verduidelijken van controle-instrumenten;
a. Recht van enquête
b. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers
3. Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling; a. Afspraken over evaluatie
b. Betere aansluiting begrotingscyclus op gemeentelijke cyclus c. Aanscherping afspraken uittreding
*
3
3.
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling hüs en hiem
Ia. Invoeren zienswiizeprocedure bij treffen (en wijzigen) regeling Om de positie van de raden te verbeteren wordt aan de raden het recht toegekend om bij het treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling een zienswijze naar voren te brengen.
Zij kunnen hun opvattingen over een ontwerpregeling binnen acht weken kenbaar maken bij hun college.
Gevolgen voorde gemeenschappelijke regeling hüs en hiem: Geen aanpassing verplicht, wel
duidelijk. Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de Wgr. De bepaling (opgenomen in artikel 1 van de Wgr)
is op 1 juli 2022 direct in werking getreden. Vanwege deze bepaling wordt nu eerst een
ontwerpwijziging van de regeling aan de raden voorgelegd voor zienswijzen.
Voor de duidelijkheid van de procedure van wijziging van de gemeenschappelijk regeling is ervoor gekozen om in artikel 39 een vierde lid op te nemen waarin staat de raden bij het
dagelijks bestuur hun zienswijzen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling
naar voren kunnen brengen.
1b. Zienswiizeprocedure bü andere besluiten dan de ontwerpbegroting
In de regeling moeten afspraken zijn gemaakt over welke besluiten van het bestuur van de
regeling vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden (artikel 10, vijfde en zesde lid Wgr).
Gevolgen voorde gemeenschappelijke regeling hüs en hiem: voorstel wijziging artikel 40
Het wijzigingsvoorstel bevat hiertoe een aanvulling in artikel 40 lid 1 van de
gemeenschappelijke regeling. Voorgesteld worden dat een besluit tot opheffing niet wordt genomen voordat de raden gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om
schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen.
1c. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie
De gemeenteraden krijgen de mogelijkheid om een regionale gemeenschappelijke adviescommissie in te laten stellen bestaande uit raadsleden. Een eventuele
gemeenschappelijke adviescommissie is onderdeel van de gemeenschappelijke regeling en wordt daarom ingesteld door het algemeen bestuur. De adviescommissie kan het algemeen
bestuur adviseren, de besluitvorming voorbereiden en de raden van advies voorzien.
4
4
4
Het Algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam) is verplicht
om de commissie in te stellen als de raden hier unaniem om vragen (artikel 24a Wgr). Alleen leden van de raden kunnen in de commissie zitting hebben.
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem: Geen aanpassing nodig
Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de Wgr. De bepaling (opgenomen in artikel 24a van de Wgr) is op 1 juli 2022 direct in werking getreden. Naar aanleiding van het raadsbesluit van de
gemeente De Fryske Marren van 10 april 2024 en het amendement dat daarbij is aangenomen, is er voor de duidelijkheid toch voor gekozen om in artikel 21 van de GR op te
nemen dat op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk het algemeen bestuur van een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie
instelt, zulks met inachtneming van artikel 24a van de wet.
1d. Afspraken over burgerparticipatie
Participatie bij beleid wordt steeds belangrijker gevonden in Nederland. In elke GR moet daarom worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze, ingezetenen én belanghebbenden de
mogelijkheid krijgen tot inspraak over beleidsmatige onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd (artikel 10, zevende lid Wgr),
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem: aanpassing nodig. Burgerparticipatie bij beleid is van groot belang. Hüs en hiem is vanuit zijn expertise vaak als adviseur betrokken bij het opstellen of aanpassen van beleid, maar het bestuur van hüs en
hiem stelt zelf geen beleid of verordeningen vast die ingezetenen binden. Hüs en hiem is
vooral een uitvoeringsgerichte gemeenschappelijke regeling. De uiteindelijke beleidskeuzes
liggen bij de vertegenwoordigende organen. Burgerparticipatie verloopt primair via deze
vertegenwoordigende organen, maar het algemeen bestuur kan overwegen om in bepaalde gevallen toch burgerparticipatie toe passen.
Om in specifieke gevallen toch de mogelijkheid open te laten om burgerparticipatie toe te passen, wordt in de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem een artikel (12a) toegevoegd, inhoudende dat het Algemeen bestuur ertoe kan besluiten om ingezetenen van de
deelnemers of andere belanghebbenden te betrekken bij de wijze van uitvoering van de taken,
en de manier waarop dat gebeurt.
1e. Actieve informatieplicht
Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er
binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college heeft ten opzichte van de gemeenteraad. In de gemeenschappelijke regeling moeten
5
afspraken worden gemaakt over welke informatie moet worden aangeleverd en de wijze waarop dat moet gebeuren (artikel 17 Wgr),
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem: aanpassing nodig. Om invulling te geven aan de intentie om de democratische legitimatie van de
gemeenschappelijke regeling hüs en hiem te versterken, wordt een zesde lid toegevoegd, inhoudende dat het bestuur schriftelijk aan de deelnemende colleges of via de colleges aan de
deelnemende raden ongevraagd de informatie die nodig is om een juist beeld te verkrijgen van
de uitvoering van de overgedragen en opgedragen taken als bedoeld in artikel 6.
2a. Recht van enquête
De gezamenlijke gemeenteraden krijgen de mogelijkheid om een enquête uit te voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling. Dat kan door zelf een regionale
onderzoekscommissie in te stellen. Daarvoor is een unaniem besluit nodig van alle raden
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem: Geen aanpassing nodig.
Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr.
2b. Verduidelijkinq onderzoeksbevoeqdheid lokale rekenkamers Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling
een onderzoek in te stellen. In de Wgr wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde
bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan een gemeente deelneemt.
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem: Geen aanpassing nodig. Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr.
3a. Afspraken over evaluatie Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling
om op die manier stil te staan bij het functioneren van de regeling. Er kan ook worden gekozen
voor de afspraak om de regeling niet te evalueren (artikel 11a Wgr).
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem: aanpassing nodig.
De gemeenschappelijke hüs en hiem bevat nog geen bepaling over evaluatie van de regeling. Daarom wordt daarover nu een bepaling (artikel 42) toegevoegd die een evaluatie van de regeling mogelijk maakt.
4 4
6
3b. Aanpassing van de begrotingscyclus Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor de gemeente die
moeten worden verwerkt in de eigen begroting. Om gemeenteraden meer positie te geven in de
begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de
indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen.
Het dagelijks bestuur stuurt de ontwerpbegroting aan de gemeenteraden v voor zienswijzen. Dit moet twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Dat was voorheen acht weken. Nieuw is verder dat het voortaan verplicht is te reageren op de door de raden
ingediende zienswijzen. Het dagelijks bestuur moet schriftelijk én gemotiveerd terugkoppelen
wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid. De procedure gaat dan verder met de vaststelling van de ontwerpbegroting. Daarin verandert
niets. Wat wel nog verandert, is dat de inzending van de vastgestelde begroting aan Gedeputeerde Staten voortaan niet meer vóór 1 augustus hoeft te geschieden, maar vóór 15 september.
Gevolgen voor de GR hós en hiem: aanpassing nodig.
De gemeenschappelijke regeling hüs en hiem dient te worden aangepast aan de nieuwe termijn uit de Wgr.
3c. Aanscherping afspraken uittreding In iedere gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de gevolgen van uittreden van een deelnemer voor het vermogen voor de rechtspersoon en de overige
deelnemers (artikel 9, eerste lid Wgr). Daarbij moet in ieder geval worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen (alle directe kosten). Er kan
niet meer worden volstaan met een algemene bepaling dat het algemeen bestuur de
uittredingsvoorwaarden bepaalt.
Gevo/gen voor de GR hós en hiem: aanpassing nodig.
In het huidige artikel over uittreding staat dat het algemeen bestuur de financiële en eventueel
andere voorwaarden vaststelt waaronder uittreding plaatsvindt.
In het algemeen bestuur van 12 juni 2015 heeft het algemeen bestuur een uittreedregeling
vastgesteld dat de gevolgen van de uittreding van een deelnemer regelt, waaronder de financiële gevolgen. In de uitreedregeling zijn de uitgangspunten en aannames opgesomd die gehanteerd worden bij het berekenen van de uittreedsom.
*
7
Om te voldoen aan de nieuwe Wgr, is de door het algemeen bestuur op 12 juni 2015 vastgestelde uittreedregeling thans opgenomen in de thans voorliggende ontwerpregeling. Aan de vastgestelde uitgangspunten is inhoudelijks niet gewijzigd. Ten aanzien van de procedure
van uittreding is met de wijziging van artikel 38 en de toevoeging van artikel 38a zoveel mogelijk aangesloten bij de uittredingsbepalingen uit gemeenschappelijke regelingen uit de regio.
4.
Overige wijzigingen
Algemene wijzigingen
Bij bijna alle artikelen is nu een omschrijving van het artikel toegevoegd. Enkel de artikelen in de paragrafen die uit slechts één artikel bestaan (paragrafen 6 t/m 14), hebben geen
omschrijving, aangezien de omschrijving at volgt uit de titel van de paragraaf. Een omschrijving bij het artikel is in dat geval dubbel.
Artikel 1: toevoeging begripsbepaling 'deelnemers' Op een aantal plaatsen komt de term ‘deelnemers' voor, zonder uit de artikelen van de regeling
blijkt wie de deelnemers van de regeling zijn. Daarom is ervoor gekozen om 'deelnemers' te definiëren in de begripsbepalingen.
Artikel 2: wijziging naam openbaar lichaam
De huidige naam van het openbaar lichaam luidt: “hüs en hiem, advisering omgevingskwaliteit". Voorgesteld wordt om dit te wijzigingen in “hüs en hiem, adviseurs omgevingskwaliteit". Dit sluit beter aan bij de taken en bevoegdheden van het openbaar lichaam.
Artikel 6 lid 1 sub d: Verordening op de regionale adviescommissie omgevingskwaliteit
In artikel 6 lid 1 sub d wordt verwezen naar “Verordening op de regionale adviescommissie
omgevingskwaliteit". Voorgesteld wordt dit te wijzigen in “Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit”. Dit sluit beter aan bij de praktijk.
Wijziging archiefparagraaf
De archiefparagraaf in de gemeenschappelijke regeling is aangepast aan de hand van de ‘Handreiking inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden' uit november
2021. Wijziging artikel 40
In lijn met het proces van wijzigen van de gemeenschappelijke regeling, wordt voorgestelde om in de regeling op te nemen dat het besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling
niet wordt genomen voordat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de
4
8
gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis
van het college te brengen.
Wijziging titel paragraaf 17
De huidige titel van paragraaf luidt “Overgangs- en slotbepalingen”. In het enige artikel van paragraaf 17 (artikel 41), staan echter geen overgangsbepalingen. Daarom is het woord
''Overgangs-'' verwijderd.
Wijziging artikel 41 Met de wijziging van artikel 41 wordt voldaan aan de Wet elektronische publicaties. Een
wijziging ten opzichte van de huidige regeling is dat het Dagelijks Bestuur belast is met de
registratie van de regeling in het register, en niet zoals in de huidige regeling het college van de gemeente Leeuwarden. 5.
Was-wordt-tabel wijziging gemeenschappelijke regeling ‘hüs en hiem’
Leeswijzer In de 'bestaande tekst' zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en onderstreept. In de 'nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 1 Deze regeling verstaat onder: a. Adviescommissie - door de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten ingestelde adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de Omgevingswet; b. Regeling - deze gemeenschappelijke regeling; c. Gemeente - een aan de regeling deelnemende gemeente: d. Lichaam - het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in artikel 2; e. Gedeputeerde Staten - Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslan; f. Raad - de gemeenteraad van één van de gemeenten: g. Wet - de Wet Gemeenschappelijke Regelingen; h. Reglement op de commissie - het door de raad vastgestelde Reglement op de commissie i. College - een aan de regeling deelnemend college van burgemeester en wethoudersj
[Artikel 1 Begripsbepalingen Deze regeling verstaat onder: a. Adviescommissie - door de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten ingestelde adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de Omgevingswet: b. Regeling - deze gemeenschappelijke regeling: c. Gemeente - een aan de regeling deelnemende gemeente; d. Lichaam - het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in artikel 2; e. Gedeputeerde Staten - Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslan; f. Raad - de gemeenteraad van één van de gemeenten: g. Wet - de Wet Gemeenschappelijke Regelingen; h. Reglement op de commissie - het door de raad vastgestelde Reglement op de commissie i. College - een aan de regeling deelnemend college van burgemeester en wethouders:
*
9
j. Deelnemers - de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslan, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Südwest-Fryslan, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke, Weststellingwerf.]
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 2 1. Voorde uitvoering van deze regeling wordt een openbaar lichaam gevormd, genaamd ‘hüs en hiem, adviserinp omgevingskwaliteit’. 2. Het lichaam is gevestigd te Leeuwarden. 3. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.]
[Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Voorde uitvoering van deze regeling wordt een openbaar lichaam gevormd, genaamd ‘hés en hiem, adviseurs omgevingskwaliteit’. 2. Het lichaam Is gevestigd te Leeuwarden. 3. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.]
Artikel 6 lid 1 wordt als volgt gewijzigd
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 6 1. Het openbaar lichaam heeft de volgende taken: a. het beschikbaar stellen van onafhankelijk en deskundig personeel ten behoeve van de bemensing van de adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 Omgevingswet die door de raden is ingesteld; b. het voordragen van personen tot benoeming van leden van de adviescommissie ten behoeve van de voorstellen van de colleges daartoe aan de gemeenteraden; c. het verzorgen van het secretariaat van de adviescommissie; d. het faciliteren van de adviescommissie, zodat deze commissie haar taken kan uitvoeren overeenkomstig de door de raden vastgestelde Verordening op de regionale adviescommissie omgevingskwaliteit; e. het opstellen van het jaarverslag van de adviescommissie en toezending daarvan aan de gemeenteraden; f. het geven van adviezen over algemene vraagstukken betreffende de omgevingskwaliteit aan gemeenten, andere
Artikel 6 Taken 1. Het openbaar lichaam heeft de volgende taken: a. het beschikbaar stellen van onafhankelijk en deskundig personeel ten behoeve van de bemensing van de adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 Omgevingswet die door de raden is ingesteld; b. het voordragen van personen tot benoeming van leden van de adviescommissie ten behoeve van de voorstellen van de colleges daartoe aan de gemeenteraden; c. het verzorgen van het secretariaat van de adviescommissie; d. het faciliteren van de adviescommissie, zodat deze commissie haar taken kan uitvoeren overeenkomstig de door de raden vastgestelde Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit; e. het opstellen van het jaarverslag van de adviescommissie en toezending daarvan aan de gemeenteraden; f. het geven van adviezen over algemene vraagstukken betreffende de
1
10
openbare lichamen en aan particulieren, de laatsten voor zover het een tweede onafhankelijke beoordeling betreft van bouwplannen gelegen buiten de aan de Gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten: g. het op verzoek van de colleges voorzien in advisering over gemeentelijke monumenten, in het bijzonder ten aanzien van beeldbepalende panden binnen ingeschreven beschermde stads- en dorpsgezichten en in de advisering van objecten met door de gemeente toegekende cultuurhistorische waarden; h. alle overige feitelijke werkzaamheden die nodig zijn voor de advisering en het ondersteunen van de colleges door de adviescommissie]
omgevingskwaliteit aan gemeenten, andere openbare lichamen en aan particulieren, de laatsten voor zover het een tweede onafhankelijke beoordeling betreft van bouwplannen gelegen buiten de aan de Gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten; g. het op verzoek van de colleges voorzien in advisering over gemeentelijke monumenten, in het bijzonder ten aanzien van beeldbepalende panden binnen ingeschreven beschermde stads- en dorpsgezichten en in de advisering van objecten met door de gemeente toegekende cultuurhistorische waarden: h. alle overige feitelijke werkzaamheden die nodig zijn voor de advisering en het ondersteunen van de colleges door de adviescommissie.]