CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport - armoedebeleid in de gemeente Leeuwarden

Debat Raadzaal 27 november 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Rekenkameronderzoek armoedebeleid32.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5.4

Wat zijn de kosten van de uitvoering?

Om vast te stellen wat de kosten van de uitvoering zijn geweest over de jaren 2020, 2021 en 2022 zijn de formele documenten zoals de begrotingen en de jaarrekeningen van die jaren geanalyseerd. Tabel 3 | Uitvoeringskosten 2020, 2021 en 2022 Begroting lasten

2020

2021

2022

Belastingen overig

€ 103.000

€ 105.000

€ 115.000

Samenkracht & burgerparticipatie

€ 12.000

€ 12.000

€ 75.000

Wijkteams

€ 263.000

€ 162.000

€ 156.000

Inkomensregelingen

€ 10.393.000

€ 9.145.000

€ 9.345.000

Maatwerk Dienstverlening 18+

€ 1.036.000

€ 1.053.000

€ 1.069.000

Totaal Armoedebestrijding (BLP 31)

€ 11.808.000

€ 10.478.000

€ 10.760.000

Jaarrekening

2020

2021

2022

Gewijzigde begroting lasten/baten (A)

€ 10.287.000

€ 11.271.000

€ 29.637.000*

Jaarrekening saldo lasten/baten (B)

€ 9.572.000

€ 10.425.000

€ 29.294.000

Rekening t.o.v. begroting (A – B) ruimte

€ 715.000

€ 846.000

€ 343.000

* In 2022 was incidenteel sprake van kosten/baten voor de energietoeslag ad. € 19.000.000,- dat d.m.v. een begrotingswijziging is doorgevoerd Bron: cijfers zijn ontleend aan de P&C cyclus documenten In de huidige P&C cyclus (begroting en jaarrekening) wordt, zoals hierboven te zien is, op

gecomprimeerd niveau gerapporteerd op het beleidsproduct Armoedebeleid waarbij het inzicht

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 43

integraal ontbreekt over welke kostensoort het gaat. In de begroting en jaarrekening zijn de verschillende onderdelen (of kostensoorten) van dit beleidsproduct versnipperd weergegeven. In de begroting en jaarrekening is bijvoorbeeld niet op één plek integraal te zien op het beleidsproduct Armoedebeleid wat de begrote en werkelijke kosten waren van kwijtschelding onroerendezaakbelastingen of individuele inkomenstoeslag en of hier aan het einde van het jaar budget is overgebleven. Als de raad inzicht heeft in deze kostensoorten van de opgave Armoedebestrijding (integraal op één plek vindbaar), wordt het voor de raad helder bij welke kostensoorten sprake is van onderuitputting budget, waarover de raad vragen kan stellen (wordt de onderuitputting veroorzaakt door het uitstellen van activiteiten of interventies bijvoorbeeld?). Zie hiervoor de volgende paragraaf waarin ingegaan wordt op de uitnutting van de budgetten.

5.5

Is het budget toereikend?

Uit de bovenstaande cijfers blijkt dat in de periode 2020 tot en met 2022 jaarlijks het budget toereikend is geweest met betrekking tot het beleidsproduct Armoedebestrijding. Respectievelijk bleef over de jaren 2020, 2021 en 2022 een bedrag van € 715.000, € 846.000 en € 343.000 over (onderuitputting budget c.q. het deel van het budget dat aan het eind van het jaar niet is uitgegeven). In 2020 wordt de onderuitputting van in totaal € 715.000,- voornamelijk veroorzaakt door onderuitputting van het budget bij kostensoort Collectieve verzekering AV Frieso ad € 501.000,(34% t.o.v. budget), Curatieve schuldhulpverlening particulieren ad € 109.000, - (12% t.o.v. budget) en Individuele inkomenstoeslag ad € 117.000, - (7% t.o.v. budget). Aan de andere kant is bij Preventie vroegsignalering sprake van een budgetoverschrijding van € 101.000, veroorzaakt door incidentele (extra) financiering van buurtservicepunten en subsidie schuldhulpmaatje. De kostensoorten Collectieve verzekering, Curatieve schuldhulpverlening en Individuele inkomenstoeslag betreffen open einde regelingen van het minimabeleid; vooraf kan men niet exact het gebruik van deze regelingen inschatten voor het vaststellen van het budget waardoor het budget niet volledig gebruikt kan worden als sprake is van minder gebruik van de regeling dan vooraf ingeschat.

In 2021 wordt de onderuitputting budget van in totaal € 846.000,- voornamelijk veroorzaakt door onderuitputting budget bij kostensoort Bijzondere bijstand ad € 570.000,- (13% t.o.v. budget), Uitvoeringskosten30 kwijtschelding belastingen ad € 89.000,- (81% t.o.v. budget), Collectieve verzekering AV Frieso ad € 74.000, - (5% t.o.v. budget), Individuele inkomenstoeslag ad € 102.000, - (6% t.o.v. budget) en Studietoeslag ad € 120.000, - (54% t.o.v. budget). In 2022 wordt de onderuitputting budget van in totaal € 343.000,- voornamelijk veroorzaakt door onderuitputting budget bij kostensoort Uitvoeringskosten kwijtschelding belastingen ad € 115.000, -, Collectieve verzekering AV Frieso ad € 49.000, - (1% t.o.v. budget) en Individuele inkomenstoeslag ad € 74.000, - (22% t.o.v. budget). In zowel 2021 als 2022 was sprake van een forse budget-onderuitputting bij kwijtschelding belastingen. Op de vraag van de rekenkamer wat de oorzaak hiervoor was, gaf de organisatie aan dit uit te zoeken waarop we geen reactie meer hebben ontvangen. Verder blijkt uit deze specifiek opgevraagde cijfers dat het budget voor de Meedoenregeling (Volwassenenfonds, zie 30 Kosten die gemeenten maken om de belastingschuld kwijt te schelden

.

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 44

par. 3.2) ad € 450.000, - van 2021 uiteindelijk (over jaarschijven heen) doorgeschoven is naar 2024 waarin uiteindelijk de regeling tot uitvoering is gebracht.

5.6

Toekomst van budgetten en ontwikkelingen en risico’s

Voor de aanpak van armoede en schulden is structureel € 2,5 mln. beschikbaar dat vooral betrekking heeft op schuldenaanpak, uitvoeringskosten voor vroegsignalering en de kindregelingen, voorheen: het kindpakket (doelgroep bevat ook personen met een hoger inkomen dan het minimum). Voor de aanpak van minimabeleid, bestaande uit bijzondere bijstand, collectieve zorgverzekering (AV Frieso), individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag is € 6,5 mln. beschikbaar. Structureel is jaarlijks in totaal € 9 mln. beschikbaar als budget maar dit structurele budget is over de jaren 2020 t/m 2022 incidenteel aangevuld zoals uit de voorgaande tabel blijkt. Deze structurele middelen worden jaarlijks ook ingezet voor structurele contract- en subsidieafspraken met leveranciers en subsidieontvangers. De kosten van de open einde regelingen van het minimabeleid (o.a. Individuele inkomenstoeslagen en collectieve verzekering AV Frieso) bedragen ongeveer € 8 mln per jaar (periode 2020 t/m 2022). In de jaren 2020 tot en met 2022 is er vanuit de algemene reserve € 1 tot 1,5 mln. incidenteel toegevoegd aan de middelen voor minimabeleid als sprake was van een tekort (omdat er structureel € 6,5 mln. beschikbaar is). Zie hieronder de onderstaande tabel, ontleend aan het Visiedocument:

In het visiedocument is aangegeven dat er een tekort is op de structurele middelen en de begroting hiermee niet sluitend is. De achtergrond daarvan is hiervoor geschetst. Tot en met 2022 is besloten de in de visie opgenomen ambities te realiseren met de beschikbare middelen (tekorten incidenteel aanvullen uit de algemene reserve). In de visie is al aangegeven dat er vanaf 2023 een financieel vraagstuk31 (hoe de dekking structureel in te regelen) speelt. Dit vraagstuk zal afgewogen moeten worden bij de nieuwe bestuursperiode. Financiële risico’s

Zoals het financiële kader laat zien, wordt gebruikgemaakt van zowel structurele als incidentele middelen. De incidentele middelen zijn onder meer de corona middelen (in de periode 20202022) geweest. Dit heeft de gemeente Leeuwarden de mogelijkheden gegeven om aanvullend in te zetten op bestaande interventies, maar ook nieuwe interventies uit te voeren en te monitoren op het effect. Als het effect positief is, is er echter een risico dat er onvoldoende financiële ruimte is om deze interventies structureel door te voeren. Daarnaast zijn de opgenomen

31 Raadsvoorstel (16-11-2021) Visie armoede en schuldhulp: Financieel vraagstuk leidt tot keuzes per 2023

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 45

bedragen in het financieel kader gebaseerd op een inschatting van de verwachte kosten, waarbij ook rekening met eventuele toename in bereik van minimaregelingen is gehouden. Deze hebben een open-eind karakter: vooraf is er geen maximum aan kosten aan te geven omdat de kosten afhankelijk zijn van de mate waarin er gebruik wordt gemaakt van de minimaregelingen. Het open-eind karakter komt voort uit de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft richting haar inwoners. Ook dit is van invloed op de benodigde middelen.

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

6.

Doeltreffendheid

6.1

Inleiding

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 46

Dit hoofdstuk gaat over de doeltreffendheid van de gemeentelijke regelingen en de kindregelingen. De volgende onderzoeksvraag staat centraal: Wat is het bereik van de instrumenten en worden de beleidsdoelen bereikt?

In paragraaf 6.2 gaan we in op de doeltreffendheid van de gemeentelijke regelingen, waarbij ingegaan wordt op de bekendheid van de regelingen, het bereik van de regelingen en de communicatie over de regelingen. In paragraaf 6.3 komt de doeltreffendheid van de kindregelingen aan bod. In paragraaf 6.4 gaan we als laatste in op het bereik van de beleidsdoelen.

6.2

Doeltreffendheid gemeentelijke regelingen

In deze paragraaf brengen we informatie uit verschillende bronnen en onderzoeken over gemeentelijke regelingen bij elkaar: de armoedemonitor van de gemeente Leeuwarden (2022), het onderzoek Hulp bij Geldzaken door afdeling Rapportage, Statistiek en Onderzoek van de gemeente Leeuwarden (2022), kwartaalrapportages Bijzondere bijstand en minimaregelingen (2021 en 2022), het eigen belevingsonderzoek van de rekenkamer onder 30 inwoners, de eigen quickscan onder 128 Leeuwarder organisaties en twee verdiepende groepsinterviews met deelnemers aan de quickscan. In de als bijlage opgenomen factsheets is meer informatie over de achtergrond van deze onderzoeken opgenomen. 6.2.1 Bekendheid van regelingen In het belevingsonderzoek heeft de rekenkamer vragen gesteld over de bekendheid van regelingen. Eerst is gevraagd welke regelingen de inwoner kent, zonder deze te noemen. Eén op de drie inwoners wist spontaan geen enkele regeling te noemen. De meest bekende regeling is de energietoeslag32, de helft wist deze spontaan te noemen. Wanneer de regelingen één voor één genoemd werden, bleek ook de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen bij bijna elke ondervraagde inwoner bekend. Bijzondere bijstand is - met enige hulp - bij zes op de tien respondenten bekend.

De individuele inkomenstoeslag, individuele studietoeslag, de AV Frieso en de witgoedwissel zijn bij minder dan de helft van de ondervraagde inwoners bekend. Opvallend is dat bij een steekproef van inwoners van Leeuwarden (de inwonersenquête) de meeste gemeentelijke regelingen beter bekend zijn dan bij de inwoners die de rekenkamer heeft gesproken. In tabel 4 is een overzicht opgenomen van de gemeten bekendheid in beide onderzoeken.

32 De steekproef is getrokken onder inwoners die de energietoeslag hebben aangevraagd

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 47

Tabel 4 | bekendheid van regelingen (% van respondenten) Regeling

Telefonische interviews (2023, n=30, laag inkomen)

Inwonersenquête (2022, n=1.846, alle inkomens)

Spontaan

Geholpen

Bijzondere bijstand

23%

60%

77%

Ind. inkomenstoeslag

17%

43%

56%

Energietoeslag

50%

97%

81%

Ind. studietoeslag

0%

10%

64%

AV Frieso

0%

37%

74%

Kwijtschelding

7%

97%

75%

Witgoedwissel

20%

40%

niet gemeten

In de quickscan Leeuwarder organisaties heeft de rekenkamer aan 128 organisaties in Leeuwarden gevraagd in hoeverre zij bekend zijn met de gemeentelijke regelingen (zie factsheet Leeuwarder organisaties). Tijdens de groepsinterviews is hierop doorgevraagd. Het blijkt dat:   

32% van de ondervraagde Leeuwarder organisaties goed bekend is met de minimaregelingen en nog eens 57% er globaal mee bekend is; organisaties die een taak hebben in uitvoering van het armoedebeleid beter bekend zijn met de regelingen dan scholen en verenigingen; dat organisaties met een taak in de uitvoering van het armoedebeleid meestal ‘globaal bekend’ zijn met de regelingen, omdat het heel moeilijk is om up-to-date te blijven en de regelingen goed te doorgronden; verenigingen de minimaregelingen als individueel en privé zien en het niet gepast vinden om hieraan aandacht te besteden in hun dagelijkse werkzaamheden (wat ze wel met stichting Leergeld en vooral het Jeugdfonds doen).

6.2.2 Bereik van regelingen Het gebruik van de verschillende minimaregelingen is goed te meten (zie tabel 5). Over het gebruik van kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de witgoedwissel heeft de rekenkamer geen cijfers gevonden in de aangeleverde documenten. Het bereik (welk deel van de doelgroep maakt gebruik van de regelingen) is veel lastiger te meten (zie tabel 6). Dit komt onder andere doordat de doelgroep van een regeling niet alleen wordt bepaald op basis van de inkomensgrens van een regeling. De meeste regelingen hebben aanvullende voorwaarden (zie ook paragraaf 4.2 en de bijlage Regelingen). We lichten dit onder de tabel verder toe.

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 48

Tabel 5 | gebruik minimaregelingen 2019-2023

2019

2020

2021

2022

2023*

bijzondere bijstand

2.946

2.875

2.794

2.674

2.731

ind. inkomenstoeslag

3.661

3.753

3.604

3.586

3.682

11.055

10.832

energietoeslag Studietoeslag AV Frieso

71

110

124

153

238

5.445

5.430

5.456

5.380

5.432

Bron: armoedemonitor 2023 *cijfers over 2023 zijn tijdens het ambtelijk wederhoor aangeleverd door de back-office Bijzondere bijstand

Ongeveer de helft van de inwoners met een inkomen op het sociaal minimum maakt gebruik van bijzondere bijstand. Voor bijzondere bijstand geldt een inkomensgrens van 100% van het sociaal minimum en een vermogensgrens. Een inwoner met een inkomen op het sociaal minimum voldoet niet altijd aan de vermogenseis. Ook maakt niet iedereen met een inkomen op het sociaal minimum noodzakelijke, bijzondere kosten. De omvang van de doelgroep is daarom niet te bepalen. Uit de kwartaalrapportages blijkt dat in 2022 in totaal 2.674 huishoudens in Leeuwarden bijzondere bijstand hebben aangevraagd. Uit de data van Leeuwarden (Suite 4SD) blijkt dat in 2022 ongeveer 1.900 huishoudens daarvan bijzondere bijstand voor beschermingsbewind hebben ontvangen.33 In 2023 is het gerbuik toegenomen met 57. Het gebruik van bijzondere bijstand is in de periode 2019-2022 gedaald met 272 personen. De gemeente Leeuwarden geeft als verklaring voor de daling dat het aantal mensen met een inkomen op het sociaal minimum is gedaald.34 De rekenkamer beschikt niet over cijfers van het aantal personen met een inkomen op het sociaal minimum.35 Het aantal huishoudens met een inkomen tot 101% van het sociaal minimum36 is in de periode 2019 tot 202137 afgenomen van 9,8% van de huishoudens (=6.116 huishoudens) naar 9,5% van de huishoudens (=6.024 huishoudens).

Dat is een afname van 92 huishoudens met een inkomen tot 101% van het sociaal minimum. Individuele inkomenstoeslag

De doelgroep is gebaseerd op huishoudens die 3 jaar of langer een minimuminkomen hebben. De werkelijke doelgroep is kleiner, omdat er ook nog andere voorwaarden gelden, zoals een vermogensgrens en een inspanningsverplichting. Het gebruik van de regeling is in de periode 33 Als een inwoner de kosten voor bewindvoering niet zelf kan betalen, dan kan deze hiervoor bijzondere bijstand

aanvragen 34 Jaarstukken 2022, paragraaf 1.2.2 35 de meest recente gegevens over personen met een laag inkomen in Leeuwarden dateren van 2020 en zijn voorlopige cijfers (CBS Statline) 36 gedurende ten minste 1 jaar 37 Meer recente cijfers over inkomen zijn nog niet beschikbaar bij het CBS.

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 49

2019-2022 gedaald met 75 personen. De gemeente Leeuwarden geeft in de jaarstukken 2022 als verklaring voor de daling van het gebruik van de individuele inkomenstoeslag aan dat het aantal mensen met een inkomen op het sociaal minimum is gedaald. De rekenkamer beschikt niet over cijfers van het aantal personen met een inkomen op het sociaal minimum (zie ook de toelichting bij het gebruik van de bijzondere bijstand). Leeuwarden heeft in 2023 brieven gestuurd naar inwoners die drie jaar een bijstandsuitkering ontvingen om hen te attenderen op de individuele inkomenstoeslag. In 2023 is het gebruik gestegen met 96 ten opzichte van 2022. Studietoeslag

De doelgroep is vastgesteld op basis van het aantal studenten in Leeuwarden. De studietoeslag is echter alleen voor studenten die naast hun studie niet kunnen werken. De omvang van die doelgroep is onbekend. Wel is het beroep op de regeling in de periode 2019-2022 meer dan verdubbeld. AV-Frieso

De doelgroep is vastgesteld op basis van het aantal inwoners met een inkomen lager dan 125% van het sociaal minimum.38 Leeuwarden biedt uitsluitend een collectieve zorgverzekering aan met de meest uitgebreide aanvullende verzekering (AV Frieso compleet). De AV-Frieso is daardoor financieel alleen gunstig voor inwoners met een laag inkomen én hoge zorgkosten. Het is onbekend hoeveel inwoners hoge of lage zorgkosten hebben. Dus weten we ook niet hoeveel kleiner de werkelijke doelgroep is ten opzichte van het totaal aantal inwoners tot 125%. Alleen dat deze kleiner is. Kwijtschelding en witgoedwissel

De gemeente Leeuwarden rapporteert in geen van de monitoren of jaarstukken over het gebruik en bereik van kwijtschelding en de witgoedwissel. De witgoedwissel is er pas sinds juli 2023. Tabel 6 | Bereik minimaregelingen 2019-2022* 2019

2020

2021

2022

bijzondere bijstand

53%

52%

50%

48%

ind. inkomenstoeslag

63%

67%

energietoeslag studietoeslag

>99% <1%

<1%

1%

1%

Bron: armoedemonitor 2023 *De omvang van de doelgroep is gebaseerd op CBS-statistieken over inkomen. Inkomen is niet de enige voorwaarde voor een regeling. Het werkelijke bereik is daarom hoger dan de percentages in de tabel.

38 In de armoedemonitor zijn geen cijfers over bereik van de AV Frieso opgenomen. In 2022 waren in Leeuwarden

10.632 huishoudens met een inkomen tot 125%. De AV Frieso wordt per persoon afgesloten. In de armoedemonitor is niet opgenomen uit hoeveel personen deze huishoudens bestaan.

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 50

6.2.3 Communicatie over de regelingen De gemeente Leeuwarden streeft naar een hoger gebruik van de gemeentelijke regelingen en heeft daar een beleidsdoel aan gekoppeld. In 2022 heeft de gemeente een ‘Actieplan communicatie minimaregelingen’ geschreven. Het is een communicatiematrix waarin per maand, per regeling en per doelgroep communicatiemiddelen worden genoemd. Het college schrijft in de toelichting ‘De communicatie rondom de minimaregelingen maakt de doelgroep bewust van de mogelijkheden en activeert de doelgroep om daadwerkelijk gebruik te gaan maken van de aanwezige minimaregelingen. [...] Het betreft in alle gevallen inwoners van de gemeente Leeuwarden, met een laag inkomen. Hierbij gaat het zowel om inkomsten uit werk, pensioen of een uitkering.’ Het college rapporteert niet over welke communicatiemiddelen wel en niet zijn ingezet. Voor de energietoeslag is een intensieve communicatiecampagne ingezet. In november 2023 is huis-aan-huis een Geldkrant verspreid, die ook digitaal vindbaar is.39

6.3

Doeltreffendheid kindregelingen

6.3.1 Bekendheid van kindregelingen De rekenkamer heeft gesproken met vijf inwoners met kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar. Deze vijf inwoners zijn allemaal bekend met de Stichting Leergeld. Vier van deze vijf inwoners kennen ook het Jeugdfonds. Uit de quickscan en de verdiepende interviews blijkt dat 60% procent van de Leeuwarder organisaties goed bekend is met de kindregelingen en nog eens 31% is er globaal mee bekend. 6.3.2 Bereik van kindregelingen De uitvoerders van kindregelingen leveren informatie aan over het gebruik van de regelingen. Uit de armoedemonitor 2022 blijkt dat het gebruik van Sam& sterk is toegenomen in de periode 2019 - 2022 (zie tabel 7). Sam& heeft in 2022 in totaal 8.098 aanvragen toegewezen. De toename wordt vooral veroorzaakt door een sterke toename van het aantal aanvragen bij Stichting Jarige Job. Deze Stichting heeft de leeftijdsgrens verhoogd van 12 naar 18 jaar. Stichting Leergeld heeft het gehele bestand van kinderen die een aanvraag bij Stichting Leergeld hebben toegewezen gekregen, aangeschreven over deze wijziging. Dat heeft geleid tot een grote toename van het aantal aanvragen. Tabel 7 | aantal toegewezen aanvragen kindregelingen Aantal aanvragen toegewezen

2019

2020

2021

2022

Stichting Leergeld

4.325

4.533

4.653

5.370

Jeugdfonds Sport

695

533

501

514

Jeugdfonds Cultuur

149

116

86

110

438

1.889

Jarige Job MBO/VO toetsen Aantal aanvragen toegewezen, totaal

166

119

237

215

5.335

5.301

5.915

8.098

Bron: armoedemonitor 2023

39 https://issuu.com/nibud/docs/2210038_nibud_gk_leeuwarden_def_drukkerij?fr=xKAE9_zU1NQ

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 51

Sam& registreert hoeveel unieke gezinnen en unieke kinderen in de gemeente Leeuwarden één of meerdere kindregelingen toegewezen krijgen (zie tabel 8). Het aantal unieke kinderen en gezinnen met een kindregeling is in de periode 2020 - 2022 toegenomen. Het bereik is in die periode toegenomen met ongeveer 600 kinderen. Tabel 8 | Aantal unieke kinderen met een toegewezen kindregeling Gebruik sam& totaal

2019

2020

2021

2022

Aantal toegewezen kindregelingen

5.335

5.301

5.915

8.098

Aantal unieke gezinnen

1.275

1.219

1.385

1.544

Aantal unieke kinderen

2.381

2.332

2.592

2.919

Bereik Sam&

80%

82%

90%

101%

2023*

3.086

Bron: armoedemonitor 2023 *cijfers over 2023 zijn tijdens het ambtelijk wederhoor aangeleverd door de back-office

De omvang van de doelgroep van Sam& is gebaseerd op het aantal kinderen dat opgroeit in een gezin met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. De werkelijke doelgroep is groter, omdat gezinnen met een hoger inkomen ook in aanmerking kunnen komen voor kindregelingen (zie paragraaf 4.3). Het bereik is toegenomen van 80% van het aantal gezinnen met een inkomen tot 120% in 2019 tot meer dan 100% in 2022. In het eerste kwartaal van 2023 meldt Sam& wederom een grote toename van het aantal aanvragen. Uit de eerste kwartaalrapportage 2023 blijkt dat de toename vooral komt door een stijging van de aanvragen voor schoolreisjes/kampen, zwemlessen, Jeugdfonds Sport en Jarige Job ten opzichte van het eerste kwartaal van 2022. Alle geïnterviewde partijen (Stichting Leergeld, Jeugdfonds, Kunstkade, Rode Kruis en Jeugdeducatiefonds) zien een toename van aanvragen/aanmeldingen. Het einde van de coronacrisis - waarin veel schooluitjes niet doorgingen en verenigingen gesloten waren verklaren een deel van de toename. Maar ook de inflatie en de energiecrisis dragen volgens de organisaties bij aan een grotere vraag van ouders. De partijen kunnen de extra toestroom aan, met uitzondering van Stichting Leergeld. Stichting Leergeld worstelt met de uitvoering en kan moeilijk aan voldoende vrijwilligers komen.

Tijdens het belevingsonderzoek is aan de vijf inwoners met kinderen gevraagd of zij de kindregelingen gebruiken. Drie van de vijf inwoners met kinderen hebben een kindregeling gebruikt (zowel Stichting Leergeld als het Jeugdfonds).

6.4

Bereik beleidsdoelen

Om zicht te krijgen op de ontwikkeling van de doelgroepen van het armoedebeleid en de armoedeproblematiek gebruikt de gemeente Leeuwarden landelijke cijfers van het CBS, regionale cijfers van DataFryslân en Planbureau Fryslân en kwalitatieve informatie van ketenpartners. Daarnaast wordt de informatie van de afdeling Rapportage, Statistiek en Onderzoek gebruikt. In de armoedemonitor worden deze gegevens bij elkaar gebracht. Daarmee ontstaat inzicht in de ontwikkeling van de doelgroepen, het gebruik van minimaregelingen en enkele andere instrumenten en de problematiek die inwoners zelf rapporteren in de inwonersenquête (over kunnen rondkomen en over het hebben van schulden).

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 52

Monitoring van het bereik van beleidsdoelen staat nog in de kinderschoenen. Het is de bedoeling dat er een dashboard ontwikkeld wordt met prestatie-indicatoren per pijler. Zo ver is het nog niet. In het huidige dashboard zijn geen beleidsdoelen opgenomen en de prestatieindicatoren die in de visie zijn opgenomen, zijn niet aan het dashboard gekoppeld. Er is één koppeling te maken tussen een beleidsdoel en het dashboard: de monitoring van het gebruik en de uitnutting van het budget van de minimaregelingen is gekoppeld aan de doelstelling uit het visiedocument ‘5% stijging van gebruik minimaregelingen’. Daarnaast is een begin gemaakt met het opnemen van data over de kindregelingen (data van Sam& voor alle kinderen), vroegsignalering (data van Amaryllis) en schuldhulpverlening (data van de Kredietbank Nederland). De data uit het dashboard worden ook gebruikt in bovengenoemde armoedemonitor. Er zijn geen afspraken met de beleidsmedewerkers van aanpalend beleid over de monitoring van doelgroepen, problematiek en/of het bereik van beleidsdoelen. Voorheen was er een monitoringsgroep SOZA, later BUIG, maar die groep bestaat niet meer. Afdeling Gezondheid is bezig met de ontwikkeling van een dashboard gezondheid in samenwerking met afdeling Rapportage, Statistiek en Onderzoek. Hierbij is geen structurele samenwerking met de ontwikkelaars van het dashboard armoede. P&C cyclus

In de programmabegroting van 2022 worden drie meetbare doelen geformuleerd. Bij pijler 1 is dat: “In 2022 streven we ernaar dat 10% meer kinderen ten opzichte van 2021 maatschappelijk participeren door gebruik te maken van Sam&.” en bij pijler 2 zijn dat: “Daarbij realiseren wij in 2022 een stijging van 5% ten opzichte van 2021 in het gebruik van de minimaregelingen.” en “In 2022 streven we ernaar om het bereik van de energiecoaches te vergroten met 10% ten opzichte van 2021.” In de jaarstukken 2022 komen de hoofddoelen zoals opgenomen in de Visie Armoede en schulden terug. Het hoofddoel is geformuleerd als “doel 1.2: Armoedebestrijding zodat iedereen mee kan doen”. Het college beoordeelt doel 1.2 als gerealiseerd. Doel 1.2 bestaat uit vier subdoelen. We herkennen in de subdoelen de ambities van de drie pijlers. Het derde subdoel sluit aan op het hoofdstuk over Communicatie en Dienstverlening uit de visie. De korte- en langetermijndoelen en de prestatie-indicatoren komen niet terug in de jaarstukken. Doelen in de jaarstukken 2022 1.2 Armoedebestrijding zodat iedereen mee kan doen 1.2.1 Doorbreken van de regeneratie van armoede 1.2.2 Het vergroten van de bestaanszekerheid 1.2.3 Verbeteren van dienstverlening en bedrijfsvoering van de financiële hulpverlening 1.2.4 Aanpak schuldenproblematiek

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 53

In de toelichting in de jaarstukken van 2022 schrijft het college dat: 

10% meer kinderen ten opzichte van 2021 maatschappelijk hebben geparticipeerd door gebruik te maken van Sam&;

het gebruik van minimaregelingen gedaald is, ondanks de inzet op communicatie. Als verklaring geeft het college dat de omvang van de doelgroep is gedaald;

de OpMaat-methode verder is uitgerold ter verbetering van de financiële hulpverlening. Het college stelt dat voor circa 80% van de doelgroep de wetten, regels en reguliere instrumenten voldoende bestaanszekerheid bieden en dat voor de overige 20% een andere oplossing via OpMaat geboden wordt;

het preventieplan ter voorkoming van armoede en schulden in 2023 zal worden vastgesteld;

in 2022 voorbereidingen zijn getroffen voor aansluiting bij de Nederlandse schuldhulproute;

extra geïnvesteerd is in vroegsignalering door Amaryllis en dat daardoor ook meer mensen zijn bereikt met een hulpaanbod;

de energiecoaches in 2022 meer tools hebben gekregen;

per 1 oktober 2022 in Leeuwarden-Oost de pilot SchuldenvrijLWD is gestart;

in de periode 2019 tot en met 2022 in totaal 25 jongeren in het project Jongeren & Schulden zijn ingestroomd;

dat het aantal trajecten voor curatieve schuldhulpverlening bij de KBNL licht is toegenomen t.o.v. 2021.

In de programmabegroting 2023 valt het armoedebeleid onder doel 1.2 ‘Armoedebestrijding zodat iedereen mee kan doen.’ De drie pijlers uit de visie op Armoede worden genoemd. Verder schrijft het college: “In 2023 geven we een extra impuls aan een aantal acties op het terrein van de schuldenaanpak. En gaan we de incidentele interventies waarmee we een structureel effect willen bereiken voortzetten. Om de bestaanszekerheid te versterken zetten we in op een Meedoenpas en het verder uitrollen van de Voorzieningenwijzer.” Bij pijler 1 wordt opnieuw een stijging van 10% van het gebruik van Sam& als doel genoemd. Verder worden geen meetbare doelen geformuleerd. Er is vooral aandacht voor de geplande activiteiten.

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

7.

Beleving van inwoners en organisaties

7.1

Inleiding

E I N D R A P P O R T

| 54

Dit hoofdstuk gaat over de beleving van het armoedebeleid door de organisaties in Leeuwarden en de inwoners met een laag inkomen. De informatie in dit hoofdstuk is gebaseerd op eigen onderzoek van de rekenkamer: het belevingsonderzoek onder 30 inwoners, de quickscan onder 128 Leeuwarder organisaties en de twee verdiepende groepsinterviews met een selectie van deze organisaties. De volgende onderzoeksvraag staat centraal: Wat zijn oorzaken van gebruik en niet-gebruik van regelingen, sluit de communicatie en bejegening aan op de leefwereld en wat is de impact van het beleid op de inwoners waar het om gaat? Het hoofdstuk is opgebouwd uit 3 paragrafen. In paragraaf 7.2 gaan we in op de redenen van het gebruik en niet-gebruik van regelingen. Paragraaf 7.3 gaat over de impact van het beleid op de inwoners van de gemeente Leeuwarden In deze paragraaf wordt eerst de impact van armoede behandeld en daarna de impact van het beleid op het kunnen rondkomen. In paragraaf 7.4 wordt ten ingegaan op de aansluiting van het beleid op de leefwereld van inwoners. \

7.2

Redenen gebruik en niet-gebruik van regelingen

Veel regelingen zijn onbekend bij inwoners met een laag inkomen

Om gebruik te kunnen maken van een regeling, moet een inwoner ten eerste bekend zijn met de regeling. In paragraaf 5.2.1 is beschreven dat de spontane bekendheid van regelingen onder inwoners met een laag inkomen beperkt is. Wanneer de regelingen genoemd worden, worden de energietoeslag en kwijtschelding door bijna iedereen herkend, bijzondere bijstand door meer dan de helft van de ondervraagde inwoners. De andere regelingen zijn bij minder dan de helft van de ondervraagde inwoners bekend. Ongeveer een derde van de inwoners die de regelingen kennen heeft de regelingen zelf opgezocht op de website van de gemeente Leeuwarden. Eén op de vier ondervraagde inwoners kent de regelingen via een medewerker van de gemeente Leeuwarden, één op de vijf kent de regelingen via communicatie van de gemeente Leeuwarden: zij hebben informatie via social media, krantjes of advertenties over de regeling(en) gezien. Enkele ondervraagde inwoners kennen de regelingen via een wijkteam en/of via buurt- of dorpskamers. De helft van de inwoners vraagt de regelingen niet zelfstandig aan

De helft (15) van de ondervraagde inwoners heeft in de afgelopen jaren de regelingen zelf aangevraagd, zonder hulp van buitenaf. De andere helft heeft de aanvraag niet zelf gedaan (8 inwoners) of de inwoner heeft hulp gezocht bij het aanvragen (7 inwoners). Als de inwoner niet zelf aanvraagt, is het meestal de bewindvoerder die de aanvragen doet. Zie verder paragraaf 7.4 over aansluiting bij de leefwereld van inwoners. Andere redenen van niet-gebruik

Als een inwoner de regeling wel kent, maar niet heeft gebruikt, heeft de rekenkamer gevraagd naar de reden waarom de regeling niet is gebruikt. Het vaakst wordt genoemd dat inwoner weet of denkt te weten geen recht te hebben op de regeling. Per regeling zijn er ook inwoners die het

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 55

te moeilijk vinden om te achterhalen of zij er recht op hebben. Twee inwoners geven bij één of meerdere regelingen aan de overheid te wantrouwen en bang te zijn dat het geld later terugbetaald moet worden. Bij kwijtschelding wordt door zes inwoners aangegeven dat het te moeilijk is om te achterhalen of deze er recht op heeft en/of te moeilijk is om de regeling aan te vragen. Eén ondervraagde inwoner wil de regelingen niet gebruiken en diens financiële situatie anders oplossen. Tabel 9 | Samenvatting bekendheid, gebruik en niet-gebruik van regelingen Regeling

Kent de inwoner

Waarvan gebruikt

Kent wel, niet gebruikt

Onbekend bij inwoner

Reden niet-gebruik

Bijzondere bijstand

18

11

6

1

heb geen recht (2) wantrouwen (2) te moeilijk (1) schaamte/trots (1)

Inkomenstoeslag

13

7

4

2

heb geen recht (2) wantrouwen (1) te moeilijk (1)

Studietoeslag

3

1

0

2

AV Frieso

11

5

3

3

energietoeslag

29

29

0

0

witgoedwissel

11

5

6

0

niet nodig (2) heb geen recht (1) schaamte/trots (1) wantrouwen (1) ga het alsnog doen (1)

kwijtschelding

29

18

10

1

te moeilijk (6) heb geen recht (5) schaamte/trots (1) wantrouwen (1)

te moeilijk (2) heb geen recht (1) te hoge premie (1)

Bron: belevingsonderzoek rekenkamer

7.3

Impact van het beleid op inwoners met een laag inkomen

Wat is de impact van armoede op inwoners? Aan de Leeuwarder organisaties is gevraagd welke impact van armoedeproblematiek zij in het dagelijkse werk tegenkomen in de gemeente Leeuwarden (zie factsheet Leeuwarder organisaties). Meer dan de helft van de ondervraagde organisaties (56%) komt in het dagelijks werk inwoners tegen die niet in de basisbehoeften kunnen voorzien. Daarmee wordt bedoeld dat er te weinig geld is voor sport en andere activiteiten, maar ook eten en kleding worden genoemd. Bijna een kwart komt inwoners tegen met problemen in de geestelijke gezondheidssfeer, zoals stress, schaamte, negatief zelfbeeld en/of eenzaamheid. Verder worden problemen in de fysieke gezondheidssfeer genoemd, zoals een matige hygiëne of ongezonde leefstijl (17%) en gezinsproblematiek (14%). Leeuwarder organisaties met een taak in de

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 56

uitvoering noemen problemen in de geestelijke (50%) en fysieke (33%) gezondheidssfeer en gezinsproblematiek (25%) vaker dan de andere organisaties. Helpen de regelingen bij het rondkomen? De helft van de Leeuwarders en 83% van de inwoners met een laag inkomen kan niet gemakkelijk rondkomen.

Uit de inwonersenquête (2022) blijkt dat inwoners steeds minder goed kunnen rondkomen en dat dat ook geldt voor de hogere inkomensklassen: ongeveer de helft van de inwoners kan ‘gemakkelijk’ rondkomen, de andere helft ‘(heel) moeilijk’ of ‘redelijk’ (zie figuur ‘Beoordeling van rondkomen’). In het belevingsonderzoek van de rekenkamer geven 25 van de 30 inwoners (83%) aan dat ze net (21) of niet (4) kunnen rondkomen, 5 inwoners (17%) kunnen gemakkelijk rondkomen. Zoals verwacht, kunnen inwoners met een inkomen tot 125% dus veel moeilijker rondkomen dan gemiddeld in de gemeente Leeuwarden.

De regelingen dragen bij aan het rondkomen, maar zijn niet afdoende

Aan de organisaties in Leeuwarden is gevraagd wat volgens hen de impact van de gemeentelijke regelingen en de kindregelingen is op de armoedeproblematiek van de inwoners van Leeuwarden (zie factsheet Leeuwarder organisaties). Nagenoeg alle organisaties schatten in dat zowel de gemeentelijke regelingen als de kindregelingen enige of veel impact hebben op de inwoners. In de verdiepende interviews werd duidelijk dat organisaties die een taak hebben in de uitvoering van het armoedebeleid de impact van de gemeentelijke regelingen op individuele inwoners van Leeuwarden hoger inschatten dan de impact van de kindregelingen. Verenigingen schatten de impact van de kindregelingen hoger in. In bijlage Factsheets Leeuwarder organisaties is opgenomen wat 38 organisaties40 als toelichting hebben geschreven op hun oordeel over de impact van de gemeentelijke regelingen op inwoners. Een derde van de 40 19 uitvoerders, 8 scholen, 6 sportverenigingen, 4 maatschappelijke organisaties en 1 cultuurvereniging

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 57

Leeuwarder organisaties is positief over de regelingen: de regelingen helpen of geven een beetje lucht. De meeste organisaties die een toelichting schrijven zijn kritisch over de regelingen of de uitvoering daarvan: de regelingen sluiten onvoldoende aan, inwoners vragen ze niet aan uit schaamte en de regelingen zijn niet toereikend. In bijlage Factsheets Leeuwarder organisaties is opgenomen wat 58 organisaties41 als toelichting hebben opgeschreven op hun oordeel over de impact van de kindregelingen op inwoners. De organisaties schrijven vooral positieve toelichtingen. 60% schrijft dat de kindregelingen ervoor zorgen dat kinderen mee kunnen doen aan schoolactiviteiten, sport en/of cultuur. Maar de drempel om aan te vragen is er ook - schaamte, (taal)problemen en onbekendheid met de regelingen spelen daarbij een rol. Opvallend is dat vooral scholen de schaamte noemen, veel vaker dan verenigingen en uitvoerders. Acht organisaties - waarvan zes verenigingen - geven aan een participatieregeling voor volwassenen te missen. Volgens de inwoners zelf dragen de gemeentelijke regelingen en kindregelingen bij aan de oplossing om rond te kunnen komen: 18 van de 27 ondervraagde inwoners zeggen dat de regelingen een beetje bijdragen als oplossing om rond te komen en 9 zeggen dat de regelingen veel bijdragen.

7.4

Aansluiting van het beleid op de leefwereld van inwoners

Sluit de inrichting van de regelingen aan op de leefwereld van de inwoners?

Het landschap van regelingen is zeer complex, inwoners zijn niet zelfredzaam en de ondersteuning wordt nog amper gevonden

De gemeente Leeuwarden biedt de Voorzieningenwijzer en de website Hulp bij geldzaken aan om inwoners te ondersteunen bij de zoektocht naar landelijke en lokale regelingen waar zij recht op hebben en in november 2023 is de Geldkrant verspreid (zie ook paragraaf 4.6). De websites en de krant verwijzen naar de wijkteams, buurtservicepunten en Humanitas voor ondersteuning bij het aanvragen van regelingen.42 Toch is het voor de inwoners van Leeuwarden nog altijd moeilijk om overzicht te krijgen en informatie te vinden. Tijdens het trekken van de steekproeven voor het belevingsonderzoek bleek al dat 21% van de inwoners met een bijstandsuitkering een bewindvoerder heeft, waarvan ongeveer de helft schuldenbewind. Van de huishoudens met een inkomen tot 125% en zonder bijstandsuitkering heeft 9% een bewindvoerder.43 Van de dertig inwoners waarmee de rekenkamer gesproken heeft, kennen vijf inwoners de Voorzieningenwijzer waarvan twee deze gebruikt hebben. De helft (15) van de ondervraagde inwoners heeft in de afgelopen jaren de regelingen zelf aangevraagd, zonder hulp van buitenaf. De andere helft heeft de aanvraag niet zelf gedaan (8 inwoners) of de inwoner heeft hulp gezocht bij het aanvragen (7 inwoners). Als de inwoner niet zelf aanvraagt, is het meestal de bewindvoerder die de aanvragen doet.

Als een inwoner hulp vraagt bij het aanvragen, dan is dat meestal bij een professionele hulpverlener (zie factsheet Belevingsonderzoek). Slechts een enkeling noemt het wijkteam of het buurtservicepunt als een informatiebron, Humanitas wordt helemaal niet genoemd.

41 17 scholen, 17 sportverenigingen, 15 uitvoerders, 7 cultuurverenigingen en 2 maatschappelijke organisaties 42 Voor ondersteuning bij geldzorgen of schulden wordt ook verwezen naar Schuldhulpmaatje en PING 43 Cijfers over bewindvoering zijn verkregen door een analyse van twee bestanden: een bestand van alle inwoners

van de gemeente Leeuwarden met een bijstandsuitkering en een bestand van alle inwoners die de energietoeslag hebben aangevraagd, maar geen bijstandsuitkering ontvangen.

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 58

In de quickscan zijn zes stellingen over het vertrouwen van inwoners in de gemeente Leeuwarden, Amaryllis en vrijwilligersorganisaties voorgelegd. De helft van de organisaties heeft een mening hierover gegeven. Meer dan de helft van hen is van mening dat de inwoners onvoldoende vertrouwen hebben in de gemeente Leeuwarden om hulp te vragen en denken dat inwoners zich niet gehoord en gezien voelen door de gemeente Leeuwarden. De Leeuwarder organisaties zijn positiever over het vertrouwen van inwoners in Amaryllis en vrijwilligersorganisaties. Uit de interviews, de quickscan en de verdiepende groepsinterviews blijkt dat het ook voor de ondersteunende partijen moeilijk is om een up-to-date lijst van regelingen en mogelijkheden te hebben die helpt bij het overzicht en het ondersteunen van inwoners. Medewerkers van de buurtservicepunten en Humanitas hebben moeite om overzicht te houden over de details en hebben daarbij ondersteuning nodig van de gemeente Leeuwarden. De inrichting van de telefonische ondersteuning door de gemeente Leeuwarden is daarbij niet helpend. De gemeente Leeuwarden werkt met terugbelverzoeken, waardoor een dossier niet behandeld kan worden op het moment waarop de inwoner bij de vrijwilliger aan tafel zit. Casussen blijven daardoor telkens liggen, waardoor de dossiers zich opstapelen.

De helft van de aanvragers vindt het proces van aanvragen positief en gemakkelijk

De helft van de ondervraagde inwoners (15) geeft aan dat het aanvragen positief en gemakkelijk verloopt. Zeven inwoners vinden het proces van aanvragen onduidelijk of moeilijk. Vooral het proces van het aanvragen van kwijtschelding wordt ingewikkeld gevonden. De anderen hebben geen mening, omdat zij de regelingen niet zelf hebben aangevraagd. De meeste inwoners hebben geen contact met de gemeente Leeuwarden bij het aanvragen van de regelingen. Als er wel contact is (9 inwoners), dan verloopt dat contact over het algemeen positief (6 inwoners), maar twee ondervraagde inwoners hebben negatieve ervaringen met de medewerkers van de gemeente Leeuwarden. Wat hebben de inwoners van Leeuwarden nu echt nodig? Inwoners met een laag inkomen kunnen niet aangeven wat ze nodig hebben

De meeste ondervraagde inwoners (19) kunnen niet aangeven wat ze precies nodig hebben om beter rond te kunnen komen of wat ze van de gemeente verwachten op dit vlak. Degenen die wel iets noemen, spreken vooral over maatwerk: ondersteuning bij het participeren, waarderen van vrijwilligerswerk en betere informatievoorziening. Een enkeling noemt dat er meer inkomen nodig is (zie factsheet Belevingsonderzoek). Leeuwarder organisaties pleiten voor betere ondersteuning, vergroten van bestaanszekerheid en een waardige benadering

In bijlage Factsheets Leeuwarder organisaties is opgenomen wat 117 organisaties44 hebben geantwoord op de vraag: “Wat hebben inwoners met armoedeproblematiek nu eigenlijk echt nodig, waarmee zouden zij het meest geholpen zijn, denkt u?” Antwoorden zijn samengenomen in onderstaande categorieën:

44 37 scholen, 35 sportverenigingen, 21 uitvoerders, 13 cultuurverenigingen en 11 maatschappelijke organisaties

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 59

Een derde van de organisaties (42) noemt dat inwoners betere ondersteuning nodig hebben bij het omgaan met geld en het benutten van mogelijkheden. Daarbij gebruiken zij woorden als advies, ondersteuning, hulp bij geldzaken, begrijpelijke informatie, persoonlijke aandacht voor de situatie en begrijpelijk informeren. Scholen noemen dit vaker dan gemiddeld, verenigingen minder vaak. Een kwart van de organisaties (28) geeft aan dat de bestaanszekerheid van inwoners versterkt moet worden door de Rijksoverheid, bijvoorbeeld met meer inkomen, een basisinkomen en/of aanpassing van het toeslagenbeleid. Een hoger inkomen zorgt ervoor dat er minder potjes en regelingen nodig zijn, waardoor inwoners deze niet aan hoeven te vragen. Uitvoerders en maatschappelijke organisaties geven dit vaker aan de andere organisaties. Een op de zes organisaties (16%) stelt dat inwoners in armoede een andere benadering nodig hebben met meer waardigheid, respect en vertrouwen en minder stigmatisering. Daarbij wordt ook gedoeld op het aanvragen van regelingen, de bureaucratie die daarbij komt kijken, de afhankelijkheid die inwoners voelen en het wantrouwen waarmee de inwoners om wie het gaat zich bejegend voelen. Uitvoerders en maatschappelijke organisaties stellen dit vaker dan de andere organisaties.

Zestien organisaties (14%) stellen dat inwoners in armoede een duurzame oplossing voor hun problemen nodig hebben, zoals begeleiding naar werk en de aanpak van onderliggende problemen, die zich vaak op andere beleidsterreinen bevinden, zoals wonen en sociale problematiek. Uitvoerders stellen dit vaker dan de andere organisaties. Vijftien organisaties (13%) gaan in op de systemen: wat inwoners volgens hen nodig hebben, zijn minder loketten, gemakkelijkere procedures, transparantie, minder digitalisering en meer rekening houden met laaggeletterden. Maatschappelijke organisaties gaan daar vaker op in dan de andere organisaties. Twaalf organisaties (10%) stellen dat inwoners meer ondersteuning in natura nodig hebben, zoals voedsel, meedoenregelingen en een participatieregeling voor volwassenen.

Een aantal organisaties noemt heel specifieke zaken die inwoners - of de organisaties zelf nodig hebben. Deze zijn te vinden in bijlage Factsheets Leeuwarder organisaties.

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

8.

Monitoring en verantwoording

8.1

Inleiding

–

E I N D R A P P O R T

| 60

Dit hoofdstuk gaat over de monitoring en verantwoording aan de raad over het armoedebeleid van de gemeente Leeuwarden. De volgende onderzoeksvraag staat centraal: Hoe is de monitoringssystematiek ingericht en hoe vindt verantwoording plaats, hoe wordt de raad geïnformeerd en kan de raad met de huidige monitoringssystematiek controleren en – indien nodig – kaders bijstellen? Hierbij komen de volgende onderdelen / paragrafen aan bod: Paragraaf 8.2: Hoe vindt verantwoording plaats aan de raad? Paragraaf 8.3: Hoe is de raad geïnformeerd? Paragraaf 8.4: Kan de raad met de huidige monitoringssystematiek controleren en – indien nodig – kaders bijstellen?

8.2

Hoe vindt verantwoording plaats aan de raad?

In het visiedocument zijn afspraken vastgelegd over de meting en monitoring. Hierbij is aangegeven dat jaarlijks gerapporteerd zou worden op de te behalen doelen binnen de drie pijlers van de armoedeaanpak. In het visiedocument is tevens aangegeven dat alle interventies direct zouden moeten bijdragen aan de gestelde doelen en de ambities van de gemeente Leeuwarden. Ook is hierbij aangegeven dat jaarlijks geëvalueerd zou worden of de doelen zijn gehaald, of ze moeten worden bijgesteld en of er andere interventies nodig zijn om deze doelen te behalen. Het rapporteren op de gestelde doelen zou dan moeten gebeuren via de bestaande Planning & Control cyclus dat gezien kan worden als verantwoording aan de raad. In het visiedocument is hierbij nog een onderscheid gemaakt tussen de doelen die gemeten zouden worden: ●

●

de korte termijn doelen: onder andere het vergroten van het bereik van de voorzieningen, verkorten van doorlooptijden en meer inwoners laten uitstromen naar werk; de lange termijn doelen: een van die doelen is het doorbreken van armoede van generatie op generatie dat niet te realiseren is in enkele jaren maar een langdurige structurele aanpak vraagt. Daarom zou gemonitord worden in hoeverre het beleid de omvang van de armoede beperkt en armoede bij een nieuwe generatie voorkomt.

Naast de rapportages over de meting van de doelen (effecten van armoedeaanpak) is in het visiedocument ook een toezegging gedaan om te onderzoeken op welke manier een jaarlijkse armoedemonitor opgesteld kan worden waarbij de armoede in de gemeente Leeuwarden in kaart kan worden gebracht. Deze armoedemonitor zou dan een goed beeld moeten geven over de effectiviteit van de armoedeaanpak. In hoofdstuk 6.4 is het onderscheid toegelicht op de gehanteerde data en informatie en de bronnen die daarbij gehanteerd worden door de gemeente Leeuwarden. In de armoedemonitor worden deze gegevens bij elkaar gebracht. Daarmee ontstaat inzicht in de ontwikkeling van de doelgroepen, het gebruik van minimaregelingen en enkele andere instrumenten en de

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 61

problematiek die inwoners zelf rapporteren in de inwonersenquête (over kunnen rondkomen en over het hebben van schulden). Monitoring van het bereik van beleidsdoelen staat nog in de kinderschoenen. Volgens het visiedocument is het de bedoeling dat er een dashboard ontwikkeld wordt met prestatieindicatoren per pijler. Zo ver is het nog niet. In het huidige dashboard zijn geen beleidsdoelen opgenomen en de prestatie-indicatoren die in de visie zijn opgenomen, zijn niet aan het dashboard gekoppeld. Er is één koppeling te maken tussen een beleidsdoel en het dashboard: de monitoring van het gebruik en de uitnutting van het budget van de minimaregelingen is gekoppeld aan de doelstelling uit het visiedocument ‘5% stijging van gebruik minimaregelingen’. Daarnaast is een begin gemaakt met het opnemen van data over de kindregelingen (data van Sam& voor alle kinderen), vroegsignalering (data van Amaryllis) en schuldhulpverlening (data van de Kredietbank Nederland). De data uit het dashboard worden ook gebruikt in bovengenoemde armoedemonitor. Er zijn geen afspraken met de beleidsmedewerkers van aanpalend beleid over de monitoring van doelgroepen, problematiek en/of het bereik van beleidsdoelen. Afdeling Gezondheid is bezig met de ontwikkeling van een dashboard gezondheid in samenwerking met afdeling Rapportage, Statistiek en Onderzoek.

Hierbij is geen structurele samenwerking met de ontwikkelaars van het dashboard armoede. Via de bestaande Planning & Control cyclus wordt in de jaarrekening ten opzichte van de begroting verder wel verantwoording afgelegd op totaalniveau van het beleidsproduct Armoedebestrijding. Zie hiervoor hoofdstuk 5.4. De toelichting in de jaarrekening op de afwijkingen vindt ook in hoofdlijnen plaats, zie hieronder het voorbeeld uit de jaarrekening 2022:

In de jaarrekening 2020 en 2021 wordt versnipperd en deels verantwoording afgelegd over de (maatschappelijke) effecten die betrekking hebben op Armoedebestrijding. Daarnaast is bij een groot deel van de indicatoren ingevuld dat de (meting) cijfers niet bekend zijn, onder andere bij percentage voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie, percentage kinderen in uitkeringsgezin, percentage achterstandsleerlingen en netto arbeidsparticipatie. In de

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 62

jaarrekening 2022 zien we een meer uitgebreide verantwoording over de behaalde effecten ten opzichte van de eerdere jaarrekeningen. In Programma Sociale Basis wordt in een tabel middels symbolen en toelichting erbij aangegeven of de voorgenomen prestaties om doelen te bereiken gehaald zijn of niet. Zie hieronder de tabel.

We zien in de jaarrekening 2022 in de toelichting cijfers terug van de ingezette maatregelen en interventies (bijvoorbeeld aantal ingezette jeugd ondersteuners op Plus IKC’s45 of aantal aanvragen die toegekend zijn aan scholen en sportverenigingen die zich inzetten voor diverse beweeginitiatieven). In de jaarrekening zien we echter geen directe link met de in het visiestuk vastgestelde korte en lange termijn doelen van de 3 pijlers en daarom ook geen meting en monitoring cijfers over de effecten van die doelen. Sinds 2021 worden kwartaalrapportages opgesteld in een dashboard waar verantwoord wordt over de bijzondere bijstand en minimaregelingen: Bijzondere bijstand (inclusief Arrivakosten statushouders), AV Frieso, Inkomenstoeslag, Studietoeslag en in 2022 Energietoeslag, Samen voor alle kinderen, Vroegsignalering en Schuldhulpverlening.

45 Integrale Kindercentra. IKC Plus: Meer kansen voor kinderen. Kansen voor Kinderen 2.0 zet sterker in op het

verkleinen van ongelijkheid, betere kwaliteit van onderwijs en opvang en het bevorderen van gezondheid en welzijn.

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 63

Dit betreft dus een deel van het beleidsproduct Armoedebestrijding (niet alle regelingen en interventies in de kwartaalrapportages opgenomen) waardoor de gecumuleerde cijfers van de kwartaalrapportages niet aansluiten met de totaalbedragen van het beleidsproduct Armoedebestrijding in de jaarrekening. De kwartaalrapportages zijn intern gedeeld en hierover heeft geen terugkoppeling plaatsgevonden richting de raad. In deze kwartaalrapportages wordt in de dashboards gerapporteerd over: ● ● ● ● ●

● ●

de besteding van de middelen (uitgaven t.o.v. budget) ontwikkeling budgetten minimaregelingen het aantal aanvragen bijzondere bijstand, inkomenstoeslag, studietoeslag, Energietoeslag en AV Frieso (ontwikkeling ten opzichte van de voorgaande jaren), het aantal personen dat bijzondere bijstand en studietoeslag ontvangt en toelichting op de afwijking Samen voor alle kinderen: aantal aanvragen behandeld, aantal aanvragen toegewezen en per categorie (bijvoorbeeld schoolreis, schoolspullen, zwemles, Jarige Job), aantal aanvragen per intermediair (bijvoorbeeld Stichting Leergeld, Gezondheidszorg en primair onderwijs) en toelichting op de cijfers en ontwikkeling. Vroegsignalering: aantal personen, aantal bekend bij Amaryllis, aantal contact gelegd, aantal hulp geaccepteerd, aantal quick fix en vervolghulp Schuldhulpverlening: percentage recidive particulieren en ondernemers, omvang instroom particulieren en ondernemers in schuldhulpverlening over 2021 tot en met 2023.

In deze kwartaalrapportages is geen directe link te vinden met de gestelde en meetbaar gemaakte korte termijn doelen in de visie voor 2022 en 2023. Alleen bij pijler 3 zien we in de kwartaalrapportage het doel gedefinieerd staan: jaarlijks vergroten van het bereik van de schuldhulpverlening en vroegsignaleringsaanpak met 5%. Bij de verstrekte subsidies wordt verantwoording afgelegd over het voldoen aan de subsidievoorwaarden (kwantitatief en kwalitatief) en op de subsidies van een grotere omvang vindt tevens accountantscontrole plaats.

8.3

Hoe is de raad geïnformeerd?

Via de reguliere Planning & Control cyclus zien we in de jaarrekeningen alleen op het totaalniveau van het beleidsproduct Armoedebestrijding verantwoording aan de raad plaatsvinden. Incidenteel zien wij de afgelopen jaren dat de raad aanvullend geïnformeerd wordt over Armoedebeleid. De raad is voorafgaand aan de vaststelling van de visie op armoede en schuldhulp meegenomen (input opgehaald) en geïnformeerd in meerdere informatiebijeenkomsten. Op 8 december 2021 is een informatiebijeenkomst georganiseerd voor de Raad over de Visie Armoede en Schulden. Toen is informatie met de raad gedeeld over de interventies per pijler (doel en toelichting) en de financiële onderbouwing van de geraamde kosten van de interventies. Een paar voorbeelden van deze interventies betreft Jeugdeducatiefonds (pijler 1), het onderzoek Meedoenpas (pijler 2) en het experiment rondom schuldkwijting en jongeren

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 64

(pijler 3). In dit rekenkameronderzoek zijn wij tot januari 202446 geen verantwoording aan de raad tegengekomen over deze interventies. Daarna is in januari 2024 in de raadsbijeenkomst een voortgangsrapportage over Schuldenvrij Leeuwarden gedeeld met de raad47. In april 2022 heeft de raad een informerende brief ontvangen over de toegang tot gemeentelijke schuldhulpverlening naar aanleiding van het debat over de Visie Armoede en Schuldhulp “Samen werken aan een armoedevrij Leeuwarden”. Dit debat vond plaats op 12 januari 2022 en hier werden vragen gesteld over de toegang en of de inwoners zich rechtstreeks zouden kunnen melden bij KBNL48 omdat sommige inwoners een drempel ervaren bij de toegang via de buurten dorpskamers. In het debat is vervolgens de toezegging gedaan om met KBNL en Amaryllis een verkenning te doen naar de toegang en de ervaren drempel door de inwoners. Daarover is de raad in april 2022 geïnformeerd. Een van de uitkomsten in die informerende brief was dat per 1 april 2022 de toegang tot de schuldhulpverlening is uitgebreid met KBNL. In juni 2022 heeft de raad een informerende brief ontvangen over de uitvoeringsnotitie van de pilot Schuldenvrij Leeuwarden dat als interventie onderdeel is van de Visie Armoede en Schuldhulp. Hierbij is een uitvoeringsplan teruggekoppeld waarin de inhoudelijke uitwerking van de pilot is toegelicht.

Verder is in juni 2023 gerapporteerd over de inwonersenquête waar een paar elementen van het Armoedebeleid in zijn terug te vinden (Werk & Inkomen en Uitgaven & Schulden). In deze enquête is gevraagd naar de bekendheid en gebruik van zowel de landelijke als gemeentelijke regelingen voor financiële ondersteuning en de ontwikkeling hierin in de afgelopen jaren. Tenslotte zijn in oktober 2023 schriftelijke vragen door de fracties van PvdA en Groenlinks gesteld over de bijzondere bijstand; wat valt onder de reikwijdte van de bijzondere bijstand, welke mogelijkheden zijn er om mensen met een urgent financieel probleem tegemoet te komen, welke ruimte ziet het college om maatwerk te leveren en waar zit de ruimte voor de raad om hier invloed op uit te oefenen?

8.4 Kan de raad met de huidige monitoringssystematiek controleren en - indien nodig - kaders bijstellen? In het visiedocument is bij het onderdeel meting en monitoring aangegeven dat jaarlijks gerapporteerd zou worden over de meting van de doelen en dat dit zou gebeuren via de bestaande Planning & Control cyclus zodat ook de raad mogelijkheden krijgt haar controlerende en kaderstellende rol goed uit te voeren. De rekenkamer heeft in dit onderzoek geconstateerd dat er nog geen rapportages (integrale) over de meting van de doelen van de regelingen en interventies richting de raad zijn gegaan via de bestaande P & C cyclus behalve over de drie meetbare doelen zoals in hoofdstuk 5.4 toegelicht. Ook heeft de rekenkamer geconstateerd dat de afgesproken (vooral lange termijn) doelen per pijler grotendeels niet concreet en meetbaar zijn gemaakt in het visiedocument. Ook is er nog geen jaarlijkse integrale armoedemonitor verschenen waarover in het visiedocument een toezegging is gedaan. Met deze integrale armoedemonitor wordt de huidige 46 Dit rekenkameronderzoek is in concept afgerond in januari 2024 waardoor de informatie die daarna

volgde niet meegenomen is in het rekenkameronderzoek. 47 Bij de bespreking van de voortgangsrapportage in de raad was geen vertegenwoordiging van de ambtelijke en bestuurlijke organisatie van gemeente Leeuwarden aanwezig. 48 Kredietbank Nederland

A R M O E D E B E L E I D

I N

D E

G E M E E N T E

L E E U W A R D E N

–

E I N D R A P P O R T

| 65

armoedemonitor49 van afdeling Rapportage, Statistiek en Onderzoek bedoeld (zie hoofdstuk 6.4) aangevuld met een dashboard dat nog ontwikkeld moet worden waarbij per pijler gemonitored wordt op de prestatie-indicatoren (bereik van beleidsdoelen). In de huidige armoedemonitor is dan ook geen koppeling aanwezig met beleidsdoelen en daarmee is de integrale armoedemonitor zoals aangekondigd in het visiedocument nog niet gerealiseerd. De raad wordt niet zoals afgesproken periodiek en proactief geïnformeerd maar incidenteel en ad hoc (bijvoorbeeld naar aanleiding van een debat of bij schriftelijke vragen van de raad) geïnformeerd en daarbij zijn er weinig raakvlakken of directe verbanden met de beleidsdoelen uit het visiedocument. Uit hoofdstuk 6 blijkt verder dat er vooral informatie is over instrumenten en activiteiten die ingezet zijn en in mindere mate op het gebruik van de regelingen en de benutting van de budgetten (alleen bij bestaanszekerheid). Er is weinig zicht op de omvang van de doelgroepen, het bereik van preventie, de opbrengst van schuldhulpverlening en het doorbreken van armoede. De raad wordt niet geïnformeerd vanuit het perspectief van de inwoners; welke doelgroepen zich aandienen, hoe hierop geanticipeerd wordt, in hoeverre de Opmaat aanpak en integrale benadering daadwerkelijk werkt.

49 De meest recente armoedemonitor is in november 2023 met de gemeenteraad gedeeld en in dit

rekenkameronderzoek als bron gebruikt.

A R M O E D E B E L E I D

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=70643dfb-7feb-495f-a074-feb822608462